Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie tussen endocriene dysregulatie en risico van endometriumcarcinoom (0)
2021-08-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  endometrial cancer risk endocrine pathways dysregulation
Dr. Amy MulleeEr zijn aanwijzingen voor een associatie van dysregulatie van endocriene routes die betrokken zijn bij productie van steroïden en groeihormonen met het risico van endometriumcarcinoom, maar er zijn weinig prospectieve data beschikbaar van de relaties tussen gehalten van testosteron, sex hormone-binding golulin (SHBG) en insulin-like growth factor (IGF)-1 en het endometriumcarcinoomrisico. Een multinationaal consortium van onderzoekers heeft observationele en Mendeliaanse randomisatie (MR) analyses van deze relaties uitgevoerd. Dr. Amy Mullee (University College Dublin) en collega’s publiceren de analyses in het British Journal of Cancer.1

De observationele analyse werd uitgevoerd onder 159.702 vrouwen (80% postmenopauzaal) met gegevens in de UK Biobank. In deze analyse waren hogere circulerende concentraties van totaal (per eenheid inverse normal scale HR 1,38; 95%-bti 1,22-1,57) en vrij testosteron (per unit log scale HR 2,07; 95%-bti 1,66-2,58) geassocieeerd met hoger risico van endometriumcarcinoom. Er was een inverse associatie voor SHBG (per eenheid inverse normal scale HR 0,76; 95%-bti 0,67-0,86). De MR analyse identificeerde genetische varianten die geassocieerd zijn met de hormoonspiegels en onderzocht de relatie tussen deze varianten en endometriumcarcinoom in twee databases met tezamen 12.906 patiënten en 108.979). De MR-analyses bevestigden de resultaten van de observationele analyses voor testosteron en SHBG. Er werd geen associatie gezien tussen genetisch voorspelde IGF-1 concentratie en het risico van endometriumcarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat de resultaten suggereren dat er causale associaties zijn van circulerende concentraties van testosteron en SHGB met het risico van endometriumcarcinoom.

1.Mullee A, Dimou N, Allen N et al. Testosterone, sex hormone-binding globulin, insulin-like growth factor-1 and endometrial cancer risk: observational and Mendelian randomization analyses. Br J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Observational and Mendelian randomization analyses found probable causal associations between circulating concentrations of testosterone and sex hormone-binding globulin with endometrial cancer risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Electieve halsklierdissectie versus observatie in patiënten met cutaan squameus celcarcinoom van hoofd en hals (0)
2021-08-08 12:00   ( Nieuws )
Tags:  cSCC of head and neck END versus observation
Dr. Moran AmitEr is geen duidelijkheid over de waarde van elective neck dissection (END) in patiënten met cutaan squameus celcarcinoom (cSCC) van hoofd en hals zonder aanwijzingen voor regionale metastase (cN0) na primaire chirurgie. Een retrospectieve studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de impact van END op overall survival van deze patiënten geïnventariseerd. Dr. Moran Amit en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

Tussen begin 1995 en eind 2017 hadden 1111 cSCC patiënten na primaire chirurgie in MDACC geen aanwijzingen voor nodale ziekte. Onder deze patiënten ondergingen 173 END en werden 938 geobserveerd. Er waren 101 patiënten (9%) die adjuvante radiotherapie kregen. Het vijf-jaars OS-percentage in de END-groep was 52%, vergeleken met 63% in de observatiegroep (p=0,003). Het vijf-jaars ziektevrije-overlevingspercentage was 73% vergeleken met 75% (p=0,429). In multivariate analyse was END niet geassocieerd met betere OS, DSS of DFS. Dit was evenmin het geval onder patiënten met gevorderde ziekte (T3-4).


De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met HNcSCC zonder aanwijzingen voor regionale metastase na primaire chirurige, END vergeleken met observatie van de halsklieren niet resulteerde in betere OS en DFS.

1.Amit M, Liu C, Mansour J et al. Elective neck dissection versus observation in patients with head and neck cutaneous squamous cell carcinoma. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that among patients with cutaneous squamous cell carcinoma of the head and neck without evidence of regional metastasis after primary surgery, observation of the neck nodes resulted in noninferior survival rates in comparison with elective neck dissection.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van topisch remetinostat gel voor basaal celcarcinoom (0)
2021-08-07 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BCC topical remetinostat gel
Dr. Kavita SarinDe standaard-behandeling voor basaal celcarcinoom (BCC) is chirurgische excisie, die kan resulteren in belangrijke morbiditeit, vooral in patiënten met recidiverende tumoren. Er zijn preklinische aanwijzingen voor werkzaamheid van histondeacetylase (HDAC)-remmers tegen BCC. Een fase 2-studie van Stanford University (CA) heeft topisch remetinostat gel (een pan-HDAC remmer) voor patiënten met BCC geëvalueerd. Dr. Kavita Sarin en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 25 patiënten met tezamen 33 chirurgisch-resectabele BCCs waarvan tenminste één langer was dan 5 mm in diameter. De deelnemers brachten voorafgaand aan chirurgische excisie gedurende zes weken driemaal daags 1% remetinostat gel aan op de tumoren. Het primaire eindpunt van de studie was afname van de tumorgrootte acht weken na het begin van de behandeling. Overall respons, gedefinieerd als het percentage tumoren met tenminste 30% afname in de langste diameter, werd gezien in 69,7% van de tumoren (90%-bti 54-82,5). Pathologisch onderzoek van de excisiemonsters liet complete resolutie zien in 54,8% van de tumoren. Er werden geen systemische adverse events gerapporteerd.

De onderzoekers concluderen dat de HDAC-remmer remetinostat goed werd verdragen en een werkzame topische behandeling was die de BCC-ziektelast klinisch significant reduceerde. De studie heeft preklinische aanwijzingen voor anti-BCC werkzaamheid gevalideerd in patiënten.

1.Kilgour JM, Shah A, Urman N et al. Phase II open-label, single-arm trial to investigate the efficacy and safety of topical remetinostat gel in patients with basal cell carcinoma. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at Stanford University (CA) evaluated topical remetinostat gel (a pan-HDAC inhibitor) for BCC. The overall response rate, defined as the proportion of tumors achieving more than 30% decrease in the longest diameter from baseline to week 8, was 69.7% (90% CI 54-82.5). Complete resolution was seen in 54.8% of tumors. No systemic adverse evens were reported.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Determinanten van patiënt-gerapporteerde xerostomie onder lange-termijn overlevers van orofarynxcarcinoom (0)
2021-08-07 13:30   ( Nieuws )
Tags:  long-term oropharyngeal cancer survivors determinants of xerostomia
Dr. Sanjay SheteXerostomie is een veel-voorkomend symptoom in overlevers van orofarynxcarcinoom (OPC) met soms aanzienlijke ongunstige impact op de kwaliteit van leven. Een cross-sectionele studie van MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) heeft klinisch-demografische risicofactoren voor xerostomie onder lange-termijn overlevers van OPC geïnventariseerd. Dr. Sanjay Shete en collega’s publiceren de studie in Cancer .1

De studie includeerde 906 ziektevrije volwassen OPC-overlevers, mediaan 6 jaar na de behandeling (range 1-16). Zelf-gerapporteerde xerostomiescores (aan de hand van antwoorden op de MD Anderson Symptom Inventory Head and Neck Cancer Module) waren beschikbaar voor 877 deelnemers. Matige of ernstige xerostomie werd gerapporteerd door 343 respondenten (39,1%). Factoren die geassocieerd waren met matige of ernstige xerostomie waren vrouwelijk geslacht (OR 1,82; p=0,003), high school of lagere opleiding (OR 1,73; p=0,004), en sigaretten roken in de periode van het beantwoorden van de vragenlijst (OR 2,56; p=0,016). IMRT gecombineerd met protontherapie en ipsilaterale IMRT waren geassocieerd met lagere waarschijnlijkheid van matige of ernstige xerostomie.



De onderzoekers concluderen dat moderne radiotherapie beschermde, en dat roken van sigaretten, vrouwelijk geslacht, en lager opleidingsniveau geassocieerd waren met hoger risico van matige of ernstige xerostomie onder lange-termijn overlevers van OPC.

1.Aggarwal P, Hutcheson KA, Garden AS et al. Determinants of patient-reported xerostomia among long-term oropharyngeal cancer survivors. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A cross-sectional study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) investigated clinicodemographic risk factors for xerostomia among long-term oropharyngeal cancer survivors. Moderate to severe xerostomia was reported by 39.1% of responding survivors. Modern radiotherapy was a protective factor, and continued cigarette smoking at the time of survey, female sex, and high school or lower education were identified as other contributing factors associated with moderate to severe xerostomia


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van performance status op respons en overleving onder patiënten met ICI-behandelde gevorderde maligniteiten (0)
2021-08-07 13:30   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for advanced solid tumors performance status
Dr. Mridula KrishnanDe studies waarop goedkeuring van immuuncheckpointremmers (ICIs) voor maligniteiten gebaseerd is zijn vrijwel volledig uitgevoerd onder patiënten met goede ECOG performance status (0 of 1). De werkzaamheid in patiënten met hogere PS is niet duidelijk, hoewel ook voor deze patiënten ICIs een aantrekkelijke optie vormen. Een retrospectieve studie van het University of Nebraska Medical Center (Omaha) heeft de impact van PS op respons en overleving onder patiënten met ICI-behandelde solide maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Mridula Krishnan en collega’s publiceren de studie in JCO Oncology Practice.1

De studie includeerde 257 patiënten die in Omaha ICIs kregen voor gevorderde solide maligniteiten, onder wie 182 patiënten met ECOG PS 0-1 en 75 met ECOG PS 2 of hoger. In de analyses werd gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, type maligniteit, tijd vanaf de diagnose gevorderde ziekte, en lijn van behandeling. De mediane overall survival was 12,6 maanden in de groep met ECOG PS 0-1 versus 3,1 maanden in de groep met ECOG PS 2 of hoger (p<0,001). De overall response rate was 23% in de groep met ECOG PS 0-1 en 8% in de groep met ECOG PS 2 of hoger (p=0,005). Patiënten in de groep met slechte PS hadden dezelfde hospital referral rates als de patiënten in de groep met goede PS (67% versus 62%; p=0,50) maar hadden hogere waarschijnlijkheid van overlijden in het ziekenhuis (28,6 versus 15,1%; p=0,035).

De onderzoekers concluderen dat patiënten met ICI-behandelde gevorderde maligniteiten en een slechte ECOG PS slechte uitkomsten hadden.

1.Krishnan M, Kasinath P, High R et al. Impact of performance status on response and survival among patients receiving checkpoint inhibitors for advanced solid tumors. JCO Oncology Practice 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at University of Nebraska Medical Center (Omaha) investigated the impact of performance status on response and survival among patients receiving ICIs for advanced malignancies. The overall response rate among patients with ECOG PS 0-1 was 23% compared with 8% among patients with ECOG PS ≥ 2 (p=0.005). The median overall survival was 12.6 months compared with 3.1% (p<0.001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie en kenmerken van metastatische intracraniële lesies en stadium III en IV melanoom (0)
2021-08-07 12:00   ( Nieuws )
Tags:  stage III and IV melanoma metastatic intracranial lesions
Dr. Amit MahajanDe incidentie van hersenmetastasen (BMs) bij diagnose en tijdens follow-up in patiënten met stadium III en IV melanoom is niet goed bekend. Een retrospectieve studie van Yale School of Medicine (New Haven CT) heeft incidentie en kenmerken van BMs in deze patiënten geïnventariseerd. Dr. Amit Mahajan en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

Tijdens de follow-up ontwikkelden 22,9% van de patiënten met initiële diagnose stadium III melanoom BMs, na mediaan 20 maanden (95%-bti 14-29). In het stadium IV cohort had 37,7% van de patiënten BMs ten tijde van de diagnose, terwijl 22,7% van de overige patiënten BMs ontwikkelden tijdens de follow-up, na mediaan 6 maanden (95%-bti 4-11), resulterend in een overall incidentie van BMs in stadium IV melanoom van 51,9%. De incidentie van ontwikkeling van BMs tijdens de follow-up nam significant af tussen 2002 en 2017 (p<0,001). In de primaire tumoren van patiënten met BMs was er een significant hogere frequentie van BRAF-mutaties dan in de primaire tumoren van patiënten zonder BMs (68,7% versus 31,2%; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat er een hoge incidentie was van BMs in patiënten met stadium III en IV melanoom, hoewel er een afname was in de incidentie van ontwikkeling van BMs tijdens de follow-up.

1.Sandhu MRS, Chiang VL, Tran T et al. Incidence and characteristics of metastatic intracranial lesions in stage III and IV melanoma: a single institute retrospective analysis. J Neuro-Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Yale School of Medicine (New Haven, CT) found that the overall incidence of brain metastases in patients with stage III and IV melanoma was high (22.9% and 51.9%, respectively) but that the incidence of newly developed BMs after the initial diagnosis of melanoma significantly decreased between 2012 and 2017 (p<0.001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van toevoegen van S-1 aan radiotherapie voor slokdarmcarcinoom in oudere patiënten (0)
2021-08-06 15:00   ( Nieuws )
Tags:  esophageal cancer in older patients radiotherapy with or without S-1 chemotherapy
De meeste oudere patiënten met slokdarmcarcinoom kunnen standaard concurrente chemoradiotherapie (CCRT) niet verdragen. Er is behoefte aan een effectief maar verdraagbaar CCRT-regime voor deze patiënten. Een fase 3-studie in 23 centra in China heeft CCRT met S-1 chemotherapie voor deze patiënten geëvalueerd. Dr. Ming Chen (Sun Yat-sen Universteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1


De studie includeerde patiënten in de leeftijd van 70 tot en met 85 jaar. De patiënten hadden stadium IB tot en met IVB ziekte en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden gestratificeerd voor leeftijd (79 jaar of jonger versus 80 jaar of ouder) en tumorlengte (minder dan 5 cm versus 5 cm of meer) 1:1 gerandomiseerd naar CCRT met S-1 of alleen RT. Het primaire eindpunt was twee-jaars overall survival percentage.

Onder de 298 geïncludeerde patiënten waren 180 mannen (60,4%). De mediane leeftijd was 77 jaar in de CCRT-groep en de alleen-RT groep. Onder de patiënten hadden 151 patiënten (50,7%) stadium III of IV ziekte. Het percentage patiënten met complete respons was 41,6% in de CCRT-groep en 26,8% in de alleen-RT groep (p=0,007). Het twee-jaars OS-percentage was 53,2% in de CCRT-groep versus 35,8% in de alleen-RT groep (HR 0,63; p=0,002). Er waren tussen beide groepen geen significante verschillen in de incidentie van graad 3 of hoger toxiciteiten, met uitzondering van leukopenie (9,5% versus 2,7%; p=0,01). Behandelings-gerelateerd overlijden trof drie patiënten in de CCRT-groep (2,0%) en vier patiënten in de alleen-RT groep (2,7%).

De onderzoekers concluderen dat CCRT met S-1 verdraagbaar was en vergeleken met alleen RT resulteerde in significant OS-profijt onder oudere patiënten met slokdarmcarcinoom (visual abstract).

1.Ji Y, Du X, Zhu W et al. Efficacy of concurrent chemoradiotherapy with S-1 vs radiotherapy alone for older patients with esophageal cancer. A multicenter randomized phase 3 clinical trial. JAMA Oncol 2021.2705

Summary: A multicenter randomized phase 3 study in China evaluated addition of S-1 chemotherapy to radiotherapy for esophageal cancer in elderly patients (median age 77 years). Concurrent chemoradiotherapy with S-1 was tolerable and provided significant benefits over RT alone (two-year overall survival 53.2% versus 35.8%; HR 0.63; p=0.02).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van vincristine-irinotecan met of zonder temozolomide voor R/R rhabdomyosarcoom (0)
2021-08-06 13:30   ( Nieuws )
Tags:  relapsed or refractory rhabdomyosarcoma vincristine-irinotecan with or without temozolomide
Dr. Anne-Sophie DefachellesOp het moment van recidief is rhabdomyosarcoom (RMS) gewoonlijk refractair tegen behandeling, resulterend in slechte overleving. Er is behoefte aan nieuwe systemische behandelingen voor de ziekte. De Europese gerandomiseerde fase 2 VIT-0910 studie vergeleek vincristine-irinotecan met of zonder temozolomide (respectievelijk VIT en VI) voor R/R RMS. Dr. Anne-Sophie Defachelles (Centre Oscar Lambret, Lille) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

VIT-0910 werd uitgevoerd in 37 centra. De studie includeerde 120 patiënten in de leeftijd van 0,75 tot en met 45 jaar (mediane leeftijd 11 jaar). De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar VIT of VI. De behandeling werd voortgezet tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was objectieve respons na twee cycli. Deze bedroeg 44% in de VIT-groep versus 31% in de VI-groep (OR 0,50; p=0,09). VIT vergeleken met VI was ook geassocieerd met betere overall survival en progressievrije overleving. Graad 3 of hoger adverse events werden gezien in 98% van de patiënten in de VIT-groep versus 78% van de patiënten in de VI-groep (p=0,009) en hematologische toxiciteit in 81% versus 61% (p=0,025).

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van temozolomide aan vincristine-irinotecan resulteerde in betere uitkomsten van R/R RMS, met een manageable toename van de toxiciteit.

1.Defachelles A-S, Bogart E, Casanova M et al. Randomized phase II trial of vincristine-irinotecan with or without temozolomide, in children and adults with relapsed or refractory rhabdomyosarcoma: a European Pediatric Soft tissue Sarcoma Study Group and Innovative Therapies for Children With Cancer trial. J Clin Oncol, epub ahead of print

Summary: The European randomized phase 2 VIT-0910 study evaluated vincristine-irinotecan with or without temozolomide for relapsed or refractory rhabdomysarcoma in patients aged 0.5 to 50 years. Addition of temozolomide to vincristine-irinotecan was associated with significant improvement of PFS and OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)