Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Gebruik van een polygene risicoscore in screening op prostaatcarcinoom (0)
2025-04-10 13:30   ( Nieuws )
Tags:  BARCODE1 trial prostate cancer screening PRS
Prof. Rosalind EelesDe incidentie van prostaatcarcinoom (PrC) neemt toe. PrC-screening met een PSA-assay resulteert in een hoog percentage vals-positieve uitkomsten. Genoombrede associatiestudies hebben veel-voorkomende kiemlijnvarianten in PrC-patiënten geïdentificeerd, die kunnen worden gebruikt voor het berekenen van een polygene PrC-risicoscore. De multicenter BARCODE1-studie in het Verenigd Koninkrijk heeft gebruik van een polygene PrC-risicoscore in PrC-screening geëvalueerd. Prof. Rosalind Eeles (Institute of Cancer Research, Londen) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De risicoscore is gebaseerd op 130 met PrC samenhangende varianten in uit speeksel geëxtraheerd kiemlijn DNA. De onderzoekers nodigden 40.292 patiënten van huisartsenpraktijken uit om deel te nemen; onder wie 6393 deelnamen en hun risicoscoren lieten berekenen. Onder deze deelnemers hadden 745 (11,7%) een risicoscore in het 90e percentiel of hoger. Van deze 745 deelnemers ondergingen 468 (62,8%) MRI en prostaatbiopsie, resulterend in detectie van PrC in 187 deelnemers (40,0%). De mediane leeftijd bij diagnose was 64 jaar (range 57-73). Onder deze 187 deelnemers hadden 103 (55,1%) intermediair- of hoger risico ziekte zodat behandeling geïndiceerd was; aan de hand van hoog PSA en positieve MRI-resultaten zou de ziekte niet zijn gedetecteerd in 74 van deze deelnemers (71,8%).

De onderzoekers concluderen dat gebruik van een polygene risicoscore met als drempelwaarde het hoogste deciel in een PrC-screeningsprogramma resulteerde in detectie van klinisch relevante ziekte in een hoger percentage van de deelnemers dan gebruik van PSA of MRI.

1.Hugh JK, Bancroft EK, Saunders E et al. Assessment of a polygenic risk score in screening for prostate cancer. N Engl J Med 2025;392:1406-1417

Summary: The multicenter BARCODE1 trial in the UK found that in a prostate cancer screening program involving participants in the top decile of risk as determined by a polygenic risk score, the percentage found to have clinically significant disease was higher than the percentage that would have been identified with the use of PSA or MRI.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Symptomatische necrose met duale immuuncheckpointremming en radiochirurgie voor hersenmetastasen (0)
2025-04-10 12:00   ( Nieuws )
Tags:  dual ICI and radiosurgery for BMs symptomatic necrosis
Dr. Zachary ReitmanDuale immuuncheckpointremming (ICI) heeft geresulteerd in significante verbetering van overleving van patiënten met gevorderd melanoom en niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) en wordt vaak gecombineerd met radiochirurgie voor de behandeling van hersenmetastasen (BMs). Radionecrose, een late vorm van hersenschade na radiochirurgie, is een ernstig neuro-oncologisch probleem met significante morbiditeit en mortaliteit. Een cohortstudie van Duke Cancer Institute (Durham NC) heeft de associatie van concurrente duale ICI en radiochirurgie voor BMs van melanoom of NSCLC met symptomatische radionecrose geïnventariseerd. Dr. Zachary Reitman en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

Tussen januari 2014 en augustus 2022 werden in het instituut 288 patiënten (47% vrouwen, mediane leeftijd 64 jaar; IQR 56-71) met BMs van melanoom of NSCLC behandeld met radiochirurgie. Er waren 82 patiënten (28%) die concurrent duale ICI kregen (vanaf vier weken voor de start tot vier weken na voltooiing van de radiochirurgie), 129 patiënten (45%) die enkele ICI kregen, en 77 patiënten (27%) die geen ICI kregen. Na mediaan 58,8 maanden follow-up, vanaf voltooiing van de radiochirurgie was symptomatische radionecrose vastgesteld in 51 patiënten (18%). Na correctie voor andere patiënt- en behandeling-gerelateerde factoren was alleen duale ICI geassocieerd met verhoogd risico van symptomatische radionecrose (HR 2,4; p=0.01). De 24-maands cumulatieve incidentie van symptomatische radionecrose was 21,8% na duale ICI, 13,5% na enkele ICI, en 13,7% na geen ICI. De overleving van patiënten met radionecrose binnen een jaar na de radiochirurgie was significant slechter vergeleken met die van patiënten zonder radionecrose (mediaan 6,9 versus 46,0 maanden; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat concurrente duale ICI, vergeleken met enkele of geen ICI, met radiochirurgie voor BMs van melanoom of NSCLC geassocieerd was met significant verhoogd risico van radionecrose.

1.Valois EK, Shenker RF, Hendrickson PG et al. Symptomatic necrosis with dual immune-checkpoint inhibition and radiosurgery for brain metastases. JAMA Network Open 2025;8:e254347

Summary: A cohort studyat Duke Cancer Institute (Durham, NC) found that dual immune checkpoint inhibition concurrent with radiosurgery for BMs from melanoma or NSCLC was associated with increased risk for symptomatic radionecrosis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van eerstelijns bevacizumab plus tislelizumab en nab-paclitaxel voor metastatisch triple-negatief mammacarcinoom (0)
2025-04-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BETINA trial mTNBC
Prof. Yanxia ShiEr is geen duidelijkheid over de optimale eerstelijns behandeling voor metastatisch triple-negatief mammacarcinoom (mTNBC). De fase 2-studie BETINA van Sun Yat-sen University Cancer Center (SYSUCC; Guangzhou, China) heeft de combinatie van anti-angiogeen bevacizumab, anti-PD1 tislelizumab, en nab-paclitaxel chemotherapie voor niet-eerder behandeld mTNBC geëvalueerd. Prof. Yanxia Shi en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

BETINA includeerde 30 vrouwen met niet-eerder behandeld mTNBC, die drie-weekse cycli kregen van tislelizumab 200 mg en bevacizumab 7,5 of 15 mg/kg op dag één, en nab-paclitaxel 125 mg/m2 op dagen één en acht. Onder de patiënten die bevacizumab 15 mg/kg kregen (n=9) was het percentage met hypertensie significant hoger dan onder de patiënten die bevacizumab 7,5 mg/kg kregen (55,5% versus 0) waarna nog 12 patiënten werden geïncludeerd die 7,5 mg/kg kregen. De figuur toont de werkzaamheidsuitkomsten. Het primaire eindpunt van de studie was objective response rate. De ORR bedroeg 73,3% met ziektecontrole in 90,0%. De mediane progressievrije overleving en overall survival waren 6,0 maanden respectievelijk 19,8 maanden. Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat BETINA veelbelovende werkzaamheid en gunstige tolerabiliteit heeft laten zien van de combinatie van bevacizumab, tislelizumab, en nab-paclitaxel voor niet-eerder behandeld mTNBC.

1.Chen M, Huang R, Rong Q et al. Bevacizumab, tislelizumab and nab-paclitaxel for previously untreated metastatic triple-negative breast cancer: a phase II trial. J ImmonuTher Cancer (2025) 2024-011314

Summary: The phase 2 BETINA trial, at Sun Yat-sen University Cancer Center (Guangzhou, China) found promising efficacy and favorable tolerability of the combination of bevacizumab, tislelizumab, and nab-paclitaxel for previously untreated mTNBC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Placebo-gecontroleerde studie van regorafenib-onderhoud na eerstelijns chemotherapie voor gevorderd NASTS (0)
2025-04-09 13:30   ( Nieuws )
Tags:  EREMISS trial non-adipocytic soft tissue sarcoma
Prof. Nicolas PenelEr is geen goedgekeurde onderhoudstherapie voor gevorderd niet-adipocytisch wekedelensarcoom (aNASTS). De fase 2-studie EREMISS, in zeventien centra in Frankrijk, heeft regorafenib onderhoudstherapie voor aNASTS geëvalueerd. Prof. Nicolas Penel (Universiteit van Lille) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 126 aNASTS-patiënten (mediane leeftijd 58 jaar; range 18-85; 55% vrouwen) die na zes cycli eerstelijns doxorubicine-gebaseerde chemotherapie partiëlte respons of stabiele ziekte hadden. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar regorafenib (120 mg/d gedurende de eerste drie weken van vier-weekse cycli) of placebo. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. Onder de 122 evalueerbare patiënten was de mediane PFS 5,6 maanden met regorafenib versus 3,5 maanden met placebo (HR 0,53; p=0,001). Graad 3 of hoger adverse events werden gezien in 56,3% van de patiënten in de regorafenibgroep en 4,8% van de patiënten in de placebogroep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stabiele ziekte of partiële respons na eerstelijns chemotherapie voor aNASTS, regorafenib onderhoudstherapie resulteerde in significante verlenging van de PFS.

1.Penel N, Italiano A, Wallet J et al. Regorafenib as maintenance therapy after first-line doxorubicin-based chemotherapy in advanced non-adipocytic soft tissue sarcoma patients: a double-blind randomised trial. Ann Oncol 2025.03.024

Summary: The multicenter placebo-controlled EREMISS trial in France found that regorafenib maintenance after first-line chemotherapy significantly prolonged progression-free survival among patients with advanced non-adipocytic soft tissue sarcoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vergelijkende studie van real-world uitkomsten met eerstelijns CDK4/6-remmers plus ET voor HR+/HER2- aBC (0)
2025-04-09 12:00   ( Nieuws )
Tags:  PALMARES-2 study HR-positive HER2-negative advanced breast cancer
Prof. Claudio VernieriCDK4/6-remmer gecombineerd met endocriene therapie (ET) is de standaard eerstelijns therapie voor HR-positief HER2-negatief gevorderd mammacarcinoom (HR+ HER2 aBC). De observationele PALMARES-2 studie, in achttien centra in Italië, heeft de drie CDK4/6-remmers palbociclib, ribociclib, en abemaciclib in combinatie met ET als eerstelijns behandeling voor HR+ HER2- aBC met elkaar vergeleken. Prof. Claudio Vernieri (Istituto Nazionale Tumori, Milaan) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

Tussen januari 2016 en september 2023 begonnen in de centra 1982 patiënten de behandeling, onder wie 789, 736, en 457 palbociclib respectievelijk ribociclib en abemaciclib kregen. De mediane real-world progressievrije overleving (rwPFS) was 34,1 maanden. Vergeleken met palbociclib waren abemaciclib (aHR 0,76; p=0,004) en ribociclib (aHR 0,83; p=0,007) in het gehele cohort geassocieerd met betere rwPFS. Onder patiënten met endocrien-gevoelige ziekte was alleen abemaciclib geassocieerd met betere rwPFS vergeleken met palbociclib. Onder premenopauzale patiënten en patiënten die endocrien-resistente of luminal B-like ziekte hadden waren abemaciclib en ribociclib meer werkzaam dan palbociclib, terwijl abemaciclib meer effectief was dan ribociclib en palbociclib onder patiënten met de novo metastatische ziekte, en meer effectief was dan palbociclib in patiënten met slechtere ECOG performance status.

De onderzoekers concluderen dat de drie CDK4/6-remmers uiteenlopende real-world werkzaamheid hadden onder verschillende groepen patiënten met HR+ HER2- aBC.

1.Provenzano L, Dieci MV, Curigliano G et al. Real-world effectiveness comparison of first-line palbociclib, ribociclib, or abemaciclib plus endocrine therapy in advanced HR+/HER2- BC patients: results from the multicenter PALMARES-2 study. Ann Oncol 2025.03.023

Summary: The multicenter, observationale PALMARES-2 study in Italy found that first-line palbociclib, ribociclib, and abemaciclib in combination with endocrine therapy for HR+ HER2- aBC have different real-world effectiveness among various patient groups.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van cytokinestorm in COVID-19, hemofagocytische lymfohistiocytose, en CAR T-celtherapie (0)
2025-04-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  COVID-CS MN-HLH CS CAR-T CRS
Prof. Swaminathan IyerCytokinestorm (CS) is een hyperinflammatiesyndroom dat resulteert in multiorgaan-dysfunctie en hoge mortaliteit, vooral in patiënten met hematologische maligniteiten. Tot de triggers van CS behoren maligne-neoplasme geassocieerde hemofagocytische lymfohistiocytose (MN-HLH), cytokine release syndrome geassocieerd met CAR T-celtherapie (CAR-T CRS), en COVID-19. Een retrospectieve cohortstudie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de inflammatiepatronen van verschillende vormen van CS-etiologie geïnventariseerd. Prof. Swaminathan Iyer en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 671 patiënten, onder wie 220 met CAR-T CRS (33%), 227 met COVID-CS (34%), en 224 met MN-HLH (33%). De meeste patiënten waren mannen (65%); de mediane leeftijd was 63 jaar in het CAR-T CRS cohort, 63 jaar in het COVID-CS cohort, en significant lager met 55 jaar in het MN-HLH cohort (p<0,001). Er waren aanzienlijke verschillen tussen de drie cohorten in cytokine-niveaus en in overleving. Clusteranalyse liet overlappende patronen zien voor COVID-CS en CAR-T CRS, terwijl MN-HLH een afzonderlijke cluster vormde.

De onderzoekers concluderen dat deze studie van CS-syndromen uiteenlopende immuunresponsen vond in de drie cohorten.

1.Long JP, Prakash R, Edelkamp P et al. Cytokine storms in COVID-19, hemophagocytic lymphohistiocytosis, and CAR-T therapy. JAMA Network Open 2025;8:e253455

Summary: A retrospective cohort study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found distinct immune responses and overall survival within 3 cohorts of patients with cytokine storm triggered by MN-HLH, CAR-T, or COVID-19.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale retrospectieve studie van adjuvante therapie voor stadium IIIA cutaan melanoom (0)
2025-04-08 13:30   ( Nieuws )
Tags:  stage IIIA cutaneous melanoma adjuvant therapy
Prof. Georgina LongOmdat patiënten met stadium IIIA cutaan melanoom na resectie ondervertegenwoordigd waren in klinische studies van adjuvante behandelingen, is het profijt van adjuvante gerichte therapie en immuuntherapie voor deze patiënten niet goed bekend. Een retrospectieve studie in 34 centra in Australië, Europa, en de Verenigde Staten heeft uitkomsten met adjuvant pembrolizumab of nivolumab (‘anti-PD1’), adjuvant dabrafenib plus trametinib (‘TT’), of geen adjuvante therapie (observation, ‘OBS’) vergeleken. Prof. Georgina Long (Melanoma Institute Australia, Sydney) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 628 patiënten, onder wie 256 adjuvant anti-PD1 kregen, 80 adjuvant TT, en 292 OBS. Aanwezigheid van sommige ongunstige prognostische factoren was hoger in de anti-PD1 groep dan in de OBS-groep. De mediane follow-up was 2,6 jaar (IQR 1,6-3,4). De twee-jaars percentages voor recidiefvrije overleving waren 79,3% (95%-bti 74,1-84,8) met anti-PD1, 98,6% (96,0-100) met TT, en 84,3% (79,9-89,0) met OBS, en de twee-jaars percentages voor afstandsmetastasevrije overleving waren 88,4% (84,3-92,8) met anti-PD1,100% met TT, en 91,1% (87,7-94,7) met OBS. Graad 3 of hoger toxiciteit werd gerapporteerd van 10,9% met anti-PD1 en 17,5% met TT; discontinuering vanwege toxiciteit vond plaats in 13,3% respectievelijk 21,2%.

De onderzoekers concluderen dat het risico van recidief na resectie van stadium III melanoom modest is. Vergeleken met OBS resulteerde adjuvante anti-PD1 niet en adjuvante TT wel in betere uitkomsten.

1.Grover P, Lo SN, Li I et al. Efficacy of adjuvant therapy in patients with stage IIIA cutaneous melanoma. Ann Oncol 2025-00132-2

Summary: A multinational retrospective study found that stage IIIA melanoma has a modest risk of recurrence. Adjuvant anti-PD1 did not significantly improve recurrence-free or distant metastasis-free survival, whereas adjuvant targeted therapy resulted in promising outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen morbiditeiten op middelbare leeftijd en risico en uitkomsten van maligniteiten (0)
2025-04-08 12:00   ( Nieuws )
Tags:  morbidity in midlife association with cancer
Dr. Lee JonesEr is geen duidelijkheid over de associatie tussen morbiditeiten op middelbare leeftijd (55 tot 75 jaar) en het risico en uitkomsten van maligniteiten. Een secundaire analyse van de prospectieve Prostate, Lung, Colorectal, and Ovarian (PLCO) Screening Trial heeft deze associaties geïnventariseerd. Dr. Lee Jones (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1


De analyse includeerde 128.999 volwassen in de leeftijd van 55 tot 75 jaar, zonder geschiedenis van een maligniteit. De mediane leeftijd was 62 jaar (IQR 58-66); 49,7% waren vrouwen. De patiënten rapporteerden hun geschiedenis van twaalf comorbide aandoeningen. Na mediaan 20 jaar follow-up (IQR 19-22) was het risico van any incidente maligniteit significant hoger onder deelnemers met een geschiedenis van respiratoire (HR 1,07; 95%-bti 1,02-1,12) en cardiovasculaire (1,02; 1,00-1,05) aandoeningen. Geschiedenis van iedere geëvalueerde comorbide aandoening was significant geassocieerd met incidentie van tenminste één type maligniteit. De sterkste associatie was die tussen geschiedenis van leverziekten en risico van levercarcinoom (HR 5,57; 95%-bti 4,03-7,71), terwijl geschiedenis van obesitas of type 2 diabetes geassocieerd waren met verhoogd risico van negen typen maligniteiten en verlaagd risico van vier typen maligniteiten. Repiratoire (HR 1,19; 95%-bti 1,11-1,28), cardiovasculaire (1,08; 1,04-1,13), en metabole (1,09; 1,04-1,28) aandoeningen waren geassocieerd met verhoogd risico van cancer death.

De onderzoekers concluderen dat morbiteiten op middelbare leeftijd geassocieerd waren met het risico van overall cancer en risico van afzonderlijke typen maligniteiten.

1.Lavery JA, Boutros PC, Moskowitz CS, Jones LW. Comorbidity in midlife and cancer outcomes. JAMA Network Open 2025;8:e253469

Summary: Secondary analysis of the PLCO screening trial found that among patients without a history of cancer, comorbidities in midlife were associated with the overall risk of cancer and more strongly associated with risk of multiple individual cancer types, with the direction of the association differing across cancer types.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)