Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Nederland-brede cohortstudie van maag- en duodenumcarcinoom in personen met Lynch syndroom (0)
2024-02-20 16:00   ( Nieuws )
Tags:  LS gastric and duodenal cancer
Prof. Monique van LeerdamLynch syndroom (LS) is geassocieerd met verhoogd risico van maagcarcinoom (GC) en duodenumcarcinoom (DC), vooral onder personen met pathogene varianten (PVs) van MLH1 en MSH2. Een Nederland-brede retrospectieve cohortstudie heeft de cumulatieve incidentie van GC en DC onder personen met LS geïnventariseerd. Prof. Monique van Leerdam (LUMC) en haar collega’s van de Netherlands Foundation for Detection of Hereditary Tumours Collaborative Investigators publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde personen in het Dutch Hereditary Cancer Registry tussen begin 1989 en eind 2021 met bewezen of vermoede PVs in een van de mismatch repair genes. Onder 1002 personen met hoog-risico PVs (MLH1, MSH2, en EpCAM) en 765 personen met laag-risico PVs (MSH6 en PMS2) werden 29 GCs (1,6%) en 39 DCs (2,2%) gediagnostiseerd. De figuur laat zien dat de cumulatieve incidentie van GC en DC in deelnemers jonger dan 50 jaar zeer laag was (≤1%). De cumulatieve incidentie van GC onder personen met hoog-risico PVs was 3% (95%-bti 1-5) op de leeftijd van 70 jaar en 5% (3-8) op de leeftijd van 75 jaar; en onder personen met laag-risico PVs 1% (0-2) respectievelijk 1% (0-2). De cumulatieve incidentie van DC onder personen met hoog-risico PVs was 5% (95%-bti 3-7) op de leeftijd van 70 jaar en 6% (3-8) op de leeftijd van 75 jaar; en onder personen met laag-risico PVs 1% (0-1) respectievelijk 2% (0-4). Resectie van de primaire tumor werd uitgevoerd in 62% van de GC-patiënten met 77% van de DC-patiënten. Vroeg-stadium ziekte werd gezien in 32% van de GCs (TNM-stadium I) en 39% (TNM-stadium I-IIa) van de DCs.

De onderzoekers concluderen dat personen met PVs van MLH1, MSH2, en EpCAM een verhoogd risico hebben van het ontwikkelen van GC en DC, maar dat dit risico nog zeer laag is op de leeftijd 50 jaar. De optimale leeftijd voor start van oesofagogastroduodenoscopie-surveillance dient nader te worden onderzocht.

1.Caspers IA, Eikenboom EL, Lopez-Yurda M et al. Gastric and duodenal cancer in individuals with Lynch syndrome: a nationwide cohort study. eClinMed 2024.102494

Summary: A retrospective cohort study in The Netherlands found that individuals with pathogenic variants of MLH1, MSH2, en EpCAM have an increased risk of developing gastric and duodenal cancer at the age of 70 years, but this risk is very low before the age of 50 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vier-jaars overall survival update van HIMALAYA: tremelimumab plus durvalumab voor niet-resectabel levercelcarcinoom (0)
2024-02-20 14:30   ( Nieuws )
Tags:  HIMALAYA study uHCC
Prof. Bruno SangroDe multinationale fase 3-studie HIMALAYA randomiseerde niet-eerder behandelde patiënten met niet-resectabel levercelcarcinoom (uHCC) naar drie behandelingen: STRIDE (enkele priming dosis tremelimumab gevolgd door durvalumab monotherapie; n=393), durvalumab monotherapie (n=389), of sorafenib (n=389). In de primaire analyse, na 33 maanden follow-up, resulteerde STRIDE in significant langere overall survival dan sorafenib (HR 0,78; p=0,0035) en was durvalumab monotherapie niet-inferieur ten opzichte van sorafenib. Prof. Bruno Sangro (Universiteit van Navarra, Pamplona) en collega’s publiceren in Annals of Oncology een vier-jaar OS update van de studie.1


De mediane follow-up was 49,12 maanden in de STRIDE-groep; 48,46 maanden in de durvalumabgroep; en 47,31 maanden in de sorafenibgroep. De figuur laat zien dat met langere follow-up STRIDE nog steeds resulteerde in langere OS dan sorafenib (48-maands OS-percentage 25,2% versus 15,1%) terwijl de OS in de durvalumab-monotherapiegroep niet-significant beter was dan in de sorafenibgroep. Het lange-termijn OS-profijt met STRIDE versus sorafenib werd gezien in de meeste klinisch-relevante subgroepen, en was verder verhoogd onder patiënten die ziektecontrole bereikten. Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen met langere follow-up.

De onderzoekers concluderen dat de update unprecedented three- and four-year OS rates met eerstelijns STRIDE voor uHCC heeft laten zien.

1.Sangro B, Chan SL, Kelley RK et al. Four-year overall survival update from the phase III HIMALAYA study of tremelimumab plus durvalumab in unresectable hepatocellular carcinoma. Ann Oncol 2024.02.005

Summary: Four-year follow-up update of the multinational phase 3 HIMALAYA trial showed unprecedented three- and four-year OS rates with the STRIDE regimen for previously untreated unresectable hepatocellular carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van eerstelijns regorafenib plus nivolumab voor niet-resectabel levercelcarcinoom (0)
2024-02-20 13:00   ( Nieuws )
Tags:  RENOBATE trial uHCC regorafenib plus nivolumab
Dr. Changhoon YooIn eerdere studies is gezien dat de anti-angiogene multikinaseremmer regorafenib antitumorwerkzaamheid had onder patiënten met niet-resectabel levercelcarcinoom (uHCC), en mogelijk ook immuunmodulerende werkzaamheid (door impact op de VEGFR- en CSF1R-routes). De multicenter fase 2-studie RENOBATE in Zuid-Korea heeft de combinatie van regorafenib en nivolumab als eerstelijns behandeling voor uHCC geëvalueerd. Dr. Changhoon Yoo (Asan Medisch Centrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie in Nature Medicine.1


De studie includeerde 42 patiënten met niet-eerder behandeld uHCC. De patiënten kregen nivolumab 480 mg iedere vier weken en regorafenib 80 mg eenmaal daags gedurende de eerste drie weken van vier-weekse cycli. De figuur laat de klinische uitkomsten zien. Eén patiënt had complete respons en twaalf hadden partiële respons, voor een objective response rate van 31%, waarmee voldaan werd aan het vooraf-gespecificeerde criterium voor werkzaamheid van de combinatie. De mediane progressievrije overleving was 7,38 maanden met een één-jaar PFS-percentage van 37,8% en de mediane overall survival werd niet bereikt met een één-jaar OS-percentage van 80,5%. De meest-waargenomen adverse events waren palmair-plantair erythrodysesthesiesyndroom (38,1%), alopecie (26,2%), en rash (23,8%).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten nader onderzoek van de combinatie van regorafenib en nivolumab als eerstelijns behandeling voor uHCC steunen.

1.Kim H-D, Jung S, Lim HY et al. Regorafenib plus nivolumab in unresectable hepatocellular carcinoma: the phase 2 RENOBATE trial. Nature Med 2024-02824-y

Summary: The multicenter phase 2 RENOBATE trial in South Korea found that the combination of regorafenib and nivolumab had promising activity for previously untreated unresectable hepatocellular carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ki-67 labeling index voorspelt klinische uitkomsten na stereotactische radiochirurgie voor atypisch meningeoom (0)
2024-02-19 16:00   ( Nieuws )
Tags:  SRS for atypical meningioma Ki-67 labeling index
Dr. Motoyuki UmekawaAtypische meningeomen maken ongeveer 15% uit van alle meningeomen, en worden in de 2021 WHO Classification of Tumors of Central Nervous System gecategoriseerd als graad 2. Een retrospectieve studie van de Universiteit van Tokio heeft de correlatie van de Ki-67 labeling index (LI) na stereotactische radiochirurgie (SRS) voor atypische meningeomen met klinische uitkomsten geïnventariseerd. Dr. Motoyuki Umekawa ent collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 39 patiënten die tussen juni 1992 en maart 2022 een enkele sessie SRS kregen voor atypisch meningiom en tenminste 3 maanden follow-up hadden. De Ki-67 LI werd gecategoriseerd in drie groepen: laag (<5%), intermediair (5-10%), en hoog (>10%). De mediane follow-up was 26 maanden. De figuur laat zien dat de drie-jaars percentages voor lokale tumorcontrole 100%, 74%, en 25% waren in de groepen met lage respectievelijk intermediaire en hoge LI (p=0,011), terwijl de drie-jaars progressievrije percentages in de drie groepen 100% respectievelijk 40% en 0% waren (p=0,003), en de vijf-jaars percentages voor ziektespecifieke overleving 100% respectievelijk 89% en 50% waren (p=0,019). In multivariate analyse was hoge versus intermediaire LI significant gecorreleerd met lagere lokale tumorcontrole (HR 3,92; p=0,026), hogere frequentie van progressie (3,80; p=0,006), en slechtere ziektevrije overleving (6,55; p=0,031). Adverse radiation-induced events werden gezien in 8% van alle patiënten.

De onderzoekers concluderen dat na SRS voor atypisch meningeoom patiënten met een hoge Ki-67 LI significant slechtere klinische uitkomsten hadden dan patiënten met lagere Ki-67 LI.

1.Umekawa M. Shinya Y, Hasegawa H et al. Ki-67 labeling index predicts tumor progression patterns and survival in patients with atypical meningiomas following stereotactic radiosurgery. J Neuro-Oncol 2024-04537-7

Summary: A retrospective study at the University of Tokyo (Japan) found that after stereotactic radiosurgery for atypical meningioma, patients whit high Ki-67 labeling index had significantly more tumor progression and tumor-related death compared with patients with low Ki-67 LI.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van salvage behandeling na BCMA-specifieke CAR T-celtherapie voor recidiverend/refractair multipel myeloom (0)
2024-02-19 14:30   ( Nieuws )
Tags:  LEGEND-2 trial RRMM salvage treatment after BCMA-specific CAR-T
Op BCMA-gerichte CAR T-celtherapie heeft aanzienlijke werkzaamheid en manageable toxiciteit laten zien onder patiënten met recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM). Er is nog geen duidelijkheid over de optimale behandeling voor post-CAR-T relapse. Een retrospectieve analyse onder patiënten die deelnamen aan de fase 1-studie LEGEND-2 in Xi’an (China) heeft uitkomsten met verschillende salvage behandelingen vergeleken. Dr. Jianli Wang (Xi’an Jiaotong Universiteit) en collega’s publiceren de analyse in het British Journal of Haematology.1

Onder de 45 patiënten in het Xi’an cohort van de studie waren er 34 (76%) die salvage behandeling kregen voor progressieve ziekte (PD). De overall response rate op deze behandeling was 50,0%. Panel A laat zien dat de mediane progressievrije overleving na starten van de salvage behandeling 16,3 maanden was. De PFS was significant langer voor patiënten met complete respons dan voor patiënten met partiële respons (panel B; 31,1 versus 5,5 maanden ; p=0,008). De mediane overall survival was 47,2 maanden (panel C). Patiënten zonder PD hadden significant langere OS dan patiënten met PD (panel D; niet bereikt versus 35,8 maanden; p=0,0240). Het vijf-jaars OS-percentage was 72,7% voor patiënten zonder PD versus 8,8% voor patiënten met PD. De mediane PFS was significant langer met proteasoomremmer-gebaseerde combinatie salvage therapie (28,2 maanden) dan met tweede BCMA CAR-T (3,9 maanden; p=0,0022) of chemotherapie (1,67 maanden; p=0,0001).

De onderzoekers concluderen dat salvage behandeling na BCMA-gerichte CAR T-celtherapie matige werkzaamhedi had, met de beste uitkomsten met proteasoomremmer-gebaseerde salvage therapie.

1.Liu R, Yang R, Xu X et al. Outcomes in patients with multiple myeloma receiving salvage treatment after BCMA-specific CAR-T therapy: a retrospective analysis of LEGEND-2. Br J Haematol 2024;19340

Summary: A retrospective analysis at Xi’an Jiatong University (China) found that among RRMM patients with progressive disease after BCMA-directed CAR-T therapy, salvage treatment had moderate efficacy, with best outcomes for proteasome inhibitor-based combination salvage therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world vergelijking van eerstelijns dacomitinib en afatinib voor gevorderd EGFR-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2024-02-19 13:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced EGFR-mutant NSCLC first-line dacomitinib versus afatinib
Prof. Te-Chun HsiaDe irreversibele EGFR-TKIs dacomitinib en afatinib zijn beide goedgekeurd voor eerstelijns behandeling van EGFR-gemuteerd gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC). Een retrospectieve real-world studie van China Medical University Hospital in Taichung (Taiwan) heeft werkzaamheid en toxiciteit van beide middelen vergeleken. Prof. Te-Chun Hsia en collega’s publiceren de studie in BMC Cancer.1

De studie includeerde 101 patiënten die tussen september 2020 en april 2023 in het ziekenhuis eerstelijns afatinib (n=70) of dacomitinib (n=31) kregen voor EGFR-gemuteerd aNSCLC. Partiële respons werd gezien in 85,7% van de patiënten in de afatinibgroep en 60,6% van de patiënten in de dacomitinibgroep (p=0,522), de mediane progressievrije overleving was 18,9 maanden en 16,3 maanden (p=0,975), en de mediane tijd tot falen van de behandeling was 22,7 versus 15,9 maanden (p=0,324). De meest-waargenomen adverse events met beide middelen waren rash, stomatitis, diarree, paronychie, en pruritus. De frequentie van diarree was hoger met afatinib dan met dacomitinib (78,5% versus 35,5%; p<0,001) terwijl de frequentie van paronychie hoger was met dacomitinib dan met afatinib (58,1% versus 31,4%; p=0,004). Er waren geen significante verschillen tussen beide behandelingen voor de andere AEs.

De onderzoekers concluderen dat afatinib en dacomitinib vergelijkbare werkzaamheid hadden als eerstelijns behandeling van EGFR-gemuteerd aNSCLC, terwijl er lichte verschillen waren in de frequentie van sommige adverse events.

1.Cheng W-C, Lin C-C, Liao W-C et al. The difference between dacomitinib and afatinib in effectiveness and safety in first-line treatment of patients with advanced EGFR-mutant non-small-cell lung cancer: a real-world observational study. BMC Cancer 2024;24:228

Summary: A retrospective observational study in Taiwan found that afatinib and dacomitinib had similar efficacy as first-line treatment for EGFR-mutant advanced non-small cell lung cancer, while they had slightly different side effects.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Tumormutatiebelasting in bloed en respons van stadium IV NSCLC op eerstelijns pembrolizumab plus chemotherapie (0)
2024-02-18 16:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-782 stage IV NSCLC ctDNA TMB and response to first-line pembrolizumab
Prof. Jair BarOnder patiënten met metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) was de respons op eerstelijns pembrolizumab plus chemotherapie niet afhankelijk van de mutatiebelasting in tumorweefsel (tTMB). De multinationale KEYNOTE-782 studie heeft de associatie tussen TMB in bloed (bTMB) met de respons op eerstelijns pembrolizumab plus chemotherapie geïnventariseerd. Prof. Jair Bar (Sheba Medisch Center, Ramat Gan, Israël) en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

De studie includeerde 117 patiënten met niet-eerder behandeld stadium IV niet-squameus NSCLC, die vier drie-weekse cycli pembrolizumab plus pemetrexed en cisplatine of carboplatine kregen, gevolgd door ten hoogste 31 cycli pembrolizumab plus pemetrexed. Voor aanvang van de behandeling werd de bTMB bepaald met een circulerend tumor DNA next-generation sequencing assay (654-genenpanel). De mediane tijd vanaf de eerste dosis tot data cutoff was 19,3 maanden (range 1,0-35,5). De objective response rate was 40,2% (95%-bti 31,2-49,6), de mediane progressievrije overleving was 7,2 maanden (5,6-9,8), en de mediane overall survival was 18,1 maanden (13,5-25,6). Treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 113 patiënten (96,6%) en graad 3 of hoger TRAEs voor 56 (47,9%). Onder de 101 patiënten met evalueerbare baseline bTMB was deze niet geassocieerd met PFS of OS.

De onderzoekers concluderen dat de werkzaamheid en veiligheid van eerstelijns pembrolizumab plus chemotherapie voor stadium IV niet-squameus NSCLC in deze studie consistent waren met wat in eerdere studies is gezien, en dat baseline bTMB niet geassocieerd was met de werkzaamheid van de behandeling.

1.Bar J, Esteban E, Rodriguez-Abreu D et al. Blood tumor mutational burden and response to pembrolizumab plus chemotherapy in non-small cell lung cancer: KEYNOTE-782. Lung Cancer 2024.107506

Summary: The multinational KEYNOTE-782 trial found that among patients with previously untreated stage IV nonsquamous NSCLC, the combination of pembrolizumab plus chemotherapy had activity and safety consistent with what has been seen in previous studies, and that baseline blood tumor mutational burden was not associated with efficacy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Actherwege laten van ALND bij mastectomie voor klinisch N0 SLN-positief mammacarcinoom (0)
2024-02-18 14:30   ( Nieuws )
Tags:  mastectomy for clinical N0 SLN-positive breast cancer skipping ALND
Prof. Wonshik HanEr is geen duidelijkheid over de oncologische veiligheid van achterwege laten van axillaire lymfeklierdissectie (ALND) in patiënten die totale mastectomie (TM) ondergaan voor vroeg-stadium mammacarcinoom (EBC) zonder palpabele lymfadenopathie die schildwachtklier-positief zijn. Een retrospectieve studie in twee centra in Zuid-Korea heeft uitkomsten na alleen schildwachtklierbiopsie (SLNB) voor deze patiënten vergeleken met uitkomsten na ALND. Prof. Wonshik Han (Seoel Nationale Universiteit) en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

Tussen begin 2014 en eind 2018 ondergingen in de twee centra 643 patiënten TM voor klinisch stadium T1-3N0 EBC, die op het moment van chirurgie één of twee metastatische SLNs bleken te hebben. Na propensity score matching ontstonden twee groepen van 237 patiënten, die hetzij ALND hadden ondergaan of alleen SLNB. Het gemiddelde aantal metastatische SLNs was 1,2 in de SLNB-groep en 1,6 in de ALND-groep. De mediane follow-up was 65,0 maanden. Het vijf-jaars ziektevrije-overlevingspercentage was 90,8% in de SLNB-groep en 93,9% in de ALND-groep (p=0,36). Het vijf-jaars ipsilateraal locoregionaal recidiefvrije overlevingspercentage was 95,1% in de SLNB-groep en 98,3% in de ALND-groep (p=0,21). In de SLNB-groep was de vijf-jaars LRRFS beter onder patiënten die radiotherapie hadden gekregen dan onder patiënten die geen radiotherapie hadden gekregen (100% versus 92,9%; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat onder EBC-patiënten die TM ondergingen en één of twee positieve SLNs hadden, alleen SLNB niet resulteerde in significant slechtere uitkomsten vergeleken met ALND, Onder patiënten die alleen SLNB ondergingen kon radiotherapie locoregionaal recidief verminderen.

1.Chun JW, Kang E, Kim H-K et al. Oncological safety of skipping axillary lymph node dissection in patients with clinical N0, sentinel node-positive breast cancer undergoing total mastectomy. Ann Surg Oncol 2024.15049-7

Summary: A retrospective study at two centers in South Korea found that among patients undergoing total mastectomy for early breast cancer who were clinically N0 but had one or two metastatic sentinel lymph nodes, SLNB alone resulted in similar outcomes as ALND. Radiotherapy could decrease locoregional recurrence in patients who underwent SLNB alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)