Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Late cardiale effecten van moderne 3D-conformele radiotherapie voor mammacarcinoom (0)
2021-10-11 13:30   ( Nieuws )
Tags:  3D-conformal radiotherapy for breast cancer late cardiac effects
Dr. Hiltrud MerzenichRadiotherapie voor mammacarcinoom was tot in de jaren negentig van de vorige eeuw geassocieerd met lange-termijn cardiale bijwerkingen. Moderne technieken hebben geresulteerd in beperking van de stralingblootstelling van het hart, hoewel een zekere mate van blootstelling onvermijdelijk blijft. Een retrospectieve cohortstudie in Duitsland heeft late cardiale effecten van moderne 3D-conformele radiotherapie voor mammacarcinoom geïnventariseerd. Dr. Hiltrud Merzenich (Universiteit van Mainz) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 11.982 patiënten die werden behandeld tussen begin 1998 en eind 2008, en gevolgd voor mortaliteit tot juni 2018. Na mediaan 11,1 jaar follow-up was er geen associatie waarneembaar tussen lateraliteit van de tumor en overall survival. Er was ook geen associatie tussen lateraliteit en cardiale overleving (links- versus rechtszijdig HR 1,09; 95%-bti 0,85-1,41) en evenmin een associatie tussen lateraliteit en cardiale morbiditeit (HR 1.05; 95%-bti 0,88-1.25).

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat na radiotherapie voor mammatumoren lateraliteit niet geassocieerd was met cardiaal risico.

1.Merzenich H, Baaken D, Schmidt M et al. Cardiac late effects after modern 3D-conformal radiotherapy in breast cancer patients: a retrospective cohort study in Germany (ESCaRa). Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: Even though radiotherapy for left-sided breast cancer on average incurs higher radiation dose to the heart than RT for right sided tumors a retrospective study in Germany found no evidence that laterality is a strong risk factor for cardiac disease after contemporary RT.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinische uitkomsten van recidiverend of refractair Hodgkin lymfoom na moderne eerstelijns behandeling (0)
2021-10-11 11:59   ( Nieuws )
Tags:  RRHL outcomes after contemporary first-line treatment
Dr. Bastian von TresckowKlassiek Hodgkin lymfoom is met moderne eerstelijns therapie in veel gevallen een curabele ziekte. Behandeling van recidiverend en refractair Hodgkin lymfoom (RRHL) blijf echter een uitdaging. Een analyse resultaten van vier studies (HD13, HD14, HD15, en HDR3i) van de German Hodgkin Study Group heeft uitkomsten van RRHL na moderne eerstelijns therapie geïnventariseerd. Dr. Bastian von Tresckow (Universiteit van Keulen) en collega’s publiceren de analyse in Leukemia.1

De analyse includeerde 409 patiënten met eerste RRHL op de mediane leeftijd van 37,4 jaar (range 18,4-76,8). De tijd tot eerste recidief was een jaar of korter in 49% van de patiënten, en 52% had stadium III/IV RRHL. Er waren 291 patiënten die hoge-dosering chemotherapie en autologe stamceltransplantatie (ASCT) kregen. De figuur laat zien dat de tien-jaars PFS- en OS-percentages 48,2% (95%-bti 41,9-54,2) en 59,4% (95%-bti 53,0-65,2) bedroegen. Er waren wel aanzienlijke verschillen tussen subgroepen. Patiënten die geen ASCT konden ondergaan vanwege gevorderde leeftijd of comorbiditeit en patiënten met falen van salvage therapie hadden inferieure uitkomsten. Dit was ook het geval voor patiënten met primair refractaire ziekte of stadium IV RRHL. In patiënten met laag-risico ziekte was de overleving echter zelfs zonder ASCT gunstig (tien-jaars PFS-percentage 72,6%; 95%-bti 53,7-84,8).

De onderzoekers concluderen dat de analyse het curatieve potentieel van moderne behandelingen voor RRHL bevestigt.

1.Bröckelmann PJ, Müller H, Gillesen S et al. Clinical outcomes of relapsed and refractory Hodgkin lymphoma patients after contemporary first-line treatment: a German Hodgkin Study Group analysis. Leukemia 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of results of four studies by the German Hodgkin Study Group confirmed the curative potential of current treatments for relapsed or refractory Hodgkin lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico-gebaseerde behandelstrategie voor synoviaal sarcoom in kinderen en AYAs (0)
2021-10-10 15:00   ( Nieuws )
Tags:  synovial sarcoma in children and AYAs risk-based treatment strategy
Dr. Rajkumar VenkatramaniSynoviaal sarcoom (SS) is de tweede meest-voorkomende maligne wekedelentumor in kinderen. De multicenter Children’s Oncology Group ARST0332-studie heeft een risico-gebaseerde behandelstrategie voor SS in patiënten in de leeftijd jonger dan dertig jaar geëvalueerd, om de intensiteit van de behandeling voor laag-risico (LR) ziekte te beperken en om de werkzaamheid van neoadjuvante chemoradiotherapie voor niet-geresecteerde hoger-risico ziekte te testen. Dr. Rajkumar Venkatramani (Baylor College of Medicine, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten die op basis van hun ziektekenmerken werden toegewezen aan vier behandelarmen: patiënten in groep A kregen alleen chirurgie, patiënten in groep B kregen 55,8 Gy radiotherapie, patiënten in groep C kregen ifosfamide en doxorubicine chemotherapie plus 55,8 Gy RT, en patiënten in groep D kregen neoadjuvant ifosfamide-doxorubicine plus 45 Gy RT gevolgd door chirurgie en RT-boost gebaseerd op marges gevolgd door adjuvant ifosfamide-doxorubicine. Patiënten in groepen A en B werden beschouwd als LR-patiënten; patiënten in C en D zonder metastasen als intermediair risico (IR)-patiënten; en patiënten met metastasen als hoog risico (HR)-patiënten.

Onder de 146 geïncludeerde patienten waren 138 evalueerbaar: 46 LR-, 71 IR-, en 21 HR-patiënten (15%). Arm A telde 29,7% van de patiënten; arm B 3,6%; arm C 16,7%; en arm D 50%. Er waren geen graad 5 en vier graad 4 toxiciteiten. Na mediaan 6,8 jaar follow-up was de vijf-jaar gebeurtenisvrije overleving 82% onder de LR-patiënten; 70% onder IR-patiënten; en 8% onder de HR-patiënten, met vijf-jaars overall survival 98% respectievelijk 89% respectievelijk 13%.

De onderzoekers concluderen dat de risico-gebaseerde strategie resulteerde in gunstige uitkomsten onder de patiënten met niet-metastatisch SS vergelekne met historische controles, ondanks dat radiotherapie minder frequent werd gebruikt en met lagere doseringen. De uitkomsten van patiënten met metastatische ziekte bleef onbevredigend.

1.Venkatramani R, Xue W, Randall RL et al. Synovial sarcoma in children, adolescents, and young adults: a report from the Children’s Oncology Group ARST0332 study. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The COG ARST0332 study evaluated a risk-based treatment strategy for synovial sarcoma in children, adolescents, and young adults. The strategy produced favorable outcomes in patients with nonmetastatic SS relative to historical controls despite using radiotherapy less frequently and at lower doses. The outcomes for metastatic SS remained unsatisfactory.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Toevoegen van IFN-α aan entecavir voor preventie van hepatische en extrahepatische maligniteiten in CHB-patiënten (0)
2021-10-10 13:30   ( Nieuws )
Tags:  chronic hepatitis B entecavir with or without interferon-α
Patiënten met chronische hepatitis B (CHB) hebben een verhoogd risico van ontwikkeling van levercelcarcinoom (HCC). Een studie in het ziekenhuis van Peking Union Medical College in Beijing (China) heeft onderzocht of toevoegen van interferon-α (IFN-α) aan entecavir (ETV) voor CHB resulteert in verlaging van het risico van HCC en extrahepatische maligniteiten. Dr. Li Wang en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

Tussen begin 2009 en eind 2017 werden in het ziekenhuis 4194 CHB-patiënten behandeld met ETV plus IFN-α of ETV monotherapie. In multivariate analyse was toevoegen van IFN-α aan ETV geassocieerd met significante verlaging van risico van HCC (HR 0,6; p=0,0310) en marginaal significante verlaging van extrahepatische maligniteiten (HR 0,2; p=0,0854). De jaarlijkse virologische responspercentages waren significant hoger in de combinatietherapiegroep dan in de monotherapiegroep (33,8% versus 21,2%; p<0,0001) maar de hepatitis B surface antigen (HbsAg)-seroklaringspercentages waren niet significant verschillend tussen beide groepen (1,2% versus 0,9%; p=0,8537). Propensity score-based matching of inverse probability weighting correctie resulteerde niet in andere HRs.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van IFN-α aan ETV voor CHB geassocieerd was met verlaagd risico van HCC en extrahepatische maligniteiten.

1.Cheng K, Chen Y, Wang X et al. Entecavir combined with interferon-α is superior to entecavir monotherapy in reducing hepatic and extrahepatic cancer in patients with chronic hepatitis B. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A study in China found that addition of interferon-α to entecavir for patients with chronic hepatitis B was associated with significant reduction of risk of hepatocellular carcinoma and marginally significant reduction of risk of extrahepatic cancers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale studie van acute nierschade in ICI-behandelde patiënten (0)
2021-10-10 11:59   ( Nieuws )
Tags:  ICI-AKIs
Dr. Shruti GuptaImmuuncheckpointremmers (ICIs) zijn werkzaam voor een brede range van typen maligniteiten, maar zijn ook geassocieerd met verhoogd risico van immuun-gerelateerde bijwerkingen (irAEs) die elk orgaan in het lichaam kunnen aandoen, waaronder de nieren. Een multinationale studie heeft voorspellers van met ICIs samenhangende acute nierschade (ICI-AKI) geïnventariseerd. Dr. Shruti Gupta (Brigham and Women’s Hospital, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde 429 patiënten van dertig centra in tien landen, die ICI-AKI ontwikkelden en 429 controlepatiënten die eveneens ICIs kregen voor maligniteiten maar geen ICI-AKI ontwikkelden. Elk meewerkend centrum leverde per patiënt gegevens van een controlepatiënt aan. ICI-AKI werd gezien mediaan 16 weken (IQR 8-32) na start van de ICI. De figuur laat zien dat nierfunctiestoornis bij aanvang van de behandeling, gebruik van protonpompremmer, en ontwikkeling van extrarenale irAEs risicofactoren waren voor ICI-AKI. Herstel van de nierschade werd gezien in 276 patiënten (64,3%) na mediaan 7 weken (IQR 3-10). Behandeling met corticosteroïden binnen 14 dagen na de diagnose ICI-AKI was geassocieerd met hogere waarschijnlijkheid van herstel (aOR 2,64; 95%-bti 1,58-4,41), en behandeling binnen drie dagen was geassocieerd met verder verhoogde waarschijnlijke van herstel (versus later dan drie dagen OR 2,09; 95%-bti 1,16-3,79). Onder de 121 patiënten die na herstel van ICI-AKI opnieuw ICI kregen werd opnieuw ICI-AKI gezien in 20 patiënten (16,5%).

De onderzoekers concluderen dat de studie risicofactoren voor ICI-AKI heeft geïdentificeerd. Ongeveer tweederde van de patiënten had herstel van de nierschade. Behandeling met corticosteroïden was geassocieerd met verhoogde waarschijnlijkheid van herstel.

1.Gupta S, Short SAP, Sise ME et al. Acute kidney injury in patients treated with immune checkpoint inhibitors. J ImmunoTher Cancer 2021-003467

Summary: A multinational study (30 centers in 10 countries) found that patients who developed ICI-associated acute kidney injury were more likely to have impared renal function at the start of ICI, use a proton pump inibitor, and have extrarenal irAEs. Two-thirds of patient had renal recovery after ICI-AKI. Treatment with corticosteroids was associated with improved renal recovery.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Seriële postoperatieve ctDNA bepalingen voor voorspellen van recidief in stadium III colorectaalcarcinoom (0)
2021-10-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  stage III CRC serial postoperative ctDNA analysis
Prof. Claus AndersenEr is behoefte aan sensitieve methoden voor risicostratificatie, monitoren van therapeutische werkzaamheid, en vroege detectie van recidief na behandeling voor stadium III colorectaalcarcinoom. Een studie in Denemarken en Spanje heeft de waarde van seriële postoperatieve bepalingen van circulerend tumor DNA in stadium III CRC geïnventariseerd. Prof. Claus Andersen (Universiteitsziekenhuis Aarhus) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1



De studie includeerde 168 patiënten die tussen begin 2014 en eind 2019 behandeling met met curatieve intentie ondergingen. De patiënten stonden na de chirurgie en na voltooien van de adjuvante chemotherapie bloedmonsters af (n=1204) waarin de onderzoekers aanwezigheid van ctDNA analyseerden op basis van patiënt-specifieke SNVs. Detectie van ctDNA na chirurgie (HR 7,0; p<0,001) en direct na adjuvante chemotherapie (HR 50,8; p<0,001) was sterk voorspellend voor recidief. Onder patiënten met postoperatief detecteerbaar ctDNA werd recidief gezien in 80%, terwijl onder patiënten met ctDNA-klaring geen recidief werd gezien. Toename van ctDNA in seriële bepalingen iedere drie maanden detecteerde recidief mediaan 9,8 maanden voor standaard recidief-bepaling met computed tomography.

De onderzoekers concluderen dat na chirurgie voor stadium III CRC seriële postoperatieve ctDNA-analyses sterke prognostische waarde hebben die kan dienen voor het geleiden van behandelingskeuzen.

1.Vesterman Henriksen T, Tarazona N, Frydendahl A et al. Circulating tumor DNA in stage III colorectal cancer, beyond minimal residual disease detection, towards assessment of adjuvant therapy efficacy and clinical behavior of recurrences. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A study among stage III CRC patients in Denmark and Spain found strong prognostic value of serial postoperative ctDNA analysis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

MRD-geleide discontinuering van de behandeling na eerstelijns ibrutinib plus venetoclax voor CLL (0)
2021-10-09 13:30   ( Nieuws )
Tags:  CAPTIVATE study MRD-cohort CLL
Dr. William WierdaContinue behandeling met single-agent ibrutinib voor niet-eerder behandeld CLL resulteert in overlevingsprofijt, maar er is behoefte aan beperkte-duur behandeling. De multinationale fase 2-studie CAPTIVATE evalueerde minimal residual disease (MRD)-geleide discontinuering van de behandeling na eerstelijns combinatietherapie met ibrutinib plus venetoclax voor CLL. Dr William Wierda (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren resultaten van de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten jonger dan 70 jaar met niet-eerder behandeld CLL. De patiënten kregen drie cycli ibrutinib gevolgd door twaalf cycli ibrutinib plus venetoclax. Patiënten met bevestigde niet-detecteerbare MRD (confirmed uMRD groep) werden 1:1 gerandomiseerd naar dubbelblind ibrutinib of placebo. Patiënten in de uMRD Not Confirmed groep werden 1:1 gerandomiseerd naar open-label ibrutinib of ibrutinib plus venetoclax. Het primaire eindpunt van de nu gepubliceerde analyse was het percentage na een jaar ziektevrije patiënten in de confirmed uMRD groep.

Onder de 164 geïncludeerde patiënten waren na twaalf cycli ibrutinib-venetoclax de beste uMRD-responspercentages 75% (perifeer bloed) en 68% (beenmerg). De 86 patiënten in de confirmed uMRD groep werden gerandomiseerd naar placebo (n=43) of ibrutinib (n=43). De mediane follow-up was 31,3 maanden. Het een-jaars DFS-percentage was 95% met placebo versus 100% met ibrutinib, een niet-significant verschil (p=0,15). Adverse events waren het meest frequent tijdens de eerste zes maanden ibrutinib plus venetoclax en namen over het algemeen af in de tijd.

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat veilige beperkte-duur eerstelijns behandeling met het all-oral chemotherapievrije regime ibrutinib-venetoclax mogelijk is.

1.Wierda WG, Allan JN, Siddiqi T et al. Ibrutinib plus venetoclax for first-line treatment of chronic lymphocytic leukemia: primary analysis results from the minimal residual disease cohort of the randomized phase II CAPTIVATE study. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Results of the multinational phase 2 CAPTIVATE study suggest the potential for a fixed-duration treatment with an all-oral, once-daily, chemotherapy-free regimen of first-line ibrutinib plus venetoclax for CLL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gebruik van nieuwe risicostratificatiemethoden voor prostaatcarcinoom: impact op management (0)
2021-10-09 12:00   ( Nieuws )
Tags:  use of new prostate cancer risk stratification technologies association with management
Dr. Michael LeapmanNieuwe technieken voor risicostratificatie van prostaatcarcinoom komen in toenemende mate beschikbaar. Een retrospectieve cohortstudie in de Verenigde Staten heeft trends in gebruik van prostaat-MRI en genomisch testen geïnventariseerd, en de associatie van dit gebruik met het management (initiële observatie versus definitieve behandeling) onderzocht. Dr. Michael Leapman (Yale University School of Medicine, New Haven CT) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde patiënten in de leeftijd van veertig tot negentig jaar met nieuw-gediagnostiseerd prostaatcarcinoom. Gegevens over gebruik van prostaat-MRI en genomisch testen werd verkregen aan de hand van verzekeringsclaims. De onderzoekers vergeleken 27.679 patiënten met een diagnose tussen 1 juli 2012 en 30 juni 2014 (gemiddelde leeftijd 58,0 ± 5,9 jaar) met 37.851 patiënten met een diagnose tussen 1 juli 2017 en 30 juni 2019 (gemiddelde leeftijd 59,0 ± 5,7 jaar). Gebruik van prostaat-MRI nam van de eerste tot de tweede periode significant toe, van 7,2% (95%-bti 6,9-7,5) tot 16,7% (16,3-17,1); dit was ook het geval voor gebruik van genomisch testen, van 1,3% (1,1-1,4) tot 12,7% (12,3-13,0). In hospital referral regions (HRRs) in het hoogste versus het laagste kwartiel van gebruik van prostaat-MRI was het gebruik van initiële observatie in plaats van definitieve behandeling 4,1% hoger (p<0,001) en in HRRs in het hoogste versus het laagste kwartiel van gebruik van genomisch testen was het gebruik van initiële observatie in plaats van definitieve behandeling 2,5% hoger (p=0,03).

De onderzoekers concluderen dat tussen 1 juli 2012 en 30 juni 2019 adoptie van nieuwe risicostratificatiemethoden in de Verenigde Staten significant toegenomen is, geassocieerd met toegenomen gebruik van initiële observatie in plaats van definitieve behandeling.

1.Leapman MS, Wang R, Park HS et al. Adoption of new risk stratification technologies within US hospital referral regions and association with prostate cancer management. JAMA Network Open 2021;4:e2128646

Summary: A retrospective cohort study in the USA found that uptake of prostate MRI and genomic testing of newly diagnosed prostate cancer patients was associated with increased use of initial observation versus definitive treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)