Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Uitkomsten van verlaagde-intensiteit geconditioneerde alloHSCT voor ALL in eerste remissie (0)
2022-04-02 12:00   ( Nieuws )
Tags:  UKALL14 trial RIC alloHSCT
Prof. David MarksDe uitkomsten van chemotherapie voor ALL-patiënten ouder dan veertig jaar zijn slecht, en myeloablatieve allogene hematopoïetische stamceltransplantatie (alloHSCT) resulteert in hoge transplantatie-gerelateerde mortaliteit (TRM). De prospectieve multicenter UKALL14 studie heeft effectiviteit en veiligheid van verlaagde-intensiteit geconditioneerde (RIC) alloHSCT voor ALL geïnventariseerd. Prof. David Marks (University Hospital Bristol) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Haematology.1

UKALL14 werd uitgevoerd in 46 centra in het Verenigd Koninkrijk. De studie includeerde patiënten met B-cel of T-cel ALL, onder wie 22% met hoog-risico cytogenetische kenmerken en 25% met BCR-ABL1-positiviteit. De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op 249 patiënten (236 ouder dan veertig jaar) voor wie een donor beschikbaar was. De patiënten ondergingen conditionering met fludarabine, melfalan, en alemtuzumab (FMA) gevolgd door alloHSCT. Het primaire eindpunt was gebeurtenisvrije overleving.

De figuur laat de belangrijkste uitkomsten zien. De mediane follow-up was 49 maanden (IQR 36-70). Het vier-jaars EFS-percentage was 46,8% (95%-bti 40,1-53,2), het vier-jaars OS-percentage was 54,8% (48,0-61,2), de vier-jaars cumulatieve incidentie van relapse was 33,6% 927,9-40,2), en de vier-jaars TRM was 19,6% (15,1-25,3). Onder de 48 patiënten met TRM waren er 27 (56%) met infectie als doodsoorzaak. Acute GVHD graad 2 tot en met 4 werd gezien in 12% van de patiënten en acute GVHD graad 3 of 4 in 5%. Chronische GVHD werd gezien in 37%. Detecteerbare end-of-induction MRD werd gezien in 30%, geassocieerd met slechtere EFS (HR 2,40; 95% 1,46-3,93) en tijd tot relapse (2,41; 1,29-4,48).

De onderzoekers concluderen dat FMA gereduceerde-intensiteit alloHSCT in oudere patiënten met ALL in eerste complete remissie goede ziektecontrole leverde met matige GVHD, resulterend in beter-dan-verwachte EFS en OS in deze hoog-risico populatie.

1.Marks DI, Clifton-Hadley L, Copland M et al. In-vivo T-cell depleted reduced-intensity conditioned allogeneic haematopoietic stem-cell transplantation for patients with acute lymphoblastic leukaemia in first remission: results from the prospective, single-arm evaluation of the UKALL14 trial. Lancet Haematol 2022;9:E276-E288

Summary: The prospective UKALL14 trial found that among older patients with ALLin first remission, reduced-intensity conditioned allogeneic hematopoietic stem-cell transplantation provided good disease control with moderate GVHD, resulting in better-than-expected event-free and overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van pembrolizumab versus placebo na complete resectie van stadium IIB of IIC melanoom (0)
2022-04-01 15:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-716 stage IIB or IIC melanoma adjuvant pembrolizumab
Dr. Jason LukePembrolizumab verlengt de progressievrije overleving en overall survival onder patiënten met gevorderd melanoom en de recidiefvrije overleving na resectie van stadium III melanoom. De multinationale fase 3-studie KEYNOTE-716 vergeleek pembrolizumab met placebo na complete resectie van stadium IIB of IIC melanoom. Dr. Jason Luke (Hillman Cancer Center, Pittsburgh PA) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

KEYNOTE-716 werd uitgevoerd in 160 centra in zestien landen. De studie includeerde 976 patiënten in de leeftijd van twaalf jaar of ouder met nieuw-gediagnostiseerd compleet geresecteerd stadium IIB of IIC melanoom. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar pembrolizumab (200 mg of 2 mg/kg voor patiënten jonger dan achttien jaar; zeventien drie-weekse cycli; n=487) of placebo (n=489). Het primaire eindpunt was lokaal-beoordeelde recidiefvrije overleving. Het protocol schreef een eerste en tweede interimanalyse voor nadat 128 respectievelijk 179 patiënten een RFS-gebeurtenis hadden gehad.

In de pembrolizumabgroep kregen 483 patiënten de toegewezen behandeling en in de placebogroep 483. Bij de eerste interimanalyse (mediane follow-up 14,3 maanden) hadden 11% van de patiënten in de pembrolizumabgroep versus 17% van de patiënten in de placebogroep een event doorgemaakt (HR 0,65; p=0,0066); bij de tweede interimanalyse (mediane follow-up 20,9 maanden) was dit het geval voor 15% in de pembrolizumabgroep versus 24% in de placebogroep (HR 0,61; 95%-bti 0,45-0,82). De mediane RFS werd in geen van beide groepen bereikt. Bij de eerste interimanalyse waren graad 3 of 4 treatment-related adverse events gezien in 16% van de patiënten in de pembrolizumabgroep versus 4% van de patiënten in de placebogroep. Eén patiënt in de pembrolizumabgroep en vier patiënten in de placebogroep overleden; geen van deze overlijdensgevallen werd beoordeeld als samenhangend met de studiebehandeling.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium IIB of IIC melanoom adjuvant pembrolizumab gedurende 51 weken geassocieerd was met significante verlaging van het risico van recidief of overlijden, met een manageable veiligheidsprofiel.

1.Luke JJ, Rutkowski P, Queirolo P et al. Pembrolizumab versus placebo as adjuvant therapy in completely resected stage IIB or IIC melanoma (KEYNOTE-716): a randomised, double-blind, phase 3 trial. Lancet 2022; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 KEYNOTE-716 study compared pembrolizumab versus placebo as adjuvant therapy after complete resection of stage IIB or stage IIC melanoma. Pembrolizumab every three weeks for 17 cycles resulted in significant reduction in the risk of disease recurrence or death, with a manageable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van patiënt-gerapporteerde uitkomsten met volgende niet-fatale zelfbeschadinging na diagnose van een maligniteit (0)
2022-04-01 13:30   ( Nieuws )
Tags:  PROs NFSI after new cancer diagnosis
Dr. Julie HalletNonfatal self-injury (NFSI) is een manifestatie van ernstige distress die wordt gezien in drie per duizend patiënten na een diagnose van een maligniteit. Er is behoefte aan een methode om patiënten met een hoog NFSI-risico te identificeren. Een studie door de Enhanced Supportive Psycho-oncology Canadian Care (ESPOC) Group heeft de associatie van patiënt-gerapporteerde uitkomsten met het NFSI-risico geïnventariseerd. Dr. Julie Hallet (Sunnybrook Health Sciences Centre, Toronto) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1


Tussen begin 2007 en eind 2019 was in Ontario tenminste één Edmonton Symptom Assessment System (ESAS)-score beschikbaar voor 408.858 volwassen patiënten binnen 36 maanden na een nieuwe diagnose van een maligniteit. Er waren 425 patiënten met een ESAS-score en NFSI binnen 180 dagen na de Assessment. Van deze patiënten werden er 406 gematcht (1:4) met 1624 controlepatiënten zonder NFSI. Factoren die geassocieerd waren met het risico van NFSI binnen 180 dagen na de ESAS-bepaling waren matige tot ernstige angst/ongerustheid (OR 1,61; 05%-bti 1,14-2,27), depressie (1,66; 1,20-2,31), kortademigheid (1,65; 1,18-2,31), en totale ESAS-score (per toename met 10 punten 1,51; 1,40-1,63).

De onderzoekers concluderen dat ze factoren hebben gevonden die patiënten met verhoogd NFSI-risico kunnen identificeren.

1.Hallet J, Sutradhar R, Isenberg-Greda E et al. Association of patient-reported outcomes with subsequent nonfatal self-injury after a new cancer diagnosis. JAMA Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A case-control study in Canada found that reporting moderate to severe anxiety, depression, and shortness of breath and an increasing t-ESAS score after cancer diagnosis were associated with higher odds of nonfatal self-injury in the following 180 days.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Waarde van tumormutatiebelasting als biomarker voor ICI-werkzaamheid in mCRPC (0)
2022-04-01 12:00   ( Nieuws )
Tags:  metastatic castration-resistant prostate cancer ICI versus chemotherapy TMB
Prof. Neeraj AgarwalEr is behoefte aan biomarkers die patiënten met metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC) identificeren met waarschijnlijkheid van meer profijt van immuuncheckpointremmers (ICIs) dan van andere behandelingen. Een analyse van patiënten van 280 centra in de Verenigde Staten heeft de associatie van tumormutatiebelasting (TMB) met werkzaamheid van ICI-monotherapie of taxaan-monotherapie voor eerder-behandeld mCRPC geïnventariseerd. Prof. Neeraj Agarwal (University of Utah, Salt Lake City) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 741 patiënten die tussen januari 2011 en mei 2021 ICI (n=45) of taxaan (n=696) kregen voor eerder-behandeld mCRPC met bekende TMB. Er waren 44 patiënten (5,9%) met mCRPC met TMB van tenminste 10 mutaties per megabase en 697 patiënten (94,1%) met TMB lager dan 10 mt/Mb. De behandelingen werden gekozen door behandelaars en patiënten, zonder randomisatie. Met propensity weighting werd gecorrigeerd voor onbalans in bekende factoren tussen de groepen. Eindpunten van de studie waren tijd tot volgende therapie (TTNT) en overall survival (OS). De figuur laat zien dat onder patiënten met TMB lager dan 10 mt/Mb taxaan-chemotherapie vergeleken met ICI resulteerde in significant langere TTNT, terwijl er geen significante verschillen tussen beide behandelingen waren voor het eindpunt OS. Onder patiënten met TMB 10 mt/Mb of hoger waren de uitkomsten significant beter met ICI dan met taxaan.

De onderzoekers concluderen dat ICIs vergeleken met taxanen goede opties zijn voor patiënten met eerder-behandeld mCRPC met hoge TMB.

1.Graf RP, Fisher V, Weberpals J et al. Comparative effectiveness of immune checkpoint inhibitors vs chemotherapy by tumor mutational burden in metastatic castration-resistant prostate cancer. JAMA Network Open 2022;5:e225394

Summary: Analysis of patients with previously treated mCRPC receiving ICI or taxane monotherapy found that in patients with tumor mutational burden <10 mt/Mb taxane chemotherapy resulted in longer time to next treatment and similar overall survival, whereas in patients with tumor mutational burden ≥ 10 mt/MB ICI resulted in longer time to next treatment and superior overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van CT-screening met stadium van longcarcinoom bij diagnose en overleving in de Verenigde Staten (0)
2022-03-31 15:00   ( Nieuws )
Tags:  computed tomography screening lung cancer stage at diagnosis survival
Dr. Chi-Fu Jeffrey YangIn december 2013 adviseerde de United States Preventive Services Task Force voor lage-dosering CT-screening aanbevolen van personen in de leeftijd van 55 tot en met 80 jaar met een hoog risico van longcarcinoom. Een retrospectieve analyse van de National Cancer Database en de SEER-database heeft trends in stadium van niet-kleincellig longcarcinoom bij diagnose en in overleving in de periode 2010 tot en met 2013 vergeleken met stadium en overleving in de periode 2014 tot en met 2018. Dr. Chi-Fu Jeffrey Yang (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de analyse in BMJ.1

Over de gehele studieperiode identificeerden de onderzoekers 763.474 patiënten die aan de inclusiecriteria van de analyse voldeden. Het percentage patiënten met stadium 1 bij diagnose veranderde niet significant in de periode van 2010 tot en met 2013 (van 27,8% tot 29,4%) en nam vervolgens toe met 3,9% per jaar (95%-bti 3,0-4,8) van 30,2% in 2014 tot 35,5% in 2018. De mediane overall survival van de patiënten veranderde niet significant in de periode van 2010 tot en met 2013 (van 15,8 tot 18,1 maanden) en nam vervolgens toe met 11,9% per jaar (95%-bti 8,9-15,0) van 19,7 maanden in 2014 tot 28,2 maanden in 2018. De onderzoekers schatten dat de detectie in vroeger stadium tussen 2014 en 2018 ongeveer 10.100 gevallen van overlijden heeft voorkomen. Per 2018 was stadium 1 het predominante stadium bij diagnose NSCLC onder non-Hispanic whites en onder personen in regio’s met de hoogste inkomens en hoogste opleidingen. Niet-blanken en inwoners van meer gedepriveerde regio’s hadden hogere waarschijnlijkheid van stadium IV bij diagnose NSCLC.

De onderzoekers concluderen dat de aanbeveling van de USPSTF samenviel met een stadiumverschuiving naar stadium I NSCLC bij diagnose en met verbetering van de overleving van NSCLC-patiënten.

1.Potter AL, Rosenstein AL, Kiang MV et al. Association of computed tomography screening with lung cancer stage shift and survival in the United States: quasi-experimental study. BMJ 2022;376:e069008

Summary: The United States Preventive Services Task Force first recommended low dose computed tomography (CT) screeing for people at high lung cancer risk in December 2013. Analysis of the National Cancer Database and the Surveillance Epidemiology End Results database found that this recommendation coincided with a shift towards detection of NSCLC in stage I and improvement of overall survival of these patients. However, these benefits did not appear to extend to patients living in economically deprived areas or to racial or ethnic minority groups.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ontvanger- en donoruitkomsten na living-donor levertransplantatie voor niet-resectabele CRLMs (0)
2022-03-31 13:30   ( Nieuws )
Tags:  unresectable colorectal liver metastases living-donor liver transplant
Dr. Gonzalo SapiscochinMeer dan de helft van de patiënten met colorectaalcarcinoom ontwikkelen levermetastasen (CRLMs). Vergeleken met chemotherapie resulteert levertransplantatie in patiënten met niet-resectabele CRLMs in betere lange-termijn overleving. Een prospectieve studie in drie levertransplantatiecentra in de Verenigde Staten en Canada heeft uitkomsten van ontvangers en donoren na living-donor liver transplant (LDLT) voor patiënten met tot de lever beperkte niet-resectabele metastasen geïnventariseerd. Dr. Gonzalo Sapisochin (University of Toronto) en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1

De studie includeerde tien patiënten (zes mannen en vier vrouwen; mediane leeftijd 45 jaar; range 35-58) met CRLMs die met oncologische therapie aanhoudende ziektecontrole hadden. De donoren waren zeven mannen en drie vrouwen (mediane leeftijd 40,5 jaar; range 27-50). LDLTs werden uitgevoerd tussen juli 2017 en november 2020. Ontvangers en donoren werden gevolgd tot mei 2021. De perioperatieve morbiditeit was consistent met established standards: Clavien-Dindo complicaties werden niet gezien in drie ontvangers en waren graad II en III in drie respectievelijk vier ontvangers; onder de donoren waren er vijf zonder complicaties, vier met graad I en één met graad III. De recidiefvrije overleving en overall survival percentages anderhalf jaar na de LDLT waren 62% respectievelijk 100%.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met colorectaalcarcinoom en tot de lever beperkte niet-resectabele metastasen profijt kunnen hebben van totale hepatectomie en LDLT.

1.Hernandez-Alejandro R, Ruffolo LI, Sasaki K et al. Recipient and donor outcomes after living-donor transplant for unresectable colorectal liver metastases. JAMA Surg 2022.0300

Summary: A prospective study in three liver transplant centers in North America examined recipient and donor outcomes after living-donor liver transplant (LDLT( for unresectable CRLMs in patients with liver-confined disease. Perioperative morbidity for both donors and recipients was consistent with established standards. Recurrence-free and overall survival rates at 1.5 years after LDLT were 62% and 100%, respectively.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische waarde van sTILs voor kliernegatief TNBC in jonge chemotherapie-naiëve vrouwen (0)
2022-03-31 11:49   ( Nieuws )
Tags:  TNBC stromal tumor-infiltrating lymphocytes
Prof. Sabine LinnVrijwel alle jonge patiënten met triple-negatief mammacarcinoom (TNBC) krijgen neoadjuvante en/of adjuvante chemotherapie. Stroma-infiltrerende lymfocyten (sTILs) hebben prognostische en predictieve waarde in patiënten met vroeg TNBC. Een analyse van PALGA-gegevens heeft de prognostische waarde van sTILs in jonge patiënten met kliernegatief en chemotherapie-naïef TNBC. Prof. Sabine Linn (NKI Amsterdam) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde alle patiënten met een N0 TNBC-diagnose voor de leeftijd veertig jaar tussen begin 1989 en eind 2000 in Nederland. De patiënten hadden geen systemische therapie gekregen. In de tumorblokken van 441 patiënten werden de sTILs-niveaus bepaald. Hoge sTILs-niveaus (tenminste 75%; in 21% van de patiënten) waren geassocieerd met een vijftien-jaars cumulatieve incidentie van afstandsmetastase of overlijden van 2,1% (95% bti 0-5,0) terwijl lage sTILs-niveaus (lager dan 30%; in 52% van de patiënten) geassocieerd waren met vijftien-jaars cumulatieve incidentie van afstandsmetastase of overlijden van 38,4% (95%-bti 32,1-44,6). Elke toename van sTILs-niveau met 10% was geassocieerd met verlaging van het risico van overlijden met 19% (HR 0,81; 95%-bti 0,76-0,87).

De onderzoekers concluderen dat in vroeg-stadium N0 TNBC in jonge chemotherapie-naïeve patiënten niveaus van sTILs prognostische waarde hebben. Validatie van deze biomarker in prospectieve chemotherapie-deëscalatiestudies verdient aanbeveling.

1.De Jong VMT, Wang Y, ter Hoeve ND et al. Prognostic value of stromal tumor-infiltrating lymphocytes in young, node-negative, triple-negative breast cancer patients who did not receive (neo)adjuvant systemic therapy. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of young patients with node-negative chemotherapy-naïve early TNBC in The Netherlands found that sTILs-level was a strong prognostic factor for 15-year overall survival and distant metastasis-free survival. The authors conclude that validation of this biomarker in prospective chemotherapy de-escalation trials should be considered.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve analyse van waarde van EGFR-remming voor maag-slokdarm adenocarcinoom met EGFR-amplificatie (0)
2022-03-30 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EGFR-amplified GEA EGFR inhibition
Dr. Steven MaronEr is een unmet need voor effectieve therapieën voor patiënten met EGFR-geamplificeerd maag-slokdarm adenocarcinoom (GEA). Subsetanalyses van fase 3-studies hebben aanwijzingen laten zien voor verbetering van uitkomsten van deze patiënten met EGFR-remmers, maar er zijn nog geen grootschalige analyses van deze behandeling uitgevoerd. Een retrospectieve analyse heeft deze aanwijzingen geëvalueerd. Dr. Steven Maron (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De onderzoekers identificeerden 60 patiënten die in vijftien academische centra in zes landen EGFR-remmers kregen voor metastatisch of niet-resectabel EGFR-geamplificeerd GEA, onder wie 31 die concurrente chemotherapie kregen. Onder alle patiënten tezamen was de objective response rate 43% en de mediane progressievrije overleving 4,6 maanden (95%-bti 3,5-6,4). Patiënten die EGFR-remmers kregen als eerste-, tweede-, of derdelijns behandeling hadden mediane overall survival 20,6 maanden (95%-bti 13,5-NR), 9 maanden (7,9-NR), en 8,4 maanden (7,6-NR). De mediane OS met eerstelijns EGFR-remmer was beter dan de 11,2 maanden (95%-bti 8,7-14,2) met eerstelijns andere behandeling voor EGFR-geamplificeerd GEA-patiënten met gegevens in een gedeïdentificeerde klinisch-genomische database. Desondanks kreeg volgens deze database in de periode begin 2011 tot eind 2020 slechts 5% van de patiënten met EGFR-geamplificeerd GEA een EGFR-remmer.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met EGFR-geamplificeerd GEA significant profijt hadden van EGFR-remming.

1.Maron SB, Moya S, Morano F et al. Epidermal growth factor receptor inhibition in epidermal growth factor receptor-amplified gastroesophageal cancer: retrospective global experience. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Retrospective analysis of patients with EGFR-amplified gastroesophageal adenocarcinoma found significant benefit with EGFR inhibition.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)