Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Wereldwijde effecten van de COVID-19 pandemie op zorg voor pediatrische maligniteiten (0)
2021-03-04 13:00   ( Nieuws )
Tags:  global pediatric cancer care impact of COVID-19 pandemic
Dr. Daniel MoreiraRecente studies hebben geen hoge mortaliteit vanwege COVID-19 onder kinderen met maligniteiten laten zien, maar de pandemie heeft wel impact op de zorg voor patiënten met pediatrische maligniteiten. Een cross-sectionele studie heeft de effecten van de pandemie op de wereldwijde zorg voor deze patiënten geïnventariseerd. Dr. Daniel Moreira (St. Jude Children’s Research Hospital (Memphis TN) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Child & Adolescent Health.1

De onderzoekers verspreidden een survey met 60 voor het onderwerp relevante vragen onder professionals op alle gebieden van pediatrische oncologie. De studie includeerde responsen van 311 professionals in 213 centra in 79 landen. Per centrum werden mediaan twee (range 0 tot 350) COVID-19 gevallen in kinderen met maligniteiten gerapporteerd.


De figuur toont de belangrijkste uitkomsten van de studie. Vijftien centra (7%) rapporteerden complete sluiting van pediatrische hematologie-oncologie zorg gedurende mediaan 10 dagen (range 1-75). Vijf centra (2%) stopten met evalueren van gevallen van verdenking van maligniteiten, terwijl negentig (43%) van de overige centra een afname rapporteerden van nieuw-gediagnostiseerde maligniteiten onder kinderen. In 73 centra (34%) werd toename gezien van niet-beginnen of uitstel met tenminste vier weken van behandeling. Vermindering van chirurgische zorg werd gerapporteerd door 72% van de centra, tekorten aan bloedproducten door 60%, aanpassingen van chemotherapie door 57%, en onderbreking van radiotherapie door 28%. De afname van het aantal nieuwe diagnosen was niet geassocieerd met nationaal-inkomenstatus (p=0,14), maar niet-beschikbaar zijn van chemotherapeutica (p=0,022), niet-beginnen of uitstel van behandeling (p<0,0001), en onderbreken van radiotherapie (p<0,0001) waren meer frequent in low- and middle-income countries.

De onderzoekers concluderen dat de COVID-19 pandemie aanzienlijke impact heeft op de zorg voor kinderen met maligniteiten.

1.Graetz D, Agulnik A, Ranadive R et al. Global effect of the COVID-19 pandemic on paediatric cancer care: a cross-sectional study. Lancet Child Adolescent Health 2021; epub ahead of print

Summary: A worldwide cross-sectional survey among pediatric oncology providers found that the COVID-19 pandemic has considerably affected pediatric oncology services, posing substantial disruptions to cancer diagnosis and management, particularly in low-income and middle-income countries.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends in prognose van patiënten met hersenmetastase van melanoom (0)
2021-03-03 16:00   ( Nieuws )
Tags:  melanoma brain metastasis prognosis
Dr. Nelson MossTot een decennium geleden hadden patiënten met hersenmetastase van melanoom (MBM) een levensverwachting van vier tot zes maanden na de diagnose. Het is denkbaar dat verbeteringen in gerichte therapie en immuuntherapie hebben geleid tot verbetering van de overleving van MBM-patiënten. Een retrospectieve studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft deze veronderstelling getoetst. Dr. Nelson Moss en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde 425 patiënten met tezamen 2488 MBMs die tussen begin 2010 en eind 2019 in MSKCC behandeld werden. De mediane overall survival was 8,9 maanden (95%-bti 7,9-11,3). Patiënten met een MBM-diagnose tussen begin 2015 en eind 2019 hadden langere OS dan patiënten met een diagnose tussen begin 2010 en eind 2014 (13,0 maanden versus 7,0 maanden; p=0,0003). Factoren die in multivariabele analyse geassocieerd waren met kortere OS waren leptomeningeale disseminatie (p<0,0001), hoger aantal MBMs bij diagnose (p<0,0001), eerder kalenderjaar van diagnose (p=0,0008), hoger serum LDH (p<0,0001), immuuntherapie voorafgaand aan de MBM-diagnose (p=0,003), en aanwezigheid van extracraniële ziekte (p=0,02). Patiënten die craniotomie ondergingen hadden betere overleving (p=0,01).

De onderzoekers concluderen dat de prognose van MBM-patiënten de laatste vijf jaar beter was dan de vijf jaar daarvoor, samenvallend met de introductie van PD-1 immuuncheckpointblokkade en gecombineerd BRAF/MEK-remming.

1.Bander ED, Yuan M, Carnevale JA et al. Melanoma brain metastasis presentation, treatment, and outcomes in the age of targeted and immunotherapies. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found that the prognosis of patients with melanoma brain metastases has improved within the last five years, coinciding with the approval of PD-1 immune checkpoint blockade and combined BRAF/MEK targeting.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van blinatumomab versus chemotherapie voor recidiverend hoog-risico B-ALL in kinderen (0)
2021-03-03 15:00   ( Nieuws )
Tags:  high-risk first-relapse B-ALL in children blinatumomab
Prof. Franco LocatelliBlinatumomab is een CD3/CD19-gericht bispecifiek T-cell engager molecule met werkzaamheid voor recidiverend of refractair B-ALL in kinderen. Een multinationale fase 3-studie heeft blinatumomab vergeleken met consolidatiechemoterapie voorafgaand aan allogene stamceltransplantatie voor B-ALL in kinderen met eerste relapse. Prof. Franco Locatelli (Sapienza Universiteit, Rome) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

De studie, uitgevoerd in 47 centra in dertien landen, includeerde patiënten in de leeftijd van 28 dagen tot 18 jaar. De patiënten hadden hoog-risico B-ALL met een eerste relapse, waarvoor ze inductietherapie en twee cycli consolidatie-chemotherapie kregen. Patiënten in complete remissie werden gerandomiseerd naar één cyclus blinatumomab (15 μg/m2 per dag gedurende vier weken) of een derde cyclus consolidatie-chemotherapie. Patiënten in beide armen ondergingen vervolgens allogene hematopoïetische stamceltransplantatie. Het primaire eindpunt was gebeurtenisvrije overleving.

De studie includeerde 108 patiënten met een mediane leeftijd van 5 jaar (IQR 4,0-10,5; 51,9% meisjes). Na mediaan 22,4 maanden follow-up waren gebeurtenissen (relapse, overlijden, tweede maligniteit, of geen complete remissie) gezien in 31% van de patiënten in de blinatumomabgroep versus 57% in de chemotherapiegroep (HR 0,33; p<0,001) waarna de studie voortijdig gesloten werd wegens overtuigende werkzaamheid van blinatumomab. In de blinatumomabgroep overleden acht patiënten versus zestien in de chemotherapiegroep voor een OS-HR 0,43 (95%-bti 0,18-1,01). MRD-remissie werd gezien in 90% van de patiënten in de blinatumomabgroep versus 54% in de chemotherapiegroep. Er waren geen fatale adverse events. De incidentie van ernstige AEs was 24,1% versus 43,1% (blinatimomab versus chemotherapie) en de incidentie van graad 3 of 4 AEs was 57,4% versus 82,4%. Twee patiënten in de blinatumomabgroep discontinueerden de behandeling wegens AEs.

De onderzoekers concluderen dat onder kinderen met hoog-risico eerste-relapse B-ALL behandeling met één cyclus blinatumomab vergeleken met standaard-chemotherapie voor allogene stamceltransplantatie resulteerde in verbeterde EFS na mediaan 22,4 maanden follow-up (visual abstract).

1.Locatelli F, Zugmaier G, Rizzari C et al. Effect of blinatumomab vs chemotherapy on event-free survival among children with high-risk first-relapse B-cell acute lymphoblastic leukemia. A randomized clinical trial. JAMA 2021;325:843-854

Summary: A multinational phase 3 study included children with high-risk first-relapse B-ALL after induction therapy and two blocks of consolidation therapy, who were randomized to one cycle of blinatumomab versus a third cause of consolidation chemotherapy, in both groups followed by allogeneic hematopoietic stem cell transplant. After a median of 22.4 months of follow-up, the incidence of events was 31% in the blinatumomab group versus 57% in the chemotherapy group (HR 0.33; 95% CI 0.18-0.61). This is the visual abstract of the study.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Correlatie van intermediaire klinische eindpunten met overall survival in gelokaliseerd prostaatcarcinoom (0)
2021-03-03 13:55   ( Nieuws )
Tags:  localized prostate cancer intermediate endpoints correlation with overall survival
Dr. Laila GharzaiDe internationale Intermediate Clinical Endpoints in Cancer of the Prostate werkgroep heeft op basis van negentien studies metastasevrije overleving gekozen als een betrouwbaar surrogaat-eindpunt voor overall survival van patiënten met gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de correlatie van andere vaak-gerapporteerde intermediaire klinische eindpunten met OS onderzocht. Dr. Laila Gharzai (University of Michigan, Ann Arbor) en collega’s publiceren de meta-analyse in The Lancet Oncology.1

In de literatuur tussen begin 1970 en 15 januari 2020 zochten de onderzoekers gerandomiseerde studies die OS en tenminste één ander intermediair klinisch eindpunt (biochemisch falen, lokaal falen, afstandsmetastase, biochemisch-falenvrije overleving, progressievrije overleving, en metastasevrije overleving) rapporteerden, voor tenminste zeventig patiënten met gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Het criterium voor geschiktheid als surrogaat-eindpunt was OS-correlatie van een intermediair eindpunt met R2 tenminste 0,7.


De onderzoekers vonden 75 studies, met tezamen 53.631 patiënten, die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden. De mediane follow-up was 9,1 jaar (IQR 5,7-10,6). De R2 voor correlatie met OS was 0,38 (95%-bti 0,11-0,64) voor biochemisch falen; 0,12 (0,003-0,33) voor biochemisch-falenvrije overleving; 0,28 (0,0045-0,65) voor biochemisch en klinisch falen; en 0,085 (0-0,37) voor lokaal falen. Progressievrije overleving was matig gecorreleerd met OS (R2 0,46; 95%-bti 0,22-0,67), en metastasevrije overleving was sterk gecorreleerd met OS (R2 0,78; 95%-bti 0,59-0,89)

De onderzoekers concluderen dat intermediaire klinische eindpunten op basis van biochemisch en lokaal falen niet geschikt zijn als surrogaat-eindpunten voor OS in gelokaliseerd prostaatcarcinoom. De meta-analyse valideerde wel metastasevrije overleving als geschikt surrogaat-eindpunt.

1.Gharzai LA, Jiang R, Wallington D et al. Intermediate clinical end points for surrogacy in localised prostate cancer: an aggregate meta-analysis. Lancet Oncol 2021;22:402-410

Summary: A meta-analysis of 75 trials (53,631 patients) found that intermediate clinical endpoints based on biochemical and local failure are no reliable surrogate endpoints for overall survival in localized prostate cancer. The meta-analysis validated metastasis-free survival as surrogate endpoint.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van deelname aan achtereenvolgende mammografiescreenings met mortaliteit van mammacarcinoom (0)
2021-03-03 12:41   ( Nieuws )
Tags:  consecutive mammography screening examinations breast cancer mortality
Prof. Stephen DuffyStudies van het effect van mammografiescreening op de mortaliteit van mammacarcinoom (BC) vergeleken de mortaliteit van vrouwen die wel aan de laatste screening voor de diagnose deelnamen met die van vrouwen die niet deelnamen. Achtereenvolgende deelname aan meerdere screenings kan wellicht een sterker beschermend effect hebben dan alleen deelname aan de laatste screening voor de diagnose. Een studie in Zweden heeft deze veronderstelling getoetst. Prof. Stephen Duffy (Queen Mary University of London) en collega’s publiceren de studie in Radiology.1

De studie includeerde 549.091 vrouwen met een BC-diagnose die tussen begin 1992 en eind 2016 waren uitgenodigd deel te nemen aan mammografiescreening in negen provincies (althans counties) in Zweden. De gemiddelde leeftijd bij diagnose was 58,9 jaar (SD 6,7). Onder deze vrouwen waren 392.135 die hadden deelgenomen aan de twee laatste screenings voor de diagnose (serial participants), 41.746 die alleen hadden deelgenomen aan de laatste screening voor de diagnose maar niet aan de voorlaatste (intermittent participants), 30.945 die hadden deelgenomen aan de voorlaatste screening maar niet aan de laatste (lapsed participants), en 84.265 die aan geen van beide screenings hadden deelgenomen (serial nonparticipants). De figuur laat het risico van overlijden binnen tien jaar na de diagnose zien voor de vier groepen.

De onderzoekers concluderen dat vrouwen die deelnamen aan de laatste twee screenings voor een BC-diagnose het laagste risico van overlijden aan mammacarcinoom hadden. Het missen van de laatste of voorlaatste screening was geassocieerd met significant hoger risico.

1.Duffy SW, Tabár L, Yen AM-F et al. Beneficial effect of consecutive screening mammography examinations on mortality from breast cancer: a prospective study. Radiology 2021; epub ahead of print

Summary: A study study in Sweden found that women who skipped the last or next-to-last mammography screening before a breast cancer diagnosis significantly higher risk of breast cancer death compared with women participating in both last screenings before diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Pezcoller prijs voor prof. Hans Clevers (0)
2021-03-03 11:06   ( Nieuws )
De AACR maakte vandaag bekend dat de 2021 Pezcoller Foundation-AACR International Award for Extraordinary Achievement in Cancer Research is toegekend aan prof. Hans Clevers (Hubrecht Instituut, Utrecht). Aanleiding tot de onderscheiding is a series of breakthrough discoveries that led to the development of mini-organs, now called organoids.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Geïntegreerde analyse van drie studies van entrectinib voor gevorderd ROS1-fusiepositief NSCLC (0)
2021-03-02 16:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced ROS1 fusion-positive non-small cell lung cancer entrectinib
Prof. Fabrice BarlesiGenetische rearrangements van tyrosinereceptorkinase ROS proto-oncogene 1 (ROS1) zijn oncogene drivers in niet-kleincellig longcarcinoom. In drie fase 1- of 2-studies (ALKA-372-001, STARTRK-1, en STARTRK-2) is werkzaamheid van de ROS1 TKI entrectinib voor gevorderd ROS1-fusiepositief NSCLC gezien. Prof. Fabrice Barlesi (Gustave Roussy Cancer Campus, Villejuif) en collega’s publiceren in het Journal of Clinical Oncology een geüpdatet geïntegreerde analyse van de drie studies.1

De drie studies includeerden volwassen patiënten met lokaal-gevorderd of metastatisch ROS1-fusiepositief NSCLC met of zonder CNS-metastasen. De patiënten kregen oraal entrectinib tenminste 600 mg eenmaal daags. De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op 161 patiënten met tenminste zes maanden follow-up. Coprimaire eindpunten waren centraal-beoordeelde objective response rate en duur van respons. Secundaire eindpunten waren progressievrije overleving, overall survival, intracraniële ORR, intracraniële DoR, intracraniële PFS, en veiligheid.

De mediane duur van de behandeling was 10,7 maanden (IQR 6,4-17,7). De ORR was 67,1% (95%-bti 59,3-74,3). Deze figuur toont resultaten voor andere eindpunten. Het twaalf-maands DoR-percentage was 63%, met een mediane DoR 15,7 maanden. Het twaalf-maands PFS-percentage was 55%, met een mediane PFS 15,7 maanden. Het twaalf-maands OS-percentage was 81%, met een niet-bereikte mediane OS. Onder de 24 patiënten met meetbare baseline CNS-metastasen was de intracraniële ORR 79,2% (95%-bti 57,9-92,9), met een intracraniële DoR 12,9 maanden. Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat entrectinib resulteerde in klinisch profijt onder patiënten met gevorderd ROS1-fusiepositief NSCLC.

1.Dziadzuiszko R, Krebs MG, De Braud F et al. Updated integrated analysis of the efficay and safety of entrectinib in locally advanced or metastatic ROS1 fusion-positive non-small-cell lung cancer. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Updated integrated analysis of three phase 1 or 2 studies of entrectinib for advanced ROS1 fusion-positive NSCLC found a high level of clinical benefit.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Stabiel lichaamsgewicht kan sarcopenie of myosteatose in CRC-patiënten maskeren (0)
2021-03-02 15:00   ( Nieuws )
Tags:  colorectal cancer weight stability can mask sarcopenia or myosteatosis
Dr. Justin BrownIn patiënten met maligniteiten kan afname van spiermassa en infiltratie van vetweefsel in spieren geassocieerd zijn met ongunstige prognose. Een retrospectieve cohortstudie in de Verenigde Staten en Canada heeft onderzocht of stabiel lichaamsgewicht voldoende is om sarcopenie en myosteatose in patiënten met colorectaalcarcinoom uit te sluiten. Dr. Justin Brown (Pennington Biomedical Research Center, Baton Rouge LA) en collega’s publiceren de studie in het American Journal of Clinical Nutrition.1

De studie includeerde 1921 patiënten met stadium I tot en met III CRC. Bij diagnose en na gemiddeld 15,0 maanden follow-up werden CT-gebaseerde skeletspierkenmerken en lichaamsgewicht bepaald. Stabiliteit van lichaamsgewicht werd gedefinieerd als gewichtsverandering minder dan 5%. Sarcopenie en myosteatose werden gedefinieerd volgens vastgestelde drempelwaarden in patiënten met maligniteiten.


Bij follow-up hadden 1026 patiënten (53,3%) stabiel lichaamsgewicht. Onder patiënten met stabiel lichaamsgewicht werd incidente sarcopenie gezien in 8,5% (95%-bti 6,3-10,6) en myosteatose in 13,5% (95%-bti 11,1-15,9). Mannen hadden hogere waarschijnlijkheid van gewichtsstabiliteit dan vrouwen (56,7% versus 49,9%; p=0,04). Gewichtsstabiele mannen hadden vergeleken met gewichtsstabiele vrouwen lagere waarschijnlijkheid van het ontwikkelen van sarcopenie (5,4% versus 15,4%; p=0,003) en myosteatose (9,3% versus 20,8%; p=0,001). Onder alle patiënten tezamen was ontwikkelen van sarcopenie (HR 1,40; 95%-bti 1,02-1,91) en/of myosteastose (HR 1,41; 95%-bti 1,05-1,90) geassocieerd met verhoogd risico van overlijden, onafhankelijk van verandering in lichaamsgewicht.

De onderzoekers concluderen dat stabiliteit van lichaamsgewicht klinisch relevante skeletspierdepletie in CRC kan maskeren.

1.Brown JC, Caan BJ, Cespedes Feliciano EM et al. Weight stability masks changes in body composition in colorectal cancer: a retrospective cohort study. Am J Clin Nutr 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study in the USA and Canada showed that in patients with stage I-III colorectal cancer body weight stability at 15.0 months after diagnosis can mask clinically meaningful skeletal muscle depletion.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)