Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 2-studie van talimogene laherperepvec plus pembrolizumab voor lokaal-gevorderd of metastatisch sarcoom (0)
2020-01-24 13:58   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced or metastatic sarcoma T-VEC plus pembrolizumab
Dr. Ciara KellyEr zijn slechts beperkte behandelopties voor patiënten met gevorderd sarcoom. Een fase 2-studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft de waarde onderzocht van de combinatie van de oncolytische immuuntherapie talimogene laherparepvec (T-VEC) plus de immuuncheckpointremmer pembrolizumab voor gevorderd sarcoom, met als onderliggende hypothese dat de combinatie zou leiden tot bevordering van de TIL-infiltratie en PD-L1 expressie, resulterend in versterking van de antitumor-activiteit. Dr. Ciara Kelly en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De studie includeerde patiënten met lokaal-gevorderd of metastatisch sarcoom na falen van tenminste één standaard systemische therapie. De patiënten kregen drie-weekse cycli met op dag één 200 mg flat dose intraveneus pembrolizumab plus T-VEC (eerste dosering ten hoogste 4 x 106plaque-forming units; volgende doseringen ten hoogste 4 x 108 PFUs) geïnjecteerd in palpabele tumor sites. Het primaire eindpunt was objective response rate (RECIST 1.1) na 24 weken.

De studie includeerde twintig patiënten (twaalf vrouw en acht mannen; mediane leeftijd 63,5 jaar; range 24-90). De mediane duur van de behandeling was 16 weken (range 7-67). Objectieve respons na 24 weken werd gezien in zes patiënten (ORR 30%; 95%-bti 12-54) waarmee voldaan werd aan het geprespecificeerde criterium voor werkzaamheid. Er was nog een patiënt met verlate respons (na 32 weken). De mediane tijd tot respons was 14,4 weken (range 6,6-31,9) en de mediane duur van de respons was 56,1 weken (range 49,4-87,0). Graad 3 treatment-related adverse events werden gezien in vier patiënten (20%). Er waren geen graad 4 of 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat T-VEC plus pembrolizumab geassocieerd was met antitumor-activiteit voor gevorderd sarcoom, met een manageable veiligheidsprofiel.

1.Kelly CM, Antonescu CR, Bowler T et al. Objective response rate among patients with locally advanced or metastatic sarcoma treated with talimogene laherparepvec in combination with pembrolizumab. A phase 2 clinical trial. JAMA Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found that the combination of talimogene laherperepvec plus pembrolizumab was associated with antitumor activity in advanced sarcoma across a range of histologic subtypes, with a manageable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vijf jaar follow-up van fase 3-studie van ruxolitinib versus beste beschikbare therapie voor polycythemia vera (0)
2020-01-24 13:00   ( Nieuws )
Tags:  RESPONSE study 5-year follow-up PV ruxolitinib
Prof. Jean-Jacques KiladjianPolycythemia vera (PV) wordt gekenmerkt door mutaties in het Janus kinase 2 (JAK2)-gen. De multinationale fase 3-studie RESPONSE heeft de werkzaamheid en veiligheid van de JAK1/2-remmer ruxolitinib voor PV onderzocht. In 2015 is gepubliceerd dat ruxolitinib vergeleken met beste beschikbare therapie (BAT) na 32 weken resulteerde in superieure werkzaamheid voor het composiet-eindpunt: controle van hematocriet, verkleining van het volume van de milt, en verbetering van PV-symptomen. Prof. Jean-Jacques Kiladjian (Hôpital Saint-Louis, Parijs) en collega’s publiceren publiceren vijf-jaars follow-up resultaten van de studie online in The Lancet Haematology.1

RESPONSE werd uitgevoerd in 109 centra in Amerika, Azië, en Europa. De studie includeerde volwassen PV-patiënten met intolerantie voor of resistentie tegen hydroxyurea. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar ruxolitinib startdosering 10 mg tweemaal daags (n=110) of BAT (n=112). BAT bestond uit hydroxyurea, interferon of peg-interferon, pipobroman, anagrelide, immuunmodulatoren, of observatie. Na de analyse van het primaire eindpunt na 32 weken behandeling kregen de patiënten crossover naar ruxolitinib aangeboden.

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane tijd sinds de PV-diagnose 8,2 jaar in de ruxolitinib-groep (IQR 3,9-12,3) en 9,3 jaar in de BAT-groep (IQR 4,9-13,8). Crossover naar ruxolitinib vond plaats in 98 van de patiënten in de BAT-groep (88%). Onder de 25 patiënten met aanvankelijke respons in de ruxolitinib-groep was progressie gezien in zes. De waarschijnlijkheid van behouden van primaire respons na vijf jaar was 74% (95%-bti 51-88). De waarschijnlijkheid van behouden van complete hematologische remissie was 55% (95%-bti 32-73). De vijf-jaars overall survival ongeacht crossover was 91,9% in de ruxolitinib-groep versus 91,0% in de BAT-groep. In de patiënten die ruxolitinib kregen was anemie het meest-gerapporteerde adverse event; de meeste gevallen waren mild of matig. Niet-hematologische AEs en tromboëmbolische gebeurtenissen waren over het algemeen minder frequent met ruxolitinib dan met BAT. Twee patiënten in de ruxolitinib-groep overleden tijdens de studie, waarvan één aan mogelijk met ruxolitinib samenhangend maag-adenocarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat ruxolitinib een veilige en werkzame lange-termijn optie is voor PV-patiënten met intolerantie voor of resistentie tegen hydroxyurea.

1.Kiladjian J-J, Zachee P, Hino M et al. Long-term efficacy and safety of ruxolitinib versus best available therapy in polycythaemia vera (RESPONSE): 5-year follow up of a phase 3 study. Lancet Haematol 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study RESPONSE found that ruxolitinib is a safe and effective long-term treatment option for patients with polycythemia vera who are resistant to or intolerant of hydroxyurea. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van ANG1005 voor mammacarcinoom met leptomeningeale carcinomatose en recidiverende hersenmetastasen (0)
2020-01-23 16:00   ( Nieuws )
Tags:  BCBM LC ANG1005
Dr. Priya KumthekarANG1005 is een nieuw taxaan-derivatief dat bestaat uit drie paclitaxelmoleculen gelinkt aan angiopep-2. ANG1005 kan de bloed-hersen en de bloed-cerebrospinale barrières doorbreken en vervolgens maligne cellen binnendringen. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft de waarde onderzocht van ANG1005 voor zwaar-voorbehandelde patiënten met recidiverende hersenmetastasen van mammacarcinoom (BCBM) al of niet met leptomeningeale carcinomatose (LC). Dr. Priya Kumthekar (Northwestern University, Chicago) en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 72 BCBM-patiënten onder wie 28 met LC. De mediane leeftijd was 47,5 jaar. De patiënten hadden gemiddeld 2,6 eerdere CNS-gerichte lijnen behandeling gekregen, en 94% was eerder met een taxaan behandeld. De patiënten kregen intraveneus ANG1005 600 mg/m2 iedere drie weken. Het veiligheidsprofiel van ANG1005 was vergelijkbaar met dat van paclitaxel, met myelosuppressie als predominante toxiciteit. Onder de voor werkzaamheid evalueerbare patiënten werd intracraniale stabiele ziekte of beter gezien in 77% en extracraniële ziekte of beter gezien in 86%. Lokale onderzoekers zagen intracraniële objectieve respons in 15% van de patiënten; volgens centrale beoordeling was de iOOR 8%. In de LC-subset had 79% van de patiënten intracraniële ziektecontrole en was de mediane overall survival 8,0 maanden (95%-bti 5,4-9,4), beter dan wat was gezien in historische controles.

De onderzoekers concluderen dat ANG1005 notabele CNS- en systemische activiteit had, met name in de LC-subset.

1.Kumthekar P, Tang S-C, Brenner AJ et al. ANG1005, a brain penetrating peptide-drug conjugate, shows activity in patients with breast cancer with leptomeningeal carcinomatosis and recurrent brain metastases. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: ANG1005 is a novel taxane derivative consisting of paclitaxel linked to angiopep-2, designed to cross the blood-brain and blood-cerebrospinal barriers. A multicenter phase 2 study in the USA found notable CNS and systemic activity of ANG1005 in heavily pretreated patients with recurrent brain metastases from breast cancer with or without leptomeningeal carcinomatosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn risico van ischemische hartziekte na adjuvante radiotherapie voor mammacarcinoom (0)
2020-01-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  adjuvant RT for breast cancer long-term IHD risk
Prof. Malin SundAdjuvante radiotherapie (RT) voor mammacarcinoom (BC) verbetert de oncologische uitkomsten maar kan geassocieerd zijn met een risico van adverse events waaronder ischemische hartziekte (IHD). Een grote studie in Zweden heeft het risico van IHD na RT voor BC geïnventariseerd. Prof. Malin Sund (Universiteit van Umeå) en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research.1

De studie includeerde alle vrouwen in drie regio’s in Zweden met een nieuwe BC-diagnose tussen begin 1992 en eind 2012 (n=60.217) en voor leeftijd gematchte vrouwen zonder BC (n=300.791). Vrouwen met bij diagnose metastatisch BC werden uit de analyse geëxcludeerd. In de analyses werd gecorrigeerd voor eerdere IHD-diagnose, comorbiditeit, en opleidingsniveau. De figuur toont de cumulatieve incidentie van IHD in verschillende groepen. In de groep van alle BC-patiënten tezamen was het IHD-risico lager dan in de groep vrouwen zonder BC (HR 0,91; 95%-bti 0,88-0,95). Het IHD-risico was het hoogst in de groep BC-patiënten die geen RT hadden gekregen. Vrouwen die RT hadden gekregen voor linkszijdig BC hadden een verhoogd risico van IHD vergeleken met vrouwen die RT hadden gekregen voor rechtszijdig BC (HR 1,18; 95%-bti 1,06-1,31).

De onderzoekers concluderen dat vrouwen die tussen 1992 en 2013 (in de era van 3DCRT) RT kregen voor linkszijdig BC een verhoogd IHD-risico hadden vergeleken met vrouwen die RT kregen voor rechtszijdig BC. De resultaten van de studie onderstrepen de behoefte aan verdere ontwikkeling van RT-technieken die stralingsdoseringen naar het hart verminderen zonder de gunstige RT-effecten te verminderen.

1.Wennstig A-K, Wadsten C, Garmo H et al. Long-term risk of ischemic heart disease after adjuvant radiotherapy in breast cancer: results from a large population-based cohort. Breast Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A population-based cohort study in Sweden found women with breast cancer (1992-2012) had a lower risk of ischemic heart disease compared to women without breast cancer (HR 0.91; 95% CI 0,88-0.95). Women given RT for left-sided BC had an increased risk of IHD compared to women given RT for right-sided BC (HR 1.18; 95% CI 1.06-1.31).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Detectie van colorectaaladenomen met real-time computer-geassisteerd systeem (0)
2020-01-23 14:00   ( Nieuws )
Tags:  ENDOANGEL system computer-assisted colorectal adenoma detection
Prof. Honggang YuDe performance van coloscopie loopt uiteen tussen endoscopisten. Chinese onderzoekers hebben een computer-geassisteerd systeem (ENDOANGEL) ontwikkeld dat real-time de colosocpie begeleidt door de terugtreksnelheid te monitoren en te attenderen op blind spots in geval van slipping van de endoscoop. Prof. Honggang Yu (Universiteit van Wuhan) en collega’s publiceren online in The Lancet Gastroenterology & Hepatology een gerandomiseerde studie van ENDOANGEL-geassisteerde versus niet-geassisteerde coloscopie.1

De studie includeerde 704 patiënten die naar het ziekenhuis van de universiteit waren verwezen voor endoscopie. Van deze patiënten werden 355 gerandomiseerd naar ENDOANGEL-geassisteerde coloscopie en 349 naar niet-geassisteerde coloscopie. Het primaire eindpunt was adenoma detection rate (ADR, percentage patiënten met tenminste één gedetecteerd adenoom). In de ITT-populatie was de ADR 16% (58 van 355) in de ENDOANGEL-groep versus 8% (27 van 349) in de controlegroep (OR 2,30; p=0,0010). In de per-protocol analyse was de ADR 17% (54 van 324) in de ENDOANGEL-groep versus 8% (26 van 318) in de controlegroep (OR 2,18; p=0,0026). Er werden geen adverse events gerapporteerd.

De onderzoekers concluderen dat het ENDANGEL-systeem geassocieerd was met significante verhoging van de ADR tijdens routinematige endoscopie.

1.Gong D, Wu L, Zhang J et al. Detection of colorectal adenomas with a real-time computer-aided system (ENDOANGEL): a randomised controlled study. Lancet Gastroenterol Hepatol 2020; epub ahead of print

Summary: Researchers in China developed ENDOANGEL, a real-time monitoring system of withdrawal speed during colonoscopy. In a randomized study the adenoma detection rate was 16% for ENDOANGEL-assisted colonoscopy versus 8% for unassisted colonoscopy (OR 2.30; p=0.0010). No adverse events were reported.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van combinatie van everolimus en octreotide voor recidiverend meningioom (0)
2020-01-23 13:00   ( Nieuws )
Tags:  CEVOREM trial recurrent meningioma everolimus plus octreotide
Dr. Thomas GraillonEr is behoefte aan nieuwe behandelingen voor agressieve meningiomen met progressie na chirurgie en radiotherapie. In meningiomen wordt sterke expressie van SSTR2A-receptoren en activering van de PI3K/Akt/mTOR-route gezien. De Franse fase 2-studie CEVOREM heeft de waarde onderzocht van de combinatie van de mTOR-remmer everolimus en de somatostatine-agonist octreotide voor recidiverend meningioom. Dr. Thomas Graillon (Hôpital La Timone, Marseille) en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

CEVOREM werd uitgevoerd in twee centra (La Timone en La Pitié-Salpêtrière, Parijs). De studie includeerde patiënten met recidiverend meningioom, die niet in aanmerking kwamen voor verdere chirurgie en radiotherapie. De patiënten kregen gedurende ten hoogste drie jaar vier-weekse cycli van intramusculair octreotide 30 mg op de eerste dag plus oraal everolimus 10 mg eenmaal daags. Het primaire eindpunt van de studie was percentage progressievrije patiënten na zes maanden (PFS6). Secundaire eindpunten waren overall survival, response rate, tumorgroeisnelheid, en veiligheid. De patiënten werden maandelijks klinisch geëvalueerd en ondergingen elke drie maanden cerebrale MRI.

CEVOREM includeerde twintig patiënten, onder wie twee met WHO graad I-tumoren, tien met graad II-tumoren, en acht met graad III-tumoren. De PFS6 onder alle patiënten was 55% (95%-bti 31,3-73,5). De zes-maands OS was 90% (65,6-97,4) en de twaalf-maands OS was 75% (50,0-88,7). Afname van de groeisnelheid met tenminste 50% na drie maanden werd gezien in 78% van de tumoren. De mediane groeisnelheid van de tumoren nam af van 16,6% per drie maanden voor inclusie tot 0,02% per drie maanden na drie maanden en tot 0,48% per drie maanden na zes maanden. Stomatitis werd gezien in elf van twintig patiënten (55%) waaronder graad 3 in drie patiënten. Eén van deze patiënten moest beide middelen discontinueren; een ander van deze patiënten moest alleen stoppen met het gebruik van everolimus.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van everolimus en octreotide geassocieerd was met klinische en radiologische activiteit voor agressief meningioom.

1.Graillon T, Sanson M, Campello C et al. Everolimus and octreotide for patients with recurrent meningioma: results from the phase II CEVOREM trial. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: The French phase 2 study CEVOREM found that the combination of everolimus and octreotide was associated with clinical and radiological activity for aggressive meningiomas.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinische aanwijzingen voor twee ziekte-entiteiten binnen squameus celcarcinoom van de borst (0)
2020-01-22 15:58   ( Nieuws )
Tags:  squamous cell carcinoma of the breast
Dr. Angélica ConversanoSquameus celcarcinoom (SCC) van de borst is een zeldzame entiteit van mammacarcinoom, met een zeer slechte prognose, en een slecht-gedefinieerde pathofysiologie. Het therapeutisch management is zeer heterogeen. Er zijn aanwijzingen voor het bestaan van twee histologische entiteiten van de ziekte: zuiver SCC dichtbij de cutane oorsprong, en metaplastisch squameus mammacarcinoom (MSBC). Een studie van Institut Gustave-Roussy (Villejuif, Frankrijk) heeft klinische kenmerken van beide entiteiten onderzocht. Dr. Angélica Conversano en collega’s publiceren de studie vandaag online in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 1985 en eind 2018 werden in het ziekenhuis van Gustave-Roussy 39 patiënten behandeld voor een SCC van de borst. Vijfentwintig patiënten (64%) hadden MSBC, en veertien patiënten (36%) hadden zuiver SCC. De drie-jaars overall survival in de gehele groep van 39 patiënten was 72,3% (95%-bti 56,9-87,0) en de drie-jaars recidiefvrije overleving was 67,2% (51,2-83,2). Binnen de groep MSBC-patiënten waren OS (HR 9,5; p=0,08) en RFS (HR 11,9; p=0,002) significant slechter dan binnen de groep patiënten met zuiver SCC. Er was ook een trend van jeugdigere leeftijd en grotere lesies in de MSBC-groep.

De onderzoekers concluderen dat nadere studie van SCC van de borst vereist is om indien mogelijk het therapeutisch management aan te passen.

1.Pirot F, Chaltiel D, Ben Lakhdar A et al. Squamous cell carcinoma of the breast, are there two entities with distinct prognosis? A series of 39 patients. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Institut Gustave-Roussy (Villejuif, France) investigated clinical characteristics of two types of squamous cell carcinoma of the breast: pure SCC (14 patients since 1985) and metaplastic squameus breast cancer (25 patients since 1985). The 3-year overall survival in the MSBC group was significantly worse compared to the pure SCC group (HR 9.5; p=0.008).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Werkzaamheid van duvelisib na progressie van CLL of SLL op ofatumumab (0)
2020-01-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  DUO Crossover Extension Study CLL SLL duvelisib
Dr. Matthew DavidsDe multinationale fase 3-studie DUO randomiseerde patiënten met recidiverend of refractair CLL of SLL naar de PI3K-δ,γ remmer duvelisib of het CD20-gerichte monoklonaal antilichaam ofatumumab. In 2018 is gepubliceerd dat de mediane progressievrije overleving significant beter was met duvelisib dan met ofatumumab (13,3 maanden versus 9,9 maanden; HR 0,52; p<0,001). De ofatumumab-patiënten in de studie kregen na progressie crossover naar duvelisib aangeboden in de DUO Crossover Extension Study. Dr. Matthew Davids (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de crossover-studie nu online in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 90 patiënten met radiografisch bevestigde progressie na ofatumumab-behandeling. In DUO hadden deze patiënten op ofatumumab een objective response rate van 29% gehad, met een mediane duration of response van 10,4 maanden, en een mediane PFS van 9,4 maanden. In de crossover-studie kregen de patiënten duvelisib 25 mg tweemaal daags tot progressie of intolerantie optrad. Het primaire eindpunt van de studie was lokaal-beoordeelde ORR. Deze bedroeg 77% (69 van 90 patiënten) met een mDOR van 14,9 maanden en een mPFS van 15,9 maanden. Vergelijkbare uitkomsten werden gezien in patiënten met del(17)p en/of TP53-mutaties. De meest frequente any grade respectievelijk graad 3/4 TRAEs waren diarree (47%/23%), neutropenie (26%/23%), pyrexie (24%/4%), huidreacties (23%/4%), en trombocytopenie (10%/6%).

De onderzoekers concluderen dat duvelisib een hanteerbaar veiligheidsprofiel had en een hoge ORR met lange DOR induceerde in R/R CLL/SLL na progressie op ofatumumab.

1.Davids MS, Kuss BJ, Hillmen P et al. Efficacy and safety of duvelisib following disease progression on ofatumumab in patients with relapsed/refractory CLL or SLL in the DUO Crossover Extension Study. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: The DUO Crossover Extension Study found high response rates with good durability and a manageable safety profile of duvelisib for R/R CLL/SLL after progression on ofatumumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)