Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Prognostische waarde van detectie van CTCs twee jaar na chemotherapie voor hoog-risico vroeg mammacarcinoom (0)
2018-10-13 13:29   ( Nieuws )
Tags:  SUCCESS A trial breast cancer detection of CTCs during follow-up
Dr. Elisabeth TrappEr is geen twijfel aan de prognostische relevantie van detecteerbare circulerende tumorcellen bij de primaire diagnose vroeg-stadium mammacarcinoom. Het is minder duidelijk in hoeverre dit ook geldt tijdens de follow-up. Een secundaire analyse van de Duitse multicenter fase 3-studie SUCCESS A was aan deze vraag gewijd. Dr. Elisabeth Trapp (Ludwig-Maximilians Universität, München) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De studie vergeleek twee adjuvante chemotherapieregimes gevolgd door zoledroninezuur voor vroeg-stadium hoog-risico mammacarcinoom. De nu gepubliceerde analyse includeerde 1087 van de studiedeelnemers die twee jaar na voltooiing van de chemotherapie getest werden op aanwezigheid van CTCs (CellSearch). Onder deze patiënten waren er 198 CTC-positief (18,2%). De CTC-positieve patiënten hadden vergeleken met de CTC-negatieve patiënten slechtere overall survival gerekend vanaf het moment van bepaling van CTC-status (HR 3,91; p<0,001) als ook slechtere ziektevrije overleving vanaf dit moment (HR 2,31; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat aanwezigheid van CTCs twee jaar na voltooiing van chemotherapie voor hoog-risico vroeg-stadium mammacarcinoom geassocieerd was met slechtere OS en DFS. Dit resultaat kan implicaties hebben voor geïndividualiseerde strategieën van actieve surveillance.

1.Trapp E, Janni W, Schindlbeck C et al. Presence of circulating tumor cells in high-riks early breast cancer during follow-up and prognosis. J Natl Cancer Inst 2018; epub ahead of print

Summary: A secondary analysis of the German multicenter phase 3 trial SUCCESS A showed that in patients with high-risk early-stage breast cancer, presence of CTCs two years after completion of chemotherapy was associated with worse overall survival and disease-free survival (compared to absence of CTCs). Based on these results, individualized active surveillance strategies for breast cancer survivors might have to be reconsidered.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Inotuzumab ozogamicine plus mini-hyper-CVD met of zonder blinatumomab als eerste salvage voor Ph-negatief ALL (0)
2018-10-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  Philadelphia chromosome-negative ALL chemoimmunotherapy low-intensity chemotherapy
Dr. Elias JabbourDe uitkomsten van patiënten met recidiverend of refractair (R-R) ALL zijn slecht. Inotuzumab ozogamicine (IO) en blinatumomab (B) hebben als monotherapie activiteit laten zien voor R-R ALL. Een studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft onderzocht of combinatie van beide middelen met lage-intensiteit chemotherapie de uitkomsten verbetert van ALL-patiënten in eerste relapse. Dr. Elias Jabbour en collega’s publiceren de studie online in Cancer.1




De studie includeerde 48 patiënten met Philadelphia chromosoom-negatief ALL tijdens eerste relapse. De mediane leeftijd was 39 jaar. De patiënten kregen chemotherapie met lagere intensiteit dan conventioneel HCVD (‘mini-HCVD’) plus IO op dag drie van de eerste vier cycli. De patiënten 39 tot en met 48 kregen lagere dosering IO en vier cycli B na voltooiing van de IO-therapie.

De behandeling resulteerde in respons in 44 patiënten (92%) waaronder complete respons in 35 (73%). Onder de responders was 93% negatief voor minimaal residuele ziekte. Vierentwintig patiënten (50%) konden allogene stamceltransplantatie ondergaan. Veno-occlusieve ziekte van any grade werd gezien in vijf patiënten (10%). Met mediaan 31 maanden follow-up was de mediane progressievrije overleving 11 maanden en de mediane overall survival 25 maanden. Na twee jaar was 42% van de patiënten progressievrij en 54% nog in leven. Van de 24 patiënten die alloSCT ondergingen waren 14 nog in leven en 13 in remissie bij de laatste follow-up; van de 20 responderende patiënten die geen alloSCT ondergingen waren 6 nog in remissie bij de laatste follow-up. In propensity score-gematchte analyse resulteerde de combinatie van IO plus mini-HCVD met of zonder B in betere uitkomsten dan intensieve salvage chemotherapie of IO alleen.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van IO en lage-intensiteit chemotherapie, met of zonder B, bemoedigende resultaten heeft laten zien voor ALL in eerste relapse.

1.Jabbour E, Sasaki K, Ravandi F et al. Chemoimmunotherapy with inotuzumab ozogamicin combined with mini-hyper-CVD, with or without blinatumomab, is highly effective in patients with Philadelphia chromosome-negative acute lymphoblastic leukemia in first salvage. Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: A study at MD Anderson Cancer Center (Houston) showed that the combination of inotuzumab ozogamicin and low-intensity chemotherapy with or without blinatumomab had encouraging results for ALL in first salvage.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van plasma-gebaseerde genotypering op geïndividualiseerde therapie in metastatisch NSCLC (0)
2018-10-12 14:43   ( Nieuws )
Tags:  metastatic non-small cell lung cancer plasma-based genotyping
Dr. Erica CarpenterEr is geen duidelijkheid over de klinische implicaties van toevoegen van plasma-gebaseerde circulerend tumor-DNA next generation sequencing (NGS) aan tumorweefsel NGS voor het detecteren van targetable mutaties in niet-kleincellig longcarcinoom. Een prospectieve cohortstudie in het ziekenhuis van de University of Pennsylvania (Philadelphia) is opgezet om deze duidelijkheid te verschaffen. Dr. Erica Carpenter en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 129 mannen en 194 vrouwen met stadium IV NSCLC die plasma-NGS (73-genen commercieel platform) ondergingen als onderdeel van hun management. De mediane leeftijd was 65 jaar (range 33 tot 93 jaar), 105 patiënten (32,5%) waren never smokers, en 276 hadden adenocarcinoom (85,4%). Met weefsel- plus plasma-NGS tezamen werden therapeutisch targetable mutaties gedetecteerd in EGFR, ALK, MET, BRCA1. ROS1, RET, ERBB2 of BRAF in 113 patiënten (35,0%). Er waren 94 patiënten (29,1%) die alleen plasma-NGS ondergingen vanwege beslissing van de behandelaar of wens van de patiënt; onder deze patiënten waren er 31 (33,0%) met een gedetecteerde targetable mutatie, waarmee weefsel-NGS overbodig werd. De overige 229 patiënten ondergingen concurrente plasma- en weefsel-NGS of kwamen niet in aanmerking voor weefsel-NGS. Onder deze patiënten werd een therapeutisch targetable mutatie gedetecteerd met alleen weefsel-NGS in 47 patiënten (20,5%); toevoeging van plasma-NGS resulteerde in verhoging van dit aantal tot 82 (35,8%). Onder de 42 patiënten die targeted therapie kregen op basis van het plasma-resultaat bereikten 36 (85,7%) complete respons, partiële respons, of stabiele ziekte.

De onderzoekers concluderen dat integratie van plasma NGS-testen in het management van patiënten met stadium IV NSCLC resulteerde in duidelijke toename van detectie van therapeutisch targetable mutaties en van gebruik van moleculair-geleide therapie.

1.Aggarwal C, Thompson JC, Black TA et al. Clinical implications of plasma-based genotyping with the delivery of personalized therapy in metastatic non-small cell lung cancer. JAMA Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: A single-center cohort study in Philadelphia showed that integrating plasma NGS testing into the routine management of stage IV NSCLC resulted in a marked increase of the detection of therapeutically targetable mutations and in improvement of delivery of molecularly guided therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van neoadjuvant letrozol-palbociclib versus chemotherapie voor hoog-risico luminal mammacarcinoom (0)
2018-10-12 13:59   ( Nieuws )
Tags:  NeoPAL study high-risk luminal breast cancer
Dr. Paul CottuDe Franse gerandomiseerde fase 2-studie NeoPAL vergeleek de combinatie palbociclib plus letrozol (LETPAL) met moderne chemotherapie als neoadjuvante behandeling voor hoog-risico luminal mammacarcinoom. Dr. Paul Cottu (Institut Curie, Parijs) en collega’s publiceren de studie online in Annals of Oncology.1 De studie includeerde 106 patiënten met ER-positief HER2-negatief Prosigna-gedefineerd luminal B of luminal A en klierpositief stadium II of III mammacarcinoom die initieel niet in aanmerking kwamen voor borstsparende chirurgie. De mediane Prosigna ROR-score was 71 (range 22-93). De patiënten werden gerandomiseerd naar negentien weken LETPAL of drie drieweekse cycli FEC gevolgd door drie drieweekse cycli docetaxel.

Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met residual cancer burden (RCB) 0 of 1. RCB 0-1 werd gezien in 7,7% (95%-bti 0,4-14,9) van de patiënten in de LETPAL-arm versus 15,7% (95%-bti 5,7-25,7) van de patiënten in de chemotherapie-arm; pCR werd gezien in 3,8% met LETPAL versus 5,9% met chemotherapie. Percentage patiënten met klinische respons (75%) en borstsparende chirurgie (69%) verschilden niet significant tussen beide armen. Preoperative Endocrine Prognostic Index 0 scores waren 17,6% met LETPAL versus 8,0% met chemotherapie. Het veiligheidsprofiel was als verwacht, met twee serious adverse events met LETPAL versus zeventien (inclusief elf graad 4) SAEs met chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat in beide armen de pathologisch complete respons slecht was en de klinische respons bemoedigend. De biomarker-respons en veiligheid waren aanzienlijk beter in de LETPAL-arm.

1.Cottu P, D’Hondt V, Dureau S et al. Letrozole and palbociclib versus chemotherapy as neoadjuvant therapy of high-risk luminal breast cancer. Ann Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: The French French randomizes phase 2 study NeoPAL compared the combination of letrozole and palbociclib with FEC100 followed by docetaxel as neoadjuvant therapy for high-risk luminal breast cancer. LETPAL was associated with poor pathological response but encouraging clinical and biomarker responses. Chemotherapy was associated with poor pathological and biomarker responses, with a much less favorable safety profile than LETPAL. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Determinanten van lokale hergroei bij watch and wait na klinisch complete respons op neoadjuvante CRT voor rectumcarcinoom (0)
2018-10-12 13:00   ( Nieuws )
Tags:  rectal cancer neoadjuvant chemoradiotherapy watch and wait
Prof. Andrew RenehanNa klinisch complete respons op neoadjuvante chemoradiotherapie voor rectumcarcinoom is watch and wait (W&W) een managementstrategie die ingrijpende chirurgie kan vermijden. Prof. Andrew Renehan (University of Manchester UK) en collega’s hebben een individuele-patiëntgegevens meta-analyse uitgevoerd van factoren die van invloed kunnen zijn op lokale hergroei in geval van deze benadering. Ze publiceren de meta-analyse online in The Lancet Gastroenterology & Hepatology.1

In de literatuur vonden de onderzoekers elf voor het onderwerp relevante studies, gepubliceerd tussen maart 1990 en februari 2017, met tezamen 602 patiënten die gedurende mediaan 37,6 maanden gevolgd werden (IQR 25,0 tot 58,7 maanden). Tien van de elf datasets hadden een laag risico van bias. Het primaire eindpunt van de meta-analyse was twee-jaars cumulatieve incidentie van lokale hergroei. Deze bedroeg21,4% (random-effects 95%-bti 15,2-27,6) met hoge niveaus van tussen-studie heterogeniteit (I2=61%). Er was aanzienlijke tussen-centra variatie in kenmerken van patiënten, tumoren, en behandelingen. Er was enige evidentie dat toenemend cT-stadium geassocieerd was met toename van het risico van lokale hergroei (HR per cT-stadium 1,40; p trend 0,048). In een subgroep van 459 patiënten met W&W na 2008, toen pretreatment staging met MRI standaard werd, was de twee-jaars cumulatieve incidentie van lokale hergroei 19% voor cT1- en cT2-tumoren, 31% voor cT3-tumoren, en 37% voor cT4-tumoren (HR per cT-stadium 1,50; p trend 0,033).

De onderzoekers concluderen dat de meta-analyse enige evidentie heeft gevonden dat hoger cT-stadium geassocieerd is met hoger risico van lokale hergroei tijdens W&W na complete respons op neoadjuvante CRT voor rectumcarcinoom.

1.Chadi SA, Malcomson L, Ensor J et al. Factors affecting local regrowth after watch and wait for patients with a clinical complete response following chemoradiotherapy in rectal cancer (InterCoRe consortium): an individual participant data meta-analysis. Lancet Gastroenterol Hepatol 2018; epub ahead of print

Summary: An international consortium carried out an individual patient data meta-analysis of determinants of local regrowth in rectal cancer patients managed by watch and wait after clinical complete response to neoadjuvant chemoradiotherapy. The meta-analysis found some evidence that increasing cT stage predicts for local regrowth.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen obesitas en risico van vroeg-ontstaan colorectaalcarcinoom in vrouwen (0)
2018-10-12 11:49   ( Nieuws )
Tags:  obesity early-onset colorectal cancer Nurses’ Health Study II
Dr. Yin CaoDe incidentie en mortaliteit van colorectaalcarcinoom onder personen jonger dan vijftig jaar (‘early-onset CRC’) nemen toe. De redenen voor deze toenames zijn grotendeels onbekend, hoewel de toenemende prevalentie van obesitas in deze bevolkingsgroep ten dele een verklaring zou kunnen zijn. Dr. Yin Cao (Washington University, St Louis MO) en collega’s hebben een analyse uitgevoerd van de associatie tussen obesitas of toename van het lichaamsgewicht sinds vroege volwassenheid met het risico van early-onset CRC in vrouwen. Ze publiceren de analyse online in JAMA Oncology.1

De analyse is uitgevoerd in het cohort van de Nurses’ Health Study II, een doorlopende prospectieve cohortstudie van Amerikaanse vrouwelijke verpleegkundigen die bij inclusie in de studie (1989) 25 tot en met 42 jaar oud waren. De analyse includeerde 85.256 vrouwen die bij inclusie vrij waren van maligniteiten en inflammatoire darmziekte, met follow-up tot eind 2011. De deelneemsters rapporteerden tijdens de follow-up iedere twee jaar onder meer lengte, gewicht, en leefstijlkenmerken. Eindpunt van de analyse was relatief risico van incident early-onset CRC in relatie tot currente BMI, BMI op leeftijd achttien jaar, en gewichtstoename sinds leeftijd achttien jaar.

Tijdens de follow-up (1.196.452 persoonsjaren) werd in het cohort early-onset CRC vastgesteld in 114 deelneemsters. De mediane leeftijd bij de CRC-diagnose was 45 jaar (IQR 41-47 jaar). Vergeleken met vrouwen met een BMI 18,5 tot 23 kg/m2 was het multivariate RR 1,37 (95%-bti 0,81-2,30) voor vrouwen met overgewicht (BMI 25-30) en 1,93 (95%-bti 1,15-3,25) voor vrouwen met obesitas (BMI 30 of hoger). Het RR voor iedere BMI-toename met vijf eenheden was 1,20 (95%-bti 1,05-1,38; p trend 0,01). Vergelijkbare associaties werden gezien in subgroepanalyses van vrouwen zonder CRC-familiegeschiedenis en vrouwen zonder endoscopie in de laatste tien jaar.

Vergeleken met vrouwen met BMI 18,5 tot 21 op leeftijd achttien jaar was de RR van early-onset CRC 1,32 (95%-bti 0,80-2,16) voor vrouwen met een BMI 21 tot 23 op de leeftijd achttien jaar en 1,63 (95%-bti 1,01-2,61) voor vrouwen met een BMI 23 of hoger op de leeftijd achttien jaar (p trend 0,66). Vergeleken met vrouwen die sinds hun achttiende jaar minder dan vijf kg zwaarder waren geworden (of gewicht hadden verloren) was het RR van early-onset CRC 1,65 (95%-bti 0,96-2,81) voor vrouwen die twintig tot veertig kg zwaarder waren geworden, en 2,15 (95%-bti 1,01-4,55) voor vrouwen die meer dan veertig kg zwaarder waren geworden (p trend 0,007).

De onderzoekers concluderen dat obesitas geassocieerd was met verhoogd risico van early-onset CRC onder vrouwen.

1.Liu P-H, Wu K, Ng K et al. Association of obesity with risk of early-onset colorectal cancer among women. JAMA Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of the Nurses' Health Study II found that obesity compared to normal weight was associated with increased risk of early-onset colorectal cancer among women.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvante chemoradiotherapie plus orgaansparende lokale excisie voor distaal rectumcarcinoom (0)
2018-10-11 14:56   ( Nieuws )
Tags:  CARTS study distal rectal cancer organ-sparing transanal endoscopic microsurgery
Rutger StijnsIn de behandeling van rectumcarcinoom wordt in toenemende mate gestreefd naar orgaan-preservering om chirurgie-gerelateerde morbiditeit te verminderen. Er is weinig informatie beschikbaar over lange-termijn uitkomsten van deze benadering. De Nederlandse multicenter fase 2-studie CARTS onderzocht de feasibiliteit van neoadjuvante chemoradiotherapie (CRT), in geval van goede respons gevolgd door transanale endoscopische microchirurgie (TEM), voor distaal cT1-3N0M0 rectumcarcinoom. Arts-onderzoeker Rutger Stijns (Radboud UMC) en collega’s publiceren online in JAMA Surgery lange-termijn oncologische uitkomsten en HRQOL in de studie.1

De studie includeerde 55 patiënten (55% mannen, gemiddelde leeftijd 64 jaar, range 39 tot 82 jaar). De mediane follow-up was 53 maanden (IQR 39-57 maanden). Twee patiënten overleden tijdens de CRT, één stopte de CRT, en één was lost to follow-up. Na de CRT ondergingen 47 patiënten (85% van 55) TEM, onder wie 35 succesvol behandeld werden met alleen lokale excisie (74% van 47). Totale mesorectale excisie moest worden uitgevoerd in 16 patiënten (4 met inadequate respons, 8 met completie na TEM, en 4 voor lokaal recidief). Het percentage patiënten met lokaal recidief na vijf jaar was 7,7%. Het percentage met vijf-jaars ziektevrije overleving was 81,6%; de vijf-jaars overall survival was 82,8%. De HRQOL (EORTC QLQ C30 en CR38) tijdens de follow-up bleef op baseline niveau, met verbetering van het emotioneel welzijn van patiënten die met lokale excisie waren behandeld (gemiddelde score 72,0 bij baseline; 86,9 na 36 maanden; p=0,001). Majeur, mineur, en geen low anterior resection syndrome werden gerapporteerd door 50%, 28%, en 22% van de patiënten met succesvolle orgaan-preservering.

De onderzoekers concluderen dat in vroeg-stadium rectumcarcinoom CRT gevolgd door TEM-chirurgie behoud van het orgaan mogelijk maakt in ongeveer twee op de drie patiënten, met goede-lange-termijn oncologische uitkomsten en HRQOL. Eén op de drie patiënten ondergaat alsnog radicale chirurgie; deze patiënten worden overbehandeld met CRT.

1.Stijns RCH, de Graaf EJR, Punt CAJ et al. Long-term oncological and functional outcomes of chemoradiotherapy followed by organ-sparing transanal endoscopic microsurgery for distal rectal cancer. The CARTS study. JAMA Surg 2018; epub ahead of print

Summary: The Dutch multicenter phase II study CARTS showed that in early-stage rectal cancer (cT1-3N0M0) neoadjuvant chemoradiotherapy followed by transanal endoscopic microsurgery enables organ preservation in approximately two-thirds of patients, with good long-term oncological outcome and HRQOL. This multimodality treatment triggers a certain degree of bowel dysfunction, and one-third of patients still undergo radical surgery and are overtreated by CRT.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van hoge-dosering IL2 met of zonder ziv-aflibercept voor inoperabel stadium III of IV melanoom (0)
2018-10-11 14:03   ( Nieuws )
Tags:  NCI 8628 melanoma ziv-aflibercept
Dr. Ahmad TarhiniInterleukine 2 (IL2) kan leiden tot duurzame respons in patiënten met melanoom. Vascular endothelial growth factor (VEGF) bevordert angiogenese en moduleert de activiteit van het immuunsysteem. Hoge VEGF-niveaus zijn geassocieerd met nonrespons op IL2. Ziv-aflibercept is een volledig humaan recombinant fusie-eiwit dat VEGF-receptoren bevat en kan resulteren in VEGF-depletie. De gerandomiseerde multicenter fase-2 studie NCI 8628 vergeleek ziv-aflibercept plus hoge-dosering IL2 (arm A) met alleen hoge-dosering IL2 (arm B) voor niet-operabel stadium III of stadium IV melanoom. Dr. Ahmad Tarhini (Hillman Cancer Center, University of Pittsburgh PA) en collega’s publiceren de studie online in Cancer.1

De studie includeerde 84 patiënten, die 2: 1 werden gerandomiseerd naar arm A (n=55) of arm B (n=29). De mediane follow-up was 41,4 maanden. Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving. De mediane PFS was significant langer in arm A dan in arm B (6,9 maanden versus 2,3 maanden; p<0,001) waarmee het primaire eindpunt van de studie bereikt werd. Er was geen significant verschil tussen beide armen in overall survival (mediaan 26,9 maanden in arm A versus 24,2 maanden in arm B). Overall respons werd gezien in 22% van de patiënten in arm A (vier complete responsen en acht partiële responsen) en 17% van de patiënten in arm B (één complete respons en vier partiële responsen). Klinisch profijt werd gezien in 65% van de patiënten in arm A versus 48% van de patiënten in arm B. Adverse events waren consistent met wat gezien is in studies van ziv-aflibercept en IL2 monotherapie.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van ziv-aflibercept plus IL2 voor inoperabel stadium III of stadium IV melanoom resulteerde in significant langer PFS dan IL2 alleen.

1.Tarhini AA, Frankel P, Ruel C et al. NCI 8628: a randomized phase 2 study of ziv-aflivbercept and high-dose interleukin 2 or high dose interleukin 2 alone for inoperable stage III or IV melanoma. Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: The multicenter randomized phase 2 study NCI 8628 compared ziv-aflibercept plus high-dose interleukin 2 versus high-dose IL2 alone for inoperable stage III or IV melanoma. The PFS was significantly better in the combination arm (6.9 versus 2.3 months) although no significant difference was noted for OS (26.9 months versus 24.2 months).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)