Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Biomarker-gedreven behandelingen voor eerder-behandeld squameus niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2020-10-28 16:00   ( Nieuws )
Tags:  Lung-MAP SWOG S1400 previously treated sqNSCLC biomarker-driven therapies
Prof. Mary RedmanEr is een unmet need voor betere behandelingen voor squameus niet-kleincellig longcarcinoom. Het Lung Cancer Master Protocol (Lung-MAP) S1400 is een protocol dat op basis van biomarkers behandelingen selecteert voor sqNSCLC. Prof. Mary Redman (Fred Hutchinson Cancer Research Center, Seattle WA) en collega’s publiceren resultaten van het protocol in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten die eerder platina-gebaseerde chemotherapie hadden gekregen voor stadium IV of recidiverend sqNSCLC, met een ECOG performance status 2 of beter. Het protocol bestond uit een screeningsfase, waarin met next-generation sequencing relevante biomarkers van de tumoren werden bepaald, gevolgd door een fase van klinische substudies met middelen die gematcht waren aan de waargenomen biomarkers of niet-gematchte behandeling voor de patiënten voor wie geen gematchte behandeling beschikbaar was.

Tussen juni 2014 en februari 2019 includeerde het protocol 1864 patiënten, onder wie 1841 (98,9%) van wie tumormonsters konden worden genomen. Voor 1674 van deze 1841 patiënten (90,9%) werden biomarker-resultaten verkregen, waarna 1404 van 1674 patiënten (83,9%) een substudy assignment kregen. Van deze 1404 patiënten namen 655 (46,7%) deel aan een substudie. De biomarker-gedreven substudies evalueerden taselisib (voor tumoren met PIK3CA-veranderingen), palbociclib (celcyclus-genenveranderingen), AZD4547 (FGFR-verandering), rilotumumab plus erlotinib (MET-verandering), talazoparib (homologe-recombinatie herstel deficiëntie), en telisotuzumab vedotin (MET-verandering). De non-match substudies evalueerden durvalumab, of nivolumab plus ipilimumab voor anti-PD-1 of anti-PD-L1 naïeve ziekte, en durvalumab plus tremelimumab voor anti-PD-1 of anti-PD-L1 refractaire ziekte.

In gecombineerde analyse van de substudies was er respons in 7% van de patiënten die targeted therapy kregen; 16,8% van de patiënten die anti-PD-1 of anti-PD-L1 therapie voor immuuntherapie-naïeve ziekte kregen; en 5,4% van de patiënten die tweedelijns docetaxel kregen. De mediane progressievrije overleving was 2,5 maanden (95%-bti 1,7-2,8) voor de gerichte-therapiegroepen; 2,7 maanden (1,9-2,9) voor de docetaxelgroepen; en 3,0 maanden (2,7-3,9) voor de immuuntherapiegroepen. De mediane overall survival was 5,9 maanden (95%-bti 4,8-7,8) voor de gerichte-therapiegroepen; 7,7 maanden (6,7-9,2) voor de docetaxelgroepen; en 10,8 maanden (9,4-12,3) voor de immuuntherapiegroepen.

De onderzoekers concluderen dat het protocol succesvol biomarker-gedreven behandelingen geselecteerd heeft voor sqNSCLC.

1.Redman MW, Papadimitrakopoulou VA, Minichiello K et al. Biomarker-driven therapies for previously treated squamous non-small-cell lung cancer (Lung-MAP SWOG S1400): a biomarker-driven master protocol. Lancet Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The Lung Cancer Master Protocol S1400 successfully selected biomarker-driven therapies for patients with stage IV or recurrent squamous non-small cell lung cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Breast Cancer Index voorspelt profijt van verlengde endocriene behandeling voor vroeg HR-positief mammacarcinoom (0)
2020-10-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  early-stage HR-positive breast cancer extended endocrine benefit Breast Cancer Index
Dr. Gerrit-Jan LiefersEr is behoefte aan methoden voor het identificeren van patiënten met waarschijnlijkheid van profijt van verlengde endocriene therapie (extended endocrine therapy, EET) voor vroeg-stadium HR-positief mammacarcinoom. Een analyse in het cohort van de IDEAL-studie heeft de waarde onderzocht van de Breast Cancer Index als prospectieve biomarker van EET-profijt. Dr. Gerrit-Jan Liefers (LUMC) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Cancer Research.1



De IDEAL-studie (Investigation on the Duration of Extended Adjuvant Letrozole) includeerde patiënten die vijf jaar endocriene therapie hadden voltooid, en randomiseerde ze naar 2,5 jaar versus 5 jaar EET met letrozol. De Breast Cancer Index (H/I) is de ratio van expressie van HOXB13 en IL17BR. De nu gepubliceerde analyse includeerde 908 IDEAL-patiënten, van wie de BCI (H/I) in pretreatment primaire tumoren werd bepaald. Het primaire eindpunt van de analyse was recidiefvrij interval.

Een hoge BCI(H/I) voorspelde significant profijt van verlengd letrozol, zowel in het overall cohort (HR 0,42; p=0,011) als in de Any AI subset (HR 0,34; p=0,004), terwijl patiënten met een lage BCI(H/I) geen profijt hadden van verlenging van letrozol, zowel niet in het overall cohort (HR 0,95; p=0,84) als niet in de Any AI subset (HR 0,90; p=0,71). De interactie tussen behandeling en BCI(H/I) was significant in het overall cohort (p=0,045) en in de Any AI subset (p=0,025). BCI(H/I) identificeerde ongeveer 50% van de patiënten met hoog-risico ziekte die geen profijt hadden van letrozol-verlenging en van de patiënten met laag-risico ziekte die wel profijt hadden van letrozol-verlenging.

De onderzoekers concluderen dat BCI(H/I) voorspellend was voor profijt van letrozol-verlenging en patiënten identificeerde met verbeterde uitkomsten door completering van tien jaar letrozol.

1.Noordhoek I, Treuner K, Putter H et al. Breast Cancer Index predicts extended endocrine benefit to individualize selection of HR+ early stage breast cancer patients for 10 years of endocrine therapy. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis in the cohort of the IDEAL study found that among patients with early-stage HR-positive breast cancer the Breast Cancer Index predicted preferential benefit from 5 versus 2.5 years extended endocrine therapy and identified patients with improved outcomes from completing 10 years of adjuvant endocrine therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van timing van menarche en thelarche met risico van mammacarcinoom (0)
2020-10-28 14:00   ( Nieuws )
Tags:  Sister Study pubertal timing and breast cancer risk
Dr. Dale SandlerJeugdigere leeftijd bij menarche is een bekende risicofactor voor mammacarcinoom (BC) De leeftijd bij menarche is in landen met beschikbare gegevens de laatste halve eeuw redelijk stabiel gebleven. De leeftijd bij thelarche neemt echter af. Een analyse in het cohort van de Sister Study heeft de associaties van timing van menarche en thelarche met het BC-risico geïnventariseerd. Dr. Dale Sandler (National Institute of Environmental Health Sciences, Research Triangle Park NC) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research.1

Het cohort van de Sister Study bestaat uit 50.884 vrouwen zonder persoonlijke BC-geschiedenis maar van wie tenminste één zuster wel een BC-geschiedenis heeft. Bij inclusie (tussen begin 2003 en eind 2009) gaven de vrouwen informatie over hun leeftijd ten tijde van thelarche en menarche. Tijdens gemiddeld 9,3 jaar follow-up werd in 3295 vrouwen in het cohort BC vastgesteld. De figuur laat de associaties van timing van thelarche en menarche met het BC-risico zien. Deze associaties verschilden niet significant tussen geboortecohorten of ras/etniciteitsgroepen. Het pubertal tempo (tijd tussen thelarche en menarche) was niet geassocieerd met het risico (per toename met één jaar HR 0,99; 95%-bti 0,97-1,02).

De onderzoekers concluderen dat jeugdigere leeftijd bij thelarche en menarche geassocieerd waren met verhoogd BC-risico.

1.Goldberg M, D’Aloisio AA, O’Brien KM et al. Pubertal timing and breast cancer risk in the Sister Study cohort. Breast Cancer Res 2020;22:112

Summary: Analysis in the cohort of the Sister Study found that earlier age at thelarche and menarche may enhance susceptibility to breast cancer carcinogenesis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Preventie van relapse na alloHSCT voor hoog-risico MRD-negatief AML: rhG-CSF plus decitabine onderhoudsbehandeling (0)
2020-10-28 13:00   ( Nieuws )
Tags:  recombinant human granulocyte colony-stimulating factor
Allogene hematopoïetische stamceltransplantatie (alloHSCT) is een potentieel curatieve behandeling voor hoog-risico (HR)-AML. In een aanzienlijk percentage van de patiënten wordt echter recidief gezien. Een multicenter gerandomiseerde fase 2-studie in China heeft de waarde onderzocht van de combinatie van recombinant human granulocyte colony-stimulating factor en lage-dosering decitabine(G-Dec) onderhoudsbehandeling voor preventie van recidief van HR-AML na allo-HSCT. Dr. Xi Zhang (Medische Universiteit, Chongqing) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 204 patiënten die 60 tot 100 dagen na alloHSCT minimaal-residuele ziekte (MRD)-negatief waren. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar G-Dec of geen interventie. Het primaire eindpunt was recidief. De twee-jaars cumulatieve incidentie van recidief was 15,0% (95%-bti 8,0-22,1) in de G-Dec groep versus 38,3% (95%-bti 28,8-47,9) in de controlegroep (HR 0,32; p<0,01). Er waren geen statistisch significante verschillen tussen beide groepen in cumulatieve incidentie zonder recidief (23,0% versus 21,7%; p=0,82). De interventie resulteerde in toename van de gehalten van natural killer, CD8+ T, en regulatorische T cellen. De figuur toont de leukemievrije overleving en overall survival in beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat onderhoudsbehandeling met de combinatie van rhG-CSF en lage-dosering decitabine het risico van relapse na alloHSCT voor HR-AML kan verlagen, en kan leiden tot veranderingen van aantallen van lymfocyt-subtypen.

1.Gao L, Zhang Y, Wang S et al. Effect of rhG-CSF combined with decitabine prophylaxis on relapse of patients with high-risk MRD-negative AML after HSCT: an open-label, multicenter, randomized controlled trial. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter randomized phase 2 study in China evaluated the combination of recombinant human granulocyte colony-stimulating factor plus low-dose decitabine maintenance for prevention of relapse after allo-HSCT for high-risk MRD-negative AML. The cumulative incidence of relapse and survival outcomes were significantly better in the G-Dec group than in the control group.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gepoolde analyse van studies van associaties tussen zwangerschapsuitkomsten en risico van endometriumcarcinoom (0)
2020-10-27 16:00   ( Nieuws )
Tags:  endometrial cancer pregnancy outcomes
Prof. Penelope WebbHet is bekend dat een voldragen zwangerschap geassocieerd is met verlaagd risico van endometriumcarcinoom (EC). Een gepoolde analyse van gegevens van individuele deelneemsters aan studies van het Epidemiology of Endometrial Cancer Consortium heeft de associatie van tweede en latere zwangerschappen met het EC-risico geïnventariseerd. Prof. Penelope Webb (Berghofer Medical Research Institute, Brisbane, Australië) en collega’s publiceren de analyse in het International Journal of Cancer.1

De analyse heeft betrekking op elf cohortstudies en negentien patiënt-controlestudies met tezamen 16.986 EC-patiënten met 39.538 controlevrouwen. In gepoolde analyse van alle studies was ooit een voldragen zwangerschap doorgemaakt hebben geassocieerd met 41% verlaging van het EC-risico, vergeleken met nooit een voldragen zwangerschap doorgemaakt te hebben (OR 0,59; 95%-bti 0,56-0,63). De risicoverlaging was het grootst met de eerste voldragen zwangerschap, en nam verder af met ongeveer 15% voor elke volgende zwangerschap, tot acht voldragen zwangerschappen (OR 0,20; 95%-bti 0,14-0,28) ongeacht de leeftijd bij de laatste voldragen zwangerschap. Niet-voldragen zwangerschap was ook geassocieerd met verlaging van het EC-risico, met 7,9% verlaging per zwangerschap. Tweelingzwangerschappen hadden vergelijkbare associaties met het EC-risico als singleton pregnancies.

De onderzoekers concluderen dat een eerste voldragen zwangerschap geassocieerd was met 41% verlaagd EC-risico, en dat elke volgende zwangerschap geassocieerd was met verdere verlaging van het risico.

1.Jordan SJ, Na R, Weiderpass E et al. Pregnancy outcomes and risk of endometrial cancer: a pooled analysis of individual participant data in the Epidemiology of Endometrial Cancer Consortium. Int J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: Pooled analysis of individual participant data from 11 cohort and 19 case-control studies found that a full-term pregnancy was associated with a 41% reduction in risk of endometrial cancer compared with never having a full-term pregnancy. Each additional pregnancy (up to 8) was associated with further reduction in risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Drie versus zes maanden oxaliplatine-gebaseerde adjuvante chemotherapie voor hoog-risico stadium II coloncarcinoom (0)
2020-10-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  high-risk stage 2 colon cancer three versus six months oxaliplatin-based adjuvant chemotherapy
Prof. Takayuki YoshinoOxaliplatine-gebaseerde adjuvante chemotherapie voor coloncarcinoom (CC) is geassocieerd met verhoogd risico van perifere sensorische neuropathie (PSN). De multicenter fase 3-studie ACHIEVE-2 in Japan evalueerde drie versus zes maanden van deze therapie voor hoog-risico stadium 2 CC. Prof. Takayuki Yoshino (Nationaal Maligniteitencentrum, Chiba) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 514 patiënten (184 met T4-ziekte; 36%) die na chirurgie mFOLFOX6 (n=432) of CAPOX (n=82) kregen. Ze werden gerandomiseerd naar drie maanden (n=255) of zes maanden (n=259) adjuvante therapie. Het primaire eindpunt van de studie was ziektevrije overleving. Het drie-jaars DFS-percentage was 88,2% in de drie-maands arm versus 87,9% in de zes-maands arm (HR 1,12; 95%-bti 0,67-1,87). Met CAPOX was het drie-jaars DFS-percentage 88,2% in de drie-maands arm versus 88,4% in de zes-maands arm (HR 1,13; 95%-bti 0,65-1,96). Het discontinuerings-percentage in de drie- versus zes-maands arm was 10% versus 31% met mFOLFOX6 (p=0,0193) en 15% versus 35% met CAPOX (p<0,0001). De incidentie van graad 2 of hoger PSN was 16% in de drie-maands arm versus 43% in de zes-maands arm (p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat drie- versus zes-maanden adjuvante oxaliplatine-gebaseerde chemotherapie resulteerde in minder frequente discontinuering en graad 2 of hoger PSN, en vergelijkbare DFS.

1.Yamazaki K, Yamanaka T, Shiozawa M et al. Oxaliplatin-based adjuvant chemotherapy duration (3 vs. 6 months) for high-risk stage II colon cancer: the randomized phase 3 ACHIEVE-2 trial. Ann Oncol 2020.10.480

Summary: The multicenter phase 3 ACHIEVE-2 study in Japan randomized patients to 3 versus 6 months adjuvant oxaliplatin-based chemotherapy for high-risk stage 2 colon cancer. Three compared with 6 months treatment was associated with less grade 2 or higher peripheral sensory neuropathy but with similar disease-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van SRS versus WBRT voor patiënten met 4 tot en met 15 hersenmetastasen (0)
2020-10-27 14:00   ( Nieuws )
Tags:  patients with 4-15 brain metastases stereotactic radiosurgery versus whole-brain radiation therapy
Dr. Jing LiStereotactische radiochirurgie (SRS) heeft whole-brain radiation therapy (WBRT) vervangen als geprefereerde behandeling voor patiënten met één tot en met drie hersenmetastasen (BMs). SRS en WBRT zijn nog niet met elkaar vergeleken in patiënten met vier of meer BMs. Een multicenter fase 3-studie in de Verenigde Staten heeft patiënten met vier of meer niet-eerder behandelde BMs gerandomiseerd naar SRS versus WBRT. Dr. Jing Li (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) presenteerde de studie op de virtuele Annual Meeting van ASTRO.1

De studie includeerde 72 niet-melanoom patiënten met vier tot en met vijftien BMs (mediaan acht), die werden gerandomiseerd naar SRS (n=36) of WBRT (n=36). De randomisatie was gestratificeerd naar histologie, aantal lesies, baseline Hopkins Verbal Learning Test – Revised Total Recall (HVLT-R TR)-score, extracraniële ziekte, Karnofsky performance score, en leeftijd. De mediane follow-up was 6,6 maanden (range 0,2-69,8). Primaire eindpunten waren HVLT-R TR en lokale controle (LC) na vier maanden.


Eenendertig patiënten waren evalueerbaar voor HVLT-R TR na vier maanden. De score was in de SRS-groep verbeterd ten opzichte van baseline (toename van z-score met 0,21 ± 0,27) en in de WBRT-groep verslechterd (afname met 0,74 ± 0,0,36; p=0,041). Ook in andere neurocognitieve testen werd gemiddelde verbetering gezien in de SRS-groep versus verslechtering in de WBRT-groep. Gegevens over LC worden nog geanalyseerd; voorlopige analyses wijzen op 100% LC met SRS versus 95,5% met WBRT (p=0,45). De mediane tijd tot afstandsfalen in de hersenen was 4,3 maanden met SRS versus 18,1 maanden met WBRT (p=0,09). De mediane overall survival was 10,4 maanden met SRS versus 8,4 maanden met WBRT (p=0,45).

De onderzoekers concluderen dat in niet-melanoom patiënten met vier tot en met vijftien BMs SRS vergeleken met WBRT geassocieerd was met verlaagd risico van neurocognitieve achteruitgang zonder verslechtering van de OS.

1.Li J et al. ASTRO Annual Meeting 2020; abstr. 41

Summary: A multicenter phase 3 study found that among non-melanoma patients with 4-15 brain metastases, SRS compared with WBRT was associated with reduced risk of neurocognitive deterioration and did not compromise overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-3 studie van hoge-dosering SBRT versus lage-dosering CRT voor pijnlijke spinale metastasen (0)
2020-10-27 13:00   ( Nieuws )
Tags:  painful spinal metastases stereotactic body radiotherapy versus conventional palliative radiotherapy
Prof. Arjun SaghalRadiotherapie voor pijnlijke spinale metastasen kan de kwaliteit van leven van de patiënt verbeteren. Een multicenter fase 2-3 studie in Canada heeft pijnrespons op hoge-dosering SBRT versus conventionele lage-dosering palliatieve radiotherapie (CRT) voor pijnlijke spinale metastasen vergeleken. Prof. Arjun Sahgal (University of Toronto) presenteerde de studie op de virtuele Annual Meeting van ASTRO.1

De studie includeerde patiënten met de novo pijnlijke spinale metastasen. Inclusiecriteria waren ten hoogste 3 metastatisch-aangedane spinale segmenten, een pijnscore 2 of hoger op de Brief Pain Inventory, en een ECOG performance score 2 of beter. De patiënten werden gerandomiseerd naar 24 Gy in twee SBRT-fracties of 20 Gy in vijf CRT-fracties. Het primaire eindpunt was pijnrespons na drie maanden. Secundaire eindpunten waren pijnrespons na zes maanden, lokale progressie, en kwaliteit van leven.

Na exclusie van niet-behandelde en niet-evalueerbare patiënten telde de CRT-groep 115 patiënten en de SBRT-groep 114 patiënten. De mediane baseline ergste pijnscore was 5 (range 2-10) en de mediane spine instability neoplastic score was 7 (range 3-12) in beide groepen. De mediane follow-up was 6,7 maanden. Na drie maanden was complete pijnrespons bereikt in 14% van de patiënten in de CRT-groep versus 36% van de patiënten in de SBRT-groep (p<0,001). Complete pijnrespons na zes maanden werd gezien in 16% met CRT versus 33% met SBRT (p<0,001). Na drie maanden was 86% van de CRT-patiënten versus 92% van de SBRT-patiënten vrij van lokale progressie (p=0,40) en na zes maanden was 69% van de CRT-patiënten versus 75% van de SBRT-patiënten vrij van lokale progressie (p=0,42). Er waren geen significante verschillen tussen de groepen in kwaliteit van leven. Vertebrale compressiefracturen na de bestraling werden gezien in 17% van de CRT-patiënten versus 11% van de SBRT-patiënten. Graad 2 of hoger adverse events werden gezien in 12% versus 11%; er waren geen graad 5 AEs.

De onderzoekers concluderen dat SBRT vergeleken met CRT voor pijnlijke spinale metastasen resulteerde in een hoger percentage patiënten met complete pijnrespons na drie en zes maanden.

1.Sahgal A et al. ASTRO 2020 Annual Meeting; abstr. LBA2

Summary: A multicenter phase 2-3 study in Canada found that high dose SBRT was superior to conventional low dose palliative radiotherapy for pain response at 3 and 6 months after radiation for painful spinal metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)