Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

ctDNA-analyse voor ziektemonitoring na inductiebehandeling voor metastatisch colorectaalcarcinoom (0)
2020-03-30 13:00   ( Nieuws )
Tags:  mCRC STEAM study post-induction ctDNA analysis
Dr. Xiaoju MaDe fase 2-studie STEAM randomiseerde patiënten met metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC) naar eerstelijns sequentieel of concurrent FOLFOXIRI-bevacizumab versus FOLFOX-bevacizumab. Vorig jaar is gepubliceerd dat de uitkomsten met de triplet-chemotherapie numeriek beter waren dan met de doublet-chemotherapie. Een secundaire analyse van de studie heeft nu de waarde onderzocht van analyse van circulerend tumor DNA (ctDNA) als prognostische marker voor progressievrije overleving na de eerstelijns behandeling. Dr. Xiaoju Ma (Roche Sequencing Solutions, Pleasanton CA) en collega’s publiceren de analyse online in Clinical Cancer Research.1


Onder de 280 STEAM-patiënten waren er 183 met beschikbaar en gesequenced tumorweefsel, 118 met tevens gematchte pre-inductie plasmamonsters, en 54 met ctDNA-sequencing data van zowel pre- als post-inductie plasmamonsters. De meest-gedetecteerde somatische varianten in tumorweefsel en pre-inductie plasma waren in TP53, APC, en KRAS. Patiënten met lager-dan-mediaan versus hoger-dan-mediaan gemiddelde allelfractie (mAF)-niveaus hadden langere mediane progressievrije overleving (17,7 versus 7,5 maanden; HR 0,33; 95%-bti 0,17-0,63). Hogere niveaus van post-inductie mAF en post-inductie mean mutant per milliliter (mMMPM) en mate van verandering in ctDNA (verlaging tussen pre- en post-inductie) waren geassocieerd met kortere PFS. Post-inductie mAF en mMMPM waren over het algemeen gecorreleerd (r=0,987; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat ctDNA-analyse in post-inductie plasma prognostische informatie leverde in mCRC.

1.Ma XM, Bendell JC, Hurwitz HI et al. Disease monitoring using post-induction circulating tumor DNA analysis following first-line therapy in patients with metastatic colorectal cancer. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A secondary analysis of the randomized phase 2 study STEAM found that ctDNA quantification in post-induction plasma could serve as a prognostic biomarker for mCRC post-treatment outcome.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Pancreaskopcarcinoom: voorspellers van progressie of verslechtering performance status tijdens neoadjuvante therapie (0)
2020-03-30 11:42   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic head adenocarcinoma neoadjuvant therapy
Dr. Alessandro PanicciaNeoadjuvante therapie (NAT) wordt in toenemene mate toegepast voor adenocarcinoom van de pancreaskop (PDC). In een aanzienlijk percentage van de patiënten wordt echter tijdens de NAT progressie van de ziekte of verslechtering van de performance status gezien die resectie onmogelijk maken. Een studie van het University of Pittsburgh Medical Center heeft voorspellers geïdentificeerd van ziekteprogressie of PS-verslechtering tijdens NAT voor PDC. Dr. Alessandro Paniccia en collega’s publiceren de studie online in Annals of Surgical Oncology.1

Tussen begin 2005 en eind 2017 ondergingen 479 patiënten in UPMC NAT voor PDC. Van deze patiënten onderging 71,2% na de NAT chirurgie, terwijl 20,5% progressie en 8,3% PS-verslechtering had. De mediane overall survival in deze drie groepen was 28 maanden (95%-bti 23,8-32,3), 12,8 maanden (11,2-14,3) en 6,9 maanden (5,2-9,4). Voorspellers van progressie van de ziekte waren in multivariate analyse: grotere tumoren, niet-geplande verandering van het NAT-regime, ziekenhuisopname tijdens NAT, en achterwege blijven van CA19-9 respons. Voorspellers van PS-verslechtering waren in multivariate analyse: hogere leeftijd, diabetes voor aanvang van NAT, ziekenhuisopname tijdens NAT, en achterwege blijven van CA19-9 respons.

De onderzoekers concluderen dat de studie factoren heeft geïdentificeerd die ziekteprogressie en PS-verslechtering tijdens NAT voor PDC kunnen voorspellen.

1.Paniccia A, Gleisner AL, Zenati MS et al. Predictors of disease progression or performance status decline in patients undergoing neoadjuvant therapy for localized pancreatic head adenocarcinoma. Ann Surg Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A study at University of Pittsburgh Medical Center identified predictors of resection inhibiting disease progression and performance status decline during neoadjuvant therapy for pancreas head adenocarcinoma. Predictors of disease progression were larger tumor size, unplanned change in NAT regimen, hospital admission during NAT, and lack of CA19-9 response. Predictors of performance status decline were increasing age, presence of pre-NAT diabetes, hospital admission during NAT, and lack of CA19-9 response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van tweedelijns lurbinectedine voor SCLC (0)
2020-03-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  small-cell lung cancer second-line lurbinectedin
. Dr. José TrigoEr zijn weinig behandelopties voor patiënten met kleincellig longcarcinoom (SCLC) na falen van eerstelijns therapie. Lurbinectedine is een selectieve remmer van oncogene transcriptie. Een fase 2 basket-studie in 26 ziekenhuizen in zes Europese landen en de Verenigde Staten onderzocht werkzaamheid en veiligheid van lurbinectedine voor SCLC na falen van eerstelijns platina-gebaseerde chemotherapie. Dr. José Trigo (Universiteitsziekenhuis Málaga) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde 105 volwassen patiënten met pathologisch bevestigd SCLC, ECOG performance status 2 of beter, geen hersenmetastasen, adequate orgaanfunctie, en tenminste drie weken na de laatste chemotherapie. De patiënten kregen intraveneus lurbinectedine 3,2 mg/m2 iedere drie weken tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met respons.

De mediane follow-up was 17,1 maanden (IQR 6,5-25,3). Respons werd gezien in 37 patiënten (ORR 35,2%; 95%-bti 26,2-45,2). De meest-waargenomen graad 3 of 4 adverse events waren anemie (9% van de patiënten), leukopenie (29%), neutropenie (46%), en trombocytopenie (7%). Ernstige TRAEs werden gezien in elf patiënten (vooral neutropenie en febriele neutropenie). Er waren geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat lurbinectedine activiteit had als tweedelijne therapie voor SCLC in termen van overall respons, en een acceptabel en manageable veiligheidsprofiel had.

1.Trigo J, Subbiah V, Besse B et al. Lurbinectedin as second-line treatment for patients with small-cell lung cancer: a single-arm, open-label, phase 2 basket trial. Lancet Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study in 26 hospitals in seven countries found activity of lurbinectedin for SCLC after failure of platinum-based chemotherapy. Lurbinectedin had an acceptable and manageable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Toevoegen van venetoclax aan eerstelijns cytarabine voor AML in voor chemotherapie ongeschikte patiënten (0)
2020-03-29 13:29   ( Nieuws )
Tags:  untreated AML in patients unfit for intensive chemotherapy venetoclax plus low dose cytarabin
Dr. Andrew WeiEr is behoefte aan nieuwe effectieve behandelingen voor AML-patiënten die intensieve chemotherapie niet kunnen verdragen. Een multinationale fase 3-studie heeft werkzaamheid van lage-dosering cytarabine (LDAC) met of zonder venetoclax als eerstelijns behandeling voor deze patiënten onderzocht. Dr. Andrew Wei (Alfred Hospital, Melbourne) en collega’s publiceren de studie online in Blood.1

De studie includeerde 211 AML-patiënten met een mediane leeftijd 76 jaar (range 36-93); 38% had secundair AML, en 20% had eerder hypomethylerende behandeling gekregen. De patiënten kregen LDAC op dagen één tot en met tien van vier-weekse cycli, en werden 2:1 gerandomiseerd naar toevoeging van venetoclax (n=143) of placebo (n=68). Het primaire eindpunt van de studie was overall survival. De mediane OS was 7,2 maanden in de LDAC plus venetoclax-arm versus 4,1 maanden in de LDAC plus placebo-arm (HR 0,75; p=0,11), een statistisch niet-significant verschil. Percentage patiënten met CR/CRi waren 48% met venetoclax-LDAC versus 13% met placebo-LDAC. Graad 3 of hoger adverse events waren febriele neutropenie (32% met venetoclax-LDAC versus 29% met placebo-LDAC), neutropenie (47% versus 16%), en trombocytopenie (45% versus 37%).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van venetoclax aan LDAC voor niet-eerder behandeld AML in patiënten die geen chemotherapie konden verdragen resulteerde in klinisch-relevante verbetering van percentage patiënten met remissie en van OS. Het veiligheidsprofiel van de combinatie was manageable.

1.Wei AH, Montesinos P, Ivanov V et al. Venetoclax plus LDAC for patients with untreated AML ineligible for intensive chemotherapy: phase 3 randomized placebo-controlled trial. Blood 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational phase 3 study found that the combination of venetoclax plus low-dose cytarabine for untreated AML in patients ineligible for intensive chemotherapy resulted in CR/CRi in 48% of patients and a median OS of 7.2 months. Safety of the combination was manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvante chemotherapie voor mammacarcinoom: circulerend tumor DNA voorspelt respons en prognose (0)
2020-03-29 11:46   ( Nieuws )
Tags:  neoadjuvant chemotherapy for early breast cancer ctDNA predicts response and prognosis
In veel patiënten die behandeling met curatieve intentie voor vroeg-stadium mammacarcinoom krijgen wordt na verloop van tijd toch recidief gezien. Er is behoefte aan een methode om patiënten met hoog risico van recidief te identificeren. Een studie in China heeft onderzocht of gehalten van circulerend tumor DNA (ctDNA) voor aanvang van neoadjuvante chemotherapie (NAC) en veranderingen in ctDNA-gehalten tijdens de NAC voorspellend zijn voor respons op NAC en prognose. Dr. Qiang Liu (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie online in JCO Precision Oncology.1

De prospectieve studie includeerde 52 patiënten. Aan de hand van gepaarde tumorbiopten en bloedmonsters voor aanvang, tijdens, en na chemotherapie bepaalden de onderzoekers met deep targeted sequencing (1021 maligniteiten-gerelateerde genen) gehalten van ctDNA. Acht patiënten hadden voor aanvang van NAC onvoldoende celvrij DNA in plasma. Onder de overige 44 patiënten werd in 21 baseline ctDNA gezien. Het ctDNA-niveau na twee cycli NAC was voorspellend voor tumorrespons na alle NAC-cycli (AUC 0,81; 95%-bti 0,61-1,00). Tracking van ctDNA tijdens NAC had betere performance voor voorspellen van respons op NAC dan imaging. Bovendien was positief baseline ctDNA geassocieerd met slechtere ziektevrije overleving (p=0,011) en overall survival (p=0,004).

De onderzoekers concluderen dat ctDNA kan worden gebruikt voor voorspellen van tumorrespons op NAC en voor het voorspellen van de prognose van patiënten met vroeg-stadium mammacarcinoom.

1.Li S, Lai H, Liu J et al. Circulating tumor DNA predicts the response and prognosis in patients with early breast cancer receiving neoadjuvant chemotherapy. JCO Precision Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A study in China found that ctDNA can be used to predict tumor response to neoadjuvant chemotherapy and prognosis in early breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve multinationale studie van ICIs voor gevorderde urologische maligniteiten in patiënten met autoïmmuunziekten (0)
2020-03-28 15:55   ( Nieuws )
Tags:  advanced urological cancers with pre-existing autoimmune disorders immune checkpoint inhibitors
Dr. Lauren HarshmanDe veiligheid en werkzaamheid van immuuncheckpointremmers (ICIs) voor gevorderde urologische maligniteiten in patiënten met auto-immuunziekten (AD) zijn niet goed bekend, omdat in de meeste studies van dit onderwerp auto-immuunziekte een exclusiecriterium was. Een retrospectieve multinationale studie heeft nu veiligheid en werkzaamheid van ICIs voor gevorderde urologische maligniteiten in patiënten met AD geïnventariseerd. Dr. Lauren Harshman (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie online in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde 58 patiënten met AD en niercelcarcinoom (RCC) en 48 patiënten met AD en urotheelcarcinoom (UC) van tien centra. Onder deze patiënten waren er 35 (33%) met graad 1 of 2 klinisch actieve AD van wie 10 (9%) bij aanvang van de ICI-behandeling corticosteroïden of immuunmodulatoren gebruikten. Exacerbaties van bestaande AD werden gezien in 38 patiënten (36%) onder wie 17 (45%) corticosteroïden nodig hadden en 6 (16%) de ICI discontinueerden. Graad 3 of 4 gebeurtenissen werden gezien in 6 (16%) van de exacerbaties en 13 (33%) van de nieuwe irAEs. Geen van de patiënten overleed aan de irAEs. De mediane follow-up was 15 maanden. Onder de RCC-patiënten werd objectieve respons gezien in 31% (95%-bti 20-45); de mediane tijd tot falen van de behandeling was7 maanden (95%-bti 4-10) en de twaalf-maands overall survival was 78% (95%-bti 63-87). Onder de UCC patiënten was de ORR 40% (95%-bti 26-55), de mediane TTF 5,0 maanden (95%-bti 2,3-9,0), en de twaalf-maands OS 63% (95%-bti 47-76).

De onderzoekers concluderen dat patiënten met RCC of UC met goed-gecontroleerde AD baat kunnen hebben bij ICI, met manageable toxiciteiten.

1.Martinez Chanza N, Xie W, Issa M et al. Safety and efficacy of immune checkpoint inhibitors in advanced urological cancers with pre-existing autoimmune disorders: a retrospective international multicenter study. J ImmunoTher Cancer 2020-000538

Summary: A multinational retrospective study found that patients with advanced renal or urothelial cancer and well-controlled autoimmune disorders can benefit form immune checkpoint inhibitors with manageable toxicities.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Nivolumab plus ipilimumab met of zonder lokale therapie voor hersenmetastasen van melanoom (0)
2020-03-28 14:23   ( Nieuws )
Tags:  melanoma brain metastases nivolumab plus ipilimumab with or without local therapy
Dr. Theresa AmaralVan de combinatie van nivolumab (nivo) plus ipilimumab (ipi) is werkzaamheid gezien voor hersenmetastasen van melanoom (MBM). In de meeste studies van deze werkzaamheid waren patiënten met symptomatische MBM en/of eerdere lokale hersenradiotherapie geëxcludeerd. Een multicenterstudie in Duitsland heeft de werkzaamheid onderzocht van nivo plus ipi met of zonder lokale therapie voor symptomatische en voor asymptomatische MBM, ongeacht de lijn van behandeling. Dr. Theresa Amaral (Eberhard Karls Universität van Tübingen) en collega’s publiceren de studie online in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie, uitgevoerd in 23 centra, includeerde 380 patiënten met MBM, van wie 31% symptomatische MBM hadden. De mediane follow-up was 18 maanden; de twee-jaars overall survival was 41% en de drie-jaars OS was 30%. Onafhankelijke OS-voorspellende factoren waren serumniveaus van LDH en S100B, aantal MBM, en ECOG performance status. De OS verschilde niet tussen patiënten die in eerste lijn hetzij BRAF- of MEK-remmer of nivo plus ipi kregen, noch in de groep met BRAFV600-gemuteerd melanoom noch in de groep met BRAF-wildtype melanoom. Toevoegen van lokale therapie (chirugie of stereotactische radiochirurgie) resulteerde in verbetering van de OS, ongeacht het tijdstip van lokale therapie.

De onderzoekers concluderen dat nivo plus ipi, met name in combinatie met lokale therapie, resulteerde in verbetering van de OS van patiënten met symptomatische en van patiënten met asymptomatische MBM.

1.Amaral T, Kiecker F, Schaefer S et al. Combined immunotherapy with nivolumab and ipilimumab with and without local therapy in patients with melanoma brain metastasis: a DeCOG* study in 380 patients. J ImmunoTher Cancer 2020;000333

Summary: A multicenter study in Germany found that nivolumab plus ipilimumab, particularly in combination with stereotactic radiosurgery or surgery, improved overall survival of patients with asymptomatic and patients with symptomatic brain metastases of melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-studie van anetumab ravtansine voor gevorderde solide tumoren (0)
2020-03-28 12:39   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid tumors anetumab ravtansine
Dr. Raffit HassanAnetumab ravtansine (AR) is een antibody-drug conjugate bestaande uit een anti-mesotheline antilichaam gebonden aan het cytotoxische maytansinoïde-derivaat DM4. Een multicenter fase 1-studie heeft de veiligheid en werkzaamheid van AR voor gevorderde of metastatische solide tumoren met expressie van mesotheline geïnventariseerd. Dr. Raffit Hassan (National Cancer Institute, Bethesda MD) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde zwaar-voorbehandelde patiënten met verschillende typen solide tumoren met bekende expressie van mesotheline (mesothelioom, ovariumcarcinoom, pancreascarcinoom, NSCLC, en mammacarcinoom). De doseringsescalatiefase includeerde 45 patiënten, die oplopende doseringen AR kregen. De hoogst-verdragen doseringen waren 6,5 mg/kg iedere drie weken en 2,2 mg/kg iedere week. De expansiefase includeerde 32 patiënten in het 6,5 mg/kg iedere drie weken-cohort, 35 patiënten in het 1,8 mg/kg eens per week-cohort, en 36 patiënten in het 2,2 mg/kg eens per week-cohort. De meest-waargenomen behandelingsgerelateerde adverse events waren vermoeidheid, misselijkheid, diarree, anorexie, braken, perifere sensorische neuropathie, en keratitis/keratopathie. Er waren geen graad 5 AEs. Onder de 148 patiënten met was er één met complete respons, elf met partiële respons, en 66 met stabiele ziekte. De tumoren van patiënten met klinische activiteit van AR hadden hoge expressie van mesotheline.

De onderzoekers concluderen dat AR manageable veiligheid en veelbelovende antitumoractiviteit had voor zwaar-voorbehandelde solide tumoren met expressie van mesotheline.

1.Hassan R, Blumenschein GR, Moore KN et al. First-in-human, multicenter, phase I dose-escalation and expansion study of anti-mesothelin antibody-drug conjugate anetumab ravtaninse in advanced or metastatic solid tumors. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1 study found that anetumab ravtansine had a manageable safety and favorable pharmacokinetic profile with encouraging antitumor activity for heavily pretreated mesothelin-expressing solid tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)