Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Waarde van schildwachtklierbiopsie voor accurate staging van melanoom (0)
2020-11-29 16:00   ( Nieuws )
Tags:  staging of melanoma sentinel node biopsy
Dr. Mary-Ann el SharouniEr is geen consensus over de waarde van schildwachtklierbiopsie (SNB) voor accurate staging van melanoom. Een studie in Nederland en Australië heeft de impact onderzocht van toevoegen van SN-status aan klinisch-pathologische kenmerken van de primaire tumor voor het voorspellen van overlevingsuitkomsten. Dr. Mary-Ann el Sharouni (UMC Utrecht en Melanoma Institute Australia in Sydney) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De onderzoekers analyseerden gegevens van een bevolkingsgebaseerd cohort van 9272 melanoompatiënten in Nederland en een validatiecohort van 5644 patiënten in Australië. De patiënten hadden primair invasief cutaan melanoom en ondergingen SNB. Toevoegen van SN-status aan het model van Breslow-dikte, geslacht, leeftijd, locatie, mitose, ulceratie, regressie en melanoom-subtype verbeterde in het Nederlandse cohort de C-statistic voor voorspellen van de overall survival van 0,74 tot 0,78 en de C-statistic voor voorspellen van de recidiefvrije overleving van 0,74 naar 0,76. In het Australische cohort resulteerde toevoegen van de SN-status in verbetering van de C-statistic voor voorspellen van OS, RFS, en melanoom-specifieke overleving van respectievelijk 0,70 naar 0,73; 0,70 naar 0,74; en 0,72 naar 0,76. De drie-jaars en vijf-jaars risico’s van recidief en overlijden werden meer accuraat geschat met een model dat de SN-status bevatte dan met een model zonder SN-status.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van informatie over SN-status aan standaard-kenmerken resulteerde in meer accurate staging van melanoom.

1.El Sharouni MA, Stodell MD, Ahmed T et al. Sentinel node biopsy in patients with melanoma improves the accuracy of staging when added to clinicopathological features of the primary tumor. Ann Oncol 2020.11.015

Summary: A study of melanoma patients in The Netherlands and Australia found that additition of the SN-status to established clinicopathologic prognostic factors significantly improved the predictive accuracy for recurrence-free survival, melanoma-specific survival, and overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van bioimpedantiespectroscopie versus omtrekmeting voor vroege detectie van BCRL (0)
2020-11-29 14:29   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer –related lymphedema BIS versus circumference assesements
Dr. Chirag ShahChronisch mammacarcinoom-gerelateerd lymfoedeem (BCRL) is een potentieel ernstige complcatie na de behandeling. Vroege detectie van progressie van BCRL kan wellicht tijdige interventie mogelijk maken. Een meta-analyse van studies van detectie van BCRL heeft bioimpedantiespectroscopie (BIS) vergeleken met omtrekmeting. Dr. Chirag Shah (Taussig Cancer Center, Cleveland OH) en collega’s publiceren de meta-analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1 

In de literatuur vanaf begin 2013 identificeerden de onderzoekers 50 voor het onderwerp relevante studies (53 studie-armen) met tezamen meer dan 67.000 patiënten. In gepoolde studies zonder gestandaardiseerde BCRL-monitoring (n=35) was de jaarlijkse incidentie van chronisch BCRL 4,9% (95%-bti 4,3-5,5); in de gepoolde studies met BIS-monitoring (n=7) was de jaarlijkse incidentie van chronisch BCRL 1,5% (95%-bti 0,6-2,4); en in de gepoolde studies met omtrekmeting (n=11) was de jaarlijkse incidentie van BCRL 7,7% (95%-bti 5,6-9,8). De cumulatieve chronisch BCRL incidence rate was 3,1% in de groep BIS-gemonitorde patiënten versus 12,9% in de groep patiënten zonder gestandaardiseerde BCRL-monitoring en 17,0% in de groep patiënten met omtreksmeting-gemonitorde BCRL.

De onderzoekers concluderen dat BIS-monitoring vroege interventie voor BCRL mogelijk maakte, resulterend in 69% respectievelijk 81% lager risico van chronisch BCRL vergeleken met geen gestandaardiseerde monitoring respectievelijk omtrekmeting.

1.Shah C, Zambelli-Weiner A, Delgado N et al. The impact of monitoring techniques on progression to chronic breast cancer-related lymphedema: a meta-analysis comparing bioimpedance spectroscopy versus circumferential measurements. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: Meta-analysis of 50 studies (over 67,000 breast cancer patients) found that bioimpedance spectroscopy monitoring of breast cancer-related lymphedema significantly reduced the relative risk of progression to chronic BCRL, with a 69% and 81% reduction of risk compared to no standardized assesment or circumference measurement, respectively.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van eerdere multikinaseremmers op werkzaamheid van tweedelijns imatinib voor metastatisch GIST (0)
2020-11-29 13:00   ( Nieuws )
Tags:  metastatic gastrointestinal stromal tumors imatinib after other multi-kinase inbitors
Dr. Olivier MirImatinib is de standaard eerstelijns behandeling voor metastatisch GIST. In fase 2- en 3-studies is de waarde van andere multikinarsremmers (MKIs); nilitinib, dasatinib, masitinib) als eerstelijns behandeling onderzocht. Een retrospectieve studie in twee Franse centra heeft de impact onderzocht van eerdere behandeling met niet-imatinib MKIs op de werkzaamheid van volgendelijns imatinib voor metastatisch GIST. Dr. Olivier Mir (Institut Gustave Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren de studie in ESMO Open Cancer Horizons.1

Tussen begin 2005 en eind 2011 kregen in Institut Gustave Roussy en Centre Léon Bérard (Lyon) 25 vrouwen en 21 mannen (mediane leeftijd 55 jaar; range 24-81) tweedelijns imatinib na eerstelijns masitinib (n=21; 46%), dasatinib (n=17; 37%), of nilotinib (n=8; 17%). De mediane progresssievrije overleving op de eerstelijns behandeling was 18,0 maanden (95%-bti 8,5-25,5). De mediane tijd tot falen van imatinib was 19,7 maanden (95%-bti 13,5-29,0). De mediane tijd tot tweede relapse was 48,7 maanden (95%-bti 31,2-72,0). De mediane overall survival gemeten vanaf de initiële diagnose van metastatische ziekte was 5,7 jaar (95%-bti 4,5-7,4).

De onderzoekers concluderen dat eerdere behandeling met een niet-imatinib TKI de werkzaamheid van imatinib als tweedelijns behandeling voor metastatisch GIST niet ongunstig beïnvloedde, met een tijd tot tweede relapse die beter is dan wat in eerdere studies is gezien voor eerstelijns imatinib (30 maanden).

1.Boilève A, Dufresne A, Chamseddine A et al. Outcomes of patients with metastatic gastrointestinal stromal tumors (GIST) treated with multi-kinase inibitors other than imatinib as first-line treatment. ESMO Open Cancer Horizons 2020-001082

Summary: A retrospective study at two tertiary centers in France found that patients with metastatic GIST who received investigational multikinase inhibitors as first-line treatment and imatinib as second line had a time to second relapse longer than what was observed historically with first-line imatinib, suggesting that using MKIs other than imatinib in first line does not decrease the efficacy ob subsequent imatinib.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Intravesicaal nadofaragene firadenovec gentherapie voor BCG-onresponsief NMIBC (0)
2020-11-28 16:00   ( Nieuws )
Tags:  BCG-unresponsive non-muscle-invasive bladder cancer nadofaragene firadenovec
Prof. Colin DinneyBCG is de meest effectieve behandeling voor hoog-risico niet-spierinvasief blaascarcinoom (NMIBC). Nadofaragene firadenovec is een replicatie-deficiënt recombinant adenovirus dat humaan interferon alfa-2b cDNA in het epitheel van de blaas kan afleveren. Nadofaragene firadenovec is een nieuwe intravesicale behandeing voor BCG-onresponsief NMIBC. Een multicenter éénarmige fase 3-studie heeft de werkzaamheid van de behandeling onderzocht. Prof. Colin Dinney (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De studie, uitgevoerd in 33 centra in de Verenigde Staten, includeerde volwassen patiënten met BCG-onresponsief NIMBC en een ECOG performance status 2 of beter. Exclusiecriteria waren urinewegziekte, lymfovasculaire invasie, micropapillaire ziekte, en hydronefrose. De patiënten kregen intravesicaal 75 ml nadofaragene firadenovec (3 x 1011 virusdeeltjes per ml) bij aanvang, en in afwezigheid van hooggradig recidief, opnieuw na drie, zes, en negen maanden. Het primaire eindpunt van de studie was complete respons in patiënten met carcinoom in situ, met als nulhypothese complete respons in 27% of minder op enig moment na de toediening. De studie is ongoing, met geplande behandeling gedurende vier jaar.

De studie includeerde 151 patiënten die aan de inclusiecriteria voldeden en tenminste één dosis van de studiemedicatie kregen. Onder de 103 patiënten met carcinoom in situ waren er 55 (53,4%) met complete respons binnen drie maanden. De repons bleef gedurende twaalf maanden behouden in 25 van 55 patiënten (45,5%). Mictie-urgentie was de meest-gerapporteerde graad 3 adverse event (1% van de patiënten). Er waren geen graad 4 of 5 AEs.

De onderzoekers concluderen dat intravesicaal nadofaragene firadenovec voor BCG-onresponsief NIMBC werkzaam was met een gunstige profijt-risico-verhouding.

1.Boorjian SA, Alemozaffar M, Konety BR et al. Intravesical nadofaragene firadenovec gene therapy for BCG-unresponsive non-muscle-invasive bladder cancer: a single-arm, open-label, repeat-dose clinical trial. Lancet Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A single-arm phase 3 study at 33 centers in the USA found that intravesical nadofaragene firadenovec gene therapy was efficacious, with a favorable benefit/risk-ratio, in patients with BCG-unresponsive NMIBC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Durvalumab voor stadium III NSCLC: impact van eerdere chemotherapie- en radiotherapie-regimes (0)
2020-11-28 14:29   ( Nieuws )
Tags:  PACIFIC study post-hoc analysis impact of prior CT or RT on efficacy of durvalumab for NSCLC
Prof. Corinne Faivre-FinnDe multinationale fase 3 studie PACIFIC randomiseerde patiënten met stadium III niet-resectabel niet-kleincellig longcarcinoom die na concurrente chemoradiotherapie progressievrij waren naar durvalumab of placebo. Eerder is gepubliceerd dat de progressievrije overleving en de overall survival significant langer waren in de durvalumabgroep dan in de placebogroep. De eerdere CT- en RT-regimes liepen echter sterk uiteen tussen de geïncludeerde patiënten. Prof. Corinne Faivre-Finn (University of Manchester, UK) en collega’s publiceren nu in Lung Cancer een analyse van impact van eerdere CT-en RT-regimes op werkzaamheid van durvalumab in PACIFIC.1

De studie randomiseerde (2:1) 473 patiënten naar ten hoogste twaalf maanden durvalumab en 236 patiënten naar placebo. De nu gepubliceerde analyse onderscheidde de subgroepen platina-gebaseerde CT; vinorelbine, etoposide, of taxaan-gebaseerde CT; RT minder dan 60 Gy; RT 60-66 Gy; RT 66 Gy of meer; tijd van laatste RT-dosis tot randomisatie minder dan veertien dagen; tijd van laatste RT-dosis tot randomisatie veertien dagen of langer; gebruik van inductie CT voorafgaand aan CRT; en geen gebruik van inductie-CT voorafgaand aan CRT.

Durvalumab was geassocieerd met betere PFS dan placebo in alle subgroepen (mediane follow-up 14,5 maanden; HR-range 0,34-0,63). Durvalumab was geassocieerd met betere OS dan placebo in de meeste subgroepen (mediane follow-up 25,2 maanden; HR-range 0,35-0,86) hoewel het 95%-betrouwbaarheids interval 1,0 insloot in de subgroepen inductie-CT, carboplatine, vinorelbine, taxaan-gebaseerde CT, en randomisatie veertien dagen of langer na laatste RT-dosis. De veiligheid was over het algemeen niet significant verschillend tussen de subgroepen.

De onderzoekers concluderen dat durvalumab vergeleken met placebo resulteerde in betere PFS in alle subgroepen en betere OS in de meeste subgroepen, hoewel robuuste conclusies niet mogelijk waren wegen lage aantallen patiënten per subgroep en imbalans in baseline factoren.

1.Faivre-Finn C, Spigel DR, Senan S et al. Impact of prior chemoradiotherapy-related variables on outcomes with durvalumab in unresectable stage III NSCLC (PACIFIC). Lung Cancer 2020.11.024

Summary: Post-hoc analysis of the multinational phase III PACIFIC study (durvalumab versus placebo after CRT for unresectable stage III NSCLC) showed that durvalumab prolonged PFS and OS irrespective of treatment variables related to various prior CRT regimens, although limited patient numbers and imbalances in baseline factors in each subgroup preclude robust conclusions.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen neoadjuvante chemoradiotherapie en refractaire sereuze ascites na pancreaticoduodenectomie (0)
2020-11-28 13:00   ( Nieuws )
Tags:  pancreaticoduodenectomy for pancreatic cancer neoadjuvant CRT intractable serous ascites
Prof. Kazuhisa UchiyamaRefractaire sereuze ascites (IA), die soms vroeg na pancreatoduodenectomie (PD) voor pancreascarcinoom tot ontwikkeling komt, is een levensbedreigend probleem. Een studie in het ziekenhuis van Osaka Medical College (Japan) heeft de assocatie tussen neoadjuvante chemoradiotherapie (NACRT) en de incidentie van vroege IA na PD onderzocht. Prof. Kazuhisa Uchiyama en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1



De retrospectieve studie includeerde 92 patiënten die tussen april 2012 en april 2020 PD voor pancreascarcinoom ondergingen. Uit de patiëntendossiers werden gegevens over 29 parameters verkregen. IA werd gezien in acht patiënten (8,7%). In multivariate analyse was NACRT geassocieerd met sterk verhoogd risico van IA (OR 27; p=0,016). Ook hypoalbuminemie (1,6 g/dl of lager) direct na de chirurgie was geassocieerd met verhoogd IA-risico (OR 50; p=0,024); het serumniveau van albumine was significant lager na NACRT dan voor NACRT. De IA-groep had slechtere prognose dan de niet-IA groep.

De onderzoekers concluderen dat NACRT een belangrijke risicofactor was voor IA na PD.

1.Tomioka A, Shimizu T, Kagota S et al. Association between neoadjuvant chemoradiotherapy and intractable serous ascites after pancreaticoduodenectomy for pancreatic cancer. Ann Surg Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Osaka Medical College (Japan) found that neoadjuvant chemoradiotherapy was a major risk factor for developing intractable serous ascites after pancreaticoduodenectomy for pancreatic cancer


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie en mortaliteit van maligniteiten onder patiënten met multiple sclerose (0)
2020-11-27 16:00   ( Nieuws )
Tags:  multiple sclerosis cancer incidence and mortality
Prof. Ruth Ann MarrieIn sommige studies is gezien dat patiënten met mulitple sclerose (MS) een verhoogd risico hadden van mammacarcinoom en colorectaalcarcinoom. Een retrospectieve matched cohort study in Canada heeft de incidentie en mortaliteit van maligniteiten onder MS-patiënten vergeleken met die onder controlepersonen. Prof. Ruth Ann Marrie (University of Manitoba, Winnipeg) en collega’s publiceren de studie in Neurology.1

De onderzoekers identificeerden 53.984 patiënten met een gevalideerde MS-diagnose in de Canadese provincies Manitoba en Ontario. Voor elke patiënt werden vijf controlepersonen geselecteerd, gematched voor geboortejaar, geslacht, en regio (266.920 controlepersonen). Informatie over incidentie en mortaliteit van vijftien typen maligniteiten werd betrokken van registraties. Na correctie voor leeftijd op indexdatum, regioniveau sociaal-economische status, regio, geboortecohortjaar, en comorbiditeit was er geen verschil tussen beide cohorten in het risico van mammacarcinoom (MS versus niet-MS HR 0,92; 95%-bti 0,78-1,09) of colorectaalcarcinoom (HR 0,83; 95%-bti 0,64-1,07). Ook de mortaliteit ten gevolge van mammacarcinoom of colorectaalcarcinoom verschilde niet tussen de cohorten. De incidentie van blaascarcinoom was wel verhoogd onder de MS-patiënten (25 per 100.000 persoonsjaren van MS-patiënten versus 15 per 100.000 persoonsjaren van controlepersonen). Ook de blaascarcinoom-mortaliteit was hoger in het MS-cohort dan in het controlecohort. De incidentie maar niet mortaliteit van maligniteiten van prostaat, uterus, en centraal zenuwstelsel was hoger in het MS-cohort dan in het controlecohort.

De onderzoekers concluderen dat de incidentie van mammacarcinoom en colorectaalcarcinoom niet verhoogd waren onder MS-patiënten, maar de incidentie van blaascarcinoom wel.

1.Marrie RA, Maxwell C, Mahar A et al. Cancer incidence and mortality rates in multiple sclerosis: a matched cohort study. Neurology 2020; epub ahead of print

Summary: A retrospective matched cohort study in Canada found that incidence of breast and colorectal cancers did not differ significantly between persons with or without multiple sclerosis. The incidence of bladder cancer was higher in the MS group than in the control group.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Maternale en foetale uitkomsten van feochromocytoom of paraganglioom tijdens de zwangerschap (0)
2020-11-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  PPGL during pregnancy maternal and fetal outcomes
Dr. Irina BancosFeochromocytoom of paraganglioom (collectief aangeduid met PPGL) in zwangere vrouwen kan resulteren in ernstige en levensbedreigende complicaties die geassocieerd zijn met overproductie van catecholamines. Een multinationale retrospectieve cohortstudie en systematisch literatuuroverzicht heeft risicofactoren voor ongunstige maternale en foetale uitkomsten van PPGL tijdens de zwangerschap geïnventariseerd. Dr. Irina Bancos (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren resultaten van de inventarisatie in The Lancet Diabetes & Endocrinology.1

Inclusiecriteria voor de analyse waren zwangerschap na 1980 en PPGL voor of tijdens de zwangerschap of binnen twaalf maanden na de bevalling. Het literatuuroverzicht identificeerde zeven studies van 63 zwangerschappen in 55 patiënten, en de retrospectieve studie in het International Pheochromocytoma and Pregnancy Registry identificeerde 197 zwangerschappen in 186 patiënten. Na exclusie van overlappende gevallen includeerde de analyse 249 zwangerschappen in 232 PPGL-patiënten.


De diagnose PPGL werd gesteld voor de zwangerschap in 15%, tijdens de zwangerschap in 54%, en post partum in 31%. Factoren die geassocieerd waren met ongunstige uitkomsten waren: tijdens de zwangerschap niet gediagnostiseerd PPGL (OR 27,0; 95%-bti 3,5-3473), tumorlocatie in abdomen of pelvis (OR 11,3; 95%-bti 1,5-1440), en catecholamineniveau tenminste tienmaal de upper limit of normal (OR 4,7; 95%-bti 1,8-13,8). Onder patiënten met PPGL-diagnose tijdens de zwangerschap was alfa-adrenerge blokkadetherapie geassocieerd met minder ongunstige uitkomsten (geen versus wel therapie OR 3,6; 95%-bti 1,1-13,2), maar was chirurgie tijdens de zwangerschap niet geassocieerd met betere uitkomsten (geen versus wel chirurgie OR 0,9; 95%-bti 0,3-3,9).

De onderzoekers concluderen dat niet-gediagnostiseerd of niet-behandeld PPGL geassocieerd was met substantieel verhoogd risico van maternale of foetale complicaties.

1.Bancos I, Atkinson E, Eng C et al. Maternal and fetal outcomes in phaeochromocytoma and pregnancy: a multicentre retrospective cohort study and systematic review of literature. Lancet Diabetes Endocrinol 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational retrospective cohort study and systematic review of literature found that unrecognised and untreated phaeochromocytoma or paraganglioma during pregnancy was associated with a substantially higher risk of either maternal or fetal complications.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)