Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Lange-termijn follow-up van patiënten met nodulair lymfocyten-predominant Hodgkin lymfoom (0)
2019-10-20 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NLPHL long-term follow-up
Prof. Andreas EngertDe optimale behandeling van niet-gediagnostiseerd nodulair lymfocyten-predominant Hodgkin lymfoom (NLPHL) is niet goed gedefinieerd. Een retrospectieve analyse van studies van de Deutsche Hodgkin Studiengruppe (GHSG) heeft lange-termijn uitkomsten geïnventariseerd van patiënten die verschillende eerstelijns behandeling hadden gekregen voor NLPHL. Prof. Andreas Engert (Universiteit van Keulen) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

In de gerandomiseerde studies HD7 tot en met HD15 van de GHSG werden 471 patiënten met nieuw-gediagnostiseerd NLPHL stadium-aangepast behandeld. De behandeling bestond uit alleen radiotherapie, alleen chemotherapie, of gecombineerde-modaliteit benaderingen. Er waren 251 patiënten met vroeg-stadium, 76 patiënten met intermediair-stadium, en 144 patiënten met gevorderd-stadium ziekte. De mediane leeftijd bij diagnose was 39 jaar (range 16-75) en de meeste patiënten waren mannen (75,8%). De mediane follow-up was 9,2 jaar. Voor alle patiënten tezamen was de tien-jaars progressievrije overleving 75,5% en de mediane overall survival 92,1% (vroeg stadium 79,9% en 93,3%; intermediair stadium 72,1% en 96,2%; gevorderd stadium 68,8% en 87,4%). Ontwikkeling van secundaire maligniteit werd gezien in 48 patiënten (10,2%). Er waren 43 patiënten die overleden, onder wie tien aan NPLHL, twintig aan secundaire maligniteiten, en dertien aan oorzaken die mogelijk samenhingen met de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat NLPHL-patiënten die behandeld werden volgens de GHSG-protocollen overall goede uitkomsten hadden. Wel is verdere verbetering van de behandelingen nodig voor het verminderen van toxiciteit in patiënten met standaard-risico ziekte en verbeteren van de prognose van patiënten met hoog-risico ziekte.

1.Eichenauer DA, Plütschow A, Fuchs M et al. Long-term follow-up of patients with nodular lymphocyte-predominant Hodgkin lymphoma treated in the HD7 to HD15 trial: a report from the German Hodgkin Study Group. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A retrospective analysis of the German HD7 to HD15 studies found that patients with nodular lymphocyte-predominant Hodgkin lymphoma, who had received HL-directed first-line treatment in randomized German Hodgkin Study Group trial protocols, overall had a good outcome (10-years PFS 75.5%; 10-years OS 92.1%). Treatment optimization is necessary to reduce toxicity in standard-risk patients and to improve prognosis in high-risk patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van prediagnostisch gebruik van 5-ARIs en prostaatcarcinoom-specifieke mortaliteit (0)
2019-10-20 13:29   ( Nieuws )
Tags:  5α-reductase inhibitors prostate cancer mortality
Dr. Brent RoseRemmers van 5α-reductase (5-ARIs) worden gebruikt voor de behandeling van benigne prostaatvergroting. Ze verlagen ook PSA-gehalten met ongeveer 50%. Eerder dit jaar is gepubliceerd dat onder Amerikaanse militaire veteranen gebruik van 5-ARIs geassocieerd was met uitstel van diagnose van prostaatcarcinoom (PC), hogere graad en stadium bij presentatie, en slechtere PC-specifieke mortaliteit (PCSM). Dezelfde onderzoekers hebben nu de hypothese getoetst dat deze waarnemingen generaliseerbaar zijn naar de algemene bevolking. Dr. Brent Rose (University of California, La Jolla) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Network Open.1



In de SEER-database identificeerden de onderzoekers 30.313 patiënten met een diagnose stadium I tot en met IV prostaatcarcinoom (met bij diagnose bekend PSA-niveau) tussen begin 2008 en eind 2013, en tenminste een jaar voor de diagnose verzekerd via Medicare (zodat gebruik van finasteride of dutasteride kon worden nagegaan). De mediane follow-up was 3,75 jaar (IQR 2,33-5,25). Onder deze patiënten waren er 2373 (7,83%) met gebruik van 5-ARIs vanaf tenminste zes maanden voor de diagnose, met een mediane duur van gebruik van 2,46 jaar (IQR 1,45-3,74). De vier-jaars cumulatieve PCSM was 5,3% in gebruikers van 5-ARIs versus 2,8% in niet-gebruikers van 5-ARIs.

Vergeleken met niet-gebruikers hadden gebruikers een hogere waarschijnlijkheid van hogere graad bij presentatie (Gleason score 8-10; 18% versus 29%; p<0,001), hoog-risico ziekte (28% versus 38%; p<0,001), klinisch klierpositieve ziekte (2% versus 3%; p<0,001), en klinisch metastatische ziekte (2% versus 3%; p<0,001). Het mediane gecorrigeerde PSA-niveau bij diagnose was 14,2 ng/ml in gebruikers versus 6,6 ng/ml in niet-gebruikers (p<0,001). Gebruik van 5-ARIs was geassocieerd met verhoogd risico van PCSM (subdistributie HR 1,38; p=0,005) en all-cause mortaliteit (HR 1,15; p=0,04) maar niet other-cause mortaliteit (HR 1,06; p=0,47).

De onderzoekers concluderen dat gebruik van 5-ARIs geassocieerd was met diagnose van PC in een later stadium en verhoogde PCSM.

1.Kumar A, Nalawade V, Riviere P et al. Association of treatment with 5α-reductase inhibitors and prostate cancer mortality among older adults. JAMA Network Open 2019;2:e1913612

Summary: An analysis of the SEER database found that among prostate cancer patients use of 5-α reductase inhibitors before the diagnosis was associated with an increased risk of prostate cancer-specific mortality (subdistribution HR 1.38; p=0.005) and all-cause mortality (HR 1.15; p=0.04) but not with noncancer mortality (HR 1.06; p=0.47).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van chemoradiotherapie-regimes met overleving van locoregionaal-gevorderd nasofarynxcarcinoom (0)
2019-10-20 12:00   ( Nieuws )
Tags:  NPC chemoradiotherapy
Er is geen consensus over de waarde van inductiechemotherapie (IC) of adjuvante chemotherapie (AC) in de behandeling van locoregionaal-gevorderd nasofarynxcarcinoom (NPC). Een systematisch overzicht en meta-analyse van de literatuur heeft deze waarde onderzocht. Prof. Jie Tian (Chinese Akademie van Wetenschappen) en collega’s publiceren de meta-analyse online in JAMA Network Open.1

In de literatuur tot en met mei 2019 vonden de onderzoekers 28 voor het onderwerp relevante gerandomiseerde studies, met tezamen 8036 patiënten (mediane leeftijd 46,5 jaar; 73,1% mannen). In de meta-analyse was concurrente chemoradiotherapie (CCRT) vergeleken met alleen radiotherapie geassocieerd met significant betere overall survival, progressievrije overleving, afstandsmetastasevrije overleving, en locoregionaal-recidiefvrije overleving. Additionele IC was geassocieerd met verdere verbetering van OS (HR 0,84; 95%-bti 0,74-0,95), PFS (HR 0,73; 95%-bti 0,64-0,84), DMFS (HR 0,67; 95%-bti 0,59-0,78), en LRFS (HR 0,74; 95%-bti 0,64-0,85). Deze resultaten werden consistent gezien in subgroep-analyses van studies met tenminste 250 deelnemers, studies met mediane follow-up langer dan vijf jaar, en studies met laag risico van bias. Additionele AC was niet geassocieerd met verbeterde uitkomsten. Deze conclusies werden bevestigd in trial sequential analysis.

De onderzoekers concluderen dat CCRT vergeleken met alleen RT voor locoregionaal-gevorderd NPC geassocieerd was met betere uitkomsten. Toevoegen van IC, maar niet AC, was geassocieerd met verdere verbetering.

1.Zhang B, Li MM, Chen WH et al. Association of chemoradiotherapy regimens and survival among patients with nasopharyngeal carcinoma. A systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2019;2:e1913619

Summary: A meta-analysis of 28 randomized trials (8036 patients with locoregionally advanced nasopharyngeal carcinoma) found that concurrent chemoradiotherapy compared to radiotherapy alone was associated with improved survival outcomes. Additional induction chemotherapy, but not adjuvant chemotherapy, was associated with further improvement of outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie van laat recidief van adjuvant trastuzumab-behandeld HER2-positief mammacarcinoom (0)
2019-10-19 15:00   ( Nieuws )
Tags:  combined analysis of N9831 and NSABP B-31 adjuvant trastuzumab for HER2-positive breast cancer
Dr. Saranya ChumsriHet risico van laat recidief van HR-positief HER2-negatief mammacarcinoom is redelijk goed gedefinieerd, maar het risico van laat recidief van met adjuvant trastuzumab behandeld HER2-positieve ziekte is niet goed bekend. Een gecombineerde analyse van de studies NCCTG N9831 en NRG Oncology/NSABP B-31 heeft dit risico onderzocht. Dr. Saranya Chumsri (Mayo Clinic, Jacksonville FL) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde 3177 patiënten met HER2-positief mammacarcinoom die werden behandeld met alleen adjuvante chemotherapie of adjuvante chemotherapie plus trastuzumab. Overall was HR-positieve vergeleken met HR-negatieve ziekte onder deze HER2-positieve patiënten geassocieerd met betere recidiefvrije overleving in de eerste vijf jaar na de diagnose (HR 0,65; p<0,001); dit was ook het geval onder trastuzumab-behandelde patiënten (recidief in 10,96% versus 17,48%; HR 0,60; p<0,001). Er was echter geen significant verschil in RFS op basis van HR-status in de jaren vijf tot en met tien (p=0,12). Er was vergelijkbaar profijt van trastuzumab voor HR-positieve en HR-negatieve ziekte (p interactie = 0,87). Onder patiënten met HR-positief HER2-positief mammacarcinoom was er in de jaren vijf tot en met tien een laag risico van recidief (3,23% in patiënten met N0-ziekte en 6,39% in patiënten met N1-ziekte).

De onderzoekers concluderen dat het profijt van adjuvant trastuzumab voor HER2-positief mammacarcinoom gedurende lange tijd aanhield. Er waren verschillende recidiefpatronen voor HR-positieve en HR-negatieve HER2-positieve ziekte, maar met vergelijkbare mate van profijt van adjuvnat trastuzumab.

1.Chumsri S, Li Z, Serle DJ et al. Incidence of late relapses in patients with HER2-positive breast cancer receiving adjuvant trastuzumab: combined analysis of NCCTG N9831 (Alliance) and NRG Oncology/NSABP B-31. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A combined analysis of the studies N9831 and NSABP B-31 found that the benefit of adjuvant trastuzumab for HER2-positive breast cancer persists for a long time. A distinct pattern of recurrence was observed between HR+ and HR- HER2+ disease, but with similar degree of benefit from adjuvant trastuzumab. Risk of recurrence in years 5 to 10 in HR+ HER2+ breast cancer is low, particularly in patients with N0 or N1 disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chemotherapie en risico van volgende maligniteiten in het Childhood Cancer Survivor Study cohort (0)
2019-10-19 13:29   ( Nieuws )
Tags:  chemotherapy for childhood cancer subsequent malignant neoplasms
Dr. Lucie TurcotteTherapeutische bestraling voor maligniteiten in kinderen is de afgelopen decennia afgenomen met een gelijktijdige toename van chemotherapie. Het is niet goed bekend wat deze verschuivingen voor consequenties hebben voor het risico van subsequent malignant neoplasms (SMNs). Een analyse in het cohort van de Childhood Cancer Survivor Study heeft deze consequenties geïnventariseerd. Dr. Lucie Turcotte (University of Minnesota, Minneapolis) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde SMNs (afgezien van niet-melanoom huidkankers) die werden gezien vijf jaar of langer na de initiële diagnose in overlevers van childhood cancer voor de leeftijd van 21 jaar tussen begin 1970 en eind 1999. Het cohort omvatte 7448 patiënten die alleen chemotherapie hadden gekregen, 10.485 patiënten die chemotherapie plus radiotherapie hadden gekregen, 2063 patiënten die alleen radiotherapie hadden gekregen, en 2158 patiënten die geen radiotherapie en geen chemotherapie hadden gekregen. Onder de 1344 overlevers met 1498 SMNs was de mediane leeftijd bij initiële diagnose 7,0 jaar en de mediane leeftijd bij laatste follow-up 31,8 jaar. De dertig-jaar cumulatieve incidentie van SMNs was 3,9% in de alleen-chemotherapiegroep; 9,0% in de chemotherapie plus radiotherapiegroep; 10,8% in de alleen-radiotherapiegroep; en 3,4% in de neither-groep.

De alleen-chemotherapie overlevers hadden een bijna driemaal verhoogd SMN-risico vergeleken met de algemene bevolking (SIR 2,8; 95%-bti 2,5-3,2), met significant verhoogde SIRs voor leukemie/lymfoom, mammacarcinoom, wekedelensarcoom, schildkliercarcinoom, en melanoom. De SMN-rate was geassocieerd met > 750 mg/m2 platina (RR 2,7; 95%-bti 1,1-6,5), en er was een doserings-respons associatie tussen alkylerende middelen en SMN-rate (per 5000 mg/m2 RR 1,2; 95%-bti 1,1-1,3). Er was ook een lineaire doserings-responsrelatie tussen anthracyclines en het risico van mammacarcinoom (per 100 mg/m2 RR 1,3; 95%-bti 1,2-1,6).

De onderzoekers concluderen dat overlevers van childhood cancer die alleen chemotherapie kregen, vooral hoge cumulatieve doseringen platina en alkylerende middelen, een verhoogd SMN-risico hadden.

1.Turcotte LM, Liu Q, Yasui Y et al. Chemotherapy and risk of subsequent malignant neoplasms in the Childhood Cancer Survivor Study cohort. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the Childhood Cancer Survivor Study cohort found that childhood cancer survivors treated with chemotherapy only, particularly higher cumulative doses of platinum and alkylating agents, face increased risk of subsequent malignant neoplasms.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van pretreatment vitamine D-deficiëntie met uitkomsten van Hodgkin lymfoom (0)
2019-10-19 11:59   ( Nieuws )
Tags:  Hodgkin lymphoma pretreatment vitamin D deficiency
Dr. Sven BorchmannVitamine D-deficiëntie (< 30 nmol/l) wordt gezien als een modificeerbare risicofactor voor incidentie en mortaliteit van veel maligniteiten, maar er zijn op dit punt geen gegevens met betrekking tot Hodgkin lymfoom. Een analyse van prospectieve studies van de Deutsche Hodgkin Studiengruppe heeft de associatie tussen pretreatment vitamine D-deficientie en de uitkomsten van HL onderzocht. Dr. Sven Borchmann (Universiteit van Keulen) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

Onder de 351 patiënten die werden behandeld in de studies HD7, HD8, en HD9 was 50% voor aanvang van de behandeling vitamine D-deficient. Pretreatment vitamine D-deficiëntie was meer frequent in patiënten met recidiverende of refractaire ziekte dan in gematchte recidiefvrije controlepatiënten (68% versus 41%; p<0,001; mediane baseline vitamine D 21,4 nmol/l versus 35,5 nmol/l). Consistent over alle drie de studies en behandelingsgroepen was baseline vitamine D-deficiëntie versus sufficiëntie geassocieerd met slechtere progressievrije overleving (tien-jaars verschil 17,6%; HR 2,13; p<0,001) en overall survival (tien-jaars verschil 11,1%; HR 1,82; p<0,001).

Deze resultaten zouden kunnen wijzen op een invloed van de vitamine D-status op chemosensitiviteit van HL. In preklinische experimenten zagen de onderzoekers een antiproliferatief effect van calcitriol op HL-cellijnen. In een HL-xenograft diermodel was vitamine D-suppletie geassocieerd met verhoogde chemosensitiviteit van de tumoren.

De onderzoekers concluderen dat pretreatment vitamine D-deficiëntie geassocieerd was met slechtere PFS en OS van HL-patiënten.

1.Borchmann S, Cirillo M, Goergen H et al. Pretreatment vitamin D deficiency is associated with impaired progression-free and overall survival in Hodgkin lymphoma. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of three prospective studies by the German Hodgkin Study Group found that among patients with Hodgkin lymphoma pretreatment vitamin D deficiency (< 30 nmol/l) was associated with impaired progression-free and overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinisch-genomische classifier voorspelt noodzaak van geïntensiveerde locoregionale behandeling na BCS voor mammacarcinoom (0)
2019-10-18 15:00   ( Nieuws )
Tags:  optimal RT strategy after breast-conserving surgery clinicogenomic classifier
Dr. Martin SjöströmDe meeste patiënten die borstsparende chirurgie (BCS) ondergaan voor vroeg-stadium mammacarcinoom worden behandeld met adjuvante radiotherapie (RT) om locoregionaal recidief (LRR) te voorkomen. Er zijn tot op heden geen genomische tools voor het selecteren van de optimale RT-strategie. Een analyse van drie datasets van genexpressie van patiënten die RT kregen na BCS, van wie gedetailleerde informatie over lokaal recidief beschikbaar was, resulteerde in het ontwikkelen van de Adjuvant Radiotherapy Intensification Classifier (ARCTIC) die geassocieerd was met de noodzaak van geïntensiveerde locoregionale behandeling voor de preventie van recidief. ARCTIC is vervolgens gevalideerd in het cohort van de Zweedse SweBCG91-RT studie (n=748; whole-breast RT versus geen RT na BCS). Dr. Martin Sjöström (Universiteit van Lund, Zweden) en collega’s publiceren ARCTIC online in het Journal of Clinical Oncology.1

ARCTIC is gebaseerd op de expressie van 27 genen in tumoren en leeftijd van de patiënt. De classifier was highly prognostic voor LRR in patiënten die RT kregen (HR 3,4; p<0,001) en voorspellend voor het profijt van RT (p voor interactie = 0,005). Patiënten met lage ARCTIC-scores hadden veel profijt van RT (HR 0,33; p<0,001; tien-jaars cumulatieve incidentie van LRR 6% versus 21%), terwijl patiënten met hoge ARCTIC-scores minder profijt hadden van RT (HR 0,73; p=0,23; tien-jaars cumulatieve incidentie van LRR 25% versus 32%).

De onderzoekers concluderen dat ARCTIC vrouwen identificeerde met substantieel profijt van RT als ook vrouwen met sterk verhoogd LRR risico voor wie whole-breast RT niet voldoende effectief was.

1.Sjöström M, Chang SL, Fishbane N et al. Clinicogenomic radiotherapy classifier predicting the need for intensified locoregional treatment after breast-conserving surgery for early-stage breast cancer. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The Adjuvant Radiotherapy Intensification Classifier (ARCTIC), based on the expression of 27 genes and patient age, identified women with substantial benefit from RT after BCS as well as women with a particularly elevated risk of locoregional recurrence in whom whole-breast RT was not sufficiently effective.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van chemotherapie met of zonder bevacizumab voor recidiverend of metastatisch HNSCC (0)
2019-10-18 14:00   ( Nieuws )
Tags:  R M head and neck cancer chemotherapy with versus without bevacizumab
Prof. Athanassios ArgirisEen multicenter fase 3-studie in de Verenigde Staten heeft de waarde onderzocht van toevoegen van bevacizumab aan recidiverend of metastatisch squameus celcarcinoom van hoofd en hals (R/M HNSCC). Prof. Athanassios Argiris (Thomas Jefferson University, Philadelphia PA) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1 De studie includeerde 403 patiënten met chemotherapie-naïef (of met eerder platina als onderdeel van multimodale therapie die tenmiste vier maanden voor inclusie voltooid was) R/M HNSCC. De patiënten werden gerandomiseerd naar platina-gebaseerde doublet chemotherapie met of zonder intraveneus bevacizumab 15 mg/kg iedere drie weken tot ziekteprogressie. De chemotherapie kon in geval van bereiken van maximale respons na zes cycli worden gediscontinueerd.

De mediane overall survival was 12,6 maanden in de bevacizumab-groep versus 11,0 maanden in de controlegroep (HR 0,87; p=0,22). Na twee jaar waren de OS-percentages 25,2% versus 18,1%; na drie jaar 16,4% versus 10,0%; en na vier jaar 11,8% versus 6,4%. Onder de 365 niet-eerder behandelde patiënten was de mediane OS 14,2 maanden met bevacizumab versus 11,1 maanden zonder bevacizumab (HR 0,82; p=0,10). De mediane progressievrije overleving was 6,0 maanden met bevacizumab versus 4,3 maanden zonder bevacizumab (p=0,0014). De overall response rate was 35.5% versus 24,5% (p=0,016). Toevoegen van bevacizumab aan chemotherapie was geassocieerd met verhoogde toxiciteit, inclusief een hoger percentage patiënten met behandelings-gerelateerde graad 3 tot en met 5 bloedingsgebeurtenissen (6,7% versus 0,5%; p<0,001) en behandelings-gerelateerd overlijden (9,3% versus 3,5%; p=0,022).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van bevacizumab aan chemotherapie niet geassocieerd was met significante verbetering van de OS maar wel van de PFS en ORR, zij het ten koste van hogere toxiciteit.

1.Argiris A, Li S, Savvides P et al. Phase III randomized trial of chemotherapy with or without bevacizumab in patients with recurrent or metastatic head and neck cancer. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 3 study in the USA found no significant OS benefit from addition of bevacizumab to chemotherapy for recurrent or metastatic HNSCC. Adding bevacizumab to chemotherapy did improve the response rate and PFS, although at the cost of increased toxicities.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)