Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Prospectieve studie van associatie van prediagnostische plasma-galzuurniveaus met risico van coloncarcinoom (0)
2019-08-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EPIC cohort prediagnostic bile acid levels colon cancer risk
Dr. Tilman KühnEr zijn enige aanwijzingen voor een coloncarcinogene werkzaamheid van galzuren. Een analyse in het cohort van de European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC) heeft prospectief de associatie tussen plasmagehalten van galzuren en het risico van coloncarcinoom onderzocht. Dr. Tilman Kühn (Deutsches Krebsforschungszentrum, Heidelberg) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of the National Cancer Institute.1

EPIC is een cohortstudie met ruim 520.000 deelnemers (mannen en vrouwen in tien landen) die gemiddeld vijftien jaar gevolgd zijn. Bij inclusie stonden de deelnemers bloedmonsters af, waarin de onderzoekers onder meer de gehalten van galzuren bepaalden. De nu gepubliceerde analyse includeerde 569 EPIC-deelnemers in wie tijdens de follow-up coloncarcinoom werd vastgesteld. De onderzoekers vergeleken de prediagnostische gehalten van zeventien galzuren in de monsters van deze patiënten met de gehalten in monsters van 569 gematchte deelnemers die vrij waren gebleven van coloncarcinoom.


De analyses lieten positieve associaties zien tussen het risico van coloncarcinoom en het prediagnostisch plasmagehalte van zeven verschillende geconjugeerde primaire en secundaire galzuren, waaronder glycocholzuur (ORQ4vsQ1 2,22; 95%-bti 1,52-3,26), taurocholinezuur (ORQ4vsQ1 1,78; 95%-bti 1,23-2,58), en glycochenodeoxycholinezuur (ORQ4vsQ1 1,68; 95%-bti 1,13-2,48). Gehalten van niet-geconjugeerde galzuren en tertiare galzuren waren niet geassocieerd met het risico van coloncarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat prediagnostische plasmagehalten van sommige galzuren prospectief geassocieerd waren met het risico van coloncarcinoom. Deze waarneming is in lijn met experimentele aanwijzingen voor coloncarcinogene effecten van hoge galzuurbelasting.

1.Kühn T, Stepien M, López –Nogueroles M et al. Pre-diagnostic plasma bile acid levels and colon cancer risk: a prospective study. J Natl Cancer Inst 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis in the cohort of the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition found that prediagnostic plasma levels of certain bile acids were positively associatated with risk of colon cancer, e.g. for glycocholic acid ORQ4vsQ1= 2.22 (95% CI 1.52-3.26).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van zeer hoge PD-L1 expressie van NSCLC op uitkomsten met eerstelijns pembrolizumab (0)
2019-08-22 14:03   ( Nieuws )
Tags:  non-small cell lung cancer pembrolizumab PD-L1 expression
Dr. Mark AwadEerstelijns pembrolizumab heeft vergeleken met platina-doublet chemotherapie geresulteerd in betere uitkomsten van NSCLC met PD-L1 expressie van 50% en hoger. Een multicenter retrospectieve analyse in de Verenigde Staten heeft onderzocht of binnen het expressie-traject van 50% tot 100% hogere expressie van PD-L1 tot verdere verbetering van de uitkomsten leidt. Dr. Mark Awad (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse online in Annals of Oncology.1

De analyse includeerde 187 patiënten die eerstelijns pembrolizumab kregen voor NSCLC met PD-L1 expressie tenminste 50% en zonder EGFR- en ALK-veranderingen. Het cohort telde 107 patiënten met met PD-L1 expressie van 50% tot 90% en 80 patiënten met PD-L1 expressie van 90% of hoger. In het gehele cohort was de overall response rate 44,4% (95%-bti 37,1-51,8), de mediane progressievrije overleving 6,5 maanden (95%-bti 4,5-5,8), en de mediane overall survival niet-bereikt. Onder de patienten met respons op pembolizumab was de mediane PD-L1 expressie significant hoger dan onder de patiënten met stabiele of progressieve ziekte (90% versus 75%; p<0,001). De patiënten met PD-L1 expressie van 90% of hoger hadden vergeleken met de patiënten met PD-L1 expressie van 50 tot 90% significant hogere ORR (60,0% versus 32,7%; p<0,001), significant langere mPFS (14,5 versus 4,1 maanden; HR 0,50; p<0,01), en significant langere mOS (niet-bereikt versus 15,9 maanden; HR 0,39; p=0,002).

De onderzoekers concluderen dat binnen het PD-L1 expressietraject van 50% tot 100% expressie van 90% en hoger geassocieerd was met verdere verbetering van de uitkomsten van NSCLC met pembrolizumab.

1.Aguilar EJ, Ricciuti B, Gainor JF et al. Outcomes to first-line pembrolizumab in patients with non-small cell lung cancer and very high PD-L1 expression. Ann Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter retrospective analysis found that among patients receiving first line pembrolizumab for NSCLC with PD-L1 expression of at least 50%, the clinical outcomes were significantly better in the NSCLCs with a PD-L1 expression of 90% or higher.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Echocardiografisch bepaalde linker-ventrikel GLS voor voorspelling chemotherapie-geïnduceerde cardiotoxiciteit (0)
2019-08-22 12:54   ( Nieuws )
Tags:  chemotherapy-induced cardiotoxicity left ventricular global longitudinal strain
Dr. Paaladinesh ThavendiranathanVorderingen in de behandeling van maligniteiten hebben gedurende de laatste decennia geresulteerd in aanzienlijke verbetering van de overleving van patiënten. Sommige middelen die voor deze verbetering verantwoordelijk zijn hebben echter cardiotoxische bijwerkingen. Een meta-analyse van de literatuur heeft de waarde onderzocht van echocardiografisch bepaalde linker-ventrikel global longitudinal strain (GLS; maximale verkorting van de myocardiale longitudinale lengte tijdens systole vergeleken met de lengte tijdens diastole) voor de voorspelling van chemotherapie-geïnduceerde cardiotoxiciteit. Dr. Paaladinesh Thavendiranathan (University of Toronto) en collega’s publicercen de meta-analyse online in JAMA Cardiology.1

In de literatuur tot 1 juni 2018 vonden de onderzoekers 21 studies die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden. De studies telden tezamen 1782 patiënten die anthracyclines met of zonder trastuzumab kregen voor mammacarcinoom, hematologische maligniteiten, of sarcoom. De incidentie van cancer therapy-related cardiac dysfunction (CTRCD) liep in de verschillende studies uiteen van 9,3% tot 43,8% over een gemiddelde follow-up van 4,2 tot 23,0 maanden (gepoolde incidentie 21,0%). Negen studies rapporteerden een absolute GLS tijdens de behandeling, met afsnijwaarden voor hoog risico van CTRCD uiteenlopend van -21,0% tot -13,8%, en met slechtere GLS geassocieerd met hoger CTRCD-risico (OR 12,27; 95%-bti 7,73-19,47). Negen studies rapporteerden relatieve verandering van GLS ten opzichte van een baseline waarde. In deze studies liepen de afnsijwaarden uiteen van 2,3% tot 15,9%, met hogere afname geassocieerd met bijna zestienmaal verhoogd risico van CTCRD (OR 15,82; 95%-bti 5,84-42,85).

De onderzoekers concluderen dat de meta-analyse laat zien dat bepaling van de GLS na begin van potentieel cardiotoxische chemotherapie bij kon dragen aan voorspelling van optreden van CTRCD.

1.Oikonomou EK, Kokkinidis DG, Kampaktsis PN et al. Assessment of prognostic value of left ventricular global longitudinal strain for early prediction of chemotherapy-induced cardiotoxicity. A systematic review and meta-analysis. JAMA Cardiol 2019; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 21 studies found that echocardiographic measurment of left ventricular global longitudinal strain after initiation of potentially cardiotoxic chemotherapy (anthracyclines with or without trastuzumab) can predict occurrence of cancer-therapy related cardiac dysfunction.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overlevingsimpact van toevoegen van lokale behandeling aan systemische therapie voor stadium IV NSCLC (0)
2019-08-22 11:46   ( Nieuws )
Tags:  stage IV NSCLC systemic therapy with or without local treatment
Prof. Hyun KimOngeveer 55% van de patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) heeft bij presentatie stadium IV-ziekte. Systemische therapie is de hoeksteen van de behandeling van deze patiënten. Een analyse van de National Cancer Database heeft onderzocht wat de waarde is van toevoeging van lokale behandeling aan systemische therapie voor stadium IV NSCLC. Prof. Hyun Kim (Yale Cancer Center, New Haven CT) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Network Open.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 34.887 patiënten met een diagnose stadium IV tussen begin 2010 en eind 2015 (54,5% mannen; mediane leeftijd 68 jaar). Onder deze patiënten waren er 24.315 die alleen systemische therapie kregen, 835 die chirurgische resectie van de primaire tumor plus systemische therapie kregen, en 9539 die external beam radiotherapy (EBRT) of thermale ablatie (TA; inclusief cryochirurgie en radiofrequentie ablatie) plus systemische therapie kregen. Het primaire eindpunt van de analyse was overall survival.

In multivariate analyse (na propensity score matching) was chirurgische resectie plus systemische therapie geassocieerd met superieure OS in vergelijking met EBRT/TA (HR 0,62; p<0,001) en in vergelijking met alleen systemische therapie (HR 0,59; p<0,001). EBRT/TA plus systemische therapie was geassocieerd met superieure OS in vergelijking met alleen systemische therapie (HR 0,95; p=0,002). Het overlevingsprofijt van EBRT/TA werd vooral gezien in stadium UV squameus celcarcinoom met lage T- en N-categorie ziekte en in oligometastase (HR 0,68; p<0,001) met voor combinatietherapie versus alleen systemische therapie OS van 60,4% versus 45,4% na één jaar en 20,2% versus 10,6% na drie jaar.

De onderzoekers concluderen dat in stadium IV NSCLC toevoegen van chirurgische resectie of EBRT/TA aan systemische therapie geassocieerd was met significante verlenging van de OS. EBRT/TA kan worden beschouwd als optie voor patiënten die niet in aanmerking komen voor chirurgie.

1.Uhlig J, Dendy Case M, Blasberg JD et al. Comparison of survival rates after a combination of local treatment and systemic therapy vs systemic therapy alone for treatment of stage IV non-small cell lung cancer. JAMA Network Open 2019;2:e199702

Summary: An analysis of the National Cancer Database found that in stage IV NSCLC addition of local treatment (surgery or external beam radiotherapy/thermal ablation) to systemic therapy may provide survival benefit in selected patients. Specifically EBRT/TA may be considered as a treatment option in selected patients who are ineligible for surgical resection.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten met gerichte therapie voor gevorderd/metastatisch HER2-positief mammacarcinoom (0)
2019-08-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive ABC MBC targeted therapy
Dr. Nicolò BattistiHER2-gerichte therapie heeft geresulteerd in verbetering van de uitkomsten van gevorderd of metastatisch mammacarcinoom (ABC/MBC) met duurzame responsen. Een retrospectieve studie van The Royal Marsden Hospital (Londen VK) heeft lange-termijn uitkomsten geïnventariseerd van eerstelijns HER2-gerichte therapie voor ABC/MBC in patiënten met respons gedurende tenminste een jaar. Dr. Nicolò Battisti en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 2001 en eind 2016 werden in The Royal Marsden 208 patiënten gedurende tenminste een jaar behandeld met HER2-gerichte therapie. De mediane leeftijd was 54 jaar (range 31-88). Van deze patiënten had 38,0% de novo metastatische ziekte en 55,9% hadden ER-positieve ziekte. Van de patiënten met relapse was 54,5% eerder behandeld met trastuzumab. Bij presentatie van metastatische ziekte had 27,4% van het cohort longmetastase, 43,7% levermetastase, en 10,6% hersenmetastase. De behandeling bestond uit trastuzumab (97,1% van de patiënten), lapatinib (1,4%), trastuzumab plus pertuzumab (33,2%), chemotherapie (gewoonlijk taxanen; 82,7%), en onderhouds endocriene therapie (47,6%). De ORR was 87,5%. Cardiotoxiciteit werd gezien in 4,8%. De mediane progressievrije overleving was 39,5 maanden en de mediane overall survival 81,0 maanden. Zeven patiënten stopten electief met de behandeling na 17 tot 87 maanden, en waren tot op het moment van de nu gepubliceerde analyse allen in complete remissie.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns anti-HER2 behandeling voor ABC/MBC geassocieerd was met mediane OS langer dan zes jaar in de helft van de patiënten die na een jaar vrij waren van ziekteprogressie, hoewel in de meeste patiënten uiteindelijk relapse werd gezien.

1.Battisti NML, Tong D, Ring A, Smith I. Long-term outcome with targeted therapy in advanced/metastatic HER2-positive breast cancer: The Royal Marsden Experience. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: Among advanced/metastatic breast cancer patients of The Royal Marsden Hospital (London, UK), first-line anti-HER2 treatment was associated with median overall survival longer than six years in half of the patients free from disease progression after one year, although most still relapsed eventually.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van toevoegen van pyrotinib of lapatinib aan capecitabine voor eerder-behandeld HER2-positief MBC (0)
2019-08-21 14:00   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive metastatic breast cancer pyrotinib
Prof. Binghe XuPyrotinib is een irreversibele pan-ErbB remmer, met veelbelovende antitumor-activiteit en acceptabele tolerabiliteit voor HER2-positief mammacarcinoom in een fase 1-studie. Een multicenter gerandomiseerde fase 2-studie in China heeft de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van pyrotinib versus lapatinib, beide in combinatie met capecitabine, voor HER2-positief metatastisch mammacarcinoom (MBC) dat eerder behandeld was met taxanen, anthracyclines en/of trastuzumab. Prof. Binghe Xu (Chinese Academie van Medische Wetenschappen, Beijing) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 128 patiënten, die 1:1 werden gerandomiseerd naar drie-weekse cycli van oraal pyrotinib 400 mg eens per dag (n=65) of oraal lapatinib 1250 mg eens per dag (n=63) in combinatie met oraal capecitabine 1000 mg/m2 tweemaal daags op dagen één tot en met veertien. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met respons. De ORR was 78,5% (95%-bti 68,5-88,5) in de pyrotinib-groep versus 57,1% (44,9-69,4) in de lapatinib-groep (p=0,01). De mediane progressievrije overleving was 18,1 maanden in de pyrotinib-groep versus 7,0 maanden in de lapatinib-groep (HR 0,36; p<0,001). De meest-frequente graad 3 of 4 adverse events waren hand-voetsyndroom (24,6% van de patiënten in de pyrotinib-groep versus 20,6% in de lapatinib-groep), diarree (15,4% versus 4,8%), en verlaagd neutrofielgetal (9,2% versus 3,2%).

De onderzoekers concluderen dat pyrotinib plus capecitabine vergeleken met lapatinib plus capecitabine resulteerde in significant hogere ORR en langere PFS in patiënten met HER2-positief MBC die eerder waren behandeld met taxanen, anthracyclines, en/of trastuzumab.

1.Ma F, Ouang Q, Li W et al. Pyrotinib or lapatinib combined with capecitabine in HER2-positive metastatic breast cancer with prior taxanes, anthracyclines, and/or trastuzumab: a randomized, phase II study. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A randomized phase 2 study in China compared pyrotinib versus lapatinib, both in combination with capecitabine for HER2-positive metastatic breast cancer after taxanes, anthracyclines and/or trastuzumab. The study found significantly better response rate and progression-free survival in het pyrotinib group.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

USPSTF-aanbeveling voor risicobepaling, genetische counseling en genetisch testen op BRCA-gerelateerde maligniteit (0)
2019-08-21 13:00   ( Nieuws )
Tags:  BRCA-related cancer genetic testing
Prof. Douglas OwensPotentieel schadelijke mutataties in BRCA1/2 zijn geassocieerd met verhoogd risico van mamma- en ovariumcarcinoom. Deze mutaties komen naar schatting voor in 1 op 300 tot 500 vrouwen, en zijn verantwoordelijk voor 5% tot 10% van de gevallen van mammacarcinoom en 15% van de gevallen van ovariumcarcinoom. De US Preventive Services Task Force heeft een update opgesteld van de 2013-aanbeveling met betrekking tot risicobepaling, genetische counseling, en genetisch testen op BRCA-mutaties. Prof. Douglas Owens (Stanford University CA) en collega’s publiceren de aanbeveling online in JAMA.1

De USPSTF stelt dat voor vrouwen met familie- of persoonlijke geschiedenis geassocieerd met verhoogd risico van schadelijke BRCA1/2-mutaties de voordelen van risicobepaling, genetische counseling, en genetisch testen matig zijn. Voor de overige vrouwen zijn deze voordelen op zijn best gering. Afgezien van familie- of persoonlijke geschiedenis zijn de overall harms van risicobepaling, counseling en testen gering tot matig. De USPSTF beveelt aan dat vrouwen met persoonlijke of familiegeschiedenis die wijst op verhoogd risico van schadelijke BRCA1/2-mutatie in de eerstelijns zorg worden onderzocht met een familial risk assessment tool, zoals het Manchester Scoring System of de Pedigree Assessment Tool. Na positief resultaat dienen deze vrouwen genetische counseling en eventueel genetisch testen te ontvangen. De USPSTF beveelt geen routinematig genetisch testen aan voor vrouwen zonder aanwijzingen voor schadelijke BRCA1/2-mutaties.

1.US Preventive Services Task Force. Risk assessment, genetic counseling, and genetic testing for BRCA-related cancer. US Preventive Services Task Force recommendation statement. JAMA 2019;322:652-665

Summary: The US Preventive Services Task Force recommends that primary care clinicians assess women with a personal or family history of breast, ovarian, tubal, or peritoneal cancer, or who have an ancestry associated with BRCA1/2 gene mutations with an appropriated brief familial risk assessment tool. Women with a positive result on the risk assessment tool should receive genetic counseling and, if indicated after counseling, genetic testing. The USPSTF recommends against routine risk assessment, genetic counseling, of genetic testing for women whose personal or family history of ancestry is not associated with potentially harmful BRCA1/2 gene mutations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van specifieke cardiovasculaire ziekten in overlevers van twintig maligniteiten (0)
2019-08-21 12:00   ( Nieuws )
Tags:  adult cancers specific cardiovascular diseases
Helen StrongmanDe overleving van patiënten met maligniteiten is in recente decennia sterk verbeterd, met wellicht als keerzijde een toename van het aantal overlevers met verhoogde risico’s van specifieke ziekten. Een studie in Groot-Brittannië heeft de medium- en lange-termijn risico’s van specifieke cardiovasculaire ziekten geïnventariseerd in overlevers van twintig verschillende typen maligniteiten. Helen Strongman MSc (London School of Hygiene and Tropical Medicine) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet.1

De studie is gebaseerd op gelinkte gegevens van meerdere registers in het UK. De onderzoekers includeerden 108.215 volwassen patiënten met een diagnose van een van twintig maligniteiten tussen begin 1990 en eind 2015, die tenminste een jaar na de diagnose nog in leven waren en gevolgd konden worden, en 523.541 voor leeftijd, geslacht, en huisartsenpraktijk gematchte controlepersonen zonder geschiedenis van een maligniteit. Deze figuur in twee delen laat uitkomsten van de studie zien.

Het risico van veneuze trombo-embolie was verhoogd in overlevers van achttien van twintig site-specific cancers vergeleken met controlepersonen, met HRs uiteenlopend van 1,72 (95%-bti 1,57-1,89) na prostaatcarcinoom tot 9,72 (5,50-17,18) na pancreascarcinoom. De HRs namen af in de loop van de tijd maar bleven gedurende tenminste vijf jaar na de diagnose verhoogd. Het risico van harfalen of cardiomyopathie was verhoogd in overlevers van tien maligniteiten. Verhoogde risico’s van aritmie, pericarditis, coronaire slagaderziekte, beroerte, en hartklepziekte waren eveneens verhoogd in overlevers van sommige typen maligniteiten. Absolute excess risico’s namen over het algemeen toe met toenemende leeftijd.

De onderzoekers concluderen dat overlevers van de meeste typen maligniteiten in vergelijking met de algemene bevolking verhoogde medium- tot lange-termijn risico’s hebben van een of meer cardiovasculaire ziekten.

1.Strongman H, Gadd S, Matthews A et al. Medium and long-term risks of specific cardiovascular diseases in survivors of 20 adult cancers: a population-based cohort study using multiple linked electronic health records databases. The Lancet 2019; epub ahead of print

Summary: A cohort study in the UK investigated the medium and long-term risks of specific cardiovascular diseases in survivors of twenty adult cancers. This figure in two parts shows that survivors of most site-specific cancers had increased medium-term to long-term risk for one or more cardiovascular diseases compared to that of the general population, with substantial variations between cancer sites.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)