Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie van chronische hepatitis B en antivirale behandeling met extrahepatische maligniteiten (0)
2022-05-16 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CHB extrahepatic malignancies
Prof. Jung-Hwan YoonEr zijn aanwijzingen dat chronische hepatitis B (CHB) een risicofactor is voor verscheidene extrahepatische maligniteiten. Een cohortstudie in Zuid-Korea heeft de associatie van CHB en van antivirale behandeling met nucleoside/nucleotide-analogen (NAs) met het risico van de ontwikkeling van extrahepatische maligniteiten geïnventariseerd. Prof. Jung-Hwan Yoon (Seoel Nationale Universiteit) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie is gebaseerd op claims in de database van de Nationale Gezondheidsverzekeringsdienst van Zuid-Korea. In de periode van begin 2012 tot eind 2014 identificeerden de onderzoekers 90.944 patiënten met een nieuwe CHB-diagnose. Onder deze patiënten waren er 6539 die met NAs behandeld werden (CHB+/NA+) en 84.405 die geen NA-behandeling kregen (CHB+/NA-). De controlegroep bestond uit 685.435 gematchte personen zonder CHB.


Tijdens mediaan 47,4 maanden follow-up werd in 30.413 deelnemers (3,9%) een extrahepatische maligniteit gediagnostiseerd. De CHB/NA- groep had een hoger risico van extrahepatische maligniteit dan de CHB/NA+ groep (aSHR 1,28; p<0,001) en de controlegroep (aSHR 1,22; p<0,001) terwijl er geen verschil was in het risico van extrahepatische maligniteit tussen de CHB+/NA+ groep en de controlegroep (aSHR 0,96; p=0,48).

De onderzoekers concluderen dat CHB-patiënten een verhoogd risico hadden van extrahepatische maligniteit, en dat NA-behandeling dit risico onder CHB-patiënten verlaagde.

1.Lee DH, Chung SW, Lee J-H et al. Association of chronic hepatitis B infection and antiviral treatment with the development of the extrahepatic malignancies: a nationwide cohort study. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A nationwide cohort study in South Korea found that patients with chronic hepatitis B (CHB) had an elevated risk of developing primary extrahepatic malignancies, while long-term nucleoside analogue treatment was associated with a lower risk of extrahepatic malignancy among patients with CHB.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Toevoeging van androgeendeprivatie en pelvische-lymfeklier RT aan prostaatbed salvage RT voor prostaatcarcinoom (0)
2022-05-15 15:00   ( Nieuws )
Tags:  SPPORT trial addition of ADT or PLNRT to PBRT
Prof. Alan PollackIn mannen met detecteerbaar PSA na prostatectomie voor prostaatcarcinoom resulteert salvage prostaatbed-radiotherapie (PBRT) tot progressievrije overleving na vijf jaar in ongeveer 70% van de patiënten. De multinationale fase 3-studie SPPORT onderzocht of toevoeging van androgeendeprivatietherapie (ADT) of ADT plus pelvische-lymfeklier radiotherapie (PLNRT) aan PBRT kan leiden tot verdere verbetering van de uitkomsten. Prof. Alan Pollack (University of Miami FL) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

SPPORT werd uitgevoerd in 283 centra in de Verenigde Staten, Canada, en Israël. De studie includeerde 1792 volwassen patiënten met detecteerbaar PSA na prostatectomie voor prostaatcarcinoom tussen 0,1 en 2,0 ng/ml. De patiënten werden gerandomiseerd naar alleen PBRT (groep 1; n=592), PBRT plus korte-termijn ADT (groep 2, n=602), of PLNRT plus PBRT plus korte-termijn ADT (groep 3; n=598). Met mediaan 8,2 jaar follow-up was het vijf-jaars progressievrije-overlevingspercentage 70,9% in groep 1; 81,3% in groep 2; en 87,4% in groep 3. Volgens de protocol-criteria was de PFS in groep 3 superieur aan die in groep 2. Acute (tot 3 maanden na RT) graad 2 of hogere adverse events waren meer frequent in groep 3 dan in groep 2, en meer frequent in groep 2 dan in groep 1, maar de frequentie van late AEs was niet significant verschillend tussen de groepen, met uitzondering van meer bloed en beenmerg AEs in groep 3 versus groep 2.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van korte-termijn ADT aan PBRT resulteerde in verbetering van de PFS, en dat uitbreiding van RT naar de pelvische lymfeklieren resulteerde in verdere verbetering van de PFS.

1.Pollack A, Karrison T, Balogh AG et al. The addition of androgen deprivation therapy and pelvic lymph node treatment to prostate bed salvage radiotherapy (NRG Oncology/RTOG 0534 SPPORT): an international, multicentre, randomised phase 3 trial. Lancet 2022;399:1886-1901

Summary: In men with a detectable PSA level after prostatectomy for prostate cancer, salvage prostate bed radiotherapy (PBRT) results in about 70% of patients being free of progression at 5 years. The multinational phase 3 SPPORT trial found that addition of short-term androgen deprivation therapy and pelvic lymph node radiotherapy to PBRT resulted in incremental improvement of patient outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van toevoegen van adebrelimab aan eerstelijns chemotherapie voor ES-SCLC (0)
2022-05-15 13:30   ( Nieuws )
Tags:  CAPSTONE-1 trial extensive-stage small-cell lung cancer adebrelimab
Prof. Ying ChengExtensief-stadium kleincellig longcarcinoom (ES-SCLC) heeft een slechte prognose en weinig behandelopties. De multicenter fase 3-studie CAPSTONE-1 in China heeft toevoeging van adebrelimab (anti-PD-L1) aan eerstelijns carboplatine-etoposide chemotherapie voor ES-SCLC geëvalueerd. Prof. Ying Cheng (Jilin Maligniteitenziekenhuis, Changchun) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

CAPSTONE-1 werd uitgevoerd in 47 tertiaire ziekenhuizen. De studie includeerde patiënten met niet-eerder behandeld ES-SCLC, in de leeftijd van 18 tot en met 75 jaar, en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar vier tot zes drie-weekse cycli carboplatine-etoposide met adebrelimab 20 mg/kg (n=230) of placebo (n=232) op dag één van elke cyclus, gevolgd door onderhoudsbehandeling met adebrelimab of placebo. Het primaire eindpunt was overall survival.

Op het moment van data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 13,5 maanden. De mediane OS was 15,3 maanden in de adebrelimabgroep versus 12,8 maanden in de placebogroep (HR 0,72; p=0,0017). Treatment-related serious adverse events werden gezien in 39% van de patiënten in de adebrelimabgroep versus 28% van de patiënten in de placebogroep. In elk van beide groepen overleden twee patiënten aan met de behandeling samenhangende oorzaken.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van adebrelimab aan eerstelijns chemotherapie voor ES-SCLC resulteerde in significante verbetering van de OS, met acceptabele toxiciteit.

1.Wang J, Zhou C, Yao W et al. Adebrelimab or placebo plus carboplatin and etoposide as first-line treatment for extensive-stage small-cell lung cancer (CAPSTONE-1): a multicentre, randomised, double-blind, placebo-controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 CAPSTONE-1 trial in China evaluated addition of adebrelimab (anti-PD-L1) to standard first-line carboplatin-etoposide chemotherapy for ES-SCLC. Median overall survival was 15.3 months with adebrelimab-chemotherapy versus 12.8 months with placebo-chemotherapy. The safety profile of adebrelimab-chemotherapy was acceptable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van toevoegen van tiragolumab aan eerstelijns atezolizumab voor NSCLC met TPS 1% of hoger (0)
2022-05-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CITYSCAPE trial NSCLC with TPS ≥ 1% tiragolumab plus atezolizumab
Prof. Byoung Chul ChoGerichte remming van de PD-L1/PD-1 route kan wellicht verder worden versterkt door combinatie met anti-TIGIT immuuncheckpointremmers, zoals tiragolumab. De multinationale gerandomiseerde fase 2-studie CITYSCAPE evalueerde toevoeging van tiragolumab aan eerstelijns atezolizumab (anti-PD-L1) voor recidiverend of metastatisch NSCLC met tumor proportion score 1% of hoger. Prof. Byoung Chul Cho (Yonsei Universiteit, Seoel) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

CITYSCAPE werd uitgevoerd in 41 centra in Azië, Europa, en de Verenigde Staten. De studie includeerde 135 patiënten met R/M NSCLC, een ECOG performance status 0 of 1, en geen EGFR- of ALK-veranderingen. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar tiragolumab 600 mg plus atezolizumab 1200 mg iedere drie weken (n=67) of placebo plus atezolizumab. Coprimaire eindpunten waren lokaal-beoordeelde objective response rate en progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 5,9 maanden. De ORR was 31,3% met tiragolumab-atezolizumab verus 16,2% met placebo-atezolizumab (p=0,031), en de mediane PFS in de twee groepen was 5,4 maanden versus 3,6 maanden (HR 0,57; p=0,015). Ernstige treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 21% van de patiënten met tiragolumab-atezolizumab en 18% van de patiënten met placebo-atezolizumab. Twee patiënten in de tiragolumab-atezolizumab groep overleden aan met de behandeling samenhangende oorzaken.

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van tiragolumab aan eerstelijns atezolizumab resulteerde in klinisch relevante verbetering van ORR en PFS in patiënten met PD-L1 positief R/M NSCLC, en goed verdragen werd.

1.Cho BC, Rodriguez Abreu D, Hussein M et al. Tiragolumab plus atezolizumab versus placebo plus atezolizumab as a first-line treatment for PD-L1-selected non-small-cell lung cancer (CITYSCAPE): primary and follow-up analyses of a randomised, double-blind, phase 2 study. Lancet Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational randomized phase 2 CITYSCAPE trial evaluated addition of tiragolumab to first-line atezolizumab for recurrent or metastatic NSCLC with tumor proportion score 1% or higher. Tiragolumab plus atezolizumab was well tolerated, with a safety profile generally similar to that of atezolizumab alone. Addition of tiragolumab to atezolizumab resulted in a clinically meaningful improvement of objective response rate and progression-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van vaste-duur ibrutinib-venetoclax voor CLL in patiënten met comorbiditeiten (0)
2022-05-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  GLOW trial CLL with comorbidities fixed-duration ibrutinib-venetoclax
Prof. Arnon KaterChronische lymfocytische leukemie (CLL) treft vooral oudere patiënten, met chemo-immunotherapie als standaard eerstelijns therapie. Clorambucil-obinutuzumab is de eerstelijns behandeling voor oudere en comorbide patiënten zonder TP53-veranderingen. De multinationale fase 3-studie GLOW heeft het all-oral ibrutinib-venetoclax regime als eerstelijns behandeling voor CLL in oudere patiënten en/of patiënten met comorbiditeiten vergeleken met chlorambucil-obinutuzumab. Prof. Arnon Kater (Amsterdam UMC) en collega’s publiceren de studie in NEJM Evidence.1

De studie includeerde 211 patiënten met niet-eerder behandeld CLL, in de leeftijd van 65 jaar of ouder, of in de leeftijd van 18 tot 65 jaar met een Cumulative Illness Rating Scale score hoge dan 6, of creatinineklaring minder dan 70 ml/min. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar ibrutinib-venetoclax (drie cycli ibrutinib lead-in gevolgd door twaalf cycli van de combinatie; n=106) ofzes cycli chlorambucil-venetoclax (n=105). De figuur toont resultaten van de studie. Tijdens mediaan 27,7 maanden follow-up waren er 22 PFS-gebeurtenissen in de ibrutinib-venetoclaxgroep versus 67 in de chlorambucil-obinutuzumabgroep. De PFS was significant langer met ibrutinib-venetoclax (HR 0,216; p<0,001). Ook de respons was significant beter en hield langer aan met ibrutinib-venetoclax. Betere uitkomsten met ibrutinib-venetoclax versus chlorambucil-obinutuzumab werden gezien in alle onderscheiden subgroepen. Graad 3 of hoger adverse events werden gezien in 75,5% versus 69,5% van de patiënten, terwijl 11 versus 12 patiënten in de twee groepen overleden.

De onderzoekers concluderen dat ibrutinib-venetoclax vergeleken met chlorambucil-obinutuzumab als eerstelijns behandeling voor CLL in oudere of comorbide patiënten resulteerde in superieure PFS en diepere en langer-aanhoudende responsen.

1.Kater AP, Owen C, Moreno C et al. Fixed-duration ibrutinib-venetoclax in patients with chronic lymphocytic leukemia and comorbidities. NEJM Evidence 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 GLOW trial compared the all-oral, once daily, fixed duration ibrutinib-venetoclax regimen versus chlorambucil-obinutuzumab as first-line CLL treatment in older patients and/or those with comorbidies. Ibrutinib-venetoclax demonstrated superior PFS and better sustained responses versus chlorambucil-obinutuzumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten van overlevers van ALL en AML in adolescenten en jongvolwassenen (0)
2022-05-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  AML and ALL in AYAs long-term outcomes of survivors
Dr. Michael RothHet aantal overlevers van acute leukemie gediagnostiseerd in patiënten in de leeftijd van vijftien tot veertig jaar (AYAs) neemt toe. Lange-termijn uitkomsten van deze groep patiënten zijn niet bekend. Een analyse van de SEER-database heeft lange-termijn overleving geïnventariseerd van tenminste vijf-jaar overlevers van ALL en AML gediagnostiseerd in AYAs tussen begin 1980 en eind 2009. Dr. Michael Roth (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de analyse in Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention.1

De analyse includeerde 1938 AYA-ALL overlevers en 2350 AYA-AML overlevers met mediane follow-up van 12,3 respectievelijk 12,7 jaar. De tien-jaars overleving in de twee groepen was 87% respectievelijk 89%, vergeleken met 99% voor de algemene bevolking van de Verenigde Staten. De overleving van de AYA-leukemie overlevers bleef slechter dan die van de algemene bevolking tot tenminste dertig jaar na de diagnose. Tijdens het eerste decennium van de follow-up was de primaire maligniteit de belangrijkste doodsoorzaak in het studiecohort; in latere decennia werden noncancer-doodsoorzaken meer prevalent. Mannelijke AML-overlevers hadden significant slechtere overleving dan vrouwelijke AML-overlevers (overlevingstijd-ratio 0,61; 95%-bti 0,45-0,82).

De onderzoekers concluderen dat overlevers van AYA-ALL en AYA-AML significant slechtere lange-termijn uitkomsten hadden dan personen in de algemene bevolking. De dispariteit bleef decennia na de diagnose bestaan.

1.Berkman AM, Andersen CR, Cuglievan B et al. Long-term outcomes among adolescent and young adult survivors of acute leukemia: a Surveillance, Epidemiology, and End Results analysis. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of the SEER registry found that AYA leukemia survivors have higher mortality than the general population. This disparity persists for decades after diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten van MATRix-regime gevolgd door consolidatie voor primair CNS lymfoom (0)
2022-05-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  IELSG32 trial 7-year results PCNSL MATRix regimen followed by ASCT or WBRT
Dr. Andrés FerreriDe multinationale IELSG32-studie includeerde 219 HIV-negatieve patiënten in de leeftijd van 70 jaar of jonger, die werden gerandomiseerd naar methotrexaat-cytarabine (arm A), methotrexaat-cytarabine-rituximab (arm B), of methotrexaat-cytarabine-thiotepa-rituximab (MATRix-regime; arm C). Een tweede randomisatie alloceerde patiënten met respons of stabiele ziekte naar whole-brain radiotherapy (WBRT) of carmustine-thiotepa geconditioneerde autologe transplantatie (ASCT). In 2015 is gepubliceerd dat met mediaan 30 maanden follow-up de MATRix-combinatie resulteerde in significante verbetering van het percentage patiënten met complete remissie vergeleken met de beide andere armen, met vergelijkbare werkzaamheid van WBRT en ASCT. Dr. Andrés Ferreri (San Raffaele Wetenschappelijk Instituut, Milaan) en collega’s publiceren nu in Leukemia resultaten van de studie met mediaan 88 maanden follow-up.1

Het zeven-jaars overall survival percentage was 21% in arm A, 37% in arm B, en 56% in arm C. Patiënten die MATRix kregen gevolgd door consolidatie hadden een zeven-jaars OS-percentage van 70%, met vergelijkbare werkzaamheid van WBRT en ASCT. Superioriteit van uitkomsten in arm B versus arm A suggereert dat toevoeging van rituximab profijt leverde. Acht patiënten (4%) ontwikkelden een tweede maligniteit. MATRix gevolgd door ASCT resulteerde niet in hogere non-relapse mortaliteit of incidentie van tweede maligniteiten. Patiënten die WBRT kregen hadden verslechtering van attentie en executieve functies, terwijl patiënten die ASCT kregen verbeteringen in deze functies hadden, alsmede in geheugen en kwaliteit van leven.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met PCNSL het MATRix-regime gevolgd door consolidatie resulteerde in uitstekende lange-termijn uitkomsten.

1.Ferreri AJM, Cwynarski K, Puczynski E et al. Long-term efficacy, safety, and neurotolerability of MATRix regimen followed by autologous transplant in primary CNS lymphoma: 7-year results of the IELSG32 randomized trial. Leukemia 2022; epub ahead of print

Summary: Long-term follow-up of the IELSG32 trial found that PCNSL patients receiving methotrexate-cytarabine-thiotepa-rituximab (MATRix regimen) followed by autologous transplantation or WBRT had a 7-year overall survival rate of 70%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-2 studie van vistusertib plus anastrozol voor HR-positief R/M endometriumcarcinoom (0)
2022-05-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  VICTORIA trial recurrent or metastatic endometrial cancer vistusertib plus anastrozole
Dr. Pierre HeudelEndometriumcarcinoom is vaak hormoon-afhankelijk en kan worden behandeld met aromataseremmers. Deregulering van de PI3K-AKT-mTOR route die in endometriumcarcinoom wordt gezien kan leiden tot resistentie tegen hormoonbehandeling. De Franse multicenter gerandomiseerde fase 1-2 studie VICTORIA heeft de combinatie van de mTOR-remmer vistusertib met anastrozol voor HR-positief recidiverend of metastatisch (R/M) endometriumcarcinoom geëvalueerd. Dr. Pierre Heudel (Centre Léon Bérard, Lyon) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

VICTORIA werd uitgevoerd in twaalf centra. De studie includeerde 75 patiënten die 2:1 werden gerandomiseerd naar oraal vistusertib 125 mg tweemaal per dag twee dagen per week plus oraal anastrozol 1 mg per dag (V+A groep; n=49) of alleen anastrozol (A-groep; n=24). Primaire eindpunten van de studie waren veiligheid en percentage progressievrije patiënten na acht weken (8wk-PFR). Er waren geen belangrijke adverse events die de combinatie van V+A niet-tolerabel maakten. De 8wk-PFR was 67,3% in de V+A groep versus 39,1% in de A-groep. De overall response rate was 24,5% in de V+A groep versus 17,4% in de A-groep. Met mediaan 27,7 maanden follow-up was de mediane PFS 5,2 maanden in de V+A groep versus 1,9 maanden in de A-groep. Graad 2 of hoger met vistusertib samenhangende AEs waren vermoeidheid, lymfopenie, hyperglycemie, en diarree.

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van vistusertib aan anastrozol voor R/M HR-positief endometriumcarcinoom resulteerde in verbetering van 8wk-PFR, ORR, en PFS, met manageable AEs (visual abstract).

1.Heudel P, Frenel J-S, Dalban C et al. Safety and efficacy of the mTOR inhibitor, vistusertib, combined with anastrozole in patients with hormone receptor-positive recurrent of metastatic endometrial cancer. The VICTORIA multicenter, open-label, phase 1/2 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2022.1047

Summary: The multicenter phase 1-2 VICTORIA study in France randomized patients with HR-positive recurrent or metastatic endometrial cancer to the mTOR-inhibitor vistusertib plus anastrozole (V+A) or anastrozole alone (A). The 8-week progression-free rate was 67.3% in the V+A group versus 39.1% in the A group. The median PFS was 5.2 months in the V+A group versus 1.9 months in the A group.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)