Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Prognostische relevantie van interim PET/CT in eerstelijns behandeling voor folliculair lymfoom (0)
2024-12-29 16:00   ( Nieuws )
Tags:  FL PET CT
Dr. Adam JonaFolliculair lymfoom (FL) is een heterogene ziekte, en het vroegtijdig identificeren van hoog-risico patiënten is van belang voor optimaal management. Een retrospectieve studie van de Universiteit van Debrecen (Hongarije) heeft de prognostische relevantie van interim PET/CT onder patiënten die eerstelijns behandeling voor FL ondergingen geïnventariseerd. Dr. Adam Jona en collega’s publiceren de studie in Cancers.1




De studie includeerde 103 patiënten die na drie of vier cycli eerstelijns behandeling interim PET/CT ondergingen. Dertig patiënten (29,1%) werden beoordeeld als interim PET/CT-positief. De figuur laat zien dat de interim PET/CT-positieve groep een significant slechtere progressievrije overleving had dan de interim PET/CT-negatieve groep (mediaan 17 maanden versus NR; p<0,0001). Patiënten met Deauville scores 1 tot en met 3 hadden betere PFS dan patiënten met hogere Deauville scores (NR versus 18 maanden).

De onderzoekers concluderen datinterim PET/CT tijdens eerstelijns behandeling een bruikbare prognostische tool is voor het identificeren van hoog-risico patiënten.

1.Kiss E, Simon Z, Illes A, Jona A. Prognostic significance of interim PET/CT in the first-line treatment of follicular lymphoma patients, a single-center expericence. Cancers 2025; 17:73

Summary: A retrospective study at the University of Debrecen (Hungary) found that among patients undergoing first-line treatment for follicular lymphoma, interim PET/CT is a useful prognostic tool for identifying high-risk patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van perioperatieve benzodiazepine-blootstelling op risico van nieuw persistent gebruik onder patiënten met maligniteiten (0)
2024-12-29 14:30   ( Nieuws )
Tags:  benzodiazepine
Prof. Timothy PawlikBenzodiazepinen behoren tot de meest misbruikte medicaties. Veel patiënten hebben hun eerste blootstelling tijdens een chirurgische episode. Onderzoekers van The Ohio State University (Columbus) hebben factoren geïnventariseerd die geassocieerd zijn met new persistent benzodiazepine use (NPBU) onder patiënten die chirurgie ondergaan voor een maligniteit. Prof. Timothy Pawlik en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

In de IBM-MarketScan database identificeerden de onderzoekers 34.637 patiënten die tussen begin 2013 en eind 2021 chirurgie ondergingen voor een maligniteit, vooral coloncarcinoom (31,3%), prostaatcarcinoom (26,0%), en mammacarcinoom (15,8%). Perioperatief benzodiazepine werd gebruikt voor 8,8% van de patiënten en 7,7% van de patiënten ontwikkelde NPBU in de eerste 180 dagen na de chirurgie. In multivariate analyse waren perioperatieve benzodiazepine-blootstelling (versus geen blootstelling OR 2,00; 95%-bti 1,68-2,38) en perioperatieve dosering van meer dan 32 lorazepam milligramequivalenten (versus minder dan 10 LME (2,42; 2,01-2,92) onafhankelijk geassocieerd met hogere waarschijnlijkheid van NPBU. Mannelijke patiënten hadden lagere waarschijnlijkheid van NPBU dan vrouwelijke patiënten (OR 0,80; 95%-bti 0,68-0,94).

De onderzoekers concluderen dat ruwweg één op dertien commercieel verzekerde patiënten na chirurgie voor een maligniteit NPBU onwikkelde.

1.Rashid Z, Woldesenbet S, Khalil M et al. Perioperative benzodiazepine exposure impacts risk of new persistent benzodiazepine use among patients with cancer. Ann Surg Oncol 2024-16788-3

Summary: Analysis of the IBM-MarketScan database found that approximately 1 in 13 commercially insured patients developed new persistent benzodiazepine use following surgery for cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve klinisch-pathologische studie van secretoir mammacarcinoom (0)
2024-12-29 12:33   ( Nieuws )
Tags:  secretory breast carcinoma
Secretoir mammacarcinoom (SBC) is een zeldzame maligniteit (ongeveer 0,015% van de mammacarcinomen). Een retrospectieve studie van de Medische Universiteit van Tianjin (China) heeft klinische en pathologische kenmerken van SBC geïnventariseerd. Prof. Hong Liu en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 80 SBC-patiënten en ter vergelijking 310 patiënten met triple-negatief invasief ductaal carcinoom (TN-IDC). De SBC-groep werd verder onderverdeeld in patiënten met triple-negatieve ziekte (TN-SBC; n=35) en niet-triple negatieve ziekte (non-TN-SBCs; n=45). De patiënten in de TN-SBC groep hadden betere prognose dan de patiënten in de non-TN-SBC groep en de patiënten in de TN-IDC groep. Factoren die significant geassocieerd waren met ziektevrije overleving onder de SBC-patiënten waren N-stadium (N1 versus N0: HR 11,76; p=0,067; N2-3 versus N0: HR 30,409; p=0,01), hoge LNR (HR 23,894; p=0,021), en histologische graad (HR 28,634; p=0,005). Patiënten in de groep met hoge LNR hadden langere ziektevrije overleving.

De onderzoekers concluderen dat onder SBC patiënten gevorderd N-stadium, hoge LNR, en gevorderde histologische graad geassocieerd zijn met slechtere DFS. TN-SBC is een unieke entiteit met relatief gunstige prognose.

1.Qi M, Gao S, Zhang Z et al. Secretory breast carcinoma: a multicenter clinicopathologic study of 80 cases with emphasis on prognostic analysis and chemotherapy benefit. Breast Cancer Res Treat 2024-07583-5

Summary: A retrospective study at Tianjin Medical University (China) found that among patients with secretory breast carcinoma (SBC), advanced N stage, high LNR, and advanced histological grade are adverse determinants of disease-free survival, whereas triple-negative SBC is a unique entity with low malignant potential.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Wereldwijde belasting door mammacarcinoom in mannen: analyse van de Global Burden of Disease Study (0)
2024-12-28 16:00   ( Nieuws )
Tags:  global burden of male breast cancer
Er is weinig epidemiologische informatie beschikbaar over mammacarcinoom in mannen (MaBC). Onderzoekers van de Medische Universiteit van Chongqing (China) hebben gegevens over incidentie en prevalentie van MaBC en samenhangende mortaliteit en disability-adjusted life-years (DALYs) in 204 landen geïnventariseerd in de 2021 Global Burden of Diseases, Injuries, and Risk Factors Study. Dr. Fan Li en collega’s publiceren een systematische analyse van de gegevens in eClinicalMedicine.1

In 2021 waren er wereldwijd 38.827 (95%-UI 24.650-47.846) nieuwe gevallen van MaBC, 320.459 (220.533-384.317) prevalente gevallen, 13.274 (9074-16.240) overlijdens, en 380.917 (252.922-476-417) DALYs. De figuur toont de regionale verdeling van incidentie (A), prevalentie (B), mortaliteit (C), en DALYs (D), met de hoogste ziektelast in oostelijk Afrika ten zuiden van de Sahara. Tussen begin 1990 en eind 2021 waren en significante toenames in de leeftijds-gestandaardiseerde incidentie en mortaliteit van MaBC, maar de projecties voor de volgende 30 jaar wijzen op afnames. Inwoners van landen in het hoog-midden kwintiel van de Socio-demographic Index (SDI) hadden het hoogste levenslange risico van ontwikkelen van MaBC, terwijl inwoners van landen in het laagste SDI-quintiel het hoogste levenslange risico van overlijden aan MaBC hadden. Voedingsgewoonten en alcoholgebruik waren wereldwijd belangrijke risicofactoren voor MaBC-overlijden en DALYs.

De onderzoekers concluderen dat de wereldwijde belasting door MaBC tussen begin 1990 en eind 2021 significant is toegenomen, met aanzienlijke geografische dispariteiten.

1.Li Y, Huang Y, Huang H et al. Global, regional, and national burden of male breast cancer in 204 countries and territories: a systematic analysis from the global burden of disease study, 1990-2021

Summary: Systematic analysis of Global Burden of Disease Study data found that the global burden of male breast cancer significantly increased from 1990 to 2021, with notable geographic disparities.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenterstudie van risico van depressie onder overlevers van mammacarcinoom (0)
2024-12-28 14:30   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer survivors depression risk
Dr. Dong Wook ShinDepressie kan een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van leven van overlevers van mammacarcinoom. Een multicenter retrospectieve studie in Zuid-Korea heeft het risico van depressie in deze overlevers geïnventariseerd. Dr. Dong Wook Shin (Sungkyunkwan Universiteit, Seoel) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research.1

De studie, gebaseerd op gegevens in de database van de Korean National Health Insurance Service, includeerde 59.340 patiënten die tussen begin 2010 en eind 2016 chirurgie ondergingen voor mammacarcinoom, en geen geschiedenis van depressie hadden. De patiënten werden 1:2 voor leeftijd gematcht met personen zonder een maligniteit in de algemene bevolking (n=99.834). De gemiddelde leeftijd was 51,5 ± 9,2 jaar. De overlevers hadden een significant 39% hoger risico van de depressie dan de controlepersonen (sHR 1,39; 95%-bti 1,36-1,42). Tijdens het eerste jaar na de diagnose hadden de overlevers een sterk verhoogd risico (sHR 3,23; 95%-bti 3,08-3,37), dat sterker verhoogd was onder de overlevers jonger dan 51 jaar (4,51; 4,19-4,85) dan onder overlevers ouder dan 50 jaar (2,56; 2,42-2,71). Een jaar na de chirurgie was het risico van depressie in de jongere overlevers afgenomen, terwijl het onder oudere overlevers constant bleef. De figuur laat de invloed van verschillende behandelingen op het risico van depressie zien.

De onderzoekers concluderen dat de studie een significante associatie tussen mammacarcinoom en depressie heeft laten zien.

1.Choi HL, Jeong SM, Jeon KH et al. Depression risk among breast cancer survivors: a nationwide cohort study in South Korea. Breast Cancer Res 2024-01948-w

Summary: A multicenter retrospective study in South Korea found a significant association between breast cancer and depression, with a particularly increased risk in younger survivors within the first year post-diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Waarde van testen op circulerend tumor DNA na curatieve-intentie resectie van colorectaalcarcinoom (0)
2024-12-28 13:00   ( Nieuws )
Tags:  CRC serial ctDNA testing after curative resection
Prof. Marwan FakihSerieel testen op circulerend tumor DNA (ctDNA) is een routinematige surveillance strategie na curatieve-intentie resectie van colorectaalcarcinoom (CRC), maar de associatie van deze strategie met uitkomsten is niet bekend. Een retrospectieve studie van City of Hope Comprehensive Cancer Center (Duarte, CA) heeft deze associatie geïnventariseerd. Prof. Marwan Fakih en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde patiënten die curatieve-intentie resectie ondergingen voor stadium II tot met IV CRC, en naast de NCCN-aanbevolen imaging surveillance ook seriële monitoring op ctDNA ondergingen. De ctDNA assays werden iedere drie maanden uitgevoerd tijdens de eerste twee jaar en iedere zes maanden tijdens de volgende drie jaar. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met profijt van de ctDNA-monitoring, gedefinieerd als een nieuwe positieve ctDNA-test met meest recente of concurrente negatieve imaging, die vervolgens resulteerde in vroege bevestiging van recidief middels imaging en curatieve-intentie interventie zonder aanwijzing voor recidief op het moment van data cutoff.

De studie includeerde 184 patiënten (mediane leeftijd 59 jaar; range 32-88; 52,7% vrouwen). De mediane duur van follow-up was 26 maanden (range 2-54). Vijfenveertig patiënten (24,5%) hadden ctDNA- of imaging-bevestigd recidief. Van deze 45 patiënten waren er veertien die radiografisch recidief hadden zonder ctDNA-bevestiging, en elf die concurrent imaging- en ctDNA-recidief hadden. Twintig patiënten hadden ctDNA-positiviteit met negative imaging, onder wie zes met reflex imaging die positief was voor recidief, en veertien zetten seriële imaging en ctDNA-monitroing voort. Tien van deze veertien patiënten hadden vervolgens recidiverende ziekte. Drie patiënten hadden spontane klaring van ctDNA, en één patiënt bleef imaging-negatief zeven maanden na positief ctDNA. In totaal ondergingen elf van twintig patiënten met ctDNA-recidief zonder initiële concurrent imaging recidief metastasectomie, en slechts drie van deze patiënten waren ziektevrij bij data cutoff (1,6% van deze totale groep die surveillance onderging).

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van seriële ctDNA-monitoring aan de NCCN-aanbevolen imaging surveillance slechts beperkt klinisch profijt leverde.

1.Ji J, Wang C, Goel A et al. Circulating tumor DNA testing in curatively resected colorectal cancer and salvage resection. JAMA Network Open 2024;7:e2452661

Summary: A retrospective cohort study at City of Hope Comprehensive Cancer Center (Duarte, CA) found that among patients with stage II to IV colorectal cancer who underwent curative-intent resection, the addition of serial tumor-informed ctDNA assay to the standard NCCN-recommended imaging surveillance had limited clinical benefit.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van patronen van progressieve ziekte met post-progressie overleving na immuuntherapie voor maligniteiten (0)
2024-12-27 16:00   ( Nieuws )
Tags:  immunotherapy for malignancies PD patterns and PPOS
Dr. Niklas KlümperProgressieve ziekte (PD) na immuuncheckpointremmers voor maligniteiten resulteert in sterk uiteenlopende uitkomsten. Een post hoc analyse van vijf fase 3-studies heeft de associatie van verschillende PD-patronen met post-progressie overleving (PPOS) onderzocht. Dr. Niklas Klümper (Academisch Ziekenhuis Bonn, Duitsland) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1


De vijf studies zijn IMmotion151, IMvigor211, OAK, IMpower133, en IMspire150, van atezolizumab voor respectievelijk niercelcarcinoom (RCC), urotheelcarcinoom, kleincellig longcarcinoom, niet-kleincellig longcarcinoom, en melanoom. De studies telden tezamen 1377 patiënten. In de RCC-studie onderscheidden de onderzoekers zeven PD-patronen met significante impact op de prognose. De zes-maands PPOS-waarschijnlijkheid liep uiteen van 26% in geval van progessie in target-lesies en non-target lesies plus nieuwe lesies, tot 90% in geval van progressie in alleen target- of non-target lesies. De onderzoekers ontwikkelden een gemodificeerde PD-klassering die PD onderscheidde in drie risiconiveaus: laag (progressie van bestaande lesies), intermediair (nieuwe lesies zonder progressie van bestaande lesies), en hoog (progressie van bestaande lesies plus ontwikkeling van nieuwe lesies). Deze score was geassocieerd met PPOS in atezolizumab-behandeld RCC, met HR 0,23 (p<0,001) voor laag- versus hoog risico en HR 0,39 (p<0,001) voor intermediair- versus hoog-risico. Validatie in de andere studies bevestigde de toepasbaarheid van de score voor verschillende typen tumoren.

De onderzoekers concluderen dat de nieuw-ontwikkelde risicoscore op basis van PD-patronen na atezolizumab voor verschillend typen tumoren inzicht geeft in PPOS.

1.Saal J, Eckstein M, Ritter M et al. Dissection of progressive disease patterns for a modified classification for immunotherapy. JAMA Oncol 2024.5672

Summary: Post hoc analysis of 5 phase III trials of atezolizumab for various malignancies led to a survival score based on patterns of progressive disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvant en adjuvant osimertinib voor stadium IA-IIIA EGFR-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2024-12-27 14:30   ( Nieuws )
Tags:  NORA trial
Dr. Sun Min LimDrie jaar adjuvant osimertinib is standard-of-care na resectie van stadium IB tot en met IIIA niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) met EGFR-mutatie. De pilot studie NORA van Yonsei Universiteit (Seoel, Zuid-Korea) heeft neoadjuvant osimertinib gevolgd door resectie en adjuvant osimertinib voor stadium IA tot en met IIIA EGFR-gemuteerd NSCLC geëvalueerd. Dr. Sun Min Lim en collega’s publiceren de studie in het Journal of Thoracic Oncology.1

NORA includeerde 25 patiënten met NSCLC met activerende EGFR-mutatie. De patiënten kregen twee 28-daagse cycli neoadjuvant osimertinib gevolgd door resectie en drie jaar adjuvant osimertinib. Het primaire eindpunt was objective response rate na twee cycli neoadjuvant osimertinib. Deze bedroeg 44% (n=11; alleen partiële responsen) waarmee niet voldaan werd aan het werkzaamheidscriterium voor het primaire eindpunt. De overige veertien patiënten hadden stabiele ziekte na neoadjuvant osimertinib. Majeure pathologische respons werd gezien in zes patiënten (24%); er waren geen patiënten met pathologisch complete respons. Geen van de patiënten kreeg adjuvante chemotherapie. De mediane ziektevrije overleving werd niet bereikt tijdens mediaan 31 maanden follow-up (range 13,8-38,6). Zes patiënten waren ctDNA-positief voor aanvang van de behandeling en bereikten klaring na één cyclus neoadjuvant osimertinib. Er waren geen graad 3 of hoger adverse events tijdens de neoadjuvante behandeling.

De onderzoekers concluderen dat de studie het primaire eindpunt niet bereikte, maar dat neoadjuvant osimertinib een feasible benadering met manageable veiligheidsprofiel was voor resectabel EGFR-gemuteerd NSCLC.

1.Lee JB, Choi S-J, Shim HS et al. Neoadjuvant and adjuvant osimertinib in stage IA-IIIA, EGFR –mutant non-small cell lung cancer (NORA). J Thor Oncol 2024.12.023

Summary: The pilot NORA study at Yonsei University (Seoul, South Korea) found that among 25 patients with EGFR-mutant stage IA-IIIA NSCLC, two cycles of neoadjuvant osimertinib followed by surgery and three years of adjuvant osimertinib is a chemotherapy-free feasible approach with a manageable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)