Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Aspirine en/of mesalazine voor chemopreventie van recidief van colorectaalpoliepen in FAP-patiënten (0)
2021-04-02 14:00   ( Nieuws )
Tags:  J-FAPP Study IV familial adenomatous polyposis chemoprevention of recurrence aspirin
Prof. Michihiro MutohDe enige bekende behandeling voor preventie van colorectaalcarcinoom in patienten met familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is colectomie, geassocieerd met aanzienlijke verlaging van de kwaliteit van leven van de patiënten. De multicenter J-FAPP Study IV in Japan heeft de waarde van chemopreventie van recidief van colorectaalpoliepen in FAP-patiënten met lage-dosering aspirine en/of mesalazine onderzocht. Prof. Michihiro Mutoh (Prefecturale Universiteit van Geneeskunde, Kyoto) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Gastroenterology & Hepatology.1

J-FAPP Study IV werd uitgevoerd in elf centra. De studie includeerde 104 patiënten in de leeftijd van zestien tot en met zeventig jaar, met een geschiedenis van meer dan honderd adenomateuze poliepen en zonder geschiedenis van colectomie. Voorafgaand aan inclusie in de studie werden alle colorectaalpoliepen groter dan 5,00 mm in diameter endoscopisch verwijderd. De patiënten werden gerandomiseerd naar vier groepen: aspirine 100 mg eenmaal daags plus mesalazine 2 mg eenmaal daags (n=26), aspirine plus mesalazine-placebo (n=26), aspirine-placebo plus mesalazine (n=26), en aspirine-placebo plus mesalazine-placebo (n=26). Het primaire eindpunt was incidentie van colorectaalpoliepen groter dan 5,0 mm na acht maanden interventie.

Twee patiënten in de aspirine-mesalazinegroep discontinueerden de studie. Onder de 50 patiënten die aspirine kregen waren er 15 (30%) met colorectaalpoliepen groter dan 5,0 mm na acht maanden, vergeleken met 26 van 52 patiënten (50%) die geen aspirine kregen, 20 van 52 patiënten (38%) die mesalazine kregen, en 21 van 50 patiënten (42%) die geen mesalazine kregen. De gecorrigeerde OR voor recidief van poliepen was 0,37 (95%-bti 0,16-0,86) met aspirine en 0,87 (95%-bti 0,38-2,00) met mesalazine. De meest-gerapporteerde adverse events waren mild, met uitzondering van één graad 4 gebeurtenis die echter niet gerelateerd was aan de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat lage-dosering aspirine, maar niet mesalazine, bijdroeg aan preventie van recidief van colorectaalpoliepen groter dan 5,0 mm in patiënten met FAP.

1.Ishikawa H, Mutoh M, Sato Y et al. Chemoprevention with low-dose aspirin, mesalazine, or both in patients with familial adenomatous polyposis without previous colectomy (J-FAPP Study IV): a multicentre, double-blind, randomised, two-by-two factorial design trial. Lancet Gastroenterol Hepatol 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter randomized trial in Japan found that low-dose aspirin safely suppressed the recurrence of polyps larger than 5.0 mm in patients with familial adenomatous polyposis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Post-hoc analyse van pembrolizumab voor gevorderd G/GEJ-carcinoom met hoge microsatellietinstabiliteit (0)
2021-04-02 13:00   ( Nieuws )
Tags:  microsatellite instability-high gastric or gastroesphageal junction cancer pembrolizumab
Dr. Joseph ChaoIn verscheidene typen tumoren is gezien dat hoge microsatellietinstabiliteit (MSI-H) tumoren in hoge mate vatbaar maakt voor immuuntherapie. Een post-hoc analyse van drie klinische studies (fase 2 KEYNOTE-059; fase 3 KEYNOTE-061 en -062) heeft de associatie van MSI-H met werkzaamheid van pembrolizumab voor maag- of maag-slokdarmovergang (G/GEJ)-carcinoom onderzocht. Dr. Joseph Chao (City of Hope Comprehensive Cancer Center, Duarte CA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1

De eenarmige studie KEYNOTE-059 evalueerde derde- of laterelijns pembrolizumab voor gevorderd G/GEJ-carcinoom; KEYNOTE-061 randomiseerde patiënten met gevorderd G/GEJ-carcinoom naar tweedelijns chemotherapie of pembrolizumab; en KEYNOTE-061 randomiseerde patiënten met gevorderd G/GEJ-carcinoom naar eerstelijns pembrolizumab of chemotherapie of pembrolizumab plus chemotherapie. MSI-H tumoren werden gezien in 4,0% van de KEYNOTE-059 patiënten, 5,3% van de KEYNOTE-061 patiënten, en 7,3% van de KEYNOTE-062 patiënten. Terwijl onder alle patiënten in de studies weinig verschil was in respons of progressievrije overleving tussen de chemotherapie- en de pembrolizumabgroepen, waren onder de patiënten met MSI-H tumoren de ORR en PFS significant beter met pembrolizumab (al of niet met chemotherapie) dan met alleen chemotherapie.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met gevorderd G/GEJ-carcinoom MSI-H ongeacht de lijn van behandeling een biomarker voor profijt van pembrolizumab.

1.Chao J, Fuchs CS, Shitara K et al. Assessment of pembrolizumab therapy for the treatment of microsatellite instability-high gastric or gastroesophageal junction cancer among patients in the KEYNOTE-059, KEYNOTE-061, and KEYNOTE-062 clinical trials. JAMA Oncol 2021.0275

Summary: Post hoc analysis of three prospective studies found that pembrolizumab with or without chemotherapy was more beneficial than chemotherapy alone for the treatment of patients who had microsatellite instability-high advanced or metastatic gastric or gastroesophageal junction cancer, across all lines of therapy. MSI-H status may be a biomarker for pembrolizumab therapy among patients with advanced G/GEJ cancer regardless of the line of therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van toevoegen van tislelizumab aan eerstelijns chemotherapie voor gevorderd squameus NSCLC (0)
2021-04-02 12:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced squamous NSCLC tislelizumab
Tislelizumab is een monoklonaal antilichaam met hoge bindingsaffiniteit voor de PD-1 receptor. Een multicenter fase 3-studie in China heeft de waarde onderzocht van toevoegen van tislelizumab aan eerstelijns chemotherapie voor gevorderd squameus niet-kleincellig longcarcinoom (sqNSCLC). Dr. Jie Wang (Chinese Academie voor Medische Wetenschappen, Beijing) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie, uitgevoerd in 46 centra in China, includeerde 355 patiënten (91,7% mannen; mediane leeftijd 62 jaar; range 34-74) met niet-eerder behandeld stadium IIIB of IV sqNSCLC. De patiënten werden gestratificeerd naar PD-L1 expressie (<1% versus 1-49% vs ≥ 50%) 1:1:1 gerandomiseerd naar drie armen. Patiënten in arm A kregen tislelizumab (200 mg eens per drie weken) plus paclitaxel en carboplatine. Patiënten in arm B kregen tislelizumab plus nab-paclitaxel en carboplatine. Patiënten in arm C kregen alleen paclitaxel en carboplatine. Het primaire eindpunt was centraal-beoordeelde progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 8,6 maanden. De centraal-beoordeelde PFS was 7,6 maanden in armen A en B versus 5,5 maanden in arm C (A versus C: HR 0,524; p<0,001 en B versus C: HR 0,478; p<0,001). De centraal-beoordeelde ORR en duur van respons waren 72,5% en 8,2 maanden in arm A; 74,8% en 8,6 maanden in arm B; versus 49,6% en 4,2 maanden in arm C. Er was geen associatie tussen PD-L1 expressie en PFS of ORR. In alle drie de armen was de meest-waargenomen graad 3 of hoger adverse event afname van neutrofielniveaus, in lijn met bekende toxiciteit van chemotherapie. Discontinuering vanwege AEs was 12,5% in arm A; 29,7% in arm B; en 15,4% in arm C. Zes patiënten overleden gerelateerd aan de behandeling, maar niet uitsluitend toegeschreven aan tislelizumab.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van tislelizumab aan eerstelijns chemotherapie voor gevorderd sqNSCLC geassocieerd was met significante verbetering van PFS en ORR. Het veiligheids-/tolerabiliteitsprofiel was manageable (visual abstract).

1.Wang J, Lu S, Yu X et al. Tislelizumab plus chemotherapy vs chemotherapy alone as first-line treatment for advanced squamous non-small-cell lung cancer. A phase 3 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2021.0366

Summary: Tislelizumab is a monoclonal antibody with high binding affinity for the PD-1 receptor. A phase 3 study at 46 centers in China found that addition of tislelizumab to first-line chemotherapy for advanced squamous non-small cell lung cancer was associated with significantly prolonged progression-free survival and higher objective response rate, regardless of PD-L1 expression. The safety/tolerability was manageable (visual abstract).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Tumorcellulariteit en tumorinfiltrerende lymfocyten als surrogaat eindpunt voor overleving in HER2-positief mammacarcinoom (0)
2021-04-01 15:00   ( Nieuws )
Tags:  early-stage HER2-positive breast cancer CelTIL score
Prof. Sherene LoiEr is behoefte aan biomarkers voor het geleiden van escalatie of deëscalatie van systemtische therapie voor vroeg-stadium HER2-positief mammacarcinoom. De CelTIL-score is een nieuwe biomarker die gebaseerd is op tumorcellulariteit en tumorinfiltrerende lymfocyten. De score wordt bepaald na twee weken anti-HER2 therapie. Een analyse in het cohort van de fase 3-studie NeoALTTO heeft de prognostische waarde van CelTIL geëvalueerd. Prof. Sherene Loi (University of Melbourne, Australië) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

De analyse includeerde 196 patiënten die lapatinib, trastuzumab, of lapatinib plus trastuzumab kregen voor vroeg-stadium HER2-positief mammacarcinoom. Op dag 15 van de behandeling werd de CelTIL-score bepaald. Op basis van een vooraf-gespecificeerde afsnijwaarde werden twee groepen patiënten onderscheiden. De groep met hoge CelTIL-score had vergeleken met de CelTIL-lage groep betere vijf-jaars gebeurtenisvrije overleving (76,4% versus 59,7%; HR 0,40; 95%-bti 0,17-0,94) en betere vijf-jaars overall survival (86,4% versus 73,5%; HR 0,43; 95%-bti 0,20-,0,92). Statistische significantie bleef behouden na correctie voor baseline TILs, hormoonreceptorstatus, pre-treatment tumorgrootte en nodale status, type chirurgie, behandelarm, en pathologisch complete respons.

De onderzoekers concluderen dat CelTIL-score een vroege indicatie gaf van werkzaamheid van behandeling voor HER2-positief mammacarcinoom.

1.Chic N, Luen SJ, Nuciforo P et al. Tumor cellularity and infiltrating lymphocytes (CelTIL) as a survival surrogate in HER2-positive breast cancer. J Natl Cancer Inst 2021; epub ahead of print

Summary: In early-stage HER2-positive breast cancer, biomarkers are needed that guide escalation and/or de-escalation of systemic therapy. CelTIL score is a novel biomarker based on stromal tumor-infiltrating lymphocytes and tumor cellularity. The score is determined at day 15 of anti-HER2 therapy. Among patients in the NeoALTTO phase 3 trial, CelTIL-high versus CelTIL-low score was associated with 5-year EFS of 76.4% versus 59.7% (HR 0.40; 95%-bti 0.17-0.94) and 5-year OS of 86.4% versus 73.5% (HR 0.43; 95%-bti 0.20-0.92).



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen kenmerken van behandelcentrum en overleving van Mohs-chirurgie voor T1a-T2a invasief melanoom (0)
2021-04-01 14:00   ( Nieuws )
Tags:  Mohs micrographic surgery for T1a-T2a invasive melanoma treatment facility characteristics and OS
Prof. Michael GirardiVroeg-stadium melanoom wordt gewoonlijk behandeld met brede lokale excisie. Recente vorderingen in immuunhistochemie hebben geresulteerd in toename van gebruik van Mohs micrografische chirurgie (MMS). In andere typen maligniteiten is een associatie gezien tussen patiëntvolume van behandelcentra en patiëntuitkomsten. Een analyse van de National Cancer Database heeft associaties onderzocht tussen kenmerken van behandelcentra en uitkomsten van patiënten die MMS ondergaan voor vroeg-stadium invasief melanoom. Prof. Michael Girardi (Yale University School of Medicine, New Haven CT) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Dermatology.1


In de NCDB identificeerden de onderzoekers 4062 volwassen patiënten (54,5% mannen; mediane leeftijd 60 jaar) die tussen begin 2004 en eind 2014 in 462 centra MMS ondergingen voor niet-metastatisch T1a-T2a melanoom. Tweeënzestig centra waren top-deciel volume faciliteiten (TDVFs; afsnijwaarde 8 of meer behandelingen per jaar) die tezamen 1757 patiënten behandelden (61,9%). De meeste TDVFs waren academische centra (37 van 62; 59,7%). In multivariate analyse was behandeling in een academisch centrum geassocieerd met bijna 30% lager risico van overlijden (HR 0,730; 95%-bti 0,596-0,895). Ook behandeling in een TDVF was geassocieerd met betere overleving (HR 0,795; 95%-bti 0,648-0,977).

De onderzoekers concluderen dat MMS voor T1a-T2a invasief melanoom in een academisch centrum of TDVF geassocieerd was met betere overleving dan MMS in een ander centrum.

1.Cheraglou S, Christensen SR, Leffell DJ, Girardi M. Association of treatment facility characteristics with overall survival after Mohs micrographic surgery for T1a-T2a invasive melanoma. JAMA Dermatol 2021.0023

Summary: Analysis of the National Cancer Database investigated the association between treatment center characteristics and overall survival of patients undergoing Mohs micrographic surgery for T1a-T2a invasive melanoma. Patients treated at academic centers and top decile-volume facilities (at least 8 cases per year) had better OS than patients treated ar other facilities.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale prospectieve cohortstudie van MRI-geleide adaptieve brachytherapie voor lokaal-gevorderd cervixcarcinoom (0)
2021-04-01 13:00   ( Nieuws )
Tags:  EMBRACE-I study locally advanced cervical cancer MRI-guided adaptive brachytherapy
Prof. Richard PötterBrachytherapie na chemoradiotherapie voor lokaal-gevorderd cervixcarcinoom kan de uitkomsten verbeteren. De multinationale prospectieve cohortstudie EMBRACE-I heeft de waarde onderzocht van MRI voor beeldgeleide adaptieve brachytherapie (IGABT) in deze setting. Prof. Richard Pötter (Medische Universiteit Wenen) en collega’s publiceren de studie vandaag in The Lancet Oncology.1

EMBRACE-I werd uitgevoerd in 24 centra op drie continenten. Inclusiecriteriawaren leeftijd achttien jaar of ouder, stadium IB-IVA cervixcarcinoom, en in aanmerking komen voor curatieve behandeling. De behandeling bestond uit chemoradiotherapie gevolgd door MRI-gebaseerde IGABT. Primaire eindpunten waren lokale controle en late morbiditeit. De studie includeerde 1341 patiënten die evalueerbaar waren voor lokale controle en 1251 patiënten die evalueerbare waren voor morbiditeit. De mediane follow-up was 51 maanden (IQR 20-64). De actuariële overall vijf-jaars lokale controle was 92% (95%-bti 90-93). De actuariële vijf-jaars incidentie van graad 3 tot en met 5 morbiditeit was 6,8% (95%-bti 5,4-8,6) voor genito-urinaire gebeurtenissen; 8,5% (6,9-10,6) voor gastroïntestinale gebeurtenissen; 5,7% (4,3-7,6) voor vaginale gebeurtenissen; en 3,2% (2,2-4,5) voor fistels.

De onderzoekers concluderen dat chemoradiotherapie gevolgd door MRI-gebaseerde IGABT resulteerde in effectieve en stabiele lange-termijn lokale controle over alle stadia van lokaal-gevorderd cervixcarcinoom, met beperkte ernstige morbiditeit per orgaan.

1.Pötter R, Tanderup K, Schmid MP et al. MRI-guided adaptive brachytherapy in locally advanced cervical cancer (EMBRACE-I): a multicentre prospective cohort study. Lancet Oncol 2021;22:538-547

Summary: The multinational prospective cohort study EMBRACE-I found that chemoradiotherapy followed by MRI-guided adaptive brachytherapy resulted in effective and stable long-term local control across all stages of locally advanced cervical cancer, with limited severe morbidity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adjuvant nivolumab na resectie voor maligniteit van slokdarm- of maag-slokdarmovergang (0)
2021-04-01 12:00   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 577 study resected esophageal of gastroesophageal junction cancer nivolumab
Prof. Ronan KellyEr is geen evidentie voor een adjuvante behandeling voor patiënten met hoog risico van recidief na neoadjuvante chemoradiotherapie en resectie voor slokdarm- of maag-slokdarmovergang (E/GEJ)-carcinoom. De multinationale fase 3-studie CheckMate 577 evalueerde nivolumab in deze setting. Prof. Ronan Kelly (Baylor University Medical Center, Dallas TX) en collega’s publiceren de studie vandaag in The New England Journal of Medicine.1



De studie includeerde patiënten die na neoadjuvante CRT en resectie voor stadium II of III E/GEJ-carcinoom residuele pathologische ziekte hadden. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar een jaar nivolumab (240 mg iedere twee weken gedurende zestien weken gevolgd door 480 mg iedere vier weken; n=532) of placebo(n=262). Het primaire eindpunt was ziektevrije overleving. De mediane DFS was 22,4 maanden in de nivolumabgroep versus 11,0 maanden in de placebogroep (HR 0,69; p<0,001). Het DFS-profijt met nivolumab werd ook in vooraf-gespecificeerde subgroepen gezien. Graad 3 of 4 treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 13% van de patiënten in de nivolumabgroep en 6% in de placebogroep. TRAEs resulteerden in discontinuering door 9% respectievelijk 3%.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met residuele pathologische ziekte na neoadjuvante CRT en resectie voor stadium II of III E/GEJ-carcinoom, nivolumab vergeleken met placebo resulteerde in significant verlenging van de ziektevrije overleving. De video onder deze link vat de studie samen.

1.Kelly RJ, Ajani JA, Kudzal J et al. Adjuvant nivolumab in resected esophageal or gastroesophageal junction cancer. NEJM 2021;384:1191-1203

Summary: The multinational phase 3 CheckMate 577 study compared adjuvant nivolumab versus placebo after neoadjuvant chemoradiotherapy and resection for stage II or III esophageal or gastroesophageal junction cancer. The patients had residual pathological disease. The median disease-free survival was 22.4 months with nivolumab versus 11.0 months with placebo (HR 0.69; p<0.001). Grade 3 or 4 treatment-related adverse events were reported for 13% of patients in the nivolumab group versus 6% in the placebo group (video summary).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lloyd J. Old prijs voor prof. Ton Schumacher (0)
2021-03-31 18:53   ( Nieuws )
De AACR maakte zojuist bekend dat de 2021 AACR-CRI Lloyd J. Old Award in Cancer Immunology is toegekend aan prof. Ton Schumacher (NKI/LUMC). Schumacher krijgt de prijs voor zijn bijdragen aan het inzicht in hoe het menselijk immuunsysteem maligne cellen herkent, en hoe deze herkenning kan worden versterkt voor therapeutische doeleinden. Hij heeft ook waardevolle nieuwe technologieën ontwikkeld voor het onderzoek van tumorspecifieke immuunresponsen. AACR-CEO dr. Margaret Foti omschrijft Schumacher als een ‘trailblazer in the advancement of immune-based therapies’. Schumachers award-lezing zal op 9 april te zien zijn op het platform van de virtuele AACR Annual Meeting 2021.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)