Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Sequencing van ctDNA voor vroege detectie van relapse en monitoring van therapiewerkzaamheid in urotheliaal blaascarcinoom (0)
2019-05-07 11:33   ( Nieuws )
Tags:  urothelial bladder carcinoma sequencing plasma cell-free DNA
Prof. Lars DyrskjøtGelokaliseerd spierinvasief blaascarcinoom (MIBC) wordt behandeld met radicale cystectomie, maar in 20% van de patiënten met bij chirurgie kliernegatieve ziekte en 80% van de patiënten met klierpositieve ziekte wordt metastatisch recidief gezien. Detectie van recidief, en monitoring van respons op behandeling in de metastatische setting, geschiedt standaard met CT. Een studie in Denemarken heeft de waarde onderzocht van sequencing van celvrij circulerend DNA voor vroege detectie van recidief van MIBC en monitoring van werkzaamheid van therapie. Prof. Lars Dyrskjøt (Universiteit van Aarhus) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 68 patiënten die tussen begin 2013 en eind 2017 in het ziekenhuis van de universiteit van Aarhus neoadjuvante chemotherapie kregen voor gelokaliseerd gevorderd MIBC. In tumormonsters bepaalden de onderzoekers patiënt-specifieke somatische mutaties. De patiënten stonden bloedmonsters af (n=656) voor iedere chemotherapiecyclus, en voor en na cystectomie, en gedurende de surveillance. De mediane follow-up was 21 maanden na de cystectomie. Tijdens de follow-up werd metastatisch recidief gezien in dertien van 64 patiënten met beschikbare recidief-evaluatie (20%).

Recidief werd gezien in elf van 24 patiënten met bij diagnose detecteerbaar ctDNA versus één van 35 patiënten zonder bij diagnose detecteerbaar ctDNA (HR 29,1; p=0,001). Aan de hand van de patiënt-specifieke somatische mutaties in circulerend celvrij DNA werd tijdens de follow-up metastatisch recidief geïdentificeerd in alle patiënten met recidief (100% sensitiviteit, 98% specificiteit), mediaan 96 dagen voor recidief werd gezien met radiografisch imaging. In hoog-risico patiënten (ctDNA-positief voor of tijdens de behandeling) was de dynamiek van ctDNA tijdens de chemotherapie geassocieerd met recidief (p=0,023), waar pathologisch downstaging dat niet was.

De onderzoekers concluderen dat ctDNA-analyse vergeleken met huidige standaardmethoden meer geschikt is voor vroege risicostratificatie, monitoring van respons op therapie, en vroege detectie van recidief in MIBC-patiënten.

1.Christensen E, Birkenkamp-Demtröder K. Sethi H et al. Early detection of metastatic relapse and monitoring of therapeutic efficacy by ultradeep sequencing of plasma cell-free DNA in patients with urothelial bladder carcinoma. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A study in Denmark found that ultra-deep sequencing of circulating cell-free DNA of patients with MIBC can result in early risk stratification and early detection of metastatic relapse (100% sensitivity, 98% specificity, median lead time over radiographic imaging 96 days).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van cardiorespiratoire fitheid op incidentie en mortaliteit van long- en colorectaalcarcinoom (0)
2019-05-06 14:58   ( Nieuws )
Tags:  FIT cohort cardiorespiratory fitness lung and colorectal cancer
Dr. Catherine Handy MarshallEr is geen duidelijkheid over de relatie tussen cardiorespiratoire fitheid (CRF) en de incidentie en uitkomsten van maligniteiten van long en colorectum. Een retrospectieve cohortstudie van patiënten van het Henry Ford Health System in Detroit (MI) heeft deze relatie onderzocht. Dr. Catherine Handy Marshall (Johns Hopkins School of Medicine, Baltimore MD) en collega’s publiceren de studie vandaag online in Cancer.1

De FIT-studie includeerde 49.143 achtereenvolgende maligniteit-vrije patiënten die tussen begin 1991 en eind 2009 door een behandelaar werden verwezen voor exercise stress testing. De leeftijd van de patiënten lag tussen veertig en zeventig jaar (gemiddeld 54 ± 8); 46% waren vrouwen; 64% waren blank, 29% zwart, en 7% overig of onbekend. De CRF werd uitgedrukt in METs. De mediane follow-up was 7,7 jaar.

Na correctie voor leeftijd, ras, geslacht, BMI, rookgeschiedenis en diabetes was het risico van een diagnose longcarcinoom in de hoogste CRF-categorie (METs≥12) 77% lager dan in de referentiecategorie (METs lager dan 6): HR 0,23; 95%-bti 0,14-0,36. Na additionele correctie voor gebruik van aspirine en statines was ook het risico van een diagnose colorectaalcarcinoom lager in de hoogste CRF-categorie dan in de referentiecategorie (HR 0,39; 95%-bti 0,23-0,66). Na een diagnose long- of colorectaalcarcinoom was de all-cause mortaliteit in de groep met de hoogste CRF 44% respectievelijk 89% lager dan in de groep met de referentie-CRF (HR 0,56; 95%-bti 0,32-1,00; en HR 0,11; 95%-bti 0,03-0,37).

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat hogere CRF geassocieerd is met lager risico van incident long- en colorectaalcarcinoom, en met lagere all-cause mortaliteit na een diagnose long- of colorectaalcarcinoom.

1.Handy Marshall C, Al-Mallah MH, Dardari Z et al. Cardiorespiratory fitness and incident lung and colorectal cancer in men and women: results from the Henry Ford Exercise Testing (FIT) cohort. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the FIT cohort of patients of the Henry Ford Health System (Detroit, MI) found that higher cardiorespiratory fitness was associated with a lower risk of incident lung and colorectal cancer, and with a lower risk of all-cause mortality after a diagnosis of lung or colorectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Wekelijks carfilzomib, gecombineerd met melfalan en prednison, voor NDMM in oudere patiënten (0)
2019-05-06 13:58   ( Nieuws )
Tags:  newly diagnosed transplant-ineligible multiple myeloma weekly KMP
Carfilzomib is een nieuwe-generatie proteasoomremmer. De Carmysap-studie heeft activiteit voor nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM) laten zien van KMP (carfilzomib, melfalan, prednison) tweemaal per week. Toediening eens per week zou de mogelijkheid van een hogere dosering van carfilzomib kunnen bieden. Een multicenter fase 1-studie in Frankrijk heeft werkzaamheid en veiligheid onderzocht van wekelijks KMP voor NDMM in oudere patiënten, die niet in aanmerking kwamen voor transplantatie. Prof. Xavier Leleu (Academisch Ziekenhuis Poitiers) en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 30 patiënten, die werden behandeld met negen 35-daagse inductiecycli van intraveneus carfilzomib in uiteenlopende doseringen op dagen één, acht, vijftien en tweeëntwintig, in combinatie met melfalan en prednison, gevolgd door carfilzomib-onderhoudsbehandeling gedurende een jaar. Doseringslimiterende toxiciteiten waren lymfopenie, lysis-syndroom, cardiale insufficiëntie, febriele neutropenie, braken, en verhoogde leverenzymen. De hoogst-verdragen dosering van carfilzomib was 70 mg/m2. Overall respons werd gezien in 93,3% van de patiënten, onder wie 46,6% met complete respons.

De onderzoekers concluderen dat wekelijkse toediening een dosering van carfilzomib 70 mg/m2 mogelijk maakt, resulterend in een opmerkelijk hoog percentage patiënten met respons en complete respons.

1.Leleu X, Fouquet G, Richez V et al. Carfilzomib weekly plus melphalan and prednisone in newly diagnosed transplant-ineligible multiple myeloma (IFM 2012-03). Clin Cancer Res 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1 study in France evaluated weekly carfilzomib, combined with melphalan and prednisone, for newly diagnosed multiple myeloma in patients ineligible for transplantation. The safety profile was acceptable. The overall response rate was 93.3%, including 46.6% complete response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cholecystitis na immuuncheckpointremmerbehandeling voor maligniteiten (0)
2019-05-06 12:39   ( Nieuws )
Tags:  ICI treatment cholecystitis
Dr. Yinghong WangImmuuncheckpointremmers (ICIs) vormen een veelbelovende nieuwe klasse middelen voor de behandeling van maligniteiten, maar zijn geassocieerd met risico van immuun-gemedieerde adverse events die de behandeling kunnen compliceren. Een studie van Baylor College of Medicine en MD Anderson Cancer Center, beide in Houston (TX) onderzocht het voorkomen van ICI-gerelateerde cholecystitis in patiënten met maligniteiten. Patiënten met geschiedenis van chronische cholecystitis werden uit de analyses geëxcludeerd. Dr. Yinghong Wang (Baylor) en collega’s publiceren de studie online in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1




Van de 35.679 patiënten die tussen begin 2010 en eind 2018 voor een maligniteit werden behandeld kregen 4253 een ICI. Onder de ICI-behandelde patiënten werd cholecystitis gezien in 25 (0,6%), onder de niet-ICI behandelde patiënten in 72 (0,2%; p<0,001). Onder de 25 patiënten was de mediane tijd tussen start van de ICI en de diagnose ICI-gerelateerde cholecystitis 6 maanden (range 0,1-31). Anti-CTLA4 behandeling was geassocieerd met hoger risico van cholecystitis dan anti-PD1/L1 behandeling (p=0,006). Vijf van de patiënten kregen steroïden voor cholecystitis. De overleving van deze patiënten was slechter dan die van de twintig patiënten die geen steroïden kregen.

De onderzoekers concluderen dat ICI-behandeling voor maligniteiten in een minderheid van de patiënten kan resulteren in cholecystitis. De werkzaamheid van steroïden voor de behandeling van ICI-gerelateerde cholecystitis is onduidelijk.

1.Abu-Sbeih H, Nguyen Tran C, Ge PS et al. Case series of cancer patients who developed cholecystitis related to immune checkpoint inhibitor treatment. J ImmunoTher Cancer 2019;7:118

Summary: A study at Baylor College of Medicine and MD Anderson Cancer Center (both in Houston) found cholecystitis in 0.6% of ICI treated cancer patients versus 0.2% non-ICI treated cancer patients (p<0.001). Anti-CTLA-4 treatment was associated with higher risk of cholecystitis than anti-PD-1/L1 treatment (p=0.006). The efficacy of steroids for the treatment of ICI-related cholecystitis is unclear.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Factoren met invloed op PD-L1 expressie van tumorcellen in gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2019-05-06 12:05   ( Nieuws )
Tags:  advanced NSCLC determinants of tumor cell PD-L1 expression
Dr. Jill WalkerDe mate van expressie van PD-L1 door tumorcellen kan van belang zijn voor de keus van de behandeling. Een analyse onder patiënten die gescreend werden voor de ATLANTIC-studie (durvalumab als derde of latere lijn voor gevorderd NSCLC) heeft factoren onderzocht met impact op deze expressie. Dr. Jill Walker (AstraZeneca, Cambridge UK) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Thoracic Oncology.1

Voor inclusie in de studie werden 1590 patiënten gescreend. De PD-L1 expressie door de tumorcellen werd bepaald in een recent verkregen (minder dan drie maanden voor de bepaling) of een gearchiveerd (drie maanden tot drie jaar voor de bepaling) tumormonster, het zij voor of na tenminste twee lijnen behandeling. Er waren 123 patiënten met zowel recent verkregen als gearchiveerde monsters.

In monsters van 517 patiënten (32,5%) werd expressie door tenminste 25% van de cellen gezien. De prevalentie van TC≥25% was hoger in rokers dan in niet-rokers (p=0,0005) en hoger in patiënten met EGFR-mutatienegatieve dan EGFR-mutatiepositieve tumoren (p=0,0002). De prevalentie van TC≥25% was hoger in recent-verkregen metastatische versus primaire tumoren (p=0,005) en hoger in recent-verkregen dan in gearchiveerde monsters (p=0,039). Chemotherapie of radiotherapie, maar niet TKI-behandeling) was geassocieerd met significant verhoogde TC≥25%. PD-L1 status (met TC≥25% als afsnijwaarde) bleef onveranderd in 74,0% van de patiënten met zowel gearchiveerde als recent-verkregen monsters. In de overige 26% was de PD-L1 status vaker verhoogd dan verlaagd in de loop van de tijd of met behandeling tussen beide monsternames.

De onderzoekers concluderen dat de analyse verscheiden factoren heeft geïdentificeerd die impact hebben op de expressie van PD-L1 in gevorderd NSCLC.

1.Boothman A-M, Scott M, Ratcliffe M et al. Impact of patient characteristics, prior therapy, and sample type on tumor cell PD-L1 expression in patients with advanced NSCLC screened for the ATLANTIC study. J Thor Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis among patients screened for the ATLANTIC study found several factors with impact on the PD-L1 expression by advanced NSCLC tumor cells; among these factors were smoking, EFGR mutation status, time between sample collection and PD-L1 assessment, and intervening treatment. Fresh biopsy may provide more accurate assessment of current tumor PD-L1 expression, especially if the patient has received intervening therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van guadecitabine voor intermediair- of hoog-risico myelodysplastische syndromen (0)
2019-05-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  MDS guadecitabine
Prof. Guillermo Garcia-ManeroEr is behoefte aan meer-effectieve hypomethylerende middelen voor de behandeling van myelodysplastische syndromen. Guadecitabine in een volgende-generatie hypomethylerend middel, waarvan de actieve metaboliet decitabine een langere in-vivo blootstellingstijd heeft dan intraveneus decitabine. Een fase 1/2-studie in veertien centra in de Verenigde Staten en Canada heeft de veiligheid en werkzaamheid van guadecitabine voor MDS onderzocht. Prof. Guillermo Garcia-Manero (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren fase 2-resultaten van de studie online in The Lancet Haematology.1

Het fase 2-gedeelte van de studie includeerde 105 patiënten met intermediair- of hoog-risico MDS of CMLen een ECOG performance status van 0, 1 of 2. Ze werden 1:1 gerandomiseerd naar subcutaan guadecitabine 60 mg/m2 op dagen één tot en met vijf van vier-weekse cycli (n=55; 28 patiënten waren hypomethylator-naïef en 27 hadden recidiverende of refractaire ziekte na eerdere hypomethylator-behandeling) of subcutaan 90 mg/m2 op dagen één tot en met vijf van vier-weekse cycli (n=50; 23 naïef en 27 R/R). Drie patiënten kregen niet de toegewezen studiebehandeling en werden uit de analyses geëxcludeerd. Het primaire eindpunt van de studie was overall response (composiet van complete, partiële, en beenmerg-complete respons, en hematologische verbetering).

De mediane follow-up was 3,2 jaar (IQR 2,8-3,5). Respons werd gezien in 40% van de patiënten in de 60 mg/m2-groep en 55% van de patiënten in de 90 mg/m2-groep (p=0,16). In de groep patiënten met hypomethylator-naïeve ziekte had 51% respons en in de groep met R/R-ziekte had 43% respons. Zeven patiënten overleden, onder wie twee aan met de behandeling samenhangende adverse events. Graad 3 en 4 AEs waren trombocytopenie, neutropenie, anemie, febriele neutropenie, en pneumonie.

De onderzoekers concluderen dat guadecitabine klinische actief was met acceptabele tolerabiliteit in patiënten met intermediair- en hoog-risico MDS, inclusief patiënten die eerder met hypomethylerende middelen behandeld waren.

1.Garcia-Manero G, Roboz G, Walsh K et al. Guadecitabine (SGI-110) in patients with intermediate or high-risk myelodysplastic syndromes: phase 2 results from a multicentre, open-label, randomised, phase 1/2-trial. Lancet Haematol 2019; epub ahead of print

Summary: Phase 2 results from a multicenter phase 1/2 study show that the next-generation hypomethylating agent guadecitabine was clinically active with acceptable tolerability in patients with intermediate-risk and high-risk myelodysplastic syndromes, including patients who had relapsed after previous hypomethylating agent treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn resultaten van fase 3-studie van pembrolizumab versus chemotherapie voor gevorderd urotheelcarcinoom (0)
2019-05-05 13:29   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-045 recurrent advanced urothelial cancer pembrolizumab
Dr. Yves FradetEr is behoefte aan nieuwe tweedelijnsbehandelingen voor gevorderd urotheelcarcinoom (UC). De multinationale fase 3-studie KEYNOTE-045 randomiseerde patiënten met gevorderd UC dat recidiveerde op platina-gebaseerd chemotherapie naar pembrolizumab of chemotherapie. Een interimanalyse van de studie liet superieure uitkomsten zien in de pembrolizumab-arm. Dr. Yves Fradet (Université Laval, Québec City, Canada) en collega’s publiceren lange-termijn uitkomsten van de studie online in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 542 patiënten die 1:1 werden gerandomiseerd naar pembrolizumab 200 mg iedere drie weken (n=270) of investigator’s choice uit paclitaxel, docetaxel, of vinflunine (n=272). Primaire eindpunten waren overall survival en progressievrije overleving. De mediane follow-up op het moment van de nu gepubliceerde analyse was 27,7 maanden. De mediane één en twee-jaars OS waren 44,2% en 26,9% met pembrolizumab versus 29,8% en 14,3% met chemotherapie. Ook de één- en twee-jaars PFS was hoger met pembrolizumab dan met chemotherapie. ORR was 21,1% met pembrolizumab versus 11,0% met chemotherapie. De mediane duur van respons was niet-bereikt met pembrolizumab versus 4,4 maanden met chemotherapie. Any grade treatment-related adverse events (62,0% versus 90,6%) en graad 3 of hoger TRAEs (16,5% versus 50,2%) waren minder frequent met pembrolizumab dan met chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat de lange-termijn analyse van de studie bevestigt dat pembrolizumab vergeleken met chemotherapie resulteerde in betere uitkomsten van lokaal-gevorderd of metastatisch platina-refractair UC.

1.Fradet Y, Bellmunt J, Vaughn DJ et al. Randomized phase III KEYNOTE-045 trial of pembrolizumab versus paclitaxel, docetaxel, or vinflunine in recurrent advanced urothelial cancer: results of > 2 years of follow-up. Ann Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: Long-term results of the phase 3 study KEYNOTE-045 showed superiority of pembrolizumab over chemotherapy for efficacy and safety in patients with locally advanced or metastatic, platinum-refractory urothelial cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van HIV-infectie op stadium bij diagnose en overleving van maligniteiten (0)
2019-05-05 11:58   ( Nieuws )
Tags:  HIV infection stage at cancer diagnosis mortality
Dr. Anna CoghillHIV-geïnfecteerde personen (people living with HIV, PLWH) hebben een verhoogd risico van de ontwikkeling van verscheidene typen maligniteiten, maar het is niet bekend wat de impact is van HIV op progressie van de maligniteit en op mortaliteit. Een analyse van de National Cancer Database heeft deze onderwerpen onderzocht. Dr. Anna Coghill (Moffitt Cancer Center, Tampa FL) en collega’s publiceren de analyse online in Cancer.1

In de NCDB (2004-2014) identificeerden de onderzoekers 14.453 PLWH en 6.368.126 niet-HIV geïnfecteerde patiënten, beide groepen met een diagnose van een maligniteit van mondholte, maag, colorectum, anus, lever, pancreas, long, borst (vrouwen), cervix, prostaat, blaas, nier, en schildklier, en melanoom. De patiënten in de PLWH-groep hadden een hogere waarschijnlijkheid niet verzekerd te zijn (5.0% versus 3,3%; p<0,001) en een lagere waarschijnlijkheid van particuliere verzekering (25,4% versus 44,7%; p<0,001). In analyses gecorrigeerd voor type gezondheidszorgcentrum en type verzekering hadden patiënten in de PLWH-groep een hogere waarschijnlijkheid van gevorderd-stadium ziekte bij diagnose van melanoom en maligniteiten van mondholte, lever, borst, prostaat, en schildklier (ORs voor stadium IV versus stadium I uiteenlopend van 1,24 tot 2,06). Voor dertien van de veertien geëvalueerde typen maligniteiten hadden PLWH met stadium I tot en met III ziekte verhoogde mortaliteit, met HRs uiteenlopend van 1,20 (95%-bti 1,14-1,26) voor longmaligniteit tot 2,93 (95%-bti 2,08-4,13) voor schildkliermaligniteit.

De onderzoekers concluderen dat, onder patiënten met maligniteiten, PLWH een verhoogd risico van gevorderd stadium bij diagnose en hogere mortaliteit hadden, ook na correctie voor gezondheidszorg-gerelateerde factoren.

1.Coghill AE, Han X, Suneja G et al. Advanced stage at diagnosis and elevated mortality among US patients with cancer infected with HIV in the National Cancer Data Base. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database found that, among cancer patients, people living with HIV were more likely to be diagnosed with advanced-stage cancers and to experience elevated mortality , even after accounting for health care-related factors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)