Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie van frequentie van consumptie van organische voedingsmiddelen met risico van maligniteiten (0)
2018-10-23 15:04   ( Nieuws )
Tags:  NutriNet-Santé study organic food consumption cancer risk
Dr. Emmanuelle Kesse-GuyotHet is waarschijnlijk dat organische voedingsmiddelen minder pesticiden bevatten dan conventionele voedingsmiddelen, en het is denkbaar dat de consumptie van organische voedingsmiddelen geassocieerd is met een lager risico van maligniteiten dan consumptie van conventionele voedingsmiddelen. De Franse prospectieve cohortstudie NutriNet-Santé heeft deze hypothese getoetst. Dr. Emmanuelle Kesse-Guyot (Université Paris 13) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Internal Medicine.1

In 2009 includeerde de studie 68.946 personen uit de algemene Franse bevolking (78% vrouwen, gemiddelde leeftijd bij inclusie 44,2 jaar; SD 14,5 jaar). Bij inclusie gaven de deelnemers informatie over hun frequentie (nooit, soms, of meestal) van consumptie van als organisch geëtiketteerde varianten van zestien voedingsmiddelen. Aan de hand van deze informatie berekenden de onderzoekers voor iedere deelnemer een organic food score, met een range van 0 tot 32 punten. Tijdens de follow-up, van 10 mei 2009 tot 30 november 2016, werden in het cohort 1340 incidente eerste maligniteiten gediagnostiseerd, waaronder 459 borst-, 180 prostaat-, 135 huid-, en 99 colorectaalkankers, 47 non-Hodgkin lymfomen, en 15 andere lymfomen.

Hoge organic food scores waren invers geassocieerd met het overall risico van maligniteiten (kwartiel 4 versus kwartiel 1 HR 0,75; p trend 0,001). Een vijf-punten increment van de score kwam overeen met ongeveer de helft van de interkwartiel-range. Per toename van de score met vijf punten nam het overall risico van maligniteiten af met 8% (HR 0,92; 95%-bti 0,88-0,96). De associaties werden in vrijwel alle subgroepen gezien. Onder de verschillende typen maligniteiten waren er significante associaties voor postmenopauzaal mammacarcinoom, NHL, en alle lymfomen.

De onderzoekers concluderen dat een hogere frequentie van consumptie van organische voedingsmiddelen (in Frankrijk) geassocieerd was met verlaagd risico van maligniteiten.

1.Baudry J, Assmann KE, Touvier M et al. Association of frequency of organic food consumption with cancer risk. Findings from the NutriNet-Santé prospective cohort study. JAMA Intern Med 2018; epub ahead of print

Summary: The French prospective cohort study NutriNet-Santé found that a higher frequency of organic food consumption was associated with a reduced risk of cancer (HRQ4vsQ1 0,75; p trend 0,001). The effect was seen in many subgroups. Among individual cancer sites significant associations were seen for postmenopausal breast cancer, non-Hodgkin lymphoma, and all lymphomas.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van neoadjuvant pembrolizumab voor spierinvasief blaascarcinoom (0)
2018-10-23 13:56   ( Nieuws )
Tags:  PURE-01 study MIBC
Prof. Andrea NecchiDe aanbevolen behandeling voor spierinvasief blaascarcinoom (MIBC) is radicale cystectomie (RC) met dissectie van bilaterale pelvische lymfeklieren, voorafgegaan door neoadjuvante chemotherapie in patiënten die in aanmerking komen voor behandeling met cisplatine. Ongeveer de helft van de patiënten komt echter niet in aanmerking voor cisplatine, en van de andere helft weigert een substantieel percentage chemotherapie, zodat slechts ongeveer20% van de patiënten neoadjuvante behandeling ondergaat. De Italiaanse fase 2-studie PURE-01 onderzocht de werkzaamheid en veiligheid van neoadjuvant pembrolizumab voor MIBC. Prof. Andrea Necchi (Istituto Nazionale dei Tumori, Milaan) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde vijftig patiënten met predominant urotheelcarcinoom histologie. Zevenentwintig patiënten hadden cT3-tumoren, eenentwintig hadden cT2-tumoren, en twee patiënten hadden cT2-3N1 tumoren. De patiënten kregen drie cycli pembrolizumab 200 mg iedere drie weken vooraafgaand aan RC. In één patiënt werd graad 3 transaminasetoename gezien en werd pembrolizumab gediscontinueerd. Alle patiënten ondergingen RC.

Het primaire eindpunt van de studie was pathologisch complete respons (pT0). Dit eindpunt werd bereikt in eenentwintig patiënten (42%; 95%-bti 28,2-56,8). Het secundaire eindpunt downstaging tot pT<2 werd bereikt in zevenentwintig patiënten (54%; 95%-bti 39,3-68,2). Pathologisch complete respons werd bereikt in 54,3% van de 35 patiënten met PD-L1 combined positive score van 10% of hoger versus 13,3% van de 15 patiënten met PD-L1 CPS lager dan 10%.

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvant pembrolizumab veilig was en resulteerde in pathologisch complete respons in 42% van patiënten met MIBC.

1.Necchi A, Anichini A, Raggi D et al. Pembrolizumab as neoadjuvant therapy before radical cystectomy in patients with muscle-invasive urothelial bladder carcinoma (PURE-01): an open label, single-arm, phase II study. J Clin Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: In the Italian phase 2 study PURE-01 neoadjuvant pembrolizumab resulted in pathologic complete response in 42% of patients with muscle-invasive bladder carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvant/adjuvant erlotinib versus gemcitabine plus cisplatine voor stadium IIIA-N2 NSCLC met EGFR-mutaties (0)
2018-10-23 12:54   ( Nieuws )
Tags:  non-small cell lung cancer neoadjuvant plus adjuvant erlotinib
Prof. Yi-Long WuIn eerdere studies is enig overlevingsprofijt gezien van neoadjuvante cisplatine-gebaseerde doublet chemotherapie voor stadium IIIA-N2 niet-kleincellig longcarcinoom. Prof. Yi-Long Wu (Guangdong Longkankerinstituut, Guangzhou) en collega’s van zeventien centra in China hebben een gerandomiseerde studie uitgevoerd van neoadjuvant plus adjuvant erlotinib (E) versus gemcitabine plus cisplatine (GC) voor stadium IIIA-N2 NSCLC met EGFR-mutaties. De CTONG 1103-studie is gepresenteerd op de Annual Meeting van ESMO in München.1

De studie includeerde 72 patiënten die 1:1 werden gerandomiseerd naar E of GC. Patiënten in de E-groep kregen 42 dagen neoadjuvant E, gevolgd door chirurgie en twaalf maanden adjuvant E. Patiënten in de GC-groep kregen twee cycli neoadjuvante chemotherapie gevolgd door twee cycli na complete resectie. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met complete respons. De ORR na neoadjuvant E was 54,1% (95%-bti 37,2-70,9) en de ORR na neoadjuvant GC was 34,3% (95%-bti 17,7-50,8) overeenkomend met een odds ratio van 2,26 (p=0,092).

Na neoadjuvante therapie ondergingen 31 patienten in de E-groep (83,8%) en 24 patiënten in de GC-groep (68,6%) chirurgie. Lymph node downstaging werd gezien in 13% in de E-groep versus 4,2% in de GC-groep. Majeure pathologiche respons werd gezien in 3 van 28 patiënten in de E-groep (10,7%) versus geen van 22 patiënten in de GC-groep. De mediane PFS was significant langer met E dan met GC (21,5 maanden versus 11,9 maanden; HR 0,42; p=0,003). De overall survival resultaten zijn nog niet matuur. De incidentie van graad 3 of 4 toxiciteiten was 0% met G versus 29,4% met GC.

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvant plus adjuvant erlotinib vergeleken met gemcitabine plus cisplatine voor stadium IIIA-N2 NSCLC met EGFR-mutaties resulteerde in betere ORR en significant langere PFS.

1.Zhong W-Z et al. ESMO Annual Meeting 2018, abstr. LBA48_PR

Summary: The Chinese multicenter randomised study CTONG 1103 found that neoadjuvant plus adjuvant erlotinib compared with gemcitabine plus cisplatin improved ORR and prolonged PFS in patients with stage IIIA-N2 NSCLC with EGFR mutations.

(for the abstract: go to http://212.114.167.162/slidecenter/esmo2018/attendee/confcal/session/calendar and search for lba48_pr)


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vier-jaars follow-up van nivolumab plus ipilimumab of alleen nivolumab versus ipilimumab voor gevorderd melanoom (0)
2018-10-23 11:50   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 067 advanced melanoma
Dr. Stephen HodiDe multinationale fase 3-studie CheckMate 067 randomiseerde patiënten met gevorderd (stadium III of IV) melanoom 1:1:1 naar eerstelijns nivolumab plus ipilimumab, alleen nivolumab, of alleen ipilimumab. Eerder is gepubliceerd dat objectieve respons, progressievrije overleving, en overall survival significant beter waren in de combinatiegroep en de alleen-nivolumabgroep vergeleken met de alleen-ipilimumabgroep. Dr. Stephen Hodi (Dana Farber Cancer Institute, Boston MA) presenteerde op de Annual Meeting van ESMO in München resultaten van de studie na vier-jaar follow-up. De follow-up analyse is ook online gepubliceerd in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten met eerder-behandeld, niet-resectabel, gevorderd melanoom met bekende BRAFV600-mutatiestatus, en een ECOG performance status 0 of 1. Patiënten in de combinatiegroep (n=314) kregen intraveneus nivolumab 1 mg/kg plus ipilimumab 3 mg/kg iedere drie weken voor vier doses gevolgd door nivolumab 3 mg/kg iedere twee weken. Patiënten in de alleen-nivolumabgroep (n=316) kregen nivolumab 3 mg/kg iedere twee weken plus placebo. Patiënten in de alleen-ipilimumabgroep (n=315) kregen ipilimumab 3 mg/kg iedere dire weken voor vier doses plus placebo. Randomisatie was gestratificeerd naar PD-L1 status, BRAF-mutatiestatus, en metastasestadium. Patiënten en onderzoekers waren geblindeerd voor de gebruikte medicatie.

De mediane follow-up was 46,9 maanden in de combinatiegroep; 36,0 maanden in de alleen-nivolumabgroep; en 18,6 maanden in de alleen-ipilimumabgroep. Tenminste 48 maanden na inclusie van de laatste patiënt was de mediane OS niet bereikt (95%-bti 38,2 maanden tot niet bereikt) in de combinatiegroep; 36,9 maanden (95%-bti 28,3 tot niet bereikt) in de alleen-nivolumabgroep; en 19,9 maanden (95%-bti 16,9-24,6) in de alleen-ipilimumabgroep. De mediane PFS was 11,5 maanden met de combinatie; 6,9 maanden met alleen nivolumab; en 2,9 maanden met alleen ipilimumab. De overlijdens-HR voor de combinatie versus alleen ipilimumab was 0,54 (p<0,0001) en voor alleen nivolumab versus alleen ipilimumab 0,65 (p<0,0001), en de corresponderende PFS-HRs waren 0,42 (p<0,0001) en 0,53 (p<0,0001). Graad 3 adverse events waren diarree en colitis, de meest-gerapporteerde graad 4 AE was verhoogd lipase, en er waren vier graad 5 AEs: twee in de combinatiegroep (cardiomyopathie en levernecrose), één in de nivolumabgroep (neutropenie) en één in de ipilimumabgroep (colonperforatie).

De onderzoekers concluderen dat nivolumab plus ipilimumab of alleen nivolumab vergeleken met alleen ipilimumab resulteert in duurzaam overlevingsprofijt voor patiënten met gevorderd melanoom.

1.Hodi FS, Chiarion-Seleni V, Gonzalez R et al. Nivolumab plus ipilimumab or nivolumab alone versus ipilimumab alone in advanced melanoma (CheckMate 067): 4-year outcones of a multicentre, randomised, phase 3 trial. Lancet Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of the phase 3 study CheckMate 067 after 4 years of follow-up shows that in patients with advanced melanoma a sustained survival benefit can be achieved with first-line nivolumab plus ipilimumab of with nivolumab alone compared with ipilimumab alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Definitieve radiotherapie met concurrent cisplatine versus cetuximab voor stadium III-IVb HNSCC (0)
2018-10-22 14:54   ( Nieuws )
Tags:  HNSCC RT cisplatin cetuximab
Dr. Joshua BaumlToevoeging van cisplatine of cetuximab aan definitieve radiotherapie voor HNSCC verbetert de uitkomsten in vergelijking met alleen RT, maar er zijn niet veel gegevens over de relatieve werkzaamheid van cisplatine en cetuximab. Dr. Joshua Bauml (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s hebben een analyse van de impact van beide behandelingen op de overall survival uitgevoerd. Ze publiceren hun analyse online in Cancer.1



In de Veterans Health Affairs database identificeerden de onderzoekers 4520 patiënten die tussen begin 2000 en eind 2016 radiotherapie plus hetzij cisplatine of cetuximab kregen voor stadium III-IVb HNSCC. Van deze patiënten kreeg 83% cisplatine en 17% cetuximab. De cisplatine-patiënten waren jonger (p<0,001) en hadden minder comorbiditeiten (p<0,001). In niet-gematchte analyse was cetuximab geassocieerd met inferieure OS (p<0,001). Ook na propensity score-matching was cetuximab geassocieerd met inferieure OS (1,7 jaar versus 4,1 jaar; HR 1,61; p<0,001). Deze verschillen bleven statistisch significant voor alle primaire HNSCC-subsites.

De onderzoekers concluderen dat radiotherapie met concurrent cetuximab in het niet-operatief management van stadium III-IVb HNSCC resulteerde in slechtere OS dan radiotherapie met cisplatine.

1.Bauml JM, Vinnakota R, Park Y-HA et al. Cisplatin versus cetuximab with definitive concurrent radiotherapy for head and neck squamous cell carcinoma: An analysis of veterans health affairs data. Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of Veterans Health Affairs data showed that for the nonoperative management of stage III-IVb HNSCC cisplatin with RT yields superior OS in comparison to cetuximab with RT.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties van pre- en post-diagnose voedingskwaliteit met mortaliteit onder patienten met colorectaalcarcinoom (0)
2018-10-22 13:42   ( Nieuws )
Tags:  colorectal cancer mortality diet quality
Dr. Peter CampbellIndicatoren van de kwaliteit van de voeding zijn geassocieerd met de incidentie van colorectaalcarcinoom. Het is minder duidelijk of er ook een associatie bestaat tussen voedingskwaliteit en mortaliteit onder overlevers van CRC. In het Cancer Prevention Study-II Nutrition cohort is deze associatie onderzocht. Dr. Peter Campbell (American Cancer Society, Atlanta GA) en collega’s publiceren resultaten van de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

Het CPS-II Nutrition cohort includeerde in 1992/1993 mannen en vrouwen (n=184.194) in 21 Amerikaanse staten. Bij inclusie en iedere twee jaar vanaf 1997 beantwoordden de deelnemers gevalideerde vragenlijsten over hun voedingsgewoonten. Onder de deelnemers waren er 2801 die bij inclusie vrij waren van maligniteiten maar tijdens de follow-up CRC ontwikkelden. Informatie over prediagnose voedingsgewoonten was beschikbaar voor 2671 deelnemers, en informatie over postdiagnose voedingsgewoonten voor 1321. Van deze beide groepen overleden tijdens de follow-up 1414 respectievelijk 722 deelnemers. De kwaliteit van de voeding werd bepaald aan de hand van de concordantie van de (zelf-gerapporteerde) voedingsgewoonten met het Dietary Approaches to Stop Hypertension (DASH) voedingspatroon, de American Cancer Society voedingsrichtlijnen (ACS-score), en het prudent en het Western dietary pattern.

Vergelijking van groepen met extreme scores liet zien dat prediagnose ACS-score invers geassocieerd was met all-cause mortaliteit (HRhigh versus low 0,78; 95%-bti 0,65-0,95) en CRC-specifieke mortaliteit (0,74; 0,54-1,03), terwijl de score voor het Western voedingspatroon geassocieerd was met hogere all-cause mortaliteit (1,30; 1,03-1,64). Voor de postdiagnose voeding was de ACS-score geassocieerd met lager risico van all-cause mortaliteit (0,62; 0,47-0,83) en CRC-specifieke mortaliteit (0,35; 0,17-0,73), was de DASH-score invers geassocieerd met all-cause mortaliteit 0,79;0,62-0,99) en CRC-specifieke mortaliteit (0,56; 0,35-0,89), en was de prudent score invers geassocieerd met all-cause mortaliteit (0,72;0,56-0,93). Onder deelnemers met lage voedingskwaliteit voor de diagnose was verbetering van de DASH-score (HR 0,54; 95%-bti 0,31-0,92) en van de prudent score (HR 0,53; 95%-bti 0,29-0,95) na de diagnose invers geassocieerd met CRC-specifieke mortaliteit.

De onderzoekers concluderen dat voedingspatronen met hoge consumptie van plantaardige voedingsmiddelen en lage consumptie van dierlijke producten zowel voor als na een CRC-diagnose geassocieerd met langere overleving.

1.Guinter MA, McCullough ML, Gapstur SM, Campbell PT. Associations of pre- and postdiagnosis diet quality with risk of mortality among men and women with colorectal cancer. J Clin Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: The Cancer Prevention Study-II Nutrition found that dietary patterns reflective of high intakes of plant foods and low intakes of animal products before and after CRC diagnosis were associated with longer survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Olaparib-onderhoudstherapie na chirurgie en chemotherapie voor nieuw-gediagnostiseerd gevorderd ovariumcarcinoom (0)
2018-10-22 12:50   ( Nieuws )
Tags:  ovarian cancer olaparib maintenance SOLO1 study
Dr. Kathleen MooreDe standaardbehandeling voor nieuw-gediagnostiseerd ovariumcarcinoom is cytoreductieve chirurgie (CRS) en platina-gebaseerde chemotherapie. In de meerderheid van de patiënten zijn er na deze behandeling geen aanwijzingen van ziekte, maar in ongeveer 70% heeft komt de ziekte binnen drie jaar terug. Recidiverend ovariumcarcinoom is gewoonlijk incurabel. De multinationale fase 3-studie SOLO1 onderzocht de waarde van onderhoudsbehandeling met de PARP-remmer olaparib na respons op chemotherapie voor nieuw-gediagnostiseerd gevorderd ovariumcarcinoom in vrouwen met een BRCA1/2-mutatie. Dr. Kathleen Moore (University of Oklahoma) presenteerde de studie op de ESMO Annual Meeting in München. De studie is ook online gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.1

De studie werd uitgevoerd in vijftien landen waaronder Nederland. Deelneemsters waren vrouwen met nieuw-diagnosteerd stadium III of IV hooggradig sereus of endometrioïd ovarium-, primair peritoneaal, of oviductcarcinoom (of een combinatie daarvan) met een mutatie in BRCA1, BRCA2, of beide, na complete of partiële klinische respons op platina-gebaseerde chemotherapie. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar olaparib-tabletten (300 mg tweemaal daags; n=260) of placebo (n=130). Er waren 388 patiënten met een kiemlijn BRCA1/2-mutatie en twee met somatische BRCA1/2-mutatie (centraal bevestigd).

Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving. De figuur toont de lokaal-beoordeelde (panel A) en de centraal-beoordeelde (panel B) PFS. Na mediaan 41 maanden follow-up was het risico van progressie of overlijden 70% lager met olaparib dan met placebo. De drie-jaars PFS was 60% versus 27% (HR 0,30; p<0,001). Adverse events waren consistent met bekende toxische effecten van olaparib.

De onderzoekers concluderen dat onder vrouwen met nieuw-gediagnostiseerd gevorderd ovariumcarcinoom en een BRCA1/2-mutatie olaparib onderhoudsbehandeling vergeleken met placebo resulteerde in 70% lager risico van progressie of overlijden.

1.Moore K, Colombo N, Scambia G et al. Maitenance olaparib in patients with newly diagnosed advanced ovarian cancer. N Engl J Med 2018; epub ahead pf print

Summary: The international phase 3 study SOLO1 randomised women with newly diagnosed advanced ovarian cancer and a BRCA1/2-mutation after response on platinum-based chemotherapy to olaparib maintenance or placebo. The risk of progression or death was 70% lower with olaparib than with placebo.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Radiotherapie naar de primaire tumor voor nieuw-gediagnostiseerd metastatisch prostaatcarcinoom (0)
2018-10-22 11:47   ( Nieuws )
Tags:  STAMPEDE study metastatic prostate cancer
Patiënten met metastatische maligniteiten krijgen gewoonlijk systemische therapie, terwijl lokale therapie, indien gewenst, in de meeste gevallen alleen wordt toegepast voor palliatie van symptomen. Er zijn echter enige aanwijzingen dat lokale therapie kan leiden tot betere overleving van metastatische maligniteiten. In de fase 3-studie STAMPEDE (‘Systemic Therapy for Advanced or Metastatic Prostate Cancer: Evaluation of Drug Efficacy’) is de hypothese onderzocht dat radiotherapie naar de prostaat zou leiden tot betere overall survival in mannen met metastatisch prostaatcarcinoom. Dr. Christopher Parker (Royal Marsden Hospital, Londen UK) presenteert de studie vandaag op de Annual Meeting van ESMO in München. De studie is ook online gepubliceerd in The Lancet.1

De studie is uitgevoerd in 117 centra in het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. Deelnemers waren patiënten met nieuw-gediagnostiseerd metastatisch prostaatcarcinoom. De mediane leeftijd was 68 jaar en het mediane PSA-niveau was 97 ng/ml. Alle deelnemers kregen levenslange androgeendeprivatietherapie. Ze werden 1:1 gerandomiseerd naar standaardzorg (n=1029) of radiotherapie naar de prostaat (n=1032; 55 Gy in twintig fracties over vier weken of 36 Gy in zes fracties over zes weken). De randomisatie was gestratificeerd naar ziekenhuis, leeftijd, nodale betrokkenheid, WHO performance status, docetaxelgebruik, en aspirine- of NSAID-gebruik. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival.

De mediane follow-up was 37 maanden (IQR 24-48). De figuur laat de belangrijkste uitkomsten van de studie zien. De mediane OS was 48 maanden in de radiotherapiegroep versus 46 maanden in de controlegroep (HR 0,92; p=0,266). In de radiotherapiegroep overleden 370 patiënten; in de controlegroep 391. De drie-jaars OS was 65% versus 62%. In de radiotherapiegroep was de failure-free survival wel significant beter dan in de controlegroep (HR 0,76; p<0,0001). De radiotherapie werd goed verdragen, met adverse events in 5% van de patiënten tijdens de radiotherapie en 4% na de radiotherapie. Het percentage patiënten met tenminste één graad 3 of hoger adverse event was 39% in de radiotherapiegroep en 38% in de controlegroep.

De onderzoekers concluderen dat radiotherapie naar de prostaat niet resulteerde in verbetering van de OS in niet-geselecteerde patiënten met nieuw-gediagnostiseerd metastatisch prostaatcarcinoom.

1.Parker CC, James ND, Brawley CD et al. Radiotherapy to the primary tumour for newly diagnosed, metastatic prostate cancer (STAMPEDE): a randomised controlled phase 3 trial. Lancet 2018; epub ahead of print

Summary: Adding local therapy to systemic therapy might improve survival of patients with metastatic cancers. However, in the phase 3 study STAMPEDE radiotherapy to the prostate did not improve overall survival for unselected patients with newly diagnosed metastatic prostate cancer, although radiotherapy did improve the failure-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)