Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter retrospectieve studie van uitkomsten met ICIs in groepen die ondervertegenwoordigd zijn in klinische studies (0)
2024-06-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  real-world outcomes with ICIs in cohorts underrepresented in clinical trials
Dr. Neil ShahGoedkeuring van immuuncheckpointremmers (ICIs) is gebaseerd op resultaten van grote gerandomiseerde klinische studies. De werkzaamheid van ICIs in groepen patiënten die in dergelijke studies niet of slecht vertegenwoordigd waren is niet duidelijk. Een multicenter retrospectieve studie heeft real-world uitkomsten met ICIs in deze groepen geïnventariseerd. Dr. Neil Shah (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de studie in Cancers.1

De studie includeerde 1453 patiënten die tussen begin 2011 en april 2018 ICIs kregen in zes centra in de Verenigde Staten. Kenmerken van de groepen waren leeftijd hoger dan 75 jaar, niet-blank ras, positieve rookgeschiedenis, ECOG performance status 2 of hoger, BMI 30 kg/m2 of hoger, autoimmuunziekte, chronische virusinfectie, groot aantal eerdere lijnen therapie, en meer dan drie metastaselocaties. De meest-gebruikte ICIs waren nivolumab (37,1%) en pembrolizumab (22,2%). Zwarte vergeleken met blanke patiënten hadden lagere frequentie van immuungerelateerde bijwerkingen (OR 0,54; p<0,001). ECOG PS 2 of hoger was geassocieerd met lagere overall survival vergeleken met ECOG PS 0-1 (HR 2,01; p<0,001). Meer eerdere lijnen therapie was geassocieerd met lagere OS (mediane OS 26,2 versus 16,2 versus 9,6 maanden voor één respectievelijk twee of drie eerdere lijnen).

De onderzoekers concluderen dat overall ICIs veilig en werkzaam waren in patiëntengroepen die in klinische studies ondervertegenwoordigd zijn.

1.Shah NJ, Della Pia A, Wu T et al. Clinical outcomes of immune checkpoint inhibitors in unique cohorts underrepresented in clinical trials. Cancers 2024;16:2223

Summary: A multicenter retrospective study in the USA found that ICIs in general were safe and efficacious in patient groups underrepresented in clinical trials.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-studie van botensilimab plus balstilimab voor recidiverend of refractair microsatelliet-stabiel mCRC (0)
2024-06-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  R R MSS mCRC botensilimab plus balstilimab
Dr. Anthony El-KhoueiryIn eerdere studies is teleurstellende respons gezien van microsatelliet-stabiel metastatisch colorectaalcarcinoom (MSS mCRC) op immuuncheckpointblokkade. Botensilimab (BOT) is een nieuw anti-CTLA-4 monoklonaal antilichaam dat is ontwikkeld om deze respons te verbeteren. Een multicenter fase 1-studie in de Verenigde Staten heeft de combinatie van BOT en balstilimab (BAL, een anti-PD-1 antilichaam) voor recidiverend of refractair MSS mCRC geëvalueerd. Dr. Anthony El-Khoueiry (University of Southern California, Los Angeles) en collega’s publiceren een interimanalyse van de studie in Nature Medicine.1

De nu gepubliceerde analyse heeft betrekking op 148 eerder-behandelde MSS mCRC-patiënten die BOT plus BAL kregen. Treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 131 patiënten (89%), vooral vermoeidheid, diarree, en pyrexie. Er waren geen graad 5 TRAEs, en discontinuering wegens TRAEs was vereist in 18 patiënten (12%). De figuur laat zien dat onder de 101 voor respons evalueerbare patiënten de objective response rate 17% bedroeg (95%-bti 10-26) en de disease control rate 61% (51-71). De mediane duur van respons werd niet bereikt tijdens mediaan 10,3 maanden follow-up (range 0,5-42,6); de mediane progressievrije overleving was 3,5 maanden (95%-bti 2,7-4,1).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van BOT en BAL een manageable veiligheidsprofiel had, met bemoedigende klinische activiteit onder patiënten met MSS mCRC.

1.Bullock AJ, Schlechter BL, Fakih MG et al. Botensilimab plus balstilimab in relapsed/refractory microsatellite stable metastatic colorectal cancer: a phase 1 trial. Nature Med 2024-03083-7

Summary: A multicenter phase 1 trial in the USA found manageable safety and encouraging efficacy of the combination of botensilimab and balstilimab for relapsed or refractory microsatellite stable metastatic colorectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Deëscalatie van gerichte therapie voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom op geleide van circulerend tumor-DNA (0)
2024-06-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  aNSCLC ctDNA-guided de-escalation of targeted therapy
Prof. Yi-Long WuDe standaard-therapie voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) zonder driver gene variations is ononderbroken gerichte therapie tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Ontwikkeling van resistentie tegen deze behandeling is onvermijdelijk. Een prospectieve studie van de Zuidelijke Medische Universiteit in Guangzhou (China) heeft de mogelijkheid van adaptieve deëscalatie van tyrosinekinaseremmer (TKI) voor aNSCLC op geleide van circulerend tumor DNA (ctDNA)-gehalte. Prof. Yi-Long Wu en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 60 patiënten (33 vrouwen en 27 mannen; mediane leeftijd 55 jaar; range 21-75) met aNSCLC met driver varianten, die na TKI en lokale consoliderende therapie (LCT) radiologisch niet-detecteerbare ziekte hadden. De TKI werd gestopt, waarna iedere drie maanden ctDNA en CEA bepaald werden. In geval van progressieve ziekte werd de TKI herstart.


De figuur laat zien dat de mediane progressievrije overleving onder alle patiënten 18,4 maanden was (95%-bti 12,6-24,2). De mediane onderbreking van de behandeling was 9,1 maanden (range 1,5-28,1). Veertien patiënten (groep A; 23%) hadden geen herstart van TKI nodig, met een mediane treatment break duration 20,3 maanden. In 31 patiënten (groep B; 52%) werd de TKI opnieuw gestart vanwege detectie van ctDNA en/of CEA voorafgaand aan ziekteprogressie; deze groep had een mediane PFS van 20,2 maanden (95%-bti 12,9-27,4), met een mediane onderbreking van de behandeling van 8,8 maanden (range 1,5-20,6). Vijftien patiënten (groep C; 25%) kregen herbehandeling met TKI na detectie van progressieve ziekte, met mediane PFS 5,5 maanden (95%-bti 1,5-7,2). De data voor overall survival waren immatuur.

De onderzoekers concluderen dat deze adaptieve TKI-deëscalatiestrategie op geleide van ctDNA feasible is.

1.Dong S, Wang Z, Zhang J-T et al. Circulating tumor DNA-guided de-escalation targeted therapy for advanced non-small cell lung cancer. A nonrandomized clinical trial. JAMA Oncology 2024.1779

Summary: A single-center prospective study in China found that among patients with advanced NSCLC and a negative ctDNA test result after targeted therapy and local consolidative therapy, ctDNA-guided de-escalation of tyrosine kinase inhitor was feasible.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Stereotactische ablative radiotherapie voor gynecologische oligometastatische en oligoprogressieve tumoren (0)
2024-06-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  gynecologic oligometastatic and oligoprogressive tumors SABR
Dr. Eric LeungDe rol van stereotactische ablatieve radiotherapie (SABR) voor gynecologische maligniteiten is niet goed bekend. Een retrospectieve studie in vijf centra in Canada en de Verenigde Staten heeft de cumulatieve incidentie van redicief en overlevingsuitkomsten na SABR voor oligometastatische (ten hoogste vijf metastatische lesies) en oligoprogressieve (ten hoogste vijf lesies met progressie terwijl de overige lesies gecontroleerd bleven) gynecologische tumoren geïnventariseerd. Dr. Eric Leung (University of Toronto) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde 215 patiënten met 320 lesies van endometrium, ovarium, cervix, en vulva of vagina, die tussen begin 2011 en eind 2020 SABR kregen voor oligometastatische of oligoprogressieve ziekte. De mediane leeftijd op het moment van de primaire diagnose was 59 jaar (range 23-86) en de mediane follow-up na SABR was 18,5 maanden (range 0,1-124,5). Na vijf jaar was de cumulatieve incidentie van lokaal recidief 18,5%; de cumulatieve incidentie van afstandsrecidief 73,5%; en het overall survival (OS) percentage 33,1%. De mediane chemotherapievrije overleving (CFS) was 21,7 maanden. Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met lokaal recidief waren nodale metastase, lesiegrootte, biologische effectieve dosering, behandelingsindicatie, centrum van behandeling, en type primaire ziekte. OS en CFS waren significant geassocieerd met lesiegrootte. De toxiciteiten van SABR waren beperkt (één patiënt met graad 3 acute toxiciteit en twaalf patiënten met graad 3 of 4 late toxiciteit; geen graad 5 TRAEs).

De onderzoekers concluderen dat SABR resulteerde in uitstekende lokale controle, en dat sommige patiëntengroepen duurzame afstandscontrole en OS bereikten. In selecte groepen kon chemotherapie worden uitgesteld, met reductie van geassocieerde toxiciteit.

1.Donovan EK, Lo SS, Beriwal S et al. Stereotactic ablative radiotherapy for gynecological oligometastatic and oligoprogressive tumors. JAMA Oncol 2024.1796

Summary: A retrospective study at five centers in Canada and the USA found that among patients with gynecologic oligometastatic and oligoprogressive tumors, stereotactic ablative radiotherapy resulted in promising outcomes in select groups of patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Off-label brigatinib voor ALK-positief anaplastisch grootcellig lymfoom na falen van brentuximab vedotin (0)
2024-06-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ALK-positive ALCL brigatinib after failure of BV
ALK-positief anaplastisch grootcellig lymfoom (ALCL), voornamelijk in kinderen en jongvolwassenen, wordt gekenmerkt door aanwezigheid van ALK-translocatie op chromosoom 2p23. Brentuximab vedotin (BV) is de geprefereerde therapie, zowel in eerste lijn als voor recidiverende of refractaire ziekte. Patiënten in wie BV-therapie faalt hebben een slechte prognose, met mediane overall survival 2,9 maanden en twee-jaars OS-percentage 27%. Het is denkbaar dat ALK-remmers in deze setting van waarde kunnen zijn. Een multicenter studie in Frankrijk heeft off-label behandeling met brigatinib voor ALK-positief ALCL na falen van BV geëvalueerd. Dr. David Sibon (Henri Mondor Universiteitsziekenhuis, Créteil) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie, in twaalf centra van de French Lymphoma Study Association, includeerde vijftien patiënten, die gedurende zeven lead-in dagen brigatinib 90 mg eenmaal daags kregen, gevolgd door 180 mg eenmaal daags tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit. Geen van de patiënten discontinueerde brigatinib wegens adverse events; in drie patiënten was doseringsverlaging vereist. Objectieve respons werd gezien in veertien patiënten (93%) en complete respons in elf (73%). Tijd tot complete respons liep uiteen van 8 tot 325 dagen. Brigatinib was een brug naar allogene stamceltransplantatie in zeven patiënten met respons. De mediane follow-up was 26 maanden. De figuur laat zien dat de twee-jaar percentages met progressievrije overleving en overall survival 73% respectievelijk 87% waren.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten gebruik van brigatinib voor ALK-positief ALCL na falen van BV steunen.

1.Veleanu L, Lamant L, Sibon D. Brigatinib in ALK-positive ALCL after failure or brentuximab vedotin. N Engl J Med 2024;390:2129-2130

Summary: A multicenter study in France found promising activity of brigatinib for ALK-positive anaplastic large-cell lymphoma after failure of brentuximab vedotin.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Optimale tijd tussen chirurgie voor colorectaalcarcinoom en start van adjuvante chemotherapie: post-hoc analyse van SCOT (0)
2024-06-13 13:30   ( Nieuws )
Tags:  SCOT post hoc analysis time for CRC surgery and start of adjuvant chemotherapy
Dr. Mikail GögenurEr is geen consensus over de optimale tijd tussen chirurgie voor colorectaalcarcinoom (CRC) en de start van adjuvante chemotherapie. Een post-hoc analyse van de multinationale fase 3-studie SCOT heeft de optimale starttijd van adjuvante chemotherapie onderzocht. Dr. Mikail Gögenur (Zealand Universiteitsziekenhuis, Køge, Denemarken) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Surgery.1

SCOT werd uitgevoerd in 244 centra in zes landen. De studie randomiseerde patiënten die curatieve chirurgie ondergingen voor hoog-risico stadium II of III CRC naar drie versus zes maanden adjuvante chemotherapie. De nu gepubliceerde analyse includeerde 5719 patiënten (gemiddelde leeftijd 63,4 ± 9,3 jaar; 39,4% vrouwen) met complete informatie over datum van chirurgie en start van adjuvante chemotherapie en lange-termijn follow-up. Het primaire eindpunt van de analyse was ziektevrije overleving (DFS) in de groep met start van de adjuvante chemotherapie binnen zes weken na chirurgie versus de groep met langer interval tussen chirurgie en adjuvante chemotherapie.

De vroege-startgroep telde 914 patiënten en de late-startgroep 4805. De mediane tijd tussen chirurgie en start van adjuvante chemotherapie was 56 dagen (IQR 41-66). De mediane duur van follow-up was 72,0 maanden (IQR 47,3-88,1). Het vijf-jaars DFS-percentage was 78,0% (95%-bti 75,3-80,8) in de vroege-startgroep en 73,2% (72,0-74,5) in de late-startgroep. In gecorrigeerde Cox regressieanalyse was late versus vroege start van adjuvante chemotherapie geassocieerd met significant slechtere DFS (HR 1,24; p=0,01). Er waren geen significante verschillen tussen beide groepen in het optreden van adverse events tijdens de eerste cyclus of tijdens de gehele behandelperiode.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die curatieve chirurgie ondergingen voor hoog-risico stadium II of III CRC, start van de adjuvante chemotherapie meer dan zes weken na chirurgie geassocieerd was met slechtere DFS.

1.Gögenur M, Rosen W, Iveson T et al. Time from colorectal cancer surgery to adjuvant chemotherapy. Post hoc analysis of the SCOT randomized trial. JAMA Surg 2024.1555

Summary: Post hoc analysis of the multinational phase 3 SCOT trial found that among patients with high-risk stage II and III colorectal cancer, starting adjuvant chemotherapy more than 6 weeks after surgery was associated with worse disease-free survival, without sgiificant impact of timing of adjuvant chemotherapy on adverse events.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen deprivatie van de woonomgeving en mammacarcinoom-mortaliteit onder zwarte en blanke vrouwen (0)
2024-06-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  neighborhood deprivation and breast cancer mortality among Black and White women
Dr. Lauren McCulloughDeprivatie van de woonomgeving is geassocieerd met verhoogde mammacarcinoom-mortaliteit (BCSM) onder blanke vrouwen, maar er zijn inconsistente resultaten gezien onder zwarte vrouwen. Een bevolkings-gebaseerde cohortstudie op basis van gegevens in het Georgia Cancer Registry (GCR) heeft de associatie tussen deprivatie van de woonomgeving en BCSM in zwarte en blanke vrouwen geïnventariseerd. Dr. Lauren McCullough (Emory University, Atlanta GA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

In de GCR identificeerden de onderzoekers 36.795 patiënten met een diagnose stadium I tot en met IIIA mammacarcinoom tussen begin 2010 en eind 2017, met follow-up tot eind 2022. De gemiddelde leeftijd bij diagnose was 60,3 ± 13,1 jaar. Van deze patiënten waren 30,0% non-Hispanic Black (NHB) en 70% non-Hispanic White (NHW). Tijdens de follow-up overleden 1214 NHB-patiënten (41,3%) en 1728 NHW-patiënten (58,7%). Als maat voor deprivatie van de woonomgeving gebruikten de onderzoekers de Neighborhood Deprivation Index (NDI). NDI was geassocieerd met toegenomen BCSM (kwintiel 5 versus 1: HR 1,36; 95%-bti 1,19-1,55). Deze associatie werd alleen gezien onder NHW-patiënten (kwintiel 5 versus 1: HR 1,47; 95%-bti 1,21-1,79) en niet onder NHB-patiënten (1,12; 0,91-1,38). Deze associaties veranderden niet na correctie voor ruraliteit, raciale samenstelling van de woonomgeving, of andere kenmerken van de woonomgeving.

De onderzoekers concluderen dat deprivatie van de woonomgeving geassocieerd was met BCSM onder NHW- maar niet NHB-patiënten.

1.Barber LE, Maliniak ML, Moubadder L et al. Neighborhood deprivation and breast cancer mortality among black and white women. JAMA Network Open 2024;7:e2416499

Summary: A population-based cohort study using Georgia Cancer Registry data found that neighorhood deprivation was associated with increased breast cancer mortality among non-Hispanic White women, but not among non-Hispanic Black women, regardless of the modifying neighborhood characteristics considered.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvant doublet of triplet chemotherapie of doublet plus radiotherapie voor lokaal-gevorderd slokdarm squameus celcarcinoom (0)
2024-06-12 15:00   ( Nieuws )
Tags:  JCOG1109 NExT trial NeoCF NeoCF+D NeoCF+RT
Dr. Ken KatoNeoadjuvante therapie is de standaard-behandeling voor patiënten met lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van de slokdarm (LA OSCC). De prognose blijft echter slecht. Meer-intensieve neoadjuvante behandeling zou wellicht de uitkomsten kunnen verbeteren. De fase 3-studie JCOG1109 NExT in 44 centra in Japan heeft uitkomsten met neoadjuvant doublet chemotherapie (NeoCF), neoadjuvante triplet chemotherapie (NeoCF+D), en NeoCF plus chemotherapie (RT) voor LA OSCC vergeleken. Dr. Ken Kato (National Cancer Center Hospital, Tokio) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1


Het NeoCF regime bestond uit twee cycli fluorouracil op dagen één tot en met vijf plus cisplatine op dag één, gescheiden door een interval van drie weken. NeoCF+D was drie cycli fluorouracil op dagen één tot en met vijf, cisplatine of dag één, en docetaxel of dag één, iedere drie weken. NeoCF+RTwas twee cycli fluorouracil op dagen één tot en met vier plus cisplatine op dag één, gescheiden door een interval van vier weken, plus 41,4 Gy radiotherapie. De behandelingen werden gevolgd door oesofagectomie met regionale lymfeklierdissectie. Het primaire eindpunt was overall survival.

De studie includeerde 601 LA OSCC-patiënten (529 mannen en 72 vruwen) in de leeftijd van 18 tot en met 75 jaar, met een ECOG performance status 0 of 1. De NeoCF groep bestond uit 199 patiënten, de NeoCF+D groep uit 202, en de NeoCF+RT groep uit 200. De mediane duur van follow-up was 50,7 maanden (IQR 23,8-70,7). Het drie-jaars OS-percentage was 72,1% met NeoCF+D; 68,3% met NeoCF+RT, en 62,6% met NeoCF. De OS met NeoCF+D was significant beter dan met NeoCF (HR 0,68; p=0,006). De OS was niet significant beter met NeoCF+RT dan met NeoCF (HR 0,84; p=0,12).

Treatment-related adverse events resulterend in discontinuering van de neoadjuvante behandeling waren meer frequent met NeoCF+D (9%) dan met NeoCF+RT (6%) of met NeoCF (4%). Er waren tijdens de neoadjuvante therapie drie graad 5 TRAEs in de NeoCF groep, vier in de NeoCF+D groep, en twee in de NeoCF+RT groep. In-hospital deaths na chirurgie waren drie in de NeoCF groep, twee in de NeoCF+D groep, en één in de NeoCF+RT groep.

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvante triplet chemotherapie gevolgd door chirurgie resulteerde in significant OS-profijt vergeleken met doublet chemotherapie. Toevoegen van radiotherapie aan neoadjuvante doublet chemotherapie resulteerde niet in significante verbetering van de OS.

1.Kato K, Machida R, Ito Y et al. Doublet chemotherapy, triplet chemotherapy, or doublet chemotherapy plus radiotherapy as neoadjuvant treatment for locally advanced oesophageal cancer (JCOG1109 NExT): a randomised, controlled, open-label, phase 3 trial. Lancet 2024; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 3 trial in Japan found that among patients with locally advanced esophageal squamous cell carcinoma, neoadjuvant triplet chemotherapy followed by esophagectomy resulted in significant overall survival benefit compared with doublet chemotherapy, whereas addition of radiotherapy to neoadjuvant doublet chemotherapy did not significantly improve overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)