Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Lage TMB en PTEN-mutaties voorspellen slechte respons van MSI-H/dMMR gastroïntestinale tumoren op PD-1 blokkade (0)
2021-04-30 15:00   ( Nieuws )
Tags:  MSI-H dMMR gastrointestinal tumors PD-1 blockade
Dr. Takayuki YoshinoEr is behoefte aan biomarkers die de respons van maligniteiten op PD-1 blokkade kunnen voorspellen. Een studie in het Oostelijk Ziekenhuis van het Nationaal Maligniteitencentrum in Kashiwa (Japan) heeft de waarde onderzocht van uitgebreide genomische analyse van MSI-H/dMMR gastroïntestinale maligniteiten voor het vinden van dergelijke voorspellers. Dr. Takayuki Yoshino en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1


De studie includeerde 45 patiënten die PD-1 blokkade kregen voor met MSI-H/dMMR tumoren van maag, colorectum, galweg, dunne darm, pancreas, of duodenum. De tumoren werden geanalyseerd met whole-exome sequencing en next-generation sequencing. Patiënten met lage tumorbelasting (TMB) hadden vergeleken met patiënten met hoge TMB lagere ORR (0 versus 48,8%) en significant kortere progressievrije overleving (mediaan 2,3 versus 15,6 maanden; HR 6,2; p=0,002). Onder de veel-voorkomende genveranderingen in GI-tumoren waren alleen PTEN-mutaties vergeleken met PTEN-wildtype geassocieerd met significant lagere ORR (21,4% versus 54,8%; OR 4,45; p=0,045). Dit gold met name voor mutaties in het fosfatase-domein van PTEN. De PTEN-mutaties waren mutueel exclusief met lage TMB.

De onderzoekers concluderen dat lage TMB en PTEN-mutaties, die mutueel exclusief waren, geassocieerd waren met slechte respons van MSI-H/dMMR gastroïntestinale maligniteiten op PD-1 blokkade.

1.Chida K, Kawazoe A, Kawazu M et al. A low tumor mutational burden and PTEN mutations are predictors of a negative response to PD-1 blockade in MSI-H/dMMR gastrointestinal tumors. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A study at the Japanese National Cancer Center found that among MSI-H/dMMR gastrointestinal tumors low tumor mutational burden and PTEN mutations were mutually exclusive and might be predictors of poor response to PD-1 blockade.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Toevoegen van apalutamide aan ADT voor mCSPC: finale overlevingsanalyse van TITAN-studie (0)
2021-04-30 14:00   ( Nieuws )
Tags:  TITAN study metastatic castration-sensitive prostate cancer apalutamide
Dr. Kim ChiDe multinationale fase 3-studie TITAN randomiseerde patiënten met metastatisch castratiesensitief prostaatcarcinoom (mCSPC) naar toevoegen van apalutamide (240 mg eens per dag; n=525) of placebo (n=527) aan androgeendeprivatietherapie (ADT). In 2019 is gepubliceerd dat met mediaan 22,7 maanden follow-up de overall survival en radiografisch-progressievrije overleving significant beter waren in de apalutamidegroep dan in de placebogroep, terwijl het bijwerkingenprofiel niet substantieel verschilde tussen beide groepen. Dr. Kim Chi (Vancouver Prostate Centre, Canada) en collega’s publiceren nu in het Journal of Clinical Oncology een finale overlevingsanalyse van de studie.1

Na ontblinding van de studie in januari 2019 kregen patiënten in de placebogroep de mogelijkheid over te gaan op apalutamide; 208 patiënten (39,5%) accepteerden dit aanbod. Na mediaan 44,0 maanden follow-up waren 405 patiënten overleden. De mediane duur van behandeling was 39,2 maanden (apalutamide), 20,2 maanden (placebo) en 15,4 maanden (crossover). Vergeleken met placebo plus ADT resulteerde apalutamide plus ADT in 35% verlaging van het risico van overlijden (mediane OS niet bereikt versus 52,2 maanden; HR 0,65; p<0,001); na correctie voor crossover was de risicoverlaging 48% (HR 0,52; p<0,001). Apalutamide plus ADT resulteerde ook in significante verlenging van tweede PFS (p<0,0001) en uitstel van castratieresistentie (p<0,0001). De gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven bleef stabiel in beide groepen. Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat ondanks crossover de OS in de apalutamidegroep beter bleef dan in de placebogroep. Apalutamide plus ADT resulteerde ook in uitstel van castratieresistentie en in stabiele HRQOL.

1.Chi KN, Chowdhury S, Bjartell A et al. Apalutamide in patients with metastatic castration-sensitive prostate cancer: final survival analysis of the randomized, double-blind, phase III TITAN study. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 study TITAN randomized patients with metastatic castration-sensitive prostate cancer to apalutamide plus ADT or placebo plus ADT. After unblinding of the study, 39.5% of patients in the placebo group crossed over to apalutamide. Final survival analysis of the study showed that, despite crossover, apalutamide plus ADT improved OS, delayed castration resistance, maintained health-related quality of life, and had a consistent safety profile in a broad population of mCSPC patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Score voorspelt vroege relapse in nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (0)
2021-04-30 13:00   ( Nieuws )
Tags:  Simplified Early Relapse in MM score
Dr. Francesca GayOndanks recente verbeteringen van therapeutische regimes wordt in verscheidene patiënten met multipel myeloom vroege relapse (ER) gezien. Gepoolde analyse van zeven Europese multicenter fase 2- en 3-studies heeft geresulteerd in ontwikkeling en validatie van de S-ERMM (Simplified Early Relapse in MM)-score. Dr. Francesca Gay (Universiteit van Turijn, Italië) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Cancer Research.1

De studies includeerden tezamen 2190 patiënten met nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM). Patiënten met complete gegevens (n=1218) werden onderverdeeld in een training- en een validatieset. In de trainingset bepaalden de onderzoekers de associatie tussen 14 baseline klinische factoren en het risico van ER binnen 18 maanden (ER18). Toepassing op de validatieset resulteerde in de S-ERMM die gebaseerd is op zes kenmerken: 5 punten voor hoog LDH, 5 punten voor t(4;14), 3 punten voor del17p, 3 punten voor abnormaal albumine, 3 punten voor meer dan 60% beenmerg plasmacellen, en 2 punten voor lambda vrije lichte ketens. S-ERMM identificeerde drie patiëntengroepen met verschillend ER18-risico: intermediaire versus lage score OR 2,39 (p<0,001) en hoge versus lage score OR 5,59 (p<0,001). S-ERMM voorspelde ook OS en PFS2.

De onderzoekers concluderen dat S-ERMM, gebaseerd op eenvoudig te bepalen baseline kenmerken, patiëntengroepen onderscheidt met verschillende ER-risico’s en overlevingsuitkomsten.

1.Zaccaria GM, Bertamini L, Petrucci MT et al. Development and validation of a simplified score to predict early relapse in newly diagnosedmultiple myeloma (S-ERMM) in a pooled dataset of 2190 patients. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: Pooled analysis of 7 European multicenter phase II or III clinical trials resulted in development and validation of S-ERMM (Simplified Early Relapse in MM) score, predicting early relapse and survival outcomes among patients with newly diagnosed multiple myeloma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van trabectedine versus beste ondersteunende zorg voor eerder-behandeld wekedelensarcoom (0)
2021-04-30 12:00   ( Nieuws )
Tags:  T-SAR trial trabectedin
Prof. Axel Le CesneEr is behoefte aan meer-werkzame behandelingen voor gevorderd wekedelensarcoom (STS). De Franse multicenter fase 3-studie T-SAR evalueerde toevoeging van trabectedine beste ondersteunende zorg (BSC) voor gevorderd STS. Prof. Axel Le Cesne (Institut Gustave Roussy, Villejuif) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie, uitgevoerd in zestien centra, includeerde 103 patiënten die één, twee, of drie eerdere lijnen behandeling hadden gekregen voor gevorderd STS. Onder deze patienten hadden 61 lipo/leiomyosarcoom (L-STS) en 42 overige histotypen (non-L-STS). De patiënten werden gestratificeerd voor L-STS versus non-L-STS 1:1 gerandomiseerd naar trabectedine 1.5 mg/m2 iedere drie weken (n=52) of alleen BSC (n=51). Na progressie konden BSC-patiënten trabectedine krijgen. Het primaire eindpunt was centraal-beoordeelde progressievrije overleving.

Partiële respons werd gezien in zeven patiënten in de trabectedinegroep (13,7%; allen L-STS) versus geen van de patiënten in de BSC-groep. De mediane PFS was 3,1 maanden in de trabectedinegroep versus 1,5 maanden in de BSC-groep (HR 0,39; p<0,001) onder alle patiënten en 5,1 maanden versus 1,4 maanden (p=0,0001) onder de L-STS patiënten. De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events waren neutropenie (44,2% van de patiënten), leukopenie (34,6%), en toename van transaminasen (32,7%). EORTC QLQ-C30 kwaliteit van leven analyses lieten geen significante verschillen tussen beide groepen zien.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van trabectedine aan BSC voor eerder-behandeld STS resulteerde in verbetering van de ziektecontrole zonder negatieve invloed op de kwaliteit van leven. De werkzaamheid was het sterkst voor L-STS.

1.Le Cesne A, Blay J-Y, Cupissol D et al. A randomized phase III trial comparing trabectedin to best supportive care in patients with pre-treated soft tissue sarcoma: T-SAR, a French Sarcoma Group trial. Ann Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 T-SAR study in France evaluated addition of trabectedin to best supportive care for advanced soft tissue sarcoma. Partial response was seen in 13.7% of patients in the trabectedin arm versus 0 patients in the BSC arm. The median progression-free survival was 3.1 months in the trabectedin arm versus 1.5 months in the BSC arm (HR 0.39; p<0.001) among all patients, and 5.1 months versus 1.4 months (p=0.0001) among patients with lipo/leiomyosarcoma. There were no significant HRQOL differences between arms.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

HRQOL met neratinib plus capecitabine voor HER2-positief MBC na twee of meer HER2-gerichte behandelingen (0)
2021-04-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NALA study health-related quality of life analysis
Dr. Beverly MoyDe multinationale (28 landen) fase 3-studie NALA randomiseerde patiënten met HER2-positief metastatisch mammacarcinoom (MBC) waarvoor ze reeds twee of meer HER2-gerichte behandelingen hadden gekregen naar 1:1 neratinib plus capecitabine (N+C; n=307) of lapatinib plus capecitabine (L+C; n=314). In 2020 is gepubliceerd dat de progressievrije overleving en tijd tot interventie voor CNS-ziekte significant beter waren in de N+C groep dan in de L+C groep. Dr. Beverly Moy (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren nu in Breast Cancer Research and Treatment resultaten van HRQOL-analyses van de studie.1

De HRQOL werd bepaald met de EORTC QLQ-C30 en QLQ-BR23 vragenlijsten bij aanvang van de behandeling en vervolgens iedere zes weken. Negentig procent van de gerandomiseerde patiënten beantwoordde de vragenlijst bij aanvang en tenminste éénmaal tijdens de follow-up. De figuur laat zien dat er met uitzondering van de score voor diarree geen significante verschillen waren in HRQOL-scores tussen de armen, en dat de scores stabiel waren in de tijd.

De onderzoekers concluderen dat in NALA de betere oncologische uitkomsten met L+C vergeleken met N+C niet ten kosten gingen van slechtere HRQOL, ondanks verslechtering van de diarree-scores.

1.Moy B, Oliveira M, Saura C et al. Neratinib + capecitabine sustains health-related quality of life in patients with HER2-positive metastatic breast cancer and ≥ 2 prior HER2-directed regimes. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 NALA study randomized patients with HER2-positive metastatic breast cancer after two prior HER2-directed regimens to neratinib plus capecitabine versus lapatinib plus capecitabine. In 2020 the primary end point was published, showing a significantly improved PFS in the N+C group over the L+C group. HRQOL analysis of the study has now been published. Patients treated with N+C maintained their global HRQOL over time, despite a worsening of the diarrhea-related scores.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Waarde van inductiechemotherapie voor squameus celcarcinoom van de mondholte (0)
2021-04-29 14:00   ( Nieuws )
Tags:  OCSCC induction chemotherapy
Prof. Ehab HannaPatiënten met locoregionaal-gevorderd squameus celcarcinoom van de mondholte (OCSCC) hebben een slechte prognose. De gebruikelijke behandeling omvat chirurgie met adjuvante radiotherapie of chemoradiotherapie, en is geassocieerd met aanzienlijke morbiditeit. Een retrospectieve studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de waarde onderzocht van inductiechemotherapie (IC) voor locoregionaal gevorderd OSCC. Prof. Ehab Hanna en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde 120 patiënten die in MDACC IC gevolgd door definitieve lokale therapie hadden gekregen voor stadium III (n=25) of stadium IV (n=95) OCSCC. Na twee cycli IC werd repons gezien in 76 patiënten (63,3%) onder wie 13 met complete respons (10,8%). Stabiele ziekte werd gezien in 30 patiënten (25%) en progressieve ziekte in 14 (11,7%). Onder de patiënten met respons kregen 16 definitieve chemoradiotherapie of radiotherapie, en ondergingen 60 chirurgische resectie, van wie 15 minder extensieve chirurgie ondergingen dan oorspronkelijk gepland was. Onder de patiënten met respons op IC werd orgaanpreservatie gerealiseerd in 40,8%). De vijf jaars overall survival en ziektespecifieke overlevingspercentages waren 51,4% respectievelijk 66,9% onder alle patiënten en 60,1% respectievelijk 78,5% onder patiënten met respons op IC.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met locoregionaal-gevorderd OCSCC respons op IC hebben die vergelijkbaar is met wat is gezien in andere HNC-subsites.

1.Abdelmeguid AS, Silver NL, Boonsripitayanon M et al. Role of induction chemotherapy for oral cavity squamous cell carcinoma. Cancer 2021; epub ahead of print




  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vergelijking van drie eerstelijns behandelingen voor Waldenström macroglobulinemie (0)
2021-04-29 13:00   ( Nieuws )
Tags:  WM first-line therapies
Dr. Prashant KapoorEr is geen duidelijkheid over de optimale eerstelijns therapie voor Waldenström macroglobulinemie (WM). Een studie van de Mayo Clinic (Rochester MN) heeft drie veel-gebruikte fixed-duration eerstelijns behandelingen voor WM vergeleken: rituximab-bendamustine (R-Benda), dexamethason-rituximab-cyclofosfamide (DRC), en bortezomib-dexamethason-rituximab (BDR). Dr. Prashant Kapoor en collega’s publiceren de studie in het American Journal of Hematology.1

Tussen begin 2000 en eind 2019 kregen in de Mayo Clinic 83 patiënten R-Benda, 92 DRC, en 45 BDR. De mediane follow-up was 4,5 jaar. De ORR was significant (p=0,003) hoger met R-Benda (98%) dan met DRC (78%) of BDR (84%). De progressievrije overleving was significant (p=0,0003) langer met R-Benda (mediaan 5,2 jaar) dan met DRC (4,3 jaar) of BDR (1,8 jaar). De tijd-tot-volgende-behandeling was eveneens significant (p-0,0002) langer met R-Benda (mediaan niet bereikt) dan met DRC (4,4 jaar) of BDR (2,6 jaar). Er waren voor deze eindpunten geen significante verschillen tussen DRC en BDR. De overall survival was niet significant verschillend tussen de drie groepen (p=0,77). De MYD88-L265P mutatiestatus was niet van invloed op de relatieve werkzaamheid van de drie combinaties.

De onderzoekers concluderen dat de ORR, PFS, en TTNT met R-Benda beter waren dan met DRC of BDR voor niet-eerder behandeld WM.

1.Abeykoon JP, Zanwar S, Ansell SM et al. Assesment of fixed-duration therapies for treatment-naïve Waldenström macroglobulinemia. Am J Hematol 2021; epub ahead of print

Summary: A study at the Mayo Clinic (Rochester, MN) compared three fixed duration therapies for treatment-naïve Waldenström macroglobulinemia: rituximab-bendamustine (R-Benda), dexamethasone-rituximab-cyclophosphamide (DRC), and bortezomib-dexamethasone-rituximab (BDR). R-Benda was superior in terms of ORR, PFS, and TTNT, but not OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties tussen expressie van PD-1 en PD-L1 in mammacarcinoom met uitkomsten (0)
2021-04-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  PD-1 and PD-L1 expression in breast cancer
Dr. Neela VidulaDe interactie tussen de PD-1 receptor op tumorinfiltrerende lymfocyten met PD-L1 op tumorcellen resulteert in downregulering van de antitumor-immuniteit. Een analyse in drie datasets (149 patiënten in I-SPY 1; 1992 patiënten in METABRIC; 817 patiënten in The Cancer Genome Atlas) heeft de associaties tussen PD-1 en PD-L1 expressie in primair mammacarcinoom met klinische kenmerken en uitkomsten geïnventariseerd. Dr. Neelima Vidula (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1



In I-SPY 1 was PD-L1 expressie hoger in mammacarcinomen met agressieve kenmerken zoals TNBC en HER2-positief BC dan in andere subtypen (p=0,003), en ook hoger in graad 2- of 3-tumoren dan in laaggradige tumoren (p=0,043). PD-L1 expressie was geassocieerd met pathologisch complete respons (p=0,006). PD-L1 expressie in het laagste kwintiel was geassocieerd met slechtere recidiefvrije overleving, ook na correctie voor subtype (HR 2,33; p=0,01). PD-1 en PD-L1 genexpressie waren gecorreleerd met de expressie van immuun-gerelateerde genen en met PARPi-7 (een voorspeller van respons op olaparib).

De onderzoekers concluderen dat PD-1 expressie hoger is in mammacarcinomen met agressieve kenmerken. Lage PD-L1 expressie kan aan ongunstige prognostische factor zijn. PD-1 en PD-L1 genexpressie is gecorreleerd met expressie van immuun-gerelateerde en DNA-schadeherstel genen.

1.Vidula N, Yau C, Rugo HS. Programmed cell death 1 (PD-1) receptor and programmed death ligand 1 (PD-L1) gene expression in primary breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of three datasets of breast cancer patients found that PD-1 expression is higher in breast cancer with aggressive features such as TNBC. Low PD-L1 expression may be an adverse prognostic factor. PD-1 and PD-L1 gene expression correlates with the expression of immune-related and DNA damage repair genes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)