Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Mortaliteit en overleving van maligniteiten in kinderen van immigranten in Finland (0)
2019-08-14 13:01   ( Nieuws )
Tags:  childhood cancer survival in immigrants
Anniina KyrönlahtiDe immigratie in Europa is de afgelopen decennia substantieel toegenomen. Een studie van de Finse Kankerregistratie (Helsinki) heeft de mortaliteit en overleving van childhood cancer in de immigrantenpopulatie geïnventariseerd. PhD-student Anniina Kyrönlahti en collega’s publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1

De onderzoekers identificeerden in het register 4437 patiënten met de diagnose van een maligniteit voor de leeftijd van twintig jaar tussen begin 1990 en eind 2009. Patiënten die buiten Finland geboren waren (HR 2,03; 95%-bti 1,18-3,49) of een niet-Finse moeder hadden (HR 2,11; 95%-bti 1,46-3,04) of een niet-Finse vader hadden (HR 1,85; 95%-bti 1,29-2,66) hadden een hogere vijf-jaars mortaliteit dan in Finland geboren kinderen of kinderen met Finse ouders. De vijf-jaars overleving van childhood cancer was hoger als de moeder (83% versus 68%) of de vader (83% versus 70%) van de patiënt een Finse achtergrond had.

De onderzoekers concluderen dat in Finland kinderen met maligniteiten een slechtere prognose hadden als ze een niet-Finse achtergrond hadden, ondanks gelijke toegankelijkheid van openbare gezondheidszorg voor Finse en immigrantenkinderen. Als mogelijke oorzaken noemen ze culturele verschillen, taalgebonden barrières, en gebrekkige kennis van de Westerse gezondheidszorg.

1.Kyrönlahti A, Madanat-Harjuoja L, Pitkäniemi J et al. Childhood cancer mortality and survival in immigrants: a population-based registry study in Finland. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study of the Finnish Cancer Registry found a higher childhood cancer mortality and lower five-year survival among immigrants than among children with Finnish background, despite equal access to public health care.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties van fysieke activiteit met overleving en progressie in metastatisch colorectaalcarcinoom (0)
2019-08-14 12:06   ( Nieuws )
Tags:  mCRC physical activity
Dr. Brendan GuercioRegelmatige fysieke activiteit van patiënten met niet-metastatisch colorectaalcarcinoom is geassocieerd met verlaagd risico van recidief en mortaliteit. De associatie van fysieke activiteit met uitkomsten van metastatisch colorectaalcarcinoom (mCRC) is niet of weinig onderzocht. Een prospectieve cohortanalyse binnen de SWOG 80405 trial heeft deze associatie onderzocht. Dr. Brendan Guercio (Brigham and Women’s Hospital, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

SWOG 80405 was een fase 3-studie van systemische therapie voor mCRC. Voor de nu gepubliceerde analyse beantwoordden de deelnemers binnen een maand na aanvang van de behandeling een gevalideerde vragenlijst met betrekking tot hun fysieke activiteit gedurende de voorafgaande twee maanden. De onderzoekers berekenden op basis van de antwoorden de fysieke activiteit in MET-uren per week. Patiënten met progressie of overlijden binnen zestig dagen na het bepalen van de fysieke activiteit werden geëxcludeerd, om het risico van confoundig door slechte of afnemende gezondheid te minimaliseren. Het primaire eindpunt van de analyse was overall survival.

De analyse includeerde 1218 patiënten. Vergeleken met patiënten in de groep met minder dan 3 MET-uren per week fysieke activiteit was in de groep met 18 of meer MET-uren per week de OS niet-statistisch significant (gecorrigeerd HR 0,85; p trend = 0,06) maar de progressievrije overleving wel significant langer (aHR 0,83; p trend = 0,01). Vergeleken met minder dan 9 MET-uren per week was 9 of meer MET-uren per week geassocieerd met verlaagd risico van graad 3 of hoger treatment-related adverse events (aHR 0,73; p trend <0,001).

De onderzoekers concluderen dat de analyse onder patiënten met mCRC geen significant OS-profijt maar wel een significant PFS-profijt van fysieke activiteit heeft laten zien, en een met fysieke activiteit samenhangend verlaagd risico van graad 3 of hoger TRAEs.

1.Guercio BJ, Zhang S, Ou F-S et al. Associations of physical activity with survival and progression in metastatic colorectal cancer: results from Cancer and Leukemia Group B (Alliance)/SWOG 80405. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A prospective cohort study nested in the SWOG 80405 trial found that among patients with mCRC the association of physical activity with OS was not statistically significant. Greater physical activity was associated with longer PFS and lower adjusted risk for first grade 3 or higher treatment-related adverse event.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prediagnostisch aspirinegebruik, DNA-methylering, en mortaliteit na diagnose mammacarcinoom (0)
2019-08-13 15:01   ( Nieuws )
Tags:  impact of epigenetics on association of aspirin use with mortality after breast cancer
Prof. Marilie GammonStudies van de associatie tussen aspirinegebruik en mortaliteit na een diagnose mammacarcinoom hebben tegenstrijdige resultaten laten zien. Het is denkbaar dat epigenetische veranderingen impact hebben op deze associatie. Een analyse in het cohort van de bevolkings-gebaseerde Long Island Breast Cancer Study heeft deze hypothese onderzocht. Prof. Marilie Gammon en collega’s publiceren de analyse online in Cancer.1

De analyse includeerde 1266 vrouwen met een diagnose eerste primair mammacarcinoom in 1996 en 1997, met beschikbare informatie over prediagnostisch aspirinegebruik. In perifeer-bloedmonsters bepaalden de onderzoekers LINE-1 algemene DNA-methylering en promotermethylering van dertien mammacarcinoom-gerelateerde genen. Tijdens de follow-up tot eind 2014 overleden 476 deelneemsters, onder wie 202 aan mammacarcinoom. De all-cuase mortaliteit was verhoogd onder aspirinegebruiksters met gemethyleerde promoter van BRCA1 (HR 1,67; 95%-bti 1,26-2,22) maar niet onder aspirinegebruiksters met niet-gemethyleerde promoter van BRCA1 (HR 0,99; 95%-bti 0,67-1,45). De mammacarcinoom-specifieke mortaliteit was verlaagd onder aspirinegebruiksters met niet-gemethyleerde promoter van BRCA1 (HR 0,60), PR (HR 0,78), en algemene LINE-1 hypermethylering (HR 0,63) hoewel voor deze associaties de 95%-betrouwbaarheids intervallen de nul omvatten.

De onderzoekers concluderen dat de analyse laat zien dat epigenetische veranderingen van invloed zijn op de associatie tussen prediagnostisch aspirinegebruik en mortaliteit na een diagnose mammacarcinoom.

1.Wang T, McCullough LE, White AJ et al. Prediagnosis aspirin use, DNA methylation, and mortality after breast cancer: a population-based study. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis in the cohort of the Long Island Breast Cancer Study found that all-cause mortality was elevated among aspirin users who had methylated promoter of BRCA1 (HR 1.67; 95% CI 1.26-2.22) but not among aspirin users with unmethylated promoter of BRCA1 (HR 0.00; 95% CI 0.67-1.45). Decreased breast cancer-specific mortality was observed among aspirin users who had unmethylated promoter of BRCA1 (HR 0.60) and PR (HR 0.78) and global hypermethylation of LINE-1 (HR 0.63) although the 95% CIs included the null. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van PR-status op associatie tussen body mass index en prognose van ER-positief mammacarcinoom (0)
2019-08-13 14:04   ( Nieuws )
Tags:  PR status BMI ER positive breast cancer
Dr. Caroline DiorioDe impact van PR-status op de associatie tussen body mass index en de prognose van ER-positief mammacarcinoom (ER+BC) wordt niet goed begrepen. Een studie van Université Laval (Québec City, Canada) heeft deze impact onderzocht. Dr. Caroline Diorio en collega’s publiceren de studie online in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 3747 vrouwen met een diagnose niet-metastatisch invasief ER+BC tussen begin 1995 en eind 2010. Tumor PR-status (PR-, PR+) werd immunohistochemisch bepaald. Body mass index werd onderscheiden in de categorieën ondergewicht (BMI < 18,5 kg/m2), normaal gewicht (18,5-25), overgewicht (25-30), en obesitas (≥30). De mediane follow-up was 5,9 jaar (range 3,4-9,2).

Vergeleken met vrouwen met PR+ tumoren en normaal gewicht was de all-cause mortaliteit verhoogd onder vrouwen met PR- tumoren en ondergewicht (HR 2,76; 95%-bti 1,40-4,91), PR- tumoren en overgewicht (HR 2,02; 95%-bti 1,43-2,81), of PR- tumoren en obesitas (HR 2,51; 95%-bti 1,67-3,65). Een vergelijkbaar patroon van associaties werd gezien voor BC-specifieke mortaliteit. Onder vrouwen met PR+ tumoren waren er geen associaties tussen body mass index en all-cause of BC-specifieke mortaliteit.

De onderzoekers concluderen dat slechtere prognose van ER+BC in vrouwen met lage en hoge body mass index alleen werd gezien in patiënten met PR- tumoren.

1.Oudanonh T, Nabi H, Ennour-Idrissi K et al. Progesterone receptor status modifies the association between body mass index and prognosis in women diagnosed with estrogen receptor positive breast cancer. Int J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Laval University (Québec City, Canada) found that the association between body mass index and survival in ER-positive breast cancer was modified by tumor PR status.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van radiotherapie versus TORS met halsdissectie voor OPSCC (0)
2019-08-13 12:58   ( Nieuws )
Tags:  ORATOR study OPSCC RT versus transoral robotic surgery
Dr. Anthony NicholsTransorale robotische chirurgie (TORS) met concurrente halsdissectie vervangt in toenemende mate radiotherapie (RT) als de meest-gebruikte behandeling voor squameus celcarcinoom van de orofarynx (OPSCC). Deze twee modaliteiten zijn tot op heden echter niet rechtstreeks met elkaar vergeleken. De multinationale gerandomiseerde fase 2-studie ORATOR inventariseerde de kwaliteit van leven (QOL) één jaar na beide behandelingen. Dr. Anthony Nichols (Western University, London ON) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

ORATOR werd uitgevoerd in zes ziekenhuizen in Canada en Australië. De studie includeerde 68 volwassen patiënten met ECOG-score 2 of beter en T1-T2, N0-2 (≤4 cm) OPSCC. Ze werden in 34 patiënten per groep gerandomiseerd naar RT (70 Gy , plus chemotherapie voor de N1-N2 patiënten) of TORS met halsdissectie met of zonder adjuvante chemoradiotherapie op basis van pathologie. Het primaire eindpunt was swallowing-related QOL na één jaar aan de hand van de MD Anderson Dysphagia Inventory (MDADI)-score, waarbij een verschil van 10 punten werd beschouwd als klinisch relevant.

De mediane follow-up was 25 maanden (IQR 20-33) voor de RT-groep en 29 maanden (IQR 23-43) voor de TORS plus halsdissectie-groep. De MDADI-totaalscore na één jaar was 86,9 ± 11,4 in de RT-groep versus 80,1 ± 13,0 in de TORS plus hals-dissectiegroep (p=0,042). In de RT-groep waren meer gevallen van neutropenie (18% versus 0), gehoorverlies (38% versus 15%), en tinnitus (35% versus 6%), maar minder gevallen van trismus (3% versus 26%) dan in de TORS plus halsdissectie-groep. De meest-gerapporteerde adverse events, alle graad 3, waren dysfagie (n=6), gehoorverlies (n=6), en mucositis (n=4) in de RT-groep, en dysfagie (n=9) in de TORS plus halsdissectie-groep. Eén patiënt overleed aan bloeding na TORS.

De onderzoekers concluderen dat patiënten een jaar na RT superieure swallowing-related QOL hadden dan een jaar na TORS met halsdissectie, hoewel het verschil niet als klinisch relevant kon worden beschouwd. De patronen van toxiciteit verschilden tussen beide groepen.

1.Nichols AC, Theurer J, Prisman E et al. Radiotherapy versus transoral robotic surgery and neck dissection for oropharyngeal squamous cell carcinoma (ORATOR): an open-label, phase 2, randomised trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The randomized phase 2 study ORATOR at six centers in Canada and Australia compared radiotherapy versus transoral robotic surgery plus concurrent neck dissection for oropharyngeal squamous cell carcinoma. After one year, the RT-patients had superior swallowing-related QOL scores, although the difference did not represent a clinically meaningful change. Toxicity patterns differed between the groups.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b-studie van axitinib plus toripalimab voor metastatisch mucosaal melanoom (0)
2019-08-13 11:58   ( Nieuws )
Tags:  metastatic mucosal melanoma combined PD-1 blockade and VEGF inhibition
Prof. Jun GuoMetastatisch mucosaal melanoom heeft slecht respons op anti-PD1 monotherapie. Het is bekend dat de vasculaire endotheliale groeifactor (VEGF) een belangrijke immuunsuppressieve rol speelt in het micromilieu van tumoren. Het is denkbaar dat combinatie van PD1-blokkade en VEGF-remming wel resulteert in respons van metastatisch mucosaal melanoom. Een studie van de Peking Universiteit (Beijing) heeft deze hypothese getoetst. Prof. Jun Guo en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De single-center fase 1b-studie includeerde 33 patiënten met metastatisch mucosaal melanoom, onder wie 29 met chemotherapie-naïeve ziekte. De patiënten kregen de PD1-remmer toripalimab (intraveneus 1 of 3 mg/kg iedere twee weken) plus de VEGF-remmer axitinib (oraal 5 mg tweemaal per dag). De behandeling werd voortgezet tot progressie van de ziekte of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Er waren geen doseringslimiterende toxiciteiten. Treatment-emergent adverse events werden gezien in 26 patiënten (79%); vooral graad 1 of 2 diarree, proteïnurie, hand/voet-sydroom, vermoeidheid, AST-of ALT-toename, hypertensie, hypo- of hyperthyreoïdie, en rash. Graad 3 of 4 TRAEs werden gezien in dertien patiënten (39%). Onder de 29 patiënten met chemotherapie-naïeve ziekte werd objectieve respons gezien in veertien (48,3%; 95%-bti 29,4-67,5). De mediane progressievrije overleving was 7,5 maanden (95%-bti 3,7-niet bereikt).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van toripalimab plus axitinib goed verdragen werd en veelbelovende activiteit had in patiënten met metastatisch mucosaal melanoom.

1.Sheng X, Yan X, Chi Z et al. Axitinib in combination with toripalimab, a humanized immunoglobulin G4 monoclonal antibody against programmed cell death-1, in patients with metastatic mucosal melanoma: an open-label phase 1B trial. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Peking University Cancer Hospital (Beijing) found that combination of PD-1 blockade with toripalimab plus VEGF inhibition with axitinib was tolerable and showed promising antitumor activity in patients with treatment-naïve metastatic mucosal melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Intratumorale CD103+ immuuncellen geasssocieerd met goede prognose van HPV-geassocieerd orofarynxcarcinoom (0)
2019-08-12 14:58   ( Nieuws )
Tags:  HPV+OPSCC CD103+ immune cells
Prof. Benjamin SolomonEr is behoefte aan accurate prognostische stratificatie van HPV-geassocieerde orofarynxcarcinomen (HPV+OPSCC) om patiënten de identificeren die in aanmerking kunnen komen voor deïntensificatie van de behandeling. Een studie in twee HPV+OPSCC cohorten in Australië heeft de prognostische betekenis onderzocht van intratumorale abundantie van T-cellen die CD103 tot expressie brengen. Prof. Benjamin Solomon (Peter MacCallum Cancer Centre, Melbourne) en collega’s publiceren de studie online in Annals of Oncology.1

Het trainingscohort bestond uit 189 patiënten en het validatiecohort uit 177 patiënten. In het trainingscohort was met immuunhistochemie bepaalde intratumorale hoge abundantie van CD103+ immuuncellen geassocieerd met uitstekende prognose. In de groep van 19,8% met CD103+ abundatie 30% of hoger was de gecorrigeerde overall survival HR 0,13 (p=0,004). In het validatiecohort werd deze afsnijwaarde bereikt door 20,4%; in deze groep was de OS-HR 0,16 (p=0,02). De vijf-jaars OS van patiënten met hoge abundantie was 100% in beide cohorten.

De onderzoekers concluderen dat kwantificering van intratumorale abundantie van CD103+ immuuncellen prognostische informatie levert onafhankelijk van geaccepteerde klinische parameters zoals TNM-stadium. Deze informatie kan wellicht worden gebruikt voor het identificeren van patiënten die kandidaat zijn voor deïntensificatie van hun behandeling.

1.Solomon B, Young RJ, Bressel M et al. Identification of an excellent prognosis subset of human papillomavirus associated oropharyngeal cancer patients by quantification of intratumoral CD103+ immune cell abundance. Ann Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A study in two independent cohorts in Australia found that in HPV-associated oropharyngeal cancer high intratumoral CD103+ immune cell abundance was independently associated with excellent prognosis (using a ≥ 30% cut-off, found in 19.8% of tumors, HR 0.13; p=0.004). 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van CDK 4/6-remmers plus stereotactische bestraling voor hersenmetastasen van HR+ mammacarcinoom (0)
2019-08-12 14:02   ( Nieuws )
Tags:  HR-positive breast cancer brain metastases CDK4 6 inhibitors stereotactic radiation
Dr. Kamram AhmedCDK 4/6-remmers worden in toenemende mate gebruikt in de setting van gevorderd HR-positief mammacarcinoom. In preklinische experimenten zijn aanwijzingen gezien voor synergie van radiotherapie en CDK 4/6-remmers. Een studie van het Moffitt Cancer Center and Research Institute (Tampa FL) heeft klinische uitkomsten geïnventariseerd van CDK 4/6-remmers plus stereotactische bestraling (SRT) voor hersenmetastasen van HR-positief mammacarcinoom. Dr. Kamram Ahmed en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Neuro-Oncology.1

De retrospectieve studie includeerde vijftien patiënten met tezamen 42 hersenlesies. De patiënten kregen palbociclib (n=10) of abemaciclib (n=5), met SRT voorafgaand aan de CDK 4/6-remmer in achttien lesies, tegelijkertijd met de CDK 4/6-remmer in negen lesies, en na de CDK 4/6-remmer in vijftien lesies. De mediane follow-up na SRT was 9 maanden. Radionecrose werd gezien in twee lesies (5%), die werd gemanaged met steroïden en bevacizumab. De lokale controle was 88% na zes maanden en 88% na twaalf maanden, en de distant brain control was 61% na zes maanden en 39% na twaalf maanden. De mediane overall survival was 36,7 maanden vanaf de diagnose van hersenmetastasen.

De onderzoekers concluderen dat SRT naar hersenmetastasen van mammacarcinoom in combinatie met CDK 4/6-remmers goed verdragen werd. In vergelijking met historische data was de controle van hersenmetastasen vergelijkbaar en de overleving langer.

1.Figura NB, Potluri TK, Mohammadi H et al. CDK4/6 inhibitors and stereotactic radiation in the management of hormone receptor positive breast cancer brain metastases. J Neuro-Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Moffitt Cancer Center (Tampa, FL) found that stereotactic radiation to HR-positive breast cancer brain metastases was well tolerated in combination with CDK 4/6 inhibitors. Compared to historical data, brain metastases control rates were similar whereas survival was prolonged (median OS 36.7 months from brain metastases diagnosis).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)