Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Impact van adjuvante endocriene therapie op uitkomsten van HR-positief mammacarcinoom in oudere vrouwen (0)
2020-08-10 15:00   ( Nieuws )
Tags:  elderly HR-positive breast cancer patients adjuvant endocrine therapy
Dr. Alice ChungEr is geen consensus over de waarde van adjuvante endocriene therapie (ET) voor oudere patiënten met vroeg-stadium hormoonreceptor-positief mammacarcinoom (HR+ BC). Een studie van Cedars-Sinai Medical Center (Los Angeles CA) heeft de impact van adjuvante ET op uitkomsten in deze patiënten geïnventariseerd. Dr. Alice Chung en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

Review van een prospectief onderhouden database identificeerde 483 vrouwen in de leeftijd van 70 jaar en ouder die tussen begin 2004 en eind 2013 in CSMC borstsparende chirurgie ondergingen voor stadium I tot en met III HR+ BC. De onderzoekers vergeleken de uitkomsten van patiënten die wel adjuvante ET kregen met die van patiënten die geen adjuvante ET kregen. De patiënten die wel ET kregen waren jonger (mediane leeftijd 76 versus 78 jaar; p=0,006), hadden grotere tumoren (mediane grootte 15 versus 14 mm; p=0,016), ondergingen meer frequent schildwachtklierbiopsie (83,7% versus 67,8%), hadden meer frequent positieve lymfeklieren (25,5% versus 9,8%; p=0,008), en kregen meer frequent radiotherapie (76% versus 43%; p<0,001). Na correctie voor ASA-score, LN-status, tumorgraad, en radiotherapie was adjuvante ET geassocieerd met betere overall survival (HR 0,44; p=0,004) en ziektevrije overleving (HR 0,42; p<0,01) maar niet met statistisch significant beter locoregionaal recidief (HR 0,38; p=0,069) en mammacarcinoom-specifieke overleving (HR 0,59; p=0,43).

De onderzoekers concluderen dat in oudere vrouwen met HR-positief vroeg-stadium mammacarcinoom, adjuvante ET geassocieerd was met significant betere OS en DFS, ongeacht klinisch-pathologische kenmerken, maar niet met significant betere LRR en BCSS.

1.Crystal JS, Rand J, Johnson J et al. Adjuvant endocrine therapy is associated with improved overall survival in elderly hormone receptor-positive breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Cedars-Sinai Medical Center (Los Angeles, CA) found that in elderly patients with early-stage HR-positive breast cancer, adjuvant endocrine therapy was associated with significant improvements in OS and DFS, regardless of clinicopathological features. However, receipt of ET did not significantly impact LRR and BCSS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends van incidentie van maligniteiten onder jonge volwassenen in Canada (0)
2020-08-10 14:00   ( Nieuws )
Tags:  incidence of young adult cancers in Canada
Dr. Miranda Fidler-BenaoudiaIn recente studies is gezien dat de incidentie van sommige typen maligniteiten toenam onder jongere volwassenen (jonger dan vijftig jaar). Een analyse van gegevens voor Canada in de Cancer Incidence in Five Continents Plus database heeft trends (1983-2012) van incidenties van 28 typen maligniteiten in verschillende geboortecohorten geïnventariseerd. Dr. Miranda Fidler-Benaoudia (University of Calgary) en collega’s publiceren de analyse in Cancer.1



De analyse identificeerde onder volwassenen jonger dan vijftig jaar een toename van incidentie van dertien typen maligniteiten, voornamelijk samenhangend met obesitas . De grootste toename werd gezien voor rectumcarcinoom en coloncarcinoom. Vergeleken met jonge volwassenen die geboren waren in 1943 was onder jonge volwassenen geboren omstreeks 1988 het risico van rectumcarcinoom bijna vijfmaal hoger (IRR 4,98; 95%-bti 2,87-8,63) en het risico van coloncarcinoom ruim tweemaal hoger (IRR 2,31; 95%-bti 1,62-3,30). Er was onder jonge volwassenen en dalende trend voor negen typen maligniteiten, vooral samenhangend met roken en infecties (longcarcinoom, cervixcarcinoom). Zo was bijvoorbeeld het risico van longcarcinoom in het 1988-geboortecohort 60% lager dan in het 1943-geboortecohort (IRR 0,42; 95%-bti 0,23-0,78).

De onderzoekers concluderen dat de incidentie van met obesitas samenhangende maligniteiten onder jonge volwassenen in Canada tussen 1983 en 2012 is toegenomen, terwijl de incidentie van met roken en infecties samenhangende maligniteiten is afgenomen.

1.Heer EV, Harper AS, Sung H et al. Emerging cancer incidence trends in Canada: the growing burden of young adult cancers. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis of data for Canada in the Cancer Incidence in Five Continents Plus database found that among young adults (till 50 years of age) from 1983-2012 the incidence of some cancers associated with obesity is increasing. Compared with the 1943 birth cohort, persons born in 1988 had 5- respectively 2-fold greater risks of rectal cancer and colon cancer. The incidence of smoking- and infections-related cancers among young adults is decreasing.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van ensartinib versus crizotinib voor gevorderd ALK-positief NSCLC (0)
2020-08-10 13:00   ( Nieuws )
Dr. Leora HornEnsartinib (voorheen X-396) is een nieuwe tweedegeneratie ALK-tyrosinekinaseremmer. In fase 1- en 2-studies is activiteit van ensartinib gezien voor ALK+ NSCLC na eerdere behandeling met crizotinib. De multinationale fase 3-studie EXALT3 evalueerde ensartinib versus critzotinib voor ALK-positief lokaal-gevorderd of metastatisch NSCLC. Dr. Leora Horn (Vanderbilt-Ingram Cancer Center, Nashville TN) presenteerde een interimanalyse van de studie op het virtuele Presidential Symposium van het 2020 World Congress on Lung Cancer.1

De studie includeerde patiënten met LA-NSCLC of mNSCLC, die ALK-TKI naïef waren en ten hoogste één eerdere lijn chemotherapie hadden gekregen. De mediane leeftijd was 54,1 jaar; 26% van de patiënten had eerder chemotherapie gekregen, en 36% had baseline CNS-metastasen. De patiënten werden gestratificeerd voor eerdere chemotherapie, ECOG PS, hersenmetastasen, en geografische regio, gerandomiseerd naar oraal ensartinib 225 mg eenmaal daags (n=143) of oraal crizotinib 250 mg tweemaal daags (n=147). De gemodificeerde (m)ITT-populatie bestond uit patiënten met centraal-bevestigde ALK+ patiënten (121 in de ensartinibgroep en 126 in de crizotinibgroep. Het primaire eindpunt van de studie was centraal-beoordeelde progressievrije overleving in de ITT-populatie.

De interimanalyse werd uitgevoerd na 143 PFS-gebeurtenissen in de ITT-populatie. De mediane PFS was 25,8 maanden in de ensartinibgroep versus 12,7 maanden in de crizotinibgroep (HR 0,52; p=0,003) in de ITT-populatie, en niet-bereikt versus 12,7 maanden in de mITT-populatie (HR 0,48; p=0,002). Onder patiënten met meetbare hersenmetastasen was de intracraniële ORR 54% met ensartinib versus 19% met crizotinib. De mediane overall survival was in geen van beide armen bereikt, met twee-jaars OS 78% in beide armen.

De onderzoekers concluderen dat ensartinib vergeleken met critzotinib resulteerde in significante verlenging van de PFS in patiënten met gevorderd ALK+ NSCLC.

1.Horn L et al. 2020 WCLC, Presidential Symposium, abstr. 2

Summary: The multinational phase 3 study EXALT3 evaluated ensartinib versus crizotinib for locally advanced or metastatic ALK+ NSCLC. In the ITT population the median PFS was 25.8 months with ensartinib versus 12.7 months with crizotinib (HR 0.52; p=0.003).



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Eerstelijns nivolumab plus ipilimumab versus chemotherapie voor niet-resectabel maligne pleuraal mesothelioom (0)
2020-08-10 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 743 trial MPM nivolumab plus ipilimumab
Prof. Paul BaasMaligne pleuraal mesothelioom (MPM) is een agressieve maligniteit, die in de meeste patiënten bij diagnose niet resectabel is. De vijf-jaars overleving is lager dan 10%. De standaard-behandeling is al sinds 2004 platina-pemetrexed chemotherapie. De multinationale fase 3-studie CheckMate 743 vergeleek eerstelijns nivolumab plus ipilimumab versus chemotherapie voor niet-resectabel MPM. Prof. Paul Baas (NKI-AVL Amsterdam) presenteerde een interimanalyse van de studie op het virtuele Presidential Symposium van de Wold Conference on Lung Cancer.1

De studie includeerde volwassen patiënten met niet-eerder behandeld niet-resectabel MPM en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden gestratificeerd voor histologie (epithelioïd versus non-epithelioïd) en geslacht gerandomiseerd naar nivolumab 3 mg/kg iedere twee weken plus ipilimumab 1 mg/kg iedere zes weken gedurende twee jaar (n=303) of zes cycli platina-doublet chemotherapie (cisplatine of carboplatine plus pemetrexed; n=302). Het primaire eindpunt van de studie was overall survival.

Op het moment van de interimanalyse was de follow-up tenminste 22 maanden. De mediane OS was 18,1 maanden in de nivolumab-ipilimumabgroep versus 14,1 maanden in de chemotherapiegroep (HR 0,74; p=0,002); de twee-jaars OS in beide groepen was 40,8% versus 27,0%. Het OS-profijt van nivloumab-ipilimumab versus chemotherapie werd gezien in zowel de groep met epithelioïde histologie (mediaan 18,7 versus 16,5 maanden; HR 0,86; 95%-bti 0,69-1,08) als in de groep met non-epithelioïde histologie (mediaan 18,1 versus 8,8 maanden (HR 0,46; 95%-bti 0,31-0,68). Er waren geen significante verschillen tussen de armen voor progressievrije overleving of objective response rate. Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 30,3% van de patiënten in de nivolumab-ipilimumabgroep versus 32,0% in de chemotherapiegroep, en resulteerden in discontinuering in 15,0% versus 7,4%.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns nivolumab plus ipilimumab vergeleken met chemotherapie voor niet-resectabel MPM resulteerde in betere OS. Het veiligheidsprofiel was consistent met wat eerder gerapporteerd is met de combinatie.

1.Baas P et al. 2020 WCLC, Presidential Symposium abstr. 3

Summary: The multinational phase 3 study CheckMate 743 found improved OS with first-line nivolumab plus ipilimumab versus chemotherapy for unresectable malignant pleural mesothelioma (median OS 18.1 versus 14.1 months; p=0.002).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Volume Pledge criteria en korte-termijn uitkomsten van resectie voor longcarcinoom (0)
2020-08-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  lung cancer resection Volume Pledge criteria
Dr. Farhood FarjahEr zijn aanwijzingen dat een hoger patiëntenvolume geassocieerd is met betere uitkomsten van chirurgie. Een retrospectieve analyse van de Society of Thoracic Surgeons General Thoracic Surgery Database heeft de korte-termijn uitkomsten onderzocht van resectie voor longcarcinoom in geval van al of niet voldoen aan de criteria van de Volume Pledge: tenminste 40 patiënten per jaar voor ziekenhuizen en tenminste 20 patiënten per jaar voor chirurgen. Dr. Farhood Farjah (University of Washington, Seattle) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De database bevat gegevens van 32.183 patiënten die tussen begin 2015 en eind 2017 door 465 chirurgen uitgevoerde resecties ondergingen in 209 ziekenhuizen. Er waren 16.630 patiënten (52%) die behandeld werden door chirurgen en in ziekenhuizen die voldeden aan de Volume Pledge criteria. Tussen deze groep en de groep patiënten die werden behandeld door chirurgen en/of in ziekenhuizen die niet aan de criteria voldeden waren er geen verschillen in operatiemortaliteit, complicaties, majeure morbiditeit, of het samengesteld eindpunt van majeure morbiditeit plus mortaliteit. De Volume Pledge groep had wel een 0,5 dag korter verblijf in het ziekenhuis (95%-bti 0,2-0,7). Heranalyse van de associatie tussen ziekenhuisvolume en complicaties en van de associatie tussen chirurgenvolume en uitkomsten van de resectie resulteerde niet in een praktisch alternatief voor de Volume Pledge criteria.

De onderzoekers concluderen dat voldoen aan de Volume Pledge criteria niet geassocieerd was met betere korte-termijn uitkomsten van resectie voor longcarcinoom, met uitzondering van een marginaal korter verblijf in het ziekenhuis.

1.Farjah F, Grau-Sepuldeva MV, Gaissert H et al. Volume Pledge is not associated with better short-term outcomes after lung cancer resection. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis of the Society of Thoracic Surgeons General Thoracic Surgery Database found that meeting the Volume Pledge criteria (at least 40 patients per year for hospitals and at least 20 patients per year for surgeons) was not associated with better short-term outcomes of lung cancer resection, except for a marginally shorter length of stay.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen onvoltooide zwangerschp en risico van ovariumcarcinoom (0)
2020-08-09 13:30   ( Nieuws )
Tags:  ovarian cancer incomplete pregnanacy
Dr. Celeste Leigh PearcePariteit is geassocieerd met verlaging van het risico van invasief epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC), maar de relatie tussen onvoltooide zwangerschap en het OC-risico is niet duidelijk. Een gepoolde analyse van vijftien patiënt-controlestudies van het Overaian Cancer Association Consortium heeft deze associatie onderzocht. Dr. Celeste Leigh Pearce (University of Michigan, Ann Arbor) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

De studies includeerden tezamen 10.470 EOC-patiënten en 16.942 controlevrouwen. Na correctie voor studie, ras/etniciteit, leeftijd, opleidingsniveau, aantal voltooide zwangerschappen, gebruik van orale contraceptiva, en geschiedenis van borstvoeding was ooit een onvoltooide zwangerschap gehad hebben geassocieerd met 16% verlaging van het EOC-risico (OR 0,84; 95%-bti 0,79-0,89). Er was een trend van verdere afname van het risico met toenemend aantal niet-voltooide zwangerschappen. Er was een inverse associatie voor alle veel-voorkomende histotypen, met de sterkste associatie voor heldercellig ovariumcarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat onvoltooide zwangerschap geassocieerd was met verlaagd EOC-risico.

1.Lee AW, Rosenzweig S, Wiensch A et al. Expanding our understanding of ovarian cancer risk: the role of incomplete pregnancies. J Natl Cancer Inst 2020; epub ahead of print

Summary: A pooled analysis of 15 case-control studies found that incomplete pregnancies are associated with a reduced risk of invasive epithelial ovarian cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van avelumab voor recidiverend of refractair extranodaal NK/T-cellymfoom (0)
2020-08-09 12:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed or refractory ENKTL avelumab
Prof. Won Seog KimAvelumab is een anti-PD-L1 antilichaam met activiteit voor verscheiden typen maligniteiten. Een fase 2-studie in Zuid-Korea en Singapore heeft de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van avelumab monotherapie voor recidiverend of refractair extranodaal natural killer/T-cellymfoom (R/R ENKTL). Prof. Won Seog Kim (Samsung Medisch Centrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie in Blood.1

De studie includeerde 21 patiënten die avelumab 10 mg/kg kregen op dagen één en vijftien van vier-weekse cycli. Het primaire eindpunt was respons. Deze werd gezien in acht patiënten (ORR 38%) inclusie complete respons in vijf patiënten (24%). In de niet-responders werd vroege progressie gezien, maar onder de responders waren er vijf met langdurige respons, die nog aanhield op het moment van de nu gepubliceerde analyse. De meeste treatment-related adverse events waren graad 1 of 2; er waren geen graad 4 of 5 TRAEs. De responsen waren niet gecorreleerd met mutatieprofielen, tumormutatiebelasting, serumniveaus van cytokines, of PD1/PD-L1 en PD-L2 in bloed, maar wel met expressie van PD-L1 in tumorweefsel (p=0,001).

De onderzoekers concluderen dat avelumab monotherapie actief was in een subset van de patiënten met R/R ENKTL. Expressie van PD-L1 in tumorweefsel kan mogelijk patiënten identificeren met waarschijnlijkheid van respons op avelumab.

1.Kim SJ, Lim JQ, Laurensia Y et al. Avelumab for the treatment of relapsed or refractory extranodal NK/T-cell lymphoma: an open-label phase 2 study. Blood 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study in Singapore and South-Korea found activity of avelumab monotherapy in a subset of patients with relapsed or refractory extranodal natural killer/T-cell lymphoma (ORR 38%, complete response in 24%). Most treatment-related adverse events were grade 1 or 2.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van geslacht, leeftijd, en ECOG PS met overlevingsprofijt in immuuntherapiestudies voor maligniteiten (0)
2020-08-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  cancer immunotherapy trials sex age ECOG PS survival
Dr. Yucai WangHet is denkbaar dat geslacht, leeftijd en ECOG performance status van invloed zijn op de immuunrespons. De associatie van deze factoren met overlevingsprofijt in studies van immuuntherapie voor maligniteiten is nog niet bekend. Een systematisch overzicht en meta-analyse van de literatuur heeft mogelijke met deze factoren samenhangende verschillen in overleving in studies van immuuntherapie voor gevorderde maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Yucai Wang (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren de meta-analyse in JAMA Network Open.1

In de literatuur tot en met augustus 2019 vonden de onderzoekers 37 fase 2- of 3-gerandomiseerde studies (tezamen 23.760 patiënten) die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden. In meta-analyse werd een overall survival profijt van immuuntherapie versus niet-ICI controle gezien in mannen (HR 0,75; 95%-bti 0,81) en vrouwen (0,79; 0,72-0,88), in patiënten jonger dan 65 jaar (0,77; 0,71-0,83) en in patiënten van 65 jaar en ouder (0,78; 0,72-0,84), en in patiënten met ECOG PS 0 (0,81; 0,73-0,90) en patiënten met ECOG PS 1 of hoger (0,79; 0,74-0,84). Er waren wat betreft OS-impact van geslacht, leeftijd, of ECOG PS geen significante verschillen in subgroepanalyses voor verschillende typen maligniteiten, lijnen van therapie, immuuntherapie-agentia, of immuuntherapie-strategie.

De onderzoekers concluderen dat de meta-analyse geen aanwijzingen heeft gevonden voor een associatie van geslacht, leeftijd, of ECOG PS met OS-profijt van immuuntherapie voor gevorderde maligniteiten. Gebruik van ICIs voor gevorderde maligniteiten dient niet te worden beperkt tot specifieke patiëntengroepen onderscheiden voor deze factoren.

1.Yang F, Markovic SN, Molina JR et al. Association of sex, age, and Eastern Cooperative Oncology Group performance status with survival benefit of cancer immunotherapy in randomized clinical trials. A systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2020;3:e2012534

Summary: A systematic review and meta-analysis of 37 phase 2 or 3 randomized clinical trials (23,760 patients) of immunotherapy for advanced cancer found no evidence of an association of sex, age (< 65 vs ≥ 65 years), or ECOG PS (0 vs ≥1) with cancer immunotherapy benefit in terms of overall survival. The authors conclude that the use of ICIs in advanced cancer should not be restricted to certain sex, age, or ECOG PS categories.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)