Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Impact van ras op uitkomsten van eerstelijns abirateron of enzalutamide voor mCRPC (0)
2022-01-06 13:00   ( Nieuws )
Tags:  mCRPC first-line abiraterone or enzalutamide AA versus NHW patients
Dr. Ravi ParikhZwarte patiënten (AA) waren vergeleken met blanke (NHW) patiënten ondervertegenwoordigd in klinische fase 3-studies van metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC). Een real-world studie heeft uitkomsten van eerstelijns abirateron en eerstelijns enzalutamide voor mCRPC in AA- versus NHW-mannen vergeleken. Dr. Ravi Parikh (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

In de Flatiron Health database identificeerden de onderzoekers 3808 mannen die tussen begin 2012 en eind 2018 eerstelijns behandeling kregen voor mCRPC. Onder deze patiënten waren 2615 NHW-patiënten (68,7%; gemiddelde leeftijd bij diagnose 74 ± 8 jaar) en 404 AA-patiënten (10,6%; 69 ± 9 jaar). Er waren 1729 patiënten die abirateron-gebaseerde eerstelijns behandeling kregen (45,4%) en 1155 patiënten die enzalutamide-gebaseerde eerstelijns behandeling kregen (30,3%). Het eindpunt van de studie was overall survival gemeten vanaf het begin van eerstelijns behandeling.

De mediane follow-up was 13 maanden (IQR 7-22). De figuur laat zien dat onder patiënten die eerstelijns abirateron kregen de mediane OS significant langer was voor AA-patiënten dan voor NHW-patiënten (23 versus 17 maanden; IPTW-HR 0,76; 95%-bti 0,60-0,98); een dergelijk verschil werd niet gezien onder patiënten die eerstelijns enzalutamide kregen (23 versus 21 maanden; 0,87; 0,66-1,14). Er was een race-by-treatment interactie voor eerstelijns abirateron versus eerstelijns enzalutamine (NHW HR 1,21; 95%-bti 1,06-1,38 en AA 1,05; 0,74-1,50; p voor interactie 0,02). Eerstelijns abirateron versus enzalutamide was geassocieerd met kortere mediane OS onder NHW-patiënten (17 maanden versus 20 maanden; IPTW-HR 1,21; 95%-bti 10,6-1,38).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die eerstelijns systemische therapie kregen voor mCRPC, AA-patiënten die abirateron kregen betere OS hadden dan NHW-patiënten.

1.Mara M, Long Q, MamtaniR et al. Outcomes among African American and non-Hispanic white men with metastatic castration-resistant prostate cancer with first-line abiraterone. JAMA Network Open 2022;5:e2142093.

Summary: A retrospective cohort study using the Flatiron Health database found that among patients receiving first-line systemic therapy for mCRPC, African American men who received abiraterone had improved overall survival compared with non-Hispanic white men.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Biomarkers in bloedmonsters identificeren maligniteiten in patiënten met niet-specifieke symptomen (0)
2022-01-05 16:00   ( Nieuws )
Tags:  patients with non specific symptoms metabolomic biomarkers of cancer
Dr. Fay ProbertVroege diagnose van maligniteiten is van belang voor het verbeteren van de uitkomsten. In patiënten met niet-specifieke symptomen kan het stellen van een diagnose problematisch zijn. Een groep onderzoekers van de University of Oxford (UK) heeft eerder laten zien dat in diermodellen NMR-analyse van metabole biomarkers maligniteiten kan detecteren. Dr. Fay Probert en collega’s publiceren nu in Clinical Cancer Research en studie van de waarde van NMR-analyse van biomarkers in bloedmonsters voor de detectie van maligniteiten en onderscheid tussen vroege en metastatische ziekte in patiënten met niet-specifiek symptomen, die door de huisarts worden verwezen als low-risk but not no-risk.1

De studie includeerde 304 patiënten met nonspecific signs and symptoms die in 2017 en 2018 door de eerstelijns zorg werden verwezen naar het Oxfordshire Suspected Cancer multidisciplinair centrum. De patiënten stonden bloedmonsters af voor NMR metabolomics analyses. De analyses resulteerden identificatie van patiënten met solide tumoren onder de 92 patiënten in de validatieset met een area under the ROC curve van 0,83 (95%-bti 0,72-0,95), met een maximale sensitiviteit van 94% (73-99) en specificiteit van 82% (75-87). Binnen de groep van patiënten met maligniteiten kon NMR metabolomics de patiënten met metastatische ziekte identificeren met sensitiviteit 94% (95%-bti 72-99) en specificiteit 88% (53-98).

De onderzoekers concluderen dat in een niet-geselecteerde groep patiënten die door de eerstelijns zorg worden verwezen met niet-specifieke symtomen, NMR metabolomics kan bijdragen aan de identificatie van patiënten met maligniteiten, en onderscheid kan maken tussen patiënten met en zonder metastatische ziekte.

1.Larkin JR, Anthony S, Johanssen VA et al. Metabolomic biomarkers in blood samples identify cancers in a mixed population of patients with nonspecific symptoms. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A study at the University of Oxford (UK) found that for a mixed group of patients referred from primary care with nonspecific signs and symptoms, NMR-based metabolomics can assist in identifying patients with cancer, and differentiate those with and without metastatic disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van overlevingsimpact van stoppen met roken bij diagnose longcarcinoom (0)
2022-01-05 14:30   ( Nieuws )
Tags:  quitting smoking at or around diagnose lung cancer impact on OS
Dr. Saverio CainiStoppen met roken verlaagt het risico van ontwikkeling van longmaligniteiten. Het is niet duidelijk wat de overlevingsimpact is van stoppen met roken op het moment van of kort na een diagnose longcarcinoom. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft deze impact onderzocht. Dr. Saverio Caini (ISPRO, Florence) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Thoracic Oncology.1



In de literatuur tot november 2021 vonden de onderzoekers 21 voor het onderwerp relevante studies, met tezamen meer dan 10.000 rokende patiënten met een diagnose longcarcinoom. Er was aanzienlijke variatie tussen studies in termen van studieopzet, patiëntkenmerken, en duur van follow-up. In meta-analyse was stoppen met roken op het moment van of kort na de diagnose geassocieerd met statistisch significante verbetering van de overall survival, zowel onder alle patiënten (summary relative risk 0,80; 95%-bti 0,73-0,96) als onder patiënten met NSCLC (0,79; 0,67-0,93), onder patiënten met SCLC (0,75; 0,57-0,99), en onder niet voor histologie geselecteerde patiënten (0,81; 0,68-0,96).

De onderzoekers concluderen dat ook na een diagnose longcarcinoom stoppen met roken overlevingsvoordeel kan opleveren.

1.Caini S, Del Riccio M, Vettori V et al. Quitting smoking at or around diagnosis improves the overall survival of lung cancer patients: a systematic review and meta-analysis. J Thor Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: Systematic review and meta-analysis of 21 studies (over 10,000 lung cancer patients) found that quitting smoking at or around diagnosis was significantly associated with improved overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Hilotherapie versus frozen gloves voor profylaxe van taxaan-gerelateerde bijwerkingen in vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2022-01-05 13:00   ( Nieuws )
Tags:  taxane-related patient-reported outcomes hilotherapy versus frozen gloves
Dr. Annemarie CoolbrandtPreventie van taxaan-gerelateerde toxiciteit van de extremiteiten is van belang voor de kwaliteit van leven van patiënten en voor adherentie aan de behandeling. In verscheidene studies is profylactische werkzaamheid gezien van koeling van handen en voeten met frozen gloves. In tegenstelling tot FG levert hilotherapie koeling op constante temperatuur. Een prospectieve studie van de Universiteitsziekenhuizen Leuven (België) heeft hilotherapie vergeleken met frozen gloves voor de preventie van patiënt-gerapporteerde toxiciteiten van handen en voeten van patiënten die taxaan-gebaseerde therapie kregen voor vroeg-stadium mammacarcinoom. Dr. Annemarie Coolbrandt en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1


De studie includeerde 62 patiënten die wekelijks paclitaxel 80 mg/m2 of driewekelijks docetaxel 75 mg/m2 kregen. De patiënten kregen hilotherapie aan de rechterhand en -voet en frozen gloves aan de linkerhand en –voet. Patiënt-gerapporteerde uitkomsten werden verzameld voor aanvang van de behandeling en zes, twaalf, achttien, en vierentwintig weken na aanvang van de behandeling. Primair eindpunt van de studie was incidentie van alle graden bijwerkingen (perifere neuropathie, pijn, en nageltoxiciteit); secundair eindpunt was de incidentie van graad 2 en hoger bijwerkingen. Incidentie van alle graden bijwerkingen was niet significant verschillend tussen beide behandelingen (85,5% met hilotherapie en 90,3% met frozen gloves; p=1,00); incidentie van graad 2 en hoger bijwerkingen was significant lager met hilotherapie dan met frozen gloves (43,6% versus 61,3%; p=0,013).

De onderzoekers concluderen dat vergeleken met frozen gloves hilotherapie resulteerde in betere preventie van graad 2 en hoger patiënt-gerapporteerde bijwerkingen.

1.Coolbrandt A, Vancoille K, Dejaeger E et al. Preventing taxane-related peripheral neuropathy, pain, and nail toxicity: a prospective self-controlled trial comparing hilotherapy with frozen gloves in early breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: A prospective study in Belgium found that compared to frozen gloves, continuous cooling of hands and feet using hilotherapy results in better prevention of grade 2 and higher side-effects in patients receiving taxane-based chemotherapy for early-stage breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

PTEN-promotermethylering voorspelt prognose na adjuvant tamoxifen voor HR-positief vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2022-01-04 16:00   ( Nieuws )
Tags:  adjuvant tamoxifen for HR-positive early breast cancer PTEN promoter methylation and prognosis
Er is behoefte aan biomarkers voor resistentie tegen endocriene therapie in patiënten met HR-positief mammacarcinoom (BC). In vitro experimenten hebben laten zien dat downregulering van PTEN-expressie leidt tot resistentie van BC-cellen tegen tamoxifen. Een studie in het West China Ziekenhuis van de Sichuan Universiteit (Chengdu) heeft de predictieve rol van PTEN-promotermethylering en PTEN-expressie in patiënten die adjuvant tamoxifen kregen voor vroeg-stadium BC geïnventariseerd. Dr. Xiaorong Zhong en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 105 patiënten met stadium I tot en met III HR-positief BC die tussen begin 2001 en eind 2013 vijf jaar (of tot recidief) adjuvant tamoxifen kregen. De PTEN-expressie en DNA-methylering van drie sequenties van de PTEN-promoter (-1143 tot -1107 bp, -819 tot -787 bp, en -663 tot -593 bp) werden bepaald in primair-tumorweefsel.

De mediane follow-up was 14,7 maanden. De figuur laat zien dat de groepen met lage, matige, en hoge PTEN-expressie significant verschillende ziektevrije overleving (42,3% versus 55% versus 81% na tien jaar; p=0,027) en overall survival (65% versus 84,2% versus 90.5%’ p=0,019) hadden. Hogere methylering van de tweede promotersequentie, maar niet de eerste of de derde, was in multivariate analyse geassocieerd met toename van het risico van recidief (HR 2,60) en overlijden (HR 3,79). Deze risicoverhogingen werden alleen gezien in patiënten met hoge methylering van het – 796 CpG-eiland. In een cohort van 159 patiënten in The Cancer Genome Atlas werd eveneens een hogere trend van hoge methylering van het -796 CpG-eiland met kortere DFS en OS gezien (p=0,057).

De onderzoekers concluderen dat lage PTEN-expressie en hoge methylering van de promoter-sequentie -819 tot -787 bp in tumorweefsel voorspellend was voor slechte DFS en OS na adjuvant tamoxifen voor HR-positief mammacarcinoom.

1.Fan Y, Xie G, Wang Z et al. PTEN promoter methylation predicts 10-year prognosis in hormone receptor-positive early breast cancer patients who received adjuvant tamoxifen endocrine therapy. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: A study study at West China Hospital of Sichuan University found that low PTEN expression and high methylation of its promoter sequence -819 to -787 bp in breast cancer tissue predict poor DFS and OS in hormone receptor-positive early breast cancer patients who received adjuvant tamoxifen.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspellers van uitkomsten na bereiken van complete respons op initiële behandeling voor multipel myeloom (0)
2022-01-04 14:30   ( Nieuws )
Tags:  MM prognostic variables in patients achieving CR on initial therapy
Prof. Shaji KumarBereiken van complete respons (CR) op behandeling van multipel myeloom (MM) is in klinische studies geassocieerd met verbetering van overlevingsuitkomsten. De impact van andere baseline prognostische variabelen in patiënten die CR bereiken in de klinische praktijk is niet goed beschreven. Een studie van de Mayo Clinic (Rochester MN) heeft deze impact geïnventariseerd. Prof. Shaji Kumar en collega’s publiceren de studie in het American Journal of Hematology.1

De studie includeerde 1869 patiënten met een nieuwe diagnose MM. Bereiken van CR werd gedefinieerd als tenminste twee negatieve serum en urine monoklonaal eiwit immunofixatietesten. Patiënten die binnen 24 maanden na de diagnose CR bereikten. Met landmark na 24 maanden was onder CR-patiënten versus niet-CR patiënten de mediane progressievrije overleving 29,8 versus 20,9 maanden (p≤0,0002) en de mediane overall survival 104 versus 70 maanden (p<0,0001). De impact van CR op PFS en OS bleef significant na correctie voor baseline FISH-risico, ISS-risico, geslacht, en transplantatiestatus. Baseline FISH en ISS waren niet geassocieerd met PFS of OS onder patiënten die CR bereikten. Voorspellers van slechtere OS binnen het CR-cohort waren leeftijd hoger dan 75 jaar, mannelijk geslacht, hypoalbuminemie, en niet-IgG betrokken zware keten.

De onderzoekers concluderen dat de studie bevestigt dat bereiken van CR binnen twee jaar na de diagnose geassocieerd is met verbetering van overlevingsuitkomsten en neutralisering van de impact van FISH- en ISS-risico in een cohort van MM-patiënten in de klinische praktijk.

1.Kaddoura M, Binder M, Dingli D et al. Impact of achieving a complete response to initial therapy of multiple myeloma and predictors of subsequent outcome. Am J Hematol 2021; epub ahead of print

Summary: A study at the Mayo Clinic (Rochester, MN) found that in a clinical practice cohort of multiple myeloma patients achievement of complete response to initial therapy within two years from diagnosis was associated with improvement in survival outcomes and neutralization of the impact of FISH and ISS risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Brochure versus film als bron van informatie over genexpressieprofilering (0)
2022-01-04 13:00   ( Nieuws )
Tags:  IMPARTER leaflet versus film impact on understanding of GEP
Prof. Lesley FallowfieldGenexpressieprofilering (GEP) kan bijdragen aan het maken van rationele keuzen in de behandeling van patiënten met mammacarcinoom. Kennis en begrip van GEP is niet bij alle patiënten optimaal. De gerandomiseerde IMPARTER studie in het Verenigd Koninkrijk heeft de waarde van voorlichtingsbrochures en voorlichtingsfilms over GEP als informatiebron geïnventariseerd. Prof. Lesley Fallowfield (University of Sussex, Brighton) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 120 vrouwen, in de leeftijd van 45 tot en met 75 jaar, zonder geschiedenis van maligniteiten. De figuur toont de flow chart van de studie. Na het verkrijgen van informatie op T1 en T2 beantwoordden de deelnemers negen vragen over GEP; de maximale score was 18 punten. Het primaire eindpunt van de studie was vergelijking van de kennis van de deelnemers op tijdstip T1 na lezen van de brochures of zien van de films. Secundaire uitkomsten waren impact van de volgorde van beide bronnen op het begrip, en voorkeur van de deelnemers.


De T1 gemiddelde scores waren hoger na het zien van de film dan na het lezen van de brochures (13,37 versus 9,25; p<0,0001). Eerst lezen van brochures gevolgd door zien van films resulteerde in toename van de scores bij alle deelnemers (gemiddeld 6,08 punten hoger dan de T1-score van 9,25; p<0,0001) terwijl eerst zien van films gevolgd door lezen van brochures resulteerde in afname van de scores (gemiddeld 1,55 punten lager dan de T1-score van 13,37; p<0,001). De meerderheid van de deelnemers (88 van 120; 73,3%) gaf aan de films te prefereren boven de brochures, ongeacht of deze betrekking hadden op Oncotype DX of op Prosigna.

De onderzoekers concluderen dat voor het overbrengen van GEP-informatie aan leken films de voorkeur dienen te hebben boven brochures.

1.Fallowfield LJ, Farewell D, Jones H et al. IMPARTER, phase 1 of an intervention to improve patients’ understanding of gene expression profiling tests in breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: The randomized IMPARTER study in the UK found that information films compared with leaflets significantly improved knowledge about gene expression profiling.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cardiotoxiciteit in patiënten die radiotherapie en trastuzumab krijgen voor HER2-positief mammacarcinoom (0)
2022-01-03 16:00   ( Nieuws )
Tags:  HERA trial RT and trastuzumab for HER2-positive breast cancer cardiotoxicity
Dr. Youssef ZeidanEerdere studies hebben laten zien dat trastuzumab geassocieerd is met cardiale dysfunctie in patiënten met HER2-positief mammacarcinoom. Een retrospectieve analyse in het cohort van de multinationale fase 3-studie HERA inventariseerde cardiotoxiciteit in patiënten die radiotherapie (RT) en trastuzumab kregen voor HER2-positief mammacarcinoom. Dr. Youssef Zeidan (American University of Beirut, Libanon) en collega’s publiceren de analyse in het International Journal of Radiation Oncology.1

De analyse includeerde patiënten in drie groepen: groep één bestond uit 1270 patiënten die trastuzumab en linkszijdige RT kregen, groep twee telde 1271 patiënten die trastuzumab en rechtszijdige RT kregen, en groep drie bestond uit 780 patiënten die alleen trastuzumab kregen. De hartfunctie van de patiënten werd gemonitord gedurende mediaan 11 jaar follow-up. Primaire eindpunten van de analyse waren veranderingen in linkerventrikelejectiefractie (LVEF) en optreden van cardiovasculaire gebeurtenissen.

De incidentie van echocardiografisch bepaalde afname van de LVEF was 9,18% in groep één, 8,99 in groep twee, en 8,80% in groep drie, zonder significante verschillen tussen de groepen (p=0,073). De incidentie van cardiovasculaire gebeurtenissen was laag in alle groepen, met de laagste incidentie in groep drie (0,62%), gevolgd door groep twee (0,92%) en groep één (1,08%, wederom zonder significante verschillen tussen de groepen (p=0,619). In univariate en multivariate competing-risks regressie-analyses werden geen aanwijzingen gezien voor verhoging van het risico van LVEF-afname of cardiovasculaire gebeurtenissen door linkszijdige of rechtszijdige RT.

De onderzoekers concluderen dat de analyse suggereert dat toevoegen van RT aan trastuzumab voor HER2-positief mammacarcinoom niet geassocieerd is met verhoging van de cardiotoxiciteit.

1.Bachir B, Anouti S, Jaoude JA et al. Evaluation of cardiotoxicity in HER-2 positive breast cancer patients treated with radiation therapy and trastuzumab. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2022; epub ahead of print

Summary: Retrospective analysis within the multinational phase 3 HERA trial cohort evaluated cardiotoxicity in HER2-positive breast cancer patients treated with radiation therapy and trastuzumab. The study found no evidence that RT does significantly increase the risk of cardiotoxicuty in patients treated with trastuzumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)