Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Meta-analyse van studies van anti-inflammatoire mondspoelingen voor preventie van orale mucositis (0)
2022-04-30 12:00   ( Nieuws )
Tags:  oral mucositis anti-inflammatory mouthwashes
Dr. Clifton ThorntonOrale mucositis (OM) kan een bijwerking zijn van therapie voor maligniteiten, die zowel de kwaliteit van leven van de patiënt als ook de therapietrouw negatief beïnvloedt. Anti-inflammatoire middelen kunnen bijdragen aan de preventie van OM, maar veel patiënten komen niet in aanmerking voor systemische anti-inflammatoire therapie. Een overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de werkzaamheid van anti-inflammatoire mondspoelingen voor de preventie van OM geïnventariseerd. Dr. Clifton Thornton (Johns Hopkins University, Baltimore MD) en collega’s publiceren de meta-analyse in Supportive Care in Cancer.1

In de literatuur identificeerden de onderzoekers acht voor het onderwerp relevante studies, die mondspoelingen met anti-inflammatoire middelen voor preventie van OM tijdens behandeling met chemotherapie en/of radiotherapie. Mondspoelingen met corticosteroïden of niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen waren geassocieerd met verlaging van de overall incidentie van OM (OR 6,00; p<0,0001) en met verlaging van de incidentie van ernstige OM (doseringsbeperkende OM; OR 2,12; p=0,032). De mondspoelingen hadden geen ernstige adverse effects, en de adherentie was hoog.

De onderzoekers concluderen dat gebruik van anti-inflammatoire mondspoelingen kan worden overwogen in OM-patiënten.

1.Thornton CP, Li M, Budhathoki C et al. Anti-inflammatory mouthwashes for the prevention of oral mucositis in cancer therapy: an integrative review and meta-analysis. Supp Care Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: Meta-analysis of 8 studies found that mouthwashes containing anti-inflammatory agents are a potential effective means to prevent or reduce oral mucositis associated with cancer therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten met open versus robot-geassisteerde radicale cystectomie voor blaascarcinoom (0)
2022-04-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  bladder cancer open versus robot-assisted radical cystectomy
Dr. Ashkan MortezaviDe mortaliteit van blaascarcinoom is al langer dan dertig jaar niet veranderd. Het is denkbaar dat robot-geassisteerde radicale cystectomie (RARC) met intracorporeal urinary diversion (ICUD) resulteert in betere uitkomsten dan open radicale cystectomie (ORC). Een bevolkings-gebaseerde studie in Zweden heeft uitkomsten na RARC versus ORC voor blaascarcinoom vergeleken. Dr. Ashkan Mortezavi (Universitätsspital Basel, Zwitserland) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde alle patiënten die tussen begin 2011 en eind 2018 in Zweden radicale cystectomie ondergingen voor blaascarcinoom, met follow-up tot eind 2019. In 24 ziekenhuizen ondergingen 889 patiënten RARC en 2280 patiënten ORC. De mediane leeftijd was 71 jaar (IQR 66-76) en 75,3% waren mannen. Primaire eindpunten van de studie waren overall survival en ziektespecifieke overleving, tussen RARC en ORC vergeleken na propensity score matching. Secundaire uitkomsten waren perioperatieve uitkomsten.


De mediane follow-up was 47 maanden (IQR 28-71). De figuur toont de resultaten voor de primaire eindpunten. De vijf-jaars OS-percentages waren 61,4% na RARC versus 57,7% na ORC, en de vijf-jaars ziektespecifieke mortaliteitspercentages waren 27,6% na RARC versus 30,2% na ORC. In propensity-score gematchte analyse was RARC geassocieerd met lagere all-cause mortaliteit dan ORC (HR 0,71; p=0,004). RARC versus ORC was ook geassocieerd met minder geschat bloedverlies (mediaan 150 versus 700 ml; p<0,001), lager intraoperatief transfusiepercentage (OR 0,05; p<0,001), korter verblijf in het ziekenhuis (mediaan 9 versus 13 dagen; p<0,001), hogere lymph node yield (mediaan 20 versus 14; p<0,001), hoger negentig-dagen heropnamepercentage (OR 1,28; p=0,03), en lager risico van Clavien-Dindo graad 3 of hoger complicaties (OR 0,62; p=0,009).

De onderzoekers concluderen dat RARC met ICUD vergeleken met ORC resulteerde in lagere mortaliteit, minder hooggradige complicaties, en gunstigere perioperatieve uitkomsten.

1.Mortezavi A, Crippa A, Kotopouli MI et al. Association of open vs robot-assisted radical cystectomy with mortality and perioperative outcomes among patients with bladder cancer in Sweden. JAMA Network Open 2022;5:e228959

Summary: A population-based cohort study in Sweden investigated mortality and perioperative outcomes after robot-assisted radical cystectomy (RARC) with intracorporeal urinary diversion versus open radical cystectomy (ORC). After propensity score matching, patients who underwent RARC had lower overall mortality rate, fewer high-grade complications, and more favorable perioperative outcomes compared with those who underwent ORC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van orgaansparende totale neoadjuvante therapie voor rectum-adenocarcinoom (0)
2022-04-29 13:30   ( Nieuws )
Tags:  stage II or III rectal adenocarcinoma organ preservation TNT
Prof. Julio Garcia-AguilarHet is denkbaar dat totale neoadjuvante therapie (TNT) de mogelijkheid tot behoud van het rectum in patiënten met lokaal-gevorderd rectum-adenocarcinoom verbetert, maar er zijn geen prospectieve gegevens die deze hypothese steunen. Een multicenter gerandomiseerde fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft een watch-and-wait strategie in deze setting geëvalueerd. prof. Julio Garcia-Aguilar (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 324 patiënten die inductiechemotherapie gevolgd door chemoradiotherapie (INCT-CRT) of chemoradiotherapie gevolgd door consolidatiechemotherapie (CRT-CNCT) kregen, gevolgd door hetzij totale mesorectale excisie (TME) of watch-and-wait (W&W) op basis van de tumorrespons. Het primaire eindpunt was ziektevrije overleving (DFS) in de INCT-CRT groep en in de CRT-CNCT groep; beide vergeleken met historische data van patiënten die chemoradiotherapie gevolgd door TME en postoperatieve chemotherapie kregen (drie-jaars DFS-percentage 75%).

De mediane follow-up was drie jaar. De drie-jaars DFS was 76% (95%-bti 69-84) in de INCT-CRT groep en 76% (69-83) in de CRT-CNCT groep; beide niet verschillend van de historische data. De drie-jaars TME-vrije overleving was 41% (95%-bti 33-50) in de INCT-CRT groep en 53% (45-62) in de CRT-CNCT groep. Er waren geen verschillen tussen beide groepen in lokaal-recidiefvrije overleving, afstandsmetastasevrije overleving, en overall survival. De DFS-percentages waren niet verschillend tussen patiënten die TME ondergingen na restaging en patiënten die TME ondergingen na hergroei.

De onderzoekers concluderen dat met TNT orgaanbehoud bereikt kan worden in ongeveer de helft van de patiënten met lokaal-gevorderd rectum-adenocarcinoom, zonder verschil in overleving met historische controles die chemoradiotherapie, TME, en postoperatieve chemotherapie kregen. De volgorde van chemoradiotherapie en systemische chemotherapie had geen invloed op de DFS, maar chemoradiatie gevolgd door consolidatiechemotherapie was geassocieerd met een hoger percentage patiënten met orgaanbehoud.

1.Garcia-Aguilar J, Patil S, Gollub MJ et al. Organ preservation in patients with rectal adenocarcinoma treated with total neoadjuvant therapy. J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A multicenter randomized phase 2 study in the USA found that with total neoadjuvant therapy organ preservation is achievable in half of the patients with locally advanced rectal adenocarcinoma, without detriment in survival compared with historical controls treated with chemoradiotherapy, total mesorectal excision, and postoperative chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van radiotherapie versus transorale chirurgie voor HPV-geassocieerd OPSCC (0)
2022-04-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ORATOR2 trial oropharyngeal squamous cell carcinoma RT versus TOS
Prof. David PalmaOrale HPV-infecties hebben geresulteerd in snelle toename van de incidentie van HPV-gerelateerd squameus celcarcinoom van de orofarynx (OPSCC). De gebruikelijke behandeling is radiotherapie (RT) en concurrente platina-gebaseerde chemotherapie, geassocieerd met korte- en lange-termijn sequelae, waaronder xerostomie, verstoring van de slikfunctie, dysgeusie, en osteoradionecrose. In retrospectieve studies zijn aanwijzingen gezien voor betere preservering van de slikfunctie met transorale chirurgie (TOS) dan met RT. De prospectieve gerandomiseerde fase 2-studie ORATOR2 in negen centra in Australië en Canada heeft RT vergeleken met TOS voor HPV-gerelateerd OPSCC. Prof. David Palma (London Health Sciences Centre, Ontario) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde patiënten met T1-2N0-2 p16-positief OPSCC, die werden gerandomiseerd naar primaire RT (60 Gy met concurrent cisplatine voor klierpositieve patiënten; n=30) of TOS met halsdissectie (ND) en adjuvante verlaagde dosering RT afhankelijk van pathologische bevindingen (n=31). De studie begon in februari 2018, en de recrutering van nieuwe patiënten werd in november 2020 gestopt wegens excessieve toxiciteit in de TOS-ND arm. De mediane follow-up was 17 maanden (IQR 15-20). Drie patiënten overleden, allen in de TOS-ND arm, waaronder twee gerelateerd aan de behandeling (0,7 en 4,3 maanden na randomisatie). Er waren vier PFS-gebeurtenissen, eveneens alle vier in de TOS-ND arm, waaronder de drie patiënten die overleden en één patiënt met lokaal recidief. Graad 2 of hoger toxische gebeurtenissen werden gezien in 20 patiënten (67%) in de RT-arm en 22 patiënten (71%) in de TOS-ND arm. De gemiddelde MD Anderson Dysphagia Inventory scores na één jaar waren niet significant verschillend tussen de armen (85,7 ± 15,6 versus 84,7 ± 14,5).

De onderzoekers concluderen dat TOS geassocieerd was met niet-acceptabel risico van graad 5 toxische effecten, terwijl patiënten in beide armen na een jaar goede slikfunctie hadden.

1.Palma DA, Prisman E, Berthelet E et al. Assessment of toxic effects and survival in treatment deescalation with radiotherapy vs transoral surgery for HPV-associated oropharyngeal squamous cell carcinoma. The ORATOR2 phase 2 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2022.0615

Summary: The randomized phase 2 ORATOR2 trial in Australia and Canada compared primary radiotherapy versus transoral surgery for T1-2N0-2 p16-positive OPSCC. The study found that TOS was associated with an unacceptable risk of grade 5 toxic effects. Patients in both trial arms achieved good swallowing outcomes at 1 year.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde fase 2-studie van SBRT plus nivolumab met of zonder ipilimumab voor refractair metastatisch pancreascarcinoom (0)
2022-04-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CheckPAC trial mPC SBRT plus nivolumab with or without ipilimumab
Prof. Dorte NielsenIntroductie van immuuncheckpointremmers (ICIs) heeft geresulteerd in verbetering van uitkomsten van patiënten met veel typen solide tumoren, maar de werkzaamheid van ICIs voor metastatisch pancreascarcinoom (mPC) is nog niet duidelijk. De gerandomiseerde fase 2-studie CheckPAC van de Universiteit van Kopenhagen heeft de combinatie van stereotactische radiotherapie (SBRT) plus nivolumab met of zonder ipilimumab voor refractair mPC geëvalueerd. Prof. Dorte Nielsen en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

CheckPAC includeerde patiënten met refractair mPC, die 1:1 werden gerandomiseerd naar 15 Gy SBRT plus nivolumab (n=41) of SBRT plus nivolumab en ipilimumab (n=43). Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met klinisch profijt (CBR; complete of partiële respons of stabiele ziekte). De CBR was 17,1% (95%-bti 8,0-30,6) met SBRT-nivolumab en 37,2% (24,0-52,1) met SBRT-nivolumab-ipilimumab. In de SBRT-nivolumab groep was er één patiënt met partiële respons die 4,6 maanden aanhield. In de SBRT-nivolumab-ipilimumabgroep waren zes patiënten met partiële respons gedurende mediaan 5,4 maanden (range 4,2 tot niet bereikt). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gezien in 10 patiënten in de SBRT-nivolumabgroep (24,4%) en 13 patiënten in de SBRT-nivolumab-ipilimumabgroep (30,2%). Expressie van PD-L1 (in termen van TPS of CPS) was niet geassocieerd met klinisch profijt. Afname van niveaus van IL-6, IL-8, en CRP tijdens de behandelingen waren geassocieerd met langere overall survival.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van SBRT plus ipilimumab en ipilimumab klinisch relevante antitumor-activiteit had onder patiënten met anderszins refractair mPC. De studie maakt niet duidelijk wat de afzonderlijke bijdrage van SBRT was.

1.Chen IM, Johansen JS, Theile S et al. Randomized phase II study of nivolumab with or without ipilimumab combined with stereotactic body radiotherapy for refractory metastatic pancreatic cancer (CheckPAC). J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The phase 2 CheckPAC trial at the University of Copenhagen (Denmark) found clinically meaningful antitumor activity of the combination SBRT-nivolumab-ipilimumab among patients with otherwise refractory metastatic pancreatic cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Mortaliteit in het ziekenhuis na chirurgie voor colorectaalcarcinoom in geriatrische patiënten in Duitsland (0)
2022-04-28 13:30   ( Nieuws )
Tags:  surgery for CRC in geriatric patients in-hospital mortality failure to rescue rates
Prof. Armin WiegeringDe incidentie van colorectaalcarcinoom (CRC) neemt toe met de leeftijd van de patiënten. Gelet op de wereldwijde toename van de levensverwachting in de afgelopen decennia valt te verwachten dat het aantal geriatrische CRC-patiënten de komende jaren toe zal nemen. Een Duitsland-brede studie heeft de mortaliteit in het ziekenhuis na chirurgie voor CRC in patiënten in de leeftijd van 80 jaar en ouder geïnventariseerd. Prof. Armin Wiegering (Universitätsklinikum Würzburg) en collega’s publiceren de studie in Cancer Medicine.1

In een nationale database identificeerden de onderzoekers 330.043 patiënten die tussen begin 2012 en eind 2018 chirurgie voor CRC ondergingen. Na exclusie van patiënten met ontbrekende gegevens bleven 328.290 patiënten over die in de analyse werden opgenomen. De mediane leeftijd was 72 jaar. Ruwweg 20% was jonger dan zestig jaar, 60% was in de leeftijd van zestig tot tachtig jaar, en 20% (n=77.287) was tachtig jaar of ouder. Met toenemende leeftijd was er een significante relatieve toename van rechter-hemicolectomie. De oudere patiënten hadden meer comorbiditeiten en hogere fragiliteit.

Onder alle patiënten was de in-hospital mortaliteit 4,9%. Er was een significante toename van deze mortaliteit met toename van de leeftijd, tot 10,6% onder de tachtig-plussers (in multivariate analyse tachtig-plussers versus zestig-minners OR 4,86; p<0,001). De oudere patiënten hadden ook significant hogere incidentie van postoperatieve complicaties en failure to rescue na complicaties. Surgical site infection en anastomotisch lekken waren niet meer frequent onder de oudere patiënten.

De onderzoekers concluderen dat na chirurgie voor CRC geriatrische patiënten hogere in-hospital mortaliteit hadden dan jonger patiënten, ten dele te verklaren door hogere fragiliteit en hoger percentages van falen van rescue na complicaties.

1.Diers J, Baum P, Lehmann K et al. Disproportionately high failure to rescue rates after resection for colorectal cancer in the geriatric patient population – a nationwide study. Cancer Med 2022; epub ahead of print

Summary: A nationwide study in Germany found that after colorectal cancer surgery geriatric patients have higher mortality than younger patients. This may be partly due to higher frailty and disproportionately higher rates of failure to rescue from postoperative complications.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van invasief cutaan squameus celcarcinoom na verschillende behandelingen voor actinische keratose (0)
2022-04-28 12:00   ( Nieuws )
Tags:  AK treatments invasive cSCC risk
Dr. Shima AhmadyBehandeling van actinische keratose (AK) is gericht op preventie van de ontwikkeling van cutaan squameus celcarcinoom (cSCC). Het is echter niet duidelijk in hoeverre behandeling van AK de ontwikkeling van cSCC tegengaat. Secundaire analyse van een gerandomiseerde studie in vier Nederlandse ziekenhuizen heeft het risico van cSCC na verschillende behandelingen van AK geïnventariseerd. Dr. Shima Ahmady (Maastricht UMC) en collega’s publiceren de studie in JAMA Dermatology.1

De analyse includeerde 624 patiënten (89,4% mannen; mediane leeftijd 73 jaar; range 48-94) met tenminste 5 AKs in een oppervlak van 25 tot 100 cm2 op het hoofd. Ze werden gerandomiseerd naar behandeling met 5% fluorouracil, 5% imiquimod crème, methylaminolevulinaat fotodynamische therapie, of 0,015% ingenolmebutaat gel. Het primaire eindpunt van de analyse was invasief cSCC in het target area tijdens de follow-up. Dit werd gezien in 26 patiënten. Het vier-jaars risico van cSCC was 3,7% (95%-bti 2,4-5,7), uiteenlopend van 2,2% (0,7-6,6) na behandeling met fluorouracil tot 5,8% (2,9-11,3) na behandeling met imiquimod. Onder patiënten met ernstige AK (Olsen graad III) was het cSCC-risico 20,9% (95%-bti 10,8-38,1), en het risico was vooral hoog (33,5%; 18,2-56,3) onder patiënten die additionele behandeling kregen voor ernstige AK.

De onderzoekers concluderen dat onder AK-patiënten het risico van invasief cSCC het hoogst was in patiënten met Olsen graad III AK die additionele behandeling kregen.

1.Ahmady S, Jansen MHE, Nelemans PJ et al. Risk of invasive cutaneous squamous cell carcinoma after different treatments for actinic keratosis. A secondary analysis of a randomized clinical trial. JAMA Dermatol 2022.1034

Summary: Secondary analysis of a randomized clinical trial in The Netherlands evaluated the risk of development of invasive cutaneous squamous cell carcinoma after various treatments for actinic keratosis. The risk was highest in patients with Olsen grade III actinic keratosis, and was substantially increased in patients who received additional treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Identificatie van biomarkers van longcarcinoom in uitgeademde lucht door perioperatief testen (0)
2022-04-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  lung cancer breath biomarkers
Dr. Mantang QiuHet is denkbaar dat het mogelijk is patiënten met longcarcinoom te identificeren door het bepalen van biomarkers in uitgeademde lucht (breathomics testing, BT). BT-studies hebben tot op heden echter heterogene resultaten opgeleverd, onder meer vanwege verschillen in testopzetten en analysemethoden. Een prospectieve studie in het Volksziekenhuis van Peking Universiteit (Beijing, China) heeft gezocht naar biomarkers voor longcarcinoom door perioperatieve BT. Dr. Mantang Qiu en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie werd uitgevoerd in een ontdekkingsfase en een validatiefase. De ontdekkingsfase includeerde 84 patiënten met longcarcinoom, die voorafgaand aan de chirurgie en vier weken na de chirurgie BT ondergingen. Massaspectrometrische analyses lieten significante verschillen zien tussen preoperatieve en postoperatieve BT in gehalten van 28 vluchtige organische verbindingen (VOCs), waaronder aldehyden, koolwaterstoffen, ketonen, carboxylzuren, en furaan. In de validatiefase werd een panel van 16 van deze VOCs getest op bruikbaarheid voor het stellen van de diagnose longcarcinoom. De fase includeerde 157 patiënten en 368 gezonde vrijwilligers. Na correctie voor leeftijd, geslacht, roken, en comorbiditeiten hadden de patiënten verhoogde piekintensiteit van de 16 VOCs in de uitgeademde lucht. Het diagnostische model had een AUC van 0,952; senstiviteit 89,2%; specificiteit 89,1%; en accuratesse 89,1%.

De onderzoekers concluderen dat perioperatieve dynamische BT een effectieve benadering is voor het identificeren van biomarkers van longcarcinoom in uitgeademde lucht.

1.Wang P, Huang Q, Meng S et al. Identification of lung cancer breath biomarkers based on perioperatieve breathomics testing: a prospective observational study. eClinMed 2022; epub ahead of print

Summary: A study at Peking University People’s Hospital (Beijing, China) compared breathomics of lung cancer patients before versus 4 weeks after surgery. There were significant differences for 28 volatile organic compounds (VOCs). The validation phase tested a panel of 16 of these VOCs for discrimination between lung cancer patients and healthy individuals. The diagnostic model had an AUC of 0.952, sensitivity of 89.2%, specificity of 89.1%, and accuracy of 89.1%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)