Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Lange-termijn uitkomsten van stereotactische radiochirurgie voor benigne sinus cavernosus tumoren (0)
2022-01-15 14:30   ( Nieuws )
Tags:  CS tumors SRS long-term outcomes
Prof. Nobuhito SaitoStereotactische radiochirurgie (SRS) is een niet-invasieve behandeling voor tumoren van de sinus cavernosus (SC). Een retrospectieve cohortstudie in het ziekenhuis van de Universiteit van Tokio heeft lange-termijn uitkomsten van SRS voor benigne SC-tumoren geïnventariseerd. Prof. Nobuhito Saito en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 113 patiënten met benigne SC-tumoren, die tussen begin 1990 en eind 2018 SRS ondergingen. De mediane post-SRS follow-up was 77 maanden (IQR 39-177). Het progressievrije-overlevingspercentage was 97% na vijf jaar, 89% na tien jaar, en 87% na vijftien jaar. Onder de patiënten met meningioom (n=91) was het PFS-percentage 96% na vijf jaar en 87% na tien jaar; onder patiënten met andere typen tumoren was het PFS-percentage 100% na tien jaar. In 35 patiënten (27%) werd verbetering van het functioneren van de nervus cranialis gezien terwijl verslechtering van dit functioneren werd gezien in 11 patiënten (10%).



De onderzoekers concluderen dat SRS voor SC-tumoren resulteerde in goede tumorcontrole en acceptabele lange-termijn uitkomsten.

1.Umekawa M, Shinya Y, Hasegawa H et al. Long-term outcomes of stereotactic radiosurgery for skull base tumors involving the cavernous sinus. J Neuro-Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study at Tokyo University Hospital found that stereotactic radiosurgery provided good tumor control and acceptable long-term outcome with sufficient preservation of cranial nerve function in patients with benign caversous sinus tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van BMI met profijt van metformine plus EGFR-TKI voor gevorderd longadenocarcinoom (0)
2022-01-15 13:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced lung adenocarcinoma metformin BMI
Dr. Oscar ArrietaEr is geen consensus over de synergie tussen EGFR-TKIs en metformine voor gevorderd longadenocarcinoom omdat fase 2-studies conflicterende resultaten hebben laten zien. Er zijn verscheidene oorzaken geopperd voor dit gebrek aan consistentie, waaronder interstudie verschillen in patiëntkenmerken en dosering van metformine. Een nog niet geëvalueerde factor is de mogelijkheid dat het profijt van metformine afhankelijk is van body mass index van de patiënt. Een post-hoc secundaire analyse van een prospectieve fase 2-studie heeft deze optie onderzocht. Dr. Oscar Arrieta (Instituto Nacional de Cancerologia, Mexico) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1

De studie (NCT03071705) includeerde patiënten met EGFR-variant positief gevorderd NSCLC, die werden gerandomiseerd naar alleen EGFR-TKI of EGFR-TKI met concurrent metformine 500 mg tweemaal daags. De mediane BMI van de patiënten was 24 kg/m2. Er waren 133 patiënten met complete informatie, die werden geïncludeerd in de nu gepubliceerde analyse. De 70 patiënten een BMI 24 kg/m2 of hoger hadden betere PFS in de metformine-arm dan in de controle-arm (15,83 maanden versus 8,34 maanden; HR 0,47; p=0,003). Dit effect werd niet gezien onder de 63 patiënten met BMI lager dan 24 kg/m2 (7,88 maanden versus 10,31 maanden; p=0,65). Patiënten met een BMI 24 kg/m2 of hoger hadden betere overall survival in de metformine-arm dan in de controle-arm (31,44 maanden versus 18,00 maanden; p=0,04); wederom een effect dat niet gezien werd onder de patiënten met BMI lager dan 24 kg/m2 (20,46 maanden versus 27,99 maanden; p=0,68).

De onderzoekers concluderen dat de analyse suggereert dat onder patiënten met gevorderd EGFR-gemuteerd longadenocarcinoom toevoeging van metformine aan EGFR-TKI alleen PFS- en OS-profijt leverde voor de patiënten met BMI hoger dan 24 kg/m2.

1.Arrieta O, Zatarain-Barró, Turcott JG et al. Association of BMI with benefit of metformin plus epidermal growth factor receptor-tyrosine kinase inhibitors in patients with advanced lung adenocarcinoma. A secondary analysis of a phase 2 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Post-hoc secondary analysis of a randomized phase 2 study found that addition of metformin to EGFR-TKIs for advanced EGFR-altered NSCLC did result in PFS and OS advantage among patients with BMI 24 kg/m2 or higher but not among patients with lower BMI.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve studie van neoadjuvant camrelizumab plus chemotherapie voor stadium II/III ESCC (0)
2022-01-14 16:00   ( Nieuws )
Tags:  esophageal squamous cell carcinoma neoadjuvant camrelizumab plus chemotherapy
Prof. Chao ChengBlokkade van PD-1 kan tumorregressie induceren in patiënten met gevorderd squameus celcarcinoom van de slokdarm (ESCC), maar er is geen duidelijkheid over de werkzaamheid van neoadjuvante PD-1 blokkade in patiënten met resectabel ESCC. Een pilot-studie van Sun Yat-sen Universiteit (Guangzhou, China) heeft neoadjuvant camrelizumab plus chemotherapie voor stadium II of III ESCC geëvalueerd. Prof. Chao Cheng en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde 23 patiënten met niet-eerder behandeld resectabel ESCC. De patiënten kregen twee 21-daagse cycli neoadjuvant camrelizumab, nab-paclitaxel, en carboplatine, gevolgd door chirurgie zes tot negen weken na de start van de neoadjuvante behandeling. Het neoadjuvante regime had een acceptabel bijwerkingenprofiel, met graad 3 of 4 neutropenie in 39% van de patiënten en graad 3 of 4 leukopenie in 9%. Objectieve respons en ziektecontrole werden gezien in 90,5% respectievelijk 100% van de patiënten. Pathologisch complete respons werd gezien in 25% en majeure pathologische respons in 50%. De behandeling resulteerde in geen van de patiënten in uitstel van de chirurgie; in alle twintig patiënten die chirurgie ondergingen werd R0-resectie uitgevoerd.

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvant camrelizumab plus nab-paclitaxel en carboplatine een manageable bijwerkingenprofiel had en resulteerde in objectieve respons in 90,5% van de patiënten met stadium II of III ESCC.

1.Yang W, Xing X, Yeung S-CJ et al. Neoadjuvant programmed cell death 1 blockade combined with chemotherapy for resectable esophageal squamous cell carcinoma. J ImmunoTher Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: A pilot study at Sun Yat-sen University (Guangzhou, China) found that the combination of neoadjuvant camrelizumab with carboplatin and nab-paclitaxel for stage II/III ESCC had manageable treatment-related adverse effects and induced an objective response in 90.5% of patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Transplantatie-uitkomsten met oudere matched sibling donors versus jongere niet-verwante donoren in MDS (0)
2022-01-14 14:30   ( Nieuws )
Tags:  myelodysplastic syndrome alloHCT older MSDs versus younger MUDs
Dr. Guru MurthyMatched sibling donors (MSDs) worden geprefereerd voor allogene hematopoïetische celtransplantatie (alloHCT) in myelodysplastisch syndroom. Het is echter niet duidelijk of oudere MSDs geassocieerd zijn met betere uitkomsten van alloHCT vergeleken met jongere HLA-gematchte niet-verwante donoren (MUDs). Een retrospectieve cohortstudie op basis van de database van het Center for International Blood and Marrow Tranplant Research heeft transplantatie-uitkomsten met oudere MSDs versus jongere MUDs vergeleken. Dr. Guru Murthy (Medical College of Wisconsin, Milwaukee) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 1761 patiënten met myelodysplastisch syndroom, in de leeftijd van 50 jaar of ouder, die alloHCT ondergingen tussen begin 2011 en eind 2017. Oudere MSDs werden gedefinieerd als 50 jaar of ouder, en jongere MUDs als 35 jaar of jonger. Het oudere-MSD cohort telde 646 patiënten, en het jongere-MUD cohort 1115 patiënten. Het primaire eindpunt van de studie was ziektevrije overleving.

De mediane follow-up was 48 maanden. In multivariate analyse was de DFS significant slechter in het oudere-MSD cohort dan in het jongere-MUD cohort (na vijf jaar 24,9% versus 30,6%; HR 1,17; p=0,02). Het vijf-jaars overall survival percentage was niet significant verschillend tussen beide groepen (33,9% versus 37,1%; p=0,19). Het vijf-jaars risico van relapse was 49,6% versus 37,3% (HR 2,61; p<0,001). De vijf-jaars nonrelapse mortaliteit was echter lager in het oudere-MSD cohort dan in het jongere-MUD cohort (25,5% versus 32,2%; HR 0,76; p=0,02), en ook de risico’s van acute GVHD (HR 0,52; p<0,001) en chronische GVHD (HR 0,77; p=0,005) waren lager in het oudere-MSD cohort dan in het jongere-MUD cohort. De GVHD-vrije relapsevrije overleving twaalf maanden na de alloHCT was slechter met oudere MSDs dan met jongere MUDs (HR 1,42; p=0,04).

De onderzoekers concluderen dat ziektevrije overleving en relapse gunstiger waren met jongere MUDs dan met oudere MSDs, terwijl nonrelapse mortaliteit gunstiger was met oudere MSDs dan met jongere MUDs. Gelet op het belang van het minimaliseren van relapse in myelodysplastisch syndroom dient gebruik van jongere MUDs te worden overwogen.

1.Murthy GSG, Kim S, Hu Z-H et al. Relapse and disease-free survival in patients with myelodysplastic syndrome undergoing allogeneic hematopoietic cell transplantation using older matched sibling donors vs younger matched unrelated donors. JAMA Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study using the Center for International Blood and Marrow Tranplant Research database found higher disease-free survival and lower relapse after allogeneic hematopoietic cell transplantation in myelodysplastic syndrome using younger HLA matched unrelated donors (MUDs) compared with older matched sibling donors (MSDs). The risk of nonrelapse mortality and graft-versus-host disease was lower with older MSDs. The authors conclude that use of younger MUDs should be considered in the donor selection algorithm for myelodysplastic syndrome, in which it is pivotal to minimize relapse given limited options for managing relapsed disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie van diabetes en hypertensie in vrouwen met en zonder geschiedenis van mammacarcinoom (0)
2022-01-14 13:00   ( Nieuws )
Tags:  Pathways Heart Study breast cancer cardiometabolic risk factors
Dr. Marilyn KwanOverlevers van mammacarcinoom (BC) hebben een verhoogd risico van cardiovasculaire ziekte, maar de incidentie van de cardiometabole risicofactoren diabetes en hypertensie in BC-overlevers is niet goed bekend. De Pathways Heart Study is een prospectieve studie van Kaiser Permanente Northern California (Oakland) die de incidentie van cardiometabole risicofactoren in BC-overlevers heeft geïnventariseerd. Dr. Marilyn Kwan en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 14.942 vrouwen met een BC-diagnose tussen begin 2005 en eind 2013, en voor elke patiënt vijf vrouwen zonder BC, gematcht voor geboortejaar, ras en etniciteit (n=74.702). De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 61,2 jaar; de mediane BMI was 28,3 kg/m2; 65% waren non-Hispanic white.

Vergeleken met de controlevrouwen hadden de BC-overlevers twee jaar na diagnose hogere cumulatieve incidentiepecentages van hypertensie (8,9% versus 10,9%) en diabetes (1,7% versus 2,1%). Het verschil in incidentie van diabetes bleef ook tien jaar na de diagnose bestaan (8,8% versus 9,3%). In multivariate analyse hadden BC-overlevers significant hoger risico van diabetes dan controlevrouwen (sHR 1,16; 95%-bti-1,07-1,26). Deze risicoverhoging was groter onder BC-overlevers die waren behandeld met chemotherapie (sHR 1,23; 95%-bti 1,11-1,38), linkszijdige bestraling (1,29; 1,13-1,48), of endocriene therapie (1,23; 1,12-1,34). Het risico van hypertensie was verhoogd onder overlevers na linkszijdige bestraling (sHR 1,11; 95%-bti 1,02-1,21) of endocriene therapie (1,10; 1,03-1,16). BC-overlevers met normaal gewicht (BMI lager dan 25 kg/m2) hadden hoger risico van hypertensie dan controlevrouwen met normaal gewicht.

De onderzoekers concluderen dat BC-overlevers verhoogd risico van diabetes en hypertensie hadden, onder meer afhankelijk van behandeling en BMI.

1.Kwan ML, Cheng RK, Iribarren C et al. Risk of cardiometabolic risk factors in women with and without a history of breast cancer: the Pathways Heart Study. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The prospective Pathways Heart Study at Kaiser Permanente Northern California (Oakland) compared the risk of developing diabetes and hypertension in 14,942 women with BC diagnosed from 2005-2013 with that in 74,702 women without BC. Women with BC had higher incidence of hypertension and especially diabetes up to 10 years postdiagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vijftien-jaars follow-up van adjuvant capecitabine voor vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2022-01-13 16:00   ( Nieuws )
Tags:  Finland Capecitabine Trial 15-year follow-up early breast cancer adjuvant capecitabine
Prof. Heikki JoensuuCapecitabine, een orale prodrug van fluorouracil, is goedgekeurd voor de behandeling van gevorderd mammacarcinoom, maar niet voor behandeling in de adjuvante setting. De gerandomiseerde fase 3 Finland Capecitabine Trial (in Finland en Zweden) evalueerde toevoeging van capecitabine aan een adjuvant chemotherapieregime. Prof. Heikki Joensuu (Universiteit van Helsinki) en collega’s publiceren in het Journal of Clinical Oncology overall survival resultaten van de studie na vijftien jaar follow-up.1

In 2004-2007 includeerde de studie 1500 vrouwen met klierpositief of hoog-risico kliernegatief vroeg stadium mammacarcinoom. De patiënten werden na de chirurgie gerandomiseerd naar drie cycli docetaxel (T) plus capecitabine (X) gevolgd door drie cycli cyclofosfamide, epirubicine en capecitabine (TX-CEX groep; n=753) of drie cycli docetaxel gevolgd door drie cycli cyclofosfamide, epirubicine, en fluorouracil (T-CEF groep; n=747). OS na ongeveer vijftien jaar follow-up was een in het protocol van de studie gespecificeerd eindpunt.

Per eind 2020 was de mediane follow-up 15,3 jaar in de TX-CEX groep en 15,4 jaar in de T-CEF groep. De figuur laat zien dat het vijftien-jaars OS-percentage 77,7% was in de TX-CEX groep versus 73,3% in de T-CEF groep (HR 0,81; p=0,037). In exploratieve subgroepanalyses was er een trend van langere overleving met TX-CEX dan met T-CEF onder patiënten met ER-negatieve ziekte en patiënten met TNBC.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van capecitabine aan adjuvante chemotherapie met docetaxel, epirubicine en cyclofosfamide voor vroeg-stadium mammacarcinoom resulteerde in langere overleving.

1.Joensuu H, Kellokumpu-Lehtinen P-L, Huovinen R et al. Adjuvant capecitabine for early breast cancer: 15-year overall survival results from a randomized trial. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The randomized phase 3 Finland Capecitabine Trial found that addition of capecitabine to an adjuvant chemotherapy regimen that contained docetaxel, epirubicin, and cyclophosphamide prolonged the survival of patients with early breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Twintig-jaar trend in overleving van volwassen patiënten met redicief van Ph-positief ALL na alloHCT (0)
2022-01-13 14:30   ( Nieuws )
Tags:  relapsed Ph+ ALL after allogeneic hematopoietic cell transplantation survival trend
Prof. Ali BazarbachiRecidief na allogene hematopoïetisch celtransplantatie (alloHCT) is de belangrijkste oorzaak van transplantatiefalen in patiënten met Philadelphia-positief (Ph+) acute lymfoblastische leukemie (ALL). In andere hematologische maligniteiten hebben therapeutische vorderingen geresulteerd in significante verbetering van de overleving van patiënten met recidief na transplantatie. Een analyse van uitkomsten patiënten van centra van de European Society for Blood and Marrow Transplantation (EBMT) heeft de twintig-jaar trend in overleving van volwassen patiënten met recidief van Ph+ ALL na alloHCT onderzocht. Prof. Ali Bazarbachi (American University of Beirut, Libanon) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Cancer Research.1

De analyse includeerde 899 patiënten met recidief van Ph+ ALL na eerste alloHCT tussen begin 2000 en eind 2019. De mediane follow-up was 56 maanden. Er waren 116, 225, 294, en 264 patiënten met recidief in de perioden 2000-2005, 2005-2010, 2010-2015, en 2015-2020. Patiënt- en transplantatiefactoren waren vergelijkbaar voor de vier perioden, met uitzondering van een progressieve toename van gebruik van niet-verwante donoren, perifeer-bloed stamcellen, gereduceerde-intensiteit conditionering, en in vivo T-celdepletie; en een progressieve afname van gebruik van totaal-lichaamsbestraling. Het twee-jaars overall survival percentage nam toe van 27,8% van de patiënten met recidief in 2000-2005 tot 54,8% van de patiënten met recidief in 2015-2020 (p=0,001). In multivariate analyse was OS na recidief positief geassocieerd met langere tijd tussen transplantatie en recidief, en met later kalenderjaar van recidief.

De onderzoekers concluderen dat de analyse een majeure progressieve verbetering van OS van patiënten met posttransplantatie recidief van Ph+ ALL heeft laten zien.

1.Bazarbachi A, Labopin M, Aljurf M et al. 20-year steady increase in survival of adult patients with relapsed Philadelphia-positive acute lymphoblastic leukemia post allogeneic hematopoietic cell transplantation. Clin Cancer Res 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of patients of centers of the European Society for Blood and Marrow Transplantation found a major progressive improvement in overall survival from posttransplant relapse for patients with Ph+ ALL between 2000 and 2019.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van toevoegen van nivolumab aan eerstelijns chemotherapie voor HER2-negatief gevorderd G/GEJ-carcinoom (0)
2022-01-13 12:52   ( Nieuws )
Tags:  ATTRACTION-4 trial HER2-negative advanced G GEJ cancer nivolumab plus chemotherapy
Dr. Narikazu BokuIn verscheidene typen maligniteiten is synergie gezien van immuuncheckpointremmers (ICIs) met oxaliplatine-gebaseerde chemotherapie. De fase 3-studie ATTRACTION-4 evalueerde toevoegen van nivolumab aan eerstelijns chemotherapie voor HER2-negatief niet-resectabel gevorderd of recidiverend carcinoom van maag of maag-slokdarmovergang (G/GEJ-carcinoom). Dr. Narikazu Boku (National Cancer Center Hospital, Tokio) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

ATTRACTION-4 werd uitgevoerd in 130 centra in Japan, Zuid-Korea, en Taiwan. De studie includeerde 724 patiënten in de leeftijd van 20 jaar of ouder met een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden dubbelblind gerandomiseerd naar SOX- of CAPOX-chemotherapie met intraveneus nivolumab 360 mg iedere drie weken (nivolumabgroep; n=362) of met placebo (placebogroep; n=362). Primaire eindpunten van de studie waren progressievrije overleving en overall survival.

Op het moment van data cutoff voor een geprespecificeerde interimanalyse was de mediane follow-up 11,6 maanden (IQR 8,7-14,1). De mediane PFS was 10,45 maanden in de nivolumabgroep versus 8,34 maanden in de placebogroep (HR 0,68; p=0,0007). Op het moment van de finale analyse was de mediane follow-up 26,6 maanden (IQR 24,1-29,0). De mediane OS was 17,45 maanden in de nivolumabgroep versus 17,15 maanden in de placebogroep (p=0,26). De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 treatment-related adverse events waren afname van neutrofielengetal (20% van de patiënten in de nivolumabgroep versus 16% in de placebogroep) en afname van trombocytengetal (9% versus 9%). Graad 5 TRAEs troffen zes patiënten (drie in elk van beide groepen).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van nivolumab aan oxaliplatine-gebaseerde chemotherapie voor HER2-negatief niet-resectabel gevorderd of recidiverend G/GEJ-carcinoom inb Aziatische patiënten resulteerde in betere PFS maar niet OS.

1.Kang Y-K, Chen L-T, Ryu M-H et al. Nivolumab plus chemotherapy versus placebo plus chemotherapy in patients with HER2-negative, untreated, unresectable advanced or recurrent gastric or gastro-oesophageal junction cancer (ATTRACTION-4): a randomised, multicentre, double-blind, placebo-controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 ATTRACTION-4 trial found that nivolumab plus oxaliplatin-based chemotherapy, compared with placebo plus chemotherapy, significantly improved progression-free survival, but not overall survival, in Asian patients with untreated, HER2-negative, unresectable advanced or recurrent gastric or gastro-esophageal junction cancer. The authors conclude that nivolumab plus oxiplatin-based chemotherapy could potentially be a new first-line treatment option for these patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)