Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie tussen pemetrexed-dosering en nefrotoxiciteit in patiënten met NSCLC of mesothelioom (0)
2020-05-21 14:00   ( Nieuws )
Tags:  pemetrexed for lung cancer nephrotoxicity
Dr. Jeroen DerijksPemetrexed wordt veel gebruikt in de behandeling van NSCLC. Primaire eliminatie vindt plaats door excretie via de nieren. Er zijn aanwijzingen voor nefrotoxiciteit van pemetrexed, een probleem dat ernstiger wordt met toenemende overleving van patiënten die chemo-immuuntherapie krijgen. Een studie in het Jeroen Bosch Ziekenhuis heeft de incidentie van nefrotoxiciteit geïnventariseerd in patiënten die pemetrexed kregen. Dr. Jeroen Derijks en collega’s publiceren de studie online in Lung Cancer.1

De retrospectieve studie includeerde 359 patiënten die tussen begin 2014 en eind januari 2019 tenminste één cyclus pemetrexed kregen voor NSCLC of mesothelioom. Klinisch relevante afname van de nierfunctie na de behandeling werd gezien in 21% van de patiënten, en discontinuering van de behandeling wegens nefrotoxiciteit in 8,1%. Afname van estimated glomerular filtration rate (eGFR) met 25% of meer was 5,66 maal meer frequent (95%-bti 1,73-18,54) in de groep patiënten die tien of meer cycli pemetrexed-gebaseerde therapie kregen dan in de groep patiënten die minder dan tien cycli kregen.

De onderzoekers concluderen dat pemetrexed-gebaseerde therapie voor NSCLC of mesothelioom geassocieerd was met verhoogd risico van nefrotoxiciteit.

1.De Rouw N, Boosman RJ, van de Bruinhorst H et al. Cumulative pemetrexed dose increases the risk of nephrotoxicity. Lung Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A study in The Netherlands found that pemetrexed for NSCLC of mesothelioma was associated with increased risk of renal impairment. The OR for ≥25% eGFR reduction with ten or more cycles versus nine or less cycles was 5.66 (95% CI 1.73-18.54).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Amerikaanse trends in incidentie van prostaatcarcinoom na UPSTF-aanbevelingen tegen screening (0)
2020-05-21 13:00   ( Nieuws )
Tags:  US prostate cancer incidence after UPSTF recomeendations against screening
Dr. Ahmedin JemalDe US Preventive Services Task Force kwam in 2008 met de aanbeveling tegen routinmatige PSA-screening voor mannen in de leeftijd van 75 jaar en ouder, in 2012 gevolgd door de aanbeveling om ook jongere mannen geen PSA-screening te laten ondergaan. De impact van deze aanbevelingen op de incidentie van prostaatcarcinoom in de Verenigde Staten zijn niet bekend. Dr. Ahmedin Jemal (American Cancer Society, Atlanta GA) en collega’s publiceren nu tijdstrends van deze incidentie online in het Journal of the National Cancer Institute.1



De analyse is gebaseerd op gegevens in de US Cancer Statistics Public Use Research Database over de periode van begin 2005 tot eind 2016. Voor alle rassen/etniciteiten tezamen nam vanaf 2007 de incidentie van lokaal-stadium invasief prostaatcarcinoom af onder mannen in de leeftijd van 50 tot en met 74 jaar (-6,4% per jaar; 95%-bti -4,9 tot-7,9). Onder mannen in de leeftijd van 75 jaar en ouder nam de incidentie van lokaal-stadium ziekte af vanaf 2007 tot en met 2012 (-10,7% per jaar; 95%-bti -6,2 tot -15,0), en was de incidentie vanaf 2013 tot en met 2016 stabiel. De incidentie van regionaal-stadium en distant-stadium ziekte nam tijdens de studieperiode echter in beide leeftijdsgroepen toe. Bijvoorbeeld, van begin 2010 tot en met eind 2016 nam de incidentie van distant-stadium ziekte in mannen van 75 jaar en ouder toe met 5,2% per jaar (95%-bti 4,2% tot 6,1%).

De onderzoekers concluderen dat de incidentie van regionaal- en distant-stadium prostaatcarcinoom in Amerikaanse mannen in de leeftijd van 50 jaar en ouder in de studieperiode toegenomen is.

1.Jemal A, Culp MB, Ma J et al. Prostate cancer incidence 5 years after US Preventive Services Task Force recommendations against screening. J Natl Cancer Inst 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the US Cancer Statistics Public Use Research Database found a decrease in incidence of local-stage prostate cancer from 2007-2016 but an increase in regional- and distant-stage disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale studie van gerichte BRAF-remming voor pediatrisch glioom met BRAF V600E-mutatie (0)
2020-05-21 12:00   ( Nieuws )
Tags:  pediatric BRAF V600E-mutated glioma targeted BRAF inhibion
Dr. Cynthia HawkinsKinderen met BRAF V600E-gemuteerd glioom hebben slechte uitkomsten met standaard chemoradiotherapie-strategieën. Een studie in 29 centra in zeventien landen heeft de waarde onderzocht van gerichte BRAF-remming voor deze patiënten. Dr. Cynthia Hawkins (The Hospital for Sick Children, Toronto) en collega’s publiceren de studie online in JCO Precision Oncology.1



De studie includeerde 56 patiënten met BRAF V600E-gemuteerd pediatrisch laaggradig glioom (PLGG) en 11 patiënten met BRAF V600E-gemuteerd pediatrisch hooggradig glioom (PHGG). BRAF-remming resulteerde in respons in 80% van de PLGG-patiënten, vergeleken met 28% gezien met conventionele chemotherapie (p<0,001). De responsen kwamen snel (mediaan na vier maanden) en bleven bestaan in 86% van de tumoren tot tenminste vijf jaar tijdens behandeling. Na discontinuering van BRAF-remming werd progressie na mediaan 2,3 maanden gezien in 13 van 17 PLGG-patiënten (76,5%). Rechallenge met BRAF-remming resulteerde in respons in 90% van deze patiënten. De drie-jaars progressievrije overleving van de PLGG-patiënten was 49,6% (95%-bti 35,3-69,5) met BRAF-remming vergeleken met 29,8% (95%-bti 20,0-44,4) met chemotherapie (p=0,02). Onder de PHGG-patiënten werd respons op gerichte BRAF-remming gezien in slechts 36%, met progressie van op één na alle tumoren binnen achttien maanden.

De onderzoekers concluderen dat gerichte BRAF-remming resulteerde in robuuste en duurzame responsen van BRAF V600E-gemuteerd PLGG.

1.Nobre L, Zapotocky M, Ramaswamy V et al. Outcomes of BRAF V600E pediatric gliomas treated with targeted BRAF inhibition. JCO Precision Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational study (56 patients of 29 centers) found that targeted BRAF inhibition resulted in robust and durable responses of BRAF V600E-mutated pediatric low-grade gliomas. Among the BRAF V600E-mutated pediatric high-grade gliomas only 36% respondeded to BRAF inhibition, with progression within 18 months in 75% of responders.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gepoolde analyse van fase 2-studies van PD-1/PD-L1 blokkade voor gevorderd wekedelensarcoom (0)
2020-05-20 15:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced soft-tissue sarcoma PD-1 PD-L1 targeting
Prof. Antoine ItalianoEr zijn veelbelovende resultaten gezien van behandeling van sommige typen solide tumoren en hematologische maligniteiten met immuuncheckpointremmers, met name PD-1/PD-L1 gerichte ICIs. Er is niet veel informatie beschikbaar over werkzaamheid van deze middelen voor wekedelensarcomen (STSs). Een gepoolde analyse van fase 2-studies heeft activiteit van PD1/PD-L1 remmers voor gevorderde STSs geïnventariseerd. Prof. Antoine Italiano (Institut Bergonié, Bordeaux) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Hematology & Oncology.1

De onderzoekers identificeerden negen voor het onderwerp relevante multicenter fase 2-studies, met tezamen 384 patiënten. Onder de 153 patiënten (39,8%) die PD-1/PD-L1 antagonist monotherapie kregen was de overall response rate 15,1% en de non-progression rate 58,5%. Onder patiënten die PD-1/PD-L1 in combinatie met andere middelen kregen was de ORR 13,4% en de NPR 55,8%. Patiënten met alveolair wekedelensarcoom hadden ORR 48,8% (95%-bti 26,0-72,0) en NPR 80,5% (95%-bti 54,1-93,5). De expressie van PD-L1 was laag en niet consistent geassocieerd met respons.

De onderzoekers concluderen dat PD-1/PD-L1 antagonisten slechts beperkte activiteit hadden voor niet-geselecteerde gevorderde STSs.

1.Italiano A, Bellera C, D’Angelo S. PD1/PD-L1 targeting in advanced soft-tissue sarcomas: a pooled analysis of phase II trials. J Hematol Oncol 2020;13:55

Summary: A pooled analysis of nine multicenter phase 2 studies (384 patients) found that PD-1/PD-L1 antagonists had limited activity in unselected advanced soft-tissue sarcomas (ORR around 15%). Patients with alveolar soft part sarcoma had the highest response rate (ORR 48.8%; 95% CI 26.0-72.0) and non-progression rate (NPR 80.5%; 95% CI 54.1-93.5).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Checkpointblokkade sensitiseert recidiverend of refractair non-Hodgkin lymfoom voor volgende therapie (0)
2020-05-20 14:00   ( Nieuws )
Tags:  R R NHL checkpoint blockade sensitization to subsequent therapy
Dr. Catherine DiefenbachPatiënten met recidiverend of refractair non-Hodgkin lymfoom (R/R NHL) hebben weinig salvage-opties, en checkpointblokkadetherapie (CBT) heeft slechts beperkte werkzaamheid. In patiënten met solide maligniteiten is gezien dat CBT tumoren kan sensitiseren voor volgende therapie. Een retrospectieve analyse van patiënten van zeventien Noord-Amerikaanse centra heeft onderzocht of dit fenomeen ook bestaat in R/R NHL. Dr. Catherine Diefenbach (New York University) en collega’s publiceren de analyse online in het British Journal of Haematology.1


De analyse includeerde 59 patiënten, onder wie 68% met agressief NHL en 69% met gevorderde ziekte. Voorafgaand aan CBT hadden de patiënten mediaan drie eerdere lijnen behandeling gekregen. Drieënvijftig patiënten (90%) discontinueerden CBT vanwege progressie van de ziekte. Post-CBT behandelingen waren chemotherapie (49%), gerichte therapie (30%), klinische studie (17%), transplantatieconditionering (2%), en CAR-T therapie (2%). De ORR op post-CBT was 51%, met mediane progressievrije overleving 6,1 maanden. In de groep patiënten met tenminste stabiele ziekte op post-CBT behandeling was de mediane duur van respons significant langer dan op pre-CBT behandeling (310 versus 79 dagen; p=0,005), hetgeen suggereert dat CBT de tumoren sensitiseerde voor de volgende behandeling. Negentien patiënten ondergingen transplantatie na post-CBT behandeling. De mediane overall survival werd niet bereikt.

De onderzoekers concluderen dat de retrospectieve analyse suggereert dat CBT R/R NHL gevoelig kan maken voor een volgende behandeling. Deze conclusie dient te worden bevestigd door een prospectieve studie.

1.Carreau NA, Armand P, Merryman RW et al. Checkpoint blockade treatment sensitises relapsed/refractory non-Hodgkin lymphoma to subsequent therapy. Br J Haematol 2020; epub ahead of print

Summary: A retrospective analysis of patients of 17 North American centers found that checkpoint blockade could sensitize relapsed or refractory non-Hodgkin lymphoma to subsequent therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van tweede maligniteit na 3DCRT versus IMRT versus PBRT voor eerste maligniteit (0)
2020-05-20 13:00   ( Nieuws )
Tags:  second cancer risk after 3DCRT versus IMRT versus PBRT for primary cancer
Dr. Erqi PollomEr is geen duidelijkheid over de impact van verschillende typen radiotherapie voor een maligniteit op het risico van een tweede maligniteit. Een analyse van de National Cancer Database heeft het risico van een tweede maligniteit geïnventariseerd na driedimensionele conformele radiotherapie (3DCRT), intensiteitsgemoduleerde radiotherapie (IMRT), of protontherapie (PRBT). Dr. Erqi Pollom (Universiteit van Stanford CA) en collega’s publiceren de analyse online in Cancer.1

De analyse includeerde kinderen en volwassenen met tussen begin 2004 en eind 2015een eerste diagnose van hoofd-hals, gastroïntestinale, gynecologische, lymfoom, long-, prostaat-, borst-, bot-, wekedelen-, en CNS-maligniteit. De onderzoekers identificeerden 450.373 patiënten, onder wie 33,5% 3DCRT kregen, 65,2% IMRT kregen, en 1,3% PBRT. De mediane follow-up was 5,1 jaar na voltooiing van de RT (cumulatief 2,54 miljoen patiëntjaren). De incidentie van tweede maligniteiten was 1,55 per 100 patiëntjaren. Vergelijking tussen IMRT en 3DCRT liet geen verschil zien in risico van tweede maligniteit (OR 1,00; p=0,75). Het risico van tweede maligniteit was significant lager met PBRT (versus IMRT OR 0,31; p<0,0001). Resultaten voor afzonderlijke tumortypen waren over het algemeen consistent met de gepoolde analyse.

De onderzoekers concluderen dat het risico van tweede maligniteit gelijk was na 3DCRT versus IMRT, terwijl PBRT geassocieerd was met lager risico van tweede maligniteit.

1.Xiang M, Chang DT, Pollom EL. Second cancer risk after primary cancer treatment with three-dimensional conformal, intensity-modulated, or proton beam radiation therapy. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database investigated the risk of a second cancer diagnosis after 3DCRT versus IMRT versus PBRT for a first cancer. The risk was similar after IMRT versus 3DCRT, whereas PBRT was associated with a lower risk (versus IMRT OR 0.31; p<0.0001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van uitstel van chirurgie voor maligniteiten op overleving (0)
2020-05-20 11:47   ( Nieuws )
Tags:  delay of cancer surgery survival
Prof. Clare TurnbullDe respons van de gezondheidszorg op de COVID-19 pandemie heeft aanzienlijke invloed op de routinematige diagnostiek en chirurgie voor maligniteiten. Een analyse van gegevens van Public Health England National Cancer Registration Service heeft de impact van uitstel van chirurgie op de overleving van de patiënten geschat. Prof. Clare Turnbull (Institute of Cancer Research, Londen) en collega’s publiceren de analyse online in Annals of Oncology.1

De schattingen zijn gebaseerd op per-dag risico’s van progressie die zijn gezien in observationele studies, toegepast op de leeftijd-specifieke en stadium-specifieke overleving van de meest-voorkomende maligniteiten in Engeland in de periode 2013 tot en met 2017. In die periode werden per jaar 94.912 resecties uitgevoerd die resulteerden in 80.406 lange-termijn overlevers. Per-patiënt uitstel van resectie met drie of zes maanden zou resulteren in attributable death van 4.755 respectievelijk 10.760 van deze patiënten, met verlies van 92.214 respectievelijk 208.275 levensjaren. De figuur toont toeschrijfbare overlijdens (panel a) en verloren levensjaren (panel b) bij zes maanden uitstel voor verschillende typen maligniteiten.

De onderzoekers concluderen dat geringe vertraging in de chirurgie voor maligniteiten aanzienlijke impact op overleving kan hebben.

1.Sud A, Jones M, Broggio J et al. Collateral damage: the impact on outcomes from cancer surgery of the COVID-19 pandemic. Ann Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of data from Public Health England National Cancer Registration Service concluded that 3-month delay to surgery across all stage 1-3 cancers is estimated to cause more than 4,700 attributable deaths per year in England. The impact of life years lost with 3-6 month delay of surgery for stage 1-3 cancers varies widely between tumor types (a: attributable deaths; b: life years lost).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gepoolde analyse van determinanten van controle van chemotherapie-geïnduceerd braken in pediatrische patiënten (0)
2020-05-19 15:00   ( Nieuws )
Tags:  emetogenic chemotherapy in pediatric patients factors associated with vomiting control
Dr. Lee DupuisEr is behoefte aan beter inzicht in factoren die geassocieerd zijn met controle van chemotherapie-geïnduceerd braken (CIV) in pediatrische patiënten die hoog- of matig-emetogene chemotherapie krijgen. Een gepoolde analyse van individuele patiëntgegevens van vijf klinische studies van aprepitant of fosaprepitant heeft deze factoren geïnventariseerd. Dr. Lee Dupuis (The Hospital for Sick Children, Toronto) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse van de acute fase (van eerste dosis chemotherapie tot 24 uur na de laatste dosis van iedere cyclus) includeerde 735 patiënten met een gemiddelde leeftijd 8,9 jaar (range 0,3-17,9). Acute-fase complete CIV-controle was minder waarschijnlijk in oudere patiënten (per jaar RR 0.97; 95%-bti 0,96-0,98) en met langere duur van de acute fase (per dag 0,89; 0,84-0,94). Gebruik van odansetron plus aprepitant of fosaprepitant was geassocieerd met hogere waarschijnlijkheid van acute-fase complete CIV-controle dan gebruik van alleen odansetron (RR 1,28; 95%-bti 1.09-1,50). Complete CIV-controle in de delayed phase (vanaf het eind van de acute fase tot 96 uur later) was waarschijnlijker in patiënten met complete CIV-controle in de acute fase (RR 1,19; 95%-bti 1,06-1,34) en in patiënten die aprepitant of fosaprepitant kregen.

De onderzoekers concluderen dat jongere leeftijd, kortere duur van acute fase, en anti-emesis regime geassocieerd waren met acute-fase complete CIV-controle. Acute-fase complete CIV-controle en anti-emesis regime waren geassocieerd met delayed phase complete CIV-controle.

1.Dupuis LL, Tomlinson GA, Pong A et al. Factors associated with chemotherapy-induced vomiting control in pediatric patients receiving moderately of highly emetogenic chemotherapy: a pooled analysis. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A pooled analysis of five studies with 735 pediatric patients receiving highly or moderately emetogenic chemotherapy found that younger age, shorter acute-phase duration, and antiemetic regimen were associated with acute-phase complete CIV control. Acute-phase complete CIV control and antiemetic regimen were associated with delayed-phase complete CIV control.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)