Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie tussen verandering in serumniveau van urinezuur en overleving in niercelcarcinoom (0)
2019-04-16 12:00   ( Nieuws )
Tags:  renal cell carcinoma change in serum uric acid level survival
Prof. Ithaar DerweeshEen verhoogd serumniveau van urinezuur (SUA) na chirurgie voor niertumoren is geassocieerd met een verhoogd risico van chronische nierziekte. Een studie van de University of California San Diego (La Jolla) heeft de associatie onderzocht tussen post- versus pre-chirurgie verandering in SUA en de uitkomsten van patiënten met niercelcarcinoom (RCC). Prof. Ithaar Derweesh (UCSD) en collega’s publiceren de studie online in Cancers.1



De retrospectieve studie includeerde 905 patiënten die tussen augustus 2005 en augustus 2018 chirurgie voor RCC ondergingen, en van wie pre- en postoperatieve SUA-niveaus bekend waren. Van 675 patiënten (74,6%) waren de SUA-niveaus na de operatie gelijk aan of lager dan de niveaus voor de operatie, en van 230 patiënten (25,4%) waren de niveaus gestegen. De overall survival was significant (p<0,001) langer in de groep patiënten met stabiele of afgenomen SUA dan in de groep patiënten met toegenomen SUA: na vijf jaar 89% versus 47%, en na tien jaar 65% versus 9%. Ook de recidiefvrije overleving was significant (p<0,001) langer in de groep patiënten met stabiele of afgenomen SUA dan in de groep patiënten met toegenomen SUA: na vijf jaar 94% versus 45%, en na tien jaar 93% versus 34%.

De onderzoekers concluderen dat toename van SUA na chirurgie voor RCC geassocieerd was met slechtere uitkomsten.

1.Yim K, Bindayi A, McKay R et al. Rising serum uric acid level is negatively associated with survival in renal cell carcinoma. Cancers 2019;11:536

Summary: A study at the University of California at San Diego found that increased serum level of uric acid after surgery for renal cell carcinoma was associated with poorer survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Hospitalisatie voor neurologische aandoeningen in overlevers van niet-CNS tumoren tijdens de jeugd (0)
2019-04-15 14:54   ( Nieuws )
Tags:  ALiCCS study survivors of non-central nervous system tumors in childhood neurologic disorders
Dr. Line KenborgEr is gebrek aan informatie over het risico van neurologische aandoeningen in lange-termijn overlevers van niet-CNS tumoren tijdens de jeugd. Een cohortstudie binnen ALiCCS (adult life after childhood cancer in Scandinavia) heeft het levenslange risico van neurologische aandoeningen geïnventariseerd in tenminste-vijf jaar overlevers van niet-CNS tumoren voor de leeftijd twintig jaar in Denemarken, Finland, IJsland, en Zweden. Dr. Line Kenborg (Kræftens Bekæmpelse, Kopenhagen) en collega’s publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1

De onderzoekers identificeerden 15.967 patiënten die tenminste vijf jaar overleefden na een diagnose niet-CNS tumor tussen begin 1943 en eind 2008, en includeerden 151.118 gematchte controlepersonen in de algemene bevolking. Ze betrokken informatie over hospitalisatie voor neurologische aandoeningen uit ziekenhuisregisters. Op basis van gegevens over hospitalisatie voor neurologische aandoeningen in de groep controlepersonen werd verwacht dat 370 van de overlevers gehospitaliseerd zouden zijn.

Het werkelijke aantal voor neurologische aandoeningen gehospitaliseerde overlevers bedroeg 755, overeenkomend met een relatief risico van 2,0 (95%-bti 1,9-2,2). De hoogste risico’s werden gezien in overlevers van neuroblastoom (RR 4,1; 95%-bti 3,2-5,3) en leukemie (RR 2,8; 95%-bti 2,4-3,2). Het absolute excess risico nam af van 331 gevallen per 100.000 persoonsjaren vijf tot tien jaar na de diagnose van de maligniteit tot 82 per 100.000 persoonsjaren meer dan twintig jaar na de diagnose van de maligniteit. De meest-frequente neurologische diagnose was epilepsie (n=229; 1,4% van alle overlevers). Overlevers van neuroblastoom hadden hoge risico's (RR 10 en hoger) van hospitalisatie voor paralytische syndromen en hydrocefalus, en overlevers van leukemie hadden hoge risico’s van dementie, encefalopathie, en neuropathie.

De onderzoekers concluderen dat overlevers van niet-CNS childhood cancer sterk verhoogd risico hebben van hospitalisatie voor neurologische aandoeningen, met name tijdens de eerste tien jaar na de diagnose.

1.Kenborg L, Linnett KM, de Fine Licht S et al. Hospital admission for neurologic disorders among five-year survivors of non-central nervous system tumors in childhood: a cohort study within the Adult Life after Childhood Cancer in Scandinavia (ALiCCS) study. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A cohort study within the Adult Life after Childhood Cancer in Scandinavia study found that survivors of non-CNS childhood cancer are at high risk of hospitalization for neurologic disorders, especially within the first decade after diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Modelstudie van kosteneffectiviteit van coloscopiescreening op CRC in overlevers van maligniteiten tijdens de jeugd (0)
2019-04-15 13:41   ( Nieuws )
Tags:  childhood cancer survivors colonoscopy-based CRC screening cost-effectiveness
Dr. Iris Lansdorp-VogelaarOverlevers van maligniteiten tijdens de jeugd (CCSs) hebben vergeleken met de algemene bevolking een verhoogd risico van het ontwikkelen van colorectaalcarcinoom (CRC). Dit geldt met name voor CCSs die tijdens de behandeling hebben blootgestaan aan abdominale of pelvische radiotherapie (APRT). Een multinationale onderzoeksgroep heeft een modelstudie uitgevoerd van de kosteneffectiviteit van coloscopiescreening in CCSs. Dr. Iris Lansdorp-Vogelaar (Erasmus MC) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De studie is uitgevoerd met een aangepast gevalideerd model voor CRC-screening in de Ameriaakse bevolking (MISCAN-Colon). Het model evalueerde 91 coloscopie-screening strategieën, die uiteenliepen voor start- en stopleeftijd en interval van screenings, voor alle CCSs en voor CCSs met of zonder APRT. Primaire uitkomsten van de studie waren preventie van overlijden aan CRC vergeleken met geen screening, en incremental cost-effectiveness ratios (ICERs). Om de kosten-effectiviteit van de strategieën te bepalen werd een willingness-to-pay drempel van $ 100.000 per gewonnen levensjaar (LYG) gehanteerd.

Vergeleken met geen screening voorkwam het USPSTF-gemiddeld risico screening schema tot 73,2% van gevallen van CRC-overlijden in CCSs. De optimale strategie, van screening iedere tien jaar van leeftijd veertig jaar tot leeftijd zestig jaar, voorkwam 79,2% van de gevallen van CRC-overlijden, met een ICER van $ 67.000 per LYG. Onder CCSs die hadden blootgestaan aan APRT was de optimale strategie screening iedere tien jaar van leeftijd 35 jaar tot leeftijd 65 jaar, resulterend in preventie van 82,3% van de gevallen van CRC-overlijden en een ICER van $ 92.000 per LYG. Onder CCSs die niet hadden blootgestaan aan APRT was de optimale strategie screening iedere tien jaar van leeftijd 45 tot 55 jaar, resulterend in preventie van 72,7% van de gevallen van CRC-overlijden en een ICER van $ 57.000 per LYG.

De onderzoekers concluderen dat vroeg begin van coloscopiescreening op CRC in CCSs kosteneffectief is.

1.Gini A, Meester RGS, Keshavarz H et al. Cost-effectiveness of colonoscopy-based colorectal cancer screening in childhood cancer survivors. J Natl Cancer Inst 2019; epub ahead of print

Summary: A modelling study found that early initiation of colonoscopy screening for colorectal cancer in childhood cancer survivors is cost-effective at a willingness-to-pay threshold of $ 100,000 per life-year gained.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen mammacarcinoom-subtype en intracranieel recidief na radiotherapie voor hersenmetastasen (0)
2019-04-15 13:02   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer subtype recurrence patterns after RT for brain metastases
Dr. Daniel CagneyHersenmetastasen van mammacarcinoom worden frequent gemanaged met radiotherapie. De impact van mammacarcinoom-subtype op patronen van intracranieel recidief na bestraling zijn niet goed bekend. Een studie van Dana-Farber Cancer Institute (Boston MA) heeft deze impact onderzocht. Dr. Daniel Cagney en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De retrospectieve studie includeerde 349 patiënten die tussen begin 2000 en eind 2015 in Boston brain-directed radiation kregen voor nieuw-gediagnostiseerde hersenmetastasen van mammacarcinoom. Van deze patiënten hadden 116 HR+/HER2- subtype, 164 HER2+ subtype, en 69 TNBC. Vergeleken met HR+/HER2- werd na bestraling lokaal recidief meer frequent gezien in HER2+ metastasen (HR 3,20; p<0,001). Vergeleken met HR+/HER2- werden in TNBC meer frequent nieuwe hersenmetastasen (HR 3,16; p<0,001) gezien en was er kortere tijd tot salvage WBRT (HR 3,79; p=0,01) en salvage stereotactische bestraling (HR 1,86; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat de studie een sterk associatie heeft laten zien tussen mammacarcinoom-subtype en patronen van intracranieel recidief na hersenen-gerichte radiotherapie, met name lokale progressie voor HER2+ en afstandsprogressie voor TNBC.

1.Cagney DN, Lamba N, Montoya S et al. Breast cancer subtype and intracranial recurrence patterns after brain-directed radiation for brain metastases. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Dana-Farber Cancer Institute (Boston) found a strong association between breast cancer subtype and intracranial recurrence patterns after brain-directed radiation, particularly local progression for HER2+ and distant progression for TNBC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen lymfopenie en respons op SRS in patiënten met hersenmetastasen van longcarcinoom (0)
2019-04-15 12:01   ( Nieuws )
Tags:  brain-metastatic lung cancer lymphopenia response to stereotactic radiosurgery
Dr. Orin BlochStereotactische radiochirurgie (SRS) kan immuunactivering versterken en ziektecontrole verbeteren door stimulering van anti-tumorimmuniteit. Een frequent gezien effect van behandeling van maligniteiten is echter immuunsuppressie, die impact kan hebben op de werkzaamheid van SRS. Een studie van Northwestern University (Chicago IL) heeft de relatie onderzocht tussen systemische lymfopenie en respons op SRS in patiënten met hersenmetastasen van longcarcinoom. Dr. Orin Bloch (tegenwoordig UC Davis in Sacramento) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 125 patiënten met hersenen-metastatisch longcarcinoom (mediane leeftijd 65 jaar; range 43-86; 54% vrouwen) die tussen begin 2014 en juni 2017 SRS kregen. Lymfopenie (gedefinieerd als minder dan 109 cellen per liter) werd gezien in 60 van deze patiënten. In univariate analyse hadden patiënten met lymfopenie significant kortere progressievrije overleving (HR 2,995; p<0,0001) en overall survival (HR 3,928; p<0,0001) dan niet-lymfopene patiënten. Ook in multivariate analyse (leeftijd, geslacht, rookgeschiedenis, ECOG-score, chirurgie, en tumorhistologie) bleef lymfopenie significant voorspellend voor slechtere PFS (HR 1,912; p=0,002) en OS (HR 2,257; p<0,001). Patiënten die immuuntherapie kregen binnen drie maanden na SRS hadden in geval van lymfopenie nog verder verslechterde PFS (HR 3,578; p=0,006) en OS (HR 6,409; p=0,001).

De onderzoekers concluderen dat lymfopenie geassocieerd was met verslechtering van uitkomsten van SRS in patiënten met hersenmetastasen van longcarcinoom, en dat dit effect nog meer uitgesproken was in patiënten die immuuntherapie kregen.

1.Li YD, Lamano JB, Kaur G et al. Lymphopenia predicts response to stereotactic radiosurgery in lung cancer patients with brain metastases. J Neuro-Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Northwestern University (Chicago) found that brain-metastatic lung cancer patients with lymphopenia treated with SRS had significantly worse PFS and OS than patients without lymphopenia. The effect of lymphopenia was even more pronounced in patients receiving immunotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prevalentie van klinische diagnose ADHD in overlevers van pediatrische hersentumoren (0)
2019-04-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  pediatric brain tumor survivors prevalence of clinical diagnosis of ADHD
Dr. Matthew HockingOverlevers van pediatrische hersentumoren hebben frequent late neurologische aandoeningen, waaronder onoplettendheid. Deze symptomen kunnen lijken op die van attention-deficit/hyperactivity disorder (ADHD), een aandoening die is gezien in 5-8% van de algemene bevolking. Een studie van het Children’s Hospital of Philadelphia (PA) heeft de prevalentie van een klinische diagnose ADHD en met ADHD geassocieerde risicofactoren in overlevers van pediatrische hersentumoren onderzocht. Dr. Matthew Hocking en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1

De retrospectieve studie includeerde 528 overlevers (55,7% jongens) met een diagnose tussen begin 2000 en eind 2015, die tenminste zes jaar oud waren, en twee jaar na het eind van de tumor-gerichte behandeling, of twee jaar na de diagnose als er geen behandeling was. De gemiddelde leeftijd bij de diagnose van de hersentumor was 8,15 ± 4,4 jaar. De meest-voorkomende diagnosen waren laaggradig glioom, medulloblastoom, en craniofaryngioom, met supratentoriële lokatie voor 52,5% van de tumoren. De behandelingen waren chirurgie in 81,3% van de overlevers, radiotherapie in 40,0% en chemotherapie in 36,3%. Negenenzestig overlevers (13,1%) hadden een klinische diagnose ADHD, 105 overlevers (19,9%) hadden symptomen van ADHD zonder ADHD-diagnose, en 64 overlevers (12,1%) gebruikten ADHD-medicatie. Een klinische ADHD-diagnose was geassocieerd met jongere leeftijd bij diagnose van de tumor (p=0,05) en supratentoriële lokatie (p=0,001) maar niet met geslacht, tumortype, of type behandeling.

De onderzoekers concluderen dat overlevers van pediatrische hersentumoren, vergeleken met de algemene bevolking, een verhoogd risico hadden van ADHD en ADHD-gerelateerde symptomen. De sterkste risicoverhoging werd gezien in overlevers met diagnose op jongere leeftijd en overlevers van supratentoriële tumoren.

1.Shabason EK, Brodsky C, Baran J et al. Clinical diagnosis of attention-deficit/hyperactivity disorder in survivors of pediatric brain tumors. J Neuro-Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at the Children’s Hospital of Philadelphia found that children who survived brain tumors were at increased risk of ADHD and related symptoms. The greatest increase in risk was seen in survivors with diagnoses at younger ages and survivors of supratentorial tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Intermittent versus continu PEG-asparaginase voor ALL in kinderen (0)
2019-04-14 13:29   ( Nieuws )
Tags:  NOPHO ALL2008 study pediatric ALL intermittent versus continous PEG-asparaginase
Prof. Kjeld SchmiegelowGepegyleerd asparaginase (PEG-asp) wordt in de behandeling van pediatrisch ALL vaak gedurende maanden gegevens om continue depletie van asparagine te bereikten. Asparaginase is echter geassocieerd met verhoogd risico van toxiciteiten waaronder hypersensitiviteit, osteonecrose, pancreatitis, en tromboëmbolie. De ALL2008 studie van de Nordic Society for Pediatric Hematology and Oncology in Scandinavië, IJsland en Finland vergeleek intermittent versus continu PEG-asp in kinderen met ALL. Prof. Kjeld Schmiegelow (Universiteit van Kopenhagen) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 625 kinderen (mediane leeftijd 4,2 jaar) met niet-hoog risico ALL die vijf intramusculaire PEG-asp injectie 1000 IE/m2 iedere twee weken kregen en vervolgens werden gerandomiseerd naar drie additionele doses iedere zes weken (experimentele groep; n=309) of tien additionele doses iedere twee weken (standaard-arm, n=316). Het primaire eindpunt van de studie was ziektevrije overleving, en het secundaire eindpunt was asparaginase-geassocieerde toxiciteit.

De mediane follow-up was 4,1 jaar. De vijf-jaars DFS was 92,2% (95%-bti 88,6-95,8) in de experimentele arm versus 90,8% (95%-bti 87,0-94,6) in de standaard-arm. De drie-jaars cumulatieve incidentie van eerste asparaginase-geassocieerde toxiciteit was 9,3% in de experimentele arm versus 18,1% in de standaard-arm (p=0,001). Vermindering van de asparaginase-geassocieerde toxiciteit in de experimentele arm werd gezien in beide geslachten, alle risicogroepen, en leeftijdsgroepen. Van de afzonderlijke toxiciteiten was het verschil tussen beide groepen significant voor pancreatitis (zes-maands risico 1,3% versus 5,8%; p=0,002).

De onderzoekers concluderen dat na de tiende week intermittent vergeleken met continu PEG-asp in pediatrisch ALL resulteerde in lager risico van toxiciteiten zonder de ziektevrije overleving te compromiteren.

1.Klug Albertsen B, Grell K, Abrahamsson J et al. Intermittent versus continuous PEG-asparaginase to reduce asparaginase-associated toxicities: a NOPHO ALL2008 randomized study. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The ALL2008 study of the Nordic Society for Pediatric Hematology and Oncology compared intermittent versus continuous pegylated asparaginase in pediatric ALL. The 5-year disease-free survival was 92.2% in the intermittent group and 90.8% in the continuous group. The 3-year cumulative incidence of any first asparaginase-associated toxicity was 9.3% and 18.1% in the two groups, respectively (p=0,001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overall survival in fase 3-studie van abirateron plus prednison voor nieuw-gediagnostiseerd hoog-risico mCSPC (0)
2019-04-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  LATITUDE study metastatic castration-sensitive prostate cancer
Prof. Karim FizaziDe multinationale fase 3-studie LATITUDE randomiseerde patiënten met nieuw-gediagnostiseerd hoog-risico metastatisch castratie-sensitief prostaatcarcinoom (mCSPC) naar abirateron acetaat plus prednison plus androgeendeprivatietherapie (ADT) of placebo plus ADT. In interimanalyses is gezien dat de overall survival en de radiografisch-progressievrije overleving beter waren in de abirateron-arm dan in de placebo-arm. Prof. Karim Fizazi (institut Gustave-Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren nu lange-termijn uitkomsten van de studie online in The Lancet Oncology.1

LATITUDE werd uitgevoerd in 235 centra in 34 landen. De studie includeerde 1199 volwassen patiënten met ECOG performance status 0 tot en met 2, en tenminste twee van de drie hoog-risico prognostische factoren (Gleason score 8 of hoger, drie of meer lesies op botscan, viscerale metastase behalve lymfekliermetastase). Ze werden gerandomiseerd abirateron 1000 mg eenmaal daags plus prednison 5 mg eenmaal daags plus ADT (n=597) of twee matchende placebo’s plus ADT (n=602). Na publicatie van de eerste interimanalyse werd de studie in februari 2017 ontblind, en kregen de patiënten in de placebo-arm crossover naar AAP aangeboden, een aanbod waar 72 patiënten op ingingen. De eindpunten van de nu gepubliceerde analyse waren OS en veiligheid.

De analyse werd uitgevoerd na mediaan 51,8 maanden follow-up (IQR 47,2-57,0) en overlijden van 618 deelnemers (46% van de patiënten in de AAP-arm en 57% van de patiënten in de placebo-arm). De mediane OS was 53,3 maanden in de AAP-groep versus 36,5 maanden in de placebogroep (HR 0,66; p<0,001). Het meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse event was hypertensie: 21% in de AAP-groep, 10% in de placebogroep, en 4% in de crossovergroep. Serious AEs werden gerapporteerd voor 32% in de AAP-groep, 25% in de placebogroep, en 6% in de crossovergroep. Graad 5 AEs troffen drie patiënten in de AAP-groep, drie patiënten in de placebogroep, en geen patiënten in de crossovergroep.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van AAP plus ADT voor hoog-risico mCSPC vergeleken met placebo plus ADT resulteerde in significant langere OS met een manageable veiligheidsprofiel.

1.Fizazi K, Tran N, Fein L et al. Abiraterone acetate plus prednisone in patients with newly diagnosed high-risk metastatic castration-sensitive prostate cancer (LATITUDE): final overall survival analysis of a randomised, double-blind, phase 3 trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The international phase 3 study LATITUDE randomized patients with newly diagnosed high-risk castration-sensitive metastatic prostate cancer to abiraterone acetate plus prednisone (AAP) plus androgen deprivation therapy (ADT) or placebo plus androgen deprivation therapy. The median overall survival was 53.3 months with AAP plus ADT versus 36.5 months with placebo plus ADT (HR 0.66; p<0.0001). The toxicities in the AAP plus ADT-group were manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)