Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 2-studie van axitinib voor metastatisch squameus celcarcinoom van hoofd en hals (0)
2020-10-22 13:00   ( Nieuws )
Tags:  R M HNSCC axitinib
Prof. Francis WordenEr zijn slechts beperkte behandelopties voor niet-resectabel recidiverend of metastatisch squameus celcarcinoom van hoofd en hals (R/M HNSCC). De vascular endothelial growth factor speelt een centrale rol in de tumorigenese en immuunsuppressie in R/M HNSCC. Axitinib is een sterke remmer van VEGFR1, VEGFR2, VEGFR3, PDGFR, en c-kit. Een fase 2-studie van de University of Michigan (Ann Arbor) heeft axitinib voor R/M HNSCC geëvalueerd. Prof. Francis Worden en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde 29 patiënten, onder wie 28 in wie de respons kon worden beoordeeld (volgens de Choi criteria). De patiënten waren zwaar voorbehandeld, met 61% die tenminste één eerdere systemische behandeling voor metastatische ziekte hadden gekregen (range 0-5). De best overall response rate op axitinib was 42%. Veranderingen in de PI3K-signaalroute waren geassocieerd met hogere respons (75% versus 17%). De mediane overall survival was 9,8 maanden, en het zes-maands OS-percentage was 70%, waarmee werd voldaan aan de vooraf-gespecificeerde criteria voor werkzaamheid.

De onderzoekers concluderen dat axitinib werkzaam was voor R/M HNSCC, en dat veranderingen in de PI3K-signaalroute een biomarker voor respons kunnen zijn.

1.Swiecicki PL, Bellile EL, Brummel CV et al. Efficacy of axitinib in metastatic head and neck cancer with novel radiographic response criteria. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at the University of Michigan (Ann Arbor) found activity of axitinib for heavily pretreated metastatic HNSCC. PI3K pathway alterations may serve as a biomarker for response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Dasatinib en blinatumomab voor Ph-positief ALL in volwassen patiënten (0)
2020-10-22 12:00   ( Nieuws )
Tags:  Ph-positive ALL in adults dasatinib plus blinatumomab
IProf. Robin Foàntroductie van ABL-specifieke tyrosinekinaseremmers heeft de uitkomsten van patiënten met Philadelphia chromosoom-positief ALL sterk verbeterd. Dasatinib is een tweedegeneratie ABL-specifiek TKI. Blinatumomab is een bispecifiek anti-CD3 en anti-CD19 monoklonaal antilichaam dat T-cellen kan binden met de anti-CD3 arm en tumorcellen kan binden met de anti-CD19 arm, en zo de T-cel naar de tumor kan brengen. Een multicenter fase 2-studie in Italië heeft de waarde onderzocht van eerstelijns inductiebehandeling met dasatinib (plus glucocorticoïden) gevolgd door consolidatie met blinatumomab voor Ph-positief ALL in volwassen patiënten. Prof. Robin Foà (Sapienza Universiteit, Rome) en collega’s publiceren de studie vandaag in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde 63 patiënten (mediane leeftij 54 jaar; range 24-82). De behandeling resulteerde in complete hematologische respons in 62 patiënten (98%). Aan het eind van de dasatinib-inductie had 29% moleculaire respons. Na twee cycli blinatumomab-consolidatie was het percentage met moleculaire respons toegenomen tot 60%, en voortzetting van de consolidatiebehandeling resulteerde in verdere toename van het percentage patiënten met moleculaire respons. Na mediaan 18 maanden follow-up was 95% van de patiënten in leven en 88% ziektevrij. Er waren 21 adverse events van graad 3 of hoger. Vierentwintig patiënten ondergingen stamceltransplantatie.

De onderzoekers concluderen dat chemotherapievrije eerstelijns inductie- en consolidatiebehandeling voor Ph-positief ALL met dasatinib en blinatumomab resulteerde in hoge percentages patiënten met moleculaire respons en overleving, met weinig graad 3 en hoger toxische effecten (quick take video).


1.Foà R, Bassan R, Vitale A et al. Dasatinib-blinatumomab for Ph-positive acute lymphoblastic leukemia in adults. N Engl J Med 2020;383:1613-1623

Summary: A multicenter phase 2 study in Italy evaluated first-line dasatinib induction plus blinatumomab consolidation for Ph-positive ALL in adult patients. The study found high rates of molecular response and survival with few grade 3 or higher toxicities (quick take video). 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Hematopoïetische stamceltransplantatie voor maligniteiten in patiënten met Nijmegen breuksyndroom (0)
2020-10-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  Nijmegen breakage syndrome HSCT
Prof. Wojciech MlynarskiNijmegen breuksyndroom (NBS) is een DNA-schadeherstelstoornis met een hoge predispositie voor hematologische maligniteiten. Een multinationale studie heeft de incidentie van maligniteiten, mortaliteit, en mogelijke werkzaamheid van hematopoïetische stamceltransplantie (HSCT) voor maligniteiten in NBS-patiënten geïnventariseerd. Prof. Wojciech Mlynarski (Medische Universiteit van Lodz, Polen) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 241 NBS-patiënten in elf landen. De cumulatieve incidentie van maligniteiten was 40% na tien jaar follow-up en 78% na twintig jaar. De meest-voorkomende maligniteit was non-Hodgkin lymfoom (63%). De twintig-jaar overall survival voor het gehele cohort was 45%. Patiënten die een maligniteit ontwikkelden hadden slechtere twintig-jaar OS dan patiënten zonder maligniteit (29,6% versus 86,2%; p<10-5). Negenenveertig patiënten ondergingen HSCT, onder wie 35 in eerste remissie van de maligniteit en 14 preëmptief voor ontwikkeling van een maligniteit. Onder de patiënten met maligniteiten was HSCT geassocieerd met beter twintig-jaar OS (42,7% versus 30,3%; p=0,038). Onder de patiënten met preëmptieve transplantatie werd slechts in één patiënt een maligniteit gediagnostiseerd (versus NBS-patiënten zonder transplantatie IRR 0,149; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat er onder NBS-patiënten een gunstig effect van HSCT in eerste remissie van een maligniteit was op lange-termijn overleving.

1.Wolska-Kusnierz B, Pastorczak A, Fendler W et al. Hematopoietic stem cell transplantation positively affects the natural history of cancer in Nijmegen breakage syndrome. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational study found a beneficial effect of HSCT in first complete remission of cancer on long-term survival of patients with Nijmegen breakage syndrome.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Linked color imaging voor endoscopische detectie van neoplasmen in farynx, slokdarm, of maag (0)
2020-10-21 14:00   ( Nieuws )
Tags:  neoplasm detection in upper gastrintestinal tract linked color imaging
Dr. Mototsugu KatoMet conventioneel wit-licht imaging (WLI)-endoscopie worden vroeg-stadium upper-GI lesies frequent gemist. Linked color imaging (LCI) is een nieuwe endoscopietechniek die het opmerken van subtiele kleurverschillen in de mucosa beter mogelijk maakt dan WLI. Een multicenter gerandomiseerde studie in Japan heeft LCI- en WLI-endoscopie voor detectie van neoplasmen in farynx, slokdarm, en maag vergeleken. Dr. Mototsugu Kato (Hakodate Ziekenhuis, Hokkaido) en collega’s publiceren de studie studie in Annals of Internal Medicine.1

De studie, uitgevoerd in negentien ziekenhuizen, includeerde 1502 patiënten die actieve surveillance ondergingen na eerdere maligniteit in het bovenste maagdarmkanaal. De patiënten werden gerandomiseerd naar WLI gevolgd door LCI endoscopie (WLI-groep; n=752) of LCI gevolgd door WLI endoscopie (LCI-groep; n=750). Het primaire eindpunt was diagnose van één of meer neoplastische lesies met de eerste endoscopie. Het secundaire eindpunt was één of meer neoplastische lesies die met de eerste endoscopie waren gemist.

De eerste endoscopie resulteerde in diagnose van tenminste één neoplastische lesie in 60 patiënten in de LCI-groep (8,0%; 95%-bti 6,2-10,2) versus 36 patiënten in de WLI-groep (4,8%; 95%-bti 3,4-6,6) overeenkomend met een risk ratio 1,67 (95%-bti 1,12-2,50). Het percentage gemiste neoplasmen was 0,67% (95%-bti 0,2-1,6) in de LCI-groep versus 3,5% (9%-bti 2,3-5,0) in de WLI-groep (risk ratio 0,19; 95%-bti 0,07-0,50).

De onderzoekers concluderen dat LCI endoscopie vergeleken met WLI endoscopie meer effectief was voor het detecteren van neoplastische lesies in de farynx, slokdarm, en maag (visual abstract).

1.Ono S, Kawada K, Dohi O et al. Linked color imaging focused on neoplasm detection in the upper gastrointestinal tract. A randomized trial. Ann Intern Med 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter randomized study in Japan found that linked color imaging endoscopy was more effective than white light imaging endoscopy for detecting neoplastic lesions in the pharynx, esophagus, and stomach (visual abstract).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Circulerend tumor DNA als vroege biomarker van progressie van metastatisch mammacarcinoom (0)
2020-10-21 13:00   ( Nieuws )
Tags:  MBC rising ctDNA as early biomarker of progression
Dr. Aditya BardiaEr is behoefte aan accurate monitoring van respons van metastatisch mammacarcinoom (MBC) op behandeling. Een studie van Massachusetts General Hospital (Boston) heeft de waarde onderzocht van ctDNA als vroege biomarker van progressie. Dr. Aditya Bardia en collega’s publiceren de studie in JCO Precision Oncology.1

De onderzoekers bepaalden met een 73-genen panel gehalten van ctDNA in gepaarde bloedmonsters van MBC-patiënten bij aanvang van de behandeling en op regelmatige tijdstippen gedurende de behandeling. Patiënten met toename van ctDNA (‘genomische progressie’) hadden een tweemaal verhoogd risico van volgende radiologische progressie (OR 2,04; p<0,0001), met een gemiddelde lead time van 5,8 weken. De positieve voorspellende waarde van genomische progressie voor radiologische of klinische progressie was 81,8% en de negatieve voorspellende waarde was 89,7%. De groep van patiënten met genomische progressie had kortere progressievrije overleving dan de groep zonder genomische progressie (mediaan 4,2 versus 8,3 maanden; HR 2,97; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat onder MBC-patiënten genomische progressie een onafhankelijke vroege voorspeller was van radiologische of klinische progressie.

1.Velimirovic M, Juric D, Niemierko A et al. Rising circulating tumor DNA as a molecular biomarker of early disease progression in metastatic breast cancer. JCO Precision Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Massachusetts General Hospital (Boston) found that among patients with metastatic breast cancer, rising ctDNA was an independent biomarker of disease progession with an average lead time over radiologic progression of 5.8 weeks.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Pembrolizumab met of zonder radiotherapie voor metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2020-10-21 12:00   ( Nieuws )
Tags:  mNSCLC pembrolizumab with or without RT
Dr. Willemijn TheelenEr zijn aanwijzingen dat radiotherapie de respons op immuuntherapie kan versterken. In de fase 2-studie PEMBRO-RT en de fase 1-2 studie MDACC fis gezien dat toevoegen van radiotherapie aan pembrolizumab voor metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC) resulteerde in klinisch profijt, zij het niet statistisch significant, mogelijk vanwege het geringe aantal patiënten in beide studies. Dr. Willemijn Theelen (NKI Amsterdam) en collega’s publiceren nu in The Lancet Respiratory Medicine een gepoolde analyse van de twee studies.1

De twee studies includeerden tezamen 148 volwassen patiënten met mNSCLC, die in PEMBRO-RT chemotherapie gekregen hadden, en in MDACC hetzij nieuw-gediagnostiseerde ziekte hadden of eerder behandeld waren. De patiënten werden gerandomiseerd naar intraveneus pembrolizumab 200 mg iedere drie weken met (n=72) of zonder (n=76) radiotherapie. Honderdvierentwintig patiënten (84%) hadden niet-squameuze histologie en 111 patiënten (75%) hadden eerder chemotherapie gekregen. In de RT groep kregen de meeste patiënten radiotherapie naar longmetastasen (39%), intrathoracale lymfeklieren (21%), en primaire longziekte (17%). Alle patiënten hadden tenminste één niet-bestraalde lesie om out-of-field (abscopale) respons te kunnen monitoren. Eindpunten van de analyse waren best abscopal response rate (ARR), percentage met abscopale ziektecontrole (ACR), progressievrije overleving, en overall survival.

De mediane follow-up was 33 maanden (IQR 32,4-33,6). De beste ARR was 19,7% met pembrolizumab versus 41,7% met pembrolizumab plus radiotherapie (OR 2,96; p=0,0039). De beste ACR in beide groepen was 43,3% versus 65,3% (OR 2,51; p=0,0071). De mediane PFS was 4,4 maanden versus 9,0 maanden (HR 0,67; p=0,045), en de mediane OS was 8,7 maanden versus 19,2 maanden (HR 0,67; p=0,0004). Er waren geen onverwachte toxiciteiten.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van radiotherapie aan pembrolizumab voor mNSCLC resulteerde in significante verbetering van responsen en uitkomsten.

1.Theelen WSME, Chen D, Verma V et al. Pembrolizumab with or without radiotherapy for metastatic non-small-cell lung cancer: a pooled analysis of two randomised trials. Lancet Respir Med 2020; epub ahead of print

Summary: Pooled analysis of the PEMBRO-RT and MDACC studies found that adding radiotherapy to pembrolizumab for mNSCLC significantly increased responses and improved outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Immuuncheckpointremmers voor maligniteiten: uitkomsten in real world versus gecontroleerde studies (0)
2020-10-20 15:00   ( Nieuws )
Tags:  real-world outcomes of ICIs for cancer Veterans Affairs System
Dr. Nathanael FillmoreOp grond van bemoedigende resultaten van gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCTs) worden steeds meer patiënten in de klinische praktijk behandeld met immuuncheckpointremmers (ICIs) voor maligniteiten. Het is niet duidelijk of de resultaten in de echte wereld vergelijkbaar zijn met die in RCTs. Dr. Nathanael Fillmore (Veterans Affairs Boston Healthcare System) en collega’s hebben uitkomsten van ICIs voor maligniteiten in het Veterans Affairs System (VA) vergeleken met uitkomsten in RCTs. Ze publiceren hun bevindingen in JCO Clinical Cancer Informatics.1

De retrospectieve studie includeerde 11.888 VA-patiënten. Dit cohort had een hogere frequentie van patiënten die in de RCTs ondervertegenwoordigd waren, zoals ouderen, niet-blanken, en/of patiënten met hogere ziektelast. Over het algemeen was de overall survival onder de VA-patiënten lager dan wat was gezien in de RCTs (rode symbolen). Na stratificatie van de VA-patiënten naar fragiliteit lag voor sommige indicaties de OS onder de niet-fragiele VA-patiënten dichter bij die van de RCT-patiënten. Vergeleken met patiënten in VA-controlecohorten was ICI-behandeling wel geassocieerd met betere OS dan standard of care.

De onderzoekers concluderen dat in het VA-cohort de OS met ICIs voor maligniteiten over het algemeen lager was dan in RCTs.

1.La J, Cheng D, Brophy MT et al. Real-world outcomes for patients treated with immune checkpoint inhibitors in the Veterans Affairs System. JCO Clin Cancer Informatics 2020; epub ahead of print

Summary: A study of real-world outcomes of ICIs for cancers in the Veterans Affairs System found that for most indications survival was lower than what was seen in clinical trials (red dots), but patients receiving ICIs still achieve longer survival compared to patients receiving standard of care.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van ras/etniciteit op incidentie en distributie van subtypen van mammacarcinoom (0)
2020-10-20 14:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer subtype incidence impact of race ethnicity
Er is geen duidelijkheid over de ras-/etniciteit-gebonden variatie in incidentie en distributie van subtypen van mammacarcinoom. Een analyse van de SEER-database heeft deze variatie geïnventariseerd. Prof. Jing Wang (Chinese Academie voor Medische Wetenschappen, Beijing) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de database identificeerden de onderzoekers 239.211 vrouwen met een diagnose primair unilateraal mammacarcinoom tussen begin 2010 en eind 2015. De mediane leeftijd was 60 jaar (IQR 50-69). In de referentiegroep van non-Hispanic white vrouwen was de jaarlijkse incidentie 31,3 per 100.000, lager dan in de groep zwarte vrouwen (IRR 1,04; p<0,001) en hoger dan in de groep Asian/Pacific Islander (IRR 0,90; p<0,001), American Indian/Alaskan native (IRR 0,82; p<0,001), en Hispanic white (IRR 0,79; p<0,001). De figuur laat de impact van ras/etniciteit op de distributie van moleculaire subtypen zien. Er waren ook significante verschillen tussen sommige groepen in incidentie van histologisch graad 1 en 2 ziekte, in pathologische patronen, en in TNM-stadia.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met mammacarcinoom ras/etniciteit van invloed is op de incidentie en op de verdeling van moleculaire subtypen, histologische graden, pathologische patronen, en TNM-stadia.

1.Kong X, Liu Z, Cheng R et al. Variation in breast cancer subtype incidence and distribution by race/ethnicity in the United States from 2010 to 2015. JAMA Network Open 2020;3:2020303

Summary: A cohort study based on SEER data of breast cancer patients found notable race/ethnicity associated disparities in incidences and proportions of molecular subtypes, grades, pathologic patterns, and TNM stages.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)