Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Uitkomsten van anti-HER2 therapie voor metastatisch mammacarcinoom: vergelijking van studies en klinische praktijk (0)
2020-04-01 12:42   ( Nieuws )
Tags:  anti-HER2 therapy for MBC comparison of clinical studies and real-world outcomes
Dr. Kelvin ChanDe uitkomsten van anti-HER2 therapie voor metastatisch mammacarcinoom (MBC) zijn onderzocht in klinische studies, met een patiëntenpopulatie die wellicht niet representatief is voor de patiënten in de klinische praktijk. Een studie in Ontario (Canada) heeft uitkomsten van klinische studies vergeleken met real-world uitkomsten. Dr. Kelvin Chan (University of Toronto) en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde alle patiënten die tussen begin 2012 en eind 2017 in Ontario trastuzumab-pertuzumab (n=833) of TDM1 (n=397) kregen voor MBC. Uitkomsten van de studie waren incident hartfalen (HF) en overall survival (OS). De incidentie van HF was laag, zowel in het trastuzumab-pertuzumab cohort (1,8 gebeurtenissen per 100 persoonsjaren) als in het TDM1-cohort (0,02 gebeurtenissen per 100 persoonsjaren). De mediane OS was 39,2 maanden in het trastuzumab-pertuzumab cohort, vergeleken met 56,4 maanden in de CLEOPATRA-studie (HR 1,67; p<0,0001). De mediane OS was 15,4 maanden in het TDM1-cohort, vergeleken met 30,9 maanden in de EMILIA-studie (HR 2,80; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat de incidentie van HF tijdens anti-HER2 therapie voor MBC in de klinische praktijk laag was, maar de de OS in de klinische praktijk substantieel slechter was dan in klinische studies.

1.Gong IY, Yan AT, Earle CC et al. Comparison of outcomes in a population-based cohort of metastatic breast cancer patients receiving anti-HER2 therapy with clinical trial outcomes. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A study in Ontario found that the incidence of heart failure during trastuzumab-pertuzumab or TDM1 for metastatic breast cancer in the real world was low, but that overall survival in the real world was significantly worse than what was reported for clinical studies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen gebruik van ICIs voor maligniteiten en schildklierdysfunctie in de klinische praktijk (0)
2020-04-01 11:43   ( Nieuws )
Tags:  immune checkpoint inhibitors thyroid immune related adverse events
Dr. Zoe QuandtIn klinische studies is gezien dat gebruik van immuuncheckpointremmers (ICIs) voor maligniteiten resulteerde in hypothyreoïdie in 6,6% van de patiënten en hyperthyreoïdie in 2,9%. Een studie van electronische patiëntendossier van de University of California in San Francisco heeft het voorkomen van schildklierdysfunctie (TD) tijdens gebruik van ICIs voor maligniteiten in de klinische praktijk geïnventariseerd. Dr. Zoe Quandt zou de studie gisteren presenteren op ENDO2020 in San Francisco.1 Het congres is afgeblazen, maar de proceedings (of wat die zouden zijn geweest) zijn beschikbaar.

Na exclusie van patiënten met vooraf-bestaande schildklierstoornissen kregen tussen begin 2012 en eind 2018 in het ziekenhuis van UCSF 1146 patiënten ICIs (45% pembrolizumab, 20% nivolumab, 35% overige) voor maligniteiten (melanoom 32%, NSCLC 13%; 45% overige). Schildklier-irAEs, gedefinieerd als TSH > 10, abnormaal vrij T4, of gebruik van medicatie voor TD, werd gezien in 19% van de patiënten. Het type maligniteit was geassocieerd met het voorkomen van de schildklier-irAEs, uiteenlopend van 10% van de glioblastoom-patiënten tot 40% van patiënten met niercelcarcinoom. Schildklier-irAEs waren meer frequent met de combinatie ipilimumab-nivolumab (31% van de patiënten) dan pembrolizumab (18%; p=0,03), nivolumab (18%; p<0,01), en ipilimumab (15%; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat de frequentie van schildklier-irAEs van ICIs voor maligniteiten in de klinische praktijk aanzienlijk hoger is dan in klinische studies.

1.Quandt Z et al. ENDO2020; SAT-418

Summary: A review of electronic health records of UCSF patients found that after use of checkpoint inhibitors for cancer thyroid irAEs are much more common in real world practice than in clinical trials.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Roken en risico van afzonderlijke pathologische subtypen en routes van colorectaalcarcinoom (0)
2020-03-31 14:58   ( Nieuws )
Tags:  CRC molecular pahtological subtypes and pathways smoking
Dr. Efrat AmitayRoken en alcoholgebruik zijn geassocieerd met verhoogd risico van colorectaalcarcinoom. CRC is echter een heterogene ziekte, en de associaties van roken en alcoholgebruik met verschillende moleculaire pathologische routes zijn niet duidelijk. Een bevolkings-gebaseerde patiënt-controlestudie in Duitsland (DACHS; Darmkrebs :Chancen der Verhütung durch Screening) heeft deze afzonderlijke associaties onderzocht. Dr. Efrat Amitay (Deutsches Krebsforschungszentrum, Heidelberg) en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 2444 patiënten met een eerste CRC-diagnose en 2475 controlepersonen. De onderzoekers analyseerden tumorweefsel op microsatellietinstabiliteit (MSI), CIMP, BRAF, en KRAS mutaties. Current smoking was sterker geassocieerd met MSI-hoog (OR 2,79; 95%-bti 1,86-4,18) dan met MSS (OR 1,41;1,14-1,75; p-heterogeniteit 0,001), en sterker met BRAF-gemuteerd (OR 2,40; 1,41-4,07) dan met BRAF-wildtype (OR 1,52; 1,24-1,88; p-heterogeniteit 0,074), en sterker met KRAS-wildtype (OR 1,70; 1,36-2,13) dan met KRAS-gemuteerd (OR 1,26; 0,95-1,68; p-heterogeniteit 0,039), en sterker met CIMP-hoog (OR 2,01; 1,40-2,88) dan CIMP-laag of negatief (OR 1,50; 1,22-1,85; p-heterogeniteit =0,101). Current smoking was sterker geassocieerd met de sessiele gesereerde route CRC (CIMP=hig + BRAF-mut; OR 2,39; 1,27-4,52) dan met traditionele-route CRC (MSS + CIMP-low/negatief + BRAF-wildtype; OR 1,50; 1,16-1,94); terwijl er geen associatie werd gezien met alternate pathway CRC (MSS + CIMP-low/negatief + KRAS-wildtype; OR 1,08; 0,77-1,43. Alcoholgebruik was niet geassocieerd met specifieke moleculaire subtypen.

De onderzoekers concluderen dat de grote bevolkingsgebaseerde DACHS-studie heeft laten zien dat roken sterker geassocieerd was met MSI-hoog en KRAS-wildtype CRC en met sessiel geserreerde route CRC.

1.Amitay EL, Carr PR, Jansen L et al. Smoking, alcohol consumption and colorectal cancer risk by molecular pathological subtypes and pathways. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: The German population-based case-control study DACHS found that smoking was more strongly associated with MSI-high and KRAS-wt colorectal cancer and with cases showing features of the sessile serrated pathway. Association patterns were less clear for alcohol consumption.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Conditionele immuuntoxiciteit van checkpointremmers voor metastatisch nier- en urotheelcarcioom (0)
2020-03-31 14:00   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for metastatic renal and urothelial cancer conditional immune toxicity rate
Dr. Guru SonpavdeGebruik van immuuncheckpointremmers (ICIs) voor maligniteiten is geassocieerd met immuun-gerelateeerde bijwerkingen (irAEs). De incidentie en prevalentie van irAEs zijn uitgebreid gedocumenteerd, maar er is minder bekend over het verloop in de tijd van de incidentie van irAEs. Een studie van Dana-Farber Cancer Institute heeft de cumulatieve incidentie geïnventariseerd van irAEs van ICIs voor metastatisch niercelcarcinoom (mRCC) en metastatisch urotheelcarcinoom (mUC). Dr. Guru Sonpavde en collega’s publiceren de studie online in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde 199 mUC-patiënten met 271 mRCC-patiënten die tussen begin juli 2013 en eind oktober2018 ICIs kregen. Bijna driekwart van de patiënten (72,6%) kreeg ICI-monotherapie; 18,3% kreeg ICI in combinatie met gerichte therapie, en 9,2% kreeg duale ICI-therapie. Op enig moment tijdens de behandeling werden irAEs gezien in 39,5% (vooral hypothyreoïdie, rash en pruritus, diarree en colitis, transaminitis, en pneumonitis. De maandelijkse incidentie van irAEs nam af met de tijd die verlopen was zonder irAEs. Toch werd nog in zeventien van 109 patiënten (15,6%; 95%-bti 9,4-23,8) een eerste irAE gezien na langer dan een jaar sinds het begin van de ICI-therapie. Er waren geen verschillen in cumulatieve incidentie van irAEs op basis van type maligniteit, middel, of irAE-graad. Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met ontwikkeling van irAEs waren combinatie van ICI met een andere ICI of gerichte therapie, eerstelijns ICI-therapie, en PD-1 remmer therapie.

De onderzoekers concluderen dat de maandelijke incidentie van irAEs afnam met toenemende tijd die verliep zonder irAEs, maar dat patiënten nog steeds irAEs kunnen ontwikkelen na discontinuering van de ICI.

1.Nuzzo PV, Pond GR, Abou Alaiwi S et al. Conditional immune toxicity rate in patients with metastatic renal and urothelial cancer treated with immune checkpoint inhibitors. J ImmunoTher Cancer 2020;8:000371

Summary: A study at Dana-Farber Cancer Institute (Boston, MA) investigated the incidence of developing irAEs due to ICIs for mRCC and mUC conditioned on time elapsed without irAE development. The monthly incidence of irAEs decreased over time on therapy. Yet, patients can still develop delayed irAEs beyond ICI discontinuation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Methylatiesignaturen in celvrij DNA voor sensitieve en specifieke detectie van meer dan 50 typen maligniteiten (0)
2020-03-31 13:00   ( Nieuws )
Tags:  multi-cancer detection and localization cfDNA methylation signatures
Dr. Minetta LiuVroege detectie van maligniteiten berust op effectieve screening, die echter slechts voor een gering aantal maligniteiten mogelijk is. Een prospectieve patiënt-controle studie in het cohort van de Circulating Cell-free Genome Atlas (CCGA)-studie heeft de mogelijkheid onderzocht om op basis van methyleringsanalyses van circulerend tumor celvrij DNA aan- of afwezigheid van meerdere typen maligniteiten gelijktijdig te onderzoeken. Dr. Minetta Liu (Mayo Clinc, Rochester MN) en collega’s publiceren de studie vandaag online in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 2482 patiënten met tezamen meer dan vijftig typen maligniteiten, en 4207 controledeelnemers zonder maligniteiten. De deelnemers werden verdeeld over trainings- en validatiesets. cfDNA in bloedmonsters werd getest met een sequencing panel van meer dan 100.000 informatieve methyleringsgebieden. De onderzoekers ontwikkelden en valideerden een classifier voor detectie van aanwezigheid van een maligniteit en localisatie van tissue of origin (TOO).

De performance was consistent in de training- en de validatieset. De specificiteit voor detectie van een maligniteit was 99,3% (95%-bti 98,3-99,8), dus een false-positive rate 0,7%. De sensitiviteit voor stadium I tot en met III van twaalf veel-voorkomende typen maligniteiten was 67,3% (60,7-73,7) en voor stadium I tot en met III van alle typen maligniteiten 43,9% (39,4-48,5). De detectie nam toe met toenemend stadium. De TOO werd voorspeld in 96% van de monsters die positief waren voor een maligniteit; de TOO werd correct voorspeld in 93% van deze monsters.

De onderzoekers concluderen dat gerichte methyleringsanalyse van cfDNA tegelijktertijd detectie en localisatie van meer dan vijftig typen maligniteiten mogelijk maakte met hoger dan 90% accuratesse.

1.Liu MC, Oxnard GR, Klein EA et al. Sensitive and specific multi-cancer detection and localization using methylation signatures in cell-free DNA. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A prospective case-control study found that cfDNA sequencing identified methylation signatures for detection of more than 50 cancer types across stages.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Kosteneffectieve wereldwijde zorg voor kinderen met maligniteiten (0)
2020-03-31 12:00   ( Nieuws )
Tags:  cost-effective global care for cancer in children
Prof. Rifat AtunDe afgelopen decennia zijn aanzienlijke vorderingen geboekt in de behandeling van maligniteiten in kinderen. Toegang tot de verbeterde zorg is niet gelijk verdeeld over de wereld. Ongeveer 80% van de gevallen van childhood cancer wordt gezien in low-income and lowe- middle income countries (LLMICs), terwijl slechts 5% van de financiën voor zorg voor childhood cancer in deze landen wordt besteed. Een studie van een Lancet Oncology Commission heeft verwachte groei van het wereldwijde aantal kinderen met maligniteiten geïnventariseerd, en financieel-economische gevolgen van wereldwijde zorg voor deze kinderen geanalyseerd. Prof. Rifat Atun (Harvard School of Public Health, Boston MA) en collega’s publiceren de studie vandaag online in The Lancet Oncology.1

De onderzoekers schatten dat er tussen 2020 en 2050 wereldwijd 13,7 miljoen nieuwe gevallen van maligniteiten in kinderen zullen zijn, waarvan 6,1 miljoen gevallen (44,9%) niet gediagnostiseerd zullen worden. Zonder extra investeringen om de toegang tot zorg te verbeteren zullen in de genoemde periode 11,1 miljoen kinderen overlijden aan een maligntieit, onder wie 9,3 miljoen (84,1%) in LLMICs. Dit aantal kan aanzienlijk worden teruggebracht door investeringen voor het opschalen van kosteneffectieve interventies; de onderzoekers becijferen de reductie van deze mortaliteit op 56,1%. Deze ontwikkeling zal resulteren in winst van 318 miljoen levensjaren, en productiviteitswinst van US$ 2580 miljard; ongeveer viermaal meer dan de cumulatieve behandelkosten van US$ 594 miljard, resulterend in een opbrengst van $ 3 voor elke geïnvesteerde $ 1.

De onderzoekers concluderen dat de belasting door childhood cancer effectief kan worden verlaagd, resulterend in massieve gezondheidswinst en economisch profijt. In deze video abstract lichten auteurs de studie toe.

1.Atun R, Bhakta N, Denburg A et al. Sustainable care for children with cancer: a Lancet Oncology Commission. Lancet Oncol 2020;21:e185-e224

Summary: According to an analysis by a Lancet Oncology Commision scale-up of worldwide care for children with cancer can be associated with a net return of $3 for every $1 invested. The burden of childhood cancer can be effectively diminished to realize massive health and economic benefits and to avert millions of deaths (video abstract). 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve evaluatie van associatie van serumgehalten van methionine-gerelateerde metabolieten en risico van pancreascarcinoom (0)
2020-03-30 15:00   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic cancer risk serum methionine-related metabolites
Prof. Jian-Min YuanDeficiënties in methyldonorstatus kunnen resulteren in veranderingen van DNA-methylering en DNA-schade, een risicofactor voor carcinogenese. In epidemiologische studies is een inverse associatie gezien van inname van choline met de voeding en het risico van pancreascarcinoom. Twee patiënt-controle analyses, binnen de cohorten van de Shanghai Cohort Study (129 patiënten en 258 controlepersonen) en de Singapore Chinese Health Study (58 patiënten en 104 controlepersonen) hebben de associaties onderzocht van baseline serumconcentraties van choline, betaïne, methionine, de som van deze concentraties (‘total methyl donors’), en trimethylamine N-oxide (TMAO; een door de darmmicrobiota geproduceerde metaboliet van fosfatidylcholine) met het risico van pancreascarcinoom. Prof. Jian-Min Yuan (University of Pittsburgh PA) en collega’s publiceren de analyses online in het International Journal of Cancer.1

In het Shanghai-cohort waren de ORs van pancreascarcinoom in het hoogste versus het laagste kwartiel van choline, betaïne, methionine, total methyl donors, en TMAO 0,27 (95%-bti 0,11-0,69); 0,57 (0,31-1,05); 0,50 (0,26-0,96); 0,37 (0,19-0,73), en 2,81 (1,37-5,76). In het Singapore-cohort waren de corresponderende ORs 0,85 (0,23-3,17); 0,50 (0,17-1,45); 0,17 (0,04-0,68); 0,33 (0,10-1,16); en 1,42 (0,50-4,04).

De onderzoekers concluderen dat de inverse associaties van baseline serumconcentratie van methionine en total methyl donors met het risico van pancreascarcinoom in beide cohorten de hypothese steunen dat DNA-schadeherstel en –methylering een rol spelen in de preventie van pancreascarcinoom. In het Shanghai-cohort was baseline concentratie van TMAO positief geassocieerd met het risico, hetgeen suggereert dan de darmmicrobiota de associatie tussen choline-inname en het risico van pancreascarcinoom modificeert.

1.Huang JY, Luu HN, Butler LM et al. A prospective evaluation of serum methionine-related metabolites in relation to pancreatic cancer risk in two prospective cohort studies. Int J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: Two case-control analyses, nested within the Shanghai Cohort Study and the Singapore Chinese Health Study, found inverse associations between serum concentrations of methionine-related metabolites and pancreatic cancer risk, supporting the view that DNA repair and methylation play an important role against the development of pancreatic cancer. There may be a modifying role of gut microbiota in the association of dietary choline and panceatic cancer risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Endoscopische of open resectie voor sinonasaal mucosaal melanoom (0)
2020-03-30 14:00   ( Nieuws )
Tags:  sinonasal mucosal melanoma endoscopic or open resection
Prof. Ivan El-SayedSinonasaal mucosaal melanoom (SNMM) is een zeldzame en agressieve tumor. Endoscopische resectie voor SNMM is een minimaal-invasieve chirurgische optie. Een retrospectieve studie van de University of California in San Francisco heeft uitkomsten van endoscopische en open resectie voor SNMM vergeleken. Prof. Ivan El-Sayed en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1

Tussen begin 2005 en eind 2014 ondergingen twintig SNMM-patiënten in San Francisco resectie. Tien patiënten ondergingen open resectie en tien SNMM-patiënten endoscopische resectie. De één-jaars overleving was 30% in de open-resectiegroep en 80% in de endoscopische-resectiegroep (p=0,032). Op alle tijdstippen na de chirurgie was de overleving in de endoscopische-resectiegroep beter dan in de open-resectiegroep.

De onderzoekers concluderen dat in deze kleine patiëntenserie endoscopische resectie voor SNMM resulteerde in betere overleving dan open resectie.

1.Almutuawa DM, Strohl MP, Gruss C et al. Outcomes of sinonasal mucosal melanomas with endoscopic and open resection: a retrospective cohort study. J Neuro-Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A retrospective case review of 20 patients of UCSF compared outcomes after endoscopic or open resection for sinonasal mucosal melanomas. The 1-year survival rate was 80% after endoscopic resection versus 30% after open resection (p=0,032).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)