Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Simulatiestudie van effecten van chemotherapie in oudere mammacarcinoom-patiënten met hoge recurrence score (0)
2019-10-16 13:00   ( Nieuws )
Tags:  older breast cancer patients with high recurrence scores simulation of chemotherapy effects
Dr. Young ChandlerGenoom-expressieprofielen (GEP) van de tumor worden gebruikt voor het geleiden van de keus voor al of niet chemotherapie voor mammacarcinoom, maar er is slechts beperkte evidentie voor de waarde van GEP-data in oudere vrouwen (65 jaar en ouder). Een simulatiestudie heeft de effecten van toevoegen van chemotherapie aan endocriene therapie onderzocht voor oudere patiënten met vroeg-stadium HR-positief, HER2-negatief mammacarcinoom en Oncotype DX-scores 26 of hoger. Dr. Young Chandler (Lombardi Comprehensive Cancer Center, Washington DC) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of the National Cancer Institute.1

Het model onderscheidde vrouwen in vier leeftijdsgroepen (65 tot en met 69 jaar, 70 tot en met 74 jaar, 75 tot en met 79 jaar, en 80 tot en met 89 jaar) en drie comorbiditeitsniveaus (geen of laag, matig, of ernstig) over een 25-jaars horizon. Toevoegen van chemotherapie aan endocriene therapie voor vrouwen in de leeftijd 65 tot en met 69 jaar en met geen of lage comorbiditeit resulteert volgens het model in winst van 0,16 QALYs en verlaging van de mammacarcinoom-specifieke mortaliteit van 34,8% tot 29,7% maar ook een toename van graad 3 of 4 toxiciteit met 12,8%. Vrouwen in de leeftijd van 65 tot en met 69 jaar met geen/lage of matige comorbiditeit, en vrouwen in de leeftijd van 70 tot en met 74 jaar met geen/lage comorbiditeit hebben geringe benefits van toevoegen van chemotherapie. Alle vrouwen in de leeftijd van 75 jaar of ouder hebben netto QALY-verlies met toevoegen van chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat onder vrouwen in de leeftijd van 65 tot en met 89 jaar met tumoren met hoog risico van recidief, alleen de patiënten in de leeftijd van 65 tot en met 74 jaar en geen of weinig comorbiditeit gering profijt hebben van toevoegen van chemotherapie aan endocriene therapie. GEP-testen en gebruik van chemotherapie dienen gereserveerd te blijven voor vrouwen jonger dan 75 jaar zonder ernstige comorbiditeit.

1.Chandler Y, Jayasekera J, Schechter C et al. Simulation of chemotherapy effects in older breast cancer patients with high recurrence scores. J Natl Cancer Inst 2019; epub ahead of print

Summary: A simulation study found that among women aged 65-89 years with early-stage HR-positive, HER2-negative breast cancer and high recurrence risk (Oncotype DX scores 26 or higher) only those aged 65-74 years with no/low/moderate comorbidity have small benefits from adding chemotherapy to endocrine therapy. Tumor genomic expression profiling and chemotherapy use should be reserved for women under age 75 years without severe comorbidity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van respons-aangepaste intensificatie met CVD voor nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (0)
2019-10-16 12:00   ( Nieuws )
Tags:  Myeloma XI study NDMM cyclophosphamide-bortezomib-dexamethasone
Prof. Graham JacksonIn multipel myeloom is aanzienlijke klonale heterogeniteit waargenomen. Dit suggereert dat middelen met verschillende werkingsmechanismen vereist zijn om diepe responsen te induceren en uitkomsten te verbeteren. De fase 3-studie Myeloma XI, in 110 centra in het Verenigd Koninkrijk, includeerde patiënten met nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM) die op drie momenten in de studie werden gerandomiseerd: in de inductiefase, in de intensificatiefase voor patiënten met niet-optimale respons op inductie, en in de onderhoudsfase. Prof. Graham Jackson (Newcastle University) en zijn collega’s van de UK NCRI Haematological Oncology Clinical Studies Group publiceren resultaten van de intensificatiefase van de studie online in The Lancet Haematology.1

Na de inductiefase van de studie waren er 1217 patiënten met partiële of minimale respons. Van deze patiënten werden er 583 (48%) gerandomiseerd in de intensificatiefase: 289 patiënten kregen maximaal acht cycli cyclofosfamide-bortezomib-dexamethason (CVD-groep) en 294 patiënten kregen geen verdere behandeling (controlegroep). De coprimaire eindpunten van de analyse waren progressievrije overleving en overall survival. Na mediaan 29,7 maanden follow-up was de mediane PFS 30 maanden in de CVD-groep versus 20 maanden in de controlegroep (HR 0,60; p<0,0001). De drie-jaars OS was 77,3% in de CVD-groep versus 78,5% in de controlegroep (p=0,93). De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events met CVD waren neutropenie (7% van de patiënten), trombocytopenie (7%), en anemie (3%). Er waren geen graad 5 AEs in de CVD-groep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met suboptimale respons op inductietherapie voor NDMM, intensificatie van de behandeling met CVD resulteerde in significante verbetering van PFS maar niet OS. Het veiligheidsprofiel van de intensificatiebehandeling was manageable.

1.Jackson GH, Davies FE, Pawlyn C et al. Response-adapted intensification with cyclophosphamide, bortezomib, and dexamethasone versus no intensification in patients with newly diagnosed multiple myeloma (Myeloma XI): a multicentre, open-label, randomised, phase 3 trial. Lancet Haematology 2019; epub ahead of print

Summary: The Myeloma XI study in the UK found that intensification treatment with cyclophosphamide-bortezomib-dexamethasone significantly improved progression-free survival but not overall survival in patients with newly diagnosed multiple myelomaand a suboptimal response to immunomodulatory induction therapy. The safety profile of the intensification treatment was manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Werkzaamheid van fulvestrant-palbociclib voor zwaar-voorbehandeld HR-positief HER2-negatief MBC (0)
2019-10-15 14:58   ( Nieuws )
Tags:  heavily pretreated HR-positive HER2-negative metastatic breast cancer fulvestrant plus palbociclib
Prof. Thierry PetitIn het kader van een temporary authorization of use (TAU)-programma zijn in Frankrijk 77 zwaar-voorbehandelde patiënten met HR-positief HER2-negatief metastatisch mammacarcinoom (MBC) behandeld met de combinatie fulvestrant-palbociclib. Een retrospectieve analyse van Centre Paul Strauss (Straatsburg) heeft de werkzaamheid van de combinatie in het programma geïnventariseerd. Prof. Thierry Petit en collega’s publiceren de analyse online in Breast Cancer Research and Treatment.1

Het mediane aantal eerdere behandelingen voor metastatische ziekte was vier. De meerderheid van de patiënten (n=48; 62,3%) was eerder behandeld met everolimus. De combinatie fulvestrant-palbociclib resulteerde in complete respons in drie patiënten en partiële respons in twintig patiënten (ORR 30%), en stabiele ziekte in zesentwintig patiënten (CBR 64%). De mediane follow-up was 14 maanden. De mediane progressievrije overleving met fulvestrant-palbociclib was 7,6 maanden. De mediane PFS was significant (p<0,0001) invers geassocieerd met het aantal eerdere lijnen behandeling in de metastatische setting. De mediane PFS was 5,5 maanden in patiënten die eerder progressie hadden doorgemaakt op everolimus vergeleken met 9,3 maanden in de niet-eerder met everolimus behandelde subgroep. De PFS was niet geassocieerd met de leeftijd van de patiënten. De mediane overall survival werd niet bereikt.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van fulvestrant en palbociclib aanmerkelijke werkzaamheid had voor zwaar-voorbehandeld HR-positief HER2-negatief MBC.

1.Herrscher H, Velten M, Leblanc J et al. Fulvestrant and palbociclib combination in heavily pretreated hormone receptor-positive, HER2-negative metastatic breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A retrospective analysis of a temporary authorization of use program of the combination of fulvestrant and palbociclib for heavily pretreated HR-positive, HER2-negative metastatic breast cancer found an appreciable efficacy (median PFS 7.6 months; median OS not reached during median 14 months of follow-up).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vismodegib voor lokaal-gevorderd basaalcelcarcinoom: follow-up na discontinueren in complete remissie (0)
2019-10-15 14:00   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced BCC complete remission with vismodegib follow-up after discontinuation
Prof. Nicole Basset-SeguinDe hedgehog-route remmer vismodegib wordt gebruikt voor de behandeling van lokaal-gevorderd basaalcelcarcinoom (LA-BCC), met een ORR van 65% inclusief 32% complete respons. Ongunstige bijwerkingen leiden echter vaak tot discontinuering van het middel. Een multicenterstudie in Frankrijk heeft lange-termijn respons, predictieve factoren, en management van relapse na discontinuering van vismodegib onderzocht. Prof. Nicole Basset-Seguin (Hôpital Saint Louis, Parijs) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1



De observationele retrospectieve studie includeerde 116 patiënten van negen Franse centra. De patiënten hadden met vismodegib complete remissie van LA-BCC bereikt en hadden vismodegib vervolgens gediscontinueerd. De mediane relapse-vrije overleving was 18,4 maanden (95%-bti 13,5-24,8), met een drie-jaars RFS 35,4% voor alle patiënten en 40% voor patiënten zonder Gorlin syndroom. Onder de 54 patiënten met relapse tijdens de follow-up waren er 27 die opnieuw vismodegib kregen, met objectieve respons in 23 patiënten (ORR 85%) onder wie 10 met complete respons (37%) en 13 met partiële respons (48%), terwijl 24 patiënten in aanmerking kwamen voor chirurgie (42%).

De onderzoekers concluderen dat na discontinuering van vismodegib vaak lange-termijn respons werd gezien, en dat de meeste patiënten met relapse opnieuw respons op vismodegib hadden.

1.Herms F, Lambert J, Grob J-J et al. Follow-up of patients with complete remission of locally advanced basal cell carcinoma after vismodegib discontinuation: a multicenter French study of 116 patients. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in France found that in patients who achieve complete remission of locally advanced basal cell carcinoma with vismodegib, long-term response after vismodegib discontinuation is frequent. Most patients who experience a relapse still respond to vismodegib rechallenge.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van eerstelijns FOLFOXIRI plus panitumumab voor RAS-wildtype mCRC (0)
2019-10-15 13:00   ( Nieuws )
Tags:  VOLFI study RAS wild-type metastatic colorectal cancer FOLFOXIRI plus panitumumab
Prof. Michael GeisslerDe Duitse multicenter gerandomiseerde fase 2-studie VOLFI onderzocht de veiligheid en werkzaamheid van toevoegen van panitumumab aan mFOLFOXIRI voor niet-eerder behandeld RAS-wildtype metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC). Prof. Michael Geissler (Klinikum Esslingen) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1 De studie includeerde 96 patiënten die 2:1 werden gerandomiseerd naar mFOLFOXIRI met panitumumab (experimentele arm; n=63) of alleen mFOLFOXIRI (controle-arm; n=33). Het primaire eindpunt van de studie was ORR. Op basis van historische data werd in de controle-arm een ORR 60% verwacht. Het vooraf-gespecificeerde criterium voor werkzaamheid in de experimentele arm was een ORR 75% of hoger.

De ORR in de experimentele arm kwam uit op 87,3% waarmee aan het criterium voor werkzaamheid voldaan werd. In de controle-arm was de ORR 60,6% (odds ratio 4,469; p=0,004). Ook het secundaire metastase-resectiepercentage was hoger in de experimentele arm dan in de controle-arm (33,3% versus 12,1%; p=0,02). De progressievrije overleving verschilde niet significant tussen beide armen, en er was een trend van langere overall survival in de experimentele arm (HR 0,67; p=0,12).

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van panitumumab aan eerstelijns FOLFOXIRI voor RAS-wildtype mCRC resulteerde in verbetering van de ORR en secundaire metastase-resectiepercentage.

1.Modest DP, Martens UM, Riera-Knorrenschild J et al. FOLFOXIRI plus panitumumab as First-line treatment of RAS wild-type metastatic colorectal cancer: the randomized, open-label, phase II VOLFI study (AIO KRK0109). J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The German randomised phase 2 study VOLFI found that the addition of panitumumab to first-line FOLFOXIRI for RAS wild-type metastatic colorectal cancer was associated with improved ORR and improved rate of secondary resection of metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Pembrolizumab voor recidiverend of refractair primair mediastinaal grootcellig B-cel lymfoom (0)
2019-10-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-013 and -170 rrPMBCL pembrolizumab
Patiënten met recidiverend of refractair primair mediastinaal grootcellig B-cel lymfoom (rrPMBCL) hebben een slechte prognose. Omdat in PMBCL overexpressie van PD-1 liganden is gezien is het denkbaar dat PD-1 blokkade een werkzame optie is voor deze patiënten. De fase 1b-studie KEYNOTE-013 en de fase 2-studie KEYNOTE-170 hebben deze hypothese onderzocht. Dr. Philippe Armand (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren online in het Journal of Clinical Oncology een gecombineerde analyse van beide studies.1

De beide internationale studies includeerden volwassen patiënten met rrPMBCL die gedurende maximaal twee jaar of tot ziekteprogressie pembrolizumab kregen (10 mg/kg iedere twee weken; na protocolwijziging vaste dosering 200 mg iedere drie weken). De primaire eindpunten waren veiligheid en objectieve respons in KEYNOTE-013 en objectieve respons in KEYNOTE-170.

De ORR was 48% (33% complete respons) onder de 21 evalueerbare patiënten in KEYNOTE-013, en 45% (13% complete respons) onder de 53 evalueerbare patiënten in KEYNOTE-170. Na mediaan 29,1 maanden follow-up in KEYNOTE-013 en 12,5 maanden follow-up in KEYNOTE-170 was de mediane duur van respons in geen van beide studies bereikt. In geen van de patiënten met complete respons werd progressie gezien, inclusief twee patiënten met complete respons die al langer dan een jaar niet meer behandeld werden. Progressievrije overleving na twaalf maanden was 47% in KEYNOTE-013 en 38% in KEYNOTE-170, en overall survival na twaalf maanden was 65% en 58%. Treatment-related adverse events (geen graad 5 TRAEs) werden gezien in 24% van de patiënten in KEYNOTE-013 en 23% van de patiënten in KEYNOTE-170. Expressie van PD-L1 was geassocieerd met progressievrije overleving.

De onderzoekers concluderen dat pembrolizumab voor rrPMBCL geassocieerd was met hoge responspercentages, lange duur van respons, en hanteerbaar veiligheidsprofiel.

1.Armand P, Rodig S, Melnichenko V et al. Pembrolizumab in relapsed or refractory primary mediastinale large B-cell lymphoma. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 study KEYNOTE-170 plus extended follow-up of patients in KEYNOTE-013 found that pembrolizumab for relapsed or refractory primary mediastinal large B-cell lymphoma was associated with high response rate, durable activity, and a manageable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie van T790M-mutatie in cfDNA bij progressie van NSCLC op gefitinib, erlotinib of afatinib (0)
2019-10-14 14:58   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC progressing on various EGFR TKIs incidence of T790M mutation in cfDNA
Dr. Marzia Del ReNa progressie van NSCLC op eerstelijns EGFR-TKI behandeling kan inzicht in het resistentiemechanisme belangrijk zijn voor verder management van de patiënt. De T790M-mutatie in EGFR is de meest voorkomende oorzaak van resistentie tegen eerste- of tweede-generatie TKIs. Een studie van de Universiteit van Pisa heeft het voorkomen van deze mutatie in celvrij DNA (cfDNA) geïnventariseerd in patiënten met progressie van NSCLC op eerstelijns gefitinib, erlotinib, of afatinib. Dr. Marzia Del Re en collega’s publiceren de studie online in Clinical Lung Cancer.1

De studie includeerde 83 patiënten met NSCLC met EGFR-activerende mutaties. Er waren 42 patiënten die eerstelijns gefitinib of erlotinib kregen en 41 patiënten die eerstelijns afatinib kregen. Patiëntkenmerken waren vergelijkbaar in beide groepen. De mediane tijd tot progressie verschilde niet significant tussen beide groepen: 14,4 maanden met gefitinib/erlotinib versus 10,2 maanden met afatinib (p=0,09). Op het moment van progressie bepaalden de onderzoekers het voorkomen van de T790M-mutatie in cfDNA. Ze vonden de mutatie in 47 van de 83 patiënten (56,6%). In de gefitinib/erlotinib-behandelde groep werd de mutatie gezien in 33 van 42 patiënten (78,6%), en in de afatinib-behandelde groep in 14 van 41 patiënten (34,1%; p=0,0001).

De onderzoekers concluderen dat er geen verschil was in TTP na eerstelijns gefitinib/erlotinib versus afatinib voor NSCLC, maar dat er wel een significant verschil tussen beide groepen was in incidentie van de T790M-mutatie bij progressie.

1.Del Re M, Petrini I, Mazzoni F et al. Incidence of T790M in NSCLC patients progressed to gefitinib, erlotinib, and afatinib: a study on circulating tumor DNA. Clin Lung Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study in Italy found similar time to progression in NSCLC patients treated in first line with gefitinib, erlotinib or afatinib (p=0.09). However, the incidence of the T790M mutation in cfDNA was significantly higher in patients who progressed on gefitinib/erlotinib (79%) than in patients who progressed on afatinib (34%; p=0.0001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve multicenterstudie van SBRT plus systemische therapie voor metastasen van niercelcarcinoom (0)
2019-10-14 13:58   ( Nieuws )
Tags:  mRCC stereotactic body radiation therapy plus systemic therapy
Dr. Natalia Vladimirovna DenginaTyrosinekinaseremmers (TKIs) en immuuncheckpointremmers (ICIs) zijn effectieve behandelingen voor metastatisch niercelcarcinoom (mRCC) maar slechts in een gering aantal patiënten wordt complete respons van de metastasen gezien. Er is behoefte aan additionele opties om de werkzaamheid van TKIs en ICIs voor mRCC te versterken. Een prospectieve studie in vijf centra in de Russische Federatie heeft de waarde onderzocht van toevoeging van stereotactische radiotherapie (SBRT) aan de behandeling voor extracraniële lesies van mRCC. Dr. Natalia Dengina (Regionaal Klinisch Kankercentrum, Oeljanovsk) en collega’s publiceren de studie online in ESMO Open.1



De studie includeerde veertien mannen en drie vrouwen (mediane leeftijd 54,5 jaar) met stabiele ziekte op TKIs of ICIs gedurende tenminste vier maanden. Zes patiënten hadden nieuw-gediagnostiseerd mRCC, en elf patiënten hadden mRCC na nefrectomie voor aanvankelijk gelokaliseerde ziekte. De patiënten hadden metastasen in de longen (n=5), het skelet (n=4), lymfeklieren (n=4), lever (n=1), primair RCC (n=1), en lokaal recidiverend RCC (n=2). De SBRT werd gericht op organen met vergelijkbare lesies, waarbij één van de lesies in het stralingsveld lag en de andere lesie niet bestraald werd. Het primaire eindpunt was SBRT-gerelateerde toxiciteit, en het secundaire eindpunt verandering van de grootte van target-lesies.

De mediane follow-up was 8 maanden. Graad 1 SBRT-gerelateerde toxiciteit werd gezien in twee patiënten (12%), te weten oesofagitis en huiderytheem. Er was geen graad 2 of hogere toxiciteit. De figuur laat de radiografische respons in de targetlesies en de controlelesies zien. Radiografische respons in de targetlesies werd gezien in dertien patiënten (76%) waaronder complete respons in vijf (29%) en partiële respons in acht (47%) inclusief een abscopaal effect in één patiënt. De controlelesies bleven stabiel in zestien patiënten. Het verschil in respons tussen de targetlesies en de controlelesies twee maanden na de SBRT was statistisch significant (p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van SBRT aan systemische therapie voor mRCC goed verdragen wordt en effectief zou kunnen zijn.

1.Dengina N, Mitin T, Gamayunov S et al. Stereotactic body radiation therapy in combination with systemic therapy for metastatic renal cell carcinoma: a prospective multicentre study. ESMO Open 2019; epub ahead of print

Summary: A prospective multicenter study in the Russian Federation found that addition of SBRT to systemic therapy for extracranial metastases from RCC was well tolerated (no grade 2 or higher toxicity) and could be effective (A: target lesions; B: control lesions in the same organ as the target lesions).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)