Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Trastuzumab emtansine voor residueel invasief HER2-positief mammacarcinoom (0)
2019-02-14 08:52   ( Nieuws )
Tags:  KATHERINE study
In december vorig jaar berichtten we over de KATHERINE-studie, die toen door prof. Gunter von Minckwitz werd gepresenteerd op het San Antonio Breast Cancer Symposium. KATHERINE includeerde patiënten met HER2-positief mammacarcinoom en residuele invasieve ziekte na voltooiing van neoadjuvante therapie. De studie liet zien dat in deze patiënten trastuzumab emtansine vergeleken met conventioneel trastuzumab resulteerde in betere invasieve-ziektevrije overleving. De studie wordt vandaag gepubliceerd in The New England Journal of Medicine, en is voorzien van een nader-verhelderende video.

In december last year we reported on the KATHERINE study, which was presented in San Antonio. The study is published today in NEJM, with a quick take video.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Implementatie van DYPD-genotypering voor de start van capecitabine voor metastatisch mammacarcinoom (0)
2019-02-13 15:51   ( Nieuws )
Tags:  MBC capecitabine DYPD genotyping
Dr. Janine MansiPatiënten met metastatisch mammacarcinoom (MBC) en DPYD-varianten die geassocieerd zijn met gedeeltelijk verlies van activiteit van dihydropyrimidine-dehydrogenase (DPD) hebben een verhoogd risico van ernstige toxiciteiten als ze behandeld worden met capecitabine. Een studie in Guy’s Hospital (Londen VK) heeft onderzocht of het mogelijk is MBC-patiënten voor aanvang van de capecitabinebehandeling routinematig DYPD-genotypering te laten ondergaan. Dr. Janine Mansi (Guy’s and St Thomas’ NHS Foundation Trust) en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen december 2014 en december 2017 ondergingen 66 achtereenvolgende MBC-patiënten screening op vier DPYD-varianten die geassocieerd zijn lagere activiteit van DPD. Deze varianten werden gedetecteerd in vijf patiënten (8,4%, aldus de onderzoekers). Twee van deze vijf patiënten kregen gereduceerde-dosering capecitabine. Onder de 61 DPYD-wildype patiënten waren er 14 (23%) die graad 3 toxiciteiten ervoeren (PPE 65%; GI-toxiciteit (35%). Geen van de patiënten werd gehospitaliseerd voor toxiciteit.

De onderzoekers concluderen dat routinematige prospectieve DPYD-genotypering succesvol kan worden geïmplementeerd in de klinische praktijk, en kan resulteren in verlaging van het risico van ernstige fluoropyrimidine-geassocieerde toxiciteiten.

1.Stavraka C, Pouptsis A, Okonta L et al. Clinical implementation of pre-treatment DPYD genotyping in capecitabine-treated metastatic breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A study in a large cancer center in London (UK) showed that prospective DPYD genotyping (before the start of capecitabine for metastatic breast cancer) can be successfully implemented in routine clinical practice and can reduce the risk of severe fluoropyrimidine toxicities.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van androgeendeprivatietherapie na definieve RT voor prostaatcarcinoom met risico van depressie (0)
2019-02-13 14:58   ( Nieuws )
Tags:  prostate cancer ADT risk of depression
Dr. Daniel SimpsonEr is geen consensus over de associatie tussen gebruik van androgeendeprivatietherapie (ADT) en het risico van het ontwikkelen van depressie. Een retrospectieve observationele cohortstudie heeft de associatie tusssen ADT-gebruik en depressie onderzocht in een homogene groep van mannen die definitieve radiotherapie (RT) hadden ondergaan voor prostaatcarcinoom. Dr. Daniel Simpson (University of California, San Diego) en collega’s publiceren de studie online in Cancer.1

De studie includeerde 39.965 patiënten die tussen begin 2001 en eind oktober 2015 waren gediagnostiseerd door het US Department of Veterans Affairs health care system. Gedurende de follow-up werd nieuwe depressie vastgesteld in 934 patiënten, gebruik van outpatient psychiatrische zorg in 7825 patiënten, gebruik van inpatient psychiatrische zorg in 358 patiënten, en suïcide in 54 patiënten. Starten van ADT binnen een jaar na de diagnose prostaatcarcinoom was in multivariate analyse geassocieerd met de ontwikkeling van depressie (sHR 1,50; p<0,001) en gebruik van outpatient psychiatrische zorg (sHR 1,21; p<0,001) maar niet met inpatient psychiatrische zorg of suïcide.

De onderzoekers concluderen dat ADT na definitieve RT voor prostaatcarcinoom geassocieerd was met verhoogd risico van het ontwikkelen van depressie en gebruik van outpatient psychatrische zorg.

1.Deka R, Rose BS, Bryant AK et al. Androgen deprivation therapy and depression in men with prostate cancer treated with definitive radiation therapy. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An retrospective analysis of patients of the US Department of Veterans Affairs health care system found that androgen deprivation therapy after definitive radiation therapy for prostate cancer was associated with an increase in the risk of depression and the use of outpatient psychiatric services.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van behandelcentrum op overleving na adjuvante radiotherapie voor HNSCC (0)
2019-02-13 13:58   ( Nieuws )
Tags:  head and neck squamous cell carcinoma adjuvant RT overall survival
Dr. Zain HusainEr zijn aanwijzingen dat patiënten met squameus celcarcinoom van hoofd en hals (HNSCC) betere overall survival hebben als ze chirurgie ondergaan in een high-volume surgical facility (HVSF) vergeleken met een LVSF. Het is niet duidelijk in hoeverre meer ervaring met postoperatieve radiotherapie (PORT) in het HVSF bijdraagt aan dit verschil in overleving. Dr. Zain Husain (Yale School of Medicine, New Haven CT) en collega’s hebben een analyse van dit onderwerp uitgevoerd. Ze publiceren de analyse online in Cancer.1


In de National Cancer Database identificeerden de onderzoekers 6844 patiënten die tussen begin 2004 en eind 2013 definitieve chirurgie en PORT ondergingen voor lokaal-gevorderde maligniteiten van mondholte, orofarynx, larynx en hypofarynx. Chirurgie in het HVSF (gedefinieerd als het hoogste percentiel qua volume) was geassocieerd met betere vijf-jaars OS (57,7% versus 52,5% voor patiënten van LVSFs; p=0,0003). Bijna een op de drie patiënten (31,6%) veranderde na de chirurgie van faciliteit. Onder patiënten die na chirurgie in een HVSF voor PORT dezelfde faciliteit kozen bedroeg de vijf-jaars OS 63,1%; onder patiënten die na chirurgie PORT ondergingen in een andere faciliteit bedroeg de vijf-jaars OS 49,3% (p<0,0001). Dit fenomeen werd bevestigd in propensity score-gematchte analyse. In multivariate analyse was chirurgie in een HVSF en daar blijven voor PORT versus kiezen voor een andere PORT-faciliteit geassocieerd met significant verlaagde mortaliteit (HR 0,81; p=0,006).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die chirurgie en PORT ondergaan voor HNSCC het OS-profijt van HVSFs alleen wordt gezien in patiënten die ook PORT in het HVSF ondergaan.

1.Lee NCJ, Kelly JR, An Y et al. Radiation therapy treatment facility and overall survival in the adjuvant setting for locally advanced head and neck squamous cell carcinoma. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National cancer Database found that in patients receiving adjuvant radiotherapy for HNSCC the overall survival benefit associated with high-volume surgical facilities persisted only when patients remained at the same facility for radiation therapy. This suggests that facility specialization and/or high-volume postoperative radiation therapy may assist in driving the OS improvement.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Patiënt-gerapporteerde uitkomsten van enzalutamide versus placebo voor niet-metastatisch CRPC (0)
2019-02-13 12:58   ( Nieuws )
Tags:  PROSPER study enzalutamide for castration-resistant prostate cancer patient-reported outcomes
Prof. Bertrand TombalDe multinationale fase 3-studie PROSPER randomiseerde patiënten met niet-metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom en snel stijgend PSA-gehalte naar enzalutamide of placebo. Vorig jaar is gepubliceerd dat in de enzalutamidegroep het risico van metastase of overlijden 71% lager was dan in de placebogroep. Prof. Bertrand Tombal (Université catholique de Louvain, Brussel) en collega’s publiceren nu online in The Lancet Oncology patiënt-gerapporteerde uitkomsten (PROs) van de studie.1

PROSPER werd uitgevoerd in 254 centra in 32 landen. De studie includeerde volwassen patiënten met CRPC en een PSA-verdubbelingstijd tot 10 maanden. Ze werden 2:1 gerandomiseerd naar enzalutamide 160 mg per dag (n=933) of placebo (n=468). Pijnprogressie werd bepaalde met BPI-SF, en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven met EORT QLQ-PR25, EQ-5D-FL, EQ-VAS, en FACT-P. De vragenlijsten werden beantwoord bij aanvang van de behandeling, na zeventien weken, en vervolgens iedere zestien weken.

De mediane follow-up was 18,5 maanden (IQR 10,7-29,2) in de enzalutamidegroep en 15,1 maanden (7,4-25,9) in de placebogroep. De baseline PRO-scores waren vergelijkbaar voor beide groepen. Tijd tot klinisch relevante pijnprogressie was langer in de enzalutamidegroep dan in de placebogroep (HR 0,75; p=0,028). Dit was ook het geval voor tijd tot klinisch relevante verergering van symptomen (urinaire symptomen HR 0,58; p<0,001; darmsymptomen HR 0,72; p=0,0018). Ook voor andere kwaliteit van leven-scores was enzalutamide superieur aan placebo, met uitzondering van tijd tot verslechtering van hormoonbehandeling-gerelateerde symptomen.

De onderzoekers concluderen dat enzalutamide vergeleken met placebo voor niet-metastatisch CRPC met snel-stijged PSA-niveau resulteerde in niet alleen langere metastasevrije overleving maar ook langere tijd tot verergering van pijn en belasting door symptomen van prostaatcarcinoom, terwijl een hoge gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven behouden bleef.

1.Tombal B, Saad F, Penson D et al. Patient-reported outcomes following enzalutamide or placebo in men with non-metastatic, castration-resistant prostate cancer (PROSPER): a multicentre, randomised, double-blind, phase 3 trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: Patient-reported outcomes of the phase 3 study PROSPER show that in men with non-metastatic castration-resistant prostate cancer and rapidly rising PSA level, enzalutamide (compared with placebo) resulted in low pain levels and prostate cancer symptom burden, and high health-related quality of life


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b/2-studie van pembrolizumab plus trastuzumab voor trastuzumab-resistent HER2-positief gevorderd mammacarcinoom (0)
2019-02-12 16:00   ( Nieuws )
Tags:  PANACEA study trastuzumab-resistant HER2-positive breast cancer
Prof. Sherene LoiHER2-positieve mammacarcinomen bevatten gewoonlijk een aanzienlijke hoeveelheid T-celinfiltraat. Het is denkbaar dat immuunmechanismen veroorzaakt door dit infiltraat een rol spelen bij resistentie tegen trastuzumab, en dat de PD-1 remmer pembrolizumab deze mechanismen tegen zou kunnen gaan. De multinationale fase 1b/2-studie PANACEA heeft de waarde onderzocht van toevoegen van pembrolizumab aan trastuzumab voor HER2-positief gevorderd mammacarcinoom met resistentie tegen trastuzumab. Prof. Sherene Loi (Peter MacCallum Cancer Centre, Melbourne) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

De studie, uitgevoerd in elf centra in vijf landen, includeerde volwassen patiënten met gevorderd HER2-positief mammacarcinoom en gedocumenteerde progressie op eerdere trastuzumab-gebaseerde therapie. Ze kregen intraveneus trastuzumab 6 mg/kg iedere drie weken en in fase 1b intraveneus pembrolizumab 2 mg/kg of 10 mg/kg iedere drie weken. In fase 1b werden geen doseringslimiterende toxiciteiten gezien . Voor fase 2 werd gekozen voor trastuzumab 6 mg/kg iedere drie weken en flat dose pembrolizumab 200 mg iedere drie weken. Met dit schema werden 52 patiënten behandeld, onder wie veertig met PD-L1 positieve tumoren en twaalf met PD-L1 negatieve tumoren. Het primaire eindpunt van fase 2 was objectieve respons in de groep patiënten met PD-L1 positieve tumoren.

De mediane follow-up was 13,6 maanden (IQR 11,6-18,4) in de groep patiënten met PD-L1 positieve tumoren en 12,2 maanden (IQR 7,9-12,2) in de groep patiënten met PD-L1 negatieve tumoren. Objectieve respons werd gezien in zes (15%; 95%-bti 7-29) van veertig patiënten met PD-L1 positieve tumoren en nul van twaalf patiënten met PD-L1 negatieve tumoren. Any grade vermoeidheid werd gezien in 21% van de patiënten. Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gezien in 29%, en één patiënt overleed aan de behandeling (Lambert-Eaton sydroom in een PD-L1 negatieve patiënt.

De onderzoekers concluderen dat pembrolizumab plus trastuzumab veilig was en actief voor PD-L1 positief trastuzumab-resistent gevorderd HER2-positief mammacarcinoom.

1.Loi S, Giobbie-Hurder A, Gombos A et al. Pembrolizumab plus trastuzumab in trastuzumab-resistant, advanced, HER2-positive breast cancer (PANACEA): a single-arm, multicentre, phase 1b-2 trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The international phase 1b-2 study PANACEA found that pembrolizumab plus trastuzumab was safe and showed activitity and durable clinical benefit in patients with PD-L1-positive, trastuzumab-resistant, advanced, HER2-positive breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn risico van hospitalisatie onder vijf-jaars overlevers van leukemie tijdens de jeugd in Scandinavië (0)
2019-02-12 14:57   ( Nieuws )
Tags:  ALiCCS study childhood leukemia long-term risk of hospitalization
Prof. Henrik HasleOngunstige gevolgen van de behandeling van leukemie tijdens de jeugd kunnen persisteren of pas jaren na de diagnose manifest worden. De Adult Life after Childhood Cancer in Scandinavia studie onderzocht het risico van hospitalizatie van tenminste-vijf-jaar overlevers van ALL, AML, en CML tijdens de jeugd. Prof. Henrik Hasle (Universiteitsziekenhuis Aarhus, Denemarken) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De onderzoekers identificeerden 3391 overlevers van ALL, 389 overlevers van AML, en 92 overlevers van CML op jeugdige leeftijd tussen begin 1970 en eind 2008 in Denemarken, Finland, IJsland, en Zweden. Deze overlevers en 129.828 gematchte controlepersonen in de algemene bevolking werden gevolgd voor een eerste hospitalisatie (120 ziektecategorieën; psychiatrische diagnoses werden uitgesloten). De RR van hospitalisatie voor overlevers versus controlepersonen was 1,95 (95%-bti 1,83-2,07) onder overlevers van ALL; 3,09 (95%-bti 2,53-3,65) onder overlevers van AML; en 4,51 (95%-bti 3,03-6,00) onder overlevers van CML. De risico’s bleven verhoogd tot twintig jaar na de leukemiediagnose. De corresponderende absolute excess risico’s per duizend persoonsjaren waren 28 (95%-bti 25-32); 63 (95%-bti 46-80); en 105 (95%-bti 61-150).

De onderzoekers concluderen dat overlevers van leukemie tijdens de jeugd een lange-termijn verhoogd risico van hospitalisatie hadden.

1.Vrelits Sørensen G, Falck Winther J, de Fine Licht S et al. Long-term risk of hospitalization among five-year survivors of childhood leukemia in the Nordic countries. J Natl Cancer Inst 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis from the Adult Life after Childhood Cancer in Scandinavia study found that five-year survivors of childhood ALL, AML, and CML had an increased risk of hospitalization (RR 1.95-4.51), which remained increased 20 years from leukemia diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve studie van klinische uitkomsten van direct-acting antivirals voor chronische hepatitis C (0)
2019-02-12 13:56   ( Nieuws )
Tags:  HCV direct-acting antivirals hepatocellular carcinoma
Prof. Fabrice CarratHoewel direct-acting antivirals (DAAs) veel worden gebruikt voor het behandeling van chronische hepatitis C virus (HCV)-infectie is de klinische werkzaamheid niet goed bekend. Een prospectieve studie in Frankrijk heeft de impact onderzocht van DAAs voor HCV op incidentie van overlijden, levercelcarcinoom (HCC) en gedecompenseerde cirrose. Prof. Fabrice Carrat (Institut Pierre Louis d’Epidémiologie er de Santé Publique, Parijs) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet.1

De studie, uitgevoerd in 32 Franse hepatologiecentra, includeerde 9895 patiënten met chronische HCV-infectie. Exclusiecriteria waren chronische HBV-infectie, geschiedenis van gedecompenseerde cirrose, HCC, of levertransplantatie, en interferon-ribavirine behandeling. Tijdens de follow-up (mediaan 33,4 maanden) kregen 7344 patiënten DAAs kregen, en 2551 niet. Tijdens de follow-up overleden 218 patiënten, onder wie 129 DAA-behandelde en 89 niet-DAA behandelde), werd HCC gediagnostiseerd in 258 patiënten (187 DAA-behandelde en 71 niet-DAA behandelde), en werd gedecompenseerde cirrose gezien in 106 patiënten (74 DAA-behandelde en 32 niet-DAA behandelde). Blootstelling aan DAAs was geassocieerd met verhoogd risico van HCC (niet-gecorrigeerd HR 2,77; 95%-bti 2,07-3,71) en gedecompenseerde cirrose (HR 3,83; 95%-bti 2,29-6,42). Na correctie voor toepasselijke variabelen was blootstelling aan DAAs geassocieerd met verlaagde all-cause mortaliteit (HR 0,48; 95%-bti 0,33-0,70) en verlaagd HCC-risico (HR 0,66; 95%-bti 0,46-0,93) en was blootstelling aan DAAs niet geassocieerd met gedecompenseerde cirrose (HR 1,14; 95%-bti 0,57-2,27).

De onderzoekers concluderen dat behandeling met DAAs geassocieerd was met verlaagde mortaliteit en verlaagd risico van HCC.

1.Carrat F, Fontaine H, Dorival C et al. Clinical outcomes in patients with chronic hepatitis C after direct-acting antiviral treatment: a prospective cohort study. Lancet 2019; epub ahead of print

Summary: A prospective study in France found that treatment with direct-acting antivirals for HCV infection was associated with lower mortality and reduced risk of hepatocellular carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)