Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Oncologische uitkomsten van patiënten met gelokaliseerd primair hoofd en hals synoviaal sarcoom (0)
2024-12-10 13:00   ( Nieuws )
Tags:  HNSS
Prof. Dejka AraujoSynoviaal sarcoom van hoofd en hals (HNSS) is moeilijk te behandelen vanwege de proximiteit van vitale structuren. Een retrospectieve studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft oncologische uitkomsten van HNSS na diagnose in het gelokaliseerde stadium geïnventariseerd. Prof. Dejka Araujo en collega’s publiceren de studie in Cancers.1



De studie includeerde 57 patiënten met een diagnose primair HNSS tussen 1981 en 2020 en gelokaliseerde ziekte bij diagnose. De figuur laat zien dat de vijf-jaars percentages voor overall survival (OS), lokaal-recidief vrije overleving (LRFS), en metastasevrije overleving (MFS) 80,4% (95%-bti 66,6-88,9) respectievelijk 67,7% (50,0-80,4) en 50,6% (34,4-64,8) bedroegen. Vergeleken met patiënten die alleen chirurgische resectie ondergingen hadden patiënten die chirurgie plus radiotherapie ondergingen betere LRFS (HR 0,03; 95%-bti 0,001-0,57) en hadden patiënten die (neo)adjuvante chemotherapie plus chirurgie en radiotherapie kregen betere MFS (0,10; 0,01-0,95). Onder patiënten met tumoren van 4 cm of groter hadden patiënten die (neo)adjuvante chemotherapie plus chirurgie en radiotherapie kregen significant betere MFS dan patiënten die alleen chirurgie en radiotherapie kregen (na vijf jaar 53,2% versus 20,0%; p=0,003).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met gelokaliseerd HNSS perioperatieve radiotherapie lokale controle verbeterde, en dat perioperatieve chemotherapie geassocieerd was met uitstel van metastase.

1.Patel RR, Gopalakrishnan V, Amini B et al. Oncologic outcomes in patients with localized, primary head and neck synovial sarcoma. Cancers 2024;16:4119




  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van blinatumumomab voor nieuw-gediagnostiseerd standaard-risico B-cel ALL in kinderen (0)
2024-12-09 16:00   ( Nieuws )
Tags:  AALL1731 trial standard-risk B-cell ALL binatumomab
Prof. Mignon LohB-cel acute lymfatische leukemie (B-ALL) is de meest-voorkomende maligniteit in kinderen. Blinatumomab is een op CD19 en CD3 gericht bispecifieke T-cell engager. De multicenter fase 3-studie AALL1371 in de Verenigde Staten heeft toevoegen van blinatumomab aan chemotherapie voor nieuw-gediagnostiseerd standaard-risico B-ALL in kinderen geëvalueerd. Prof. Mignon Loh (Seattle Children’s Hospital, WA) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde 1440 patiënten met gemiddeld of hoog risico van relapse, die werden gerandomiseerd naar vier-weekse cycli van alleen chemotherapie (n=722) of toevoeging van blinatumomab aan chemotherapie tijdens twee niet-achtereenvolgende cycli (n=718). Het primaire eindpunt was ziektevrije overleving. Bij de eerste interimanalyse, na mediaan 2,5 jaar follow-up, adviseerde het Data and Safety Monitoring Committee vroege beëindiging van de studie. Het geschatte drie-jaars ziektevrije-overlevingspercentage was 96,0±1,2% met blinatumomab plus chemotherapie vergeleken met 87,9±2,1% met alleen chemotherapie (verschil in restricted mean survival time 72 dagen; p<0,001). Onder patiënten met gemiddeld risico van relapse was het geschatte drie-jaars ziektevrije overlevingspercentage 97,5±1,3% versus 90,2± 2,3%; en onder patiënten met hoog risico van relapse 94,1±2,5% versus 84,8±3,8%. De overall incidentie van niet-fataal sepsis en katheter-gerelateerde infecties was hoger onder patiënten met gemiddeld risico van relapse die blinatumomab kregen dan onder patiënten die alleen chemotherapie kregen.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van blinatumomab aan chemotherapie voor nieuw-gediagnostiseerd standaard-risico B-ALL in kinderen met gemiddeld of hoog risico van relapse resulteerde in significante verbetering van de ziektevrije overleving.

1.Gupta S, Rau RE, Kairalla JA et al. Blinatumomab in standard-risk B-cell acute lymphoblastic leukemia in children. N Engl J Med 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 AALL1731 trial in the USA found that adding blinatumomab to chemotherapy for patients with newly diagnosed childhood standard-risk B-cell ALL of average or high risk of relapse significantly improved disease-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van perioperatief sintilimab plus platina chemotherapie voor potentieel resectabel stadium IIIB NSCLC (0)
2024-12-09 14:30   ( Nieuws )
Tags:  periSCOPE trial potentially resectable stage IIIB NSCLC perioperative sintilimab
Er is geen consensus over verbetering van overall survival door preoperatieve chemotherapie of chemoradiotherapie voor lokaal-gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). De fase 2-studie periSCOPE van Chinese Academy of Medical Sciences en Peking Union Medical College (Shenzhen, China) heeft perioperatief sintilimab plus platina-gebaseerd chemotherapie voor potentieel resectabel stadium IIIB NSCLC geëvalueerd. Dr. Kai Ma en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde 30 patiënten met door een multidisciplinair team beoordeeld als potentieel resectabele ziekte. De patiënten kregen twee neoadjuvante cycli van sintilimab plus chemotherapie, na vier tot zes weken gevolgd door chirurgische resectie, en na herstel van chirurgie twee cycli sintilimab plus chemotherapie gevolgd door sintilimab monotherapie als onderhoud. Het primaire eindpunt was majeure pathologische respons (MPR).

Na de neoadjuvante immuunchemotherapie hadden 19 van 30 patiënten radiografische partiële respons, resulterend in een objective response rate van 63,3%. Er waren 26 patiënten (86,7%) met treatment-related adverse events tijdens de neoadjuvante behandeling, maar slechts twee patiënten (6,7%) met graad 3 of hoger TRAEs. Chirurgische resectie kon worden uitgevoerd in 27 patiënten (90%) met een R0-resectiepercentage van 96,4%. Twaalf patiënten (44,4%) in de per-protocol populatie hadden MPR, onder wie zes (22,2%) met pathologisch complete respons. Bij data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 34,7 maanden. De drie-jaars percentages voor gebeurtenisvrije overleving en overall survival waren 42,8% respectievelijk 70,1% in de intention-to-treat populatie en de drie-jaars percentages voor ziektevrije overleving en overall survival in de per-protocol populatie waren 52,5% respectievelijk 70,4%.

De onderzoekers concluderen dat perioperatief sintilimab plus platina-gebaseerde chemotherapie een veelbelovende optie is voor patiënten met potentieel resectabel stadium IIIB NSCLC.

1.Yu K, Huang C, Du L et al. Efficacy and safety of perioperative sintilimab plus platinum-based chemotherapy for potentially resectable stage IIIB non-small cell lung cancer (periSCOPE): an open-label, single-arm, phase II trial. eClinMed 2024.102997

Summary: The phase 2 periSCOPE trial at the Chinese Academy of Medical Sciences and Peking Union Medical College (Shenzhen, China) found that perioperative sintilimab plus platinum-based chemotherapy is a promising option for patients with potentially resectable stage IIIB NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van loncastuximab tesirine plus rituximab voor recidiverend of refractair folliculair lymfoom (0)
2024-12-09 13:00   ( Nieuws )
Tags:  FL loncastuximab tesirine plus rituximab
Dr. Juan Pablo AlderuccioEr zijn aanwijzingen voor activiteit van loncastuximab tesirine voor folliculair lymfoom (FL) en voor synergistische activiteit tussen rituximab en loncastuximab tesirine. Een fase 2-studie van Sylvester Comprehensive Cancer Center (Miami, Florida) heeft de combinatie van rituximab en loncastuximab tesirine (R-LT) voor tweede- of laterelijns behandeling van FL geëvalueerd. Dr. Juan Pablo Alderuccio en collega’s publiceren de studie in The Lancet Haematology.1

De studie includeerde volwassen patiënten met recidiverend of refractair FL (graad 1-3A) met progressie binnen 24 maanden na eerstelijns behandeling en een ECOG performance status 2 of beter. De patiënten kregen drie-weekse cycli van R-LT. Patiënten met complete respons na 21 weken discontinueerden loncastuximab en kregen nog twee doses rituximab iedere acht weken. Patiënten met partiële respons na 21 weken kregen nog 18 weken R-LT. Het primaire eindpunt was complete respons na twaalf weken. Deze werd gezien in 26 van 39 geïncludeerde patiënten (CRR 67%). Ernstige treatment-emergent adverse events werden gezien in vier patiënten (10%). Er waren geen graad 5 TEAEs.

De onderzoekers concluderen dat R-LT klinisch relevante activiteit en een manageable veiligheidsprofiel had onder patiënten met recidiverend of refractair FL.

1.Alderuccio JP, Alencar AJ, Schatz JH et al. Loncastuximab tesirine with rituximab in patients with relapsed or refractory follicular lymphoma: a single-centre, single-arm, phase 2 trial. Lancet Haematol 2024-00345-4

Summary: A phase 2 trial at Sylvester Comprehensive Cancer Center (Miami, FL) found clinically meaningful activity and a manageable safety profile of the combination of loncastuximab tesirine and rituximab in relapsed or refractory follicular lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Analyse van wereldwijde incidentie, mortaliteit, en DALYs van neuroblastoom in kinderen, 1990-2022 (0)
2024-12-08 16:00   ( Nieuws )
Tags:  childhood neuroblastoma epidemiology
Neuroblastoom is wereldwijd de meest prevalente extracraniale solide tumor in pediatrische patiënten. Een analyse van de Global Burden of Disease (GBD) database door onderzoekers van Guangxi Medische Universiteit (Nanning, China) heeft wereldwijde trends in de incidentie, mortaliteit, en disability-adjusted life years (DALYs) van neuroblastoom in kinderen tussen begin 1990 en eind 2021 onderzocht. Dr. Bo Shi en collega’s publiceren de analyse in eClinicalMedicine.1

GBD verzamelt gegevens van 204 landen. De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op patiënten in de leeftijd tot en met 14 jaar. In 2021 waren er wereldwijd 5560 kinderen met neuroblastoom, met 1977 overlijdens en 174.186,30 DALYs. Tussen 1990 en 2022 nam de incidentie toe met 30,26%; de mortaliteit met 20,35%; en DALYs met 20,08%. De figuur laat zien dat de incidentie, mortaliteit, en DALYs toenamen van tot 2018 en vervolgens afnamen met een annual percentage change van 5,56. Het land met de meeste pediatrische patiënten met neuroblastoom in 2021 was India (n=685).

De onderzoekers concluderen dat de wereldwijde incidentie, mortaliteit, en DALYs door pediatrisch neuroblastoom tussen 1990 en 2018 toenamen en vervolgens afnamen.

1.Nong J, Su C, Li C et al. Global, regional, and national epidemiology of childhood neuroblastoma (1990-2021): a statistical analysis of incidence, mortality, and DALYs. eClinMed 2024.102964

Summary: Analysis of the Global Burden of Disease database found that worldwide the incidence, mortality, and disability-adjusted life years related to childhood neuroblastoma increased from 1990 to 2017, with subsequent decreases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van trametinib of trametinib plus uprosertib voor metastatisch triple-negatief mammacarcinoom (0)
2024-12-08 13:00   ( Nieuws )
Tags:  mTNBC trametinib uprosertib
Dr. Daniel StoverMEK-remmers zoals trametinib hebben activiteit laten zien onder patiënten met metastatisch triple-negatief mammacarcinoom (mTNBC), maar veel van deze patiënten ontwikkelen snel resistentie. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft de respons op trametinib alleen en in combinatie met de AKT-remmer uprosertib (GSK2141795) geïnventariseerd in mTNBC-patiënten die eerder behandeld waren met chemotherapie. Dr. Daniel Stover (The Ohio State University, Columbus) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie werd uitgevoerd in twee delen. Deel één includeerde 37 patiënten die trametinib 2 mg eenmaal daags monotherapie kregen. Onder deze patiënten waren en twee met partiële respons en zes andere patiënten met stabiele ziekte, voor een objective response rate van 5,4% en clinical benefit rate van 21,6%. Na progressie kregen in deel twee negentien patiënten trametinib 1,5 mg plus uprosertib 50 mg eenmaal daags. Onder deze patiënten waren er drie met partiële respons en drie anderen met stabiele ziekte, voor een ORR van 15,8% en een CBR van 31,6%. De mediane progressievrije overleving was 7,7 weken in deel één en 7,8 weken in deel twee. Klaring van circulerend tumor DNA op dag één van de tweede cyclus trametinib monotherapie was geassocieerd met betere progressievrije overleving.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met mTNBC die eerder chemotherapie hadden gekregen, trametinib monotherapie bescheiden werkzaamheid had, en dat toevoegen van uprosertib aan de behandeling resulteerde in numeriek hogere objectieve respons maar geen verbetering van de progressievrije overleving. Klaring van ctDNA zou een vroege biomarker van respons kunnen zijn.

1.Prasath V, Boutrid H, Wesolowski R et al. Phase II study of MEK inhibitor trametinib alone and in combination with AKT inhibitor GSK2141795/uprosertib in patients with metastatic triple negative breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2024-07551-z

Summary: A multicenter phase 2 trial in the USA found that in patients with metastatic triple negative breast cancer previously treated with chemotherapy, trametinib monotherapy demonstrated limited efficacy, and addition of uprosertib was associated with numerically greater objective responses but no improvement of progression-free survival. Exploratory analysis suggests ctDNA clearance as a potential early biomarker of response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van neoadjuvante chemotherapie en transorale robotische chirurgie voor HPV-gerelateerd OPSCC (0)
2024-12-07 16:00   ( Nieuws )
Tags:  HPV-related OPSCC NECTORS versus CCRT
Dr. Nader SadeghiAfstandsmetastase (DM) is de meest-frequente doodsoorzaak onder patiënten met HPV-gerelateerd squameus celcarcinoom van de orofarynx (OPSCC). Een multicenter retrospectieve studie heeft neoadjuvant chemotherapie gevolgd door transorale robotische chirurgie (NECTORS) en halsdissectie vergeleken met de standaard-behandeling, concurrente chemoradiotherapie (CCRT) voor het eindpunt DM-vrije overleving onder patiënten met stadium III of IVa HPV-gerelateerd OPSCC. Dr. Nader Sadeghi (McGill University Health Centre, Montreal, Canada) en collega’s publiceren de studie in JAMA Otolaryngology – Head & Neck Surgery.1

De studie vergeleek prospectieve data van een groep van 110 patiënten die NECTORS kregen met een historisch cohort van 232 patiënten de CCRT kregen. Patiënten in de NECTORS-groep kregen die cycli neoadjuvant docetaxel en cisplatine gevolgd door TORS en halsdissectie. Patiënten in de CCRT-groep kregen hoge-dosering cisplatine en radiotherapie. De mediane follow-up was 5,8 jaar in de CCRT-groep en 5,1 jaar in de NECTORS-groep. In de CCRT-groep hadden elf patiënten (4,7%) locoregionaal recidief (LRR), vijf patiënten (2,2%) LRR en DM, en 28 (12,1%) alleen DM. In de NECTORS-groep hadden vijf patiënten (4,5%) LRR, één patiënt (0,9%) LRR en DM, en geen patiënt alleen DM. Na matching voor T- en N-stadia was in multivariate analyse de HR voor ontwikkeling van DM voor CCRT versus NECTORS 9,98 (95%-bti 1,29-77,29). De figuur laat zien dat de vijf-jaars mortaliteit 20% bedroeg in de CCRT-groep versus 0 in de NECTORS-groep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium III of IVa OPSCC NECTORS vergeleken met CCRT resulteerde in verlaging van het DM-risico.

1.Sadeghi N, Subramaniam T, Richardson K et al. Neoadjuvant chemotherapy and transoral robotic surgery for human papillomavirus-related oropharyngeal cancer. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg 2024.3303

Summary: A multicenter retrospective study found that among patients with stage III or IVa OPSCC neoadjuvant chemotherapy followed by transoral robotic surgery and neck dissection compared with concurrent chemoradiation was associated with decreased risk of distant metastasis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen pathogene varianten in cancer susceptibility genes en risico van DCIS van de borst (0)
2024-12-07 14:30   ( Nieuws )
Tags:  CPG PVs DCIS risk
Prof. Fergus CouchEr is geen duidelijkheid over de associatie tussen kiemlijn pathogene varianten (GPVs) in cancer predisposition genes (CPGs: ATM, BARD1, BRCA1, BRCA2, CDH1, CHEK2, PALB2, RAD51C, en RAD51D) en het risico van ductaal carcinoom in situ (DCIS) van de borst. Een retrospectieve studie in drie cohorten heeft deze associatie geïnventariseerd. Prof. Fergus Couch (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De onderzoekers vergeleken de frequenties van GPVs in de CPGs tussen DCIS-patiënten en gezonde controlepersonen en tussen DCIS-patiënten en patiënten met invasief ductaal mammacarcinoom (IDC) in cohorten met tezamen 16.184 deelnemers. GPVs werden gezien in 6,5% van de DCIS-patiënten in het eerste cohort en 4,6% van de DCIS-patiënten in het tweede cohort. De frequenties van GPVs in BRCA1, BRCA2, en PALB2 waren significant lager onder DCIS-patiënten dan onder IDC-patiënten (cohort één 2,8% versus 5,7%; cohort twee 1,7% versus 3,7%) terwijl de frequenties van GPVs in ATM en CHEK2 niet significant verschilden. GPVs in ATM, BRCA1, BRCA1, CHEK2, en PALB2 waren significant geassocieerd met verhoogd risico van DCIS (alle ORs hoger dan 2) maar alleen BRCA2 GPVs waren geassocieerd met hoog risico (OR hoger dan 4) in beide cohorten. De cumulatieve incidentie van contralateraal mammacarcinoom onder de dragers van GPVs met DCIS was 23% in vijftien jaar.

De onderzoekers concluderen dat de verrijking van GPVs in ATM, BRCA1, BRCA2, CHEK2, en PALB2 onder vrouwen met DCIS suggereert dat multigene panel testing onder deze vrouwen nuttig kan zijn.

1.Huang H, Couch RE, Karam R et al. Pathogenic variants in cancer susceptibility genes predispose to ductal carcinoma in situ of the breast. Clin Cancer Res 2024-1884

Summary: Retrospective analysis of three independent cohorts found enrichment of germline pathogenic variants in ATM, BRCA1, BRCA2, CHEK2, and PALB2 among women with DCIS of the breast.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)