Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Congestief hartfalen in oudere patiënten na anthracyclines voor folliculair lymfoom (0)
2018-10-11 12:43   ( Nieuws )
Tags:  follicular lymphoma congestive heart failure
Dr. Kelly KenzikFolliculair lymfoom (FL) wordt vooral gezien in personen ouder dan 65 jaar. In de groep 65-plussers is het risico van congestief hartfalen (CHF) verhoogd. Er is weinig bekend over het lange-termijn risico van CHF onder FL-patiënten. Dr. Kelly Kenzik (University of Alabama at Birmingham) en collega’s hebben een bevolkings-gebaseerde analyse uitgevoerd van dit risico in oudere patiënten die anthracyclines hebben gekregen voor FL, en van de impact van de comorbiditeiten hypertensie en diabetes. Ze publiceren de analyse online in Cancer.1

In de SEER-Medicare database identificeerden de onderzoekers 6109 patiënten met een FL-diagnose na de leeftijd van 65 jaar tussen begin 2000 en eind 2011. Ze inventariseerden het voorkomen van CHF tot eind 2013 in deze patiënten en een gematchte controlegroep zonder maligniteiten in de Medicare-database. De analyse wijst uit dat FL-patiënten die anthracyclines kregen op de leeftijd van 66 tot en met 75 jaar een 1,7 maal verhoogd risico van nieuw ontstaan CHF hadden (95%-bti 1,4-2,1). In FL-patiënten die blootgestaan hadden aan anthracyclines na de leeftijd van 75 jaar was het CHF-risico niet verhoogd vergeleken met de controlepersonen. Vooraf-bestaande hypertensie was geassocieerd met een 1,7 maal verhoogd risico in de groep van 66 tot en met 75 jaar en met een 1,35 maal verhoogd risico in de groep ouder dan 75 jaar. Vooraf-bestaande diabetes was geassocieerd met een 1,5 maal verhoogd risico in de groep van 66 tot en met 75 jaar. De tien-jaars overall survival was 18% lager in de patiënten met nieuw-ontstaan CHF dan in de patiënten zonder CHF.

De onderzoekers concluderen dat patiënten die in de leeftijd van 66 tot en met 75 jaar anthracyclines kregen voor FL een verhoogd CHF-risico hadden. Vooraf-bestaande hypertensie en diabetes waren geassocieerd met verdere verhoging van het risico.

1.Kenzik KM, Mehta A, Richman JS et al. Congestive heart failure in older adults diagnosed with follicular lymphoma: a population-based study. Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of the SEER-Medicare database showed that patients with follicular lymphoma who were exposed to anthracyclines between the ages of 66 years and 75 years were at an increased risk of new-onset congestive heart failure. Preexisting hypertension and diabetes appeared to increase this risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Opimale timing van hormoontherapie en optimaal stralingsveld voor ongunstig-risico gelokaliseerd prostaatcarcinoom (0)
2018-10-11 11:59   ( Nieuws )
Tags:  prostate cancer; long-term follow up NRG RTOG 9413 study
Prof. Mark RoachDe fase 3-studie NRG/RTOG 9413 onderzocht de optimale timing van hormoontherapie en het optimale stralingsveld in patiënten met intermediair- of hoog-risico gelokaliseerd prostaatcarcinoom. De studie liet in 2007 zien dat whole pelvic radiotherapy (WPRT) plus neoadjuvante hormoontherapie (NHT) resulteerde in betere progressievrije overleving in vergelijking met prostate only radiotherapy (PORT) plus NHT, WPRT plus adjuvante hormoontherapie (AHT), en PORT plus AHT. Prof. Mark Roach (University of California, San Francisco) en collega’s publiceren online in The Lancet Oncology een lange-termijn update voor de eindpunten progressievrije overleving en late toxiciteiten.1

De 2x2 factoriële studie had als eerste stratificatiefactor sequentie van hormoontherapie (neoadjuvant versus adjuvant) en als tweede stratificatiefactor stralingsveld (gehele pelvis versus alleen prostaat). Tussen april 1995 en juni 1999 includeerde de studie 1322 patiënten van 53 centra in de Verenigde Staten. Ze werden 1:1:1:1 gerandomiseerd naar NHT+WPRT, NHT+PORT, WPRT+AHT, of PORT+AHT. De randomisatie geschiedde gestratificeerd naar T-stadium, Gleason score, en PSA-niveau.

De follow-up was mediaan 8,8 jaar voor alle patiënten en 14,8 jaar voor overlevende patiënten (n=346). De tien-jaars PFS was 28,4% in de NHT+WPRT groep; 23,5% in de NHT+PORT groep; 19,4% in de WPRT+AHT groep, en 30,2% in de PORT+AHT groep. De meest-gerapporteerde graad 3 of hoger late toxiciteit was blaastoxiciteit, die werd gezien in 6% van de patiënten in de NHT+WPRT groep, 5% in de NHT+PORT groep, 7% in de WPRT+AHT groep, en 4% in de PORT+AHT groep. Late graad 3 of hoger gastroïntestinale adverse events werden gezien in 7% van de NHT+WPRT groep, 2% van de NHT+PORT groep, 3% van de WPRT+AHT groep, en 2% van de PORT+AHT groep.

De onderzoekers concluderen dat NHT+WPRT voor niet-gunstig risico gelokaliseerd prostaatcarcinoom resulteerde in betere progressievrije overleving maar ook hoger risico van graad 3 of hoger gastroïntestinale AEs dan NHT+PORT of WPRT+AHT.

1.Roach M, Moughan J, Lawton CAF et al. Sequence of hormonal therapy and radiotherapy field size in unfavourable, localised prostate cancer (NRG/RTOG 9413): long-term results of a randomised, phase 3 trial. Lancet Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: The NRG/RTOG 9413 study was designed to identify the optimal timing of hormone therapy (neoadjuvant versus adjuvant) and the optimal radiation field (whole pelvic versus prostate only) in patients with intermediate or high risk prostate cancer. Long-term follow-up of the study shows that neoadjuvant hormonal therapy (NHT) plus whole pelvic radiotherapy (WPRT) improved progression-free survival compared with NHT plus prostate only radiotherapy and compared with WPRT plus adjuvant hormonal therapy; but also increased the risk of grade 3 or worse intestinal toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Expressie van androgeenreceptor splice varianten in CTCs is geassocieerd met uitkomsten van taxaan-behandeld mCRPC (0)
2018-10-10 14:53   ( Nieuws )
Tags:  metastatic castration-resistant prostate cancer AR-V7 ARv567es
Prof. Paraskevi GiannakakouEr is behoefte aan uitkomst-voorspellende biomarkers voor het optimaliseren van de behandeling van metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom. Prof. Paraskevi Giannakakou (Weill Cornell Medical College, New York) en collega’s hebben onderzocht of expressie van de androgeenreceptor splice varianten AR-V7 en ARv567es een geschikte biomarker is voor het voorspellen van de respons van mCRPC op taxanen. Ze publiceren hun analyse online in Clinical Cancer Research.1

De fase 2-studie TAXYNERGY includeerde patiënten die docetaxel of cabazitaxel kregen voor mCRPC. Voor de nu gepubliceerde analyse ontwikkelden de onderzoekers een nieuwe digital droplet PCR assay waarmee ze de expressie van beide splice varianten in CTCs konden detecteren. De analyse includeerde 54 patiënten, onder wie 36 AR-V7 positief (67%) waren, 42 ARv567es-positief (78%), 29 dubbel-positief (54%), en 5 dubbel-negatief (9%). Uitkomsten van de analyse waren PSA50-respons en progressievrije overleving op de taxaanbehandeling.

De PSA50-respons was numeriek hoger voor AR-V7 negatief versus AR-V7 positief (78% versus 58%; p=0,23) en significant hoger voor ARv567es negatief versus ARv567es positief (92% versus 57%; p=0,04). De mediane PFS was 12,02 maanden versus 8,48 maanden voor AR-V7 negatief versus AR-V7 positief (HR 0,38; p=0,01) en 12,71 maanden versus 7,29 maanden voor ARv567es negatief versus ARv567es positief (HR 0,37; p=0,02). De mediane PFS voor patiënten met dubbel-negatieve CTCs was 16,62 maanden.

De onderzoekers concluderen dat aanwezigheid van de AR splice variants in CTCs geassocieerd was met respons van mCRPC op taxanen. Afwezigheid van beide varianten was geassocieerd met de beste respons en de beste PFS.

1.Tagawa ST, Antonarakis ES, Gjyrezi A et al. Expression of AR-V7 and ARv567es in circulating tumor cells correlates with outcomes to taxane therapy in men with metastatic prostate cancer in TAXYNERGY. Clin Cancer Res 2018; epub ahead of print

Summary: The phase 2 study TAXYNERGY included patients receiving taxanes for mCRPC. A secondary analysis of the study shows that detection of androgen receptor splice variants AR-V7 and ARv567es in CTCs was associated with taxane outcomes. Absence of both variants was associated with best response and PFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van baseline-waarden op werkzaamheid van inspanningsinterventies voor patiënten met maligniteiten (0)
2018-10-10 13:57   ( Nieuws )
Tags:  exercise intervention in cancer patients
Dr. Laurien BuffartFysieke-activiteitsinterventies in patiënten met maligniteiten hebben vaak slechts bescheiden werkzaamheid, mogelijk omdat de interventies zelden gericht zijn op patiënten die het meeste baat bij de interventie zouden kunnen hebben. Een meta-analyse van individuele-patiëntgegevens heeft onderzocht wat de modererende effect zijn van baseline waarden op de exercise-uitkomsten voor vermoeidheid, aërobe fitheid, spierkracht, kwaliteit van leven, en zelf-gerapporteerd fysiek functioneren (PF). Dr. Laurien Buffart (VUmc) en collega’s publiceren de meta-analyse online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De analyse is gebaseerd op gegevens van 4519 patiënten die deelnamen aan 34 gerandomiseerde studies van exercise versus controle. De onderzoekers gebruikten lineaire mixed-effect modellen om de modererende effecten van baseline waarden te beoordelen. Ze zagen dat op vermoeidheid gerichte interventies sterkere effecten hadden in patiënten met hogere vermoeidheid (p interactie 0,05) en op PF gerichte interventies sterkere effecten hadden in patiënten met slechtere PF (p interactie 0,003). Tijdens behandeling waren effecten op aërobe fitheid groter voor patiënten met betere baseline aërobe fitheid (p interactie 0,002). Na behandeling waren effecten op upper (p interactie <0,001) en lower (p interactie 0,01) body muscle strength en kwaliteit van leven (p interactie <0,001) groter in patiënten met slechtere baseline waarden.

De onderzoekers concluderen dat exercise-interventies gericht op specifieke subgroepen patiënten met maligniteiten profitabel kunnen zijn.

1.Buffart LM, Sweegers MG, May AM et al. Targeting exercise interventions to patients with cancer in need: an individual patient data meta-analysis. J Natl Cancer Inst 2018; epub ahead of print

Summary: An individual patients data meta-analysis showed that although exercise should be encouraged for most cancer patients during and after treatment, targeting specific subgroups may be especially beneficial. Interventions for fatigue and physical function have greater effects in patients with higher fatigue and lower physical function. For aerobic fitness, patients with low baseline values do not appear to benefit from exercise during treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspelling van postembolisatiesyndroom na TACE voor levercelcarcinoom (0)
2018-10-10 13:06   ( Nieuws )
Tags:  transarterial hepatic chemoembolization postembolization syndrome
Prof. Nishita KotharyProf. Nishita Kothary (Stanford University CA) en collega’s hebben een voorspellend model ontwikkeld en gevalideerd voor postembolisatiesyndroom (PES) na transarteriële hepatische chemo-embolisatie (TACE) voor levercelcarcinoom. Ze publiceren het model online in Radiology.1 De studie includeerde 370 patiënten die tussen oktober 2014 en september 2016 in het ziekenhuis van de universiteit 513 TACE-procedures ondergingen. PES werd gedefinieerd als pijn en/of misselijkheid meer dan zes uur na TACE waarvoor intraveneuze medicatie vereist was.

Zeventig procent van de patiënten werden at random toegewezen aan de trainingsset, en de overige dertig procent aan de validatieset. Er waren tussen beide groepen geen statistisch significante verschillen in demografische kenmerken, laboratoriumdata, of tumorkarakteristieken. Overall voldeden 83 patiënten (22,4%) na 107 TACE-procedures (20,8%) aan de PES-criteria. Factoren die in univariate analyse geassocieerd waren met PES waren hoge tumorbelasting (p=0,004), drug-eluting embolische TACE (p=0,03), doxorubicinedosering (p=0,003), geschiedenis van PES (p<0,001), en geschiedenis van chronische pijn (p<0,001). In multivariate analyse waren geschiedenis van PES, tumor burden, en drug-eluting embolische TACE de sterkste voorspellers van PES. Deze factoren werden gebruikt voor de ontwikkeling van het model. In de validatieset had het model een AUC van 0,62; sensitiviteit van 79% (22 van 28), specificiteit van 44,2% (53 van 120), en negatieve voorspellende waarde van 90% (53 van 59).

De onderzoekers concluderen dat het model geschiedenis van PES, tumor burden, en drug-eluting embolische chemo-embolisatie identificeerde als voorspellers van vertraagd herstel als gevolg van PES.

1.Khalaf MH, Sundaram V, Mohammed MAA et al. A predictive model for postembolization syndrome after transarterial hepatic chemoembolization of hepatocellular carcinoma. Radiology 2018; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Stanford University developed and validated a predictive model for postembolization syndrome after TACE for HCC. The study identified history of postembolization syndrome, tumor burden, and drug-eluting embolic chemoembolization as predictors of protracted recovery because of postembolization syndrome.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van diabetes na para-aortische bestraling voor testiscarcinoom (0)
2018-10-10 11:50   ( Nieuws )
Tags:  testicular cancer
Dr. Michael SchaapveldIn overlevers van maligniteiten tijdens de jeugd is het risico van diabetes verhoogd na bestraling naar de pancreas. Of er een vergelijkbare associatie bestaat in overlevers van testiscarcinoom (TC) is niet eerder onderzocht. Dr. Michael Schaapveld (NKI) en collega’s hebben een studie van dit onderwerp uitgevoerd. Ze publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 2998 tenminste één jaar overlevers van TC, die tussen 1976 en 2007 voor de leeftijd van vijftig jaar orchidectomie met of zonder radiotherapie ondergingen. Gedurende mediaan 13,4 jaar follow-up werd diabetes vastgesteld in 161 van deze overlevers. Voor alle overlevers tezamen was het risico van diabetes niet hoger dan voor de algemene bevolking (SIR 0,9; 95%-bti 0,7-1,1). In de groep patiënten die para-aortische radiotherapie hadden gekregen was na correctie voor leeftijd het risico van diabetes een factor 1,66 hoger (95%-bti 1,05-2,62) dan in de groep patiënten die geen para-aortische radiotherapie hadden gekregen. Het extra risico nam toe met toenemende stralingsdosering.

De onderzoekers concluderen dat onder TC-overlevers toevoeging van para-aortische radiotherapie aan chirurgie geassocieerd was met verhoogd risico van diabetes.

1.Groot HJ, Gietema JA, Aleman BMP et al. Risk of diabetes after para-aortic radiation for testicular cancer. Br J Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: A study in The Netherlands found that among survivors of testicular cancer, surgery with para-aortic radiation, compared to surgery only, was associated with increased risk of diabetes.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinische relevantie van in community-programma gedetecteerde mutaties in metastatische maligniteiten (0)
2018-10-09 14:58   ( Nieuws )
Genomische profilering van tumoren is een onmisbaar onderdeel van precisie-oncologie. Er is de laatste jaren sprake van een verschuiving van detectie van genomische veranderingen (GAs) van gespecialiseerde centra naar de community setting. Op de Annual Meeting van ESMO, die volgende week in München begint, zal dr. Ricardo Alvarez (Cancer Treatment Centers of America, Atlanta GA) resultaten presenteren van een prospectief programma van sequencing van het genoom van metastatische maligniteiten van patiënten van vijftig oncologen in vijf CTCA-ziekenhuizen.1

In het kader van het programma werd tussen begin 2013 en september 2017 comprehensive genomic profiling (CGP) uitgevoerd van tumoren van 6177 patiënten met metastatische maligniteiten van borst (18%), colorectum (15%), long (14%), overige weefsels en organen, en unknown primary (10%). De mediane leeftijd van de patiënten was 56 jaar (range 18 tot 94 jaar), 61% waren vrouwen, en 68% Kaukasiërs. In 94% van de tumoren (5839 van 6496) werden GAs gedetecteerd, die werden gecategoriseerd als klinisch relevant (47,4%) of niet klinisch relevant (52,6%). De meest-frequente klinisch relevante GAs waren in KRAS (23%) en PIK3CA (15%). De meeste-frequent GAs waren amplificaties (32%). Analyse van de behandeling van een subset van de patiënten (n=4490) liet zien dat 23% (n=1169) aan de GA gematchte behandeling kreeg. In 57% van deze gevallen (n=662) was deze behandeling met een door de FDA voor een ander tumortype goedgekeurd middel, en in 15% (n=178) werd de patiënt verwezen naar een klinische studie van een gematcht mechanisme. De frequentie van GA-gematchte behandeling nam toe van 2013 tot in 2017.

De onderzoekers concluderen dat in een grote serie van patiënten met metastatische maligniteiten CGP uitgevoerd in de community setting 23% aan gedeteceerde GAs gematchte behandeling kreeg.

1.Alvarez RH et al. ESMO Annual Meeting 2018; abstr. 1891O

Summary: A lecture at the ESMO Annual Meeting, next week in Munich, will present results of genomic profiling of tumors of a large series of patients with diverse metastatic cancers in the community setting. In 94% of the tumors genomic alterations were found, of which half were considered clinically relevant. Almost one in four patients received matched treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn overleving van patiënten met respons op anti-PD(L)1 therapie voor verschillende typen maligniteiten (0)
2018-10-09 13:58   ( Nieuws )
Tags:  anti-PD-(L)1 therapy survival
Dr. Aurélien MarabelleAnti-PD-(L)1 therapie kan voor verschillende typen maligniteiten resulteren in betere overall survival dan conventionele behandelingen. De lange-termijn uitkomsten van patiënten met respons op deze middelen is echter nog onduidelijk. Dr. Aurélien Marabelle (Institut Gustave Roussy, Villejuif) en collega’s hebben een exploratieve lange-termijn follow-up analyse uitgevoerd van de overleving van patiënten met respons in een fase 1-studie van anti-PD(L)1 monotherapie voor negentien verschillende typen maligniteiten. Ze publiceren de analyse online in Clinical Cancer Research.1



De studie had 262 deelnemers, onder wie 76 met objectieve respons (29%). De mediane progressievrije overleving van patiënten met respons na drie maanden was dertig maanden, en de mediane OS van deze patiënten was niet bereikt na mediaan 34 maanden follow-up. De drie- en vijf-jaars OS van de patiënten met respons was 84% respectievelijk 65%. Tijdens de follow-up overleed niet één van de 21 patiënten met complete respons, terwijl onder de patiënten met partiële respons na discontinuering van de behandeling in veel gevallen relapse werd gezien. Lange-termijn respons (langer dan twee jaar) werd gezien in 11,8% van de overall populatie.

De onderzoekers concluderen dat er aanzienlijke verschillen zijn in OS tussen patiënten met complete respons versus partiële respons op anti-PD-(L)1 therapie. De analyse suggereert dat het waardevol kan zijn patiënten te stratificeren naar type respons en de behandeling te intensiveren als tumorlesies van patiënten met partiële respons niet langer verbeteren.

1.Gauci M-L, Lanoy E, Champiat S et al. Long-term survival in patients responding to anti-PD-1/PD-L1 therapy and disease outcome upon treatment discontinuation. Clin Cancer Res 2018; epub ahead of print

Summary: Long-term follow-up of patients receiving anti-PD-1/PD-L1 therapy for 19 different types of cancer found a striking difference in overall survival between patients with complete response and patients with partial response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)