Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Lenalidomide-dexamethason met of zonder daratumumab voor NDMM: OS-resultaten van MAIA-studie (0)
2021-06-14 13:00   ( Nieuws )
Tags:  phase 3 MAIA study newly diagnosed multiple myeloma D-Rd versus Rd
Prof. Thierry FaconIn primaire analyses van de fase 3-studies ALCYONE, MAIA, en CASSIOPEIA is gezien dat toevoegen van daratumumab aan standaardbehandelingen voor nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM) resulteerde in klinisch profijt. De MAIA-studie randomiseerde niet voor transplantatie in aanmerking komende NDMM-patiënten naar daratumumab-lenalidomide-dexamethason (D-Rd) of alleen Rd, en zag een verlaging van het risico van progressie of overlijden met 44% door toevoeging van D aan Rd. Prof. Thierry Facon (Universiteit van Lille, Frankrijk) presenteerde overall survival resultaten van de studie op het virtuele congres van de European Hematology Association.1



De D-Rd groep telde 368 patiënten en de Rd-groep 369. De mediane leeftijd van de patiënten was 73 jaar (range 45-90). De mediane follow-up was 56,2 maanden. De figuur laat zien dat toevoegen van D aan Rd resulteerde in significante verbetering van de OS (na vijf jaar 66,3% versus 53,1%; HR 0,68; p=0,0013) en PFS (na vijf jaar 52,5% versus 28,7%). Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen met langere follow-up.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van daratumumab aan lenalidomide-dexamethason voor nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom, in patiënten die niet in aanmerking kwamen voor transplantatie, resulteerde in statistisch significante en klinisch relevante verbetering van de overall survival.

1.Facon T et al. EHA 2021; abstr. LB1901

Summary: The multinational phase 3 MAIA study randomized transplant-ineligible patients with newly diagnosed multiple myeloma to daratumumab-lenalidomide-dexamethasone (D-Rd; n=368) or Rd (n=369). After median follow-up of 56.2 months there was a statistically significant and clinically meaningful improvement of overall survival with D-Rd versus Rd, representing a 32% reduction in the risk of death. The significant progression-free survival benefit seen at the primary analysis (median follow-up 28 months) was maintained.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Amenorroe na adjuvant T-DM1 of paclitaxel-trastuzumab voor mammacarcinoom (0)
2021-06-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ATEMPT trial T-DM1 versus TH chemotherapy-related amenorrhea
Dr. Kathryn RuddyChemotherapie-gerelateerde amenorroe (CRA) is een surrogaat voor ovariumtoxiciteit en daarmee samenhangend risico van onvruchtbaarheid en premature menopauze. De multicenter gerandomiseerde studie ATEMPT vergeleek ado-trastuzumab emtansine (T-DM1) met de combinatiepaclitaxel-trastuzumab (TH) voor HER2-positief vroeg-stadium mammacarcinoom (eBC). Dr. Kathryn Ruddy (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren in Breast Cancer Research and Treatment een analyse van de incidentie van CRA in de twee studie-armen.1

ATEMPT includeerde 512 patiënten met T1N0 eBC, die voor de duur van ongeveer een jaar 3:1 werden gerandomiseerd naar T-DM1 of TH. Patiënten die bij inclusie premenopauzaal waren werd gevraagd iedere zes tot twaalf maanden gedurende vijf jaar te rapporteren over hun menstruatie. Het eindpunt van de analyse was CRA achttien maanden na begin van de behandeling (in patiënten die geen GnRa kregen en geen hysterectomie of ovariëctomie hadden ondergaan). Onder de 76 patiënten met beschikbare gegevens na achttien maanden waren 18 in de TH-arm (mediane leeftijd 45 jaar; range 23-53) en 58 in de T-DM1 arm (mediane leeftijd 46 jaar; range 34-54). Het percentage patiënten mer CRA was 50% na TH en 24% na T-DM1 (p=0,045).

De onderzoekers concluderen dat amenorroe na achttien maanden minder frequent was na adjuvant T-DM1 dan na TH.

1.Ruddy KJ, Zheng Y, Tayob N et al. Chemotherapy-related amenorrhea (CRA) after adjuvant ado-trastuzumab emtansine (T-DM1) compared to paclitaxel in combination with trastuzumab (TH) (TBCRC033: ATEMPT trial). Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of chemotherapy-related amenorrhea in the randomized ATEMPT trial found that among patients with T1N0 HER2-positive early-stage breast cancer amenorrhea at 18 months was less likely in patients receiving adjuvant T-DM1 than in patients receiving paclitaxel-trastuzumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Binationale fase 2-3 studie van SBRT versus EBRT voor pijnlijke spinale metastasen (0)
2021-06-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  painful spinal metastases stereotactic versus external beam radiotherapy
Prof. Arjun SahgalConventionele external beam radiotherapy (EBRT) is de standaard palliatieve behandeling voor pijnlijke spinale metastasen. Het percentage patiënten met complete pijnrespons is echter laag (gerapporteerd als 10 tot 20%). Stereotactic body radiotherapy (SBRT) zou betere werkzaamheid kunnen hebben. Een fase 2-3 studie in Canada en Australië heeft SBRT en EBRT voor pijnlijke spinale metastasen head-to-head vergeleken. Prof. Arjun Sahgal (University of Toronto) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De studie werd uitgevoerd in dertien centra in Canada en vijf centra in Australië. De patiënten waren achttien jaar of ouder, met pijnlijke (2 of meer punten op de Brief Pain Inventory) MRI-bevestigde spinale metastase, niet meer dan drie achtereenvolgende wervelkolomsegmenten in het behandelingsvolume, een ECOG performance status 2 of beter, en een Spinal Instability Neoplasia Score lager dan 12. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar SBRT 24 Gy in twee dagelijkse fracties of conventionele EBRT 20 Gy in vijf dagelijkse fracties. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met complete pijnrespons drie maanden na voltooiing van de radiotherapie.

De EBRT-groep telde 115 patiënten en de SBRT-groep 114. De mediane follow-up was 6,7 maanden (IQR 6,3-6,9). Drie maanden na voltooiing van de behandeling werd complete pijnrespons gezien in 40 patiënten (35%) in de SBRT-groep versus 16 patiënten (14%) in de EBRT-groep (risk ratio 1,33; p=0,0002). Dit significante verschil bleef bestaan in multivariate analyse (OR 3,47; p=0,0003). De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse event was graad 3 pijn (4% van de patiënten in de EBRT-groep versus 5% van de patiënten in de SBRT-groep). Er waren geen graad 5 AEs.

De onderzoekers concluderen dat SBRT 24 Gy in twee dagelijkse fracties superieur was aan conventionele EBRT in vijf dagelijkse fracties voor het verbeteren van complete pijnrespons in patiënten met pijnlijke spinale metastasen.

1.Sahgal A, Myrehaug SD, Siva S et al. Stereotactic body radiotherapy versus conventional external beam radiotherapy in patients with painful spinal metastases: an open-label, multicentre, randomised, controlled, phase 2/3 trial. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A phase 2-3 study in Canada and Australia compared stereotactic body radiotherapy (24 Gy in two daily fractions) versus conventional external beam radiotherapy (20 Gy in five daily fractions) in patients with painful spinal metastases. Complete pain response at three months after completion of radiotherapy was seen in 35% of patients in the SBRT group versus 14% of patients in the conventional EBRT group (p=0.0002). 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van indoximod plus pembrolizumab voor gevorderd melanoom (0)
2021-06-13 13:30   ( Nieuws )
Tags:  advanced melanoma indoximod plus pembrolizumab
Dr. Yousef ZakhariaDe indoleamine 2,3-dioxygenase (IDO)-route wordt door tumoren gebruikt voor het ontwijken van antitumor-immuniteit. Indoximod is een small-molecule remmer van de IDO-route. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft de combinatie van indoximod en pembrolizumab voor gevorderd melanoom geëvalueerd. Dr. Yousef Zakharia (University of Iowa, Iowa City) en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde 114 patiënten met gevorderd niet-oculair melanoom, die indoximod (oraal 1200 mg tweemaal daags) plus pembrolizumab kregen. Het primaire eindpunt van de studie was objectieve respons. De figuur laat zien dat onder de evalueerbare patiënten (n=89) de ORR 51% was, met complete respons in 20%, en het percentage patiënten met ziektecontrole 70% bedroeg. Onder de patiënten met PD-L1 positieve tumoren was de ORR 70%, en onder de patiënten met PD-L1 negatieve tumoren 46%. De mediane progressievrije overleving was 12,4 maanden (95%-bti 6,4-24,9). De behandeling werd goed verdragen, met bijwerking die konden worden verwacht met behandeling met pembrolizumab monotherapie.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van indoximod en pembrolizumab goed verdragen werd en antitumor-werkzaamheid had voor gevorderd melanoom.

1.Zakharia Y, McWilliams RR, Rixe O et al. Phase II trial of the IDO pathway inhibitor indoximod plus pembrolizumab for the treatment of patients with advanced melanoma. J ImmunoTher Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study in the United States evaluated the combination of the IDO pathway inhibitor indoximod and pembrolizumab for advanced melanoma. The objective response rate for the evaluable population was 51% (20% complete response) and the disease control rate was 70%. The median PFS was 12.4 months (95% CI 6.4-24.9). The combination was well tolerated.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van eerstelijns ibrutinib-venetoclax versus chlorambucil-obinutuzumab voor CLL (0)
2021-06-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  GLOW study CLL first-line ibrutinib-venetoclax versus chlorambucil-obinutuzumab
Prof. Arnon KaterIbrutinib en venetoclax hebben complementaire werkingsmechanismen voor CLL. Ibrutinib remt CLL-proliferatie en mobilisering van cellen uit beschermende lymfoïde niches, en venetoclax doodt efficiënt circulerende CLL-cellen af. In een fase 2-studie is werkzaamheid van de combinatie ibrutinib-venetoclax voor CLL gezien (zie vier berichten hieronder). De multinationale fase 3 studie GLOW heeft fixed-duration ibrutinib-venetoclax (FD I+V) vergeleken met chlorambucil-obinutuzumab (CLB + O) als eerstelijns behandeling voor CLL/SLL. Prof. Arnon Kater (Amsterdam UMC) presenteert de studie op het virtuele congres van de European Hematology Association.1

GLOW includeerde patiënten in de leeftijd van 65 jaar of ouder, of 18 tot 65 jaar met een Cumulative Illness Rating Scale score hoger dan 6 of creatinineklaring lager dan 70 ml/min. Patiënten met del(17p) of bekende TP53-mutatie werden geëxcludeerd. De patiënten werden gerandomiseerd naar I+V (drie vier-weekse cycli ibrutinib 420 mg/d gevolgd door twaalf cycli ibrutinib plus venetoclax ramp-up tot 400 mg/d) of zes cycli standaard Clb+O. Het primaire eindpunt was centraal-beoordeelde progressievrije overleving.

De I+V groep telde 106 patiënten en de Clb+O groep 105. De mediane leeftijd was 71,0 jaar (34,1% 75 jaar of ouder) en 57,8% waren mannen. De mediane follow-up was 27,7 maanden. De figuur laat zien dat de PFS langer was met I+V dan met Clb+O (HR 0,216; p<0,001). Dit PFS-profijt met I+V over Clb+O werd consistent gezien in vooraf-gedefinieerde subgroepen, zoals CIRS hoger dan 6 (HR 0,248) en leeftijd 65 jaar of ouder (HR 0,234). Drie maanden na voltooiing van de behandeling was het percentage patiënten met uMRD in beenmerg 51,9% met I+V versus 17,1% met Clb+O (p<0,001) en in perifeer bloed 54,7% met I+V versus 39,0% met Clb+O (p=0,00259). Deze diepere respons vertaalde zich naar langere tijd tot volgende behandeling (HR 0,143; 95%-bti 0,05-0,41). De veiligheid van I+V was consistent met wat behandeling in een oudere comorbide populatie. Graad 5 AEs werden gezien in zeven patiënten met I+V versus 2 patiënten met Clb+O.

De onderzoekers concluderen dat het volledig-orale FD I+V regime vergeleken met Clb+O als eerstelijns behandeling voor CLL/SLL resulteerde in langere PFS, onafhankelijk van CIRS-score en andere covariaten, en in langere tijd tot volgende behandeling.

1.Kater A et al. EHA 2021; abstr. LB 1902

Summary: The multinational phase 3 study GLOW compared the all-oral regimen fixed-duration ibrutinib plus venetoclax versus chlorambucil-obinutuzumab as first-line treatment for CLL/SLL in patients aged 65 years or older, or 18-64 years with CIRS score >6 or creatinine clearance <70 ml/min. The PFS was significantly better with I+V than with Clb+O. I+V was also superior for the endpoints uMRD in bone marrow and peripheral blood, complete response, and time to subsequent therapy. The safety profile of I+V was consistent with treatmen in an elderly comorbid population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Kenmerken van patiënten met diffuus intrinsiek ponsglioom op de leeftijd van tien jaar of ouder (0)
2021-06-12 15:00   ( Nieuws )
Tags:  DIPG patients ≥ 10 years of age
Dr. Craig ErkerDiffuus intrinsiek ponsglioom (DIPG) wordt gewoonlijk gezien in jonge kinderen, maar kan ook voorkomen in adolescenten en jongvolwassenen. Een analyse van het International DIPG Registry (IDIPGR) heeft kenmerken geïnventariseerd van patiënten met een DIPG-diagnose op de leeftijd van tien jaar of later. Dr. Craig Erker (Dalhousie University, Halifax, Canada) en collega’s publiceren de analyse in Neuro-Oncology.1

Onder de 1010 patiënten met gegevens in IDIPGR waren 208 (21%) bij diagnose tien jaar of ouder. De analyse includeerde 152 van deze patiënten, met bij diagnose een mediane leeftijd 12 jaar (range 10-26,8). De mediane overall survival was 13 maanden (range 2-82), en de één-, drie-, en vijf-jaars OS was 61,9%; 3,7%; en 1,5%. Achttien patiënten (11,8%) overleefden tenminste 24 maanden na de diagnose (‘long-term survivors’, LTSs). Vergeleken met patiënten die korter overleefden hadden de LTSs hogere waarschijnlijkheid ouder te zijn en bij presentatie langere duur van symptomen te hebben.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met een DIPG-diagnose na de leeftijd negen jaar een mediane overleving hadden van 13 maanden. LTSs presenteerden zich met langere duur van symptomen en hogere leeftijd vergeleken met STSs.

1.Erker C, Lane A, Chaney B et al. Characteristics of patients ≥ 10 years of age with diffuse intrinsic pontine glioma: a report from the International DIPG Registry. Neuro-Oncology 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the International Diffuse Intrinsic Pontine Glioma Registry showed that patients with a DIPG diagnosis after age nine years have a median survival of 13 months. Long-term survivors (≥24 months) present with longer symptom duration and are likely to be older at presentation compared to short-term survivors (<24 months).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van neoadjuvante CRT op prognostische relevantie van chirurgische margestatus in pancreasadenocarcinoom (0)
2021-06-12 13:30   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic adenocarcinoma neoadjuvant chemoradiation
Dr. Joshua MeyerIn veel studies is gezien dat R0-resectie vergeleken met R1-resectie voor pancreasadenocarcinoom (PAC) resulteerde in betere overleving. De impact van neoadjuvante chemoradiotherapie (NACRT) op deze associatie is niet bekend. Een studie van Fox Chase Cancer Center (Philadelphia, PA) heeft deze impact onderzocht. Dr. Joshua Meyer en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

De studie includeerde alle patiënten die tussen begin 1996 en eind 2014 in het centrum chirurgische resectie ondergingen voor PAC. Patiënten die werden behandeld met palliatieve intentie, met metastatische ziekte, en met biliaire/ampullaire tumoren werden geëxcludeerd. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival.

Onder de 300 geïncludeerde patiënten waren 134 die NACRT met concurrent 5-fluorouracil of gemcitabine kregen gevolgd door chirurgie, en 166 patiënten die upfront chirurgie ondergingen gevolgd door adjuvante chemotherapie in 72% van de patiënten en radiotherapie in 65%. In beide groepen had 31% een positieve chirurgische marge. De mediane OS in de NACRT-groep was 26,6 maanden voor patiënten met positieve chirurgische marge en 31,6 maanden voor patiënten met negatieve chirurgische marge. In de upfront chirurgie-groep was de mediane OS 12,0 maanden voor patiënten met positieve chirurgische marge en 24,5 maanden voor patiënten met negatieve chirurgische marge. In beide groepen was OS significant beter met negatieve chirurgische marge dan met positieve chirurgische marge (p=0,006). Onder patiënten met positieve chirurgische marge hadden de NACRT-patiënten betere OS dan upfront chirurgie-patiënten (p<0,001). In multivariabele analyse waren positieve chirurgische marge in de upfront chirurgie-groep (HR 2,94; p<0,001) en hogere leeftijd (per jaar HR 1,01; p=0,007) geassocieerd met slechtere OS. Positieve versus negatieve chirurgische marge was in de NACRT-groep niet geassocieerd met significant slechtere OS (HR 1,09; p=0,70).

De onderzoekers concluderen dat patiënten met positieve marge na NACRT en chirurgie langere OS hadden dan patiënten met positieve marge na upfront chirurgie. NACRT komst sterk in aanmerking voor patiënten met hoog risico van R1-resectie.

1.Zhang E, Wang L, Shaikh T et al. Neoadjuvant chemoradiation impacts the prognostic effect of surgical margin status in pancreatic adenocarcinoma. Ann Surg Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A study at Fox Chase Cancer Center (Philadelphia, PA) found that among patients with pancreatic adenocarcinoma, patients with a positive surgical margin after neodadjuvant chemoradiation and surgery had longer survival compared with patients with a positive margin after upfront surgery. NACRT should be strongly considered for patients a high risk of R1 resection.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van cardiovaculair-risicofactoren met uitkomsten van patiënten met HER2-positief mammacarcinoom (0)
2021-06-12 12:00   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive breast cancer survivors CVD risk factors
Prof. Sai-ching YeungMammacarcinoom (BC) en cardiovasculaire ziekten (CVD) hebben veel gemeenschappelijke risicofactoren. Het is van belang om risicofactoren voor CVD-gebeurtenissen in hoog-risico BC-patiënten te identificeren. Een studie van MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) heeft de associatie van cardiovasculair-risicofactoren met late ernstige cardiotoxiciteit en overleving van patiënten met HER2-positief BC geïnventariseerd. Late ernstige cardiotoxiciteit werd gedefinieerd als cardiovasculair overlijden, cardiomyopathie, symptomatisch hartfalen, en myocardinfarct twee jaar of langer na de BC-diagnose. Prof. Sai-ching Yeung en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1


De studie includeerde 2448 achtereenvolgende patiënten met een mediane follow-up van 111,0 maanden (IQR 52,0-151,8). Onder deze patiënten hadden 136 late ernstige CV-gebeurtenissen. Tijdens de follow-up overleden 752 patiënten, onder wie 533 aan primair BC (70,0%) en twaalf aan CVD (1,6%). Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met slechtere late ernstige cardioxiciteit-vrije overleving waren hypertensie (HR 1,546; p=0,036) en geschiedenis van coronairslagaderziekte (CAD; HR 3,333; p<0,001). Anthracycline-bevattende behandeling was niet significant geassocieerd met CV-gebeurtenissen (HR 1,536; p=0,062). Regimes die zowel anthracycline als anti-HER2 therapie omvatten waren voorspellend voor betere overall survival (HR 0,515; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat hypertensie en geschiedenis van CAD onafhankelijke voorspellers waren van late ernstige cardiotoxiciteit. Toevoeging van anti-HER2 therapie aan anthracyclines was niet geassocieerd met substantiële toename van het risico van late cardiotoxiciteit en wel met betere overleving.

1.He X, Ji J, Dai X et al. Association of cardiovascular disease risk factors with late cardiotoxicity and survival in HER2-positive breast cancer survivors. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that among patients with early-stage HER2-positive breast cancer, hypertension and coronary artery disease history were independent prognostic factors for late severe cardiovascular events. Addition of anti-HER2 agents to anthracycline-containing regimens did not substantially increase the risk for late severe cardiotoxicity and conferred better overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)