Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Serumgehalte van N-telopeptide als surrogaat-marker van respons van mCRPC op radium-223 (0)
2020-01-15 14:58   ( Nieuws )
Tags:  metastatic castration resistant prostate cancer radium-223 NTP
Prof. Neeraj AgarwalRadium-223 voor metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC) resulteert in langere overleving en uitstel van skelet-gerelateerde gebeurtenissen, maar niet in veranderingen van PSA of radiografisch waarneembare respons. De werkzaamheid van radium-223 is daarom moeilijk real-time te monitoren. Identificatie van een surrogaat-marker van de respons zou kunnen resulteren in betere op individuele patiënten tailoring van de behandeling. Een prospectieve fase 2-studie van de University of Utah (Salt Lake City) heeft de waarde onderzocht van het serumgehalte van de botmetabolismemarker N-telopeptide (NTP) als surrogaat-marker voor werkzaamheid van radium-223 voor mCRPC. Prof. Neeraj Agarwal en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

De studie randomiseerde mCRPC-patiënten 2:1 naar radium-223 plus enzalutamide (RE; n=27) of alleen enzalutamide (Enza; n=12). Coprimaire eindpunten waren veiligheid van de RE-combinatie en verandering in serum-niveau van NTP gedurende zes maanden behandeling. De combinatie was veilig en feasible. De verlaging van het serum-niveau van NTP was sterker in de RE-arm dan in de Enza-arm (relatieve verandering 0,64; 95%-bti 0,51-0,81). Ook de PSA-respons was beter in de RE-arm dan in de Enza-arm (p=0,024). De PSA-respons was gecorreleerd met de afname van NTP.

De onderzoekers concluderen dat RE vergeleken met Enza resulteerde in afname van serum-NTP. De afname was gecorreleerd met de respons van mCRPC op radium-223. Verandering van serum-NTP kan wellicht worden gezien als surrogaat-marker van de respons.

1.Agarwal N, Nussenzveig RH, Hahn AW et al. Prospective evaluation of bone metabolic markers as surrogate markers of response to radium-223 therapy in metastatic castration resistant prostate cancer. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: Results of a phase 2 study at the University of Utah suggest that change in serum level of N-telopeptide can be a surrogate marker of activity of radium-223 for metastatic castration resistant prostate cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van cemiplimab voor lokaal-gevorderd cutaan squameus celcarcinoom (0)
2020-01-15 14:00   ( Nieuws )
Tags:  LA-CSCC cemiplimab
Prof. Michael MigdenCemiplimab is een monoklonaal antilichaam dat zich kan binden aan PD-1, waardoor het inactivering van T-cellen kan blokkeren en de anti-tumorrespons kan bevorderen. In eerdere studies is activiteit van cemiplimab gezien voor metastatisch cutaan squameus celcarcinoom. Een multinationale fase 2-studie heeft nu veiligheid en werkzaamheid van cemiplimab onderzocht voor lokaal-gevorderd cutaan squameus celcarcinoom (LA-CSCC). Prof. Michael Migden (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

De studie werd uitgevoerd in 25 centra in Australië, Duitsland, en de Verenigde Staten. De studie includeerde 78 volwassen patiënten met LA-CSCC en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten kregen intraveneus cemiplimab 3 mg/kg in dertig minuten iedere twee weken gedurende ten hoogste 96 weken. De tumoren werden iedere acht weken beoordeeld. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met complete of partiële respons.


De mediane duur van de follow-up was 9,3 maanden (IQR 5,1-15,7). Objectieve respons werd gezien in 34 patiënten (44%; 95%-bti 32-55) onder wie tien (13%) met complete respons en vierentwintig (31%) met partiële respons. Graad 3 of 4 treatment-emergent adverse events werden gezien in 34 patiënten (44%), onder wie zes met hypertensie en vier met pneumonie. Ernstige TRAEs werden gezien in 23 patiënten (29%). Eén patiënt overleed na aspiratiepneumonie.

De onderzoekers concluderen dat cemiplimab antitumor-activiteit en acceptabele veiligheid had in patiënten met LA-CSCC.

1.Migden MR, Kushalani NI, Chang ALS et al. Cemiplimab in locally advanced cutaneous squamous cell carcinoma: results from an open-label, phase 2, single-arm trial. Lancet Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational phase 2 study found antitumor activity and acceptable safety in patients with locally advanced cutaneous squamous cell carcinoma for whom there was no widely accepted standard of care.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van nab-paclitaxel plus gemcitabine voor lokaal-gevorderd pancreascarcinoom (0)
2020-01-15 13:00   ( Nieuws )
Tags:  LAPACT study locally advanced pancreatic cancer nab-paclitaxel plus gemcitabine
Prof. Philip PhilipEr zijn weinig behandelopties voor patiënten met niet-resectabel lokaal-gevorderd pancreascarcinoom (LAPC). Een subanalyse van de fase 3-studie MPACT suggereerde activiteit van de combinatie van nab-paclitaxel plus gemcitabine voor LAPC. De multicenter fase 2-studie LAPACT heeft de werkzaamheid en veiligheid van deze combinatie voor niet-eerder behandeld LAPC onderzocht. Prof. Philip Philip (Wayne State University, Detroit MI) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Gastroenterology & Hepatology.1

LAPACT werd uitgevoerd in 35 centra in vijf landen. De studie includeerde 107 patiënten, met ECOG performance status 0 of 1, van wie er 106 behandeld werden. De patiënten kregen zes vier-weekse inductiecycli van nab-paclitaxel 125 mg/m2 plus gemcitabine 1000 mg/m2 op dagen één, acht, en vijftien. De inductiebehandeling resulteerde in partiële respons in 36 patiënten (33,6%; 90%-bti 26,6-41,5) en ziektecontrole in 83 patiënten (77,6%; 90%-bti 70,3-83,5). De inductiebehandeling werd voltooid door 62 patiënten (58%); adverse events vormden de belangrijkste oorzaak voor discontinuering van de behandeling (neutropenie, anemie, vermoeidheid, pneumonie, pyrexie, en febriele neutropenie). Geen van de patiënten overleed tijdens de inductiebehandeling. Zeventien patiënten (16%) konden na de inductiebehandeling chirurgie ondergaan; zeven ondergingen R0-resectie en negen R1-resectie.

De onderzoekers concluderen dat de studie tolerabiliteit en activiteit van nab-paclitaxel plus gemcitabine voor niet-resectabel LAPC heeft laten zien, met de mogelijkheid van conversie naar resectabele ziekte in 16% van de patiënten.

1.Philip PA, Lacy J, Portales F et al. Nab-paclitaxel plus gemcitabine in patients with locally advanced pancreatic cancer (LAPACT): a multicentre, open-label phase 2 study. Lancet Gastroenterol Hepatol 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 study LAPACT found tolerability and activity (33.6% partial response; 77.6% disease control) of nab-paclitaxel plus gemcitabine for unresectable locally advanced pancreatic cancer. Conversion to surgically resectable disease was seen in 16% of patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Zwangerschapsuitkomsten van overlevers van AYA-maligniteiten in Taiwan (0)
2020-01-14 16:03   ( Nieuws )
Tags:  adolescent and young adult cancer survivors pregnancy outcomes
Dr. Yi-Fang ChuangHet is denkbaar dat behandeling voor maligniteiten in adolescente en jongvolwassen (AYA)-vrouwen impact heeft op de gezondheid van hun later geboren kinderen. Een Taiwan-brede bevolkings-gebaseerde studie in Taiwan heeft ongunstige zwangerschapsuitkomsten geïnventariseerd onder overlevers van AYA-maligniteiten. Dr. Yi-Fang Chuang (Nationale Yang-Ming Universiteit, Taipei) en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 4547 zwangerschappen in de groep overlevers van AYA-maligniteiten en 45.463 in de groep vrouwen zonder geschiedenis van een maligniteit. Ongunstige zwangerschapsuitkomsten werden gedefinieerd als laag geboortegewicht, voortijdige bevalling, miskraam, kind klein of groot voor gestationele leeftijd, 5-minuten Apgar-score lager dan 7, congenitale misvormingen, en fetal distress. Na correctie voor gezondheidskenmerken van de vrouwen (comorbiditeiten, gebruik van medicatie tijdens de zwangerschap, leefstijl) hadden de overlevers van AYA-maligniteiten nog steeds een verhoogd risico van ongunstige zwangerschapsuitkomsten (OR 1,09; 95%-bti 1,02-1,16), vooral laag geboortegewicht en voortijdige bevalling. Vrouwen die alleen radiotherapie hadden gekregen hadden een verhoogd risico van fetal distress en van slechte Apgar-score.

De onderzoekers concluderen dat overlevers van AYA-maligniteiten, met name vrouwen die radiotherapie hebben gekregen, vergeleken met de algemene bevolking een verhoogd risico hadden van ongunstige zwangerschapsuitkomsten.

1.Kao W-H, Kuo C-F, Chiou M-J et al. Adverse birth outcomes in adolescent an young adult female cancer survivors: a nationwide population-based study. Br J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A nationwide study in Taiwan found that female AYA cancer survivors, especially those who received radiotherapy, compared to the general population had higher risks of adverse pregnancy outcomes, even after adjusting for detailed maternal health conditions.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Werkzaamheid van anti-PD-1 therapie voor gevorderd NSCLC met BRAF-, HER2-, MET- of RET-veranderingen (0)
2020-01-14 15:03   ( Nieuws )
Tags:  non-small cell lung cancer BRAF HER2 MET RET-alterations anti-PD-1
Dr. Olivier BylickiDe werkzaamheid van immuuncheckpointremming voor niet-kleincellig longcarcinoom met moleculaire veranderingen is niet diepgaand onderzocht. Een retrospectieve analyse van real-world patiënten van Franse centra heeft de werkzaamheid en veiligheid bestudeerd van anti-PD-1 therapie voor gevorderd NSCLC met BRAF-, HER2-, of MET-mutatie of RET-translocatie. Dr. Olivier Bylicki (Hôpital d’Instruction des Armées Percy, Clamart) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Thoracic Oncology.1

De studie includeerde 107 patiënten van 21 centra. De gemiddelde leeftijd was 65,5 jaar; 37% waren never-smokers; 54% waren mannen; 93% van de patiënten hadden adenocarcinoom. Onder deze patiënten waren 44 met een BRAF-mutatie (26 V600), 23 met een HER2-mutatie, 30 met een MET-mutatie, en 9 met RET-translocatie. Onder de 45 patiënten met bekende PDL1-status hadden 34 expressie 1% of hoger. Voor de anti-PD-1 behandeling hadden de patiënten mediaan één eerdere lijn behandeling gekregen.

De response rate op anti-PD-1 behandeling was 26% onder de patiënten met BRAF-V600 mutatie, 33% onder patiënten met BRAF-nietV600 mutatie, 27% onder patiënten met HER2-mutatie, 38% onder patiënten met MET-mutatie, en 38% onder patiënten met RET-translocatie. De mediane duur van respons was 15,4 maanden. Anti-PD-1 behandeling resulteerde in het gehele cohort in mediane progressievrije overleving 4,7 maanden (95%-bti 2,3-7,4) en mediane overall survival 16,2 maanden (95%-bti 12,0-24,0). De mediane PFS was 3,0 maanden onder patiënten met PDL1-expressie lager dan 1% versus 4,3 maanden voor patiënten met hogere PDL1-expressie. De mediane OS in deze beide groepen was 13,3 en 35,2 maanden. Toxiciteiten werden gerapporteerd voor 26% van de patiënten; graad 3 of hoger toxiciteiten voor 10%.

De onderzoekers concluderen dat in real-world patiënten met gevorderd NSCLC met moleculaire veranderingen de werkzaamheid van anti-PD-1 therapie niet sterk verschilt van gerapporteerde activiteit voor niet-geselecteerd gevorderd NSCLC.

1.Guisier F, Dubos-Arvis C, Vinas F et al. Efficacy and safety of anti-PD-1 immunotherapy in patients with advanced non small cell lung cancer with BRAF, HER2, or MET mutation or RET-translocation. GFPC 01-2018. J Thor Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A retrospective analysis of real-world patients in France found that efficacy of anti-PD-1 therapy for advanced NSCLC with BRAF, HER2, MET, or RET alterations was close to the efficacy reported for unselected NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties van pathologische fracturen met prognose van hooggradig osteosarcoom van de extremiteiten (0)
2020-01-14 13:58   ( Nieuws )
Tags:  high-grade osteosarcoma of the extremities pathologic fractures
Dr. Irene von LüttichauEen retrospectieve analyse van de Consecutive Cooperative Osteosarcoma Study
in Duitsland, Oostenrijk, en Zwitserland heeft de associaties onderzocht tussen pathologische fracturen (PFs) en prognose van patiënten met primair hooggradig osteosarcoom van de extremiteiten. De analyse includeerde 2847 patiënten (2193 pediatrische patiënten; achttien jaar of jonger) die tussen begin 1980 en eind 2010 werden behandeld met pre- en postoperatieve chemotherapie en chirurgie. Dr. Irene von Lüttichau (Technische Universität München) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1


PFs werden gezien in 11,3% van de in de analyse geïncludeerde patiënten. PFs waren significant gecorreleerd met tumorlocatie, histologisch subtype, relatieve tumorgrootte, en primaire metastase, maar niet met body mass index of lokale chirurgische remissie. In univariate analyse was de vijf-jaars overall survival 63% onder patiënten met PFs versus 71% onder patiënten zonder PF (p=0,007). De vijf-jaars gebeurtenisvrije overleving in deze beide groepen was 51% versus 58% (p=0,026). Onder pediatrische patiënten waren OS en EFS niet significant verschillend tussen de groepen met versus zonder PFs. Onder volwassen patiënten was de vijf-jaars OS 46% versus 69% (p<0,001) en de vijf-jaars EFS 36% versus 56% (p<0,001) in de groepen met versus zonder PFs. In multivariate analyse was PF geen statistisch significante factor voor OS of EFS in het gehele cohort of in pediatrische patiënten. Onder volwassen patiënten was PF in multivariate analyse een onafhankelijke voorspeller van OS (HR 1,893; p=0,013) maar niet EFS (HR 1,312; p=0,263).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met hooggradig osteosarcoom van de extremiteiten voorkomen van een pathologische fractuur geassocieerd was met slechtere OS in de groep volwassen patiënten maar niet in de groep pediatrische patiënten.

1.Kelley LM, Schlegel M, Hecker-Nolting S et al. Pathological fracture and prognosis of high-grade osteosarcoma of the extremities: An analysis of 2,847 Consecutive Cooperative Osteosarcoma Study Group (COSS) patients.

Summary: A retrospective analysis of all patients in the Consecutive Cooperative Osteosarcoma Study found that occurrence of pathological fractures was correlated with inferior overall survival in adult but not in pediatric patients with high-grade osteosarcoma of the extremities.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vergelijking van eerstelijns opties voor gevorderd-stadium Hodgkin lymfoom: modelstudie (0)
2020-01-14 12:52   ( Nieuws )
Tags:  advanced Hodgkin lymphoma first-line treatment options
Dr. Anca PricaEr zijn verscheidene strategieën beschikbaar voor eerstelijns behandeling van gevorderd Hodgkin lymfoom (aHL). Onderzoekers van de University of Toronto hebben vijf verschillende strategieën vergeleken in een modelstudie van werkzaamheid, kosten, en toxiciteiten. Dr. Anca Prica (Princess Margaret Cancer Centre) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Haematology.1

De onderzoekers ontwikkelden een Markov-model met een twintig-jaar tijdshorizon. De vijf vergeleken strategieën zijn (1) zes cycli ABVD, (2) zes cycli BEACOPP, (3) PET-aangepaste escalatie, (4) zes cycli A-AVD of ABVD, en (5) PET-aangepaste de-escalatie. De studies waarop de vergelijkingen gebaseerd zijn omvatten 4255 patiënten in de voor de vergelijkingen relevante armen. Het model liet zien dat de vijfde strategie het meest kosteneffectief was. Deze strategie, gebaseerd op de AHL2011-studie, begint met twee cycli BEACOPP, gevolgd door een PET-scan waarna PET-positieve patiënten twee additionele cycli BEACOPP en PET-negatieve patiënten twee cycli ABVD krijgen. Na een nieuwe PET-scan krijgen PET-negatieve patiënten nog twee cycli van hun lopende behandeling (dus BEACOPP of ABVD) en de PET-positieve patiënten overgaan naar salvage therapie. Deze strategie resulteerde in de meeste levensjaren (14,6 jaar; 95%-bti 13,7-15,1) en de meeste kwaliteits-gecorrigeerde levensjaren (13,2 jaar; 95%-bti 10,2-14,4) en de laagste directe kosten (EUR 36.513,-) vergeleken met de andere strategieën.

De onderzoekers concluderen dat het model suggereert dat de te prefereren strategie voor nieuw-gediagnostiseerd gevorderd HL PET-aangepaste deëscalatie is, beginnend met BEACOPP en indien mogelijk deëscalerend naar ABVD.

1.Vijenthira A, Chan K, Cheung MC, Prica A. Cost-effectiveness of first-lin treatment options for patients with advanced-stage Hodgkin lymphoma: a modelling study. Lancet Haematol 2020; epub ahead of print

Summary: A modelling study compared various first-line options for advanced Hodgkin lymphoma. When considering cost, effectiveness, and short and long-term toxicities, the preferred treatment strategy was PET-adapted de-escalation starting with BEACOPP and de-escalating to ABVD as appropriate.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van HPV-status op korte-termijn mortaliteit van patiënten met orofarynxcarcinoom (0)
2020-01-13 15:58   ( Nieuws )
Tags:  OPC HPV status impact on short-term mortality
Dr. Danielle MargalitZowel de mortaliteit ten gevolge van maligniteiten van hoofd en hals (HNC) als de mortaliteit ten gevolge van andere oorzaken (competing mortality) lopen onder HNC-patiënten sterk uiteen. Een analyse van de SEER-database heeft de impact onderzocht van HPV-status op oorzaken van korte-termijn mortaliteit onder patiënten met orofarynxcarcinoom (OPC). Dr. Danielle Margalit (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse vandaag online in Cancer.1

In de SEER-database identificeerden de onderzoekers 4930 patiënten met een diagnose niet-metastatisch OPC in 2013 of 2014. Onder deze patiënten hadden 3560 (72,2%) HPV-positieve ziekte en 1370 (27,8%) HPV-negatieve ziekte. De mediane follow-up was 11 maanden (range 1-23 maanden). De HPV-positieve patiënten hadden vergeleken met de HPV-negatieve patiënten lagere twee-jaars cumulatieve all-cause mortaliteit (10,4% versus 33,3%; p<0,0001), HNC-specifieke mortaliteit (4,8% versus 16,2%; p<0,0001), en competing-cause mortaliteit (5,6% versus 16,8%; p<0,0001). Onder de HPV-negatieve patiënten was een tweede maligniteit de belangrijkste niet-HNC doodsoorzaak. Onder HPV-negatieve patiënten overleed 10,8% binnen twee jaar na de OPC-diagnose aan een tweede maligniteit en 6,1% aan een niet-maligne oorzaak; onder HPV-positieve patiënten was dit het geval voor 2,4% respectievelijk 3,2% (p<0,0001 voor beide verschillen).

De onderzoekers concluderen dat patiënten met HPV-positief versus HPV-negatief niet-metastatisch OPC significant verschillende korte-termijn mortaliteit hadden. Deze verschillen betroffen zowel de HNC-specifieke mortaltiteit als competing mortality.

1.Fullerton ZH, Butler SS, Mahal BA et al. Short-term mortality risks among patients with oropharynx cancer by human papillomavirus status. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the SEER database (4930 patients with nonmetastatic oropharynx cancer) found that patients with HPV-positive and HPV-negative OPC had significantly different rates of both HNC mortality and competing mortality. HPV-negative patients were at substantial risk of competing mortality, even within 2 years of cancer diagnosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)