Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 3-studie van eerstelijns trastuzumab-pertuzumab met eribuline of taxaan voor HER2-positief gevorderd mammacarcinoom (0)
2025-01-11 14:30   ( Nieuws )
Tags:  EMERALD trial HER2+ aBC
Prof. Norikazu MasudaDuale HER2-blokkade met trastuzumab plus pertuzumab (HP) plus taxaan-chemotherapie is de standaard eerstelijns therapie voor lokaal-gevorderd of metastatisch HER2-positief mammacarcinoom (HER2+ aBC). Taxaan-geïnduceerde toxiciteit is een bezwaar van deze behandeling. De multicenter noninferioriteit fase 3-studie EMERALD in Japan heeft vervanging van de taxaan door eribuline geëvalueerd. Prof. Norikazu Masuda (Universiteit van Kyoto) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 446 patiënten (mediane leeftijd 56,0 jaar) die werden gerandomiseerd naar HP plus eribuline (n=224) of HP plus taxaan (docetaxel n=186, of paclitaxel n=36). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. De mediane PFS was 14,0 maanden in de HP plus eribulinegroep en 12,9 maanden in de HP plus taxaangroep (HR 0,95; 95%-bti 0,76-1,19), waarmee noninferioriteit van het experimentele regime werd bevestigd. De mediane overall survival werd niet bereikt in de HP plus eribulinegroep en was 65,3 maanden in de HP plus taxaangroep. De mediane tijd tot verslechtering van de kwaliteit van leven was numeriek langer in de HP plus eribulinegroep. Infusiereacties, huid-gerelateerde bijwerking, diarree, en oedeem waren meer frequent in de HP plus taxaangroep, terwijl neutropenie meer frequent was in de HP plus eribulinegroep.

De onderzoekers concluderen dat HP plus eribuline een optie is voor eerstelijns behandeling van HER2-positief aBC.

1.Yamashita T, Saji S, Takano T et al. Trastuzumab-pertuzumab plus eribulin or taxane as first-line chemotherapy for human epidermal growth factor 2-positive locally advanced/metastatic breast cancer: the randomized noninferiority phase III EMERALD trial. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 EMERALD trial in Japan found noninferiority of eribulin versus taxane added to first-line trastuzumab-pertuzumab for HER2-positive locally advanced or metastatic breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Systematisch overzicht van veneuze trombo-embolie in patiënten met neuro-endocriene neoplasmen (0)
2025-01-11 13:00   ( Nieuws )
Tags:  NENs VTE
Prof. Silvio DaneseNeuro-endocriene neoplasmen (NENs) vormen een heterogene groep van tumoren met onderscheiden biologische kenmerken en complicaties, waaronder risico van trombo-embolie. Een systematisch overzicht van gepubliceerde studies heeft incidentie van veneuze trombo-embolie (VTE) is NEN-patiënten geïnventariseerd. Prof. Silvio Danese (San Raffaele Universiteit, Milaan) en collega’s publiceren het overzicht in Cancers.1

In PubMed, Scopus, en Embase identificeerden de onderzoekers 33 voor het onderwerp relevante studies. De prevalentie van VTE liep tussen de verschillende studies uiteen van 7.5% tot 33.0%. De meest-gerapporteerde VTEs waren diepe veneuze trombose, pulmonaire embolie, en poortadertrombose. In meta-analyse van zes studies was de gepoolde prevalentie van VTE 11,1%. Pancreas-NENs waren geassocieerd met de hoogste trombosebelasting. Functionele tumoren, waaronder glucagonomen en ACTH-secreterende NENs, waren sterk geassocieerd met VTEs.

De onderzoekers concluderen dat VTE een belangrijke complicatie is in NEN-patiënten.

1.Massironi S, Gervaso L, Fanizzi F et al. Venous thromboembolism in patients with neuroendocrine neoplasms: a systematic review of incidence, types, and clinical outcomes. Cancers 2025;17:212

Summary: Systematic review of 33 studies found that among patients with neuroendocrine neoplasms the prevalence of venous thromboembolism ranged from 7.5% to 33.0%, with in meta-analysis a pooled prevalence of 11.1%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van klaring van driver mutaties met uitkomsten na transplantatie voor myelofibrose (0)
2025-01-10 16:00   ( Nieuws )
Tags:  clearance of driver mutations after transplantation for myelofibrosis
Prof. Nicolaus KrögerAllogene hematopoïetische stamceltransplantatie is de enige curatieve behandeling voor myelofibrose (MF). De rol van klaring van driver mutaties na transplantatie is niet duidelijk. Een retrospectieve studie van UMC Hamburg-Eppendorf (Duitsland) heeft de associatie van deze klaring met uitkomsten van MF-patiënten geïnventariseerd. Prof. Nicolaus Kröger en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde 324 MF-patiënten (73% met JAK2-mutaties, 23% met CALR-mutaties, en 4% met MPL-mutaties) die transplantatie ondergingen na reduced-intensity conditioning. De mutaties werden gedetecteerd voorafgaand aan de transplantie en opnieuw bepaald op dagen 30, 100, en 180 na de transplantatie. De twee primaire eindpunten waren recidief en ziektevrije overleving.

Op dag 30 na de transplantatie werd klaring van de mutatie vastgesteld in 42% van de patiënten met JAK2-mutaties, 73% van de patiënten met CALR-mutaties, en 54% van de patiënten met MPL-mutaties; de corresponderen percentages op dag 100 waren 63%, 82%, en 100%. De cumulative incidentie van recidief na één jaar was 6% (95%-bti 2-10) onder patiënten met mutatieklaring op dag 30 en 21% (15-27) onder patiënten zonder mutatieklaring op dag 30. De zes-jaars percentages voor ziektevrije overleving en overall survival waren 61% respectievelijk 74% onder patiënten met mutatieklaring op dag 30, en 41% respectievelijk 60% onder patiënten zonder mutatieklaring op dag 30. Mutatieklaring op dag 30 was onafhankelijk geassocieerd met verlaagd risico van relapse (HR 0,36; 95%-bti 0,21-0,61) ongeacht het type mutatie.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met MF, klaring van driver mutaties op dag 30 na transplantatie van invloed was op recidief en overleving, ongeacht het type mutatie.

1.Gagelmann N, Quarder M, Badbaran A et al. Clearance of driver mutations after transplantation for myelofibrosis. N Engl J Med 2025;392:150-160

Summary: A retrospective study at the University Medical Center Hamburg-Eppendorf (Germany) found that in patients with myelofibrosis, clearance of driver mutations at day 30 after transplantation appeared to influence relapse and survival, irrespective of the underlying driver mutation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve analyse van T-celmaligniteiten na CAR T-celtherapie in Frankrijk (0)
2025-01-10 14:30   ( Nieuws )
Tags:  T cell malignancies after CAR T cell therapy
Dr. Remy DuleryEr zijn zorgen over het risico van T-celmaligniteiten na CAR T-celtherapie, hoewel de werkelijke incidentie nog niet bekend is. De DESCAR-T registratie bevat gegevens van alle pediatrische en volwassen patiënten die sinds begin juli 2018 in Frankrijk CAR T-celtherapie kregen voor hematologische maligniteiten. Dr. Remy Dulery (Sorbonne Universiteit, Parijs) en collega’s publiceren in Nature Medicine een analyse van T-celmaligniteiten na CAR T-celtherapie.1

De analyse includeerde 3066 patiënten (2536 B-cel lymfoom, 162 B-cel ALL, en 368 multipel myeloom) die werden behandeld met axi-cel (54,8%), brexu-cel (6,7%), liso-cel (1,4%), of tisa-cel (25,1%), terwijl alle multipel myeloompatiënten ide-cel kregen. De mediane follow-up was 12,7 maanden voor B-cel lymfoom, 17,7 maanden voor B-cel ALL, en 6,3 maanden voor multipel myeloom. Tijdens deze follow-up werd in slechts één patiënt (0,03%) een T-celmaligniteit gezien, drie jaar na de CAR T-infusie. Deze maligniteit was geassocieerd met integratie van een CAR-kloon in het tumorsuppressorgen PLAAT4.

De onderzoekers concluderen dat het risico van een T-celmaligniteit na CAR T-celtherapie zeer laag is.

1.Dulery R, Guiraud V, Choquet S et al. T cell malignancies after CAR T cell therapy in the DESCAR-T registry. Nature Medicine (2025) 024-03458-w

Summary: Retrospective analysis of the DESCAR-T registry in France found a very low risk of T cell malignancy after CAR T cell therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van melanoom onder volwassen overlevers van maligniteiten tijdens de jeugd (0)
2025-01-10 13:00   ( Nieuws )
Tags:  Childhood Cancer Survivor Study melanoma risk
Dr. Seth RotzVolwassen overlevers van maligniteiten tijdens de jeugd (CCSs) hebben een verhoogd risico van melanoom. De risicofactoren en lange-termijn overleving zijn echter niet goed bekend. Een analyse in het cohort van de Childhood Cancer Survivor Study heeft incidentie, risicofactoren, en uitkomsten van melanoom onder CCSs onderzocht. Dr. Seth Rotz (Cleveland Clinic Children’s Hospital, Cleveland OH) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

Onder de 25.716 volwassen CCSs werden tijdens de follow-up 177 melanomen gezien in 160 deelnemers (110 invasief, 62 in situ cutaan, vijf oculair). De veertig-jaar cumulatieve incidentie van melanoom was 1,1% (95%-bti 0,9-1,4) onder alle deelnemers en 1,5% (1,0-2,1) onder deelnemers die een cumulatieve stralingsdosering van 40 Gy of hoger hadden gekregen. Vergeleken met de algemene bevolking was de standardized incidence ratio van invasief of oculair melanoom 2,0% (95%-bti 1,6-2,4). Factoren die geassocieerd waren met verhoogd risico van cutaan melanoom waren cumulatieve stralingsdosering naar de corresponderende lichaamsregio van 40 Gy of hoger (HR 2,0; 95%-bti 1,1-3,7), cumulatieve cyclofosfamide-equivalentdosering van 20.000 mg/m2 of hoger (1,9; 1,1-3,6), en blootstelling aan bleomycine (2,2; 1,2-4,1). Invasief melanoom was geassocieerd met verhoogd risico van overlijden (HR 2,4; 95%-bti 1,7-3,3).

De onderzoekers concluderen dat CCSs vergeleken met de algemene bevolking een meer dan tweemaal verhoogd risico hebben van melanoom, en dat CCSs met invasief melanoom een meer dan tweemaal verhoogd risico van overlijden hebben.

1.Rotz SJ, Stratton K, Leisenring WM et al. Melanoma among adult survivors of childhood cancer: a report from the Childhood Cancer Survivor Study. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: Analysis among participants of the Childhood Cancer Survivor Study found a more than two-fold increased risk of melanoma compared with the general population, while those with an invasive melanoma have more that a two-fold risk of death.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van toevoegen van durvalumab met of zonder bevacizumab aan TACE voor levercelcarcinoom (0)
2025-01-09 16:00   ( Nieuws )
Tags:  EMERALD-1 trial HCC
Prof. Bruno SangroTransarteriële chemo-embolisatie is de standaard-behandeling voor patiënten met niet-resectabel levercelcarcinoom (HCC) dat in aanmerking komt voor embolisatie. De mediane progressievrije overleving is ongeveer 7 maanden. De multinationale fase 3-studie EMERALD-1 heeft toevoegen van durvalumab met of zonder bevacizumab aan TACE voor HCC geëvalueerd. Prof. Bruno Sangro (Clínica Universidad de Navarra, Pamplona) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

EMERALD-1 werd uitgevoerd in 157 centra in achttien landen. De studie includeerde volwassen personen met niet-resectabel HCC dat in aanmerking kwam voor embolisatie en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden 1:1:1 gerandomiseerd naar TACE plus durvalumab plus bevacizumab (combinatiegroep; n=204), TACE plus durvalumab plus placebo (durvalumabgroep; n=207), of TACE plus placebo (placebogroep; n=205). Het primaire eindpunt was geblindeerd centraal beoordeelde progressievrije overleving.

Op het moment van data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 27,9 maanden. De mediane PFS was 15,0 maanden in de combinatiegroep, vergeleken met 10,0 maanden in de durvalumabgroep en 8,2 maanden in de placebogroep. De PFS-HR was 0,77 (p=0,032) voor de combinatie versus placebo en 0,94 (p=0,64) voor durvalumab versus placebo. De patiënten blijven gevolgd worden voor het eindpunt overall survival. De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events waren hypertensie in de combinatiegroep (6% van de patiënten), anemie in de durvalumabgroep (4%), en postembolisatie-syndroom in de placebogroep (4%). Graad 5 TRAEs vonden niet plaats in de combinatiegroep, en troffen 1% van de patiënten in de durvalumabgroep en 2% van de patiënten in de placebogroep.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van durvalumab plus bevacizumab aan TACE voor niet-resectabel HCC geassocieerd was met significante verlenging van de PFS.

1.Sangro B, Kudo M, Erinjeri JP et al. Durvalumab with or without bevacizumab with transarterial chemoembolisation in hepatocellular carcinoma (EMERALD-1): a multiregional, randomised, double-blind, placebo-controlled, phase 3 study. Lancet 2025; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 EMERALD-1 trial found that addition of durvalumab plus bevacizumab to transarterial chemoembolization for hepatocellular carcinoma resulted in significantly improved progression-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van brentuximab vedotin-gebaseerde behandeling voor recidiverend DLBCL (0)
2025-01-09 14:30   ( Nieuws )
Tags:  ECHELON-3 relapsed diffuse large B-cell lymphoma BV
Prof. Nancy BartlettOngeveer 40% van de patiënten met diffuus grootcellig B-cel lymfoom (DLBCL) hebben na eerstelijns chemo-immuuntherapie recidiverende of refractaire (R/R) ziekte. De multinationale fase 3-studie ECHELON-3 evalueerde de combinatie van brentuximab vedotin (BV), lenalidomide (Len), en rituximab (R) voor R/R DLBCL. Prof. Nancy Bartlett (Washington University, St Louis MO) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1



De studie includeerde 230 patiënten die werden gerandomiseerd naar BV (n=112) of placebo (n=116; twee patiënten werden niet behandeld) iedere drie weken plus Len eens per dag en R iedere drie weken. Het primaire eindpunt was overall survival, met een vooraf-gespecificeerde interimanalyse na 134 OS-gebeurtenissen. De mediane follow-up was 16,4 maanden. De figuur laat zien dat de mediane OS 13,8 maanden was in de BV-groep en 8,5 maanden in de placebogroep (HR 0,63; p=0,009), en dat het profijt van BV werd gezien in bijna alle onderscheiden subgroepen. De mediane progressievrije overleving was 4,2 maanden in de BV-groep en 2,6 maanden in de placebogroep (HR 0,53; p<0,001), de objective response rate was 64% versus 42%, en de complete response rate was 40% versus 19%. Treatment-related adverse events werden gezien in 97% van de patiënten in beide armen.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van BV aan Len +R voor zwaar-voorbehandeld R/R DLBCL resulteerde in significant overlevingsprofijt met een manageable veiligheidsprofiel.

1.Bartlett NL, Hahn U, Kim W-S et al. Brentuximab vedotin combination for relapsed diffuse large B-cell lymphoma. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 ECHELON-3 trial found that among patients with R/R DBLCL, addition of brentuximab vedotin to lenalidomide plus rituximab resulted in sigificant survival benefit with a manageable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

National Cancer Database-analyse van chirurgische deëscalatie in de gynecologische oncologie (0)
2025-01-09 13:00   ( Nieuws )
Tags:  gynecologic oncology surgical deescalation
Dr. Alexa KanbergsEr is een streven naar chirurgische deëscalatie om weefselschade te minimaliseren. Een analyse van de National Cancer Database over de periode van begin 2004 tot en met eind 2020 heeft de chirurgische deëscalatie in de gynecologische oncologie geïnventariseerd. Dr. Alexa Kanbergs (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de database identificeerden de onderzoekers 1.218.490 vrouwen met een diagnose endometrium-, ovarium-, cervix-, of vulvacarcinoom in de studieperiode. De gemiddelde leeftijd bij diagnose was 61,2 ± 13,7 jaar. Er was afname van het aantal patiënten die chirurgie ondergingen: van 47,4% in 2010 tot 39,9% in 2020 voor cervixcarcinoom (average annual percentage change -1.3%), van 72,0% naar 67,9% voor ovariumcarcinoom (AAPC -0,5%), van 83,7% tot 79,1% voor endometriumcarcinoom (AAPC -0,5%), en van 81,1% naar 72,6% voor vulvacarcinoom (AAPC -1,3%). Gebruik van minimaal-invasieve chirurgie nam toe van 45,8% tot 82,2% voor endometriumcarcinoom (AAPC 4,6%) en van 13,3% tot 37,0% voor ovariumcarcinoom (AAPC9,4%). Schildwachtklierdissectie nam toe van 0,7% tot 39,6% voor endometriumcarcinoom (AAPC 51,8%), van 0,2% tot 10,6% voor cervixcarcinoom (AAPC 44,0%) en van 12,3% tot 36,9% voor vulvacarcinoom (AAPC 10,7%) terwijl het percentage met complete lymfadenectomie in alle drie de groepen afnam. Vruchtbaarheids-sparende chirurgie onder patiënten met cervixcarcinoom jonger dan 40 jaar nam toe van 17,8% tot 28,1% (AAPC 3,1%).

De onderzoekers concluderen dat in de afgelopen 15 jaar chirurgische deëscalatie plaats heeft gevonden in de gynecologische oncologie.

1.Kanbergs A, Melamed A, Viveros-Carreño D et al. Surgical deescalation within gynecologic oncology. JAMA Network Open 2025;8:e2453604

Summary: Analysis of the National Cancer Database found that over the past 15 years, the field of gynecologic oncology has moved towards surgical deescalation. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)