Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Lange-termijn resultaten van fase 2-studie van pembrolizumab voor NSCLC met hersenmetastasen (0)
2020-04-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC with brain metastases pembrolizumab
Dr. Sarah GoldbergOnderzoekers van Yale School of Medicine (New Haven CT) hebben een fase 2-studie uitgevoerd van pembrolizumab voor patiënten met melanoom of niet-kleincellig longcarcinoom met hersenmetastasen. In 2016 is een interimanalyse van de studie gepubliceerd, die concludeerde dat pembrolizumab werkzaam was voor de hersenmetastasen. Dr. Sarah Goldberg en collega’s publiceren nu online in The Lancet Oncology lange-termijn resultaten in het NSCLC-cohort.1

De studie includeerde 42 volwassen patiënten met stadium IV NSCLC met tenminste één niet-behandelde hersenmetastase (5-20 mm), zonder neurologische symptomen of corticosteroïdbehandeling, en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten kregen intraveneus pembrolizumab 10 mg/kg lichaamsgewicht iedere twee weken. De patiënten werden behandeld in twee cohorten: patiënten in cohort 1 hadden tumoren met PD-L1 expressie 1% of hoger, en de patiënten in cohort 2 hadden tumoren met PD-L1 expressie lager dan 1% of niet-evalueerbaar. Het primaire eindpunt van de studie was respons van de hersenmetastase.

De mediane follow-up was 8,3 maanden (IQR 4,5-26,2). Onder de vijf patiënten in cohort 2 was er niet één met hersenmetastase-respons. Onder de 37 patiënten in cohort 1 waren er elf met respons van de hersenmetastase (ORR 29,7%; 95%-bti 15,9-47,0). Behandelings-gerelateerde adverse events waren pneumonitis in twee patiënten, en constitutionele symptomen, colitis, bijnierinsufficiëntie, hyperglycemie, en hypokalemie ieder in één patiënt. Behandelings-gerelateerde serious adverse events werden gezien in zes patiënten (14%).

De onderzoekers concluderen dat pembrolizumab activiteit had voor hersenmetastasen van NSCLC met PD-L1 expressie tenminste 1%, en dat pembrolizumab veilig was voor geselecteerde patiënten met niet-behandelde hersenmetastasen.

1.Goldberg SB, Schalper KA, Gettinger SN et al. Pembrolizumab for management of patients with NSCLC and brain metastases: long-term results and biomarker analysis from a nong-randomised, open-label, phase 2 trial. Lancet Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at Yale School of Medicine (New Haven, CT) evaluated pembrolizumab for NSCLC with brain metastases. Pembrolizumab had activity in brain metastases from NSCLC with PD-L1 expression at least 1%, and was safe in selected patients with untreated brain metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

BTK-remming voor CLL met resistentie tegen venetoclax (0)
2020-04-05 13:29   ( Nieuws )
Tags:  CLL resistant to venetoclax BTK inhibitor therapy
Dr. Mary Ann AndersonIntroductie van BTK-remmers en van de BCL2-remmer venetoclax heeft geresulteerd in aanzienlijke verbetering van de uitkomsten van patiënten met CLL. In prospectieve studies is gezien dat venetoclax een werkzame salvage therapie is na progressie van CLL op BTK-remmers. Een studie van het Peter MacCallum Cencer Centre (Melbourne, Australië) heeft nu de waarde onderzocht van salvage met BTK-remming na progressie van CLL op venetoclax. Dr. Mary Ann Anderson en collega’s publiceren de studie online in Blood.1

De studie includeerde 23 achtereenvolgende patiënten met recidiverend/refractair CLL met progressie op venetoclax. De patiënten kregen ibrutinib (n=21) of zanubrutinib (n=2). De mediane progressievrije overleving na start van de BTK-remmer was 34 maanden (range <1-50) en de mediane overall survival was 42 maanden (range 2-50). Factoren die geassocieerd waren met langere PFS na BTK-rermmer salvage waren remissieduur op venetoclax 24 maanden of langer (p=0,044) en bereiken van complete remissie op venetoclax (p=0,029). BTK-remmertherapie resulteerde in duurzaam profijt van patiënten met de BCL2 Gly101Val venetoclaxresistentiemutatie (24-maands PFS 69%). Na mediaan 33 maanden follow-up (range 2-53) werden elf patiënten nog met BTK-remmer behandeld, en hadden twaalf de therapie beëindigd wegens ziekteprogressie (n=-8) of toxiciteit (n=4).

De onderzoekers concluderen dat BTK-remming een geschikte salvage therapie kan zijn na progressie van CLL op venetoclax.

1.Lin VS, Lew TE, Handunnetti SM et al. BTK inhibitor therapy is effective in patients with CLL resistant to venetoclax. Blood 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Peter MacCallum Cancer Centre (Melbourne, Australia) found that BTK inhibitor therapy can provide durable CLL control after disease progression on venetoclax.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Bispecifieke CAR T-celtherapie gericht op CD19 en CD22 voor recidiverend of refractair B-cel ALL (0)
2020-04-05 12:00   ( Nieuws )
Tags:  R R B-ALL bispecific CAR-T cell targeting both CD19 and CD22
Prof. Weidong HanOp CD19 gerichte CAR T-celtherapie voor B-cel ALL heeft geresulteerd in hoge percentages patiënten met complete remissie (CR), maar in sommige patiënten is ontstaan van CD19-negatieve leukemie gezien. Het is denkbaar dat bispecifieke CAR T-celtherapie gericht op zowel CD19 als CD22 het risico van CD19-negatief recidief kan verlagen. Een pilot studie in China heeft de feasibiliteit van deze benadering onderzocht. Prof. Weidong Han (Ziekenhuis van het Chinese Volksleger, Beijing) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Hematology & Oncology.1

De studie includeerde zes volwassen patiënten met recidiverend of refractair B-ALL die autologe bispecifieke CD19/CD22 CAR T-cellen kregen toegediend in een dosering uiteenlopend van 1,7 x 106 tot 3,0 x 106 cellen per kg lichaamsgewicht. De behandeling resulteerde in robuuste cytolytische activiteit tegen de targetcellen. In zes van zes patiënten werd MRD-negatieve CR bereikt.De CAR T-cellen werden gedetecteerd in bloed, beenmerg, en cerebrospinaal vocht van de patiënten. Er werd geen neurotoxiciteit gezien. Eén patiënt had vijf maanden na de behandeling recidief met blastcellen zonder expressie van CD19 en verminderde CD22 expressie op het blastoppervlak.

De onderzoekers concluderen dat autologe CD19/CD22 CAR T-celtherapie feasible en veilig was en resulteerde in MRD-negatieve CR in alle patiënten.

1.Dai H, Wu, Z, Jia H et al. Bispecific CAR-T cells targeting both CD19 and CD22 for therapy of adults with relapsed or refractory B cell acute lymphoblastic leukemia. J Hematol Oncol 2020;13:30

Summary: A study at the Chinese PLA General Hospital (Beijing) found that bispecific autologous CD19/CD22 CAR-T cell therapy is feasible and safe and mediates potent anti-leukemic activity in patients with relapsed or refractory B-ALL. MRD negative complete remission was achieved in 6 out of 6 enrolled patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties tussen calcium- en magnesiuminname en risico van slokdarmcarcinoom (0)
2020-04-04 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NIH-AARP Diet and Health Study prospective cohort oesophageal cancer calcium magnesium
Dr. Shailja ShahHet is denkbaar dat voedingsgewoonten een rol spelen bij het ontstaan van maligniteiten van de slokdarm. Een retrospectieve analyse in het prospectieve cohort van de NIH-AARP Diet and Health Study heeft de associaties onderzocht van inname van calcium en magnesium met het risico van slokdarmcarcinoom. Dr. Shailja Shah (Vanderbilt University Medical Center, Nashville TN) en collega’s publiceren de analyse online in het British Journal of Cancer.1

De studie telde 536.359 deelnemers. Tijdens meer dan 6,5 miljoen persoonsjaren follow-up werd in 1414 deelnemers squameus celcarcinoom van de slokdarm (OSCC) of adenocarcinoom van de slokdarm (OAC) gediagnostiseerd. Calciuminname in de drie hoogste kwartielen was geassocieerd met gecorrigeerd 32 tot 41% lager risico van OSCC dan inname in het laagste kwartiel (p voor trend 0,01). Magnesiuminname was positief geassocieerd met het OAC-risico, maar alleen onder deelnemers met een lage calcium/magnesiuminname ratio (p=0,04).

De onderzoekers concluderen dat inname van calcium en magnesium uit de voeding geassocieerd was met het risico van OSCC en onder sommige deelnemers ook met het risico van OAC.

1.Shah S, Dai Q, Zhu X et al. Associations between calcium and magnesium intake and the risk of incident oesophageal cancer: an analysis of the NIH-AARP Diet and Health Study prospective cohort. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A retrospective analysis of the NIH-AARP Diet and Health Study prospective cohort found that increasing dietary calcium and magnesium intake was associated with decreasing risk of OSCC and, among certain participants, also OAC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van HPV-genotype en cytologie-testresultaat op risico van cervix(pre)maligniteit (0)
2020-04-04 13:30   ( Nieuws )
Tags:  cervical cancer and precancer risk stratification by cytology and HPV genotype
Dr. Mari NygårdVrouwen met persisterende HPV-infecties hebben een verhoogd risico van cervix-premaligniteit en –maligniteit. Testen op HPV16/18-infectie zou wellicht de risicostratificatie kunnen verbeteren, en vrouwen kunnen identificeren die in aanmerking komen voor onmiddellijke colposcopie. Een studie tijdens de implementatiefase van primair HPV-testen in Noorwegen heeft impact van HPV-genotype en cytologie-testresultaat op het risico van CIN3+ geïnventariseerd. Dr. Mari Nygård (Kreftregisteret, Oslo) en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 3111 vrouwen in de leeftijd van 34 tot en met 69 jaar die bij inclusie HPV-positief getest waren en cytologietesten ondergingen. De CIN3+ risico’s waren hoger voor HPV16/18 dan voor andere hoog-risico HPV-genotypen. Onder vrouwen met cytologische abnormaliteit (ASUS of slechter) was het onmiddellijke CIN3+ risico 57,8% (95%-bti 53,0-62,6) voor HPV16-positiviteit; 40,2% (32,3-49,2) voor HPV18; en 31,4% (28,7-34,3) voor ander hoog-risico HPV. Onder vrouwen met normale cytologie waren de CIN3+ risico’s 19,9% (95%-bti 15,0-26,1) voor HPV16; 10,8% (5,6-20,5) voor HPV18; en 5,5% (4,2-7,1) voor ander hoog-risico HPV.

De onderzoekers concluderen dat benefits en harms van managing op basis van HPV-positiviteit en cytologie-testresultaten beter kunnen worden afgewogen met inclusie van HPV-genotypering in de screening, en kiezen voor meer conservatief management in geval van ander hoog-risico HPV vergeleken met HPV16/18.

1.Hashim D, Engesæter B, Baadstrand Skare G et al. Real-world data on cervical cancer risk stratification by cytology and HPV genotype to inform the management of HPV-positive women in routine cervical screening. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A study in Norway found that benefits and harms of managing women based on HPV positivity and cytology results can be better balanced by inclusion of HPV genotyping in screening, and choosing more conservative management for other high-risk HPV compared to HPV16/18.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van nivolumab plus ipilimumab voor niet-pancreas neuro-endocriene tumoren (0)
2020-04-04 12:00   ( Nieuws )
Tags:  DART SWOG 1609 nonpancreatic neuroendocrine tumors
Dr. Sandip PatelImmuuncheckpointremming heeft geresulteerd in verbetering van uitkomsten van verschillende typen tumoren. Een multicenter basket fase 2-studie onderzoekt veiligheid en werkzaamheid van de combinatie van nivolumab plus ipilimumab voor verschillende typen zeldzame maligniteiten. Dr. Sandip Patel (University of California San Diego, La Jolla) en collega’s publiceren resultaten van het cohort met niet-pancreas neuro-endocriene tumoren (NETs) online in Clincial Cancer Research.1

Het cohort telde achttien patiënten met hooggradige ziekte en veertien patiënten met laag- of intermediairgradige ziekte. De primaire lokaties waren maag/darm (47% van de patiënten), long (19%), en overige (35%). Objectieve respons op de combinatie van nivolumab plus iplilimumab werd gezien in acht patiënten (ORR 25%; 95%-bti 13-64) onder wie één met complete respons en zeven met partiële respons. Alle acht patiënten met respons hadden hooggradige ziekte (ORR 44%); onder de patiënten met laag- of intermediairgradige ziekten werden geen responsen gezien (ORR 0%; p=0,004). De zes-maands progressievrije overleving was 31% (95%-bti 19-52), en de mediane overall survival was 11 maanden (95%-bti 6-NE). De meest-gerapporteerde toxiciteiten waren hypothyreoïdie (31% van de patiënten), vermoeidheid (28%), en misselijkheid (26%). Het meest-voorkomende immuungerelateerde adverse event was verhoogd alanine-aminotransferase (9%). Er waren geen graad 5 AEs.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van ipilimumab plus nivolumab voor niet-pancreas NETs resulteerde in respons in 44% van de patiënten met hooggradige ziekte en 0% van de patiënten met niet-hooggradige ziekte.

1.Patel S, Othus M, Chae YK et al. A phase II basket trial of dual anti-CTLA-4 and anti-PD-1 blockade in rare tumors (DART SWOG 1609) in patients with nonpancreatic neuroendocrine tumors. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study investigated activity of the combination of ipilimumab plus nivolumab for nonpancreatic neurendocrine tumors.The treatment resulted in 44% ORR in patients with high-grade disease an 0% ORR in patients with low/intermediate grade disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Percentage patiënten in fase 1-oncologiestudies die uiteindelijk-goedgekeurde behandeling krijgen (0)
2020-04-03 15:00   ( Nieuws )
Tags:  phase 1 oncology trials proportion of patients receiving ultimately approved treatments
Prof. Jonathan KimmelmanFase 1-oncologiestudies worden vaak beschouwd als therapeutische optie voor patiënten. Een analyse van fase 1-studies geïnitieerd tussen begin 2005 en eind 2010 heeft geïnventariseerd welk percentage van de patiënten een behandeling kreeg die uiteindelijk is goedgekeurd. Prof. Jonathan Kimmelman (McGill University, Montreal) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of the National Cancer Institute.1

In de genoemde periode begonnen 3229 fase 1-oncologiestudies. De onderzoekers analyseerden een random sample van 1000 van deze studies, met tezamen 32.582 patiënten. Onder deze patiënten waren er 386 (1,2%) die een behandeling kregen die uiteindelijk in de ontvangen dosering door de FDA werd goedgekeurd voor de betreffende indicatie. Als ook behandelingen werden meegeteld die uiteindelijk werden opgenomen in NCCN-richtlijnaanbevelingen nam het aantal patiënten met deze behandelingen toe tot 1168 (3,6%). Het percentade patiënten met een uiteindelijk goedgekeurde behandeling lag hoger in biomarkerstudies en enkele-indicatiestudies, en lager in combinatie- dan in monotherapiestudies.


De onderzoekers concluderen dat één op 83 patiënten in fase 1-oncologiestudies een behandeling kreeg die uiteindelijk werd goedgekeurd door de FDA. Gelet op de gepubliceerde schattingen van 10 tot en met 19% patiënten met ernstige adverse events heeft deelname aan fase 1-oncologiestudies volgens de onderzoekers een lage therapeutische waarde.

1.Zhiang SX, Fergusson D, Kimmelman J. Proportion of patients in phase 1 oncology trials receiving treatments that are ultimately approved. J Natl Cancer Inst 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of 1000 phase 1 oncology trials initiated between 2005 and 2010 and enrolling 32,582 patients found that 1 in 83 patients received a treatment that was ultimately approved for their indication at the doses received. The authors conclude that given published estimates of serious adverse events rates of 10-19%, this represents low therapeutic value for phase 1 trial participation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen borstvoeden en risico van epitheliaal ovariumcarcinoom (0)
2020-04-03 14:00   ( Nieuws )
Tags:  epithelial ovarian cancer risk breastfeeding
Dr. Ana BabicSommige studies hebben een inverse associatie laten zien tussen borstvoeden en het risico van epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC); in andere studies was er geen associatie. Het is niet duidelijk of borstvoeden extra bescherming tegen EOC biedt, bovenop het effect van alleen de zwangerschap. Het is ook niet duidelijk of het mogelijke effect van borstvoeden verschilt voor de verschillende histotypen. Een gepoolde analyse van dertien patiënt-controlestudies van het Ovarian Cancer Association Consortium heeft deze associaties nader onderzocht. Dr. Ana Babic (Brigham and Women’s Hospital, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Oncology.1

De studies, uitgevoerd tussen november 1989 en eind 2009, telden tezamen 9973 EOC-patiënten en 13.843 controlepersonen. De gemiddelde leeftijd van de patiënten was 57,4 jaar (SD 11,1) en de gemiddelde leeftijd van de controlepersonen was 56,4 jaar (SD 11,7). Alle deelneemsters waren pareus. Borstvoeding gegeven hebben was geassocieerd met verlaging van het risico van EOC met 24% (OR 0,76; 95%-bti 0,71-0,80). Onafhankelijk van pariteit was borstvoeding gegeven hebben geassocieerd met verlaging van het risico van alle typen invasief ovariumcarcinoom, in het bijzonder hooggradige sereuze en endometrioïde typen. Onder vrouwen met één borstgevoed kind was borstvoedingsduur drie maanden geassocieerd met 18% lager risico (OR 0,82; 95%-bti 0,76-0,88) en borstvoedingsduur twaalf maanden of langer met 34% lager risico (OR 0,66; 95%-bti 0,58-0,75). De inverse associatie tussen borstvoeding en EOC-risico nam af naarmate de borstvoeding langer geleden was (minder dan tien jaar OR 0,56; 95%-bti 0,47-0,66; dertig jaar of langer OR 0,83; 95%-bti 0,77-0,90; p voor trend 0,02).

De onderzoekers concluderen dat borstvoeding gegeven hebben geassocieerd was met significante verlaging van het risico van EOC, inclusief het hooggradig sereuze subtype.

1.Babic A, Sasamoto N, Rosner BA et al. Association between breastfeeding and ovarian cancer risk. JAMA Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A pooled analysis of 13 case-control studies found that breastfeeding is associated with a significant decrease in risk of ovarian cancer overall and of the high-grade serous subtype, independent of the effect of pregnancy alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)