Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Impact van dosering van adjuvante gefractioneerde stereotactische radiotherapie op lokale controle van hersenmetastasen (0)
2019-10-14 13:01   ( Nieuws )
Tags:  brain metastases FSRT local control
Dr. Andrew BaschnagelNa resectie voor hersenmetastasen kan gefractioneerde stereotactische radiotherapie (FSRT) naar het tumorbed de lokale controle verbeteren. Een studie van de University of Wisconsin (Madison) heeft gezocht naar de optimale FSRT-dosering. Dr. Andrew Baschnagel en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1

De retrospectieve studie includeerde 54 patiënten na resectie van 63 hersenmetastasen, die niet eerder hersen-radiotherapie hadden ondergaan. De mediane grootte van de metastasen was 2,9 cm (range 0,6-8,1). De patiënten kregen adjuvante FSRT in uiteenlopende doseringen van 25 tot 36 Gy in vijf of zes fracties. De mediane follow-up was 16 maanden (range 3-60).

De twee-jaars lokale controle onder alle lesies was 83%. In de lesies die 30 tot 36 Gy in vijf of zes fracties hadden gekregen (overeenkomend met BED10 48 tot 57,6 Gy10) bedroeg de twee-jaars lokale controle 95,1%; en in de lesies die 25 Gy in vijf fracties hadden gekregen (BED10 37,5 Gy10) bedroeg de twee-jaars lokale controle 59,1% (p<0,001). Lokale controle was niet geassocieerd met grootte van de resectieholte. De één-jaars overall survival was 68,7% en was onafhankelijk van de BED10. Symptomatische stralingsnecrose werd gezien in 7,9% van de patiënten; niet geassocieerd met de dosering.

De onderzoekers concluderen dat hoge-dosering FSRT geassocieerd was met betere lokale controle dan lagere-dosering FSRT. Een regime met 25 Gy in vijf fracties was niet adequaat voor het controleren van microscopische ziekte, terwijl 30 Gy in vijf fracties excellente tumorbedcontrole leverde.

1.Musunuru HB, Witt JS, Yadav P et al. Impact of adjuvant fractionated stereotactic radiotherapy dose on local control of brain metastases. J Neuro-Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A study at the University of Wisconsin Carbone Cancer Center (Madison) investigated th impact of adjuvant fractionated stereotactic radiotherapy dose on local control of brain metastases in the post-operative setting. High-dose FSRT (BED10 > 37.5 Gy10) regimens were associated with a significantly higher rate of local control compared to lower BED regimens. Overall, 25 Gy in 5 fraction was not an adequate dose to control microscopic disease, while 30 Gy in 5 fractions provided excellent tumor bed control.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chemotherapie-vrije behandeling van stadium III NSCLC: hypogefractioeerde versus conventionele radiotherapie (0)
2019-10-14 11:58   ( Nieuws )
Tags:  stage III NSCLC chemotherapy free treatment hypofractionated versus conventional RT
Dr. Annemarie ShepherdPatiënten met niet-resectabel lokaal-gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom die geen kandidaat zijn voor chemotherapie of chemotherapie afwijzen krijgen vaak alleen radiotherapie (RT), en in toenemende mate hypogefractioneerde RT (HFRT). Een analyse van de National Cancer Database heeft uitkomsten van HFRT voor deze patiënten vergeleken met uitkomsten van conventionele RT (CFRT). Dr. Annemarie Shepherd (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York)en collega’s publiceren de analyse online in Acta Oncologica.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 6490 patiënten die alleen RT kregen voor stadium III NSCLC gediagnostiseerd tussen begin 2004 en eind 2014. Onder deze patiënten waren er 5378 (83%) die CFRT kregen, gedefinieerd als een totale dosering van 60 tot 80 Gy in dagelijkse fracties van 1,8 tot 2 Gy. Er waren 1112 patiënten (17%) die HFRT kregen, gedefinieerd als totale dosering van 50 tot 80 Gy in fracties van 2,25 tot 4 Gy. De mediane CFRT-dosering in de analyse was 66 Gy in 2-Gy fracties, en de mediane HFRT-dosering was 58,5 Gy in 2,5-Gy fracties. HFRT was geassocieerd met hogere leeftijd, lagere biologisch effectieve dosering, behandeling in een academisch centrum, hoger T-stadium, en lager N-stadium. In niet-gecorrigeerde analyse was HFRT geassocieerd met slechtere overall survival dan CFRT (mediaan 9,9 versus 11,1 manden; p<0,001), maar na correctie voor leeftijd, BED10, T-stadium, en N-stadium was in propensity score gematchte analyse het verschil in overleving niet langer significant (p=0,1).

De onderzoekers concluderen dat in geëigende klinische context HFRT een optie kan zijn voor patiënten met lokaal-gevorderd NSCLC die geen kandidaat zijn voor chemotherapie of chirurgische resectie.

1.Iocolano M, Wild AT, Hannum M et al. Hypofractionated vs. conventional radiation therapy for stage III non-small cell lung cancer treated without chemotherapy. Acta Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database found that in the appropriate clinical context hypofractionated radiotherapy can be an option for patients with locally advanced NSCLC whot are not candidates for chemotherapy or surgical resection.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Patiënt-gerapporteerde uitkomsten met alectinib versus crizotinib voor ALK-positief NSCLC (0)
2019-10-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ALEX study PRO analysis non-small cell lung cancer alectinib versus crizotinib
Porf. Solange PetersDe multinationale fase 3-studie ALEX randomiseerde patiënten met niet-eerder behandeld ALK-mutatiepositief NSCLC naar alectinib 600 mg of crizotinib 250 mg tweemaal daags tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit optrad. In 2017 is gepubliceerd dat de progressievrije overleving significant langer was met alectinib dan met critozinib. Prof. Solange Peters (Universiteit van Lausanne, Zwitserland) en collega’s publiceren nu online in Lung Cancer resultaten van een analyse van patient-reported outcomes (PROs) in de studie.1

De PRO-gegevens werden verkregen met de EORTC QLQ-C30 en LC13 vragenlijsten. De vooraf-gespecificeerde PRO-eindpunten waren gemiddelde verandering ten opzicht van baseline in symptomen, HRQOL, en functioneren, en tijd tot verslechtering (TTD) van hoest, dyspnoe, pijn op de borst, pijn in arm of schouder, vermoeidheid, en een composiet van hoest-dyspnoe-chest pain. De scores werden gestandaardiseerd naar een 100 punten range, en een verandering van 10 of meer punten werd gedefinieerd als klinisch relevant.

De vragenlijsten werden beantwoord door 100 patiënten in de alectinib-arm (66% van alle alectinib-patiënten in ALEX) en 97 patiënten in de crizotinib-arm (64%). Gemiddeld rapporteerden de alectinib-patiënten gedurende langere tijd dan de crizotinib-patiënten klinisch relevante verbetering van longkankersymptomen, met between-treatment differences vanaf 45 weken (de tijd van de mediane PFS met crizotinib). Er was geen significant verschil in TTD voor het composiet-eindpunt. De duur van klinisch relevante verbetering van HRQOL was langer met alectinib dan met crizotinib (mediaan 88 versus 68 weken). De patiënt-gerapporteerde tolerabiliteit was beter met alectinib dan met crizotinib.

De onderzoekers concluderen dat de eerder gepubliceerde betere werkzaamheid van alectinib versus crizotinib niet geassocieerd was met slechtere PROs.

1.Pérol M, Pavlakis N, Levchenko E et al. Patient-reported outcomes from the randomized phase III ALEX study of alectinib versus crizotinib in patients with ALK-positive non-small-cell lung cancer. Lung Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study ALEX randomized patients with untreated ALK-positive NSCLC to alectinib or crizotinib, and showed that the PFS was significantly better in the alectinib group. Patient-reported outcomes of the study have now been published. Patients in the alectinib group reported clinically meaningful improvements in lung cancer symptoms and in HRQOL for longer than patients in the crizotinib group.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

MicroRNA-signaturen in cerebrospinale vloeistof als diagnostische biomarkers voor hersentumoren (0)
2019-10-13 13:29   ( Nieuws )
Tags:  brain tumors cerebrospinal fluid microRNA signatures
Prof. Ondrej SlabyEen studie van Masaryk Universiteit in Brno (Tsjechië) was gericht op het identificeren van microRNAs in cerebrospinale vloeistof (CSF miRNAs) die patiënten met specifieke hersentumoren kunnen onderscheiden van patiënten met andere typen hersentumoren en van personen zonder hersentumoren. Prof. Ondrej Slaby en collega’s publiceren de studie online in Cancers.1 De studie includeerde 175 patiënten met glioblastomen, laaggradige gliomen, meningiomen, en hersenmetastasen van extracraniële maligniteiten, en als controlepersonen 40 patiënten met hydrocefalus zonder tumor.

In het discovery cohort van 70 patiënten en 19 controlepersonen identificeerden de onderzoekers met high-throughput miRNA profilering specifieke miRNA-signaturen voor alle onderzochte typen hersentumoren. Ze valideerden 9 van deze kandidaat miRNAs in het validation cohort van 105 patiënten en 21 controlepersonen. Combinaties van niveaus van 5 miRNAs in het CSF konden de verschillende tumortypen van elkaar onderscheiden.

De onderzoekers concluderen dat de studie miRNA-profielen heeft geïdentificeerd die kunnen worden gebruikt voor het weinig-invasieve diagnostiseren van verscheidenen hersentumoren.

1.Kopkova A, Sana J, Machakova T et al. Cerebrospinal fluid microRNA signatures as diagnostic biomarkers in brain tumors. Cancers 2019;11:1546

Summary: A study at Masaryk University of Brno (Czech Republic) identified cerebrospinal fluid microRNA signatures as diagnostic biomarkers for brain tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van studies van verlenging van adjuvante aromataseremmertherapie voor HR-positief mammacarcinoom (0)
2019-10-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  HR-positive breast cancer extension of aromatase inhibitor therapy
Endocriene therapie met aromataseremmers (AIs) is de meest toegepaste adjuvante behandeling voor HR-positief mammacarcinoom in postmenopauzale patiënten. De ziekte heeft een aanhoudend risico van recidief gedurende tenminste vijftien jaar na de diagnose. Verlenging van de AI-behandeling na voltooiing van de aanvankelijke standaard adjuvante AI-therapie kan wellicht het risico van recidief verlagen. Een meta-analyse van gerandomiseerde gecontroleerde studies in de literatuur en relevante proceedings van congressen heeft deze hypothese getoetst. Dr. Wu Ding (Tweede Ziekenhuis van Shaoxing, China) en collega’s publiceren de meta-analyse online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De onderzoekers identificeerden acht voor het onderwerp relevant RCTs met tezamen 15.699 patiënten. In de armen met verlengde AI-therapie versus standaard duur van de therapie was er een significant gunstigere ziektevrije overleving (RR 0,79; 95%-bti 0,68-0,91), afstandsrecidiefvrije overleving (0,75;0,58-0,96), en contralaterale ziektevrije overleving (0,53; 0,40-0,70), maar geen significant betere overall survival (1,00; 0,99-1,01), niet-mammacarcinoom gerelateerde mortaliteit (1,16; 0,96-1,41), en lokaal recidiefvrije overleving (0,82; 0,64-1,06). Onder patiënten met tumoren groter dan 2 cm, klierpositieve ziekte, en eerder gebruik van chemotherapie was de DFS-winst met verlengde therapie versus standaard duur van de therapie groter dan onder patiënten met minder hoog-risico kenmerken. Verlenging van de AI-therapie was geassocieerd met verhoogd risico van botpijn (RR 1,26; p=0,003), fracturen (RR 1,59; p=0,002), osteoporose (RR 1,53; p=0,005), myalgie (RR 1,26; p=0,02) en discontinuering van de behandeling wegens adverse events (RR 1,51; p=0,0009).

De onderzoekers concluderen dat na standaard adjuvante AI-therapie, verlenging van de AI-therapie geassocieerd was met DFS-winst onder postmenopauzale patiënten met vroeg-stadium mammacarcinoom, vooral onder patiënten met hoog-risico kenmerken.

1.Qian X, Li Z, Ruan G et al. Efficacy and toxicity of extende aromatase inhibitors after adjuvant aromatase inhibitors-containing therapy for hormone-receptor-positive breast cancer: a literature-based meta-analysis of randomized trials. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of randomized controlled trials found that after initial standard adjuvant aromatase inhibitor therapy, extended AI therapy could bring a further DFS benefit for postmenopausal patients with early-stage HR-positive breast cancer, especially for patients with high-risk characteristics. Extended AI therapy was also associated with higher risk of bone pain, fractures, osteoporosis, myalgia, and treatment discontinuation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adjuvante vaginale brachytherapie plus chemotherapie versus pelvische radiotherapie voor vroeg-stadium endometriumcarcinoom (0)
2019-10-12 15:00   ( Nieuws )
Tags:  early-stage endometrial cancer
Dr. Christina SonStandaard-behandelingen voor vroeg-stadium endometriumcarcinoom zijn adjuvante vaginale brachytherapie plus chemotherapie (VBT + CT) en pelvische radiotherapie (WPRT). Een analyse van de National Cancer Database heeft beide behandelingen vergeleken voor verschillende subgroepen van patiënten. Dr. Christina Son (University of Chicago IL) en collega’s publiceren de analyse online in Gynecologic Oncology.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 4602 patiënten, van wie 41% VBT + CT kreeg en 59% WPRT. Onder alle patiënten tezamen was VBT + CT geassocieerd met betere overleving dan WPRT (drie-jaars OS 89,6% versus 87,8%; HR 1,24; p=0,04). In subgroepanalyse hadden patiënten met sereuze histologie meer profijt van VBT + CT, terwijl patiënten met hooggradige ziekte zonder lymfeklierdissectie overlevingsvoordeel hadden met WPRT. Na exclusie van patiënten met sereuze histologie was er geen significant verschil in overleving na VBT + CT versus WPRT.


De onderzoekers concluderen dat VBT + CT geassocieerd was met betere overleving van patiënten met vroeg-stadium sereus endometriumcarcinoom. Onder patiënten met niet-sereuze histologie was er geen significant verschil in overlevingsimpact van beide behandelingen, hoewel patiënten met hooggradige ziekte en geen klierdissectie meer baat hadden bij WPRT.

1.Tatebe K, Hasan Y, Son CH. Adjuvant vaginal brachytherapy and chemotherapy versus pelvic radiotherapy in early-stage endometrial cancer: outcomes by risk factors. Gynecol Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A National Cancer Database analysis compared adjuvant vaginal brachytherapy plus chemotherapy versus pelvic radiotherapy for early-stage endometrial cancer. VBT + CT was associated with superior survival outcomes in patients with serous carcinoma. For non-serous histology, treatment modality was not associated with a difference in survival, although patients with high-grade disease and no nodal dissection experienced benefit from EBRT.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Genexpressieprofielen van gelokaliseerd- en gevorderd-stadium folliculair lymfoom (0)
2019-10-12 13:29   ( Nieuws )
Tags:  follicular lymphoma gene expression profiles localized versus advanced stage
Prof. German OttEr is relatief veel informatie beschikbaar over de genetische achtergrond van folliculair lymfoom (FL) dat wordt gediagnostiseerd in gevorderd stadium (stadium III/IV). Er is veel minder bekend over de genetische achtergrond van gelokaliseerd FL (stadium I/II). Een multicenterstudie in Duitsland heeft genexpressieprofielen (GE) onderzocht van gelokaliseerd- en gevorderd-stadium FL die uniform werden behandeld in fase 3-studies van de Duitse Laaggradig Lymfoom Studiegroep. Prof. German Ott (Robert Bosch Krankenhaus, Stuttgart) en collega’s publiceren de studie online in Blood.1

De onderzoekers voerden targeted GE-profilering uit van 184 genen in FLs van 110 patiënten met gelokaliseerd-stadium ziekte en 556 patiënten met gevorderd-stadium ziekte. De onderzoekers slaagden er niet in een prognostisch GE-signatuur te identificeren in gevorderd-stadium FL. Het was wel mogelijk om GE-profielen te definiëren die robuust onderscheid konden leveren tussen gelokaliseerd- en gevorderd-stadium FL (AUC 0,98). Onder de patiënten met gelokaliseerde ziekte had 3% een ‘gevorderd-stadium GE’; deze patiënten hadden inferieure faalvrije overleving (p=0,0003). Onder de patiënten met gevorderd-stadium ziekten had 7% een ‘gelokaliseerd-stadium GE’; deze patiënten hadden langere faalvrije overleving (p=0,017) en overall survival (p=0,072)

De onderzoekers concluderen dat de studie het concept van biologisch verschil tussen gelokaliseerd-stadium en gevorderd-stadium FL steunt.

1.Staiger AM, Hoster E, Jurinovic V et al. Localized and advanced stage follicular lymphomas differ in their gene expression profiles. Blood 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in Germany compared gene expression profiles of follicular lymphoma diagnosed in localized versus advanced stage. It was possible to define robust GE signatures discriminating both groups. The 3% of samples harboring an ‘advanced-stage signature’ in the localized-stage cohort had inferior failure-free survival p=0.0003), while the 7% of samples with a ‘localized-stage signature’ in the advanced-stage cohort had prolonged failure-free (p=0.017) and overall (p=0.072) survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trifluridine-tipiracil versus placebo na al of niet gastrectomie voor eerder-behandeld metastatisch GC/GEJC (0)
2019-10-12 11:57   ( Nieuws )
Tags:  TAS-102 Gastric Study subgroup analysis metastatic gastric or gastroesophageal junction cancer
Dr. David IlsonDe TAS-102 Gastric Study was een multinationale (110 centra in zeventien landen) fase 3-studie die patiënten met eerder-behandeld metastatisch carcinoom van maag of maag-slokdarmovergang (mGC/GEJC) 2:1 randomiseerde naar trifluridine/tipiracil (TAS-102; 35 mg/m2 tweemaal daags op dagen één tot en met vijf en acht tot en met twaalf van vier-weekse cycli) of placebo. Vorig jaar is gepubliceerd dat de overall survival significant langer was in de TAS-102 arm dan in de placebo-arm. Een subgroepanalyse van de studie heeft nu onderzocht wat de impact was van eerdere gastrectomie op de werkzaamheid van TAS-102. Dr. David Ilson (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Oncology.1

De studie randomiseerde 507 patiënten (369 mannen; gemiddelde leeftijd 62,5 ± 10,5 jaar) onder wie 221 (43,6%) die gastrectomie hadden ondergaan. In de gastrectomie-subgroep was de OS-HR (TAS-102 versus placebo) 0,57 (95%-bti 0,41-0,79) en de PFS-HR 0,48 (95%-bti 0,35-0,65). In de no gastrectomy subgroup was de OS-HR 0,80 (95%-bti 0,60-1,06) en de PFS-HR 0,65 (95%-bti 0,49-0,85). Graad 3 of hoger adverse events (vooral neutropenie, anemie, en leukopenie) werden in de TAS-102 arm gezien in 84,1% van de gastrectomie-subgroep versus 76,3% van de no gastrectomy subgroup. Doseringsmodificaties waren in de TAS-102 arm vereist in 64,8% van de gastrectomie-subgroep versus 53,2% van de no gastrectomy subgroup, en discontinuering vanwege AEs kwam voor in 10,3% van de gastrectomiesubgroep versus 14,7% van de no gastrectomy subgroup.

De onderzoekers concluderen dat de TAS-102 behandeling verdragen werd en werkzaam was voor eerder-behandeld mGC/GEJC ongeacht eerdere gastrectomie.

1.Ilson DH, Tabernero J, Prokharau A et al. Efficacy and safety of trifluridine/tipiracil treatment in patients with metastatic gastric cancer who had undergone gastrectomy. Subgroup analyses of a randomized clinical trial. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A subgroup analysis of the multinational phase 3 TAS-102 Gastric Study found that trifluridine-tipiracil was a safe and effective treatment option for pretreated metastatic gastric or gastroesophageal junction cancer regardless of previous gastrectomy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)