Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Laat-ontstane immuungerelateerde bijwerkingen na immuuncheckpointremming voor maligniteiten (0)
2025-03-28 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for cancer late-onset irAEs
Dr. Sienna DurbinHet gebruik van immuuncheckpointremmers (ICIs) neemt toe. Er is niet veel informatie beschikbaar over de frequentie van laat-ontstane immungerelateerde bijwerkingen (irAEs) van ICIs en over patiënt-specifieke risicofactoren die geassocieerd zijn met de ontwikkeling van deze irAEs. Een retrospectieve cohortstudie van Massachusetts General Hospital (MGH, Boston) heeft de incidentie van irAEs na ICIs voor maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Sienna Durbin en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde alle patiënten met een maligniteit die tussen begin 2011 en november 2022 tenminste één dosis van any ICI hadden gekregen, als monotherapie of in combinatie met andere middelen, en vervolgens werden gehospitaliseerd in MGH vanwege een irAE. De onderzoekers onderscheidden vroege (0 tot 6 maanden na start van de ICI), intermediaire (6 tot 12 maanden) en late (langer dan 12 maanden) irAEs.

De mediane leeftijd van de 795 patiënten was 67,3 jaar (IQR 58,3-74,8) en 59,9% waren mannen. De meeste patiënten (65,0%) kregen PD-(L)1 monotherapie, en de meest gebruikelijke indicaties waren melanoom (42,1%) en longcarcinoom (21,0%). De mediane tijd tussen start van de ICI-therapie en hospitalisatie wegens irAE was 2,7 maanden (IQR 1,2-6,1), met 14,7% van de patiënten met presentatie tussen 6 en 12 maanden en 10,8% van de patiënten met presentatie na meer dan 12 maanden. De irAEs met de hoogste waarschijnlijkheid van late presentatie waren nieraandoeningen (31,3% van de late irAEs) en hematologische irAEs (21,7%). Het ICI-type was significant geassocieerd met tijd tot ontstaan van irAEs: 13,5% van de patiënten met anti-PD-L1 gebaseerde therapie hadden late irAEs, vergeleken met 5,4% van de patiënten die duale anti-CTLA-4 gebaseerde therapie kregen (p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat late irAEs kunnen voorkomen, met presentatie een jaar of langer na de ICI-therapie in een subset van de patiënten.

1.Durbin CM, Zubiri L, Perlman K et al. Late-onset immune-related adverse events after immune checkpoint inhibitor therapy. JAMA Network Open 2025;8:e252668

Summary: A retrospective cohort study at Massachusetts General Hospital (Boston) found that after use of ICIs for cancer, late irAEs are possible, with a subset of the patients presenting years after the start of ICI therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter first-in-human fase 1-studie van FOR46 voor metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (0)
2025-03-27 16:00   ( Nieuws )
Tags:  mCRPC FOR46
Dr. Rahul AggarwalIn metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC) wordt overexpressie van CD46 gezien. FOR46 (voorheen FG-3246) is een antibody-drug conjugate dat bestaat uit een op CD46 gericht antilichaam gekoppeld aan monomethyl auristatine E. In preklinische modellen van enzalutamide-resistent mCRPC is activititeit van FOR46 gezien. Een multicenter first-in-human fase 1-studie in de Verenigde Staten heeft FOR46 voor mCRPC geëvalueerd. Dr. Rahul Aggarwal (University of California San Franciso) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 56 patiënten met progressief mCRPC na behandeling met één of meer androgeensignaleringsremmers. De patiënten kregen intraveneus FOR46 in startdosering 0,1 mg/kg iedere drie weken. Doseringslimiterende toxiciteiten waren neutropenie (n=4), febriele neutropenie (n=1) en vermoeidheid (n=1), met hoogst-verdragen dosering 2,7 mg/kg iedere drie weken. De meest-gerapporteerde graad 3 of hoger adverse events waren neutropenie (59% van de patiënten), leukopenie (27%), lymfopenie (7%), anemie (7%) en vermoeidheid (5%). Eén patiënt had graad 3 febriele neutropenie. Er waren geen graad 5 treatment-related adverse events. Onder de 40 voor werkzaamheid evalueerbare patiënten met adenocarcinoom die tenminste 1,2 mg/kg iedere drie weken kregen was de mediane radiografisch-progressievrije overleving 8,7 maanden (range 0,1-33,9). Veertien van 39 evalueerbare patiënten (36%) hadden een PSA50-respons. De bevestigde RECIST objective response rate was 20%, met mediane duur van respons 7,5 maanden.

De onderzoekers concluderen dat FOR46 bemoedigende voorlopige klinische activiteit had met een manageable veiligheidsprofiel.

1.Aggarwal RR, Vuky J, VanderWeele D et al. Phase I, first-in-human study of FOR46 (FG-3246), an immune-modulating antibody-drug conjugate targeting CD46, in patients with metastatic castration-resistant prostate cancer. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1 study in the USA found encouraging preliminary clinical activity with a manageable safety profile of the antibody-drug conjugate FOR46 in patients with progressive mCRPC after treatment with androgen signaling inhibitor.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overlevingsimpact van adherentie aan leefstijlaanbevelingen na diagnose van een maligniteit (0)
2025-03-27 14:30   ( Nieuws )
Tags:  UK Biobank
Dr. Stephanie ByrneEr is niet veel informatie beschikbaar over de waarde van adherentie aan leefstijlaanbevelingen na de diagnose van een maligniteit. Een analyse in het cohort van de UK Biobank heeft de overlevingsimpact van deze adherentie geïnventariseerd. Dr. Stephanie Byrne (University of South Australia, Adelaide) en collega’s publiceren de analyse in Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention.1

In de UK Biobank identificeerden de onderzoekers 20.805 patiënten in de leeftijd van 37 tot en met 73 jaar met een diagnose van een maligniteit voor de inclusie tussen begin 2006 en eind 2010 (onder wie 5845 patiënten met mammacarcinoom, 1943 met colorectaalcarcinoom, en 2715 met prostaatcarcinoom. De patiënten werden tot december 2022 gevolgd voor all-cause en ziektespecifiek overlijden. Op basis van aanbevelingen voor preventie van maligniteiten construeerden de onderzoekers een leefstijl-index, met hogere index als maat voor een hogere adherentie aan de aanbevelingen.

Tijdens 258.985 persoonsjaren follow-up overleden 4328 deelnemers, onder wie 3354 aan hun maligniteit. Hogere leefstijlindex was geassocieerd met lager risico van all-cause mortaliteit (any maligniteit: hoogste versus laagste index tertiel HR 0,77; 95%-bti 0,71-0,83; mammacarcinoom 0,75; 0,64-0,88; colorectaalcarcinoom 0,68; 0,52-0,89; en prostaatcarcinoom 0,73; 0,59-0,89) en ziektespecifieke mortaliteit (any maligniteit 0,82; 0,75-0,89; mammacarcinoom 0,88; 0,71-1,09); en prostaatcarcinoom 0,70; 0,53-0,93).

De onderzoekers concluderen dat adherentie aan leefstijlaanbevelingen na de diagnose van een mortaliteit geassocieerd was met langere overleving.

1.Byrne S, Hyppönen E, Benyamin B, Boyle T. Greater adherence to lifestyle recommendation after cancer diagnosis is associated with lower mortality in the UK Biobank. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev (2025) 24-1783

Summary: Analysis of participants of the UK Biobank cohort found that adherence to lifestyle recommendations after a cancer diagnosis was associated with lower mortality.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Patiëntkenmerken en behandeluitkomsten van nasofarynxcarcinoom in een niet-endemische regio (0)
2025-03-27 13:00   ( Nieuws )
Tags:  NPC
Dr. Marcelo BonomiPatiënten met nasofarynxcarcinoom (NPC) in niet-endemische gebieden hebben andere kenmerken en uitkomsten dan NPC-patiënten in endemische regio’s. Een retrospectieve cohortstudie van The Ohio State University (Columbus) heeft demografische en tumorkenmerken, behandelingen, en overlevingsuitkomsten van NPC in een Amerikaanse populatie geïnventariseerd. Dr. Marcelo Bonomi en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 159 volwassen patiënten die tussen begin 2000 en eind 2023 in het Wexner Medical Center van de universiteit werden behandeld. De mediane leeftijd was 53,5 jaar (range 18-90); 73,6% waren mannen; 15,3% waren Afrikaans-Amerikaans; 14,0% waren Aziatisch;en 70,7% waren blank. WHO type III tumoren werden gezien in 68,8%, gevolgd door type II (19,5%) en type I (11,5%). Epstein-Barr virus-positiviteit was significant geassocieerd met ras (81,3% van de Aziatische patiënten vergeleken met 63,0% van de Afrikaans-Amerikaanse patiënten en 47,0% van de blanke patiënten; p=0,03) en WHO-type (type III 72,5%; type II 48,0%; type I 0%; p<0,001). De p16-status, een proxy voor HPV-status, liep niet uiteen tussen rassen maar wel tussen WHO-typen (type III 28,5%; type II 63,0%; en type I 43,0%; p=0,04). In multivariate analyse waren hogere leeftijd (per één jaar toename HR 1,03; p=0,04) en voormalige rookstatus (HR 2,29; p=0,04) geassocieerd met slechtere overall survival, terwijl type III tumor vergeleken met type I tumor geassocieerd was ,et betere OS (HR 0,38; p=0,02). Mannelijk geslacht was geassocieerd met slechtere progressievrije overleving (HR 5,35; p=0,03). Een significant hoger risico van recidiverende ziekte werd gezien onder voormalige rokers (HR 25,24; p=0,006), huidige rokers (HR 44,97; p=0,01) en patiënten met gevorderd stadium (IVa en IVb: HR 261,34; p=0,009).

De onderzoekers concluderen dat de cohortstudie bijdraagt aan de kennis van NPC in niet-endemische gebieden.

1.Alsvaf MB, Marquardt M, Abouammo MD et al. Patient characteristics and treatment outcomes of nasopharyngeal carcinoma in nonendemic regions. JAMA Network Open 2025;8:e251895

Summary: A retrospective cohort study at The Ohio State University (Columbus) evaluated patient characteristics and treatment outcomes of nasopharyngeal carcinoma in a nonendemic region.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van adjuvant mFOLFOX6 na resectie van longmetastasen van colorectaalcarcinoom (0)
2025-03-26 16:00   ( Nieuws )
Tags:  WJOG5810G
Dr. Narikazu BokuEr is geen duidelijkheid over de waarde van adjuvante chemotherapie na resectie van longmetastasen van colorectaalcarcinoom (CRC). Een multicenter fase 2-studie in Japan heeft adjuvante chemotherapie met mFOLFOX6 na longmetastasectomie onder CRC-patiënten geëvalueerd. Dr. Narikazu Boku (St. Marianna University School of Medicine, Kawasaki) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1


De studie includeerde 52 patiënten met colorectaaladenocarcinoom, eerste curatieve resectie van ten hoogste vier longmetastasen, en geen eerdere chemotherapie. Onder de 48 voor werkzaamheid evalueerbare patiënten was de mediane leeftijd 62 jaar (range 43-75), de ECOG performance status 0 in 45 patiënten, eerdere resectie van extrahorax-metastasen in vier patiënten, en postoperatieve CEA-waarde in de normale range in 43 patiënten. Vierendertig patiënten hadden één longmetastase. De patiënten kregen twaalf cycli mFOLFOX6. Het primaire eindpunt was het percentage overlevende patiënten na vijf jaar. De figuur laat zien dat het vijf-jaars OS-percentage 85,2% bedroeg (95%-bti 71,4-92,6), en deze figuur laat zien dat na vijf jaar 60,2% van de patiënten ziektevrij waren (44,9-72,6). Onder de 52 behandelde patiënten voltooiden 41 twaalf cycli mFOLFOX6 (78,8%). De meest-waargenomen graad 3 of hoger adverse events waren neutropenie (50,0%(, vermoeidheid (7,7%), en perifere sensorische neuropathie (7,7%).

De onderzoekers concluderen dat na resectie van longmetastasen van CRC adjuvant mFOLFOX6 feasible was en in deze studie werkzaam was.

1.Machida N, Okumura T, Boku N et al. A phase 2 trial of adjuvant chemotherapy with 5-fluorouracil/leucovorin and oxaliplatin after lung metastasectomy for colorectal cancer (WJOG5810G). Cancer 2025.35807

Summary: A multicenter phase 2 trial in Japan found that after resection of lung metastases from colorectal cancer, adjuvant mFOLFOX6 is feasible and may be effective.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van autologe CIK-celtherapie plus toripalimab met of zonder chemotherapie voor aNSCLC (0)
2025-03-26 14:30   ( Nieuws )
Tags:  advanced non-small cell lung cancer cytokine-induced killer cell therapy
Prof. Baohui HanEr is behoefte aan nieuwe therapeutische opties voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC). Een fase 2-studie van Shanghai Jaio Tong University heeft veiligheid en werkzaamheid van autologe cytokine-induced killer (CIK)-celtherapie in combinatie met toripalimab (anti-PD-1) met of zonder chemotherapie als eerstelijns behandeling voor aNSCLC geëvalueerd. Prof. Baohui Han en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 40 patiënten met PD-L1 positief aNSCLC zonder bekende driver mutaties. De patiënten werden gerandomiseerd naar toriplimab plus CIK-cellen plus chemotherapie (arm A) of alleen toripalimab plus CIK-cellen (arm B). De mediane progressievrije overleving was significant langer in arm A dan in arm B (20,0 versus 6,0 maanden; p=0,0038) en de mediane overall survival werd niet bereikt in arm A en was 17,0 maanden in arm B (p=0,0479). De objective response rate was 47,4% in arm A en 60,0% in arm B. Patiënten die vier of meer cycli CIK-cellen kregen hadden significant betere PFS en OS. Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat de eerstelijns combinatie van CIK-cellen en toripalimab veelbelovende werkzaamheid en veiligheid had onder patiënten met PD-L1 positief aNSCLC, en dat toevoeging van chemotherapie de werkzaamheid verder kan versterken.

1.Zhong R, Chu T, Xiong L et al. Efficacy and safety of autologous CIK cell therapy plus toripalimab with or without chemotherapy in advanced NSCLC: a phase II study. Int J Cancer 2025.35422

Summary: A phase 2 trial at Shanghai Jiao Tong University (China) found that the combination of toripalimab with cytokine-induced killer cell therapy had promising activity and safety among patients with PD-L1 positive aNSCLC, whereas addition of chemotherapy did further improve outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world behandelpatronen en uitkomsten van HER2-laag metastatisch mammacarcinoom na chemotherapie in de VS (0)
2025-03-26 13:00   ( Nieuws )
Tags:  HER2-low mBC
Dr. Shanu ModiOngeveer 60% van de metastatische mammacarcinomen die traditioneel als HER2-negatief werden beoordeeld worden nu gezien als HER2-laag, gedefinieerd als HER2 IHC-score 1+ of IHC 2+ en ISH-negativiteit. Een retrospectieve analyse van een database van onbeer 880 behandelcentra in de Verenigde Staten heeft demografische kenmerken, behandelpatronen, en uitkomsten van patiënten met HER2-laag mBC die in de metatstatische setting eerder één lijn chemotherapie hadden gekregen geïnventariseerd. Dr. Shanu Modi (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1

In de database identificeerden de onderzoekers 3765 patiënten met HER2-laag mBC die tussen begin 2011 en eind april 2023 na één lijn chemotherapie een index line of therapy (LOT) begonnen. De meeste patiënten waren vrouw (98,4%) en blank (67,0%). Van de patiënten had 78,8% HR-positieve ziekte en 21,0% HR-negatieve ziekte. Van de HR-positieve patiënten had 61,7% endocriene therapie gekregen voorafgaand aan de index-LOT. De meest-gebruikte index-LOT was single-agent chemotherapie (45,4% in HR-positieve patiënten met 66,9% in HR-negatieve patiënten). Single-agent chemotherapie werd ook veel gegeven als eerste post-index LOT (43,4% voor HR-positief en 66,4% voor HR-negatief) en tweede post-index LOT (45,9% respectievelijk 67,0%). Onder alle patiënten was de mediane tijd tot discontinuering of overlijden 4,1 maanden (95%-bti 3,9-4,2) en de mediane tijd tot volgende behandeling of overlijden 5,1 maanden (4,8-5,3) vanaf de index-LOT. De mediane overall survival onder alle patiënten was 15,8 maanden (95%-bti 15,2-16,5) vanaf de index-LOT.

De onderzoekers concluderen dat deze data de unmet clinical needs van patiënten met HER2-laag mBC onderstrepen.

1.Modi S, Zhang S, Byng D et al. Treatment patterns and outcomes in HER2-low metastatic breast cancer patients previously treated with chemotherapy: a US real-world cohort study. Breast Cancer Res Treat 2025-07649-y

Summary: Retrospective analysis of the Flatiron Health database investigated treatment patterns and outcomes in HER2-low metastatic breast cancer patients previously treated with chemotherapy in the US.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-2 studie van neoadjuvant BMS-813160 plus nivolumab, gemcitabine, en nab-paclitaxel voor PDAC (0)
2025-03-25 16:00   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic ductal adenocarcinoma
Dr. Kian-Huat LimIn preklinische modellen van pancreas ductaal adenocarcinoom (PDAC) verbetert behandeling gericht op C-C chemokine receptor (CCR) type 2 de werkzaamheid van chemotherapie. Een fase 1-2 studie van Washington University in St. Louis (MO) heeft de neoadjuvante combinatie van gemcitabine en nab-paclitaxel (GnP) chemotherapie met de CCR2/5-remmer BMS-813160 en nivolumab voor borderline resectabel (BR) en lokaal-gevorderd (LA) PDAC geëvalueerd. Dr. Kian-Huat Lim en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 8 patiënten die in de neoadjuvant setting alleen vier vier-weekse cycli GnP kregen (controlegroep) en 31 patiënten (29 voor werkzaamheid evalueerbaar) die vier vierweekse cycli de combinatie kregen. Er waren geen graad 3 of 4 toxiciteiten die toegeschreven werden aan BMS-813160 of nivolumab. Na vier neoadjuvante cycli was de ORR 35,7% onder de BR-PDAC patiënten en 16,7% onder de LA-PDAC patiënten, vergeleken met 0% onder de controlepatiënten. Chirurgische resectie kon worden uitgevoerd in 78,6% van de BR-PDAC patiënten en 16,7% van de LA-PDAC patiënten die de studiebehandeling voltooiden. De mediane progressievrije overleving en mediane overall survival waren 14,6 maanden respectievelijk 20,4 maanden onder de BR-PDAC patiënten en 14,7 maanden respectievelijk 17 maanden onder de LA-PDAC patiënten.

De onderzoekers concluderen dat de neoadjuvante combinatie van BMS-813160 met nivolumab en GnP goed verdragen werd en vergeleken met historische controles resulteerde in langere PFS en OS onder patiënten met LA-PDAC.

1.Grierson PM, Wolf C, Suresh R et al. Neoadjuvant BMS-813160, nivolumab, gemcitabine, and nab-paclitaxel for patients with pancreatic cancer. Clin Cancer Res 2025; epub ahead of print

Summary: A phase 1-2 trial at Washington University in St. Louis (MO) found that among patients with borderline resectable or locally advanced PDAC, the neoadjuvant combination of BMS-813160 (CCR2/5 inhibitor), nivolumab, and gemcitabine plus nab-paclitaxel chemotherapy was well tolerated with promising efficacy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)