Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Real-world uitkomsten met eerstelijns nivolumab plus ipilimumab voor metastatisch niercelcarcinoom in de VS (0)
2024-12-22 16:00   ( Nieuws )
Tags:  mRCC nivolumab plus ipilimumab
Dr. Gurjyot DoshiNivolumab plus ipilimumab is een combinatie-immuuntherapie voor de behandeling van intermediair of slecht (I/P)-risico gevorderd of metastatisch niercelcarcinoom (mRCC). Een retrospectieve analyse van het US Oncology Network heeft real-world uitkomsten met eerstelijns nivolumab plus ipilimumab voor I/P-risico mRCC geïnventariseerd. Dr. Gurjyot Doshi (Texas Oncology, Houston) en collega’s publiceren de analyse in JCO Clinical Cancer Informatics.1


De analyse includeerde 187 patiënten die tussen begin 2018 en eind 2019 de behandeling begonnen en werden gevolgd tot eind juni 2022 (mediane follow-up 22,4 maanden). De mediane leeftijd was 63 jaar (range 30-89). Veertig procent van de patiënten hadden slecht-risico ziekte, en twintig procent hadden een ECOG performance status 2 of hoger. De mediane overall survival vanaf de start van de eerstelijns therapie was 38,4 maanden (95%-bti 24,7-46,1) met landmark-OS 76,5% (69,5-82,0) na één jaar en 59,5% (51,6-66,5) na twee jaar. De mediane progressievrije overleving was 11,1 maanden (95%-bti 7,5-15,0) met landmark-PFS 49,3% (41,8-66,5) na één jaar en 39,5% (28,8-43,0) na twee jaar. Onder de 86 patiënten die tweedelijns therapie startten kreeg 54,7% cabozantinib. Treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 89 patiënten (47,6%); vooral vermoeidheid en rash.

De onderzoekers concluderen dat de analyse inzicht geeft in lange-termijn uitkomsten met eerstelijns nivolumab plus ipilimumab voor I/P-risico mRCC in de klinische praktijk.

1.Doshi GK, Osterland AJ, Shi P et al. Real-world outcomes in patients with metastatic renal cell carcinoma treated with first-line nivolumab plus ipilimumab in the United States. JCO Clinical Cancer Informatics 2024.00132

Summary: Retrospective analysis of data from the US Oncology Network investigated the real-world long-term effectiveness of first-line nivolumab plus ipilimumab for intermediate- or poor- risk advanced or metastatic renal cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van irAEs met werkzaamheid van consolidatie nivolumab met of zonder ipilimumab na CRT voor stadium III NSCLC (0)
2024-12-22 13:00   ( Nieuws )
Tags:  BTCRT LUN 16-081
Dr. Cynthia WeiVeel patiënten die immuuntherapie krijgen voor niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) ervaren immuun-gerelateerde bijwerkingen (irAEs). Een retrospectieve analyse van de multicenter gerandomiseerde fase 2-studie BTCRC LUN 16-081 heeft de associatie tussen irAEs en uitkomsten onderzocht onder patiënten die nivolumab (N) met of zonder ipilimumab (I) consolidatie kregen na chemoradiotherapie (CRT) voor niet-resectabel stadium IIIA of IIIB NSCLC. Dr. Cynthia Wei (University of Texas Southwestern Medical Center, Dallas) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Lung Cancer.1

De analyse includeerde 105 patiënten die tussen september 2017 en mei 2021 CRT ondergingen gevolgd door consolidatie met N (arm A) of N plus I (arm B). In arm A ontwikkelden 65% van de patiënten irAEs, zonder significante verschillen in progressievrije overleving of overall survival tussen patiënten met en zonder irAEs. In arm B ontwikkelden 84% van de patiënten irAEs, zonder verschillen in OS, maar met langere PFS in de patiënten die irAEs hadden (30,9 maanden versus 6,8 maanden; p=0,010). Patiënten die in arm A de behandeling discontinueerden wegens irAEs hadden kortere PFS (8,2 versus 31,9 maanden; p<0,0001) en OS (12,3 maanden versus NE; p<0,0001) dan patiënten die de behandeling niet discontinueerden. Patiënten in arm B die de behandeling discontinueerden wegens irAEs hadden niet slechtere PFS of OS dan patiënten die de behandeling niet discontinueerden.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die na CRT voor niet-resectabel stadium III NSCLC N or N+I consolidatie kregen, ontwikkeling van irAEs niet resulteerde in slechtere werkzaamheids-uitkomsten maar wel in betere PFS in de combinatie-arm.

1.Wei CX, Althouse SK, Mamdani H et al. Association of immune-related adverse events with efficacy in consolidation nivolumab plus ipilimumab or nivolumab alone after chemoradiation in patients with unresectable stage III non-small cell lung cancer: an exploratory analysis of the Big Ten Cancer Research Consortium study BTCRC LUN 16-081. Clin Lung Cancer 2024.12.007

Summary: Retrospective exploratory analysis of the randomized phase 2 BTCRC LUN 16-081 trial found that among patients receiving nivolumab with or without ipilimumab consolidation after chemoradiotherapy for stage III NSCLC, development of irAEs did not result in reduced efficacy outcomes, with an observed improvement in PFS in the combination arm.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter prospectieve studie van overleving en kwaliteit van leven na eerste diagnose van hersenmetastase (0)
2024-12-21 16:00   ( Nieuws )
Tags:  BM survival and QOL
Dr. Olav Erich YriEen punt van zorg in de anticancer treatment (ACT) van hersenmetastasen (BMs) is het blootstellen van patiënten met korte verwachte overleving aan behandelingen met negatieve impact op kwaliteit van leven (QOL). Dergelijke futiele ACT aan het eind van het leven is tijdrovend en belastend voor patiënten en hun familie en leidt tot onnodige kosten voor de gezondheidszorg. Een multicenter prospectieve studie in Noorwegen heeft real-life gegevens over overleving na een BM-diagnose en patiënt-gerapporteerde uitkomsten na ACT geïnventariseerd. Dr. Olav Erich Yri (Academisch Ziekenhuis Oslo) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Regional Health Europe.1

De studie includeerde 912 patiënten met een eerste BM-diagnose tusssen november 2017 en april 2021, met follow-up tot overlijden of eind van de studie op 1 oktober2023. De figuur toont de resultaten van de studie. De mediane overall survival was 5,9 maanden (95%-bti 5,2-6,7). Factoren die geassocieerd waren met kortere overleving waren ECOG perfomance status hoger dan 1, niet-gecontroleerde extracraniële metastasen, en vijf of meer BMs. Onder patiënten die radiotherapie kregen was de overleving niet verschillend tussen de groep patiënten met EGOG performance status 2 en de groep met ECOG performance status 3 of 4, en bijzonder kort voor patiënten die whole brain radiotherapy kregen (mediaan korter dan 3 maanden). Patiënten die korter dan 6 maanden na de BM-diagnose overleefden rapporteerden slechtere QOL twee maanden na de ACT; patiënten die langer dan 6 maanden overleefder rapporteerden stabiele QOL-scores.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met ECOG performance status hoger dan 1 hoog risico hebben van futiele ACT.

1.Yri OE, Lindvinksmoen Astrup G, Telhaug Karlsson A et al. Survival and quality of life after first-time diagnosis of brain metastases: a multicenter, prospective, observational study. Lancet Regional Health Europe 2024.101181

Summary: A multicenter prospective study in Norway found that among patients with a diagnosis of brain metastasis, those with ECOG performance status greater than 1 are at risk for futile anticancer treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van acimtamig voor CD30-positief recidverend of refractair perifeer T-cellymfoom (0)
2024-12-21 14:30   ( Nieuws )
Tags:  CD30-positive R R PTCL acimtamig
Prof. Won Seog KimPatiënten met recidiverend of refractair perifeer T-cel lymfoom (R/R PTCL) hebben over het algemeen een slechte prognose en slechts beperkte behandelingsopties. Acimtamig (AFM13) is een bispecifiek CD30/CD16 antilichaam dat het innate immuunsysteem aanzet tot selectieve vernietiging van CD30-positieve tumorcellen. Een multinationale fase 2-studie heeft acimtamig geëvalueerd in patiënten met CD30-positief R/R PTCL. Prof. Won Seog Kim (Samsung Medisch Centrum, Seoel, Zuid-Korea) publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde patiënten die tenminste één eerdere lijn systemische therapie hadden gekregen voor PTCL met CD30-expressie op tenminste 1% van de tumorcellen. De patiënten kregen acimtamig 200 mg eens per week. Het primaire eindpunt van de studie was onafhankelijk centraal-beoordeelde overall response rate volgens FDG-PET. Onder de 108 geïncludeerde patiënten was de ORR 32,4% (95%-bti 23,7-42,1) met complete respons in 10,2% (5,2-17,5), waarmee niet werd voldaan aan de vooraf gestelde criteria voor werkzaamheid. De mediane duur van respons was 2,3 maanden (95%-bti 1,9-6,5). De hoogste respons werd gezien onder patiënten met R/R angio-immunoblastisch T-cellymfoom (53,3%; 95%-bti 34,3-71,7). De responsen waren onafhankelijk van CD30-expressieniveau, eerdere behandeling met brentuximab vedotin, of steroïden-premedicatie. Acimtamig werd verdragen, met als meest-voorkomende treatment-related adverse events infusiereacties in 25% van de patiënten en neutropenie in 10,2%. Er waren geen gevallen van cytokine release syndrome en geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat ondanks het niet bereiken van het primaire eindpunt de studie veelbelovende werkzaamheid van acimtamig voor R/R PTCL heeft laten zien.

1.Kim WS, Shortt J, Zinzani PL et al. A phase II study of acimtamig (AFM13) in patients with CD30-positive, relapsed, or refractory peripheral T-cell lymphomas. Clin Cancer Res 2024-1913

Summary: A multinational phase 2 trial found promising activity and tolerable safety of acimtamig (AFM13) in patients with CD30-positive R/R PTCL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van denileukin diftitox-cxdl voor recidiverend of refractair cutaan T-cellymfoom (0)
2024-12-21 13:00   ( Nieuws )
Tags:  R R CTCL DD-cxdl
Prof. Francine FossDenileukin diftitox (DD)-cxdl is een fusie-eiwit van fragmenten A en B van difterietoxine en menselijk interleukine-2. Een eenarmige fase 3-studie in de Verenigde Staten en Australië heeft DD-cxdl geëvalueerd voor recidiverend of refractair cutaan T-cellymfoom (R/R CTCL). Prof. Francine Foss (Yale University, New Haven CT) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

Na een dose-finding lead-in kregen 69 patiënten (mediane leeftijd 64,0 jaar) met stadium IA tot en met IIIB mycosis fungoides en/of Sézary syndroom, na tenminste één eerdere lijn van systemische behandeling, ten hoogste acht cycli van intraveneus DD-cxdl 9 μg/kg/dag op vijf dagen van drie-weekse cycli. Het primaire werkzaamheids-eindpunt was objective response rate. De ORR was 36,2% (95%-bti 25,0-48,7) inclusief complete respons in 8,7%. De mediane duur van respons was 8,9 maanden (95%-bti 5,0-NE) en de mediane tijd tot respons was 1,4 maanden. Afname van de huid-tumorbelasting werd gezien in 84,4% en afname met tenminste 50% in 48,4%. Treatment-emergent adverse events, voornamelijk graad 1 of 2, waren infusiereacties (73,9% van de patiënten), hypersensitiviteit (68,1%), hepatotoxiciteit (36,2%) en capillair leksyndroom (20,3%; graad 3 en hoger 5,8%), misselijkheid (43,5%), en vermoeidheid (31,9%).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat DD-cxdl kan voorzien in een unmet need onder patiënten met T/T CTCL.

1.Foss FM, Kim YH, Prince HM et al. Efficacy and safety of denileukin diftidox-cxdl, an improved purity formulation of denileukin diftitox, in patients with relapsed or refractory cutaneous T-cell lymphoma. J Clin Oncol 2024-01549

Summary: A multicenter, single-arm, phase 3 trial found activity and acceptable safety of denileukin diftitox-cxdl for patients with relapsed or refractory cutaneous T-cell lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van eerstelijns sorafenib versus SBRT gevolgd door sorafenib voor lokaal-gevorderd levercelcarcinoom (0)
2024-12-20 16:00   ( Nieuws )
Tags:  RTOG 1112 trial LA HCC SBRT sorafenib
Prof. Laura DawsonIn de meeste patiënten die systemische therapie krijgen voor lokaal-gevorderd levercelcarcinoom (LA-HCC) wordt na verloop van tijd recidief in de lever gezien. De fase 3-studie NRG Oncology/RTOG 1112 in Australië, Canada, Hong Kong, en de Verenigde Staten heeft patiënten met niet-eerder behandeld LA-HCC 1:1 gerandomiseerd naar stereotactische radiotherapie (SBRT) gevolgd door sorafenib of naar alleen sorafenib. Prof. Laura Dawson (University of Toronto, Canada) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde patiënten die niet in aanmerking kwamen voor standaard locoregionale therapie (resectie, ablatie, of TACE). Onder de 177 patiënten die in de analyse werden opgenomen kregen 85 SBRT (27,5 tot 50 Gy in vijf fracties over vijf tot vijftien dagen) gevolgd door sorafenib 200 mg met escalatie tot 400 mg tweemaal daags vanaf één tot vijf dagen na voltooiing van SBRT, en 92 alleen sorafenib 400 mg tweemaal daags. Honderdvijftig patiënten (84,7%) waren mannen; de mediane leeftijd was 66 jaar (IQR 60-72). Honderdeenendertig patiënten (74%) hadden macrovasculaire invasie. Het primaire eindpunt was overall survival.

De mediane OS was 12,3 maanden in de sorafenibgroep versus 15,8 maanden in de SBRT-sorafenibgroep (HR 0,77; p=0,06). De mediane progressievrije overleving was 5,5 maanden in de sorafenibgroep versus 9,2 maanden in de SBRT-sorafenibgroep (HR 0,55; p<0,001). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gezien in 42% van de patiënten in de sorafenibgroep en 47% van de patiënten in de SBRT-sorafenibgroep. Eén patiënt in de SBRT-sorafenibgroep en twee patiënten in de alleen-sorafenibgroep overleden aan met de behandeling samenhangende oorzaken.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met LA-HCC, SBRT gevolgd door sorafenib vergeleken met alleen sorafenib resulteerde in klinisch belangrijke maar statistisch niet significante verbetering van de OS (visual abstract).

1.Dawson LA, Winter KA, Knox JJ et al. Stereotactic body radiotherapy vs sorafenib alone in hepatocellular carcinoma. The NRG Oncology/RTOG 1112 phase 3 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2024.5403

Summary: The multicenter phase 3 RTOG 1112 trial found that among patients with locally advanced hepatocellular carcinoma, SBRT followed by sorafenib was associated with a clinically important but not statistically significant improved overall survival compared with sorafenib alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Histologische en immunologische factoren geassocieerd met respons van gevorderd sarcoom op immuuncheckpointremmers (0)
2024-12-20 14:30   ( Nieuws )
Tags:  advanced sarcoma factors associated with response to ICIs
Dr. Nam BuiOnder patiënten met gevorderd sarcoom is respons gezien op behandeling met immuuncheckpointremmers (ICIs). Een retrospectieve studie van Stanford University (Palo Alto CA) heeft histologische en immunologische factoren geïnventariseerd die met deze respons geassocieerd zijn. Dr. Nam Bui en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 216 gevorderd-sarcoom patiënten die tussen begin 2016 en eind 2023 met ICIs werden behandeld. De overall objective response rate (ORR) was 16,7%. De histologische subtypen met de hoogste ORR waren Kaposi sarcoom (66,7%), alveolair wekedelensarcoom (50,0%), angiosarcoom (33,3%), myxofibrosarcoom (28,6%), en niet-gedifferentieerd pleiomorf sarcoom (27,8%). Subtypen met lage ORR waren ostosarcoom (0%), synoviaal sarcoom (0%), en liposarcoom (3,7%). De subtypen met de hoogste mediane progressievrije (PFS) over leving waren Kaposi sarcoom (niet bereikt), alveolair wekedelensarcoom (niet bereikt), myxofibrosarcoom (27,4 maanden), en niet-gedifferentieerd pleiomorf sarcoom (11,3 maanden). De ORR voor sarcomen met PD-L1 ≥ 1% was 27,8%, en de ORR voor sarcomen met tumorbelasting hoger dan 10 mutaties per megabase was 28,6%.

De onderzoekers concluderen dat ORR en PFS sterk uiteenlopen tussen histologische subtypen van sarcoom.

1.Lee AQ, Hao C, Pan M et al. Histologic and immunologic factors associated with response to immune checkpoint inhibitors in advanced sarcoma. Clin Cancer Res 2024-3485

Summary: A retrospective study at Stanford University (Palo Alto, CA) investigated histologic and immunologic factors associated with the response of advanced sarcoma to ICIs.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van radiofrequentie-ablatie versus stereotactische radiotherapie voor recidiverend klein HCC (0)
2024-12-20 13:00   ( Nieuws )
Tags:  recurrent small hepatocellular carcinoma RFA versus SBRT
Radiofrequentie ablatie (RFA) en stereotactische radiotherapie (SBRT) zijn twee opties voor recidiverend levercelcarcinoom (HCC). Een gerandomiseerde studie van Sun Yat-sen University Cancer Center (Guangzhou, China) heeft RFA en SBRT voor recidiverend klein (enkele lesie niet groter dan 5 cm) vergeleken. Prof. Yaojun Zhang en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 166 patiënten die werden gerandomiseerd naar SBRT (n=83) of RFA (n=83). Het primaire eindpunt van de studie was lokale progressievrije overleving (LPFS). De mediane follow-up was 42,8 maanden in de SBRT-groep en 42,9 maanden in de RFA-groep. Het twee-jaars LPFS-percentage was 92,7% met SBRT versus 75,8% met RFA (HR 0,45; p=0,014). De mediane progressievrije overleving was 37,6 maanden met SBRT en 27,6 maanden met RFA (p=0,190), en de twee-jaars overall survival percentages waren 97,6% in de SBRT-groep en 93,9% in de RFA-groep (p=0,830). De incidentie van zowel acute als late adverse events waren vergelijkbaar voor SBRT en RFA.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met recidiverend klein HCC de LPFS beter is met SBRT dan met RFA, terwijl de verschillen voor PFS, OS, en veiligheid niet significant waren.

1.Xi M, Yang Z, Hu L et al. Radiofrequency ablation versus stereotactic body radiotherapy for recurrent small hepatocellular carcinoma: a randomized, open-label, controlled trial. J Clin Oncol 2024-01532

Summary: A randomized trial at Sun Yat-sen University Cancer Center (Guangzhou, China) found that among patients with single recurrent small hepatocellular carcinoma, stereotactic body radiotherapy resulted in better local progression-free survival than radiofrequency ablation, whereas progression-free survival, overall survival, and safety were comparable between the two treatments.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)