Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 1-studie van T-DM1 plus metronoom temozolomide voor secundaire preventie van HER2-positieve BCBM (0)
2023-01-29 14:30   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive breast cancer brain metastases
Dr. Alexandra ZimmerPreklinische data suggereren dat profylactisch temozolomide (TMZ) werkzaam is voor de preventie van hersenmetastasen van mammacarcinoom (BCBM). Een fase 1-studie van het National Cancer Institute (Bethesda MD) heeft de combinatie van trastuzumab-emtansine (T-DM1) en TMZ voor secundaire preventie van BCBM geëvalueerd in patiënten die lokale behandeling hadden ondergaan voor HER2-positief BCBM. Dr. Alexandra Zimmer en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde twaalf patiënten, onder wie negen stereotactische radiotherapie en drie whole brain radiotherapy hadden ondergaan. Binnen twaalf weken na de lokale therapie kregen de patiënten standaard dosering T-DM1 (intraveneus 3,6 mg/kg iedere drie weken) en escalerende doseringen oraal TMZ (30, 40, of 50 mg/m2 eenmaal daags). Graad 3 of 4 adverse events waren trombocytopenie en neutropenie ieder in één patiënt, lymfopenie in zes patiënten, en afname van CD4 die pentamidine voor PJP-profylaxe noodzakelijk maakte in zes patiënten. Er werd geen doserings-limiterende toxiciteit waargenomen.Tijdens mediaan 9,6 maanden follow-up (range 2,8-33,9) werden nieuwe hersenmetastasen gezien in twee patiënten.

De onderzoekers concluderen dat standaard-dosering T-DM1 plus metronoom TMZ laaggradige toxiciteit veroorzaakte en potentiële werkzaamheid had voor de secundaire preventie van BCBM.

1.Jenkins S, Zhang W, Steinberg SM et al. Phase I study and cell-free DNA analysis of T-DM1 and metronomic temozolomide for secondary prevention of HER2-positive breast cancer brain metastases. Clin Cancer Res 2023; epub ahead of print

Summary: A phase 1 study at the National Cancer Institute (Bethesda, MD) found that metronomic temozolomide in combination with standard dose trastuzumab emtansine showed low-grade toxicity and potential activity in secondary prevention of HER2-positive breast cancer brain metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Tweemaal-daagse thorax-radiotherapie voor beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom in oudere patiënten (0)
2023-01-29 13:00   ( Nieuws )
Tags:  LS SCLC in elderly patients twice-daily thoracic radiotherapy
Dr. Kristin KillingbergDe helft van de patiënten met beperkt-stadium kleincellig longcarcinoom (LS-SCLC) is 70 jaar of ouder. Oudere patiënten zijn sterk ondervertegenwoordigd in studie van LS-SCLC. Een secundaire analyse van een fase 2-studie van de Noorse Universiteit van Wetenschap en Technologie (Trondheim) heeft de impact van leeftijd op uitkomsten van tweemaal-daagse thorax-radiotherapie voor LS-SCLC geïnventariseerd. Dr. Kristin Killingberg en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Thoracic Oncology.1


De studie includeerde patiënten met LS-SCLC (ECOG PS 2 of beter) die werden gerandomiseerd naar tweemaal-daagse radiotherapie 45 Gy in 30 fracties of 60 Gy in 40 fracties, in beide groepen toegevoegd aan concurrente platina-/etoposide chemotherapie. Onder de 170 patiënten waren er 53 in de leeftijd 70 jaar of ouder. Er waren geen significante verschillen tussen zeventig-plussers en jongere patiënten in treatment completion rates, toxiciteit, responspercentages, en progressievrije overleving. Ook de scores voor gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven waren tijdens het eerste jaar gelijk, hoewel in het tweede jaar de HRQOL in de groep oudere patiënten eerder achteruitging dan in de groep jongere patiënten.

De onderzoekers concluderen dat er geen reden is voor leeftijds-gebaseerde aanpassing van behandeling voor LS-SCLC.

1.Toftaker Killingberg K, Grønberg BH, Slaaen M et al. Treatment outcomes of older participants in a randomized trial comparing two schedules of twice-daily thoracic radiotherapy in limited stage small-cell lung cancer. J Thor Oncol 2023; epub ahead of print

Summary: Secondary analysis of a phase 2 trial in Norway found that elderly patients with limited stage small cell lung cancer tolerated twice daily chemoradiotherapy and achieved similar disease control as younger patients, indicating that older patients should receive the same treatments as younger patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van momelotinib versus danazol voor symptomatische patiënten met anemie en myelofibrose (0)
2023-01-28 16:00   ( Nieuws )
Tags:  MOMENTUM trial myelofibrosis patients with anemia momelotinib
Prof. Srdan VerstovsekJanuskinase (JAK)-remmers die goedgekeurd zijn voor myelofibrose (MF) resulteren in milt- en symptoomverbeteringen, maar slechts in geringe mate ook in verbetering in anemie. Momelotinib is een first-in-class remmer van zowel activin A receptor type 1 als ook JAK1 en JAK2. De multinationale fase 3-studie MOMENTUM heeft werkzaamheid van momelotinib vergeleken met die van danazol voor symptomatische patiënten met intermediair- of hoog-risico MF en anemie. Prof. Srdan Verstovsek (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

MOMENTUM werd uitgevoerd in 107 centra in 21 landen. De studie includeerde volwassen patiënten met MF, hetzij primair of na polycythemia vera of na essentiële trombocytose, en anemie. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar oraal momelotinib 200 mg eensmaal daags plus danazol-placebo (momelotinibgroep; n=130) of oraal danazol 300 mg tweemaal daags plus momelotinib-placebo (danazolgroep; n=65); gestratificeerd total symptom score (TSS), miltgrootte, transfusiebehoefte in de acht weken voor randomisatie, en studiecentrum. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met tenminste 50% verlaging van TSS na 24 weken. Panel A laat zien dat dit percentage 25% bedroeg in de momelotinibgroep versus 9% in de danazolgroep (p=0,0095), en dat momelotinib ook superieur was aan danazol voor de secundaire eindpunten transfusieonafhankelijkheid en miltrespons. Panel B laat zien dat deze betere werkzaamheid niet ten koste ging van toename van adverse events.

De onderzoekers concluderen dat momelotinib vergeleken met danazol resulteerde in klinsich relevante verbeteringen in MF-geassocieerde symptomen, anemie-parameters, en miltrespons, met gunstige veiligheid.

1.Verstovsek S, Gerds AT, Vannuchi A et al. Momelotinib versus danazol in symptomatic patients with anaemia and myelofibrosis (MOMENTUM): results from an international, double-blind, randomised, controlled phase 3 study. Lancet 2023; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 MOMENTUM trial found that among patients with myelofibrosis and anemia, treatment with momelotinib compared with danazol resulted in clinically significant improvements in myelofibrosis-associated symptoms, anemia measures, and spleen response, with favorable safety.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adjuvant temozolomide met of zonder interferon-α voor nieuw-gediagnostiseerd hooggradig glioom (0)
2023-01-28 14:30   ( Nieuws )
Tags:  HGGs adjuvant TMZ with or without IFNα
Prof. Zhongping ChenHooggradige gliomen (HGGs) zijn de meest-voorkomende agressieve primaire hersentumoren, met vijf-jaars overlevingspercentage van 30,9% onder patiënten met graad 3 glioom en 6,6% onder patiënten met graad 4 glioom. Een multicenter gerandomiseerde studie in China heeft de werkzaamheid van temozolomide (TMZ) met of zonder interferon-α (IFN-α) voor nieuw-gediagnostiseerd HGG geïnventariseerd. Prof. Zhongping Chen (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 199 HGG-patiënten (mediane leeftijd 46,9 jaar; range 18-75) van vijftien centra. De patiënten werden binnen zes weken na de chirurgie gerandomiseerd naar standaard radiotherapie plus TMZ plus IFN (IFN-groep; n=100) of radiotherapie plus alleen TMZ (controlegroep; n=99). Het primaire eindpunt van de studie was overall survival. De mediane follow-up was 66,0 maanden. De figuur laat zien dat onder alle patiënten, onder patiënten met graad 3 glioom, en onder patiënten met graad 4 glioom de OS significant beter was in de IFN-groep dan in de controlegroep, terwijl de progressievrije overleving beter was in de IFN-groep onder alle patiënten en onder patiënten met graad 3 maar niet 4 glioom. Ook onder patiënten met MGMT-niet gemethyleerde ziekte was de mediane OS significant beter in de IFN-groep dan in de controlegroep (24,7 versus 17,4 maanden; HR 0,57; p=0,008). Beroerte en influenza-achtige symptomen waren meer frequent in de IFN-groep (2% graad 1 en 5% graad 2).

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van IFNα aan het standaard-regime voor HGG resulteerde in langere overleving, met tolerabele toxiciteit.

1.Guo C, Yang Q, Xu P et al. Adjuvant temozolomide chemotherapy with or without interferon alfa among patients with newly diagnosed high-grade gliomas. A randomized clinical trial. JAMA Network Open 2023;6:e2253285

Summary: A randomized study at 15 centers in China found that after surgery for newly diagnosed high-grade glioma, addition of interferon alfa to the standard regimen of radiotherapy plus temozolomide was associated with prolonged survival, while the toxic effects remained tolerable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Preventabele schade door medicatiefouten onder ambulante kinderen met leukemie en lymfoom (0)
2023-01-28 13:00   ( Nieuws )
Tags:  outpatient medication errors among children with leukemia and lymphoma preventable harm
Dr. Kathleen WalshEr is weinig informatie beschikbaar over type en frequentie van schade die ontstaat door medicatiefouten onder ambulante kinderen met maligniteiten. Een longitudinale studie van drie pediatrische centra in de Verenigde Staten heeft deze schade geïnventariseerd onder kinderen met leukemie of lymfoom. Dr. Kathleen Walsh (Boston Children’s Hospital) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde kinderen die over een periode van zeven maanden thuis medicatie gebruikten voor leukemie of lymfoom. De onderzoekers analyseerden dossiers, inventariseerden medicatie bij de patiënten thuis, en interviewden de kinderen en/of hun ouders over het medicatiegebruik. Onder 131 kinderen die 1669 medicaties gebruikten werden tijdens 367 huisbezoeken 408 fouten vastgesteld, inclusief 242 potentieel schadelijke en 39 actueel schadelijke fouten (overeenkomend met 1,0 harm oer 1000 patiëntdagen). Tien procent van de kinderen liep schade op door medicatiefouten. Zesentwintig procent van de ouders/verzorgers rapporteerden dat miscommunicatie resulteerde in gemiste doses of overdoseringen thuis. Kinderen die meer dan twaalf medicaties gebruikten hadden significant meer medicatiefouten dan kinderen die twaalf of minder medicaties gebruikten (77% versus 61%; p=0,05).

De onderzoekers concluderen dat de longitudinale studie uitwees dat tien procent van ambulante kinderen met leukemie of lymfoom schade opliep door medicatiefouten.

1.Wong CI, Vannatta K, Gilleland Marchak J et al. Preventable harm because of outpatient mediation errors among children with leukemia and lymphoma: a multisite longitudinal assessment. Cancer 2023; epub ahead of print

Summary: A longitudinal study at three pediatric centers in the USA found that 10% of children with leukemia or lymphoma experienced adverse drug events because of outpatient medication errors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van gecombineerde remming van PD-1, BRAF, en MEK voor BRAF-V600E gemuteerd colorectaalcarcinoom (0)
2023-01-27 16:00   ( Nieuws )
Tags:  CRC with BRAF V600E mutation combined inhibition of PD-1 and BRAF and MEK
Prof. Nir HacohenCombinaties van BRAF-remmers met EGFR- en/of MEK-remmers hebben geresulteerd in verbetering van de klinische werkzaamheid voor BRAFV600E-gemuteerd colorectaalcarcinoom (CRC). De responspercentage blijven echter laag, en de duur van respons is kort. Preklinische experimenten suggereren dat remming van de BRAF/MAPK-route de immuunrespons van de tumor kan verbeteren. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft remming van PD-1, BRAF, en MEK met respectievelijk spartalizumab, dabrafenib, en trametinib voor BRAFV600E CRC geëvalueerd. Prof. Nir Hacohen (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de studie in Nature Medicine.1

De studie includeerde 37 patiënten die met de combinatie werden behandeld. Het primaire eindpunt was overall response rate. Dit eindpunt werd bereikt met bevestigde respons in 24,3% van de patiënten en een duur van respons die beide gunstig waren in vergelijking met historische controles van alleen BRAF-gerichte combinaties. Single-cell RNA-sequencing van gepaarde pretreatment en dag 15 on-treatment tumorbiopten lieten zien dat in patiënten met betere klinische uitkomsten de inductie van tumorcel-intrinsieke immuunprogramma’s en MAPK-remming hoger waren dan in patiënten met slechtere klinische uitkomsten. In van patiënten verkregen organoïden werd gezien dat inductie van het immuunprogramma gecorreleerd was met de mate van MAPK-remming.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten wijzen op een potentiële synergie tussen MAPK-remming en immuunrespons in BRAFV600E CRC.

1.Tian J, Chen JH, Chao SX et al. Combined PD-1, BRAF and MEK inhibition in BRAFV600E colorectal cancer: a phase 2 trial. Nature Medicine 2023; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 trial evaluated combined inhibition of PD-1, BRAF, and MEK with spartalizumab, dabrafenib, and trametinib in patients with BRAFV600E CRC. The primary end point was overall response rate. This end point was met with a confirmed response rate of 24.3% and durability of response that were favorable relative to historical controls of BRAF-targeted combinations alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van inflammatie-biomarkers met overleving onder patiënten met stadium III coloncarcinoom (0)
2023-01-27 14:30   ( Nieuws )
Tags:  stage III colon cancer inflammatory biomarkers and survival
Prof. Jeffrey MeyerhardtDe associatie tussen chronische inflammatie en recidief van coloncarcinoom wordt niet goed begrepen. Een multicenter cohortstudie in de Verenigde Staten heeft deze associatie geïnventariseerd. Prof. Jeffrey Meyerhardt (Dana Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 1494 patiënten met stadium III coloncarcinoom, die na de chirurgie maar voor aanvang van de chemotherapie plasmamonsters afstonden, waarin de onderzoekers gehalten bepaalden van interleukine 6 (IL-6), oplosbaar tumornecrosefactor α receptor 2 (sTNF-αR2), en high-sensitivity C-reactive protein (hsCRP). De monsters werden mediaan 6,9 weken (IQR 5,6-8,1) na de chirurgie genomen. Tijdens mediaan 5,9 jaar follow-up (IQR 4,7-6,1) overleden 244 patiënten en werd recidief gezien in 327 patiënten. Vergeleken met patiënten in het laagste kwintiel van inflammatie hadden de patiënten in het hoogste kwintiel significant verhoogde risico’s van recidief of overlijden (aHR 1,52 voor IL-6 met p=0,01 voor trend; 1,77 voor sTNF-αR2 met p<0,001 voor trend; en 1,65 voor hsCRP met p=0,006 voor trend). Vergelijkbare associaties werden gezien voor recidiefvrije overleving en overall survival.

De onderzoekers concluderen dat hogere niveaus van inflammatie na chirurgie geassocieerd waren met slechtere uitkomsten onder patiënten met stadium III coloncarcinoom. Nader onderzoek naar effecten van anti-inflammatie interventie op uitkomsten van coloncarcinoom is gewenst.

1.Cheng E, Shi Q, Shields AF et al. Association of inflammatory biomarkers with survival among patients with stage III colon cancer. JAMA Oncol 2023; epub ahead of print

Summary: In a cohort study of 1494 patients with stage III colon cancer, 3 canonical inflammatory biomarkers (interleukin 6, soluble tumor necrosis factor α receptor 2, and high-sensitivity C-reactive protein) were measured after surgery but before initiation of chemotherapy. Higher levels of inflammatory biomarkers were significantly associated with increased risk of recurrence and mortality, even after adjustment for clinical, pathological, and lifestyle factors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen leeftijd en overleving na introductie van immuuntherapie voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2023-01-27 13:00   ( Nieuws )
Tags:  aNSCLC association between age and survival trends after adoption of immunotherapy
Prof. Cary GrossIn klinische studies is aanzienlijke overlevingswinst gezien met immuuncheckpointremmers (ICIs) voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC). Het is niet duidelijk in hoeverre introductie van ICIs in de klinische praktijk tot verbetering heeft geleid. Een retrospectieve cohortstudie in de Verenigde Staten heeft tijdstrends in ICI-gebruik en overleving onder aNSCLC-patiënten in verschillende leeftijdscategorieën geïnventariseerd. Prof. Cary Gross (Yale School of Medicine, New Haven CT) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 53.719 volwassen patiënten die tussen begin 2011 en eind 2019 begonnen met behandeling voor stadium IIIB, IIIC, of IV NSCLC bij ongeveer 280 centra in de Verenigde Staten, met follow-up tot eind 2020. De gemiddelde leeftijd was 68,5 ± 9,3 jaar; 52,8% van de patiënten waren mannen. Gebruik van NSCLC-gerichte systemische therapie nam toe van 69,0% in 2011 tot 77,2% in 2019. Na de eerste FDA-goedkeuring voor een ICI voor NSCLC nam gebruik van ICIs toe van 4,7% in 2015 tot 45,6% in 2019 (p<0,001). Gebruik van ICIs in 2019 was similar tussen de jongste en de oudste patiënten (jonger dan 55 jaar 45,2%; ouder dan 74 jaar 43,8%; p=0,59). Tussen begin 2011 en eind 2018 nam de waarschijnlijkheid van twee-jaar overleving toe van 37,7% tot 50,3% onder de jongste patiënten en van 30,6% tot 36,2% onder de oudste patiënten. Ook de mediane overleving nam toe van 11,5 maanden tot 16,0 maanden onder de jongste patiënten en van 9,1 maanden tot 10,2 maanden onder de oudste patiënten.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met aNSCLC in de klinische praktijk na FDA-goedkeuring gebruik van ICIs snel toenam over alle leeftijdsgroepen. De corresponderende overlevingswinst was echter matig, met name onder oudere patiënten.

1.Voruganti T, Soulos PR, Mamtani R et al. Association between age and survival trends in advanced non-small cell lung cancer after adoption of immunotherapy. JAMA Oncol 2023; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study in approximately 280 US cancer clinics (53,719 patients with advanced NSCLC) found that the use of ICIs increased frrm 4.7% in 2015 to 45.6% in 2019 (p<0.001). Use of ICIs in 2019 was similar between the youngest and the oldest patients. From 2011 to 2018, the predicted probability of 2-year survival increased from 37.7% to 50.3% among patients younger than 55 years and from 30.6% to 36.2% among patients aged 75 years or older.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)