Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Raciale en etnische dispariteiten in uitkomsten van ALL in kinderen en jongvolwassenen (0)
2023-02-01 13:00   ( Nieuws )
Tags:  childhood and young adult ALL racial and ethnic disparities
Dr. Sumit GuptaIn eerdere studies zijn raciale en etnische dispariteiten gezien in overleving van acute lymfatische leukemie (ALL) in kinderen. Een gepoolde analyse van acht studies van de Children’s Oncology Group heeft onderzocht of deze verschillen ook worden gezien in hedendaagse cohorten, en zo ja, of deze verschillen kunnen worden toegeschreven aan verschillen in biologie van ALL of in verzekeringsstatus. Dr. Sumit Gupta (The Hospital for Sick Children, Toronto) en collega’s publiceren de analyse in The Lancet Haematology.1

De studies in Australië, Canada, Nieuw Zeeland, en de Verenigde Staten includeerden patiënten in de leeftijd van 0 tot en met 30 jaar met nieuw-gediagnostiseerd ALL tussen begin 2004 en eind 2019. Ras en etniciteit werden gecategoriseerd als non-Hispanic White (NHW), Hispanic (H), non-Hispanic Black (NHB), non-Hispanic Asian (NHA), en non-Hispanic other (NHO). Onder de 24.979 patiënten in de studies waren er 21.152 (56% mannen of jongens) met beschikbare gegevens of ras of etniciteit. De grootste groep bestond uit NHW-patiënten (65,5%), gevolgd door H (20,6%), NHB (7,2%), NHA (5,1%) en NHO (1,6%).

De vijf-jaars gebeurtenisvrije-overlevingspercentages waren 87,4% onder NHW-patiënten vergeleken met 82,8% (HR 1,37; p<0,0001) onder H-patiënten en 81,8% (HR 1,41; p<0,0001) onder NHB-patiënten. De vijf-jaars EFS-percentages onder NHA- en NHO-patiënten waren 88,1% respectievelijk 82,8%. De inferieure DFS onder H-patiënten werd substantieel verzwakt na correctie voor ziekteprognosticatoren en verzekeringsstatus; dit was niet het geval onder NHB-patiënten. De dispariteiten voor overall survival waren groter dan die voor DFS. Alle dispariteiten waren beperkt tot patiënten met B-ALL; er waren geen raciale of etnische dispariteiten onder patiënten met T-ALL.

De onderzoekers concluderen dat substantiële raciale en etnische dispariteiten worden gezien onder kinderen en jongvolwassenen met B-ALL maar niet T-ALL.

1.Gupta S, Dai Y, Chen Z et al. Racial and ethnic disparities in childhood and young adult acute lymphocytic leukaemia: secondary analyses of eight Children’s Oncology Group Cohort Trials. Lancet Haematol 2023;10:E129-E141

Summary: Pooled analysis of eight studies by the Children’s Oncology Group found that among children and young adults substantial disparities in outcome for B-ALL persist by race and ethnicity, but are not observed in T-ALL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Mirvetuximab soravtansine voor platina-resistent ovariumcarcinoom met hoge expressie van folaatreceptor-α (0)
2023-01-31 16:00   ( Nieuws )
Tags:  SORAYA study PROC with high FRα expression mirvetuximab soravtansine
Prof. Ursula MatulonisSingle-agent chemotherapie voor platina-resistent epitheliaal ovariumcarcinoom (PROC) heeft slechts beperkte activiteit maar wel aanzienlijke toxiciteit. Mirvetuximab soravtansine (MIRV) is een antibody-drug conjugate dat gericht is op folaatreceptor α (FRα). De multinationale fase 2-studie SORAYA heeft MRIV geëvalueerd voor PROC met hoge expressie van FRα. Prof. Ursula Matulonis (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 106 patiënten met FRα-hoog PROC en één tot drie eerdere lijnen behandeling, waaronder in ieder geval bevacizumab. De helft van de patiënten had drie eerdere lijnen gekregen. Het primaire eindpunt was bevestigde objectieve respons op MIRV. De figuur laat zien dat onder de 105 voor werkzaamheid evalueerbare patiënten respons werd gezien in 32,4% (95%-bti 23,6-42,2) met complete respons in 4,8%. De mediane duur van respons was 6,9 maanden (95%-bti 5,6-9,7). De ORR was hoger onder patiënten met één of twee eerdere lijnen behandeling dan onder patiënten met drie eerdere lijnen (35,3% versus 30,2%). Treatment-related adverse events resulteerden in dosisuitstel in 33% van de patiënten, in doseringsverlaging in 20%, en in discontinuering in 9%.

De onderzoekers concluderen dat MIRV klinisch relevante antitumoractiviteit had met gunstige tolerabiliteit en veiligheid in patiënten die tot drie eerdere lijnen behandeling hadden gekregen voor FRα-hoog PROC.

1.Matulonis UA, Lorusso D, Oaknin A et al. Efficacy and safety of mirvetuximab soravtansine in patients with platinum-resistant ovarian cancer with high folate receptor alpha expression: results from the SORAYA study. J Clin Oncol 2023; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 SORAYA study evaluated MIRV for PROC with high FRα expression after one to three prior therapies, including bevacizumab. Response to MIRV was seen in 32.4% of patients (complete response in 4.8%) with median duration of response 6.9 months.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Detectie van recidief van coloncarcinoom tijdens follow-up zorg door huisartsen versus chirurgen (0)
2023-01-31 14:30   ( Nieuws )
Tags:  I CARE study secondary outcome detection of colon cancer recurrences
Julien VosDe I CARE (‘improving care after colon cancer treatment in the Netherlands’) studie vergelijkt follow-up zorg voor overlevers van coloncarcinoom door huisartsen versus chirurgen. In 2021 is gepubliceerd dat er in het eerste jaar van follow-up geen klinisch relevant verschil was tussen beide groepen in verandering van kwaliteit van leven. PhD-kandidaat Julien Vos (Amsterdam UMC) en collega’s publiceren in het Journal of the National Cancer Institute detectie van recidief, een secundair eindpunt van de studie.1

De studie includeerde 303 patiënten, die werden gerandomiseerd naar follow-up zorg door huisartsen (141 patiënten) of chirurgen (162 patiënten). De gemiddelde leeftijd was 68,0 ± 8,4 jaar, en 67% van de patiënten waren mannen. Tijdens drie jaar follow-up werden 46 recidieven gedetecteerd: 18 in de huisartsengroep (13%) en 28 in de chirurgengroep (17%). De meeste recidieven werden gedetecteerd door abnormale resultaten van follow-up testen (74%) en behandeld met curatieve intentie (59%). De HR voor detectie van recidief was 0,75 (95%-bti 0,41-1,36) in de huisartsen- versus chirurgengroep. De patiënten in de huisartsengroep bleven gemiddeld iets langer recidiefvrij dan de patiënten in de chirurgengroep (2,76 versus 2,71 jaar). Tijdens de follow-up overleden 38 patiënten (21 aan coloncarcinoom): 15 in de huisartsengroep (11%) versus 23 in de chirurgengroep (14%; HR 0,76; 95%-bti 0,39-1,46).

De onderzoekers concluderen dat follow-up door huisartsen versus chirurgen niet resulteerde in significante verschillen in detectie van recidief of mortaliteit.

1.Vos JAM, Sert E, Busschers WB et al. Detection of colon cancer recurrences during follow-up care by general practioners versus surgeons. J Natl Cancer Inst 2023; epub ahead of print

Summary: The I CARE study in The Netherlands randomized colon cancer survivors to follow-up care by general practioners or surgeons. Detection of recurrences and mortality were similar in both groups.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische impact van extracraniële ziektecontrole in patiënten met HER2-positieve BCBM (0)
2023-01-31 13:00   ( Nieuws )
Tags:  HER2+ breast cancer brain metastases extracranial disease control
Dr. Gaia GriguoloPatiënten met HER2-positief mammacarcinoom kunnen hersenmetastasen (BCBM) ontwikkelen . Prognostische stratificatie van patiënten met HER2-positief BCBM is van belang voor optimaal management. Een studie van het Istituto Veneto-Padova (Italië) en het Institut du Cancer de Montpellier (Frankrijk) heeft de prognostische impact van extracraniële ziektecontrole in deze patiënten geïnventariseerd. Dr. Gaia Griguolo (IVP) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 113 Italiaanse patiënten met HER2-positief BCBM in een exploratiecohort en 117 Franse patiënten in een validatiecohort. De figuur laat zien dat in beide cohorten extracraniële controle geassocieerd was met betere overall survival: In Italië was de mediane OS 17,7 maanden in de groep met extracraniële controle versus 8,7 maanden in de groep zonder extracraniële controle (p=0,005); in Frankrijk was de mediane OS 20,2 versus 9,1 maanden (p<0,001). In multivariate analyse na correctie voor breast cancer specific grade prognostic assesment (BC-GPA) score bleef extracraniële controle prognostisch in het exploratiecohort (HR 0,61; 95%-bti 0,39-0,94) en het validatiecohort (0,41; 0,27-0,61).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met BCBM extracraniële ziektecontrole onafhankelijke prognostische informatie levert.

1.Bottosso M, Griguolo G, Sinoquet L et al. Prognostic impact of extracranial disease control in HER2+ breast cancer-related brain metastases. Br J Cancer 2023; epub ahead of print

Summary: A https://www.nature.com/articles/s41416-023-02153-w study in Italy and France found that among patients with brain metastases from HER2-positive breast cancer extracranial disease control provided independent prognostic information beyond commonly used prognostic scores.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van roxadustat voor anemie in patiënten die chemotherapie krijgen voor niet-myeloïde maligniteiten (0)
2023-01-30 15:55   ( Nieuws )
Tags:  chemotherapy-induced anemia roxadustat
Prof. John GlaspyAnemie is een vaak-voorkomende bijwerking van myelosuppressieve chemotherapie. De management-opties voor chemotherapie-geïnduceerde anemie (CIA; Hb 10 g/dl of lager) zijn suboptimaal. Roxadustat is een HIF-PHI remmer die de endogene productie van erythropoïetine verhoogt en de productie van hemoglobine en rode bloedcellen stimuleert. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft werkzaamheid en veiligheid van roxadustat in patiënten met niet-myeloïde maligniteiten en CIA geïnventariseerd. Prof. John Glaspy (University of California Los Angeles School of Medicine) en collega’s publiceren de studie in het American Journal of Hematology.1

De studie includeerde 92 patiënten met niet-myeloïde maligniteiten en CIA, die volgens planning nog tenminste acht weken myelosuppressieve chemotherapie zouden krijgen. De patiënten kregen gedurende ten hoogste zestien weken oraal roxadustat (startdosering 2,0 of 2,5 mg/kg; iedere vier weken getitreerd). Het primaire eindpunt was de gemiddelde maximale verandering in Hb-gehalte binnen zestien weken, zonder rode-bloedceltransfusie. Onder de 89 voor werkzaamheid evalueerbare patiënten was deze verandering 2,4 ± 1,5 en 2,5 ± 1,5 g/dl in de roxadustat 2,0 respectievelijk 2,5 mg/kg groepen. De mediane tijd tot Hb-toename van tenminste 2 g/dl was 71 dagen (range 57-92). Roxadustat was werkzaam ongeacht het tumortype en het chemotherapie-regime. Diep veneuze trombose en pulmonaire embolie werden gezien in 15,2% respectievelijk 9,8% van de patiënten, volgens de onderzoekers samenhangend met roxadustat in 2,2% respectievelijk 1,1%.

De onderzoekers concluderen dat roxadustat resulteerde in toename van het Hb-gehalte in het bloed van patiënten met CIA ongeacht tumortype en chemotherapie-regime. Adverse events waren consistent met wat is gezien in patiënten met gevorderd-stadium maligniteiten.

1.Glaspy J, Gabrail NY, Locantore-Ford P et al. Open-label, phase 2 study of roxadustat for the treatment of anemia in patients receiving chemotherapy for non-myeloid malignancies. Am J Hematol 2023; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study found that roxadustat increased hemoglobin levels in patients with chemotherapy-induced anemia regardless of tumor type and chemotherapy regimen. Adverse events were consistent with observations in patients with advanced stage malignancies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van endometriumcarcinoom en uterussarcoom na endometriose of bekkenontsteking (0)
2023-01-30 14:30   ( Nieuws )
Tags:  endometriosis PID endometrial cancer uterine sarcoma
Prof. Po-Hui WangEr is geen duidelijkheid over het risico van maligniteiten van de uterus onder patiënten met endometriose. Een grote bevolkings-gebaseerde cohortstudie in Taiwan heeft het risico van endometriumcarcinoom (EC) en uterussarcoom onder patiënten met endometriose en pelvic inflammatory disease (PID) geïnventariseerd. Prof. Po-Hui Wang (Chung Shan Medische Universiteit, Taichung) en collega’s publiceren de studie in Cancers.1

De retrospectieve Taiwan-brede studie includeerde 20.195 patiënten met endometriose en 114.726 patiënten met PID, en 135.236 voor leeftijd gematchte vrouwen uit de algemene bevolking. De follow-up voor de patiënten begon één jaar na de endometriose- of PID-diagnose. De mediane duur van follow-up was 6,8 jaar in het endometriosecohort, 9,4 jaar in het PID-cohort, en 9,1 jaar in het controlecohort. De figuur laat zien dat de endometriosepatiënten een significant verhoogd risico van EC (aHR 2,92; 95%-bti 2,12-4,03) en uterussarcoom (5,83; 2,02-16,89) hadden; en dat deze risicoverhogingen niet werden gezien in het PID-cohort. De associatie tussen endometriose en uterusmaligniteiten bleef bestaan na propensity score matching (aHR 2,83; 95%-bti 1,70-4,71). Het hoogste risico van EC werd gezien onder patiënten met langdurige endometriose (langer dan drie jaar) en onder jongere endometriosepatiënten (jonger dan 36 jaar).

De onderzoekers concluderen dat patiënten met endometriose een verhoogd risico van uterusmaligniteiten hadden.

1.Huang J-Y, Ma K S-K, Wang L-T et al. The impact of endometrial cancer and uterine sarcoma following endometriosis or pelvic inflammatory disease. Cancers 2023;15:833

Summary: A population-based cohort study in Taiwan found that endometriosis, but not pelvic inflammatory disease, was associated with elevated risk of uterine cancer, including endometrial cancer and uterine sarcoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Robot-geassisteerde versus open of laparoscopische chirurgie voor rectumcarcinoom: systematisch overzicht (0)
2023-01-30 13:00   ( Nieuws )
Tags:  rectal cancer robot-assisted versus open or laparoscopic surgery
Dr. Arianeb MehrabiGebruik van robot-geassisteerde chirurgie voor rectumcarcinoom is in opkomst. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft uitkomsten van robot-geassisteerde chirurgie vergeleken met die van laparoscopische of open chirurgie voor rectumcarcinoom. Dr. Arianeb Mehrabi (Universiteit van Heidelberg, Duitsland) en collega’s publiceren het overzicht in Cancers.1

In de literatuur tot eind september 2022 vonden de onderzoekers vijftien gerandomiseerde studies en elf prospectieve studies die aan de inclusiecriteria voldeden. In meta-analyse resulteerde robotische chirurgie vergeleken met open resectie in minder bloedverlies, minder surgical site infectie, korter verblijf in het ziekenhuis, en meer negatieve resectiemarges. In vergelijking met laparoscopische chirurgie resulteerde robotische chirurgie in lager conversiepercentage, minder bloedverlies, lager heroperatiepercentages, en meer negatieve circumferentiël marges. Robotische chirurigie vereiste langere operatietijd en ging gepaard met hogere kosten dan zowel open als laparoscopische chirurgie. Er waren geen verschillen in overlevingsuitkomsten.

De onderzoekers concluderen dat robotische chirurgie voor rectumcarcinoom specifieke voordelen heeft boven open of laparoscopische chirurgie, maar wel gepaard ging met hogere kosten.

1.Khajeh E, Aminizadeh E, Dooghaie Moghadam A et al. Outcomes of robot-assisted surgery in rectal cancer compared with open and laparoscopic surgery. Cancers 2023;15:839

Summary: Systematic review and meta-analysis of 26 studies (6922 patients) compared robot-assisted versus laparoscopic or open surgery for rectal cancer. The analysis showed that robotic surgery had lower blood loss, less surgical site infection, shorter hospital stay and higher negative resection margins than open resection, and lower conversion rates, lower blood loss, lower rates of reoperation, and higher negative circumferential margins than laparoscopic surgery. Robotic surgery had longer operation time and higher costs than open and laparoscopic surgery.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van docetaxel als radiosensitizer voor LAHNSCC in patiënten die cisplatine niet kunnen verdragen (0)
2023-01-29 16:00   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced head and neck squamous cell carcinoma radiotherapy plus docetaxel
Prof. Vijay Maruti PatilEr is niet veel informatie beschikbaar over gebruik van een radiosensitizer in patiënten met lokaal-gevorderd hoofd en hals squameus celcarcinoom (LAHNSCC) die niet in aanmerking komen voor cisplatine. Een fase 3-studie van Tata Memorial Hospital (Mumbai, India) heeft docetaxel als radiosensitizer geëvalueerd voor in cisplatine-ineligibele LAHNSCC-patiënten. Prof. Vijay Maruti Patil en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1


De studie includeerde 356 volwassen patiënten met een ECOG performance status 2 of beter. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar alleen radiotherapie of radiotherapie met ten hoogste zeven cycli concurrent docetaxel 15 mg/m2 eens per week. Het primaire eindpunt was twee-jaars ziektevrije overleving. Het twee-jaars DFS-percentage was 30,3% in de RT-arm versus 42% in de RT+docetaxel arm (HR 0,673; p=0,002). De mediane overall survival in beide armen was 15,3 versus 25,5 maanden (p=0,035) met twee-jaars OS-percentage 41,7% versus 50,8% (HR 0,747; p=0,035). Toevoeging van docetaxel aan radiotherapie resulteerde in verhoging van incidentie van graad 3 of hoger mucositis (22,2 versus 49,7%), odynofagie (33,5 versus 52,5%) en dysfagie (33,0 versus 49,7%).

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van docetaxel aan radiotherapie resulteerde in verbetering van DFS en OS in cisplatine-ineligibele LAHNSCC-patiënten.

1.Patil VM, Noronha V, Menin N et al. Results of phase III randomized trial for use of docetaxel as radiosensitizer in patients with head and neck cancer, unsuitable for cisplatin-based chemoradiation. J Clin Oncol 2023; epub ahead of print

Summary: A phase 3 trial at Tata Memorial Hospital (Mumbai, India) found that addition of docetaxel to radiation improved disease-free and overall survival in cisplatin-ineligible patients with locally advanced head and neck squamous cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)