Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter fase 2-studie van AZD4547 voor tumoren met veranderingen in de FGFR-route (0)
2020-05-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NCI-MATCH trial FGFR pathway alterations AZD4547
Prof. Keith FlahertyAZD4547 is een nieuwe selectieve remmer van de fibroblast growth factor receptor (FGFR)-TKIs 1, 2, en 3. De multicenter fase 2-studie NCI-MATCH EAY131 subprotocol W in de Verenigde Staten heeft de werkzaamheid onderzocht van AZD4547 voor refractaire tumoren met verandering in FGFR 1-3. Prof. Keith Flaherty (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten van wie de tumoren gescreend waren met next-generation sequencing, waarmee vooraf-gedefinieerde amplificatie, activerende mutaties, of fusies van FGFR waren waargenomen. Deze patiënten kregen oraal AZD4547 80 mg tweemaal daags tot progressie van de ziekte of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Een responspercentage van 16% zou als veelbelovend worden beschouwd.

De studie includeerde 48 patiënten. De tumoren hadden FGFR1- of FGFR2-amplificatie (n=20), FGFR2- of FGFR3- single-nucleotide varianten (n=19), of FGFR1- of FGFR3-fusies (n=9). De meest-frequente primaire tumoren in het cohort waren mamma- (33%), urotheel- (12,5%), en cervix- (10,4%) carcinoom. Graad 3 adverse events waren consistent met wat gezien is in eerdere klinische studies. Partiële responsen werden gezien in 8% (90%-bti 3-18) en kwamen alleen voor in patiënten met tumoren met FGFR1-3 puntmutaties of fusies. Stabiele ziekte werd gezien in 37,5% (90%-bti 25,8-50,4). De mediane progressievrije overleving was 3,4 maanden, en de zes-maands PFS was 15% (90%-bti 8-31). Onder patiënten met tumoren met FGFR-fusies was het responspercentage22% (90%-bti 4,1-55) en de zes-maands PFS 56% (31-100).

De onderzoekers concluderen dat de studie niet het vooraf-gespecificeerde responspercentage van 16% heeft laten zien. Er waren wel voorlopige signalen van activiteit voor tumoren met FGFR-activerende mutaties en fusies.

1.Chae YK, Hong F, Vaklavas C et al. Phase II study of AZD4547 in patients with tumors harboring aberrations in the FGFR pathway: results from the NCI-MATCH trial (EAY131) subprotocol W

Summary: The multicenter phase 2 study NCI-MATCH EAY131 subprotocol W found preliminary signals of activity of AZD4547 for cancers harboring FGFR activating mutations and fusions.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Veiligheid en PROs van combinaties van atezolizumab, bevacizumab en chemotherapie voor mNSCLC (0)
2020-05-29 14:00   ( Nieuws )
Tags:  IMpower150 trial safety and PROs first-line NSCLC treatment atezolizumab
Prof. Martin ReckDe multinationale fase 3-studie evalueerde atezolizumab plus chemotherapie met of zonder bevacizumab versus bevacizumab plus chemotherapie voor niet-eerder behandeld metastatisch niet-squameus niet-kleincellig longcarcinoom. In 2018 is gepubliceerd dat toevoeging van atezolizumab aan bevacizumab plus chemotherapie de progressievrije overleving en overall survival verbeterde. Prof. Martin Reck (LungenClinic Grosshansdorf) en collega’s publiceren nu online in het Journal of Clinical Oncology veiligheid en patiënt-gerapporteerde uitkomsten (PROs) van de studie.1

De studie randomiseerde patiënten naar atezolizumab, carboplatine, en paclitaxel (ACP; n=400), atezolizumab, bevacizumab, carboplatine, en paclitaxel (ABCP; n=393), of BCP (n=394) iedere drie weken voor zes cycli (inductie) gevolg door onderhoudsbehandeling met A, AB, of B tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Voor de nu gepubliceerde analyse werden adverse events geïnventariseerd. De PROs werden geëvalueerd met de EORTC QLQ-C30 en EORTC QLQ-LC13 vragenlijsten.

Tijdens de inductiefase hadden meer patiënten graad 3 of 4 AEs dan tijdens de onderhoudsfase (ACP 40,5 versus 8,2%; ABCP 48,6 versus 21,2%; BCP 44,7 versus 11,1%). Ernstige AEs werden tijdens inductie gezien in 28,3%; 28,5%; en 26,4%. Tijdens de onderhoudsfase werden SAEs gezien in 20,0%; 26,3%, en 13,0%. De PRO-vragenlijsten werden bij baseline beantwoord door 88% en tijdens de follow-up over het algemeen door meer dan 70%. De patiënten rapporteerden gemiddeld geen klinisch-relevante verslechtering van algemene gezondheidsstatus of fysiek functioneren tot en met cyclus 13. Er waren geen belangrijke verschillen tussen de armen in patiënt-gerapporteerde symptomen met chemotherapie en immuuntherapie.

De onderzoekers concluderen dat ABCP vergeleken met ACP en BCP tolerabel en manageable was. De tolerabiliteit verschilde in alle armen tussen de inductie- en de onderhoudsfase.

1.Reck M, Wehler T, Orlandi F et al. Safety and patient-reported outcomes of atezolizumab plus chemotherapy with or without bevacizumab versus bevacizumab plus chemotherapy in non-small-cell lung cancer. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis of safety and patient-reported outcomes of the IMpower150 trial found that the combination of atezolizumab, bevacizumab, carboplatin, and paclitaxel (ABCP) compared with ACP and BCP was tolerable as first-line treatment for metastatic nonsquamous NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische factoren en uitkomsten na progressie van gevorderd melanoom op anti-PD-1 therapie (0)
2020-05-29 13:00   ( Nieuws )
Tags:  anti-PD-1 therapy for advanced melanoma prognostic factors and outcomes after progression
Dr. Douglas JohnsonIn meer dan de helft van de patiënten die anti-PD-1 therapie krijgen voor melanoom wordt na verloop van tijd progressie gezien. Een studie van Vanderbilt University Medical Center (Nashville TN) heeft uitkomsten en prognostische factoren geïnventariseerd voor patiënten met progressie op anti-PD-1 therapie voor metastatisch melanoom. Dr. Douglas Johnson en collega’s publiceren de studie online in Cancer.1

Tussen begin 2009 en eind 2019 kregen in het VUMC 383 achtereenvolgende patiënten anti-PD-1 voor gevorderd melanoom. In 247 patiënten werd progressie gezien tijdens de behandeling. De mediane overleving na progressie was 6,8 maanden. De overleving na progressie werd niet beïnvloed door primair tumorsubtype, eerdere behandeling, of type eerdere behandeling. Er was wel significant langere overleving na ziekteprogressie in patiënten met normaal lactaaydehydrogenase, lager metastatisch stadium (M1a versus b, c, of d), mutatiestatus (NRAS of behandelingsnaïef BRAF-V600 versus BRAF/NRAS wildtype of behandeld gemuteerd BRAF), lagere tumor bulk, en alleen progressie van bestaande lesies. Na progressie kreeg 54% van de patiënten additionele systemische behandeling: 40 patiënten kregen BRAF/MEK-remmers (ORR 58,6% onder alle patiënten; ORR 70,4% onder BRAF/MEK-remmer naïeve patiënten), en 11 patiënten kregen ipilimumab plus nivolumab (ORR 27,3%).

De onderzoekers concluderen dat de studie prognostische factoren heeft geïdentificeerd voor patiënten met progressie van gevorderd melanoom op anti-PD-1 behandeling.

1.Patrinely JR, Baker LX, Davis EJ et al. Outcomes after progression of disease with anti-PD-1/PD-L1 therapy for patients with advanced melanoma. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Vanderbilt University Medical Center identied prognostic factors in advanced melanoma patients who experienced disease progression while receiving anti-PD-1 therapy, including lactate dehydrogenase, stage of disease, site of disease progression, tumor size, and mutation status.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-2 studie van osimertinib plus bevacizumab voor stadium IV EGFR-gemuteerd longcarcinoom (0)
2020-05-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  EGFR-mutant lung cancer combination of osimertinib and bevacizumab
Dr. Helena YuDe EGFR-TKI osimertinib is standaard eerstelijns behandeling voor EGFR-gemuteerd metastatisch longcarcinoom. De behandeling leidt tot slinken van de tumoren, maar na verloop van tijd treedt onvermijdelijk progressie op. Een fase 1-2 studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft de waarde onderzocht van toevoegen van de VEGFR-remmer bevacizumab aan osimertinib voor metastatisch longcarcinoom met EGFR-mutatie. Dr. Helena Yu en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 34 vrouwen en 15 mannen met stadium IV longcarcinoom met EGFR-mutatie. De mediane leeftijd was 60 jaar (range 36-83). Vijftien patiënten (31%) hadden CNS-metastasen. In fase 1 (6 patiënten), gepland voor doserings-deëscalatie, werd geen doseringslimiterende toxiciteit gezien met de eerste onderzochte dosering van osimertinib 80 mg eenmaal daags plus bevacizumab 15 mg/kg iedere drie weken, dus werd dit schema aangehouden voor fase 2. Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving na twaalf maanden.

De twaalf-maands PFS was 76% (95%-bti 65-90) waarmee de studie voldeed aan het vooraf-gespecificeerde criterium voor werkzaamheid, en de mediane PFS was 19 maanden (95%-bti 15-24). De ORR was 80% (95%-bti 67-91). Onder de zes patiënten met meetbare CNS-ziekte werd partiële of complete CNS-respons gezien in alle zes. Persistent EGFR-gemuteerd circulerend tumor DNA na zes weken behandeling was geassocieerd met slechtere PFS (klaring na zes weken: mediane PFS 16,2 maanden; geen klaring na zes weken: mediane PFS 9,8 maanden ; p=0,04) en overall survival (klaring na zes weken: mediane OS niet bereikt; geen klaring na zes weken: mediane OS 10,1 maanden).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van osimertinib en bevacizumab werkzaam was voor stadium IV EGFR-gemuteerd longcarcinoom.

1.Yu HA, Schoenfeld AJ, Makhin A et al. Effect of osimertinib and bevacizumab on progression-free survival for patients with metastatic EGFR-mutant lung cancers. A pahse 1/2 single-group open-label trial. JAMA Oncol 2020.1260

Summary: A phase 1-2 study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found that the combination of the VEGFR inhibitor bevacizumab and the EGFR TKI osimertinib had activity for stage IV EGFR-mutant lung cancer (ORR 80%; PFS at 12 months 76%). Persistent EGFR-mutant circulating tumor DNA at 6 weeks was associated with early progression and shorter survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van maligniteiten in patiënten met hidradenitis suppurativa (0)
2020-05-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  hidradenitis suppurativa overall and specific cancer risks
Dr. Woo-jin LeeEr is geen duidelijkheid over de associatie tussen hidradenitis suppurativa (HS) en het risico van maligniteiten. Een grote studie in Zuid-Korea heeft deze associatie op bevolkingsniveau geïnventariseerd. Dr. Woo-jin Lee (Asan Medisch Centrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Dermatology.1

De studie, gebaseerd op gegevens in de database van de Koreaanse nationale gezondheidsverzekering, includeerde 22.468 patiënten met een HS-diagnose tussen begin 2009 en eind 2017, en voor elke patiënt acht voor leeftijd, geslacht, indexjaar, en verzekeringstype gematchte controlepersonen (n=179.734). Exclusiecriteria waren HS of een maligniteit tussen begin 2007 en eind 2008. De deelnemers werden gevolgd voor ontwikkeling van maligniteiten vanaf inclusie tot eind 2018.

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 33,63 jaar (SD 17,61) en 63,7% van de deelnemers waren mannen. Het risico van alle maligniteiten tezamen in de HS-groep was 28% hoger dan in de controlegroep (gecorrigeerd HR 1,28; 95%-bti 1,15-1,42). In de HS-groep waren de risico’s verhoogd van Hodgkin lymfoom (5,08; 1,21-21,36), mondholte-en farynxcarcinoom (3,10; 1,60-6.02), CNS-carcinoom (2,40; 1,22-4,70), niet-melanoom huidkanker (2,06; 1,12-3,79), prostaatcarcinoom (2,05; 1,30-3,24), en colorectaalcarcinoom (1,45; 1,09-1,93).

De onderzoekers concluderen dat in deze studie HS geassocieerd was met verhoogd risico van alle maligniteiten tezamen en van sommige typen specifieke maligniteiten.

1.Jung JM, Lee KH, Kim Y-J et al. Assessment of overall and specific cancer risks in patients with hidradenitis suppurativa. JAMA Dermatol 2020.1422

Summary: A population-based study in South Korea found that patients with hidradenitis suppurativa, compared with matched controls, had a higher risk of overall cancer (aHR 1.28; 95% CI 1.15-1.42), specifically Hodgkin lymphoma (5.08; 1.21-21.36), oral cavity and pharyngeal cancer (3.10; 1.60-6.02), central nervous system cancer (2.40; 1.22-4.70), nonmelanoma skin cancer (2.06; 1.12-3.79), prostate cancer (2.05; 1.30-3.24), and colorectal cancer (1.45; 1.09-1.93).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van acalabrutinib versus idelalisib-rituximab of bendamustine-rituximab voor R/R CLL (0)
2020-05-28 14:00   ( Nieuws )
Tags:  ASCEND study relapsed or refractory chronic lymphocytic leukemia acalabrutinib
Prof. Paolo GhiaAcalabrutinib is een selectieve remmer van Bruton’s tyrosinekinase. De multinationale fase 3-studie ASCEND evalueerde acalabrutinib voor recidiverend of refractair (R/R) CLL. Prof. Paolo Ghia (Università Vita-Salute San Raffaele, Milaan) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten met R/R CLL, die gestratificeerd naar del(17p)-status, ECOG performance status, en aantal lijnen eerdere therapie werden gerandomiseerd naar acalabrutinib monotherapie (n=155) of investigator’s choice uit idelalisib plus rituximab (I-R; n=119) of bendamustine plus rituximab (B-R; n=36). De patiënten hadden mediaan twee eerdere lijnen behandeling gekregen (range één tot tien). Het primaire eindpunt van de studie was centraal-beoordeelde progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 16,1 maanden (range 0,03-22,4). De mediane PFS werd niet bereikt met acalabrutinib en was 16,5 maanden met investigator’s choice (HR 0,31; p<0,0001). De twaalf-maands PFS in de twee armen was 88% versus 68%. Ernstige adverse events werden gezien in 29% van de patiënten met acalabrutinib versus 56% met I-R en 26% met B-R, waaronder overlijden in 10% met acalabrutinib, 11% met I-R, en 14% met B-R.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met R/R CLL acalabrutinib, vergeleken met I-R en B-R, resulteerde in significant langere PFS, met een acceptabel veiligheidsprofiel.

1.Ghia P, Pluta A, Wach M et al. ASCEND: phase III, randomized trial of acalabrutinib versus idelalisib plus rituximab or bendamustine plus rituximab in relapsed or refractory chronic lymphocytic leukemia. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study ASCEND found that the BTK-inhibitor acalabrutinib, compared with idelalisib-rituximab or bendamustine-rituximab, significantly improved PFS of R/R CLL patients, with an acceptable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenterstudie van zanubrutinib voor recidiverend of refractair mantelcellymfoom (0)
2020-05-28 13:00   ( Nieuws )
Tags:  R R MCL zanubrutinib
Prof. Jun ZhuMantelcellymfoom (MCL) is een ongeneeslijke maligniteit, met vaak hoge percentages patiënten met initiële respons maar uiteindelijk in vrijwel alle patiënten relapse. De prognose van patiënten na relapse zijn slecht, en er zijn slechts beperkte behandelopties. Een lopende multicenterstudie in China onderzoekt de werkzaamheid en veiligheid van de BTK-remmer zanubrutinib voor recidiverend of refractair (R/R) MCL. Prof. Jun Zhu (Maligniteitenziekenhuis van de Peking Universiteit, Beijing) en collega’s publiceren eerste resultaten van de studie online in Clinical Cancer Research.1

De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op 86 patiënten, met een mediane leeftijd van 60,5 jaar, en mediaan twee eerdere lijnen behandeling. De patiënten kregen oraal zanubrutinib 160 mg tweemaal daags. De mediane follow-up was 18,4 maanden. Het primaire eindpunt van de studie is centraal-beoordeelde overall response rate. Objectieve respons werd gezien in 72 patiënten (84%) en complete respons in 59 patiënten (69%). De mediane duur van respons was 19,5 maanden, en de mediane progressievrije overleving was 22,1 maanden. De twaalf-maands DOR was 78%, en de twaalf-maands PFS was 76%). Graad 3 of hoger adverse events waren neutropenie in 20% van de patiënten en longinfectie/pneumonie in 9%. Drie patiënten hadden majeure bloeding-gebeurtenissen, en er waren geen patiënten met atriumfibrilleren. Acht patiënten (9%) discontinueerden de behandeling wegens AEs.

De onderzoekers concluderen dat zanubrutinib duurzame respons induceerde in hoge percentages van patiënten met R/R MCL, en over het algemeen goed verdragen werd.

1.Song Y, Zhou K-S, Zou D et al. Treatment of patients with relapsed or refractory mantle cell lymphoma with zanubrutinib, a selective inhibitor of Bruton’s tyrosine kinase. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study in China found that the BTK inhibitor zanubrutinib induced high and durable ORR and CR rates in patients with R/R mantle cell lymphoma, and was generally well tolerated.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Invasief mammacarcinoom en ziektespecifieke mortaliteit na screening-gedetecteerd DCIS (0)
2020-05-28 11:44   ( Nieuws )
Tags:  invasve breast cancer and breast cancer mortality after screen-detected DCIS
Dr. Gurdeep MannuDe incidentie van DCIS neemt toe, met name in landen waar screeningsprogramma’s voor mammacarcinoom zijn geïntroduceerd. DCIS maakt nu ongeveer 20% uit van alle nieuwe diagnosen van screening-gedetecteerd mammacarcinoom. Een studie van de University of Oford heeft onderzocht wat het lange-termijn risico is van invasief mammacarcinoom (BC) en BC-gerelateerde mortaliteit in vrouwen met screening-gedetecteerd DCIS. Dr. Gurdeep Mannu en collega’s publiceren de studie online in BMJ.1

De studie includeerde alle 35.024 vrouwen met een DCIS-diagnose in het NHS Breast Screening Programme tussen de start van het programma in 1988 en maart 2014. Per december 2014 waren 13.606 van deze vrouwen tot vijf jaar gevolgd, 10.998 vijf tot tien jaar, 6861 tien tot vijftien jaar, 2620 vijftien tot twintig jaar, en 939 langer dan twintig jaar.

Onder deze vrouwen waren 2076 die invasief BC ontwikkelden, overeenkomend met een incidentie van 8,82 (95%-bti 8,45-9,21) per 1000 vrouwen per jaar; meer dan het dubbele van wat werd verwacht onder vrouwen in de algemene bevolking (observed to expected ratio 2,52; 95%-bti 2,41-2,63). De toename begon in het tweede jaar na de DCIS-diagnose, en hield aan tot het eind van de follow-up. In dezelfde groep vrouwen overleden 310 aan BC, overeenkomend met 1,26 (1,13-1,41) per 1000 vrouwen per jaar, en 70% hoger dan verwacht (o:e 1,70; 1,52-1,90). Gedurende de eerste vijf jaar na de DCIS-diagnose was de BC-mortaliteit gelijk aan die in de algemene bevolking (o:e 0,87; 0,69-1,10), maar deze ratio nam toe tot 1,98 (1,65-2,37) in de jaren vijf tot tien na de DCIS-diagnose, 2,99 (2,41-3,70) in de jaren tien tot vijftien, en 2,77 meer dan vijftien jaar na de DCIS-diagnose. Onder de 29.044 vrouwen die chirurgie ondergingen voor unilateraal DCIS hadden vrouwen met meer intensieve behandeling (mastectomie, BCS met radiotherapie, en endocriene behandeling voor ER-positieve ziekte) en vrouwen met grotere uiteindelijke chirurgische marges lagere incidentie van invasief BC.

De onderzoekers concluderen dat vrouwen met screening-gedetecteerd DCIS verhoogd risico van invasief BC en hogere BC-mortaliteit hadden dan vrouwen in de algemene bevolking gedurende tenminste twintig jaar na de DCIS-diagnose.

1.Mannu GS, Wang Z, Broggio J et al. Invasive breast cancer and breast cancer mortality after ductal carcinoma in situ in women attending for breast cancer screening in England, 1988-2014: population based observational cohort study. BMJ 2020;369:m1570

Summary: A population-based cohort study in England found that women with DCIS detected by screening, compared to women in the general population, had a higher long-term risk of invasive breast cancer and death from breast cancer during at least two decades after their DCIS diagnosis. More intensive treatment and larger final surgical margins were associated with lower risks of invasive breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)