Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Chronische aandoeningen en late effecten na non-Hodgkin lymfoom in adolescenten en jongvolwassenen (0)
2020-02-22 15:58   ( Nieuws )
Tags:  NHL in AYAs chronical medical conditions and late effects in survivors
Dr. Theresa KeeganEr is weinig informatie beschikbaar over de incidentie van late effecten na non-Hodgkin lymfoom (NHL) in adolescenten en jongvolwassenen (AYAs, leeftijd vijftien tot veertig jaar). Een analyse van het California Cancer Registry heeft de cumulatieve incidentie van deze effecten in de eerste tien jaar na de diagnose geïnventariseerd. Dr. Theresa Keegan en collega’s publiceren de analyse online in het British Journal of Haematology.1

In het register identificeerden de onderzoekers 4392 niet-HIV geïnfecteerde patiënten die tenminste twee jaar overleefden na een diagnose AYA-NHL tussen begin 1996 en eind 2012. In deze patiënten was de cumulatieve tien-jaars incidentie van endocriene ziekte 18,5%, van cardiovasculaire ziekten 11,7%, van respiratoire ziekten 5,0%, van tweede primaire maligniteiten 2,6%, nier- en neurologische ziekten 2,2%, pancreas- en leverziekten 2,0%, en avasculaire necrose 1,2%. Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met verhoogd risico van late effecten waren geen particulier verzekering, woonachtig zijn in sociaal-economisch lager beoordeelde wijken, en ontvangst van stamceltransplantatie. Onder de 425 HIV-geïnfecteerde overlevers was de incidentie van alle ziekten hoger dan onder de niet-HIV geïnfecteerde patiënten, met meest opvallend een meer dan driemaal verhoogde incidentie van tweede primaire maligniteiten (8,1%).

De onderzoekers concluderen dat er een substantiële incidentie van late effecten was in overlevers van AYA-NHL.

1.Abrahão R, Li QW, Malogolowkin MH et al. Chronic medical conditions and late effects following non-Hodgkin lymphoma in HIV-unifected and HIV-infected adolescents and young adults: a population-based study. Br J Haematol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the California Cancer Registry found a substantial incidence of late effects among survivors of AYA non-Hodgkin lymphoma. The authors conclude that this emphasizes the need for long-term follow-up and appropriate survivorship care.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van protonentherapie voor craniofaryngeoom in volwassen patiënten (0)
2020-02-22 14:29   ( Nieuws )
Tags:  craniopharyngioma in adults proton therapy
Dr. Michael RutenbergCraniofaryngeoom is een benigne tumor die gewoonlijk tot ontwikkeling komt in de suprasellaire regio. De tumor en behandeling kunnen debiliterende consequenties hebben, waaronder visusverlies en dysfunctie van hypofyse en hypothalamus. Een studie van het University of Florida College of Medicine (Jacksonville) heeft de waarde onderzocht van protonentherapie voor craniofaryngeoom in volwassen patiënten. Dr. Michael Rutenberg en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde veertien patiënten in de leeftijd van 22 jaar en ouder. Vijf patiënten werden behandeld voor de novo ziekte en negen voor recidiverende ziekte. De patiënten kregen conformele protonentherapie in gemiddelde dosering 54 GyRBE (1,8 GyRBE per fractie). De tumoren werden tijdens de radiotherapie wekelijks gevolgd met MRI. De mediane klinische follow-up was 29 maanden en de mediane radiografische follow-up was 26 maanden. De drie-jaars lokale controle was 100%, en de drie-jaars overall survival was eveneens 100%. Er waren geen graad 3 of hoger acute of late radiotherapie-gerelateerde bijwerkingen. Er was geen visusverlies en geen neuropathie van de nervus opticus. Twee patiënten hadden transiënte cystenexpansie bij hun eerste post-radiotherapie MRI, gevolgd door regressie; er was geen interventie vereist.

De onderzoekers concluderen dat protonentherapie voor craniofaryngeoom in volwassen patiënten veilig en effectief was, zowel als primaire behandeling als ook als salvage behandeling.

1.Rutenberg MS, Rotondo RL, Rao D et al. Clinical outcomes following proton therapy for adult craniopharyngioma: a single-institution cohort study. J Neuro-Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A study at the University of Florida College of Medicine (Jacksonville) found safety and efficacy of proton therapy for craniopharygioma in adults, as part of primary or salvage therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Mortaliteit door niet-intentioneel letsel in patiënten met maligniteiten (0)
2020-02-22 12:53   ( Nieuws )
Tags:  death from unintentional injury among cancer patients
Letsel is een belangrijke doodsoorzaak in patiënten met maligniteiten. Er zijn aanwijzingen voor een verhoogd risico van suïcide in deze patiënten vergeleken met de algemene bevolking. Het is niet duidelijk of ook het risico van niet-intentioneel letsel verhoogd is. Een analyse van de SEER-database heeft de incidentie van dood door niet-intentioneel letsel in patiënten met maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Bian Wu (Huazhong Universiteit van Wetenschap en Technologie, Wuhan) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Network Open.1

De analyse includeerde 8.271.020 patiënten met diagnose van een maligniteit tussen begin 1973 en eind 2015 (50,2% vrouwen; gemiddelde leeftijd 63,0 ± 15,7 jaar). Onder deze patiënten overleden 40.599 aan niet-intentioneel letsel, overeenkomend met 81,90 per 100.000 persoonsjaren. In de voor leeftijd gematchte (vijf-jaars categorieën) corresponderende algemene bevolking van de Verenigde Staten bedroeg de incidentie van dood door niet-intentioneel letsel 51,2 per 100,000 persoonsjaren. De standardized mortality ratio van death from unintentional injury voor patiënten met maligniteiten versus de algemene bevolking bedroeg 1,60 (95%-bti 1,58-1,61). Risicofactoren voor overlijden aan niet-intentioneel letsel waren hogere leeftijd bij diagnose, mannelijk geslacht, American Indian of Alaskan Native ras, en ongehuwde burgerlijke staat. De hoogste mortaliteit door niet-intentioneel letsel werd gezien in patiënten met levercarcinoom en in de eerste maand na de diagnose.

De onderzoekers concluderen dat in de Verenigde Staten het risico van overlijden aan niet-intentioneel letsel significant hoger was onder patiënten met maligniteiten dan in de algemene bevolking.

1.Yang K, Zheng Y, Peng J et al. Incidence of death from unintentional injury among patients with cancer in the United States. JAMA Network Open 2020;3:e1921647

Summary: An analysis of the SEER database found that death from unintentional injury was 60% higher among patients with cancer than in the general population. The highest rates of death from unintentional injury were observed among patients with liver cancer and were within the first month after diagnosis.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van durvalumab met of zonder tremelimumab in derde of latere lijn voor mNSCLC (0)
2020-02-21 15:58   ( Nieuws )
Tags:  ARCTIC study mNSCLC durvalumab tremelimumab
Prof. David PlanchardIn veel patiënten met metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC) wordt na eerste- en tweedelijns behandeling ziekteprogressie gezien. Er is behoefte aan meer behandelopties voor deze patiënten. De multinationale fase 3-studie ARCTIC onderzocht de waarde van durvalumab met of zonder tremelimumab als derde- of laterelijns behandeling voor mNSCLC. Prof. David Planchard (Institut Gustave Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren de studie online in Annals of Oncology.1

ARCTIC omvatte twee onafhankelijke substudies. Studie A includeerde 126 patiënten met PD-L1 expressie door tenminste 25% van de tumorcellen. Deze patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar ten hoogste 12 maanden durvalumab 10 mg/kg iedere twee weken of standard of care (SoC). In deze studie was de mediane overall survival 11,7 maanden met durvalumab versus 6,8 maanden met SoC (HR 0,63; 95%-bti 0,42-0,93) en de mediane progressievrije overleving 3,8 maanden met durvalumab versus 2,2 maanden met SoC (HR 0,71; 95%-bti 0,49-1,04).

Studie B includeerde 469 patiënten met PD-L1 expressie door minder dan 25% van de tumorcellen. Deze patiënten werden 3:2:2:1 gerandomiseerd naar durvalumab plus tremelimumab, SoC, durvalumab monotherapie, of tremelimumab monotherapie. In deze studie was de mediane OS numeriek maar niet statistisch significant beter met de combinatie dan met SoC, en was de mediane PFS gelijk voor beide groepen. De adverse events met durvalumab en tremelimumab waren consistent met wat in eerdere studies is gezien.

De onderzoekers concluderen dat in zwaar-voorbehandelde patiënten met mNSCLC de combinatie van durvalumab en tremelimumab vergeleken met SoC resulteerde in significant betere OS en klinisch-relevant betere PFs onder patiënten met PD-L1 expressie door tenminste 25% van de tumorcellen. Onder patiënten met PD-L1 expressie door minder dan 25% van de tumorcellen resulteerde de combinatie in numeriek betere OS.

1.Planchard D, Reinmuth N, Orlov S et al. ARCTIC: durvalumab with or without trememlimumab as third-line or later treatment for metastatisc non-small cell lung cancer. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study ARCTIC evaluated durvalumab with or without tremelimumab as third or later line treatment for metastatic non-small cell lung cancer. Durvalumab monotherapy compared with standard of care resulted in significantly better OS in patients with at least 25% tumor cells expressing PD-L1. Durvalumab plus tremelimumab compared with SoC resulted in numerically better OS and PFS in patients with less than 25% of tumor cells expressing PD-L1. Safety profiles of durvalumab and tremelimumab were consistent with previous studies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overlevingsimpact van radicale hysterectomie voor stadium II endometriumcarcinoom (0)
2020-02-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  stage II endometrial cancer radical hysterectomy
Dr. Dimitrios NasioudisEr is geen consensus over de waarde van radicale hysterectomie (RH) voor stadium II endometriumcarcinoom. Een analyse van de National Cancer Database heeft de overlevingsimpact van RH en simple hysterectomy (SH) voor stadium II endometriumcarcinoom geïnventariseerd. Dr. Dimitrios Nasioudis (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren de analyse online in Gynecologic Oncology.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 7552 patiënten die tussen begin 2004 en eind 2015 hysterectomie plus regionale-lymfeklierchirugie ondergingen voor stadium II endometriumcarcinoom. Van deze patiënten onderging 10,5% RH. Vergeleken met de SH-groep hadden de RH-patiënten langer verblijf in het ziekenhuis (mediaan 2 versus 3 dagen; p<0,001) en een hogere negentig-dagen mortaliteit (0,8% versus 1,6%; p=0,05). De vijf-jaars overleving was 77,4% na RH versus 76,9% na SH (p=0,62). Ook na correctie voor leeftijd, ras, verzekeringsstatus, comorbiditeit, grootte van de tumor, histologie, lymfadenectomie, adjuvante chemotherapie en adjuvante radiotherapie was RH versus SH niet geassocieerd met betere overleving (HR 1,01; 95%-bti 0,85-1,21).

De onderzoekers concluderen dat RH vergeleken met SH voor stadium II endometriumcarcinoom niet geassocieerd was met betere overleving.

1.Nasioudis D, Sakamuri S, Ko EM et al. Radical hysterectomy is not associated with a survival benefit for patients with stage II endometrial cancer. Gynecol Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database found no survival benefit from radical hysterectomy compared to simple hysterectomy for stage II endometrial cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Waarde van toevoegen van arseentrioxide aan frontlijn-behandeling van APL in zeventigplussers (0)
2020-02-21 14:06   ( Nieuws )
Tags:  APL in older patients addition of arsenic trioxide to frontline treatment
Dr. Sabine KayserEr is geen duidelijkheid over de waarde van toevoeging van arseentrioxide (ATO) aan frontlijn-behandeling voor acute promyelocytaire leukemie (APL) in patiënten in de leeftijd van 70 jaar en ouder. Een multinationale studie heeft deze waarde onderzocht. Dr. Sabine Kayser (Universiteitsziekenhuis Leipzig) en collega’s publiceren de studie online in Leukemia.1



De studie includeerde 433 patiënten. De mediane leeftijd was 73,4 jaar. De patiënten kregen ATO plus all-trans retinoïnezuur (ATO/ATRA; n=26), standaard chemotherapie plus ATRA en ATO tijdens consolidering (CTX/ATRA/ATO; n=148), of CTX/ATRA (n=259). Complete remissie werd gezien in 92% van de patiënten met ATO/ATRA en 82% van de patiënten met CTX/ATRA, met induction death rates van 8% respectievelijk 18%.

De mediane follow-up was 4,8 jaar. Voor de analyse van de uitkomsten na remissie werden de ATO/ATRA en CTX/ATRA/ATO groepen gecombineerd (ATO/ATRA ± CTX). De cumulatieve incidentie van relapse was significant lager na ATO/ATRA ± CTX dan na CTX/ATRA (p<0,001). De overall survival van patiënten in eerste complete remissie was niet verschillend tussen ATO/ATRA ± CTX versus CTX/ATRA (p=0,20). Hoge leukocytengetallen (≥ 10 x 109/l) bij diagnose waren geassocieerd met hogere cumulatieve incidentie van relapse in de CTX/ATRA groep (p<0,001) maar niet in de ATO/ATRA ± CTX groep (p=0,48).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van ATO aan ATRA of CTX voor APL in oudere patiënten feasible en effectief was voor remissie-inductie en consolidatie, met name in patiënten met hoge WBC bij diagnose.

1.Kayser S, Rahmé R, Martínez-Cuadrón D et al. Outcome of older (≥70 years) APL patients frontline treated with or without arsenic trioxide – an international collaborative study. Leukemia 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational collaboration study found that addition of arsenic trioxide (ATO) to all-trans retinoic acid (ATRA) or to ATRA plus standard chemotherapy (CTX) for acute promyelocytic leukemia in elderly patients was feasible and effective for remission induction and consolidation, particularly in patients with high white blood cell count at diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten met pembrolizumab voor eerder-behandeld PD-L1 positief gevorderd NSCLC (0)
2020-02-21 12:36   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-010 study pembrolizumab for previously treated PD-L1 positive advanced NSCLC
Prof. Roy HerbstDe multinationale fase 2-3 studie KEYNOTE-010 randomiseerde patiënten met eerder behandeld gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom met PD-L1 expressie door tenminste 1% van de tumorcellen voor de duur van twee jaar naar twee doseringen pembrolizumab (2 of 10 mg/kg iedere drie weken) of docetaxel. In 2016 is gepubliceerd dat de mediane overall survival significant beter was in de twee pembrolizumab-armen dan in de docetaxel-arm. Prof. Roy Herbst (Yale Comprehensive Cancer Center, New Haven CT) en collega’s publiceren nu online in het Journal of Clinical Oncology lange-termijn uitkomsten van de studie.1

Na mediaan 42,6 maanden follow-up was de OS nog steeds beter met pembrolizumab dan met docetaxel, zowel in de groep met tumor proportion score 50% of hoger (HR 0,53; p<0,00001) als in de groep met TPS 1% of hoger (HR 0,69; p<0,00001). De 36-maands OS was 34,5% versus 12,7% (TPS ≥ 50%) en 22,9% versus 11,0% (TPS ≥ 1%). Graad 3 tot en met 5 adverse events werden gerapporteerd in 16% (pembrolizumab) versus 37% (docetaxel). Er waren 79 patiënten (11,4%) die twee jaar pembrolizumab voltooiden. De daaropvolgende twaalf-maands OS was 98,7% (95%-bti 91,1-99,8) en de twaalf-maands progressievrije overleving 72,5% (95%-bti 59,9-81,8). Aanhoudende respons een jaar na voltooiing van pembrolizumab werd gezien in 48 van deze patiënten. Er waren veertien patiënten die na voltooiing van twee jaar pembrolizumab progressie hadden en een tweede kuur pembrolizumab kregen (maximaal één jaar). Zes van deze patiënten (43%) hadden partiële respons en vijf (36%) hadden stabiele ziekte.

De onderzoekers concluderen dat in patiënten met eerder-behandeld gevorderd NSCLC met expressie van PD-L1, pembrolizumab vergeleken met docetaxel resulteerde in langere OS, duurzame responsen, en ziektecontrole bij herbehandeling; alles met manageable veiligheid.

1.Herbst RS, Garon EB, Kim D-W et al. Long-term outcomes and retreatment among patients with previously treated, programmed death-ligand 1-positive, advanced non-small-cell lung cancer in the KEYNOTE-010 study. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2-3 study KEYNOTE-010 found that also with long-time follow-up pembrolizumab compared to docetaxel for PD-L1 expressing advanced NSCLC provided OS benefit with manageable safety.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Olaparib versus chemotherapie voor platinagevoelig recidiverend ovariumcarcinoom in patiënten met BRCA1/2-mutatie (0)
2020-02-20 15:58   ( Nieuws )
Tags:  SOLO3 study platinum-sensitive relapsed ovarian cancer in gBRCA1 2 mutated patients olaparib
Dr. Richard PensonDe PARP-remmer olaparib gaat herstel van enkelstrengs DNA-breuken in tumoren tegen. In tumoren van patiënten met kiemlijn BRCA1/2-mutaties is ook het herstel van dubbelstrengs-breuken gestoord. De multinationale fase 3-studie SOLO3 vergeleek olaparib tabletten met niet-platina chemotherapie voor platinagevoelig recidiverend ovariumcarcinoom in patiënten met kiemlijn BRCA1/2-mutaties die tenminste twee eerdere lijnen platina-gebaseerde chemotherapie hadden gekregen. Dr. Richard Penson (Harvard Medical School, Boston MA) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie randomiseerde 266 patiënten 2:1 naar olaparib 300 mg tweemaal daags (n=178) of physician’s choice van single-agent chemotherapie (gepegyleerd liposomaal doxorubicine, paclitaxel, gemcitabine, of topotecan; n=88). Het primaire eindpunt was ORR in blinded central review. De figuur laat zien dat deze significant beter was in de olaparibgroep dan in de chemotherapiegroep (72,2% versus 51,4%; OR 2,53; p=0,002). In de subgroep van patiënten die twee eerdere lijnen behandeling hadden gekregen was de ORR 84,6% met olaparib versus 61,5% met chemotherapie (OR 3,44; 95%-bti 1,42-8,54). Ook de progressievrije overleving (A: geblindeerde centrale beoordeling; B plaatselijke beoordeling) was significant beter met olaparib dan met chemotherapie. Er waren geen onverwachte adverse events.

De onderzoekers concluderen dat olaparib vergeleken met niet-platina chemotherapie resulteerde in significant betere respons en PFS in patiënten met recidiverend platina-gevoelig ovariumcarcinoom en BRCA1/2-mutatie die twee of meer eerdere lijnen platina-gebaseerde chemotherapie hadden gekregen.

1.Penson RT, Villalobos Valencia R, Cibula D et al. Olaparib versus nonplatinum chemotherapy in patients with platinum-sensitive relapsed ovarian cancer and a germline BRCA1/2 mutation (SOLO3): a randomized phase III trial. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study SOLO3 compared olaparib tablets versus nonplatinum chemotherapy for relapsed platinum-sensitive ovarian cancer in patients with germline BRCA1/2 mutation, after at least two prior lines of platinum-based chemotherapy. The response and PFS (A: blinded central review; B: investigator assessed) were significantly better with olaparib compared to chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)