Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Update van resultaten van fase 3-studie HELIOS van ibrutinib, bendamustine, en rituximab voor recidiverend CLL/SLL (0)
2018-10-15 14:54   ( Nieuws )
Tags:  HELIOS study relapsed CLL SLL
De multinationale fase 3-studie HELIOS includeerde 578 patiënten met eerder-behandeld CLL/SLL zonder deletie 17p. Ze werden 1:1 gerandomiseerd naar ibrutinib 420 mg eenmaal daags of placebo, in combinatie met zes cycli bendamustine en rituximab (BR), gevolgd door ibrutinib of placebo. Dr. Graeme Fraser (McMaster University, Hamilton ON) en collega’s publiceren online in Leukemia een update van de resultaten van de studie, na mediaan 34,8 maanden follow-up (range 0,1-45,8 maanden).1

De door lokale onderzoekers beoordeelde mediane progressievrije overleving was niet-bereikt in de ibrutinib+BR arm versus 14,3 maanden in de placebo+BR arm (HR 0,206; p<0,001). De 36-maands PFS was 68,0% versus 13,9%,. De mediane overall survival was in geen van beide armen bereikt mwaar wel beter in de ibrutinib+BR arm dan in de placebo+BR arm (HR 0,652; p=0,019). MRD-negativiteit werd gezien in 26,3% van de patiënten met ibrutinib+BR versus 6,2% van de patiënten met placebo+BR (p<0,0001). Er werden geen nieuwe treatment-emergent adverse events waargenomen.

De onderzoekers concluderen dat de update bevestigt dat toevoegen van ibrutinib aan BR voor eerder-behandeld CLL/SLL resulteert in betere overlevingsuitkomsten en diepere responsen.

1.Fraser G, Cramer P, Demirkan F et al. Updated results from the phase 3 HELIOS study of ibrutinib, bendamustine, and rituximab in relapsed chronic lymphocytic leukemia/small lymphocytic lymphoma. Leukemia 2018; epub ahead of print

Summary: Updated results from the international phase 3 study HELIOS confirm that adding ibrutinib to bendamustine/rituximab results in deepening of responses and improved survival outcomes in patients with relapsed CLL/SLL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van één jaar versus korter adjuvant trastuzumab voor HER2-positief vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2018-10-15 13:56   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive early breast cancer duration of adjuvant trastuzumab
Dr. Alessandro InnoDe standaard adjuvante behandeling voor HER2-positief vroeg-stadium mammacarcinoom is één jaar trastuzumab. Korter-durende behandeling zou cardiotoxiciteit en kosten kunnen verminderen. Dr. Alessandro Inno (Ospedale Sacro Cuore Don Calabria, Verona) en collega’s hebben een meta-analyse uitgevoerd van gerandomiseerde studies van één jaar versus korter adjuvant trastuzumab. Ze publiceren de meta-analyse online in Breast Cancer Research and Treatment.1

In de literatuur vonden de onderzoekers vijf voor het onderwerp relevante studies, met tezamen 11.381 patiënten. In meta-analyse was één jaar versus korter (zes maanden of negen weken) adjuvant trastuzumab geassocieerd met langere overall survival (gepoold 22% langer; p=0,003) en langere ziektevrije overleving (19% langer; p<0,001). In subgroepanalyse was er een trend van betere DFS met de een-jaars duur in patiënten met hoog-risico kenmerken, en ook voor concomitant gebruik van chemotherapie en trastuzumab. Cardiale gebeurtenissen werden significant minder frequent gezien met kortere trastuzumab-behandeling (RR 0,4; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat één jaar adjuvant trastuzumab vergeleken met korter-durende behandeling resulteert in betere OS en DFS. In patiënten met laag-risico ziekte kan kortere duur van de behandeling resulteren in verlaging van de cardiotoxiciteit.

1.Inno A, Barni S, Ghidini A et al. One year versus a shorter duration of adjuvant trastuzumab for HER2-positive early breast cancer: a systematic review and meta-analysis. Breast Cancer Res Treat 2018; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of randomized controlled trials found that one year adjuvant trastuzumab for early stage HER2-positive breast cancer is associated with better DFS and OS than shorter durations. However, selected patients with low-risk disease can most likely be spared excess cardiac toxicity by using a shorter course.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van afatinib voor niet-eerder behandeld gevorderd EGFR-gemuteerd NSCLC in 70-plussers (0)
2018-10-15 12:58   ( Nieuws )
Tags:  advanced NSCLC elderly patients afatinib
De werkzaamheid en veiligheid van afatinib voor EGFR-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom in oudere patiënten zijn niet bekend. Een prospectieve fase 2-studie van de Universiteit van Gunma (Japan) heeft afatinib geëvalueerd als eerstelijns behandeling voor NSCLC met EGFR-veranderingen (exon 19 deletie of exon 21 L858R-mutatie) in patiënten in de leeftijd van zeventig jaar en ouder. Dr. Hisao Imai en collega’s publiceren de studie online in Lung Cancer.1

De studie includeerde veertig patiënten (13 mannen; 27 vrouwen) met adenocarcinoom. De mediane leeftijd was 77 jaar (range 70 -85 jaar). De initiële behandeling was afatinib 30 mg eenmaal daags; in negentien patiënten moest de dosering verlaagd worden. Veel-waargenomen adverse events waren diarree, rash/acne, en anemie. Graad 3 of 4 AEs waren diarree (12,5% van de patiënten), mucositis (7,5%), en pneumonitis (7,5%). Acht patiënten discontinueerden de behandeling wegens AEs. Twee patiënten overleden aan behandeling-gerelateerde pneumonitis. De objective overall response rate was 72,5%; ziektecontrole (respons plus stabiele ziekte) werd gezien in alle patiënten. De mediane progressievrije overleving was 12,9 maanden; de mediane overall survival werd niet bereikt.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns afatinib een optie kan zijn in deze patiëntenpopulatie.

1.Imai H, Kaira K, Suzuki K et al. A phase II study of afatinib treatment for elderly patients with previously untreated advanced non-small-cell lung cancer harboring EGFR mutations. Lung Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: A prospective phase 2 study at Gunma University (Japan) showed that afatinib could be a first-line treatment option for advanced NSCLC with EGFR mutations in patients aged 70 years and older. ORR was 72,5%; DCR was 100%; median OS was not reached; the toxicity was acceptable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen ziekenhuisvolume en uitkomsten van patiënten met retroperitoneaal sarcoom (0)
2018-10-15 11:33   ( Nieuws )
Tags:  retroperitoneal sarcoma hospital volume
Dr. Christina RolandRetroperitoneaal sarcoom (RPS) is een zeldzame tumor. De behandeling is gewoonlijk chirurgische resectie. Het is denkbaar dat de ingreep tot betere uitkomsten leidt naarmate de chirurg meer ervaren is. Dr. Christina Roland (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van de associatie tussen het ziekenhuisvolume (aantal per jaar behandelde RPS-patiënten van een ziekenhuis) en de uitkomsten van de RPS-patiënten. Ze publiceren de studie online in Cancer.1

In de National Cancer Database identificeerden de onderzoekers 6950 patiënten die tussen begin 1998 en eind 2011 chirurgie ondergingen voor primair RPS. De ziekenhuizen in kwestie werden gecategoriseerd als laag-volume ziekenhuizen (LVH, niet meer dan tien RPS-operaties per jaar) of HVH. Onder de 1131 in de analyse geïncludeerde ziekenhuizen waren 1127 LVHs (99,6%); de meerderheid van de patiënten (n=6270; 90,2%) werd dan ook behandeld in een LVH. Patiënten behandeld in een LVH hadden een hogere waarschijnlijkheid van lagere graad en kleiner volume tumoren, van ontvangen van radiotherapie, en incomplete macroscopische (R2)-resectie.

Patiënten die werden behandeld in HVHs hadden lagere dertig-dagen heropnamepercentages (1,8% versus 3,4%; p<0,001), lagere dertig-dagen mortaliteit (1,9% versus 3,1%; p=0,004), lagere negentig-dagen mortaliteit (3,2% versus 5,7%; p=0,007), langere mediane overall survival (76,2 maanden versus 64,2 maanden), en hogere vijf-jaar OS-percentages (58% versus 52%; p<0,001). Na correctie voor leeftijd, geslacht, verzekeringsstatus, tumorgrootte, tumorgraad, resectiemargestatus, en radiotherapie was behandeling in een HVH onafhankelijk geassocieerd met verlaagd risico van overlijden (HR 0,77; p=0,003).

De onderzoekers concluderen dat behandeling in een laag-volume ziekenhuis geassocieerd is met slechtere korte- en lange-termijn uitkomsten van retroperitoneaal sarcoom.

1.Keung EZ, Chiang Y-J, Cormier JN et al. Treatment at low-volume hospitals is associated with reduced short-term and long-term outcomes for patients with retroperitoneal sarcoma. Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database showed that treatment at low-volume hospitals is associated with worse short- and long-term outcomes in retroperitoneal sarcoma (compared with treatment at high-volume hospitals).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspelling van overleving van patiënten die radiotherapie krijgen voor botmetastasen van longcarcinoom (0)
2018-10-14 14:57   ( Nieuws )
Tags:  lung cancer bone metastases survival
Prof. Ngan-Ming TsangOnderzoekers in Taiwan hebben een studie uitgevoerd van ontwikkeling en validatie van een nomogram voor voorspelling van de overleving van patiënten die radiotherapie krijgen voor botmetastasen van longcarcinoom. Prof. Ngan-Ming Tsang (Linkou Chang Gung Memorial Hospital, Taoyuan) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Network Open.1 Het nomogram is ontwikkeld in een trainingset van 477 patiënten (61% mannen, gemiddelde leeftijd 63 jaar) en gecontroleerd in een onafhankelijke validatieset van 235 patiënten (48% mannen, gemiddelde leeftijd 63 jaar).

In de trainingset waren drie, zes, en twaalf maanden na het begin van de radiotherapie 39%, 61%, en 75% van de patiënten overleden, en was de mediane overall survival 4,21 maanden (95%-bti 3,68-4,90 maanden). In de validatieset waren na drie, zes en twaalf maanden 36%, 51%, en 61% van de patiënten overleden, en bedroeg de mediane OS 5,20 maanden (95%-bti 4,07-7,17 maanden). Factoren met significante impact op de OS waren BMI (18,5 tot 25 versus 25 en hoger HR 1,42; 95%-bti 1,14-1,78; en lager dan 18,5 versus 25 en hoger HR 2,31; 95%-bti 1,56-3,44), histologie (NSCLC versus SCLC HR 0,59; 95%-bti 0,41-0,86), EGFR-mutatiestatus (positief versus onbekend HR 0,66; 95%-bti 0,46-0,93; en negatief versus onbekend HR 0,98; 95%-bti 0,66-1,45), rookstatus (ever versus never HR 1,50; 95%-bti 1,24-1,83), leeftijd, en neutrofiel/lymfocyt-ratio. Het discriminerend vermogen van het nomogram was goed (C-statistic tenminste 0,75). Deze link leidt naar de web-based tool of een stand-alone programma voor gebruik van het nomogram.

De onderzoekers concluderen dat ze een nomogram hebben ontwikkeld en gevalideerd dat de overleving na drie, zes, en twaalf maanden voorspelt van patiënten die radiotherapie krijgen voor botmetastasen van longcarcinoom.

1.Yap W-K, Shih M-C, Kuo C et al. Development and validation of a nomogram for assessing survival in patients with metastatic lung cancer referred for radiotherapy for bone metastases. JAMA Network Open 2018;1:e183242

Summary: A study in Taiwan study in Taiwan developed and validated a nomogram for assessing the probabiliy of survival at 3, 6, and 12 months in patients with metastatic lung cancer receiving radiotherapy for bone metastases. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Marginaal zone lymfoom: risicofactoren voor transformatie naar hogere-graad lymfoom en impact op overleving (0)
2018-10-14 13:28   ( Nieuws )
Tags:  marginal zone lymphoma transformation survival
Prof. Izidore LossosProf. Izidore Lossos (University of Miami FL) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van de risicofactoren voor transformatie naar hogere-graad lymfoom (HGT) en van de impact van HGT op de overleving in een cohort patiënten met marginale zone lymfoom (MZL). Ze publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1 De studie includeerde 453 MZL-patiënten die tussen begin 1995 en eind 2016 werden behandeld in het ziekenhuis van de universiteit in Miami.

HGT, in alle gevallen naar DLBCL, werd gezien in 34 patiënten (7,5%) onder wie zeven met HGT al op het moment van diagnose (21% van 34). Na exclusie van deze zeven patiënten was de mediane tijd tot HGT 29 maanden (range 1,3 tot 135 maanden). Het risico van HGT was verhoogd in patiënten met nodaal-MZL/milt-MZL (versus extranodaal MZL subdistributie HR 2,60; p=0,023). In multivariate analyse waren verhoogd LDH (SHR 2,71; p<0,02), meer dan vier nodale sites op het moment van diagnose (SHR 2,97; p<0,02), en geen complete remissie na initiële behandeling (SHR 3,76; p<0,02) geassocieerd met verhoogd risico van HGT. Patiënten met HGT hadden kortere OS (vijf-jaars OS 65% versus 86%; p<0,001). Patiënten met HGT binnen twaalf maanden na de diagnose hadden gemiddeld een vijf-jaars OS van 43%.

De onderzoekers concluderen dat geen CR na initiële behandeling, verhoogd LDH, en meer dan vier nodale sites op het moment van diagnose geassocieerd waren met verhoogd risico van HGT in patiënten met MZL. Patiënten met HGT hadden kortere OS.

1.Alderuccio JP, Zhao W, Desai A et al. Risk factors for transformation to higher-grade lymphoma and its impact on survival in a large cohort of patients with marginal zone lymphoma from a single institution. J Clin Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: A study in a cohort of marginal zone lymphoma patients of the University of Miami found that failure to achieve complete remission after initial treatment, elevated lactate dehydrogenase, and more than four nodal sites at the time of MZL diagnosis were the main predictors of transformation to higher-grade lymphoma. Patients with transformation had shorter overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Diagnostische accuratesse van one-view borst-tomosynthese versus two-view mammografie voor detectie van mammacarcinoom (0)
2018-10-14 11:59   ( Nieuws )
Tags:  Malmö Breast Tomosynthesis Screening Trial tomosynthesi
Dr. Sophia ZackrissonDigitale borst-tomosynthese heeft de potentie de detectie van lesies tijdens screening voor mammacarcinoom te verbeteren. De Malmö Breast Tomosynthesis Screening Trial vergeleek de accuratesse van one-view digitale borst-tomosynthese met standaard two-view digitale mammografie in screening op bevolkingsniveau. Dr. Sophia Zackrisson (Universiteit van Lund, Zweden) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde vrouwen in de leeftijd van veertig tot vijfenzeventig jaar die deelnamen aan de reguliere borstkankerscreening. Iedere derde in het universiteitsziekenhuis in Malmö gescreende vrouw werd uitgenodigd mee te doen in de studie (mits ze Engels of Zweeds sprak en niet zwanger was). De deelneemsters ondergingen tijdens een enkel bezoek aan het ziekenhuis screening met two-view digitale mammografie (craniocaudaal en mediolateraal oblique) gevolgd door one-view (mediolateraal oblique) digitale borst-tomosynthese met verminderde compressie. Primaire eindpunten van de studie waren sensitiviteit en specificiteit van de detectie van mammacarcinoom.


Onder de 21.691 uitgenodigde vrouwen waren er 14.851 (68%) die de uitnodiging accepteerden. In het cohort werden 139 borstkankers gedetecteerd in 137 vrouwen. De sensitiviteit was hoger voor tomosynthese dan voor standaard mammografie (81,1% versus 60,4%) bij een licht-lagere specificiteit (97,2% versus 98,1%). Tomosynthese detecteerde 8,7 kankers per 1000 gescreende vrouwen, significant meer dan standaard mammografie (6,5 per 1000; p<0,0001). Na screening in de studie werd interval-mammacarcinoom gezien in 1,48 per 1000 gescreende vrouwen.

De onderzoekers concluderen dat one-view digitale borst-tomosynthese met verminderde compressie hogere sensitiviteit en iets lagere specificiteit had voor de detectie van mammacarcinoom dan two-view digitale mammografie. Potentiële voordelen van tomosynthese zijn lagere stralingsdosering en lagere screen-reading burden.

1.Zackrisson S, Lång K, Rosso A et al. One-view breast tomosynthesis versus two-view mammography in the Malmö Breast Tomosysthesis Screening Trial (MBTST): a prospective population-based, diagnostic accuracy study. Lancet Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: A prospective population-based diagnostic accuracy study in Sweden showed that breast cancer screening by use of one-view digital breast tomosynthesis with a reduced compression force had higher sensitivity at a slightly lower specificity for breast cancer detection compared with two-view digital mammography. Other potential advantages are lower radiation dose and lower screen-reading burden.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends in incidentie en overleving van glioblastoom in Finland (0)
2018-10-13 15:02   ( Nieuws )
Tags:  glioblastoma incidence survival
Dr. Miikka KorjaDr. Miikka Korja (Universiteit van Helsinki) en collega’s hebben en studie uitgevoerd van trends in incidentie en overleving van glioblastoom in Finland. Ze publiceren de studie online in Neuro-Oncology.1 In de Finse Kankerregistratie identificeerden de onderzoekers 2045 patiënten met een histopathologisch bevestigde diagnose primair glioblastoom tussen begin 2000 en eind 2013. Ze volgden de patiënten tot eind 2015.

De mediane leeftijd van de patiënten bij diagnose was 63,3 jaar, en 42% van de patiënten waren vrouwen. De incidentie nam gemiddeld toe met 1,6% per jaar (p=0,004), en de mediane leeftijd bij diagnose nam toe met 0,4 jaar per kalenderjaar. In de periode 2000 tot en met 2006 bedroeg het percentage zeventig-plussers onder de patiënten 24%; dit percentage nam toe tot 27% in de periode 2007 tot en met 2013. In patiënten ouder dan zeventig jaar bedroeg de mediane overleving 3,6 maanden in de periode 2000 tot en met 2006, en 4,5 maanden in de periode 2007 tot en met 2013 (relative excess risk of death voor laatste versus eerste periode 0,82; 95%-bti 0,68-0,98). In patiënten van zeventig jaar en jonger bedroeg de mediane overleving 9,3 maanden in de periode 2000 tot en met 2006, en 11,7 maanden in de periode 2007 tot en met 2013 (RER 0,74; 95%-bti 0,67-0,82).

De onderzoekers concluderen dat ondanks de toename van het percentage ouderen onder de glioblastoompatiënten de overleving van glioblastoom op bevolkingsniveau in Finland toch verbeterd is sinds het jaar 2000. De toenemende incidentie en de relatief slechte overleving van oudere patiënten zijn zorgwekkend.

1.Korja M, Raj R, Seppä K et al. Glioblastoma survival is improving despite increasing incidence rates: a nationwide study between 2000 and 2013 in Finland. Neuro-Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: A population-based study in Finland showed that despite the increased proportion of elderly glioblastoma patients the survival of glioblastoma patients has improved since the year 2000. However, the incidence of glioblastoma is increasing, as is the age of the patients at diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)