De studie includeerde alle patiënten met een maligniteit die tussen begin 2011 en november 2022 tenminste één dosis van any ICI hadden gekregen, als monotherapie of in combinatie met andere middelen, en vervolgens werden gehospitaliseerd in MGH vanwege een irAE. De onderzoekers onderscheidden vroege (0 tot 6 maanden na start van de ICI), intermediaire (6 tot 12 maanden) en late (langer dan 12 maanden) irAEs.
De mediane leeftijd van de 795 patiënten was 67,3 jaar (IQR 58,3-74,8) en 59,9% waren mannen. De meeste patiënten (65,0%) kregen PD-(L)1 monotherapie, en de meest gebruikelijke indicaties waren melanoom (42,1%) en longcarcinoom (21,0%). De mediane tijd tussen start van de ICI-therapie en hospitalisatie wegens irAE was 2,7 maanden (IQR 1,2-6,1), met 14,7% van de patiënten met presentatie tussen 6 en 12 maanden en 10,8% van de patiënten met presentatie na meer dan 12 maanden. De irAEs met de hoogste waarschijnlijkheid van late presentatie waren nieraandoeningen (31,3% van de late irAEs) en hematologische irAEs (21,7%). Het ICI-type was significant geassocieerd met tijd tot ontstaan van irAEs: 13,5% van de patiënten met anti-PD-L1 gebaseerde therapie hadden late irAEs, vergeleken met 5,4% van de patiënten die duale anti-CTLA-4 gebaseerde therapie kregen (p<0,001).
De onderzoekers concluderen dat late irAEs kunnen voorkomen, met presentatie een jaar of langer na de ICI-therapie in een subset van de patiënten.
1.Durbin CM, Zubiri L, Perlman K et al. Late-onset immune-related adverse events after immune checkpoint inhibitor therapy. JAMA Network Open 2025;8:e252668
Summary: A retrospective cohort study at Massachusetts General Hospital (Boston) found that after use of ICIs for cancer, late irAEs are possible, with a subset of the patients presenting years after the start of ICI therapy.
Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie. (Login)