Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Waarde van neoadjuvante systemische therapie voor gastro-intestinale stromaceltumoren (0)
2021-03-01 16:00   ( Nieuws )
Tags:  GISTs neoadjuvant systemic therapy
Dr. Celina AngIn retrospectieve en éénarmige prospectieve studies is klinisch profijt gezien van neoadjuvant imatinib voor GISTs. Bij gebrek aan gerandomiseerde studies blijft de impact van neoadjuvante systemische therapie (NAT) vergeleken met upfront resectie (UR) voor GISTs echter onduidelijk. Een analyse van de National Cancer Database heeft uitkomsten van NAT voor GISTs geïnventariseerd. Dr. Celina Ang (Icahn School of Medicine at Mount Sinai, New York) en collega’s publiceren de analyse in het International Journal of Cancer.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 16.308 patiënten die tussen begin 2004 en eind 2016 resectie ondergingen voor gelokaliseerd GIST van maag, slokdarm, dunne darm, of colorectum. Onder deze patiënten waren er 865 (5,3%) die eerst tenminste drie maanden NAT kregen. De mediane duur van NAT was 6,3 maanden. Van de NAT-patiënten had 72,8% hoog-risico GIST versus 49,7% van de UR-patiënten. In voor propensiteit-score gewogen analyse was NAT geassocieerd met significant overlevingsvoordeel (HR 0,85; 95%-bti 0,80-0,91). Negentig-dagen postoperatieve mortaliteit was lager in de NAT-groep (0,5%) dan in de UR-groep (2,2%). Er was geen significant verschil tussen beide groepen in percentage patiënten met R0-resectie.

De onderzoekers concluderen dat ondanks een hoger percentage hoog-risico patiënten in de NAT-groep, de NAT-groep vergeleken met de UR-groep een overlevingsvoordeel had en een lager risico van negentig-dagen postoperatieve mortaliteit, zonder ongunstig effect op het bereiken van R0-resectie.

  • 1.Marqueen KE, Moshier E, Buckstein M, Ang C. Neoadjuvant therapy for gastrointestinal stromal tumors: a propensity score weighted analysis. Int J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the National Cancer Database found that neoadjuvant systemic therapy for localized GIST was associated with modest survival benefit and lower risk of 90-day postoperative mortality, with (compared to upfront resection) no difference in likelihood of achieving R0 resection.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Netwerk meta-analyse van behandelingen voor niet-kleincellig longcarcinoom met hersenmetastasen (0)
2021-03-01 15:32   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC with brain metastases network meta-analysis of treatments
Voor niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) met hersenmetastasen (BMs) zijn verschillende behandelingen beschikbaar, die niet head-to-head vergeleken zijn. Een netwerk meta-analyse heeft de relatieve werkzaamheid geïnventariseerd van zes behandelingen voor EGFR-gemuteerd NSCLC met BMs en van zes behandelingen voor EGFR-ongeselecteerd NSCLC met BMs. Dr. Lihui Liu (Chinese Academie voor Medische Wetenschappen, Beijing) en collega’s publiceren de analyse in Lung Cancer.1

In de literatuur vonden de onderzoekers vijftien voor het onderwerp relevante gerandomiseerde gecontroleerde studies, met tezamen 1216 patiënten. Onder patiënten met EGFR-gemuteerd NSCLC met BMs was voor het eindpunt progressievrije overleving osimertinib de meest-werkzame behandeling, vergeleken met eerstegeneratie EGFR-TKI (HR 0,36; 95%-bti 0,38-0,55), tweedegeneratie EGFR-TKI (0,59; 0,34-0,99), conventionele chemotherapie (0,30; 0,14-0,66), radiotherapie (0,20; 0,14-0,29), en radiotherapie plus eerstegeneratie TKI (0,21; 0,14-0,32). Ook voor het eindpunt overall survival was osimertinib de meest-werkzame behandeling.

Onder patiënten met niet voor EGFR-mutatie geselecteerd NSCLC met BMs was voor het eindpunt progressievrije overleving de combinatie van anti-PD1 monoklonaal antilichaam plus conventionele chemotherapie de meest-werkzame behandeling, vergeleken met radiotherapie (HR 0,20; 95%-bti 0,14-0,29), conventionele chemotherapie (0,42; 0,28-0,68), radiotherapie plus conventionele chemotherapie (0,59; 0,32-0,98), radiotherapie plus eerstegeneratie TKI (0,49; 0,25-0,96), en immuuncheckpointremmer monotherapie (0,44; 0,28-0,69). Combinatietherapie was echter geassocieerd met verhoogd risico van toxiciteit.

De onderzoekers concluderen dat osimertinib de meest-werkzame behandeling is voor EGFR-gemuteerd NSCLC met BMs , terwijl de combinatie van anti-PD1 monoklonaal antilichaam plus conventionele chemotherapie de meeste activiteit had voor niet voor EGFR-mutatie geselecteerd NSCLC met BMs.

  • 1.Lihui Liu, Bai H, Seery S et al. Efficacy and safety of treatment modalities across EGFR selected/unselected populations with non-small cell lung cancer and brain metastases: a systematich review and Bayesian network meta-analysis. Lung Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Network meta-analysis showed that osimertinib is the most effective and safe treatment for EGFR mutated NSCLC with brain metastases. For EGFR unselected NSCLC with BMs the combination of anti-PD1 monoclonal antibody plus conventional chemotherapy was most effective but also associated with increased toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Histopathologische kenmerken van zwangerschaps-geassocieerd mammacarcinoom (0)
2021-03-01 15:00   ( Nieuws )
Tags:  pregnancy-associated breast cancer
Dr. Britt SuelmanZwangerschaps-geassocieerd mammacarcinoom (PABC), gedefinieerd als mammacarcinoom gediagnostiseerd tijdens of binnen een jaar na de zwangerschap, wordt gezien in ongeveer één van elke drieduizend zwangerschappen. PABC maakt ongeveer 7% uit van alle gevallen van mammacarcinoom in vrouwen tot de leeftijd van 45 jaar. Een Nederlandse studie heeft histopathologische kenmerken van PABC geïnventariseerd. Dr. Britt Suelman (UMC Utrecht) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

In het PALGA-register identificeerden de onderzoekers 744 PABC-patiënten (hier gedefinieerd als gediagnostiseerd tijdens of binnen zes maanden na een zwangerschap) met een diagnose tussen begin 1988 en eind 2019, van wie 741 voor leeftijd konden worden gematched met een niet-zwangere BC-patiënt met diagnose tussen begin 2013 en eind 2016. De mediane leeftijd was 34,3 jaar (range 19-45), en de meeste PABCs (74,2%) werden gediagnostiseerd tijdens de zwangerschap. De PABC-patiënten hadden vergeleken met de controlepatiënten tumoren met hogere Bloom-Richardson graad (graad I: 1,5% versus 12,4%; graad II: 16,9% versus 31,3%; graad III: 80,3% versus 39,5%; p<0,0001). PABC was minder frequent ER-positief (38,9% versus 68,2%; p<0,0001) en PR-positief (33,9% versus 59,0%; p<0,0001) en meer frequent HER2-positief (20,0% versus 10,0%; p<0,0001). Het meest-waargenomen intrinsiek subtype in PABC was TNBC (38,3%; versus 22,0% onder controlevrouwen; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat PABC vergeleken met mammacarcinoom in leeftijds-gematchte niet-zwangere vrouwen een meer agressief histopathologisch profiel had.

  • 1.Suelmann BBM, van Dooijeweert C, van der Wall E et al. Pregnancy-associated breast cancer: nationwide Dutch study confirms a discriminatory aggressive histopathological profile. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: A nationwide study in The Netherlands found a more aggressive histopathological profile of pregnancy-associated breast cancer compared with breast cancer in non-pregnant age-matched patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van adjuvant TLPLDC-vaccin na resectie voor stadium III of IV melanoom (0)
2021-03-01 14:32   ( Nieuws )
Tags:  stage III IV melanoma adjuvant TLPLDC vaccine
Dr. Timothy VreelandRecente ontwikkelingen in immuuntherapie hebben geresulteerd in verbetering van oncologische uitkomsten van gevorderd melanoom. In veel patiënten wordt echter geen respons op de behandeling gezien. Een multicenter gerandomiseerde fase 2b-studie in de Verenigde Staten heeft de waarde onderzocht van tumor lysate, particle-loaded, dendritic cell (TLPLDC)-vaccin voor preventie van recidief na resectie voor stadium III of IV melanoom. Dr. Timothy Vreeland (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

De studie includeerde 144 patiënten, die na de resectie 2:1 werden gerandomiseerd naar adjuvant TLPLDC-vaccin (n=103) of placebo (gistcelwanddeeltjes en autologe dendritische cellen; n=41). De patiënten kregen driemaandelijkse intradermale injecties. De figuur laat zien dat de ziektevrije overleving in ITT-analyse niet significant verschilde tussen beide groepen. In vooraf gedefinieerde per treatment (PT)-analyse van de patiënten die de eerste zes maanden ziektevrij bleven was de twee-jaars DFS significant beter in de gevaccineerde groep dan in de placebogroep (62,9% versus 34,8%; p=0,041). Adverse events, vooral graad 1 en 2, werden gezien in 67,4% van de patiënten, zonder verschil tussen beide groepen (p=0,880).

De onderzoekers concluderen dat het TLPLDC-vaccin goed verdragen werd en resulteerde in verbetering van de DFS in patiënten zonder vroeg recidief.

  • 1.Vreeland TJ, Clifton GT, Hale DF et al. A phase IIb randomized controlled trial of the TLPLDC vaccine as adjuvant therapy after surgical resection of stage III/IV melanoma: a primary analysis. Ann Surg Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2b study in the USA found that after resection for stage III or IV melanoma administration of TLPLDC (tumor lysate, particle-loaded, dendritic cell) vaccine was well-tolerated and improved DFS among patients who completed the primary vaccine series. This suggests that patients without early recurrence benefit from TLPLDC in preventing future recurrence of melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gamma knife radiochirurgie als initiële behandeling voor niet-functioneel hypofyseadenoom in oudere patiënten (0)
2021-03-01 14:00   ( Nieuws )
Tags:  nonfunctioning pituitary adenomas in elderly patients GKRS
Niet-functioneel hypofyseadenoom (NFPA) is een veel-voorkomende aandoening die over het algemeen geen klachten geeft. In een gering percentage van de patiënten wordt groei van het adenoom gezien, resulterend in visusklachten, hoofdpijn, en andere symptomen. Een retrospectieve studie van de Universiteit van Sichuan (China) heeft werkzaamheid en veiligheid van gamma knife radiochirurgie (GKRS) als initiële behandeling voor NFPA geëvalueerd. Dr. Jing Chen en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1


De studie includeerde 45 patiënten die tussen eind 2007 en eind 2017 GKRS ondergingen. De mediane leeftijd op het moment van GKRS was 71 jaar (range 65-82). Het mediane tumorvolume was 2,6 cm3 (range 0,3-21,8). De mediane marginale dosering was 13 Gy (range 6-23). De behandeling resulteerde in tumorregressie in 35 patiënten (77,8%), stabiele tumor in zes patiënten (13,3%) en progressie van de tumor in vier patiënten (8.9%) tijdens mediane radiologische follow-up van 51,4 maanden. Tumorcontrolepercentages ware, 100%, 95%, 88%, en 88% na één, drie, vijf en tien jaar. Nieuw hypopituïarisme werd gezien in zes patiënten (13%), en twee patiënten met pre-GKRS visusdysfunctie hadden verdere achteruitgang van de visus; er waren geen andere stralings-geïnduceerde complicaties.

De onderzoekers concluderen dat initiële GKRS kan resulteren in hoog tumorcontrolepercentage in oudere patiënten met NFPA, met een laag risico van post-GKRS complicaties.

  • 1.Zhang L, Chen W, Ding C et al. Gamma knife radiosurgery as the initial treatment for elderly patients with nonfunctioning pituitary adenomas. J Neuro-Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Sichuan University (China) evaluated gamma knife radiosurgery as initial treatment for nonfunctioning pituitary adenomas in elderly patients. GKRS provided a high tumor control rate with low risk of postradiosurgical complications.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van adjuvant melatonine voor preventie van recidief na resectie van NSCLC (0)
2021-03-01 13:36   ( Nieuws )
Tags:  AMPLCaRE study melatonin after lung cancer resection
Dr. Dugald SeelyNa resectie met curatieve intentie van niet-kleincellig longcarcinoom wordt in teveel patiënten recidief gezien dat resulteert in mortaliteit. Er zijn aanwijzingen voor werkzaamheid van melatonine voor NSCLC, maar het effect van adjuvant melatonine is niet bekend. De fase 3-studie AMPLCaRE in Canada heeft de impact van adjuvant melatonine na complete resectie van NSCLC op het risico van recidief geëvalueerd. Dr. Dugald Seely (Ottawa Integrative Cancer Centre) en collega’s publiceren de studie in EClinicalMedicine.1



AMPLCaRE werd uitgevoerd in acht Canadese centra. De studie includeerde 709 patiënten die na resectie gedurende een jaar eens per dag melatonine 20 mg (n=356) of placebo (n=353) kregen. Het eindpunt van de studie was twee-jaars ziektevrije overleving. Onder alle patiënten tezamen was melatonine niet geassocieerd met statistisch significant betere twee-jaars DFS (HR 1,01; p=0,94) of vijf-jaars DFS (HR 0,97; p=0,84). De figuur laat zien dat onder patiënten met geresecteerd stadium III/IV NSCLC de vijf-jaars DFS wel significant beter was in de melatonine-groep (HR 0,75; p=0,005). Er waren geen verschillen tussen beide groepen in adverse events of kwaliteit van leven.

De onderzoekers concluderen dat adjuvant melatonine na resectie van NSCLC niet resulteerde in betere DFS onder alle patiënten. Er zou wel een effect kunnen zijn onder patiënten met geresecteerd stadium III of IV NSCLC.

  • 1.Seeley D, Legacy M, Auer RC et al. Adjuvant melatonin for the prevention of recurrence and mortality following lung cancer resection (AMPLCaRE): a randomized placebo controlled clinical trial.

Summary: The phase 3 AMPLCaRE study in Canada evaluated one year of adjuvant melatonin after complete resection of NSCLC. There was no effect of melatonin on DFS for patients with resected stage I/II NSCLC, but in patients with resected stage III/IV NSCLC melatonin resulted in hazard reduction of 25% in five-year DFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cyclofosfamide verlaagt incidentie van aGVHD in post-transplantie ICI-behandeld AML of MDS (0)
2021-03-01 13:00   ( Nieuws )
Tags:  AML or MDS post-transplantation ICIs cyclophosphamide for prevention of aGVHD
Dr. Chantal SaberianImmuuncheckpointremmers (ICIs) kunnen worden gebruikt na allogene hematopoïetische stamceltransplantatie (alloHCT) om immuundysfunctie tegen te gaan. ICIs na alloHCT zijn echter ook geassocieerd met verhoogd risico van graft-versus-host disease (GVHD). Een retrospectieve studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de associatie tussen GVHD-profylaxe en frequentie van GVHD in patiënten die ICIs kregen na alloHCT voor AML of MDS. Dr. Chantal Saberian en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde zestien patiënten met AML en vijf patiënten met MDS die ICIs kregen na alloHCT. Twaalf patiënten kregen post-transplantatie cyclofosfamide (PTCy) als GVHD-profylaxe en negen patiënten kregen tacrolimus en methotrexaat. In vier patiënten kwam acute GVDH tot ontwikkeling. De incidentie van aGVHD was alleen geassocieerd met het type van post-transplantatie GVHD-profylaxe; er waren geen associaties met stamcelbron, donortype, leeftijd, conditioneringsregime, en geschiedenis van GVHD. Na controle voor comorbiditeiten en tijd tussen transplantatie en start van de ICI was PTCy geassocieerd met 90% verlaagd risico van aGVHD (HR 0,1; p=0,01) zonder ongunstige impact op progressievrije overleving of overall survival.

De onderzoekers concluderen dat ICI-therapie na alloHCT voor AML of MDS veilig en feasible was, en dat PTCy de incidentie van aGVHD verlaagde.

  • 1.Saberian C, Abdel-Wahab N, Abudayyeh A et al. Post-transplantation cyclophosphamide reduces the incidence of acute graft-versus-host disease in patients with acute myeloid leukemia/myelodysplastic syndromes who receive immune checkpoint inhibitors after allogeneic hematopoietic stem cell transplantation. J ImmunoTher Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that ICI therapy after allogeneic hematopoietic stem cell transplantation for AML or MDS was safe and feasible. Post-transplantation cyclophosphamide decreased the incidence of acute GVHD without compromising PFS or OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Verschillende uitkomsten met binimetinib voor NRAS codon 12/13- versus NRAS codon 61-gemuteerde maligniteiten (0)
2021-02-28 16:00   ( Nieuws )
Tags:  binimetinib for NRAS-mutated cancers codon 12 13 versus codon 61 mutation
Dr. James ClearyPreklinische en vroege klinische gegevens suggereren dat downstream remming met een MEK-remmer zoals binimetinib werkzaam kan zijn in NRAS-gemuteerde maligniteiten. Het subprotocol Z1A van de fase 2-studie NCI-MATCH heeft binimetinib voor NRAS-gemuteerde maligniteiten (behalve melanoom) geëvalueerd. Dr. James Cleary (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren resultaten van het subprotocol in Clinical Cancer Research.1

Het subprotocol includeerde 47 patiënten met een refractaire solide tumor met mutatie in NRAS codon 12, 13 of 61. De patiënten kregen binimetinib 45 mg tweemaal per dag monotherapie. De toxiciteit was matig; 30% van de patiënten discontinueerden de behandeling wegens binimetinib-geassocieerde toxiciteit. Het primaire eindpunt van de studie was objective response rate. Partiële respons werd gezien in één patiënt, voor een ORR 2,1%. Deze respons werd gezien in een patiënt met maligne ameloblastoom met NRAS codon 61-mutatie. Een patiënt met NRAS codon 61-gemuteerd colorectaalcarcinoom had een niet-bevestigde partiële respons, en twee andere patiënten met NRAS codon 61-gemuteerd colorectaalcarcinoom hadden stabiele ziekte gedurende tenminste twaalf maanden. In exploratieve analyse werd gezien dat patiënten met NRAS codon 61-gemuteerde tumoren (n=8) significant langere OS (p=0,03) en PFS (p=0,007) hadden dan patiënten met NRAS codon 12/13-gemuteerde tumoren (n=16).

De onderzoekers concluderen dat binimetinib monotherapie geen veelbelovende werkzaamheid had voor NRAS-gemuteerde maligniteiten. De waarneming van langere PFS en OS van patiënten met tumoren met codon 61-mutatie verdient nadere bestudering.

  • 1.Cleary JM, Wang VX, Heist RS et al. Differential outcomes in codon 12/13 and codon 61 NRAS-mutated cancers in the phase 2 NCI-MATCH trial of binimetinib in patients with NRAS-mutated tumors. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: The subprotocol Z1A of the phase 2 study NCI-MATCH evaluated the MEK inhibitor binimetinib for NRAS-mutated cancers. Binimetinib did not show promising effects (ORR 2.1%) except among patients with tumors with mutations in NRAS codon 61, who had significantly longer OS (p=0.03) and PFS (p=0.007) than patients with tumors with mutations in NRAS codons 12 or 13.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)