Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Score voor voorspellen negentig-dagen mortaliteit na CCRT voor lokaal-gevorderd HNSCC (0)
2020-03-27 16:00   ( Nieuws )
Tags:  LA-HNSCC predicting 90-day mortality after concurrent chemoradiotherapy
Dr. Szu-Yuan WuRadiotherapie of concurrente chemoradiotherapie (CCRT) voor lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van hoofd en hals (LA-HNSCC) kan ernstige toxiciteit veroorzaken. Er is behoefte aan een methode voor het voorspellen van overleving na CCRT voor LA-HNSCC, om voor de patiënten met hoog mortaliteitsrisico een minder agressieve behandeling te kunnen kiezen. Een prognostische studie in Taiwan heeft geresulteerd in een scoresyteem dat voor aanvang van de CCRT de negentig-dagen mortaliteit na voltooiing van de behandeling voorspelt. Dr. Szu-Yuan Wu (Lotung Poh-Ai ziekenhuis, Luodong) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 16.029 patiënten met LA-HNSCC die tussen begin 2006 en eind 2015 CCRT voltooiden. Onder deze patiënten waren er 1068 (6,66%) die overleden binnen negentig dagen na het voltooien van CCRT. Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met negentig-dagen mortaliteit waren leeftijd 50 jaar of ouder (gecorrigeerd HR 1,263; p<0,001), leeftijd 70 jaar of ouder (aHR 2,183; p<0,001), pneumonie (aHR 1,946; p<0,001), sepsis (aHR 3,005; p<0,001), hemiplegie (aHR 1,430; p=0,01), matige or ernstige nierziekte (aHR 2,054; p<0,001), leukemie (aHR 4,541; p=0,03), en niet-HNSCC metastatisch solide maligniteit (aHR 1,457; p<0,001). Op basis van deze factoren stelden de onderzoekers een scoresysteem op dat patiënten onderverdeelde in vier groepen met zeer laag, laag, matig, en hoog risico van negentig-dagen mortaliteit. De negentig-dagen mortaliteit in deze vier groepen was respectievelijk 3,37%; 5,00% tot 10,98%; 16,15% tot 29,13%; en 33,93% tot 37,50%.

De onderzoekers concluderen dat ze een scoresysteem hebben opgesteld dat de negentig-dagen mortaliteit na CCRT voor LA-HNSCC kan voorspellen.

1.Lin K-C, Chen T-M, Yuan KS-P et al. Assessment of predictive scoring system for 90-day mortality among patients with locally advanced head and neck squamous cell carcinoma who have completed concurrent chemoradiotherapy. JAMA Network Open 2020;3:e1920671

Summary: A prognostic study in Taiwan resulted in a scoring system that before CCRT accurately predicted the 90-day mortality of LA-HNSCC patients after completion of CCRT.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinische kenmerken van COVID-19 geïnfecteerde patiënten met maligniteiten in Wuhan (0)
2020-03-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  COVID-19-infected cancer patients clinical characteristics
De klinische kenmerken van COVID-19 geïnfecteerd patiënten met maligniteiten zijn grotendeels onbekend. Een retrospectieve studie in drie ziekenhuizen in Wuhan heeft een aantal van deze kenmerken geïdentificeerd. Dr. Min Zhou (Huazhong Universiteit van Wetenschap en Technologie) en collega’s publiceren de studie online in Annals of Oncology.1 De studie is gebaseerd op medische dossiers van 28 patiënten met maligniteiten en laboratorium-bevestigde COVID-19 infectie, die tussen 13 januari en 26 februari 2020 in de ziekenhuizen waren opgenomen. De patiënten waren elf vrouwen en zeventien mannen. De mediane leeftijd was 65,0 jaar (IQR 56,0-70,0).

De meest frequente maligniteit was longcarcinoom (n=7; 25%). De waargenomen klinische kenmerken waren koorts (82,1% van de patiënten), droge hoest (81%) met dyspnoe (50%), lymfopenie (82,1%), hoog CRP (82,1%), anemie (75%), en hypoproteïnemie (89,3%). Chest-CT liet ground-glass opaciteit (75%) en fragmentarische consolidatie (46,3%) zien. Vijftien patiënten (53,6%) hadden ernstige adverse events, en de mortaliteit was 28,6%. Meest recente anti-tumorbehandeling binnen veertien dagen was geassocieerd met significant verhoogd risico van ernstige AEs (HR 4,079; p=0,037). Fragmentarische consolidatie op CT bij opname in het ziekenhuis was ook geassocieerd met hoger risico van ernstige AEs (HR 5,438; p=0,010).

De onderzoekers concluderen dat COVID-19 infectie in patiënten met maligniteiten resulteerde in verslechterende conditie en slechte uitkomsten. Behandelingen die immuunsuppressie veroorzaken dienen te worden vermeden of uitgevoerd met verlaagde doseringen.

1.Zhang L, Zhu F, Xie L et al. Clinical characteristics of COVID-19-infected cancer patients: a retrospective case study in three hospitals within Wuhan, China. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in three hospitals in Wuhan found that cancer patients had deteriorating conditions and poor outcomes after COVID-19 infection. Treatments causing immunosuppression should be avoided or dose decreased.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van presalvage-radiotherapie PSA-niveau na prostatectomie met profijt van antiandrogeentherapie (0)
2020-03-27 14:00   ( Nieuws )
Tags:  prostate cancer presalvage radiotherapy PSA level long-term antiandrogen therapy
Prof. Daniel SprattDe multicenter fase 3-studie RTOG 9601 (1998-2003) heeft laten zien dat in mannen met recidiverend prostaatcarcinoom na prostatectomie, toevoegen van lang-termijn antiandrogeen-therapie aan salvage radiotherapie (SRT) geassocieerd was met verbetering van de overall survival. Hormoontherapie is echter geassocieerd met morbiditeit. Er is behoefte aan biomarkers die profijt van hormoontherapie kunnen voorspellen, om zo de patiënten met geringe kans op profijt de morbiditeit te besparen. Een secundaire analyse van RTOG 9601 heeft onderzocht of profijt van lange-termijn antiandrogeentherapie kan worden voorspeld aan de hand van pre-SRT PSA-niveaus. Prof. Daniel Spratt (Univerity of Michigan, Ann Arbor) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Oncology.1

De analyse includeerde 760 mannen met PSA-toename na radicale prostatectomie voor prostaatcarcinoom. De mediane leeftijd was 65 jaar (range 40-83). In de groep van 118 mannen met pre-SRT PSA hoger dan 1,5 ng/ml was toevoegen van antiandrogeentherapie geassocieerd met significant betere twaalf-jaars OS (HR 0,45; 95%-bti 0,25-0,81). In de groep van 642 mannen met pre-SRT PSA 15, ng/ml of lager was toevoegen van hormoontherapie niet geassocieerd met betere twaalf-jaars OS (HR 0,67; 95%-bti 0,66-1,16). In een subanalyse van de groep van 253 mannen met pre-SRT PSA tussen 0,61 en 1,5 ng/ml was toevoegen van antiandrogeentherapie wel geassocieerd met betere twaalf-jaars OS (HR 0,61; 95%-bti 0,39-0,94). In de groep van 389 mannen met pre-SRT PSA lager dan 0,61 ng/ml was toevoegen van antiandrogeentherapie niet geassocieerd met betere twaalf-jaars OS (HR 1,16; 95%-bti 0,79-1,70), maar wel met hogere other-cause mortaliteit (HR 1,94; 95%-bti 1,17-3,20) en hogere waarschijnlijkheid van graad 3 tot en met 5 cardiale en neurologische toxiciteit (OR 3,57; 95%-bti 1,09-15,97).

De onderzoekers concluderen dat in mannen met recidiverende ziekte na prostatectomie het PSA-niveau voorafgaand aan salvage radiotherapie aan- of afwezigheid van profijt van toevoegen van hormoontherapie voorspelt.

1.Dess RT, Sun Y, Jackson WC et al. Association of presalvage radiotherapy PSA levels after prostatectomy with outcomes of long-term antiandrogen therapy in men with prostate cancer. JAMA Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A secondary analysis of the multicenter phase 3 study RTOG 9601found that in men with recurrent prostate cancer after prostatectomy, pre-salvage radiotherapy PSA level predicted benefit from adding long-term antiandrogen therapy to salvage radiotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van observatie versus stereotactische ablatieve bestraling voor oligometastatisch prostaatcarcinoom (0)
2020-03-27 12:53   ( Nieuws )
Tags:  ORIOLE trial oligometastatic prostate cancer observation versus SABR
Prof. Phuoc TranMetastase-gerichte therapie (MDT) met complete ablatie van metastasen van oligometastatisch prostaatcarcinoom (OMPC) kan wellicht een alternatief zijn voor vroege start van androgeendeprivatietherapie (ADT). De multicenter gerandomiseerde fase 2-studie ORIOLE (‘observation versus stereotactic ablative radiation for oligometastatic prostate cancer’) heeft onderzocht of stereotactische ablatieve radiotherapie (SABR) de oncologische uitkomsten kan verbeteren in mannen met OMPC. Prof. Phuoc Tran (Johns Hopkins University, Baltimore MD) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

ORIOLE werd uitgevoerd in drie academische ziekenhuizen in de Verenigde Staten. De studie includeerde 54 mannen met recidiverend hormoongevoelig PC met ten hoogste drie met conventionele imaging detecteerbare metastasen, die geen ADT gehad hadden in de zes maanden voor inclusie. De mediane leeftijd was 68 jaar. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar SABR of observatie. Het primaire eindpunt van de studie was progressie na zes maanden (composiet van PSA-toename, imaging-gedetecteerde progressie, symptomatische progressie, ADT-initiatie, of overlijden).

Na zes maanden follow-up was progressie gezien in 7 van 36 patiënten in de SABR-groep (19%) versus 11 van 18 patiënten in de observatiegroep (61%; p=0,005). SABR verbeterde de mediane progressievrije overleving (niet bereikt versus 5,8 maanden; HR 0,30; p=0,002). Totale consolidatie van PSMA radiotracer-avide ziekte verlaagde het risico van nieuwe lesies na zes maanden (16% versus 63%; p=0,006). Er waren geen graad 3 of hoger toxische effecten.

De onderzoekers concluderen dat SABR voor OMPC resulteerde in significante verbetering van de uitkomsten. Deze visual abstract vat de studie samen.

1.Phillips R, Shi WY, Deek M et al. Outcomes of observation vs stereotactic ablative radiation for oligometastatic prostate cancer. The ORIOLE phase 2 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The multicenter ORIOLE phase 2 randomized trial found that stereotactic ablative radiotherapy is aradiotherapy is a promising treatment approach for men with recurrent hormone-sensitive oligometastatic prostate cancer who wish to delay initiation of androgen deprivation therapy (visual abstract).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Relatie tussen percentage ctDNA, aantal veranderingen in ctDNA, en overleving van patiënten met gevorderde maligniteiten (0)
2020-03-26 16:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced cancers percent ctDNA ctDNA alterations survival
Prof. Razelle KurzrockEerdere studies hebben een associatie laten zien tussen de hoeveelheid circulerend tumor DNA (ctDNA) en de overleving van patiënten met gevorderde maligniteiten. Een studie van Moores Cancer Center (La Jolla CA) heeft nu de relatie onderzocht tussen percentage ctDNA (%ctDNA), het totaal aantal verandering in ctDNA, en de overall survival van deze patiënten. Prof. Razelle Kurzrock en collega’s publiceren de studie online in JCO Precision Oncology.1

De studie includeerde 418 patiënten met gevorderde maligniteiten, die geen geschiedenis hadden van immuuntherapie (die de overlevingscurve van patiënten met hoge mutatiebelasting zou kunnen beïnvloeden). De onderzoekers voerden next-generation sequencing (54-73 genen) uit in bloedmonsters van de patiënten. Patiënten met 5% of hoger ctDNA hadden significant (p<0,0001) kortere OS (mediaan 7,0 maanden) dan patiënten met 0,4% tot 5% ctDNA (mediaan 14,1 maanden) en patiënten met lager dan 0,4% ctDNA (mediaan niet bereikt). Patiënten in de groep met totaal 5 of meer veranderingen in ctDNA hadden significant (p<0,0001) kortere OS (mediaan 4,6 maanden) dan patiënten in de groep met gemiddeld 1,46 tot 5 veranderingen (mediaan 11,7 maanden) en patiënten in de groep met gemiddeld meer dan 0 tot 1,46 veranderingen (mediaan 21,3 maanden) en patiënten die geen veranderingen hadden (mediaan niet bereikt). Het totaal aantal veranderingen was gecorreleerd met %ctDNA (r=0,85; p<0,0001), maar alleen een totaal aantal veranderingen hoger dan 1,46 was in multivariate analyse een onafhankelijke voorspeller van slechtere OS (HR 1,96; p=0,0014).

De onderzoekers concluderen dat in patiënten met gevorderde maligniteiten het %ctDNA en het totaal aantal veranderingen in ctDNA prognostische waarde hadden en met elkaar gecorreleerd waren, maar dat alleen het totaal aantal veranderingen onafhankelijk geassocieerd was met overleving.

1.Vu P, Khagi Y, Riviere P et al. Total number of alterations in liquid biopsies is an independent predictor of survival in patients with advanced cancer. JCO Precision Oncol 2020

Summary: A study at Moores Cancer Center (La Jolla, CA) found that in patients with advanced cancers percent ctDNA and total number of alterations in ctDNA had prognostic value and correlated with one another, but only the total number of alterations was independently associated with survival outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van werkzaamheid en veiligheid van osimertinib voor intracraniële metastasen van NSCLC (0)
2020-03-26 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC intracranial metastatic disease osimertinib
Dr. Sunit DasIntracraniële metastatische ziekte (IMD) is een ernstige en levensveranderende complicatie voor veel patiënten met maligniteiten. Gerichte therapie toegevoegd aan huidige behandeling kan wellicht het bereiken van intracraniële controle in sommige patiënten met IMD bevorderen. Osimertinib is een EGFR-remmer die de bloed-hersenbarrière kan doorbreken en tumorceloverleving en –proliferatie kan remmen. Een systematisch overzicht en meta-analyse heeft veiligheid en werkzaamheid geïnventariseerd van osimertinib voor intracraniële metastasen van NSCLC met EGFR-veranderingen. Dr. Sunit Das (University of Toronto) en collega’s publiceren de meta-analyse online in JAMA Network Open.1

In de literatuur tot en met 20 september 2019 vonden de onderzoekers vijftien studies (tezamen 324 patiënten) die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden. De CNS objective response rate was 64% (95%-bti 53-76) en de CNS disease control rate was 90% (95%-bti 85-93). Complete intracraniële respons liep in de geïncludeerde studies uiteen van 7% tot 23%, en de mediane grootste afname van de intracraniële-lesiegrootte van -40% tot -64%. Het percentage patiënten met graad 3 of hoger adverse events liep uiteen van 19% tot 39%.

De onderzoekers concluderen dat de resultaten van de meta-analyse een potentiële rol van osimertinib voor IMD van EGFR-variant NSCLC steunen.

1.Erickson AW, Brastianos PK, Das S. Assessment of effectiveness and safety of osimertinib for patients with intracranial metastatic disease. A systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2020;3:e201617

Summary: A meta-analysis of 15 studies reporting on 324 NSCLC patients investigated efficacy and safety of osimertinib for intracranial metastatic disease. The CNS objective response rate was 64% and CNS disease control rate was 90%. Complete intracranial response rate varied from 7% to 23%. Adverse events grade 3 or higher were seen in 19% to 39%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-studie van trastuzumab deruxtecan voor gevorderde solide HER2-positieve tumoren (0)
2020-03-26 14:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid HER2-positive tumors trastuzumab deruxtecan
Dr. Bob LiHER2-gerichte therapie heeft geresulteerd in aanzienlijke verbetering van de overleving van patiënten met HER2-positief mammacarcinoom in de neoadjuvante/adjuvante setting, en patiënten met HER2-positief metastatisch maagcarcinoom. Trastuzumab deruxtucan (T-DXd) is een antibody-drug conjugate dat bestaat uit een cytotoxische remmer van DNA-replicatie (DXd) en een op HER2 gericht antilichaam. Het antilichaam bindt zich aan de maligne cellen met HER2-expressie, waarna DXd in de cellen, en in de omringende cellen, kan doordringen.In december vorig jaar keurde de FDA gebruik van T-DXd goed voor niet-resectabel of metastatisch HER2-positief mammacarcinoom, na tenminste twee eerdere HER2-gerichte behandelingen in de metastatische setting. HER2-overexpressie en/of –mutatie is ook waargenomen in somige andere typen tumoren. Een multicenter fase 1-studie heeft nu de veiligheid en werkzaamheid onderzocht van T-DXd voor gevorderde HER2-positieve niet-borst- en niet-maag solide tumoren. Dr. Bob Li (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de studie online in Cancer Discovery.1

De studie includeerde 60 patiënten met eerder-behandelde gevorderde solide tumoren met HER2-overexpressie of HER2-mutatie (18 NSCLC, 20 CRC, 22 overige typen). Ze kregen intraveneus T-DXd 5,4 of 6,4 mg iedere drie weken. De meest-waargenomen treatment-emergent adverse events waren misselijkheid, afgenomen eetlust, en braken. Twee TEAEs resulteerden in overlijden van de patiënt. Objectieve respons werd gezien in zeventien patiënten (ORR 28,3%). De mediane progressievrije overleving was 7,2 maanden (95%-bti 4,8-11,1). In de groep patiënten met HER2-gemuteerd NSCLC was de ORR 72,7% en de mediane PFS 11,3 maanden (95%-bti 8,1-14,3). Bevestigde responsen werden gezien in NSCLC, CRC, speekselkliercarcinoom, galwegcarcinoom, en endometriumcarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat T-DXd holds promise voor gevorderde solide tumoren met HER2-overexpressie of mutatie, vooral HER2-gemuteerd NSCLC.

1.Tsurutani J, Iwata H, Krop I et al. Targeting HER2 with trastuzumab deruxtecan: a dose-expansion, phase I study in multiple advanced solid tumors. Cancer Discovery 2020:10:1-14

Summary: A multicenter phase 1 study found reponses to trastuzumab deruxtecan in six types of advanced, HER2-positive tumors, including NSCLC, colorectal cancer, salivary gland cancer, biliary tract cancer, endometrial cancer, and HER2-mutant NSCLC and breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-studie van ivosidenib voor gevorderd chondrosarcoom (0)
2020-03-26 13:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced chondrosarcoma ivosidenib
Prof. Jonathan TrentDe primaire therapie voor gelokaliseerd chondrosarcoom is chirurgie, terwijl voor lokaal-gevorderd en metastatisch chondrosarcoom geen bekende effectieve systemische therapie bestaat. In tot 65% van de chondrosarcomen zijn mutaties gezien in in gen voor isocitraatdehydrogenase 1/2 (IDH1/2), resulterend in accumulatie van het oncometaboliet D-2-hydroxyglutaraat (2-HG). Ivosidenib is een selectieve remmer van het IDH1-enzym. Een multicenter fase 1-studie heeft de veiligheid en werkzaamheid onderzocht van ivosidenib voor gevorderde solide tumoren met IDH1-mutatie. Prof. Jonathan Trent (University of Miami FL) en collega’s publiceren resultaten van het chondrosarcoom-cohort van de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

Het cohort includeerde 21 patiënten, onder wie twaalf die in de doseringsescalatie-fase oraal ivosidenib 100 mg tweemaal daags oplopend tot 1200 mg eenmaal daags kregen, en negen in de expansiefase. De patiënten waren acht vrouwen en dertien mannen met een mediane leeftijd 55 jaar (range 30-88) onder wie elf die eerdere systemische therapie hadden gekregen. De meeste treatment-emergent adverse events waren graad 1 of 2; twaalf patiënten hadden graad 3 of hoger AEs, maar slechts één van de AEs werd beoordeeld als samenhangend met de behandeling (hypofosfatemie). In alle patiënten werd substantiële afname gezien van de plasmaconcentratie van 2-HG (range -14% tot -94%) tot niveaus die worden gezien in gezonde personen. De mediane progressievrije overleving was 5,6 maanden (95%-bti 1,9-7,4), en het percentage progressievrije patiënten na zes maanden was 39,5%. Stabiele ziekte werd gezien in 52%.

De onderzoekers concluderen dat ivosidenib voor gevorderd chondrosarcoom resulteerde in minimale toxiciteit, substantiële afname van plasma 2-HG, en duurzame ziektecontrole.

1.Tap WD, Villalobos VM, Cote GM et al. Phase I study of the mutant IDH1 inhibitor ivosidenib: safety and clinical activity in patients with advanced chondrosarcoma. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1 study found minimal toxicity, substantial D-2-hydroxyglutarate reduction, and durable disease control of the mutant IDH inhibitor ivosidenib for advanced chondrosarcoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)