Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 1-studie van pembrolizumab plus radiotherapie na inductiechemotherapie voor extensief-stadium SCLC (0)
2019-10-11 15:00   ( Nieuws )
Tags:  extensive-stage small cell lung cancer pembrolizumab plus RT after induction chemotherapy
Dr. James WelshZowel van thorax-radiotherapie (TRT) als van immuuntherapie is activiteit gezien voor extensief-stadium kleincellig longcarcinoom (ES-SCLC). In veel gevallen treedt echter falen van de behandeling op. Een fase 1-studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de combinatie van beide behandelingen onderzocht. Dr. James Welsh en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Thoracic Oncology.1

De studie includeerde 33 patiënten die inductiechemotherapie voor ES-SCLC voltooid hadden. De mediane leeftijd was 65 jaar (range 37-79). Ze kregen 45 Gy TRT in vijftien fracties, en ten hoogste zestien cycli pembrolizumab in oplopende doseringen van 100 tot 200 mg eens per drie weken.Er waren geen doseringslimiterende toxiciteiten in de eerste 35 dagen van de behandeling. Er waren geen graad 4 of 5 toxiciteiten. Twee patiënten hadden graad 3 toxiciteiten (één rash, één asthenie) die waarschijnlijk niet samenhingen met de behandeling. De mediane follow-up was 7,3 maanden (range 1-13), de mediane progressievrije overleving was 6,1 maanden (95%-bti 4,1-8,1), en de mediane overall survival 8,4 maanden (95%-bti 6,7-10,1) waarbij de onderzoekers aantekenen dat PFS en OS moeilijk te interpreteren zijn vanwege de heterogeniteit van de studiepopulatie.


De onderzoekers concluderen dat concurrent pembrolizumab-TRT goed verdragen werd. Nadere studie van de combinatie van TRT en immuuntherapie is gewenst.

1.Welsh JW, Heymach JV, Chen D et al. Phase I trial of pembrolizumab and radiation therapy after induction chemotherapy for extensive-stage small cell lung cancer. J Thor Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A phase 1 study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that concurrent pembrolizumab and thoracic radiation therapy was tolerated well, with few high-grade adverse events in the short term. Median progression-free and overall survival were 6.1 months (95% CI 4.1-8.1) and 8.4 months (95% CI 6.7-10.1). The safety of the combined regimen supports further investigation of radiation plus immunotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van Hu14.18K322A gecombineerd met inductiechemotherapie voor neuroblastoom (0)
2019-10-11 13:57   ( Nieuws )
Tags:  pediatric neuroblastoma monoclonal antibody combined with induction chemotherapy
Dr. Wayne FurmanNeuroblastoom wordt vooral gezien in kinderen jonger dan vijf jaar. Omdat de symptomen in veel gevallen niet-specifiek zijn wordt de ziekte in ongeveer de helft van de patiënten pas gediagnostiseerd na progressie tot het hoog-risicostadium. Een fase 2-studie van St Jude Children’s Research Hospital (Memphis TN) heeft de waarde onderzocht van het nieuwe gehumaniseerde anti-GD2 monoklonaal antilichaam Hu14.18K322A, gegeven in combinatie met inductiechemotherapie voor pediatrisch hoog-risico neuroblastoom. Dr. Wayne Furman en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

De prospectieve studie includeerde patiënten jonger dan twintig jaar met nieuw-gediagnostiseerd hoog-risico neuroblastoom. Ze kregen zes kuren inductiechemotherapie (cyclofosfamide, topotecan, cisplatine, etoposide, doxorubicine, en vincristine) gecombineerd met vier dagelijkse doses Hu14.18K322A op dagen twee tot en met vijf van iedere kuur. Na inductietherapie kregen de patiënten GM-CSF en lage-dosering IL2, gevolgd door consolidatie met busulfan-melfalan. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met respons na twee kuren. Secundaire eindpunten waren verandering van tumorvolume en Curiescores aan het eind van de inductie.

De studie includeerde 42 patiënten die Hu14.18K322A plus inductiechemotherapie kregen. De behandeling werd goed verdragen. Partiële respons of beter na twee kuren werd gezien in 32 patiënten (76,2%; 95%-bti 60,6-88,0). Aan het eind van de inductie was het mediane volume van de primaire tumoren afgenomen met 76% (range 5% tot 100%). Onder de 35 patiënten die zes kuren voltooiden waren er 31 met een end-of-induction Curiescore 2 of lager. De twee-jaars gebeurtenisvrije overleving was 85,7% (95%-bti 70,9-93,3).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van Hu14.18K322A aan inductiechemotherapie voor pediatrisch hoog-risico neuroblastoom resulteerde in vroege partiële respons in driekwart van de patiënten, en bemoedigende twee-jaars EFS.

1.Furman WL, Federico SM, McCarville MB et al. A phase II trial of Hu14.18K322A in combination with induction chemotherapy in children with newly diagnosed high-risk neuroblastoma. Clin Cancer Res 2019; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at St Jude Children’s Research Hospital (Memphis, TN) found that the combination of the humanized antidisialoganglioside monoclonal antibody hu14.18K322A and induction chemotherapy for newly diagnosed pediatric high-risk neuroblastoma resulted in early partial response or better in most patients (76.2%), reduced tumor volumes and improved Curie scores at end of induction, and yielded an encouraging two-year EFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van combinatie van nivolumab en bevacizumab voor recidiverend ovariumcarcinoom (0)
2019-10-11 13:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed ovarian cancer combined nivolumab and bevacizumab
Dr. Joyce LiuVan PD-1/PD-L1 immuuncheckpoint-blokkade is slechts beperkte activiteit gezien voor recidiverend epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC). Het is denkbaar dat combinatie van deze middelen met angiogene therapie tot betere resultaten leidt door modulatie van de micro-omgeving van de tumoren. Een fase 2-studie van Dana-Farber Cancer Institute (Boston MA) en Massachusetts General Hospital (ook in Boston) heeft de werkzaamheid onderzocht van de combinatie van nivolumab en bevacizumab voor recidiverend EOC. Dr. Joyce Liu en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1



De studie includeerde 38 patiënten met recidiverend EOC en recidief binnen twaalf maanden na hun laatste platina-bevattende therapie. Ze hadden één tot drie eerdere lijnen therapie ondergaan. Achttien vrouwen hadden platina-resistente ziekte en twintig platina-sensitieve ziekte. De gemiddelde leeftijd was 63,0 ± 9,1 jaar. Ze kregen intraveneus nivolumab en intraveneus bevacizumab iedere twee weken. Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met objectieve respons.

Respons werd gezien in elf patiënten (ORR 28,9%; 95%-bti 15,4-45,9) met één additionele niet-bevestigde respons. In deelneemsters met platina-sensitieve ziekte was de ORR 40,0% (95%-bti 19,1-64,0) en in patiënten met platina-resistentie ziekte was de ORR (16,7% (95%-bti 3,6-41,4).Tenminste één treatment-related adverse event werd gezien in 34 patiënten (89,5%) en tenminste één graad 3 of hoger TRAE in 23,7%. De mediane progressievrije overleving was 8,1 maanden (9%-bti 6,3-14,7).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie nivolumab-bevacizumab activiteit had voor recidiverend EOC, met grotere activiteit in patiënten met platina-sensitieve ziekte dan in patiënten met platina-resistente ziekte.

1.Liu JF, Herold C, Gray KP et al. Assessment of combined nivolumab and bevacizumab in relapsed ovarian cancer. A phase 2 clinical trial. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study at Dana-Farber Cancer Institute and Massachusetts General Hospital (both in Boston) found that the combination of nivolumab and bevacizumab was active for relapsed ovarian cancer, with greater activity for platinum-sensitive disease (ORR 40.0%) than for platinum-resistant disease (ORR 16.7%).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

mRECIST-objectieve respons als prognostische factor voor overall survival in sorafenib-behandeld levercelcarcinoom (0)
2019-10-11 12:00   ( Nieuws )
Tags:  SILIUS trial sorafenib for HCC mRECIST objecte response overall survival
Prof. Masatoshi KudoEr is geen algemene duidelijkheid over een assocatie tussen tumorrespons en overall survival. Een analyse van de Japanse fase 3-studie SILIUS heeft onderzocht of respons van levercelcarcinoom (HCC) op sorafenib voorspellend was voor OS. Prof. Masatoshi Kudo (Kindai Universiteit, Osaka) en collega’s publiceren de analyse online in Liver Cancer.1

SILIUS randomiseerde HCC-patiënten naar hepatic arterial infusion chemotherapy (HAIC) plus sorafenib (n=103) of alleen sorafenib (n=102). Er waren geen significante OS-verschillen tussen beide armen. De nu gepubliceerde analyse vergeleek de OS van de groepen responders (n=18) en niet-responders (n=78) in de sorafenib-arm van de studie. De figuur laat zien dat objectieve respons voorspellend was voor OS. De mediane OS was 25,7 maanden onder responders versus 9,3 maanden onder niet-responders (HR 0,31; p<0,0001). Ook in landmark-analyses na vier (HR 0,45; p=0,0330), zes (HR 0,37; p=0,0053), en acht maanden (HR 0,36; p=0,0083) was de OS van responders significant langer dan die van niet-responders.

De onderzoekers concluderen dat in de SILIUS studie mRECIST-bepaalde objectieve respons van HCC op sorafenib een onafhankelijke voorspeller was voor OS.

1.Kudo M, Ueshima K, Chiba Y et al. Objective response by mRECIST is an independent prognostic factor for overall survival in hepatocellular carcinoma treated with sorafenib in the SILIUS trial. Liver Cancer 2019;8:1-15

Summary: An analysis of the Japanese phase 3 study SILIUS found that mRECIST objective response of sorafenib treated hepatocellular carcinoma was an independent prognostic factor for overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn risico van tweede maligniteiten na testiscarcinoom in het cisplatine-tijdperk (0)
2019-10-10 14:58   ( Nieuws )
Tags:  testicular cancer in the cisplatin era risk of second cancer
Dr. Hege Sagstuen HaugnesEen bevolkings-gebaseerde studie in Noorwegen heeft het risico onderzocht van tweede maligniteiten (SCs) in overlevers van testiscarcinoom (TCSs) die behandeld zijn tussen begin 1980 en 2010, door de onderzoekers aangeduid als het cisplatine-tijdperk. Dr. Hege Sagstuen Haugnes (Universiteit van Noord-Noorwegen, Tromsø) en collega’s publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1 In het Kanker Register van Noorwegen identificeerden de onderzoekers 5625 tenminste-één-jaar overlevers van TC die in het ciplatine-tijdperk behandeld werden.

Tijdens mediaan 16,6 jaar follow-up ontwikkelden 572 TCSs 671 niet-kiemcel SCs. Vergeleken met de algemene Noorse bevolking hadden de TCSs na alleen chirurgie een verhoogd SC-risico (SIR 1,28) met specifiek verhoogde risico’s van schildkliercarcinoom (SIR 4,95) en melanoom (SIR 1,94). Na chemotherapie waren er 2,0 tot 3,7 maal verhoogde risico’s van maligniteiten van dunne darm, blaas, nier, en long. Na twee of meer cycli cisplatine-gebaseerde chemotherapie was er een 1,6 tot 2,1 maal verhoogd risico van SCs. Radiotherapie was geassocieerd met 1,5 tot 4,4 maal verhoogde risico’s van maligniteiten van maag, dunne darm, lever, pancreas, long, nier, en blaas. Na combinatie van chemotherapie en radiotherapie waren er verhoogde risico’s van hematologische maligniteiten (SIR 3,23).

De onderzoekers concluderen dat TCSs die behandeld werden in het cisplatinetijdperk een verhoogd risico hadden van het ontwikkelen van SCs, in het bijzonder na cisplatine-gebaseerde chemotherapie en/of radiotherapie.

1.Hellesnes R, Kvammen Ø, Myklebust T et al. Continuing increased risk of second cancer in long-term testicular cancer survivors after treatment in de cisplatin era

Summary: An analysis of the Cancer Registry of Norway found that survivors of testicular cancer treated in the cisplatin era (1990-2009) had an increased risk of developing second cancers, in particular after treatment with cisplatin-based chemotherapy and/or radiotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

PROACCT-score voorspelt gebruik van acute zorg na starten van systemische therapie voor maligniteiten (0)
2019-10-10 13:57   ( Nieuws )
Tags:  PROACCT score acute care use after initiation of systemic cancer therapy
Dr. Monika KrzyzanowskaGebruik van spoedeisende hulp en hospitalisaties na de start van systemische therapie voor maligniteiten zijn frequent, ongewenst, en duur. Een studie in Ontario heeft geresulteerd in ontwikkeling en validatie van de dertien-punten PROACCT-score (Prediction Of Acute Care use during Cancer Treatment), die het risico van gebruik van acute zorg in de eerste dertig dagen na starten van systemische therapie kan voorspellen. Dr. Monika Krzyzanowska (Princess Margaret Cancer Centre, Toronto) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Network Open.1

De retrospectieve bevolkings-gebaseerde cohortstudie includeerde patiënten die in 2014 en 2015 nieuwe systemische therapie voor een maligniteit begonnen, ongeacht de lijn van behandeling. Het ontwikkelingscohort bestond uit 6903 vrouwen en 5259 mannen (gemiddelde leeftijd 62,9 ± 12,6 jaar) in de regio Southwestern Ontario. Het validatiecohort bestond uit 9025 vrouwen en 6820 mannen (gemiddelde leeftijd 62,9 ± 12,6 jaar) in Northeastern Ontario. In het ontwikkelingscohort gebruikte 25,0% van de patiënten acute zorg in de eerste dertig dagen na begin van de systemische therapie, en in het validatiecohort was dit het geval voor 26,6%.

Er waren drie kenmerken die gebruik van vroege acute zorg voorspelden, en de PROACCT-score vormden: één punt voor leeftijd 18 tot en met 44 jaar of leeftijd hoger dan 75 jaar, drie punten voor bezoek aan een afdeling spoedeisende hulp in de voorafgaande twaalf maanden, en treatment-tumor combination risk (low drie punten, moderate vijf punten, high zeven punten, en very high negen punten). Toevoegen van andere kenmerken, waaronder patiënt-gerapporteerde symptomen, resulteerde niet in betere voorspelling in het validatiecohort. In het validatiecohort was de PROACCT-score geassocieerd met gebruik van acute zorg (per toename van de score met één punt OR 1,22; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat de PROACCT-score het risico voorspelde van vroeg gebruik van acute zorg door patiënten die begonnen met systemische therapie voor een maligniteit.

1.Grant RC, Moineddin R, Yao Z et al. Development and validation of a score to predict acute care use after initiation of systemic therapy for cancer. JAMA Network Open 2019;2:e1912823

Summary: Researchers in Ontario (Canada) developed and validated the 13-points PROACCT score that predicts the risk of early use of acute care in patients starting systemic therapy for cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Kwaliteit van leven na tisagenlecleucel voor R/R B-cel ALL in kinderen en jongvolwassenen (0)
2019-10-10 12:58   ( Nieuws )
Tags:  ELIANA study QOL analysis relapsed or refractory B-cell ALL in children and young adults
Tisagenlecleucel is een chimere antigenreceptor gericht tegen CD19. De multinationale fase 2-studie ELIANA evalueerde werkzaamheid en veiligheid van tisagenlecleucel voor recidiverende of refractaire (R/R) CD19-positieve B-cel ALL in kinderen en jongvolwassenen. Vorig jaar is gepubliceerd dat 61 van 75 patiënten (81%) in de studie binnen drie maanden na infusie van het middel remissie bereikten. Prof. Theodore Laetsch (University of Texas Southwestern, Dallas) en collega’s publiceren nu online in The Lancet Oncology een analyse van de impact van de behandeling op de kwaliteit van leven.1

ELIANA werd uitgevoerd in 25 centra in elf landen. De 75 geïncludeerde patiënten waren in tweede of latere beenmerg-relapse. Ze kregen een enkele infusie met target dose van 0,2 tot 5 x 108 (patiënten tot en met 50 kg) of 0,1 tot 2,5 x 108 (zwaardere patiënten) getransduceerde viabele T-cellen per kg lichaamsgewicht. De QOL werd bepaald met de vragenlijsten PedsQL en EQ-5D, voor aanvang van de behandeling, en na één, drie, zes, negen, en twaalf maanden. De QOL-analyse includeerde 58 patiënten, in de leeftijd van 8 tot en met 23 jaar.

De analyse liet tussen baseline en drie maanden verbetering zien in alle gemiddelde QOL-measures. De gemiddelde verbetering was 13,3 (95%-bti 8,9-17,6) voor PedsQL totaalscore en 16,8 (95%-bti 9,4-24,3) voor EQ-5D VAS. Onder de patiënten met beantwoorde vragenlijsten op beide tijdstippen waren er 30 van 37 (81%) met minimaal klinisch belangrijk verschil tussen baseline en maand drie voor PedsQL totaalscore, en 24 van 36 (67%) met minimaal klinisch belangrijk verschil tussen baseline en maand drie voor de EQ-5D VAS.

De onderzoekers concluderen dat de QOL-analyse in combinatie met de eerder gepubliceerde werkzaamheid van tisagenlecleucel voor R/R ALL in kinderen en jongvolwassenen een gunstig profijt-risicoprofiel van de behandeling suggereert.

1.Laetsch TW, Myers GD, Baruchel A et al. Patient-reported quality of life after tisagenlecleucel infusion in children and young adults with relapsed or refractory B-cell acute lymphoblastic leukaemia: a global, single-arm, phase 2 trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 study ELIANA showed previously that 81% of pediatric and young adult patients with R/R B-cell ALL achieved overall remission after tisagenlecleucel treatment. A QOL analysis of the study found improvement in all patient-reported QOL measures from baseline to three months after tisagenlecleucel infusion.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Treosulfan versus busulfan, gecombineerd met fludarabine, als conditionering voor alloHSCT voor AML/MDS in ouderen (0)
2019-10-10 11:54   ( Nieuws )
Tags:  AML MDS in older patients alloHSCT treosulfan-fludarabine conditioning
Prof. Dietrich Wilhelm BeelenGelet op het toenemend aantal oudere of comorbide patiënten met AML of MDS is er behoefte aan verdere verbetering van conditioneringsregimes voor allogene stamceltransplantatie (alloHSCT). Een multinationale non-inferioriteits fase 3-studie heeft treosulfan-fludarabine vergeleken met reduced-intensity busulfan-fludarabine voor patiënten die niet geschikt werden geacht voor standaard-conditioneringsregimes. Prof. Dietrich Wilhelm Beelen (Universiteitsziekenhuis Essen, Duitsland) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Haematology.1

De studie werd uitgevoerd in 31 centra in Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Italië en Polen. De patiënten waren geïndiceerd voor alloHSCT voor AML in hematologische remissie (blast counts <5% in beenmerg) of MDS (< 20%). Ze waren achttien tot en met zeventig jaar oud, hadden een Karnofsky index 60% of hoger, en waren geen kandidaat voor standaard-conditionering vanwege leeftijd vijftig jaar of ouder, en/of een HSCT-specifieke comorbiditeitenindex 2 of hoger. Ze werden gerandomiseerd naar treosulfan-fludarabine (n=240) of reduced-intensity busulfan-fludarabine (n=221) conditionering, gevolgd door alloHSCT in alle patiënten behalve één in de busulfan-groep. Het primaire eindpunt was gebeurtenisvrije overleving twee jaar na de HSCT, met een non-inferioriteitsmarge HR 1,3.

De studie werd voortijdig gestopt toen bij een interimanalyse superioriteit van treosulfan-fludarabine werd vastgesteld. De mediane follow-up was 15,4 maanden in de treosulfangroep en 17,4 maanden in de busulfangroep. De twee-jaars EFS was 64,0% in de treosulfangroep versus 50,4$ in de busulfangroep (HR 0,65; p<0,0001 voor niet-inferioiriteit; p=0,0051 voor superioriteit). Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in het optreden van graad 3 of hoger adverse events, met uitzondering van minder gastroïntestinale klachten met treosulfan dan met busulfan (11% versus 16%).

De onderzoekers concluderen dat treosulfan-fludarabine als conditioneringsregime voor alloHSCT in oudere of comorbide patiënten met AML of MDS niet-inferieur was aan busulfan-fludarabine, en resulteerde in betere twee-jaars EFS.

1.Beelen DW, Trenschel R, Stelljes M et al. Treosulfan or busulfan plus fludarabine as conditioning treatment before allogeneic haematopoietic stem cell transplantation for older patients with acute myeloid leukaemia or myelodysplastic syndrome (MC-FludT.14/L): a randomised, non-inferiority, phase 3 trial. Lancet Haematol 2019; epub ahead of print

Summary: A non-inferiority phase 3 study at 31 centers in five countries compared treosulfan-fludarabine versus reduced-intensity busulfan-fludarabine as conditioning regime for allogeneic hematopoietic stem cell transplantation in AML or MDS patients considered not fit for standard myeloablative preparative regimens. The two-year EFS was 64.0% with treosulfan-fludarabine versus 50.4% with busulfan-fludarabine (HR 0.65; p<0.0001 for non-inferiority; p=0.0051 for superiority).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)