Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter gerandomiseerde fase 2-studie van romyelocel-L tegen infecties tijdens inductietherapie voor AML (0)
2021-06-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  AML romyelocel-L to reduce infection during induction chemotherapy
Dr. Pinkal DesaiStandaard cytotoxische inductiechemotherapie voor AML resulteert in langdurige neutropenie en verhoogd infectierisico. Romyelocel-L is een allogeen myeloïd progenitorcelproduct dat is ontworpen om het infectierisico tijdens deze therapie te verlagen. Een multicenter gerandomiseerde fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft de werkzaamheid van romyelocel-L onderzocht. Dr. Pinkal Desai (Weill Cornell Medical College, New York) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 163 patiënten (leeftijd 55 jaar of ouder) die inductiechemotherapie kregen voor de novo AML. Op dag nul van de inductietherapie werden de patiënten gerandomiseerd naar een behandelingsgroep of een controlegroep. Patiënten in de behandelingsgroep kregen op dag negen romyelocel-L infusie en vanaf dag veertien G-CSF tot het absolute neutrofielgetal weer op het niveau van 500 per μl was. Patiënten in de controlegroep kregen alleen G-CSF vanaf dag veertien. Eindpunten van de studie waren tijd in febriele episode, infecties, en duur van verblijf in het ziekenhuis.

Onder de 120 evalueerbare patiënten was de tijd in febriele episode tussen dag 15 en dag 29 korter in de behandelingsgroep dan in de controlegroep (gemiddeld 2,36 versus 3,90 dagen; p=0,02). Er was een trend van minder microbiologisch en klinisch gedefinieerde infecties in de behandelingsgroep tussen dag 9 en dag 29 (35,6% versus 47,5%; p=0,09) die statistisch significant was tussen dag 15 en dag 29 (6,8% versus 27,9%; p=0,002). Het gebruik van antibacteriële of antifungus middelen tussen dag 9 en dag 29 was significant lager in de behandelingsgroep (44,1% versus 63,9%; p=0,01). De gemiddelde duur van verblijf in het ziekenhuis was 25,5 dagen in de behandelingsgroep versus 28,7 dagen in de controlegroep (p=0,001). Geen van de patiënten in de behandelingsgroep versus twee patiënten in de controlegroep overleden aan infecties. Er werd geen graft-versus-host ziekte gezien.

De onderzoekers concluderen dat romyelocel-L een nieuwe optie kan zijn voor het verminderen van infecties in patiënten die inductiechemotherapie voor AML ondergaan.

1.Desai PM, Brown J, Gill S et al. Open-label phase II prospective, randomized, controlled study of romyelocel-L myeloid progenitor cells to reduce infection during induction chemotherapy for acute myeloid leukemia. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Romyelocel-L is a universal, allogeneic myeloid progenitor cell product designed to reduce infection during induction chemotherapy for AML. A multicenter randomized phase 2 study compared romyelocel-L plus G-CSF versus G-CSF alone in patients undergoing induction chemotherapy for de novo AML. The romyelocel-L plus G-CSF group had shorter time in febrile episode, lower incidence of infections, less antimicrobial use, and shorter hospitalization. The authors conclude that romyelocel-L may provide a new option to reduce infections in patients undergoing induction chemotherapy for AML.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Identificatie en validering van plasma-metabolieten die geassocieerd zijn met progressie van premaligne maaglesies (0)
2021-06-23 14:00   ( Nieuws )
Tags:  precancerous lesions that progress to cancer plasma metabolomic signatures
Metabole deregulering speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van maagcarcinoom (GC). Tot op heden is weinig bekend over metabole profielen in de cascade van maaglesies naar GC. Een bevolkings-gebaseerde studie in de Linqu provincie in China, een hoog-risico gebied voor GC, heeft plasma metabolome signaturen geïdentificeerd die geassocieerd zijn met de ontwikkeling van GC. Prof. Wen-Qing Li (Peking Universiteit, Beijing) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie werd uitgevoerd in twee stadia. Het observationele ontdekkingsstadium includeerde 200 patiënten (62% mannen; gemiddelde leeftijd 56,8 ± 7,5 jaar) met gastrische lesies of GC. In dit stadium werden metabolome profielen van patiënten met gastrische lesies vergeleken met die van GC-patiënten. Er waren zes metabolieten waarvan de plasmaconcentraties significant verschilden tussen patiënten met lesies versus patiënten met hooggradige intraëpitheliale neoplasie of GC (α-linoleenzuur, linolzuur, palmitinezuur, arachidonzuur, sn-1 LysoPC 18:3 en sn-2 LysoPC 20:3). In het prospectieve validatiestadium werden 152 patiënten met gastrische lesies gevolgd gedurende 118 tot 1063 dagen, en vergeleken met 38 patiënten met GC. De plasmagehalten van α-linoleenzuur, (OR 0,42; 05%-bti 0,18-0,98), linolzuur (0,43; 0,19-1,00), en palmitinezuur (0,32; 0,13-0,78) waren significant invers geassocieerd met het risico van progressie van gastrische lesies. Vergeleken met modellen met alleen leeftijd, geslacht, H. pylori-infectie, en gastrische histopathologische kenmerken, resulteerde integratie van deze metabolieten in de modellen in significante verbetering van de performance voor het voorspellen van progressie van lesies (AUC 0,69 versus AUC 0,86; p=0,02) en het risico van vroege GC (AUC 0,61 versus AUC 0,83; p=0,03).

De onderzoekers concluderen dat de geïdentificeerde metabolieten kunnen dienen als biomarkers voor het schatten van het risico van progressie van gastrische lesies.

1.Huang S, Guo Y, Li Z-W et al. Identification and validation of plasma metabolomic signatures in precancerous gastric lesions that progress to cancer. JAMA Network Open 2021; epub ahead of print

Summary: A study in China identified three plasma metabolites (α-linolenic acid, linoleic acid, and palmitic acid) associated with progression of precancerous gastric lesion to cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cobimetinib plus vemurafenib voor BRAF-V600 mutatiepositief gevorderd melanoom: vijf-jaars uitkomsten van coBRIM (0)
2021-06-23 13:00   ( Nieuws )
Tags:  BRAF-V600 mutation-positive melanoma five-year outcomes with cobimetinib plus vemurafenib
Prof. Paolo AsciertoDe multinationale fase 3-studie coBRIM randomiseerde patiënten met niet-eerder behandeld BRAF-V600 mutatiepositief gevorderd melanoom naar oraal cobimetinib (60 mg eenmaal daags op tijdens de eerste drie weken van veer-weekse cycli; n=247) of placebo (n=248), beide toegevoegd aan oraal vemurafenib (960 mg tweemaal daags). In 2016 is gepubliceerd dat met mediaan 14,2 maanden follow-up de progressievrije overleving en overall survival significant langer waren in de cobimetinib-vemurafenibgroep dan in de placebo-vermurafenibgroep. Prof. Paolo Ascierto (Instituto Nazionale Tumori, Napels) en collega’s publiceren nu in Clinical Cancer Research follow-up resultaten van de studie, tenminste vijf jaar na inclusie van de laatste patiënt.1

De mediane follow-up was 21,2 maanden in de cobimetinib-vermurafenibgroep en 16,6 maanden in de placebo-vemurafenibgroep. De mediane OS was 22,5 maanden (95%-bti 20,3-28,8) met cobimetinib-vermurafenib versus 17,4 maanden (15,0-19,8) met placebo-vemurafenib. Het vijf-jaars OS-percentage was 31% versus 26%. De mediane PFS was 12,6 maanden (95%-bti 9,5-14,8) met cobimetinib-vermurafenib versus 7,2 maanden (5,6-7,5) met placebo-vermurafenib. Het vijf-jaars PFS-percentage was 14% versus 10%. OS en PFS waren het langst in patiënten met normale baseline LDH-niveaus en lage tumorbelasting. Het veiligheidsprofiel bleef consistent met wat eerder gepubliceerd was.

De onderzoekers concluderen dat lange-termijn follow-up van coBRIM het klinisch profijt bevestigt van toevoegen van cobimetinib aan vemurafenib voor BRAF-V600 mutatiepositief gevorderd melanoom.

1.Ascierto PA, Dreno B, Larkin J et al. 5-year outcomes with cobimetinib plus vemurafenib in BRAFV600 mutation-positive advanced melanoma: extended follow-up of the coBRIM study. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: Extended follow-up of the multinational phase 3 coBRIM study confirmed the long-term clinical benefit of addition of cobimetinib to vemurafenib for previouly untreated BRAF-V600 mutation positive advanced melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Herstel van gonadale functie na PET-geleide behandeling voor gevorderd Hodgkin lymfoom (0)
2021-06-23 11:43   ( Nieuws )
Tags:  PET-adapted regimen for advanced HL recovery of gonadal function
Dr. Isabella DemeestereDe prospectieve gerandomiseerde AHL2011 studie heeft laten zien dat gebruik van ABVD na twee cycli BEACOPPescalated veilig en werkzaam was onder patiënten met gevorderd Hodgkin lymfoom met PET-beoordeelde respons na twee cycli BEACOPPescalated, en resulteerde in minder toxiciteit dan standaard zes cycli BEACOPPescalated. Een substudie van AHL2011 heeft de waarde van deze strategie voor de eindpunten herstel van gonadale functie en vruchtbaarheid geïnventariseerd. Dr. Isabelle Demeestere (Vrije Universiteit Brussel) en collega’s publiceren de substudie in het Journal of Clinical Oncology.1

De substudie includeerde 145 vrouwen en 424 mannen in de leeftijd tot 45 jaar. De gonadale functie werd bij inclusie, aan het eind van de behandeling, en gedurende vijf jaar follow-up beoordeeld op basis van serumbepalingen van FSH, estradiol en AMH in vrouwen, en op basis van zaadanalyse en serumbepalingen van FSH en testosteron in mannen. De risico’s van premature ovariuminsufficiëntie (FSH>24 IU/l; OR 0,20; p=0,001) en lage ovariumreserve (AMH < 0,5ng/ml; OR 0,15; p=0,005) waren significant verlaagd in de PET-gedreven behandelingsgroep. Er waren echter geen verschillen voor het eindpunt zwangerschap. Mannen in de PET-gedreven groep hadden hogere percentages met herstel van spermaparameters en lager risico van ernstige testisschade (OR 0,26; p<0,0001) en hogere waarschijnlijkheid van aan de hand van zwangerschap beoordeelde vruchtbaarheid (OR 3,7; p=0,004).

De onderzoekers concluderen dat de PET-gedreven strategie voor behandeling van gevorderd Hodgkin lymfoom geassocieerd was met lager risico van gonadale dysfunctie en onvruchtbaarheid.

1.Demeestere I, Racape J, Dechene J et al. Gonadal function recovery in patients with advanced Hodgkin lymphoma treated with a PET-adapted regimen: prospective analysis of a randomized phase III trial (AHL2011). J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The prospective, randomized AHL2011 trial demonstrated that among patients with advanced Hodgkin lymphoma, use of ABVD after two cycles BEACOPPescalated was safe and effective in patients with PET-evaluated early response, and minimized toxicity compared with standard 6 BEACOPPescalated cycles. A substudy of AHL2011 investigated the benefit of this strategy for gonadal function and fertility in patients younger than 45 years. The substudy showed that the PET-driven strategy decreased the risk of gonadal dysfunction and infertility.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van savolitinib voor gevorderd NSCLC met MET-exon 14 skipping veranderingen (0)
2021-06-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  METex14-positive pulmonary sarcomatoid carcinomas and other NSCLC-subtypes savolitinib
Prof. Shun LuSavolitinib is een selectieve MET-tyrosinekinaseremmer. Een fase 2-studie in 32 centra in China heeft de werkzaamheid en veiligheid geëvalueerd van savolitinib in patiënten met gevorderd pulmonair sarcomatoïd carcinoom of andere NSCLC-subtypen met MET exon 14 skipping veranderingen. Prof. Shun Lu (Jiao Tong Universiteit, Shanghai) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Respiratory Medicine.1

De studie includeerde volwassen patiënten met lokaal-gevorderd of metastatische ziekte, met progressie op of intolerantie voor een of meer standaard-behandelingen, die MET-remmer naïef waren. Patiënten met lichaamsgewicht 50 kg of hoger kregen oraal savolitinib 600 mg eenmaal daags, en patiënten met lager lichaamsgewicht kregen 400 mg eenmaal daags. De behandeling werd voortgezet tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit. De tumoren werden radiografisch geëvalueerd bij aanvang van de behandeling, iedere zes weken in het eerste jaar, en vervolgens iedere twaalf weken. Het primaire eindpunt was centraal-beoordeelde overall response rate.

De studie includeerde 70 patiënten met METex14-positieve ziekte (full analysis set) onder wie 61 met meetbare ziekte voor aanvang van de behandeling en tenminste één post-baseline tumor-evaluatie. De mediane follow-up was 17,6 maanden (IQR 14,2-24,4). In de voor respons evalueerbare groep was de centraal-beoordeelde ORR 49,2% (30 van 61 patiënten; 95%-bti 36,1-62,3). In de full analysis set werd tenminste één treatment-related adverse event gerapporteerd voor alle 70 patiënten, en graad 3 of hoger TRAEs voor 32 patiënten (46%) waaronder verhoogd aspartaataminotransferase (n=9), verhoogd alanine-aminotransferase (n=7) en perifeer oedeem (n=6). Eén patiënt overleed aan tumorlysis-syndroom, door de lokale onderzoeker beoordeeld als waarschijnlijk samenhangend met de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat savolitinib veelbelovende werkzaamheid had voor gevorderd pulmonair sarcomatoïd carcinoom of andere NSCLC-subtypen met METex14 skipping veranderingen. De veiligheid van de behandeling was acceptabel.

1.Lu S, Fang J, Li X et al. Once-daily savolitinib in Chinese patients with pulmonary sarcomatoid carcinomas and other non-small-cell lung cancers harbouring MET exon 14 skipping alterations: a multicentre, single-arm, open-label, phase 2 study. Lancet Respir Med 2021; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at 32 hospitals in China evaluated the selective MET TKI savolitinib for advanced pulmonary sarcomatoid carcinomas and other non-small cell lung cancer subtypes positive for MET exon 14 skipping alterations. In the tumor response evaluable set the IRC-assessed objective response rate was 49.2% (95% CI 36.1-62.3). All patients reported at least one treatment-related adverse event, and TRAEs of grade 3 or more were observed in 46% of patients.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ras/etniciteit-gebonden dispariteiten in maligniteiten in Amerikaanse kinderen en jongvolwassenen per enkel leeftijdsjaar (0)
2021-06-22 14:00   ( Nieuws )
Tags:  cancer incidence among children and young adults by single year of age racial ethnic disparities
Dr. Erin MarcotteIncidentiepercentages van pediatrische maligniteiten worden gewoonlijk gerapporteerd voor vijf-jaars leeftijdsgroepen, waardoor variatie per enkel leeftijdsjaar onopgemerkt kan blijven. Ook ras/etniciteit-gebonden variatie in deze incidenties worden gewoonlijk gerapporteerd in brede leeftijdscategorieën. Een analyse van de SEER 18 database over de periode van 2000 tot en met 2017 heeft frequenties in leeftijd-gecorrigeerde incidentiepercentages per leeftijdsjaar (voor leeftijd nul tot en met 39 jaar) en ras/etniciteit-gebonden dispariteiten geïnventariseerd. Dr. Erin Marcotte (University of Minnesota, Minneapolis) en collega’s publiceren de analyse in Cancer.1

De onderzoekers zagen voor verscheidenene histologische typen maligniteiten substantiële variatie in ras/etniciteit-gebonden en overall percentages per enkel leeftijdsjaar. Zwarte kinderen en jongvolwassenen hadden significant lagere incidentie van ALL dan hun blanke leeftijdsgenoten (IRR 0,52; 95%-bti 0,49-0,55), en deze incidentieverschillen waren het grootst op de leeftijd 1 tot en met 7 jaar en 16 tot en met 20 jaar. Hispanic vergeleken met non-Hispanic whites hadden lagere overall incidentie van Hodgkin lymfoom (IRR 0,50; 95%-bti 0,48-0,52) en astrocytoom (IRR 0,54; 95%-bti 0,52=0,56) en hogere incidentie van ALL (IRR 1,46; 95%-bti 1,42-1,51) en deze incidentieverschillen waren het grootst op de leeftijd van 10 tot en met 23 jaar. Er waren ook substantieel verlaagde risico’s van meerdere typen tumoren onder Asian/Pacific Islanders en American Indian/Alaska Natives.

De onderzoekers concluderen dat onderzoek van incidenties van maligniteiten in nauwe leeftijdsgroepen inzicht kan verschaffen in etiologische verschillen tussen subgroepen.

1.Marcotte EK, Domingues AM, Sample JM et al. Racial and ethnic disparities in pediatric cancer incidence among children and young adults in the United States by single year of age. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Incidence rates of pediatric cancers are typically reported in 5-year age groups, obscuring variation by single year of age. Additionally, racial and ethnic variation in incidence is typically presented in broad categories rather than by narrow age ranges. An analysis of SEER 18 data (2000-2017) found that several histologic cancer types showed substantial variation in race/ethnicity-specific and overall rates by single year of age. Examinations of incidence rates for pediatric cancers by narrow age groups may provide insights regarding etiological differences in subgroups.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve studie van ctDNA-dynamiek tijdens postoperatieve radiotherapie voor residueel TNBC na NACT (0)
2021-06-22 13:00   ( Nieuws )
Tags:  PORT for residual TNBC after neoadjuvant chemotherapy dynamics of ctDNA
Dr. Haeyoung KimDe kinetiek van circulerend tumor DNA (ctDNA) tijdens postoperatieve radiotherapie (PORT) voor residueel TNBC op het moment van chirurgie na neoadjuvante chemotherapie (NACT) zou van belang kunnen zijn voor het optimaliseren van de adjuvante behandeling. Een prospectieve studie in Zuid-Korea heeft deze kinetiek geïnventariseerd. Dr. Haeyoung Kim (Samsung Medisch Centrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde elf patiënten met residueel TNBC na neoadjuvante NACT en chirurgie. Voor elk van de patiënten werd next-generation sequencing (panel van 38 genen) toegepast op tumorweefsel en plasmamonsters. De plasmamonsters werden genomen voor aanvang van de PORT (T0), na drie weken PORT (T1), en een maand na de PORT (T2). In de tumormonsters van negen van elf patiënten werden somatische varianten gezien in TP53 (n=7), PIK3CA (n=2), en AKT1, APC, CSMD3, MYC, PTEN en RB1 (ieder n=1). Deze mutaties werden niet waargenomen in de plasmamonsters. Plasma ctDNA-varianten werd gezien in drie patiënten (27,3%) op T0 (n=1 voor EGFR, CTNNB1, en MAP2K). In twee van deze patiënten nam de ctDNA variant allele frequency af tussen T1 en T2, terwijl in de derde patiënt de VAF toenam. Tijdens mediaan 22 maanden follow-up werd in geen van de patiënten recidief gezien.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met post-NACT residueel TNBC meer dan een kwart detecteerbaar ctDNA had na curatieve chirurgie. De ctDNA-VAF veranderde variabel tijdens de PORT. De onderzoekers concluderen dat ctDNA-kinetiek kan dienen als biomarker voor het optimaliseren van de adjuvante behandeling.

1.Kim H, Kim YJ, Park D et al. Dynamics of circulating tumor DNA during postoperative radiotherapy in patients with residual triple-negative breast cancer following neoadjuvant chemotherapy: a prospective observational study. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: A prospective study at Samsung Medical Center (Seoul, South Korea) found that among patients with post-neoadjuvant chemotherapy residual TNBC, more than a quarter exhibited a detectable amount of ctDNA after curative surgery. The ctDNA VAF changed variably during the course of postoperative radiotherapy. The authors conclude that ctDNA kinetics can serve as a biomarker for optimizing adjuvant treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

MSKCC-N5 versus rCOJEC inductietherapie voor hoog-risico neuroblastoom (0)
2021-06-22 12:00   ( Nieuws )
Tags:  high-risk neuroblastoma comparison of two induction therapies
Prof. Ruth LadensteinDe optimale inductietherapie voor hoog-risico neuroblastoom is niet bekend. Het standaard-regime van de International Society of Pediatric Oncology Europe Neuroblastoma Group is rCOJEC (rapid cisplatine, vincristine, carboplatine, etoposide, en cyclofosfamide). Met het MSKCC-N5 regime zijn hoge responspercentages bereikt. De multinationale gerandomiseerde HR-NBL 1.5 studie heeft beide regimes head-to-head vergeleken. Prof. Ruth Lydia Ladenstein (Medische Universiteit Wenen) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patienten in de leeftijd van 1 tot en met 20 jaar met stadium 4 neuroblastoom, of jonger dan 1 jaar met stadium 4/4s neuroblastoom met MYCN-amplificatie. De patiënten werden gestratificeerd voor land en metastaselocatie gerandomiseerd naar inductie met rCOJEC of MSKCC-N5. Na inductie volgde resectie van de primaire tumor, hoge-dosering busulfan en melfalan, radiotherapie naar de primaire tumorlocatie, en isotretinoïne met dinutuximab beta antilichaam met of zonder interleukine-2. De primaire eindpunten waren metastatische complete respons en drie-jaars gebeurtenisvrije overleving.

De studie includeerde 630 patiënten, met een mediane leeftijd bij diagnose 3,2 jaar (range 1 tot en met 20 jaar; zestien jonger dan 1 jaar met MYCN-amplificatie. De rCOJEC-groep telde 313 patiënten en de MSKCC-N5 groep 317. Er waren geen significante verschillen tussen de groepen voor het eindpunt complete respons van metastasen (32% in de rCOJEC-groep versus 35% in de MSKCC-N5 groep; p=0,368) en evenmin voor het eindpunt drie-jaars EFS-percentage (44% versus 47%; p=0,527). De drie-jaars overall survival percentages waren 60% versus 65% (p=0,379). In beide groepen overleed 1% aan behandelings-gerelateerde toxiciteit. Niet-hematologische graad 3 en 4 toxiciteiten waren meer frequent met MSKCC-N5 dan met rCOJEC (68% versus 48%; p<0,001), met name infecties, stomatitis, misselijkheid en braken, en diarree.

De onderzoekers concluderen dat er geen significante verschillen in werkzaamheid waren tussen beide inductieregimes, maar dat rCOJEC resulteerde in minder acute toxiciteit. Daarom dient rCOJEC te worden gezien als het inductieregime van eerste keus.

1.Garaventa A. Poetschger U, Valteau-Couanet D et al. Randomized trial of two induction therapy regimens for high-risk neuroblastoma: HR-NBL 1.5 International Society of Pediatric Oncology European Neuroblastoma Group study. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational randomized HR-NBL 1.5 study compared rCOJEC versus MSKCC-N5 induction therapy regimens for high-risk neuroblastoma. There were no significant differences between the two groups for the endpoints metastatic complete response, 3-year event-free survival, and 3-year overall survival. Grade 3 and 4 acute toxicity was more frequent was MSKCC-N5 than with rCOJEC (68% of patients versus 48%; p<0.001). The authors conclude that rCOJEC should be the preferred induction regimen for high-risk neuroblastoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)