Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 2-studie van lurbinectedine als tweede- of derdelijns palliatieve therapie voor MPM (0)
2020-01-17 14:58   ( Nieuws )
Tags:  SAKK 17 16 trial malignant pleural mesothelioma lurbinectedine
Dr. Yannis MetaxasSystemische tweede- en derdelijns behandelingen voor maligne pleuraal mesothelioom (MPM) resulteren gewoonlijk in een mediane progressievrije overleving korter dan twee maanden. Lurbinectedine is een remmer van de oncogeentranscriptie. Een fase 2-studie in negen centra in Zwitserland en Italië heeft de werkzaamheid van lurbinectedine monotherapie als tweede- of derdelijns behandeling voor progressief MPM geïnventariseerd. Dr. Yannis Metaxas (Kantonsspital Graubünden, Chur) en collega’s publiceren de studie online in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 42 patiënten met progressie na eerstelijns platina-pemetrexed chemotherapie met (n=10; 24%) of zonder (n=32; 76%) tweedelijns immuuntherapie. Veertien patiënten (33%) hadden progressie binnen zes maanden na start van de eerstelijns chemotherapie. De histologie was epithelioïd in 33 patiënten, sarcomatoïd in vijf, en bifasisch in vier. De patiënten kregen intraveneus lurbinectedine 3,2 mg/m2 iedere drie weken tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Complete respons werd gezien in één patiënt, en partiële respons ook in één patiënt, terwijl er twintig patiënten waren met stabiele ziekte gedurende 6,6 maanden.

Geprespecifieerd criterium voor werkzaamheid van de behandeling was progressievrije overleving na twaalf weken in tenminste 21 patiënten. De PFS12wks kwam uit op 22 patiënten (52,4%) waarmee voldaan werd aan het criterium voor werkzaamheid. De mediane PFS was 4,1 maanden, en de mediane overall survival was 11,1 maanden. Er waren geen significante verschillen in PFS12wks, mPFS, en mOS tussen groepen patiënten met epithelioïde versus andere histologie, en ook niet tussen groepen patiënten met versus zonder eerdere immuuntherapie. De mOS was korter onder de patiënten met progressie binnen zes maanden na start van de eerstelijns chemotherapie. Graad 3 of 4 toxiciteit werd gezien in 21 patiënten, vooral neutropenie (23,8% van de patiënten) en vermoeidheid (16,7%).

De onderzoekers concluderen dat lurbinectedine veelbelovende activiteit had voor progressief MPM. De toxiciteit was acceptabel.

1.Metaxas Y, Früh M, Eboulet EI et al. Lurbinectedin as second- or third-line palliative therapy in malignant pleural mesothelioma: an international, multicentre, single-arm, phase II trial (SAKK 17/16). Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The phase 2 study SAKK 17/16 in Switzerland and Italy found activity of the oncogene transcription inhibitor lurbinectedin for progressing malignant pleural mesothelioma, with acceptable toxicity. The activity was seen regardless of histology, prior immunotherapy, or outcome of prior treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van antibiotica en protonpompremmers op werkzaamheid van docetaxel of atezolizumab voor NSCLC (0)
2020-01-17 14:00   ( Nieuws )
Tags:  OAK and POPLAR trials chemotherapy plus atezolizumab for NSCLC antibiotics PPIs
Dr. Myriam ChalabiEr zijn preklinische aanwijzingen voor modulatie van het microbioom door protonpompremmers (PPIs), en in éénarmige studies zijn aanwijzingen gezien voor ongunstige invloed van antibiotica (ATBs) op werkzaamheid van immuuncheckpointremmers. Een niet-vooraf geplande gepoolde analyse van de fase 2-studie POPLAR en de fase 3-studie OAK heeft de impact onderzocht van PPIs en ATBs op de werkzaamheid van docetaxel of atezolizumab voor eerder-behandeld niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Dr. Myriam Chalabi (NKI, Amsterdam) en collega’s publiceren de analyse online in Annals of Oncology.1

De beide studies randomiseerden tezamen 1512 patiënten met eerder-behandeld NSCLC naar atezolizumab (n=757) of docetaxel (n=755). Onder deze patiënten waren er 169 in de atezolizumabgroep (22,3%) en 202 in de docetaxelgroep (26,8%) die ATBs gebruikten, en 234 in de atezolizumabgroep (30,9%) en 260 in de docetaxelgroep (34,4%) die PPIs gebruikten. Onder alle patiënten tezamen was ATB-gebruik (HR 1,20; 95%-bti 1,04-1,39) en PPI-gebruik (HR 1,26; 95%-bti 1,10-1,44) geassocieerd met kortere overall survival. In de atezolizumabgroep was de OS significant korter bij ATB-gebruik (8,5 versus 14,1 maanden; HR 1,32; p=0,01) en bij PPI-gebruik (9,6 versus 14,5 maanden; HR 1,45; p=0,0001), en was de progressievrije overleving significant korter bij PPI-gebruik (1,9 versus 2,8 maanden; HR 1,30; p=0,001). In de docetaxelgroep had gebruik van ATB of PPI geen invloed op OS of PFS.

De onderzoekers concluderen dat deze niet-vooraf geplande gepoolde analyse sugggereert dat gebruik van ATB of PPI geassocieerd is met slechtere uitkomsten van atezolizumab voor eerder-behandeld NSCLC.

1.Chalabi M, Cardona A, Nagarkar DR et al. Efficacy of chemotherapy and atezolizumab in patients with non-small cell lung cancer receiving antibiotics and proton pump inhibitors: pooled post-hoc analyses of the OAK and POPLAR trials. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A post hoc pooled analysis of the phase 2 study POPLAR and the phase 3 study OAK suggests that use of antibiotics or proton pump inhibitors, compared with no use of ATBs or PPIs, was associated with worse outcomes of atezolizumab for previously treated NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van dasatinib versus imatinib voor pediatrisch Philadelphia chromosoom-positief ALL (0)
2020-01-17 13:02   ( Nieuws )
Tags:  pediatric Ph+ ALL dasatinib versus imatinib
Prof. Ching-Hon PuiIntroductie van de eerste-generatie ABL-TKI imatinib heeft geresulteerd in verbetering van de vijf-jaars gebeurtenisvrije overleving (EFS) van pediatrisch Philadelphia chromosoom-positief (Ph+) ALL van ongeveer 30% naar 57%. Vrijwel alle imatinib-behandelde patiënten kregen ook profylactische craniële bestraling (PCI), en veel patiënten ondergingen ook transplantatie. Omdat relapse en resistentie tegen de behandeling relatief frequent waren zijn de tweede-generatie ABL-TKIs dasatinib en nilotinib ontwikkeld. Dasatinib kan de bloed-hersenbarrière doorbreken en zo CNS-leukemie eradiceren. Een gerandomiseerde fase 3-studie in China heeft imatinib en dasatinib voor pediatrisch Ph+ ALL direct vergeleken. Prof. Ching-Hon Pui (St Jude Children’s Research Hospital, Memphis TN) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De studie werd uitgevoerd in twintig centra in China. De studie includeerde 189 patiënten (136 jongens en 53 meisjes) in de leeftijd van nul tot en met achttien jaar. De mediane leeftijd was 7,8 jaar (IQR 5,2-11,3). Alle patiënten kregen remissie-inductie chemotherapie en consolidatiebehandeling. De patiënten werden gerandomiseerd naar dasatinib 80 mg/m2 per dag (n=92) of imatinib 300 mg/m2 per dag (n=97) continu vanaf mediaan dag acht van de inductietherapie tot het eind van de consolidatie. Het primaire eindpunt van de studie was EFS.

De mediane follow-up was 26,4 maanden (IQR 16,3-34,1). De vier-jaars EFS was 71,0% in de dasatinibgroep versus 48,9% in de imatinibgroep (p=0,005). De vier-jaars overall survival was 88,4% in de dasatinibgroep versus 69,2% in de imatinibgroep (p=0,04). Het vier-jaars cumulatieve risico van any relapse 19,8% in de dasatinibgroep versus 34,4% in de imatinibgroep (p=0,01), en het vier-jaars cumulatieve risico van CNS-relapse was 2,7% in de dasatinibgroep versus 8,4% in de imatinibgroep (p=0,06). Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in frequentie van ernstige toxiciteiten.

De onderzoekers concluderen dat intensieve chemotherapie met dasatinib 80 mg/m2 per dag vergeleken met imatinib 300 mg/m2 per dag resulteerde in superieure EFS en OS van patiënten met pediatrisch Ph+ ALL, en resulteerde in excellente controle van CNS-leukemie zonder gebruik van PCI.

1.Shen S, Chen X, Cai J et al. Effect of dasatinib vs imatinib in the treatment of pediatric Philadelphia chromosome-positive acute lymphoblastic leukemia. A randomized clinical trial. JAMA Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A randomized phase 3 study at twenty centers in China compared dasatinib 80 mg/m2 per day versus imatinib 300 mg/m2 per day for pediatric Philadelphia chromosome-positive ALL. The study showed superior activity of dasatinib, which provided excellent control of central nervous system leukemia without the use of prophylactic cranial irradiation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van cabozantinib plus androgeen-ablatie voor hormoon-naïef metastatisch prostaatcarcinoom (0)
2020-01-16 16:00   ( Nieuws )
Tags:  hormone-naïve metastatic prostate cancer cabozantinib plus ADT
Dr. Paul CornCabozantinib is een orale remmer van c-MET/VEGFR2-signalering. De fase 3-studies COMET-1 en COMET-2 hebben laten zien dat cabozantanib voor metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC) wel resulteert in verbetering van de mediane progressievrije overleving maar niet in verbetering van de overall survival. Een fase 2-studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de waarde onderzocht van de combinatie van cabozantinib en androgeendeprivatietherapie (ADT) voor hormoon-naïef metastatisch prostaatcarcinoom (HNMPCa). Dr. Paul Corn en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 62 patiënten die ADT kregen plus cabozantinib 60 mg eens per dag als startdosering. Primaire eindpunten van de studie waren radiografisch of klinisch beoordeelde progressievrije overleving of start van een nieuwe therapie. Met mediaan 31,2 maanden follow-up was de mediane PFS 16,1 maanden (95%-bti 14,6-22,7) en werd de mediane overall survival niet bereikt. Tenminste 90% PSA-daling werd gezien in 83% van de evalueerbare patiënten, tenminste 50% afname van botspecifiek alkalisch fosfatase in 87%, en tenminste 50% afname van urine N-telopeptiden in 86%. Botscan-beoordeelde respons werd gezien in 81%. De meest-geziene graad 3 adverse events waren hypertensie (19% van de patiënten), diarree (6%), en tromboëmbolische gebeurtenissen (6%). AEs leidden tot doseringsverlaging in 85%. Hogere baseline plasmaconcentraties van Lumican, CXCL5, CD25, en CD30, en hogere tumorexpressie van pFGFR1 waren geassocieerd met kortere PFS.

De onderzoekers concluderen dat cabozantinib plus ADT veelbelovende klinische activiteit had voor HNMPCa.

1.Corn PG, Zhang M, Nogueras-Gonzales G et al. A phase II study of cabozantinib and androgen ablation in patients with hormone-naïve metastatic prostate cancer. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found promising activity of the combination of cabozantinib plus androgen deprivation therapy for hormone-naïve metastatic prostate cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn cardiopulmonaire consequenties van trastuzumab-gerelateerde cardiotoxiciteit in patiënten met mammacarcinoom (0)
2020-01-16 15:00   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive breast cancer trastuzumab-related cardiotoxicity long-term consequences
Dr. Anthony YuTrastuzumab-behandeling resulteert in verbetering van oncologische uitkomsten van patiënten met HER2-positief mammacarcinoom, maar is ook geassocieerd met cardiotoxiciteit die meestal wordt gezien in de vorm van asymptomatische daling van de linkerventrikel-ejectiefractie. Lange-termijn consequenties van deze cardiotoxiciteit zijn niet duidelijk. Een cross-sectionele case-control studie heeft deze consequenties onderzocht. Dr Anthony Yu en collega’s publiceren de studie online in JAMA Cardiology.1

De studie includeerde 57 deelnemers (mediane leeftijd 60,8 jaar; IQR 52,7-65,7), onder wie 42 patiënten na trastuzumab-gebaseerde behandeling voor mammacarcinoom en 15 gezonde controlepersonen (HC-groep). De patiënten hadden de behandeling mediaan 7,0 jaar (IQR 6,2-8,7) voor inclusie voltooid; 38 van 42 patiënten waren voorafgaand aan trastuzumab behandeld met anthracyclines. Onder de patiënten waren er 22 die tijdens de behandeling asymptomatische LVEF-daling hadden gehad (TOX-groep; afname van LVEF met tenminste 10% van baseline tot lager dan 55%) en 20 die tijdens de behandeling geen tekenen van cardiotoxiciteit hadden gehad (NOTOX-groep). Voor de nu gepubliceerde analyse vergeleken de onderzoekers de LVEF in rust, de global longitudinal strain (GLS) en de piek-zuurstofopname in de drie groepen.

De LVEF in rust was significant lager in de TOX-groep (gemiddeld 56,9 ± 5,2%) dan in de NOTOX-groep (62,4 ± 4,0%) en de HC-groep (65,3 ± 2,9%; p<0,001). Vergelijkbare resultaten werden gezien voor de GLS (TOX-groep -17,8 ± 2,2%; NOTOX-groep -19,8 ± 2,2%; HC-groep -21,3 ± 1,8%; p<0,001). De gemiddelde piek VO2 in de TOX-groep (22,9 ± 4,4 ml/kg/min) was 15% lager dan in de NOTOX-groep (27,0 ± 5,3 ml/kg/min; p=0,03) en 25% lager dan in de HC-groep (30,5 ± 3,4 ml/kg/min; p<0,001). Onder de patiënten was de GLS significant geassocieerd met de piek VO2 (β-coëfficiënt -0,75; 95%-bti -1,32 tot -0,18).

De onderzoekers concluderen dat trastuzumab-geïnduceerde cardiotoxiciteit geassocieerd was met lange-termijn stoornis van de cardiopulmonaire functie.

1.Yu AF, Flynn JR, Moskowitz CS et al. Long-term cardiopulmonary consequences of treatment-induced cardiotoxicity in survivors of ERBB2-positive breast cancer. JAMA Cardiology 2020; epub ahead of print

Summary: A case-control study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found that trastuzumab-induced cardiotoxicity in patients with HER2-positive breast cancer was associated with long-term (median 7 years after therapy) marked impairment of cardiopulmonary function.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van PSA-niveau met lange-termijn risico van klinisch significant prostaatcarcinoom (0)
2020-01-16 14:00   ( Nieuws )
Tags:  PSA levels in men aged 55-60 associations with prostate cancer risk
Dr. Evan KovacEr is controverse over het gebruik van PSA-bepaling in de screening op prostaatcarcinoom vanwege het risico van overdiagnose en overbehandeling van indolente tumoren. Een secundaire analyse van de PLCO Cancer Screening Trial heeft de associatie onderzocht tussen PSA-niveau van mannen bij inclusie in de studie en het lange-termijn risico van prostaatcarcinoom. Dr. Evan Kovac (Montefiore Medical Center, New York) publiceren de analyse online in JAMA Network Open.1

De analyse includeerde 10.968 mannen die bij inclusie in PLCO 55 tot en met 60 jaar oud waren, van wie het PSA-gehalte bij inclusie bekend was, en die gedurende lange tijd gevolgd waren. De figuur toont de associaties tussen de baseline PSA-niveaus en dertien-jaars incidentie van klinisch relevant prostaatcarcinoom. Tijdens dertien jaar follow-up overleden vijftien deelnemers aan prostaatcarcinoom, onder wie negen met een baseline PSA-niveau 2,00 ng/ml of hoger.

De onderzoekers concluderen dat onder mannen in de leeftijd van 55 tot en met 60 jaar het PSA-niveau geassocieerd is met het lange-termijn risico van klinisch significant prostaatcarcinoom. De risico’s zijn niet groot. De frequentie van de screening zou lager kunnen zijn in de mannen met PSA-niveau 2,00 ng/ml of lager, en de screening zou kunnen worden gediscontinueerd in mannen met een PSA-niveau 1,00 ng/ml of lager.

1.Kovac E, Carlsson SV, Lilja H et al. Association of baseline prostate-specific antigen level with long-term diagnosis of clinically significant prostate cancer among patients aged 55 to 60 years. A secondary analysis of a cohort in the Prostate, Lung, Colorectal, and Ovarian (PLCO) Screening Trial. JAMA Network Open 2020;3:e1919284

Summary: A secondary analysis of the PLCO Cancer Screening Trial found that baseline PSA levels among men aged 55 to 60 years were associated with long-term risk of clinically significant prostate cancer. These finding suggest that repeated screening can be less frequent among men aged 55 to 60 years with low PSA level (less than 2.00 ng/ml) and may possibly be discontinued among men with levels less than 1.00 ng/ml.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Trends in majeure cardiale gebeurtenissen in overlevers van childhood cancer gediagnostiseerd tussen 1970 en 2000 (0)
2020-01-16 13:00   ( Nieuws )
Tags:  adult survivors of childhood cancer diagnosed between 1970 and 1999 trends in cardiac events
Dr. Daniel MulrooneyVorderingen in de behandeling van maligniteiten in kinderen hebben geresulteerd in aanzienlijke toename van de aantallen volwassen overlevers. De impact van de behandeling op de lange-termijn gezondheid is echter nog niet duidelijk. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is het gebruik van cardiotoxische behandelingen afgenomen. Een analyse in het cohort van de Childhood Cancer Survivor Study heeft trends onderzocht in majeure cardiale gebeurtenissen in volwassen overlevers van maligniteiten gediagnostiseerd voor de leeftijd 21 jaar tussen 1970 en 1980 versus tussen 1980 en 1990 versus tussen 1990 en 2000. Dr. Daniel Mulrooney (St Jude Children’s Research Hospital, Memphis TN) en collega’s publiceren de analyse online in BMJ.1

De analyse includeerde 23.462 tenminste vijf-jaar overlevers die in de jaren zeventig (26,4%), tachtig (39,9%), of negentig (33,6%) als kind waren gediagnostiseerd met leukemie, hersenmaligniteit, Hodgkin lymfoom, non-Hodgkin lymfoom, niertumoren, neuroblastoom, wekedelensarcoom, en botsarcoom. De mediane leeftijd was 6,1 jaar bij diagnose en 27,7 jaar bij laatste follow-up. De analyse includeerde ook een vergelijkingsgroep van 5057 siblings van de overlevers. De figuur toont de twintig-jaar cumulatieve incidentie van de majeure cardiale gebeurtenissen in de groepen met diagnose in de betreffende decennia en in de groep siblings. Vergeleken met de groep overlevers met een diagnose in de jaren zeventig was het risico van hartfalen, coronairslagaderziekte en hartklepziekte lager in de groep overlevers met diagnose in de jaren tachtig en de jaren negentig; de afname was echter alleen significant voor coronairslagaderziekte.

De onderzoekers concluderen dat de vermindering van het gebruik van cardiotoxische behandelingen voor childhood cancer tussen 1970 en 2000 geassocieerd was met verlaging van het risico van coronairslagaderziekte in de overlevers. Langere follow-up is vereist voor het beoordelen van de risico’s van andere cardiale uitkomsten.

1.Mulrooney DA, Hyun G, Ness KK et al. Major cardiac events for adult survivors of childhood cancer diagnosed between 1970 and 1999: report from the Childhood Cancer Survivor Study cohort. BMJ 2020;368:l6794

Summary: An analysis in the cohort of the Chilhood Cancer Survivor Study found that historical reductions in exposure to cardiac radiation have been associated with a reduced risk of coronary artery disease among adult survivors of childhood cancer. The risk reduction for the other outcomes was not statistically significant.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Patiënt-gerapporteerde uitkomsten tijdens verschillende behandelingen voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom (0)
2020-01-15 16:00   ( Nieuws )
Tags:  various treatments for localized prostate cancer patient-reported outcomes
Dr. Karen HoffmanHet optimale management voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom hangt samen met comorbiditeiten en levensverwachting van de patiënt en kenmerken van de ziekte. De keuze uit de verschillende beschikbare behandelingen dient gebaseerd te zijn op informatie over werkzaamheid en adverse events. Een prospectieve cohortstudie van mannen met gelokaliseerd prostaatcarcinoom in de Verenigde Staten heeft patiënt-gerapporteerde uitkomsten (PROs) van verschillende behandelingen vergeleken. Dr Karen Hoffman (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie online in JAMA.1

De studie includeerde mannen met een diagnose gelokaliseerd prostaatcarcinoom in 2011 of 2012. Onder deze patiënten waren er 1386 met gunstig-risico ziekte en 619 mannen met ongunstig-risico ziekte. De behandelingen waren actieve surveillance (n=363), nerve-sparing prostatectomie (n=675), EBRT (n=261), en lage-dosering brachytherapie (n=87) voor mannen met gunstig-risico ziekte en prostatectomie (n=402) of EBRT met androgeendeprivatietherapie (n=217) voor mannen met ongunstig-risico ziekte. PROs werden op verschillende tijdstippen geïnventariseerd met de 26-item Expanded Prostate Index Composite vragenlijsten (range 0-100). Het primaire eindpunt was de score na vijf jaar, met minimum clinically important difference 10 tot en met 12 voor seksueel functioneren, 6 tot en met 9 voor urine-incontinentie, 5 tot en met 7 voor urinaire symptomen, en 4 tot en met 6 voor darm- en hormonale functie.

Onder de mannen met gunstig-risico ziekte was prostatectomie vergeleken met actieve surveillance geassocieerd met slechtere urine-incontinentie na vijf jaar (gemiddeld verschil -10,9) en seksueel functioneren na drie jaar (-15,2). Brachytherapie versus actieve surveillance was geassocieerd met slechtere urinaire symptomen (-7,0), seksueel functioneren (-10,1), en darmfunctie (-5,0) na één jaar. EBRT versus actieve surveillance was geassocieerd met verschillen die gedurende vijf jaar niet het niveau van klinisch belangrijk bereikten. Onder mannen met ongunstig-risico ziekte was EBRT plus ADT vergeleken met prostatectomie geassocieerd met slechter hormoonfunctie na zes maanden (-5,3) en slechtere darmfunctie na een jaar (-4,1) maar beter seksueel functioneren na vijf jaar (+12,5) en incontinentie na vijf jaar (+ 23,2).

De onderzoekers concluderen dat prostatectomie vergeleken met andere opties geassocieerd was met slechtere incontinentie, en dat prostatectomie voor ongunstig-risico ziekte vergeleken met EBRT plus ADT geassocieerd was met slechter seksueel functioneren.

1.Hoffman KE, Penson DF, Zhao Z et al. Patient-reported outcomes through 5 years for active surveillance, surgery, brachytherapy, or external beam radiation with or without androgen deprivation therapy for localized prostate cancer. JAMA 2020;323:149-163

Summary: A prospective cohort study of 2005 men with localized prostate cancer compared patient-reported outcomes of active surveillance, surgery, brachytherapy, and external beam radiation with or without androgen deprivation therapy. Most functional differences between the groups attenuated by 5 years. However, prostatectomy compared with all other options was associated with worse incontinence, and prostatectomy for unfavorable-risk disease compared with EBRT plus ADT was associated with worse sexual function.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)