Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Bevolkings-gebaseerde studie van risico van COVID-19 mortaliteit in Amerikaanse patiënten met maligniteiten (0)
2024-04-16 15:00   ( Nieuws )
Tags:  US cancer patients COVID-19 mortality risk
Kyle ManiPatiënten met maligniteiten hebben een hoog risico van overlijden aan COVID-19. Een bevolkings-gebaseerde studie op basis van de SEER-database heeft dit risico gekwantificeerd. Medisch student Kyle Mani (Albert Einstein College of Medicine, New York) en collega’s publiceren de studie in het Journal of the National Cancer Institute.1

De studie includeerde 4.020.669 patiënten met tezamen 15 typen maligniteiten in 2020. Onder de 291.323 patiënten die overleden was voor 14.821 (5,1%) COVID-19 de doodsoorzaak. Het COVID-19 ziektespecifieke-mortaliteitspercentage was 11,81 per 10.000 persoonsjaren. Daarmee kwam de standardized mortality ratio versus de algemene bevolking van de Verenigde Staten uit op 2,30 (95%-bti 2,26-2,34). COVID-19 was tweede op de lijst van 26 non-cancer doodsoorzaken van patiënten met maligniteiten, na ischemische hartziekte (5,2%). Verhoogd risico van COVID-19 mortaliteit werd gezien onder oudere patiënten (80 jaar of ouder versus jonger dan 50: HR 21,47; 95%-bti 19,34-23,83), mannen (versus vrouwen: 1,46; 1,40-1,51), ongehuwden (versus gehuwden: 1,47; 1,42-1,53), en Hispanic of non-Hispanic Afrikaans Amerikanen (versus non-Hispanic White 2,04; 1,94-2,14 respectievelijk 2,03; 1,94-2,14).

De onderzoekers concluderen dat Amerikaanse patiënten met maligniteiten een ruim tweemaal hoger risico van overlijden aan COVID-19 hebben in vergelijking met de algemene bevolking.

1.Mani KA, Wu X, Spratt DE et al. A population-based study of COVID-19 mortality risk in US cancer patients. J Natl Cancer Inst 2024;djae086

Summary: A population-based study using the SEER database found that people living with cancer are at two times greater risk of dying from COVID-19 compared to the general US population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van sociale en economische uitdagingen van volwassen overlevers van maligniteiten tijdens de jeugd (0)
2024-04-16 13:30   ( Nieuws )
Tags:  adult childhood cancer survivors social and economic challenges
Dr. Miklós GaramiBelangrijke verbetering in de pediatrisch oncologie hebben geresulteerd in een voortdurend toenemend aantal overlevers. De korte- en lange-termijn somatische effecten van maligniteiten tijdens de jeugd worden uitgebreid onderzocht. Er is veel minder informatie beschikbaar over psychociale reïntegratie van overlevers. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft sociale en economische uitdagingen van volwassen overlevers van maligniteiten tijdens de jeugd (CCSs) geïnventariseerd. Dr. Miklós Garami (Semmelweis Universiteit, Boedapest) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Pediatrics.1


In de literatuur tot en met 31 juli 2023 vonden de onderzoekers 280 voor het onderwerp relevante studies met tezamen 389.502 volwassen CCSs. In vergelijking met bevolkings-gebaseerde gematchte controlepersonen hadden de CCSs lagere waarschijnlijkheid van het voltooien van hoger niveau opleidingen (OR 0,69; 95%-bti 0,40-1,18), hogere waarschijnlijkheid van gezondheids-gerelateerde werkloosheid (2,94; 1,90-4,57), lagere waarschijnlijkheid van gehuwd te zijn (0,72; 0,63-0,84), en lagere waarschijnlijkheid van ouderschap (0.60; 0,49-0,74).

De onderzoekers concluderen dat CCSs verscheidene sociaal-economische problemen ervaren.

1.Hernádföi MV, Koch DK, Kói T et al. Burden of childhood cancer and the social and economic challenges in adulthood. A systematic review and meta-analysis. JAMA Pediatr 2024.0642

Summary: Systematic review and meta-analysis of 280 studies with 389,502 adult survivors of childhood cancer found that these survivors experience notable challenges in areas such as education, employment, marriage, and parenthood, when compared with their unaffected peers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Achterwege laten van postmastectomie-radiotherapie na downstaging tot ypN0 na neoadjuvante chemotherapie (0)
2024-04-16 12:00   ( Nieuws )
Tags:  clinically node-positive breast cancer with downstaging to ypN0 after NACT
Er is geen duidelijkheid over de noodzaak van postmastectomie-radiotherapie (PMRT) voor patiënten met aanvankelijk klierpositief (cN+) mammacarcinoom (BC) dat na neoadjuvante chemotherapie (NACT) downstaging tot ypN0 bereikt. Een retrospectieve studie van Sichuan Universiteit (China) heeft de oncologische veiligheid van achterwege laten van PMRT onder deze patiënten geïnventariseerd. Prof. Lei Liu en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 333 cN+ BC patiënten patiënten die tussen begin 2008 en eind 2019 in het West China Hospital van de universiteit NACT kregen en ypN0 BC werden. Onder deze patiënten kregen 189 (56,8%) PMRT en 144 (43,2%) geen PMRT. De mediane follow-up was 71 maanden. In het gehele cohort waren vijf-jaars percentages voor locoregionale recidiefvrije overleving (LRFS), afstandsmetastasevrije overleving (DMFS), mammacarcinoom-specifieke overleving (BCSS) en overall survival (OS) 99,1% respectievelijk 93,4%, 96,4%, en 94,3%. De vijf-jaars percentages voor deze uitkomsten waren 98,8%; 93,8%; 96,7%; en 94,5% met PMRT, versus 99,2%; 91,3%; 94,9%; en 92,0% zonder PMRT (verschillen niet statistisch significant). In multivariate analyse was PMRT geen significant risicofactor voor elk van deze eindpunten. Gestratificeerd naar stadium was PMRT niet geassocieerd met enig overlevingsvoordeel onder patiënten met stadium II of III ziekte.

De onderzoekers concluderen dat het achterwege laten van PMRT veilig kan zijn onder cN+ patiënten die na NACT ypN0 worden.

1.Tan C-f, Wang J, Zhong X-r et al. Is postmastectomy radiotherapy necessary for breast cancer patients with clinically node-positive downstaging to ypN0 after neoadjuvant chemotherapy? Breast Cancer Res Treat 2024; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Sichuan University (China) found that among patients with cN+ breast cancer who turn ypN0 after neoadjuvant chemotherapy, omission of postmastectomy radiotherapy was oncologically safe.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends en voorspellers van kwaliteit van leven in overlevers van niet-kleincellig en kleincellig longcarcinoom (0)
2024-04-15 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC survivors HRQOL
Prof. Melinda IrwinOverlevers van longcarcinoom hebben vaak te kampen met minder dan optimale gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven (HRQOL). Een retrospectieve studie onder overlevers van kleincellig longcarcinoom (SCLC) en niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) in de Yale Lung Cancer Biorepository (Yale Cancer Center, New Haven CT) heeft trends in HRQOL en voorspellers van die trends geïnventariseerd. Prof Melinda Irwin en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1



De onderzoekers bepaalden met de FACT-L vragenlijst de HRQOL van 513 patiënten bij diagnose, na zes maanden, na één jaar, en na twee jaar. Er waren 355 patiënten met vroeg-stadium (I-II) NSCLC, 158 met gevorderd-stadium (III-IV) NSCLC, en 21 met SCLC. De gemiddelde FACT-L scores bij diagnose in deze drie groepen waren 121,0 ± 11,4; 109,2 ± 18,7; en 98,7 ± 20,2). Op alle tijdstippen was de gemiddelde HRQOL hoger onder de patiënten met vroeg-stadium NSCLC dan onder de patiënten met gevorderd-stadium NSCLC. Onder patiënten met vroeg-stadium NSCLC en met gevorderd-stadium NSCLC was de HRQOL niet-significant hoger na één en twee jaar dan bij diagnose. Bij de diagnose NSCLC was hogere HRQOL geassocieerd met hogere leeftijd, betere performance status, fysieke activiteit, adenocarcinoom histologie, en (in gevorderd-stadium NSCLC) geanticipeerde chemotherapie. Bij follow-up onder NSCLC-patiënten was de HRQOL hoger onder patiënten met hogere BMI en betere performance status.

De onderzoekers concluderen dat onder overlevers van longcarcinoom de HRQOL-scores beïnvloed worden door patiëntfactoren, tumorfactoren, en behandelingsfactoren. De HRQOL is hoger onder patiënten met vroeg-stadium ziekte dan onder patiënten met gevorderd-stadium ziekte.

1.Bade BC, Zhao J, Li F et al. Trends and predictors of quality of life in lung cancer survivors. Lung Cancer 2024.107793

Summary: A retrospective study among patients with data in the Yale Lung Cancer Biorepository (New Haven, CT) found that among NSCLC survivors, HRQOL was higher in patients with early-stage disease than patients with advanced-stage disease. In patients surviving at least 2 years after diagnosis, HRQOL was stable over time. HRQOL was impacted by patient factors, tumor factors, and treatment factors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world behandelpatronen en uitkomsten van patiënten met metastatisch maagcarcinoom in Duitsland (0)
2024-04-15 13:30   ( Nieuws )
Tags:  mGC real-world treatment patterns and survival in Germany
Prof. Thorsten Oliver GötzePatiënten met metastatisch maagcarcinoom (mGC) hebben een slechte prognose. Een retrospectieve studie in Duitsland heeft real-world behandelpatronen en uitkomsten van mGC-patiënten geïnventariseerd. Prof. Thorsten Oliver Götze (Institut für Klinische Krebsforschung, Frankfurt am Main) en collega’s publiceren de studie in BMC Cancer.1

De studie includeerde 5278 patiënten met een nieuwe diagnose mGC tussen begin 2011 en eind 2020. De gemiddelde leeftijd was 72,7 ± 11,6 jaar; 61,9% waren mannen. Er waren 2629 patiënten (49,8%) die eerstelijns therapie voor mGC startten. De behandelde patiënten waren vaker mannen, waren jonger, en hadden minder comorbiditeiten vergeleken met niet-behandelde patiënten. Van de behandelde patiënten switchten 32,8% naar tweedelijns therapie en bereikten 10,2% derdelijns therapie. De figuur laat zien dat de behandelde patiënten significant langere mediane overall survival hadden dan niet-behandelde patiënten 12,7 versus 3,7 maanden).

De onderzoekers concluderen dat meer dan de helft van de patiënten met nieuw-gediagnostiseerd mGC in Duitsland geen systemische therapie kregen, resulterend in een zeer korte mediane OS.

1.Luna J, Picker N, Wilke T et al. Real-world evidence of treatment patterns and survival of metastatic gastric cancer patients in Germany. BMC Cancer 2024;24:462

Summary: A retrospective study in Germany found that more than half of real-world patients with metastatic gastric cancer did not receive systemic therapy. These patients had a very short median overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve lange-termijn evaluatie van conventionele transarteriële chemoëmbolisatie voor levercelcarcinoom (0)
2024-04-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  HCC cTACE
Prof. Thomas VoglVoor levercelcarcinoom (HCC) zijn verschillende behandelingen beschikbaar, waaronder chirurgie, ablatie, en conventionele transarteriële chemoëmbolisatie (cTACE). Een retrospectieve studie van het Academisch Ziekenhuis van de Goethe Universiteit in Frankfurt am Main (Duitsland) heeft de werkzaamheid van cTACE voor HCC tussen 1996 en 2016 geïnventariseerd. Prof. Thomas Vogl en collega’s publiceren de studie in Cancers.1



In de studieperiode kregen in het ziekenhuis in Frankfurt 836 HCC-patiënten tezamen 4084 cTACE-sessies (gemiddeld 4,89 sessie per patiënt). De mediane overall survival na cTACE was 700 dagen (99%-bti 632,8-767,2). De beste OS werd gezien onder patiënten die neoadjuvante cTACE kregen (1229 dagen; 99%-bti 983,8-1472,2), gevolgd door patiënten die cTACE met curatieve intentie kregen (787 dagen; 696,3-877,7), en patiënten die cTACE met palliatieve intentie kregen (360 dagen; 328,4-391,6). In multivariate analyse waren poortadertrombose (HR 2,19; p<0,01) en Child-Pugh klasse B of slechter (1,44; p<0,001) geassocieerd met slechtere OS.

De onderzoekers concluderen dat geselecteerde patiënten met HCC baat kunnen hebben bij cTACE, en dat poortadertrombose en Child-Pugh klasse B of slechter geassocieerd zijn met slechtere prognose.

1.Vogl TJ, Adwan H, Wolff L et al. Retrospective long-term evaluation of conventional transarterial chemoembolization for hepatocellular carcinoma over 20 years. Cancers 2024;16:1498

Summary: Retrospective review of single-center experience found that selected patients with hepatocellular carcinoma can have satisfying outcomes with conventional transarterial chemoembolization. Portal vein thrombosis and Child-Pugh class B or worse are unfavorable prognostic factors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van eerstelijns chemotherapie met of zonder ICIs voor niet-resectabel thymuscarcinoom (0)
2024-04-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  unresectable TC first-line chemotherapy with or without immunotherapy
Patiënten met thymuscarcinoom (TC) hebben een slechte prognose. Een multicenter retrospectieve studie in China heeft eerstelijns chemotherapie met of zonder immuuncheckpointremmers (ICIs) voor niet-resectabel TC geëvalueerd. Prof. Likun Chen (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 93 patiënten met niet-eerder behandeld niet-resectabel TC. Onder deze patiënten kregen 54 patiënten chemotherapie en 39 chemotherapie plus ICIs. De objective response rate was 50% in de chemotherapiegroep en 76,9% in de chemotherapie plus ICI-groep. De mediane progressievrije overleving was 8,8 maanden in de chemotherapiegroep en 34,9 maanden in de chemotherapie plus ICI-groep (p<0,001), en de mediane overall survival was 41,5 maanden respectievelijk niet bereikt (p=0,025). Immuun-gerelateerde adverse events werden gezien in 17 patiënten in de chemotherapie plus ICI-groep, onder wie 15 met graad 1 of 2 irAEs.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met niet-resectabel TC, eerstelijns chemotherapie plus ICIs superieure werkzaamheid heeft vergeleken met alleen chemotherapie, en dat de adverse events manageable zijn.

1.Zhang B, Liu Y, Chen Z et al. Chemotherapy versus chemotherapy plus immune checkpoint inhibitors for the first-line treatment of unresectable thymic carcinoma: a multicenter retrospective study. Int J Cancer 2024.34948

Summary: A multicenter retrospective study in China found that among patients with unresectable thymic carcinoma, first-line chemotherapy plus ICIs had superior efficacy compared with chemotherapy alone, and that the adverse effects of chemotherapy plus ICIs were manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Circulerend tumor DNA als biomarker in sotorasib-behandeld gevorderd NSCLC met KRAS-G12C mutatie (0)
2024-04-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  KRAS G12C-mutated aNSCLC sotorasib ctDNA
Prof. Anne-Marie DingemansSotorasib is een irreversibele remmer van KRAS-G12C. Er is behoefte aan biomarkers om behandelkeuzen te geleiden onder patiënten die sotorasib krijgen voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) met KRAS-G12C mutatie. Een studie van Erasmus MC Kanker Instituut heeft circulerend tumor DNA (ctDNA) als biomarker geëvalueerd. Prof. Anne-Marie Dingemans en collega’s publiceren de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1

De studie includeerde 66 patiënten die bloedmonsters afstonden voor aanvang van de behandeling, bij de eerste evaluatie van de respons, en bij progressie van de ziekte. Pretreatment KRAS-G12C ctDNA werd gedetecteerd in 50 patiënten (76%). Patiënten met pretreatment detecteerbaar ctDNA hadden inferieure progressievrije overleving (HR 2,13; p=0,031) en overall survival (2,61; p=0,017). Bij de eerste evaluatie van de respons hadden 29 van 40 patiënten (73%) moleculaire respons. Patiënten zonder moleculaire respons hadden inferieure OS (HR 3,58; p<0,00059). KRAS-amplificaties werden geïdentificeerd als potentieel resistentiemechanisme tegen sotorasib.

De onderzoekers concluderen dat KRAS-G12C ctDNA een bruikbare biomarker kan zijn in sotorasib-behandeld aNSCLC met KRAS-G12C mutatie.

1.Ernst SM, van Marion R, Atmodimedjo PN et al. Clinical utility of circulating tumor DNA in patients with advanced KRASG12C-mutated non-small cell lung cancer treated with sotorasib. J Thor Oncol 2024.04.007

Summary: A study at Erasmus MC Cancer Institute (Rotterdam, The Netherlands) found that among patients receiving sotarasib for advanced KRAS-G12C mutated non-small cell lung cancer, pretreatment detection of ctDNA was associated with inferior prognosis, while on-treatment ctDNA clearance was a marker of treatment response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)