Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Overlevingsprofijt met surveillance onder personen met CMMRD (0)
2021-05-05 13:00   ( Nieuws )
Tags:  constitutional mismatch repair deficiency syndrome surveillance
Dr. Uri TaboriConstitutioneel mismatch-repair deficiëntiesyndroom (CMMRD, ook bekend als bi-allelisch Lynch syndroom) is een letaal maligniteitenpredispositie-syndroom dat wordt gekenmerkt door vroeg ontstaan van synchrone en metachrone tumoren in meerdere organen. Een studie van het International Replication Repair Deficiency Consortium heeft detectie van tumoren in CMMRD-dragers onderzocht en de overlevingswinst met surveillance onder personen met CMMRD prospectief geïnventariseerd. Dr. Uri Tabori (The Hospital for Sick Children, Toronto) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1


De onderzoekers identificeerden 193 maligne tumoren in 110 patiënten. De mediane leeftijd bij de eerste diagnose van een maligniteit was 9,2 jaar (range 1,7-39,5). Onder de patiënten die surveillance ondergingen werden alle GI en andere solide tumoren en 75% van de hersentumoren asymptomatisch gedetecteerd. Van de hematologische maligniteiten werd slechts 16% asymptomatisch gedetecteerd.


De figuur laat de overlevings-uitkomsten van de studie zien. Panel A toont de overleving van patiënten met alle symptomatisch- en asymptomatisch-gedetecteerde tumoren. Panel B toont de overleving van patiënten met symptomatisch- en asymptomatisch-gedetecteerde hersentumoren, en panel C de overleving van patiënten met symptomatisch- en asymptomatisch-gedetecteerde GI-tumoren. Overall was de vijf-jaars overall survival 90% (95%-bti 78,6-100) als de maligniteit asymptomatisch gedetecteerd werd en 50% (39,2-63,7) als de maligniteit symptomatisch gedetecteerd werd.

De prospectieve studie includeerde 89 patiënten met CMMRD-syndroom in drie cohorten. Het full surveillance cohort (n=33) bestond uit patiënten die alle door het consortium aanbevolen surveillance-modaliteiten ondergingen (hersen-MRI, geheel-lichaam MRI, abdominaal ultrasoud, complete blood count, endoscopie). Patiënten in het partial surveillance cohort (n=20) ondergingen niet alle aanbevolen surveillances, en patiënten in het no surveillance cohort (n=36) ondergingen geen routinematige screening. Panel D laat de overlevingsuitkomsten van deze drie groepen zien. De vier-jaars OS was 79% (95%-bti 54,8-90,9) in het full surveillance cohort, 55% (28,5-74,5) in het partial surveillance cohort, en 15% (5,2-28,8) in het no surveillance cohort.

De onderzoekers concluderen dat surveillance en vroege detectie van tumoren geassocieerd waren met betere OS onder personen met CMMRD.

1.Durno C, Bahar Ercan A, Bianchi V et al. Survival benefit for individuals with constitutional mismatch repair deficiency undergoing surveillance. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A study by the International Replication Repair Deficiency Consortium evaluated surveillance for individuals with constitutional mismatch repair deficiency syndrome. Surveillance and early cancer detection were associated with improved overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van trastuzumab deruxtecan voor metastatisch colorectaalcarcinoom met HER2-expressie (0)
2021-05-05 12:00   ( Nieuws )
Tags:  DESTINY-CRC01 trial HER2-expressing mCRC trastuzumab deruxtecan
Prof. Salvatore SienaHER2-amplificatie is vastgesteld in 2% tot 3% van de patiënten met colorectaalcarcinoom. Trastuzumab deruxtecan (TD) is een op HER2 gericht antibody-drug conjugate met topoisomerase I-remmer payload. De multinationale fase 2-studie DESTINY-CRC01 heeft TD voor metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC) met HER2-expressie geëvalueerd. Prof. Salvatore Siena (Grande Ospedale Metropolitano Niguarda, Milaan) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

DESTINY-CRC01 werd uitgevoerd in 25 centra in vijf landen. De studie includeerde volwassen mCRC-patiënten met progressie op twee of meer eerdere regimes, een ECOG performance status 0 of 1, en RAS- en BRAFV600E-wildtype tumoren. De expressie van HER2 werd in een centraal laboratorium bepaald. Cohort A (n=53) had tumoren met IHC3+ of IHC2+ en ISH-positieve expressie, cohort B (n=7) IHC2+ en ISH-negatieve expressie, en cohort C (n=18) had IHC1+ expressie. De patiënten kregen intraveneus TD 6,3 mg/kg iedere drie weken tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was centraal-beoordeelde bevestigde objectieve respons in cohort A.

De mediane follow-up op het moment van de nu gepubliceerde analyse was 27,1 weken. In cohort A werd bevestigde objectieve respons gezien in 24 patiënten, voor een ORR 45,3% (95%-bti 31,6-59,6). Graad 3 of hoger treatment-emergent adverse events die voorkwamen in tenminste 10% van alle 78 patiënten waren verlaagd neutrofielengetal (22%) en anemie (14%). Vijf patiënten (7%) hadden interstitiële longziekte of pneumonitis: twee graad 2, een graad 3, en twee graad 5.

De onderzoekers concluderen dat TD veelbelovende en duurzame activiteit had voor HER2-positief mCRC dat refractair was tegen standaard-behandeling, met een veiligheidsprofiel dat consistent was met wat eerder was gezien in TD-studies.

1.Siena S, Di Bartolomeo M, Raghav K et al. Trastuzumab deruxtecan (DS-8201) in patients with HER2-expressing metastatic colorectal cancer (DESTINY-CRC01): a multicentre, open-label, phase 2 trial. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 study DESTINY-CRC01 found promising and durable activity of trastuzumab deruxtecan in HER2-positive mCRC that was refractory to standard treatment. The ORR was 45.3% (95% CI 31.6-59.6). The safety profile was consistent with what was reported in previous trastuzumab deruxtecan trials.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Pathologische respons van DCIS op neoadjuvante behandeling voor HER2-positief mammacarcinoom (0)
2021-05-04 15:00   ( Nieuws )
Tags:  DCIS adjacent to IBC response to neoadjuvant treatment
Prof. Jelle WesselingAanwezigheid van extensief DCIS aangrenzend aan HER2-positief invasief mammacarcinoom (IBC) wordt vaak gezien als contraïndicatie voor borstsparende chirurgie, ook als de invasieve component goede respons op behandeling heeft. Een studie van NKI-AVL heeft de respons van aangrenzend DCIS op neoadjuvante HER2-blokkade voor HER2-positief IBC geïnventariseerd. Prof. Jelle Wesseling en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 138 patiënten die tussen begin 2004 en eind 2017 neoadjuvante systemische therapie (NST) met trastuzumab met of zonder pertuzumab kregen voor IBC met extensief adjacent DCIS. De neoadjuvante behandeling resulteerde in eradicatie van DCIS in 46% van de patiënten. Factoren die geassocieerd waren met respons van DCIS op de behandeling waren afwezigheid van pre-NST mammografie calcificaties (OR 3,75; 95%-bti 1,72-8,17), tweevoudige HER2-blokkade (2,36; 1,17-4,75), complete respons of bijna complete respons op MRI (3,55; 1,31-9,64), en in het pre-NST biopt afwezigheid van calcificaties (3,19; 1,34-7,60) en Ki-67 hoger dan 20% (2,74; 1,09-6,89).

De onderzoekers concluderen dat DCIS kan responderen op neoadjuvante HER2-blokkade. Aanwezigheid van adjacent DCIS hoeft dus geen contraïndicatie te zijn voor borstsparende therapie.

1.Groen EJ, van der Noordaa MEM, Schaapveld M et al. Pathologic response of ductal carcinoma in situ to neoadjuvant systemic treatment in HER2-positive breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: A study in The Netherlands investigated response of adjacent DCIS to neoadjuvant systemic treatment (NST) for HER2-positive invasive breast cancer. The treatment resulted in eradication of DCIS in 46% of patients. The authors conclude that presence of extensive DCIS in HER2 positive breast cancer before NSTshould not always indicate a mastectomy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Werkzaamheid van ALK-remmers voor niet-long solide tumoren met ALK-rearrangement (0)
2021-05-04 14:00   ( Nieuws )
Tags:  ALK-rearranged nonlung solid tumors ALK inhibitors
Dr. Kan YonemoriRearrangement van het anaplastisch lymfoom kinase (ALK)-gen is een bekende driver van niet-kleincellig longcarcinoom. ALK-rearrangement is ook gezien in sommige andere typen tumoren. ALK-TKIs, zoals alectinib en crizotinib, zijn actief voor NSCLC met ALK-rearrangement. Een studie van het Nationaal Maligniteitencentrum in Tokio heeft werkzaamheid van alectinib en crizotinib voor niet-long zeldzame solide tumoren met ALK-rearrangement geïnventariseerd. Dr. Kan Yonemori en collega’s publiceren de studie in JCO Precision Oncology.1



De studie includeerde zeven patiënten tumoren met ALK-rearrangement (drie met inflammatoire myofibroblastisch tumoren, en één met ALK-positieve histiocytose, histiocytisch sarcoom, osteosarcoom, en speekselklier-adenocarcinoom). Als initiële ALK-TKI kregen vijf patiënten alectinib en twee patiënten crizotinib. De objective response rate was 85,7% (95%-bti 44-97), inclusief twee complete responsen op alectinib. De mediane progressievrije overleving was 8,1 maanden.

De onderzoekers concluderen dat ALK-TKIs werkzaam waren voor niet-long solide tumoren met ALK-rearrangement.

1.Takeyasu Y, Okuma HS, Kojima Y et al. Impact or ALK inhibitors in patients with ALK-rearranged nonlung solid tumors. JCO Precision Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A study in Japan investigated the clinical efficacy of ALK-TKIs in nonlung rare tumors with ALK-rearrangement. Among seven patients the ORR was 85.7 % (95% CI 44-97). The median PFS was 8.1 months.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Kosteneffectiviteit van nivolumab-ipilimumab combinatie voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2021-05-04 13:00   ( Nieuws )
Tags:  aNSCLC cost-effectiveness of nivolumab-ipilimumab combination therapy
Dr. James MurphyDe multinationale fase 3-studie CheckMate 227 heeft laten zien dat de combinatie van nivolumab en ipilimumab vergeleken met chemotherapie resulteerde in significante verlenging van de overall survival van patiënten met stadium IV of recidiverend gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (mediaan 17,1 maanden versus 13,9 maanden), en bovendien in een enigszins lager percentage patiënten met graad 3 of 4 treatment-related adverse events (32,8% versus 36,0%). Nivolumab en ipilimumab zijn echter kostbare middelen. Een Markov-modelstudie heeft de kosteneffectiviteit van de combinatie versus platina-doublet als eerstelijns behandeling voor aNSCLC onderzocht. Dr. James Murphy (University of California San Diego, La Jolla) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

Het model laat zien dat op basis van CheckMate 227-data behandeling met nivolumab-ipilimumab vergeleken met chemotherapie resulteerde in verbeterde werkzaamheid van 0,50 QALYs bij $201.900,- extra kosten, overeenkomend met een ICER van $401.700 per QALY. Behandeling met nivolumab-ipilimumab werd kosteneffectief als de maandelijkse behandelkosten afnamen van $26.425,- naar $5058,- of als de duur van immuuntherapie werd verkort van 24,0 maanden tot 1,4 maanden. In probabilistische gevoeligheidsanalyse, met willingness-to-pay drempel van $100.000,- per QALY was nivolumab-ipilimumab 99,9% van de tijd minder kosteneffectief dan chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns behandeling van aNSCLC met nivolumab-ipilimumab vergeleken met chemotherapie bij de huidige prijzen niet kosteneffectief is.

1.Courtney PT, Yip AT, Cherry DR et al. Cost-effectiveness of nivolumab-ipilimumab combination therapy for the treatment of advanced non-small cell lung cancer. JAM Network Open 2021;4:e218787

Summary: A Markov modelling study at the University of California, San Diego, evaluated the cost-effectiveness of the combination of nivolumab plus ipilimumab combination therapy compared with chemotherapy as first-line treatment for advanced NSCLC. Treatment with nivolumab-ipilimumab was associated with improved effectiveness of 0.50 QALYs at increased overall cost of $201,900 yielding an ICER of $401,700 per QALY. Probabilistic sensitivity analysis indicated that, at a willingness-to-pay threshold of $100,000 per QALY, nivolumab-ipilimumab combination therapy was less cost-effective than chemotherapy 99.9% of the time.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

AlloHCT met navelstrengbloed versus mismatched unrelated donor met PTCy voor AML (0)
2021-05-04 12:00   ( Nieuws )
Tags:  AML alloHCT with CB versus MMUD with PTCy
Dr. Bhagirathbhai DholariaAllogene hematopoïetische celtransplantatie (alloHCT) met een mismatched niet-verwante donor (MMUD) en navelstrengbloedtransplantatie (CB) worden beide gezien als valide behandelingen voor AML-patiënten zonder volledig HLA-gematchte donor. Een multinationale studie heeft uitkomsten van beide behandelingen vergeleken. Dr. Bhagirathbhai Dholaria (Vanderbilt University Medical Center, Nashville TN) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Hematology & Oncology.1

De studie includeerde 920 AML-patiënten die een eerste CBT zonder post-transplant cyclophosphamide (PTCy) ondergingen en 280 AML-patiënten die alloHCT van een (HLA 9/10) MMUD met PTCy ondergingen. Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in incidentie van graad 2 tot en met 4 of graad 3 en 4 acute GVHD. In de CBT-groep versus de MMUD-groep was er wel een hogere incidentie van graft failure (11% versus 4%; p<0,01) en hogere twee-jaars non-relapse mortaliteit (30% versus 16%; p<0,01). In matched-pair analysis (177 gematchte paren) waren non-relapse mortaliteit, incidentie van relapse, leukemievrije overleving, en overall survival significant beter in de MMUD-groep dan in de CBT-groep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die transplantatie ondergingen voor AML, 9/10 MMUD alloHCT met PTCy resulteerde in betere uitkomsten dan CBT zonder PTCy.

1.Dholaria B, Labopin M, Sanz J et al. Allogeneic hematopoietic cell transplantation with cord blood versus mismatched unrelated donor with post-transplant cyclophosphamide in acute myeloid leukemia. J Hematol Oncol 2021; 14:76

Summary: A multinational study compared first cord blood transplantation without post-transplant cyclophosphamide versus alloHCT from a (HLA 9/10) mismatched unrelated donor with PTCy in patients with AML. Outcomes were better with MMUD alloHCT than with CBT.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van diffuus intrinsiek ponsglioom in België (0)
2021-05-03 15:00   ( Nieuws )
Tags:  DIPG
Prof. Sandra JacobsDiffuus intrinsiek ponsglioom (DIPG) is een agressieve maligniteit, die vooral in kinderen wordt gezien. Een multicenter retrospectieve studie in België heeft de incidentie en behandelingen voor DIPG gedurende de afgelopen kwart eeuw geïnventariseerd. Prof. Sandra Jacobs (UZ Leuven) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

In de registers van acht Belgische pediatrisch-oncologiecentra identificeerden de onderzoekers 100 patiënten met DIPG voor de leeftijd van negentien jaar. Voor 87 patiënten waren complete dossiers beschikbaar. De incidentie van DIPG over de periode van begin 1994 tot eind 2018 was 1,8 per miljoen personen jonger dan negentien jaar, maar de incidentie over de laatste vijf jaar van de studieperiode was toegenomen tot 3,1 per miljoen. Biopsie bij diagnose werd uitgevoerd in 52% van de patiënten. Onder acht patiënten met genomische data waren er zes met de H3 K27M-mutatie. Bijna 60% van de patiënten kreeg chemotherapie, zonder een duidelijk overlevingsvoordeel. Eén op de acht patiënten werd behandeld in het kader van een studie. Het percentage patiënten dat biopsie en chemotherapie onderging liep aanzienlijk uiteen tussen de centra. De gemiddelde progressievrije overleving was 4,87 maanden en de gemiddelde overall survival was 10,49 jaar.

De onderzoekers concluderen dat de incidentie van nieuwe DIPG-diagnosen in België toeneemt, en dat er aanzienlijke heterogeniteit in behandelingsbenadering tussen verschillende centra is.

1.Ruttens D, Messiaen J, Ferster A et al. Retrospective study of diffuse intrinsic pontine glioma in the Belgian population: a 25 year experience. J Neuro-Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter retrospective study in Belgium found an increase in new diffuse intrinsic pontine glioma diagnoses over the past 25 years, and substantial heterogeneity in treatment approaches between different centers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Belasting door pancreascarcinoom in de Europese Unie van 1990 tot 2020 en projecties tot 2040 (0)
2021-05-03 14:00   ( Nieuws )
Tags:  burden of pancreatic cancer in Europe between 1990 and 2019 projections until 2039
Prof. Weimin YeInfomatie over de verwachte toekomstige incidentie van maligniteiten is van belang voor de planning van de gezondheidszorg. Een analyse op basis van gegevens van de Global Burden of Disease Study heeft de belasting door pancreascarcinoom in de Europese Unie van 1990 tot 2020 geïnventariseerd, samen met projecties voor de EU plus het Verenigd Koninkrijk tot 2040. Prof. Weimin Ye (Karolinska Instituut, Stockholm) en collega’s publiceren de analyse in het International Journal of Cancer.1

Het aantal nieuwe gevallen van pancreascarcinoom in de EU-28 was 59.000 in 1990, 109.000 in 2019, en zal volgens de projectie in 2039 zijn toegenomen tot 147.000. Dit resulteerde in de drie genoemde jaren tot 60.000, 109.000, en 155.000 gevallen van overlijden, en verlies van 1,3 miljoen, 2,0 miljoen, en 2,7 miljoen disability-adjusted life years (DALYs). De meest uitgesproken toename van de ruwe incidentie werd gezien en geprojecteerd in de bevolking ouder dan 80 jaar. De leeftijds-gestandaardiseerde incidentie nam echter toe van 8,6 per 100.000 persoonsjaren in 1990 tot 10,1 per 100.000 persoonsjaren in 2019, maar blijft volgens de projectie stabiel gedurende 2020 tot 2040. De fractie van de pancreascarcinoom-mortaliteit die kan worden toegeschreven aan tabaksgebruik nam af tussen 1990 en 2020, maar er waren opwaartse trends voor attributabele fracties voor hoog nuchter plasma-glucose en hoge body mass index.

De onderzoekers concluderen dat in de EU-27 plus het Verenigd Koninkrijk de komende twintig jaar een substantiële toename zal zijn van incidentie, mortaliteit, en verloren DALYs door pancreascarcinoom.

1.Yu J, Yang X, He W, Ye W. Burden of pancreatic cancer along with attributable risk factors in Europe between 1990 and 2019, and projections until 2039. Int J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of data from the Global Burden of Disease Study found that in the EU-27 plus the United Kingdom the number of new pancreatic cancer was 59,000 in 1990, 109,000 in 2019, and projected to be 147,000 in 2039. This corresponded to 60,000, 109,000 and 155,000 for deaths, and a loss of 1.3 million, 2.0 million, and 2.7 million DALYs, respectively.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)