Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Morbiditeit en mortaliteit onder overlevers van medulloblastoom tijdens de jeugd (0)
2023-01-26 16:00   ( Nieuws )
Tags:  childhood medulloblastoma survivors morbidity and mortality
Dr. Vijay RamaswamyOverlevers van medulloblastoom tijdens de jeugd hebben substantiële late complicaties. Een bevolkings-gebaseerde cohortstudie in Ontario (Canada) heeft morbiditeit en mortaliteit onder deze overlevers geïnventariseerd. Dr. Vijay Ramaswamy (Hospital for Sick Kids, Toronto) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde alle tenminste-vijf-jaar overlevers van medulloblastoom gediagnostiseerd voor de leeftijd achttien jaar tussen 1987 en 2015 in Ontario (n=230), en voor elke overlever 5 voor leeftijd en geslacht gematchte controlepersonen (n=1150). Onder de overlevers hadden 187 (81,3%) craniospinale bestraling ondergaan. De tien-jaars postindex cumulatieve incidentie van all-cause mortaliteit was 7,9% onder de overlevers versus 0,6% onder controlepersonen (HR 21,5; 95%-bti 9,8-54,0). De tien-jaars cumulatieve incidentie van cerebrovasculair accident was 4,8% onder de overlevers versus 0,1% onder controlepersonen (HR 45,6; 95%-bti 12,8-289,8). De tien-jaars cumulatieve incidentie van gehoorverlies waarvoor geluidsversterking vereist was bedoeg 24,9% versus 0,3% (HR 96,3; 95%-bti 39,7-317,3). Claims voor disability support middelen werden ingediend door 44,5% versus 5,5% (HR 10,0; 95%-bti 7,3-13,6) terwijl vrouwelijke overlevers significant minder vaak levendgeboren kinderen kregen (0,2; 0,1-0,7).

De onderzoekers concluderen dat overlevers van medulloblastoom tijdens de jeugd aanzienlijk verhoogde mortaliteit en morbiditeit hebben.

1.Coltin H, Pequeno P, Liu N et al. The burden of surviving childhood medulloblastoma: a population-based, matched cohort study in Ontario, Canada. J Clin Oncol 2023; epub ahead of print

Summary: A population-based matched cohort study in Ontario found substantially elevated morbidity and mortality among survivors of childhood medulloblastoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinische bruikbaarheid van ctDNA-sequencing onder patiënten met gevorderde maligniteiten (0)
2023-01-26 14:30   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid tumors ctDNA sequencing
Prof. Antoine ItalianoSequencing van circulerend tumor DNA (ctDNA) is een veelbelovende benadering voor het kiezen van gerichte therapie voor individuele patiënten. Een prospectieve studie van het Franse Nationale Centrum voor Precisiegeneeskunde heeft de impact van moleculaire profilering van ctDNA op behandeling en uitkomsten van patiënten met gevorderde solide tumoren geïnventariseerd. Prof. Antoine Italiano (Institut Gustave-Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 1772 patiënten met een diagnose van een gevorderde solide maligniteit tussen begin december 2020 en eind november 2021. De patiënten ondergingen ctDNA-sequencing met een groot panel (324 genen, TMB, MSI-status), met mediane tijd tot bekend worden van resultaten van 12 dagen. Tenminste één actionabele verandering werd gedetecteerd in ctDNA van 1059 van 1658 patiënten met bruikbare analyseresultaten (64%). De molecular tumor board beval gematchte therapie aan voor 597 patiënten (56%). In totaal werden 122 patiënten met deze therapieën behandeld. Onder de 107 evalueerbare patiënten had 4% complete respons, 33% partiële respons, en 25% stabiele ziekte als beste respons. De mediane progressievrije overleving was 4,7 maanden (95%-bti 2,7-6,7) en de mediane overall survival was 8,3 maanden (4,7-11,9).

De onderzoekers concluderen dat ctDNA-sequencing met een groot panel een efficiënte benadering is voor het matchen van patiënten met gevorderde maligniteiten aan gerichte therapie.

1.Bayle A, Belcaid L, Aldea M et al. Clinical utility of circulating tumor DNA sequencing with a large panel: a National Center for Precision Medicine (PRISM) study. Ann Oncol 2023.01.008

Summary: A prospective study at the French National Center for Precision Medicine investigated the clinical utility of comprehensive molecular profiling of ctDNA in patients with advanced solid tumors. ctDNA sequencing resulted in matched therapy for 56% of patients. Among the evaluable patients, 4% had complete response, 33% had partial response, and 25% had stable disease as best response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Genomische karakterisering van hormoonreceptor-positief mammacarcinoom in jonge vrouwen (0)
2023-01-26 13:00   ( Nieuws )
Tags:  HR-positive breast cancer in young women genomic characterization
Prof. Sherene LoiOnder zeer jonge vrouwen met HR-positief HER2-negatief vroeg-stadium mammacarcinoom (EBC) wordt vaker recidief en overlijden aan de ziekte waargenomen dan onder oudere patiënten. Een analyse van tumoren van patiënten die deelnamen aan de SOFT-studie heeft leeftijds-afhankelijke genomische kenmerken van de tumoren geïnventariseerd. Prof. Sherene Loi (Peter MacCallum Cancer Centre, Melbourne) en collega’s publiceren de analyse in Annals of Oncology.1



De onderzoekers analyseerden tumoren van 359 vrouwen jonger dan veertig jaar en van 917 vrouwen in de leeftijd van veertig jaar en ouder. De tumoren van de jongere vrouwen hadden significant hogere frequenties van genomische veranderingen die geassocieerd zijn slechte prognose. Deze veranderingen werden gezien in 72% van de patiënten jonger dan 35 jaar, 54% van de vrouwen in de leeftijd van 35 tot 40 jaar, en 40% van de vrouwen in de leeftijd van 40 jaar en ouder. Aanwezigheid van deze ongunstige prognostische kenmerken (in 46% van de patiënten) versus afwezigheid van deze kenmerken was geassocieerd met een acht-jaars afstandsziektevrije-overlevingspercentage van 84% versus 94% en een acht-jaars overall survival percentage van 88% versus 96%. Onder patiënten jonger dan veertig jaar waren acht-jaars DRFI- en OS-percentages 74% respectievelijk 80%, vergeleken met 85% respectievelijk 93% onder oudere patiënten.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten inzicht geven in genomische veranderingen die verrijkt zijn in jonge vrouwen met HR-positief HER2-negatief EBC.

1.Luen SJ, Viale G, Nik-Zainal S et al. Genomic characterisation of hormone receptor-positive breast cancer arising in very young women. Ann Oncol 2023.01.009

Summary: Very young premenopausal women diagnosed with HR-positive, HER2-negative early-stage breast cancer (EBC) have higher rates of recurrence and death when compared to older patients. Analysis of tumors of patients enrolled in the SOFT clinical trial investigated patient age-related genomic differences between tumors. Poor prognostic features were present in 72% of patients aged < 35 years, 54% aged 35-39 years, and 40% aged ≥ 40 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn gezondheidsuitkomsten onder overlevers van Wilms tumor (0)
2023-01-25 16:00   ( Nieuws )
Tags:  Wilms tumor survivors late health outcomes
Dr. Brent WeilWilms tumor (WT) is de meest-voorkomende maligniteit in de nieren van kinderen in de leeftijd tot vijf jaar. Vorderingen in de diagnose en behandeling hebben geresulteerd in sterke verbetering van de prognose. Dit leidt tot een toename van overlevers van WT. Een analyse onder overlevers van WT in het cohort van de Childhood Cancer Survivor Study heeft lange-termijn gezondheidsuitkomsten geïnventariseerd. Dr. Brent Weil (Harvard Medical School, Boston MA) en collega’ publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde 2008 tenminste-vijf-jaar overlevers van unilateraal WT. Tijdens gemiddeld 35 jaar follow-up overleden 142 van deze patiënten, overeenkomend met een standardized mortality ratio 2,9 (95%-bti 2,5-3,5) en een 35-jaars cumulatieve incidentie van overlijden van 7,8% (6,3-9,2). De 35-jaars cumulatieve incidentie van any graad 3-5 chronische gezondheidsaandoening (CHC) was 34,1% (95%-bti 30,7-37,5), overeenkomend met een rate ratio vergeleken met broers of zusters 3,0 (2,6-3,5). Overlevers die naast nefrectomie alleen vincristine en actinomycine D (VA) hadden gekregen hadden een all-cause mortaliteit vergelijkbaar met die van de algemene bevolking (SMR 1,0; 95%-bti 0,5-1,7) en een matig verhoogd risico van graad 3 of hoger CHCs vergeleken met broers en zusters (RR 1,5; 1,1-2,0) maar hadden een sterk verhoogd risico van intestinale obstructie (RR 9,4; 3,9-22,2) en nierfalen (RR 11,9; 4,2-33,6). De risico’s van graad 3 of hoger CHCs (darmobstructie, nierfalen, premature ovariuminsufficiëntie, en hartfalen) namen toe met toenemende intensiteit van de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat (omdat tegenwoordig 40% van de patiënten met nieuw-gediagnostiseerd WT alleen VA krijgt) te verwachten valt dat de last van late mortaliteit/morbiditeit in komende decennia zal afnemen. Desondanks blijft het risico van CHCs in WT-overlevers verhoogd.

1.Weil BR, Murphy AJ, Liu Q et al. Late health outcomes among survivors of Wilms tumor diagnosed over three decades: a report from the Childhood Cancer Survivor Study. J Clin Oncol 2023; epub ahead of print

Summary: A study among five-year survivors of unilateral Wilms tumor found that survivors receiving treatment limited to nephrectomy, vincristine, and actinomycin D experience rates of late chronic health conditions and mortality that are largely comparable with noncancer populations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Toevoegen van G-CSF en decitabine aan busulfan-cyclofosfamide conditionering voor alloHSCT in MDS/AML (0)
2023-01-25 14:30   ( Nieuws )
Tags:  MDS-RAEB or secondary AML conditioning with G-CSF and decitabine
Prof. Qifa LiuNa allogene hematopoïetische stamceltransplantatie (alloHSCT) voor myelodysplastisch syndoom-refractaire anemie met excess blasten (MDS-RAEB) of secundaire acute myeloïde leukemie voortkomend uit MDS (sAML) wordt in een hoog percentage patiënten toch nog relapse gezien. Een fase 3-studie in zes centra in China heeft toevoegen van C-CSF en decitabine aan busulfan-cyclofosfamide conditionering voor de alloHSCT geëvalueerd. Prof. Qifa Liu (Zuidelijke Medische Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Haematology.1

De studie includeerde 202 patiënten die alloHSCT ondergingen voor MDS-RAEB of sAML, een ECOG performance status 2 of beter, en een HSCT-comorbiditeitsindex 2 of beter. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar condtionering met G-CSF, decitabine, en busulfan-cyclofosfamide (n=101) of alleen busulfan-cyclofosfamide (n=101). Het primaire eindpunt was cumulatief relapse-percentage na twee jaar. De mediane follow-up was 32,4 maanden (IQR 10,0-43,0). De figuur laat zien dat na twee jaar het cumulatieve relapse-percentage 10,9% bedroeg in de groep metG-CSF en decitabine versus 24,8% in de groep zonder G-CSF en decitabine (HR 0,39; p=0,011). De figuur toont ook resultaten voor secundaire eindpunten. Er waren in de eerste honderd dagen na de transplantatie geen significante verschillen tussen beide groepen in het voorkomen van graad 3 of 4 adverse events (infecties, acute GVHD, en gastroïntestinale toxiciteiten). Elf patiënten in de groep met G-CSF en decitabine versus dertien patiënten in de groep zonder G-CSF en decitabine overleden aan AEs, maar geen van deze gevallen van overlijden werd beoordeeld als samenhangend met de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van G-CSF en decitabine aan het busulfan-cyclofosfamide conditioneringsregime voor alloHSCT goed verdragen werd en resulteerde in significant lager percentage patiënten met relapse binnen twee jaar.

1.Xuan L, Dai M, Jiang E et al. The effect of granulocyte-colony stimulating factor, decitabine, and busulfan-cyclophosphamide versus busulfan-cyclophosphamide conditioning on relapse in patients with myelodysplastic syndrome or secondary acute myeloid leukaemia evolving from myelodysplastic syndrome undergoing allogeneic haematopoietic stem-cell transplantation: an open-label, multicentre, randomised, phase 3 trial. Lancet Haematol 2023; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 3 study in China evaluated addition of G-CSF and decitabine to the busulfan-cyclophosphamide alloHSCT conditioning regimen for patients with MDS-RAEB or sAML. Two-year cumulative relapse rate was 10.9% with G-CSF and decitabine added to busulfan-cyclophosphamide conditioning versus 24.8% with busulfan-cyclophosphamide only conditioning (HR 0.39; p=0.011). There were no significant differences in adverse events between the two groups.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ontwikkeling en validatie van machine learning model voor detectie en klassering van TLSs in gastroïntestinale maligniteiten (0)
2023-01-25 13:00   ( Nieuws )
Tags:  GI malignancies tertiary lymphoid structures
Dr. Ruijiang LiTertiaire lymfoïde structuren (TLSs) zijn structuren die ontstaan in niet-lymfoïde weefsels, zoals tumoren. TLSs spelen een belangrijke rol in de antitumor-immuunrespons en zijn geassocieerd met gunstige prognose en verbeterde respons op immuuntherapie voor maligniteiten. De huidige benadering voor het beoordelen van TLSs wordt beperkt door interobservant-variabiliteit. Een multinationale studie heeft geresulteerd in ontwikkeling en validatie van een machine learning model voor detectie en klassering van TLSs in hematoxyline-eosine gekleurde beelden van gastroïntestinale (GI)-maligniteiten. Dr. Ruijiang Li (Stanford University School of Medicine, CA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 1924 patiënten met (één van zes typen) GI-maligniteiten uit zeven cohorten. TLSs werden gedetecteerd in 62 van 155 slokdarmcarcinomen (40,0%) tot 267 van 353 maagcarcinomen (75,6%). Het machine learning model had hoge accuratesse voor het detecteren in en drie klassen onderverdelen van TLSs: TLS1 (97,7%; 95%-bti 96,4-99,0), TLS2 (96,3%; 94,6-98,0), en TLS3 (95,7%; 93,9-95,7). Over de zes typen maligniteiten konden patiënten worden gestratificeerd in drie risicogroepen (hogere versus lagere TLS-score versus geen TLS). Zowel hogere versus lagere TLS-score (HR 0,27; p<0,001) en lagere TLS-score versus geen TLS (HR 0,65; p<0,001) waren geassocieerd met betere overall survival. TLS-score bleef een onafhankelijke prognostische factor voor overleving na correctie voor klinisch-pathologische variabelen en tumor-infiltrerende lymfocyten.

De onderzoekers concluderen dat het machine learning model accurate detectie en klassering van TLSs mogelijk maakte.

1.Li Z, Jiang Y, Li B et al. Development and validation of a machine learning model for detection and classification of tertiary lymphoid structures in gastrointestinal cancers. JAMA Network Open 2023;6:e2252553

Summary: A multinational study resulted in development and validation of a machine learning model for detection and classification of tertiary lymphoid structures.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-studie van allogene BCMA-gerichte CAR T-cellen voor recidiverend of refractair multipel myeloom (0)
2023-01-24 16:00   ( Nieuws )
Tags:  UNIVERSAL trial RRMM allogeneic BCMA-targeting CAR T cells
Dr. Sham MailankodyALLO-715 is een first-in-class allogene anti-BCMA CAR t-celtherapie, ontworpen om graft-versus-host disease te voorkomen en CAR T-afstoting te verminderen. De multicenter fase 1-studie UNIVERSAL in de Verenigde Staten heeft oplopende doseringen ALLO-715 voor recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM) geëvalueerd na lymfodepletie met aan anti-CD52 antilichaam (ALLO-647) bevattend regime. Dr. Sham Mailankody (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren een interimanalyse van de doorlopende studie in Nature Medicine.1

De studie includeerde 43 RRMM-patiënten die ALLO-715 kregen. Graad 3 of hoger adverse events werden gerapporteerd voor 38 patiënten (88%). Cytokine release syndrome werd gezien in 24 patiënten (55,8%) onder wie één patiënt met graad 3 of hoger CRS, terwijl neurotoxiciteit werd gezien in zes patiënten (14%) onder wie geen patiënten met graad 3 of hoger neurotoxiciteit. Infecties werden gezien in 23 patiënten (53,5%) onder wie tien patiënten met graad 3 of hoger infectie. Respons werd gezien in 24 patiënten (55,8%). Onder de 24 patiënten die 320 x 106 CAR T-cellen kregen na lymfodepletie met fludarabine, cyclofosfamide, en ALLO-647 werd respons gezien in zeventien patiënten (70,8%) onder wie elf (45,8%) met zeer goede partiële respons of beter en zes (25%) met complete respons/stringente complete respons. De mediane duur van respons was 8,3 maanden.

De onderzoekers concluderen dat deze initiële resultaten van de doorlopende studie gebruik van allogene CAR T-celtherapie voor RRMM steunen.

1.Mailankody S, Matous JV, Chhabra S et al. Allogeneic BCMA-targeting CAR T cells in relapsed/refractory multiple myeloma: phase 1 UNIVERSAL trial interim results. Nature Med 2023; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 1 UNIVERSAL trial found that the allogeneic BCMA-targeting CAR T cell therapy ALLO-715 was tolerated and induced response in 55.8% of patients.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van protontherapie herbestraling voor recidiverend squameus celcarcinoom van hoofd en hals (0)
2023-01-24 14:30   ( Nieuws )
Tags:  rHNSCC proton therapy reirradiation
Dr. Nancy LeeGebruik van protontherapie herbestraling (PT-ReRT) voor recidiverend squameus celcarcinoom van hoofd en hals (rHNSCC) neemt toe, maar er is geen harde evidentie voor veiligheid en werkzaamheid. Een retrospectieve cohortstudie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft PT-ReRT voor rHNSCC geëvalueerd. Dr. Nancy Lee en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 242 patiënten (75,6% mannen; mediane leeftijd 63 jaar; range 21-96) met die PT-ReRT kregen voor rHNSCC. Het mediane interval tussen de initiële PT en de PT-ReRT was 22 maanden (range 1-669). Op het moment van PT-ReRT hadden 212 patiënten (85,1%) locoregionale ziekte, 6 patiënten (2,5%) afstandsmetastasen, en 24 patiënten (9,9%) beide. Er waren 154 patiënten die gefractioneerde PT-ReRT kregen (mediaan 70 cobalt gray equivalent) en 88 patiënten die quad shot PT-ReRT kregen (mediaan 44 CGE). De mediane follow-up was 12,0 maanden voor alle patiënten en 24,5 maanden voor overlevende patiënten. In het gefractioneerde cohort was het één-jaars lokale-controlepercentage 71,8% en het één-jaars overall survival percentage 66,6%; vergeleken met 61,6% respectievelijk 28,5% in het quad shot cohort. Er waren 73 graad 3 en 6 graad 4 vroege toxische effecten, en 79 graad 3, 4 graad 4, en 5 graad 5 late toxische effecten.

De onderzoekers concluderen dat vergeleken met eerdere resultaten met foton-gebaseerde herbestraling, agressieve PT-ReRT voor rHNSCC kan resulteren in langere overleving, maar dat de overlevende patiënten een hoog risico hebben van vroege en late complicaties.

1.Lee A, Woods R, Mahfouz A et al. Evaluation of proton therapy reirradiation for patients with head and neck squamous cell carcinoma. JAMA Network Open 2023;6:e2250607

Summary: A retrospective cohort study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) evaluated proton therapy reirradiation for recurrent head and neck squamous cell carcinoma. The study found 1-year local control of 71.8% and 1-year overall survival of 66.6% for those receiving fractionated PT-ReRT. Among 242 patients, there were 79 potential grade 3, 4 grade 4, and 5 grade 5 late toxic effects.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)