Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Neoadjuvant atezolizumab plus anti-HER2 therapie en chemotherapie voor HER2-positief vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2022-06-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  phase 3 IMpassion050 trial early breast cancer atezolizumab
Prof. Jens HuoberHet is denkbaar dat een combinatie van gerichte therapie en cytotoxische chemotherapie met immuuntherapie kan resulteren in verbetering van uitkomsten van patiënten met maligniteiten. De multinationale fase 3-studie IMpassion050 heeft toevoeging van atezolizumab aan de neoadjuvante combinatie van pertuzumab-trastuzumab (PH) en chemotherapie geëvalueerd. Prof. Jens Huober (Kantonsspital St. Gallen, Zwitserland) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

IMpassion050 werd uitgevoerd in 73 centra in twaalf landen. De studie includeerde 454 patiënten met een primaire tumor groter dan 2 cm en histologisch bevestigde positieve lymfeklierstatus (T2-4, N1-3, M0). De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar neoadjuvant atezolizumab plus PH en chemotherapie (n=228) of placebo plus PH en chemotherapie (n=226), na chirurgie gevolgd door atezolizumab plus PH of placebo plus PH. De totale duur van HER2-gerichte therapie was één jaar. Coprimaire eindpunten waren pCR in de ITT-populatie en pCR in de PD-L1-positieve populatie (n=218).


De figuur toont de resultaten van de studie. In de ITT-populatie was het pCR-percentage 62,4% in de atezolizumabgroep versus 62,7% in de placebogroep (p=0,9551). In de PD-L1-positieve populatie was het pCR-percentage 64,2% in de atezolizumabgroep versus 72,5% in de placebogroep (p=0,1846). In de PD-L1 negatieve populatie was het pCR-percentage 60,7% in de atezolizumabgroep versus 53,8% in de placebogroep. Graad 3-4 en ernstige adverse events waren meer frequent in de atezolizumabgroep dan in de placebogroep. Er waren vijf graad 5 AEs waarvan twee werden toegeschreven aan de studiebehandeling, alle in de atezolizumabgroep. Het veiligheidsprofiel was consistent met dat van atezolizumab in andere combinatiestudies.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van atezolizumab aan neoadjuvant PH plus chemotherapie niet resulteerde in verbetering van het pCR-percentage.

1.Huober J, Barrios CH, Niikura N et al. Atezolizumab with neoadjuvant anti-human epidermal growth factor receptor 2 therapy and chemotherapy in human epidermal growth factor receptor 2-positive early breast cancer: primary results of the randomized phase III IMpassion050 trial. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 IMpassion050 trial found that addition of atezolizumab to neoadjuvant anti-HER2 therapy and chemotherapy for early stage HER2-positive breast cancer did not increase pCR rates in the ITT or PD-L1-positive populations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Bloed-gebaseerd genomisch mutatiesignatuur voor voorspellen van uitkomsten met atezolizumab voor NSCLC (0)
2022-06-29 13:30   ( Nieuws )
Tags:  atezolizumab for NSCLC blood-based genomic mutation signature
Prof. Jie ZhaoIntroductie van immuuntherapie heeft geresulteerd in verbetering van de uitkomsten van sommige patiënten met maligniteiten, maar niet alle patiënten hebben respons. Er is behoefte aan methoden om patiënten te identificeren met waarschijnlijkheid van respons. Post-hoc analyse van van de POPLAR- en OAK-studies heeft geresulteerd in ontwikkeling en validatie van een bloed-gebaseerd genomisch mutatiesignatuur (bGMS) dat de uitkomsten met atezolizumab voor NSCLC kan voorspellen. Prof. Jie Zhao (Universiteit van Zhengzhou, China) en collega’s publiceren de analyse in Lung Cancer.1

Het bGMS is ontwikkeld op basis van gegevens van OAK-patiënten, en gevalideerd op basis van gegevens van POPLAR-patiënten. Het model omvat mutaties in 15 genen. Patiënten met hoge bGMS hadden kortere overall survival en progressievrije overleving dan patiënten met lage bGMS, zowel in OAK (OS 7,9 versus 19,9 maanden; p<0,0001 en PFS 1,7 versus 4,0 maanden; p=0,011) als in POPLAR (OS 8,4 versus 18,6 maanden; p=0,0019; PFS 1,5 versus 4,4 maanden; p=0,013). De OS-voorspelling op basis van bGMS was superieur aan voorspellingen op basis van bloed-tumormutatiebelasting (bTMB), low allele frequency-bTMB, maximum somatic allele frequency, en een 5-genen mutatiesignatuur. In zowel OAK als POPLAR hadden patiënten met lage bGMS significant betere OS met atezolizumab dan met docetaxel. In multivariate analyse was bGMS een onafhankelijke prognostische factor voor OS en PFS van atezolizumab-behandelde patiënten.

De onderzoekers concluderen dat bGMS een niet-invasieve biomarker is die NSCLC-patiënten met waarschijnlijkheid van profijt van atezolizumab kan identificeren.

1.Liu M, Xia S, Zhang X et al. Development and validation of a blood-based genomic mutation signature to predict the clinical outcomes of atezolizumab therapy in NSCLC. Lung Cancer 2022.06.016

Summary: Post-hoc analysis of the POPLAR and OAK clinical studies resulted in development and validation of a blood-based genomic mutation signature (bGMS) of mutations in 15 genes to predict outcomes with atezolizumab for NSCLC. bGMS was superior to blood tumor mutation burden, LAF-bTMB, MSAF, PD-L1 expression, and a 5-genomic mutation signature in predicting OS for NSCLC patients receiving atezolizumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van adjuvant nivolumab na salvage resectie voor recidiverend HNSCC (0)
2022-06-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  recurrent head and neck squamous cell carcinoma adjuvant nivolumab after salvage resection
Dr. Trisha Wise-DraperIn patiënten met squameus celcarcinoom van hoofd en hals (HNSCC) wordt ondanks multimodale therapie vaak locoregionaal recidief gezien. De standaard-behandeling is salvage chirurgie, maar deze behandeling leidt slechts in een minderheid van de patiënten tot duurzame controle. Adjuvante radiotherapie kan wellicht leiden tot beter resultaat, maar kan prohibitief toxisch zijn. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft adjuvant nivolumab na salvage resectie voor lokaal-recidiverend HNSCC geëvalueerd. Dr. Trisha Wise-Draper (University of Cincinnati OH) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 39 patiënten binnen zes weken na salvage chirurgie voor recidiverende ziekte. De geplande behandeling was zes vier-weekse cycli nivolumab. Het primaire eindpunt was twee-jaars ziektevrij overlevingspercentage, met als criterium voor werkzaamheid twee-jaars DFS hoger dan de 58% die was gezien in een historische controlegroep van 71 patiënten die alleen salvage chirurgie hadden ondergaan.

Het twee-jaars DFS-percentage met adjuvant nivolumab was 71,4% (95%-bti 57,8-88,1) en het twee-jaars overall survival percentage was 73,0% (58,0-91,8). Drie patiënten (8%) hadden graad 3 treatment-related adverse events, en drie patiënten discontinueerden de behandeling wegens AEs. Locoregionaal recidief werd gezien in tien patiënten (25,6%), onder wie twee (5%) met synchrone metastatische ziekte. Er was geen verschil in DFS tussen de groepen PD-L1 positieve en PD-L1 negatieve patiënten.

De onderzoekers concluderen dat adjuvant nivolumab na salvage chirurgie voor lokaal-recidiverend HNSCC goed verdragen werd en resulteerde in verbetering van de DFS in vergelijking met historische controle.

1.Leddon JL, Gulati S, Haque S et al. Phase II trial of adjuvant nivolumab following salvage resection in patients with recurrent squamous cell carcinoma of the head and neck. Clin Cancer Res 2022; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study in the USA evaluated adjuvant nivolumab after salvage surgical resection for recurrent HNSCC. The 2-year disease-free survival rate was 71.4% (95% CI 57.8-88.1), significantly better than 58% seen in an institutional historical control group of patients undergoing salvage surgery alone. The 2-year overall survival rate was 73% (95% CI 58-91). Adjuvant nivolumab was well tolerated.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter retrospectieve cohortstudie van neoadjuvant chemotherapie voor gevorderd endometriumcarcinoom (0)
2022-06-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced endometrial cancer neoadjuvant chemotherapy
Prof. Jae-Weon KimDe standaard-behandeling voor endometriumcarcinoom (EC) is chirurgische resectie gevolgd door adjuvante behandeling indien nodig. Er is echter geen consensus over het management van patiënten met niet-resectabel metastatisch EC. Een retrospectieve cohortstudie in vier centra in Zuid-Korea heeft neoadjuvante chemotherapie gevolg door interval debulking chirurgie (NAC-IDS) voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Jae-Weon Kim (Seoul National University College of Medicine) en collega’s publiceren de studie in BMC Cancer.1

De studie includeerde 32 patiënten met stadium IIIC-IVB endometrioïd (n=18), sereus (n=5), carcinosarcoom (n=6), of andere histologische EC-typen (n=3). Van deze patiënten hadden 28 (87,5%) stadium IVB-ziekte. Het meest-gebruikt NAC-regime was paclitaxel-carboplatine (n=25; 78,1%), dat mediaan zes cycli werd toegediend. Objectieve respons werd gezien in 26 patiënten (81,3%), stabiele ziekte in vier (12,5%), en progressieve ziekte in twee (6,3%). Met IDS werd complete cytoreductie bereikt in 23 patiënten (71,9%). Tijdens mediaan 31,0 maanden follow-up werd recidief gezien in 23 patiënten en overlijden in 11, met mediane progressievrije overleving 19,7 maanden, en drie-jaars OS-percentage van 69,7%. Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met slechtere PFS waren niet-endometrioïde histologie (aHR 7,3; p<0,001) en residuele tumor na IDS (aHR 5,9; p=0,001). Multivariate analyse van factoren die geassocieerd waren met OS kon niet worden uitgevoerd wegens te klein aantal gebeurtenissen.

De onderzoekers concluderen dat NAC-IDS een behandeloptie kan zijn voor niet-resectabel metastatisch EC.

1.Lim H, Bang SH, Kim Y et al. Clinical implications of neoadjuvant chemotherapy in advanced endometrial cancer: a multicenter retrospective cohort study. BMD Cancer 2022; 22:703

Summary: A retrospective study at four centers in South-Korea found that neoadjuvant chemotherapy followed by interval debulking surgery may be a treatment option for unresectable metastatic endometrial cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Werkzaamheid van chemotherapie na progressie van BRCA-gemuteerd EOC op olaparib- versus placebo-onderhoud (0)
2022-06-28 13:30   ( Nieuws )
Tags:  SOLO2 trial post-hoc analysis epithelial ovarian cancer
Dr. Jean-Sebastien FrenelDe multinationale SOLO2-studie randomiseerde patiënten met recidiverend graad III of IV epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC) met BRCA-mutatie en respons op platina-gebaseerde chemotherapie 2:1 naar onderhoudsbehandeling met olaparib of placebo. In 2018 is gepubliceerd dat de progressievrije overleving significant langer was in de olaparibgroep dan in de placebogroep. Dr. Jean-Sebastien Frenel (Institut de Cancerologie de L’Ouest, Saint Herblain, Frankrijk) en collega’s publiceren nu in Annals of Oncology een post-hoc analyse van werkzaamheid van subsequente chemotherapie na progressie op de onderhoudsbehandeling in de studie.1

De analyse includeerde 147 patiënten die chemotherapie kregen als eerste behandeling na progressie op de onderhoudsbehandeling. Onder deze patiënten waren 69 respectievelijk 78 oorspronkelijk gerandomiseerd naar de placebo- respectievelijk olaparibgroep. De tijd tot volgende progressie op de chemotherapie was significant langer in de groep placebopatiënten dan in de groep olaparibpatiënten (12,1 versus 6,9 maanden; HR 2,17; 95%-bti 1,47-3,19). Deze conclusie werd bevestigd in multivariate analyse (HR 2,13; 95%-bti 1,41-3,22). Analyse in de subgroepen die platina-gebaseerde chemotherapie (n=96) en niet-platina-gebaseerde chemotherapie (n=51) kregen liet zien dat de tijd tot volgende progressie wel significant langer was in de placebogroep dan in de olaparibgroep met platina-gebaseerde chemotherapie (14,3 versus 7,0 maanden; HR 2,89; 95%-bti 1,73-4,82), maar vergelijkbaar was tussen beide groepen met niet-platina gebaseerde chemotherapie (8,3 versus 6,0 maanden; HR 1,58; 95%-bti 0,86-2.90).

De onderzoekers concluderen dat de analyse suggereert dat na progressie van BRCA-gemuteerd EOC op onderhouds-olaparib de gevoeligheid voor volgende platina-gebaseerde chemotherapie verlaagd is.

1.Frenel JS, Kim JW, Aryal N et al. Efficacy of subsequent chemotherapy for patients with BRCA1/2-mutated recurrent epithelial ovarian cancer progressing on olaparib versus placebo maintenance: post-hoc analyses of the SOLO2/ENGOT Ov-21 trial. Ann Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational SOLO2 study randomized patients with recurrent BRCA-mutated epithelial ovarian cancer (EOC) and response on platinum-based chemotherapy to maintenance treatment with olaparib or placebo. The progression-free survival was significantly improved with olaparib. A post-hoc analysis of efficacy of subsequent chemotherapy after progression on maintenance treatment in the study has now been published. The analysis found that time to second progression was significantly longer in the placebo group compared to the olaparib group.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van taxaan-onderhoudsbehandelingen versus surveillance voor gevorderd ovarium-, tuba-, of peritoneaalcarcinoom (0)
2022-06-28 12:00   ( Nieuws )
Tags:  GOG 0212 study advanced ovarian tubal-peritoneal cancer taxanes maintenance
Prof. Larry CopelandEr is geen duidelijkheid over de waarde van taxaan-onderhoudsbehandeling na klinisch complete respons na chirurgie en eerstelijns platina-taxaan chemotherapie voor gevorderd ovarium-, tuba-, of peritoneaalcarcinoom. De multicenter fase 3-studie 0212 van de Amerikaanse Gynecologic Oncology Group heeft onderhoudsbehandeling met paclitaxel (P) of paclitaxel poliglumex (PP; voorheen ct-2103) vergeleken met surveillance (S). Prof. Larry Copeland (The Ohio State University, Columbus) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1


De studie includeerde 1157 patiënten, die 1:1:1 werden gerandomiseerd naar S, P (135 mg/m2 iedere vier weken gedurende een jaar), of PP (zelfde dosering en schema). Graad 2 of hoger gastroïntestinale adverse events waren meer frequent met P (27%) en PP (20%) dan met S (11%). Ook graad 2 of hoger neurologische AEs waren meer frequent met P (36%) en PP (46%) dan met S (14%). Het primaire eindpunt was overall survival. De mediane follow-up was 8,1 jaar. De mediane OS was 58,3 maanden met S versus 56,8 maanden met P en 60,0 maanden met PP. De OS-HR was 1,091 (p=0,343) voor P versus S en 1,033 (p=0,725) voor PP versus S. De mediane progressievrije overleving was 13,4 maanden met S versus 18,9 maanden met P (HR 0,801; p= 0,006) en 16,3 maanden met PP (0,854; p=0,055).

De onderzoekers concluderen dat taxaan-onderhoud resulteerde in verhoogde frequentie van AEs, matige verlenging van PFS, en geen verbetering van OS.

1.Copeland LJ, Brady MF, Burger RA et al. Phase III randomized trial of maintenance taxanes versus surveillance in women with advanced ovarian/tubal/peritoneal cancer: a Gynecologic Oncology Group 0212:NRG Oncology Study. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The phase 3 GOG 0212 study evaluated maintenance with paclitaxel (P) or paclitaxel poliglumex (PP) versus surveillance for women with complete response after surgery and platinum-taxane chemotherapy for newly diagnosed advanced ovariam/tubal/peritoneal cancer. Grade 2 or worse adverse events were more frequent with the taxanes. Taxane maintenance was associated with modestly increased progression-free survival but not with improved overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gefractioneerde preoperatieve stereotactische radiochirurgie voor hersenmetastasen (0)
2022-06-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  brain metastasis fractionated pre-operative SRS
Dr. Joshua PalmerDe standaard-behandeling voor patiënten met een grote hersenmetastase en beperkte intracraniële ziektelast is chirurgische resectie gevolgd door een enkele fractie stereotactische radiochirurgie (SRS). Postoperatieve SRS is echter geassocieerd met significante percentages patiënten met lokaal falen (LF), stralingsnecrose (RN), en meningeale ziekte (MD). Er zijn aanwijzingen dat preoperatieve SRS geassocieerd is met lager risico van RN en MD, terwijl gefractioneerde behandelingen lokale controle kunnen verbeteren omdat daarmee hogere biologische effectieve dosering kan worden toegediend. Een retrospectieve multicenteranalyse in de Verenigde Staten heeft preoperatieve gefractioneerde stereotactische radiotherapie (FSRT) voor hersenmetastase geëvalueerd. Dr. Joshua Palmer (The Ohio State University, Columbus) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 53 patiënten met 55 grote of symptomatische hersenmetastasen, die 24-25 Gy preoperatieve FSRT kregen in drie tot vijf fracties. Het primaire eindpunt van de studie was een composiet van LF, MD en graad 2 of hoger RN. De behandeling resulteerde in geen gevallen van LF, drie graad 2 of 3 RN-gebeurtenissen, en één geval van MD, overeenkomend met een per-patiënt composiet eindpunt gebeurtenispercentage van 8%.

De onderzoekers concluderen dat preoperatieve FSRT resulteerde in betere uitkomsten dan wat is gezien met postoperatieve SRS (49% tot 60%).

1.Palmer JD, Perlow HK, Matsui JK et al. Fractionated pre-operative stereotactic radiotherapy for patients with brain metastases: a multi-institutional analysis. J Neuro-Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective multi-institutional analysis found that preoperative fractionated stereotactic radiation therapy for large or symptomatic brain metastases resulted in a 8% per-patient composite endpoint event rate (local failure, radiation necrosis, meningeal disease), an improvement compared with postoperative SRS (49-60%).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vier-jaars follow-up van nivolumab plus lage-dosering ipilimumab voor eerder behandeld MSI-H/dMMR mCRC (0)
2022-06-27 13:30   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 142 microsatellite instability-high mismatch repair-deficient mCRC
Prof. Thierry AndréIn de multinationale multicohort fase 2-studie CheckMate 142 kregen patiënten met eerder-behandeld microsatellite instability-high/mismatch repair-deficient metastatisch colorectaalcarcinoom (MSI-H/dMMR mCRC) vier drie-wekelijkse doses nivolumab 3 mg/kg plus ipilimumab 1 mg/kg gevolgd door nivolumab 3 mg/kg tot progressie van de ziekte optrad. In 2018 en 2019 is gepubliceerd dat met mediaan 13,4 respectievelijk 25,4 maanden follow-up de behandeling robuust en duurzaam klinisch profijt leverde met een manageable veiligheidsprofiel. Prof. Thierry André (Hôpital Saint Antoine, Parijs) publiceren nu in Annals of Oncology vier-jaars follow-up resultaten van de studie.1

CheckMate 142 includeerde 199 patiënten, van wie 76% twee of meer eerdere lijnen behandeling hadden gehad. De mediane follow-up was 50,9 maanden (range 46,9-62,7). De mediane duur van behandeling was 24,9 maanden. De ORR nam toe van 55% na 13,4 maanden tot 65% (95%-bti 55-73) na 50,9 maanden; met ziektecontrole in 81% (72-87). Complete respons werd na 50,9 maanden gezien in 13%, partiële respons in 52%, stabiele ziekte in 21%, en progressieve ziekte in 12%. De mediane tijd tot respons was 2,8 maanden (range 1,1-37,1) en de mediane duur van respons werd niet bereikt (range 1,4 tot langer dan 58,0 maanden). Op het moment van data-cutoff voor de nu gepubliceerde analyse had 48% van de patiënten aanhoudende respons. De mediane PFS en OS werden niet bereikt; de vier-jaars PFS- en OS-percentages waren 53% respectievelijk 71%. Graad 3 of 4 TRAEs werden gezien in 32% van de patiënten, en TRAEs die resulteerden in discontinuering van de behandeling in 13%.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten lange-termijn profijt van nivolumab plus lage-dosering ipilimumab voor eerder-behandeld MSI-H/dMMR mCRC bevestigen.

  • 1.André T, Lonardi S, Wong KYM et al. Nivolumab + low-dose ipilimumab in previously treated patients with microsatellite instability-high/mismach repair-deficient metastatic colorectal cancer: 4-year follow-up from CheckMate 142. Ann Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Long-term follow-up of the multinational phase 2 CheckMate 142 study found that in previously treated MSI-H/dMMR mCRC, nivolumab plus low-dose ipilimumab showed durable benefit with 4 years of follow-up.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)