Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Vergelijking van androgeenreceptorremmers voor niet-metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (0)
2024-08-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  DEAR study nmCRPC ARIs
Prof. Daniel GeorgeModerne androgeenreceptorremmers (ARIs: darolutamide, enzalutamide, en apalutamide) zijn standard-of-care behandelingen voor niet-metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (nmCRPC). De multicenter retrospectieve cohortstudie DEAR (‘darolutamide, enzalutamide, and apalutamid in nonmetastatic castration-resistant prostate cancer’) in de Verenigde Staten heeft werkzaamheid en tolerabiliteit van deze drie ARIs vergeleken. Prof. Daniel George (Duke University Cancer Institute, Durham NC) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

In de patiëntendossiers van het Precision Point Specialty netwerk van Amerikaanse urologiepraktijken identificeerden de onderzoekers patiënten met nmCRPC die niet eerder moderne hormoontherapie hadden gekregen en nieuwe ARI-behandeling startten tussen begin augustus 2019 en eind maart 2022. Onder de 870 geïncludeerde patiënten (gemiddelde leeftijd 78,8 ± 8,7 jaar) kregen 362 darolutamide (41,6%), 382 enzalutamide (43,9%), en 126 apalutamide (14,5%). Het primaire eindpunt van de studie was een composiet van discontinuering van de behandeling en progressie naar mCRPC; whichever occurred first.


De figuur laat zien dat de tijd tot bereiken van composiet-eindpunt gebeurtenissen significant langer was in het darolutamide-cohort dan in de beide andere cohorten. Na correctie voor baseline covariabelen was het risico van bereiken van het composiet-eindpunt lager met darolutamide dan met enzalutamide (HR 0,66; 95%-bti 0,53-0,84) of met apalutamide (0,65; 0,48-0,88), terwijl vergelijking van enzalutamide versus apalutamide niet resulteerde in significant verschil (0,97; 0,73-1,29). Ook voor de afzonderlijke eindpunten discontinuering of progressie tot mCRPC was darolutamide significant beter dan enzalutamide en apalutamide.

De onderzoekers concluderen dat in deze grote cohortstudie van nmCRPC-patiënten die nieuwe ARIs startten darolutamide beter werd verdragen dan enzalutamide en apalutamide, hetgeen geassocieerd kan zijn met betere klinische werkzaamheid van darolutamide.

1.George DJ, Morgans AK, Constantinovici N et al. Androgen receptors inhibitors in patients with nonmetastatic castration-resistant prostate cancer. JAMA Network Open 2024;7:e2429783

Summary: The multicenter retrospective DEAR cohort study among patients with nonmetastatic castration-resistant prostate cancer found better tolerability for darolutamide compared with enzalutamide and apalutamide, which may be associated with a clinical effectiveness advantage.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van gebruik van 5-α reductaseremmers en prostaatcarcinoom-mortaliteit (0)
2024-08-28 13:30   ( Nieuws )
Tags:  5-ARIs mortality after PCa diagnosis
Dr. Robert HamiltonRemmers van 5α-reductase (5-ARIs) zijn goedgekeurd voor de behandeling van benigne prostaathyperplasie (BPH) en zijn geassocieerd met verlaging van het risico van prostaatcarcinoom (PCa) met ongeveer 25%. Er zijn echter ook aanwijzingen voor een associatie van gebruik van 5-ARIs met hooggradige PCa. Een observationel cohortstudie in Ontario (Canada) heeft de associatie tussen prediagnose-gebruik van 5-ARIs en mortaliteit na een PCa-diagnose geïnventariseerd. Dr. Robert Hamilton (Princess Margaret Cancer Centre, Toronto) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie, uitgevoerd tussen begin 2003 en november 2017, includeerde patiënten met gelokaliseerd PCa in de leeftijd van 65 jaar of ouder. De onderzoekers vergeleken overall mortaliteit en PCa-mortaliteit in de groepen met en zonder prediagnostisch gebruik van 5-ARIs. Onder de 19.938 geïncludeerde patiënten waren er 2112 (10,6%; mediane leeftijd 74 jaar; IQR 70-79) die 5-ARIs gebruikten en 17.826 (89,4%; 71; 68-76) niet-gebruikers van 5-ARIs. Tijdens mediaan 8,96 jaar follow-up (IQR 6,28-12,17) overleden 6053 deelnemers (30,4%), onder wie 1047 (5,3%) aan PCa. Na inverse probability of treatment weighting waren overall mortaliteit en prostaatcarcinoom-specifieke mortaliteit niet verschillend tussen beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat onder PCa-patiënten prediagnostisch gebruik van 5-ARIs niet geassocieerd was met verhoogde overall of PCa-mortaliteit.

1.Hamilton RJ, Chavarriaga J, Khurram N et al. 5-α reductase inhibitors and prostate cancer mortality. JAMA Network Open 2024;7:e2430223

Summary: A population-based cohort study in Ontario (Canada) found that among patients with prostate cancer, prediagnostic use of 5-α reductase inhibitors was not associated with overall mortality or prostate cancer mortality.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Predictieve waarde van intratumoraal CD8 voor respons van metastatische maligniteiten op immuuncheckpointremming (0)
2024-08-28 12:00   ( Nieuws )
Tags:  metastatic cancer response to ICI intratumoral CD8
Dr. Padmanee SharmaEr is behoefte aan pan-cancer tumor-biomarkers die de respons op immuuncheckpointremming kunnen voorspellen. De Amerikaanse multicenter prospectieve AMADEUS studie heeft de ICI-respons voorspellende waarde van intratumorale CD8-percentages geïnventariseerd. Dr. Padmanee Sharma (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Experimental Medicine.1

De studie includeerde 79 patiënten met gevorderde solide tumoren. De patiënten werden aan de hand van het intratumoraal CD8-percentage verdeeld in een CD8-laag groep (CD8 < 15%; n=72) en een CD8-hoog groep (CD8 ≥ 15%; n=7). Patiënten in de CD8-laag groep kregen nivolumab (anti-PD-1) plus ipilimumab (anti-CTLA-4); patiënten in de CD8-hoog groep kregen nivolumab monotherapie. De disease control rate was 25,0% (95%-bti 15,8-35,2) in de CD8-laag groep en 14,3% (1,1-43,8) in de CD8-hoog groep. Tumoren van 35,9% van de patiënten (95%-bti 21,8-51,4) converteerden van CD8 < 15% voor de behandeling naar CD8 ≥ 15% na de behandeling. Responders in de CD8-laag groep hadden voor aanvang van de behandeling een inflammatoire tumor micro-omgeving, versterkt door influx van CD8 T-cellen, CD4 B-cellen, en macrofagen tijdens de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten cruciale pan-cancer immunologische kenmerken die van belang zijn voor respons op ICIs onthullen.

1.Tsimberidou AM, Alayii FA, Okrah K et al. Immunologic signatures of response and resistance to nivolumab with ipilimumab in advanced metastatic cancer. J Exp Med 2024;221:e20240152

Summary: The multicenter prospective AMADEUS trial in the USA evaluated nivolumab with or without ipilimumab based on percentage of tumoral CD8 cells at the time of treatment in patients with various advanced solid tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Sacituzumab govitecan voor metastatisch urotheelcarcinoom in niet voor cisplatine in aanmerking komende patiënten na ICI-therapie (0)
2024-08-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  TROPHY-U-01 Cohort 2 mUC SG
Prof. Daniel PetrylakSacituzumab govitecan (SG) is een op Top2 gericht antibody-drug conjugate met een SN-38 paylaod. Cohort 2 van de multicenter fase 2-studie TROPHY-U-01 evalueerde SG voor patiënten met metastatisch urotheelcarcinoom (mUC) die eerder immuuncheckpointremming (ICI)-therapie hadden gekregen en niet in aanmerking kwamen voor cisplatine. Prof. Daniel Petrylak (Yale School of Medicine, New Haven CT) en collega’s publiceren in het Journal of Clinical Oncology resultaten in het cohort.1


Het cohort telde 38 patiënten (61% mannen; mediane leeftijd 72,5 jaar; 66% met viscerale metastasen). De patiënten kregen SG 10 mg.kg op dagen één en acht van drie-weekse cycli. Het primaire eindpunt was centraal-beoordeelde objective response rate. De figuur laat zien dat de ORR 32% bedroeg (95%-bti 17,5-48,7) met klinisch profijt in 42% (26,3-59,2) en mediane duur van respons 5,6 maanden (2,8-13,3). De mediane progressievrije overleving was 5,6 maanden (95%-bti 4,1-8,3) en de mediane overall survival 13,5 maanden (7,6-15,6). Graad 3 of hoger treatment-emergent adverse events kwamen voor in 87% van de patiënten.

De onderzoekers concluderen dat SG monotherapie resulteerde in een relatief hoge ORR met een manageable toxiciteitsprofiel onder niet voor ciplatine in aanmerking komende patiënten met mUC na progressie op ICI-therapie.

1.Petrylak DP, Tagawa ST, Jain RK et al. TROPHY-U-01 cohort 2: a phase II study of sacituzumab govitecan in cisplatin-ineligible patients with metastatic urothelial cancer progressing after previous checkpoint inhibitor therapy. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: In cohort 2 of the multicenter phase 2 TROPHY-U-01 study, sacituzumab govitecan monotherapy resulted in a relatively high ORR with rapid responses and manageable toxicity among cisplatin-ineligible patients with metastatic urothelial cancer progressing after immune checkpoint inhibitor therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Negen weken versus een jaar adjuvant trastuzumab toegevoegd aan chemotherapie voor HER2-positief mammacarcinoom (0)
2024-08-27 13:30   ( Nieuws )
Tags:  SOLD randomized trial long-term follow-up
Prof. Heikki JoensuuDe standaard adjuvante behandeling voor patiënten met HER2-positief mammacarcinoom is chemotherapie plus een jaar trastuzumab. Kortere duur van trastuzumab kan de cardiale veiligheid verbeteren, maar het effect op de overleving is niet duidelijk. De gerandomiseerde studie SOLD, in 65 centra in zeven Europese landen, heeft chemotherapie plus een jaar trastuzumab vergeleken met chemotherapie plus negen weken trastuzumab voor HER2-positief mammacarcinoom. Prof. Heikki Joensuu (Universiteit van Helsinki, Finland) en collega’s publiceren in JAMA Network Open lange-termijn resultaten van de studie.1

Tussen begin 2008 en eind 2014 includeerde de studie 2174 volwassen patiënten met vroeg-stadium HER2-positief mammacarcinoom (allen vrouwen; mediane leeftijd 56 jaar; IQR 48-64). De patiënten kregen adjuvant drie cycli docetaxel gevolgd door drie cycli fluorouracil, epirubicine, en cyclofosfamide, gecombineerd met negen weken of een jaar trastuzumab. De nu gepubliceerde analyse werd uitgevoerd na mediaan 8,1 jaar follow-up (IQR 8,0-8,9). Het primaire eindpunt was ziektevrije overleving. De figuur laat zien dat negen weken trastuzumab geassocieerd was met kortere DFS dan een jaar trastuzumab (HR 1,36; 90%-bti 1,14-1,62), de tien-jaars DFS-percentages waren 78,3% versus 80,3%. Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen voor de eindpunten afstands-ziektevrije overleving en overall survival. Vier patiënten (drie in de negen-wekengroep en één in de één-jaarsgroep) overleden aan een cardiale oorzaak.

De onderzoekers concluderen dat deze secundaire analyse van een gerandomiseerde studie laat zien dat chemotherapie plus één jaar adjuvant trastuzumab geassocieerd was met langere DFS maar niet DDFS en OS dan chemotherapie plus negen weken trastuzumab onder patiënten met vroeg-stadium HER2-positief mammacarcinoom (visual abstract).

1.Joensuu H, Fraser J, Wildiers H et al. Long-term outcomes of adjuvant trastuzumab for 9 weeks or 1 year for ERBB2-positive breast cancer. A secondary analysis of the SOLD randomized clinical trial. JAMA Network Open 2024;7:e2429772

Summary: Long-term follow-up of the multinational randomized SOLD trial found that among patients with early-stage HER2-positive breast cancer, adjuvant chemotherapy plus trastuzumab for one year was associated with longer disease-free but not overall survival than adjuvant chemotherapy plus nine weeks trastuzumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinische en pathologische kenmerken van hepatoïd en non-hepatoId adenocarcinoom van de maag: meta-analyse (0)
2024-08-27 11:52   ( Nieuws )
Tags:  HAS non-HAS
Hepatoïd adenocarcinoom van de maag (HAS) is een zeldzame maagtumor met een beduidend slechtere prognose dan non-hepatoïd HAS (non-HAS). Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft klinisch-pathologische kenmerken van HAS en non-HAS patiënten vergeleken. Dr. Wei-Han Zhang en collega’s (Sichuan Universiteit, Chengdu, China) publiceren publiceren de analyse in Cancer Medicine.1

In de literatuur tot en met 26 december 2023 identificeerden de onderzoekers negen voor het onderwerp relevante retrospectieve studies, met 350 HAS-patiënten en 924 non-HAS patiënten. Tussen beide groepen waren geen significante verschillen in leeftijd, geslacht, tumorgrootte, T3- of T4-stadium en N2- of N3-stadium. De HAS-groep had vergeleken met de non-HAS groep hogere frequentie van lymfekliermetastase (OR 1,93; p=0,007), levermetastase (3,45; p<0,001), en vasculaire invasie (2,76; p<0,001). De figuur laat zien dat de drie- en vijf-jaars overleving significant slechter was in de HAS-groep dan in de non-HAS groep.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met HAS andere klinisch-pathologische kenmerken en slechtere prognose hebben dan patiënten met non-HAS.

1.Ling Q, Liu H-L, Huang S-T et al. Clinicopathological features of hepatoid adenocarcinoma and non-hepatoid adenocarcinoma of the stomach: a systematic review and meta-analysis. Cancer Medicine 2024.70130

Summary: Meta-analysis of nine retrospective studies found that patients with hepatoid adenocarcinoma of the stomach have distinct clinicopathological features and worse prognosis when compared with patients with non-hepatoid adenocarcinoma of the stomach.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Observationele cohortstudie van associatie van inflammatie en fysieke activiteit met overleving van stadium III coloncarcinoom (0)
2024-08-26 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CALGB SWOG 80702 stage III colon cancer
Dr. Justin BrownZowel inflammatie als onvoldoende fysieke activiteit zijn geassocieerd met verhoogd risico van recidief en overlijden onder patiënten met stadium III coloncarcinoom. Het is niet duidelijk in hoeverre voldoende fysieke activiteit kan bijdragen aan vermindering van de met inflammatie samenhangende risicoverhoging. Een observationele cohortstudie binnen de gerandomiseerde CALGB/SWOG 80702 studie heeft uitkomsten in patiëntgroepen met verschillende niveaus van inflammatie en fysieke activiteit geïnventariseerd. Dr. Justin Brown (Pennington Biomedical Research Center, Baton Rouge LA) en collega’s publiceren de observationele studie in het Journal of the National Cancer Institute.1

De onderzoekers kwantificeerden de inflammatie aan de hand van niveaus van hsCRP, IL-6, en soluble TNF-α2 na herstel van resectie van de tumor. Fysieke activiteit werd bepaald tijdens en na postoperatieve chemotherapie. Onder patiënten met lage inflammatie en voldoende fysieke activeit (referentiegroep) was het drie-jaars ziektevrije overlevingspercentage 88,4%. Onder patiënten met lage inflammatie en onvoldoende fysieke activiteit was dit percentage 84,9% (p=0,38); onder patiënten met intermediate inflammatie en onvoldoende fysieke activeit 78,0% (p=0,007), en onder patiënten het hoge inflammatie en onvoldoende fysieke activiteit 79,7% (p=0,022). De drie-jaars ziektevrije-overlevingspercentages waren 87,3% (p=0,74) onder patiënten met intermediate inflammatie en voldoende fysieke activiteit en 84,4% (p=0,34) onder patiënten net hoge inflammatie en voldoende fysieke activiteit.

De onderzoekers concluderen dat in deze observationele studie van patiënten met stadium III coloncarcinoom fysieke activiteit geassocieerd was met verbetering van de ziektevrije overleving ondanks hoge inflammatiebelasting.

1.Brown JC, Ma C, Shi Q et al. Inflammation, physical activity, and diseae-free survival in stage III colon cancer: CALGB/SWOG 80702 (Alliance). J Natl Cancer Inst 2024.djae203

Summary: An observational cohort study nested within the randomized CALGB/SWOG 80702 trial found that among stage III colon cancer patients, physical activity was associated with improved disease-free survival despite high inflammation. Patients with intermediate or high inflammation who were physically active had disease-free survival rates that were not statistically different from those with low inflammation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van capmatinib voor niet-kleincellig longcarcinoom met METex14 skipping mutaties (0)
2024-08-26 13:30   ( Nieuws )
Tags:  IFCT-2104 CAPMATU
Prof. Alexis CortotCapmatinib is een selectieve MET-remmer met in een fase 2-studie aangetoonde activiteit van niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) met MET exon 14 skipping mutaties (METex14). Er is geen informatie over werkzaamheid van capmatinib onder real-world patiënten. De multicenter retrospectieve IFCT-2104 CAPMATU studie heeft uitkomsten geïnventariseerd van patiënten die in het kader van het Franse early access program capmatinib kregen. Prof. Alexis Cortot (Academisch Ziekenhuis Lille) en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

De studie includeerde 146 patiënten die niet in aanmerking kwamen voor standaard eerstelijns behandeling of na falen van standaard eerstelijns behandeling (mediane leeftijd 74,9 jaar; 56,6% never-smokers; 32,4% met hersenmetastasen). Gemeten vanaf de start van capmatinib was de mediane tijd tot falen van de behandeling 5,1 maanden (95%-bti 4,2-6,0), de mediane progressievrije overleving 4,8 maanden (4,0-6,0), en de mediane overall survival 10,4 maanden (8,3-13,2). Onder de 134 voor respons evalueerbare patiënten was de objective response rate 55,3% (95%-bti 46,8-63,6). Onder patiënten die geen, één, en twee of meer eerdere lijnen van behandeling hadden gekregen was de mediane PFS 7,7 respectievelijk 6,0 en 4,1 maanden. Onder de patiënten met hersenmetastasen was de mediane PFS 3,0 maanden. Het veiligheidsprofiel van capmatinib was manageable, met graad 3 of 4 adverse events in 17,8% van de patiënten.

De onderzoekers concluderen dat capmatinib werkzaam was voor METex14 NSCLC met manageable veiligheid. Werkzaamheid werd ook gezien in patiënten met hersenmetatasen en patiënten die eerder behandeld werden.

1.Ferreira M, Swalduz A, Greillier L et al. Capmatinib efficacy for METex14 non-small cell lung cancer patients: results of the IFCT-2104 CAPMATU study. Lung Cancer 2024.107934

Summary: The multicenter retrospective IFCT-2104 CAPMATU study in France found efficacy and tolerability of capmatinib therapy among patients with NSCLC harboring MET exon skipping mutations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)