Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Genetische en klinische voorspellers van artralgie tijdens letrozol- of anastrozoltherapie voor mammacarcinoom (0)
2020-07-06 15:00   ( Nieuws )
Tags:  AI-induced arthralgia genetic and clinical predictors
Prof. Richard KimAromataseremmertherapie voor mammacarcinoom is geassocieerd met verhoogd risico van artralgie. Het mechanisme van AI-geïnduceerde artralgie is niet duidelijk. Een prospectieve studie van Western University (London, Canada) heeft genetische en klinische voorspellers van AI-geïnduceerde artralgie in patiënten met ER-positief mammacarcinoom geïnventariseerd. Prof. Richard Kim en collega’s publiceren de studie vandaag in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 196 patiënten die AI-therapie begonnen met hetzij letrozol of anastrozol. Voor inclusie en na twee en zes maanden behandeling beantwoordden de patiënten gevalideerde vragenlijsten over pijn, stijfheid, en fysiek functioneren. Kiemlijn DNA uit bloedmonsters werd onderzocht op aanwezigheid van zeven SNPs die volgens resultaten van eerdere genetische screenings en genoom-brede assocatiestudies geassocieerd zouden kunnen zijn met AI-geïnduceerde artralgie.

Uit de vragenlijsten bleek dat meer dan 50% van de patiënten symptomen had van AI-geïnduceerde artralgie. Eén SNP in CYP19A1 en drie SNPs in ESR1 waren geassocieerd met de ontwikkeling van deze symptomen. De SNP in CYP19A1 (rs4775936) was ook significant geassocieerd met discontinuering van de behandeling vanwege intolerabele artralgie. Hoge body mass index was ook geassocieerd met de ontwikkeling van AI-geïnduceerde artralgie. Patiënten die letrozol kregen hadden een hogere waarschijnlijkheid van ontwikkeling van artralgie dan patiënten die anastrozol kregen, en hadden ook een hogere waarschijnlijkheid van discontinueren van de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat BMI en de keus van de AI (letrozol versus anastrozol) klinische voorspellers waren van AI-geïnduceerde artralgie, terwijl vier SNPs als genetische voorspellers zijn geïdentificeerd.

1.Borrie AE, Rose FA, Choi Y-H et al. Genetic and clinical predictors of arthralgia during letrozole or anastrozole therapy in breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A prospective study in a cohort of ER-positive breast cancer patients of Western University (London, Ontario) found that BMI and AI drug (letrozole versus anastrozole) were clinical predictors of AI-induced arthralgia, while four SNPs were identified as genetic predictors. One of these SNPs was also a predictor of discontinuation of therapy. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Immuuncheckpointremming voor recidiverende of refractaire CNS-tumoren in kinderen (0)
2020-07-06 14:00   ( Nieuws )
Tags:  pediatric recurrent or refractory CNS tumors immune checkpoint inhibition
Dr. Chantel CacciottiImmuuncheckpointremming (ICI) door blokkade van PD-1 of CTLA-4 is werkzaam voor verscheidene maligniteiten in volwassenen. Er zijn weinig gegevens over werkzaamheid van ICI voor maligniteiten in kinderen. Dr. Chantel Cacciotti (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren in het Journal of Neuro-Oncology de ervaringen met ICI voor pediatrische recidiverende of refractaire CNS-tumoren in hun instituut.1

In 2018 en 2019 werden in Dana-Farber elf kinderen behandeld met ipilimumab, nivolumab, of pembrolizumab voor recidiverende of refractaire CNS-maligniteiten: twee patiënten met DIPG, vijf met HGG, en ieder één met ependymoom, craniofaryngioom, hooggradige neuroëpitheliale tumor, en NGGCT. Acht patiënten hadden recidiverende ziekte en drie hadden refractaire ziekte. Negen patiënten kregen ipilimumab plus nivolumab, één kreeg nivolumab monotherapie, en één pembrolizumab monotherapie. De mediane tijd van diagnose tot behandeling was 8 maanden (range 0,8-156). Alle patiënten kregen eerst radiotherapie. De mediane duur van ICI-behandeling was 6,1 maanden (range 1-25). De behandeling werd gediscontinueerd in negen patiënten: in zeven vanwege ziekteprogressie en in twee vanwege toxiciteit (colitis en transaminitis). Andere pertinente adverse events waren type 1 diabetes mellitus, hypothyreoïdie, en huidtoxiciteit. Op basis van iRANO-criteria hadden drie patiënten partiële respons (27%), onder wie twee met duurzame partiële respons, zeven stabiele ziekte (64%), en één progressieve ziekte (9%).

De onderzoekers concluderen dat ICI relatief goed getolereerd werd in een cohort van pediatrische patiënten met uiteenlopende CNS-maligniteiten. Er is behoefte aan een prospectieve studie van ICI voor pediatrische CNS-maligniteiten.

1.Cacciotti C, Choi J, Alexandrescu S et al. Immune checkpoint inhibition for pediatric patients with recurrent/refractory CNS tumors: a single institution experience. J Neuro-Oncol 2020 epub ahead of print

Summary: A retrospective chart review identified 11 pediatric patients of Dana-Farber Cancer Institute who were treated with immune checkpoint inhibitors for recurrent or refractory CNS tumors in 2018 and 2019. ICIs were relatively well tolerated, with partial response in 27% of patients (durable response in 18%) and stable disease in 64%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Osimertinib 160 mg eenmaal daags voor EGFR T790M-positief BM of LM van NSCLC na progressie op eerdere EGFR-TKIs (0)
2020-07-06 13:00   ( Nieuws )
Tags:  EGFR T790M-positive NSCLC brain metastases or leptomeningeal disease osimertinib 160 mg
Prof. Myung-Ju AhnTot 40% van de patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom en EGFR-mutaties die EGFR-TKIs krijgen ontwikkelen ziekteprogressie in het centraal zenuwstelsel, hetzij als hersenmetastasen (BM) of leptomeningeale metastasen (LM). De orale derdegeneratie EFGR-TKI osimertinib in dosering 80 mg eenmaal daags is werkzaam voor actieve CNS-metastasen. Een multicenter fase 2-studie in Zuid-Korea heeft osimertinib 160 mg eenmaal daags voor BM of LM van NSCLC met T790M-gemuteerd EGFR na progressie op eerdere EGFR-TKIs geëvaluseerd. Prof. Myung-Ju Ahn (Samsung Medisch Centrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 18 patiënten met BM en 17 patiënten met LM met progressie op eerdere EGFR-TKI. De criteria voor werkzaamheid van osimertinib 160 mg eenmaal daags waren ORR 30% in het BM-cohort en OS 5 maanden in het LM-cohort. De mediane follow-up was 10,1 maanden voor het BM-cohort en 9,6 maanden voor het LM-cohort. In het BM-cohort was de intracraniële ORR 55% en de intracraniële DCR 77,5%. De mediane PFS was 7,6 maanden (95%-bti 5,0-16,6) en de mediane OS was 16,9 maanden (95%-bti 7,9-NR). In het LM-cohort was de intracraniële DCR 92,5%, met complete respons in 12,5%; de mediane PFS was 8,0 maanden (95%-bti 7,2-NR) en de mediane OS was 13,3 maanden (95%-bti 9,1-NR). In geen van beide cohorten waren er verschillen in PFS tussen subgroepen met eerdere typen behandelingen, waaronder osimertinib 80 mg eenmaal daags. Eerder radiotherapie was geassocieerd met betere PFS in het BM-cohort. De meeste adverse events waren graad 1 of 2.

De onderzoekers concluderen dat osimertinib 160 mg eenmaal daags geassocieerd was met gunstige ORR en OS in patiënten met EGFR T790M-positief NSCLC met CNS-metastasen; met een gunstig veiligheidsprofiel.

1.Park S, Lee M-H, Seong M et al. A phase II, multicenter, two cohort study of 160 mg osimertinib in EGFR T790M-positive non-small cell lung cancer patients with brain metastases or leptomeningeal disease who progressed on prior EGFR TKI therapy. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study in South Korea found that osimertinib 160 mg daily had promising activity for EGFR T790M-mutated NSCLC with brain metastases or leptomeningeal metastases after progression on prior EGFR TKI therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trastuzumab emtansine voor HER2-positief metastatisch mammacarcinoom met hersenmetastasen (0)
2020-07-06 11:44   ( Nieuws )
Tags:  KAMILLA exploratory analysis T-DM1 for HER2-positive MBC with brain metastases
Dr. Filippo MontemurroPatiënten met hersenmetastasen (BM) van HER2-positief mammacarcinoom vormen een moeilijk te behandelen populatie. De doorlopende multinationale éénarmige fase 3b-studie KAMILLA evalueert trastuzumab emtansine (T-DM1) voor HER2-positief lokaal-gevorderd of metastatisch mammacarcinoom dat eerder behandeld was met HER2-gerichte therapie en chemotherapie. Een exploratieve analyse van de studie heeft de tumor-respons en klinische uitkomsten geïnventariseerd in patiënten met baseline BM. Dr. Filippo Montemurro (Istituto Oncologico Candiolo, Italië) en collega’s publiceren de analyse in Annals of Oncology.1

Onder de 2002 KAMILLA-patiënten waren er 398 met baseline BM. De patiënten kregen intraveneus T-DM1 3,6 mg/kg iedere drie weken tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. In de groep van 126 patiënten met meetbare BM was de best overall response rate 21,4% (95%-bti 14,6-29,6) en de clinical benefit rate (respons plus stabiele ziekte gedurende tenminste zes maanden) 42,9% (95%-bti 34,1-52,0). Vermindering van de som van de grootste diameters van de BM met tenminste 30% werd gezien in 42,9% van alle patiënten met meetbare BM en in 49,3% van de 67 patiënten die niet eerder radiotherapie naar de BM gekregen hadden. De figuur laat zien dat onder alle 398 patiënten met baseline BM de mediane progressievrije overleving 5,5 maanden (95%-bti 5,3-5,6) was en de mediane overall survival 18,9 maanden (95%-bti 17,1-21,3). Het adverse event profiel was in grote lijnen gelijk aan dat in de patiënten zonder baseline BM, met alleen hogere frequentie van zenuwstel-AEs in de BM-patiënten (52,3% versus 43,7%).

De onderzoekers concluderen dat de exploratieve analyse van de prospectieve KAMILLA-studie suggereert dat T-DM1 activiteit en tolerabiliteit heeft in patiënten met HER2-positief mammacarcinoom met hersenmetastasen.

1.Montemurro F, Delaloge S, Barrios CH et al. Trastuzumab emtansine (T-DM1) in patients with HER2-positive metastatic breast cancer and brain metastases: exploratory final analysis of cohort 1 from KAMILLA, a single-amr phase IIIb clinical trial. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: An exploratory analysis of the phase IIIb trial KAMILLA found activity and tolerability of T-DM1 in patients with HER2-positive metastatic breast cancer with brain metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter studie van biomarkers van werkzaamheid van nivolumab voor maagcarcinoom (0)
2020-07-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  gastric cancer biomarkers for nivolumab efficacy
Prof. Yuichiro DokiEr is behoefte aan predictieve factoren voor werkzaamheid van nivolumab voor maagcarcinoom (GC). Een retrospectieve multicenterstudie in Japan heeft de associatie onderzocht tussen klinisch-pathologische kenmerken van GC-patiënten en de respons op nivolumab. Prof. Yuichiro Doki (Universiteit van Osaka) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Cancer.1


De studie includeerde 143 patiënten met meetbare GC-lesies, die tussen september 2017 en februari 2019 in 23 centra in Japan nivolumab kregen als derde- of laterelijns behandeling. Respons werd gezien in 17,5% van de patiënten, en hyperprogressieve ziekte in 22,1%. Het percentage patiënten met respons was significant hoge in de groepen patiënten met performance status 0 of 1 (p=0,026), niet-peritoneale metastase (p=0,021), PD-L1 tumor positive score 1 of hoger (p=0,012), PD-L1 combined positive score 5 of hoger (p=0,007) of CPS 10 of hoger (p<0,001), en mismatch repair deficiëntie (p<0,001). Het percentage patiënten met hyperprogressieve ziekte was significant hoger in de groepen patiënten met performance status 2 of hoger (p=0,026), levermetastase (p<0,001) en CPS lager dan 10 (p=0,048). In multivariate analyse waren CPS (p=0,001), MMR (p=0,002), levermetastase (p<0,001), peritoneale metastase (p=0,004), en CRP-gehalte (p<0,001) onafhankelijke voorspellers van progressievrije overleving.

De onderzoekers concluderen dat PD-L1 CPS en MMR predictieve biomarkers kunnen zijn van werkzaamheid van nivolumab voor GC.

1.Hagi T, Kurokawa Y, Kawabata R et al. Multicentre biomarker cohort study on the efficacy of nivolumab treatment for gastric cancer. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: Results of a multicenter retrospective cohort study in Japan suggest that PD-L1 combined positive score and mismatch repair could be useful biomarkers for efficacy of nivolumab for gastric cancer.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Frequentie van IPE in patiënten met maligniteiten: systematisch overzicht en meta-analyse (0)
2020-07-05 13:29   ( Nieuws )
Tags:  incidental pulmonary embolism in cancer patients
Dr. Hans-Jonas MeyerIncidental pulmonary embolism (IPE) is gedefinieerd als embolie van de pulmonaire slagaders die wordt gedetecteerd tijdens imaging onderzoek voor een andere aandoening. IPE-gebeurtenissen zijn klinisch asymptomatisch. Patiënten met maligniteiten hebben een verhoogd risico van trombo-embolische gebeurtenissen. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de frequentie van IPE in patiënten met maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Hans-Jonas Meyer (Universiteit van Leipzig) en collega’s publiceren de analyse in Supportive Care in Cancer.1



In de literatuur tot februari 2020 vonden de onderzoekers twaalf voor het onderwerp relevante studies die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden. De studies telden tezamen 28.626 patiënten. IPE werd gedetecteerd in 963 patiënten (3,36%; 95%-bti 3,15-3,57). De hoogste frequentie werd gezien in patiënten met prostaatcarcinoom (8,59%; 95%-bti 3,74-13,44), hepatobiliair carcinoom (6,07; 3,09-9,05), en pancreascarcinoom (5,65;3,54-7,76), en de laagste frequentie in patiënten met maligniteiten van de mannelijke reproductieve organen (0,79; 0,21-1,37) en hematologische maligniteiten (1,11; 0,74-1,48).

De onderzoekers concluderen dat IPE voorkwam in 3,36% van de patiënten met maligniteiten; met aanzienlijke verschillen in frequentie voor verschillende primaire tumoren.

1.Meyer H-J, Wienke A, Surov A. Incidental pulmonary embolism in oncologic patients – a systematic review and meta-analysis. Supp Care Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 12 studies (28,626 patients) found that incidental pulmonary embolism was seen in 3.36% of cancer patients. The highest frequency was seen in patients with prostate cancer (8.59%) and the lowest in patients with tumors of male reproductive organs (0,79%).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van tumorinfiltrerende lymfocyten met afstandsmetastasevrije overleving in ER+ HER2- mammacarcinoom (0)
2020-07-05 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ER+ HER2- breast cancer prognostic role of TILs
Dr. Carmen CriscitielloEr is geen consensus over de prognostische rol van tumorinfilitrerende lymfocyten (TILs) in patiënten met ER-positief HER2-negatief mammacarcinoom (BC). Een studie in het Istituto Europeo di Oncologia (Milaan) heeft de associatie van TILs en klinisch-pathologische kenmerken met afstandsmetastasevrije overleving (DDFS) in deze patiënten onderzocht. Dr. Carmen Criscitello en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 987 patiënten die in Milaan behandeld werden voor vroeg-stadium ER+/HER2- BC. De mediane follow-up was 7,5 jaar (range 0,1-10). Het mediane TIL-gehalte was 2% (Q1-Q3 1-4%). Hogere TIL-gehalten waren positief geassocieerd met aantal betrokken lymfeklieren (p=0,003), tumorgraad (p<0,0001), peritumorale vasculaire invasie (p=0,003), hoger Ki-67 (p=0,0001), luminal B subtype (p<0,0001), en gebruik van chemotherapie. In multivariate analyse was alleen hogere Ki-67 expressie significant geassocieerd met TILs. In univariate analyse was TIL-gehalte (≥5% versus <5%) niet geassocieerd met DDFS (HR 1,08; p=0,62). In patiënten die adjuvante chemotherapie kregen waren hoge TIL-gehalten geassocieerd met betere DDFS (HR 0,52; p=0,006), vooral in de groep met Ki-67 ≥ 20% (HR 0,50; p=0,01).

De onderzoekers concluderen dat hoge TIL-gehalten in ER+/HER2- BC significant geassocieerd waren met klinisch-pathologische kenmerken die geassocieerd zijn met slechte uitkomst.De prognostische waarde van TILs was verschillend tussen patiënten die wel versus niet chemotherapie kregen.

1.Criscitiello C, Vingiani A, Maissonneuve P et al. Tumor-infiltrating lymphocytes (TILs) in ER+/HER2- breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A study at the Istituto Europeo di Oncologia (Milan, Italy) found that high levels of TILs in ER+/HER2- breast cancer were significantly associated with clinico-pathological features of dismal outcome. TIL prognostic value was different in patients treated with versus without chemotherapy. The high-risk subgroup might be more immunogenic, thus deserving exploration of immunotherapy approaches.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van tumorinfiltrerende lymfocyten met afstandsmetastasevrije overleving in ER+ HER2- mammacarcinoom (0)
2020-07-04 15:04   ( Nieuws )
Tags:  NDMM predictors of early relapse CoMMpass study
Er zijn aanwijzingen voor een associatie tussen de duur van eerste remissie en de overleving van patiënten met multipel myeloom. De CoMMpass studie verzamelt genomische en klinische data van patiënten met nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM). Een analyse van CoMMpass-data van 927 NDMM patiënten heeft voorspellers geïdentificeerd van vroege progressie. Dr. Francesca Gay (Universiteit van Turijn) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Cancer Research.1

Na mediaan 39 maanden follow-up was vroege progressie (TTP 18 maanden of korter) gezien in 191 patiënten (20,6%), late progressie (na langer dan 18 maanden) in 229 patiënten (24,6%) , en geen progressie in 507 patiënten (54,8%). Vergeleken met patiënten met late progressie hadden patiënten met vroege progressie minder frequent tenminste zeer goede partiële respons (47% versus 82%; p<0,001) en waren ze meer frequent verworven dubbel-refractair tegen immuunmodulerende middelen (ImiDs) en proteasoomremmers (PIs; 21% versus 8%; p<0,001). Patiënten met vroege progressie hadden hogere mortaliteit dan patiënten met late of geen progressie (HR 3,65; p<0,001). Vroege progressie was geassocieerd met mediane overall survival van slechts 32,8 maanden.

Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met verhoogd risico van vroege progressie waren TP53-mutatie (OR 3,78; p<0,001), hoog LDH-niveau (OR 3,15; p=0,006), A-keten translocatie (OR 2,25; p=0,033), en IGLL5-mutatie (OR 2,15; p=0,007). Factoren die geassocieerd waren met verlaagd risico van vroege progressie waren carfilzomib-gebaseerde inductie (OR 0,15; p=0,014), autologe stamceltransplantatie (OR 0,27; p<0,001), en continue behandeling met PIs en IMiDs (OR 0,34; p=0,024).

De onderzoekers concluderen dat vroege progressie van NDMM geassocieerd was met slechte prognose.

1.D’Agostino M, Zaccaria GM, Ziccheddu B et al. Early relapse risk in newly diagnosed multiple myeloma patients characterized by next-generation sequencing. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis of CoMMpass study data found that among patients with newly-diagnosed multiple myeloma, early progression identifies a high-risk population. Independent predictors of early progression were TP53 mutation, high LDH levels, A-chain translocation, and IGLL5 mutation.Carfilzomib-based induction, autoSCT, and continuous therapy with PIs and IMiDs mitigated the risk of early progression.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)