Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Non-inferioriteitsstudie van lobaplatine- versus cisplatine-gebaseerde behandeling voor stadium III-IVB nasofarynxcarcinoom (0)
2021-04-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  stage III-IVB nasopharyngeal carcinoma lobaplatin versus cisplatin non-inferiority trial
Cisplatine-gebaseerde inductiechemotherapie gevolgd door concurrente chemoradiotherapie (CRT) is een standaard-behandeling voor locoregionaal gevorderd nasofarynxcarcinoom (NPC). Cisplatine heeft echter aanzienlijke bijwerkingen die kunnen resulteren in slechte compliance. Lobaplatine is een derdegeneratie platina-middel, met veelbelovende antitumoractiviteit in verscheidene typen maligniteiten, en met minder toxiciteit dan cisplatine. Een multicenter non-inferioriteits fase 3-studie in China heeft lobaplatine-gebaseerde behandeling vergeleken met cisplatine-gebaseerde behandeling voor locoregionaal gevorderd NPC. Prof. Xiang Guo (Sun Yat-sen University, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1


De studie, uitgevoerd in vijf centra, includeerde 502 patiënten met stadium III-IVB NPC. De patiënten waren in de leeftijd van achttien tot zestig jaar, hadden een Karnofsky perfomance status score tenminste 70, en adequate orgaanfunctie. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar twee cycli lobaplatine-fluorouracil inductiechemotherapie gevolgd door twee cycli lobaplatine-gebaseerde CRT (n=252) of twee cycli cisplatine-fluorouracil inductietherapie gevolgd door twee cycli cisplatine-gebaseerde CRT (n=250). Het primaire eindpunt was vijf-jaars progressievrije overleving, met als criterium voor non-inferioriteit een bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het verschil niet hoger dan 10%.

De mediane follow-up was 75,3 maanden (IQR 69,9-81,1) in de ITT-populatie. De vijf-jaars PFS was 75,0% in de lobaplatinegroep en 75,5% in de cisplatinegroep (HR 0,98; p=0,92); een verschil van 0,5% (p voor non-inferioriteit = 0,0070). In de per-protocol populatie was de vijf-jaars PFS 74,8% in de lobaplatinegroep versus 76,4% in de cisplatinegroep (HR 1,04; p=0,83); een verschil van 1,6% (p voor non-inferioriteit = 0,016). De meest-waargenomen graad 3 of 4 adverse events waren mucositis (41% van de lobaplatinepatiënten versus 40% van de cisplatinepatiënten), leukopenie (16% versus 23%), en neutropenie (10% versus 24%). Er waren geen graad 5 AEs.

De onderzoekers concluderen dat lobaplatine-gebaseerde inductiechemotherapie en CRT vergeleken met cisplatine-gebaseerde behandeling resulteerde in niet-inferieure PFS en minder toxiciteiten.

1.Lv X, Cao X, Xia W-X et al. Induction chemotherapy with lobaplatin and fluorouracil versus cisplatin and fluorouracil followed by chemoradiotherapy in patients with stage III-IVB nasopharyngeal carcinoma: an open-label, non-inferiority, randomised, controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter non-inferiority phase 3 study in China compared lobaplatin-based induction chemotherapy and chemoradiotherapy versus cisplatin-based IC and CRT for stage III-IVB nasopharyngeal carcinoma. The lobaplatin-based treatment resulted in non-inferior PFS and in fewer toxic effects compared with the cisplatin-based treatment.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

HRQOL met adjuvant pembrolizumab versus placebo na resectie van stadium III melanoom (0)
2021-04-13 14:00   ( Nieuws )
Tags:  EORTC 1325 KEYNOTE-054 trial health-related quality of life
Dr. Andrew BottomleyDe multinationale fase 3-studie EORTC 1325/KEYNOTE-054) randomiseerde patiënten na resectie van stadium III melanoom naar adjuvant pembrolizumab of placebo. De opzet van de studie en de resultaten voor werkzaamheidseindpunten worden in het bericht hieronder beschreven. Dr. Andrew Bottomley (EORTC, Brussel) en collega’s publiceren in The Lancet Oncology resultaten voor het eindpunt gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven.1


De HRQOL werd bepaald aan de hand van de EORTC QLQ-C30 vragenlijst, die door de patiënten regelmatig werd beantwoord. De HRQOL-compliance was in beide groepen hoger dan 90% bij aanvang, hoger dan 70% tijdens het eerste jaar, en hoger dan 60% tijdens het tweede jaar. Omdat de compliance in de loop van de tijd afnam werd de nu gepubliceerde analyse afgebroken na week 84. De baseline global health/quality of life (GHQ)-score was niet significant verschillend tussen beide groepen (77,55 ± 18,20 in de pembrolizumabgroep versus 76,54 ± 17,81 in de placebogroep). De GHQ-score bleef in beide groepen stabiel in de loop van de tijd. Het verschil in gemiddelde GHQ-score tijdens de behandeling was -1,1 punten (95%-bti -3,2 tot 0,9) en het verschil in gemiddeld GHQ-score na de behandeling was -2,2 punten (95%-bti -4,8 tot 0,4); beide verschillen bleven ruim onder de 5-punten klinische-relevantiedrempelwaarde van QLQ-C30.

De onderzoekers concluderen dat na resectie van stadium III melanoom adjuvant pembrolizumab niet resulteerde in verslechtering van de HRQOL.

1.Bottomley A, Coens C, Mierzynska J et al. Adjuvant pembrolizumab versus placebo in resected stage III melanoma (EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054): health-related quality-of-life results from a double-blind, randomised, controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Health-related quality-of-life analysis of the multinational phase 3 EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054 study found that after resection of stage III melanoma adjuvant pembrolizumab compared with placebo was not associated with clinically significant decrease in HRQOL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Afstandsmetastasevrije overleving met adjuvant pembrolizumab versus placebo na resectie van stadium III melanoom (0)
2021-04-13 13:00   ( Nieuws )
Tags:  EORTC 1325 KEYNOTE-054 trial resected stage III melanoma pembrolizumab DMFS
Prof. Alexander EggermontDe multinationale fase-3 EORTC 1325 studie randomiseerde patiënten na resectie van stadium III melanoom naar adjuvant pembrolizumab of placebo. In 2018 is gepubliceerd dat met mediaan 15 maanden follow-up de recidiefvrije overleving significant beter was in de pembrolizumabgroep dan in de placebogroep (HR 0,57; p<0,0001). Prof. Alexander Eggermont (Prinses Máxima Centrum Utrecht) en collega’s publiceren nu in The Lancet Oncology resultaten voor het secundaire eindpunt afstandsmetastasevrije overleving (DMFS).1

EORTC 1325 werd uitgevoerd in 123 centra in 23 landen. De studie includeerde 1019 volwassen patiënten na resectie van stadium IIIA, IIIB, of IIIC, met een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden gerandomiseerd naar pembrolizumab 200 mg (n=514) of placebo (n=505) iedere drie weken (ten hoogste achttien doses). Met mediaan 42,3 maanden follow-up (IQR 40,5-45,9) was het 3,5-jaars DMFS percentage hoger in de pembrolizumabgroep dan in de placebogroep, zowel in de ITT-populatie (65,3% versus 49,4%; HR 0,60; p<0,0001) als in de groep van 853 patiënten met PD-L1 positieve tumoren (66,7% versus 51,6%; HR 0,61; p<0,001). De RFS was ook na 3,5 jaar follow-up beter met pembrolizumab dan met placebo: 59,8% versus 41,4% (HR 0,59; 95%-bti 0,49-0,70) in de ITT-populatie en 61,4% versus 44,1% (HR 0,59; 95%-bti 0,49-0,73) in de groep patiënten met PD-L1 positieve tumoren.

De onderzoekers concluderen dat na resectie van stadium III melanoom adjuvant pembrolizumab resulteerde in significante verbetering van DMFS tijdens 3,5 jaar follow-up, consistent met de verbetering van RFS.

1.Eggermont AMM, Blank CU, Mandalà M et al. Adjuvant pembrolizumab versus placebo in resected stage III melanoma (EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054): distant metastasis-free survival results from a double-blind, randomised, controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 EORTC 1325/KEYNOTE-54 trial randomized patients after resection of stage III melanoma to pembrolizumab or placebo. A secondary end point was distant metastasis-free survival. At an overall median follow-up of 42,3 months the 3.5 year DMFS was 65.3% with pembrolizumab versus 49.4% with placebo (HR 0.60; p<0.0001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinische en demografische kenmerken en uitkomsten van TNBCs met zeldzame histologie (0)
2021-04-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  histologically rare triple-negative breast cancers characteristics and outcomes
Dr. Zeina NahlehVergeleken met andere subtypen mammacarcinoom is triple-negatief subtype (TNBC) geassocieerd met meer agressief klinische beloop van de ziekte en vroeger recidief. Er is weinig bekend over kenmerken en uitkomsten van TNBCs met zeldzame histologie, gedefinieerd als minder dan 10% van alle mammacarcinomen: medullair carcinoom (medC), adenoïd cystisch carcinoom (ACC), en metaplastisch borstcarcinoom (MetC). Een analyse van de National Cancer Database heeft deze kenmerken en uitkomsten geïnventariseerd. Dr. Zeina Nahleh (Cleveland Clinic Florida, Weston) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de NCDB voor de periode van begin 2010 tot en met eind 2016 identificeerden de onderzoekers 8479 patiënten met één van de drie histologietypen (gemiddelde leeftijd 62,6 jaar; SD 14.3; 99,48% vrouwen). MetC was het meest-voorkomende type in het cohort (81%) gevolgd door ACC (16%) en MedC (3%). MedC was geassocieerd met presentatie op jongere leeftijd (mediaan 53 jaar; IQR 45-62), vergeleken met 62 jaar (53-72) voor ACC en 63 jaar (52-74) voor MetC. Het percentage tumoren met triple-negatieve immuunhistochemie liep uiteen van 22,4% voor MedC en 48,1% voor ACC tot 53,0% voor MetC. Patiënten met ACC kregen minder frequent radiotherapie en chemotherapie dan patiënten met MedC of MetC. De vijf-jaars OS was superieur voor MedC (91,7%) en ACC (88,4%) vergeleken met MetC (63,1%). Factoren geassocieerd met slechte prognose van MetC waren gevorderd stadium, longmetastase, hogere leeftijd, en niet krijgen van chemotherapie of radiotherapie.

De onderzoekers concluderen dat MedC de meest voorkomende zeldzame histologie was en dat MetC de slechtste uitkomsten had.

1.Elimimian EB, Samuel TA, Liang H et al. Clinical and demographic factors, treatment patterns, and overall survival associated with rare triple-negative breast carcinomas in the US. JAMA Network Open 2021;4:e214123



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

HIDAC- versus IDAC-consolidatie na 7+3 inductie voor gunstig-risico AML in jongere patiënten (0)
2021-04-12 15:00   ( Nieuws )
Tags:  favorable-risk AML in patients younger than 60 years HIDAC versus IDAC consolidation
Dr. Fiona HeDe 2017 European LeukemiaNet (ELN)-richtlijnen bevelen intermediaire-dosering cytarabine aan (IDAC; 2 tot 4 cycli 1,5 g/m2 iedere 12 uur op dagen één, drie en vijf of op dagen één, twee en drie) als consolidatie na 7+3 inductie voor gunstig-risico AML in patiënten jonger dan zestig jaar. De eerdere richtlijnen uit 2010 hadden de aanbeveling van hoge-dosering cytarabine (HIDAC, 3 g/m2 iedere twaalf uur op dagen één, drie en vijf). In het ziekenhuis van de University of Minnesota (Minneapolis) is na publicatie van de 2017-richtlijnen HIDAC vervangen door IDAC. Dr. Fiona He en collega’s publiceren in een Short Report in het British Journal of Haematology de ervaringen met het nieuwe regime.1

De onderzoekers vergeleken uitkomsten van 80 patiënten, onder wie 51 patiënten die voor de protocolverandering werden behandeld en 29 patiënten die daarna werden behandeld. Het drie-jaars risico van recidief met het HIDAC regime was 22% (95%-bti 10-34). Onder de patiënten die na de protocolwijziging IDAC kregen was het drie-jaars risico van recidief 61% (95%-bti 40-82; p<0,01).

De onderzoekers concluderen dat de uitkomsten met HIDAC significant beter waren dan met IDAC.

1.Kolla BC, Halim NAA, Cao Q et al. High risk of relapse with intermediate dose cytarabine for consolidation in young favorable-risk acute myeloid leukaemia patients following induction with 7+3: a retrospective multicentre analysis and critical review of the literature. Br J Haematol 2021; epub ahead of print

Summary: Following the 2017 European LeukemiaNet guidelines, the University of Minnesota Medical School (Minneapolis) changed its practice from high-dose cytarabine (HIDAC) to intermediate dose cytarabine (IDAC) as consolidation after 7+3 induction for favorable-risk AML in patients younger than 60 years. The three-year risk of relapse with IDAC was significantly higher than it used to be with HIDAC (61% versus 22%; p<0.01).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Mendeliaanse randomisatiestudie van relatie tussen cannabisgebruik en vatbaarheid voor SCC van de long (0)
2021-04-12 14:00   ( Nieuws )
Tags:  cannabis use and lung cancer susceptibilty Mendelian randomization study
Dr. Sebastian-Edgar BaumeisterHet is denkbaar dat gebruik van cannabis geassocieerd is met verhoogd risico van longmaligniteiten, maar in observationele studies kan deze associatie niet goed worden vastgesteld vanwege confounding van de relatie door tabaksgebruik. Een multinationale onderzoeksgroep heeft een Mendeliaanse randomisatiestude van de relatie tussen cannabisgebruik en vatbaarheid voor longmaligniteiten uitgevoerd. Dr. Sebastian-Edgar Baumeister (Universiteit van Münster, Duitsland) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1

De onderzoekers gebruikten SNPs die in meerdere Genome Wide Assocation Studies geassocieerd waren met levenslang cannabisgebruik (p<5x10-8). De Mendeliaanse randomisatiestudie includeerde 29.266 patiënten met longmaligniteiten en 56.450 controlepersonen. Genetische vatbaarheid van levenslang cannabisgebruik was geassocieerd met verhoogd risico van squameus celcarcinoom van de long (OR 1,22; 95%-bti 1,07-1,33).

De onderzoekers concluderen dat de analyse suggereert dat er een causale associatie bestaat tussen genetische aanleg voor gebruik van cannabis en het risico van squameus celcarcinoom van de long.

1.Baumeister S-E, Baurecht H, Nolde M et al. Cannabis use, pulmonary function, and lung cancer susceptibility: a Mendelian randomization study. J Thor Oncol 2021.03.025

Summary: A multinational research group performed a Mendelian randomization study of the relation between seven SNPs (p value < 5 x 10-8) as instruments for cannabis use disorder and risk of lung cancer. The study found that genetic liability to lifetime cannabis use was associated with increased risk of squamous cell carcinoma (OR 1.22; 95% CI 1.07-1.39). 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van avapritinib voor gevorderde systemische mastocytose (0)
2021-04-12 13:00   ( Nieuws )
Tags:  PATHFINDER study interim analysis advanced systemic mastocytosis avapritinib
Prof. Daniel DeAngeloSystemische mastocytose in een hematologisch neoplasme dat in meer dan 90% van de patiënten gedreven wordt door de KIT-D816V mutatie. Er zijn weinig behandelingsopties voor de ziekte. In een fase 1-studie is werkzaamheid gezien van avapritinib (ava) , een remmer van D816V-veranderd KIT, voor gevorderde systemische mastocytose (AdvSM). De multinationale fase 2-studie PATHFINDER heeft ava voor AdvSM geëvalueerd. Prof. Daniel DeAngelo (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) presenteert een interimanalyse de studie op de virtuele Annual Meeting van AACR.1

De studie includeerde 62 volwassen patiënten met centraal-bevestigde diagnose AdvSM (alle subtypen). De mediane leeftijd was 69 jaar (range 31-88), 31% had ECOG performance status 2 of 3, en 68% had eerder systemische therapie gekregen (55% midostaurine). De patiënten kregen oraal ava 200 mg eenmaal daags. Het primaire eindpunt van de studie was objectieve respons. Na mediaan 10,4 maanden follow-up werden 52 patiënten nog steeds behandeld. Onder 32 voor respons evalueerbare patiënten was de ORR 75% (95%-bti 57-89) met CR in 19% van de patiënten. De mediane tijd tot respons was 2 maanden, en de responsen werden dieper in de loop van de tijd. De mediane overall survival werd niet bereikt; de twaalf-maands OS was 87% (n=54). De gemiddelde verandering in de Total Symptom Score na zes maanden behandeling was -7,7 (p<0,001). Discontinuering wegens adverse events werd gezien in 3 van 62 patiënten (5%) en discontinuering wegens progressie van de ziekte eveneens in 5%. Drie patiënten overleden aan oorzaken die niet met de behandeling samenhingen. Eén patiënt met baseline ernstige trombocytopenie had graad 4 subduraal hematoom, waarna volgende patiënten met ernstige trombocytopenie geëxcludeerd werden en de monitoring voor reeds geïncludeerde patiënten met trombocytopenie geïntensiveerd werd.

De onderzoekers concluderen dat ava 200 mg eenmaal daags voor AdvSM resulteerde in snelle responsen die tijdens de behandeling dieper werden, en in verbetering van de symptomen. Ava werd over het algemeen goed verdragen.

1.DeAngelo DJ. AACR Annual Meeting 2021; abstr. CT023

Summary: The multinational phase 2 study PATHFINDER evaluated avapritinib (ava) for advanced systemic mastocytosis (AdvSM). The study found rapid responses of AdvSM to ava 200 mg QD. The responses deepened over the course of treatment. Ava resulted in improvement of symptoms, and was generally well tolerated.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Dabrafenib plus trametinib voor BRAF-V600E gemuteerd hooggradig en laaggradig glioom (0)
2021-04-12 12:00   ( Nieuws )
Tags:  high-grade and low-grade glioma dabrafenib plus trametinib
Dr. Vivek SubbiahEr is behoefte aan meer effectieve behandelingen voor hooggradig en laaggradig glioom (HGG/LGG). In ongeveer 3% van de glioblastomen en 15% van de LGGs zijn activerende BRAF-mutaties gezien. De multinationale fase 2-basket studie NCT02034110 evalueert de combinatie van de BRAF-remmer dabrafenib plus de MEK-remmer trametinib voor BRAF-V600E mutatiepositieve zeldzame maligniteiten. Dr. Vivek Subbiah (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) presenteert op de virtuele Annual Meeting van AACR resultaten in het cohort van HGG- en LGG-patiënten.1

De studie includeerde volwassen patiënten met histologisch bevestigd recidiverend of progressief HGG (graad 3 of 4) of LGG (graad 1 of 2). De patiënten kregen oraal dabrafenib 150 mg tweemaal daags en oraal trametinib 2 mg eenmaal daags tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was lokaal-beoordeelde objectieve respons.

Het HGG-cohort bestond uit 23 mannen en 22 vrouwen. De meerderheid (69%) had glioblastoom, gevolgd door anaplastisch pleiomorf xantroastrocytoom (11%) en anaplastisch astrocytoom (11%). Eerdere therapieën waren radiotherapie voor 98% van de patiënten, chirurgie (93%), en chemotherapie (93%). De mediane follow-up was 12,7 maanden (range 1,1-56,1). De ORR was 33% (6,7% CR). De mediane duur van respons was 36,9 maanden (95%-bti 9,5-45,2), de mediane progressievrije overleving was 3,8 maanden (1,8-9,2), en de mediane overall survival was 17,6 maanden (9,5-45,2).

HET LGG-cohort bestond uit 9 vrouwen en 4 mannen. De meest-voorkomende histologieën waren ganglioglioom (31%), diffuus astrocytoom (15%), en pleiomorf xantroastrocytoom (15%). Eerdere therapieën waren chirurgie (92%), radiotherapie (62%), en chemotherapie (38%). De mediane follow-up was 32,2 maanden (range 0,8-71,8). De ORR was 69% (één patiënt met CR). De mediane DOR, PFS, en OS werden niet bereikt. In beide cohorten tezamen hadden 54 van 58 patiënten (93%) adverse events en 31 patiënten (53%) graad 3 of hoger AEs. Het veiligheidsprofiel was consistent met wat bekend is van de combinatie van dabrafenib en trametinib voor andere indicaties.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van dabrafenib en trametinib veelbelovende werkzaamheid had voor BRAF-V600E mutatiepositief recidiverend of refractair HGG en LGG.

1.Subbiah V. AACR Annual Meeting 2021; abstr. CT025

Summary: A multinational, nonrandomized, open-label, phase 2 basket study evaluated the combination of dabrafenib plus trametinib for BRAF V600E mutation positive rare cancer. Results of the LGG and HGG cohorts were presented at the AACR Annual Meeting. Dabrafenib plus trametinib had promising efficacy. The safety profile was consistent with the known safety profile for other indications.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)