Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 3-studie van nivolumab plus ipilimumab voor MSI-H of dMMR metastatisch colorectaalcarcinoom (0)
2024-11-28 16:00   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate & HW trial mCRC
Prof. Thierry AndréPatiënten met MSI-H of dMMR metastatisch colorectaalcarcinoom (CRC) hebben slechte uitkomsten met standaard chemotherapie met of zonder gerichte therapie. De multinationale fase 3-studie CheckMate & HW heeft nivolumab plus ipilimumab voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Thierry André (Sorbonne Universiteit, Parijs) en collega’s publiceren een interimanalyse van de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde patiënten met niet-resectabel of metastatisch CRC, en lokaal-bevestigde MSI-H of dMMR status. De patiënten werden 2:2:1 gerandomiseerd naar nivolumab plus ipilimumab, alleen nivolumab, of chemotherapie met of zonder gerichte therapieën. De twee primaire eindpunten waren progressievrije overleving (PFS) met nivolumab plus ipilimumab vergeleken met chemotherapie als eerstelijns behandeling en PFS met nivolumab plus ipilimumab vergeleken met alleen nivolumab ongeacht eerdere behandelingen voor metastatische ziekte. De nu gepubliceerde interimanalyse heeft betrekking op het eerste eindpunt.

Onder 303 geïncludeerde patiënten die niet eerder systemische behandeling voor metastatische ziekte gekregen hadden waren er 255 met centraal-bevestigde MSI-H of dMMR tumoren. Na mediaan 31,5 maanden follow-up (range 6,1-48,4) was de PFS significant beter met nivolumab plus ipilimumab dan met chemotherapie (p<0,001): de 24-maands PFS-percentages waren 72% (95%-bti 64-79) met nivolumab plus ipilimumab versus 14% (6-25) met chemotherapie. Na 24 maanden was de restricted mean survival time 10,6 maanden langer (95%-bti 8,4-12,9) met nivolumab plus ipilimumab dan met chemotherapie. Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gezien in 23% van de patiënten in de nivolumab-plus-ipilimumabgroep en 48% van de patiënten in de chemotherapiegroep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die niet eerder systemische therapie hadden gekregen voor MSI-H of dMMR niet-resectabel of metastatisch CRC, de PFS langer was met nivolumab plus ipilimumab dan met chemotherapie.

1.André T, Elez E, van Cutsem E et al. Nivolumab plus ipilimumab in microsatellite-instability-high metastatic colorectal cancer. N Engl J Med 2024;391:2014-2026

Summary: The multinational phase 3 CheckMate & HW trial found that among patients who had not previously received systemic treatment for MSI-H or dMMR metastatic or unresectable colorectal cancer, progression-free survival was longer with nivolumab plus ipilimumab than with chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Selectie van patiënten met vroeg-stadium mammacarcinoom die kunnen profiteren van verlenging van endocriene therapie (0)
2024-11-28 14:30   ( Nieuws )
Tags:  IDEAL secondary analysis EET
Prof. Laura van 't VeerEr is behoefte aan biomarkers die laat recidief en profijt van verlengde endocriene therapie (EET) kunnen voorspellen onder patiënten met vroeg-stadium mammacarcinoom (EBC). De IDEAL-studie (‘Investigation on the Duration of Extended Adjuvant Letrolole’) randomiseerde postmenopauzale patiënten met HR-positief EBC na vijf jaar standaard adjuvante endocriene therapie naar 2,5 versus 5 jaar additioneel letrozol. Na mediaan 6,5 jaar follow-up was EET niet geassocieerd met significant betere ziektevrije overleving (DFS), overall survival (OS), of afstandsmetastasevrije overleving (DMFS). Een secundaire analyse van IDEAL heeft nu onderzocht of de 70-genenexpressietest MammaPrint patiënten kan identificeren die wel profijt hebben van EET. Prof. Laura van ’t Veer (University of California San Francisco) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

IDEAL includeerde 515 patiënten (gemiddelde leeftijd bij randomisatie 59,9 ± 9,5 jaar) onder wie 265 in de 2,5-jaar groep en 250 in de 5-jaar groep. Het primaire eindpunt van de nu gepubliceerde analyse was afstandsrecidief (DR). De figuur laat de resultaten van de analyse zien. De patiënten met MammaPrint-bepaalde laag-risicotumoren (43,3%) hadden een significant absoluut 10,1% profijt van 5 versus 2,5 jaar EET voor DR (HR 0,32; p=0,03). Behandelingsinteractie was niet significant voor DR. Onder patiënten met MammaPrint-bepaalde hoog-risicotumoren (50,3%) of ultralaag-risicotumoren (6,4%) was 5 versus 2,5 jaar EET niet geassocieerd met verbetering van het DR-risico. De frequentie van adverse events en discontinueringen waren in elk van beide armen niet verschillend tussen de MammaPrint-risicogroepen.

De onderzoekers concluderen dat MammaPrint patiënten met laag-risicotumoren kon identificeren die profijt hadden van 5 versus 2,5 jaar EET. Patiënten in de groepen met hoog-risicotumoren en ultralaag-risicotumoren kunnen mogelijk endocriene overbehandeling vermijden.

1.Van ’t Veer LJ, Meershoek-Klein Kranenbarg E, Duijm-de Carpentier et al. Selection of patients with early-stage breast cancer for extended endocrine therapy. A secondary analysis of the IDEAL randomized clinical trial. JAMA Network Open 2024;7:e2447530

Summary: Secondary analysis of the IDEAL trial found that among postmenopausal patients with HR-positive early-stage breast cancer, the 70-gene assay identified patients with low-risk tumors who could benefit from 5 versus 2,5 years of extended endocrine treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 3-studie van vroeg versus uitgesteld gebruik van CDK4/6-remmers voor gevorderd mammacarcinoom (0)
2024-11-28 13:00   ( Nieuws )
Tags:  SONIA trial HR+ HER2- aBC CDK4 6i
Prof. Gabe SonkeCycline-afhankelijke kinase 4- en 6-remmers (CDK4/6i) in combinatie met endocriene therapie verbeteren de uitkomsten van patiënten met HR-positief HER2-negatief gevorderd mammacarcinoom (aBC), en kunnen vroeg worden gebruikt als eerstelijns behandeling of uitgesteld tot tweedelijns behandeling. Er zijn tot op heden geen gerandomiseerde studies gepubliceerd die gebruik van CDK4/6i in de eerste en tweedelijn vergeleken. De Nederlandse multicenter fase 3-studie SONIA randomiseerde patiënten naar CDK4/6i in de eerste versus de tweede lijn. Prof. Gabe Sonke (NKI Amsterdam) en collega’s publiceren de studie in Nature.1

SONIA includeerde 1050 patiënten die niet eerder behandeld waren voor aBC. De endocriene therapie was dezelfde voor alle patiënten: een aromataseremmer in de eerste lijn en fulvestrant in de tweede lijn. Het primaire eindpunt was tijd tussen randomisatie en progressie na tweedelijns behandeling (PFS2). Er was geen significant verschil is PFS2 tussen beide groepen (mediaan 31,0 maanden met CDK4/6i in eerste lijn versus 26,8 maanden met CDK4/6i in tweede lijn; HR 0,87; p=0,10). De gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven was niet verschillend tussen beide groepen. CDK4/6i-gebruik in eerste lijn was geassocieerd met langere duur van CDK4/6i-behandeling en meer graad 3 of hoger adverse events.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten vragen oproepen over de noodzaak van het gebruik van CDK4/6i in de eerste lijn voor alle patiënten.

1.Sonke GS, van Ommen-Nijhof A, Wortelboer N et al. Early versus deferred use of CDK4/6 inhibitors in advanced breast cancer. Nature 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 SONIA trial in The Netherlands found no significant benefit for the use of CDK4/6i as a first-line compared with second-line treatment for HR-positive, HER2-negative advanced breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvant nab-paclitaxel versus docetaxel-carboplatine, beide met trastuzumab-pertuzumab, voor HER2-positief mammacarcinoom (0)
2024-11-27 16:00   ( Nieuws )
Tags:  HELEN-006 trial early HER2-positive breast cancer
Dr. Zhen-Zhen LiuHet standaard neoadjuvant regime voor vroeg-stadium HER2-positief mammacarcinoom (HER2+ BC) is docetaxel en carboplatine chemotherapie gecombineerd met trastuzumab en pertuzumab. De fase 3-studie HELEN-006, in zes centra in China, heeft neoadjuvant nab-paclitaxel gecombineerd met trastuzumab-pertuzumab voor vroeg-stadium HER2+ BC vergeleken met het standaard regime. Dr. Zhen-Zhen Liu (Henan Cancer Hospital, Zhengzhou) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1



HELEN-006 includeerde 689 patiënten die in de neoadjuvante setting 1:1 werden gerandomiseerd naar zes drie-weekse cycli van nab-paclitaxel (n=343) of docetaxel-carboplatine (n=346), met in beide groepen ook trastuzumab en pertuzumab op dag één van elke cyclus. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met pathologisch complete respons (pCR). De full analysis set bestond uit 332 patiënten in de nab-paclitaxelgroep en 337 patiënten in de docetaxel-carboplatinegroep. Het percentage patiënten met pCR was 66,3% in de nab-paclitaxelgroep en 57,6% in de docetaxel-carboplatinegroep (OR 1,54; p=0,011). Graad 3 of 4 adverse events werden gezien in 30% van de patiënten in de nab-paclitaxelgroep en 38% van de patiënten in de docetaxel-carboplatinegroep. Er waren geen graad 5 adverse events.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met vroeg-stadium HER2+ BC neoadjuvant nab-paclitaxel met trastuzumab en pertuzumab resulteerde in hoger percentage patiënten met pCR dan docetaxel-carboplatine met trastuzumab en pertuzumab.

1.Chen X-C, Jiao D-C, Qiao J-H et al. De-escalated neoadjuvant weekly nab-paclitaxel with trastuzumab and pertuzumab versus docetaxel, carboplatin, trastuzumab, and pertuzumab in patients with HER2-positive early breast cancer (HELEN-006): a multicentre, randomised, phase 3 trial. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 HELEN-006 trial in China found that among patients with early-stage HER2-positive breast cancer, neoadjuvant nab-paclitaxel with trastuzumab and pertuzumab resulted in higher pCR rate compared with docetaxel-carboplatin with trastuzumab and pertuzumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gepoolde analyse van vier prospectieve cohortstudies van de associatie tussen plasma-prolactine en postmenopauzaal mammacarcinoom (0)
2024-11-27 14:30   ( Nieuws )
Tags:  plasma prolactin and postmenopausal breast cancer risk
Dr. Jacob KresovichHet hormoon prolactine speelt een rol bij de regulering van de ontwikkeling van de borst en mogelijk ook in de etiologie van mammacarcinoom. Een gepoolde analyse van vier prospectieve studies heeft de associatie tussen de prolactineconcentratie in plasma en toekomstig risico van postmenopauzaal mammacarcinoom geïnventariseerd. Dr. Jakob Kresovich (Moffitt Cancer Center, Tampa FL) en zijn collega’s van het Biomarkers in Breast Cancer Risk Prediction consortium publiceren de analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studies telden tezamen 8279 postmenopauzale vrouwen, die bij inclusie bloedmonsters afstonden voor de bepaling van (onder meer) prolactineconcentraties. De bloedmonsters werden genomen nadat alle vrouwen postmenopauzaal waren en voordat een diagnose mammacarcinoom gesteld was. Tijdens de follow-up werd in 3441 deelnemers mammacarcinoom gediagnostiseerd. Hogere plasma prolactine-concentraties waren positief geassocieerd met het risico van postmenopauzaal mammacarcinoom: hoger dan 13,2 versus lager dan 7,9 ng/ml OR 1,20 (p voor trend <0,001). Deze associatie werd gezien in gebruikers van menopauzale hormoontherapie op het moment van de bloedmonstername: OR 1,58, p voor trend <0,001 in current users en 1,08; p voor trend =0,11 in non-current users.

De onderzoekers concluderen dat een hoge prolactineconcentratie in plasma een risicofactor kan zijn voor postmenopauzaal mammacarcinoom, met name onder gebruikers van menopauzale hormoontherapie.

1.Kresovich JK, Guranich C, Houghton S et al. Plasma prolactin and postmenopausal breast cancer risk: a pooled analysis of four prospective cohort studies. Breast Cancer Res Treat 2024-01922-6

Summary: Pooled analysis of four prospective cohort studies found that elevated plasma prolactin level may be a risk factor for postmenopausal breast cancer, particularly in the context of postmenopausal hormone use.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Dispariteiten in behandeling en uitkomsten tussen Hispanic en non-Hispanic Black vrouwen met TNBC (0)
2024-11-27 13:00   ( Nieuws )
Tags:  triple-negative breast cancer
Dr. Jesus AnampaTriple-negatief mammacarcinoom (TNBC) is een agressief subtypen met hogere incidentie en mortaliteit onder non-Hispanic Black (NHB) vrouwen dan non-Hispanic White vrouwen. Er zijn tot op heden geen studies gepubliceerd die dispariteiten tussen NHB en Hispanic vrouwen. Een analyse van de SEER-database heeft dispariteiten in behandeling en uitkomsten van TNBC in NHB en Hispanic vrouwen geïnventariseerd. Dr. Jesus Anampa (Montefiore Einstein Comprehensive Cancer Center, Bronx NY) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 3426 Hispanic en 5419 NHB vrouwen met een diagnose niet-metastatisch TNBC tussen begin 2010 en eind 2015. De vijf-jaars overall survival percentages waren 76% onder de Hispanic patiënten versus 72% onder de NHB patiënten. Er waren geen verschillen tussen de cohorten voor de waarschijnlijkheid van gebruik van chemotherapie of chirurgie. De waarschijnlijkheid van borstsparende chirurgie (OR 1,22; 95%-bti 1,10-1,36) en bestraling (1,50; 1,36-1,66) was hoger in de NHB groep dan in de Hispanic groep. Achterwege blijven van radiotherapie was geassocieerd met verhoogde mammacarcinoom-gerelateerde mortaliteit in NHB versus Hispanic vrouwen (sHR 1,40; 95%-bti 1,19-1,65); dit verschil werd niet gezien onder vrouwen de radiotherapie kregen (1,03; 0,87-1,23).

De onderzoekers concluderen dat de studie dispariteiten heeft geïdentificeerd in behandeling en uitkomsten tussen NHB en Hispanic patiënten met TNBC in de Verenigde Staten.

1.Anampa JD, Alvarez Soto A, Bernal AM, Acuna-Villaorduna A. Racial disparities in treatment and outcomes between Hispanic and non-Hispanic black women with triple-negative breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2024; epub ahead of print

Summary: Analysis of the SEER database found racial disparities in treatment and outcomes between non-Hispanic Black women and Hispanic women with nonmetastatic triple-negative breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van oxaliplatine versus alkylerende middelen voor gevorderde neuro-endocriene tumoren (0)
2024-11-26 16:00   ( Nieuws )
Tags:  MGMT-NET trial pMGMT and dMGMT oxaliplatin versus ALKY
Dr. Thomas WalterAlkylerende middelen (ALKY) zijn de meest-gebruikte chemotherapieën voor gevorderde neuro-endocriene tumoren (NETs). Het is denkbaar dat de MGMT-status (proficiënt versus deficiënt; pMGMT versus dMGMT) de respons op ALKY kan voorspellen. De multicenter fase 2-studie MGMT-NET in Frankrijk heeft deze hypothese getoetst. Dr. Thomas Walter (Hôpital Edouard Herriot, Lyon) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1


MGMT-NET includeerde 105 patiënten met gevorderde neuro-endocriene tumoren, onder wie 102 met beschikbare informatie over de MGMT-status: 58 dMGMT-NET en 44 pMGMT-NET. De patiënten met pMGMT-NET werden 1:1 gerandomiseerd naar ALKY of oxaliplatine, en de patiënten met dMGMT-NET werden 2:1 gerandomiseerd naar ALKY of oxaliplatine. Het primaire eindpunt was een tenminste 35% betere drie-maands objective response rate tussen pMGMT en dMGMT die met ALKY werden behandeld. De eindpunt werd niet bereikt, met een drie-maands ORR van 29,4% versus 8% (OR 3,5; p=0,172). Echter, de beste ORR (52,9% versus 11,5%) en de mediane progressievrije overleving (14,6 versus 11,3 maanden) waren beter in de ALKY-behandelde dMGMT-NET patiënten dan in de ALKY-behandelde pMGMT-NET patiënten. De MGMT-status had geen invloed op de werkzaamheid van oxaliplatine.

De onderzoekers concluderen dat de studie het primaire eindpunt niet bereikt heeft, maar wel liet zien dat ALKY klinische activiteit heeft onder patiënten met gevorderde dMGMT-NETs.

1.Walter T, Lecomte T, Hadoux J et al. Oxaliplatin-based versus alkylating agent in neuroendocrine tumors according to the O6-methylguanine-DNA methyltransferase status: a randomize phase II study (MGMT-NET). J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: The multicenter randomized phase 2 MGMT-NET trial in France found that alkylating agent has clinical activity in patients with advanced neuroendocrine tumors with deficient MGTM status.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van associatie van obesitas en uitkomsten van adoptieve celtherapie voor solide tumoren (0)
2024-11-26 14:30   ( Nieuws )
Tags:  ACT for solid tumors obesity
Prof. David HongObesitas is geassocieerd met verhoogd risico van maligniteiten maar verbeterd overleving van patiënten die immuuncheckpointremmers krijgen, mogelijk als gevolg van biologische veranderingen als reactie op obesitas waaronder veranderingen in tumormetabolisme, immuuun-omgeving en angiogenese. Een retrospectieve cohortstudie van MD Anderson Cancer Center (MDACC; Houston TX) heeft de associatie tussen obesitas en uitkomsten van adoptieve celtherapie (ACT) geïnventariseerd. Prof. David Hong en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde alle patiënten die tussen augustus 2017 en augustus 2023 bij MDACC deelnamen aan studies van ACT voor gevorderde solide tumoren. Onder de 95 patiënten (56,8% vrouwen; mediane leeftijd 60,9 jaar; range 20,5-84,0). Er waren drie patiënten (3,2%) met ondergewicht, 39 patiënten (41,1%) met normaal gewicht, 26 patiënten (27,4%) met overgewicht, en 27 patiënten (28,4%) met obesitas. De mediane follow-up was 39,9 maanden en de mediane progressievrije overleving en overall survival waren 2,8 maanden (95%-bti 2,3-3,5) respectievelijk 8,4 maanden (6,4-11,0). De figuur laat zien dat obesitas vergeleken met normaal gewicht was geassocieerd met significant betere overleving (HR 0,56; p=0,045). Er waren geen significante gewichtsverschillen tussen de groepen patiënten met en zonder respons op ACT. Body mass index was niet geassocieerd met ontwikkeling van CRS, maar onder de patiënten met obesitas ontwikkelde een lager percentage ICANS (0% versus 21,3%; p=0,049).

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten als exploratief dienen te worden beschouwd vanwege beperkingen van de studie, waaronder heterogeniteit en beperkt statistisch vermogen voor subgroepanalyse.

1.Tao DL, Nardo M, Leung CH et al. Obesity and outcomes in adoptive cellular therapy in solid tumors. JAMA Network Open 2024;7:e2447617

Summary: A retrospective cohort study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that among patients receiving adoptive cell therapy for solid tumors, obesity was associated with increased risk of death.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)