Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Veiligheid en werkzaamheid van immuuncheckpointremming voor gevorderde maligniteit in patiënten met HIV-infectie (0)
2019-02-09 16:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced-stage cancer HIV-infection immune checkpoint inhibition
Dr. Chul KimPatiënten met HIV-infectie hebben een verhoogd risico van maligniteiten, en maligniteiten vormen de belangrijkste niet-AIDS gedefinieerde doodsoorzaak in deze patiënten. Gebruik van immuuncheckpointremmers (ICIs) heeft tot goede resultaten geleid in de behandeling van maligniteiten. Omdat patiënten met HIV-infectie uit studies geëxcludeerd zijn is de veiligheid en werkzaamheid van ICIs voor gevorderde maligniteiten in patiënten met HIV-infectie niet bekend. Dr. Michael Cook en dr. Chul Kim, beiden verbonden aan Georgetown University in Washington DC, hebben een systematisch overzicht uitgevoerd van de voor dit onderwerp relevante literatuur. Ze publiceren het overzicht online in JAMA Oncology.1

In de literatuur tot en met 16 april 2018 vonden de onderzoekers dertien artikelen (elf case reports en twee case series) plus vier meeting abstracts die betrekking hadden op tezamen 73 patiënten: 66 mannen en 7 vrouwen, gemiddelde leeftijd 56,1 jaar (range 30,0-77,0 jaar). Er waren 62 patiënten die werden behandeld met anti-PD-1 therapie, zes met anti-CTLA-4 therapie, vier met anti-PD-1 plus anti-CTLA-4 therapie, en één met sequentieel ipilimumab en nivolumab. ICI-therapie werd over het algemeen goed verdragen, met graad 3 of 4 immuungerelateerde adverse events in 6 van 70 patiënten (8,6%). Onder 34 patiënten met bekende pretreatment en posttreatment HIV-load werd aanhoudende suppressie van HIV gezien in 26 van 28 patiënten met niet-detecteerbaar HIV. Objectieve respons werd gezien in 30% van patiënten met NSCLC, 27% van patiënten met melanoom, en 63% van patiënten met Kaposi sarcoom.

De onderzoekers concluderen dat ICIs voor gevorderde maligniteit in patiënten met HIV niet geassocieerd waren met nieuwe veiligheidssignalen. ICIs kunnen een veilige en werkzame behandeling zijn in deze patiënten.

1.Cook MR, Kim C. Safety and efficacy of immune checkpoint inhibitor therapy in patients with HIV infection and advanced-stage cancer. A systematic review. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A systematic review of the literature on use of immune checkpoint inibition in patients with advanced-stage cancer and HIV infection found 13 articles and 4 meeting abstracts, describing 73 patients. The authors conclude that use of ICIs in these patients was associated with activity and no new safety signals. ICIs may be a safe and efficacious treatment option in these patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analye van verhoging van doseringintenstiteit voor vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2019-02-09 14:28   ( Nieuws )
Tags:  early breast cancer increasing dose intensity of chemotherapy
Prof. Richard GrayHet is denkbaar dat verhoging van de doseringsintensiteit van cytotoxische therapie de werkzaamheid versterkt. Verhoging van de intensiteit zou kunnen worden bereikt door verkorten van de intervallen tussen cycli of door afzonderlijke middelen sequentieel te geven in volle dosering in plaats van concurrent in lagere dosering. De multinationale Early Breast Cancer Trialists’ Collaborative Group heeft een meta-analyse uitgevoerd van effecten van verhoging van de doseringsintensiteit van adjuvante chemotherapie voor vroeg stadium mammacarcinoom. Prof. Richard Gray (University of Oxford UK) en collega’s publiceren de meta-analyse online in The Lancet.1



De onderzoekers voerden een patient-level meta-analyse uit van studies van twee-weekse versus standaard drie-weekse cycli, en van studies van sequentiële versus concurrente toediening van anthracycline- en taxaanchemotherapie. In de literatuur vonden ze 26 studies die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden, met tezamen 37.298 patiënten. De meeste vrouwen waren jonger dan zeventig jaar oud, en hadden klierpositieve ziekte. Het totaal-gebruik van cytotoxische middelen was in grote lijnen vergelijkbaar in de twee armen van de meta-analyse; in de doserings-intense arm werd over het algemeen colony-stimulating factor gebruikt.

De figuur laat zien dat in de meta-analyse doserings-intense chemotherapie vergeleken met standaard-chemotherapie resulteerde in verlaging van tien-jaars recidief, verlaging van tien-jaars mammacarcinoom-specifieke mortaliteit, verlaging van tien-jaars all-cause mortaliteit, en geen verhoging van tien-jaars death without recurrence. De risicoreducties met intensieve chemotherapie waren vergelijkbaar voor studies die twee-weekse versus drie-weekse toediening vergeleken en studies die sequentiële versus concurrente toediening vergeleken, en werden gezien in zowel ER-positieve als ER-negatieve ziekte.

De onderzoekers concluderen dat verhoging van de doseringsintensiteit van adjuvante chemotherapie voor vroeg-stadium mammacarcinoom geassocieerd is met matige verlaging van het tien-jaars risico van recidief of overlijden aan mammacarcinoom, zonder verhoging van de mortaliteit aan andere oorzaken.

1.Early Breast Cancer Trialists’ Collaborative Group. Increasing the dose intensity of chemotherapy by more frequent administration or sequential scheduling: a patient-level meta-analysis of 37 298 women with early breast cancer in 26 randomized trials. Lancet 2019; epub ahead of print

Summary: A patient-level meta-analysis of 26 randomized trials (37,298 women) found that increasing the dose intensity of adjuvant chemotherapy moderately reduces the ten-year risk of recurrence or death from breast cancer without increasing mortality from other causes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

First-in-human studie van tisotumab vedotin voor gevorderde of metastatische tumoren (0)
2019-02-09 13:00   ( Nieuws )
Tags:  InnovaTV 201 study tisotumab vedotin
Prof. Johann de BonoTisotumab vedotin (TV) is een antibody-drug conjugate dat gericht is tegen weefselfactor (TF), die tot expressie komt in verschillende typen solide tumoren en geassocieerd is met slechte klinische uitkomsten. De multinationale fase 1/2-studie InnovaTV 201 onderzocht de veiligheid en werkzaamheid van TV voor lokaal-gevorderde en metastatische tumoren. Prof. Johann de Bono (Institute of Cancer Research, London UK) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

De studie, uitgevoerd in 21 centra in Europa en de Verenigde Staten, includeerde volwassen patiënten met recidiverend, gevorderd, of metastatische maligniteiten van ovarium, cervix, endometrium, blaas, prostaat, slokdarm, HNSCC, of NSCLC; met een ECOG performance status 0 of 1, en refractair tegen (of geen kandidaat voor) standaard-behandeling. Na fase 1 van de studie werd gekozen voor TV 2,0 mg/kg iedere drie weken als fase 2-dosering.

Met deze dosering werden 147 patiënten behandeld. Treatment-emergent adverse events van any grade waren epistaxis, vermoeidheid, misselijkheid, alopecie, conjunctivitis, verminderde eetlust, constipatie, diarree, braken, perifere neuropathie, droge ogen, en abdomenpijn. Graad 3 of 4 AEs waren vermoeidheid (10% van de patiënten), anemie (5%), abdomenpijn (4%), hypokalemie (4%), conjunctivitis (3%), hyponatremie (3%), en braken (3%). Infusiereacties werden gezien in 12%. Er was één geval van mogelijk met de behandeling samenhangend overlijden. Objectieve respons werd gezien in 23 patiënten (15,5%; 95% 10,2-22,5), onder wie 27% van de patiënten met blaascarcinoom en 26,5% van de patiënten met cervixcarcinoom (geen van de patiënten met prostaatcarcinoom). De gemiddelde duur van respons was 5,7 maanden; de langstdurende respons was 9,5 maanden.

De onderzoekers concluderen dat TV een manageable veiligheidsprofiel had en veelbelovende anti-tumoractiviteit in zwaar-voorbehandelde patiënten met uiteenlopende typen solide tumoren.

1.De Bono JS, Concin N, Hong DS et al. Tisotumab vedotin in patients with advanced or metastatic solid tumors (InnovaTV 201): a first-in-human, multicentre, phase 1-2 trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: Tisotumab vedotin is an antibody-drug conjugate directed against tissue factor, which is expressed across multiple solid tumor types and is associated with poor clinical outcomes. In the international phase 1-2 study InnovaTV 201 tisotumab vedotin had a manageable safety profile and encouraging antitumor activity across multiple tumor types in heavily pretreated patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognose na gecombineerde modaliteitentherapie voor klassiek Hodgkin lymfoom in jonge patiënten (0)
2019-02-08 15:58   ( Nieuws )
Tags:  cHL in young patients combined modality treatment prognosis
Jorne Lionel BicclerIntroductie van gecombineerde modaliteitentherapie voor klassiek Hodgkin lymfoom (cHL) heeft geresulteerd in aanzienlijke verlenging van de overleving. Een studie van de Nordic Lymphoma Epidemiology Group heeft de prognose van cHL in jonge patiënten (leeftijd achttien tot vijftig jaar) in Scandinavië geïnventariseerd. PhD-student Jorne Lionel Biccler (Universiteit van Aalborg, Denemarken) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 2582 jonge patiënten met een diagnose cHL tussen begin 2000 en eind 2013. De mediane follow-up was 9 jaar (range 2,9 tot 16,8 jaar). De vijf-jaars overall survival was 95% (95%-bti 94-96). Het vijf-jaars risico van recidief was 13,4% (95%-bti 12,1-14,8) maar nam af tot 4,2% (95%-bti 3,8-4,6) in de groep patiënten met 24 maanden gebeurtenisvrije overleving (EFS24). Het risico van recidief in de groep patiënten die zes tot acht cycli BEACOPP-behandeling kregen was vergelijkbaar met dat van patiënten die zes tot acht cycli ABVD kregen, ondanks een hoger percentage patiënten met ongunstig-risico criteria onder de BEACOPP-behandelde patiënten. In de vijf jaar na de diagnose bedroeg het geschatte verlies van levenstijd 45 dagen (95%-bti 35-54); in de vijf jaar na het bereiken van EFS24 bedroeg dit verlies 13 dagen (95%-bti 7-20). In stadium-gestratificeerde analyses van 5-year restricted loss in expectation of lifetime was er na het bereiken van EFS24 geen merkbaar verlies in de groep patiënten met stadium I of IIA cHL, terwijl er een meetbaar verlies bleef bestaan in de groep patiënten met stadium IIB tot en met IV cHL.

De onderzoekers concluderen dat deze real-world gegevens van jonge cHL-patiënten in Scandinavië uitstekende uitkomsten laten zien, met name onder patiënten die EFS24 bereikten.

1.Biccler JL, Glimelius I, Eloranta S et al. Relapse risk and loss of lifetime after modern combined modality treatment of young patients with Hodgkin lymphoma: a Nordic Lymphoma Epidemiology Group study. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A real-world study by the Nordic Lymphoma Epidemiology Group found that young patients (age 18-49 years) with classical Hodgkin lymphoma in the Nordic countries have excellent outcomes, especially after reaching 24 months event-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn overleving na laparoscopische versus open distale gastrectomie voor stadium I maagcarcinoom (0)
2019-02-08 14:58   ( Nieuws )
Tags:  KLASS-01 studie laparoscopic versus open distal gastrectomy
Prof. Woo Jin HyungLaparoscopische distale gastrectomie voor maagcarcinoom wordt in toenemende mate toegepast vanwege betere vroeg-postoperatieve uitkomsten vergeleken met open distale gastrectomie. De lange-termijn oncologische veiligheid van de laparoscopische procedure is echter nog niet duidelijk. De prospectieve non-inferioriteits fase 3-studie Korean Laparoendoscopic Gastrointestinal Surgery Study (KLASS)-01 heeft de lange-termijn overleving vergeleken na laparoscopische versus open distale gastrectomie voor stadium I maagcarcinoom. Prof. Woo Jin Hyung (Yonsei Universiteit, Seoel) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De KLASS-groep bestaat uit vijftien chirurgen van drie instituten in Zuid-Korea. De studie includeerde patiënten met histologisch bevestigd, preoperatief stadium I maagcarcinoom. De mediane leeftijd van patiënten was 57,3 jaar; 66,4% waren mannen. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar laparoscopische (n=705) of open (n=711) distale gastrotectomie. Het primaire eindpunt was overall survival na vijf jaar, met veronderstelde vijf-jaars overleving van 90% in de open-chirurgiegroep, en een non-inferioriteitsmarge van -5%. De vijf-jaars overleving was 94,2% in de groep met laparoscopische chirurgie versus 93,3% in de groep met open chirurgie (p=0,64), waarmee non-inferioriteit van de laparoscopische chirurgie werd bevestigd. Ook de vijf-jaar ziektespecifieke overleving verschilde niet significant tussen beide groepen (97,1% in de groep met laparoscopische chirurgie versus 97,2% in de groep met open chirurgie; p=0,91).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium I maagcarcinoom laparoscopische distale gastrectomie een oncologisch veilig alternatief is voor open distale gastrectomie.

1.Kim H-H, Han S-U, Kim M-C et al. Effect of laparoscopic distal gastrectomy vs open distal gastrectomy on long-term survival among patients with stage I gastric cancer. The KLASS-01 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The Korean Laparoendoscopic Gastrointestinal Surgery Study (KLASS)-01 found that in patients with stage I gastric cancer laparoscopic distal gastrectomy is an oncological safe alternative for open surgery.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van ER-status op overleving van vrouwen met BRCA2-geassocieerd mammacarcinoom (0)
2019-02-08 14:03   ( Nieuws )
Tags:  BRCA2-associated breast cancer impact of ER status on survival
Prof. Kelly MetcalfeVrouwen met een BRCA2-mutatie hebben een verhoogd risico van mammacarcinoom. Een multicenter studie in Canada en de Verenigde Staten heeft de impact op de mortaliteit onderzocht van ER-status van de tumoren in vrouwen met mammacarcinoom en een BRCA2-mutatie. Prof. Kelly Metcalfe (University of Toronto) en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 390 vrouwen met een BRCA2-mutatie en een diagnose mammacarcinoom tussen begin 1975 en eind 2015. De gemiddelde duur van follow-up was 12,3 jaar (range 1 tot 39 jaar). Tijdens de follow-up overleden 89 deelneemsters (22,8%). In multivariate analyse was de mortaliteit statistisch borderline significant hoger in de groep vrouwen met ER-positieve tumoren dan in de vrouwen met ER-negatieve tumoren (HR 2,08; p=0,05). De twintig-jaars overleving was 62,2% in de groep van 233 vrouwen met ER-positieve tumoren, versus 83,7% in de groep van 58 vrouwen met ER-negatieve tumoren (p=0,03).


De onderzoekers concluderen dat de meerderheid van de vrouwen met een BRCA2-mutatie en mammacarcinoom bij presentatie ER-positieve ziekte heeft, en dat voor deze vrouwen de prognose slechter zou kunnen zijn dan voor BRCA2-mutatiedraagsters met ER-negatief mammacarcinoom.

1.Metcalfe K, Lynch HT, Foulkes WD et al. Oestrogen receptor status and survival in women with BRCA2-associated breast cancer. Br J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in Canada and the USA found that the majority of women with a BRCA2 mutation and breast cancer present with ER-positive diease, and for these women the prognosis may be worse than for BRCA2 mutation carriers with ER-negative disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van eerstelijns pembrolizumab voor gevorderd merkelcelcarcinoom (0)
2019-02-08 13:01   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-017 study advanced Merkel cell carcinoma first-line pembrolizumab
Dr. Paul NghiemMerkcelcarcinoom (MCC) is een agressieve huidmaligniteit. In klinische studies is gezien dat remmers van de PD-1 route de progressievrije overleving van patiënten met gevorderd MCC (aMCC) verlengden vergeleken met historische gegevens van patiënten die chemotherapie kregen. Er is geen duidelijkheid over de impact van deze middelen op duur van respons en overall survival. De multicenter fase 2-studie KEYNOTE-017 heeft de impact van eerstelijns pembrolizumab voor aMCC op duur van respons en OS geëvalueerd. Dr. Paul Nghiem (Fred Hutchinson Cancer Research Center, Seattle WA) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde vijftig volwassen patiënten die niet eerder systemische behandeling hadden gekregen voor aMCC. De mediane leeftijd was 70,5 jaar, en 64% had tumoren die positief waren voor merkelcel-polyomavirus. De patiënten kregen pembrolizumab 2 mg/kg iedere drie weken gedurende maximaal twee jaar. Het primaire eindpunt was centraal beoordeelde radiografische respons. Complete respons werd gezien in twaalf patiënten en partiële respons in zestien, voor een ORR van 56% (95%-bti 41,3-70,0), met ORRs van 59% in de virus-positieve en 53% in de virus-negatieve tumoren. Onder de 28 responders werd de mediane duur van respons niet bereikt (range 5,9 tot langer dan 34,5 maanden). De 24-maands PFS was 48,3% en de mediane PFS was 16,8 maanden (95%-bti 4,6-NE). De 24-maands OS was 68,7% en de mediane OS werd niet bereikt. Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gezien in veertien patiënten (28%) en leidden tot discontinuering in zeven patiënten (14%) inclusief één patiënt die overleed aan TRAE.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns pembrolizumab voor aMCC resulteerde in duurzame tumorcontrole en gunstige OS in vergelijking met historische data van patiënten die chemotherapie kregen. Het veiligheidsprofiel was over het algemeen manageable.

1.Nghiem P, Bhatia S, Lipson EJ et al. Durable tumor regression and overall survival in patients with advanced Merkel cell carcinoma receiving pembrolizumab as first-line therapy. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase II study KEYNOTE-017 found that first-line pembrolizumab for advanced Merkel cell carcinoma resulted in durable tumor control and favorable overall survival compared with historical data from patients treated with first-line chemotherapy. The safety profile of pembrolizumab was generally manageable.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cardiale uitkomsten van trastuzumab-behandeling voor HER2-positief mammacarcinoom in patiënten met verlaagde LVEF (0)
2019-02-07 15:58   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive breast cancer reduced LVEF trastuzumab
Dr. Anthony YuAsymptomatische afname van de linkerventrikel ejectiefract (LVEF) of hartfalen wordt gezien in tot 25% van de patiënten die trastuzumab krijgen voor HER2-positief mammacarcinoom, en kan resulteren in incomplete behandeling. De cardiale veiligheid van voortzetten van trastuzumab in patiënten met asymptomatische LVEF-daling is niet bekend. Een studie in Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft deze voorzetting geëvalueerd. Dr. Anthony Yu en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De retrospectieve studie includeerde zestig patiënten (mediane leeftijd 54 jaar) die trastuzumab hadden gekregen voor HER2-positief mammacarcinoom, met asymptomatische LVEF-afname tot lager dan 50%. Er waren 23 patiënten die trastuzumab continueerden (‘continued group’) en 37 patiënten die trastuzumab permanent of tijdelijk discontinueerden (‘interrupted group’). De continued group had een hoger percentage patiënten met metastastische ziekte (39% versus 5%; p=0,002). De mediane follow-up was 633 dagen.

Onder de 23 patiënten in de continued group waren er veertien (61%) die trastuzumab verdroegen zonder een cardiale gebeurtenis. Zes patiënten (26%) ontwikkelden verslechtering van de LVEF (range 25-42%) waarna trastuzumab alsnog gediscontinueerd werd, en drie patiënten (13%) hadden een cardiale gebeurtenis (één geval van hartfalen, twee gevallen van mogelijk of waarschijnlijk cardiovasculair overlijden). Onder de 37 patiënten in de interrupted group kregen vijftien (41%) opnieuw trastuzumab nadat de LVEF was verbeterd tot hoger dan 50%, en ontwikkelde één patiënt hartfalen (3%). De LVEF aan het eind van de follow-up verschilde niet significant tussen beide groepen (gemiddeld 54% versus 56%; p=0,29).

De onderzoekers concluderen dat voortzetting van trastuzumab na asymptomatische LVEF-daling tot lager dan 50% een veelbelovende benadering is voor patiënten die naar verwachting kunnen profiteren van voortzetting van anti-HER2 therapie. Deze benadering verdient nader onderzoek, aldus de auteurs.

1.Hussain Y, Drill E, Dang CT et al. Cardiac outcomes of trastuzumab therapy in patients with HER2-positive breast cancer and reduced left ventricular ejection fraction. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) included patients with HER2-positive breast cancer and asymptomatic reduced LVEF (<50%) during trastuzumab treatment. The study compared patients who continued trastuzumab with patients who discontinued trastuzumab. The authors conclude that continuation of trastuzumab after an asymptomatic LVEF decline to <50% in patients who are expected to benefit from additional anti-HER2 therapy is a promising approach that warrants further investigation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)