Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Ambulatorische status na enkele-dosis 8 Gy RT versus 20 Gy in vijf fracties voor metastatische wervelkolomcompressie (0)
2019-12-04 14:29   ( Nieuws )
Tags:  SCORAD randomized trial metastatic spinal canal compression single-fraction versus multifraction RT
Prof. Peter HoskinSpinal canal compression (SCC) is een niet-ongewone complicatie van maligniteiten met metastasen in de wervels. De meeste patiënten krijgen radiotherapie voor verbetering van de mobiliteit en vermindering van de pijn. Er is echter geen standaard RT-schema voor SCC. Gebruikelijke schema’s lopen uiteen van 8 Gy in één fractie tot 40 Gy in twintig fracties. De noninferioriteits fase 3-studie SCORAD vergeleek een enkele dosis van 8 Gy met 20 Gy in vijf fracties. Prof. Peter Hoskin (Mount Vernon Cancer Centre, Northwood UK) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

De studie includeerde 686 SCC-patiënten van 42 centra in het Verenigd Koninkrijk en 5 centra in Australië. De mediane leeftijd was 70 jaar (IQR 64-77); 73% waren mannen; 44% had prostaatcarcinoom; 19% longcarcinoom; en 12% mammacarcinoom. De patiënten werden gerandomiseerd naar EBRT 8 Gy in één fractie (n=345) of EBRT 20 Gy in vijf fracties op vijf achtereenvolgende dagen (n=341). Ambulatorische status (AS, graad 1: in staat normaal te lopen, tot graad 4: rolstoelgebonden), centrum, type primaire tumor, en aan-/afwezigheid van niet-skeletmetastasen waren stratificatiefactoren. Het primaire eindpunt van de studie was AS graad 1 of 2 na acht weken, met een non-inferioriteitsmarge voor verschil in AS van -11%.

Het primaire eindpunt kon worden beoordeeld in 49,8% van de patiënten (255 patiënten overleden voor het eind van de achtste week). AS graad 1 of 2 na acht weken werd bereikt door 69,3% van de patiënten in de enkele-fractiegroep versus 72,7% van de patiënten in de vijf-fractiesgroep (p voor non-inferioriteit 0,06). Het verschil tussen beide groepen voor AS graad 1 of 2 was -0,4% na één week (p voor noninferioriteit 0,004), -0,7% na vier weken (p voor non-inferioriteit 0,01), en +4,1% na twaalf weken (p voor noninferioriteit = 0,002). Overall survival na twaalf weken was 50% in de enkele-fractiegroep versus 55% in de vijf-fractiesgroep (gestratificeerd HR 1,02; 95%-bti 0,74-1,41). Voor de elf andere secundaire eindpunten waren er eveneens geen significante of op noninferioiriteit wijzende verschillen.

De onderzoekers concluderen dat de studie formeel geen noninferioriteit voor het primaire eindpunt heeft laten zien.

1.Hoskin PJ, Hopkins K, Misra V et al. Effect of single-fraction vs multifraction radiotherapy on ambulatory status among patients with spinal canal compression from metastatic cancer. The SCORAD randomized clinical trial. JAMA 2019;322:2084-2094

Summary: The SCORAD randomized trial in the UK and Australia found that among patients with malignant metastatic tumors and spinal canal compression, a single radiotherapy dose, compared with a multifraction dose delivered over 5 days, did not meet the criterion for the primary outcome (ambulatory at 8 weeks). However, the extent to which the lower bound of the CI overlapped with the noninferiority margin should be considered when interpreting the clinical importance of this finding.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van carfilzomib-dexamethason met of zonder daratumumab voor RRMM (0)
2019-12-04 13:00   ( Nieuws )
Tags:  CANDOR study relapsed or refractory multiple myeloma daratumumab
Prof. Saad UsmaniEr is behoefte aan nieuwe behandelingen voor multipel-myeloom patiënten met progressie na of intolerantie voor lenalidomide en bortezomib. In een fase 1-studie is werkzaamheid gezien van de combinatie carfilzomib-dexamethason-daratumumab (KdD) voor recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM). De multinationale fase 3-studie CANDOR vergeleek KdD met Kd voor RRMM. Prof. Saad Usmani (Atrium Health, Charlotte NC) presenteert de studie volgende week op de Annual Meeting van ASH in Orlando.1

De studie, uitgevoerd in 102 centra, includeerde RRMM-patiënten die één tot en met drie eerdere lijnen therapie hadden gekregen, met partiële respons of beter op tenminste één eerdere therapie. De mediane leeftijd was 64 jaar; 42,3% was eerder behandeld met lenalidomide, en 90,3% was eerder behandeld met bortezomib. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar KdD (n=312) of Kd (n=154). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving.

Na mediane follow-up van 16,9 maanden voor de KdD-arm en 16,3 maanden voor de Kd-arm was de mediane PFS niet bereikt met KdD en 15,8 maanden met Kd (HR 0,63; p=0,0014). Het PFS-profijt met KdD over Kd werd gezien in alle geprespecificeerde subgroepen, waaronder de lenalidomide-blootgestelde patiënten (HR 0,52) en de lenalidomide-refractaire patiënten (HR 0,45). De ORR was 84,3% versus 74,7% (p=0,0040), en complete respons of beter werd gezien 28,5% versus 10,4%. De mediane overall survival was na 17 maanden follow-up in geen van beide armen bereikt (HR 0,75; p=0,08). De incidentie van graad 3 of hoger AEs was82,1% versus 73,9%, en discontinuering vanwege AEs werd gezien in 22,4% versus 24,8%. Overlijden gerelateerd aan de behandeling werd gezien in vijf patiënten, allen in de KdD-arm.

De onderzoekers concluderen dat KdD vergeleken met Kd resulteerde in een significant PFS-profijt. De AEs waren over het algemeen manageable.

1.Usmani SZ. ASH Annual Meeting 2019; abstr. LBA-6

Summary: The multinational phase 3 study CANDOR compared carfilzomib-dexamethasone-daratumumab (KdD) with carfilzomib-dexamethasone (Kd) for relapsed or refractory multiple myeloma. The study found a significant PFS benefit with KdD over Kd, across all prespecified subgroeps, particularly among lenalidomide-exposed and lenalidomide-refractory patients. AEs were generally manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van orale azacitidine-formulering versus placebo voor AML in eerste remissie (0)
2019-12-03 16:00   ( Nieuws )
Tags:  QUAZAR AML-001 Maintenance Trial CC-486
Veel oudere patiënten met AML hebben respons op intensieve inductiechemotherapie, maar de responsen zijn vaak van korte duur, en de overall survival van de patiënten is slecht. CC-486 is een orale formulering van azacitidine. De multinationale QUAZAR AML-001 Maintenance Trial heeft CC-486 vergeleken met placebo als onderhoudsbehandeling voor oudere AML-patiënten in eerste remissie. Dr. Andrew Wei (Monash University, Melbourne) presenteert de studie volgende week op de Annual Meeting van ASH in Orlando.1

De studie includeerde patiënten ouder dan 54 jaar, met intermediair- of slecht-risico cytogenetica, en een ECOG performance status 3 of beter, die na inductiechemotherapie met of zonder consolidatie CR of CRi, en geen kandidaat waren voor stamceltransplantatie. Binnen vier maanden na bereiken van CR of CRi werden de patiënten gerandomiseerd naar CC-486 300 mg (n=238) of placebo (n=234) eenmaal daags op dagen één tot en met veertien van vier-weekse cycli. De behandeling werd voortgezet tot > 15% blasten, niet-acceptabele toxiciteit, of stamceltransplantatie. Het primaire eindpunt van de studie was OS.

De mediane follow-up was 41,2 maanden. De figuur toont de OS en recidiefvrije overleving in beide armen. Het profijt van CC-486 werd gezien ongeacht cytogenetisch risico, het aantal consolidatiecycli, en CR/CRi-status. De HRQOL verschilde niet tussen beide armen. Het bijwerkingenprofiel van CC-486 verschilde in grote lijnen niet van dat van injecteerbaar azacitidine. De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 AEs waren neutropenie (41% van de patiënten met CC-486 versus 24% met placebo), trombocytopenie (23% versus 22%), en anemie (14% versus 13%).

De onderzoekers concluderen dat CC-486 vergeleken met placebo resulteerde in statistisch significante en klinisch relevante verbetering van OS en RFS in oudere patiënten met AML in eerste remissie. Het veiligheidsprofiel van CC-486 was manageable.

1.Wei A et al. ASH Annual Meeting 2019, abstr. LBA-3

Summary: The multinational phase 3 QUAZAR AML-001 Maintenance Trial compared the oral azacitinide formulation CC-486 with placebo as maintenance treatment for AML patients older than 54 years in first remission. The study found statistically significant and clinically meaningful improvements in OS and RFS improvements in OS and RFS with CC-486.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Kenmerken van respons op platina van PDAC in patiënten met kiemlijn BRCA1-, BRCA2-, of PALB2-mutatie (0)
2019-12-03 14:29   ( Nieuws )
Tags:  PDAC impact of germline BRCA1 or BRCA2 or PALB2 mutation on platinum response
Dr. Kim ReissIn retrospectieve studies is een overlevingsprofijt gezien van platina-gebaseerde chemotherapie voor pancreas ductaal adenocarcinoom in patiënten met BRCA1-, BRCA2-, of PALB2-mutatie (‘mut-positive PDAC’). De objective response rate (ORR) en de real-world progressievrije overleving (rwPFS) die met deze behandeling worden bereikt zijn echter niet duidelijk. Een studie van de Perelman School of Medicine van de University of Pennsylvania (Philadelphia) is uitgevoerd om meer duidelijkheid te scheppen. Dr. Kim Reiss en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1



De studie includeerde 26 patiënten die platina-gebaseerde therapie kregen voor gevorderd-stadium mut-positive PDAC, en 52 voor leeftijd, ras, en geslacht gematchte platina-behandelde PDAC-patiënten zonder de kiemlijnmutaties. De RECIST v1.1 responsen op de behandeling werden bepaald met blinded radiology review. De ORR in de mut-positive patiënten was 58%, vergeleken met 21% in de controlegroep (p=0,0022). Onder de mut-positive patiënten was er geen verschil in ORR tussen verschillende platina-gebaseerde regimes (p=0,814), terwijl in de controlegroep alleen responsen werden gezien op FOLFIRINOX. De mediane rwPFS was 10,1 maanden in de mut-positive groep versus 6,9 maanden in de controlegroep (HR 0,43; p=0,0068).

De onderzoekers concluderen dat platina-gebaseerde therapie voor PDAC resulteerde in hogere respons en langere mediane rwPFS in mut-positive patiënten dan in patiënten zonder de kiemlijnmutaties.

1.Wattenberg MW, Asch D, Yu S et al. Platinum response characteristics of patients with pancreatic ductal adenocarcinoma and a germline BRCA1, BRCA2 or PALB2 mutation. Br J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Perelman School of Medicine (Philadelphia, PA) found that platinum-based therapy for PDAC resulted in higher ORR (58% versus 21%) and longer median PFS (10,1 months versus 6,9 months) in patients with germline BRCA1, BRCA2, or PALB2 mutations compared to patients without these germline mutations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Hypertensie in patiënten die ibrutinib krijgen voor CLL (0)
2019-12-03 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ibrutinib for CLL hypertension
Dr. Lindsey RoekerIn klinische studies is frequent hypertensie gezien in patiënten die ibrutinib kregen voor CLL (incidentie van alle graden 18% en incidentie van graad 3 of hoger 6%). Een analyse in drie centra in de Verenigde Staten heeft ontwikkeling, management, en lange-termijn cardiovasculaire consequenties van hypertensie onderzocht in ibrutinib-behandelde CLL-patiënten in de klinische praktijk. Dr. Lindsey Roeker (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Network Open.1

De analyse includeerde 247 patiënten van MSKCC, Lombardi Cancer Center (Georgetown University, Washington DC), en Abrahamson Cancer Center (University of Pennsylvania, Philadelphia). De patiënten kregen gedurende tenminste zes maanden ibrutinib 420 mg eens per dag, buiten het kader van klinische studies. Patiënten die doseringsreductie nodig hadden werden uit de analyse geëxcludeerd. Voor de start van ibrutinib werd hypertensie gezien in 107 patiënten (43,3%). De figuur toont de mediane systolische en diastolische bloeddruk in het eerste jaar na start van ibrutinib. Zowel de mediane systolische als diastolische bloeddruk namen significant toe vergeleken met baseline. Incidentie hypertensie (≥140/90 mm Hg) werd gezien in 34,8%, terwijl graad 3 en hoger systolische hypertensie werd gezien in 33,2%. Onder patiënten zonder baseline hypertensie werd ontwikkeling van nieuwe systolische hypertensie gezien in 65,7% en van nieuwe diastolische hypertensie in 17,9%). In 20,6% van de patiënten werden veranderingen gezien in het cardiovasculair-medicatieregime in het eerste jaar na start van ibrutinib.

De onderzoekers concluderen dat de analyse suggereert dat ibrutinib-geassocieerde hypertensie onder CLL-patiënten in de klinische praktijk meer frequent is dan wat is gezien in klinische studies. De mediane tijd tot piek-bloeddruk was zes maanden, hetgeen suggereert dat de bloeddruk in deze patiënten verscheidene maanden na de start van ibrutinib gemonitord dient te worden.

1.Roeker LE, Yazdy MS, Rhodes J et al. Hypertension in patients treated with ibrutinib for chronic lymphocytic leukemia. JAMA Network Open 2019;2:e1916326

Summary: A clinical practice analysis of patients of three centers in the USA found that ibrutinib-associated hypertension is a common adverse events in CLL patients with and without preexisting hypertension. Median time to peak blood pressure was 6 months. The observed rate of incident hypertension and grade 3 or higher systolic hypertenion wat higher than that observed in clinical trials.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Circulating Ensembles of Tumor Associated Cells als systemische kenmerken van maligniteiten (0)
2019-12-02 15:58   ( Nieuws )
Tags:  C-ETACs as hallmarks of cancer
Dr. Dadasaheb AkolkarCirculating Ensembles of Tumor Associated Cells (C-ETACs) omvatten tumor emboli, immuuncellen, en fibroblasten. Detectie van C-ETACs was in pilot-studies geassocieerd met verhoogd risico van trombose en agressieve metastase. Bepaling van prevalentie en karakterisering van C-ETACs wordt echter gehinderd door methodologische problemen. Een grootschalige studie van Datar Cancer Gentics Limited (Nasik, India) heeft de associatie onderzocht tussen C-ETACs en het voorkomen van maligniteiten. Dr. Dadasaheb Akolkar en collega’s publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1

C-ETACs werden in deze studie gedefinieerd als clusters van tenminste drie EpCAM+ en CK+ cellen ongeacht CD45-status. De onderzoekers isoleerden perifeer-bloed mononucleaire cellen (PBMCs) uit bloedmonsters van 5509 patiënten met verscheidene epitheliale maligniteiten en 10.625 asymptomatische controlepersonen met leeftijds-gerelateerd verhoogd maligniteitenrisico. De PBMCs werden behandeld met stabiliserende reagentia om apoptose-resistente C-ETACs te beschermen en te oogsten. Alle controlepersonen werden gescreend op maligniteiten met PAP smear, mammografie, lage-dosering CT, bepaling van niveaus van CA125, CA19-9, AFP, CEA, en PSA, en met klinisch onderzoek. De onderzoekers detecteerden C-ETACs in 89,9% (95%-bti 89,0-90,7) van de patiënten met bekende maligniteiten, in 3% (95%-bti 2,7-3,4) van de asymptomatische controlepersonen zonder abnormale screeningsresultaten, en in 6,4% (95%-bti 5,4-7,4) van de asymptomatische controlepersonen met abnormale resultaten van tenminste één screeningstest.

De onderzoekers concluderen dat heterotypische C-ETACs dienen te worden gezien als systemic hallmark van maligniteiten.

1.Akolkar D, Patil D, Crook T et al. Circulating ensembles of tumor associatede cells: a redoubtable new systemic hallmark of cancer. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study in India found Circulating Ensembles of Tumor Associated Cells in 90% of cancer patients, 3% of asymptomatic individuals without abnormal findings in screening, and 6% of asymptomatic individuals with abnormal findings in at least one screening test.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspellen van profijt van chemotherapie voor stadium 1A papillaire sereuze uterusmaligniteiten (0)
2019-12-02 14:32   ( Nieuws )
Tags:  stage 1A uterine papillary serous cancers predicting chemotherapy benefit
Dr. John ChanPatiënten met stadium 1A papillaire sereuze uterusmaligniteiten (UPSCs) hebben een sterk heterogene overleving, met uiteenlopend profijt van chemotherapie tussen verschillende groepen patiënten. Een analyse van de National Cancer Database heeft geresulteerd in onderscheid van deze groepen op basis van patiëntkenmerken. Dr. John Chan (Sutter Research Institute, San Francisco CA) en collega’s publiceren de analyse online in Gynecologic Oncology.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 1751 patiënten met een diagnose stadium 1A UPSC tussen begin 2010 en eind 2014. Van deze patiënten kregen 1012 (58%) chemotherapie en 739 (42%) geen chemotherapie. Kenmerken die onder alle patiënten tezamen geassocieerd waren met slechtere prognose waren hogere leeftijd, comorbiditeiten, grotere tumoren, lymfovasculaire invasie, positieve peritoneale cytologie, geen pelvische lymfeklierdissectie, en geen chemotherapie. De vijf-jaars overall survival in de groep patiënten die chemotherapie kregen was 80%, versus 67% in de groep patiënten die geen chemotherapie kregen. Op basis van de genoemde kenmerken ontwikkelden de de onderzoekers een clinical calculator die de patiënten onderscheidde in drie groepen, met laag, intermediair, en hoog risico, met vijf-jaars OS respectievelijk 86%, 73%, en 53%. Chemotherapie verbeterde de vijf-jaars OS in de hoog-risicogroep (42% versus 64%; p<0,001) en de intermediair-risicogroep (66% versus 79%; p<0,001) , maar niet significant in de laag-risicogroep (84% versus 87%; p=0,29).

De onderzoekers concluderen dat toepassing van de clinical calulator van waarde kan zijn voor het personaliseren van chemotherapie in stadium 1A UPSC.

1.Mysona DP, Tran LKH, Tran PMH et al. Clinical calculator predictive of chemotherapy benefit in stage 1A uterine papillary serous cancers. Gynecol Oncol 2019;epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database resulted In discrimination of three risk groups with different benefits from chemotherapy among patients with stage 1A uterine papillary serous cancers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Oplosbare immuuncheckpoint-gerelateerde eiwitten als voorspellers van uitkomsten van ccRCC (0)
2019-12-02 12:25   ( Nieuws )
Tags:  clear cell renal cell carcinoma soluble immune checkpoint-related proteins
Prof. Xifeng WuMet immuuncheckpointremmers zijn opvallende successen bereikt in de behandeling van verscheidene typen maligniteiten. Met uitzondering van enkele kandidaat-biomarkers is de prognostische rol van oplosbare immuuncheckpoint-gerelateerde eiwitten in heldercellig niercelcarcinoom (ccRCC) nog niet bekend. Een studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft circulerende niveaus van veertien van deze eiwitten bepaald, en de associaties van deze niveaus met het risico van recidief en overlijden in ccRCC onderzocht. Prof. Xifeng Wu en collega’s publiceren de studie online in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde 182 ccRCC patiënten die deelnamen aan een sinds 2002 doorlopende patiënt-controlestudie van MD Anderson. Voor het begin van de behandeling stonden de patiënten bloedmonsters af, waarin de onderzoekers voor de nu gepubliceerde analyse de niveaus bepaalden van de veertien eiwittten. De figuur laat zien dat het baseline-niveau van sPDL2 geassocieerd was met recidiefvrije overleving, terwijl de baseline-niveaus van sBTLA en sTIM3 geassocieerd waren met overall survival. Een analyse van 47 van de patiënten in de patiënt-controlestudie en 553 ccRCCs in The Cancer Genome Atlas suggereerde dat de baseline-niveaus van sLAG3 en sCD28 negatief gecorreleerd waren met cytolytische activiteit van T-cellen in de tumoren, als potentieel mechanisme voor de waargenomen associaties tussen eiwit-niveaus en klinische uitkomsten.

De onderzoekers concluderen dat niveaus van oplosbare immuuncheckpoint-gerelateerde eiwitten geassocieerd waren met recidief en overleving in ccRCC.

1.Wang Q, Zhang J, Tu H et al. Soluble immune checkpoint-related proteins as predictors of tumor recurrence, survival, and T cell phenotypes in clear cell renal cell carcinoma patients. J ImmunoTher Cancer 2019;7:334

Summary: A study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that some soluble immune checkpoint-related proteins in the circulation of ccRCC patients were associated with advanced disease, recurrence, and survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)