Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Gemcitabine-carboplatine met of zonder ralimetinib voor recidiverend platinagevoelig ovariumcarcinoom (0)
2019-12-01 16:00   ( Nieuws )
Tags:  recurrent platinum-sensitive ovarian cancer ralimetinib
Prof. Ignace VergoteRalimetinib is een p38 MAPK-remmer. Een multinationale gerandomiseerde fase 1b-2 studie heeft de waarde onderzocht van toevoegen van ralimetinib aan gemcitabine plus carboplatine voor recidiverend platinagevoelig ovariumcarcinoom. Prof. Ignace Vergote (Universiteitsziekenhuis Leuven) en collega’s publiceren de studie online in Gynecologic Oncology.1

De studie includeerde 118 patiënten die zes drie-weekse cycli kregen van ralimetinib of placebo tweemaal per dag op dagen één tot en met tien, in combinatie met gemcitabine 1000 mg/m2 op dagen drie en tien plus carboplatine AUC 4 op dag drie; gevolgd door onderhoudsbehandeling met ralimetinib of placebo 300 mg op dagen één tot en met veertien iedere vier weken. Na fase 1b (acht patiënten; niet gerandomiseerd) werd als aanbevolen fase 2-dosering van ralimetinib gekozen voor 200 mg. In fase 2 was de mediane progressievrije overleving 10,3 maanden met ralimetinib versus 7,9 maanden met placebo (HR 0,773), een statistisch significant verschil waarmee de studie het primaire eindpunt bereikte. De mediane overall survival (29,2 maanden versus 25,1 maanden; p=0,47) en overall response rate (46,6% versus 46,2%; p=0,97) waren niet significant verschillend tussen beide armen. Het veiligheidsprofiel van ralimetinib plus chemotherapie was in grote lijnen consistent met dat van alleen chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van ralimetinib aan gemcitabine-carboplatine voor recidiverend platinagevoelig ovariumcarcinoom geassocieerd was met matige verbetering van de PFS.

1.Vergote I, Heitz F, Buderath P et al. A randomized, double-blind, placebo-controlled phase 1b/2 study of ralimetinib, a p38 MAPK inhibitor, plus gemcitabine and carboplatin versus gemcitabine and carboplatin for women with recurrent platinum-sensitive ovarian cancer. Gynecol Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multinational randomized phase 1b-2 study found that addition of the p38 MAPK inhibitor ralimetinib to gemcitabine plus carboplatine for recurrent platinum-sensitive ovarian cancer was safe and was associated with modest improvement of the PFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Presentatie, management, en uitkomsten van patiënten met hypofysemetastasen (0)
2019-12-01 14:29   ( Nieuws )
Tags:  pituitary metastasis management and outcomes
Dr. Monica GirottaPatiënten met hypofysemetastasen (PM) hebben een slechte prognose. Een studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft presentatie, management en uitkomsten van patiënten met PM onderzocht. Dr. Monica Girotra en collega’s publiceren de studie online in The Oncologist.1

Tussen begin 1996 en eind 2015 werden in MSKCC 85 patiënten met PM behandeld. De meest-frequente organen van de primaire maligniteit waren long (26%) en borst (26%). De mediane leeftijd bij diagnose PM was 60 jaar (range 18-95). De meest-gebruikelijke symptomen bij diagnose waren zichtstoornis (62%), hoofdpijn (47%), en hersenzenuw-palsy (31%). Zeventig procent van de patiënten had hypofyse-insufficiëntie: adrenale insufficiëntie (59%), hypothyreioïdie (59%) of diabetes insipidus (28%). Het management van PM omvatte bestraling (76%), chemotherapie (68%), chirurgische resectie (21%), of combinatietherapie (71%). Chirugische behandeling en bestraling resulteerden in verbetering van de symptomen in 50% respectievelijk 52% van de patiënten. De mediane overall survival was 16,5 maanden (95%-bti 10,7-25,4). In multivariate analyse waren primaire site anders dan long of borst (p=0,020), leeftijd jonger dan zestig jaar (p=0,030), en chirurgische resectie (p=0,016) geassocieerd met langere OS.

De onderzoekers concluderen dat de studie kenmerken heeft geïdentificeerd die geassocieerd zijn met langere OS en kenmerken die geassocieerd zijn met verbetering van de klachten van patiënten met PM.

1.Patel KR, Zheng J, Tabar V et al. Extended survival after surgical resection form pituitary metastases: clinical features, management, and outcomes of metastatic disease to the sella. The Oncologist 2019-0520

Summary: A study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found that among patients with pituitary metastasis age younger than 60 years, primary tumor sites other than lung or breast, and surgical resection of the pituitary lesion was associated with prolonged survival. Surgical resection and radiation treatmen resulted in symptomatic improvement in around 50% of patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van eerstelijns wekelijks dose-dense chemotherapie voor epitheliaal ovariumcarcinoom (0)
2019-12-01 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ICON8 study epithelial ovarian carcinoma weekly dose-dense chemotherapy
Dr. Andrew ClampDe standaard eerstelijns behandeling voor epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC) is carboplatine plus paclitaxel eens per drie weken. In de Japanse studie JGOG3016 is significante verbetering gezien van progressievrije overleving en overall survival met dose-dense wekelijks paclitaxel en drie-wekelijks carboplatine. De multinationale fase 3- studie ICON8 heeft twee dose-dense regimes vergeleken met de standaard drie-wekelijkse chemotherapie voor EOC in voornamelijk Europese populaties. Dr. Andrew Clamp (University of Manchester UK) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet.1

De studie includeerde vrouwen met nieuw-gediagnostiseerd stadium IC-IV EOC, die werden gerandomiseerd naar drie groepen die zes cycli chemotherapie kregen. Groep 1 (n=519) kreeg carboplatine AUC5 of AUC6 plus paclitaxel 175 mg/m2 iedere drie weken, groep 2 (n=522) kreeg carboplatine AUC5 of AUC6 iedere drie weken plus paclitaxel 80 mg/m2 eens per week, en groep 3 (n=520) kreeg carboplatine AUC2 eens per week plus paclitaxel 80 mg/m2 eens per week. De patiënten werden geïncludeerd na primaire chirurgie of in neoadjuvante setting met geplande uitgestelde chirurgie. Coprimaire eindpunten waren progressievrije overleving en overall survival. De nu gepubliceerde analyse heeft alleen betrekking op de PFS.

Van de geïncludeerde vrouwen voltooide 72% in groep 1, 60% in groep 2, en 63% in groep 3 de zes protocol-gedefinieerde behandelingen, hoewel de 90%, 89% en 85% zes cycli platina-gebaseerde chemotherapie voltooide. De figuur laat de PFS in de drie groepen zien (panel B uitgesplitst naar onmiddellijke chirurgie gevolgd door adjuvante chemotherapie versus uitgestelde chemotherapie na neoadjuvante chemotherapie). Er was geen significant PFS-verschil tussen de armen, ook niet bij vergelijking van alleen onmiddellijke chirurgie of alleen uitgestelde chirurgie. Graad 3 en 4 toxische effecten waren meer frequent met wekelijkse behandeling, maar deze effecten waren voor het grootste deel ongecompliceerd. Het voorkomen van febriele neutropenie en sensorische neuropathie verschilde niet significant tussen de armen.

De onderzoekers concluderen dat wekelijkse dose-dense chemotherapie als eerstelijns behandeling voor EOC mogelijk was, maar vergeleken met standaard eerstelijns behandeling niet resulteerde in significante verbetering van de PFS.

1.Clamp AR, James EC, McNeish IA et al. Weekly dose-dense chemotherapy in first-line epithelial ovarian, fallopian tube, or primary peritoneal carcinoma treatment (ICON8): primary progression free survival analysis results from a GCIG phase 3 randomised controlled trial. Lancet 2019; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study ICON8 found that weekly dose-dense chemotherapy could be delivered successfully as first-line treatment for epithelial ovarian cancer but did not significantly improve progression-free survival compared with standard 3-weekly chemotherapy in predominantly European populations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische implicaties van RAS-veranderingen en impact van gerichte behandelingen in diverse maligniteiten (0)
2019-11-30 16:03   ( Nieuws )
Tags:  RAS alterations prognostic implications targeted therapies
Dr. Shumei KatoRAS-veranderingen worden frequent gezien in moeilijk te behandelen maligniteiten, en worden beschouwd als undruggable. Een studie van Moores Cancer Center van de University of California San Diego (La Jolla) heeft prognostische implicaties van RAS-veranderingen in diverse maligniteiten nader onderzocht, en de impact van gerichte behandelingen bestudeerd. Dr. Shumei Kato en collega’s publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 1937 patiënten . Met next-generation sequencing vonden de onderzoekers RAS-veranderingen in 20,9% van de tumoren (n=405). De meeste (95,3%) RAS-veranderde tumoren hadden genomische co-veranderingen (mediaan 3; range 0-51), vaak in genen die geïmpliceerd worden in oncogene signalering: PI3K-route (31,4% van 405), celcyclus-geassocieerde genen (31,1%), TKI-families (21,5%), en MAPK-signalering (18,3%). Patiënten met RAS-veranderde maligniteiten hadden significant slechtere overall survival dan patiënten met RAS-wildtype maligniteiten (multivariaat p=0,02), met vooral slechtere OS voor KRAS-veranderde maligniteiten. Co-veranderingen in zowel RAS als PI3K-signalering (p=0,004) of celcyclus-geassocieerde genen (p<0,001) waren geassocieerd met slechtere OS.

Onder patiënten met RAS-veranderde maligniteiten waren MEK-remmers alleen niet geassocieerd met verbetering van de progressievrije overleving, terwijl gerichte therapie tegen non-MAPK route co-veranderingen geassocieerd waren met een trend van langere PFS (versus niet-gerichte therapie HR 0,79; p=0,07). Drie van negen patiënten met gerichte combinatietherapie tegen zowel MAPK- als non-MAPK routes hadden objectieve respons.

De onderzoekers concluderen dat RAS-veranderingen geassocieerd waren met slechte overleving. De meeste RAS-veranderingen waren vergezeld van andere oncogene veranderingen. MEK-remmers alleen waren niet effectief. Resultaten in een gering aantal patiënten suggereren een mogelijk profijt van gerichte combinatietherapie.

1.Kato S, Okamura R, Sicklick JK et al. Prognostic implications of RAS alterations in diverse malignancies and impact of targeted therapies. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Moores Cancer Center (UC San Diego, La Jolla) investigated prognostic implications of RAS alterations in diverse malignancies and the impact of targeted therapies. RAS alterations correlated with poor survival across cancers. The majority of RAS alterations were accompanied by co-alterations impacting oncogenic pathways. MEK inhibitors alone were ineffective against RAS-altered cancers while matched therapies against co-alterations alone correlated with a trend to improved PFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van alcoholconsumptie, roken van sigaretten, en familal risk profile op risico van mammacarcinoom (0)
2019-11-30 14:53   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer risk impact of alcohol and smoking and FRP
Prof. Mary Beth TerryEr zijn aanwijzingen voor een positieve associatie van het gebruik van alcohol en/of het roken van sigaretten met het risico van mammacarcinoom (BC). Een analyse in het cohort van de Prospective Family Study heeft onderzocht of deze associatie wordt gemodificeerd door het familial risk profile (FRP), gedefinieerd als de één-jaars BC-incidentie voorspeld door het BOADICEA-algoritme. Prof. Mary Beth Terry (Columbia University, New York) en collega’s publiceren de analyse online in Breast Cancer Research.1

De studie includeerde 17.435 vrouwen, die mediaan 10,4 jaar werden gevolgd. Tijdens de follow-up werd in 1009 deelneemsters incident BC gediagnostiseerd. Het BC-risico was overall niet geassocieerd met roken van sigaretten (current versus never smokers HR 1,02; 95%-bti 0,85-1,23) of gebruik van alcohol (zeven of meer consumpties per week versus non-regular drinkers HR 1,10; 95%-bti 0,92-1,32). Vrouwen met lager FRP hadden echter een verhoogd risico van ER-positief BC als ze zeven of meer alcoholische consumpties per week consumeerden (vergeleken met niet-reguliere consumenten), terwijl deze associatie niet werd gezien onder vrouwen met hoger FRP. Bijvoorbeeld, vrouwen in het tiende percentiel van FRP (vijf-jaars BOADICEA-voorspeld risico 0,15%) hadden een HR voor drinksters versus niet drinksters 1,46 (95%-bti 1,07-1.99) en vrouwen in het negentigste percentiel (vijfjaars BOADICEA 4,2%) hadden een HR 1,07 (95%-bti 0,80-1,44). Vrouwen die regelmatig alcohol consumeerden en rookten hadden ook bij hoger FRP een hoger BC-risico dan vrouwen die niet-regelmatig alcohol consumeerden en rookten.

De onderzoekers concluderen dat er geen overall associatie was tussen alcoholconsumptie of roken en het BC-risico. In vrouwen met laag FRP was het BC-risico hoger onder vrouwen met matig alcoholgebruik dan onder vrouwen met niet-regelmatig alcoholgebruik. Onder vrouwen met hoger FRP was het BC-risico hoger in geval van combinatie van alcoholgebruik en roken.

1.Zeinomar N, Knight JA, Genkinger JM et al. Alcohol consumption, cigarette smoking, and familial breast cancer risk: findings from the Prospective Family Study Cohort (ProfF-SC). Breast Cancer Res 2019;21:128

Summary: An analysis in the cohort of the Prospective Family Study (1009 incident breast cancer cases in 17,435 women during median follow-up of 10.4 years) found no overall association of smoking or alcohol consumption with BC risk. Among women at lower BOADICEA-predicted BC-risk moderate alcohol intake was associated with increased BC risk. Among women with a high BOADICEA-predicted risk, the combination of alcohol consumption and cigarette smoking was associatied with increased BC risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van wereldwijde screening op maligniteiten in personen met mentale ziekte (0)
2019-11-30 12:44   ( Nieuws )
Tags:  cancer screening in people with mental illness
Dr. Marco SolmiHet is bekend dat personen met mentale ziekte vergeleken met de algemene bevolking een hogere waarschijnlijkheid hebben van overlijden aan maligniteiten. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de wereldwijde frequentie van screening op maligniteiten onderzocht onder patiënten met mentale ziekte. Dr. Marco Solmi (Universiteit van Padua, Italië) en collega’s publiceren de meta-analyse online in The Lancet Psychiatry.1



In de literatuur tot en met 4 mei 2019 vonden de onderzoekers 46 voor het onderwerp relevante studies, met tezamen 501.559 patiënten met mentale ziekte en 4.216.280 controlepersonen in de algemene bevolking. Zeventig procent van deze patiënten en controlepersonen waren vrouwen. De studies gaven informatie over screening op maligniteiten van borst, colorectum, long, maag, ovaria, en prostaat. In personen met enige mentale ziekte vergeleken met de algemene bevolking was screening op enige maligniteit significant minder frequent (OR 0,76; 95%-bti 0,72-0,79), evenals screening op mammacarcinoom (OR 0,65; 95%-bti 0,60=0,71), cervixcarcinoom (OR 0,89; 95%-bti 0,84-0,95), en prostaatcarcinoom (OR 0,78; 95%-bti 0,70-0,86), maar niet voor colorectaalcarcinoom (OR 1,02; 95%-bti 0,90-1,15).

De onderzoekers concluderen dat screening op maligniteiten significant minder frequent was in de populatie met mentale ziekte dan in de algmene bevolking.

1.Solmi M, Firth J, Miola A et al. Disparities in cancer screening in people with mental illness across the world versus the general population: prevalence and comparative meta-analysis including 4 717 839 people. Lancet Psychiatry 2019; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 46 studies, including 501,559 patients with mental illness and 4,216,280 controls, found that the population of people with mental illness receives less cancer screening compared with the general population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van eerstelijns atezolizumab plus nab-paclitaxel voor niet-resectabel gevorderd TNBC (0)
2019-11-29 15:57   ( Nieuws )
Tags:  IMpassion130 study updated results overall survival
Immuuntherapie in combinatie met chemotherapie heeft veelbelovende werkzaamheid laten zien voor veel verschillende typen maligniteiten. De multinationale fase 3-studie IMpassion130 randomiseerde patiënten met niet-eerder behandeld niet-resectabel lokaal-gevorderd of metastatisch triple-negatief mammacarcinoom naar atezolizumab plus nab-paclitaxel of placebo plus nab-paclitaxel. Vorig jaar is gepubliceerd dat progressievrije overleving beter was in de atezolizumab-arm dan in de placebo-arm, zowel in de gehele patiëntengroep als in de subgroep met PD-L1 positieve tumoren. Prof. Peter Schmid (Queen Mary University of London) en collega’s publiceren nu online in The Lancet Oncology resultaten van de interimanalyse van overall survival in de studie.1

IMpassion130 werd uitgevoerd in 246 centra in 41 landen. De studie includeerde 902 patiënten, in de leeftijd van achttien jaar of ouder, met een ECOG performance status 0 of 1. Onder deze patiënten waren er 369 (40,9%) met PD-L1 positieve ziekte. De 890 patiënten die werkelijk werden behandeld werden gerandomiseerd naar atezolizumab plus nab-paclitaxel (n=445) of placebo plus nab-paclitaxel (n=445). PD-L1 status was een stratificatiefactor. De atezolizumab-groep telde 185 patiënten met PD-L1 positieve ziekte, en de placebogroep 184.

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 18,5 maanden (IQR 9,6-22,8) in de atezolizumabgroep en 17,5 maanden (IQR 8,4-22,4) in de placebogroep. De mediane OS was 21,0 maanden met atezolizumab versus 18,7 maanden met placebo (HR 0,86; p=0,078). Onder de patiënten met PD-L1 positieve ziekte was de mediane OS 25,0 maanden met atezolizumab versus 18,0 maanden met placebo (HR 0,71; 95%-bti 0,54-0,94). Er waren geen onverwachte bijwerkingen.

De onderzoekers concluderen dat er voor alle patiënten tezamen geen significant OS-verschil was tussen beide armen, maar dat atezolizumab plus nab-paclitaxel, vergeleken met placebo plus nab-paclitaxel, onder de patiënten met PD-L1 positieve ziekte resulteerde in een klinisch relevant OS-profijt.

1.Schmid P, Rugo HS, Adams S et al. Atezolizumab plus nab-paclitaxel as first-line treatment for unresectable, locally advanced or metastatic triple-negative breast cancer (IMpassion130): updated efficacy results from a randomised, double-blind, placebo-controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The phase 3 study IMpassion130 randomized patients with not previously treated unresectable locally advanced or metastatic TNBC to atezolizumab plus nab-paclitaxel or placebo plus nab-paclitaxel. The second interim analysis of the study found no significant difference in OS between both arms among all patients, but a clinically meaningful OS benefit with atezolizumab among the patients with PD-L1 positive disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overlevingsimpact van fertiliteits-sparende chirurgie voor epitheliaal ovariumcarcinoom (0)
2019-11-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EOC fertility-sparing surgery
Dr. Sarah CraftonEr is geen duidelijkheid over de impact van vruchtbaarheid-sparende chirurgie (FSS) op de overleving van patiënten met epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC). Een analyse van de SEER-database en de National Cancer Database heeft deze impact onderzocht. Dr. Sarah Crafton (Allegheny Health Network. Pittsburgh PA) en collega’s publiceren de analyse online in Cancer.1



In de beide databases tezamen identificeerden de onderzoekers 9017 vrouwen in de leeftijd van 15 tot 45 jaar die voor inclusie in de analyse in aanmerking kwamen. FSS werd gedefinieerd als unilaterale salpingo-ovariëctomie en uteruspreservatie, terwijl bilaterale salpingo-ovariëctomie en hysterectomie werden beschouwd als niet-FSS. In beide databases waren jongere leeftijd, meer recente EOC-diagnose en geen adjuvante chemotherapie significant geassocieerd met hogere waarschijnlijkheid van FSS. Onder vrouwen met stadium II tot en met IV sereus EOC was FSS significant geassocieerd met slechtere overall survival (HR 1,61; 95%-bti 1,22-2,12). In andere subgroepen gedefinieerd volgens stadium en graad of volgens stadium en histologie was FSS niet significant geassocieerd met OS.

De onderzoekers concluderen dat FSS voor sommige groepen vrouwen met EOC veilig was, maar voor vrouwen met gevorderd-stadium sereus EOC geassocieerd was met slechtere overleving.

1.Crafton SM, Cohn DE, Llamocca EN et al. Fertility-sparing surgery and survival among reproductive-age women with epithelial ovarian cancer in 2 cancer registries. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the SEER database and the National Cancer Database found that fertility-sparing surgery for epithelial ovarian cancer was associated with poor survival in the group of women with stage II to IV serous EOC, but seemed to be safe for other subgroups defined by stage and grade or by stage and histology.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)