Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Gerandomiseerde fase 2-studie van bipolaire androgeentherapie versus enzalutamide voor asymptomatisch mCRPC (0)
2021-02-24 13:00   ( Nieuws )
Tags:  TRANSFORMER study asymptomatic mCRPC bipolar androgen therapy
Prof. Samuel DenmeadeProstaatcarcinoom kan resistent worden tegen androgeenablatie door adaptieve opregulering van de androgeenreceptor als reactie op de laag-testosteron micro-omgeving. Bipolaire androgeentherapie (BAT), gedefinieerd als snel afwisselen van hoog en laag serumtestosteron, verstoort deze adaptieve regulering in castratieresistent prostaatcarcinoom (CRPC). De multicenter gerandomiseerde fase 2-studie TRANSFORMER (‘Testosterone Revival Abolishes Negative Symptoms, Fosters Objective Response, and Modulates Enzalutamide Resistance’) vergeleek BAT door maandelijkse testosterontoediening versus enzalutamide voor mCRPC. Prof. Samuel Denmeade (Sidney Kimmel Comprehensive Cancer Center, Baltimore MD) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde asymptomatische mannen met mCRPC, die werden gerandomiseerd naar BAT (n=94) of enzalutamide (n=101), met mogelijkheid van crossover bij progressie. Het primaire eindpunt was klinische of radiografische progressievrije overleving. Deze bedroeg 5,7 maanden in beide armen (p=0,42). Afname van PSA met 50% (PSA50-respons) werd gezien in 28,2% van de BAT-patiënten versus 25,3% van de enzalutamide-patiënten. Na crossover werd PSA50-respons gezien in 77,8% van de patiënten die overgingen op enzalutamide en 23,4% van de patiënten die overgingen op BAT. De PSA-PFS met enzalutamide was 3,8 maanden na abirateron en 10,9 maanden na BAT. De PFS2 met enzalutamide na BAT was 28,2 maanden versus 19,6 maanden met BAT na enzalutamide (HR 0,44; p=0,02). De mediane overall survival was 32,9 maanden met BAT versus 29,0 maanden met enzalutamide (p=0,80). De mediane OS was 37,1 maanden voor patiënten met crossover van BAT naar enzalutamide versus 30,2 maanden met crossover van enzalutamide naar BAT (p=0,225). Adverse events van BAT waren vooral graad 1 en 2. Patiënt-gerapporteerde QOL was consistent gunstiger met BAT.

De onderzoekers concluderen dat BAT relevante klinische activiteit had. BAT sensitizeerde mCRPC voor volgende anti-androgene therapie. Nadere studie is vereist om te bevestigen of sequentiële behandeling met BAT en enzalutamide de overleving van mannen met mCRPC kan verbeteren.

  • 1.Denmeade SR, Wang H, Agarwal N et al. TRANSFORMER: a randomized phase II study comparing bipolar androgen therapy versus enzalutamide in asymptomatic men with castration-resistant metastatic prostate cancer. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter randomized phase 2 TRANSFORMER study compared bipolar androgen therapy versus enzalutamide for mCRPC. The PFS was 5.7 months in both arms. BAT could sensitize CRPC to subsequent antiandrogen therapy. The authors conclude that BAT had meaningful clinical activity and safety. Further study is required to confirm whether sequential therapy with BAT and enzalutamide can improve survival in men with CRPC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van DTX3 copy number in mammacarcinoom met moleculair subtype en prognose (0)
2021-02-23 16:00   ( Nieuws )
Tags:  DTX3 copy number in breast cancer molecular subtype prognosis
Dr. Marit VallaHet deltex E3 ubiquitin ligase 3 (DTX3)-eiwit is een bekende driver van de proliferatie in luminaal mammacarcinoom (BC). Een studie in Noorwegen heeft de associatie onderzocht van DTX3 copy number in primair BC en metastasen in axillaire lymfeklieren met moleculair subtype, proliferatie, en prognose. Dr. Marit Valla (Noorse Universiteit van Wetenschap en Technologie, Trondheim) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1



De onderzoekers bepaalden met FISH aantallen kopieën van DTX3 en chromosoom 12 centromeer (CEP12) in 542 primaire BCs en 117 lymfekliermetastasen in een goed-beschreven cohort van Noorse patiënten. Gemiddeld 4 of meer DTX3-kopieën werden gezien in 23 tumoren (4%), en gemiddeld 5 of meer DTX3-kopieën in 9 tumoren (1,7%). Verhoogd aantal kopieën werd gezien in alle moleculaire subtypen met uitzondering van het 5 negative phenotype (negatief voor ER, PR, HER2, CK5, en EGFR) en luminaal B (HER2+) subtype. Verhoogd aantal kopieën van DTX3 was niet geassocieerd met toename in CEP12. Aanwezigheid van vier of meer en van vijf of meer DTX3-kopieën was geassocieerd met hoge proliferatie en slechte prognose.

De onderzoekers concluderen dat verhoogd aantal kopieën van DTX3 werd gezien in een laag percentage van BCs en geassocieerd was met slechte prognose.

  • 1.Valla M, Opdahl S, Ytterhus B, Bofin AM. DTX3 copy number increase in breast cancer: a study of associations to molecular subtype, proliferation and prognosis. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische waarde van MMSE-score voor overleving van volwassen patiënten met PCNSL (0)
2021-02-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  primary central nervous system lymphoma mini-mental state examination
Dr. Matthijs van der MeulenPrimair centraal zenuwstelsel lymfoom (PCNSL) is een zeldzaam non-Hodgkin lymfoom. Gedurende de laatste decennia is de prognose van PCNSL verbeterd. Sommige prognostische factoren zijn geïdentificeerd, maar het schatten van de prognose van individuele patiënten is moeilijk. Een analyse onder patiënten in de fase 3-studie HOVON 105/ALLG NHL 24 (hoge-dosering methotrexaat-gebaseerde chemotherapie met of zonder rituximab) heeft de prognostische waarde van de baseline Mini-Mental State Examination (MMSE)-score in volwassen PCNSL-patiënten geïnventariseerd. Dr. Matthijs van der Meulen (Erasmus MC Cancer Institute) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Neuro-Oncology.1

De onderzoekers bepaalden de baseline MMSE-score van 153 patiënten met nieuw-gediagnostiseerd PCNSL (77% van het totaal aantal patiënten in de studie; leeftijd tot en met 70 jaar). Factoren die in univariate analyse prognostische factoren waren voor progressievrije overleving waren leeftijd, MMSE-score, en rituximab-behandeling. Leeftijd en MMSE-score waren statistisch significant geassocieerd met overall survival. In multivariate analyse van deze factoren was alleen MMSE-score onafhankelijk geassocieerd met de overlevings-eindpunten, zowel als continue variabele als ook als categorische variabele (lager dan 27 versus 27 of hoger PFS-HR 1,55 en OS-HR 1,68).

De onderzoekers concluderen dat baseline neurocognitieve stoornissen, bepaald met MMSE, ongunstige prognostische factoren waren voor zowel PFS als OS.

  • 1.Van der Meulen M, Dirven L, Bakunina K et al. MMSE is an independent prognostic factor for survival in primary central nervous system lymphoma. J Neuro-Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of patients in the Dutch phase 3 HOVON 105 study found that among patients with newly diagnosed PCNSL baseline MMSE score predicted PFS and OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve studie van associatie van GERD met risico van maligniteiten van larynx en slokdarm (0)
2021-02-23 14:00   ( Nieuws )
Tags:  gastroesophageal reflux disease EADC ESCC LSCC
Dr. Christian AbnetEr zijn aanwijzingen voor assocaties van gastroesophageal reflux disease (GERD) met risico’s van maligniteiten van larynx en slokdarm, maar de studies die deze aanwijzingen hebben laten zien hadden methodologische beperkingen. Een analyse in het cohort van de prospectieve NIH-AARP Diet and Health Study heeft de associatie tussen GERD en slokdarmadenocarcinoom (EADC), squameus celcarcinoom van de slokdarm (ESCC), en squameus celcarcinoom van de larynx (LSCC) geïnventariseerd. Dr. Christian Abnet (National Cancer Institute, Rockville MD) en collega’s publiceren de analyse in Cancer.1

De studie includeerde 490.605 personen die bij inclusie 50 tot en met 71 jaar oud waren. De deelnemers gaven informatie over (onder meer) bestaan van GERD bij inclusie. Tijdens de follow-up tussen begin 1995 en eind 2011 werd in het cohort 931 EADC-diagnosen, 876 LSCC-diagnosen, en 301 ESCC-diagnosen gesteld. In multivariate analyse was GERD bij inclusie geassocieerd met verhoogd risico van EADC (HR 2,23; 95%-bti 1,72-2,90), LSCC (HR 1,91; 95%-bti 1,24-2,94), en ESCC (HR 1,99; 95%-bti 1,39-2,84). De associaties waren onafhankelijk van geslacht, rookstatus, alcoholinname, en follow-up tijdsperioden. De onderzoekers schatten dat in de algemene bevolking van de Verenigde Staten in de leeftijd van 50 tot en met 71 jaar 16,92% van de gevallen van LSCC en 17,32% van de gevallen van ESCC samenhangen met GERD.

De onderzoekers concluderen dat GERD geassocieerd was met verhoogd risico van EADC, ESCC, en LSCC. Als de associaties worden gerepliceerd in onafhankelijke studies kunnen ze implicaties hebben voor surveillance van GERD-patiënten.

  • 1.Wang S-M, Freedman ND, Katki HA et al. Gastroesophageal reflux disease: a risk factor for laryngeal squamous cell carcinoma and esophageal squamous cell carcinoma in the NIH-AARP Diet and Health Study cohort. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis in the cohort of the prospective NIH-AARP Diet and Health Study found associations between baseline GERD and risks of esophageal adenocarcinoma (HR 2.23; 95% CI 1.72-2.90), esophageal squamous cell carcinoma (1.91; 1.24-2.94), en laryngeal squamous cell carcinoma (1.99; 1.39-2.84).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Verwachte mortaliteit door maligniteiten in 2021 in de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk (0)
2021-02-23 13:00   ( Nieuws )
Tags:  2021 cancer mortality prediction in EU and UK
Prof. Carlo La VecchiaGeprojecteerde schattingen van mortaliteit door maligniteiten zijn noodzakelijk voor het evalueren van het management van de ziekte. Prof. Carlo La Vecchia (Universiteit van Milaan) en collega’s hebben op basis van gegevens in de WHO- en Eurostat-databases schattingen van de verwachte mortaliteit door maligniteiten voor het jaar 2021 in de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk uitgevoerd. Ze publiceren de projecties in Annals of Oncology.1

De voorspellingen komen uit op 1.267.000 cancer deaths in 2021 in de EU plus het VK, overeenkomend met leeftijd-gestandaardiseerde mortaliteit van 130,4 per 100.000 mannen (-6,6% sinds 2015) en 81,0 per 100.000 vrouwen (-4,5% sinds 2015). De mortaliteit door longcarcinoom in mannen blijft dalen, maar mortaliteit door female lung cancer komt uit op 14,5 per 100.000 (+6,5% sinds 2015). De geprojecteerde mortaliteit door mammacarcinoom komt uit op 13,3 per 100.000 (-7,8% sinds 2015). Maagcarcinoom en leukemie in beide geslachten en blaascarcinoom in mannen nemen af met meer dan 10% sinds 2015. Ook de projecties voor andere maligniteiten zijn gunstig met uitzondering van pancreascarcinoom, met een stabiele mortaliteit van 8,1 per 100.000 mannen en 5,6 per 100.000 vrouwen. Alleen onder jonge mannen (25-50 jaar oud) neemt de mortaliteit van pancreascarcinoom aanzienlijk af (-10% sinds 2015).

De onderzoekers concluderen dat overall de mortaliteit door maligniteiten in de EU en het VK afneemt in beide geslachten. Uitzonderingen zijn pancreascarcinoom in beide geslachten en longcarcinoom in vrouwen.

  • 1.Carioli G, Malvezzi M, Bertuccio P et al. European cancer mortality predictions for the year 2021 with focus on pancreatic and female lung cancer. Ann Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Cancer mortality predictions for the year 2021 in the European Union and the United Kingdom show that overall cancer mortality continues to decrease in both sexes. However, specific focus is needed on pancreatic cancer, which shows a sizeable decline for young men only. Also lung cancer in women shows an upward trend.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Optimale volgorde van neoadjuvante anthracyclines en taxanen voor HER2-negatief mammacarcinoom (0)
2021-02-22 16:00   ( Nieuws )
Tags:  HER2-negative breast cancer optimal neoadjuvant sequence of anthracyclines and taxanes
Dr. Nathalie LeVasseurEr is geen duidelijkheid over de optimale volgorde van anthracyclines en taxanen als neoadjuvante chemotherapie (NACT) voor mammacarcinoom (BC). Een retrospectieve studie in Canada heeft de impact op pathologisch complete respons (pCR) onderzocht van beide mogelijke volgordes van NACT voor HER2-negatief BC. Dr. Nathalie LeVasseur (British Columbia Cancer, Vancouver) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen mei 2012 en mei 2020 kregen in BCC 283 patiënten die voldeden aan de inclusiecriteria van de studie NACT voor HER2-negatief BC. Er waren 187 (66%) patiënten die eerst anthracycline kregen gevolg door taxaan (AC-T groep) en 96 (34%) die eerst taxaan kregen gevolgd door anthracycline (T-AC groep). Het percentage patiënten met pCR was 19% in de AC-T groep versus 21% in de T-AC groep (p=0,752). Er waren ook geen verschillen tussen beide groepen in percentages patiënten met klinisch complete respons, downstaging, conversie naar eligibiliteit voor borstsparende chirurgie, recidiefvrije overleving en overall survival. In de twee groepen tezamen was het percentage patiënten met pCR het hoogst onder patiënten met TNBC (32% versus 13% onder patiënten met HR-positieve ziekte; p<0,001) en graad 3 tumoren (31% versus 12% voor graad 1-2 tumoren; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat deze real-world analyse van NACT voor HER2-negatief BC geen verschillen heeft laten zien in werkzaamheid tussen de twee mogelijke volgorden van anthracylines en taxanen.

  • 1.Tesch ME, Chia SK, Simmons CE, LeVasseur N. Impact of sequence order of anthracyclines and taxanes in neoadjuvant chemotherapy on pathologic complete response rate in HER2-negative breast cancer patients. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in Canada investigated the optimal sequence order of anthracyclines and taxanes in neoadjuvant chemotherapy for HER2-negative breast cancer. There were no differences in pCR rates or clinical outcomes between the group treated with anthracyline followed by taxane and the group treated with taxane followed by anthracycline.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world gebruik van talimogene laherparepvec voor melanoom in Duitsland, Oostenrijk, en Zwitserland (0)
2021-02-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  T-VEC for melanoma real-world use
Dr. Julia ResslerTalimogene laherparepvec (T-VEC) is in Europas goedgekuerd voor behandeling van stadium IIIB-IVM1a melanoom met injectabele niet-resectabele metastatische lesies. In de Oncovex Pivotal Trial in Melanoma (OPTiM)-studie is met deze behandeling een objective response rate van 40,5% en een complete response rate van 16,6% gezien. Een retrospectieve studie in Duitsland, Oostenrijk, en Zwitserland heeft uitkomsten met T-VEC voor melnaoom in de klinische praktijk geïnventariseerd. Dr. Julia Ressler (Medische Universiteit Wenen) en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie, uitgevoerd in tien centra, includeerde 44 mannen en 44 vrouwen die tussen mei 2016 en februari 2020 T-VEC kregen voor gevorderd melanoom. De mediane leeftijd was 72 jaar (range 36-95). Behandeling met T-VEC resulteerde in OR-percentage 63,7%, CR-percentage 43,2%, SD-percentage 9,1%, en progressieve ziekte in 23,7%. De mediane tijd tot respons was 124 dagen (range 44-397). De mediane behandelperiode was 19 weken (range 1-65); het mediane aantal doses was 11 (range 1-36). Adverse events werden gezien in 45,3%. De meeste AEs (64,1%) waren graad 1.

De onderzoekers concluderen dat T-VEC voor melanoom in de klinische praktijk resulteerde in hoge ORR en CRR.

  • 1.Ressler JM, Karasek M, Koch L et al. Real-life use of talimogene laherparepvec (T-VEC) in melanoma patients in centers in Austria, Switzerland, and Germany. J ImmunoTher Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in Austria, Germany, and Switzerland found that in a real-life cohort of metastatic melanoma patients use of talimogene laherparepvec resulted in a high ORR (63.7%) and CR (43.2%).



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gebruik van gezondheidszorg door overlevers van cervixcarcinoom in Denemarken (0)
2021-02-22 14:00   ( Nieuws )
Tags:  cervical cancer survivors health care use
Malene SkorstengaardBehandeling voor cervixcarcinoom (CC) met chirurgie en radiotherapie kan langdurige of permanente consequenties hebben, zoals urinaire en darmproblemen. Het is denkbaar dat overlevers van CC meer gebruik maken van de gezondheidszorg dan vrouwen zonder CC-geschiedenis. Een bevolkings-gebaseerde studie in Denemarken heeft deze hypothese getoetst. PhD-student Malene Skorstengaard (Universiteit van Kopenhagen) en collega’s publiceren de studie in Gynecologic Oncology.1

De studie includeerde vrouwen in de leeftijd van 23 tot 59 jaar, met een diagnose CC tussen begin 2001 en eind 2005 (n=926) en vrouwen met een negatieve uitslag van CC-screening (n=1.004.759). In de vijf jaar na de diagnose hadden de overlevers vergeleken met de controlepersonen gemiddeld 8,6 (95%-bti 4,8-12,4) meer contacten met hun huisarts en 4,12 (95%-bti 3,99-4,25) meer ziekenhuiscontacten. Ook gebruikten de overlevers 80 (95%-bti 60-100) dagelijkse doses voorgeschreven analgetica en 304 (95%-bti 261-347) dagelijkse doses psychotropica meer dan controlevrouwen. Contacten met psychologen/psychiaters waren niet meer frequent onder de overlevers.

De onderzoekers concluderen dat een CC-diagnose gevolgd werd door toename van huisarts- en ziekenhuiscontacten en van gebruik van voorgeschreven analgetica en psychotropica, zonder toename van gebruik van psychologische/psychiatrische zorg.

  • 1.Skorstengaard M, Eihol Frederiksen M, Vázquez M et al. Cervical cancer survivors and health care use: a Danish population-based register study. Gynecol Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A study in Denmark found that survivors of cervical cancer, compared with healthy women, had increased use of GPs, hospitals, and analgesic/psychotropic prescription drugs, while use of psychologist/psychiatrist was largely unaffected.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)