Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Impact van EGFR-mutatiestatus op overall survival van patiënten met vroeg-stadium NSCLC in Denemarken (0)
2022-06-21 15:00   ( Nieuws )
Tags:  early-stage NSCLC EGFR mutation status overall survival
Prof. Vera EhrensteinOngeveer 35% van de patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom heeft bij diagnose vroeg-stadium ziekte (I tot en met IIIA). Een cohortstudie in Denemarken heeft de impact van EGFR-mutatiestatus op de overall survival van deze patiënten in de klinische praktijk geïnventariseerd. Prof. Vera Ehrenstein (Universiteit van Aarhus) en collega’s publiceren de studie in Cancer Medicine.1

Tussen begin 2013 en eind 2018 kregen in Denemarken 21.282 patiënten een diagnose NSCLC, onder wie 8758 bij diagnose vroeg-stadium ziekte hadden. In 4107 (46%) van deze patiënten werd de EGFR-mutatiestatus van de tumoren bepaald. De figuur laat zien dat onder alle patiënten met vroeg-stadium NSCLC (panel A) de mediane OS 5,7 jaar was in de 367 patiënten met EGFR-mutatie positieve status versus 4,4 jaar onder de 3710 patiënten met EGFR-mutatie negatieve status. De overige panels laten zien dat EGFR-mutatie in alle stadia van I tot en met IIIA geassocieerd was met overlevingsvoordeel.

De onderzoekers concluderen dat onder alle patiënten en in subgroepen patiënten met vroeg-stadium NSCLC, EGFR-mutatie geassocieerd was met betere overleving.

1.Ehrenstein V, Eriksen K, Taylor A et al. Characteristics and overall survival of patients with early-stage non-small cell lung cancer: a cohort study in Denmark. Cancer Medicine 2022; epub ahead of print

Summary: A cohort study in Denmark found that among patients with early-stage NSCLC, presence versus absence of EGFR mutation was associated with improved overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fragiliteit voorspelt postoperatieve uitkomsten van patiënten met craniofaryngeoom (0)
2022-06-21 13:30   ( Nieuws )
Tags:  craniopharyngioma hospital frailty risk score postoperative outcomes
Dr. Bharat GuthikondaFragiliteit leidt tot toegenomen kwetsbaarheid voor anderszins onschadelijke stressfactoren. Er zijn aanwijzingen voor associaties van fragiliteit met postoperatieve complicaties en mortaliteit onder patiënten die neurochirurgie ondergaan voor uiteenlopende aandoeningen. Een studie van Louisiana State University Health (Shreveport) heeft de associatie tussen fragiliteit en postoperatieve uitkomsten van craniofaryngeoom-patiënten onderzocht. Dr. Bharat Guthikonda en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1



De onderzoekers identificeerden in de Nationwide Inpatient Sample database patiënten die chirurgie ondergingen voor craniopharyngeoom, en voor wie een Hospital Frailty Risk Score (HFRS) beschikbaar was. De patiënten werden onderverdeeld in drie categorieën, met laag (HFRS < 5), intermediair (5-15), of hoog (>15) risico. Logistische-regressieanalyse wees uit dat hogere HFRS voorspellend was voor ontwikkeling van complicaties, in 100% van de de patiënten met hoog risico, 76% van de patiënten met intermediair risico, en 63% van de patiënten met laag risico. Verlengd verblijf in het ziekenhuis werd gezien in 71%, 49%, en 11% van de patiënten in de drie categorieën, en non-home discharge in 86%, 56%, en 17%. Hogere HFRS was ook voorspellend voor hogere ziekenhuiskosten. De mortaliteit onder de patiënten was te laag om regressieanalyse van de associatie tussen HFRS en mortaliteit mogelijk te maken.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die chirurgie ondergingen voor craniofaryngeoom hogere fragiliteit voorspellend was voor postoperatieve uitkomsten.

1.Peterson R, Kandregula S, Jee E, Guthikonda B. Utility of hospital frailty risk score for predicting postoperative outcomes in craniopharyngioma. J Neuro-Onol 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of the Nationwide Inpatient Sample database found that among patients undergoing surgery for craniopharyngioma, increased Hospital Frailty Risk Score was predictive for complications, increased length of stay, increased hospital costs, and non-home discharge. The score did not independently predict mortality, because the incidence of mortality in this population was too low to analyze.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van impact van myosteatose op overleving van patiënten met gynecologische maligniteiten (0)
2022-06-21 11:52   ( Nieuws )
Tags:  gynecological cancer prognostic impact of myosteatosis
Studies van de impact van myosteatose op overleving van patiënten met gynecologische maligniteiten hebben inconsistente resultaten laten zien. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de prognostische impact van myosteatose in deze patiënten geïnventariseerd. Dr. Yue Wang (China Medische Universiteit, Shenyang) en collega’s publiceren de meta-analyse in het International Journal of Cancer.1

In de literatuur (PubMed, EMBASE, Web of Science) tot 30 oktober 2021 vonden de onderzoekers twaalf voor het onderwerp relevante studies, met tezamen 2519 patiënten. Myosteatose was geassocieerd met 50% verhoogde mortaliteit (HR 1,50; p<0,001). In subgroepanalyses bleef de prognostische relevantie voor mortaliteit bestaan in Amerikaanse en Europese patiënten, maar niet in Aziatische patiënten. Verder was myosteatose niet geassocieerd met verhoogde mortaliteit in patiënten met endometriumcarcinoom en cervixcarcinoom, behalve ovariumcarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat overall myosteatose een sterke voorspeller is van verhoogde mortaliteit in patiënten met gynecologische mortaliteit.

1.Cao H, Gong Y, Wang Y. The prognostic impact of myosteatosis on overall survival in gynecological cancer patients: a meta-analysis and trial sequential analysis. Int J Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: Meta-analysis of twelve published studies (2519 patients) found that among patients with gynecologic cancers, myosteatosis was associated with 50% increased mortality risk. However, in subgroup analyses the prognostic relevance of myosteatosis only remained significant in American and European populations but not in Asians. Additionally, myosteatosis was not associated with increased mortality in endometrial and cervical cancers, except for ovarian cancers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ecologische studie van regionale verschillen in tumorgrootte bij diagnose in acht Duitse bondsstaten (0)
2022-06-20 15:00   ( Nieuws )
Tags:  regional inequalities of tumor size at diagnosis socioeconomic deprivation
Dr. Philipp JaehnEr zijn toenemende aanwijzingen voor een rol van woonomgeving in de vroege detectie van maligniteiten. Een studie in acht Duitse bondsstaten heeft de impact van sociaal-economische deprivatie, sociaal kapitaal, en ruraliteit op tumorgrootte bij diagnose geïnventariseerd. Dr. Philipp Jaehn (Medizinische Hochschule Brandenburg, Neuruppin) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1



De studie includeerde 386.223 patiënten met een diagnose mammacarcinoom (alleen vrouwen), colorectaalcarcinoom, maligne melanoom, uteruscarcinoom, en blaascarcinoom (alleen mannen) tussen begin 2010 en eind 2014. Hoge sociaal-economische deprivatie van de woonomgeving was geassocieerd met gevorderd tumorstadium bij de diagnose colorectaalcarcinoom en maligne melanoom. Onder patiënten met maligne melanoom was laag sociaal kapitaal geassocieerd met gevorderd tumorstadium bij diagnose onder vrouwen en mannen, en was rurale woonomgeving geassocieerd met gevorderd tumorstadium onder alleen mannen.

De onderzoekers concluderen dat preventieprogramma’s om de meest kwetsbare personen te bereiken vooral gericht dienen te zijn op gebieden met hoge sociaal-economische deprivatie, laag sociaal kapitaal, en rurale woonomgeving.

1.Jaehn P, Bergholz A, Holmberg C. Regional inequalities of tumour size at diagnosis in Germany: an ecological study in eight federal states. Int J Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: An ecological study in eight federal states in Germany investigated impact of area socioeconomic deprivation, social capital, and rurality on tumor size at diagnosis. High area socioeconomic deprivation was associated with advanced tumor size at diagnosis of colorectal cancer and melanoma. For melanoma, low social capital was associated with advanced tumor size among females and males, while a rural settlement structure was associated with advanced tumor size among males only.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world werkzaamheid en tolerabiliteit van regorafenib in patiënten met eerder-behandeld progressief graad 3 of 4 glioom (0)
2022-06-20 13:30   ( Nieuws )
Tags:  pretreated grade 3 or 4 glioma regorafenib
Prof. Norbert GalldiksDe fase 2-studie REGOMA heeft laten zien dat onder patiënten met glioblastoom in eerste relapse de multikinaseremmer regorafenib resulteerde in bemoedigend overlevingsprofijt. Een retrospectieve studie van de Universiteit van Keulen heeft real-world werkzaamheid en tolerabiliteit van regorafenib geïnventariseerd voor patiënten in eerste of latere relapse. Prof. Norbert Galldiks en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 30 patiënten met progressief graad 3 of 4 glioom. Het mediane aantal eerdere lijnen behandeling was 2. Acht patiënten (27%) werden in eerste relapse behandeld, en de overige 22 in tweede, derde, of vierde relapse. De patiënten kregen regorafenib 160 mg eenmaal daags tijdens de eerste drie weken van vier-weekse cycli, met individuele doseringsaanpassingen in geval van toxiciteit. De patiënten ondergingen bij aanvang van de behandeling en vervolgens iedere twee cycli MRI.

De patiënten kregen tezamen 94 regorafenib-cycli (mediaan 2; range 1-9). Graad 3 adverse events werden gezien in 47% van de patiënten en graad 4 AEs in 7%. De AEs waren niet significant meer frequent in patiënten met twee of meer eerdere behandelingen. De meest-frequente AEs waren laboratorium-abnormaliteiten (62%). De mediane progressievrije overleving was 2,6 maanden (range 0,8-8,2) en de mediane overall survival was 6,2 maanden (range 0,9-24) met betere OS onder de patiënten met IDH-gemuteerd glioom. De twee patiënten met oligodendroglioom waren op het moment van de nu gepubliceerde analyse in leven na 13,8 respectievelijk 20,7 maanden follow-up.

De onderzoekers concluderen dat niet alleen patiënten in eerste relapse maar ook later behandelde patiënten overlevingsprofijt kunnen hebben van behandeling met regorafenib, ondanks aanzienlijke AEs in meer dan de helft van de patiënten.

1.Werne J-M, Wolf L, Tscherpel C et al. Efficacy and tolerability of regorafenib in pretreated patients with progressive CNS grade 3 or 4 gliomas. J Neuro-Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A real-world study in Germany found that in patients with progressive WHO grade 3 or 4 gliomas, predominantly with two pretreatment lines or more, regorafenib was effective despite considerable grade 3 or 4 side effects.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van gezonde leefstijl na endoscopische polypectomie met risico van colorectaalcarcinoom en all-cause mortaliteit (0)
2022-06-20 12:00   ( Nieuws )
Tags:  healthy postpolypectomy lifestyle CRC risk all-cause mortality
Dr. Mingyang SongHet is niet duidelijk of adherentie aan gezonde leefstijl na endoscopische polypectomie geassocieerd is met gunstige impact op het risico van colorectaalcarcinoom (CRC) en all-cause mortaliteit (ACM). Een prospectieve studie in de Verenigde Staten heeft deze associaties geïnventariseerd. Dr. Mingyang Song (Harvard School of Public Health, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 24.668 patiënten die endoscopische polypectomie ondergingen en informatie gaven over hun leefstijl. De onderzoeker berekenden voor alle deelnemers een healthy lifestyle score op basis van body mass index, roken, fysieke activiteit, alcoholgebruik, en voedingsgewoonten (range 0-5). Tijdens mediaan 10 jaar follow-up werd in 161 deelnemers CRC gezien en overleden 4857 deelnemers. Hogere leefstijlscore bij inclusie was geassocieerd met lager risico van CRC en ACM. Vergeleken met deelnemers met score 0 of 1 was de CRC-HR voor personen met score 2, 3, en 4 of 5: 0,86 (95%-bti 0,60-1,24); 0,73 (0,47-1,14); en 0,52 (0,27-1,01) met een p voor trend 0,03). De ACM-HR in deze drie groepen was 0,83 (95%-bti 0,76-0,90); 0,63 (0,56-0,70); en 0,56 (0,48-0,65) met een p voor trend <0,0001). In gezamenlijke analyse van pre- en postpolypectomie perioden hadden patiënten met een gezonde postpolypectomie leefstijl een lagere incidentie van CRC ongeacht hun prepolypectomie blootstelling, terwijl patiënten met gezonde leefstijl in beide perioden lagere ACM hadden dan patiënten met ongezonde leefstijl in één van beide perioden.

De onderzoekers concluderen dat adherentie aan een gezondhe leefstijl na popypectomie significant kan bijdragen een verlaging van het risico van CRC en ACM.

1.Wang L, Knudsen MD, Lo C-H et al. Adherence to a healthy lifestyle in relation to colorectal cancer incidence and all-cause mortality after endoscopic popypectomy: a prospective study in three U.S. cohorts. Int J Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: A prospective study in the USA found that adherence to a healthy lifestyle after polypectomy may confer significant benefit for prevention of colorectal cancer and reduction in all-cause mortality.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Direct-werkende antivirusmiddelen als primaire behandeling voor HCV-geassocieerd indolent non-Hodgkin lymfoom (0)
2022-06-19 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BArT study HCV-associated indolent NHL DAAs
Prof. Luca ArcainiIn retrospectieve studies zijn aanwijzingen gezien voor een etiologische rol van hepatitis C virus (HCV) in indolent non-Hodgkin lymfoom (NHL). De multicenter fase 2-studie BArT van de Fondazione Italiana Linfomi is de eerste prospectieve studie die aan het genotype aangepaste direct-acting antivirals (DAAs) geëvalueerd heeft in patiënten met niet-eerder behandelde HCV-positieve patiënten met indolent lymfoom zonder criteria voor onmiddellijke conventionele antilymfoom-behandeling. Prof. Luca Arcaini (Universiteit van Pavia) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 40 patiënten, onder wie 27 met marginale-zonelymfoom. De mediane leeftijd was 68 jaar. De meest-voorkomende HCV-typen waren 1 in 16 patiënten en 2 in 21 patiënten. De patiënten kregen genotype-geleide DAAs: 17 ledipasvir/sofosbuvir, 8 sofosbuvir plus ribavarine, en 15 sofosbuvir/velpatasvir. Het primaire eindpunt was aanhoudende virusrespons.


De figuur laat de resultaten van de studie zien. Virusrespons werd gezien in alle patiënten. De DAAs werden goed verdragen, met slechts twee graad 3 of 4 adverse events. Complete lymfoomrespons werd gezien in 8 patiënten en partiële lymfoomrespons in 10, voor een ORR van 45%. Zestien patiënten hadden stabiele ziekte en zes progressieve ziekte. De mediane follow-up was 37 maanden. Twee patiënten overleden (drie-jaars overall survival percentage 93%; 95%-bti 74-98) en drie additionele patiënten hadden ziekteprogressie (drie-jaars progressievrije-overlevingspercentage 76%; 95%-bti 57-87).

De onderzoekers concluderen dat HCV-eradicatie door DAAs werd bereikt in 100% van HCV-positieve patiënten met indolent lymfoom. Bijna de helft van de patiënten hadden lymfoomrespons. DAAs dienen te worden overwogen als eerstelijns behandeling in deze setting.

1.Merli M, Rattotti S, Spina M et al. Direct-acting antivirals as primary treatment for hepatitis C virus-associated indolent non-Hodgkin lymphomas: the BArT study of the Fondazione Italiana Linfomi. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The phase 2 BArT study by the Fondazione Italiana Linfomi is the first prospective study to evaluate genome-appropriate direct-acting antivirals in untreated HCV-positive patients with indolent lymphomas without criteria for immediate conventional antilymphoma treatment. HCV eradication was achieved in all patients, and lymphoma response in 45%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

ctDNA-kinetiek voorspelt uitkomsten van EGFR-TKI behandeld NSCLC met EGFR-mutatie (0)
2022-06-19 13:30   ( Nieuws )
Tags:  SWOG S1403 analysis circulating tumor DNA kinetics predict outcomes
Prof. Philip MackEr komen in toenemende mate aanwijzingen beschikbaar over de waarde van dynamische veranderingen in circulerend tumor DNA (ctDNA) als voorspeller van uitkomsten van behandelingen voor maligniteiten. Een analyse van de SWOG S1403 studie heeft de prognostische waarde van ctDNA-kinetiek in EGFR-TKI behandeld NSCLC met EGFR-mutatie onderzocht. Prof. Philip Mack (Mount Sinai School of Medicine, New York) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Cancer Research.1

De multicenter fase 2-studie SWOG S1403 includeerde patiënten met EGFR-gemuteeerd gevorderd NSCLC die niet eerder behandeld waren voor gevorderde ziekte. De patiënten werden gerandomiseerd naar afatinib plus cetuximab of alleen afatinib. In 2020 is gepubliceerd dat toevoeging van cetuximab aan afatinib niet resulteerde in verbetering van de uitkomsten. De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op 106 patiënten van wie ctDNA-data beschikbaar waren bij baseline, na acht weken behandeling, en bij progressie.


EGFR-mutaties werden gezien in baseline ctDNA in 77% van de patiënten. Detectie van mutaties was geassocieerd met aanwezigheid van hersen- en/of levermetastasen en M1B-stadium. Complete klaring van EGFR-mutaties in ctDNA na acht weken was geassocieerd met significant verlaagd risico van progressie (versus patiënten zonder complete klaring HR 0,23; p<0,0001) met mediane PFS van 15,1 maanden in de groep met ctDNA-klaring versus 4,6 maanden in de groep zonder klaring. ctDNA-klaring was ook geassocieerd met significant verlaagd risico van overlijden (HR 0,44; p=0,02) met mediane OS 32,6 versus 15,6 maanden.

De onderzoekers concluderen dat klaring van ctDNA na acht weken behandeling significant voorspellend was voor progressievrije overleving en overall survival.

1.Mack PC, Miao J, Redman MW et al. Circulating tumor DNA (ctDNA) kinetics predict progression-free and overall survival in EGFR TKI-treated patiens with EGFR-mutant NSCLC (SWOG S1403). Clin Cancer Res 2022; epub ahead of print

Summary: Analysis of the phase 2 SWOG S1403 trial found that among patients with advanced EGFR-mutated NSCLC, plasma clearance of ctDNA at 8 weeks was significantly predictive of progression-free and overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)