Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Gerandomiseerde studie van hepatectomie met of zonder mFOLFOX6 voor mCRC met alleen levermetastasen (0)
2021-09-16 13:30   ( Nieuws )
Tags:  liver-only mCRC hepatectomy with or without adjuvant mFOLFOX6
Dr. Yukihide KanemitsuEr is geen concensus over de waarde van adjuvante chemotherapie na hepatectomie voor metastatisch colorectaalcarcinoom met alleen levermetastasen. De Japanse multicenter gerandomiseerde JCOG0603 studie vergeleek hepatectomie met of zonder adjuvant mFOLFOX6 voor liver-only mCRC. Dr. Yukihide Kanemitsu (Nationaal Maligniteitencentrum, Tokio) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde mCRC-patiënten met any number levermetastasen. De patiënten, in de leeftijd van 20 tot en met 75 jaar, werden gerandomiseerd naar hepatectomie gevolgd door twaalf cycli mFOLFOX6 (n=151) of alleen hepatectomie (n=149). Het primaire eindpunt van de studie was ziektevrije overleving. Bij de derde interimanalyse, na mediaan 53,6 maanden follow-up, was het vijf-jaars DFS-percentage 38,7% met alleen hepatectomie versus 49,8% met hepatectomie gevolgd door chemotherapie (HR 0,67; p=0,006) en werd de studie voortijdig beëindigd. Het vijf-jaars overall survival percentage was echter 83,1% met alleen hepatectomie versus 71,2% met hepatectomie gevolgd door chemotherapie. De chemotherapie resulteerde in ernstige adverse events, waaronder graad 3 of hoger neutropenie in 50% van de patiënten, neuropathie in 10%, en allergische reacie in 4%. Eén patiënt overleed aan onbekende oorzaak na drie cycli mFOLFOX6.

De onderzoekers concluderen dat adjuvant mFOLFOX6 na hepatectomie voor liver-only mCRC resulteerde in verbetering van DFS, maar ook in ernstige AEs. De OS-impact van adjuvant mFOLFOX6 blijft onduidelijk.

1.Kanemitsu Y, Shimizu Y, Mizusawa J et al. Hepatectomy followed by mFOLFOX6 versus hepatectomy alone for liver-only metastatic colorectal cancer (JCOG0603): a phase II or III randomized controlled trial. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter randomized JCOG0603 study in Japan compared hepatectomy with or without adjuvant mFOLFOX6 for liver-only mCRC. At an interim analysis, adjuvant chemotherapy was associated with improved disease-free survival (primary end point), and the study was terminated early. However, overall survival analysis showed better OS without adjuvant chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van eerstelijns acalabrutinib, venetoclax, en obinutuzumab voor CLL (0)
2021-09-16 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CLL frontline acalabrutinib plus venetoclax and obinutuzumab
Dr. Matthew DavidsZowel continue therapie met acalabrutinib als vaste-duur therapie met venetoclax en obinutuzumab zijn werkzaam voor niet-eerder behandeld CLL. Een fase 2-studie in Dana-Farber Cancer Institute en Beth Israel Deaconess Medical Center (beide in Boston, MA) heeft eerstelijns vaste-duur minimal residual disease (MRD)-geleide triplet-therapie met acalabrutinib, venetoclax, en obinutuzumab voor CLL geëvalueerd. Dr. Matthew Davids (DFCI) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1



De studie includeerde volwassen patiënten met niet-eerder behandeld CLL en een ECOG performance status van 2 of beter. De patiënten werden behandeld in vier-weekse cycli. De behandeling begon met acalabrutinib monotherapie in cyclus één, gevolgd door zes cycli gecombineerd acalabrutinib-obinutuzumab, en toevoeging van venetoclax vanaf cyclus vier. De behandeling werd voortgezet met acalabrutinib en venetoclax tot cyclus zestien voor patiënten met niet-detecteerbare MRD in het beenmerg, of cyclus vijfentwintig. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met niet-detecteerbare MRD in beenmerg op dag één van cyclus zestien.

De studie includeerde 37 patiënten: 10 vrouwen en 27 mannen met mediane leeftijd 63 jaar (IQR 57-70). De mediane follow-up was 27,6 maanden (IQR 25,1-28,2). Op dag één van cyclus zestien hadden 14 patiënten (38%; 95%-bti 22-55) complete remissie met niet-detecteerbare MRD in het beenmerg. De meest-waargenomen graad 3 of 4 hematologische adverse event was neutropenie (43% van de patiënten), en de meest-waargenomen graad 3 of 4 niet-hematologische AEs waren hyperglycemie (8%) en hypofosfatemie (8%). Ernstige AEs werden gezien in 24%, met neutropenie in 8%. Geen van de patiënten overleed tijdens de studie.

De onderzoekers concluderen dat triplet-therapie met acalabrutinib, venetoclax, en obinutuzumab zeer actief was en goed werd verdragen door patiënten met niet-eerder behandeld CLL.

1.Davids MS, Lampson BL, Tyekucheva S et al. Acalabrutinib, venetoclax, and obinutuzumab as frontline treatment for chronic lymphocytic leukaemia: a single-arm, open-label, phase 2 study. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at Dana-Faber Cancer Institute and Beth Israel Deaconess Medical Center (both in Boston, MA) evaluated frontline time-limited, minimal residual disease-guided triplet therapy with acalabrutinib, venetoclax, and obinutuzumab for CLL. The therapy was highly active and well tolerated, with a high proportion of patients who had undetectable MRD in the bone marrow.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van daratumumab-onderhoud na (D)-VTd en ASCT voor NDMM (0)
2021-09-15 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CASSIOPEIA part 2 newly diagnosed multiple myeloma
Prof. Philippe MoreauCASSIOPEIA is een fase 3-studie van patiënten in de leeftijd van 18 tot en met 65 jaar met nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM) en ECOG performance status 2 of beter in 111 centra in Europa. De studie werd uitgevoerd in twee delen. In deel één werden patiënten gerandomiseerd naar bortezomib, thalidomide en dexamethason (VTd) met of zonder daratumumab (D) als inductie- en consolidatietherapie voor en na autologe stamceltransplantatie (ASCT). In 2019 is gepubliceerd dat de deipte van respons en de progressievrije overleving significant beter waren met D-VTd dan met alleen VTd. Deel twee vergeleek daratumumab-onderhoud met observatie onder patiënten met tenminste partiële respons. Prof. Philippe Moreau (Universiteitsziekenhuis Nantes, Frankrijk) en collega’s publiceren de resultaten in The Lancet Oncology.1

CASSIOPEIA deel twee randomiseerde patiënten voor de duur van twee jaar 1:1 naar intraveneus daratumumab 16 mg/kg iedere acht weken (n=442) of observatie (n=444). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. Na mediaan 35,4 maanden follow-up was de mediane PFS niet bereikt met daratumumab versus 46,7 maanden met observatie (HR 0.53; p<0.0001).De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events waren lymfopenie (4% in de daratumumabgroep versus 2% in de observatiegroep), hypertensie (3% versus 2%), en neutropenie (2% versus 2%). Ernstige AEs werden gezien in 23% versus 19%. Twee patiënten in de daratumumabgroep overleden aan met de behandeling samenhangende oorzaken.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die (D)VTd inductie en consolidatie voor en na ASCT ondergingen, daratumumab-onderhoud vergeleken met observatie resulteerde in significante verlenging van de PFS.

1.Moreau P, Hulin C, Perrot A et al. Maintenance with daratumumab or observation following treatment with bortezomib, thalidomide, and dexamethasone with or without daratumumab and autologous stem-cell transplant in patients with newly diagnosed multiple myeloma (CASSIOPEIA): an open-label, randomised, phase 3 trial. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: Part 2 of the multinational phase 3 CASSIOPEIA study showed that after (D)VTd induction and consolidation before and after autologous stem cell transplantation for newly diagnosed mulitple myeloma, daratumumab maintenance every 8 weeks for 2 years significantly reduced the risk of disease progression or death compared with observation only.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Stereotactische ablatieve radiotherapie vergeleken met lobectomie voor stadium 1 NSCLC (0)
2021-09-15 13:30   ( Nieuws )
Tags:  revised STARS trial stage 1 NSCLC SABR VATS L-MLND
Prof. Joe ChangEerdere gepoolde analyse van de STARS- en ROSEL-studies heeft hogere overlevingspercentages laten zien na stereotactische ablatieve radiotherapie (SABR) dan na chirurgie voor operabel vroeg-stadium niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC), maar deze analyse had aanzienlijke beperkingen. De herziene STARS-studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de SABR-groep uitgebreid met nieuwe patiënten, en de uitkomsten vergeleken die van met een gelijktijdig cohort van patiënten die video-geassisteerde thoracoscopische chirurgische lobectomie met mediastinale-lymfeklierdissectie (VATS L-MLND) ondergingen. Prof. Joe Chang en collega’s publiceren revised STARS in The Lancet Oncology.1

Revised STARS includeerde 80 volwassen patiënten met nieuw-gediagnostiseerd NSCLC met N0M0 ziekte en een tumor-diameter 3 cm of minder. De patiënten hadden een Zubrod performance status 2 of beter. SABR was 54 Gy in drie fracties voor perifere lesies of 50 Gy in vier fracties voor centrale lesies. Het primaire eindpunt was drie-jaars overall survival, met als criterium voor niet-inferioriteit versus VATS L-MLND een minder dan 12% lager drie-jaars OS-percentage.

De mediane follow-up was 5,1 jaar (IQR 3,9-5,8). Het OS-percentage was 91% (95%-bti 85-98) na drie jaar en 87% (79-95) na vijf jaar. SABR werd goed verdragen, met geen graad 5 of 4 toxiciteit, en graad 3 dyspnoe, graad 2 pneumonitis, en graad2 longfibrose ieder in één patiënt. Het OS-percentage in het propensity-matched VATS L-MLND cohort was 91% (95%-bti 85-98) na drie jaar en 84% (76-93) na vijf jaar, waarmee niet-interioiriteit van SABR versus VATS L-MLND was vastgesteld.

De onderzoekers concluderen dat lange-termijn overleving na SABR niet-inferieur was aan die na VATS L-MLND onder patiënten met operabel stadium IA NSCLC.

1.Chang JY, Mehran RJ, Feng L et al. Stereotactic ablative radiotherapy for operable stage I non-small-cell lung cancer (revised STARS): long-term results of a single-arm, prospective trial with prespecified comparison to surgery. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The revised STARS study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) compared outcomes of patients with operable early-stage non-small cell lung cancer after stereotactic ablative radiotherapy (SABR) with outcomes of a contemporary cohort of patients who underwent video-assisted thoracoscopic surgical lobectomy with mediastinal lymph node dissection (VATS L-MLND). The study showed that long-term survival after SABR was non-inferior to long-term survival after VATS L-MLND.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-2a studie van indatuximab ravtansine plus dexamethason en immuunmodulatie voor RRMM (0)
2021-09-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed or refractory multiple myeloma indatuximab ravtansine
Dr. Kevin KellyIndatuximab ravtansine (inda-rav) is een antibody-drug conjugate dat zich kan binden aan CD138, met aanwijzingen voor werkzaamheid in preklinische modellen van multipel myeloom. Een multicenter fase 1-2a studie in de Verenigde Staten heeft inda-rav in combinatie met immuunmodulerende middelen voor recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM) geëvalueerd. Dr. Kevin Kelly (University of Southern California, Los Angeles) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Haematology.1

De studie, uitgevoerd in negen centra in de Verenigde Staten, includeerde volwassen patiënten met RRMM en ECOG performance status 2 of beter. De patiënten kregen inda-rav plus lenalidomide en dexamethason na falen van tenminste één eerdere therapie, of ze kregen inda-rav plus pomalidomide en dexamethason na falen van tenminste twee eerdere regimes en progressie op of binnen 60 dagen na voltooiing van hun laatste behandeling. In fase 1 werd inda-rav intraveneus 100 mg/m2 op dagen één, acht, en vijftien van vier-weekse cycli gekozen als aanbevolen fase 2-dosering.

De studie includeerde 47 patiënten in de inda-rav plus dexamethason en lenalidomidegroep. De mediane follow-up was 24,2 maanden. Objectieve respons werd gezien in 72% van de patiënten. De inda-rav plus dexamethason en pomalidomidegroep telde 17 patiënten, met mediane follow-up 24,1 maanden, en objectieve respons in 71% van de patiënten. Klinisch profijt werd gezien in 85% respectievelijk 88% van de patiënten in beide groepen. De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events in beide groepen waren neutropenie (22% van de patiënten), anemie (16%), en trombocytopenie (11%). Discontinuering vanwege TRAEs was noodzakelijk in 55% van de patiënten, onder wie 8% met een graad 5-gebeurtenis (niet samenhangend met inda-rav).

De onderzoekers cconcluderen dat inda-rav in combinatie met immuunmodulerende middelen verdragen werd en antitumoractiviteit had in patiënten met RRMM.

1.Kelly K, Ailawadhi S, Siegel DS et al. Indatuximab ravtansine plus dexamethasone with lenalidomide or pomalidomide in relapsed or refractory multiple myeloma: a multicentre, phase 1/2a study. Lancet Haematol 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1-2a study in the USA found that the antibody-drug conjugate indatuximab ravtansine in combination with immunomodulatory drugs had antitumor activity and was tolerated in patients with relapsed or refractory multiple myeloma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Nieuw model voor schatting van overleving van levercelcarcinoom (0)
2021-09-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  HCC estimating survival
Vanwege de tumorheterogeniteit in levercelcarcinoom (HCC) is het lastig recidief en overleving te voorspellen op basis van klinische variabelen. Vessels encapsulating tumor clusters (VETC) is een nieuw vasculair patroon dat dient te worden onderscheiden van microvasculaire invasie (MVI). Onderzoekers van vijf centra in China hebben een nieuw model voor schatting van de overleving van HCC-patiënten ontwikkeld en gevalideerd. Prof. Rong-Ping Guo (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren het model in JAMA Network Open.1

Het VMNS-model includeert vier factoren: VETC, MVI, tumoraaantal, en maximale tumorgrootte. Het model is gebaseerd op gegevens van een prognostische studie met 498 patiënten die radicale hepatectomie ondergingen voor HCC (86,7% mannen; gemiddelde leeftijd bij diagnose 51,4 ± 11,3 jaar). Het trainingscohort telde 243 patiënten, het interne-validatiecohort 122, en het externe-validatiecohort 133. Het primaire eindpunt was recidiefvrije overleving.

De C-index van het VNMS-model in het trainingscohort was 0,702 (95%-bti 0,653-0,752), aanzienlijk beter dan de C-index van zes conventionele RFS-voorspellingsmodellen in HCC, uiteenlopend van 0,587 tot 0,657. De figuur laat zien dat het model goed onderscheid maakte tussen drie verschillende risicogroepen, met een twee-jaars RFS van 81,4% voor de laag-risicogroep, 62,1% voor de intermediair-risicogroep, en 30,1 % voor de hoog-risicogroep (p<0,001). De calibratiecurven van het VMNS-nomogram lieten goede overeenkomst zien tussen de voorspelde en waargenomen RFS. De resultaten werden bevestigd in de validatiecohorten.

De onderzoekers concluderen dat het VMNS-model geïndividualiseerde prognosticatie mogelijk maakt voor patiënten die curatieve resectie ondergaan voor HCC.

1.Lin W-P, Xing K-L, Fu J-C et al. Development and validation of a model including distinct vascular patterns to estimate survival in hepatocellular carcinoma. JAMA Network Open 2021;4:e2125055

Summary: Researchers in China developed and validated a model for individualized prognostication of recurrence-free survival of patients undergoing curative resection for hepatocellular carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Optimale definitie van positieve circumferentiële resectiemarge in lokaal-gevorderd slokdarmcarcinoom (0)
2021-09-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced esophageal cancer definition of positive CRM
Dr. Florence RenaudEr bestaan twee definities van een positieve circumferentiële resectiemarge (CRM) in slokdarmcarcinoom: het College of American Pathologists (CAP) hanteert als definitie CRM 0 mm, en het Royal College of Pathologists (RCP) gebruikt als definitie CRM ≤ 1 mm. Een studie van de Université de Lille (Frankrijk) heeft de prognostische waarde van beide definities geëvalueerd. Dr. Florence Renaud en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1



De studie incudeerde 283 patiënten die tussen begin 2007 en eind 2016 curatieve resectie ondergingen voor lokaal-gevorderd (≥ pT3) adenocarcinoom of squameus celcarcinoom. Onder de 283 patiënten waren er 48 met een positieve CRM volgens de CAP-definitie en 171 met een positieve CRM volgens de RCP-definitie. In multivariate analyse was eenpositieve CRM volgens beide definities geassocieerd met slechte overall survival (CAP: HR 2,26; p<0,001; RCP: HR 1,42; p=0,035). Een CRM van 0 mm was voorspellend voor slechtere OS en ziektevrije overleving dan CRM 1 mm of minder (p<0,0001), terwijl er geen significant verschil was tussen CRM hoger dan 1 mm en CRM 1 mm of lager, hetgeen uitwijst dat de CAP-definitie meer accuraat was voor het voorspellen van prognose en recidief. De studie vond nieuwe CRM-afsnijwaarden voor het voorspellen van OS: 100 μm in squameus celcarcinoom, en 200 μm in adenocarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat de CAP-definitie meer accuraat was voor het voorspellen van OS en DFS dan de RCP-definitie. De studie identificeerde nieuwe afsnijwaarden voor CRM afhankelijk van histologisch type.

1.Brac B, Dufour C, Behal H et al. Is there an optimal definition for a positive circumferential resection margin in locally advanced esophageal cancer? Ann Surg Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in France evaluated the prognostic value of two definitions of positive circumferential resection margin in locally advanced esophageal cancer: the CAP defition (CRM = 0 mm) and the RCP definition (≤ 1mm). The study found that a CRM of 0 mm was predictive of worse OS and DFS than a CRM of 1 mm or less, whereas no significant difference was found between a CRM greater than 1 mm and a CRM of 1 mm or less. New cutoff values or 100 μm in squamous cell carcinoma and 200 μm in adenocarcinoma were optimal for predicting OS. The authors conclude that the CAP definition was more accurate for predicting prognosis en recurrence.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie van interval CRC na implementatie van FIT in guaiac-gebaseerd screeningsprogramma (0)
2021-09-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  FIT implementation in guaiac-based screening program interval CRC incidence
Fecale immunochemische testen (FITs) worden in toenemende mate geïntroduceerd in programma’s van screening op colorectaalcarcinoom (CRC). Een studie in Frankrijk heeft de impact geïnventariseerd van implementatie van FIT in een twee-jaarlijks guaiac–gebaseerd (gFOBT) programma, met als primair eindpunt incidentie van interval-CRC.. Prof. Astrid Lièvre (Centre Hospitalier Universitaire de Rennes) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Cancer.1

De studie vergeleek resultaten van FIT met die van gFOBT in de twee voorafgaande screeningsronden. Voor de drie geanalyseerde ronden werden 279.041 testen uitgevoerd door 156.186 personen. De testen resulteerden in 612 screen-gedetecteerde CRC-gevallen, terwijl onder de deelnemers 209 gevallen van interval-CRC werden gedetecteerd. De voor geslacht en leeftijd gecorrigeerde twee-jaars cumulatieve incidentie van interval-CRC was 55,7 (95%-bti 45,3-68,5) per 100.000 persoonsjaren na de voorlaatste gFOBT-ronde, 43,2 (32,6-55,2) per 100.000 persoonsjaren na de laatste gFOBT-ronde, en 15,8 (10,9-22,8) per 100.000 persoonsjaren na de FIT-ronde. De FIT/gFOBT incidence rate ratio was 0,38 (p<0,001). Voor geslacht en leeftijd gecorrigeerde sensitiviteit was significant hoger met FIT dan met gFOBT (OR 6,70; p<0,0001).

De onderzoekers concluderen dat na switchen van gFOBT naar FIT de incidentie van interval-CRC sterk afnam.

1.Bretagne J-F, Carlo A, Piette C et al. Significant decrease in interval colorectal cancer incidence after implementing immunochemical testing in a multiple-round guaiac-based screening programme. Br J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A population-based study in France found that switchting from gFOBT to FIT in a colorectal cancer screening program resulted in a dramatic decrease in the cumulative incidence rates of interval cancers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)