Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 3-studie van adjuvant melatonine voor preventie van recidief na resectie van NSCLC (0)
2021-03-01 13:36   ( Nieuws )
Tags:  AMPLCaRE study melatonin after lung cancer resection
Dr. Dugald SeelyNa resectie met curatieve intentie van niet-kleincellig longcarcinoom wordt in teveel patiënten recidief gezien dat resulteert in mortaliteit. Er zijn aanwijzingen voor werkzaamheid van melatonine voor NSCLC, maar het effect van adjuvant melatonine is niet bekend. De fase 3-studie AMPLCaRE in Canada heeft de impact van adjuvant melatonine na complete resectie van NSCLC op het risico van recidief geëvalueerd. Dr. Dugald Seely (Ottawa Integrative Cancer Centre) en collega’s publiceren de studie in EClinicalMedicine.1



AMPLCaRE werd uitgevoerd in acht Canadese centra. De studie includeerde 709 patiënten die na resectie gedurende een jaar eens per dag melatonine 20 mg (n=356) of placebo (n=353) kregen. Het eindpunt van de studie was twee-jaars ziektevrije overleving. Onder alle patiënten tezamen was melatonine niet geassocieerd met statistisch significant betere twee-jaars DFS (HR 1,01; p=0,94) of vijf-jaars DFS (HR 0,97; p=0,84). De figuur laat zien dat onder patiënten met geresecteerd stadium III/IV NSCLC de vijf-jaars DFS wel significant beter was in de melatonine-groep (HR 0,75; p=0,005). Er waren geen verschillen tussen beide groepen in adverse events of kwaliteit van leven.

De onderzoekers concluderen dat adjuvant melatonine na resectie van NSCLC niet resulteerde in betere DFS onder alle patiënten. Er zou wel een effect kunnen zijn onder patiënten met geresecteerd stadium III of IV NSCLC.

  • 1.Seeley D, Legacy M, Auer RC et al. Adjuvant melatonin for the prevention of recurrence and mortality following lung cancer resection (AMPLCaRE): a randomized placebo controlled clinical trial.

Summary: The phase 3 AMPLCaRE study in Canada evaluated one year of adjuvant melatonin after complete resection of NSCLC. There was no effect of melatonin on DFS for patients with resected stage I/II NSCLC, but in patients with resected stage III/IV NSCLC melatonin resulted in hazard reduction of 25% in five-year DFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cyclofosfamide verlaagt incidentie van aGVHD in post-transplantie ICI-behandeld AML of MDS (0)
2021-03-01 13:00   ( Nieuws )
Tags:  AML or MDS post-transplantation ICIs cyclophosphamide for prevention of aGVHD
Dr. Chantal SaberianImmuuncheckpointremmers (ICIs) kunnen worden gebruikt na allogene hematopoïetische stamceltransplantatie (alloHCT) om immuundysfunctie tegen te gaan. ICIs na alloHCT zijn echter ook geassocieerd met verhoogd risico van graft-versus-host disease (GVHD). Een retrospectieve studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de associatie tussen GVHD-profylaxe en frequentie van GVHD in patiënten die ICIs kregen na alloHCT voor AML of MDS. Dr. Chantal Saberian en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde zestien patiënten met AML en vijf patiënten met MDS die ICIs kregen na alloHCT. Twaalf patiënten kregen post-transplantatie cyclofosfamide (PTCy) als GVHD-profylaxe en negen patiënten kregen tacrolimus en methotrexaat. In vier patiënten kwam acute GVDH tot ontwikkeling. De incidentie van aGVHD was alleen geassocieerd met het type van post-transplantatie GVHD-profylaxe; er waren geen associaties met stamcelbron, donortype, leeftijd, conditioneringsregime, en geschiedenis van GVHD. Na controle voor comorbiditeiten en tijd tussen transplantatie en start van de ICI was PTCy geassocieerd met 90% verlaagd risico van aGVHD (HR 0,1; p=0,01) zonder ongunstige impact op progressievrije overleving of overall survival.

De onderzoekers concluderen dat ICI-therapie na alloHCT voor AML of MDS veilig en feasible was, en dat PTCy de incidentie van aGVHD verlaagde.

  • 1.Saberian C, Abdel-Wahab N, Abudayyeh A et al. Post-transplantation cyclophosphamide reduces the incidence of acute graft-versus-host disease in patients with acute myeloid leukemia/myelodysplastic syndromes who receive immune checkpoint inhibitors after allogeneic hematopoietic stem cell transplantation. J ImmunoTher Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that ICI therapy after allogeneic hematopoietic stem cell transplantation for AML or MDS was safe and feasible. Post-transplantation cyclophosphamide decreased the incidence of acute GVHD without compromising PFS or OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Verschillende uitkomsten met binimetinib voor NRAS codon 12/13- versus NRAS codon 61-gemuteerde maligniteiten (0)
2021-02-28 16:00   ( Nieuws )
Tags:  binimetinib for NRAS-mutated cancers codon 12 13 versus codon 61 mutation
Dr. James ClearyPreklinische en vroege klinische gegevens suggereren dat downstream remming met een MEK-remmer zoals binimetinib werkzaam kan zijn in NRAS-gemuteerde maligniteiten. Het subprotocol Z1A van de fase 2-studie NCI-MATCH heeft binimetinib voor NRAS-gemuteerde maligniteiten (behalve melanoom) geëvalueerd. Dr. James Cleary (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren resultaten van het subprotocol in Clinical Cancer Research.1

Het subprotocol includeerde 47 patiënten met een refractaire solide tumor met mutatie in NRAS codon 12, 13 of 61. De patiënten kregen binimetinib 45 mg tweemaal per dag monotherapie. De toxiciteit was matig; 30% van de patiënten discontinueerden de behandeling wegens binimetinib-geassocieerde toxiciteit. Het primaire eindpunt van de studie was objective response rate. Partiële respons werd gezien in één patiënt, voor een ORR 2,1%. Deze respons werd gezien in een patiënt met maligne ameloblastoom met NRAS codon 61-mutatie. Een patiënt met NRAS codon 61-gemuteerd colorectaalcarcinoom had een niet-bevestigde partiële respons, en twee andere patiënten met NRAS codon 61-gemuteerd colorectaalcarcinoom hadden stabiele ziekte gedurende tenminste twaalf maanden. In exploratieve analyse werd gezien dat patiënten met NRAS codon 61-gemuteerde tumoren (n=8) significant langere OS (p=0,03) en PFS (p=0,007) hadden dan patiënten met NRAS codon 12/13-gemuteerde tumoren (n=16).

De onderzoekers concluderen dat binimetinib monotherapie geen veelbelovende werkzaamheid had voor NRAS-gemuteerde maligniteiten. De waarneming van langere PFS en OS van patiënten met tumoren met codon 61-mutatie verdient nadere bestudering.

  • 1.Cleary JM, Wang VX, Heist RS et al. Differential outcomes in codon 12/13 and codon 61 NRAS-mutated cancers in the phase 2 NCI-MATCH trial of binimetinib in patients with NRAS-mutated tumors. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: The subprotocol Z1A of the phase 2 study NCI-MATCH evaluated the MEK inhibitor binimetinib for NRAS-mutated cancers. Binimetinib did not show promising effects (ORR 2.1%) except among patients with tumors with mutations in NRAS codon 61, who had significantly longer OS (p=0.03) and PFS (p=0.007) than patients with tumors with mutations in NRAS codons 12 or 13.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van uitstel van chirurgie na neoadjuvante chemotherapie op oncologische uitkomsten van HNSCC (0)
2021-02-28 14:30   ( Nieuws )
Tags:  head and neck squamous cell carcinoma timing of surgery after neoadjuvant chemotherapy
Dr. Carol LewisNeoadjuvante chemotherapie (NACT) voor squameus celcarcinoom van hoofd en hals (HNSCC) wordt toegepast voor downstaging van gevorderde ziekte en voor het verlagen van het risico van afstandsmetastase (DM). Er is geen informatie over de impact van tijd tot chirurgie (TTS) na NACT voor HNSCC op oncologische uitkomsten. Een retrospectieve studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft deze impact onderzocht. Dr. Carol Lewis en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde alle MDACC-patiënten die tussen maart 2016 en maart 2019 NACT gevolgd door chirurgie met curatieve intentie ondergingen voor HNSCC (n=100). De mediane follow-up was 24,7 maanden. ROC-analyse identificeerde 34 dagen als beste cutoff waarde voor TTS. Vergeleken met TTS korter dan 34 dagen was langere TTS niet geassocieerd met drie-jaars overall survival en drie-jaars locoregionaal recidiefpercentages, maar wel met significant slechter drie-jaars DM-percentage (56% versus 90%; p=0,001) en significant lager drie-jaars ziektevrije-overlevingspercentage (26% versus 64%; p=0,006). Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met slechter drie-jaars DM-percentage waren TTS 34 dagen of langer (HR 4,92; 95%-bti 1,84-13,13) en extracapsulaire extensie (HR 3,01; 95%-bti 1,13-8,00). De enige onafhankelijke voorspeller voor TTS 34 dagen of langer was meer dan 10% verlies van lichaamsgewicht (HR 5,53; 95%-bti 1,02-30,24).

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat vroege chirurgie na NACT voor HNSCC geassocieerd was met betere oncologische uitkomsten.

  • 1.Kiong KL, Yao CMKL, Lin F-Y et al. Delay to surgery after neoadjuvant chemotherapy in head and neck squamous cell carcinoma affects oncologic outcomes. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) investigated impact of time to surgery after neoadjuvant chemotherapy for HNSCC on oncologic outcomes. Compared with TTS less than 34 days, longer TTS was not associated with 3-year OS or 3-year locoregional recurrence rates, but was associated with significantly worse 3-year distant metastasis rate (56% versus 90%; p=0.001) and worse 3-year DFS (26% versus 64%; p=0.006).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van olaparib voor solide tumoren met IDH1/IDH2-mutaties (0)
2021-02-28 13:00   ( Nieuws )
Tags:  IDH1 IDH2-mutant solid tumors olaparib
Prof. Joseph EderTumoren met neomorfe mutaties in IDH1 of IDH2 hebben gestoord herstel van homologe-recombinatieschade, resulterend in gevoeligheid voor PARP-remming. De Olaparib Combination Trial is een fase 2-studie van de PARP-remmer olaparib monotherapie voor solide tumoren met IDH1/2-mutaties, met objectieve respons en klinisch profijt als primaire eindpunten. Prof. Joseph Eder (Yale School of Medicine, New Haven CT) en collega’s publiceren resultaten van de studie in JCO Precision Oncology.1

De studie includeerde vijf patiënten met chondrosarcoom, één patiënt met pulmonair epitheloïd hemangio-endothelioom, en vier patiënten met cholangiocarcinoom, alle met next-generation sequencing gedetecteerde IDH1/2-mutaties. De patiënten kregen olaparib 300 mg tweemaal daags. Onder de vijf patiënten met chondrosarcoom was er één met partiële respons en twee met stabiele ziekte gedurende langer dan 7 maanden, voor een CBR 60%. De patiënt met hemangio-endothelioom had stabiele ziekte gedurende 11 maanden. Onder de patiënten met cholangiocarcinoom was er geen met klinisch profijt.

De onderzoekers concluderen dat de behandeling veilig was, en dat er aanwijzingen waren voor activiteit van olaparib voor IDH1/2-gemuteerd chondrosarcoom en pulmonair epitheloïd hemangio-endothelioom.

  • 1.Eder JP, Doroshow DB, Do KT et al. Clinical efficay of olaparib in IDH1/IDH2-mutant mesenchymal sarcomas. JCO Precision Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The Olaparib Combination Trial evaluated olaparib for solid tumors with IDH1/2-mutations. The treatment was safe, and there was preliminary evidence of efficacy in three of five patients with mesenchymal sarcomas and in one of one patient with pulmonary epitheloid hemangioendothelioma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve evaluatie van cardiotoxiciteit van doxorubicine voor gevorderd wekedelensarcoom (0)
2021-02-27 16:00   ( Nieuws )
Tags:  ANNOUNCE trial soft tissue sarcoma cardiotoxicity of doxorubicin
Prof. Robin JonesEr is geen duidelijkheid over de cardiotoxiciteit van anthracyclines in patiënten met sarcoom. Een analyse in het cohort van de multinationale fase 3-studie ANNOUNCE heeft cardiotoxiciteit van doxorubicine in patiënten met gevorderd wekedelensarcoom (STS) prospectief onderzocht. Prof. Robin Jones (Institute of Cancer Research, London UK) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Cancer Research.1

ANNOUNCE includeerde anthracycline-naïeve patiënten met lokaal-gevorderd of metastatisch STS en LVEF tenminste 50%. De patiënten kregen ten hoogste acht cycli doxorubicine 75 mg/m2. Cardioprotectief dexrazoxaan kon worden toegevoegd als de behandelaar dat wenselijk achtte. Eindpunten waren symptomatische cardiale adverse events en verslechtering van de LVEF, gedefinieerd als afname tot lager dan 50% of afname met meer dan 10% vanaf de baseline waarde.

Er waren 504 patiënten die tenminste één cyclus doxorubicine kregen. De mediane cumulatieve dosering was 450,3 mg/m2 (range 72,3-634,0). Er waren 153 patiënten die minder dan 450 mg/m2 kregen, 159 patiënten die 450 tot 600 mg/m2 kregen, en 89 patiënten die 450 tot 600 mg/m2 kregen. Dexrazoxaan werd meer frequent toegevoegd bij hogere cumulatieve doxorubicinedosering (in 38,6% van de patiënten die minder dan 450 mg/m2 kregen; 88,5% van de patiënten die 450 tot 600 mg/m2 kregen; en 90% van de patiënten die 600 mg/m2 of meer kregen).

De mediane follow-up voor cardiotoxiciteit was 28 weken. Verslechtering van de LVEF werd gezien in 40,5% van de patiënten met een cumulatieve dosering tot 450 mg/m2; in 51,6% van de patiënten met cumulatieve dosering 450 tot 600 mg/m2; en in 56,2% van de patiënten met cumulatieve dosering hoger dan 600 mg/m2. Graad 3 of hoger cardiale AEs werden gezien in 2%, 3%, en 1,1% in de drie groepen.

De onderzoekers concluderen dat de follow-up kort was, maar dat de analyse suggereert dat in de context van coadministratie van dexrazoxaan doxorubicine voor gevorderd STS kan worden gegeven in cumulatieve dosering hoger dan 450 mg/m2.

  • 1.Jones RL, Wagner AJ, Kawai A et al. Prospective evaluation of doxorubicin cardiotoxicity in advanced soft tissue sarcoma patients treated in the ANNOUNCE phase 3 randomized trial. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: Prospective evaluation of cardiotoxicity of doxorubicin for advanced soft tissue sarcoma in the phase 3 ANNOUNCE trial suggests that doxorubicin can be administered at high cumulative doses (> 450 mg/m2) with a low rate of cardiotoxicities, in the context of dexrazoxane co-administration.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van risico-aangepaste therapie voor pediatrisch Hodgkin lymfoom op lange-termijn risico van morbiditeit (0)
2021-02-27 14:30   ( Nieuws )
Tags:  risk-adapted therapy for pediatric Hodgkin lymphoma impact on long-term risk of morbidity
Prof. Kevin OeffingerDe behandelingen voor pediatrisch Hodgkin lymfoom (HL) zijn sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw aanzienlijk veranderd. Het is denkbaar dat deze invoering van risico-aangepaste behandeling heeft geleid tot verlaging van het risico van ernstige morbiditeit in overlevers. Een analyse in het cohort van de Childhood Cancer Survivor Study heeft deze veronderstelling getoetst. Prof. Kevin Oeffinger (Duke University, Durham NC) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde 2996 tenminste vijf-jaar overlevers van pediatrisch HL dat was gediagnostiseerd tussen begin 1970 en eind 1999. De overlevers waren bij inclusie gemiddeld 35,6 jaar oud (range 12-58). De cumulatieve incidentie van any graad 3 tot en met 5 aandoening op de leeftijd 35 jaar was 31,4% (95%-bti 29,2-33,5), met een tweemaal hogere waarschijnlijkheid van graad 3 tot en met 5 aandoeningen onder vrouwelijke overlevers dan onder mannelijke overlevers (HR 2,1; 95%-bti 1,8-2,4).

Tussen de 1970s en de 1990s was er een 20% afname (HR 0,8; 95%-bti 0,7-0,9) in decennium-specifiek risico van een graad 3 tot en met 5 aandoening (p voor trend 0,002). Overlevers die een recidief doorgemaakt hadden en/of hematopoïetische celtransplantatie hadden ondergaan, en overlevers die high-dose extended field radiotherapy hadden gekregen hadden een verhoogd risico van graad 3 tot en met 5 aandoeningen (HR 1,2; 95%-bti 0,9-1,5). Vergeleken met overlevers die waren behandeld met chest radiotherapy 35 Gy of meer in combinatie met anthracycline of alkylerend agens hadden overlevers die moderne behandeling voor laag- of intermediair-risico HL 40% lager risico van graad 3 tot en met 5 aandoeningen (HR 0,6; 95%-bti 0,4-0,8).

De onderzoekers concluderen dat risico-aangepaste therapie voor pediatrisch HL geresulteerd heeft in significante afname van ernstige lange-termijn uitkomsten.

  • 1.Oeffinger KC, Stratton KL, Hudson MM et al. Impact of risk-adapted therapy for pediatric Hodgkin lymphoma on risk of long-term morbidity: a report from the Childhood Cancer Survivor Study. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the Childhood Cancer Survivor Study found that risk-adapted therapy for pediatric Hodgkin lymphoma has resulted in a significant reduction in serious long-term outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen chemotherapie en risico van ziekte van Alzheimer in overlevers van colorectaalcarcinoom (0)
2021-02-27 13:00   ( Nieuws )
Tags:  chemotherapy for CRC risk of Alzheimers disease in survivors
Dr. Igor AkushevichEr zijn tegenstrijdige aanwijzingen voor de aard van de associaties tussen chemotherapie voor colorectaalcarcinoom (CRC) en het risico van de ziekte van Alzheimer (AD) en andere neurocognitieve aandoeningen (ND) in overlevers. Een analyse van de SEER-Medicare database heeft deze associaties geïnventariseerd. Dr. Igor Akushevich (Duke University, Durham NC) en collega’s publiceren de analyse in JCO Oncology Practice.1



In de database identificeerden de onderzoekers 135.834 patiënten met een CRC-diagnose na de leeftijd 65 jaar tussen begin 1998 en eind 2007. In inverse probability weighting-gecorrigeerde analyse was gebruik van chemotherapie geassocieerd met verlaagd risico van AD (HR 0,791; 95%-bti 0,758-0,824) en verlaagd risico van de meerderheid van de overige ND inclusief AD-gerelateerde ziekten (HR 0,823; 95%-bti 0,802-0,844), permanente dementie (HR 0,807; 95%-bti 0,782-0,832), en seniele dementie (HR 0,772; 95%-bti 0,745-0,801). Chemotherapie was geassocieerd met verhoogd risico van cerebrale degeneratie exclusief AD (HR 1,067; 95%-bti 1,033-1,102). De associatie van chemotherapie met AD bleef bestaan na stratificatie voor chemotherapie-agens, en bleef significant tot zes jaar na de diagnose.

De onderzoekers concluderen dat gebruik van chemotherapie voor CRC na leeftijd 65 jaar geassocieerd was met verlaagd risico van AD en andere ND in overlevers.

  • 1.Akushevich I, Yaskin AP, Kravchenko J, Kertai MD. Chemotherapy and the risk of Alzheimer’s disease in colorectal cancer survivors: evidence from the Medicare system. JCO Oncology Practice 2021; epub ahead of print




  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)