Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Crizotinib voor gevorderd NSCLC met ROS1-rearrangement: lange-termijn uitkomsten (0)
2019-04-13 14:52   ( Nieuws )
Tags:  PROFILE 1001 study ROS1-rearranged advanced NSLCL crizotinib
Dr. Alice ShawCrizotinib is een remmer van ALK en ROS1. De doorlopende multicenter fase 1-studie PROFILE 1001 evalueert de veiligheid en werkzaamheid van crizotinib voor gevorderd NSCLC met ROS1-rearrangement. In 2014 is gepubliceerd dat crizotinib in deze studie sterke antitumor activiteit had. Dr. Alice Shaw (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren lange-termijn uitkomsten (46,2 maanden additionele follow-up) van de studie vandaag online in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 53 patiënten die crizotinib 250 mg tweemaal daags kregen. De mediane duur van de behandeling was 22,4 maanden. Op het moment van data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse werden twaalf patiënten nog behandeld (23%). De ORR was 72% (95%-bti 58-83), waaronder 6 complete responsen en 32 partiële responsen, met een mediane duur van respons 24,7 maanden (95%-bti 15,2-45,3). Tien patiënten (19%) hadden stabiele ziekte. De ORRs waren consistent over verschillende patiëntensubgroepen. De mediane progressievrije overleving was 19,3 maanden (95%-bti 15,2-39,1). De mediane overall survival was 51,4 maanden (95%-bti 29,3 tot niet-bereikt), en de waarschijnlijkheid van overleving na 12, 24, 36, en 48 maanden was 79%, 67%, 53%, en 51%. Er was geen associatie tussen OS en specifieke ROS1-fusiepartners. Treatment-related adverse events waren voornamelijk graad 1 en 2; er waren geen graad 4 of 5 TRAEs; en geen TRAEs die leidden tot permanente discontinuering.

De onderzoekers concluderen dat crizotinib-behandeling resulteerde in klinisch relevant profijt voor patiënten met gevorderd NSCLC met ROS1-rearrangement.

1.Shaw AT, Riely GJ, Bang Y-J et al. Crizotinib in ROS1-rearranged advanced non-small-cell lung cancer (NSCLC): updated results, including overall survival, from PROFILE 1001. Ann Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The ongoing phase 1 study PROFILE 1001 evaluates crizotinib for ROS1-rearranged advanced NSCLC. An updated analysis of the study found 72% ORR with median duration of response 24.7 months, and 19% stable disease. Treatment-related adverse events were mainly grade 1 or 2; there were no grade 4 or 5 TRAEs, and no TRAEs led to permanent discontinuation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Identificatie van kandidaten voor langere longcarcinoom-screening intervals na negatief CT-resultaat (0)
2019-04-13 13:31   ( Nieuws )
Tags:  lung cancer screening longer intervals after negative low-dose CT result
Dr. Hillary RobbinsVerlenging van het screeningsinterval voor personen met het laagste risico van een maligniteit zou met screening samenhangende harms kunnen verminderen en de efficiëntie van de screening kunnen verbeteren. Dr. Hillary Robbins (Johns Hopkins University, Baltimore MD) en collega’s hebben een studie uitgevoerd om personen te kunnen identificeren die na een negatief resultaat van lage-dosering CT-screening op longcarcinoom kandidaat zijn voor een langer screeningsinterval. Ze publiceren de studie online in het Journal of the National Cancer Institute.1

De studie includeerde 23.328 deelnemers van de National Lung Screening Trial die bij screening een negatief CT-resultaat hadden (geen nodules van 4 mm of groter). Bij de volgende screening, een jaar later, was het risico van detectie van een longmaligniteit verlaagd in de groep van 70% van de deelnemers zonder bij de oorspronkelijke screening CT-gedetecteerd emfyseem en zonder consolidatie (mediaan risico 0,2%; IQR 0,1-0,3). In de groep van 30% van de deelnemers met emfyseem (mediaan risico 0,5%; IQR 0,3-0,8) en de groep van 0,6% van deelnemers met consolidatie (mediaan risico 1,6%; IQR 1,0-2,5) was het risico van detectie van een maligniteit bij de volgende screening verhoogd.

De onderzoekers concluderen dat het wellicht mogelijk is kandidaten te identificeren die na een negatief screeningsresultaat hun screeningsinterval redelijkerwijs kunnen verlengen.

1.Robbins HA, Berg CD, Cheung LC et al. Identification of candidates for longer lung cancer screening intervals following a negative low-dose computed tomography result. J Natl Cancer Inst 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of 23,328 participants of the National Lung Screening Trial who had a negative CT-screen was used to develop an individualized model for lung cancer risk after negative CT. Individuals without emphysema and without consolidation had a reduced cancer detection at the next annual screen. These individuals might reasonably lengthen their screening interval.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

MRI voor identificeren van kandidaten voor primaire chirurgie voor rectumcarcinoom (0)
2019-04-13 11:59   ( Nieuws )
Tags:  rectal cancer primary surgery MRI
Dr. Erin KennedyDe aanbevolen benadering voor stadium II en III rectumcarcinoom is chemoradiotherapie (CRT) gevolgd door chirurgie. CRT resulteert in verlaging van het risico van lokaal recidief, maar het verbetert de overall survival niet, en leidt tot slechtere functionele uitkomsten dan alleen chirurgie. De fase 2-studie QuickSilver, in twaalf centra in Canada, heeft onderzocht of gebruik van MRI van waarde kan zijn voor de selectie van patiënten met ‘goede prognose’ die voldoende hebben aan alleen primaire chirurgie, zonder CRT. Dr. Erin Kennedy (Mount Sinai Hospital, Toronto) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 82 rectumcarcinoom-patiënten (74% mannen; mediane leeftijd 66 jaar; range 37-89 jaar) met MRI-voorspelde goede prognose. De MRI-criteria voor goede prognose waren afstand tot de mesorectale fascia meer dan 1 mm, T2- of vroege T3-ziekte, of T3 met minder dan 5 mm extramurale-invasiediepte, en geen duidelijke extramurale veneuze invasie. Deze patiënten ondergingen primaire chirurgie zonder CRT. Primaire uitkomst van de studie was percentage patiënten met een positieve circumferentiële resectiemarge (CRM). Positieve CRM werd gezien in 4 van 82 patiënten (4,9%; 95%-bti 0,2-9,6).

De onderzoekers concluderen dat gebruik van MRI-criteria identificatie mogelijk maakt van patiënten met stadium II of III rectumcarcinoom met een goede prognose, in wie CRT voorafgaand aan chirurgie mogelijk achterwege kan worden gelaten.

1.Kennedy ED, Simunovic M, Jhaveri K et al. Safety and feasibility of using magnetic resonance imaging criteria to identify patients with ‘good prognosis’ rectal cancer eligible for primary surgery. The phase 2 nonrandomized QuickSilver clinical trial. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study in twelve hospitals in Canada found that the use of MRI criteria to select good prognosis rectal cancer patients for primary surgery results in a low rate of positive circumferential resection margin (4.9%).
Chemoradiotherapy before surgery may not be necessary for all patients with stage II and III rectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Stereotactische ablatieve radiotherapie versus standaard palliatieve behandeling voor oligometastische maligniteiten (0)
2019-04-12 14:49   ( Nieuws )
Tags:  SABR-COMET study oligometastatic cancers
Dr. David PalmaHet oligometastatisch paradigma suggereert dat sommige patiënten met een beperkt aantal metastasen kunnen worden genezen als alle lesies geëradiceerd worden. Voor deze aanname is slechts beperkte evidentie beschikbaar. De multinationale fase 2-studie SABR-COMET onderzocht het effect van stereotactische ablatieve radiotherapie (SABR) op overleving, oncologische uitkomsten, toxiciteit, en kwaliteit van leven in patiënten met een gecontroleerde primaire tumor en één tot en met vijf metastatische lesies. Dr. David Palma (London Health Sciences Centre, London ON Canada) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet.1


SABR-COMET werd uitgevoerd in tien ziekenhuizen in Australië, Canada, Nederland, en Schotland. De studie includeerde 99 volwassen patiënten met een ECOG performance status 0 of 1 en een levensverwachting van tenminste zes maanden. Na stratificatie naar het aantal metastasen (1 tot en met 3 versus 4 of 5) werden de patiënten 1:2 gerandomiseerd naar standaard palliatieve behandeling (controlegroep; n=33) of standaardzorg plus SABR naar alle metastatische lesies (SABR-groep; n=66). Het primaire eindpunt van de studie was overall survival, met p<0,20 als criterium voor een positieve studie.

Twee patiënten in elk van beide groepen trokken zich terug uit de studie. De mediane follow-up was 25 maanden (IQR 19-54) in de controlegroep en 26 maanden (IQR 23-37) in de SABR-groep. De mediane OS was 28 maanden in de controlegroep versus 41 maanden in de SABR-groep (HR 0,57; p=0,090). Graad 2 of hoger adverse events werden gezien in 9% van de patiënten in de controlegroep en 29% van de patiënten in de SABR-groep. Graad 5 AEs werden gezien in geen patiënt in de controlegroep versus 4,5% van de patiënten (n=3) van de patiënten in de SABR-groep.

De onderzoekers concluderen dat SABR geassocieerd was met verbetering van de OS. De studie voldeed aan het criterium voor werkzaamheid, hoewel 4,5% van de patiënten in de SABR-groep aan de behandeling overleden. Fase 3-studies zijn vereist om een OS-profijt van de behandeling definitief aan te tonen, en om het maximum aantal metastatische lesies te bepalen waarin SABR profijt levert.

1.Palma DA, Olson R, Harrow S et al. Stereotactic ablative radiotherapy versus standard of care palliative treatment in patients with oligometastatic cancers (SABR-COMET): a randomised, phase 2, open-label trial. Lancet 2019; epub ahead of print

Summary: The international phase 2 study SABR-COMET randomized patients with a controlled primary tumor and one to five metastatic lesions to palliative standard of care treatments alone (control group) or SOC plus stereotactic ablative radiotherapy to all metastatic lesions. The median overall survival was 28 months in the control group versus 41 months in the SABR group (HR 0.57; p=0.090; meeting the primary end point). Three of 66 patients in the SABR group (4.5%) had treatment-related death.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Activiteit van lapatinib voor HER2-positief MBC na eerder trastuzumab, pertuzumab, of T-DM1 (0)
2019-04-12 13:57   ( Nieuws )
Tags:  metastatic HER2-positive breast cancer lapatinib
Dr. Rashmi MurthyLapatinib in combinatie met capecitabine of letrozol is een geaccepteerde behandeling voor trastuzumab-resistent HER2-positief mammacarcinoom (MBC). Er is echter geen duidelijkheid over de werkzaamheid van deze behandeling in patiënten die eerder pertuzumab en ado-trastuzumab emtansine (T-DM1) hebben gekregen. Een studie van MD Anderson Cancer Center (Houston) heeft deze werkzaamheid onderzocht. Dr. Rashmi Murthy en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 520 patiënten die tussen begin 2003 en eind 2017 in Houston lapatinib-gebaseerde therapie kregen voor HER2-positief MBC. Onder deze patiënten waren er 43 die eerder pertuzumab of T-DM1 hadden gekregen (‘target cohort’) en 477 die niet eerder pertuzumab of T-DM1 hadden gekregen (‘comparison cohort’). De clinical benefit rate op lapatinib-gebaseerde therapie was 28% (95%-bti 10-32) in het target cohort en 40% (95%-bti 36-45) in het comparison cohort. De mediane duur van behandeling met lapatinib was 5 maanden (95%-bti 3,0-9,0) in het target cohort en 6,7 maanden (95%-bti 5,9-8,0) in het comparison cohort. In beide cohorten waren mediane tijd tot progressie en overall survival langer in de groep patiënten met de novo metastatische ziekte dan in de groep patiënten met ziekterecidief.

De onderzoekers concluderen dat lapatinib-gebaseerde therapie een actieve therapeutische optie is voor HER2-positief MBC, ook na eerder trastuzumab, pertuzumab en/of T-DM1.

1.Baez-Vallecillo L, Raghavendra AS, Hess KR et al. Lapatinib activity in metastatic human epidermal growth factor receptor 2-positive breast cancers that received prior therapy with trastuzumab, pertuzumab, and/or ado-trastuzumab emtansine (T-DM1). Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A study at MD Anderson Cancer Center (Houston) found that lapatinib is an active therapeutic option for HER2-positive metastatic breast cancer after prior trastuzumab, pertuzumab and/or ado-trastuzumab emtansine.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2/3-studie van perioperatief FLOT versus ECF/ECX voor lokaal-gevorderd maag- of GEJ-adenocarcinoom (0)
2019-04-12 12:59   ( Nieuws )
Tags:  FLOT4 study gastric or GEJ adenocarcinoma perioperative FLOT versus ECF ECX
Prof. Salah-Eddin Al-BatranDocetaxel-gebaseerde chemotherapie is effectief voor metastatisch maag- en maag-slokdarmovergang (GEJ)-adenocarcinoom. De Duitse multicenter fase 2/3-studie FLOT4 vergeleek perioperatief FLOT (fluorouracil, leucovorine, oxaliplatine, en docetaxel) versus ECF/ECX (fluorouracil of capecitabine plus cisplatine en epirubicine) voor lokaal-gevorderd resectabel maag- of GEJ-adenocarcinoom. Prof. Salah-Eddin Al-Batran (Universiteit van Frankfurt) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet.1

De studie, uitgevoerd in 38 centra in Duitsland, includeerde 716 patiënten met cT2 of hoger en/of nodaal-positieve resectabele tumoren, zonder aanwijzingen voor afstandsmetastasen. De patiënten werden gerandomiseerd naar drie preoperatieve en drie postoperatieve drieweekse cycli ECF/ECX (controlegroep; n=360) of vier preoperatieve en vier posteroperatieve tweeweekse cycli FLOT (experimentele groep; n=356). Het primaire eindpunt van de studie was overall survival. De mediane OS was 50 maanden met FLOT versus 35 maanden met ECF/ECX (HR 0,77; 95%-bti 0,63-0.94). Het percentage patiënten met serious adverse events was vrijwel gelijk in de twee groepen (27% versus 27%) evenals het aantal patiënten met graad 5 AEs (twee in beide groepen). Hospitalisatie vanwege toxiciteit was vereist in 26% van de patiënten in de ECF/ECX-groep en 25% van de patiënten in de FLOT-groep.

De onderzoekers concluderen dat perioperatief FLOT vergeleken met perioperatief ECF/ECX resulteerde in betere OS van patiënten met lokaal-gevorderd maag- of GEJ-carcinoom.

1.Al-Batran S-E, Homann N, Pauligk C et al. Perioperative chemotherapy with fluorouracil plus leucovorin, oxaliplatin, and docetaxel versus fluorouracil or capecitabine plus cisplatin and epirubicin for locally advanced, resectable gastric or gastro-oesophageal junction adenocarcinoma (FLOT4): a randomised, phase 2/3 trial. Lancet 2019; epub ahead of print

Summary: The German multicenter phase 2/3 study FLOT4 compared perioperative chemotherapy with FLOT (fluorouracil, leucovorin, oxaliplatin, and docetaxel) with perioperative chemotherapy with ECF/ECX (fluorouracil or capecitabine plus cisplatin and epirubicin) for locally advanced gastric or GEJ adenocarcinoma. The median overall survival was 50 months with FLOT versus 35 months with ECF/ECX (HR 0.77; 95% CI 0.63-0.94).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lage-dosering tamoxifen versus placebo voor recidief van intraepitheliale neoplasie in de borst (0)
2019-04-12 11:55   ( Nieuws )
Tags:  breast intraepithelial neoplasia recurrence tamoxifen
Prof. Andrea DeCensiTamoxifen 20 mg/d gedurende vijf jaar is een effectieve behandeling voor preventie van recidief van mammacarcinoom, maar is geassocieerd met toxiciteit die wijdverbreid gebruik in de weg staat. In biomarker-studies is gezien dat tamoxifen 5 mg/d niet inferieur is aan 20 mg/d voor het eindpunt proliferatie van mammacarcinoom. Een multicenterstudie in Italië heeft onderzocht of een lagere tamoxifendosering, gedurende kortere tijd, even effectief zou zijn als de standaard-dosering voor preventie van recidief van intraepitheliale neoplasie. Prof. Andrea DeCensi (Ente Ospedaliero Ospedali Galliera, Genua) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde vijfhonderd vrouwen, in de leeftijd tot en met 75 jaar, met hormoongevoelig of -onbekend intraepitheliale neoplasie van de borst (inclusief atypische ductale hyperplasie en lobulair of ductaal carcinoom in situ). De vrouwen werden gerandomiseerd naar tamoxifen 5 mg/d of placebo gedurende drie jaar na de chirurgie. Het primaire eindpunt was incidentie van invasief mammacarcinoom of DCIS. Na mediaan 5,1 jaar follow-up (IQR 3,9-6,3) waren veertien neoplastische gebeurtenissen gezien met tamoxifen versus achtentwintig met placebo (11,6 versus 23,9 per 1000 persoonsjaren; HR 0,48; p=0,02). In de tamoxifen-arm werden minder contralaterale gebeurtenissen gezien (drie versus twaalf; HR 0,25; p=0,02). Patiënt-gerapporteerde uitkomsten verschilden niet tussen de armen, met uitzondering van licht hogere frequentie van opvliegers in de tamoxifen-arm. Er waren twaalf serious adverse events met tamoxifen versus zestien met placebo.

De onderzoekers concluderen dat de tamoxifen 5 mg/d gedurende drie jaar resulteerde in ongeveer halvering van recidief, met beperkte toxiciteit.

1.DeCensi A, Puntoni M, Guerrieri-Gonzaga A et al. Randomized placebo controlled trial of low-dose tamoxifen to prevent local and contralateral recurrence in breast intraepithelial neoplasia. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in Italy randomized women after surgery for hormone-sensitive or unknown breast intraepithelial neoplasia (including atypical ductal hyperplasia and lobular or ductal carcinoma in situ) to tamoxifen 5 mg/d or placebo for 3 years. The study showed that this low dose of tamoxifen reduced recurrence of neoplasia by 52%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van leukemia cutis met overleving in AML (0)
2019-04-11 15:00   ( Nieuws )
Tags:  AML leukemia cutis association with survival
Dr. Milan AnadkatLeukemia cutis (LC), ook bekend als cutaan myeloïd sarcoom, is een extramedullair manifestatie van leukemie in de huid. De aandoening kan voorkomen in alle typen leukemie, maar wordt het meest gezien in patiënten met AML. In beschrijvende studies met geringe aantallen patiënten is een ongunstige associatie gezien tussen LC en de prognose van AML. Een retrospectieve matched-cohort studie van Washington University (St. Louis MO) heeft de associatie van LC met overleving geïnventariseerd. Dr. Milan Anadkat en collega’s publiceren de studie online in JAMA Dermatology.1

De ondezoekers identificeerden 1683 patiënten met een diagnose AML tussen begin 2005 en april 2007, die in het academisch ziekenhuis in St. Louis werden behandeld. Onder deze patiënten waren er 78 met biopsie-bewezen LC (4,6%). De studie includeerde 62 patiënten met AML plus LC (gemiddelde leeftijd 58,2 jaar; 53% mannen), en matchte deze patiënten 1:3 met 186 patiënten met AML zonder LC (gemiddelde leeftijd 58,2 jaar; 55% mannen). De mediane overall survival was was 17,21 maanden (95%-bti 13,54-21,26) onder de AML-patiënten zonder LC versus 13,03 maanden (95%-bti 10,02-16,62) onder de AML-patiënten met LC (p=0,01). De mediane leukemievrije overleving was 22,21 maanden (95%-bti 17,05-42,51) onder de AML-patiënten zonder LC versus 13,86 maanden (95%-bti 10,02-17,74) onder de AML-patiënten met LC. De vijf-jaars OS in beide groepen was 28,3% versus 8,6%. Voor patiënten met versus zonder LC was de LSS-HR 2,06 (p=0,004) en de OS-HR 1,66 (p=0,03).

De onderzoekers concluderen dat de presentatie van LC in patiënten met AML geassocieerd was met kortere OS en LSS.

1.Wang CX, Pusic I, Anadkat MJ. Association of leukemia cutis with survival in acute myeloid leukemia. JAMA Dermatol 2019; epub ahead of print

Summary: A retrospective, matched chort study at Washington University in St. Louis found that the presentation of leukemia cutis in patients with AML is associated with decreased overall survival and leukemia-specific survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)