Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 2-studie van odronextamab voor recidiverend of refractair folliculair lymfoom (0)
2024-08-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ELM-2 trial R R FL odronextamab
Dr. Stefano LuminariOdronextamab is een CD20xCD3 bispecifiek antilichaam dat de activiteit van cytotoxische T-cellen tegen maligne B-cellen kan bevorderen. De multinationale fase 2-studie ELM-2 heeft odronextamab in patiënten met recidiverend of refractair folliculair lymfoom (R/R FL) geëvalueerd. Dr. Stefano Luminari (Azienda Unita Sanitaria, Reggio Emilia) en collega’s publiceren de studie in Annals of Oncology.1



De studie includeerde volwassen patiënten die tenminste twee eerdere lijnen behandeling hadden gekregen voor graad 1-3a R/R FL, met een ECOG performance status 0 of 1 en adequate orgaanfunctie. De patiënten kregen intraveneus odronextamab 80 mg op dagen één, acht, en vijftien van vier drie-weekse cycli, gevolgd door odronextamab 160 mg iedere twee weken tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit. Van de 128 geïncludeerde patiënten voltooide 95% één cyclus en 85% tenminste vier cycli. De figuur laat zien dat de objective response rate 80,0% was en de complete response rate 73,4%. De mediane duur van respons was 22,6 maanden (95%-bti 17,7-NR), de mediane duur van complete respons was 25,1 maanden (20,5-NR), de mediane progressievrije overleving was 20,7 maanden (17,2-27-5), en de mediane overall survival werd niet bereikt gedurende mediaan 20,1 maanden follow-up. Discontinuering vanwege adverse events was nodig voor 16% van de patiënten.

De onderzoekers concluderen dat odronextamab respons induceerde in een hoog percentage van de patiënten met zwaar-voorbehandeld R/R FL, met over het algemeen manageable veiligheid.

1.Kim TM, Taszner M, Novelli S et al. Safety and efficacy of odronextamab in patients with relapsed or refractory follicular lymphoma. Ann Oncol 2024.08.2239

Summary: The multinational phase 2 ELM-2 trial found promising activity with generally manageable safety among patients with heavily pretreated relapsed or refractory follicular lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Indirecte vergelijking van eerstelijns nivolumab plus relatlimab of ipilimumab voor gevorderd melanoom (0)
2024-08-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  RELATIVITY-047 and CheckMate 067 advanced melanoma
Professor Georgina LongEerstelijns nivolumab plus relatlimab en eerstelijns nivolumab plus ipilimumab zijn goedgekeurd voor de behandeling van gevorderd melanoom op basis van de fase 2-3 RELATIVITY-047 studie respectievelijk de fase 3 CheckMate 067 studie. Deze twee regimes zijn niet head-to-head vergeleken. Prof. Georgina Long (Melanoma Institute Australia, Sydney) en collega’s hebben een indirecte vergelijking van beide regimes uitgevoerd aan de hand van patient-level data van de studies. Ze publiceren de vergelijking in het Journal of Clinical Oncology.1

Na inverse probablity of treatment weighting (IPTW) waren de baseline kenmerken in evenwicht voor nivolumab plus relatlimab (n=339) en nivolumab plus ipilimumab (n=297). De figuur laat zien dat er geen significante verschillen waren tussen beide regimes voor het eindpunt progressievrije overleving, en deze figuur laat zien dat er ook geen verschillen waren voor het eindpunt overall survival (A: voor IPTW; B: na IPTW). Ook de melanoom-specifieke overleving en de bevestigde objective response rate waren similar. Nivolumab plus relatlimab was geassocieerd met lagere frequentie van graad 3 of 4 treatment-related adverse events (23% versus 61%) en van TRAEs die resulteerden in discontinuering (17% versus 41%).

De onderzoekers concluderen dat nivolumab plus relatlimab vergeleken met nivolumab plus ipilimumab vergelijkbare werkzaamheid had en betere veiligheid onder patiënten met niet-eerder behandeld gevorderd melanoom.

1.Long GV, Lipson EJ, Hodi FS et al. First-line nivolumab plus relatlimab versus nivolumab plus ipilimumab in advanced melanoma: an indirect comparison using RELATIVITY-047 and CheckMate 067 trial data. J Clin Oncol 2024.01125

Summary: Indirect comparison found that nivolumab plus relatlimab demonstrated similar efficacy and improved safety to nivolumab and ipilimumab among patients with previously untreated advanced melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie van maligniteiten en cardiovasculaire ziekte na bariatrische chirurgie voor oudere patiënten (0)
2024-08-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  bariatric surgery after age 60 incidence of cancer and CVD
Dr. Dag HolmbergBariatrische chirurgie is geassocieerd met verlaagd risico van obesitas-gerelateerde maligniteiten en cardiovasculaire ziekte (CVD). Het is niet duidelijk of deze associatie ook bestaat onder oudere personen. Een bevolkings-gebaseerde cohortstudie in Denemarken, Finland, en Zweden heeft de associatie tussen bariatrische chirurgie en het risco van maligniteiten en CVD geïnventariseerd voor personen in de leeftijd van zestig jaar of ouder. Dr. Dag Holmberg (Karolinska Instituut, Stockholm) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1



De studie includeerde 2550 patiënten die tussen begin 1989 en eind 2019 na de leeftijd 59 jaar bariatrische chirurgie ondergingen, en voor elk van deze patiënten vijf voor land, geslacht, en leeftijd gematchte controlepatiënten die niet-operatieve behandeling voor obesitas ondergingen (n=12.750). Het primaire eindpunt was incidentie van obesitas-gerelateerde maligniteiten (van borst, endometrium, slokdarm, colorectum, en nier). Incidentie van CVD was een secundair eindpunt.

Tijdens mediaan 5,8 jaar follow-up (IQR 2,8-8,5) werd obesitas-gerelateerde maligniteit gezien in 4,3% van de patiënten en CVD in 9,4% van de patiënten. De figuur laat zien dat het risico van obesitas-gerelateerde maligniteit (HR 0,81; 95%-bti 0,64-1,03) en van CVD (0,86; 0,74-1,01) niet verschilde tussen patiënten die bariatrische chirurgie ondergingen en patiënten die niet-operatieve behandeling ondergingen. Onder de patiënten die gastric bypass ondergingen (n=1930) was het risico van obesitas-gerelateerde maligniteit (HR 0,74; 95%-bti 0,56-9,97) en CVD (0,82; 0,69-0,99) wel lager dan onder gematchte controlepersonen.

De onderzoekers concluderen dat onder oudere patiënten bariatrische chirurgie niet geassocieerd is met lager risico van obesitas-gerelateerde maligniteit en CVD. Er waren aanwijzingen dat gastric bypass geassocieerd is met lager risico van beide uitkomsten.

1.Gerber P, Naqqar D, von Euler-Chelpin M et al. Incidence of cancer and cardiovascular disease after bariatric surgery in older patients. JAMA Network Open 2024;7:e2427457

Summary: A population-based cohort study in Denmark, Finland, and Sweden found that bariatric surgery in patients aged 60 years or older was not associated with lower rates of obesity-related cancer and cardiovascular events, but that gastric bypass was associated with lower risk of both outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van impact van integratie van PROMs in de zorg voor maligniteiten op uitkomsten (0)
2024-08-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  patient-reported outcome measures
Dr. Amaris BalitskyPatiënten met maligniteiten kunnen klachten hebben die soms niet door behandelaars gedetecteerd worden. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de associatie van integratie van patient-reported outcome measures (PROMs) in de zorg met uitkomsten geïnventariseerd. Dr. Amaris Balitsky (Juravinsky Cancer Centre, Hamilton ON, Canada) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de literatuur van begin 2012 tot eind september 2022 identificeerden de onderzoekers 45 gerandomiseerde gecontroleerde studies van volwassen patiënten (n=13.661) met actieve behandeling voor maligniteiten die een PROM als interventie evalueerden. Toevoeging van een PROM was geassocieerd met verlaagd risico van overall mortaliteit (HR 0,84; 95%-bti 0,72-0,98; moderate certainty). Toevoeging van een PROM was geassocieerd met verbetering van de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven (HRQOL; 0-100) na twaalf weken (mean difference 2,45; 95%-bti 0,42-4,48; moderate certainty). Verbetering van de HRQOL na 24 weken was niet significant (MD 1,87; 95%-bti -1,21 tot +4,96) en er was geen associatie tussen toevoegen van een PROM en HRQOL na 48 weken. Toevoeging van een PROM was niet geassocieerd met vermindering van bezoeken aan de afdeling spoedeisende hulp of hospitalisatie.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat integratie van PROMs in de zorg voor maligniteiten kan resulteren in verbetering van de overall survival en kwaliteit van leven.

1.Balitsky AK, Rayner D, Britto J et al. Patient-reported outcome measures in cancer care. An updated systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2024;7:e2424793

Summary: Systematic review and meta-analysis of 45 RCTs (13,661 participants) found that integration of patient-reported outcome measures into cancer care may improve overall survival and quality of life.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn impact van adjuvant pembrolizumab op HRQOL van patiënten na resectie van stadium III melanoom (0)
2024-08-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EORTC 1325-MG KEYNOTE-054
Dr. Emanuel BührerDe fase 3-studie EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054, in 123 centra in 23 landen, randomiseerde patiënten na complete resectie van stadium III melanoom 1:1 naar intraveneus pembrolizumab 200 mg (n=514) of placebo (n=505) iedere drie weken voor achttien doses. In eerdere publicaties is gerapporteerd dat de recidiefvrije overleving en de afstandsmetastasevrije overleving significant beter waren in de pembrolizumabgroep, en dat de gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven (HRQOL) tijdens de behandeling in de pembrolizumabgroep niet slechter was dan die in de placebogroep. Dr. Emanuel Bührer (EORTC, Brussel) en collega’s publiceren nu in The Lancet Oncology de HRQOL van de patiënten in beide groepen in de periode van 108 weken tot 48 maanden na de randomisatie.1


De HRQOL werd iedere zes maanden bepaald aan de hand van antwoorden op de EORTC QLQ-C30 vragenlijst. Het percentage beantwoorders was 108 weken na randomisatie waren 94% van de patiënten in de pembrolizumabgroep en 92% van de patiënten in de placebogroep, en liep op volgende meetmomenten uiteen tussen 60% en 90%. De gemiddelde verandering in HRQOL tussen baseline en 48 maanden was -0,56 (95%-bti -2,33 tot +1,22) in de pembrolizumabgroep en 1,63 (-0,12 tot + 3,38) in de placebogroep, resulterend in de verschil van -2,19 (p=0,081). De verschillen op alle andere HRQOL-schalen waren evenmin statistisch significant.

De onderzoekers concluderen dat de oncologische werkzaamheid van adjuvant pembrolizumab niet ten koste ging van slechtere HRQOL na afsluiten van de behandeling.

1.Bührer E, Kicinski M, Mandala M et al. Adjuvant pembrolizumab versus placebo in resected stage III melanoma (EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054): long-term health-related quality-of-life results from a double-blind, randomised, controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Long-term follow-up of the multinational phase 3 EORTC 1325-MG/KEYNOTE-054 trial found that adjuvant pembrolizumab did not have a significant impact on long-term HRQOL compared with placebo in patients with resected stage III melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Post hoc analyse van gerandomiseerde studie van apixaban versus aspirine in patiënten met maligniteiten en cryptogene stroke (0)
2024-08-13 13:30   ( Nieuws )
Tags:  ARCADIA trial patient with cancer and cryptogenic stroke apixaban versus aspirin
Dr. Babak NaviOngeveer 10% tot 15% van de ischemische strokes zijn geassocieerd met maligniteiten. Cryptogene stroke in patiënten met maligniteiten zijn geassocieerd met hoge percentages patiënten met recidiverende stroke en majeure bloeding. Er is weinig informatie beschikbaar over veiligheid en werkzaamheid van verschillende anti-trombotische strategieën voor deze patiënten. Een post hoc analyse van de gerandomiseerde ARCADIA studie heeft apixaban vergeleken met aspirine in deze setting. Dr. Babak Navi (Weill Cornell Medicine, New York) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Neurology.1

ARCADIA (‘atrial cardiopathy and antithrombotic drugs in prevention after cryptogenic stroke’) werd tussen begin 2018 en eind 2023 uitgevoerd in 185 centra in Noord-Amerika. De studie includeerde 1015 patiënten met cryptogene stroke, die 1:1 werden gerandomiseerd naar apixaban of aspirine, met een composiet van majeure ischemische of hemorragische gebeurtenissen als primair eindpunt. Onder de geïncludeerde patiënten waren er 137 (13,5%) met geschiedenis van een maligniteit. De mediane follow-up was 1,5 jaar. Patiënten met geschiedenis van een maligniteit hadden een hoger risico van het composiet eindpunt dan patiënten zonder geschiedenis van een maligniteit (HR 1,73; 95%-bti 1,10-2,71). Onder de patiënten met geschiedenis van een maligniteit hadden 8 van 61 (13,1%) in de apixabangroep en 16 van 76 (21,1%) in de aspirinegroepeen majeure ischemische of hemorragische gebeurtenis (HR 0,61; 95%-bti 0,26-1,43).

De onderzoekers concluderen dat onder ARCADIA-deelnemers met geschiedenis van een maligniteit het risico van majeure ischemische of hemorragische gebeurtenis niet significant verschilde met apixaban versus aspirine; echter, vanwege de lage aantallen patiënten was deze analyse underpowered en kan een klinisch belangrijk profijt met apixaban niet worden uitgesloten (visual abstract).

  • 1.Navi BB, Zhang C, Miller B et al. Apixaban vs aspirin in patients with cancer and cryptogenic stroke. A post hoc analysis of the ARCADIA randomized clinical trial. JAMA Neurol 2024.2404

Summary: Among ARCADIA trial participants with cryptogenic stroke and a history of cancer, the risk of major ischemic or hemorrhagic events did not differ significantly with apixaban versus aspirin, but analyses were underpowered given small numbers. A clinically important benefit of apixaban could not be ruled out.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Wereldwijde incidentie en mortaliteit van 30 typen maligniteiten onder mannen in 2022 en projecties voor 2050 (0)
2024-08-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  global burden of 30 cancers among men in 2022 and projections for 2050
Dr. Habtamu Melli BizuayehuDe prevalentie van modificeerbare risicofactoren voor maligniteiten is hoger onder mannen dan onder vrouwen, hetgeen resulteert in hogere incidentie en slechtere overleving. Een analyse van de 2022 Global Cancer Observatory (GLOBOCAN) schattingen heeft de belasting door dertig typen maligniteiten onder mannen in 185 landen geïnventariseerd. Dr. Habtamu Mellie Bizuayehu (University of Queensland, Brisbane) en collega’s publiceren de analyse in Cancer.1

In 2022 waren er wereldwijd 10,3 miljoen mannen met een diagnose van een maligniteit, en overleden 5,4 miljoen mannen aan een maligniteit. Longcarcinoom was de meest-voorkomende maligniteit en de meest-voorkomende doodsoorzaak. De figuur laat zien dat de incidentie en mortaliteit naar verwachting tot 2050 toe zullen nemen onder mannen van alle leeftijden (A), adolescenten en jongvolwassenen (B), de working-age group (leeftijd 15 tot 65 jaar; C), en onder oudere volwassenen (65 jaar en ouder; D). De verwachte stijging is groter in landen met lage en medium human development index.

De onderzoekers concluderen dat er wereldwijd behoefte is aan versterking van de gezondheids-infrastructuur.

1.Bizuayehu HM, Dadi AF, Ahmed KY et al. Burden of 30 cancers among men: global statistics in 2022 and projections for 2050 using population-based estimates Cancer 2024.35458

Summary: Analysis of GLOBOCAN data for 185 countries/territories found that among men in 2022, 10.3 million cancer cases and 5.4 million cancer deaths occurred. Substantial disparities between HDI and LDI/MDI countries were observed. Between 2022 and 2050, cancer cases are projected to increase to 19 million, and cancer deaths are projected to increase to 10.5 million.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overleving met atezolizumab plus chemotherapie voor extensief-stadium kleincellig longcarcinoom: vijf-jaar follow-up (0)
2024-08-12 15:00   ( Nieuws )
Tags:  IMbrella A trial ES SCLC
Prof. Martin ReckDe multinationale fase 3-studie IMpower133 randomiseerde niet-eerder behandelde patiënten met extensief-stadium kleincellig longcarcinoom (ES SCLC) naar atezolizumab 1200 mg iedere drie weken plus carboplatine-etoposide voor vier cycli gevolgd door drie-wekelijks atezolizumab-onderhoud (n=201) of placebo plus carboplatine-etoposide voor vier cycli gevolgd door drie-wekelijks placebo onderhoud (n=201). In 2018 is gepubliceerd dat na mediaan 13,9 maanden follow-up de progressievrije overleving en overall survival significant langer waren in de atezolizumabgroep dan in de placebogroep. De extensiestudie IMbrella A includeerde patiënten uit de atezolizumabgroep na sluiting van IMpower133. Prof. Martin Reck (Lung Clinic Grosshansdorf, Duitsland) en collega’s publiceren resultaten van IMbrella A in Lung Cancer.1

Van de 26 patiënten die voldeden aan de inclusiecriteria werden 18 patiënten geïncludeerd in IMbrella A. De patiënten continueerden de behandeling met atezolizumab 1200 mg iedere drie weken. Bij data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 59,4 maanden na randomisering in IMpower133. De drie-, vier-, en vijf-jaars overall survival percentages waren 16% (95%-bti 11-21), 13% (8-18), en 12% (7-17). Ernstige adverse events werden gezien in drie patiënten (16,7% van 18).

De onderzoekers concluderen dat deze studie de eerste is met vijf-jaars follow-up data van eerstelijns immuuntherapie plus chemotherapie voor ES-SCLC. Toevoeging van atezolizumab aan eerstelijns chemotherapie resulteerde in vijf-jaars overleving in 12% van de patiënten; een percentage dat gunstig is vergeleken met historische controles met alleen eerstelijns chemotherapie.

1.Reck M, Dziadziuszko R, Sugawara S et al. Five-year survival in patients with extensive-stage small cell lung cancer treated with atezolizumab in the phase III IMpower133 study and the phase III IMbrella a extension study. Lung Cancer 2024.107924

Summary: The IMbrella A trial found that among patients with previously untreated extensive-stage small cell lung cancer, addition of atezolizumab to chemotherapy followed by atezolizumab maintenance resulted in a 5-year overall survival rate of 12%, comparing favorable to historical controls receiving chemotherapy alone.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)