Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 2-studie van impact van LBM-gebaseerde adjuvante oxaliplatinedosering op neurotoxiciteit in stadium III coloncarcinoom (0)
2025-06-22 15:00   ( Nieuws )
Tags:  LEANOX trial OIPN lean body mass-based oxaliplatin dose
Prof. Eric AssenatOxaliplatine-gebaseerde adjuvante chemotherapie wordt veel gebruikt na resectie van stadium III coloncarcinoom, maar kan perifere neuropathie induceren (OIPN). In eerdere studies is vastgesteld dat de incidentie van OIPN hoger is in geval van oxaliplatinedosering hoger dan 3,09 per kg lean body mass (LBM). De multicenter fase 2-studie LEANOX in Frankrijk heeft onderzocht of LBM-gebaseerde oxaliplatinedoserings-aanpassing OIPN kan verminderen. Prof. Eric Assenat (Universiteit van Montpellier) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1


De studie includeerde 160 patiënten die na resectie van stadium III coloncarcinoom adjuvant FOLFOX4 kregen. De figuur laat zien dat de 33 patiënten zonder gereduceerde LBM (arm 1) BSA-gebaseerde oxaliplatinedosering 85 mg/m2 kregen, terwijl patiënten met lagere LBM gerandomiseerd werden naar BSA-gebaseerde ( n=64; arm 2) of LBM-gebaseerde dosering (3,09 mg/kg LBM; n=63; arm 3) kregen. Het primaire eindpunt was percentage patiënten zonder graad ≥2 OIPN in de eerste zes cycli. Het primaire eindpunt werd bereikt door 67,2% van de patiënten in arm 3 versus 42,1% in arm 2 (p=0,01). Deze figuur laat zien dat de graad ≥2 OIPN-vrije overleving significant langer was in arm 3 dan in arm 2. Met mediaan 38,6 maanden follow-up waren er geen significante verschillen tussen arm 2 en arm 3 voor de eindpunten recidiefvrije overleving en overall survival. De scores voor kwaliteit van leven waren beter in arm 3 dan in arm 2.

De ondezoekers concluderen dat in adjuvante setting voor stadium III coloncarcinoom gebruik van een LBM-gebaseerde oxaliplatinedosering resulteerde in significante vermindering van OIPN zonder ongunstige consequenties voor overlevingsuitkomsten.

1.Assenat E, Ben Abdelghani M, Gourgou S et al. Impact of lean body mass-based oxaliplatin dose calculation on neurotoxicity in adjuvant treatment of stage III colon cancer: results of the phase II randomized LEANOX trial. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 2 LEANOX trial in France found that in adjuvant settings for stage III colon cancer, using a lean body mass-based oxaliplatin dose significantly reduced oxaliplatin-induced peripheral neuropathy and improved quality of life without affecting relapse-free survival and overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van multimodale versus conventionele rehabilitatie tijdens radiotherapie voor slokdarmcarcinoom (0)
2025-06-22 12:00   ( Nieuws )
Tags:  RT for esophageal cancer multimodal rehabilitation
Postoperatieve radiotherapie (PORT) voor slokdarmcarcinoom kan de oncologische uitkomsten verbeteren maar is ook geassocieerd met vermoeidheid, verlies van lichaamsgewicht, en afname van het fysiek functioneren. Een gerandomiseerde studie van Sichuan Universiteit (Chengdu, China) heeft multimodale rehabilitatie tijdens PORT voor slokdarmcarcinoom vergeleken met conventionele rehabilitatie. Dr. Youling Gong en collega’s publiceren de studie in The Oncologist.1

De studie includeerde 70 volwassen patiënten met levensverwachting langer dan drie maanden en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden tijdens PORT voor slokdarmcarcinoom gerandomiseerd naar conventionele zorg (n=35) of multimodale rehabilitatie onder begeleiding van een verpleegkundige (n=35). Deze rehabilitatie bestond uit exercise, voedingsbegeleiding, psychologische zorg, en slaapvoorlichting. Voor aanvang van de PORT (T0), na voltooiing van de PORT (T1), en zes maanden (T2) en twaalf maanden (T3) na voltooiing van de PORT werden resultaten van de interventie bepaald. De multimodale-rehabilitatiegroep had vergeleken met de conventionele-rehalbilitatiegroep significant hogere global health scores op T1 (p<0,001); dit verschil bleef significant op T2 (p=0,002) en T3 (p=0,005). De figuur laat zien dat de interventie ook gunstige effect had op vermoeidheid (PFS-R: Revised Piper Fatigue Scale), lichaamsgewicht, angst-, en depressieklachten.

De onderzoekers concluderen dat door verpleegkundigen begeleide multimodale rehabilitatie tijdens PORT voor slokdarmcarcinoom resulteerde in significante verbetering van kwaliteit van leven, vermoeidheid, angst, en depressie.

1.Chen X, Zhong L, Wang J et al. Multimodal rehabilitation to improve quality of life after radiotherapy in esophageal cancer patients: a randomized trial. The Oncologist 2025-oyaf073

Summary: A randomized study at Sichuan University (Chengdu, China) found that nurse-led multimodal rehabiliation significantly improved quality of life, sleep quality, nutrition, fatigue, anxiety, and depression status after postoperative radiotherapy for esophageal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van eerstelijns limertinib versus gefitinib voor gevorderd NSCLC met sensibiliserende EFGR-mutatie (0)
2025-06-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EGFR-mutated NSCLC limertinib
Prof. Yuankai ShiLimertinib is een nieuwe derdegeneratie EGFR-TKI. Een fase 3-studie in 56 centra in China heeft eerstelijns limertinib vergeleken met gefitinib voor lokaal-gevorderd of metastatisch NSCLC met sensibiliserende EGFR-mutatie (ex19del of ex21 L585R). Prof. Yuankai Shi (Chinese Academy of Medical Sciences & Peking Union Medical College) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Respiratory Medicine.1

De studie includeerde 337 patiënten (mediane leeftijd 63 jaar; range 34-82; 64% vrouwen) met in een centraal laboratorium vastgestelde mutatie, die 1:1 werden gerandomiseerd naar oraal limertinib 80 mg tweemaal daags plus oraal gefitinib gematchte placebo 250 mg eenmaal daags (limertinibgroep; n=168) of gefitinib 250 mg eenmaal daags plus limertinib-gematchte placebo 80 mg tweemaal daags (gefitinibgroep; n=169). De behandeling werd voortgezet tot ziekteprogressie of tot andere discontinueringscriteria bereikt waren. Het primaire eindpunt was centraal-beoordeelde progressievrije overleving. De figuur laat zien dat de mediane PFS 20,7 maanden was in de limertinibgroep en 9,7 maanden in de gefitinibgroep (HR 0,44; p<0,0001). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 25% van de patiënten in elk van beide groepen. In de limertinibgroep overleden zes patiënten aan AEs, die alle werden beoordeeld als niet samenhangend met de behandeling; in de gefitinibgroep overleden zeven patiënten aan AEs, drie mogelijk samenhangend met de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns limertinib superieure werkzaamheid had vergeleken met gefitinib, met een manageable veiligheidsprofiel, onder patiënten met lokaal-gevorderd of metastatisch NSCLC met sensibiliserende EGFR-mutatie.

1.Shi Y, Wu L, Ji Y et al. Efficacy and safety of limertinib versus gefitinib as first-line treatment for locally advanced or metastatic non-small-cell lung cancer with EGFR-sensitising mutation: a randomised, double-blind, double-dummy, phase 3 trial. Lancet Respir Med 2025-00121-3

Summary: A multicenter phase 3 trial in China found that among patients with locally advanced or metastatic NSCLC with sensitizing EGFR mutation, the new third-generation EGFR TKI limertinib as first-line treatment had superior efficacy compared with gefitinib, with a manageable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van risico van de ziekte van Alzheimer in overlevers van mammacarcinoom (0)
2025-06-21 13:30   ( Nieuws )
Tags:  BCSs AD risk
Dr. Dong Wook ShinZiekte-gerelateerde cognitieve stoornis is niet ongewoon na behandeling voor mammacarcinoom. Het risico van Alzheimer dementie (AD) in overlevers van mammacarcinoom (BCSs) is echter niet duidelijk. Een retrospectieve cohortstudie in Zuid-Korea heeft dit risico geïnventariseerd. Dr. Dong Wook Shin (Samsug Medical Center, Seoel) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie, gebaseerd op gegevens van de Korean National Health Insurance Service, includeerde 70.701 patiënten (gemiddelde leeftijd 53,1 ± 8,5 jaar) die tussen begin 2010 en eind 2016 chirurgie voor mammacarcinoom ondergingen, en 1:3 voor leeftijd en geslacht werden gematcht met personen zonder een maligniteit als controlepersonen. De mediane follow-up was 7,3 jaar (IQR 5,7-9,0). Onder de BCSs werd tijdens de follow-up AD vastgesteld in 1229 deelnemers, overeenkomend met een incidentie van 2,45 per 1000 persoonsjaren. Vergeleken met de controlepersonen was het AD-risico in de BCSs 8% lager (sHR 0,92; 95%-bti 0,86-0,92). In landmarkanalyses was de risicoverlaging na meer dan vijf jaar overleving niet meer waarneembaar. Onder de BCSs was behandeling met radiotherapie geassocieerd met lager AD-risico (aHR 0,77; 95%-bti 0,68-0,87).

De onderzoekers concluderen dat in deze cohortstudie BCSs een lager AD-risico hadden dan gematchte controlepersonen, en dat onder BCSs radiotherapie geassocieerd was met lager AD-risico.

1.Jeong S-M, Jung W, Cho H et al. Alzheimer disease in breast cancer survivors. JAMA Network Open 2025;8:e2516468

Summary: A retrospective cohort study in South Korea found that breast cancer survivors had an 8% lower risk of Alzheimer dementia compared with age-matched controls without cancer. A longe survival period might attenuate this association.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chirurgische uitkomsten met neoadjuvant durvalumab plus chemotherapie en adjuvant durvalumab voor resectabel NSCLC (0)
2025-06-21 12:00   ( Nieuws )
Tags:  AEGEAN trial surgical outcomes
Prof. Tetsuya MitsudomiDe multinationale AEGEAN-studie randomiseerde patiënten met stadium II tot en met IIIB resectabel NSCLC en ECOG performance status 0 of 1 naar vier drie-weekse cycli platina-gebaseerde chemotherapie met durvalumab of placebo, gevolgd door chirurgie en twaalf cycli adjuvant durvalumab of placebo. In 2023 is gepubliceerd dat de gebeurtenisvrije overleving significant langer was in de durvalumabgroep dan in de placebogroep. Prof. Tetsuya Mitsudomi (Kindai Universiteit, Osaka, Japan) en collega’s publiceren nu in het Journal of Thoracic Oncology chirurgische uitkomsten van de studie.1

Onder de 740 gerandomiseerde patiënten voltooiden 737 patiënten de neoadjuvante behandeling (366 in de durvalumabgroep en 371 in de placebogroep), ondergingen 80,6% versus 80,7% chirurgie, voltooiden 77,6% versus 76,6% chirurgie, en hadden 17,3% versus 22,2% uitgestelde chirurgie. De mediane tijd tussen laatste neoadjuvante dosis en chirurgie was 34,0 dagen in beide groepen. Percentages met open en minimaal-invasieve chirurgie waren gelijk voor beide groepen; lobectomie was de meest-gebruikte procedure (88,1% versus 85,4%). Het R0-resectiepercentage was numeriek hoger in de durvalumabgroep (94,7% versus 91,3%), het percentage patiënten met chirurgische complicaties (vooral graad 1 of 2) was 59,1% versus 60,1%, en de mediane tijd tussen chirurgie en start van de adjuvante behandeling was 50,0 versus 52,0 dagen.

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van durvalumab aan neoadjuvante chemotherapie geen ongunstig effect had op feasibiliteit, type, of timing van chirurgie.

1.Mitsudomi T, Heymach JV, Reck M et al. Surgical outcomes with neoadjuvant durvalumab plus chemotherapy followed by adjuvant durvalumab in resectable NSCLC. J Thor Oncol 2025.06.015

Summary: In the multinational randomized AEGEAN trial, the addition of durvalumab to neoadjuvant chemotherapy had no detrimental effect on the feasilibity, approach, type, or timing of surgery and was associated with a tolerable surgical safety profile compared with neoadjuvant chemotherapy alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van bevacizumab plus erlotinib voor erfelijk en sporadisch gevorderd papillair niercarcinoom (0)
2025-06-20 15:00   ( Nieuws )
Tags:  hereditary or sporadic pRCC
Dr. Ramaprasad SrinivasanHereditary leiomyomatosis and renal-cell cancer (HLRCC) is een erfelijke aandoening die wordt gekenmerkt door kiemlijm pathogene varianten in het gen voor fumaraathydratase en een verhoogd risico van papillair niercelcarcinoom (pRCC). Er is geen effectieve therapie voor patiënten met gevorderd HLRCC-geassocieerd pRCC, en de meeste patiënten overlijden aan progressie van de ziekte. Een fase 2-studie van het National Cancer Institute (Bethesda MD) heeft de combinatie van bevacizumab en erlotinib voor gevorderd HLRCC-geassocieerd of sporadisch pRCC geëvalueerd. Dr. Ramaprasad Srinivasan en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde 43 patiënten met HLRCC-geassocieerd gevorderd pRCC en 40 patiënten met sporadisch gevorderd pRCC. De patiënten kregen bevacizumab 10 mg/kg lichaamsgewicht iedere twee weken plus erlotinib 150 mg eenmaal daags. Het primaire eindpunt was overall respons; secundaire eindpunten waren progressievrije overleving en overall survival. De figuur laat zien dat onder de patiënten met HLRCC-geassocieerd pRCC respons werd gezien in 31 patiënten (72%; 95%-bti 57-83) met complete respons in twee patiënten; de mediane PFS was 21,1 maanden (15,6-26,6) en de mediane OS 44,6 maanden (32,7-NE). Onder de patiënten met sporadisch pRCC werd respons gezien in 14 patiënten (35%; 95%-bti 22-51) met mediane PFS 8,9 maanden (5,5-18,3) en mediane OS 18,2 maanden (12,6-29,3). De meest-waargenomen treatment-related adverse events waren rash (93%) diarree (89%), en proteïnurie (78%); de meest-waargenomen graad 3 of hoger TRAEs waren hypertensie (34%) en proteïnurie (17%).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van bevacizumab en erlotinib antitumoractiviteit had voor gevorderd HLRCC-geassocieerd of sporadisch pRCC.

1.Srinivasan R, Gurram S, Singer EA et al. Bevacizumab and erlotinib in hereditary and sporadic papillary kidney cancer. N Engl J Med 2025;392:2346-2356

Summary: A phase 2 study at the National Cancer Institute (Bethesda, MD) found tolerability and activity of the combination of bevacizumab and erlotinib for advanced HLRCC-associated and sporadic papillary renal-cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van eerstelijns glofitamab met Pola-R-CHP of R-CHOP voor hoog-risico LBCL in jongere patiënten (0)
2025-06-20 13:30   ( Nieuws )
Tags:  COALITION study
Prof. Michael DickinsonPatiënten met hoog-risico grootcellig B-cel lymfoom (HR-LBCL) hebben minder dan 50% waarschijnlijkheid van genezing met eerstelijns R-CHOP. Glofitamab is een CD20xCD3 bispecifiek antilichaam. De multicenter fase 2-studie COALITION in Australië heeft de combinatie van glofitamab met eerstelijns Pola-R-CHP of R-CHOP voor HR-LBCL in jongere patiënten geëvalueerd. Prof. Michael Dickinson (Peter MacCallum Cancer Centre, Melbourne) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten in de leeftijd van 65 jaar of jonger met LBCL en tenminste één HR-kenmerk. De patiënten kregen één cyclus R-CHOP en werden vervolgens gerandomiseerd naar vijf cycli glofitamab-Pola-CHP (n=40) of glofitamab-R-CHOP (n=40) gevolgd door twee cycli glofitamab consolidatie. Recrutering geschiedde voor of na de eerste cyclus R-CHOP om de tijd tussen diagnose en start van de behandeling te bekorten. Het primaire eindpunt was veiligheid/feasibiliteit; responspercentages en overleving waren secundaire eindpunten.

De mediane leeftijd van de tachtig patiënten was 58 jaar, en het mediane totale metabole tumorvolume was 842 cm3. De behandeling begon mediaan veertien dagen na de diagnose. Meer dan 95% van de patiënten voltooiden de therapie en de mediane relatieve doseringsintensiteit was hoger dan 94%. Cytokine release syndrome werd gezien in 21% van de patiënten en was graad 2 of lager en manageable. De overall response rate was 100% en de complete reponse rate was 98%. De mediane duur van follow-up was 20,7 maanden; de twee-jaars percentages voor progressievrije overleving en overall survival waren 86% respectievelijk 92%.

De onderzoekers dat de combinatie van glofitamab met eerstelijns Pola-R-CHP of R-CHOP feasible was en resulteerde in hoge responspercentages in jonger patiënten met HR-LBCL.

1.Minson A, Verner E, Giri P et al. Glofitamab combined with Pola-R-CHP or R-CHOP as first therapy in younger patients with high-risk large B-cell lymphoma: results from the COALITION study. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 2 COALITION study in Australia found that the combination of glofitamab with first-line R-CHOP or Pola-R-CHP was deliverable and resulted in high rates of durable response in a population of younger patients with high-burden, hihg-risk LBCL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van anlotinib plus irinotecan als tweedelijns therapie voor extensief-stadium SCLC met recidief binnen zes maanden (0)
2025-06-20 11:51   ( Nieuws )
Tags:  extensive-stage small cell lung cancer
Prof. Bing XiaEr is geen effectieve behandeling bekend voor patiënten met extensief-stadium kleincellig longcarcinoom (ES-SCLC) met recidief binnen zes maanden na eerstelijns behandeling. Een fase 2-studie van Hangzhou Cancer Hospital (Hangzhou, China) heeft de combinatie van anlotinib plus irinotecan voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Bing Xia en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

De studie includeerde 37 patiënten met progressie binnen zes maanden na eerstelijns platina-gebaseerde chemotherapie (n=24) of na eerstelijns combinatie van chemotherapie en immuuntherapie (n=13). De patiënten kregen ten hoogste vier drie-weekse cycli kregen van anlotinib 12 mg eenmaal daags op dagen één tot en met veertien en irinotecan 65 mg/m2 op dagen één en acht gevolgd door anlotinib onderhoudstherapie. Het primaire eindpunt was objective response rate. De ORR was 62,2% (23/37) en de disease control rate was 91,9% (34/47). De figuur laat zien dat de mediane progressievrije overleving 4,5 maanden was (95%-bti 3,5-5,6) en de mediane overall survival 7,2 maanden (5,9-10,1) met langere PFS en OS voor patiënten met later recidief na eerstelijns behandeling. Deze figuur laat zien dat de combinatie even werkzaam was in de groepen patiënten na alleen-chemotherapie en na chemotherapie plus immuuntherapie. Slechts drie patiënten (8,5%) hadden graad 3 adverse events, te weten trombocytopenie, leukopenie, en anemie.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van anlotinib plus irinotecan een werkzame en tolerabele tweedelijns behandeling is voor ES-SCLC patiënten met recidief binnen zes maanden na eerstelijns therapie.

1.Zhang M, Tang Y, Liang J et al. Combination of anlotinib and irinotecan as second-line therapy in extensive-stage small-cell lung cancer relapsed within six months: a single-arm phase II study. Lung Cancer 2025.108630

Summary: A phase 2 trial in Hangzhou (China) found that the combination of anlotinib and irinotecan is an effective and well tolerated second-line therapy for ES-SCLC with relapse within 6 months of first-line therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)