Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Voorspellingsmodel voor ernstige vermoeidheid na diagnose mammacarcinoom (0)
2022-01-23 14:30   ( Nieuws )
Tags:  prediction of severe fatigue after breast cancer diagnosis
Dr. Ines Vaz-LuisVermoeidheid is een veel-voorkomende klacht onder overlevers van mammacarcinoom. Analyse onder patiënten in het Franse multicenter prospectieve Breast Cancer Toxicity (CANTO)-cohort heeft geresulteerd in een model dat het voorkomen van ernstige vermoeidheid onder overlevers kan voorspellen. Dr. Ines Vaz-Luis (Gustave Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren het model in het Journal of Clinical Oncology.1


De analyse includeerde deelnemers met stadium I tot en met III mammacarcinoom, die informatie verstrekten over vermoeidheid (EORTC QLQ-C30) voor aanvang van hun behandeling en één (T1), twee (T2) en vier (T3) jaar na de diagnose. Het primaire eindpunt van de analyse was ernstige vermoeidheid (score 40 of meer van 100) op T2; de analyses op T3 waren exploratief. Onder de 5640 (T1), 5000 (T2), en 3400 (T3) patiënten was de prevalentie van ernstige vermoeidheid 35,6% respectievelijk 34,0% en 31,5%. Pretreatment risicofactoren voor ernstige vermoeidheid op T2 waren ernstige vermoeidheid bij diagnose, jongere leeftijd , hogere body mass index, current smoking, angst, insomnia, en pijn. De AUC van het model was 0,73 (95%-bti 0,72-0,75). Hormoontherapie was een extra risicofactor voor ernstige vermoeidheid op T3.

De onderzoekers concluderen dat het model voorkomen van ernstige vermoeidheid onder overlevers van mammacarcinoom kan voorspellen.

1.Di Meglio A, Havas J, Soldato D et al. Development and validation of a predictive model of severe fatigue after breast cancer diagnosis: toward a personalized framework in survivorship care. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of patients in the French multicenter CANTO cohort found that more than one-in-three breast cancer survivors endured persistent severe post-treatment fatigue. Risk factors for the development of severe fatigue 2 years after diagnosis were younger age, higher body mass index, smoking behavior, and concomitant symptom clusters including pretreatment fatigue, anxiety, insomnia, and pain. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van mammacarcinoompatiënten met ultralaag-risico 70-genensignatuur in de MINDACT-studie (0)
2022-01-23 13:00   ( Nieuws )
Tags:  MINDACT trial outcome of patients with ultralow-risk 70-gene signature
Prof. Laura van 't VeerPatiënten met 70-genensignatuur ultralaag-risico mammacarcinoom hadden excellente overleving in historische cohorten, inclusief gerandomiseerde studies. Lange-termijn follow-up van de multinationale fase 3-studie MINDACT heeft uitkomsten van deze groep na mediaan 8,7 jaar follow-up geïnventariseerd. Prof. Laura van ’t Veer (University of California San Francisco) en collega’s publiceren de follow-up analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

Onder de 6693 MINDACT-patiënten waren er 1000 (15%) met ultralaag-risico 70-genensignatuur. Van deze patiënten was 67% ouder dan 50 jaar, had 81% tumoren van 2 cm of kleiner, was 80% lymfekliernegatief, had 96% graad 1 of 2 tumoren, en had 99% ER-positieve ziekte. Systemische therapie werd gebruikt in 84% (69% endocriene therapie, 14% endocriene therapie plus chemotherapie, 1% overige systemische therapie). Het acht-jaars distant metastasis-free interval percentage was 97% (95%-bti 95,8-98,1) in de ultralaag-risicogroep, vergeleken met 94,5% (93,6-95,3) in de laag-risicogroep (n=3295), met een DMFI-HR voor ultralaag-risico versus laag-risico 0,65 (0,45-0,94). Het acht-jaars mammacarcinoom-specifieke overlevingspercentage in de ultralaag-risicogroep was 99,6% (99,1-100).

De onderzoekers concluderen dat patiënten met ultralaag-risico 70-genensignatuur significant betere prognose hadden dan patiënten met laag-risico 70-genensignatuur, met een acht-jaars BCSS-percentage hoger dan 99% en een acht-jaars DMFI-percentage 97%.

1.Lopes Cardozo JMN, Drukker CA, Rutgers EJT et al. Outcome of patients with an ultralow-risk 70-gene signature in the MINDACT trial. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: In the prospective MINDACT trial, the largest cohort to date, patients with ultralow risk 70-gene signature had an 8-year breast cancer-specific survival of 99%, regardless of clinical risk, and their risk of distant metastatis or breast cancer-related death was significantly lower compared to patients with low-risk tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen familiegeschiedenis van maligniteiten en uitkomsten van immuuntherapie voor NSCLC (0)
2022-01-22 16:00   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC association of familial burden of cancer with outcomes of immunotherapy
Dr. Alessio CortelliniFamiliegeschiedenis van maligniteiten (FHC) is een risicofactor voor en een onafhankelijke voorspeller van uitkomsten van maligniteiten. De impact van FHC op relatieve werkzaamheid van verschillende typen behandelingen is niet bekend. Een analyse van twee Italiaanse multicenterstudies van niet-kleincellig longcarcinoom heeft deze impact onderzocht. Dr. Alessio Cortellini (Universiteit van L’Aquila) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Hematology & Oncology.1



De studies includeerden patiënten met metastatisch NSCLC die eerstelijns pembrolizumab of chemotherapie kregen. Voor de nu gepubliceerde analyse kozen de onderzoekers uit elk van beide cohorten 607 patiënten die gematcht waren voor FHC, leeftijd, performance status, en ziektelast. De figuur laat zien dat in het pembrolizumab-cohort, maar niet in het chemotherapie-cohort, patiënten met een hoge FHC vergeleken met patiënten met lage of geen FHC betere overall survival (HR 0,67; p=0,0281), betere progressievrije overleving (HR 0,65; p=0,0074), en hogere percentages ziektecontrole (86,4% versus 67,5%; p=0,0096) hadden. Er waren in een parallel cohort van 118 NSCLC-patiënten tussen de groepen met hoge FHC en lage of geen FHC geen significante verschillen in prevalentie van tenminste één somatische mutatie in DNA damage response (DDR)-genen (20% versus 24,5%; p=0,6684) en evenmin signifcante verschillen in tumormutatiebelasting (6,0 versus 7,6 mut/Mb; p=0,6018) of in PD-L1 expressie door tumorcellen.

De onderzoekers concluderen dat FHC-status mNSCLC-patiënten identificeerde met betere uitkomsten met pembrolizumab maar niet met chemotherapie, onafhankelijk van somatische DDR-genmutatiestatus.

1.Cortellini A, Giusti R, Filetti M et al. High familial burden of cancer correlates with improved outcome from immunotherapy in patients with NSCLC independent of somatic DNA damage response gene status. J Hematol Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of two first-line mNSCLC studies found that high famial burden of cancer identified patients with improved outcomes from pembrolizumab but not chemotherapy, independent of somatic DDR gene status.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Symptomatische SREs in met lange-termijn BMAs voor botmetastasen van mammacarcinoom en CRPC (0)
2022-01-22 14:30   ( Nieuws )
Tags:  long-term bone-modifying agents for bone metastases symptomatic skeletal-related events
Prof. Mark ClemonsEr is geen duidelijkheid over het effect van lange-termijn gebruik van botmodificerende middelen (BMAs) op het symptomatische skelet-gerelateerde gebeurtenissen (SSEs) in patiënten met botmetastasen (BMs). Een retrospectieve studie van de University of Ottawa (Canada) heeft incidentie van SSEs geïnventariseerd in patiënten die lange-termijn BMAs kregen voor BMs van mammcarcinoom (BC) of castratieresistent prostaatcarcinoom (CRPC). Prof. Mark Clemons en collega’s publiceren de studie in Supportive Care in Cancer.1

De studie includeerde 109 patiënten met BC-BMs en 53 patiënten met CRPC-BMs. De mediane leeftijd bij BM-diagnose in de twee groepen was 61,9 jaar (range 27,5-97,2) respectievelijk 72,1 jaar (37,0-92,2); de mediane duur van BMA-gebruik was 2,3 jaar (0,1-9,9) respectievelijk 3,8 jaar (1,5-9,4). De BC-patiënten kregen pamidronaat, denosumab, of zoledronaat; alle CRPC-patiënten kregen denosumab. Tijdens de follow-up hadden 59% van de BC-patiënten en 75% van de CRPC-patiënten tenminste één SSE. Het percentage patiënten met SSEs in het eerste jaar na de BM-diagnose was hoger (38,9%) dan in het tweede (17,5%) of het derde jaar (24,4%).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die langdurig BMAs kregen voor BMs van BC of CRPC de incidentie van SSEs hoog was, met name in het eerste jaar na de BM-diagnose.

1.Alzahrani M, Stober C, Liu M et al. Symptomatic skeletal-related events in patients receiving longer term bone-modifying agents for bone metastases from breast and castration resistant prostate cancer. Supp Care Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at the University of Ottawa (Canada) found that among patients receiving longer-term bone-modifying agents for bone metastases from breast cancer or castration-resistant prostate cancer, the risk of symptomatic skeletal events was greatest in the first year after diagnosis of bone metastasis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-2 studie van preoperatieve chemoradiotherapie plus nivolumab voor lokaal-gevorderd rectumcarcinoom (0)
2022-01-22 13:00   ( Nieuws )
Tags:  LARC preoperative CRT plus nivolumab
Dr. Takayuki YoshinoNeoadjuvante chemoradiotherapie (CRT) gevolgd door chirurgische resectie is standaard-behandeling voor lokaal-gevorderd rectumcarcinoom (LARC). Een fase multicenter 1-2 studie in Japan heeft neoadjuvante CRT gevolgd door consolidatie met preoperatief nivolumab en chirurgie voor LARC geëvalueerd. Dr. Takayuki Yoshino (National Cancer Center East, Chiba) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

In fase 1 ondergingen drie patiënten CRT gevolgd door vijf cycli nivolumab zonder noodzaak van doseringsmodificaties. Dit schema werd gekozen voor fase 2, waarin 37 patiënten met microsatellite stable (MSS) en 5 patiënten met microsatellite instability-high (MSI-H) LARC werden geïncludeerd. CRT gevolgd door vijf cycli nivolumab resulteerde in centraal-bevestigde pathologisch complete respons in 11 van 37 MSS-patiënten (pCR 30%; 90%-bti 18-44) en 3 van 5 MSI-H patiënten (60%). Onder de MSS patiënten met PD-L1 tumor proportion score 1% of hoger was het pCR-percentage 75%; onder de MSS patiënten met PD-L1 TPS lager dan 1% was het pCR-percentage 17% (p=0,004).

De onderzoekers concluderen dat preoperatieve CRT gevolgd door nivolumab-consolidatie resulteerde in bemoedigende pCR-percentages.

1.Bando H, Tsukada Y, Inamori K et al. Preoperative chemoradiotherapy plus nivolumab before surgery in microsatellite stable and microsatellite instability-high locally advanced rectal cancer patients. Clin Cancer Res 2022; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1-2 study in Japan found promising activity of preoperative chemoradiotherapy followed by nivolumab consolidation before surgical resection of locally advanced rectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen gewichtsverandering en risico van mammacarcinoom in mannen (0)
2022-01-21 16:00   ( Nieuws )
Tags:  MaBC risk weight change
Prof. Anthony SwerdlowObesitas is een bekende risicofactor voor mammacarcinoom in mannen (MaBC), maar het is niet duidelijk of gewichtsverandering een onafhankelijke risicofactor is, zoals is gezien in vrouwen. Een patiënt-controlestudie in Engeland en Wales heeft de associatie tussen gewichtsverandering en het risico van MaBC geïnventariseerd. Prof. Anthony Swerdlow (Institute of Cancer Research, Londen) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 1998 mannen met incident MaBC tussen begin 2005 en eind 2017, en 1597 gematchte controlemannen. De deelnemers verstrekten informatie over onder meer (herinnerde) antropometrische kenmerken op verschillende leeftijden. De analyses lieten zien dat toename van de BMI geassocieerd was met verhoogd risico van MaBC: per toename met 2 kg/m2 tussen leeftijd 20 jaar en leeftijd 40 jaar OR 1,11 (p<0,001) en per toename met 2 kg/m2 tussen leeftijd 40 jaar en leeftijd 60 jaar OR 1,12 (p=0,003). Toename van middelomtrek/lengte-verhouding tussen leeftijd 20 jaar en 5 jaar voor de diagnose was eveneens significant geassocieerd met verhoogd risico van MaBC (OR 1,13; p<0,001). De MaBC-associaties met toename van BMI en middelomtrek/lengte-verhouding waren onafhankelijk van elkaar en van baseline BMI en middelomtrek/lengte-verhouding. Deze associaties waren similar voor invasieve en in situ tumoren.

De onderzoekers concluderen dat toename van BMI en abdominale obesitas beide risicofactoren zijn van MaBC, onafhankelijk van obesitas als zodanig.

1.Swerdlow AJ, Bruce C, Cooke R et al. Risk of breast cancer in men in relation to weight change: a national case-control study in England and Wales. Int J Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: A case-control study in England and Wales found that increases in body mass index and abdominal obesity are each risk factors for breast cancer in men, independently of obesity per se.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van gebruik van H1-antihistaminica met HCC-risico in patiënten met HBV- en/of HCV-infectie (0)
2022-01-21 14:30   ( Nieuws )
Tags:  AH use HCC risk in patients with HBV and or HCV infection
Prof. Chi-Ching ChangHet is denkbaar dat antihistaminica (AHs) beschermen tegen ontwikkeling van maligniteiten. Een studie in Taiwan heeft de associatie van gebruik van H1-AHs met het risico levercelcarcinoom (HCC) geïnventariseerd in patiënten met HBV-, HCV, of duale HBV/HCV-infectie. Dr. Chi-Ching Chang (Taipei Medische Universiteit) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

In de Nationale Gezondheidskostenverzekering Research Database identificeerden de onderzoekers ruim 700.000 volwassen patiënten met HBV-, HCV-, of duale infectie. Onder de patiënten die H1-AHs gebruikten was het risico van HCC significant lager dan onder de patiënten die geen H1-AHs gebruikten (panels A, C, en E), met adjusted hazard ratios van 0,489 (95%-bti 0,455-0,524); 0,484 (0,340-0,522), en 0,469 (0,416-0,529) in de drie groepen. De panels B,D en F laten zien dat in alle drie de groepen de bescherming tegen HCC AH-doseringsafhankelijk was (cDDD: cumulatively defined daily dosis).

De onderzoekers concluderen dat AH-gebruik het risico van HCC onder patiënten met HBV-, HCV- of duale infectie doseringsafhankelijk kan verlagen.

1.Shen Y-C, Hsu H-C, Lin T-M et al. H1-antihistamines reduce the risk of hepatocellular carcinoma in patients with hepatitis B virus, hepatitis C virus, of dual hepatitis B virus-hepatitis C virus infection. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: An insurance database study in Taiwan found that use of H1-antihistamines was associated with significantly reduced risk of HCC among patients with HBV, HCV, of dual HBV-HCV infection.


.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen radioactief jood voor pediatrisch en jongvolwassen DTC en risico van volgende maligniteiten (0)
2022-01-21 13:00   ( Nieuws )
Tags:  RAI for differentiated thyroid cancer in children and young adults risk of second malignancies
Dr. Cari KitaharaSinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is zowel de incidentie van gedifferentieerd schildkliercarcinoom (DTC) als het gebruik van radioactief jood (RAI) voor DTC sterk toegenomen. Gebruik van RAI is geassocieerd gebleken met verhoogd risico van leukemie, maar de associatie met volgende solide maligniteiten is niet duidelijk. Een analyse van negen SEER-databases heeft het risico van tweede primaire maligniteiten geïnventariseerd in patiënten met een DTC-diagnose voor de leeftijd 45 jaar. Dr. Cari Kitahara (National Cancer Institute, Rockville MD) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

In de databases identificeerden de onderzoekers 27.050 tenminste-vijf-jaar overlevers van DTC als kind of jongvolwassene, met mediaan 15 jaar follow-up. De figuur laat zien dat gebruik van RAI geassocieerd was met verhoogd risico van tweede primaire solide tumoren (panel A) en hematologische maligniteiten (panel B). Voor alle solide maligniteiten tezamen was het risico 23% verhoogd met RAI-gebruik (RR 1,23; 95%-bti 1,11-1,37). RAI verhoogde het risico van uteruscarcinoom significant (RR 1,55; 95%-bti 1,03-2,32) en was geassocieerd met niet-significante verhoging van maligniteiten van speekselklier, maag, long, en borst. De risico’s van alle solide maligniteiten en van mammacarcinoom waren het hoogst in de tenminste-twintig-jaar overlevers. De onderzoekers schatten dat 6% van de solide en 14% van de hematologische maligniteiten in de groep DTC-overlevers toe te schrijven zijn aan RAI.

De onderzoekers concluderen dat gebruik van RAI voor DTC in kinderen en jongvolwassenen geassocieerd was met verhoogd risico van volgende primaire maligniteiten.

1.Pascal E, Schonfeld S, Morton LM et al. Association between radioactive iodine treatment for pediatric and young adulthood differentiated thyroid cancer and risk of second primary malignancies. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of nine SEER cancer registries found that radioactive iodine treatment for pediatric and young adulthood differentiated thyroid cancer was associated with increased risks of several solid cancers, particularly longer that 20 years after exposure.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)