Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

NCDB-analyse van uitkomsten met neoadjuvante chemotherapie versus chemoradiotherapie voor slokdarmadenocarcinoom (0)
2025-08-25 13:30   ( Nieuws )
Tags:  EAC NCT versus NCRT
Dr. Ravi ShridharNeoadjuvante chemoradiotherapie (NCRT) is een standaard-behandeling voor slokdarmadenocarcinoom (EAC) maar in de recente studies is gezien dat neoadjuvante chemotherapie (NCT) resulteerde in equivalente of superieure uitkomsten. Een analyse van de National Cancer Database heeft uitkomsten met NCT versus NCRT voor EAC in de klinische praktijk geïnventariseerd. Dr. Ravi Shridhar (Advent Health Cancer Institute, Orlando FL) en collega’s publiceren de analyse in Annals of Oncology.1

Na propensity-score matching bestonden de NCT-groep en de NCRT-groep beide uit 1007 patiënten. De NCT-groep had betere lymfadenectomie en meer gebruik van adjuvante therapie, en de NCRT-groep had hogere R0-resectiepercentages en hogere percentages pathologische respons. De mediane overall survival was 42,7 maanden in de NCT-groep versus 34,2 maanden in de NCRT-groep (p=0,001) en de vijf-jaars OS-percentages waren 42% versus 35%. Onder de patiënten met pathologisch complete respons was de mediane OS 101 maanden in de NCT-groep versus 71,2 maanden in de NCRT-groep (p=0,04) met vijf-jaars OS-percentage 64% versus 53%.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die neoadjuvante therapie voor EAC ondergaan NCT geassocieerd was met significant betere OS dan NCRT. Echter, heterogeniteit van de gebruikte regimes sluit definitieve therapeutische aanbevelingen uit.

1.Shridhar R, Huston J, Meredith K. Outcomes of neoadjuvant chemotherapy versus chemoradiation for esophageal adenocarcinoma: a National Cancer Database analysis. Ann Surg Oncol 2025-18140-9

Summary: Analysis using the National Cancer Database found that among patients undergoing neoadjuvant therapy for esophageal adenocarcinoma, neoadjuvant chemotherapy was associated with significantly improved overall survival compared with neoadjuvant chemoradiation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Geboortecohort-effecten in de toename van incidentie van vroeg-ontstaan colorectaalcarcinoom in vier landen (0)
2025-08-25 12:00   ( Nieuws )
Tags:  eoCRC
Dr. Paul BrennanIn meerdere landen is toenemende incidentie gezien van vroeg-ontstaan colorectaalcarcinoom (eoCRC; gediagnostiseerd voor de leeftijd vijftig jaar). Onderzoekers van het International Agency for Research on Cancer (Lyon, Frankrijk) hebben lange-termijn eoCRC-incidentie geïnventariseerd in Australië, Canada, Engeland, en de Verenigde Staten vanaf 1995 of eerder. Dr. Paul Brennan en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1




In alle vier de landen werd toenemende incidentie van eoCRC in achtereenvolgende geboortecohorten gezien vanaf 1960, met onder personen geboren in de 1990s een tenminste vijfmaal hoger risico dan onder personen geboren in de 1960s. In het meest recente decennium liep de estimated annual percentage change (EAPC) uiteen van 3,7% in Canada tot 6,0% in Engeland, met steile toename onder personen voor de leeftijd van veertig jaar.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat factoren die bijdragen aan eoCRC vroeg in het leven ontstaan en vervolgens accumuleren.

1.Downham L, Laversanne M, Perdomo S et al. Increase of early-onset colorectal cancer: a cohort effect. J Natl Cancer Inst 2025.djaf238

Summary: Analysis of trends in incidence of early-onset colorectal cancer in four countries found birth cohort effects, with individuals born in the 1990s facing at least five-fold higher risks compared with those born in the 1960s.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Tien-jaars overleving per PSA-nadir en ziektevolume in metastatisch hormoon-gevoelig prostaatcarcinoom (0)
2025-08-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CHAARTED trial
Dr. Abishek TripathyDe multicenter CHAARTED-studie in de Verenigde Staten inventariseerde overall survival van patiënten met metastatisch hormoon-gevoelig prostaatcarcinoom (mHSPC) die werden behandeld met androgeendeprivatietherapie met of zonder docetaxel. Een secundaire analyse van de studie evalueerde tien-jaars overlevingsresultaten van de studie in patiënten gestratificeerd naar ziektevolume en on-therapy PSA-niveau na zes maanden. Dr. Abishek Tripathi (City of Hope Comprehensive Cancer Center, Duarte CA) en collega’s publiceren de analyse in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 790 patiënten, van wie 225 na tien jaar follow-up in leven waren. Het tien-jaars OS-percentage was 25,9% in de ADT plus docetaxelgroep versus 22,5% in de ADT-groep (HR 0,78; p=0,004). Patiënten met hoog-volume ziekte hadden significant OS-profijt van toevoeging van docetaxel aan ADT (20,9% versus 11,4%; p<0,0001). PSA-niveau lager dan 0,2 ng/ml na zes maanden behandeling was geassocieerd met significant betere mediane overleving in de ADT plus docetaxelgroep (100,3 versus 45,4 maanden; p<0,0001) en in de ADT-groep (116,8 versus 31,8 maanden; p<0,0001). In analyse gecorrigeerd voor ziektevolume, eerdere lokale therapie, Gleason score, en behandelarm was PSA-nadir < 0,2 ng/ml na zes maanden een onafhankelijke voorspeller van betere OS (HR 0,41; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat lange-termijn follow-up van CHAARTED laat zien dat patiënten met hoog-volume ziekte OS-profijt hebben van toevoeging van docetaxel aan ADT, en dat PSA-nadir < 0,2 ng/ml een sterke prognostische marker is voor OS.

1.Tripathi A, Chen Y, Jarrard DF et al. Ten-yyear survival rates by PSA nadir in patients with metastatic hormone-sensitive prostate cancer: long-term survival analysis from the ECOG-ACRIN 3805 (CHAARTED) trial. Ann Oncol 2025.08.004

Summary: The multicenter CHAARTED trial in the US found that high-volume HSPC treatment derived significant OS benefit from early ADT plus docetaxel treatment, whereas PSA nadir < 0.2 ng/ml at 6 months was associated with improved OS with or without docetaxel addition to ADT.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Met CIPN geassocieerde voedingsmiddelen en micronutriënten na neurotoxische behandeling voor maligniteiten (0)
2025-08-24 12:00   ( Nieuws )
Tags:  chemotherapy-induced peripheral neuropathy
Dr. Karly MillerHet is niet duidelijk of er een verband bestaat tussen voedingsgewoonten en chemotherapie-geassocieerde perifere neuropathie (CIPN) na neurotoxische behandeling voor maligniteiten. Een cross-sectionele studie van de University of Michigan (Ann Arbor) heeft associaties tussen consumptie van specifieke voedingsmiddelen en inname van micronutriënten met CIPN-symptomen geïnventariseerd. Dr. Karly Miller en collega’s publiceren de studie in Supportive Care in Cancer.1


De studie includeerde 136 deelnemers die neurotoxische chemotherapie voor maligniteiten hadden ondergaan. De deelnemers gaven informatie over CIPN-symptomen door het beantwoorden van de PRO-CTACETM numbness and tingling vragenlijst en informatie over hun voedingsgewoonten door het beantwoorden van de VioScreenTM Research Food Frequency Questionnaire. Hoger dagelijkse consumptie van geraffineerde granen (OR 2,05; 95%-bti 1,22-3,46) en lagere dagelijkse consumptie van tomaten (0,10; 0,10-1,14), vis (0,21; 0,06-0,75), eieren (0,06; 0,01-0,34) en lagere inname van seleen (0,96; 0,92-1,00) waren geassocieerd met verhoogde waarschijnlijkheid van CIPN-klachten. De waarschijnlijkheid van ernstige CIPN nam toe met iedere additionele dagelijkse portie van geraffineerde granen (OR 1,66; 95%-bti 1,11-2,48) en nam af met iedere additionele dagelijks portie van gevogelte (0,58; 0,31-1,08), vis (0,18; 0,05-0,61), eieren (0,08; 0,02-0,39), groente (0,04; 0,00-1,49) en seleen (0,96; 0,93-1,35).

De onderzoekers concluderen dat er relevante verschillen in consumptie van voedingsmiddelen en inname van seleen bestonden tussen deelnemers met versus zonder CIPN-klachten.

1.Miller K, Zick S, Ploutz-Snyder R et al. Food groups and micronutrients associated with chemotherapy-induced peripheral neuropathy in survivors of cancer post neurotoxic treatment. Supp Care Cancer 2025-09827-6

Summary: A cross-sectional study at the University of Michigan (Ann Arbor) found meaningful nutrional differences between participant with and without CIPN after neurotoxic treatment for cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van toevoeging van ipilimumab en nivolumab aan neoadjuvante chemoradiotherapie voor rectumcarcinoom (0)
2025-08-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CHINOREC trial
Dr. Johannes LängleRadiotherapie kan immunogeniciteit van tumor verhogen. De multicenter gerandomiseerde fase 2-studie CHINOREC in Oostenrijk heeft toevoegen van ipilimumab plus nivolumab aan neoadjuvante chemoradiotherapie (CRT) voor rectumcarcinoom geëvalueerd. Dr. Johannes Längle (Medische Universiteit Wenen) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

CHINOREC includeerde 80 patiënten, die tussen juni 2020 en april 2024 CRT kregen (50 Gy in 25 fracties met concurrent capecitabine; n=30) of CRT plus ipilimumab 1 mg/kg op dag zeven en nivolumab 3 mg/kg iedere twee weken vanaf dag veertien (experimentele groep; n=50). Het primaire eindpunt was veiligheid en feasibility van toevoegen van de beide ICIs aan neoadjuvante CRT. Er waren tussen beide groepen geen significante verschillen in percentage patiënten met chirurgische complicaties (17% versus 17%; p > 0,99) en percentage patiënten met heroperatie (7% versus 8%; p > 0,99). Ook de verschillen in majeure pathologische respons (37% versus 38%; p > 0,99) en complete respons (22% versus 30%; p=0,44) waren niet significant.

De onderzoekers concluderen dat incorporatie van ipilimumab en nivolumab in een neoadjuvant CRT-regime voor rectumcarcinoom veilig en feasible was. Nader onderzoek naar optimale timing en dosering van de ICIs is gewenst (visual abstract).

1.Längle J. Kührer I, Kulu A et al. Dual immune checkpoint inhibition plus neoadjuvant chemoradiotherapy in rectal cancer. A randomized clinical trial. JAMA Network Open 2025;8:e2527769

Summary: The multicenter randomized phase 2 CHINOREC trial in Austria found that incorporation of ipilimumab and nivolumab in a neoadjuvant CRT regimen for rectal cancer was safe and feasible.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Temporele trends in gebruik van stereotactische radiochirurgie voor hersenmetastasen: NCDB 2004 tot en met 2020 (0)
2025-08-23 13:30   ( Nieuws )
Tags:  BM SRS
Jonathan ShihStereotactische radiochirurgie (SRS) voor hersenmetastasen (BM) veroorzaakt minder toxiciteit dan whole-brain radiotherapy (WBRT) bij vergelijkbare overlevingsuitkomsten. Een analyse van de National Cancer Database over de periode 2004 tot en met 2020 heeft temporele trends in gebruik van SRS voor BM geïnventariseerd. Medisch student Jonathan Shih (University of California San Francisco) en collega’s publiceren publiceren de analyse in het Journal of Neuro-Oncology.1

De analyse includeerde 89.984 volwassen patiënten die in de studieperiode SRS (27%) of WBRT (73%) kregen voor BM van twaalf typen maligniteiten. De figuur laat zien dat gebruik van SRS toenam van 8% in 2004 tot 54% in 2020 (p<0,001). Gebruik van SRS was waarschijnlijker onder patiënten met meer recente diagnose (2012 tot en met 2020 versus 2004 tot en met 2011 aOR 3,85; 95%-bti 4,01), onder patiënten die eerder chemotherapie hadden gekregen of chirurgie hadden ondergaan, en onder patiënten met colorectaalcarcinoom, longcarcinoom, melanoom, schildkliercarcinoom, of nier-/blaascarcinoom, vergeleken met mammacarcinoom. SRS was minder waarschijnlijk onder patiënten met lager inkomen of opleidingsniveau, Medicare- of Medicaid-verzekering of geen verzekering, en patiënten die werden behandeld in community centers. Ras en etniciteit waren niet geassocieerd met gebruik van SRS.

De onderzoekers concluderen dat gebruik van SRS tussen 2004 en 2020 significant toegenomen is maar dat er dispariteiten in het gebruik van SRS bestaan tussen verschillende groepen patiënten. 

Summary: Analysis Analysis of the National Cancer Database found that from 2004 to 2020 use of stereotactic radiosurgery for brain metastases increased from 8% tot 54%, but with disparities between various patient groups.





  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve analyse van etiologieën en uitkomsten van diabetische ketoacidose onder patiënten met maligniteiten (0)
2025-08-23 12:00   ( Nieuws )
Tags:  DKA in cancer patients
Dr. Sonali ThosaniDiabetische ketoacidose (DKA) is een levensbedreigende aandoening die resulteert in aanzienlijke morbiditeit en gebruik van gezondheidszorg. Een retrospectieve analyse van patiënten van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft etiologieën en uitkomsten van DKA onder patiënten met maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Sonali Thosani en collega’s publiceren de analyse in Cancers.1

De analyses includeerde 91 patiënten met maligniteiten die tussen begin 2019 en eind 2021 werden opgenomen wegens DKA. Negentien patiënten (21%) hadden onderliggende type 1-diabetes, 45 patiënten (49%) hadden type 2-diabetes, en 27 patiënten (30%) hadden drug-induced diabetes. Negentwintig patiënten (39%) hadden slecht-gecontroleerde diabetes met HbA1c hoger dan 9% (75 mmol/mol). Onder patiënten met bekende type 1 diabetes waren de belangrijkste provocerende factoren van DKA inadequate insulinetherapie en infecties-gerelateerde oorzaken. Onder patiënten met bekende type 2-diabetes of geen geschiedenis van diabetes waren de meest-voorkomende provocerende factoren medicaties zoals immuuncheckpointremmers, SGLT2-remmers, en steroïden. De figuur laat zien dat er geen in-hospital deaths waren onder patiënten met type 1-diabetes, terwijl er substantiële dertig-dagen mortaliteit was onder patiënten met type 2-diabetes en drug-induced diabetes.

De onderzoekers concluderen dat de analyse provocerende factoren voor DKA onder patiënten met maligniteiten heeft geïdentificeerd.

1.Gandhi A, Jeun R, Wang Z et al. Etiologies and outcomes of diabetic ketoacidosis in cancer patients: a retrospective analysis. Cancers 2025;17:2728

Summary: Retrospective analysis of patients of MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) characterized etiologies and outcomes of diabetic ketoacidosis among cancer patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van toripalimab combinatietherapie zonder concurrent cisplatine voor nasofarynxcarcinoom (0)
2025-08-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  DIAMOND randomized trial
Prof. Jun MaMeer dan 70% van de nieuwe gevallen van nasofarynxcarcinoom (NPC) is al bij diagnose in het locoregionaal-gevorderde stadium, waarvoor cisplatine-gebaseerde chemoradiotherapie vereist is. Deze behandeling is echter geassocieerd met hoge toxiciteit. De fase 3-studie DIAMOND, in dertien centra in China, heeft toripalimab geïncorporeerd in inductiechemotherapie en radiotherapie zonder concurrent cisplatine voor nieuw-gediagnostiseerd locoregionaal-gevorderd NPC geëvalueerd. Prof. Jun Ma (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

Tussen augustus 2021 en augustus 2022 includeerde DIAMOND 532 patiënten met T4N1M0 of T1-4N2-3M0 NPC; de mediane leeftijd was 47 jaar (IQR 39-54); 25,2% waren vrouwen. Vierhonderd patiënten (75,2%) voltooiden de studie per protocol. De patiënten weren 1:1 gerandomiseerd naar standaardtherapie (zeventien drie-weekse cycli van toripalimab 240 mg plus gemcitabine-cisplatine inductietherapie en concurrente cisplatine-radiotherapie; n=266) of hetzelfde regime zonder concurrente cisplatine (n=266). Primaire eindpunten waren faalvrije overleving (FFS) met een noninferioriteitsmarge van 8% en incidentie van all-grade braken.

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 37,0 maanden (range 4,0-50,0). De drie-jaars percentages voor FFS waren 88,3% in de groep zonder concurrente cisplatine versus 87,6% in de groep met standaardtherapie (p=0,002 voor noninferioriteit). De incidentie van all-grade braken was significant lager in de groep zonder concurrente cisplatine dan in de groep met standaardtherapie (26,2% versus 59,8%; p<0,001). De door 87,5% van de patiënten gerapporteerde kwaliteit van leven en de door 94,7% van de patiënten gerapporteerde tolerabiliteit waren beter in de groep zonder concurrente cisplatine.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met nieuw-gediagnostiseerd locoregionaal-gevorderd NPC, toripalimab combinatietherapie zonder concurrent cisplatine feasible was, met hoge FFS en lage toxiciteit (visual abstract).

1.DIAMOND Study Group. Toripalimab combination therapy without concurrent cisplatin for nasopharyngeal carcinoma. The DIAMOND randomized clinical trial. JAMA 2025.13205

Summary: The multicenter phase 3 DIAMOND trial in China found that among patients with newly diagnosed locoregionally advanced nasopharyngeal carcinoma, toripalimab combination therapy without concurrent cisplatin was a feasible treatment with high efficacy and low toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)