Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 1b-studie van neoadjuvante immuunradiotherapie voor lokaal-gevorderd HNSCC (0)
2021-05-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced head and neck squamous cell carcinoma neoadjuvant immunoradiotherapy
Dr. Bryan BellNeoadjuvante checkpointremming voor lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van hoofd en hals (LA-HNSCC) leidt in slechts een beperkt percentage van de patiënten tot respons. De fase-1b Neoadjuvant Immuno-Radiotherapy Trial (NIRT) van Providence Cancer Institute (Portland OR) heeft de combinatie van stereotactische radiotherapie (SBRT) met neoadjuvante immuuntherapie voor LA-HNSCC geëvalueerd. Dr. Byan Bell en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1



De studie includeerde 21 patiënten met niet-eerder behandeld HNSCC (16 HPV-positief en 5 HPV-negatief). De patiënten kregen neoadjuvant SBRT (40 Gy in 5 fracties of 24 Gy in 3 fracties; binnen één week), met of zonder nivolumab. Na resectie kregen de patiënten drie maanden adjuvant nivolumab. Het primaire veiligheidseindpunt was niet-geplande uitstel van chirurgie, en de primaire werkzaamheidseindpunten waren pathologisch complete respons (pCR), majeure pathologische respons (mPR; minder dan 10% viabele tumorcellen), en downstaging (AJCC 8e editie). De behandeling leidde in geen van de patiënten tot uitstel van de chirurgie, pCR werd gezien in 67%, mPR in 86%, en downstaging in 90%.

De onderzoekers concluderen dat SBRT naar de tumor in combinatie met immuuntherapie veilig was en resulteerde in hoge percentages pCR en mPR.

1.Leidner R, Crittenden M, Young K et al. Neoadjuvant immunoradiotherapy results in high rate of complete pathological response and clinical to pathological downstaging in locally advanced head and neck squamous cell carcinoma. J ImmunoTher Cancer 2021-002485

Summary: The Neoadjuvant Immuno-Radiotherapy Trial at Providence Cancer Institute (Portland, OR) evaluated combination of SBRT with neoadjuvant immunotherapy for locally advanced head and neck squamous cell carcinoma. The combination was safe and resulted in pathological complete response in 67% of patients, major pathological response in 86%, and clinical to pathological downstaging in 90%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van fysieke activiteit voor en na een diagnose ovariumcarcinoom met overleving (0)
2021-05-09 13:29   ( Nieuws )
Tags:  ovarian cancer pre- and post-diagnosis leisure time physical activty
Dr. Shelley TworogerDe impact van fysieke activiteit op de uitkomst van ovariumcarcinoom is niet bekend. Een analyse in de cohorten van de Nurses’ Health Study en de Nurses’ Health Study II heeft de associatie van fysieke activiteit voor en na een diagnose ovariumcarcinoom met de overleving onderzocht. Dr. Shelley Tworoger (Moffit Cancer Center, Tampa FL) en collega’s publiceren de analyse in het International Journal of Cancer.1

De analyse heeft betrekking op 1461 vrouwen die bij inclusie in de studie en middels regelmatige follow-up vragenlijsten informatie verstrekten over hun fysieke activiteit, en tijdens de follow-up gediagnostiseerd werden met ovariumcarcinoom. De ovariumcarcinoom-specifieke mortaliteit was niet geassocieerd met fysieke activiteit in de periode van acht tot één jaar voor de diagnose, zowel van overall ovariumcarcinoom (≥ 7,5 versus < 1 MET-uur per week: HR 0,96) en evenmin van hooggradig sereus/slecht-gedifferentieerde tumoren of niet-sereus/laaggradig sereuze tumoren (p voor heterogeniteit = 0,45). Fysieke actitiveit één tot vier jaar na de diagnose was wel geassocieerd met betere overleving (≥ 7,5 versus <1 MET-uur per week: HR 0,67; 95%-bti 0,48-0,94), met vergelijkbare associaties voor verschillende histotypen (p voor heterogeniteit = 0,53). Vergeleken met vrouwen die zowel voor als na de diagnose minder dan 7,5 MET-uren per week actief waren, hadden vrouwen die voor de diagnose wel maar na de diagnose niet langer meer dan 7,5 MET-uren per week actief waren een slechtere overleving (HR 1,49; 95%-bti 1,07-2,08).

De onderzoekers concluderen dat fysieke activiteit na, maar niet voor, een diagnose ovariumcarcinoom geassocieerd was met betere prognose.

1.Wang T, Townsend MK, Eliassen AH et al. Pre- and post-diagnosis leisure time physical activity and survival following diagnosis with ovarian cancer. Int J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis in the cohorts of the Nurses’ Health Study and the Nurses’ Health Study II found that physical activity after, but not before, ovarian cancer diagnosis was associated with better prognosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van verschillende behandelingen voor intrahepatisch cholangiocarcinoom met of zonder lymfekliermetastasen (0)
2021-05-09 12:00   ( Nieuws )
Tags:  intrahepatic cholangiocarcinoma lymph node metastasis
Dr. William JarnaginLymfekliermetastase (LNM) is geassocieerd met aanzienlijke verslechtering van de overleving na resectie van intrahepatisch galwegcarcinoom (IHC). Er is geen duidelijkheid over de optimale behandeling, en het is niet bekend of tumormutatieprofilering kan bijdragen aan rationele keus van behandeling. Een studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft uitkomsten van verschillende behandelingen voor IHC met of zonder LNM geïnventariseerd, en de impact van geselecteerde mutaties op de uitkomsten onderzocht. Dr. William Jarnagin en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde patiënten met lever-beperkt IHC met of zonder LNM die tussen begin 2018 en eind 2018 in MSKCC werden behandeld met resectie (RES; n=237), leverslagaderinfusie-chemotherapie (HAIC; n=196), of alleen systemische chemotherapie (SYS; n=140). Onder de kliernegatieve patiënten was RES geassocieerd met de langste overall survival (mediaan 59,9 maanden; 95%-bti 47,2-74,3), gevolgd door HAIC (24,9; 20,3-29,6), en SYS (13,7; 8,9-15,9); deze verschillen waren statistisch significant (p<0,001). Onder de klierpositieve patiënten was er geen significant verschil in OS tussen RES (mediaan 19,7 maanden; 95%-bti 12,1-27,2) en HAIC (18,1; 14,1-26,6) maar de OS in deze beide groepen was significant (p=0,024) langer dan met SYS (11,2; 14,1-26,2). Klierpositieve patiënten met tenminste één hoog-risico genetische verandering (TP53-mutatie, KRAS-mutatie, CDKN2A/B-deletie) hadden slechtere OS dan klierpositieve patiënten zonder deze veranderingen; ongeacht de behandeling (mediane OS 12,1 maanden; p=0,002) maar IDH1/2-mutaties hadden geen impact op de OS.

De onderzoekers concluderen dat onder klierpositieve patiënten RES en HAIC resulteerden in vergelijkbare OS, terwijl SYS geassocieerd was met slechtere overleving. De aanwezigheid van sommige genetische veranderingen heeft prognostische waarde.

1.Jolissaint JS, Soares KC, Seier KP et al. Intrahepatic cholangiocarcinoma with lymph node metastasis: treatment-related outcomes and the role of tumor genomics in patient selection. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) compared various treatments for intrahepatic cholangiocarcinoma. Among lymph node-positive patients resection and hepatic artery infusion chemotherapy resulted in similar outcomes, while both treatments had better outcomes than systemic chemotherapy alone. Among lymph node-negative patients, resection was associated with the longest OS, followed by HAIC, followed by systemic chemotherapy. Presence of high-risk genetic alteration provides valuable prognostic information that may help guide treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van apatinib als tweede- of laterelijns behandeling voor gevorderd levercelcarcinoom (0)
2021-05-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  AHELP study previously treated advanced hepatocellular carcinoma apatinib
Prof. Shukui QinEr zijn aanwijzingen voor antitumorwerkzaamheid van VEGFR-remmers voor gevorderd levercelcarcinoom (aHCC). De multicenter fase 3-studie AHELP in China heeft apatinib geëvalueerd als tweede- of laterelijns behandeling voor aHCC. Prof. Shukui Qin (Geneeskundige Universiteit van Nanjing) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Gastroenterology & Hepatology.1

AHELP werd uitgevoerd in 31 centra. De studie includeerde 400 volwassen patiënten met aHCC die tenminste één eerdere lijn chemotherapie of gerichte therapie hadden gekregen. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar apatinib 750 mg (n=267) of placebo (n=133) eenmaal daags. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival.

Zes patiënten in de apatinibgroep en één patiënt in de placebogroep kregen niet de geplande behandeling en werden uit de analyses geëxcludeerd. Onder de overige patiënten was de mediane OS 8,7 maanden in de apatinibgroep versus 6,8 maanden in de placebogroep (HR 0,785; p=0,048). De veiligheidsanalyse includeerde 257 patiënten in de apatinibgroep en 130 patiënten in de placebogroep. De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 treatment-related adverse events waren hypertensie (28% van de patiënten in de apatinibgroep versus 2% in de placebogroep), hand-voetsyndroom (18% versus geen), en verlaagd trombocytengetal (13% versus 1%). Negen procent van de patiënten in de apatinibgroep versus tien procent van de patiënten in de placebogroep overleden aan AEs, maar geen van deze overlijdensgevallen werd door de onderzoekers beschouwd als samenhangend met de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat apatinib vergeleken met placebo onder patiënten met eerder-behandeld aHCC resulteerde in significante verlenging van de OS. Het veiligheidsprofiel was manageable.

1.Qin S, Li Q, Gu S et al. Apatinib as second-line or later therapy in patients with advanced hepatocellular carcinoma (AHELP): a multicentre, double-blind, randomised, placebo-controlled, phase 3 trial. Lancet Gastroenterol Hepatol 2021; epub ahead of print

Summary: The randomized phase 3 AHELP study in 31 centers in China compared apatinib versus placebo after at least one line of systemic therapy for advanced hepatocellular carcinoma. The median overall survival was 8.7 months with apatinib versus 6.8 months with placebo (HR 0.785; p=0.048). The safety profile was manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van consumptie van suikergezoete dranken op risico van vroeg-ontstaan colorectaalcarcinoom in vrouwen (0)
2021-05-08 13:29   ( Nieuws )
Tags:  early-onset colorectal cancer among women sugar-sweetened beverage intake
Dr. Yin CaoDe consumptie van suiker-gezoete dranken (SSBs) is in geïndustrialiseerde landen in opeenvolgende geboortecohorten tot het jaar 2000 substantieel toegenomen, met tegenwoordig de hoogste consumptie onder adolescenten en volwassenen tot de leeftijd 50 jaar. Een analyse in het cohort van de Nurses’ Health Study heeft de associatie van SSB-consumptie door adolescente en volwassen vrouwen met het risico van vroeg-ontstaan colorectaalcarcinoom (EO-CRC, diagnose voor de leeftijd 50 jaar) onderzocht. Dr. Yin Cao (Washington University School of Medicine, St. Louis MO) en collega’s publiceren de analyse in Gut.1

De analyse includeerde 95.464 vrouwen die tussen begin 1991 en eind 2015 iedere vier jaar een gevalideerde voedselfrequentievragenlijst beantwoordden, en een subset van 41.272 vrouwen die informatie gaven over hun SSB-consumptie op de leeftijd van 13 tot en met 18 jaar. In het cohort werd EO-CRC gediagnostiseerd in 109 vrouwen. Vergeleken met vrouwen die als volwassene minder dan één SSB-serving per week consumeerden, hadden vrouwen met SSB-consumptie twee of meer servings per dag een meer dan verdubbeld risico van EO-CRC (RR 2,18; p=0,02), met een 16% hoger risico per extra serving per dag (RR 1,16; 95%-bti 1,00-1,36). Elke toename van SSB-consumptie met één serving per dag op de leeftijd 13 tot en met 18 jaar was geassocieerd met 32% hoger risico van EO-CRC (RR 1.32; 95%-bti 1,00-1,75). Vervanging van elke SSB-serving per dag door kunstmatig-gezoeten dranken, koffie, magere melk, of volle-melk was geassocieerd met 17% tot 36% lager risico van EO-CRC.

De onderzoekers concluderen dat hogere SSB-consumptie tijdens adolescentie en als volwassene geassocieerd was met hoger risico van EO-CRC onder vrouwen.

1.Hur J, Otegbye E, Joh H-K et al. Sugar-sweetened beverage intake in adulthood and adolescence and risk of early-onset colorectal cancer among women. Gut 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the Nurses’ Health Study has investigated the association of SSB consumption in adulthood and adolescence with the risk of early-onset colorectal cancer (EO-CRC) in women. Compared with women who consumed less than 1 serving per week, women who consumed two or more serving per day had a more than doubled risk of EO-CRC (RR 2.18; p=0.02). Each serving per day increment of SSB intake at age 13-18 years was associated with a 32% higher risk of EO-CRC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Waarde van 18F-fluciclovine-PET/CT voor geleiden van postprostatectomie salvage radiotherapie voor prostaatcarcinoom (0)
2021-05-08 12:00   ( Nieuws )
Tags:  EMPIRE-1 study postprostatectomy salvage radiotherapy 18F-fluciclovine-PET CT
Prof. Ashesh JaniMoleculaire beeldvorming in patiënten met prostaatcarcinoom wordt in toenemende mate toegepast voor het geleiden van behandeling en planning daarvan. De gerandomiseerde fase 2-3 studie EMPIRE-1 in Winship Cancer Institute van Emory University (Atlanta GA) evalueerde toevoeging van 18F-fluciclovine-PET/CT imaging aan conventionele beeldvorming (botscan plus hetzij MRI of CT) voor het geleiden van postprostatectomie radiotherapie. Prof. Ashesh Jani en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

EMPIRE-1 includeerde 165 patiënten met detecteerbaar PSA na prostatectomie voor prostaatcarcinoom. De patiënten werden (gestratificeerd voor PSA-gehalte, ongunstige pathologische kenmerken, en intentie van androgeendeprivatietherapie) 1:1 gerandomiseerd naar conventionele beeldvorming of conventionele beeldvorming plus 18F-fluciclovine-PET/CT. De PET-bevindingen resulteerden in achterwege laten van de radiotherapie in vier patiënten; deze patiënten werden uit de analyse geëxcludeerd. Het primaire eindpunt was het percentage patiënten met drie-jaars gebeurtenisvrije overleving.

De mediane follow-up was 3,52 jaar. De mediane EFS werd in beide groepen niet bereikt. In de groep met conventionele beeldvorming werd een gebeurtenis gezien in 33% van de patiënten, versus 20% in de groep met toevoeging van 18F-fluciclovine-PET/CT. De drie-jaars EFS bedroeg 63,0% in de groep met conventionele beeldvorming versus 75,5% in de groep met toevoeging van 18F-fluciclovine-PET/CT (p=0,0028). In gecorrigeerde analyse was studiegroep significant geassocieerd met EFS (HR 2,04; p=0,0327). De toxiciteit verschilde niet significant tussen beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van 18F-fluciclovine-PET/CT aan conventionele beeldvorming voor het geleiden van postprostatectomie radiotherapie resulteerde in significante verbetering van de gebeurtenisvrije overleving.

1.Jani AF, Schreibmann E, Goyal S et al. 18F-fluciclovine-PET/CT imaging versus conventional imaging alone to guide postprostatectomy salvage radiotherapy for prostate cancer (EMPIRE-1): a single centre, open-label, phase 2/3 randomised controlled trial. Lancet 2021; epub ahead of print

Summary: The randomized phase 2-3 EMPIRE-1 study evaluated addition of 18F-fluciclovine-PET/CT imaging to conventional imaging (bone scan and either CT or MRI) to guide postprostatectomy salvage radiotherapy for prostate cancer. The three-year event-free survival was 63.0% in the group with conventional imaging versus 75.5% in the group with conventional imaging plus 18F-fluciclovine-PET/CT imaging (p=0.0028). Toxicity was similar in both groups.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten met drie conditioneringsregimes na autoHCT voor PCNSL (0)
2021-05-07 15:00   ( Nieuws )
Tags:  primary central nervous system lymphoma conditioning after autoHCT
Dr. Mehdi HamadaniHoge-dosering therapie en autologe hematopoïetische celtransplantatie (autoHCT) zijn geaccepteerde behandelingen voor primair centraal-zenuwstelsellymfoom (PCNSL) maar er is geen consensus over het optimale conditioneringsregime. Een observationele cohortstudie op basis van data in het Center for International Blood and Marrow Transplant Research Registry heeft uitkomsten geïnventariseerd met drie veelgebruikte conditioneringsregimes. Dr. Mehdi Hamadani CIBMTR, Milwaukee WI) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 603 volwassen patiënten (gemiddelde leeftijd 57 jaar; range 19-77; 53% mannen) die autoHCT ondergingen met thiothepa-busulfan-cyclofosfamide (TBC; n=263), thiothepa-carmustine (TT-BCNU; n=275), of carmustine-etoposide-cytarabine-melfalan (BEAM; n=65). Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving. De drie-jaars PFS was hoger met TBC (75%) en TT-BCNU (76%) dan met BEAM (58%; p=0,03) samenhangend met een hoger risico van relapse in de BEAM-groep (HR 4,34; p<0,001). Ook de overall survival was beter met de beide thiothepa-gebaseerde regimes. In multivariate analyse hadden patiënten die TT-BCNU kregen vergeleken met patiënten die TBC kregen een hoger risico van relapse (HR 1,79; p=0,03), lager risico van nonrelapse mortaliteit (HR 0,50; p=0,01), en gelijk risico van all-cause mortaliteit zes maanden of langer na HCT (p=0,10). Factoren die in alle drie de groepen geassocieerd waren met lagere overlevingspercentages waren leeftijd zestig jaar of ouder, Karnofsky performance status lager dan 90, en HCT-comorbiditeitindex 3 of hoger.

De onderzoekers concluderen dat thiothepa-gebaseerde conditioneringsregimes vergeleken met BEAM geassocieerd waren met hogere overlevingspercentages.

1.Scordo M, Wang TP, Ahn KW et al. Outcomes associated with thiotepa-based conditioning in patients with primary central nervous system lymphoma after autologous hematopoietic cell transplant. JAMA Oncol 2021.1074

Summary: An observational cohort study based on data in the Center for International Blood and Marrow Transplant Research registry compared three commonly used conditioning regimes in patients undergoing autologous hematopoietic cell transplant for PCNSL. Thiothepa-based regimes were associated with higher rates of survival compared with BEAM. TT-BCNU compared with TBC was associated with higher relapse risk, lower non-relapse mortality risk, and similar risk of all cause mortality more than six months after HCT.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chirurgie en chemotherapie in verschillende centra: impact op overleving van patiënten met ovariumcarcinoom (0)
2021-05-07 14:00   ( Nieuws )
Tags:  ovarian cancer fragmentation of surgery and chemotherapy
Dr. Jason WrightFragmentatie van behandeling is gedefinieerd als ondergaan van behandeling in verschillende ziekenhuizen. Een analyse van de National Cancer Database heeft de overlevingsimpact geïnventariseerd van het in twee ziekenhuizen ondergaan van primary debulking surgery (PDS) en adjuvante chemotherapie (AC) voor epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC). Dr. Jason Wright (Columbia University, New York) en collega’s publiceren de analyse in Gynecologic Oncology.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 36.300 patiënten die tussen begin 2004 en eind 2016 PDS en AC ondergingen voor stadium II tot en met IV EOC. Onder deze patiënten kregen 13.347 (36,8%) AC in een ander ziekenhuis dan waar ze PDS hadden ondergaan. Patiëntfactoren die geassocieerd waren met gefragmenteerde behandeling waren hogere leeftijd, hoger inkomne, en langere reisafstand voor PDS; en ziekenhuisfactoren die geassocieerd waren met gefragmenteerde behandeling waren PDS in een centrum met lager jaarlijks chirurgievolume (p<0,05 voor alle associaties). Fragmentatie was geassocieerd met 15% risico van dertig dagen uitstel van AC (aRR 1,15; 95%-bti 1,09-1,22). In voor propensity score gewogen analyse was fragmentatie geassocieerd met lagere mortaliteit (HR 0,95; 95%-bti 0,92-0,97). In sensitiviteitsanalyse was fragmentatie geassocieerd met betere overleving onder metropolitan residents.

De onderzoekers concluderen dat fragmentatie van PDS en AC geen ongunstige invloed had op lange-termijn overleving van EOC-patiënten.

1.Cham S, Huang Y, Melamed A et al. Fragmentation of surgery and chemotherapy in the initial phase of ovarian cancer care and its association with overall survival. Gynecol Oncol 2021.04.032

Summary: Fragmentation occurs when a patient receives care at more than one hospital. Analysis of the National Cancer Database found that fragmentation of primary debulking surgery from adjuvant chemotherapy occurred in 36.8% of ovarian cancer patients, and was not associated with worse long-term survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)