Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Werkzaamheid en toxiciteit van wekelijks carboplatine plus paclitaxel voor gevorderd slokdarmcarcinoom (0)
2019-06-16 14:58   ( Nieuws )
Tags:  advanced esophageal cancer weekly carboplatin and paclitaxel
Prof. Ron MathijssenVeel patiënten hebben reeds bij de diagnose slokdarmcarcinoom gevorderde ziekte. De optimale behandeling voor deze patiënten is niet bekend. Een studie in het Erasmus MC heeft de werkzaamheid en toxiciteit onderzocht van de combinatie van wekelijks carboplatine AUC4 plus paclitaxel 100 mg/m2 als inductie- of palliatieve behandeling voor gevorderd slokdarmcarcinoom. Prof. Ron Mathijssen en collega’s publiceren de studie online in Cancers.1

De studie includeerde alle patiënten die tussen begin 2002 en eind 2018 in het Erasmus MC met het genoemde regime werden behandeld, met als exclusiecriteria eerdere radiotherapie of behandeling elders. Er waren 122 patiënten die inductiechemotherapie kregen (iCT) en 169 die palliatieve chemotherapie kregen (pCT). De meeste patiënten hadden T3 carcinoom (54% van de iCT-patiënten en 66% van de pCT-patiënten) en stadium IV ziekte (42% van de iCT-patiënten en 91% van de pCT-patiënten). Graad 3 of hoger toxiciteit was voornamelijk hematologisch (iCT 71%, pCT 73%) en gastroïntestinaal (iCT 3%; pCT 5%). Respons werd gezien in 48% van de iCT-patiënten en 44% van de pCT-patiënten. Tweeënveertig % van de iCT-patiënten ondergingen esofagectomie of definitieve radiotherapie, resulterend in mediane progressievrije overleving van 22,1 maanden (IQR 12,4-114,2) en overall survival van 26,8 maanden (IQR 15,4-91,7). In het pCT-cohort was de mediane PFS 8,2 maanden (IQR 5,1-14,5) en de mediane OS 10,9 maanden (IQR 6,5-18,3).

De onderzoekers concluderen dat wekelijks carboplatine AUC4 plus paclitaxel 100 mg/m2 een goed-verdragen en effectieve inductie- of palliatieve behandeling was voor lokaal-gevorderd of metastatisch slokdarmcarcinoom.

1.De Man F, van Eerden RAG, Oomen- de Hoop E et al. Efficacy and toxicity of weekly carboplatin and paclitaxel as induction or palliative treatment in advanced esophageal cancer patients. Cancers 2019;11:826

Summary: A study in The Netherlands found that weekly carboplatin AUC4 plus paclitaxel 100 mg/m2 is a well-tolerated and effective induction or palliative regimen for locally advanced or metastatic esophageal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Groeisnelheid van niet-behandelde intracraniële hemangioblastomen (0)
2019-06-16 13:29   ( Nieuws )
Tags:  growth rate of untreated hemangioblastomas
Dr. Jeong-hoon KimEen studie in het Asan Medisch Centrum (Seoel, Zuid-Korea) heeft ervaringen geïnventariseerd met niet-behandelde intracraniële hemangioblastomen. Dr. Jeong-hoon Kim en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1 De retrospectieve studie includeerde 31 patiënten met tezamen 52 hemangioblastomen die werden gezien tussen begin 2004 en eind 2017 en tenminste twaalf maanden gevolgd werden (elf mannen en twintig vrouwen, gemiddelde leeftijd 42,5 jaar). Zeventien patiënten (54,8%) hadden een diagnose Von Hippel-Lindau (VHL) ziekte.

Onder de 52 lesies waren er 33 (63,5%) die tijdens de follow-up groeiden en 19 (36,5%) die stabiel bleven. De gemiddelde groeisnelheid was 1,94 cm3 per jaar, overeenkomend met een relatieve groeisnelheid van 21% per jaar. In de VHL-groep was de relatieve groeisnelheid 26% per jaar, en in de niet-VHL groep was de relatieve groeisnelheid 19% per jaar. De tijd tot 50% behandelingswaarschijnlijkheid was 34 maanden; met waarschijnlijkheid van behandeling na één, drie, vijf, en zeven jaar van 11,5%; 50,1%; 52,7%; en 73%. Aanwezigheid van symptomatische lesies was de enige significante voorspeller van groei van de hemangioblastomen (OR 5,0; p=0,02)

De onderzoekers concluderen dat de groeisnelheid van intracraniële hemangioblastomen hoger was dan die van andere benigne intracraniële tumoren.

1.Byun J, Yoo HJ, Kim JH et al. Growth rate and fate of untreated hemangioblastomas: clinical assessment of the experience of a single institution. J Neuro-Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A retrospective single-institution study in South Korea found that the overall growth rate of intracranial hemangioblastoma was faster than that of other benign intracranial tumors, with symptomatic lesions being the only meaningful predictor of tumor growth.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van eerstelijns ibrutinib plus FCR voor CLL in jongere patiënten (0)
2019-06-16 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CLL in younger patients ibrutinib plus fludarabine cyclophosphamide and rituximab
Dr. Matthew DavidsDe combinatie van fludarabine, cyclofosfamide, en rituximab (FCR) kan de ziektevrije overleving verbeteren van jongere (tot en met 65 jaar) patiënten met CLL met IGHV-mutatie. In patiënten met IGHV niet-gemuteerd CLL wordt zelden duurzame respons gezien. Ibrutinib is werkzaam voor CLL ongeacht de IGHV-mutatiestatus, maar vereist continue behandeling. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft de hypothese onderzocht dat tijdelijk ibrutinib plus FCR duurzame responsen kan induceren in jongere fitte CLL-patiënten. Dr. Matthew Davis (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Haematology.1

De studie, uitgevoerd in zeven centra, includeerde 85 patiënten met niet-eerder behandeld CLL, onder wie vier met del(17p) en drie met TP53-mutaties. Twee patiënten hadden zowel del(17p) als TP53-mutatie. De mediane leeftijd was 55 jaar (IQR 50-58). De patiënten kregen gedurende zeven dagen oraal ibrutinib 420 mg eens per dag, gevolgd door zes vier-weekse cycli FDR terwijl ibrutinib werd voortgezet. Responders bleven ibrutinib-onderhoud gebruiken gedurende ten hoogste twee jaar. Patiënten die na twee jaar geen detecteerbare MRD in beenmerg hadden discontinueerden de behandeling. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met complete respons met niet-detecteerbare MRD in beenmerg twee maanden na de laatste cyclus van ibrutinib plus FCR.

De mediane follow-up bij data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was 16,5 maanden (IQR 10,6-34,1). Complete respons met niet-detecteerbare MRD in beenmerg twee maanden na de laatste cyclus van ibrutinib plus FCR werd gezien in 28 patiënten (33%; 95%-bti 23-44; p=0,0035 vergeleken met 20% gezien in historische controles met alleen FCR). Niet-detecteerbare MRD als beste respons tijdens de studie werd gezien in 71 patiënten (94%). Eén patiënt had ziekteprogressie, en één patiënt overleed (plotse cardiale dood na zeventien maand ibrutinib onderhoud, mogelijk gerelateerd aan ibrutinib). De meest-gerapporteerde all-grade toxiciteiten waren trombocytopenie (74% van de patiënten), neutropenie (62%), en anemie (49%). Graad 3 niet-hematologische AEs waren atriumfibrilleren (4%) en pneumonie (2%).

De onderzoekers concluderen dat ibrutinib plus FCR voor niet-geselecteerd CLL resulteerde in het hoogste tot op heden gepubliceerde percentage patiënten met niet-detecteerbare MRD.

1.Davids MS, Brander DM, Kim HT et al. Ibrutinib plus fludarabine, cyclophosphamide, and rituximab as initial treatment for younger patients with chronic lymphocytic leukaemia: a single-arm, multicentre, phase 2 trial.

Summary: A multicenter phase 2 study in the USA found that the combination of fist-line ibrutinib plus FCR for CLL in younger patients resulted in the highest ever published proportion of patients who achieved undetectable minimal residual disease in bone marrow.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinische kenmerken en uitkomsten van Richter transformatie (0)
2019-06-15 14:58   ( Nieuws )
Tags:  Richter transformation clinical characteristics and outcomes
Dr. Wei DingDe prognose en optimale behandeling van Richter transformatie (RT) van CLL zijn niet goed gedefinieerd. Een studie van Mayo Clinic (Rochester MN) heeft klinische kenmerken en uitkomsten van RT geïnventariseerd. Dr. Wei Ding en collega’s publiceren de studie online in Haematologica.1

Tussen begin 1993 en eind 2018 kregen in de Mayo Clinic 204 patiënten een RT-diagnose (DLBCL of hooggradig B-cel lymfoom). Na mediaan 67,0 maanden follow-up was de mediane overall survival 12,0 maanden. Patiënten die niet eerder voor CLL behandeld waren hadden significant betere OS dan patiënten die wel CLL-behandeling hadden gekregen (mediaan 46,3 versus 7,8 maanden ; p<0,001). De OS was significant slechter onder patiënten met verhoogd LDH (mediaan 6,2 versus 39,9 maanden; p<0,0001) en onder patiënten met disruptie van TP53 (mediaan 8,3 versus 12,8 maanden ; p=0,046). IGHV-mutatie, cell of origin, en Myc/Bcl2 dubbele expressie waren niet geassocieerd met OS. Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met slechtere OS waren verhoogd LDH (HR 2,3; p=0,01), eerdere CLL-behandeling (HR 2,0; p=0,01), en hogere leeftijd (per jaar HR 1,03; p=0,01). Er waren 24 patiënten die stamceltransplantatie ondergingen (twintig autoHST; vier alloHST); de mediane posttransplantatie overleving was 55,4 maanden.

De onderzoekers concluderen dat de uitkomst van RT over het algemeen slecht is, met betere uitkomsten in niet-eerder voor CLL behandelde patiënten. Geselecteerde patiënten kunnen baat hebben bij stamceltransplantatie.

1.Wang Y, Tschautscher MA, Rabe KG et al. Clinical characteristics and outcomes of Richter transformation: experience of 204 patients from a single center. Haematologica 2019; epub ahead of print

Summary: A study of 204 patients of the Mayo Clinic (Rochester, MN) found that the overall outcome of Richter transformation of CLL was poor. Richter transformation developed in untreated CLL patients had significantly better survival. Selected patients may benefit from stem cell transplantation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties tussen HBV-infectie en risico van levercel- en andere maligniteiten (0)
2019-06-15 13:31   ( Nieuws )
Tags:  hepatitis B virus infection risk of all cancer types
Hepatitis B-virusinfectie is een bekende risicofactor voor levercelcarcinoom. De associaties tussen HBV-infectie en andere typen maligniteiten zijn niet goed bekend. Een prospectieve studie in drie Chinese cohorten heeft deze associaties onderzocht. Prof. Zhibin Hu (Medische Universiteit van Nanjing) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Network Open.1

De China Kadoorie Biobank (CKB) prospectieve studie includeerde tussen juni 2004 en juli 2008 496.732 deelnemers, in wie met een dipstick assay aanwezigheid van serum hepatitis B surface antigen (HBsAg) werd bepaald. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 51,5 ± 10,7 jaar; 59% waren vrouwen. Er waren 15.355 seropositieve deelnemers en 481.377 seronegatieve deelnemers. Tijdens 4,4 miljoen persoonsjaren follow-up hadden de seropositieve deelnemers een significant hoger risico van levercelcarcinoom (HR 15,77; 95%-bti 14,15-17,57), maagcarcinoom (HR 1,41; 95%-bti 1,11-1,80), colorectaalcarcinoom (HR 1,42; 95%-bti 1,12-1,81), mondholtecarcinoom (HR 1,58; 95%-bti 1,01-2,49), pancreascarcinoom (HR 1,65; 95%-bti 1,03-2,65), en lymfoom (HR 2,10; 95%-bti 1,34-3,31). In de kleinere prospectieve Qidong-studie (n=37.336) werd de associatie bevestigd tussen HBV-infectie en het risico van levercelcarcinoom (HR 17,51; 95%-bti 13,86-22,11) en het risico van maagcarcinoom (HR 2,02; 95%-bti 1,24-3,29). De Changzhou patiënt-controlestudie (n=17.723) bevestigde de associatie tussen HBV-infectie en maagcarcinoom (OR 1,76; 95%-bti 1,04-2,98).

De onderzoekers concluderen dat HBV-infectie onder volwassenen in China geassocieerd was met niet alleen HCC maar ook met andere maligniteiten, met name van het spijsverteringsysteem.

1.Song C, Lv J, Liu Y et al. Associations between hepatitis B virus infection and risk of all cancer types. JAMA Network Open 2019;2:e195718

Summary: A prospective cohort study in China found that HBV infection was associated with not only hepatocellular carcinoma but also with other cancers, especially digestive system cancers. Some of the associations were validated in two other cohorts.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerichte versus niet-gerichte therapie voor mRCC: overleving in de klinische praktijk (0)
2019-06-15 11:50   ( Nieuws )
Tags:  metastatic renal cell carcinoma targeted versus nontargeted therapy real-world survival
Dr. Jalpa DoshiIn klinische studies is gezien dat targeted therapies voor gevorderd niercelcarcinoom beter worden verdragen en resulteren in betere overleving dan oudere behandelingen. Het is niet duidelijk of dit ook het geval is in de klinische praktijk, onder niet-gecontroleerde omstandigheden. Een analyse van de SEER-database heeft real-world uitkomsten van gerichte en niet-gerichte therapieën voor mRCC vergeleken. Dr. Jalpa Doshu (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Network Open.1

De analyse includeerde 1015 Medicare-verzekerde patiënten met bij diagnose stadium IV heldercellig RCC, die tussen begin 2000 en eind 2013 behandeld werden met nontargeted therapie (n=374; 37%) of targeted therapie (n=641; 63%). De gemiddelde leeftijd van de patiënten was 71,2 ± 8,1 jaar; 39% waren vrouwen. De groep met targeted therapie omvatte een hoger percentage disabled patiënten (jonger dan 65 jaar die in aanmerking kwamen voor Medicare-verzekering wegens disability) en een hoger percentage 75-plussers, en had ook een hogere gemiddelde comorbiditeitenindex. Uitkomsten van de analyse waren overall survival en RCC-specifieke overleving.

Niet-gecorrigeerde Kaplan-Meier overlevingscurves lieten een hogere OS zien met targeted vergeleken met nontargeted therapie (p=0,02), en eveneens een hogere RCC-specifieke overleving (p=0,001). De mediane OS was niet significant verschillend tussen beide groepen (8,7 versus 7,2 maanden; p=0,14). Instrumental variable analyse liet een mediaan OS voordeel van targeted versus nontargeted therapie zien van 3,0 maanden (95%-bti 0,7-5,3 maanden). Het OS-voordeel van targeted versus nontargeted therapie bedroeg 8% na één jaar (p=0,01), 7% na twee jaar (p=0,009), en 5% na drie jaar (p=0,01). Voor targeted versus nontargeted therapie was het OS-HR 0,78 (95%-bti 0,65-0,94) en het RCC-specifieke overleving HR 0,77 (95%-bti 0,62-0,96).

De onderzoekers concluderen dat gerichte vergeleken met niet-gerichte therapie voor metastatisch heldercellig RCC geassocieerd was met matig overlevingsvoordeel, ondanks het feit dat de groep met de gerichte therapie hogere medische complexiteit had.

1.Li P, Jahnke J, Pettit AR et al. Comparative survival associated with use of targeted vs nontargeted therapy in Medicare patients with metastatic renal cell carcinoma. JAMA Network Open 2019;2:e195806

Summary: An analysis of the SEER-Medicare database found that targeted compared to nontargeted therapies for metastatic renal cell cancer in the real world were associated with modest survival advantages (OS-HR 0.78; 95% CI 0.65-0.94; RCC-specific survival HR 0.77; 95% CI 0.62-0.96).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van nivolumab voor hersenmetastasen van niercelcarcinoom (0)
2019-06-14 15:01   ( Nieuws )
Tags:  NIVOREN study ccRCC brain metastases nivolumab
Dr. Ronan FlippotNa falen van anti-angiogene therapie voor metastatisch heldercellig niercelcarcinoom is nivolumab de standaard-behandeling. Patiënten met hersenmetastasen van ccRCC zijn echter geëxcludeerd uit nivolumab-studies. De Franse multicenter fase 2-studie NIVOREN heeft de werkzaamheid van nivolumab voor hersenmetastasen van ccRCC onderzocht. Dr. Ronan Flippot (Gustave Roussy Cancer Canpus, Villejuif) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

NIVOREN includeerde patiënten met metastatisch ccRCC na falen van anti-angiogene therapie. Patiënten met asymptomatische hersenmetastasen werden geïncludeerd in twee cohorten: cohort A telde 39 patiënten met niet-eerder behandelde hersenmetastasen, en cohort B 34 patiënten met hersenmetastasen die voorheen behandeld waren. Het primaire eindpunt van de studie was intracraniële respons op nivolumab in cohort A. Deze bedroeg 12%; er waren geen responsen in patiënten met meerdere hersenlesies of hersenlesies groter dan 1 cm. De mediane intracraniële progressievrije overleving was 2,7 maanden in cohort A (95%-bti 2,3-4,6) en 4,8 maanden in cohort B (95%-bti 3,0-8,0). De twaalf-maands overall survival was 67% in cohort A (95%-bti 49,6-79,1) en 59% in cohort B (95%-bti 40,6-73,2), De meeste (72%) patiënten in cohort A ondergingen nadere focale hersentherapie. Nivolumab werd goed verdragen; er waren geen onverwachte toxiciteiten.

De onderzoekers concluderen dat nivolumab beperkte activiteit had in patiënten met niet-eerder behandelde hersenmetastasen van ccRCC. Imaging en focale therapie dienen te worden overwogen voor het starten van immuuncheckpointremming.

1.Flippot R, Dalban C, Laguerre B et al. Safety and efficacy of nivolumab in brain metastases from renal cell carcinoma: results of the GETUG-AFU 26 NIVOREN multicenter phase II study. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 2 study NIVOREN in France found limited activity of nivolumab for previously untreated brain metastases from clear cell renal cell carcinoma (intracranial response rate 12%; median intracranial PFS 2.7 months; 12-months OS 67%).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1- en 2-studie van gecombineerde PARP- en PD1-remming voor platina-resistent recidiverend ovariumcarcinoom (0)
2019-06-14 14:02   ( Nieuws )
Tags:  recurrent platinum-resistant ovarian carcinoma niraparib plus pembrolizumab
Dr. Panagiotis KonstantinopoulosPatiënten met recidiverend ovariumcarcinoom ontwikkelen frequent resistentie tegen platina-gebaseerde chemotherapie, waarna slechts weinig behandelopties bechikbaar zijn. Een fase 1- en fase 2-studie in 34 centra in de Verenigde Staten (TOPACIO/KEYNOTE-162) onderzocht de waarde van de combinatie van de PARP-remmer niraparib plus de PD1-remmer pembrolizumab voor platina-resistent recidiverend ovariumcarcinoom en voor gevorderd TNBC. De resultaten voor TNBC zijn afzonderlijk gepubliceerd (zie het bericht hieronder). Dr. Panagiotis Konstantinopoulos (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de resultaten voor ovariumcarcinoom online in JAMA Oncology.1

Fase 1 (negen patiënten) resulteerde in de keuze voor oraal niraparib 200 mg eens per dag plus intraveneus pembrolizumab 200 mg iedere drie weken als aanbevolen fase 2-dosering. Vanwege de similariteit tussen de fase 1- en 2 populaties werden de beide groepen in de analyse gecombineerd. In fase 2 werden nog 53 patiënten geïncludeerd. De mediane leeftijd van de 62 patiënten was 60 jaar (range 46-83). Het primaire eindpunt van de analyse was overall response rate. Er waren drie patiënten met complete respons en acht met partiële respons, voor een ORR van 18% (90%-bti 11-29). In 28 patiënten werd stabiele ziekte gezien (DCR 65%) en in 20 patiënten progressieve ziekte. De ORRs waren niet-significant verschillend tussen subgroepen op basis van chemotherapie-gevoeligheid, eerdere bevacizumab-behandeling, tumor BRCA-mutatiestatus, of HRD-biomarkerstatus. De mediane duur van respons werd niet bereikt (range 4,2 tot meer dan 14,5 maanden).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van niraparib plus pembrolizumab voor recidiverend ovariumcarcinoom verdragen werd en veelbelovende antitumoractiviteit had.

1.Konstantinopoulos PA, Waggoner S, Vidal GA et al. Single-arm phases 1 and 2 trial of niraparib in combination with pembrolizumab in patients with recurrent platinum-resistant ovarian carcinoma. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1 and 2 study in the USA found that the combination of niraparib plus pembrolizumab for recurrent platinum-resistant ovarian carcinoma was tolerable, with promising antitumor activity, regardless of platinum status, biomarker status, en prior treatment with bevacizumab. Responses in patients without tumor BRCA mutations or non-HRD carriers were higher than expected with either agent as monotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)