Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter fase 1b-studie van anti-PD-1 plus anti-EGFR antilichamen voor gevorderd slokdarm squameus celcarcinoom (0)
2025-08-19 12:00   ( Nieuws )
Tags:  aESCC SCT-I10A SCT200
Prof. Ji BaSCT-I10A is een nieuw anti-PD-1 antilichaam en SCT200 is een nieuw anti-EGFR antilichaa. Een multicenter fase 1b-studie in China heeft de combinatie van SCT-I10A en SCT200 geëvalueerd onder patiënten met eerder behandeld gevorderd squameus celcarcinoom van de slokdarm (aESCC). Prof. Ji Ba (Tianjin Medische Universiteit) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1


De studie includeerde 70 patiënten in twee groepen: cohort 1A telde 30 patiënten die eerder behandeld waren maar geen anti-PD-(L)1 anitlichamen of anti-EGFR-antilichamen hadden gekregen, en cohort B bestond uit 40 patiënten na falen van ICIs of anti-EGFR antilichamen. Onder alle patiënten was de objective response rate 25,7% met mediane duur van respons 4,50 maanden en mediane progressievrije overleving 3,98 maanden en mediane overall survival 6,90 maanden. In cohort 1A was de ORR 30% met mDOR 2,83 maanden en mPFS 2,76 maanden en mOS 7,54 maanden. Onder de 29 patiënten in cohort 1B die eerder anti-PD-(L)1 behandeling hadden gekregen was de ORR 17,24% met mPFS 3,98 maanden en mOS 6,08 maanden. Graad 3 of hoger adverse events werden gerapporteerd voor 43,3% van de patiënten in cohort 1A en 52,5% van de patiënten in cohort 1B.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van SCT-I10a en SCT200 antitumoractiviteit en manageable veiligheid had onder patiënten met eerder-behandeld aESCC, zelfs onder patiënten die eerder anti-PD-(L)1 behandeling hadden gekregen.

1.Bai M, Lu Y, Shen L et al. Anti-PD-1 antibody (SCT-I10A) plus anti-EGFR antibody (SCT200) in patients with advanced esophageal squamous cell carcinoma: a multicenter, open-label, phase 1b clinical trial. Cancer 2025.70046

Summary: A multicenter phase 1b trial in China found antitumor activity with manageable safety with the combination of a novel anti-PD-1 antibody and a novel anti-EGFR antibody among patients with previously treated aESCC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van verschillende neoadjuvante behandelingen voor lokaal-gevorderd ESCC (0)
2025-08-18 15:00   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced esophageal squamous cell carcinoma
Chirurgie is de aangewezen behandeling voor patiënten met resectabel lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van de slokdarm (LA-ESCC). Een retrospectieve studie van het Vierde Ziekenhuis van Hebei Medical University (Shijizhuang, China) heeft de impact van verschillende neoadjuvante regimes op de overleving na chirurgie voor resectabel LA-ESCC geïnventariseerd. Dr. Shuchai Zhu en collega’s publiceren de studie in BMC Cancer.1

De studie includeerde 625 patiënten die tussen begin 2016 en eind 2022 in het ziekenhuis neoadjuvante behandeling en chirurgie ondergingen. De neoadjuvante behandelingen waren chemoradiotherapie (NCRT), chemotherapie (NCT), of chemo-immuuntherapie (NCIT). Het primaire eindpunt van de studie was overall survival. De figuur laat zien dat zowel voor (A) als na (B) inverse probability of treatment weighting (IPTW)-correctie de OS significant beter was in de NCIT-groep (vier-jaars OS-percentage 91,4%) vergeleken met de NCRT-groep (60,4%) en de NCT-groep (62,5%). Toevoegen van adjuvante behandeling resulteerde in verbetering van de OS in alle drie de groepen.

De onderzoekers concluderen dat NCIT vergeleken met NCRT en NCT resulteerde in betere OS onder patiënten met LA-ESCC.

1.Liu L, Liu J, Rong Y et al. Comparative study of neoadjuvant chemoradiotherapy, chemotherapy, and chemoimmunotherapy for locally advanced esophageal squamous cell carcinoma. BMC Cancer 2025-14747-z

Summary: A retrospective study at Hebei Medical University (Shijizhuang, China) found superior survival with neoadjuvant chemoimmunotherapy compared with neoadjuvant chemotherapy or chemoradiotherapy among patients with resectable locally advanced esophageal squamous cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world studie van gebruik van palliatieve zorg en kwaliteit van end-of-lfe care voor HR-positief HER2-negatief mBC (0)
2025-08-18 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HR+ HER2-metastatic breast cancer palliative care use and end-of-life-care
Dr. Thomas LeBlancMetastatisch mammacarcinoom is een incurabele ziekte. Specialistische palliatieve zorg (SPC) wordt aanbevolen om distress te verlichten en te agressieve end-of-life (EOL)-zorg te verminderen. Een real-world retrospectieve studie van Duke Cancer Institute (Durham NC) heeft SPC, gebruik van hospice en agressieve EOL-zorg onder patiënten met HR-positief HER2- negatief metastatisch mammacarcinoom (HR+ HER2- mBC) geïnventariseerd. Dr. Thomas LeBlanc en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 102 patiënten die tussen begin 2012 en eind 2017 eerstelijns endocriene therapie en/of CDK4/6-remmers kregen voor HR+ HER2- mBC. Tijdens de studieperiode, met follow-up tot en met maart 2024, overleden 85 van deze patiënten. De helft van de patiënten kregen enige vorm van SPC, en er was geen significant verschil in gebruik van agressieve EOL-zorg tussen de groep met en de groep zonder SPC. De meest-gebruikelijke indicator van agressieve EOL-zorg waren bezoeken aan de afdeling spoedeisende hulp (24% van de patiënten) en hospitalisatie (23%) in de laatste dertig dagen van het leven, en overlijden in het ziekenhuis (24%). Tweeënzeventig procent van de patiënten werden opgenomen in een hospice (9% voor drie dagen of korter).

De onderzoekers concluderen dat in de real-world veel patiënten met HR+ HER2- mBC agressieve EOL-zorg krijgen.

1.Cohn JG, Locke SC, Herring KW et al. Palliative care use and end-of-life care quality in HR+/HER2- metastatic breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2025-07805-4

Summary: A real-world retrospective study at Duke Cancer Institute (Durham, NC) found that many patients with HR+/HER2- metastatic breast cancer received aggressive end-of-life care.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van carboplatine met of zonder everolimus voor gevorderd TNBC (0)
2025-08-18 12:00   ( Nieuws )
Tags:  aTNBC carboplatin with or without everolimus
Prof. Amy TierstenIn triple-negatief mammacarcinoom (TNBC) wordt frequent PTEN-verlies gezien, hetgeen kan resulteren in activering van de mTOR-route. Een gerandomiseerde studie van Tisch Cancer Institute (New York) heeft toevoeging van de mTOR-remmer everolimus aan carboplatine geëvalueerd onder patiënten met gevorderd TNBC die ten hoogste drie eerdere lijnen therapie hadden gekregen. Prof. Amy Tiersten en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 2015 en eind 2022 includeerde de studie aTNBC-59 patiënten. De mediane leeftijd was 62 jaar, en 68% had tenminse één eerdere lijn behandeling gekregen. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar carboplatine plus everolimus (n=38) of alleen carboplatine (n=21). Het primaire eindpunt van de studie was progressievrije overleving. De mediane PFS was significant langer in de carboplatine plus everolimusgroep dan in de carboplatine monotherapiegroep (4,7 maanden versus 4,2 maanden; HR 0,49; p=0,0390). Het verschil in overall survival tussen beide groepen was niet statistisch significant (mediaan 17,6 maanden met de combinatie versus 14,6 maanden met alleen carboplatine (p=0,6593). De meest-waargenomen adverse events met de combinatie waren trombocytopenie, anemie, leukopenie, en neutropenie.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van everolimus aan carboplatine voor aTNBC geassocieerd was met verlaging van het risico van progressie met 52% en goed verdragen werd.

1.Patel R, Fukui J, Klein P et al. Randomized phase II comparison of single-agent carboplatin versus combination of carboplatin and everolimus for advanced triple negative breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2025-07802-7

Summary: A randomized phase 2 trial at Tisch Cancer Institute (New York, NY) found that addition of everolimus to carboplatin for advanced TNBC was well tolerated and reduced the risk of progression by 52%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van associatie van reproductiefactoren met risico van contralateraal mammacarcinoom (0)
2025-08-17 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CBC
Prof. Esther JohnEr is geen duidelijkheid over de associaties tussen reproductiefactoren en het risico van het ontwikkelen van contralateraal mammacarcinoom (CBC). Een retrospectieve studie door The California Breast Cancer Survivorship Consortium heeft deze associaties geïnventariseerd. Prof. Esther John (Stanford University en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 8045 vrouwen met stadium I tot en met III eerste invasief mammacarcinoom (FBC) gediagnostiseerd tussen begin 1994 en eind 2009. CBC werd gediagnosisteerd in 532 van deze vrouwen. De figuur laat zien dat alleen onder vrouwen jonger dan 50 jaar bij de diagnose FBC het CBC-risico geassocieerd was met reproductiefactoren (nulliparous versus parous, 2 versus 1 full term pregnancies, 3 of meer versus 1 FTPs), terwijl onder vrouwen die ouder waren bij de diagnose FBC deze factoren geen impact hadden op het CBC-risico. Onder jongere overlevers van HR-negatief FBC was hoger CBC-risico geassocieerd met langere duur van borstvoeding


De onderzoekers concluderen dat jongere overlevers van FBC die nulliparous zijn of een FTP hebben gehad minder dat tien jaar voorafgaand aan de FBC-diagnose kunnen profiteren van meer frequente surveillance screening.

1.John EM, Koo J, Keegan TH et al. Reproductive factors and risk of contralateral breast cancer by age and hormone receptor status: the California Breast Cancer Survivorship Consortium. Int J Cancer 2025.70089

Summary: A retrospective cohort study by The California Breast Cancer Survivorship Consortium investigated the association of reproductive factors with risk of contralateral breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspellers van werkzaamheid van multimodale metronome chemotherapie voor chemo-refractaire gastro-intestinale maligniteiten (0)
2025-08-17 12:00   ( Nieuws )
Tags:  Epitopes-CRC01 trial
Prof. Christophe BorgEr is geen duidelijkheid over de optimale behandeling van patiënten met chemo-refractaire metastatische gastro-intestinale maligniteiten. De Epitopes-CRC01 studie van de Université de Franche Comté (Besançon) heeft multimodale metronome chemotherapie (MC) met continu toegediende lage doseringen van capecitabine, cyclofosfamide, en aspirine voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Christophe Borg en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 77 zwaar-voorbehandelde patiënten. Voor aanvang van de MC-behandeling stonden de patiënten plasmamonsters af en werden perifeer-bloed mononucleaire cellen verzameld. MC resulteerde niet in nieuwe veiligheidssignalen. De mediane progressievrije overleving was 2,8 maanden (95%-bti 2,4-3,0). De 28 patiënten met PFS langer dan 3,0 maanden werden gedefinieerd als responders, onder wie 15 patiënten met PFS langer dan 6,0 maanden. Levermetastasen waren aanwezig in 69,4% van de nonresponders versus 28,6% van de responders (p<0,001). De responders hadden verhoogde PD1-expressie op CD4 en CD8 T-cellen (p=0,025). De groep met baseline Ang2-Low/CXCL14-High had langere PFS (p=0,019).

De onderzoekers concluderen dat multimodale MC werkzaam was in patiënten met chemo-refractaire metastatische maligniteiten, met levermetastasen, baseline plasmaniveaus van Ang2 en CXCL14, en inductie van PD1 op T-cellen als mogelijke biomarkers voor werkzaamheid (visual abstract).

1.Spehner L, Bouard A, El Kaddissi A et al. Clinical and biological determinants of multimodal metronomic chemotherapy efficacy in chemo-refractory gastrointestinal cancers. Int J Cancer 2025.70095

Summary: The Epitopes-CRC01 study at the Université de Franche Comté (Besançon) found that multimodal metronomic chemotherapy was active without new safety signals among patients with heavily pretreated metastatic gastrointestinal cancers.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Monitoring van electronisch patiënt-gerapporteerde uitkomsten en vitale functies tijdens T-DXd therapie voor HER2-positief metastatisch mammacarcinoom (0)
2025-08-16 15:00   ( Nieuws )
Tags:  PRO-DUCE trial T-DXd for HER2-positive metastatic breast cancer
Dr. Yuichiro KikawaTrastuzumab deruxtecan (T-DXd) is een nieuwe standaard-behandeling voor HER2-positief metastatisch mammacarcinoom. Deze behandeling kan resulteren in specifieke adverse events die de kwaliteit van leven kunnen beïnvloeden. De gerandomiseerde PRO-DUCE studie, in 38 centra in Japan, heeft de QOL-impact van het monitoren van electronische patiënt-gerapporteerde uitkomsten en vitale functies tijdens de behandeling geëvalueerd. Dr. Yuichiro Kikawa (Kansai Medische Universiteit, Hirakata) en collega’s publicerende studie in JAMA Network Open.1

PRO-DUCE includeerde 111 vrouwen met HER2-positief mBC (gemiddelde leeftijd 57,1 ± 11,0 jaar) die 1:1 werden gerandomiseerd een monitoring-groep (n=56) die vanaf het begin van de T-DXd behandeling wekelijks via smartphone of tablet gegevens over symptomen, dagelijkse lichaamstemperatuur, en percutane zuurstofsaturatie rapporteerden waarna behandelaars bij overschrijding van drempels gealerteerd werden, of naar gebruikelijke zorg (UC; n=55). Het primaire eindpunt was verandering vanaf baseline tot week 24 van EORTC-QLQ-C30. De figuur laat zien dat de score na 24 weken niet significant veranderd was in de monitoring-groep en verslechterd was in de UC-groep. Betere scores met monitoring dan met UC werden gezien voor rol, cognitief, en sociaal functioneren. Ook scores voor vermoeidheid waren beter in de monitoring-groep; de verschillen voor misselijkheid en braken waren niet significant. Er waren geen verschillen tussen de groepen voor overlevingsuitkomsten.

De onderzoekers concluderen dat monitoring van ePROs en vitale functies tijdens T-DXd-therapie voor HER2-positief mBC kan resulteren in betere kwaliteit van leven.

1.Kikawa Y, Uemara Y, Taira T et al. Electronic patient-reported outcomes with vital sign monitoring during trastuzumab deruxtecan therapy. The PRO-DUCE randomized clinical trial. JAMA Network Open 2025;8:e2527403

Summary: The multicenter randomized PRO-DUCE trial in Japan found that electronic monitoring of symptoms and vital signs was associated with improved of quality of life among patients receiving trastuzumab deruxtecan for HER2-positive metastatic breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenterstudie van associatie van HIV-infectie met uitkomsten van cervixcarcinoom in de Verenigde Staten (0)
2025-08-16 13:30   ( Nieuws )
Tags:  WLWH cervical cancer
Dr. Alison YoderWomen living with HIV (WLWH) hebben verhoogd risico van cervixcarcinoom. Het is niet bekend of uitkomsten van cervixcarcinoom onder WLWH in het huidige tijdperk van highly active antiretroviral therapy (HAART) verschillen van die van women living without HIV (WWH). Een retrospectieve multicenterstudie in de Verenigde Staten heeft deze uitkomsten geïnventariseerd. Dr. Alison Yoder (MD Anderson Cancer Center, Houston TX( en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1




De studie includeerde 62 WLWH met bekende HIV-status voorafgaand aan of tijdens de diagnose cervixcarcinoom en 172 gematchte WWH met cervixcarcinoom . Adherentie aan HAART in de WLWH-groep werd bepaald aan de hand van patiëntendossiers. De adherente groep (WLWH-A) bestond uit 24 vrouwen, terwijl de niet-adherente groep (WLWH-N) 38 vrouwen telde. De mediane duur van follow-up van het gehele cohort was 47 maanden (IQR 39-55). De meeste patiënten hadden stadium III ziekte (51%), en 50% ondergingen chemoradiotherapie. De figuur laat de uitkomsten zien. Er was geen verschil tussen de groepen voor de eindpunten lokale controle en afstandsmetastasevrije overleving. Ziektevrije overleving en overall survival waren niet significant verschillend tussen de groepen WWH en WLWH-A, en waren significant slechter in de groep WLWH-N.

De onderzoekers concluderen dat in het tijdperk van HAART, WLWH met een diagnose cervixcarcinoom curatieve behandeling volgens standaard richtlijnen dienen te krijgen, met aanbeveling van adherentie aan HAART.

1.Yoder AK. Thomas RJ, Huang A et al. Cervical cancer outcomes in women with HIV in the age of antiretroviral therapy. JAMA Network Open 2025;8:e2527389

Summary: A multicenter retrospective study in the USA found no statistically significant differences in outcome of cervical cancer between women living with HIV (WLWH) who were adherent to highly active antiretroviral therapy and women without HIV, whereas WLWH not adherent to HAART had worse outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)