Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 3-studie van tebentafusp voor metastatisch uveaal melanoom (0)
2021-09-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  metastatic uveal melanoma tebentafusp
Dr. Paul NathanUveaal melanoom, de meest-frequente intraoculaire maligniteit in volwassenen, maakt ongeveer 3 tot 5% van alle melanomen uit. Het één-jaars overall survival percentage van patiënten met metastatisch uveaal melanoom is ongeveer 50%, en er zijn geen studies gepubliceerd die OS-profijt met systemische behandeling lieten zien. Tebentafusp is een bispecifiek eiwit dat bestaat uit een affiniteit-versterkte T-celreceptor gelinkt aan een anti-CD3 effector, waardoor T-cellen naar glycoproteïne 100-positieve melanoomcellen kunnen worden geleid. De multinationale fase 3-studie IMCgp100-202 evalueerde tebentafusp voor metastatisch uveaal melanoom. Dr. Paul Nathan (Mount Vernon Cancer Centre, Northwood UK) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde HLA-A*02:01 positieve patiënten met niet-eerder behandeld metastatisch melanoom, die gestratificeerd naar LDH-niveau 2:1 werden gerandomiseerd naar wekelijks tebentafusp (n=252) of een controlegroep (n=126) die werd behandeld met investigator’s choice uit single-agent pembrolizumab, ipilimumab, of dacarbazine. Het primaire eindpunt was overall survival. Het één-jaars OS-percentage was 73% in de tebentafusp-groep versus 59% in de controlegroep (HR 0,51; p<0,001). Ook de progressievrije overleving was significant hoger in de tebentafuspgroep dan in de controlegroep (na zes maanden 31% versus 19%; HR 0,73; p=0,01). De meest-gerapporteerd treatment-related adverse events met tebentafusp waren cytokine-gemedieerde gebeurtenissen, vanwege T-celactivering, en huid-gerelateerde gebeurtenissen, vanwege glycoproteïne 100-positieve melanocyten: rash (83% van de patiënten), pyrexie (76%), en pruritus (69%). De incidentie van deze AEs nam af na de eerste drie of vier doses, en resulteerden slechts in 2% van de patiënten tot discontinuering. Er waren geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met niet-eerder behandeld metastatisch melanoom tebentafusp resulteerde in langere overall survival dan de controlebehandelingen (quick take video).

1.Nathan P, Hassel J, Rutkowski P et al. Overall survival benefit with tebentafusp in metastatic uveal melanoma. N Engl J Med 2021; 385:1196-1206

Summary: The multinational phase 3 IMCgp100-202 trial evaluated tebentafusp, a bispecific protein targeting gp 100-positive cells, for previously untreated metastatic uveal melanoma. Patients were randomized to weekly tebentafusp or to control, consisting of investigator’s choice of single-agent pembrolizumab, ipilimumab, or dacarbazine. Overall survival at 1 year was 73% in the tebentafusp group and 59% in the control group (HR 0.51; p<0.001) and progression-free survival at 6 months was 31% versus 19% (HR 0.73; p=0.01). Adverse events infrequently led to discontinuation of tebentafusp treatment (2%).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van poziotinib voor gevorderd NSCLC met mutatie in exon 20 van HER2 (0)
2021-09-23 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HER2 exon 20 mutant NSCLC poziotinib
Prof. John HeymachGerichte therapieën voor niet-kleincellig longcarcinoom met HER2-mutaties vormen een unmet need. Poziotinib is een nieuwe irreversibele TKI gericht tegen onder meer HER2 exon-mutaties, met in maart jl. door de FDA verleende fast tract designation. Een fase 2-studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft poziotinib voor gevorderd NSCLC met mutatie in exon 20 van HER2 geëvalueerd. Prof. John Heymach en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1



De studie includeerde 30 patiënten, onder wie 27 die eerder platina-gebaseerde chemotherapie hadden gekregen en 16 die twee of meer eerder lijnen behandeling hadden gekregen. De patiënten kregen poziotinib 16 mg eenmaal daags. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met objectieve respons. De bevestigde ORR was 27% (95%-bti 12-46). Respons werd gezien in NSCLC met uiteenlopende HER2 exon 20 mutatiesubtypen. De mediane duur van respons was 5,0 maanden (95%-bti 4,0-NE), de mediane progressievrije overleving was 5,5 maanden (4,0-7,0), en de mediane overall survival was 15 maanden (9,0-NE). De meest-voorkomende graad 3 treatment-related adverse events waren rash (47% van de patiënten) en diarree (20%). Eén patiënt overleed aan pneumonitis, mogelijk samenhangend met de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat poziotinib veelbelovende antitumor-werkzaamheid had in patiënten met gevorderd HER2 exon 20 gemuteerd NSCLC, ook in patiënten die eerder platina-gebaseerde chemotherapie hadden gekregen.

1.Elamin YY, Robichaux JP, Carter BW et al. Poziotionib for patients with HER2 exon 20 mutant non-small-cell lung cancer: results from a phase II trial. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A phase II study at MD Anderson Cancer Center evaluated the irreversible covalent TKI poziotinib for advanced HER2 exon 20 mutant NSCLC. Poziotinib had promising antitumor activity with an objective response rate of 27%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische significantie van tumor-infiltrerende lymfocyten in melanoom (0)
2021-09-23 12:00   ( Nieuws )
Tags:  melanoma prognostic significance of TILs
Dr. Li ZhouEr is geen consensus over de prognostische waarden van tumor-infiltrerende lymfocyten (TILs) in patiënten met melanoom. Een retrospectieve studie onder patiënten van Brigham and Women’s Hospital Boston MA) heeft deze prognostische waarde geïnventariseerd. Dr. Li Zhou en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1


Tussen begin juni 2004 en eind 2019 werden in het ziekenhuis 14.436 patiënten met cutaan melanoom behandeld. Met een natural language processing (NLP) algoritme identificeerden de onderzoekers 2624 patiënten (1462 mannen en 1162 vrouwen; mediane leeftijd 61 jaar; IQR 50-72) met vertical growth phase melanoom en informatie over type TILs in hun medische dossiers. Er waren 434 patiënten (16,5%) zonder TILs, 1916 patiënten (73,0%) met nonbrisk TILs (alleen focaal lymfocyteninfiltraat en niet over de volledige basis van de invasieve component), en 274 patiënten (10,4%) met brisk TILs. Het vijf-jaars overlevingspercentage was 71,0% (95%-bti 65,5-76,9) onder patiënten zonder TILs; 73,8% (71,1-76,5) onder patiënten met nonbrisk TILs, en 85,2% (80,0-90,7) onder patiënten met brisk TILs. In multivariate analyse was aanwezigheid van brisk TILs significant geassocieerd met betere overall survival (versus geen TILs aHR 0,63; p=0,03; 14,2% OS-voordeel na vijf jaar), terwijl aanwezigheid van nonbrisk TILs niet geassocieerd was met statistisch significant betere OS (versus geen TILs aHR 0,87; p=0,25).

De onderzoekers concluderen dat aanwezigheid van brisk TILs een onafhankelijke prognostische factor voor OS was onder patiënten met primair cutaan melanoom. De studie suggereert ook dat NLP een efficiënte methode is voor het faciliteren van grootschalige analyses van free-text klinische gegevens.

1.Yang J, Lian JW, Chin Y-P et al. Assessing the prognostic significance of tumor-infiltrating lymphocytes in patients with melanoma using pathologic features identified by natural language processing. JAMA Network Open 2021;4:e2126337

Summary: A study at Brigham and Women’s Hospital (Boston, MA) found that presence of brisk TILs in cutaneous melanoma represents an independent prognostic factor for overall survival, while presence of nonbrisk TILs was not associated with better OS compared with absence of TILs. The study also suggests that natural language processing is a highly efficient tool to facilitate large-scale analyses that involve free-text clinical data.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter retrospectieve cohortstudie van metronome chemotherapie voor metastatisch triple-negatief mammacarcinoom (0)
2021-09-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  VICTOR-6 study metastatic triple-negative breast cancer metronomic chemotherapy
Dr. Marina CazzanigaTriple-negatief mammacarcinoom (TNBC) maakt ongeveer 20% uit van de nieuw-gediagnostiseerde BCs, en is vergeleken met andere BC-subtypen geassocieerd met lagere leeftijd bij diagnose, hoger risico van recidief, en kortere overleving. TNBC-patiënten hebben slechts beperkte therapeutische opties. Metronome chemotherapie, gericht op langdurige handhaving van actieve plasmaconcentraties bij een gunstig toxiciteitsprofiel, is wellicht een geschikte optie voor TNBC. De Italiaanse multicenter retrospectieve cohortstudie VICTOR-6 heeft metronome chemotherapie (mCHT) voor metastatisch TNBC geëvalueerd. Dr. Marina Cazzaniga (Universiteit van Milaan-Bicocca) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 2011 en eind 2016 includeerde de studie 584 patiënten met metastatisch mammacarcinoom, onder wie 97 met mTNBC. De mediane leeftijd was 67 jaar (range 30-88) bij diagnose en 68 jaar (30-88) bij start van mCHT. Voor 40% van de TNBC-patiënten was mCHT de eerstelijns behandeling voor metastatische ziekte, terwijl 27% en 33% één respectievelijk twee of meer eerdere lijnen behandeling hadden gekregen. Het meest-gebruikt mCHT-regime was vinorelbine-gebaseerd (VRL, 45% van de patiënten), gevolgd door cyclofosfamide- (CTX, 31%) en capecitabine- (CAPE, 23%) gebaseerde regimes.

mCHT resulteerde in overall response rate van 17,5% en disease control rate van 64,9%. De mediane progressievrije overleving was 6,0 maanden (95%-bti 4,9-7,2). De figuur toont de PFS voor de verschillende regimes (panel a) en voor verschillende lijnen van behandeling (panel b). De mediane overall survival was 12,1 maanden (95%-bti 9,6-16,7). De mediane OS was 18,2 maanden (95%-bti 9,1-NE) met CAPE-gebaseerde regimes; 11,8 maanden (9,3-16,7) met VRL-gebaseerde regimes; en 11,8 maanden (8,7-52,8) met CTX-gebaseerde regimes. De OS was korter met latere lijnen dan met eerdere lijnen.

De onderzoekers concluderen dat deze grootste tot nu toe gepubliceerde serie mCHT-behandelde TNBC-patiënten in een real-life setting de waarde van deze strategie laat zien, ook in patiënten met een slechte prognose.

1.Cazzaniga ME, Vallini I, Montagna E et al. Metronomic chemotherapy (mCHT) in metastatic triple-negative breast cancer (TNBC) patients: results of the VICTOR-6 study. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter retrospective cohort study VICTOR-6 in Italy evaluated metronomic chemotherapy for metastatic triple-negative breast cancer. In 40.2% of patients, mCHT was the first chemotherapy treatment for metastatic disease. ORR and DCR were 17.5% and 64.9%, respectively. Median PFS was 6.0 months and median OS was 12.1 months. Median OS was longest with capecitabine-based regimens. The authors conclude that this analysis represents the largest series of TNBC patients treated with mCHT in a real-life setting and provides further insights into the advantages of this strategy, even in this poor prognosis population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van uitkomsten van stadium II/III coloncarcinoom met KRAS- of BRAF-mutaties (0)
2021-09-22 13:30   ( Nieuws )
Tags:  KRAS and BRAF mutations in stage II III colon cancer
Prof. Mario RoselliKRAS- en BRAF-mutaties zijn bekende predictieve en prognostische factoren in metastatisch coloncarcinoom, maar de impact van deze mutaties in de adjuvante setting is nog niet vastgesteld. Een systematisch overzicht en meta-analyse van adjuvante fase 3-studies van patiënten met stadium II-III coloncarcinoom heeft deze impact geïnventariseerd. Prof. Mario Roselli (Tor Vergata Universiteitsziekenhuis, Rome) en collega’s publiceren de meta-analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

In de literatuur identificeerden de onderzoekers negen fase 3-studies met stadium II-III coloncarcinoompatiënten met bekende KRAS- en BRAF-mutatiestatus. De studies telden tezamen 10.893 patiënten. In meta-analyse was KRAS-mutatie geassocieerd met slechtere ziektevrije overleving (gepoold HR 1,36; p<0,001) en overall survival (1,27; p=0,03) en was ook BRAF-mutatie geassocieerd met slechtere DFS (1,33; p=0,05) en OS (1,49; p<0,001). In meta-analyse van studies die corrigeerden voor microsatellietinstabiliteit was de impact van de mutaties groter: in deze studies was met KRAS-mutatie de DFS-HR 1,43 (p=0,001) en de OS-HR 1,33 (p=0,03) en met BRAF-mutatie de DFS-HR 1,59 (p=0,001) en de OS-HR 1,67 (p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat in de adjuvante setting van coloncarcinoom zowel KRAS- als BRAF-mutaties geassocieerd waren met slechtere DFS en OS, met een sterkere impact in studies die corrigeerden voor MSI.

1.Formica V, Sera F, Cremolini C et al. KRAS and BRAF mutations in stage II/III colon cancer: a systematic review and meta-analysis. J Natl Cancer Inst 2021; epub ahead of print

Summary: Systematic review and meta-analysis systematic review and meta-analysis of 9 phase 3 trials (10,893 patients) found that in the adjuvant setting of colon carcinoma, KRAS and BRAF mutations were associated with worse DFS and OS, with a stronger effect after adjustment for microsatellite instability.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Bevolkings-gebaseerde analyse van niet-chirurgisch management van oudere vrouwen met ER-positief HER2-negatief mammacarcinoom (0)
2021-09-22 11:53   ( Nieuws )
Tags:  ER+ HER2- breast cancer nonoperative management in older women
Dr. Stephanie WongNiet-chirurgisch management is een optie voor geselecteerde patiënten met mammacarcinoom. Een analyse van de SEER-database heeft gebruik van nonoperatief management voor ER-positief HER2-negatief BC in oudere vrouwen geïnventariseerd. Dr. Stephanie Wong (McGill University, Montreal, Canada) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1

In de SEER-database over de periode begin 2010 tot eind 2016 identificeerden de onderzoekers 57.351 vrouwen ouder dan 69 jaar met ER-positief HER2-negatief mammacarcinoom. Onder deze vrouwen waren er 3538 (6,2%) die niet-chirurgisch management kregen, terwijl 38.452 (67,0%) en 15.361 (26,8%) borstsparende chirurgie respectievelijk mastectomie ondergingen. Het percentage patiënten met niet-operatief management nam toe met de leeftijd: 2,8% van de patiënten in de leeftijd van 70 tot 75 jaar en 30,1% van de patiënten ouder dan 89 jaar. Onder de 53.813 vrouwen met chirurgisch management ondergingen 36.850 (68,5%) SLNB en 10.861 (20.2%) ALND. Subgroepanalyse van 29.032 oudere vrouwen die borstsparende chirurgie ondergingen voor stadium I ziekte liet zien dat in 14,2% axillaire stadiëring achterwege gelaten werd (5,3% onder patiënten in de leeftijd van 70 tot 75 jaar en 67,7% in de patiënten ouder dan 89 jaar). Adjuvante bestraling werd gebruikt in 63,3% na BCS en 18% na mastectomie, met vergelijkbare trends van omissie voor patiënten in hogere leeftijdsgroepen.

De onderzoekers concluderen dat slechts een kleine minderheid van oudere vrouwen met ER-positief HER2-negatief mammacarcinoom niet-chirurgisch management krijgt.

1.Tejera D, Rana M, Basik M et al. Population-based analysis of non-operative management and treatment patterns in older women with estrogen receptor-positive breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the SEER database (2010-2016) found that among women aged 70 years or older with stage I-III ER-positive HER2-negative breast cancer 6.2% of patients underwent non-operative management. Omission of axillary staging and adjuvant radiation were used in a minority of eligible women undergoing lumpectomy.




  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van radioembolisatie met chemotherapie voor levermetastasen van colorectaalcarcinoom (0)
2021-09-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EPOCH study CLM TARE combined with second-line chemotherapy
Dr. Riad SalemIn ongeveer 60% van de patiënten met colorectaalcarcinoom wordt na verloop van tijd levermetastase gezien. Niet-chirurgische locoregionale benadering van levermetastasen van colorectaalcarcinoom (CLM) toegevoegd aan systemische therapie zou deze patiënten klinisch relevant profijt kunnen bieden. De multinationale fase 3-studie EPOCH heeft Yttrium-90 transarteriële radioembolisatie (TARE) toegevoegd aan standaard tweedelijns chemotherapie voor CLM geëvalueerd. Dr. Riad Salem (Northwestern University Chicago, IL) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

EPOCH werd uitgevoerd in 95 centra in Noord-Amerika, Europa, en Azië. De studie includeerde CLM-patiënten met progressie op eerstelijns oxaliplatine- of irinotecan-gebaseerde therapie. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar tweedelijns chemotherapie met (n=187) of zonder (n=191) TARE. De twee primaire eindpunten waren centraal-beoordeelde progressievrije overleving (PFS) en lever-progressievrije overleving (hPFS).

De mediane PFS was 8,0 maanden in de TARE-groep versus 7,2 maanden in de controlegroep (HR 0,69; p=0,0013). De mediane hPFS was 9,1 maanden in de TARE-groep versus 7,2 maanden in de controlegroep (HR 0,59; p<0,001). De objective response rate was 34,0% in de TARE-groep versus 21,1% in de controlegroep (p=0,0019). De mediane overall survival was 14,0 maanden in de TARE-groep versus 14,4 maanden in de controlegroep (p=0,72). Graad 3 adverse events waren meer frequent in de TARE-groep dan in de controlegroep (68,4% versus 49,3%).

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van TARE aan tweedelijns systemische therapie voor CLM resulteerde in langere PFS en hPFS. Nadere studies zijn vereist om patiëntengroepen te identificeren met optimaal profijt van TARE.

1.Mulcahy MF, Mahvash A, Pracht M et al. Radioembolization with chemotherapy for colorectal liver metastases: a randomized, open-label, international, multicenter, phase III trial. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 EPOCH study evaluated transarterial radioembolization (TARE) added to second-line chemotherapy for colorectal liver metastases (CLM). Addition of TARE to chemotherapy resulted in longer median PFS and longer median hepatic PFS, but not longer overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale gerandomiseerde studie van sunitinib voor progressief maligne feochromocytoom en paraganglioom (0)
2021-09-21 13:30   ( Nieuws )
Tags:  FIRSTMAPPP study malignant pheochromocytoma and paraganglioma sunitinib
Dr.Éric BaudinMaligne feochromocytoom en paraganglioom (MPP) is een zeldzame maligniteit, met een jaarlijkse incidentie van minder dan één per miljoen personen. Vanwege de lage incidentie zijn tot op heden geen gerandomiseerde studies van MPP gepubliceerd. Dr.Éric Baudin (Gustave Roussy Cancer Campus, Villejuif) presenteert op ESMO 2021 de resultaten van FIRSTMAPPP, de eerste gerandomiseerde studie van MPP.1

FIRSTMAPPP werd uitgevoerd in vijftien centra in vier landen (Duitsland, Frankrijk, Italië, en Nederland). Over een periode van acht jaar includeerde de studie 78 patiënten met progressief MPP. De gemiddelde leeftijd was 53 jaar, en 60% van de patiënten had eerdere behandeling gekregen. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar sunitinib 37,5 mg eenmaal daags (n=39) of placebo (n=39). Het primaire eindpunt was percentage progressievrije patiënten na twaalf maanden. PFS12 was 35,9% met sunitinib versus 18,9% met placebo, waarmee de studie voldeed aan het vooraf-gedefinieerde criterium voor werkzaamheid van sunitinib. De mediane PFS was 8,9 maanden (95%-bti 5,5-12,7) met sunitinib versus 3,6 maanden (3,1-6,1) met placebo. Redenen voor discontinuering waren adverse events of progressie (14% respectievelijk 64% met sunitinib versus 0% respectievelijk 86% met placebo). De meest-frequente graad 3 of 4 AEs waren asthenie/vermoeidheid (18% versus 3%) en hypertensie (10% versus 6%). In beide armen overleed één patiënt tijdens de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat sunitinib een optie is voor patiënten met progressief MPP.

1.Baudin É et al. ESMO 2021, abstr. 567O

Summary: The multinational FIRSTMAPPP study is the first randomized study of malignant pheochromocytoma and paraganglioma, comparing sunitinib versus placebo. Median PFS was 8.9 months with sunitinib versus 3.6 months with placebo. The study provided the highest level of evidence ever reached in this very rare cancer. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)