Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Ipilimumab versus FOLFOX in combinatie met nivolumab-trastuzumab voor nieuw-gediagnostiseerd HER2-positief EGA (0)
2022-06-24 13:30   ( Nieuws )
Tags:  AIO INTEGA trial HER2-positive esophagogastric adenocarcinoma
Prof. Alexander SteinToevoeging van PD-1 remmers aan chemotherapie heeft geresulteerd in verbetering van uitkomsten van geselecteerde patiëntenpopulaties met metastatisch oesofagogastrisch adenocarcinoom (EGA). De gerandomiseerde multicenter fase 2-studie AIO INTEGA in Duitsland heeft nivolumab-trastuzumab gecombineerd met ipilimumab of mFOLFOX6-chemotherapie voor niet-eerder behandeld gevorderd HER2-positief EGA geëvalueerd. Prof. Alexander Stein (Universiteit van Hamburg-Eppendorf) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

INTEGA werd uitgevoerd in 21 centra. De studie randomiseerde 88 patiënten naar nivolumab-trastuzumab-mFOLFOX6 (FOLFOX-groep; n=44) of nivolumab-trastuzumab-ipilimumab (ipilimumabgroep; n=44). Het primaire eindpunt was twaalf-maands overall survival percentage in beide armen vergeleken met historische controle (trastuzumab-chemotherapie, resulterend in twaalf-maands OS-percentage 55%). Twaalf-maands OS was 70% (95%-bti 54-81) in de FOLFOX-groep versus 57% (41-71) in de ipilimumabgroep. Graad 3 of hoger en ernstige adverse events werden gezien in 29 respectievelijk 15 patiënten in de FOLFOX-groep en in 20 respectievelijk 17 patiënten in de ipilimumabgroep, met hogere incidentie van neuropathie met FOLFOX en immuungerelateerde AEs met iipilimumab.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van trastuzumab, nivolumab en FOLFOX resulteerde in gunstige overlevingsresultaten en respons vergeleken met historische controle. Dit werd niet gezien met de combinatie van trastuzumab, nivolumab, en ipilimumab (visual abstract).

1.Stein A, Paschold L, Tintelnot J et al. Efficacy of ipilimumab vs FOLFOX in combination with nivolumab and trastuzumab in patients with previously untreated ERBB2-positive esophagogastric adenocarcinoma. The AIO INTEGA randomized clinical trial. JAMA Oncol 2022.2228

Summary: The multicenter randomized phase 2 AIO INTEGA trial compared nivolumab plus trastuzumab combined with ipilimumab versus mFOLFOX6 chemotherapy for newly diagnosed advanced HER2-positive esophagogastric adenocarcinoma. The chemotherapy group had favorable survival and response compared with historical control. This was not seen in the ipilimumab group.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Bloed- of beenmergtransplantatie voor AML: lange-termijn morbiditeit onder overlevers (0)
2022-06-24 12:00   ( Nieuws )
Tags:  BMT survivor study AML long-term morbidity
Dr. Saro ArmenianBloed- of beenmergtransplantatie (BMT) is een integraal onderdeel van consolidatie- en/of salvage therapievoor AML. De multicenter BMT Survivor Study in de Verenigde Staten heeft lange-termijn morbiditeit onder overlevers na BMT voor AML geïnventariseerd. Dr. Saro Armenian (City of Hope Centrum, Duarte CA) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 1369 patiënten die BMT voor AML hadden gekregen in de leeftijd van 21 jaar of ouder tussen begin 1974 en eind 2014, en tenminste twee jaar overleefd hadden. Een controlegroep werd gevormd door 1310 nearest-age siblings van deze patiënten. De figuur toont de prevalentie van graad 3 tot en met 5 morbiditeiten in de groep overlevers. De tien-jaars prevalentie van ernstige of levensbedreigende aandoeningen was 54,9% onder de BMT-overlevers versus 28,5% onder de siblings (OR 3,8; 95%-bti 3,1-4,7). De meest-prevalente aandoeningen waren volgende neoplasmen, diabetes, cataract, veneuze tromboëmbolie, en gewrichtsvervanging. Overlevers hadden een verhoogde waarschijnlijkheid van slechte algemene gezondheid (OR 3,8; 95%-bti 2,8-5,1), activiteitenbeperking (3,7; 3,0-4,5), en functionele stoornis (2,9; 2,3-3,6). Geschiedenis van chronische GVHD was geassocieerd met hoger risico van pulmonaire ziekte (HR 3,1; 95%-bti 1,0-9,3), cataract (2,6; 1,4-3,8), en veneuze tromboëmbolie (2,3; 1,3-4,7). Relapse-related mortality bereikte na ongeveer tien jaar een plateau terwijl de non-RRM doorsteeg tot 50% dertig jaar na BMT.

De onderzoekers concluderen dat de belasting met ernstige of levensbedreigende aandoeningen substantieel hoger was in BMT-ontvangers vergeleken met de controlegroep, bijdragend aan een toename van de non-RMM in de loop van de tijd. Chronische GVHD was een belangrijke risicofactor voor deze aandoeningen.

1.Armenian SH, Chen Y, Hageman L et al. Burden of long-term morbidity borne by survivors of acute myeloid leukemia treated with blood or marrow transplantation: the results of the BMT Survivor Study. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multicenter BMT Survivor Study in the USA found that among patients surviving after blood or marrow transplantation for AML the burden of severe/life-threatening conditions was substantially higher when compared with a sibling control group, contributing to increasing incidence of non-relapse-related mortality over time. Chronic graft-versus-host disease was an important risk factor for these conditions.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Finale resultaten van twee fase 3-studies van radiotherapie plus PCV voor anaplastische oligodendrogliale tumoren (0)
2022-06-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EORTC 26951 RTOG 9402 AOTs procarbazine-lomustine-vincristine
Prof. Martin van den BentAnaplastisch oligodendrogliale tumoren (AOTs) zijn chemotherapie-gevoelige hersentumoren. In de jaren negentig van de vorige eeuw zijn twee fase 3-studies gestart van radiotherapie met of zonder (neo)adjuvant procarbazine, lomustine, en vincristine (PCV) voor nieuw-gediagnostiseerde AOTs. Prof. Martin van den Bent (Erasmus MC, Rotterdam) en collega’s publiceren in het Journal of Clinical Oncology finale resultaten van EORTC 26951 en RTOG 9402.1

De mediane follow-up was in beide studies 18-19 jaar. Deze figuur toont de overall survival en progressievrije overleving in de ITT-populaties, en deze figuur toont de resultaten in patiënten met tumoren met 1p/19q-codeletie. In EORTC 26951 (n=368) waren de mediane OS, de veertien-jaars OS-percentages, en de waarschijnlijke twintig-jaar OS-percentages 2,6 jaar; 13,4%; en 10,1% zonder PCV versus 3,5 jaar; 25,1%; en 16,8% met PCV (HR 0,78; p=0,033). Onder de patiënten met tumoren met 1p/19q-codeletie (n=80) waren de corresponderende resultaten 9,3 jaar; 26,2%; en 13,6 jaar zonder PCV versus 14,2 jaar; 51,0%; en 37,1% met PCV (HR 0,60; p=0,063). In RTOG 9402 (n=289) waren de analoge resultaten 4,8 jaar; 16,5%; en 11,2% zonder PCV versus 4,8 jaar; 29,1%; en 24,6% (HR 0,79; p=0,08). Onder de patiënten met tumoren met 1p/19q-codeletie (n=125) waren de resultaten 7,3 jaar; 25,0%; en 14,9% zonder PCV versus 13,2 jaar; 46,1%; en 37% (HR 0,61; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat met toevoeging van PCV aan radiotherapie lange-termijn overleving bereikt werd in een significant percentage van patiënten met AOT met 1p/19q-codeletie.

1.Lassman AB, Hoang-Xuan K, Polley M-YC et al. Joint final report of EORTC 26951 and RTOG 9402: phase III trials with procarbazine, lomustine, and vincristine chemotherapy for anaplastic oligodendroglial tumors. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: https://ascopubs.org/doi/abs/10.1200/JCO.21.02543 Final results of two phase 3 studies (follow-up 18-19 years) show that with addition of (neo)adjuvant procarbazine, lomustine, and vincristine to radiotherapy long-term survival even without tumor recurrence was possible in a significant proportion of patients with newly diagnosed anaplastic oligodendroglial tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn overleving met chemotherapie voor niet-metastatisch mammacarcinoom in oudere vrouwen (0)
2022-06-23 13:30   ( Nieuws )
Tags:  NMBC in women aged ≥ 70 years survival with chemotherapy
Dr. Adena ScheerVrouwen in de leeftijd van 70 jaar of ouder zijn ondervertegenwoordigd in studies die chemotherapie voor niet-metastatisch mammacarcinoom (NMBC) evalueren. Een analyse van de SEER-database heeft overall survival met chemotherapie voor invasief NMBC in oudere vrouwen geïnventariseerd. Dr. Adena Scheer (University of Toronto, Canada) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1



In de SEER-database identificeerden de onderzoekers 109.239 vrouwen in de 70+ leeftijd met een diagnose NMBC tussen begin 2010 en eind 2017. Onder deze vrouwen kregen 17.961 chemotherapie (16%). Patiënten die chemotherapie kregen waren jonger (mediaan 73,0 jaar versus 77,0 jaar), hadden meer gevorderde ziekte (stadium III: 25% versus 5,2%), en ondergingen vaker mastectomie (50% versus 33%). Het vijf-jaars OS-percentage was 77,8% (95%-bti 76,9-78,6) in de 70+ chemotherapiegroep en 60,2% (57,5-63,1) in de 80+ chemotherapiegroep. Meer-recente diagnose, geen geschiedenis van eerdere maligniteit, en radiotherapie waren geassocieerd met betere BC-specifieke overleving (BCSS). Hogere leeftijd, hogere tumorgraad, gevorderd stadium, en HER2-negatieve ziekte waren geassocieerd met slechtere BCSS. Vrouwen ouder dan 80 jaar hadden slechtere BCSS dan vrouwen in de leeftijd van 70 tot en met 79 jaar (adjusted subdistribution HR 1,62; 95%-bti 1,43-1,84).

De onderzoekers concluderen dat oudere vrouwen goede overleving kunnen hebben met chemotherapie voor NMBC. Oudere vrouwen met HER2-positieve ziekte hadden het meeste baat bij chemotherapie.

1.Castelo M, Lu J, Paszat L et al. Long-term survival in elderly women receiving chemotherapy for non-metastatic breast cancer: a population-based analysis. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of the SEER database found that elderly women (≥ 70 years) could achieve good survival after chemotherapy for non-metastatic breast cancer.Those with HER2-positive disease had superior survival, reinforcing benefit in this population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van dominante T-celkloon in perifeer bloed met tijd tot systemische behandeling in stadium IB mycosis fungoides (0)
2022-06-23 12:00   ( Nieuws )
Tags:  MF dominant TCR clone time to systemic treatment
Dr. Weiyun AiPatiënten met vroeg-stadium mycosis fungoides (MF) krijgen als initiële behandeling gewoonlijk huidgerichte therapie (SDT). In sommige patiënten wordt falen van SDT gezien en is systemische behandeling vereist, al of niet in combinatie met SDT, zonder extracutane ziekte te ontwikkelen. In eerdere studies is in 12% tot 35% van de patiënten met vroeg-stadium MF een dominante T-celreceptor (TCR)-kloon in perifeer bloed gezien, geassocieerd met ziekteprogressie en kortere overleving. Het is denkbaar dat aanwezigheid van een perifere TCR-kloon wijst op een reservoir van tumorcellen die cellen die door SDT zijn geëradiceerd kunnen vervangen. Een retrospectieve cohortstudie van de University of California, San Francisco, heeft onderzocht of in patiënten met vroeg-stadium MF detectie van een perifere TCR-kloon geassocieerd was met inadequate respons of SDT en een kortere tijd tot systemische behandeling (TTST) in afwezigheid van extracutane ziekte. Dr. Weiyun Ai en collega’s publiceren de studie in JAMA Dermatology.1

De onderzoekers identificeerden in de cutaneous lymphoma database van de universiteit 39 patiënten met stadium IB MF, die tussen 2010 en 2021 eerstelijns SDT kregen, en van wie TCR-status bekend was. Zeventien patiënten (43,6%) hadden kloonpositiviteit. De mediane follow-up was 36,2 maanden. De mediane TTST was 61,4 ± 18,5 maanden in de groep patiënten met perifere TCR-kloon versus niet-bereikt in de patiënten zonder kloon (p=0,01). De cumulatieve incidentie van systemische behandeling in patiënten met versus zonder kloon was 29,4% versus 4,5% (p=0,06) na twaalf maanden en 35,3% versus 9,1% (p=0,07) na drie jaar. Er waren geen verschillen tussen beide groepen in overall survival.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium IB MF aanwezigheid van een perifere TCR-kloon werd gezien in 43,6% van de patiënten en geassocieerd was met inadequate respons op SDT.

1.Raychaudhuri S, Charli-Joseph Y, Huang C-Y et al. Association of a dominant T-cell clone in peripheral blood with time to systemic treatment in patients with stage IB mycosis fungoides. JAMA Dermatol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study at the University of California, San Francisco, found that among patients with stage IB mycosis fungoides, presence of a dominant T-cell receptor clone in peripheral blood (observed in 44% of patients) was associated with significantly shorter time to systemic treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van impact van CXCR4-expressie op overleving en klinisch-pathologische kenmerken in longcarcinoom (0)
2022-06-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CXCR4 expression in lung cancer prognostic value
Er zijn aanwijzingen voor een rol van de C-X-C chemokinereceptor 4 (CXCR4) in de regulering van tumorprogressie. De klinische relevantie van CXR4-expressie in longcarcinoom is nog niet duidelijk. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de impact van CXCR4-expressie op overleving en klinisch-pathologische kenmerken in patiënten met longcarcinoom onderzocht. Dr. Biyun Yu (Ningbo Medisch Centrum, Zhejiang) en collega’s publiceren de meta-analyse in BMC Cancer.1

De figuur laat de strategie zien van het doorzoeken van de literatuur (PubMed, Embase, en Web of Science). De meta-analyse includeerde 27 studies met tezamen 2932 patiënten. In meta-analyse was CXCR4-expressie geassocieerd met slechtere overall survival (HR 1,61; 95%-bti 1,42-1,82) en ziektevrije overleving (3,39; 2,38-4,83). CXCR4-expressie was ook geassocieerd met slechtere OS in de subgroep van patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (HR 1,59; 95%-bti 1,40-1,81) en in de subgroepen van patiënten met CXCR4-expressie in het cytoplasma (2,10; 1,55-2,84) en in het membraan (1,74; 1,24-2,45). Hogere CXCR4-expressie werd gezien in mannen versus vrouwen, in patiënten met gevorderde (T3-T4) versus minder gevorderde tumorstadia, gevorderde (N>0) nodale stadia, en afstandsmetastasen, maar was niet geassocieerd met leeftijd, rookgeschiedenis, differentiatie, LVI, of lokaal recidief.

De onderzoekers concluderen dat hoge expressie van CXCR4 geassocieerd was met tumorprogressie, en een ongunstige prognostische factor kan zijn in patiënten met longcarcinoom.

1.Qiu L, Xu Y, Xu H, Yu B. The clinicopathological and prognostic value of CXCR4 expression in patients with lung cancer: a meta-analysis. BMC Cancer 2022;22:681

Summary: Meta-analysis of 27 published studies (2932 patients) found that in lung cancer high expression of CXCR4 was related to tumor progression and might be an adverse prognostic factor.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van eribuline-gemcitabine combinatie voor eerder-behandeld gevorderd liposarcoom of leiomyosarcoom (0)
2022-06-22 13:30   ( Nieuws )
Tags:  advanced liposarcoma or leiomyosarcoma eribulin plus gemcitabine
Dr. Hyo Song KimMonotherapie met eribuline of gemcitabine heeft slechts matige werkzaamheid voor gevorderd wekedelensarcoom (STS). Een fase 2-studie van Yonsei Universiteit (Seoel, Zuid-Korea) heeft de combinatie van beide middelen voor gevorderd liposarcoom of leiomyosarcoom geëvalueerd. Dr. Hyo Song Kim en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 37 patiënten met progressief gevorderd liposarcoom of leiomyosarcoom, waarvoor ze één of twee eerdere lijnen behandeling hadden gekregen, waaronder doxorubicine. De patiënten kregen eribuline 1,4 mg/m2 en gemcitabine 1000 mg/m2 op dagen één en acht van drie-weekse cycli. Het primaire eindpunt was percentage progressievrije patiënten na twaalf weken met PFSR12w 20% of lager als nulhypothese. De PFSR12w kwam uit op 73,0%, waarmee de studie ruim voldeed aan het vooraf-gespecificeerde criterium van werkzaamheid. De objective response rate was 16,2%, de disease control rate 78,4%, de mediane progressievrije overleving 5,6 maanden, en de mediane overall survival 31,9 maanden, zonder significante verschillen tussen liposarcoom en leiomyosarcoom. Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen. NGS-gebaseerde transcriptoomanalyse wees uit dat functionele verrijking van de TGFβ-route geassocieerd was met slechtere uitkomst.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie eribuline-gemcitabine veelbelovende activiteit en acceptabele veiligheid had in patiënten met eerder-behandeld gevorderd liposarcoom of leiomyosarcoom.

1.Kim CG, Sim NS, Kim JE et al. Phase II clinical trial of eribulin-gemcitabine combination therapy in previously treated patients with advanced liposarcoma or leiomyosarcoma. Clin Cancer Res 2022; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study in South Korea found that the combination of eribulin and gemcitabine had promising activity and acceptable safety in previously treated patients with advanced liposarcoma or leiomyosarcoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Therapiegebonden verschillen van prognostisch effect van pretreatment neutrofiel/lymfocyt-ratio in NSCLC (0)
2022-06-22 11:51   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC NLR immunotherapy versus chemotherapy
Dr. Alessio CortelliniDe neutrofiel/lymfocyt-ratio (NLR) in perifeer bloed kan worden gebruikt als marker voor subklinische inflammatie. De NLR voor aanvang van een behandeling heeft voorspellende waarde voor de uitkomsten in sommige typen maligniteiten, waaronder niet-kleincellig longcarcinoom. Een post-hoc analyse van de multinationale fase 3-studie OAK heeft onderzocht of het type behandeling van invloed is op de voorspellende waarde van de NLR. Dr. Alessio Cortellini (Imperial College London, UK) en collega’s publiceren de analyse in Cancer.1

OAK randomiseerde patiënten met eerder behandeld NSCLC naar atezolizumab of docetaxel. In 2016 is gepubliceerd dat de overall survival significant beter was met atezolizumab dan met docetaxel. De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op 600 patiënten in de atezolizumabgroep en 575 patiënten in de docetaxelgroep, voor wie pretreatment NLR-data beschikbaar waren.


De mediane NLR onder alle patiënten was 4 (IQR 2,6-6,7). NLR 4 of hoger (versus lager dan 4) was geassocieerd met roken, mannelijk geslacht, slechtere performance status, hoge aantal metastaselocaties, squameuze histologie, en KRAS-mutaties. Pretreatment NLR ≥ 4 was sterker geassocieerd met mortaliteit in de atezolizumabgroep (versus < 4: HR 1,64; 95%-bti 1,35-2,01) dan in de docetaxelgroep (1,32; 1,08-1,60); met p voor interactie 0,0869. De HR voor verhoogde mortaliteit in de groep patiënten met PD-L1 negatieve status en NLR ≥ 4, vergeleken met de groep patiënten met PD-L1 positieve status en NLR < 4, was significant hoger met atezolizumab dan met docetaxel (p voor interactie 0,01). Exclusie van EGFR/ALK-positieve patiënten uit de analyse resulteerde in verdere verbetering van de prognostische betekenis van pretreatment NLR met atezolizumb versus docetaxel.

De onderzoekers concluderen dat lage baseline NLR patiënten met NSCLC identificeerde die hoger overlevingsprofijt hadden met atezolizumab dan met docetaxel. NLR kan een aanvulling zijn op PD-L1 expressie voor het individualiseren van de behandeling.

1.Cortellini A, Ricciuti B, Borghaei H et al. Differential prognostic effect of systemic inflammation in patients with non-small cell lung cancer treated with immunotherapy or chemotherapy: a post hoc analysis of the phase 3 OAK trial. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Post-hoc analysis of the phase 3 OAK trial found that among patients with previously treated NSCLC, low baseline neutrophil to lymphocyte ratio identified patients who derived a greater survival benefit from atezolizumab than from docetaxel.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)