Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 1-2 studie van TRBC1-CAR T-celtherapie voor recidiverend of refractair perifeer T-cel lymfoom (0)
2024-11-13 14:30   ( Nieuws )
Tags:  LibraT1 study R R PTCL TRBC1-directed CAR T cell therapy
Dr. Martin PuleRecidiverend of refractair perifeer T-cellymfoom (R/R PTCL) is een agressieve tumor met een slechte prognose. De multinationale fase 1-2 studie LibraT1 heeft op T cell antigen receptor beta chain constant domain 1 (TRBC1) gerichte CAR T-celtherapie (‘AUTO4’) voor R/R PTCL geëvalueerd. Dr. Martin Pule (University College London, UK) en collega’s publiceren een interimanalyse van de studie in Nature Medicine.1


De interimanalyse betreft de eerste tien patiënten die AUTO4 kregen. Het primaire eindpunt was veiligheid en tolerabiliteit. Graad 3 cytokine release syndrome werd gezien in één van tien patiënten. Complete metabole respons werd gezien in vier van tien patiënten, met remissies die langer dan een jaar aanhielden in twee patiënten. Er werden geen CAR T-cellen in de circulatie waargenomen, maar wel in lymfeklierbiopsie-monsters van de plaatsen van de ziekte, hetgeen homing van de cellen naar de tumoren suggereert.

De onderzoekers concluderen dat de studie activiteit en lage frequentie van ernstige immuuntoxiciteit heeft laten zien van TRBC1-gerichte CAR T-celtherapie voor R/R PTCL.

1.Cwynarski K, Iacobini G, Tholoulu E et al. TRBC1-CAR T cell therapy in peripheral T cell lymphoma: a phase 1/2 trial. Nature Med 2024-03326-7

Summary: Interim analysis of a multinational phase 1-2 trial found activity and low frequency of severe immunotoxicity of TBRC1-directed CAR T cell therapy for relapsed or refractory peripheral T-cell lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

SEER-Medicare database-analyse van recente veranderingen in behandelpatronen voor levercelcarcinoom (0)
2024-11-13 13:00   ( Nieuws )
Tags:  HCC treatment patterns
Dr. Christopher ManzVan 2007 tot 2017 was sorafenib de enige systemische therapie voor levercelcarcinoom (HCC), maar sinds 2017 zijn negen nieuwe eerstelijns behandelingen voor HCC goedgekeurd. Een analyse van de SEER-Medicare database heeft veranderingen in behandelpatronen voor HCC sinds geïnventariseerd. Dr. Christopher Manz (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse in Cancer.1

De onderzoekers identificeerden 11.766 patiënten (69,2% mannen; 76,9% blank; mediane leeftijd 71 jaar) met een nieuwe diagnose HCC tusen begin 2014 en eind 2019, met follow-up tot eind 2020. Ruim 60% kreeg behandeling binnen een jaar, een percentage dat stabiel bleef in de tijd (60,4% in de periode 2014 tot en met 2017 versus 61,0% in de periode 2018 tot en met 2019; p=0,84). Het gebruik van lokale therapie (transplantatie, resectie, embolisatie) bleef eveneens stabiel: 52,1% versus 52,8% (p=0,43), terwijl gebruik van systemische therapie licht afnam (17.0% versus 15,2%; p=0,01). Introductie van nieuwe middelen resulteerde in afname van gebruik van sorafenib van 84,5% tot 41,3%. De mediane overall survival was 2,2 maanden in de groep patiënten die geen behandeling kregen vergeleken met 12,0 maanden in de groep met eerst systemische therapie en 23,6 maanden in de groep met eerst lokale behandeling. Vergeleken met patiënten met een diagnose in 2014 was de overall survival significant beter onder patiënten met een diagnose in 2019 (HR 0,80; 95%-bti 0,74-0,86). Deze verbetering werd gezien onder patiënten die eerst systemische therapie kregen (HR 0,33; 95%-bti 0,18-0,61) maar niet onder patiënten die eerst lokale therapie kregen (1,41; 1,08-1,84).

De onderzoekers concluderen dat lokale behandelpatronen sinds 2014 stabiel bleven, maar dat nieuwe eerstelijns systemische behandelingen sorefanib hebben vervangen, resulterend in verbetering van de overleving.

1.Iheanacho F, Tramontano AC, Abrams TA, Manz CR. Changing treatment patterns for hepatocellular carcinoma: a Surveillance, Epidemiology, and End Results-Medicare study. Cancer 2024.35649

Summary: Analysis found that among patients with hepatocellular carcinoma from 2017 to 2020 local therapy patterns remained stable, while novel therapies replaced sorafenib as the preferred first-line treatment, improving survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van iparomlimab voor MSI-H of dMMR niet-resectabele of metastatische solide maligniteiten (0)
2024-11-12 16:00   ( Nieuws )
Tags:  iparomlimab (QL1604)
Iparomlimab (QL1604) is een nieuw op PD-1 gericht monoklonaal antilichaam. Een multicenterstudie in China heeft iparomlimab geëvalueerd onder patiënten met HSI-H of dMMR niet-resectabele of metastatische solide maligniteiten. Prof. Weijian Guo (Fudan Universiteit, Shanghai) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Hematology & Oncology.1

De studie includeerde 120 patiënten, onder wie 60 eerder behandeld waren. De patiënten kregen intraveneus iparomlimab 200 mg iedere drie weken (of 3 mg/kg iedere drie weken voor patiënten met een lichaamsgewicht lager dan 40 kg). De behandeling werd voortgezet tot ziekteprogressie, niet-acceptabele toxiciteit, of gedurende twee jaar. Het primaire eindpunt was centraal onafhankelijk radiologisch beoordeelde objective response rate. De figuur laat de werkzaamheid zien. Objectieve respons werd gezien in dertig patiënten (ORR 50,0%; 95%-bti 36,8-63,2) met complete respons in vier patiënten (6,7%). Onder de 38 patiënten met colorectaalcarcinoom was de ORR 57,9% (95%-bti 40,8-73,7) met complete respons in drie. De incidentie van treatment-related adverse events was 90,8% en van graad 3 of hoger TRAEs 20,8%. Er waren geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat iparomlimab bemoedigende antitumoractiviteit had en verdragen werd onder patiënten met HSI-H of dMMR niet-resectabele of metastatische solide maligniteiten.

1.Bi F, Dong J, Jin C et al. Iparomlimab (QL1604) in patients with microsatellite instability-high (MSI-H) or mismatch repair-deficient (dMMR) unresectable or metastatic solid tumors: a pivotal, single-arm, mutlicenter, phase II trial. J Hematol Oncol 2024;17:109

Summary: A multicenter phase 2 trial in China found encouraging antitumor activity and tolerability of the anti-PD-1 monoclonal antibody iparomlimab (QL1604) among patients with MSI-H or dMMR unresectable or metastatic solid tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overbehandeling van prostaatcarcinoom onder mannen met beperkte levensverwachting in het tijdperk van actieve surveillance (0)
2024-11-12 14:30   ( Nieuws )
Tags:  prostate cancer overtreatment among men with limited longevity
Dr. Timothy DaskivichLevensverwachting (LE) is een belangrijke factor voor het maken van behandelkeuzen onder mannen met klinisch gelokaliseerd prostaatcarcinoom (PC). Mannen met beperkte LE zijn in het verleden vaak overbehandeld voor PC. Een analyse in het Veterans Affairs health system heeft onderzocht of deze overbehandeling is verminderd in het tijdperk van actieve surveillance. Dr. Timothy Daskivich (Cedars-Sinai Medical Center, Los Angeles CA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Internal Medicine.1

De studie includeerde 243,928 mannen met een diagnose klinisch gelokaliseerd PC tussen begin 2000 en eind 2019. Onder deze mannen hadden 20,5% respectievelijk 4,7% een LE lager dan 10 jaar respectievelijk 5 jaar. Onder de mannen met een LE lager dan 10 jaar nam het percentage patiënten met definitieve behandeling (chirurgie of radiotherapie) voor laag-risico ziekte af van 37,4% in 2000 tot 14,7% in 2019; maar nam het percentage patiënten met definitieve behandeling voor intermediair-risico ziekte toe van 37,6% tot 59,8%. De behandeling was radiotherapie in 78% van de patiënten. Onder mannen met een LE lager dan 5 jaar nam het percentage patiënten met definitieve behandeling voor hoog-risico ziekte toe van 17,3% tot 46.5%; met radiotherapie in 85% van de patiënten.

De onderzoekers concluderen dat in het tijdperk van actieve surveillance overbehandeling van mannen met beperkte LE en intermediair-risico en hoog-risico ziekte in het Veterans Affair gezondheidssysteem is toegenomen, vooral met radiotherapie.

1.Daskivich TJ, Luu M, Heard J et al. Overtreatment of prostate cancer among men with limited longevity in the active surveillance era. JAMA Intern Med 2024.5994

Summary: A cohort study among men with localized prostate cancer in the Veterans Affairs health system found that, in the active surveillance era, overtreatment of men with limited life expectancy and intermediate-risk and high-risk disease has increased from 2000 to 2019, mainly with radiotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Netwerk meta-analyse van chemotherapieregimes voor eerstelijns behandeling van niet-resectabel gevorderd PDAC (0)
2024-11-12 13:00   ( Nieuws )
Tags:  PDAC
Dr. Lisa SalvatoreChemotherapie is de standaard eerstelijns behandeling voor gevorderd pancreas ductaal adenocarcinoom (PDAC). Verschillende eerstelijns chemotherapieregimes voor gevorderd PDAC zijn niet head-to-head vergeleken in klinische studies. Dr. Lisa Salvatore (Policlinico Universitario Agostino Gemelli, Rome) en collega’s publiceren in The Lancet Oncology een netwerk meta-analyse van eerstelijns chemotherapieregimes voor niet-resectabel lokaal-gevorderd of metastatisch PDAC.1

De analyse includeerde fase 2 of 3 gerandomiseerde gecontroleerde studies die gepubliceerd waren na begin 2000 tot 15 november 2023. De onderzoekers identificeerden 79 studies met tezamen 22.168 patiënten. Gemcitabine was de meest-gebruikte behandeling en werd beschouwd als referentiebehandeling. Voor het eindpunt progressievrije overleving was gemcitabine plus nab-paclitaxel afgewisseld met FOLFOX de meest effectieve behandeling (versus gemcitabine HR 0,32; 95%-cri 0,22-0,47) gevolgd door cisplatine plus nab-paclitaxel, capecitabine, en gemcitabine (PAXG; 0,35; 0,22-0,55), NALIRIFOX (0,43; 0,34-0,54), FOLFIRINOX (0,55; 0,47-0,65), en gemcitabine plus nab-paclitaxel (0,62; 0,54-0,72). Voor het eindpunt overall survival werden vergelijkbare resultaten gezien: PAXG (HR 0,40; 95% -cri 0,25-0,65), gemcitabine plus nab-paclitaxel afgewisseld met FOLFOX (0,46; 0,32-0,66), en NALIRIFOX (0,56; 0,45-0,70) leverden het hoogste profijt gevolgd door FOLFIRINOX (0,66; 0,56-0,78) en gemcitabine plus nab-paclitaxel (0,67; 0,59-0,77).

De onderzoekers concluderen dat NALIRIFOX en FOLFIRINOX de opties van eerste keus zijn voor patiënten die deze regimes kunnen verdragen, met gemcitabine plus nab-paclitaxel als alternatief, met name voor patiënten die geen kandidaten zijn voor triplet-therapie.

1.Mastroni L, Chiaravalli M, Spring A et al. Comparison of first-line chemotherapy regimens in unresectable locally advanced or metastatic pancreatic cancer: a systematic review and Bayesian network meta-analysis. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Network meta-analysis of first-line chemotherapy regimens for unresectable locally advanced or metastatic PDAC found that NALIRIFOX and FOLFIRINOX should be the preferred treatment options for patients who can tolerate these regimens, with gemcitabine plus nab-paclitaxel being a viable alternative in patients unfit for triplet therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale prospectieve studie van uitkomsten van kinderen na in utero blootstelling aan chemotherapie (0)
2024-11-11 16:00   ( Nieuws )
Tags:  in utero chemotherapy exposure physical health and neurocognitive outcomes
Prof. Frédéric AmantPlatina- en taxaan-gebaseerde chemotherapie wordt veel gebruikt voor het behandelen van maligniteiten, ook tijdens de zwangerschap. Een studie van het International Network on Cancer, Infertility, and Pregnancy (INCIP) volgt kinderen die geboren zijn tussen 2000 en 2022. Prof. Frédéric Amant (UZ Leuven) en collega’ publiceren in eClinicalMedicine een interimanalyse van fysieke gezondheid en neurocognitieve uitkomsten van kinderen na in utero blootstelling aan platina- en/of taxaan-chemotherapie.1

De studie includeerde 144 kinderen, van wie 13% prenataal bloot hadden gestaan aan platina, 62% aan taxanen, en 25% aan beide. De mediane duur van follow-up na de geboorte was 3,2 jaar (IQR 3,0-6,4). De kinderen werden onderzocht met een neurocognitieve testbatterij, door ouders beantwoorde vragenlijsten, en fysiek onderzoek. Er waren 101 kinderen die werden onderzocht op leeftijd anderhalf jaar, 96 op leeftijd drie jaar, 63 op leeftijd zes jaar, 32 op leeftijd negen jaar, 18 op leeftijd twaalf jaar, 7 op leeftijd vijftien jaar, en 2 op leeftijd achttien jaar. De neurocognitieve uitkomsten vielen binnen de normale range voor alle leeftijden. Acht kinderen (6%) rapporteerde ototoxiciteit, zeven (5%) chronische medische aandoeningen, drie (2%) congenitale malformaties, en twee (1%) ADHD. Drieëndertig kinderen (23%) hadden neurocognitieve ondersteuning nodig; 64% van deze kinderen waren preterm geboren. Kinderen die prenataal blootgesteld waren aan paclitaxel scoorden lager voor visuospatiaal en verbaal geheugen dan kinderen die blootgesteld waren aan docetaxel.

De onderzoekers concluderen dat de interimanalyse normale neurocognitieve uitkomsten laat zien en geen toename in congenitale misvormingen of medische aandoeningen na prenatale blootstelling van platina en/of taxaan chemotherapie. Het aantal oudere kinderen was echter beperkt, zodat nader onderzoek naar lange-termijn effecten van de blootstelling gewenst is.

1.Van Assche IA, Van Calsteren K, Huis in ’t Veld EA et al. Child outcomes after prenatal exposure to platinum and taxane-based chemotherapy: an unplanned interim analysis of the international network on cancer, infertility, and pregnancy study. eClinMed 2024.102922

Summary: Interim analysis of a multinational prospective study found normal neurocognitive outcomes and no increase in congenital malformations nor medical conditions after prenatal exposure to platinum and/or taxane-based chemotherapy. However, the number of older children in the study was limited.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter vergelijking van eerstelijns behandelingen voor in-transit metastasen van melanoom (0)
2024-11-11 14:30   ( Nieuws )
Tags:  melanoma in-transit metastases first-line options
Dr. Jonathan ZagerIsolated limb infusion and perfusion (ILI/ILP) is de standaard-behandeling voor niet-resectabele in-transit metastasen (ITM) van melanoom, maar de introductie van immuuncheckpointremmers (ICIs) en intralesionaal talimogene laherparepvec (TVEC) heeft nieuwe behandelingen mogelijk gemaakt. Een retrospectieve studie in twaalf centra in Australië, Nederland, en de Verenigde Staten heeft uitkomsten vergeleken van eerstelijns ILI/ILP, ICIs, of TVEC voor niet-resectabele ITM van melanoom. Dr. Jonathan Zager (Moffitt Cancer Center, Tampa FL) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde 551 patiënten die tussen begin 1990 en eind 2022 eerstelijns ILI/ILP (n=356), ICIs (n=125), of TVEC (n=70) kregen voor ITM van melanoom. De mediane follow-up was 5,5 jaar. De tumorbelasting was het hoogst in de groep met ILI/ILP en het laagst in de groep met TVEC. De Breslow-dikte was het laagst in de groep met TVEC. TVEC werd het meest gebruikt in stadium IIIB ziekte en ILI/ILP en ICIs het meest in stadium IIIC. Vergeleken met ICIs was met TVEC de waarschijnlijkheid van complete respons hoger (OR 1,96; p=0,029) en de lokale progressievrije overleving langer (HR 0,40; p=0,003), terwijl ILI/ILP geassocieerd was met kortere lokale PFS (1,72; p=0,012), PFS (1,79; p<0,001), afstandsmetastasevrije overleving (1,75; p=0,014), melanoom-specifieke overleving (2,29; p=0,04) en overall survival (1,82; p=0,009).

De onderzoekers concluderen dat TVEC als eerstelijns therapie voor niet-resectabele ITM van melanoom geassocieerd was met de beste uitkomsten.

1.DePalo DK, Dugan MM, Hussain Naqvi SM et al. A comparison of isolated limb infusion/perfusion, immune checkpoint inhibitors, and intralesional therapy as first-line treatment for patients with melanoma in-transit metastases. Cancer 2024.35636

Summary: A multinational retrospective study comparing first-line options for melanoma in-transit metastases found that intralesional talimogene laherparepvec was associated with the best complete response rates and local progression-free survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Behandelingen en uitkomsten na progressie in patiënten die durvalumab-consolidatie kregen voor LA-NSCLC (0)
2024-11-11 13:00   ( Nieuws )
Tags:  LA-NSCLC progression following durvalumab consolidation
Dr. Margaret StalkerDe multinationale fase 3-studie PACIFIC vergeleek durvalumab (anti-PD-1) met placebo als onderhoudstherapie voor patiënten met stadium III niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) die geen ziekteprogressie hadden na platina-gebaseerde chemoradiotherapie. In 2017 is gepubliceerd dat de progressievrije overleving significant langer was in de durvalumabgroep dan in de placebogroep. Dr. Margaret Stalker (University of Pennsylvania, Philadelphia) en collega’s publiceren in Clinical Lung Cancer een analyse van behandelingen en uitkomsten van patiënten met lokaal-gevorderd (LA)-NSCLC die na durvalumab-consolidatietherapie progressie hadden.1

In een US-brede database identificeerden de onderzoekers 751 patiënten die tussen begin 2017 en eind 2023 durvalumab-consolidatie kregen en vervolgens progressie hadden. De mediane leeftijd was 68 jaar (IQR 61-74), 53% waren vrouwen, 91% hadden ECOG performance status 0 of 1; 90% hadden geschiedenis van roken, en 53% hadden niet-squameuze histologie. De meest-gebruikte volgende behandelingen waren alleen chemotherapie (46%), PD-L1 plus chemotherapie (20%), PD-L1 monotherapie (15%), en gerichte therapie (14%). De mediane duur van durvalumab-behandeling was 5,5 maanden (IQR 2,3-10,6); slechts 9% van de patiënten voltooiden een jaar behandeling met durvalumab. Patiënten die chemotherapie-bevattende regimes kregen hadden een kortere tijd-tot-volgende behandeling en kortere mediane overall survival (10,8 maanden; IQR 5,6-18,8 met alleen-chemotherapie en 12,9 maanden; 6,0-24,4 met chemo-immuuntherapie) dan patiënten die PD-L1 monotherapie kregen (23,5 maanden; 8,7-24,2) en patiënten die gerichte therapie kregen (30,1 maanden; 9,5-NR).

De onderzoekers concluderen dat patiënten die systemische therapie krijgen na durvalumab-consolidatietherapie slechte uitkomsten hebben, vooral met chemotherapie-bevattende regimes.

1.Stalker M, Marmarelis M, Langer C et al. Outcomes following treatment for progression in patients treated with durvalumab consolidation in LA-NSCLC. Clin Lung Cancer 2024.11.002

Summary: Analysis of patients with LA-NSCLC who received durvalumab maintenance therapy and had subsequent systemic therapy found that the median duration of durvalumab treatment was 5.5 months; only 9% received a full year of durvalumab. Patients receiving chemotherapy containing regimens had particularly poor outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)