Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 2-studie van duvelisib voor refractrair indolent non-Hodgkin lymfoom (0)
2019-02-12 13:00   ( Nieuws )
Tags:  DYNAMO study iNHL duvelisib
Dr. Ian FlinnVoor indolent non-Hodgkin lymfoom (iNHL) dat refractair is geworden tegen standaard-behandelingen zijn vaak meerdere lijnen therapie vereist. De PI3K-δ en –γ remmer duvelisib is door de FDA goedgekeurd voor recidiverend of refractair CLL/SLL en folliculair lymfoom na twee of meer eerdere lijnen systemische therapie. De multinationale (zeven landen) fase 2-studie DYNAMO onderzocht de veiligheid en werkzaamheid van duvelisib voor iNHL dat refractair was tegen rituximab plus hetzij chemotherapie of radio-immuuntherapie. Dr. Ian Flinn (Sarah Cannon Research Institute, Nashville TN) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1


De studie includeerde 129 patienten, met mediane leeftijd 65 jaar en mediaan drie eerdere lijnen behandeling. Ze kregen oraal duvelisib 25 mg tweemaal daags tot progressie, niet-acceptabele toxiciteit, of overlijden. Het primaire eindpunt van de studie was overall response rate. De ORR was 47,3% (67,9% onder patiënten met SLL; 42,2% onder patiënten met FL; en 38,9% onder patiënten met MZL). De mediane duur van respons was 10 maanden, en de mediane progressievrije overleving was 9,5 maanden. De meest-frequente treatment-related adeverse events waren diarree (48,8% van de patiënten), misselijkheid (29,5%), neutropenie (28,7%), vermoeidheid (27,9%), en hoest (27,1%).

De onderzoekers concluderen dat de DYNAMO-studie suggereert dat oraal duvelisib monotherapie klinisch-relevante activiteit heeft voor zwaar-voorbehandeld dubbel-refractair iNHL. Het veiligheidsprofiel was manageable.

1.Flinn IW, Miller CB, Ardesha K et al. DYNAMO: a phase II study of duvelisib (IPI-145) in patients with refractory indolent non-Hodgkin lymphoma. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The international phase 2 study DYNAMO found that the oral PI3K-inhibitor duvelisib monotherapy had clinically meaningful activity for heavily pretreated, double-refractory indolent non-Hodgkin lymphoma. The safety profile was manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Waarde van mammografiesurveillance in jonge vrouwen met hoog familiair risico van mammacarcinoom (0)
2019-02-11 15:58   ( Nieuws )
Tags:  FH02 study mammographic surveillance in young women
Prof. Gareth EvansVrouwen met een moeder of zuster die is gediagnostiseerd met mammacarcinoom voor de leeftijd veertig jaar hebben een verhoogd risico van mammacarcinoom. Veel van deze vrouwen komen niet in aanmerking voor mammografiesurveillance voor de leeftijd van veertig jaar. De Britse prospectieve FH02-studie onderzocht de waarde van mammografiesurveillance in vrouwen met familiair verhoogd risico in de leeftijd van 35 tot 40 jaar. Prof. Gareth Evans (University of Manchester) en collega’s publiceren de studie in The Lancet EClinicalMedicine.1

FH02 werd uitgevoerd in 34 centra in het Verenigd Koninkrijk. Tussen december 2006 en december 2015 includeerde de studie 2899 vrouwen, die jaarlijks uitgenodigd werden voor screening en gevolgd werden gedurende 13.365,8 persoonsjaren. In totaal werden in het kader van de studie 12.086 mammografieën uitgevoerd. In het cohort werden 55 mammacarcinomen gedetecteerd in 54 vrouwen (één patiënt met bilaterale ziekte), waaronder 35 invasieve carcinomen en 15 in situ carcinomen in 49 vrouwen die adherent waren aan de screening. Tachtig procent (28/35) van de invasieve carcinomen waren 2 cm of kleiner, en eveneens 80% was lymfekliernegatief. De mammografie-stralingsdosering in FH02 was niet hoger dan in een oudere gescreende populatie (gemiddeld 1,5 mGy).

De invasieve tumoren in FH02 waren significant kleiner dan in de vergelijkbare (maar met niet-gescreende vrouwen met familiegeschiedenis van mammacarcinoom) prospectieve POSH-studie, waarin slechts 45% van de tumoren bij detectie 2 cm of kleiner waren (p<0,0001) met 54% lymfeklierpositieve tumoren (p=0,0002). De mammacarcinoom-specifieke mortaliteit was in POSH hoger dan in FH02, hoewel de statistische power van de studie niet groot genoeg was om een statistisch significant verschil te laten zien (HR 4,8; p=0,086).

De onderzoekers concluderen dat onder vrouwen met familiair verhoogd risico van mammacarcinoom in de leeftijd van 35 tot 40 jaar mammografiescreening resulteert in detectie van tumoren in een vroeg stadium.

1.Evans DG, Thomas S, Caunt J et al. Final results of the prospective FH02 mammographic surveillance study of women aged 35-39 at increased familial risk of breast cancer. Lancet EClinMed 2019.01.005

Summary: The British prospective FH02 study found that among women aged 35-39 years at increased familial risk of breast cancer, mammography screening can detect the majority of breast cancers at small size, and is likely to be effective in reducing mortality.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Amerikaanse trends in gebruik van BRCA-mutatietest in patiënten, verwanten, en algemene bevolking (0)
2019-02-11 15:02   ( Nieuws )
Tags:  use of BRCA-testing trends 2005-2015
Dr. Sarah KnerrGenetische testen voor het bepalen van BRCA-status zijn al meer dan twintig jaar beschikbaar, maar er is weinig informatie over het gebruik van deze testen op bevolkingsniveau. Een studie onder deelneemsters aan het Kaiser Permanente Northern California Integrated Health System heeft trends onderzocht in het gebruik van de testen tussen begin 2005 en eind 2015. Dr. Sarah Knerr (University of Washington, Seattle) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De studie includeerde 295.087 vrouwen in de leeftijd van achttien jaar en ouder. Onder alle vrouwen nam tijdens de studieperiode het gebruik van BRCA-status testen toe van 0,6 (95%-bti 0,4-0,7) per 1000 persoonsjaren tot 0,8 (95%-bti 0,6-1,0) per 1000 persoonsjaren. Onder vrouwen met een diagnose mamma- of ovariumcarcinoom nam gebruik van de testen af van 71,5 (95%-bti 42,4-120,8) per 1000 persoonsjaren tot 44,4 (95%-bti 35,5-55,6) per 1000 persoonsjaren. Er was geen waarneembare trend onder vrouwen die in aanmerking kwamen voor de testen vanwege familiegeschiedenis maar zonder persoonlijke geschiedenis. Aan het einde van de studieperiode werd 97,0% (95%-bti 96,6-97,3) van deze vrouwen niet getest.

De onderzoekers concluderen dat veel vrouwen die wel voor de testen in aanmerking komen deze testen niet ondergaan.

1.Knerr S, Bowlers EJA, Leppig KA et al. Trends in BRCA test utilization in an integrated health system, 2005-2015. J Natl Cancer Inst 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis from Kaiser Permanente Washington Health Research Institute found that many eligible women did not receive BRCA testing despite having insurance coverage and access to specialty genetic services.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische waarde van de Distress Thermometer onder patiënten met longcarcinoom (0)
2019-02-11 13:51   ( Nieuws )
Tags:  Distress Thermometer prognostic role in lung cancer
Dr. Olaf GeerseDe Distress Thermometer (DT) is een single-item visueel-analoge schaal die kan worden gebruikt om verhoogde niveaus van distress in patiënten met maligniteiten uit te sluiten. De DT is tot op heden niet gevalideerd voor gebruik in patiënten met longmaligniteiten. Dr. Olaf Geerse (UMC Groningen) en collega’s hebben de prognostische waarde van de DT onderzocht in longcarcinoom (LC). Ze publiceren de studie online in Lung Cancer.1

De studie includeerde LC-patiënten van het UMCG, die binnen een week na het begin van systemische therapie 1:1 werden gerandomiseerd naar een interventiegroep of een controlegroep. Patiënten in beide groepen kregen usual care, en patiënten in de interventiegroep beantwoordden bovendien de DT en de geassocieerde problemenlijst (PL) waarna ze additionele ondersteunende zorg kregen voor de zo geïdentificeerde problemen. De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op de 110 patiënten in de interventie-arm, onder wie 97 accuraat de DT beantwoordden.

Onder deze patiënten waren er 51 met een DT-score 5 of hoger, versus 46 met DT-score 4 of lager. Patiënten uit de groep met de hogere score hadden lagere kwaliteit van leven, meer symptomen van angst en depressie, en een kortere mediane overleving (7,6 maanden versus 10,0 maanden; p=0,02. Toevoegen van de DT aan een model van vijf bekende voorspellers van de één-jaars overleving resulteerde in significante verbetering van de accuratesse van het model (p<0,001) en een marginale verbeteringvan de C-statistic van 0,69 tot 0,71. Het percentage patiënten dat correct werd geïdentificeerd als hoog-risico (85% of meer) van overlijden binnen een jaar nam door toevoeging van de DT aan het model toe van 8% tot 28%.

De onderzoekers concluderen dat gebruik van de DT behandelaars in staat stelt beter LC-patiënten te identificeren met hoog risico van slechte uitkomst.

1.Geerse OP, Brandenbarg D, Kerstjens HAM et al. The distress thermometer as a prognostic tool for one-year survival among patients with lung cancer. Lung Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study in The Netherlands found that addition of the Distress Thermometer to a model of known predictors significantly improved the accuracy of the model to predict one-year survival of patients with lung cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van incidentie en mortaliteit van maligniteiten onder brandweerlieden (0)
2019-02-11 13:00   ( Nieuws )
Tags:  firefighters cancer incidence and mortality
Dr. Kristina KjaerheimBrandweerlieden staan bloot aan bekende carcinogenen, en misschien ook aan niet-bekende carcinogenen. Een systematisch overzicht van de literatuur en meta-analyse heeft de associatie onderzocht van het beroep van brandweerman (m/v) met de incidentie en mortaliteit van maligniteiten. Dr. Kristina Kjaerheim (Instituut van Bevolkings-Gebaseerd Kankeronderzoek, Oslo) en collega’s publiceren de analyse online in het International Journal of Cancer.1

In de literatuur tot 1 januari 2018 vonden de onderzoekers 50 studies die voldeden aan de inclusiecriteria van het systematisch overzicht en 48 studies die voldeden aan de inclusiecriteria van de meta-analyse. De meta-analyse vond significant verhoogde incidenties (onder brandweerlieden versus de algemene bevolking) van maligniteiten van colon (SIRE 1,14; 95%-bti 1,06-1,21), rectum (1,09; 1,00-1,20), prostaat (1,15; 1,05-1,27), testis (1,34; 1,08-1,68), blaas (1,12; 1,04-1,21), schildklier (1,22; 1,01-1,48), en pleura (1,60; 1,09-2,34) en van maligne melanoom (1,21; 1,02-1,45). Er was onder brandweerlieden versus de algemene bevolking een verhoogde mortaliteit van rectumcarcinoom (SMRE 1,36; 95%-bti 1,18-1,57) en non-Hodgkin lymfoom (SMRE 1,42; 95%-bti 1,05-1,90).

De onderzoekers concluderen dat onder brandweerlieden de incidentie en mortaliteit van diverse maligniteiten vergeleken met de algemene bevolking significant verhoogd zijn.

1.Jalilian H, Ziaei M, Weiderpass E et al. Cancer incidence and mortality among firefighters. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 48 studies found significantly elevated incidence of 8 types of cancer and significantly elevated mortality from rectal cancer and non-Hodgkin lymphoma in firefighters.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends in late morbiditeit en mortaliteit onder overlevers van medulloblastoom, 1970-2000 (0)
2019-02-10 15:58   ( Nieuws )
Tags:  Childhood Cancer Survivor Study medulloblastoma
Dr. Ralph SalloumDe behandeling van medulloblastoom is geëvolueerd van chirurgie plus radiotherapie tot moderne multimodale regimes. De impact van deze behandelingen op lange-termijn gezondheidsuitkomsten is echter nog niet duidelijk. In het kader van de Childhood Cancer Survivor Study is een analyse uitgevoerd van de late (vijf jaar of langer na de diagnose) mortaliteit, volgende neoplasmen (SNs), en chronische aandoeningen in patiënten met een diagnose medulloblastoom tussen begin 1970 en eind 1999. Dr. Ralph Salloum (Cincinnati Children’s Hospital Medical Center, OH) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde 1311 overlevers, met een mediane leeftijd 29 jaar (range 6 tot 60 jaar), en mediane tijd na diagnose 21 jaar (range 5 tot 44 jaar). De vijftien-jaar cumulatieve incidentie van all-cause late mortaliteit was 23,2% onder patiënten met een diagnose in de zeventiger jaren versus 12,8% onder patiënten met een diagnose in de negentiger jaren (p=0,002); de recidief-gerelateerde mortaliteit onder deze beide groepen was 17,7% versus 9,6% (p=0,008). De mortaliteit aan andere oorzaken onder de overlevers nam niet af tussen 1970-1980 en 1990-2000.

Onder de 997 overlevers met beschikbare data was de vijftien-jaars cumulatieve incidentie van SNs hoger onder overlevers met multimodale therapie (9,5%) dan onder de historische patiënten (2,8%; p=0,03). Overlevers die in de negentiger jaren behandeld waren hadden een hogere cumulatieve incidentie van ernstig, invaliderende, levens-bedreigende, en fatale chronische aandoeningen (56,5% in de negentiger jaren versus 39,9% in de zeventiger jaren; p<0,001) en hadden hogere waarschijnlijkheid van het ontwikkelen van multipele aandoeningen (RR 2,89; 95%-bti 1,31-6,38).

De onderzoekers concluderen dat veranderingen in de behandeling voor medulloblastoom tussen 1970-1980 en 1990-2000 hebben geresulteerd in verbetering van de vijf-jaars overleving, maar ook in verhoogd risico van SNs en debiliterende aandoeningen.

1.Salloum R. Chen Y, Yasui Y et al. Late morbidity and mortality among medulloblastoma survivors diagnosed across three decades: a report from the Childhood Cancer Survivor Study. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the Childhood Cancer Survivor Study cohort found that historical changes (1970-1999) in medulloblastoma therapy that improved 5-year survival have increased the risk of subsequent neoplasms and debilitating health conditions for survivors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten van SBRT voor laag- en intermediair-risico prostaatcarcinoom (0)
2019-02-10 14:29   ( Nieuws )
Tags:  prostate cancer stereotactic body radiotherapy
Dr. Amar KishanKorte-termijn studies hebben goede resultaten laten zien van stereotactoc body radiotherapy (SBRT) voor prostaatcarcinoom. De lange-termijn werkzaamheid van SBRT voor prostaatcarcinoom is echter nog niet duidelijk. Een gepoolde analyse van individuele-patiëntgegevens van twaalf studies heeft lange-termijn uitkomsten van SBRT voor laag- en intermediair-risico prostaatcarcinoom geïnventariseerd. Dr. Amar Kishan (University of California, Los Angeles) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Network Open.1

De analyse includeerde 2142 patiënten die tussen begin 2000 en eind 2012 deelnamen aan twaalf fase 2-studies van SBRT. De gemiddelde leeftijd was 67,9 jaar (SD 9,5). Er waren 1185 patiënten met laag-risico ziekte (55,3%), 692 patiënten met gunstig-intermediair risico ziekte (32,3%), en 265 patiënten met ongunstig-intermediair risico ziekte (12,4%). De mediane follow-up was 6,9 jaar (IQR 4,9-8,1). De zeven-jaars cumulatieve percentages van biochemisch recidief waren 4,5% voor laag-risico ziekte; 8,6% voor gunstig-intermediair risico ziekte; 14,9% voor ongunstig-intermediair risico ziekte; en 10,2% voor beide groepen intermediair-risico ziekte tezamen. De incidentie van acute graad 3 of hoger GU respectievelijk GI toxische gebeurtenissen was 0,60% respectievelijk 0,09%, en de zeven-jaars cumulatieve incidentie van late graad 3 of hoger GU respectievelijk GI toxiciteit was 2,4% respectievelijk 0,4%.

De onderzoekers concluderen dat de analyse suggereert dat SBRT voor laag- en intermediair risico prostaatcarcinoom geassocieerd was met lage incidentie van ernstige toxiciteit en met hoge percentages patiënten met biochemische controle.

1.Kishan AU, Dang A, Katz AJ et al. Long-term outcomes of sterotactic body radiotherapy for low-risk and intermediate-risk prostate cancer. JAMA Networl Open 2019; e188006

Summary: A pooled analysis of individual patient level-data from 12 studies found that stereotactic body radiotherapy for low-risk and intermediate-risk prostate cancer was associated with low rates of severe toxic events and high rates of biochemical control.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van cediranib plus olaparib versus olaparib voor recidiverend ovariumcarcinoom (0)
2019-02-10 13:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed platinum-sensitive ovarian cancer cediranib olaparib
Dr. Joyce LiuOlaparib is een PARP-remmer, en cediranib is een remmer van vorming van nieuwe bloedvaten. Een gerandomiseerde fase 2-studie vergeleek de combinatie van olaparib plus cediranib met alleen olaparib voor recidiverend platina-gevoelig ovariumcarcinoom. In 2014 is gepubliceerd dat de progressievrije overleving beter was in de combinatie-arm dan in de olaparib monotherapie-arm (mediaan 17,7 maanden versus 9,0 maanden; HR 0,42; p=0,005). Dr. Joyce Liu (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren nu online in Annals of Oncology overall survival resultaten van de studie.1

De studie, uitgevoerd in negen academische centra in de Verenigde Staten, includeerde 90 patiënten (44 in de combinatietherapie groep en 46 in de olaparib-monotherapiegroep). De mediane follow-up voor de nu gepubliceerde analyse was 46 maanden. De mediane PFS kwam uit op 16,5 maanden met de combinatie versus 8,2 maanden met olaparib-monotherapie (HR 0,50; p=0,007). In de subgroep van patiënten zonder kiemlijn BRCA1/2 mutatie was de mediane PFS 23,7 maanden met de combinatie versus 5,7 maanden met olaparib monotherapie (p=0,002), en was de mediane OS 37,8 maanden versus 23,0 maanden (p=0,047). In de gehele studiepopulatie was OS niet statistisch significant verschillend tussen beide armen (mediaan 44,2 maanden versus 33,3 maanden; HR 0,64; p=0,11). Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen; de meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events met de combinatie waren vermoeidheid, diarree, en hypertensie.

De onderzoekers concluderen dat ook na langere follow-up de PFS beter was met de combinatie van cediranib en olaparib dan met olaparib monotherapie. Dit PFS-profijt werd gedreven door de patiënten zonder kiemlijn BRCA1/2-mutatie. In deze subgroep was ook de OS beter in de combinatie-arm dan in de olaparib monotherapie-arm.

1.Liu JF, Barry WT, Birrer M et al. Overall survival and updated progression-free survival outcomes in a randomized phase 2 study of combination cediranib and olaparib versus olaparib in relapsed platinum-sensitive ovarian cancer. Ann Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: An updated analysis of a randomized phase II trial found that the combination of cediranib plus oplaparib compared with olaparib monotherapy significantly extended PFS in relapsed platinum-sensitive ovarian cancer. This margin of benefit was driven by PFS prolongation in patients without germline BRCA1/2 mutation. In this subset of patients also OS was significantly increased by cediranib plus olaparib compared with olaparib monotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)