Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Gerandomiseerde studie van achterwege laten van axillaire chirurgie bij borstsparende therapie voor mammacarcinoom (0)
2024-12-14 14:30   ( Nieuws )
Tags:  INSEMA trial
Prof. Toralf ReimerHet is niet duidelijk of axillaire chirurgie veilig achterwege kan worden gelaten bij borstsparende behandeling (BCT) voor mammacarcinoom. De prospectieve INSEMA-studie in Duitsland, Oostenrijk, en Zwitserland heeft patiënten met klinisch kliernegatief T1 of T2 invasief mammacarcinoom (tumorgrootte ten hoogste 5 cm) die BCT ondergingen gerandomiseerd naar al of niet axillaire chirurgie. Prof. Toralf Reimer (Universiteit van Rostock, Duitsland) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

INSEMA includeerde 5502 patiënten (90% klinisch T1; 79% pathologisch T1) die 1:4 werden gerandomiseerd naar behandeling zonder axillaire chirurgie (chirurgie-omissiegroep) of sentinel-lymph-node biopsy (SLNB, chirurgiegroep). Het primaire eindpunt was invasieve-ziektevrije overleving (IDFS) na vijf jaar in de per-protocol populatie (962 patiënten in de chirurgie-omissiegroep en 3896 patiënten in de chirurgiegroep). De mediane follow-up was 73,6 maanden. De figuur laat zien dat de vijf-jaars IDFS 91,9% bedroeg in de chirurgie-omissiegroep versus 91,7% in de chirurgiegroep (HR 0,91; 95%-bti 0,73-1,14) waarmee noninferioriteit van achterwege laten van chirurgie was aangetoond. Invasieve ziekte of death from any cause werden gezien in 1,0% respectievelijk 1,4% in de chirurgie-omissiegroep en 0,3% respectievelijk 2,4% in de chirurgiegroep. Patiënten in de chirurgie-omissiegroep hadden lagere incidentie van lymfoedeem, betere arm-mobiliteit, en minder pijn bij bewegen van arm of schouder dan patiënten in de chirurgiegroep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met klinisch kliernegatief T1 of T2 mammacarcinoom achterwege laten van axillaire chirurgie niet-inferieur was aan SLNB.

1.Reimer T, Stachs A, Veselinovic K et al. Axillary surgery in breast cancer – primary results of the INSEMA trial. N Engl J Med 2024; epub ahead of print

Summary: The prospective randomized INSEMA trial in Germany, Austria, and Switzerland found that among patients with clinically node-negative, T1 or T2 breast cancer, omission of surgical axillary staging was noninferior to sentinel-lymph-node biopsy after a median follow-up of 6 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Olaparib versus non-platina chemotherapie voor recidiverend platinagevoelig ovariumcarcinoom: OS-resultaten van SOLO3 (0)
2024-12-14 13:00   ( Nieuws )
Tags:  SOLO3 final overall survival results
Prof. Giovanni ScambiaDe multinationale fase 3-studie SOLO3 liet zien dat olaparib resulteerde in significant betere objective response rate (primair eindpunt) en progressievrije overleving dan non-platina chemotherapie onder patiënten met BRCA-gemuteerd platinagevoelig recidiverend ovariumcarcinoom. Een ander secundair eindpunt was overall survival (OS). Prof. Giovanni Scambia (Katholieke Universiteit van het Heilig Hart, Rome) en collega’s publiceren in het Journal of Clinical Oncology de finale OS-resultaten van de studie.1

SOLO3 includeerde 266 patiënten die 2:1 werden gerandomieerd naar olaparib (300 mg tweemaal daags; n=178) of physician’s choice van non-platina chemotherapie monotherapie (gepegyleerd liposomaal doxorubicine, paclitaxel, gemcitabine, of topotecan; n=88). De mediane OS was 34,9 maanden met olaparib versus 32,9 maanden met chemotherapie (HR 1,07; p=0,71). In de subgroep van patiënten die twee eerdere lijnen chemotherapie gekregen hadden was de OS beter met olaparib dan met chemotherapie (mediaan 37,9 versus 28,8 maanden; HR 0,83; 95%-bti 0,51-1,38). In de subgroep met drie of meer eerdere lijnen chemotherapie was de mediane OS 29,9 maanden met olaparib versus 39,4 maanden met chemotherapie (HR 1,33; 95%-bti 9,84-2,18).

De onderzoekers concluderen dat de finale OS in SOLO3 niet significant verschilde tussen de olaparibgroep en de chemotherapiegroep.

1.Scambia G, Villalobos Valencia R, Colombo N et al. Olaparib as treatment versus nonplatinum chemotherapy in patients with platinum-sensitive relapsed ovarian cancer: phase III SOLO3 study final overall survival results. J Clin Oncol 2024.00933

Summary: Final overall survival results of the multinational phase 3 SOLO3 trial found that among patients with BRCA-mutated platinum-sensitive relapsed ovarian cancer, OS was similar with olaparib versus nonplatinum chemotherapy and was better with olaparib among patients with two previous chemotherapy lines but worse with olaparib among patients with three or more previous chemotherapy lines.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Patiënt-gerapporteerde uitkomsten met actieve monitoring versus richtlijn-concordante therapie voor laag-risico DCIS (0)
2024-12-13 16:00   ( Nieuws )
Tags:  COMET trial PROs
Prof. Ann PartridgeDe multicenter gerandomiseerde COMET-studie (zie het bericht hieronder) vergeleek actieve monitoring (AM) met richtlijn-concordante therapie (GCC) onder vrouwen met laag-risico DCIS. Een secundair eindpunt van de studie was patiënt-gerapporteerde uitkomsten (PROs). Prof. Ann Partridge (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de PRO-analyse van COMET in JAMA Oncology.1

De 957 COMET-patiënten rapporteerden hun uitkomsten middels het beantwoorden van gevalideerde vragenlijsten bij inclusie in de studie, na zes maanden, na een jaar, en na twee jaar. Drieëntachtig procent van de patiënten beantwoordden de vragenlijsten op alle vier de tijdstippen, en 99,5% op één of meer tijdstippen. Er waren geen significante verschillen tussen de AM-groep en de GCC-groep voor kwaliteit van leven, angst/ongerustheid, depressie, zorgen over DCIS, of beloop van symptomen, met bescheiden fluctueringen in de tijd. Alleen voor het SF-36 domein fysiek functioneren waren er verschillen tussen de groepen: score 50 bij baseline en 48 na zes maanden, een jaar, en twee jaar in de GCC groep, en 50, 48, 47, en 48 in de AM-groep (p=0,01), hoewel deze verschillen slechts beperkte klinische relevantie hadden.

De onderzoekers concluderen dat er geen significante verschillen waren in PROs tussen de AM-groep en de GCC-groep in de eerste twee jaar na randomisatie.

1.Partridge AH, Hyslop T, Rosenberg SM et al. Patient-reported outcomes for low-risk ductal carcinom in situ. A secondary analysis of the COMET randomized clinical trial. JAMA Oncol 2024.6556

Summary: Secondary analysis of the COMET trial found that among women with low-risk DCIS, the overall lived experience of women randomized to undergo active monitoring was similar to that of women randomized to guideline-concordant care.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter gerandomiseerde studie van actieve monitoring versus richtlijn-concordante therapie voor laag-risico DCIS (0)
2024-12-13 14:30   ( Nieuws )
Tags:  COMET randomized clinical trial low-risk ductal carcinoma in situ
Prof. Shelley HwangActieve monitoring voor laag-risico ductaal carcinoom in situ (DCIS) van de borst is gesuggereerd als een alternatief voor richtlijn-concordante therapie, maar de veiligheid van deze benadering is nog niet duidelijk. De prospectieve gerandomiseerde COMET-studie, in 100 centra in de Verenigde Staten heeft uitkomsten van actieve monitoring vergeleken met die van behandeling volgens de richtlijnen. Prof. Shelley Hwang (Duke University, Durham NC) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1

De studie includeerde 957 vrouwen in de leeftijd van 40 jaar of ouder met een nieuwe diagnose graad 1 of 2 DCIS tussen begin 2017 en eind 2023. De vrouwen werden gerandomiseerd naar actieve monitoring (follow-up met imaging en borstonderzoek iedere zes maanden; n=484) of richtlijn-concordante behandeling (chirurgie met of zonder radiotherapie; n=473). De mediane leeftijd was 63,7 jaar in de actieve-monitoringgroep en 63,6 jaar in de richtlijn-concordante zorggroep. Het primaire eindpunt was twee-jaars cumulatief risico van ispsilateraal invasief mammacarcinoom.

Op het moment van de nu gepubliceerde primaire analyse was de mediane follow-up 36,9 maanden. Chirurgie voor DCIS was uitgevoerd in 346 patiënten: 264 in de richtlijn-concordante zorggroep en 82 in de actieve-monitoringgroep. Het twee-jaars cumulatief risico van ipsilateraal invasief mammacarcinoom was 4,2% in de actieve-monitoringgroep en 5,9% in de richtlijn-concordante zorggroep, waarmee actieve monitoring niet-inferieur was aan richtlijn-concordante zorg. De kenmerken van de invasieve tumoren verschilden niet significant tussen beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat onder vrouwen met laag-risico DCIS actieve monitoring niet resulteerde in hoger twee-jaars risico van invasief mammacarcinoom in dezelfde borst vergeleken met richtlijn-concordante therapie (visual abstract).

1.Hwang ES, Hyslop T, Lynch T et al. Active monitoring with or without endocrine therapy for low-risk ductal carcinoma in situ. The COMET randomized clinical trial. JAMA 2024.26698

Summary: The multicenter randomized COMET trial found that among patients with low-risk DCIS, active monitoring was noninferior to guideline-concordant care for the end point invasive cancer in the same breast at 2 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van nivolumab plus AVD als eerstelijns therapie voor klassiek Hodgkin lymfoom in oudere patiënten (0)
2024-12-13 13:00   ( Nieuws )
Tags:  cHL in older adults first-line N-AVD
Dr. Alison MoskowitzEen fase 2-studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) evalueerde de combinatie van nivolumab met doxorubicine, vinblastine, en dacarbazine (N-AVD) als eerstelijns behandeling voor klassiek Hodgkin lymfoom (cHL) in oudere patiënten (60 jaar of ouder). Dr. Alison Moskowitz (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1


De studie includeerde 40 patiënten (mediane leeftijd 66 jaar; range 60-78; 38% 70 jaar of ouder; 78% stadium III of IV ziekte; 68% met International Prognostic Score 3 of hoger), die voor aanvang van de behandeling geriatrische beoordeling ondergingen. Tweeëntachtig procent van de patiënten waren afhankelijk voor tenminste één activity of daily living (ADL), 23% afhankelijk voor tenminste één instrumental ADL, 50% met slechte score op de timed up and go test, en 40% met polyfarmacie. De patiënten kregen zes cycli standaard AVD plus intraveneus nivolumab 240 mg op dag één en vijftien van elke cyclus. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving (PFS).

De werkzaamheid van de behandeling kon worden geëvalueerd in 37 patiënten (92,5%). De mediane follow-up was 49 maanden. De drie-jaars PFS- en overall survival percentages waren 79% respectievelijk 97%. Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gezien in 50% van de patiënten, onder wie 8% met febriele neutropenie. Vier patiënten (10%) discontinueerden de behandeling wegens TRAEs. Baseline geriatrische aandoeningen waren niet geassocieerd met overlevingsuitkomsten of toxiciteiten.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns N-AVD werkzaam is en goed verdragen wordt onder oudere patiënten met cHL en een breed scala aan geriatrische aandoeningen.

1.Torka P, Feldman T, Savage KJ et al. Phase II trial of nivolumab plus doxorubicin, vinblastine, dacarbazine as frontline therapy in older adults with Hodgkin lymphoma. J Clin Oncol 2024-01278

Summary: A phase 2 trial at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) found that the combination of nivolumab and AVD is a highly effective and well-tolerated frontline regimen for classical Hodgkin lymphoma in older adults with a wide range of geriatric impairments.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van imlunestrant met of zonder abemaciclib voor gevorderd mammacarcinoom (0)
2024-12-12 16:00   ( Nieuws )
Tags:  EMBER-3 study ER-positive HER2-negative aBC
Dr. Komal JhaveriImlunestrant is een volgende-generatie hersenpenetrante oraal-beschikbare selective estrogen receptor degrader (SERD) die continue ER-remming levert, ook in tumoren met ESR1-mutaties. In de multinationale fase 3-studie EMBER-3 is imlunestrant met of zonder abemaciclib voor ER-positief HER2-negatief gevorderd mammacarcinoom (aBC) geëvalueerd. Dr. Komal Jhaveri (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde 874 patiënten met recidief of progressie tijdens of na therapie met aromataseremmer met of zonder CDK4/6-remmer. De patiënten werden gerandomiseerd naar imlunestrant (n=331), standaard endocriene monotherapie (n=330), of imlunestrant plus abemaciclib (n=213). Primaire eindpunt was door lokale onderzoekers beoordeelde progressievrije overleving (PFS) met imlunestrant versus standaardtherapie onder patiënten met ESR1-mutaties en onder alle patiënten, en met imlunestrant-abemaciclib versus alleen imlunestrant onder alle patiënten.

De figuur laat zien dat onder de 256 patiënten met ESR1-mutaties de mediane PFS 5,5 maanden was met imlunestrant en 3,8 maanden met standaard-therapie; de geschatte restricted mean survival time na 19,4 maanden was 7,9 maanden met imlunestrant en 5,4 maanden met standaard-therapie (p<0,001). In de overall populatie was de mediane PFS 5,6 maanden met imlunestrant en 5,5 maanden met standaard-therapie (p=0,12). Onder de 426 patiënten in de vergelijking van imlunestrant met abemaciclib versus alleen imlunestrant was de mediane PFS 9,4 maanden versus 5,5 maanden (HR 0,57; p<0,001). De incidentie van graad 3 of hoger adverse events was 17,1% met imlunestrant vergeleken met 20,7% met standaard-therapie en 48,6% met imlunestrant plus abemaciclib.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met ER-positief HER2-negatief aBC, behandeling met imlunestrant resulteerde in langere PFS dan standaard-therapie onder patiënten met ESR1-mutatie maar niet in de overall populatie, en dat toevoeging van abemaciclib aan imlunestrant resulteerde in langere PFS ongeacht de ESR1-mutatiestatus.

1.Jhaveri KL, Neven P, Casalnuovo ML et al. Imlunestrant with or without abemaciclib in advanced breast cancer. N Engl J Med 2024; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 EMBER-3 trial found that among patients with ER-positive, HER2-negative advanced breast cancer, treatment with imlunestrant led to longer PFS than standard therapy among those with ESR1 mutations but not in the overall population, whereas imlunestrant-abemaciclib improved PFS as compared with imlunestrant, regardless of ESR1-mutation status.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van genetische subgroepen van telomeer-biologie aandoeningen met risico van maligniteiten (0)
2024-12-12 14:30   ( Nieuws )
Tags:  TBD genotypes cancer risk
Dr. Sharon SavageTelomere biology disorders (TBDs) zijn overerfbare syndromen van beenmergfalen veroorzaakt door kiemlijn pathogene varianten in genen die betrokken zijn bij het onderhoud van telomeren. TBDs zijn geassocieerd met verhoogd risico van maligniteiten. Een longitudinale studie in het TBD-cohort van het National Cancer Institute (NCI, Bethesda MD) heeft de associatie tussen verschillende genetische subgroepen van TBDs met het risico van maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Sharon Savage en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

Het cohort bestond uit 230 personen met TBDs die waren gedetecteerd bussen begin 2002 en juli 2022 (58,7% mannen; mediane leeftijd bij laatste follow-up 34,6 jaar; range 1,4-82,2). De TBD-genotypen werden onderscheiden op basis van het erfelijkheidspatroon: autosomaal-dominant (AD-non-TINF2) versus autosomaal-recessief/X-linked (AR/XLR) versus AD-TINF2). Onder alle deelnemers was het risico van maligniteiten ruim driemaal hoger dan in de algemene bevolking (observed/expected ratio 3,35; 95%-bti 2,32-4,68). Het hoogste risico werd gezien onder personen met AR/XLR TBDs (O/E 19,16; 95%-bti 9,19-35,24), met een significant jeugdigere leeftijd bij diagnose van de maligniteit dan onder personen met AD-non-TINF2 TBDs (mediaan 36,7 versus 44,5 jaar; p=0,01). Het risico van solide tumoren was het hoogst in deelnemers met AR/XLR (O/E 23,97). Het risico van hematologische maligniteiten was het hoogst onder personen net AD-non-TINF2 (OE 9,41).

De onderzoekers concluderen dat personen met TBDs een verhoogd risico van maligniteiten hebben vergeleken met de algemene bevolking, met het hoogste risico en de laagste leeftijd bij diagnose onder personen met AR/XLR inheritance.

1.Niewisch MR, Kim J, Giri N et al. Genotype and associated cancer risk in individuals with telemore biology disorders. JAMA Network Open 2024;7:e2450111

Summary: A cohort study of individuals with telemore biology disorders found an increased cancer risk among these individuals compared with the general population, with the highest risk and the earliest age of onset for individuals with AR/XLR inheritance. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Temporele trends in gebruik van metastasectomie in de Verenigde Staten: analyse van National Inpatient Sample (0)
2024-12-12 13:00   ( Nieuws )
Tags:  trends in use of metastasectomy
Dr. Jesse PassmanIn het tijdperk van nieuwe gerichte middelen en immuuntherapie kan metastasectomie leiden tot verbetering van uitkomsten van gemetastatiseerde maligniteiten. Een analyse van het National Inpatient Sample over de periode begin 2016 tot eind 2021heeft trends in het gebruik van metastasectomie voor vijf typen maligniteiten in de Verenigde Staten geïnventariseerd. Dr. Jesse Passman (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren de analyse in Cancer.1


De analyse includeerde patiënten met colorectaalcarcinoom, longcarcinoom, mammacarcinoom, melanoom, of niercarcinoom, en metastasen in long, lever, bijnier, hersenen, of dunne darm. Over de gehele studieperiode was colorectaalcarcinoom de meest frequent indicatie voor metastasectomie (n=57.644), gevolgd door longcarcinoom (n=55.090), mammacarcinoom (n=12.616), niercarcinoom (n=8427), en melanoom (n=5658). De figuur laat zien dat tijdens de studieperiode gebruik van metastasectomie toenam onder patiënten met mammacarcinoom (average annual percent change +10,6%; p=0,013) of melanoom (+8,3%; p=0,040), maar niet significant veranderde onder patiënten met longcarcinoom (-1,6%; p=0,26), colorectaalcarcinoom (+0,3%; p=0,83), of niercarcinoom (+2,3%; p=0,36).

De onderzoekers concluderen dat tussen begin 2016 en eind 2021 gebruik van metastasectomie significant toenam onder patiënten met mammacarcinoom of melanoom.

1.Passman JE, Kallan MJ, Robertson JL et al. Contemporary trends in utilization of metastasectomy in the era of targeted and immunotherapies. Cancer 2024.35664

Summary: Analysis of the National Inpatient Sample found that between 2016 and 2021, utilization of metastasectomy increased significantly for melanoma and breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)