Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Update van overall survival in PALOMA-3 studie van palbociclib en fulvestrant voor HR+/HER2- gevorderd mammacarcinoom (0)
2022-06-25 13:30   ( Nieuws )
Tags:  PALOMA-3 study HR+ HER- ABC palbociclib plus fulvestrant
Prof. Massimo CristofanilliDe multinationale fase 3-studie PALOMA-3 randomiseerde patiënten met HR-positief HER2-negatief gevorderd mammacarcinoom (ABC) 2:1 naar palbociclib plus fulvestrant of placebo plus fulvestrant. In 2018 is gepubliceerd dat met mediaan 44,8 maanden follow-up en 60% maturiteit (na overlijden van 310 van 521 patiënten) de mediane overall survival 34,9 maanden was met palbociclib-fulvestrant versus 28,0 maanden met placebo-fulvestrant (HR 0,81; p=0,09). Prof. Massimo Cristofanilli (Weil Cornell Medicine, New York) en collega’s publiceren nu in Clinical Cancer Research een update van de studie met mediane follow-up 73,3 maanden.1

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse waren 393 (75%) van de gerandomiseerde patiënten overleden. De mediane OS was 34,8 maanden met palbociclib-fulvestrant versus 28,0 maanden met placebo-fulvestrant (sHR 0,81; 95%-bti 0,65-0,99) met een zes-jaars OS-percentage 19,1% versus 12,9%. Gunstige OS met palbociclib-fulvestrant vergeleken met placebo-fulvestrant werd gezien in de meeste subgroepen, waaronder patiënten met endocrien-gevoelige ziekte en patiënten zonder eerdere chemotherapie voor gevorderde ziekte, en was onafhankelijk van ESR1-, PIK3CA-, of TP53-mutatiestatus. Er werden geen nieuwe veiligheidssignalen gezien.

De onderzoekers concluderen dat de klinisch relevante verbetering van OS door toevoegen van palbociclib aan fulvestrant nog steeds werd gezien met langer dan zes jaar follow-up.

1.Cristofanilli M, Rugo HS, Im S-A et al. Overall survival with palbociclib and fulvestrant in women with HR+/HER2- ABC: updated exploratory analyses of PALOMA-3, a double-blind, phase III randomized study. Clin Cancer Res 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 PALOMA-3 study randomized patients with HR-positive/HER2-negative advanced breast cancer to palbociclib plus fulvestrant or placebo plus fulvestrant. Updated analysis of the study showed that with median 73.3 months follow-up the median overall survival was 34.8 months with palbociclib-fulvestrant versus 28.0 months with placebo-fulvestrant (HR 0.81; 95% CI 0.65-0.99) with 6-year OS rate 19.1% versus 12.9%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van darmmicrobiota en metabolieten met werkzaamheid van ICIs voor niet-resectabel levercelcarcinoom (0)
2022-06-25 12:00   ( Nieuws )
Tags:  uHCC gut microbiota and metabolites outcomes with ICIs
Prof. Yi-Hsiang HuangImmuuncheckpointremmers (ICIs) zijn veelbelovende middelen voor niet-resectabel levercelcarcinoom (uHCC), maar er zijn geen biomarkers bekend van respons van uHCC op ICIs. Het is bekend dat het darmmicrobioom de tumorrespons op immuuntherapie kan moduleren, maar het is niet duidelijk of dit ook het geval is in patiënten met uHCC. Een studie van de Nationale Yang Ming Chiao Tung Universiteit (Taipei, Taiwan) heeft de associatie geïnventariseerd van samenstelling van het darmmicrobioom en metabolieten van de darmflora met werkzaamheid van ICIs voor uHCC. Prof. Yi-Hsiang Huang en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

Tussen mei 2018 en februari 2020 includeerde de prospectieve studie uHCC-patiënten, die voor aanvang van de ICI-behandeling fecesmonsters afstonden. De onderzoekers analyseerden in de monsters van 20 at random geselecteerde patiënten met radiologisch-bewezen objectieve respons (OR) en 21 patiënten met progressieve ziekte (PD) de samenstelling van de darmmicrobiota en metabolieten. Vanaf maart 2020 werden 33 patiënten als validatiecohort gerecruteerd. Fecesmonsters van 17 gezonde vrijwilligers werden geanalyseerd als controlecohort.

De onderzoekers zagen een significante dissimilariteit in pretreatment fecesbacteriën tussen patiënten met OR en patiënten met PD. Prevotella 9 was verrijkt in de PD-groep, terwijl Lachnoclostridium, Lachnospiraceae, en Veillonella verrijkt waren in de OR-groep. Onder de geanalyseerde metabolieten waren de gehalten van ursodeoxycholinezuur en ursocholinezuur significant hoger is de monsters van de OR-groep. De figuur laat zien dat in het validatiecohort de samenstelling van de darmmicrobiota significant geassocieerd was met progressievrije overleving en overall survival.

De onderzoekers concluderen dat samenstelling van het darmmicrobioom en door het microbioom geproduceerde galzuren geassocieerd waren met uitkomsten van immuuntherapie voor uHCC.

1.Lee P-C, Wu C-J, Hung Y-W et al. Gut microbiota and metabolites associate with outcomes of immune checkpoint inhibitor-treated unresectable hepatocellular carcinoma. J ImmunoTher Cancer 2022-004779

Summary: A prospective study in Taiwan found that among patients receiving immunotherapy for unresectable hepatocellular carcinoma, fecal microbiota and bile acids were associated with outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale gerandomiseerde fase 2-studie van eerstelijns olaparib plus durvalumab voor metastatisch urotheelcarcinoom (0)
2022-06-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BAYOU trial mUC durvalumab plus olaparib
Prof. Jonathan RosenbergIn urotheelcarcinoom worden vaak homologous recombination repair gene mutations (HRRm) gezien, die de tumorcellen vatbaar maakt voor PARP-remmers. De multinationale gerandomiseerde fase 2-studie BAYOU evalueerde toevoeging van olaparib aan eerstelijns durvalumab voor metastatisch urotheelcarcinoom (mUC) in patiënten die niet in aanmerking kwamen voor platina-gebaseerde chemotherapie. Prof. Jonathan Rosenberg (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 154 patiënten met niet-eerder behandeld mUC. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar intraveneus durvalumab 1500 mg iedere vier weken plus oraal olaparib 300 mg tweemaal daags (n=78) of durvalumab plus placebo (n=76). Van de 31 HRRm-patiënten werden 17 gerandomiseerd naar de durvalumab-olaparibgroep en 14 naar de durvalumab-placebogroep. Het primaire eindpunt was lokaal-beoordeelde progressievrije overleving. De figuur laat zien dat toevoeging van olaparib aan durvalumab niet geassocieerd was met significant betere PFS onder alle patiënten (panel A) maar wel onder de HRRm-patiënten. Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 18% versus 9% van de patiënten in de twee groepen.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van olaparib aan eerstelijns durvalumab niet resulteerde in overlevingsprofijt in een niet-geselecteerde mUC-populatie. De studie suggereert wel een potentiële rol voor PARP-remming in UC-patiënten met HRRm.

1.Rosenberg JE, Park SH, Kozlov V et al. Durvalumab plus olaparib in previously untreated, platinum-ineligible patients with metastatic urothelial carcinoma: a multicenter, randomized, phase II trial (BAYOU). J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational randomized phase 2 BAYOU trial evaluated addition of olaparib to first-line durvalumab for metastatic urothelial carcinoma in platinum-ineligible patients. Addition of olaparib was not associated with significantly better progression-free-survival in the ITT population but was associated with significantly better PFS in the subset of patients with homologous recombination repair gene mutations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ipilimumab versus FOLFOX in combinatie met nivolumab-trastuzumab voor nieuw-gediagnostiseerd HER2-positief EGA (0)
2022-06-24 13:30   ( Nieuws )
Tags:  AIO INTEGA trial HER2-positive esophagogastric adenocarcinoma
Prof. Alexander SteinToevoeging van PD-1 remmers aan chemotherapie heeft geresulteerd in verbetering van uitkomsten van geselecteerde patiëntenpopulaties met metastatisch oesofagogastrisch adenocarcinoom (EGA). De gerandomiseerde multicenter fase 2-studie AIO INTEGA in Duitsland heeft nivolumab-trastuzumab gecombineerd met ipilimumab of mFOLFOX6-chemotherapie voor niet-eerder behandeld gevorderd HER2-positief EGA geëvalueerd. Prof. Alexander Stein (Universiteit van Hamburg-Eppendorf) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

INTEGA werd uitgevoerd in 21 centra. De studie randomiseerde 88 patiënten naar nivolumab-trastuzumab-mFOLFOX6 (FOLFOX-groep; n=44) of nivolumab-trastuzumab-ipilimumab (ipilimumabgroep; n=44). Het primaire eindpunt was twaalf-maands overall survival percentage in beide armen vergeleken met historische controle (trastuzumab-chemotherapie, resulterend in twaalf-maands OS-percentage 55%). Twaalf-maands OS was 70% (95%-bti 54-81) in de FOLFOX-groep versus 57% (41-71) in de ipilimumabgroep. Graad 3 of hoger en ernstige adverse events werden gezien in 29 respectievelijk 15 patiënten in de FOLFOX-groep en in 20 respectievelijk 17 patiënten in de ipilimumabgroep, met hogere incidentie van neuropathie met FOLFOX en immuungerelateerde AEs met iipilimumab.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van trastuzumab, nivolumab en FOLFOX resulteerde in gunstige overlevingsresultaten en respons vergeleken met historische controle. Dit werd niet gezien met de combinatie van trastuzumab, nivolumab, en ipilimumab (visual abstract).

1.Stein A, Paschold L, Tintelnot J et al. Efficacy of ipilimumab vs FOLFOX in combination with nivolumab and trastuzumab in patients with previously untreated ERBB2-positive esophagogastric adenocarcinoma. The AIO INTEGA randomized clinical trial. JAMA Oncol 2022.2228

Summary: The multicenter randomized phase 2 AIO INTEGA trial compared nivolumab plus trastuzumab combined with ipilimumab versus mFOLFOX6 chemotherapy for newly diagnosed advanced HER2-positive esophagogastric adenocarcinoma. The chemotherapy group had favorable survival and response compared with historical control. This was not seen in the ipilimumab group.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Bloed- of beenmergtransplantatie voor AML: lange-termijn morbiditeit onder overlevers (0)
2022-06-24 12:00   ( Nieuws )
Tags:  BMT survivor study AML long-term morbidity
Dr. Saro ArmenianBloed- of beenmergtransplantatie (BMT) is een integraal onderdeel van consolidatie- en/of salvage therapievoor AML. De multicenter BMT Survivor Study in de Verenigde Staten heeft lange-termijn morbiditeit onder overlevers na BMT voor AML geïnventariseerd. Dr. Saro Armenian (City of Hope Centrum, Duarte CA) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 1369 patiënten die BMT voor AML hadden gekregen in de leeftijd van 21 jaar of ouder tussen begin 1974 en eind 2014, en tenminste twee jaar overleefd hadden. Een controlegroep werd gevormd door 1310 nearest-age siblings van deze patiënten. De figuur toont de prevalentie van graad 3 tot en met 5 morbiditeiten in de groep overlevers. De tien-jaars prevalentie van ernstige of levensbedreigende aandoeningen was 54,9% onder de BMT-overlevers versus 28,5% onder de siblings (OR 3,8; 95%-bti 3,1-4,7). De meest-prevalente aandoeningen waren volgende neoplasmen, diabetes, cataract, veneuze tromboëmbolie, en gewrichtsvervanging. Overlevers hadden een verhoogde waarschijnlijkheid van slechte algemene gezondheid (OR 3,8; 95%-bti 2,8-5,1), activiteitenbeperking (3,7; 3,0-4,5), en functionele stoornis (2,9; 2,3-3,6). Geschiedenis van chronische GVHD was geassocieerd met hoger risico van pulmonaire ziekte (HR 3,1; 95%-bti 1,0-9,3), cataract (2,6; 1,4-3,8), en veneuze tromboëmbolie (2,3; 1,3-4,7). Relapse-related mortality bereikte na ongeveer tien jaar een plateau terwijl de non-RRM doorsteeg tot 50% dertig jaar na BMT.

De onderzoekers concluderen dat de belasting met ernstige of levensbedreigende aandoeningen substantieel hoger was in BMT-ontvangers vergeleken met de controlegroep, bijdragend aan een toename van de non-RMM in de loop van de tijd. Chronische GVHD was een belangrijke risicofactor voor deze aandoeningen.

1.Armenian SH, Chen Y, Hageman L et al. Burden of long-term morbidity borne by survivors of acute myeloid leukemia treated with blood or marrow transplantation: the results of the BMT Survivor Study. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multicenter BMT Survivor Study in the USA found that among patients surviving after blood or marrow transplantation for AML the burden of severe/life-threatening conditions was substantially higher when compared with a sibling control group, contributing to increasing incidence of non-relapse-related mortality over time. Chronic graft-versus-host disease was an important risk factor for these conditions.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Finale resultaten van twee fase 3-studies van radiotherapie plus PCV voor anaplastische oligodendrogliale tumoren (0)
2022-06-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EORTC 26951 RTOG 9402 AOTs procarbazine-lomustine-vincristine
Prof. Martin van den BentAnaplastisch oligodendrogliale tumoren (AOTs) zijn chemotherapie-gevoelige hersentumoren. In de jaren negentig van de vorige eeuw zijn twee fase 3-studies gestart van radiotherapie met of zonder (neo)adjuvant procarbazine, lomustine, en vincristine (PCV) voor nieuw-gediagnostiseerde AOTs. Prof. Martin van den Bent (Erasmus MC, Rotterdam) en collega’s publiceren in het Journal of Clinical Oncology finale resultaten van EORTC 26951 en RTOG 9402.1

De mediane follow-up was in beide studies 18-19 jaar. Deze figuur toont de overall survival en progressievrije overleving in de ITT-populaties, en deze figuur toont de resultaten in patiënten met tumoren met 1p/19q-codeletie. In EORTC 26951 (n=368) waren de mediane OS, de veertien-jaars OS-percentages, en de waarschijnlijke twintig-jaar OS-percentages 2,6 jaar; 13,4%; en 10,1% zonder PCV versus 3,5 jaar; 25,1%; en 16,8% met PCV (HR 0,78; p=0,033). Onder de patiënten met tumoren met 1p/19q-codeletie (n=80) waren de corresponderende resultaten 9,3 jaar; 26,2%; en 13,6 jaar zonder PCV versus 14,2 jaar; 51,0%; en 37,1% met PCV (HR 0,60; p=0,063). In RTOG 9402 (n=289) waren de analoge resultaten 4,8 jaar; 16,5%; en 11,2% zonder PCV versus 4,8 jaar; 29,1%; en 24,6% (HR 0,79; p=0,08). Onder de patiënten met tumoren met 1p/19q-codeletie (n=125) waren de resultaten 7,3 jaar; 25,0%; en 14,9% zonder PCV versus 13,2 jaar; 46,1%; en 37% (HR 0,61; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat met toevoeging van PCV aan radiotherapie lange-termijn overleving bereikt werd in een significant percentage van patiënten met AOT met 1p/19q-codeletie.

1.Lassman AB, Hoang-Xuan K, Polley M-YC et al. Joint final report of EORTC 26951 and RTOG 9402: phase III trials with procarbazine, lomustine, and vincristine chemotherapy for anaplastic oligodendroglial tumors. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: https://ascopubs.org/doi/abs/10.1200/JCO.21.02543 Final results of two phase 3 studies (follow-up 18-19 years) show that with addition of (neo)adjuvant procarbazine, lomustine, and vincristine to radiotherapy long-term survival even without tumor recurrence was possible in a significant proportion of patients with newly diagnosed anaplastic oligodendroglial tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn overleving met chemotherapie voor niet-metastatisch mammacarcinoom in oudere vrouwen (0)
2022-06-23 13:30   ( Nieuws )
Tags:  NMBC in women aged ≥ 70 years survival with chemotherapy
Dr. Adena ScheerVrouwen in de leeftijd van 70 jaar of ouder zijn ondervertegenwoordigd in studies die chemotherapie voor niet-metastatisch mammacarcinoom (NMBC) evalueren. Een analyse van de SEER-database heeft overall survival met chemotherapie voor invasief NMBC in oudere vrouwen geïnventariseerd. Dr. Adena Scheer (University of Toronto, Canada) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1



In de SEER-database identificeerden de onderzoekers 109.239 vrouwen in de 70+ leeftijd met een diagnose NMBC tussen begin 2010 en eind 2017. Onder deze vrouwen kregen 17.961 chemotherapie (16%). Patiënten die chemotherapie kregen waren jonger (mediaan 73,0 jaar versus 77,0 jaar), hadden meer gevorderde ziekte (stadium III: 25% versus 5,2%), en ondergingen vaker mastectomie (50% versus 33%). Het vijf-jaars OS-percentage was 77,8% (95%-bti 76,9-78,6) in de 70+ chemotherapiegroep en 60,2% (57,5-63,1) in de 80+ chemotherapiegroep. Meer-recente diagnose, geen geschiedenis van eerdere maligniteit, en radiotherapie waren geassocieerd met betere BC-specifieke overleving (BCSS). Hogere leeftijd, hogere tumorgraad, gevorderd stadium, en HER2-negatieve ziekte waren geassocieerd met slechtere BCSS. Vrouwen ouder dan 80 jaar hadden slechtere BCSS dan vrouwen in de leeftijd van 70 tot en met 79 jaar (adjusted subdistribution HR 1,62; 95%-bti 1,43-1,84).

De onderzoekers concluderen dat oudere vrouwen goede overleving kunnen hebben met chemotherapie voor NMBC. Oudere vrouwen met HER2-positieve ziekte hadden het meeste baat bij chemotherapie.

1.Castelo M, Lu J, Paszat L et al. Long-term survival in elderly women receiving chemotherapy for non-metastatic breast cancer: a population-based analysis. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of the SEER database found that elderly women (≥ 70 years) could achieve good survival after chemotherapy for non-metastatic breast cancer.Those with HER2-positive disease had superior survival, reinforcing benefit in this population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van dominante T-celkloon in perifeer bloed met tijd tot systemische behandeling in stadium IB mycosis fungoides (0)
2022-06-23 12:00   ( Nieuws )
Tags:  MF dominant TCR clone time to systemic treatment
Dr. Weiyun AiPatiënten met vroeg-stadium mycosis fungoides (MF) krijgen als initiële behandeling gewoonlijk huidgerichte therapie (SDT). In sommige patiënten wordt falen van SDT gezien en is systemische behandeling vereist, al of niet in combinatie met SDT, zonder extracutane ziekte te ontwikkelen. In eerdere studies is in 12% tot 35% van de patiënten met vroeg-stadium MF een dominante T-celreceptor (TCR)-kloon in perifeer bloed gezien, geassocieerd met ziekteprogressie en kortere overleving. Het is denkbaar dat aanwezigheid van een perifere TCR-kloon wijst op een reservoir van tumorcellen die cellen die door SDT zijn geëradiceerd kunnen vervangen. Een retrospectieve cohortstudie van de University of California, San Francisco, heeft onderzocht of in patiënten met vroeg-stadium MF detectie van een perifere TCR-kloon geassocieerd was met inadequate respons of SDT en een kortere tijd tot systemische behandeling (TTST) in afwezigheid van extracutane ziekte. Dr. Weiyun Ai en collega’s publiceren de studie in JAMA Dermatology.1

De onderzoekers identificeerden in de cutaneous lymphoma database van de universiteit 39 patiënten met stadium IB MF, die tussen 2010 en 2021 eerstelijns SDT kregen, en van wie TCR-status bekend was. Zeventien patiënten (43,6%) hadden kloonpositiviteit. De mediane follow-up was 36,2 maanden. De mediane TTST was 61,4 ± 18,5 maanden in de groep patiënten met perifere TCR-kloon versus niet-bereikt in de patiënten zonder kloon (p=0,01). De cumulatieve incidentie van systemische behandeling in patiënten met versus zonder kloon was 29,4% versus 4,5% (p=0,06) na twaalf maanden en 35,3% versus 9,1% (p=0,07) na drie jaar. Er waren geen verschillen tussen beide groepen in overall survival.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium IB MF aanwezigheid van een perifere TCR-kloon werd gezien in 43,6% van de patiënten en geassocieerd was met inadequate respons op SDT.

1.Raychaudhuri S, Charli-Joseph Y, Huang C-Y et al. Association of a dominant T-cell clone in peripheral blood with time to systemic treatment in patients with stage IB mycosis fungoides. JAMA Dermatol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study at the University of California, San Francisco, found that among patients with stage IB mycosis fungoides, presence of a dominant T-cell receptor clone in peripheral blood (observed in 44% of patients) was associated with significantly shorter time to systemic treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)