Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Impact van TP53-comutatie op uitkomsten na resectie van EGFR-gemuteerd vroeg-stadium longadenocarcinoom (0)
2025-04-27 12:00   ( Nieuws )
Tags:  resected early-stage EGFR-mutated LUAD TP53 co-mutation
Dr. Yasuhisa OhdeTP53 is het meest-frequent gemuteerde gen in niet-kleincellig longcarcinoom. Een retrospectieve studie van Shizuoka Cancer Center (Shizuoka, Japan) heeft de impact van TP53-comutatie op uitkomsten na resectie van vroeg-stadium EGFR-gemuteerd longadenocarcinoom (LUAD) geïnventariseerd. Dr. Yasuhisa Ohde en collega’s publiceren de studie in Clinical Lung Cancer.1



Onder 400 patiënten met complete resectie van stadium I tot en met III LUAD identificeerden de onderzoekers met whole-exome sequencing 121 patiënten die positief waren voor EGFR-mutaties, onder wie 22 (18,2%) met TP53 comutatie en 99 (81,8%) met wildtype TP53. De TP53-comutatiegroep had significant meer frequent lymfovasculaire invasie (p=0,037) en hogere tumorbelasting (p=0,007) dan de TP53 wildtype-groep. De comutatiegroep had eveneens slechtere recidiefvrije overleving (HR 2,32; p=0,025) en overall survival (HR 2,54; p=0,047), hoewel onder de patiënten die na recidief EGFR-TKIs kregen de progressievrije overleving niet significant verschilde tussen beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat TP53-comutaties een ongunstige impact hadden op prognose van patiënten na resectie van vroeg-stadium EGFR-gemuteerd LUAD.

1.Masuda T, Katsumata S, Isaka M et al. Impact of TP53 co-mutation on clinicopathological features, prognosis, recurrence patterns, and the efficacy o EGFR-TKI treatment after recurrence in resected early-stage EGFR-mutated lung adenocarcinoma. Clin Lung Cancer 2025-00080-4

Summary: A single-center retrospective study in Japan found that TP53 co-mutations may negatively affect the prognosis of patients with resected early-stage EGFR-mutated lung adenocarcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van overleving van bij eerste versus latere mammogram gedetecteerde mammacarcinomen in jonge vrouwen (0)
2025-04-26 15:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer before age 45 survival after first-mammogram detected cancer
Dr. Avia WilkersonHet is denkbaar dat onder jonge patiënten (jonger dan 45 jaar) detectie van mammacarcinoom (BC) bij een eerste mammografie geassocieerd is met slechtere overleving dan detectie bij latere mammografie. Een retrospectieve studie van de Cleveland Clinic (Cleveland OH) heeft deze hypothese getoetst. Dr. Avia Wilkerson en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 738 vrouwen met een diagnose BC op de leeftijd van 40 tot en met 45 jaar die tussen begin 2010 en eind 2019 in de Cleveland Clinic behandeld werden. First mammogram cancers werden gedefinieerd als gediagnostiseerd binnen drie maanden na het eerste mammogram. Dit was het geval voor 218 patiënten (29,5%), terwijl 520 patiënten (70,5%) bij volgende mammograms gediagnostiseerd werden. De mediane follow-up was 72,2 maanden. Deze figuur laat zien dat patiënten met first mammogram cancers slechtere recidiefvrije overleving hadden, en deze figuur laat zien dat dit ook het geval was voor overall survival.

De onderzoekers concluderen dat onder BC-patiënten met een diagnose op de leeftijd van 40 tot en met 45 jaar, detectie van de ziekte bij een eerste mammogram geassocieerd is met slechtere overlevingsuitkomsten dan detectie bij een later mammogram

1.Wilkerson A, Obi M, Gentle C et al. First mammogram-detected cancer portend worse survival in youg women diagnosed with breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2025-07703-9

Summary: A retrospective study at the Cleveland Clinic (Cleveland, OH) found that among breast cancer patients diagnosed at ages 40-45 years, first mammogram-detected cancers were associated with worse survival outcomes compared with cancers detected by subsequent mammograms.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van modakafusp alfa voor recidiverend of refractair multipel myeloom (0)
2025-04-26 13:30   ( Nieuws )
Tags:  RRMM modakafusp alfa
Dr. Sarah HolsteinModakafusp alfa is een first-in-class immuuncytokine dat interferon-α aflevert bij CD38-positieve cellen. Een multinationale doserings-optimalisatiestudie heeft twee doseringen van modakafusp alfa als monotherapie voor recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM) vergeleken. Prof. Sarah Holstein (University of Nebraska Medical Center, Omaha) en collega’s publiceren de studie in Blood.1

De studie randomiseerde 146 patiënten met triple-class refractaire ziekte en tenminste drie eerdere lijnen van behandeling 1:1 naar modakafusp alfa 120 mg (n=71) of 240 mg (n=75) iedere vier weken. Het mediane aantal eerdere lijnen van behandeling was 6; 66% waren penta-exposed; en 45% hadden eerder anti-BCMA therapie ondergaan. In de 120- en 240-mg groepen was de mediane follow-up 7,3 respectievelijk 7,6 maanden; objective response rates waren 32% respectievelijk 41%, en de mediane progressievrije overleving was 4,1 respectievelijk 5,3 maanden. De ORRs waren hoger onder patiënten die niet eerdere BCMA-gerichte therapie hadden gekregen. De meest-gerapporteerde treatment-related adverse events waren trombocytopenie en neutropenie. Farmacokinetische analyse liet een ongeveer tweemaal hogere blootstelling zien met 240 versus 120 mg.

De onderzoekers concluderen dat modakafusp alfa werkzaam is voor RRMM.

1.Holstein SA, Atrash S, Mian H et al. A phase 2 randomized study of modakafusp alfa as a single agent in patients with relapsed/refractory multiple myeloma. Blood 2025; epub ahead of print

Summary: A multinational phase 2 study found that the immunocytokine modakafusp alfa monotherapy was active among previously treated patients with RRMM.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van associaties van galsteenziekte met risico van maligniteiten (0)
2025-04-26 12:00   ( Nieuws )
Tags:  GSD pan-cancer incidence
Er zijn toenemende aanwijzingen voor een associatie van galsteenziekte (GSD) met het risico van maligniteiten. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft deze associatie geïnventariseerd. Prof. Xin Wang (Sichuan Universiteit, Chengdu, China) en collega’s publiceren de analyse in Cancer Medicine.1


In PubMed en Embase tot eind maart 2020 identificeerden de onderzoekers 51 voor het onderwerp relevante studies met tezamen meer dan 13 miljoen deelnemers die werden gevolgd gedurende gemiddeld 2,4 tot 30,0 jaar. Vergeleken met deelnemers zonder GSD hadden deelnemers met GSD een verhoogd risico van alle typen maligniteiten (gepoold RR 1,43; 95%-bti 1,33-1,54), hematologische maligniteiten (1,14; 1,05-1,25), gastroïntestinale maligniteiten (1,28; 1,51-1,41), lever-, pancreas- en galwegmaligniteiten (1,84; 1,62-2,10), en niercarcinoom (1,19; 1,03-1,37). Deze associaties bleven significant na stratificatie naar geslacht, geografische achtergrond, chirurgische status, en duur van follow-up.

De onderzoekers concluderen dat de meta-analyse laat zien dat GSD geassocieerd is met verhoogd risico van maligniteiten.

1.Yu W, Zhou J, Luo J et al. The associations between gallstone diseases and pan-cancer incidence risk based on over 13 million participants. Cancer Medicine 2025.4.70857

Summary: Meta-analysis of 51 studies incorporating over 13 million participants found that gallstone disease increases cancer risk.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ontstaan en progressie van atherosclerose in melanoom-patiënten die immuuncheckpointremmers krijgen (0)
2025-04-25 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for melanoma atherosclerosis
Dr. Jorie VersmissenHet is bekend dat immuuncheckpointremmers (ICIs) het risico van het ontwikkelen van cardiovasculaire ziekte verhogen door het versnellen van atherosclerose. Een retrospectieve studie van Erasmus MC heeft ontstaan en progressie van atherosclerose in melanoompatiënten die ICIs kregen geïnventariseerd. Dr. Jorie Versmissen en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De onderzoekers bepaalden met CT-scans ontstaan en progressie van atherosclerose in vijf segmenten van de slagaderboom: de aortaboog, de neerdalende aorta van de thorax, de abdominale aorta, en de linker en rechter iliacale slagaders, voor aanvang van de ICI-behandeling en een jaar (± 3 maanden) na de behandeling. De studie includeerde 244 patiënten. De dikte van de plaques nam toe in alle aortasegmenten, uiteenlopende van 3,0% tot 8,0% per jaar. In 75% van de patiënten werd substantiële groei van plaques in één of meer segmenten gezien. Het aantal plaques bleef gelijk in 64% tot 86% van de segmenten. Drie patiënten (1,2%) ontwikkelden arteriële trombose binnen een jaar na de start van ICIs. ICI-combinatietherapie resulteerde in een trend van verhoogd risico van substantiële plaque groei vergeleken met monotherapie (OR 2,10; 95%-bti 0,95-4,66) terwijl gebruik van antihypertensiva geassocieerd was met lager risico (0,48; 0,24-0,95).

De onderzoekers concluderen dat in de meerderheid van de patiënten die ICIs krijgen voor melanoom substantiële groei van atherosclerotische plaques plaatsvindt. Het aantal plaques bleef relatief stabiel, hetgeen suggereert dat ICIs vooral reeds bestaande plaques aandoen.

1.Van Dorst DCH, Uyl TJJ, van der Veldt AAM et al. Onset and progression of atherosclerosis in patients with melanoma treated with immune checkpoint inhibitors. J ImmunoTher Cancer 2025;e:011226

Summary: A retrospective study at Erasmus MC (Rotterdam, The Netherlands) found that the majority of patients with melanoma experience substantial atherosclerotic plaque growth during ICI therapy. The number of plaques remained relatively stable, suggesting that ICIs particularly affect pre-existing plaques.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenterstudie van risico van myeloïde neoplasmen na CD19-gerichte CAR T-celtherapie voor B-cel lymfoom (0)
2025-04-25 13:30   ( Nieuws )
Tags:  therapy-related myeloid neoplasms
Dr. Nicolas GazeauIn recente studies zijn therapie-gerelateerde myeloïde neoplasmen (t-MN) zoals myelodysplastische neoplasmen (t-MDS) en acute myeloïde leukemie (t-AML) gezien als belangrijke late complicaties na CAR T-celtherapie. Een retrospectieve studie in vier centra in Frankrijk heeft voorkomen van t-MN na CAR T-celtherapie voor B-cel lymfoom geïnventariseerd. Dr. Nicolas Gazeau (Centre Hospitalier Universitaire de Lille) en collega’s publiceren de studie in Leukemia.1

De studie includeerde 539 patiënten die CD19-gerichte T-celtherapie kregen voor B-cel lymfoom. De mediane follow-up was 25 maanden. De cumulatieve incidentie van t-MN was 4,5% na twee jaar (n=29; 62% t-MDS; 38% t-AML). De mediane overall survival na de t-MN diagnose was 4,5 maanden. In univariate analyse waren hogere leeftijd, hoger mean corpuscular volume (MCV), en hogere graad immune effector cell-associated neurotoxicity syndrome (ICANS) geassocieerd met hoger risico van t-MN. In propensity score gematchte analyse bleven MCV en ICANS significante risicofactoren. Next-generation sequencing analyse liet zien dat 85,7% van t-MN vooraf-bestaande mutaties hadden, in de meeste gevallen in TP53.

De onderzoekers concluderen dat t-MN een ernstige late complicatie is na CAR T-celtherapie voor B-cel lymfoom.

1.Gazeau N, Beauvais D, Tilmont R et al. Myeloid neoplasms after CD19-directed CAR T cells therapy in long-term B-cell lymphoma responders, a rising risk over time? Leukemia 2025-02605-7

Summary: A multicenter retrospective study in France found that after CAR T cell therapy for B cell lymphoma, the two-year cumulative incidence of therapy-related myeloid neoplasms was 4.5%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenterstudie van impact van intraveneuze magnesium-toediening op cisplatine-geassocieerde acute nierschade (0)
2025-04-25 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CP-AKI IV magnesium
Dr. Shruti GuptaCisplatine-geassocieerde acute nierschade (CP-AKI) is een frequente complicatie van cisplatine-chemtoherapie en is geassocieerd met aanzienlijke morbiditeit en mortaliteit. Profylactische toediening van intraveneus (IV) magnesium vermindert CP-AKI in diermodellen. Een retrospectieve cohortstudie in vijf centra in de Verenigde Staten heeft de associatie tussen IV magnesium-toediening en ontstaan van CP-AKI geëvalueerd in patiënten die chemotherapie kregen voor maligniteiten. Dr. Shruti Gupta (Brigham and Women’s Hospital, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 13.719 patiënten die tussen begin 2006 en eind 2022 een eerste dosis cisplatine chemotherapie kregen. Onder deze patiënten waren er 3893 (28,4%) die IV magnesium kregen op de eerste dag van de cisplatine-chemotherapie. De mediane dosering van IV magnesium was 2 g (IQR 1-2). Het eindpunt van de studie was CP-AKI (gedefinieerd als tenminste tweevoudige toename van serum creatinine-niveaus of niervervanging binnen 14 dagen na eerste cisplatine-toediening) of overlijden. CP-AKI of overlijden ware gezien in 2,7% van de patiënten die IV magnesium kregen en 5,3% van de patiënten die geen magnesium kregen (aOR 0,80; 95%-bti 0,66-0,97). De IV magnesium-groep had ook betere resultaten voor het secundaire eindpunt majeure niergebeurtenissen binnen 90 dagen.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die cisplatine-chemotherapie kregen voor maligniteiten, profylactische IV magnesium-toediening geassocieerd was met lager risico van CP-AKI. Deze resultaten dienen te worden bevestigd in gerandomiseerde klinische studies.

1.Gupta S, Glezerman IG, Hirsch JS et al. Intravenous magnesium and cisplatin-associated acute kidney injury. JAMA Oncol 2025.0756

Summary: A retrospective cohort study at 5 US centers found that among patients receiving cisplatin chemotherapy for cancer, prophylactic intravenous magnesium administration was associated with lower risk of cisplatin-associated acute kidney injury.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van eerstelijns TFOX versus FOLFOX voor gevorderd HER2-negatief G/GEJ adenocarcinoom (0)
2025-04-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  GASTFOX trial advanced HER2-negative gastric or gastro-esophageal junction adenocarcinoma
Prof. Aziz ZaananPerioperatief FLOT is de standaard-behandeling voor gelokaliseerd en resectabel adenocarcinoom van maag en slokdarm-maagovergang (G/GEJ adenocarcinoom). De fase 3-studie GASTFOX, in 96 centra in Frankrijk heeft het gemodificeerd FLOT-regime TFOX vergeleken met FOLFOX als eerstelijns behandeling voor gevorderd HER2-negatief G/GEJ adenocarcinoom. Prof. Aziz Zaanan (Université Paris Cité) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten met niet-eerder behandeld gevorderd HER2-negatief G/GEJ adenocarcinoom en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar TFOX (n=254) of FOLFOX (n=253). De restricted mean progression-free survival was 7,52 maanden in de TFOX-groep vergeleken met 6,62 maanden in de FOLFOX-groep (p=0.0072) en de mediane overall survival was 15,08 maanden in de TFOX-groep vergeleken met 12,65 maanden in de FOLFOX-groep (HR 0,82; p=0,048). De objective response rate was 62,3% in de TFOX-groep en 53,4% in de FOLFOX-groep (p=0,045). Ernstige treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 27% van de patiënten in de TFOX-groep en 13% van de patiënten in de FOLFOX-groep; graad 5 TRAEs troffen twee patiënten in de TFOX-groep en één patiënt in de FOLFOX-groep.

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns FLOT vergeleken met FOLFOX resulteerde in significant betere uitkomsten onder patiënten met gevorderd HER2-negatief G/GEJ adenocarcinoom.

1.Zaanan A, Bouché O, de la Fouchardière C et al. TFOX versus FOLFOX in first-line treatment of patients with advanced HER2-negative gastric or gastro-oesophageal junction adenocarcinoma (PRODIGE 51-FFCD-GASTFOX): an open-label, multicentre, randomised, phase 3 trial. Lancet Oncol 2025-00130-5

Summary: The multicenter phase 3 GASTFOX trial in France found that among patients with advanced HER2-negative G/GEJ adenocarcinoma, first-line TFOX significantly improved outcomes compared with FOLFOX.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)