Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie van fenotypes van pre-chemotherapie lichaamssamenstelling met mortaliteit in patiënten met epitheliaal ovariumcarcinoom (0)
2024-05-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  EOC HGSOC body composition phenotypes
Dr. Rikki CanniotoEr is weinig inzicht in de associatie tussen lichaamssamenstelling en de mortaliteit onder patiënten met epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC) en hooggradig sereus ovariumcarcinoom (HGSOC). Er zijn enige aanwijzingen dat hoge adipositeit geassocieerd is met lagere mortaliteit, maar de impact van spiermassa op deze associatie is niet onderzocht. Een analyse onder deelnemers van de doorlopende prospectieve The Body Composition and Epithelial Ovarian Cancer Survival Study heeft deze impact geïnventariseerd. Dr. Rikki Cannioto (Roswell Park Comprehensive Cancer Center, Buffalo NY) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1

De analyse includeerde 500 vrouwen met bekende pre-chemotherapie lichaamssamenstelling-gegevens. De groep met normale skeletal muscle index (SMI) en lage adipositas (referentiegroep) maakte 16,2% van de deelnemers uit, de groep met normale SMI en hoge adipositas 51,2%, de groep met lage SMI en hoge adipositas 15,6%, en de groep met lage SMI en lage adipositas 17,0%. Vergeleken met normaal gewicht was overgewicht/obesitas geassocieerd met verhoogde mortaliteit onder EOC-patiënten (HR 1,51; 95%-bti 1,05-2,19) en HGSOC-patiënten (2,04; 1,29-3,21). Lage SMI gecombineerd met overgewicht/obesitas was eveneens geassocieerd met verhoogde mortaliteit in EOC (HR 1,66; 95%-bti 1,13-2,45) en in HGSOC (1,67; 1,05-2,68), evenals lage SMI met lage adipositas in EOC (1,73; 1,14-2,63) en in HGSOC (2,09; 1,25-3,50).

De onderzoekers concluderen dat de fenotypes overgewicht/obesitas, sarcopenie met overgewicht/obesitas, en sarcopenie met cachexie geassocieerd waren met verhoogde mortaliteit onder patiënten met EOC en HGSOC.

1.Davis EW, Attwood K, Prunier J et al. The association of body composition phenotypes before chemotherapy with epithelial ovarian cancer mortality. J Natl Cancer Inst 2024.djae112

Summary: Analysis among participants of The Body Composition and Epithelial Ovarian Cancer Survival Study found that overweight/obesity, sarcopenia/overweight-obesity, and sarcopenia/cachexia phenotypes were each associated with increased mortality in epithelial ovarian carcinoma and high-grade serous ovarian carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adenosquameus carcinoom van de long: klinisch-pathologische kenmerken en prognose na R0-resectie (0)
2024-05-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  lung ASC clinicopathological features and prognosis after RO resection
Dr. Tomoyuki HishidaEr is geen duidelijkheid over klinisch-pathologische kenmerken en prognose na R0-resectie van adenosquameus carcinoom (ASC) van de long. Een retrospectieve studie in Japan heeft kenmerken en overleving na R0-resectie van ASC vergeleken met adenocarcinoom (AC) en squameus celcarcinoom (SC). Dr. Tomoyuki Hishida (Keio Universiteit, Tokio) en collega’s publiceren de studie in Clinical Lung Cancer.1

In een Japan-brede multicenter longcarcinoom-database identificeerden de onderzoekers 15.542 patiënten die in 2010 RO-resectie ondergingen voor ASC (n=326), AC (n=11.820) of SC (n=3396). De vijf-jaars recidiefvrije-overlevingspercentages waren slechter in de ASC-groep (44,4%) dan in de AC-groep (73,1%; p<0,001) en in de SC-groep 55,9%; p<0,001). Ook de vijf-jaars overall survival percentages waren slechter in de ASC groep (57,5%) dan in de AC-groep (83,9%; p<0,001) en in de SC-groep (62,3%; p=0,086). Prognostische factoren voor OS van ASC in multivariate analyse waren mannelijk geslacht, p-stadium II-III, en postoperatieve complicaties binnen dertig dagen. Een sensitizerende EGFR-mutatie werd gedetecteerd in 21,5% van de gescreende ASC-patiënten, maar had geen impact op overlevingsuitkomsten. In multivariate en IPTW-gecorrigeerde analyses werd geen positief effect van adjuvante chemotherapie op recidiefvrije overleving en overall survival in ASC gezien.

De onderzoekers concluderen dat long-ASC meer agressief was dan long-AC en long-SC.

1.Hishida T, Okami J, Asamura H et al. Clinicopathological features and survival outcomes of resected lung adenosquamous carcinoma: results from a nationwide Japanese registry data. Clin Lung Cancer 2024.05.010

Summary:  Retrospective analysis of a nationwide Japanese registry found that lung adenosquamous carcinoma was more aggressive and had worse survival outcomes than both lung adenocarcinoma and lung squamous cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter retrospectieve analyse van werkzaamheid van relma-cel voor recidiverend of refractair CNS lymfoom (0)
2024-05-28 13:30   ( Nieuws )
Tags:  R R CNSL relmacabtagene autoleucel
Dr. Jian-qing MiPatiënten met recidiverend of refractair lymfoom van het centraal zenuwstelsel (R/R CNSL) hebben een slechte prognose. Relmacabtagene autoleucel (relma-cel) is een in China ontwikkelde commerciële CAR T-celtherapie die in de RELIANCE-studie werkzaamheid en manageable veiligheid heeft laten zien onder patiënten met R/R CNSL. Dr. Jian-qing Mi (Shanghai Jiao Tong Universiteit) en collega’s publiceren in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer real-world ervaringen met relma-cel voor R/R CNSL.1

De analyse includeerde 22 patiënten met R/R CNSL die in twaalf centra relma-cel kregen. De best overall response rate was 90,9% en complete respons werd gezien in 68,2% van de patiënten. Met mediaan 316 dagen follow-up (ragen 55-618) waren de éénjaars percentages voor progressievrije overleving, duur van respons, en overall survival 64,4% respectievelijk 71,5% en 79,2%. De figuur laat zien dat patiënten die duurzame respons hadden op hun laatste preleukaferese-therapie en relma-cel als consolidatie kregen significant betere uitkomsten hadden dan patiënten zonder duurzame respons op hun laatste therapie voorafgaand aan relma-cel. Onder patiënten die drie maanden na infusie van relma-cel complete respons hadden was de PFS significant beter dan onder patiënten zonder complete respons na drie maanden (één-jaar PFS-percentage 83,3% versus 37,0%; p=0,03). Cytokine release syndrome werd gezien in 72,9% van de patiënten (graad 3 in 4,5%) en ICANS in 36,4% (graad 3 in 4,5%).

De onderzoekers concluderen dat de analyse veelbelovende activiteit en acceptabele veiligheid heeft laten zien van relma-cel voor R/R CNSL in de real-world.

1.Yu W, Huang L, Mei H et al. Real-world experience of commercial relmacabtagene autoleucel (relma-cel) for relapsed/refractory central nervous system lymphoma: a multicenter retrospective analysis of patients in China. J ImmunoTher Cancer 2024; epub ahead of print

Summary: Real-world experience in China found promising efficacy and acceptable safety of relmacabtagene autoleucel for relapsed/refractory central nervous system lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van behandeling na trastuzumab deruxtecan voor HER2-positief metastatisch mammacarcinoom (0)
2024-05-28 12:00   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive mBC treatments after T-DXd
Dr. Kazuki NozawaTrastuzumab deruxtecan T-DXd kan de prognose van patiënten met HER2-positief metastatisch mammacarcinoom (mBC) verbeteren. Er is echter geen duidelijkheid over werkzaamheid van verschillende behandelingsopties na T-DXd. Een retrospectieve studie van Aichi Cancer Center Hospital (Aichi, Japan) heeft verschillende opties voor HER2-positief mBC na T-DXd geëvalueerd. Dr. Kazuki Nozawa en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 29 patiënten die T-DXd gekregen hadden voor HER2-positief mBC. De mediane tijd tot behandelfalen (mTTF) op de volgende behandeling onder alle patiënten was 3,5 maanden (95%-bti 2,1-10,0). De mTTF met post T-DXd HER2-tyrosinekinase was 2,6 maanden, de mTTF met andere anti-HER2 middelen was 8,8 maanden, en de mTTF met overige behandelingen was 3,8 maanden (verschillen niet significant). De mTTF onder patiënten die T-DXd-gerelateerde interstitiële longziekte hadden was 2,33 maanden; vergeleken met 3,83 maanden onder patiënten zonder interstitiële longziekte (HR 2,046; p=0,258). De mediane overall survival onder alle patiënten was 14,9 maanden (95%-bti 11,07-29,17).

De onderzoekers concluderen dat behandelingen na T-DXd voor HER2-positief mBC een korte mTTF hadden.

1.Isogai A, Nozawa K, Nakakami A et al. Clinical benefit of post-trastuzumab deruxtecan treatment in patiens with HER2-positive unresctable or metastatic breast cancer: a single-institution retrospective observational study. Breast Cancer Res Treat 2024-07367-x

Summary: A retrospective study at Aichi Cancer Center Hospital (Japan) found that after trastuzumab deruxtecan for HER2-positive metastatic breast cancer, following treatments had a short median time to treatment failure.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van ibrutinib gevolgd door ofatumumab-consolidatie voor niet-eerder behandeld CLL (0)
2024-05-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  GELLC-7 trial previously untreated CLL ibrutinib followed by ofatumumab consolidation
Dr. Pau AbrisquetaBTK-remmers kunnen concurrent met anti-CD20 monoklonale antilichamen worden toegediend in patiënten met CLL. Het optimale regime voor combinatie van deze beide middelen is niet duidelijk. De multicenter fase 2-studie GELLC-7 in Spanje heeft consolidatie met ofatumumab na frontline ibrutinib voor niet-eerder behandeld CLL geëvalueerd. Dr. Pau Abrisqueta (Academisch Ziekenhuis Vall d’Hebron , Barcelona) en collega’s publiceren de studie in eClinical Medicine.1


De studie includeerde 84 patiënten (mediane leeftijd 69 jaar) die de behandeling begonnen met ibrutinib monotherapie. Onder de 80 patiënten die twaalf cycli ibrutinib voltooiden hadden 4 patiënten complete respons (CR; 5%), 67 patiënten partiële respons (PR; 84%), en 6 patiënten partiële respons met lymfocytose (PRL; 7%). Na deze inductie werd ibrutinib voortgezet, en patiënten die niet in CR waren kregen zeven consolidatiedoses ofatumumab aan ibrutinib toegevoegd. Na de consolidatie (aan het begin van cyclus 20) hadden 20 patiënten verbeterde respons van PR naar CR, en alle 6 patiënten met PRL naar PR. Eenenzeventig patiënten (85%) voltooiden 20 cycli behandeling, met CR in 24 van 71 (34%). In de intention-to-treat analyse was de ORR 69/84 (82.2%) en de CRR 24/84 (28,6%). De figuur laat zien dat na 48 maanden 89,9% van de patiënten progressievrij waren en dat 92,2% van de patiënten in leven waren, en dat IGHV-mutatie geen significante impact op de overlevingsuitkomsten had.

De onderzoekers concluderen dat na ibrutinib-inductie voor CLL ofatumumab-consolidatie kan resulteren in verbetering van de respons.

1.Abrisqueta P, González-Barca E, Ferrà C et al. Ibrutinib followed by ofatumumab consolidation in previously untreated patients with chronic lymphocytic leukemia (CLL): GELLC-7 trial from the Spanish Group of CLL (GELLC). eClinMed 2024.102642

Summary: The multicenter phase 2 GELLC-7 trial in Spain found that among patients with previously untreated CLL, ofatumumab consolidation after ibrutinib monotherapy was associated with improved response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Inductie-immuunchemotherapie versus chemotherapie voor aanvankelijk niet-resectabel slokdarm squameus celcarcinoom (0)
2024-05-27 13:30   ( Nieuws )
Tags:  iuESCC iIC versus iC
Prof. Guibin QiaoHet is niet duidelijk of onder patiënten met aanvankelijk niet-resectabel squameus celcarcinoom van de slokdarm (iuESCC) inductie-immuunchemotherapie (iIC) resulteert in betere conversiepercentages dan inductie-chemotherapie (iC). Een retrospectieve cohortstudie in vier centra in China heeft iIC en iC in deze setting vergeleken. Prof. Guibin Qiao (Zuidelijke Medische Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

De studie includeerde 309 iuESCC-patiënten, onder wie 150 iIC kregen en 159 iC. Conversie naar resectabiliteit werd bereikt in 127 van 150 patiënten in de iIC-groep en 79 van 159 patiënten in de iC-groep (84,7% versus 49,7%; p<0,001). Pathologisch complete respons werd bereikt in 22,0% versus 5,1% (p=0,001). De mediane overall survival werd niet-bereikt in de iIC-groep en was 36,3 maanden in de iC-groep. Significante prognostische factoren voor overall survival in multivariate analyse waren iIC versus iC (HR 0,215; p<0,001) en resectie (wel versus niet HR 0,262; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met aanvankelijk niet-resectabel squameus celcarcinoom van de slokdarm, inductie-immuunchemotherapie resulteerde in hoger percentage conversie naar resectabiliteit en langer overall survival dan inductie-chemotherapie.

1.Huang S, Wang S, Gao Z et al. Induction immunochemotherapy yields a higher conversion rate and better overall survival than chemotherapy in initially unresectable esophageal squamous cell carcinoma. Ann Surg Oncol 2024-15458-8

Summary: A multicenter retrospective cohort study in China found that among patients with initially unresectable esophageal squamous cell carcinoma, induction immunochemotherapy resulted in higher conversion rates and longer overall survival than induction chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Waarde van toevoegen van lokale ablatieve therapie aan pembrolizumab voor synchroon oligometastatisch NSCLC (0)
2024-05-27 12:00   ( Nieuws )
Tags:  synchronous oligometastatic NSCLC pembrolizumab with or without LAT
Dr. Si Yeol SongHet is niet duidelijk of toevoegen van lokale ablatieve therapie (LAT) aan pembrolizumab resulteert in verbetering van uitkomsten van patiënten met synchroon oligometastatisch (hier gedefinieerd al ten hoogste vijf metastatische lesies en ten hoogste drie betrokken organen) niet-kleincellig longcarcinoom (omNSCLC). Een retrospectieve studie van Asan Medisch Centrum (Seoel, Zuid-Korea) heeft uitkomsten vergeleken van patiënten die pembrolizumab plus LAT (chirurgie of radiotherapie in alle ziektelocaties) kregen en patiënten die alleen pembrolizumab kregen. Dr. Si Yeol Song en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Radiation Oncology-Biology-Physics.1

De studie includeerde 258 patiënten met synchroon omNSCLC, die tussen begin 2017 en eind 2022 in het centrum pembrolizumab plus LAT kregen (n=78) of alleen pembrolizumab (n=180). De mediane duur van follow-up was 15,5 maanden (range 3,0-71,2). LAT plus pembrolizumab versus alleen pembrolizumab was geassocieerd met significant betere progressievrije overleving (HR 0,64; p=0,0015) en overall survival (HR 0,61; p=0,020). In propensity-score gematchte analyse van twee groepen van ieder 74 patiënten was de mediane PFS 19,9 maanden in de LAT-groep versus 9,6 maanden in de niet-LAT groep (p=0,003) en de mediane OS 42,2 maanden versus 20,5 maanden (p=0,045). In een recursive partitioning analysis inclusief aantal metastatische lesies, performance status, en PD-L1 expressieniveau werden patiënten gestratificeerd in drie risicogroepen. Toevoegen van LAT aan pembrolizumab resulteerde in significante verbetering van PFS en OS in de laag-risicogroep en de intermediair-risicogroep maar niet in de hoog-risicogroep. LAT was meer effectief als consolidatiebehandeling na start van pembrolizumab dan als upfront therapie.

De onderzoekers concluderen dat LAT gecombineerd met pembrolizumab geassocieerd was met betere PFS en OS dan alleen pembrolizumab in geselecteerde patiënten met omNSCLC.

1.Lee HI, Choi Ek, Kim SS et al. Local ablative therapy combined with pembrolizumab in patients with synchronous oligometastatic non-small cell lung cancer: a recursive partitioning analysis. Int J Radiato Oncol-Biol-Phys 2024.05.15

Summary: A retrospective study at Asan Medical Center (Seoul, South Korea) found that among selected patients with synchronous oligometastatic NSCLC, addition of local ablative therapy to pembrolizumab resulted in improved progression-free and overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adjuvante chemotherapie met of zonder radiotherapie na neoadjuvante therapie voor pancreascarcinoom (0)
2024-05-26 15:00   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic cancer adjuvant chemotherapy with or without radiotherapy
Prof. Marco Del ChiaroAdjuvante therapie is geassocieerd met betere uitkomsten na neoadjuvante chemotherapie (NACT) en resectie voor pancreascarcinoom (PaC). Het is echter niet duidelijk of adjuvante therapie ook radiotherapie dient te omvatten. Een analyse van de National Cancer Database heeft adjuvante chemotherapie(CT) in deze setting vergeleken met adjuvante chemoradiotherapie (CRT). Prof. Marco Del Chiaro (University of Colorado Medical School, Aurora) en collega’s publiceren de analyse in Annals of Surgical Oncology.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 1983 patiënten die tussen begin 2010 en eind 2019 adjuvante therapie kregen na multiagent NACT en resectie voor PaC. Onder deze patiënten ware er 1502 (75,7%) die alleen CT kregen en 481 (24,3%) die CRT kregen. De CRT-groep was gemiddeld jonger, werd vaker in niet-academische centra behandeld, en had hogere percentages patiënten met lymfekliermetastasen (ypN1-2), positieve resectiemarges (R1), en lymfovasculaire invasie (LVI). In niet-gecorrigeerde analyse was de mediane overleving korter in de CRT-groep dan in de CT-groep (26,8 versus 33,2 maanden; p=0,0017). Na correctie voor confounders was CRT in multivariate analyse geassocieerd met betere overleving (HR 0,75; p=0,008). De associatie tussen CRT en betere overleving was het sterkst onder patiënten met graad III tumoren (HR 0,53; 95%-bti 0,37-0,74) en patiënten met LVI+ tumoren (0,58; 0,44-0,75). In een subgroep van 396 propensity-matched patiënten was CRT versus CT alleen geassocieerd met overlevingsprofijt onder patiënten met LVI+ of graad III tumoren.

De onderzoekers concluderen dat na multiagent NACT en resectie voor PaC, adjuvante CRT geassocieerd was met betere overleving dan CT onder patiënten met LVI+ of graad III tumoren.

1.Franklin O, Sugawara T, Ross RB et al. Adjuvant chemotherapy with or without radiotherapy for resected pancreatic cancer after multiagent neoadjuvant chemotherapy. Ann Surg Oncol 2024-15157-4

Summary: Analysis of the National Cancer Database found that after multiagent neoadjuvant chemotherapy and resection for pancreatic cancer, additional adjuvant chemoradiotherapy versus adjuvant chemotherapy is associated with improved survival for patients with LVI+ or grade III tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)