Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie tussen HDL-cholesterolgehalte en risico van hematologische maligniteiten (0)
2020-12-04 15:00   ( Nieuws )
Tags:  HDL-cholesterol level and risk of hematologic malignancy
Dr. Dong Wook ShinEr is geen consensus over de relatie tussen het HDL-cholesterol (HDL-C) gehalte in het bloed en het risico van maligniteiten. In de meeste maar niet alle tot op heden uitgevoerde studies is een significante inverse associatie gezien. De mogelijkheid van inverse causaliteit (dat lage HDL-C gehalten een afspiegeling zijn van maligniteiten-gerelateerde inflammatie) is echter niet uitgesloten. Een prospectieve studie met lange follow-up in Zuid-Korea heeft de associatie onderzocht tussen HDL-C gehalten en het risico van hematologische maligniteiten. Dr. Dong Wook Shin (Samsung Medisch Centrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie in Leukemia.1

In de database van de Koreaanse Nationale Ziektekostenverzekerings Dienst identificeerden de onderzoekers 9.596.145 volwassenen met bekend HDL-C gehalte. Deze deelnemers werden gevolgd voor diagnosen multipel myeloom (MM, Hodgkin lymfoom (HL), non-Hodgkin lymfoom (NHL), lymfoïde leukemie (LL) , en myeloïde leukemie (ML). Tijdens gemiddeld 8,3 jaar follow-up (79.179.225 persoonsjaren) werden in het cohort 15.864 incidente hematologische maligniteiten gediagnostiseerd. Vergeleken met de deelnemers in het hoogste HDL-C kwartiel hadden deelnemers in het laagste kwartiel significant verhoogd risico van alle hematologische maligniteiten gecombineerd (HR 1,31; 95%-bti 1,25-1,37) en van MM (1,61; 1,46-1,76), HL (1,35; 1,07-1,70), NHL (1,12; 1,05-1,21), LL (1,36; 1,16-1,61) en ML (1,33; 1,22-1,45).

De onderzoekers concluderen dat laag HDL-C geassocieerd was met verhoogd risico van hematologische maligniteit, en wellicht als preklinische marker voor hematologische maligniteit kan worden gebruikt.

1.Jeong S-M, Choi T, Kim D et al. Association between high-density lipoprotein cholesterol level and risk of hematologic malignancy. Leukemia 2020; epub ahead of print

Summary: A cohort study in South Korea with 9.5 million adults followed for an average of 8.3 years found that low HDL-cholesterol level was significantly associated with increased risk of hematologic malignancy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties tussen majeure geboortedefecten en risico van maligniteiten kinderen, adolescenten en volwassenen (0)
2020-12-04 14:00   ( Nieuws )
Tags:  cancer risk in individuals with major birth defects
Prof. Tone BjørgeGeboortedefecten zijn bekende risicofactoren voor maligniteiten in kinderen. Een patiënt-controlestudie in Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden heeft onderzocht of de associatie tussen majeure geboortedefecten en maligniteiten ook in volwassenen bestaat. Prof. Tone Bjørge (Universiteit van Bergen, Noorwegen) en collega’s publiceren de studie in BMJ.1

De studie includeerde 62.295 patiënten met maligniteiten (leeftijd 0 tot en met 46 jaar) en 724.542 voor land en geboortejaar gematchte controlepersonen. Onder de patiënten was 3,5% geboren met een geboortedefect; onder de controlepersonen 2,2%. De OR van een maligniteit in personen met versus zonder geboortedefect was 1,74 (99%-bti 1,63-1,84). Voor individuen met niet-chromosomale geboortedefecten was de OR van een maligniteit 1,54 (1,44-1,63) en voor individuen met chromosomale geboortedefecten was de OR van een maligniteit 5,53 (4,67-6,54). Veel structurele geboortedefecten waren geassocieerd met latere maligniteiten in hetzelfde orgaansysteem of anatomische locatie, zoals defecten van het oog, centraal zenuwstelsel, en urinaire organen.

De OR van een maligniteit name toe met het aantal defecten en nam af met de leeftijd. De OR van een maligniteit in personen met niet-chromosomale defecten was lager in volwassenen (twintig jaar en ouder; 1,21; 99%-bti 1,09-1,33) dan in adolescenten (vijftien tot en met negentien jaar; 1,58; 1,31-1,90) en in kinderen (nul tot en met veertien jaar; 2,03; 1,85-2,23). Onder personen met chromosomale geboortedefecten was de OR 11,3 (9,35-13,8) voor kinderen en 1,50 (1,01-2,40) voor volwassenen. Geboortedefecten die onder volwassenen geassocieerd waren met het risico van een maligniteit waren skeletdysplasie (3,54;1,54-13,8), defecten van het zenuwstelsel (1,76; 1,16-2,65), chromosoomafwijkingen (1,50; 1,01-2,24), defecten van geslachtsorganen (1,43; 1,14-1,78), en congenitale hartdefecten (1,28; 1,02-1,59(.

De onderzoekers concluderen dat de mate van risicoverhoging van maligniteiten in personen met geboortedefecten afneemt met toenemende leeftijd maar blijft bestaan tot in ieder geval de leeftijd 46 jaar.

1.Daltveit DS, Klungsøyr K, Engeland A et al. Cancer risk in individuals with major birth defects: large Nordic population based case-control study among children, adolescents, and adults. BMJ 2020;371:m4060

Summary: A case-control study in Denmark, Finland, Norway, and Sweden found that the increased risk of cancer in individuals persisted into adulthood, both for non-chromosomal and chromosomal anomalies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adjuvant S-1 met of zonder oxaliplatine met of zonder radiotherapie na D2-resectie voor klierpositief maagcarcinoom (0)
2020-12-04 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ARTIST 2 trial gastric cancer S-1 versus S-1 plus oxaliplatin versus S-1 plus oxaliplatin plus RT
Prof. Won Ki KangAdjuvante chemotherapie en adjuvante chemoradiotherapie zijn standaard-behandelingen voor maagcarcinoom (GC). De multicenter ARTIST 2 studie (acroniem voor Adjuvant chemoradiotherapy in stomach tumors) in Zuid-Korea heeft drie verschillende adjuvante behandelingen voor klierpositief GC vergeleken. Prof. Won Ki Kang (Samsung Medisch Ceentrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie includeerde patiënten na D2-resectie voor klierpositief stadium II of III GC. Ze werden 1:1:1 gerandomiseerd naar oraal S-1 (n-182), S-1 plus oxaliplatine (SOX; n=181), of S-1 plus oxaliplatine en radiotherapie (SOXRT; n=183). Het primaire eindpunt was ziektevrije overleving na drie jaar. Tijdens mediaan 47 maanden follow-up werden 178 DFS-gebeurtenissen gezien. De drie-jaars DFS-percentages ware 64,8% in de S-1 groep versus 74,3% in de SOX-groep en 72,8% in de SOXRT-groep. De DFS-HR voor SOX versus S-1 was 0,692 (p=0,042) en voor SOXRT versus S-1 0,724 (p=0,074). De DFS-HR voor SOX versus SOXRT was 0,971; p=0,879). Er waren geen onverwachte toxiciteiten.

De onderzoekers concluderen dat na D2-resectie voor klierpositief stadium II of III GC toevoegen van oxaliplatine aan S-1 geassocieerd was met verbetering van de DFS. Toevoegen van radiotherapie aan oxaliplatine plus S-1 resulteerde niet in verdere verbetering van de DFS.

1.Park SH, Lim DH, Sohn TS et al. A randomized phase III trial comparing adjuvant single-agent S1, S-1 with oxaliplatin, and postoperative chemoradiation with S-1 and oxaliplatin in patients with node-positive gastric cancer after D2 resection: the ARTIST 2 trial. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The mutlicenter phase 3 study ARTIST 2 in South Korea found that among patients with D2-resected, stage II/III, node-positive gastric cancer, addition of oxaliplatin to adjuvant S-1 was associated with prolonged DFS. Addition of radiotherapy to oxaliplatin plus S-1 did not further prolong DFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van pembrolizumab voor MSI-H gevorderd colorectaalcarcinoom (0)
2020-12-03 16:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-177 study microsatellite-instability-high advanced CRC pembrolizumab
Prof. Thierry AndréColorectaalcarcinoom wordt klinisch gedefineerd door het ontstaan in colon of rectum, maar is een genetisch heterogene ziekte. Desondanks is chemotherapie voor CRC grotendeels uniform. Een genetische subset van CRC wordt gevormd door tumoren met mismatch repair deficiency (dMMR), in veel gevallen resulterend in hoge microsatelliet-instabiliteit (MSI-H). PD-1 blokkade is werkzaam voor MSI-H of dMMR CRC na eerdere therapie. De multinationale fase 3-studie KEYNOTE-177 evalueerde pembrolizumab als eerstelijns behandeling voor MSI-H-dMMR metastatisch CRC. Prof. Thierry André (Université Sorbonne, Parijs) en collega’s publiceren de studie vandaag in The New England Journal of Medicine.1

KEYNOTE-177 werd uitgevoerd in 192 centra in 23 landen. De studie includeerde 307 patiënten met niet-eerder behandeld metastatisch MSI-H-dMMR CRC. De patiënten werden gerandomiseerd naar pembrolizumab 200 mg iedere drie weken (n=153) of 5-fluorouracil gebaseerde chemotherapie met of zonder bevacizumab of cetuximab (n=154). Patiënten in de chemotherapie-arm kregen na ziekteprogressie behandeling met pembrolizumab aangeboden. Primaire eindpunten van de studie waren progressievrije overleving en overall survival.

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 32,4 maanden (range 24,0-48,3). De mediane PFS was 16,5 maanden met pembrolizumab versus 8,2 maanden met chemotherapie (HR 0,60; p=0,0002). De OS-data waren nog niet matuur (met 56 overleden patiënten in de pembrolizumabgroep versus 69 in de chemotherapiegroep). Overall respons was gezien in 43,8% met pembrolizumab versus 33,1% met chemotherapie. Onder de patiënten met respons had 83% in de pembrolizumabgroep versus 35% in de chemotherapiegroep nog aanhoudende respons na 24 maanden. Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gezien in 22% van de patiënten in de pembrolizumabgroep versus 66% van de patiënten in de chemotherapiegroep. Een fase 5-TRAE trof één patiënt in de chemotherapiegroep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met MSI-H-dMMR metastatisch CRC eerstelijns pembrolizumab resulteerde in significant langere PFS en minder TRAEs dan chemotherapie.

1.André T, Shiu K-K, Kim TW et al. Pembrolizumab in microsatellite-instability-high advanced colorectal cancer. N Engl J Med 2020;383:2207-2218

Summary: The multinational phase 3 study KEYNOTE-177 found that first-line pembrolizumab compared with chemotherapy resulted in significantly longer progression-free survival in patients with MSI-H-dMMR metastatic colorectal cancer, with fewer treatment-related adverse events.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen gebruik van metformine en overleving van longcarcinoom (0)
2020-12-03 15:00   ( Nieuws )
Tags:  lung cancer survival metformin use
Dr. Trond-Eirik StrandEr zijn aanwijzingen dat metformine de proliferatie van maligne cellen kan remmen. Een studie in Noorwegen heeft de associatie onderzocht tussen gebruik van metformine en overleving van longcarcinoom. Dr. Trond-Eirik Strand (Universiteit van Oslo) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 22.324 patiënten met een diagnose longcarcinoom tussen begin 2005 en eind 2014. Informatie over metforminegebruik werd gevonden in de Noorse Receptendatabase. Prediagnostisch metforminegebruik was niet geassocieerd met betere overall survival onder alle patiënten maar wel met betere ziektespecifieke overleving onder patiënten met squameus celcarcinoom (HR 0,79; 95%-bti 0,62-0,99) en onder patiënten met regionaal-stadium SCC (HR 0,67; 95%-bti 0,47-0,95). Postdiagnostisch metforminegebruik was geassocieerd met betere ziektespecifieke overleving onder alle patiënten (HR 0,83; 95%-bti 0,73-0,95), onder patiënten met SCC (HR 0,75; 95%-bti 0,57-0,98), onder patiënten met regionaal-stadium longcarcinoom (HR 0,74; 95%-bti 0,59-0,94), en onder patiënten met regionaal-stadiun SCC (HR 0,57; 95%-bti 0,38-0,86). Voor OS werden vergelijkbare associaties gezien. De associaties waren doseringsafhankelijk onder alle patiënten en in de groepen met adenocarcinooom, SCC, regionale ziekte, en metastatische ziekte.

De onderzoekers concluderen dat metforminegebruik geassocieerd was met betere OS en LCSS onder patiënten met longcarcinoom.

1.Brancher S. Støer NC, Weiderpass E et al. Metformin use and lung cancer survival: a population-based study in Norway. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A study in Norway found that metformin use was associated with improved disease-specific and overall survival among patients with regional stage lung cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 1-studie van eerstelijns quavonlimab plus pembrolizumab voor gevorderd NSCLC (0)
2020-12-03 14:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced non-small cell lung cancer first-line quavonlimab (anti-CTLA-4) plus pembrolizumab
Prof. Byoung-Chul ChoQuavonlimab (voorheen bekend als MK-1308) is een nieuw anti-CTLA-4 antilichaam. Een multinationale first-in-human studie heeft de eerstelijns combinatie van quavonlimab plus pembrolizumab voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom geëvalueerd. Prof. Byoung-Chul Cho (Yonsei Centrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie studie in Annals of Oncology.1

De doseringsescalatiefase van de studie includeerde 39 patiënten met niet-eerder behandeld stadium IIIB/IV NSCLC. De patiënten kregen vijf cycli oplopende doseringen quavonlimab (25 tot 200 mg) iedere drie weken, vanaf de tweede cyclus gecombineerd met pembrolizumab. Graad 3 to en met 5 treatment-related adverse events werden gezien in geen van de patiënten die quavonlimab 25 mg iedere drie weken kregen; 23,5% van de patiënten die quavonlimab 75 mg iedere drie weken kregen; en 75% van de patiënten die quavonlumab 200 mg iedere drie weken kregen.

De doseringsconfirmatiefase includeerde 134 patiënten. Behandelingen waren quavonlimab 25 mg iedere drie weken (arm A; n=40), quavonlimab 25 mg iedere zes weken (arm B; n=40), quavonlimab 75 mg iedere zes weken (arm C; n=40), en quavonlimab 75 mg iedere drie weken (arm E; n=14); in alle gevallen met pembrolizumab. Graad 3 tot en met 5 TRAEs werden gezien in 35%, 30%, 35%, en 57% van de patiënten in de armen A, B, C, en E. Objectieve respons werd gezien in 40%, 38%, 28%, en 36% in de armen A, B, C, en E. PD-L1 expressie en gehalten van circulerende CD4+ cellen waren gecorreleerd met de ORR. Als aanbevolen fase 2-dosering werd gekozen voor quavonlimab 25 mg iedere zes weken in combinatie met pembrolizumab.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van quavonlimab 25 mg iedere zes weken met pembrolizumab voor niet-eerder behandeld gevorderd NSCLC acceptabele veiligheid en tolerabiliteit en antitumoractiviteit had.

1.Perets R, Bar J, Rasco DW et al. Safety and efficacy of quavonlimab, a novel anti-CTLA-4 antibody (MK-1308), in combination with pembrolizumab in first-line advanced non-small cell lung cancer. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational first-in-human study found efficacy and acceptable safety and tolerability of quavonlimab plus pembrolizumab as first-line treatment for advanced NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van umbralisib voor CLL in patiënten met intolerantie voor BTK-remmer of PI3K-remmer (0)
2020-12-03 12:22   ( Nieuws )
Tags:  CLL in patients intolerant to BTK inhibitor or PI3K inhibitor umbralisib
Dr. Anthony MatoIntolerantie is de meest frequente reden voor discontinuering van kinaseremming voor CLL. Umbralisib, een nieuwe zeer selectieve remmer van PI3Kδ/CK1ε, is actief voor CLL en wordt goed verdragen. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft umbralisib geëvalueerd voor CLL in patiënten met intolerantie voor eerdere behandeling met BTK- of PI3K-remmers. Dr. Anthony Mato (Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) en collega’s publiceren de studie in Blood.1

De studie includeerde 51 CLL-patiënten, onder wie 44 met intolerantie voor BTK-remmer en 7 met intolerantie voor PI3K-remmer. De mediane leeftijd was 70 jaar (range 48-96), het mediane aantal eerdere lijnen behandeling was 2 (range 1-7), 24% had del17p en/of TP53-mutatie, en 65% had geen IGHV-mutatie. De meest gebruikelijke redenen voor het discontinueren van de eerdere therapie waren rash (27%), artralgie (18%), en atriumfibrilleren (16%). De patiënten kregen umbralisib 800 mg eenmaal daags tot progressie of toxiciteit. De mediane progressievrije overleving was 23,5 maanden (95%-bti 13,1-NE). Graad 3 of hoger adverse events waren neutropenie (18% van de patiënten), leukocytose (14%), trombocytopenie (12%), pneumonie (12%), en diarree (8%). Zes patiënten (12%) discontinueerden de behandeling wegens AEs; acht patiënten (16%) hadden doseringsreductie nodig.

De onderzoekers concluderen dat umbralisib veilig en effectief was voor CLL in patiënten met intolerantie voor eerdere BTK-remmer of PI3K-remmer.

1.Mato AR, Ghosh N, Schuster SJ et al. Phase 2 study of the safety and efficacy of umbralisib in patients with CLL who are intolerant to BTK of PI3Kδ inhibitor therapy. Blood 2020.007376

Summary: A multicenter phase 2 study in the USA found safety and efficacy of the novel PI3Kδ/CK1ε inhibitor umbralisib for CLL in patients with intolerance to previous BTK or PI3K inhibitor therapy. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-2 studie van tweedelijns nivolumab met paclitaxel en ramucirumab voor gevorderd maagcarcinoom (0)
2020-12-02 16:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced gastric cancer second-line nivolumab plus paclitaxel and ramucirumab
Dr. Takako Eguchi NakajimaPatiënten met gevorderd maagcarcinoom dat refractair is tegen eerstelijns chemotherapie hebben een slechte prognose. Een multicenter fase 1-2 studie in Japan heeft de combinatie van nivolumab plus paclitaxel en ramucirumab voor deze patiënten geëvalueerd. Dr. Takako Eguchi Nakajima (Academisch Ziekenhuis, Kyoto) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 6 patiënten in de fase 1 feasibilty evaluatie, en 37 additionele patiënten in fase 2. De patiënten kregen tweedelijns vier-weekse cycli nivolumab 3 mg/kg op dagen één en vijftien, paclitaxel 80 mg/m2 op dagen één, acht en vijftien, en ramucirumab 8 mg/kg op dagen één en vijftien. Combined positive score (CPS) werd gedefinieerd als 100 maal het aantal PD-L1 positieve tumorcellen gedeeld door totaal aantal viabele tumorcellen. Het primaire eindpunt was de zes-maands progressievrije overleving.

Onder de 43 patiënten waren er 26 (60,5%) met CPS 1 of hoger. De behandeling resulteerde in graad 3 of hoger treatment-related adverse events in 39 patiënten (90,7%) en in graad 3 of hoger immuungerelateerde AEs in 14 patiënten (32,6%). De overall response rate was 37,2% (95%-bti 23,0-53,5) en het zes-maands PFS-percentage was 46,5% (80%-bti 36,4-55,8). De mediane overall survival was 13,1 maanden (95%-bti 8,0-16,6) met mediane OS 13,8 maanden in de groep patiënten met CPS 1 of hoger en mediane OS 8,0 maanden in de groep patiënten met CPS lager dan 1.

De onderzoekers concluderen dat na falen van eerstelijns chemotherapie voor gevorderd maagcarcinoom, de combinatie nivolumab-paclitaxel-ramucirumab veelbelovend antitumoractiviteit en manageable toxiciteit had.

1.Eguchi Nakajima T, Kadowaki S, Minashi K et al. Multicenter phase I/II study of nivolumab combined with paclitaxel plus ramucirumab as second-line treatment in patients with advanced gastric cancer. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 1-2 study in Japan found manageable toxicity and promising anti-tumor activity of the combination nivolumab-paclitaxel-ramuricumab for advanced gastric cancer after failure of first-line chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)