Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Circulerend tumor DNA voorspelt pembrolizumab-respons van solide tumoren in individuele patiënten (0)
2020-08-04 13:00   ( Nieuws )
Tags:  pembrolizumab for solid tumors personalized ctDNA as predictive biomarker
Immuuncheckpointremmers (ICIs) verbeteren de oncologische uitkomsten van sommige patiënten met maligniteiten, maar er zijn geen betrouwbare biomarkers bekend die patiënten met waarschijnlijkheid van respons op ICIs kunnen identificeren. Een fase 2-studie van het University Health Network in Toronto heeft de waarde onderzocht van niveaus van circulerend tumor (ct)DNA als biomarker van respons van solide tumoren op pembrolizumab. Dr. Trevor Pugh en collega’s publiceren de studie in Nature Cancer.1

De studie includeerde 94 patiënten die pembrolizumab kregen voor vijf verschillende typen solide tumoren. Voor aanvang van de behandeling en na iedere drie cycli stonden de patiënten bloedmonsters af (in totaal 316) waarin de onderzoekers ctDNA-gehalten bepaalden. De baseline ctDNA-gehalten waren geassocieerd met progressievrije overleving, overall survival, respons, en klinisch profijt. In twaalf patiënten werd ctDNA-klaring gezien tijdens de behandeling. Alle twaalf patiënten waren in leven na mediaan 25 maanden follow-up.

De onderzoekers concluderen dat ctDNA-niveau een biomarker is die respons van solide tumoren op pembrolizumab voorspelde, en dat de studie de klinische bruikbaarheid van ctDNA-gebaseerde surveillance voor ICI-behandelde patiënten heeft laten zien.

1.Bratman SV, Yang SYC, Iafolla MAJ et al. Personalized circulating tumor DNA analysis as a predictive biomarker in solid tumor patients treated with pembrolizumab. Nature Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A study at the University Health Network in Toronto found that personalised ctDNA levels were predictive biomarkers for response of solid tumors to pembrolizumab. Among 94 patients ctDNA clearance during pembrolizumab treatment was seen in 12; all 12 patients were alive with median 25 months follow-up.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Debio 1143 plus hoge-dosering cisplatine chemoradiotherapie voor hoog-risico locoregionaal-gevorderd HNSCC (0)
2020-08-04 12:00   ( Nieuws )
Tags:  LA-HNSCC Debio 1143 plus high-dose cisplatin CRT
Prof. Jean BourhisDebio 1143 is een oraal toegediende antagonist van remmer van apoptose-eiwitten, met potentie om de antitumoractiviteit van cisplatine en radiotherapie te verhogen. Een gerandomiseerde fase 2-studie in negentien centra in Frankrijk en Zwitserland heeft de werkzaamheid en veiligheid onderzocht van Debio 1143 in combinatie met standaard chemoradiotherapie (CRT) voor hoog-risico lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van hoofd en hals (LA-HNSCC). Prof. Jean Bourhis (CHUV, Lausanne) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde patiënten in de leeftijd van 18 tot en met 75 jaar met een ECOG performance status 0 of 1 en een geschiedenis van tabaksgebruik (meer dan tien pakjaren), die niet eerder waren behandeld voor hoog-risico LA-HNSCC (gedefinieerd als stadium III, IVa, of IVb; beperkt tot T ≥2, N0-3, M0). Ze kregen drie drie-weekse cycli Debio 1143 (200 mg eens per dag op dagen één tot en met veertien; n=48) of placebo (zelfde schema, n=48) toegevoegd aan hoge-dosering cisplatine-gebaseerde CRT. Het primair eindpunt van de studie was locoregionale controle achttien maanden na de CRT.

De mediane duur van follow-up was 25,0 maanden (IQR 19,6-29,4) in de Debio 1143-groep en 24,2 maanden (IQR 6,6-26,8) in de placebogroep. Locoregionale controle achttien maanden na de CRT werd gezien in 54% van de patiënten in de Debio 1143-groep versus 33% van de patiënten in de placebogroep (OR 2,69; p=0,026). Graad 3 of hoger adverse events, voornamelijk dysfagie, mucositis en anemie, werden gerapporteerd voor 85% van de patiënten in de Debio 1143-groep en 87% van de patiënten in de placebogroep. Twee patiënten overleden aan AEs, beiden in de placebogroep.

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van Debio 1143 aan hoge-dosering cisplatine-gebaseerde CRT resulteerde in verbetering van de locoregionale controle onder patiënten met hoog-risico LA-HNSCC.

1.Sun X-S, Tao Y, Le Tourneau C et al. Debio 1143 and high-dose cisplatin chemoradiotherapy in high-risk locoregionally advanced squamous cell carcinoma of the head and neck: a double-blind, multicentre, randomised, phase 2 study. Lancet Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A randomized phase 2 study in France and Switzerland compared Debio 1143 versus placebo, both added to high-dose cisplatin-based chemoradiotherapy for high-risk locally advanced HNSCC. Locoregional control after 18 months was seen in 54% of patients in the Debio 1143 group versus 33% in the placebo group (OR 2.69; p=0.026).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Eerdere primaire maligniteiten in Zweedse patiënten met mammacarcinoom (0)
2020-08-03 15:00   ( Nieuws )
Tags:  previously diagnosed primary malignancies in Swedish breast cancer patients
Dr. Jenny NyqvistMeerdere typen primaire maligniteiten die kunnen worden veroorzaakt door behandeling voor mammacarcinoom zijn goed beschreven. Er is veel minder informatie beschikbaar over other previous primary malignancies (OPPMs) die worden gezien voorafgaand aan een diagnose mammacarcinoom. Een studie van Sahlgrenska Universiteit (Gothenburg, Zweden) heeft trends in OPPMs van mammacarcinoompatiënten tussen begin 2007 en eind 2018 geïnventariseerd. Dr. Jenny Nyqvist en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1



In de studieperiode werd in het Sahlgrenska ziekenhuis mammacarcinoom vastgesteld in 8031 patiënten. De prevalentie van mammacarcinoompatiënten met OPPMs (n=414) nam toe van 2,6% van de patiënten in 2007 (n=17) tot 8,2% van de patiënten in 2018 (n=-59). De hoogste prevalentie onder de OPPMs werden gezien voor gynecologische maligniteiten, melanoom, en gastroïntestinale maligniteiten. Deze resultaten werden gevalideerd aan de hand van gegevens van de Zweedse Kankerregistratie voor de regio Gothenburg en omgeving.

De onderzoekers concluderen dat de prevalentie van OPPMs in mammacarcinoompatiënten in Gothenburg en omgeving tussen begin 2007 en eind 2018 toegenomen is. Deze waarneming kan implicaties hebben voor screening en implementatie van preventieprogramma’s.

1.Nyqvist J, Parris TZ, Helou K et al. Previously diagnosed multiple primary malignancies in patients with breast carcinoma in Western Sweden between 2007 and 2018. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Sahlgrenska University (Gothenburg, Sweden) found an increasing trend in other previous primary malignancies in Sahlgrenska breast cancer patients, from 2.6% of patients in 2007 to 8.2% in 2018. Most OPPMs were gynecological malignancies, melanoma, and gastrointestinal malignancies. These findings were validated using regional data of the Swedish Cancer Registry.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Herintroductie van immuuncheckpointremmers na immuun-gerelateerde meningitis in patiënten met melanoom (0)
2020-08-03 14:00   ( Nieuws )
Tags:  melanoma immune-related meningitis reintroduction of ICIs
Prof. Antoine CarpentierAnti-CTLA-4 en anti-PD-L1 immuuncheckpointremmers (ICIs) verbeteren de oncologische uitkomsten van sommige patiënten met melanoom, maar zijn ook geassocieerd met verhoogd risico van immuun-gerelateerde bijwerkingen, waaronder meningitis. Een kleine studie in twee ziekenhuizen in Parijs (Hôpital Saint-Louis en Hôpital Cochin ) heeft de veiligheid onderzocht van reïntroductie van de ICIs na resolutie van immuun-gerelateerde meningitis. Prof. Antoine Carpentier (Saint-Louis) en collega’s publiceren de studie in het Journal for Immunotherapy of Cancer.1

Tussen begin oktober 2015 en eind oktober 2019 werd in de twee ziekenhuizen meningitis vastgesteld in zeven patiënten die ICIs kregen voor melanoom. De diagnose werd gebaseerd op (1) een klinisch patroon compatibel met meningitis, (2) meer dan 8 lymfocyten per kubieke millimeter en/of meer dan 0,45 g/l eiwit in cerebrospinale vloeistof, zonder detectie van bacteriën/virussen of tumorcellen, en (3) normale brain/spine imaging. De patiënten werden gedurende tenminste zes maanden na de meningitis-diagnose gevolgd. Vier patiënten kregen prednison 1 mg/kg, resulterend in volledig herstel binnen twee weken; de drie andere patiënten verbeterden spontaan binnen drie weken. Gelet op deze gunstige uitkomst werden in alle zeven patiënten de ICIs opnieuw gestart. Deze rechallenge werd goed verdragen, zonder recidief van de meningitis.

De onderzoekers concluderen dat in deze patiëntenserie het klinisch beloop van de meningitis gunstig was, en dat steroïden niet altijd vereist waren. Herintroductie van ICIs na meningitis was veilig, en kan dus overwogen worden in geval van ICI-gerelateerde meningitis.

1.Cuzzubbo S, Tetu P, Guegan S et al. Reintroduction of immune-checkpoint inhibitors after immune-related meningitis: a case series of melanoma patients. J ImmunoTher Cancer 2020-001034

Summary: In a series of patients of two hospitals in Paris who developed meningitis after introduction of immune checkpoint inhibitors for melanoma, reintroduction of the ICIs after resolution of the meningitis was safe, without meningitis recurrence.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van mammacarcinoom-subtype op uitkomsten na Gamma Knife radiochirurgie voor hersenmetastasen (0)
2020-08-03 13:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer brain metastases impact of subtype on GKS outcomes
Dr. Yasuo IwadateHersenmetastasen van mammacarcinoom (BCBMs) zijn geassocieerd met neurologische defecten. Gamma Knife radiochirurgie (GKS) is een belangrijke behandelingsmodaliteit voor BCBMs. Een multicenterstudie in Japan heeft de impact van mammacarcinoom-subtype onderzocht op de uitkomsten van GKS voor BCBMs. Dr. Yasuo Iwadate (Universiteit van Chiba0 en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie, uitgevoerd in zestien GKS-centra in Japan, includeerd 439 patiënten met één tot en met tien BCBMs. De mediane overall survival was 10,4 maanden na de GKS voor patiënten met triple-negatieve ziekte; 13,7 maanden voor patiënten met Luminal ziekte; 31,4 maanden voor patiënten met HER2 ziekte; en 35,8 maanden voor patiënten met Luminal-HER2 ziekte (p<0,0001). Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met slechtere OS waren slechte controle van de primaire ziekte (HR 1,84; p<0,0001), actieve extracraniële ziekte (HR 2,76; p<0,0001), neurologische symptomen (HR 1,44; p=0,01), en HER2-negativiteit (HR 2,66; p<0,0001). HER2-positiviteit was een risicofactor voor lokaal recidief (p=0,03) maar ook geassocieerd met lager risico van neurologische dood (p=0,03).

De onderzoekers concluderen dat HER2-positiviteit geassocieerd was met langere OS na GKS.

1.Aoyagi K, Higuchi Y, Matsunaga S et al. Impact of breast cancer subtype on clinical outcomes after Gamma Knife radiosurgery for brain metastases from breast cancer: a multi-institutional retrospective study (JLGK1702). Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in Japan investigated the impact of breast cancer subtype on clinical outcomes after Gamma Knife radiosurgery for breast cancer brain metastases. The median OS after GKS was 10.4 months in triple negative, 13.7 months in Luminal, 31.4 months in HER2, and 35.8 months in Luminal-HER2 subtype BC (p<0.0001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Eerstelijns pazopanib voor intermediair- of hoog-risico metastatisch heldercellig niercelcarcinoom (0)
2020-08-03 12:04   ( Nieuws )
Tags:  FLIPPER trial metastatic clear cell RCC first-line pazopanib
Prof. Michael StaehlerDe mTOR-remmer temsirolimus is gedurende lange tijd de enige standaard eerstelijns behandeling met overall survival profijt geweest in hoog-risico metastatisch niercelcarcinoom (mRCC). De multitarget tyrosinekinaseremmer pazopanib is standaard eerstelijns behandeling voor gunstig-risico mRCC. De multicenter FLIPPER-studie in Duitsland heeft de werkzaamheid van eerstelijns pazopanib voor intermediair- en hoog-risico mRCC geïnventariseerd. Prof. Michael Staehler (Ludwig-Maximilans Universität, München) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

FLIPPER includeerde 60 patiënten met gevorderd of metastatisch intermediair-risico (35%) of hoog-risico (65%) heldercellig RCC. De mediane leeftijd was 66 jaar, en 82% van de patiënten had een Karnofsky performance score 70% of lager. De patiënten kregen oraal pazopanib 800 mg eenmaal daags. Het primaire eindpunt van de studie was het percentage progressievrije patiënten na zes maanden. Onder de 34 voor werkzaamheid evalueerbare patiënten was deze PFS6 35,3% (95%-bti 19,7-53,5). De ORR was 32,4% (95%-bti 17,4-50,5) en de mediane duur van respons was 9,7 maanden (95%-bti 1,8-12,4). De mediane PFS was 4,5 maanden (95%-bti 3,6-7,8) en de mediane overall survival was 9,3 maanden (95%-bti 6,6-22,2). De meest gerapporteerde graad 3 of 4 adverse event was hypertensie (4,7% van de 43 voor veiligheid evalueerbare patiënten); er waren geen graad 5 AEs.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns pazopanib voor intermediair- en hoog-risico heldercellig mRCC werkzaam was en goed verdragen werd.

1.Staehler M, Panic A, Goebell PJ et al. First-line pazopanib in intermediate- and poor-risk patients with metastatic renal cell carcinoma: final results of the FLIPPER trial. Int J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: The multicenter FLIPPER trial in Germany found activity and tolerability of first-line pazopanib for intermediate- and poor-risk advanced or metastatic clear cel renal cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Moleculaire risicostratificatie van patiënten met endometrioïd ovariumcarcinoom (0)
2020-08-02 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ENOC molecular risk stratification
Dr. Michael AnglesioEndometrioïd ovariumcarcinoom (ENOC) is over het algemeen geassocieerd met een meer gunstige prognose dan andere typen ovariumcarcinoom. Desondanks wordt bij de behandeling van ovariumcarcinoom een one-size-fits-all benadering gehanteerd. Aangezien ENOC veel klinische en moleculaire kenmerken gemeen heeft met endometrioïd endometriumcarcinoom (EC) is het denkbaar dat de moleculaire risicostratificatie van EC ook waarde heeft voor ENOC-patiënten. Een multinationale analyse in The Cancer Genome Atlas heeft deze hypothese onderzocht. Dr. Michael Anglesio (University of British Columbia, Vancouver) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Cancer Research.1

Op basis van immuunhistochemische en mutatie-biomarkers werden 511 ENOC-tumoren onderscheiden in vier EG-geïnspireerde moleculaire subtypen: laag-risico POLE mutant (POLEmut-groep; 3,5%), matig-risico mismatch repair deficient (MMRd-groep; 13,7%), hoog-risico p53 abnormal (p53abn-groep; 9,6%) en matig-risico zonder specifiek moculair profiel (NSMP-groep; 73,2%). De mediane overall survival was 18,1 jaar in de NSMP-groep; 12,3 jaar in de MMRd-groep; 4,7 jaar in de p53abn-groep; en niet-bereikt in de POLEmut-groep. In multivariate analyse waren deze subtypen onafhankelijk van stadium, graad, en residuele ziekte voorspellend voor de prognose.

De onderzoekers concluderen dat EC-geïnspireerde moleculaire klassering onafhankelijke prognostische informatie levert voor ENOC.

1.Krämer P, Talhouk A, Brett MA et al. Endometrial cancer molecular risk stratification is equally prognostic for endometrioid ovarian carcinoma. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational TCGA analysis found that endometrial cancer-inspired molecular subtyping of endometrioid ovarian cancer provided independent prognostic information.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cytosponge-TFF3 versus gebruikelijke zorg voor identificatie van Barrett slokdarm in eerstelijns zorg setting (0)
2020-08-02 13:29   ( Nieuws )
Tags:  Barrett’s oesophagus Cytosponge-trefoil factor 3
Prof. Rebecca FitzgeraldTijdige detectie en behandeling van Barrett slokdarm (BO) kan wellicht resulteren in preventie van progressie naar adenocarcinoom. De optimale diagnostische strategie voor BO is niet duidelijk. De Cytosponge-trefoil factor 3 (TFF3) is een niet-endoscopische test voor BO die in de setting van de eerstelijns zorg kan worden uitgevoerd door een praktijkondersteuner. Een gerandomiseerde studie in 109 primaire-zorgpraktijken in Engeland heeft Cytosponge-TFF3 vergeleken met gebruikelijke zorg. Prof. Rebecca Fitzgerald (University of Cambridge) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

De studie includeerde patiënten in de leeftijd van 50 jaar of ouder, die gedurende tenminste zes maanden maagzuurremmers hadden gekregen voor refluxsymptomen en in de vijf jaar voorafgaande aan de inclusie geen endoscopie hadden ondergaan. Ze werden per praktijk gerandomiseerd naar uitnodiging voor Cytosponge-TFF3 (n=6983) of gebruikelijke zorg (n=6531). Uiteindelijk ondergingen 1750 patiënten (mediane leeftijd 69 jaar) inderdaad de Cytosponge test. Onder deze patiënten werd de test in 95% succesvol uitgevoerd. In 231 patiënten (3%) was de test positief; deze patiënten werden verwezen voor endoscopie. De patiënten die de uitnodiging voor de Cytosponge test afwezen en de patiënten in de gebruikelijke-zorggroep ondergingen alleen endoscopie als hun behandelaar dat noodzakelijk achtte.

Gedurende gemiddeld 12 maanden follow-up werd BO gediagnostiseerd in 140 van 6834 patiënten (2%) in de interventiegroep en 13 van 6388 patiënten (0,2%) in de gebruikelijke-zorggroep (p<0,0001). In de interventiegroep werden negen patiënten gediagnostiseerd met dysplastische BO of stadium I maligniteit; versus nul patiënten in de gebruikelijke-zorggroep. In één patiënt liet de Cytosponge los van de draad, waarna endoscopische verwijdering noodzakelijk was. De meest-gebruikelijke bijwerking was keelpijn in 4% van de deelnemers.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met refluxsymptomen uitnodiging voor de Cytosponge-TFF3 test resulteerde in verbeterde detectie van BO en diagnose van behandelbare dysplasie en vroege maligniteit.

1.Fitzgerald RC, di Pietro M, O’Donovan M et al. Cytosponge-trefoil factor 3 versus usual care to identify Barrett’s oesophagus in a primary care setting: a multicentre, pragmatic, randomised controlled trial. The Lancet 2020;396:333-344

Summary: A randomized study among English general practice patients with gastro-oesophageal reflux found that the offer of Cytosponge-TTF3 testing compared with usual care resulted in improved detection of Barrett’s oesophagus. Cytosponge-TFF3 testing could also lead to the diagnosis of treatable dysplasia and early cancer. This strategy will lead to additional endoscopies with some false positive results.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)