Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Retrospectieve cohortstudie van risico van suïcidaal zelfdestructief geweld onder overlevers van hoofd-halscarcinoom (0)
2021-10-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  HNC survivors risk of suicidal self-directed violence
Dr. Shannon NugentOverlevers van hoofd-halscarcinoom (HNC) hebben vergeleken met overlevers van andere typen maligniteiten een ongeveer tweemaal zo hoge waarschijnlijkheid van overlijden door suïcide. Een retrospectieve cohortstudie onder HNC-patiënten van de Veterans Health Administration heeft de associatie onderzocht van prediagnostische mentale gezondheid en pijn en postdiagnostisch gebruik van zorg voor mentale gezondheid, middelenmisbruik (SUD), of palliatieve zorg met het risico van suicidal self-directed violence (SSDV). Dr. Shannon Nugent (VA Portland Health Care System, OR) en collega’s publiceren de studie in JAMA Otolaryngology – Head & Neck Surgery.1

De studie includeerde 7803 veteranen (98,4% mannen; gemiddelde leeftijd 65 ± 10,7 jaar), onder wie 72 (0,9%) die na de HNC-diagnose tenminste één gedocumenteerde SSDV-gebeurtenis hadden, en 51 (0,7%) die aan suïcide overleden. Factoren die geassocieerd waren met hoger risico van postdiagnose SSDV waren prediagnose chronische pijn (IRR 2,58; 05%-bti 1,54-4,32) en prediagnose vastgestelde mood disorder (IRR 1,95; 95%-bti 1,17-3,24). Verhoogd SSDV-risico werd ook gezien onder patiënten die in de negentig dagen na de HNC-diagnose tenminste één contact hadden met een instelling voor mentale gezondheid (IRR 2,73; 95%-bti 1,24-6,03) of een SUD-instelling (IRR 3,92; 95%-bti 2,46-6,24). Contact met een instelling voor palliatieve zorg binnen negentig dagen na de HNC-diagnose was geassocieerd met verlaagd SSDV-risico (IRR 0,49; 95%-bti 0,31-0,78).

De onderzoekers concluderen dat in deze cohortstudie een hoog percentage van HNC-overlevers met een SSDV-gebeurtenis aan suïcide overleed, en dat identificatie van SSDV-risicofactoren het risico van suïcide wellicht kan verlagen. Verwijzing naar palliatieve zorg was geassocieerd met verlaging van het SSDV-risico.

1.Nugent SM, Morasco BJ, Handley R et al. Risk of suicidal self-directed violence among US veteran survivors of head and neck cancer. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg 2021.2625

Summary: A retrospective cohort study among US veteran survivors of head and neck cancer found that a high proportion of HNC survivors with a suicidal self-directed violence (SSDV) event died from their injuries. Precancer chronic pain or mood disorder diagnoses werd associated with higher risk of postdiagnosis SSDV.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-studie van intralesionaal TTI-621 voor R/R mycosis fungoides of Sézary syndroom (0)
2021-10-08 13:30   ( Nieuws )
Tags:  R R MF or SS TTI-621
Dr. Christine QuerfeldTTI-621 is een nieuwe checkpointremmer die antitumoractiviteit bevordert door het blokkeren van het don’t eat me signaal van CD47. Een fase 1-studie in vijf centra in de Verenigde Staten evalueert intralesionaal TTI-621 voor verschillende typen maligniteiten. Dr. Christiane Querfeld (City of Hope centrum, Duarte CA) en collega’s publiceren in The Lancet Haematology resultaten van de studie in patiënten met recidiverend of refractair (R/R) mycosis fungoides of Sézary syndroom (MF/SS).1

De studie includeerde 35 volwassen patiënten met injecteerbare R/R MF/SS-lesies, een ECOG performance status 2 of beter, en adequate orgaanfunctie. In de doseringsescalatiefase (n=13) kregen de patiënten intralesionaal TTI-621 in doseringen van een enkele injectie van 1 mg tot drie wekelijkse injecties van 10 mg gedurende twee weken. Er werden geen doseringslimiterende toxiciteiten gezien, en in de expansiefase (n=22) werd de laatstgenoemde dosering gebruikt.

Treatment-related adverse events (primair eindpunt van de studie) waren graad 1 of 2, en werden gezien in 25 patiënten (71%), met name chills (29% van de patiënten), injectieplaatspijn (26%), en vermoeidheid (23%). De responsen (mediaan na 45 dagen, IQR 17-66) waren onafhankelijk van ziektestadiume of injectiefrequentie. In 26 van 29 evalueerbare patiënten (90%) werd afname van de Composite Assessment of Index Lesion Severity (CAILS)-score gezien; in 10 patiënten (34%) nam de CAILS-score af met 50% of meer. In 8 van 10 patiënten met gepaarde bepalingen werd ook CAILS-score afname in adjacente niet-geïnjecteerde lesies gezien, en in één andere patiënt in distale niet-geïnjecteerde lesies.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met R/R MF/SS intralesionaal TTI-621 goed verdragen werd en activiteit had in geïnjecteerde en niet-geïnjecteerde lesies.

1.Querfeld C, Thompson JA, Taylor MH et al. Intralesional TTI-621, a novel biologic targeting the innate immune checkpoint CD47, in patients with relapsed or refractory mycosis fungoides or Sézary syndrome: a multicentre, phase 1 study. The Lancet Haematology 2021; epub ahead of print

Summary: TTI-621 is a novel checkpoint inhibitor that activates antitumor activity by blocking the CD47 “don’t eat me” signal. A multicenter phase 1 study in the USA found that intralesional TTI-621 was well tolerated and had activity in injected and in adjacent or distal non-injected lesions in patients with relapsed or refractory mycosis fungoides or Sézary syndrome.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van ALBI-graad op werkzaamheid van cabozantinib voor gevorderd levercelcarcinoom (0)
2021-10-08 12:02   ( Nieuws )
Tags:  advanced HCC cabozantinib albumin-bilirubin grade
Prof. Robin Kate KelleyOp basis van resultaten van de fase 3-studie CELESTIAL is de tyrosinekinaseremmer cabozantinib goedgekeurd voor patiënten met gevorderd levercelcarcinoom (aHCC) na falen van sorafenib. De albumine-bilirubine (ALBI)-graad is een objectieve maat van leverfunctie in HCC-patiënten. Een post-hoc analyse van CELESTIAL heeft de werkzaamheid en veiligheid van cabozantinib geïnventariseerd onder HCC-patiënten met baseline ALBI-score graad 1 (gedefinieerd als ≤-2,60) en ALBI-score graad 2 (-2,60 tot ≤-1,39). Prof. Robin Kate Kelley (UCSF Helen Diller Family Comprehensive Cancer Center) en collega’s publiceren de analyse in het British Journal of Cancer.1

CELESTIAL randomiseerde 707 patiënten 2:1 naar cabozantinib 60 mg per dag of placebo. In de cabozantinib-arm hadden 186 patiënten ALBI-score graad 1 (40%) en 282 patiënten ALBI-score graad 2 (60%). In de placebo-arm hadden 102 patiënten ALBI-score graad 1 (43%) en 133 patiënten ALBI-score graad 2 (57%). De vier patiënten met ALBI-score graad 3 werden niet geïncludeerd in de nu gepubliceerde analyse. De figuur laat zien dat de overall survival beter was met cabozantinib dan met placebo, zowel onder patiënten met ALBI graad 1 (HR 0,63; 95%-bti 0,46-0,86) als onder patiënten met ALBI graad 2 (HR 0,84; 95%-bti 0,66-1,06). Deze figuur laat zien dat ook de progressievrije overleving beter was met cabozantinib dan met placebo, zowel in de ALBI 1-groep (HR 0,42; 95%-bti 0,32-0,56) als in de ALBI 2-groep (HR 0,46; 95%-bti 0,37-0,58). Adverse events waren consistent met wat was gezien in de overall populatie.

De onderzoekers concluderen dat de resultaten gebruik van cabozantinib steunen in patiënten met gevorderd HCC ongeacht ALBI-graad 1 of 2.

1.Kelley RK, Miksad R, Cicin I et al. Efficacy and safety of cabozantinib for patients with advanced hepatocellular carcinoma based on albumin-bilirubin grade. Br J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Post-hoc analysis of the phase 3 CELESTIAL study found that in advanced HCC after failure of sorafenib, cabozantinib compared to placebo was associated with better overall survival among patients with as well ALBI grade 1 and ALBI grade 2. Progression-free survival also was better with cabozantinib compared to placebo irrespective of ALBI grade 1 or 2.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Systemische behandeling versus resectie van primaire tumor plus systemische behandeling voor metastatisch colorectaalcarcinoom (0)
2021-10-07 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CAIRO4 trial mCRC systemic treatment versus PTR followed by systemic treatment
Prof. Miriam KoopmanEr is geen duidelijkheid over de waarde van resectie van de primaire tumor (PTR) in patiënten met synchroon metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC) met niet-resectabele metastasen en geen of weinig symptomen van de primaire tumor. De gerandomiseerde fase 3-studie CAIRO4 in Nederland en Denemarken heeft patiënten met deze kenmerken gerandomiseerd naar systemische behandeling (fluoropyrimidine-gebaseerde chemotherapie plus bevacizumab) of PTR gevolgd door systemische behandeling. Prof. Miriam Koopman (UMC Utrecht) en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1


CAIRO4 werd uitgevoerd in 45 centra. De studie includeerde 196 patiënten (112 mannen en 84 vrouwen; mediane leeftijd 65 jaar; IQR 59-70). De groep met systemische behandeling telde 99 patiënten en de groep met PTR gevolgd door systemische behandeling telde 97 patiënten. Het primaire eindpunt van de studie was zestig-dagen mortaliteit. Deze bedroeg 3% (95%-bti 1-9) in de groep met systemische behandeling versus 11% (6-19) in de groep met PTR gevolg door systemische behandeling (p=0,03). In per-protocol analyse was de zestig-dagen mortaliteit 2% versus 10% (p=0,048). Risicofactoren voor hogere zestig-dagen mortaliteit in de PTR-groep waren verhoogde niveaus van LDH, aspartaat- en/of alaninezuur-aminotransferase, en neutrofielen.

De onderzoekers concluderen dat onder mCRC-patiënten met niet-resecteerbare metastasen en geen of weinig symptomen van de primaire tumor, PTR gevolgd door systemische behandeling vergeleken met alleen systemische behandeling geassocieerd was met hogere zestig-dagen mortaliteit. Met name onder patiënten met hoog niveaus van LDH, aminozuur-aminotransferasen, en neutrofielen was het risico van zestig-dagen mortaliteit met PTR verhoogd.

1.Van der Kruijssen DEW, Elias SG, Vink GR et al. Sixty-day mortality of patients with metastatic colorectal cancer randomized to systemic treatment vs primary tumor resection followed by systemic treatment. The CAIRO4 phase 3 randomized clinical trial. JAMA Surg 2021.4992

Summary: The phase 3 CAIRO4 study in The Netherlands and Denmark randomized mCRC patients with unresectable metastases to systemic treatment only versus primary tumor resection (PTR) followed by systemic treatment. The 60-day mortality was 3% in the systemic treatment group versus 11% in the PTR followed by systemic treatment group (p=0.03). Risk factors for higher 60-day mortality in the PTR group were elevated LDH, elevated aminotransferases, and elevated neutrophils.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Validatie van POD24 als robuuste vroege voorspeller van slechte overleving van folliculair lymfoom (0)
2021-10-07 13:29   ( Nieuws )
Tags:  follicular lymphoma progression within 24 months of frontline chemoimmunotherapy
Dr. Carla CasuloObservationele analyses hebben laten zien dat progressie binnen 24 maanden na frontline chemo-immuuntherapie (POD24) geassocieerd was met slechte uitkomsten onder patiënten met folliculair lymfoom (FL). Een gepoolde analyse van dertien gerandomiseerde studies, met tezamen 5225 patiënten, heeft voorspellers en prognostische relevantie van POD24 onder FL-patiënten geïnventariseerd. Dr. Carla Casulo (University of Rochester NY) en collega’s publiceren de analyse in Blood.1

Patiënten zonder progressie na 24 maanden hadden bij baseline een gunstige performance status (PS), beperkt-stadium ziekte (I/II), lage FLIPI-risicoscore (lager dan 3), normaal hemoglobineniveau, en normaal β2-microglobulineniveau (B2M). Voorspellers van POD24 waren in multivariate analyse mannelijk geslacht (OR 1,30), PS 2 of hoger (OR 1,63), B2M 3 mg/l of hoger (OR 1,43), en FLIPI-score 3 of hoger (OR 3,14). In een tijds-afhankelijk Cox-model en in landmarkanalyse van patiënten die na 24 maanden in leven waren, was POD24 geassocieerd met slechte volgende overall survival (HR 4,85 respectievelijk HR 3,06).

De onderzoekers concluderen dat deze grootste tot op heden uitgevoerde gepoolde analyse van FL-studies POD24 identificeert als robuuste vroege voorspeller van slechte overleving.

1.Casulo C, Dixon JG, Le-Rademacher J et al. Validation of POD24 as a robust early clinical endpoint of poor survival in FL from 5,225 patients on 13 clinical trials. Blood 2021; epub ahead of print

Summary: Pooled analysis of 13 studies (5,225 patients) validated disease progression within 24 months of frontline chemoimmunotherapy (POD24) as a robust early predictor of poor survival in follicular lymphoma. Risk factors for POD24 included male gender, poor performance status, high risk FLIPI score, and elevated β2-microglobuline level.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Discordantie van receptor-expressie tussen primair en recidiverend mammacarcinoom: prognostische relevantie (0)
2021-10-07 12:00   ( Nieuws )
Tags:  receptor expression discordance between primary and recurrent breast cancer
Prof. Emad RakhaDe ER-, PR-, en HER2-status van primair mammacarcinoom leveren niet alleen prognostische informatie, maar zijn ook van belang voor de keus van de behandeling. Er zijn echter aanwijzingen dat er discordantie voor deze markers kan bestaan tussen primair en recidiverend BC. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de prognostische relevantie van deze discordantie geïnventariseerd. Prof. Emad Rakha (The University of Nottingham) en collega’s publiceren de meta-analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1

In de literatuur vonden de onderzoekers elf studies die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden. In meta-analyse was verlies, vergeleken met behoud, van ER in recidiverende tumoren geassocieerd met significant kortere OS (HR 1,67; p<0,00001). Dit was ook het geval voor verlies van PR, vergeleken met behoud (HR 1,45; p<0,00001). Verkrijgen van ER, vergeleken met consistente ER –negativiteit, was een significante voorspeller van langere post-recidief overleving (HR 0,76; p=0,03), maar verkrijgen van PR, vergeleken met consistente PR-negativiteit, was geen significante voorspeller van langere of kortere overleving. Zowel verlies als verkrijgen van HER2 waren geassocieerd met slechte uitkomsten.

De onderzoekers concluderen dat receptorconversie, vergeleken met receptorconcordantie, in recidiverend mammacarcinoom van invloed kan zijn op de prognose.

1.Shiino S, Ball G, Syed BM et al. Prognostic significance of receptor expression disocrdance between primary and recurrent breast cancers: a meta-analysis. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 11 studies found that receptor conversion in recurrent breast tumors, as compared with receptor concordance, may affect patient survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van camrelizumab plus apatinib voor hoog-risico R/R gestationele trofoblastaire neoplasie (0)
2021-10-06 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CAP 01 study chemorefractory or relapsed gestational trophoblastic neoplasia
Er zijn weinig behandelopties voor patiënten met hoog-risico chemorefractair of recidiverend gestationale trofoblastaire neoplasie (GTN). In veel typen solide tumoren is synergie gezien van immuuntherapie en antiangiogenese. De fase 2-studie CAP 01 in Beijing heeft de combinatie van camrelizumab en apatinib voor hoog-risico chemorefractair of recidiverend GTN geëvalueerd. Prof. Yang Xiang (Chinese Academie van Medische Wetenschappen) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1


De studie includeerde vrouwen in de leeftijd van achttien tot en met zeventig jaar met hoog-risico (FIGO score 7 of hoger) GTN die tenminste twee eerdere lijnen multichemotherapie hadden gekregen, en een ECOG performance status 2 of beter hadden. De patiënten kregen intraveneus camrelizumab 200 mg iedere twee weken plus oraal apatinib 250 mg eenmaal daags. De behandeling werd voortgezet tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met objectieve respons, bepaald aan de hand van de serum HCG-concentratie.

De studie includeerde twintig patiënten, onder wie negentien met choriocarcinoom en één met placental site trophoblastic tumor (PSTT). De mediane duur van follow-up was 18,5 maanden (IQR 14,6-20,9). Objectieve respons werd gezien in elf patiënten (ORR 55%; 95%-bti 32-77) en complete respons in tien patiënten (50%; 95%-bti 27-73). De meest-waargenomen graad 3 treatment-related adverse events waren hypertensie (25% van de patiënten), rash (20%), neutropenie (10%), leukocytopenie (10%), en aspartaataminotransferase-toename (10%). Er waren geen graad 4 of 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met hoog-risico chemorefractair of recidiverend GTN de combinatie camrelizumab plus apatinib veelbelovende antitumor-activiteit en acceptabele toxiciteit had.

1.Cheng H, Zong L, Kong Y et al. Camrelizumab plus apatinib in patients with high-risk chemorefractory or relapsed gestational trophoblastic neoplasia (CAP 01): a single-arm, open-label, phase 2 trial. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The phase 2 CAP 01 study in Beijing found that the combination of camrelizumab and apatinib had promising antitumor activity and acceptable toxicity among patients with high-risk chemorefractory or relapsed gestational trophoblastic neoplasia.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Zelf-gerapporteerde kwaliteit van leven als voorspeller van mortaliteit in niercelcarcinoom (0)
2021-10-06 13:30   ( Nieuws )
Tags:  renal cell carcinoma quality of life and mortality
Dr. Ridwan AlamHet is denkbaar dat kwaliteit van leven (QOL) in patiënten met maligniteiten prognostische waarde levert bovenop traditionele demografische en ziektegerelateerde parameters. Een studie van Johns Hopkins University School of Medicine (Baltimore MD) heeft de waarde van zelf-gerapporteerde QOL van patiënten met niercelcarcinoom (RCC) als voorspeller van de mortaliteit geïnventariseerd. Dr. Ridwan Alam en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

In de Surveillance, Epidemiology, and End Results-Medicare Health Outcomes Survey (SEER-MHOS) database identificeerden de onderzoekers 1494 RCC-patiënten met gegevens over QOL. De mediane leeftijd van de patiënten was 73,4 jaar, en de mediane follow-up was 5,6 jaar. Elke extra punt in de score voor de mental component summary (MCS) respectievelijk de physical component summary (PCS) van de QOL was geassocieerd met verlaging van het risico van all-cause mortaliteit met 1,3% (p<0,001) respectievelijk 2,3% (p<0,001). Mortaliteitsmodellen met inclusie van QOL-waarden vergeleken met modellen zonder deze variabelen hadden hogere predictieve accuratesse (C-index 72,3% versus 70,1%) en parsimoniteit (Akaike Information criterion 9376,5 versus 9454,5). QOL-waarden hadden grotere impact op niet-RCC specifieke mortaliteit dan op RCC-specifieke mortaliteit. Externe validering in het prospectieve Delayed Intervention and Surveillance for Small Renal Masses (DISSRM) register bevestigde de associatie tussen QOL en all-cause mortaliteit.

De onderzoekers concluderen dat modellen met zelf-gerapporteerde QOL-waarden de all-cause mortaliteit van RCC-patiënten beter voorspelden dan modellen zonder deze waarden. QOL dient te worden geïncorporeerd in prognostische modellen voor RCC.

1. Alam R, Patel HD, Su ZT et al. Self-reported quality of life as a predictor of mortality in renal cell carcinoma. Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the SEER-MHOS database found that among patients with renal cell carcinoma, self-reported QOL predicted all-cause mortality. Models with self-reported QOL metrics predicted all-cause mortality with higher accuracy and parsimony than those without QOL metrics.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)