Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Oorzaak-specifieke mortaliteit na initiële chemotherapie voor klassiek Hodgkin lymfoom (0)
2020-09-20 15:00   ( Nieuws )
Tags:  cHL cause-specific mortality after initial chemotherapy
Dr. Lindsay MortonModerne initiële behandeling voor klassiek Hodgkin lymfoom (cHL) is in toenemende mate ABVD-chemotherapie, met afname van het gebruik van radiotherapie. Een analyse van Amerikaanse registraties heeft oorzaak-specifieke mortaliteit geïnventariseerd na initiële chemotherapie voor cHL in de periode van 2000 tot en met 2015, met follow-up tot eind 2016. Dr. Lindsay Morton (National Cancer Institute, Bethesda MD) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De onderzoekers identificeerde 20.007 patiënten met een diagnose vroeg (stadium I of II) of gevorderd (stadium III of IV) in de leeftijd van 20 tot 75 jaar, die tijdens de studieperiode initiële chemotherapie kregen. Tijdens de follow-up overleden 3380 van deze patiënten, onder wie 1321 (39%) aan een andere oorzaak dan lymfoom. Vergeleken met de algemene Amerikaanse bevolking waren de niet-maligniteit standardized mortality ratios verhoogd met een factor 2,4 (95%-bti 2,2-2,6) voor patiënten met gevorderd cHL en een factor 1,6 (95%-bti 1,4-1,7) voor patiënten met vroeg-stadium cHL; overeenkomend met excess absolute risks 61,6 respectievelijk 18,2 per 10.000 patiëntjaren.

De hoogste EARs voor niet-maligniteit doodsoorzaken van patiënten met gevorderd cHL waren die van hartziekte (EAR 15,1; SMR 2,1), infecties (EAR 10,6; SMR 3,9), interstitiële longziekte (ILD: EAR 9,7; SMR 22,1), en bijwerkingen van medicaties (EAR 7,4; SMR 5,0). Onder patiënten met vroeg-stadium cHL waren de hoogste EARs voor niet-maligniteit doodszoorzaken die van hartziekte (EAR 6,6; SMR 1,7), ILD (EAR 3,7; SMR 13,1), en infecties (EAR 3,1; SMR 2,2). Sterk-verhoogde SMRs voor ILD, infecties, en bijwerkingen van medicaties werden gezien in het eerste jaar na de cHL-diagnose. Patiënten in de leeftijd van zestig jaar en ouder met gevorderd-stadium cHLhadden een disproportioneel verhoogde mortaliteit ten gevolge van hartziekte, ILD, infecties, bijwerkingen, en solide tumoren.

De onderzoekers concluderen dat patiënten na initiële chemotherapie voor cHL verhoogde risico’s hadden van niet-lymfoom doodsoorzaken.

1.Dores GM, Curtis RE, Dalal NH et al. Cause-specific mortality following initial chemotherapy in a population-based cohort of patients with classical Hodgkin lymphoma, 2000-2016. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis of US population-based cancer registries (2000-2016) found that after initial chemotherapy for classical Hodgkin lymphoma patients face increased nonlymphoma mortality risks from multiple, potentially preventable, causes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Geen noodzaak van consolidatie-RT na complete metabole respons van gevorderd LNM-Hodgkin lymfoom op ABVD (0)
2020-09-20 14:00   ( Nieuws )
Tags:  HD 0607 trial advanced HL with large nodal mass ABVD consolidation radiotherapy
Prof. Andrea GallaminiEr is geen duidelijkheid over de waarde van consolidatie-radiotherapie (cRT) na complete metabole respons op ABVD-chemotherapie voor gevorderd Hodgkin lymfoom (HL) met large nodal mass (LNM; gedefinieerd als langste diameter tenminste 5 cm). De Italiaanse multicenterstudie HD 0607 heeft deze waarde onderzocht. Prof. Andrea Gallamini (Centrum A. Lacassagne, Nice, Frankrijk) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 296 patiënten met gevorderd (stadium IIB-IVB) HL met LNM voor de start van ABVD. De langste diameter was 5 tot 8 cm in 101 patiënten (34%; subgroep A), 8 tot 10 cm in 96 patiënten (32%; subgroep B), en langer dan 10 cm in 99 patiënten (33%; subgroep C). Er waren 280 patiënten (88%) met negatieve PET na twee en na zes cycli ABVD. Deze patiënten werden prospectief gerandomiseerd naar cRT naar de LNM (mediaan 30,6 Gy; range 24-36) of geen verdere behandeling (NFT). Na mediaan 5,9 jaar follow-up (range 0,5-10,0) was de zes-jaars progressievrije overleving in subgroep A 91% met cRT versus 95% met NFT (p=0,62); in subgroep B 98% met cRT versus 90% met NFT (p=0,24),; en in subgroep C 89% met cRT versus 86% met NFT (p=0,53).

De onderzoekers concluderen dat in patiënten met gevorderd HL met LNM en complete metabole respons na twee en na zes cycli ABVD, cRT veilig achterwege kon worden gelaten, ongeacht de grootte van de baseline-LNM.

1.Gallamini A, Rossi A, Patti C et al. Consolidation radiotherapy could be safely omitted in advanced Hodgkin lymphoma with large nodal mass in complete metabolic response after ABVD: final analysis of the randomized GITIL/FIL HD0607 trial. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The Italian multicenter study HD 0607 found that in patients with Hodgkin lymphoma with large nodal mass and a negative PET-scan after two and six cycles of ABVD, consolidation radiotherapy could be safely omitted, irrespective of the LNM size at baseline.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adjuvant pembrolizumab voor hoog-risico stadium III melanoom: drie-jaars update van KEYNOTE-054 (0)
2020-09-20 13:00   ( Nieuws )
Tags:  EORTC 1325-MG KEYNOTE-054 3-year follow-up stage III melanoma pembrolizumab
Prof. Alexander EggermontDe multinationale fase 3-studie EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054 randomiseerde patiënten na resectie voor hoog-risico stadium III melanoom naar een jaar adjuvant pembrolizumab 200 mg iedere drie weken of placebo. In 2018 is gepubliceerd dat na mediaan 15 maanden follow-up de recidiefvrije overleving significant langer was in de pembrolizumabgroep dan in de placebogroep, zowel in de ITT-populatie (HR 0,57; p<0,001) als in de subgroep met PD-L1 positieve tumoren (HR 0,54; p<0,001). Prof. Alexander Eggermont (Prinses Máxima Centrum, Utrecht) en collega’s publiceren nu in het Journal of Clinical Oncology een update van de RFS-analyse van de studie na mediaan 3,05 jaar follow-up.1

De pembrolizumabgroep telde 514 patiënten en de placebogroep 505. Tijdens de follow-up werden in de pembrolizumabgroep 190 RFS-gebeurtenissen gezien en in de placebogroep 283. De figuur (panel A: alle patiënten; panel B: patiënten met PD-L1 positieve tumoren; panel C: patiënten met PD-L1 negatieve tumoren) laat zien dat de RFS beter was in de pembrolizumabgroep dan in de placebogroep. De drie-jaars RFS was 63,7% versus 44,1% (HR 0,56; 95%-bti 0,47-0,68) onder alle patiënten; 65,3% versus 46,4% (HR 0,57; 99%-bti 0,43-0,74) onder de 853 patiënten met PD-L1 positieve tumoren; en 56,9% versus 33,3% (HR 0,45; 99%-bti 0,23-0,90) onder de 116 patiënten met PD-L1 negatieve tumoren. De impact van pembrolizumab of RFS was vergelijkbaar in subgroepen met stadium IIIA-, IIIB-, en IIIC-ziekte en in subgroepen met verschillende BRAF-mutatiestatus.

De onderzoekers concluderen dat ook na drie jaar follow-up het RFS-profijt van adjuvant pembrolizumab na resectie voor hoog-risico stadium III melanoom evident bleef.

1.Eggermont AMM, Blank CU, Mandala M et al. Longer-follow-up confirms recurrence-free survival benefit of adjuvant pembrolizumab in high-risk stage III melanoma: updated results from the EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054 trial. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Updated RFS analysis of the multinational phase 3 study EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054 showed that after median 3.05 year follow-up one year of adjuvant pembrolizumab provided a sustained and clinically meaningful improvement of RFS after resection for high-risk stage III melanoma (panel A: overall population; panel B: PD-L1 positive population; panel C: PD-L1 negative population).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van adjuvant osimertinib na resectie voor EGFR-gemuteerd NSCLC (0)
2020-09-20 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ADAURA study EGFR-mutated NSCLC adjuvant osimertinib
Prof. Yi-Long WuDe derdegeneratie EGFR-remmer osimertinib is een standaard-behandeling voor EGFR-mutatiepositief gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom. De multinationale fase 3-studie ADAURA heeft de waarde van adjuvant osimertinib na resectie voor EGFR-gemuteerd NSCLC onderzocht. Prof. Yi-Long Wu (Guangdong Longkanker Instituut, Guangzhou) presenteert de studie op de virtuele meeting van ESMO. De onderzoekers publiceren de studie ook in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde 682 patiënten na complete resectie voor stadium IB tot en met IIIA EGFR-gemuteerd NSCLC. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar osimertinib 80 mg eenmaal daags (n=339) of placebo (n=343) gedurende drie jaar. Het primaire eindpunt was door de lokale onderzoekers bepaalde ziektevrije overleving in de groep patiënten met stadium II tot en met IIIA ziekte. Secundaire eindpunten waren DFS in de gehele studiepopulatie, overall survival, en veiligheid.

Na 24 maanden behandeling was in de groep met II tot en met IIIA ziekte de DFS 90% met osimertinib versus 44% met placebo (HR 0,17; p<0,001). In de gehele studiepopulatie was na 24 maanden de DFS 89% met osimertinib versus 52% met placebo (HR 0,20; p<0,001). In de gehele studiepopulatie was na 24 maanden 98% met osimertinib versus 85% met placebo vrij van recidief in het centraal zenuwstelsel (HR 0,18; 95%-bti 0,10-0,33). De OS-gegevens waren nog niet matuur, met 9 overleden patiënten in de osimertinibgroep versus 20 in de placebogroep. Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat na volledige resectie voor stadium IB tot en met IIIA EGFR-gemuteerd NSCLC, adjuvant osimertinib de ziektevrije overleving significant verlengde.

1.Wu Y-L, Tsuboi M, He J et al. Osimertinib in resected EGFR-mutated non-small-cell lung cancer. N Engl J Med 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 ADAURA study found that after resection for stage IB to IIIA EGFR mutation-positive NSCLC, adjuvant osimertinib compared with placebo significantly improved disease-free survival (89% versus 52% at 24 months; HR 0.20; p<0.001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van ER-status van mammcarcinoom met overleving onder Noordse vrouwen met BRCA2-mutaties (0)
2020-09-19 15:00   ( Nieuws )
Tags:  Nordic BRCA2 mutation carriers ER status and breast cancer survival
Prof. Laufey TryggvadottirProcessen die van invloed zijn op de overleving van mammacarcinoom onder vrouwen met een BRCA2-kiemlijnmutatie worden niet goed begrepen. Een studie in vier Noordse landen heeft de impact van ER-status van de tumoren op overleving van deze vrouwen onderzocht. Prof. Laufey Tryggvadottir (Universiteit van IJsland, Reykjavik) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 608 vrouwen met een BRCA2-mutatie en invasief mammacarcinoom. Ongeveer 77% van de carcinomen waren ER-positief, met ER-positiviteit in tumoren van 83% van patiënten jonger dan veertig jaar. ER-positieve ziekte had een hogere waarschijnlijkheid klierpositief te zijn dan ER-negatieve ziekte (59% versus 34%; p<0,001). De overlevingsanalyse includeerde 584 patiënten. Positieve ER-status was geassocieerd met betere overleving in de eerste vijf jaar na de diagnose (HR 0,49; p=0,03) maar was na het vijfde jaar geassocieerd met slechtere overleving (HR 1,91; p=0,03). Dit ongunstige effect van positieve ER-status was beperkt tot vrouwen die geen endocriene behandeling kregen (HR 2,36; p=0,01) en patiënten met intacte ovaria (HR 1,91; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat het ongunstige effect van positieve ER-status op overleving van mammacarcinoom in BRCA2-mutatiedraagsters geassocieerd kan zijn met blootstelling aan door ovaria geproduceerde hormonen.

1.Olafsdottir EJ, Borg A, Jensen M-B et al. Breast cancer survival in Nordic BRCA2 mutation carriers – unconventional association with oestrogen receptor status. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A study in four Mordic countries found that the adverse effect of a positive ER status of breast cancer in BRCA2 carriers was limited to women who dit not undergo endocrine treatment and patients with intact ovaries.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties van per- en polyfluoralkylverbindingen in serum en risico van niercelcarcinoom (0)
2020-09-19 13:29   ( Nieuws )
Tags:  PFAS in serum risk of RCC
Dr. Jonathan HofmannPer- en polyfluoralkylverbindingen (PFAS) zijn hoog-persistente verbindingen die zijn gedetecteerd in het serum van meer dan 98% van de bevolking van de Verenigde Staten. Er zijn aanwijzingen voor een associatie tussen blootstelling aan het PFAS perfluoroctanoïnezuur (PFOA) en het risico van niercelcarcinoom (RCC). Een analyse in het cohort van de Prostate, Lung, Colorectal, and Ovarian Cancer Screening Trial heeft de associatie onderzocht tussen PFAS/PFOA serumconcentraties en het RCC-risico. Dr. Jonathan Hofmann (National Cancer Institute, Bethesda MD) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

De onderzoekers bepaalden het gehalte van PFOA en zeven andere PFAS in prediagnostische serummonsters van 324 PLCO-deelnemers die tijdens de follow-up RCC ontwikkeld hadden in in monsters van 324 individueel gematchte controles die ziektevrij waren gebleven. Er was een positieve associatie tussen PFOA-gehalte en het risico van RCC (per verdubbeling van de concentratie OR 1,71; p=0,002). Deelnemers in het hoogste kwartiel van het serum-PFOA gehalte hadden een ruim verdubbeld risico van het ontwikkelen van RCC (OR 2,63; p voor trend 0,007). De associatie tussen PFOA-gehalte en RCC-risico bleef bestaan na correctie voor gehalten van andere PFAS, en bleef ook bestaan in analyses die beperkt waren tot deelnemers zonder aanwijzingen voor verlaagde nierfunctie of tot deelnemers met een RCC-diagnose acht jaar of langer na monstername.

De onderzoekers concluderen dat toename van PFOA-gehalte in serum (binnen de real-life range) geassocieerd is met verhoogd RCC-risico.

1.Shearer JJ, Callahan CL, Calafat AM et al. Serum concentrations of per- and polyfluoroalkyl substances and risk of renal cell carcinoma. J Natl Cancer Inst 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis in the cohort of the PLCO Screening trial found an association between serum levels of perfluorooctanoic acid and risk of renal cell carcinoma (highest versus lowest quartile OR 2.63; p trend = 0.007).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Imaging- en PSA-gebaseerde prostaatcarcinoomscreening onder mannen met BRCA-mutaties (0)
2020-09-19 12:00   ( Nieuws )
Tags:  male BRCA mutation carriers imaging-based prostate cancer screening
Prof. David MargelMannen met BRCA1/2-mutaties hebben een verhoogd risico van prostaatcarcinoom (PCa) met agressief fenotype. Een studie in Israël heeft de waarde onderzocht van PCa-screening van deze mutatiedragers met multiparametrische magnetische resonantie beeldvorming (mpMRI) en bepaling van PSA-gehalten. Prof. David Margel (Rabin Medisch Centrum, Petah Tikva) en collega’s publiceren de resultaten van de eerste ronde van de screening in Annals of Oncology.1

De studie includeerde mannen in de leeftijd van veertig tot en met zeventig jaar, met bekende BRCA1/2-kiemlijnmutaties. PSA werd beschouwd als verhoogd vanaf drempelwaarde 1 ng/ml voor mannen in de leeftijd van veertig tot vijftig jaar, 2 ng/nl voor mannen in de leeftijd van vijftig tot zestig jaar, en 2,5 ng/ml voor mannen in de leeftijd van zestig tot en met zeventig jaar. Mannen met een verdachte lesie op mpMRI en/of verhoogd PSA kregen een prostaatbiopsie aangeboden.

De studie includeerde 108 BRCA1-mutatiedragers en 80 BRCA2-mutatiedragers. De gemiddelde leeftijd was 54 jaar (SD 9,8). Er waren 110 mannen met of verhoogd PSA (n=75; 40%), verdachte mpMRI-lesie (n=67; 36%), of beide (n=32; 17%). Van deze mannen accepteerden 92 (85%) het aanbod van prostaatbiopsie. In zestien mannen (8,3% van de BRCA1-mutatiedragers en 8,7% van de BRCA2-mutatiedragers; p=0,91) werd PCa gediagnostiseerd; 44% van de tumoren waren intermediair- of hoog-risico. mpMRI miste slechts één patiënt (6%) en leeftijds-gestratificeerd PSA vijf (31%). Van alle geïncludeerde mannen had 90% een Joodse founder mutation, hetgeen de mogelijkheid van generalisatie van de resultaten naar alle etnische groepen onzeker maakt.

De onderzoekers concluderen dat PCa frequent voorkomt onder BRCA1/2-mutatiedragers, en dat mpMRI een geschikte tool is voor de PCa-screening van deze mannen.

1.Segal N, Ber Y, Benjaminov O et al. Imaging-based prostate cancer screening among BRCA mutation carriers – results from the first round of screening. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A study in Israel evaluated mpMRI- and PSA-based prostate cancer screening of men carrying BRCA1/2 germline mutations. The first round of screening identified PCa in 8.3% of BRCA1 and 8.7% of BRCA2 mutation carriers; 44% of the tumors were intermediate- or high-risk. mpMRI missed only one of the patients (6%) while age-stratified PSA-screening would have missed five (31%).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van avelumab onderhoudsbehandeling voor gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom (0)
2020-09-18 15:00   ( Nieuws )
Tags:  JAVELIN Bladder 100 study advanced or metastatic urothelial carcinoma avelumab maintenance
Prof. Thomas PowlesPlatina-gebaseerde chemotherapie is de standaard eerstelijns behandeling voor gevorderd urotheelcarcinoom. De progressievrije overleving en overall survival worden echter beperkt door resistentie tegen chemotherapie. De multinationale fase 3-studie JAVELIN Bladder 100 heeft de waarde onderzocht van avelumab onderhoudstherapie na eerstelijns chemotherapie. Prof. Thomas Powles (Barts Cancer Institute, London UK) presenteert de studie op de virtuele meeting van ESMO. De studie wordt vandaag ook gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde 700 patiënten met niet-resectabel lokaal-gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom, die geen progressie hadden na eerstelijns chemotherapie (vier tot zes cycli gemcitabine plus cisplatine of carboplatine). De patiënten werden gerandomiseerd naar avelumab plus beste ondersteunende zorg (BSC) of alleen BSC. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival, bepaald in de overall populatie en in de groep patiënten met PD-L1 positieve tumoren. Secundaire eindpunten waren progressievrije overleving en veiligheid.

In de overall populatie was de mediane OS na één jaar 71,3% met avelumab plus BSC versus 58,4% met alleen BSC. De mediane OS was 21,4 maanden met avelumab plus BSC versus 14,3 maanden met alleen BSC (HR 0,69; p=0,001). In de populatie van patiënten met PD-L1 positieve tumoren was de OS na één jaar 79,1% in de avelumabgroep versus 60,4% in de controlegroep (HR 0,56; p<0,001). In de overall populatie was de mediane PFS 3,7 maanden in de avelumabgroep versus 2,0 maanden in de controlegroep (HR 0,62; 95%-bti 0,52-0,75) en in de populatie van patiënten met PD-L1 positieve tumoren was de mediane PFS 5,7 maanden in de avelumabgroep versus 2,1 maanden in de controlegroep (HR 0,56; 95%-bti 0,43-0,73). De incidentie van adverse events was 98,0% in de avelumabgroep en 77,7% in de controlegroep; de incidentie van graad 3 of hoger AEs was 47,4% respectievelijk 25,2%.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van avelumab aan BSC resulteerde in significante verlenging van de OS onder patiënten met lokaal-gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom zonder progressie na eerstelijns chemotherapie.

1.Powles T, Park SH, Voog E et al. Avelumab maintenance therapy for advanced or metastatic urothelial carcinoma. N Engl J Med 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study JAVELIN Bladder 100 randomized patients with advanced or metastatic urothelial carcinoma without progression after first-line chemotherapy to avelumab maintenance plus best supportive care or BSC alone. Among all patients the median overall survival was 21.4 months in the avelumab group versus 14.3 months in the control group (HR 0.69; p=0.001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)