Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Verklarende factoren voor hogere prevalentie van gevorderde colorectale neoplasmen onder mannen (0)
2021-07-19 14:00   ( Nieuws )
Tags:  male excess risk of advanced colorectal neoplasms explaining risk factors
Prof. Hermann BrennerDe incidentie van colorectaalcarcinoom en de prevalentie van CRC-voorlopers zijn in de meeste landen substantieel hoger onder mannen dan onder vrouwen. Een studie in Duitsland heeft onderzocht in hoeverre bekende risicofactoren deze dispariteit kunnen verklaren. Prof. Hermann Brenner (Deutsches Krebsforschungszentrum, Heidelberg) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1



De studie includeerde 15.985 deelnemers aan een screening-coloscopieprogramma, in de leeftijd van 55 tot en met 79 jaar. In leeftijd-gecorrigeerde vergelijkingen was de prevalentie van gevorderde neoplasie (AN; CRC of gevorderd adenoom) een factor twee hoger onder mannen dan onder vrouwen (OR 1,98; 95%-bti 1,79-2,19). Na correctie voor medische, leefstijl-, en voedingsfactoren was de OR afgenomen tot 1,52 (95%-bti 1,30-1,77), hetgeen suggereert dat deze factoren verantwoordelijk zijn voor 47% van het male excess risk. Het met mannelijk geslacht samenhangend exces risico nam toe van het proximale colon (leeftijds-gecorrigeerd OR 1,63; 95%-bti 1,38-1,91) naar het distale colon (2,13; 1,85-2,45) en het rectum (2,36; 1,95-2,85) met een door covariaten verklaard percentage van het exces risico lager in het rectum (26%) dan in proximale colon (52%) of het distale colon (46%).

De onderzoekers concluderen dat het grootste deel van het male excess risk niet verklaard wordt door bekende risicofactoren.

1.Niedermaier T, Heisser T, Gies A et al. To what extent is male excess risk of advanced colorectal neoplasms explained by known risk factors? Results from a large German screening population. Int J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A study among 15,985 participants of screening colonoscopy aged 55-79 years in Germany found that in age-adjusted comparisons, men had a twofold risk fo advanced neoplasia (AN, i.e. CRC or advanced adenoma) compared to women (OR 1.98; 95% CI 1.79-2.19). After adjustment for medical, lifestyle, and dietary factors the OR was reduced to 1.52 (95% CI 1.30-1.77), suggesting that these factors accounted for 47% of male excess risk. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world overleving met immuuncheckpointremming voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2021-07-19 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for advanced NSCLC real-world overall survival
Dr. Antonio Giampiero RussoKlinische studies hebben overtuigende aanwijzingen geleverd voor werkzaamheid van immuuncheckpointremmers (ICIs) voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC). Een studie in Italië heeft de real-world overall survival met ICIs in een niet-geselecteerde aNSCLC-populatie geïnventariseerd. Dr. Antonio Giampiero Russo (Azienda Sanitaria Locale de Milano) en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

In het maligniteitenregister van het ASL van Milaan identificeerden de onderzoekers 1673 volwassen patiënten die tussen begin 2016 en eind 2018 behandeld werden (any line) voor bij diagnose stadium IIIB of IV NSCLC. Onder deze patiënten waren er 324 die anti-PD-(L)1 behandeling kregen. Het één-jaars OS-percentage onder deze patiënten was 61,1% (95%-bti 55,6-66,2), versus 31,1% (28,6-33,5) onder patiënten die geen anti-PD-(L)1 behandeling kregen. De HR van overlijden in de niet-behandelde versus de anti-PD-(L)1 behandelde groep was 2,15 (95%-bti 1,91-2,41) na één jaar; 1,23 (1,03-1,46) na twee jaar, en bereikte 1,0 in het derde jaar.

De onderzoekers concluderen dat in een niet-geselecteerd bevolkings-gebaseerd cohort patiënten met aNSCLC, any-line behandeling met anti-PD-(L)1 resulteerde in verlaging van het risico van overlijden tot twee jaar na de diagnose.

1.Andreano A, Bergamaschi W, Russo AG. Immune checkpoint inhibitors at any treatment line in advanced NSCLC: real world overall survival in a large Italian cohort. Lung Cancer 2021.06.019

Summary: A study in Italy found that in an unselected population-based cohort of advanced lung cancer patients, treatment with anti-PD-(L)1 at any line lowered the hazard of death up to two years from the date of diagnosis, confirming the efficacy of immunotherapy outside clinical trials.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cross-sectionele analyse van perifere neuropathie in MM-patiënten: rol van vitamine D-niveaus (0)
2021-07-19 12:00   ( Nieuws )
Tags:  multiple myeloma peripheral neuropathy vitamin D
Berdien OortgiesenPerifere neuropathie (PN) is niet ongewoon in patiënten met multipel myeloom. In patiënten met diabetes mellitus is een associatie tussen PN en hypovitaminose D (<75 nmol/l) gezien. Een cross-sectionele studie in twee ziekenhuizen in Nederland (Medisch Centrum Leeuwarden en Deventer Ziekenhuis) heeft deze associatie in MM-patiënten onderzocht. AIOS Berdien Oortgiesen (Leeuwarden) en collega’s publiceren de studie in Supportive Care in Cancer.1

De studie includeerde 105 patiënten met actieve MM en 15 patiënten met smeulend MM. De gemiddelde leeftijd was 68 ± 7,7 jaar; 58% waren mannen. Onder deze patiënten had 84% een inadequaat vitamine D-niveau, met een mediaan vitamine D-niveau 49,5 nmol/l (IQR 34-65). PN werd gerapporteerd door 83 patiënten (69%), hoewel in de dossiers van 43 van deze patiënten (52%) PN niet gedocumenteerd was. De onderzoekers vonden een associatie tussen lagere vitamine D-niveaus en hoger incidentie van PN onder alle patiënten (p=0,035) en onder patiënten met actieve MM (p=0,016).

De onderzoekers concluderen dat PN en hypovitaminose D veel voorkomen in MM-patiënten, en dat verhoging van vitamine D-niveaus tot verlaging van de PN-klachten zou kunnen leiden. PN wordt ondergerrapporteerd door behandelaars, althans blijkbaar in Leeuwarden en Deventer.

1.Oortgiesen BE, Kroes JA, Scholtens P et al. High prevalence of peripheral neuropathy in multiple myeloma patients and the impact of vitamin D levels, a cross-sectional study. Supp Care Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A cross-sectional study in two hospitals in The Netherlands found that both peripheral neuropathy and hypovitaminosis D are common in smouldering and active multiple myeloma patients. There was an association between lower vitamin D levels and higher incidence of peripheral neuropathy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van adjuvant icotinib versus chemotherapie voor stadium II-IIIA EGFR-gemuteerd NSCLC (0)
2021-07-18 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EVIDENCE study stage II-IIIA EGFR-mutant NSCLC adjuvant icotinib versus chemotherapy
Prof. Jianxing HeIcotinib is een selectieve EGFR-tyrosinekinaseremmer. Onder patiënten met gevorderd EGFR-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom resulteerde icotinib-behandeling in verbetering van de overleving. De multicenter fase 3-studie EVIDENCE in China heeft icotinib vergeleken met chemotherapie in de adjuvante setting na complete resectie van stadium II-IIIA EGFR-gemuteerd NSLCL. Prof. Jianxing He (Medische Universiteit van Guangzhou) en colega’s publiceren een interimanalyse van de studie in The Lancet Respiratory Medicine.1

EVIDENCE werd uitgevoerd in 29 ziekenhuizen in China. De studie includeerde patiënten in de leeftijd van achttien tot en met zeventig jaar, histopathologisch bevestigd stadium II-IIIA NSCLC dat volledig geresecteerd was binnen acht weken voor de randomisatie, met bevestigde mutatie in exon 19 of 21 van het EGFR-gen. De patiënten werden gerandomiseerd naar hetzij oraal icotinib driemaal daags gedurende twee jaar (n=161) of vier drie-weekse cycli van vinorelbine-cisplatine voor adenocarcinoom/squameus carcinoom of pemetrexed-cisplatine voor niet-squameus carcinoom (n=161). Het primaire eindpunt was ziektevrije overleving. Secundaire eindpunten waren overall survival en veiligheid.

De full analysis set bestond uit 151 patiënten in de icotinibgroep en 132 patiënten in de chemotherapiegroep. De mediane follow-up op het moment van de nu gepubliceerde interimanalyse was 24,9 maanden (IQR 16,6-36,4). Recidief of overlijden werden gerapporteerd voor 40 patiënten (26%) in de icotinibgroep en 58 patiënten (44%) in de chemotherapiegroep. De mediane DFS was 47,0 maanden met icotinib versus 22,1 maanden met chemotherapie (HR 0,36; p<0,0001) met drie jaar ziektevrije overleving in 63,9% versus 32,5%. De OS-resultaten zijn nog immatuur met veertien overleden patiënten in elk van beide groepen. Behandelings-gerelateerde ernstige adverse events werden gerapporteerd voor twee patiënten in de icotinibgroep versus negentien patiënten in de chemotherapiegroep. Er waren geen gevallen van interstitiële pneumonie of behandelings-gerelateerd overlijden.

De onderzoekers concluderen dat icotinib vergeleken met chemotherapie resulteerde in betere DFS en beter verdragen werd onder patiënten met EGFR-gemuteerd stadium II-IIIA NSCLC na complete resesctie.

1.He J, Su C, Liang W et al. Icotinib versus chemotherapy as adjuvant treatment for stage II-IIIA EGFR-mutant non-small-cell lung cancer (EVIDENCE): a randomised, open-label, phase 3 trial. Lancet Respir Med 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 trial EVIDENCE in China compared icotinib versus chemotherapy as adjuvant treatment for stage II-IIIA EGFR-mutant non-small cell lung cancer after complete resection. Interim analysis of the study found median disease-free survival to be 47.0 months with icotinib versus 22.1 months with chemotherapy (HR 0.36; p<0.0001). Treatment-related serious adverse events occurred in 1% of patients in the icotinib group versus 14% of patients in the chemotherapy group. Overall survival data are immature. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world werkzaamheid van tweedelijns ICI-therapie versus chemotherapie voor maligne pleuraal mesothelioom (0)
2021-07-18 13:30   ( Nieuws )
Tags:  malignant pleural mesothelioma real-world effectiveness of second-line ICI versus chemotherapy
Dr. Roger KimDe fase 3-studie CONFIRM heeft laten zien dat onder patiënten met recidief van maligne pleuraal mesothelioom (MPM) na eerstelijns chemotherapie, immuuncheckpointremmer (ICI)-behandeling vergeleken met placebo geassocieerd was met betere overleving. Het overlevingvoordeel van tweedelijns ICI vergeleken met chemotherapie is niet bekend. Een multicenterstudie in de Verenigde Staten heeft tweedelijns ICI vergeleken met chemotherapie onder real-world patiënten met gevorderd MPM. Dr. Roger Kim (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

De studie includeerde 176 patiënten met recidief van gevorderd MPM na eerstelijns platina-gebaseerde chemotherapie. De mediane leeftijd was 75 jaar (IQR 69-79,5) en de meeste patiënten waren blank (77%), mannen (74%), en hadden epithelioïde histologie (67%). In tweede lijn kregen 61 patiënten (35%) gemcitabine en/of vinorelbline chemotherapie, en 115 patiënten (65%) ICIs (80 pembrolizumab, 31 nivolumab, en 4 nivolumab plus ipilimumab). Het eindpunt was overall survival. ICI-behandeling was geassocieerd met significant langere mediane OS vergeleken met chemotherapie: 8,7 versus 5,0 maanden (HR 0,52; p=0,001). Het twaalf-maands OS-percentage was 36,7% versus 15,6%.

De onderzoekers concluderen dat in deze real-world populatie van MPM-patiënten tweedelijns ICI vergeleken met chemotherapie geassocieerd was met significant langere OS. Deze resultaten zijn in strijd met wat is gezien in de PROMISE-meso studie.

1.Kim RY, Li Y, Marmarelis ME, Vachani A. Comparative effectiveness of second-line immune checkpoint inhibitor therapy versus chemotherapy for malignant pleural mesothelioma. Lung Cancer 2021.06.017

Summary: Among a real-world population of patients with advanced malignant pleural mesothelioma, treatment with immune checkpoint inhibitor treatment with immune checkpoint inhibitor therapy was associated with improved overall survival compared to chemotherapy in the second-line setting.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vergelijking van drie MIBG-regimes voor recidiverend of refractair neuroblastoom (0)
2021-07-18 12:00   ( Nieuws )
Tags:  R R neuroblastoma comparison of three MIBG regimens
Dr. Steven Dubois131I-metajoodbenzylguanidine (MIBG) is een radiotherapeuticum met activiteit voor neuroblastoom. Een multicenter gerandomiseerde fase 2 studie van het New Approaches to Neuroblastoma Therapy (NANT)-consortium heeft drie MIBG-regimes voor recidiverende of refractair (R/R) neuroblastoom vergeleken: alleen MIBG, MIBG-vincristine-irinotecan, en MIBG-vorinostat. Dr. Steven Dubois (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 105 patiënten (55 jongens en 50 meisjes; mediane leeftijd 6,5 jaar) in de leeftijd van één tot en met dertig jaar, met R/R neuroblastoom, tenminste één MIBG-avide site, en adequate autologe stamcellen. De patiënten kregen MIBG 18 mCi/kg op dag één en autologe stamcellen op dag vijftien. De patiënten werden gerandomiseerd naar drie armen. Patiënten in arm A (n=36) kregen alleen MIBG, patiënten in arm B (n=35) kregen intraveneus vincristine op dag nul en dagelijks irinotecan op dagen nul tot en met vier, en patiënten in arm C (n=34) kregen oraal vorinostat eenmaal daags op dagen één tot en met twaalf. Het primaire eindpunt was respons volgens NANT-criteria na één cyclus.

Partiële respons of beter werd gezien in 14% (95%-bti 5-30) van de patiënten in arm A, 14% (5-31) van de patiënten in arm B, en 32% (18-51) van de patiënten in arm C. Mineure respons volgens de NANT-criteria werd gezien in nog eens vijf, vijf, en vier patiënten in armen A, B, en C. Percentages met graad 3 of hoger niet-hematologische toxiciteit na de eerste cyclus waren 19%, 49%, en 35%.

De onderzoekers concluderen dat het hoogste responspercentage werd gezien met MIBG plus vorinostat, met manageable toxiciteit. Toevoegen van vincristine en irinotecan aan MIBG resulteerde niet in betere respons maar wel in toename van de toxiciteit.

1.Dubois SG, Granger MM, Groshen S et al. Randomized phase II trial of MIBG versus MIBG, vincristine, and irinotecan versus MIBG and vorinostat for patients with relapsed or refractory neuroblastoma: a report for NANT consortium. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: 131I-metaiodobenzylguanidine (MIBG) is an active radiotherapeutic for neuroblastoma. A randomized phase 2 study from the New Approaches to Neuroblastoma Therapy (NANT) consortium compared three MIBG regimens for relapsed or refractory neuroblastoma: MIBG alone, MIBG-vincristine-irinotecan, and MIBG-vorinostat. Highest observed response rate was 32% with MIBG-vorinostat, versus 14% with either of the other two regimes. Patients with MIBG-vincristine-irinotecan had higher rates of toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-2 studie van tandem CD19/CD20-CAR T-celtherapie voor recidiverend of refractair B-cel lymfoom (0)
2021-07-17 15:00   ( Nieuws )
Tags:  R R B-cell lymphoma tandem CD19 CD20 CAR T cell therapy
Prof. Weidong HanOnder patiënten met recidiverend of refractair (R/R) diffuus grootcellig B-cel lymfoom is het percentage dan met conventionele behandelingen langer dan één jaar overleeft lager dan 30%. CD19-CAR T-celtherapie resulteert onder deze patiënten in aanzienlijke betere respons dan conventionele behandelingen, maar recidief na remissie blijft een uitdaging. Een fase 1-2 studie in het Ziekenhuis van het Chinese Volksbevrijdingsleger (Beijing) heeft de lange-termijn activiteit van tandem CD19/CD20-CAR T-cel therapie (TanCAR7 T-cellen) voor R/R B-cel lymfoom geïnventariseerd. Prof. Weidong Han en collega’s publiceren de studie in Leukemia.1

De studie includeerde 87 patiënten met R/R non-Hodgkin lymfooom, onder wie 58 met agressief DLBCL en 24 met hoge tumorbelasting. De patiënten kregen na conditionerende chemotherapie een infusie van 0,5 x 106 tot 8 x 106 TanCAR7 T-cellen per kg lichaamsgewicht. De beste overall response rate was 78% (95%-bti 68-86). De mediane follow-up was 27,7 maanden. De figuur laat zien dat de mediane duur van respons niet bereikt werd, met 80% van de patiënten in remissie na zes maanden, en 76% na twaalf maanden. De mediane progressievrije overleving was 27,6 maanden, en de mediane overall survival werd niet bereikt, met 90% overleving na zes maanden en 79% na twaalf maanden. Cytokine release syndrome (CRS) werd gezien in 61 patiënten (70%), graad 3 of hoger in 10%. Graad 3 CAR T cell-related encephalopathy syndrome (CRES) werd gezien in 2 patiënten. Drie patiënten overleden aan behandelings-gerelateerde oorzaken.

De onderzoekers concluderen dat TanCAR7 behandeling resulteerde in lange-termijn remissies, met CRS in 70% maar slechts weinig patiënten met CRES.

1.Zhang Y, Wang Y, Liu Y et al. Long-term activity of tandem CD19/CD20 CAR therapy in refractory/relapsed B-cell lymphoma: a single-arm, phase 1/2 trial. Leukemia 2021; epub ahead of print

Summary: A single-arm phase 2 study in China evaluated tandem CD19/CD20 CAR therapy for R/R B-cell lymphoma. Median follow-up was 27.7 months. Median duration of response was not reached. Median progression-free survival was 27.6 months, and median overall survival was not reached.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Combinatie van atezolizumab, bevacizumab, pemetrexed, en carboplatine na falen van TKI voor mNSCLC met EGFR-mutatie (0)
2021-07-17 13:30   ( Nieuws )
Tags:  metastatic EGFR-mutated NSCLC after TKI failure
Dr. Tai Chung LamVerkregen resistentie tegen tyrosinekinaseremming is een belangrijke uitdaging in het management van niet-kleincellig longcarcinoom met een EGFR-mutatie. Een fase 2-studie van de University of Hong Kong heeft de combinatie van atezolizumab, bevacizumab, pemetrexed, en carboplatine voor EGFR-gemuteerd metastatisch NSCLC na falen vanEGFR- TKI geëvalueerd. Dr. Tai Chung Lam en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

De studie includeerde patiënten met EGFR-gemuteerd mNSCLC na progressie op tenminste één EGFR-TKI; patiënten met T790M-mutatie moesten radiologische progressie op osimertinib gehad hebben. De patiënten kregen atezolizumab 1200 mg, bevacizumab 7,5 mg/kg, pemetrexed 500 mg/m2 en carboplatine AUC 5 iedere drie weken tot progressie.

De mediane leeftijd van de veertig geïncludeerde patiënten was 62 jaar (range 45-76). Drieëntwintig patiënten (57,5%) hadden eerder osimertinib gekregen, en de PD-L1 expressie was lager dan 1% in 52,2% van de patiënten. Objectieve respons werd gezien in 62,5% van de patiënten. De mediane follow-up was 17,8 maanden. De mediane progressievrije overleving was 9,4 maanden (95%-bti 7,6-12,1). Het één-jaars overall survival percentage was 72,5% (95%-bti 0,56-0,83). Graad 3 of hoger adverse events werden gezien in vijftien patiënten (37,5%) en graad 3 of hoger immuun-gerelateerde AEs in dertien (32,5%). Scores voor kwaliteit van leven en symptomen veranderden niet significant tijdens de behandeling. Rechallenge met EGFR-TKI na de studie resulteerde in mediane PFS van 5,8 maanden (95%-bti 3,9-10).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van atezolizumab, bevacizumab, pemetrexed en carboplatine goed verdragen werd en veelbelovende werkzaamheid had voor mNSCLC met EFGR-mutatie na falen van TKI.

1.Lam TC, Tsang KC, Choi HC et al. Combination atezolizumab, bevacizumab, pemetrexed and carboplatin for metastatic EGFR mutated after TKI failure. Lung Cancer 2021.07.004

Summary: A phase 2 study at the University of Hong Kong evaluated the combination of atezolizumab, bevacizumab, pemetrexed, and carboplatin for EGFR-mutated mNSCLC after failure of EGFR-TKI. In this heavily pretreated population the ORR was 62.5%, the median PFS was 9.4 months, and one-year OS rate was 72.5%. The regimen had less toxicity compared with the IMPower150 regimen.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)