Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Nederland-brede cohortstudie van eerstelijns TKIs voor gevorderd NSCLC met EGFR-mutatie (0)
2020-05-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EGFR mutated NSCLC first-line TKIs
Dr. Rolof GijtenbeekDe meeste studies van werkzaamheid van tyrosinekinaseremmers voor niet-kleincellig longcarcinoom met EGFR-mutaties zijn uitgevoerd in geselecteerde series van Aziatische patiënten. Een Nederland-brede cohortstudie heeft werkzaamheid van eerstelijns EGFR-TKIs voor gevorderd EGFR-gemuteerd NSCLC in een grote populatie van blanke patiënten geëvalueerd. Dr. Rolof Gijtenbeek (Medisch Centrum Leeuwarden) en collega’s publiceren de studie online in Clinical Lung Cancer.1

In de NKR-database identificeerden de onderzoekers 873 patiënten met een diagnose stadium IV EGFR-gemuteerd NSCLC tussen begin 2015 en eind 2017. Onder deze patiënten waren er 596 (68%) die eerstelijns behandeling met regular TKIs kregen. Van deze patiënten was 45% zeventig jaar of ouder, en had 54% afstandsmetastase in meerdere organen. De mediane overall survival was 20,2 maanden. In multivariate analyse was de OS significant slechter in mannen, ouderen, patiënten met slechtere performance, en patiënten met drie of meer organen met metastasen. Vergeleken met erlotinib was de OS slechter met gefitinib (gecorrigeerd HR 1,30; 95%-bti 1,02-1,64), vooral in patiënten met hersenmetastase.

De onderzoekers concluderen dat Nederlandse patiënten die eerstelijns EGFR-TKIs kregen voor stadium IV EGFR-gemuteerd NSCLC een mediane OS hadden van 20,2 maanden. In patiënten met hersenmetastasen was erlotinib superieur aan gefitinib.

1.Gijtenbeek RGP, Damhuis RAM, Groen HJM et al. Nationwide real-world cohort study of first line tyrosine kinase inhibitor treatment in epidermal growth factor receptor mutated non-small cell lung cancer. Clin Lung Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A nationwide study in The Netherlands found that among stage IV EGFR-mutated NSCLC patients first-line treatment with EGFR-TKIs resulted in median OS of 20.2 months. In patients with brain metastasis, erlotinib was superior to gefitinib.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve studie van chemotherapie met of zonder FSRS voor bevacizumab-resistent hooggradig glioom (0)
2020-05-23 13:30   ( Nieuws )
Tags:  bevacizumab-resistant high-grade glioma fractionated stereotactic radiosurgery
Dr. Tobias WalbertPatiënten met recidiverend hooggradig glioom (HGG) met progressie op bevacizumab (BEV) hebben een slechte prognose. Er zijn aanwijzingen voor een gunstig effect van gefractioneerde stereotactische radiochirurgie (FSRS) in deze setting, maar er is voor deze strategie geen prospectieve evidentie. Een prospectieve gerandomiseerde studie van Henry Ford Health System (Detroit MI) heeft de waarde onderzocht van toevoegen van FSRS aan BEV-gebaseerde chemotherapie voor BEV-resistent recidiverend maligne glioom. Dr. Tobias Walbert en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 29 patiënten met glioblastoom (WHO IV) en 6 met anaplastisch glioom (WHO III) met tumorprogressie op BEV. De patiënten hadden mediaan drie eerdere lijnen behandeling gehad (minimaal twee). De patiënten werden gerandomiseerd naar BEV-gebaseerde chemotherapie (bevacizumab met irinotecan, etoposide, temozolomide, of carboplatine) met of zonder FSRS naar het klinisch target volume (vier fracties van 8 Gy in twee weken). Primaire eindpunten waren lokale controle (LC) na twee maanden en progressievrije overleving. De twee-maands LC was 82% in de FSRS+chemotherapie arm versus 27% in de alleen-chemotherapie arm (p=0,002); de mediane PFS was 5,1 maanden versus 1,8 maanden (p<0,001); en de mediane overall survival was 7,2 maanden versus 4,8 maanden (p=0,11).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van FSRS aan BEV-gebaseerde chemotherapie voor recidiverend hooggradig glioom feasible was en resulteerde in verbetering van LC en PFS.

1.Bergman D, Modh A, Schultz L et al. Randomized prospective trial of fractionated stereotactic radiosurgery with chemotherapy versus chemotherapy alone for bevacizumab-resistant high-grade glioma. J Neuro-Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Henry Ford Health System (Detroit, MI) found that addition of fractionated stereotactic radiosurgery to bevacizumab-based chemotherapy for recurrent high-grade glioma progressing on bevacizumab was feasible and improved local control and progression-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Genomische identificatie van homologe-recombinatiedeficiëntie van mPDAC: waarde voor behandelkeuze (0)
2020-05-23 11:59   ( Nieuws )
Tags:  metastatic pancreatic ductal adenocarcinoma genomic identification of HRD treatment selection
Dr. Eileen O'ReillyMetastatisch pancreas ductaal adenocarcinoom (mPDAC) heeft een slechte prognose, met een relatieve vijf-jaars overleving van 2,9%. De standaard-behandeling voor mPDAC omvat platinagebaseerde chemotherapie. Er zijn echter geen gevalideerde biomarkers die voorspellen welke patiënten profijt hebben van deze behandeling. Een studie in New York (Memorial Sloan Kettering Cancer Center en Weill Cornell Medical College) heeft onderzocht of genomisch-bepaalde homologe-recombinatiedeficiëntie (HRD) kan dienen als een dergelijke biomarker. Dr. Eileen O’Reilly (MSKCC) en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 262 mPDAC-patiënten. De onderzoekers vonden mutaties in homologe-recombinatiegenen in 50 patiënten (19%; 15% kiemlijnmutaties en 4% somatische mutaties). De mediane follow-up was 21,9 maanden. De mediane overall survival was 15,5 maanden (95%-bti 14,6-19) en de mediane progressievrije overleving was 7,0 maanden (6,1-8,1). Patiënten met HRD hadden betere PFS vergeleken met patiënten zonder HRD als ze eerstelijns platinagebaseerde chemotherapie kregen (HR 0,44; p<0,01) maar niet als ze eerstelijns niet-platinagebaseerde chemotherapie kregen. Biallelische HR-genmutaties, en mutaties in BRCA1/2 of PALB2 versus andere mutaties in andere HR-genen, waren geassocieerd met betere PFS op eerstelijns platinagebaseerde chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat genomisch bepaalde pathogene mutaties in HR-genen in mPDAC geassocieerd waren met beste uitkomst van eerstelijns platinagebaseerde chemotherapie.

1.Park W, Chen J, Chou JF et al. Genomic methods identify homologous recombination deficiency in pancreas adenocarcinoma and optimize treatment selection. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A study in New York (Memorial Sloan Kettering Cancer Center and Weill Cornell Medical College) found that analysis of pathogenic homologous recombination gene mutations identified homologous recombination deficiency in mPDAC. Patients with HRD compared with no HRD had improved PFS when treated with first-line platinum (HR 0.44; p<0.01), but not with first-line non-platinum.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Patronen en voorspellers van maligniteiten-gerelateerde vermoeidheid in patiënten met ovarium- of endometriumcarcinoom (0)
2020-05-22 14:58   ( Nieuws )
Tags:  ovarian or endometrial cancer cancer-related fatigue
Dr. Hanneke PoortVermoeidheid is een veel-gerapporteerd symptoom van patiënten met gynecologische maligniteiten. Het is niet duidelijk of deze klacht na verloop van tijd spontaan verdwijnt. Een prospectieve cohortstudie in ziekenhuizen in Nederland heeft longitudinale patronen en voorspellers van vermoeidheid geïnventariseerd onder patiënten met ovarium- of endometriumcarcinoom. Dr. Hanneke Poort (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie online in Cancer.1

De studie includeerde 81 vrouwen met nieuw-gediagnostiseerd ovariumcarcinoom en 181 vrouwen met nieuw-gediagnostiseerd endometriumcarcinoom zonder progressie of recidief binnen een jaar na voltooiing van de behandeling. Na chirurgie, na zes maanden, en na twaalf maanden gaven de patiënten informatie over vermoeidheid, depressie, en angst/ongerustheid door beantwoorden van FAS- en HADS-vragenlijsten. Bijna de helft (48%) van de deelneemsters hadden klinisch significante vermoeidheid (score 22-50) na chirurgie. Zes en twaalf maanden later was dit het geval voor 44% respectievelijk 39%. In de loop van de tijd werden zes vermoeidheidspatronen gezien: altijd laag (37%), altijd hoog (25%), hoog gevolgd door resolutie (18%), nieuw ontstaan (10%), fluctuerend (6%), en incidenteel (5%). Patiënten met vermoeiheid na chirurgie hadden verhoogde waarschijnlijkheid van vermoeidheid na twaalf maanden (versus anderen OR 6,08; p<0,001). Patiënten met depressieklachten hadden ook hogere waarschijnlijkheid van vermoeidheid (OR 3,36; p=0,039), hoewel slechts eenderde van de patiënten met vermoeidheid depressieklachten rapporteerde.

De onderzoekers concluderen dat 48% van de patiënten na chirurgie klinisch significante klachten van vermoeidheid hadden; na een jaar was dit nog het geval voor 39%, hetgeen suggereert dat spontane regressie van deze klacht niet veel voorkwam.

1.Poort H, de Rooij BH, Uno H et al. Patterns and predictors of cancer-related fatigue in ovarian and endometrial cancers: 1-year longitudinal study. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A prospective cohort study in The Netherlands found that nearly half of women with gynecological cancers had clinically significant fatigue after surgery, whereas 44% and 39% had fatigue 6 months and 1 year later.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gepersonaliseerd-neoantigeenvaccin monotherapie voor gevorderde solide tumoren (0)
2020-05-22 14:00   ( Nieuws )
Tags:  various types of advanced solid tumors personalized neoantigen vaccine monotherapy
Prof. Shuqing ChenVanwege hun hoge tumorspecificiteit en immunogeniciteit worden neoantigenen beschouwd als veelbelovende targets voor immuuntherapie voor maligniteiten. Met neoantigeen-gebaseerde vaccins zijn resultaten geboekt in verschillende tumortypen. Een studie van de universiteit van Zhejiang (China) heeft veiligheid en werkzaamheid onderzocht van een nieuw-ontwikkeld peptide-gebaseerd neoantigeenvaccin voor gevorderde solide tumoren. Prof. Shuqing Chen en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 22 patiënten met gevorderde maligniteiten. De onderzoekers ontwikkelden het neoantigeen-vaccin (iNeo-Vac-P01) op basis van whole exome sequencing van DNA uit tumoren en perifeer-bloedcellen. De patiënten kregen het vaccin subcutaan toegediend op dagen 1, 4, 8, 15, en 22 (prime phase) en 78 en 162 (boost phase) en vervolgens iedere twee tot drie maanden aan de hand van ingeschat profijt van de individuele patiënt. Twintig patiënten hadden geen of milde adverse events, en twee hadden graad 3 of 4 allergische reacties, maar pas na hun zesde boost vaccinatie. De behandeling resulteerde in disease control rate 71,4%, mediane progressievrije overleving 4,6 maanden, en twaalf-maands overall survival 55,1% (dus mediane OS niet bereikt).

De onderzoekers concluderen dat iNeo-Vac-P01 als monotherapie voor gevorderde solide tumoren feasibel en veilig was en veelbelovende antitumor-werkzaamheid had.

1.Fang Y, Mo F, Shou J et al. A pan-cancer clinical study of personalized neoantigen vaccine monotherapy in treating patients with various types of advanced solid tumors. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A study at the University of Zhejiang (China) found feasibility, safety, and efficacy (disease control rate 71.4%, median PFS 4.6 months, median OS not reached) of a peptide-based neoantigen vaccine for advanced solid tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van adjuvante therapie op uitkomsten na borstsparende chirurgie in vrouwen ouder dan 70 jaar (0)
2020-05-22 13:00   ( Nieuws )
Tags:  breast-conserving therapy in women over 70 impact of adjuvant therapies on outcomes
Prof. Jean-Philippe PignolVrouwen ouder dan zeventig jaar die borstsparende chirurgie (BCS) krijgen voor vroeg-stadium mammacarcinoom krijgen gewoonlijk adjuvante endocriene therapie en radiotherapie aangeboden. In eerdere studies zijn aanwijzingen gezien voor het veilig achterwege kunnen laten van adjuvante radiotherapie in deze laag-risico populatie. Een studie van Dalhousie University (Halifax, Canada) heeft uitkomsten vergeleken na verschillende vormen van adjuvante therapie. Prof. Jean-Philippe Pignol en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 460 patiënten ouder dan zeventig jaar die tussen begin 2003 en eind 2018 BCS kregen en voldeden aan de inclusiecriteria pT1N0, invasieve ziekte met negatieve marges, en geen chemotherapie. Het primaire eindpunt van de studie was lokaal recidief. Patiënten die geen adjuvante therapie kregen hadden slechtere lokaal-recidiefvrije overleving dan patiënten die tenminste één vorm van adjuvante therapie kregen (p<0,05). Lokaal recidief na vijf jaar werd gezien in 0,8% van de patiënten die zowel endocriene therapie als radiotherapie kregen, in 1,5% van de patiënten die alleen radiotherapie kregen, in 4,2% van de patiënten die alleen endocriene therapie kregen, en in 12% van de patiënten die geen adjuvante therapie kregen.

De onderzoekers concluderen dat de resultaten van de studie suggereren dat enige vorm van adjuvante therapie de oncologische uitkomsten verbetert na BCS voor vroeg-stadium mammacarcinoom in vrouwen ouder dan zeventig jaar.

1.Dahn H, Wilke D, Walsh G, Pignol J-P. Radiation and/or endocrine therapy? Recurrence and survival outcomes in women over 70 with early breast cancer after breast-conserving therapy. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Dalhousie University (Halifax, Canada) compared outcomes of various forms of adjuvant therapy after breast-conserving surgery for early breast cancer in women over 70 years of age. Five-year local recurrence rates werd 0.8% with both endocrine and radiation therapy, 1.5% with radiation alone, 4.2% with endocrine therapy alone, and 12% with no adjuvant therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van nivolumab versus bevacizumab voor recidiverend glioblastoom (0)
2020-05-22 11:40   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 143 study recurrent glioblastoma nivolumab versus bevacizumab
Prof. David ReardonPatiënten met glioblastoom hebben een slechte prognose, met vijf-jaars overleving van minder dan 10% van de patiënten. Vrijwel alle patiënten hebben recidief na standaard chirurgische resectie, radiotherapie, en temozolomide.Behandelopties na recidief zijn beperkt, en er is geen therapie bekend die de overleving na recidief verbetert. In andere typen maligniteiten is werkzaamheid van immuuncheckpointremmers gezien, en in muismodellen van glioom is ook werkzaamheid van ICIs gezien. De multinationale fase 3-studie CheckMate 143 heeft de werkzaamheid van nivolumab voor recidiverend glioblastoom onderzocht. Prof. David Reardon (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De studie includeerde patiënten met een eerste recidief van glioblastoom na standaard radiotherapie en temozolomide. Ze werden gerandomiseerd naar nivolumab 3 mg/kg (n=184) of bevacizumab 10 mg/kg (n=185), intraveneus iedere twee weken. De behandeling werd voortgezet tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival. De mediane follow-up was 9,5 maanden. De figuur laat zien dat de mediane OS 9,8 maanden was met nivolumab versus 10,0 maanden met bevacizumab (HR 1,04;p=0,76). De twaalf-maands OS was 42% in beide groepen. De mediane progressievrije overleving was 1,5 maanden met nivolumab versus 3,5 maanden met bevacizumab (HR 1,97; p<0.001)De ORR was 23,1% in de bevacizumabgroep versus 7,8% in de nivolumabgroep. Graad 3 of 4 TRAEs werden gezien in 18,1% van de patiënten in de nivolumabgroep versus 15,2% van de patiënten in de bevacizumabgroep. Er waren geen onverwachte TRAEs en geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat de overleving van patiënten met eerste recidief van glioblastoom even lang was met nivolumab als met bevacizumab.

1.Reardon DA, Brandes AA, Omuro A et al. Effect of nivolumab vs bevacizumab in patients with recurrent glioblastoma. The CheckMate 143 phase 3 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study CheckMate 143 randomized patients with first recurrence of glioblastoma to nivolumab versus bevacizumab. The median OS was 9.8 months with nivolumab versus 10.0 months with bevacizumab (p=0,76).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van neoadjuvant mFOLFIRINOX en postoperatief gemcitabine voor borderline-resectabel PDAC (0)
2020-05-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  borderline resectable pancreatic cancer neoadjuvant mFOLFIRINOX and postoperative gemcitabine
Patiënten met borderline-resectabel pancreas ductaal adenocarcinoom (BR-PDAC) hebben slechte uitkomsten met upfront chirurgie. Een fase 2-studie in Zuid-Korea heeft de waarde onderzocht van neoadjuvant gemodificeerd FOLFIRINOX en postoperatief gemcitabine. Prof. Song Cheol Kim (Asan Medisch Centrum, Seoel) en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1


De studie includeerde 44 chemotherapie- en radiotherapie-naïeve patiënten met BR-PDAC. De patiënten kregen acht cycli neoadjuvant mFOLFIRINOX. Objectieve respons werd gezien in vijftien patiënten (34,1%) en 27 patiënten (61,4%) ondergingen chirurgie met curatieve intentie, gevolgd door zes cycli gemcitabine. De mediane duur van follow-up was 20,6 maanden. De mediane progressievrije overleving was 12,2 maanden (95%-bti 8,9-15,5) en de mediane overall survival was 24,7 maanden (12,6-36,9). De één-jaars PFS (primair eindpunt) was 52,3%. Hogere niveaus van CD14+ monocyten en lagere niveaus van CD69+ γδ T-cellen waren geassocieerd met slechtere OS.

De onderzoekers concluderen dat een regime van neoadjuvant mFOLFIRINOX en postoperatief gemcitabine voor BR-PDAC feasible en effectief was.

1.Yoo C, Lee SS, Song KB et al. Neoadjuvant modified FOLFIRINOX followed by postoperative gemcitabine in borderline resectable pancreatic adenocarcinoma: a phase 2 study for clinical and biomarker analysis. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study in South Korea found feasibiliby and efficacy of neoadjuvant mFOLFIRINOX and postoperative gemcitabine for borderline resectable pancreatic dutal adenocarcinoma. The median PFS was 12.2 months and the median OS was 24.7 months.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)