Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Vijf-jaars follow-up van fase 2-studie van neoadjuvant dabrafenib plus trametinib voor stadium III melanoom (0)
2024-05-15 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NeoCombi trial stage III melanoma neoadjuvant dabrafenib plus trametinib
De fase 2-studie NeoCombi van het Melanoma Institute Australia (Sydney) includeerde 35 volwassen patiënten met stadium III BRAFV600-gemuteerd melanoom twaalf weken neoadjuvant dabrafenib 150 mg tweemaal daags plus trametinib 2 mg eenmaal daags kregen, gevolgd door chirurgie en veertig weken adjuvant dabrafenib plus trametinib. In 2019 is gepubliceerd dat na de neoadjuvante behandeling hoge percentages patiënten met complete respons (86%) en pathologisch complete respons (49%) werden gezien. Dr. Alexander Menzies en collega’s publiceren nu in Annals of Oncology lange-termijn resultaten van de studie.1

Op het moment van data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 60 maanden (95%-bti 56-72). In 21 van 35 patiënten (60%) was recidief gezien, onder wie twaalf (57%) met eerste recidief locoregionaal gevolgd door later afstandsrecidief in zes, en negen (43%) met eerste recidief op afstand, onder wie drie met recidief in de hersenen. De meeste recidieven werden gezien in de eerste twee jaar, en er waren geen recidieven na drie jaar. Na vijf jaar was het recidiefvrije-overlevingspercentage 40% (95%-bti 27-60), het afstandsrecidiefvrije-overlevingspercentage 57% (42-76), en het overall survival percentage 80% (67-94). Gestratificeerd naar pCR was na vijf jaar het recidiefvrije-overlevingspercentage 53% in de pCR-groep versus 28% in de niet-pCR groep (p=0,087), het afstandsrecidiefvrije-overlevingspercentage 59% versus 55% (p=0,647), en het overall survival percentage 88% versus 71% (p=0,205).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium III melanoom de combinatie van neoadjuvant dabrafenib plus trametinib resulteerde in hoge percentage pCR, maar in lage percentages recidiefvrije overleving.

1.Menzies AM, Lo SN, Shaw RPM et al. Five-year analysis of neoadjuvant dabrafrenib and trametinib for stage III melanoma. Ann Oncol 2024.05.002

Summary: The phase 2 NeoCombi trial, at Melanoma Institute Australia (Sydney) found that among patients with stage III melanoma, neoadjuvant dabrafenib plus trametinib resulted in low rates of 5-year recurrence-free survival. Patients with a pathological complete response still had a high risk of recurrence, unlike what is seen with immunotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Factoren op behandelaars-niveau die bijdragen aan ondergebruik van HCC-surveillance in patiënten met cirrose in de VS (0)
2024-05-15 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HCC surveillance in cirrhosis patients clinician-level knowledge
Dr. Robert WongDe surveillance op levercelcarcinoom (HCC) onder patiënten met cirrose in de Verenigde Staten is underused. Het identificeren van potentieel modificeerbare factoren die bijdragen aan barrières voor HCC-surveillance is van belang om uitkomsten van de patiënten te verbeteren. Een survey-studie onder behandelaars in de Verenigde Staten heeft deze factoren geïnventariseerd. Dr. Robert Wong (Stanford University, Palo Alto CA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De onderzoekers stuurden vragenlijsten naar eerstelijnszorg behandelaars (PCCs), gastroënterologen, en hepatologen. De lijsten omvatten vragen die informeerden naar kennis, attitudes, overtuigingen, gepercipieerde barrières, en COVID-19 gerelateerde verstoringen in HCC-surveillance onder cirrosepatiënten. Van de 1362 benaderde behandelaars beantwoordden 347 de survey (response rate 25,5%), onder wie 142 van 237 PCCs (59,5%) en 48 van 237 gastroënterologen en hepatologen (20,3%). Betreffende kennis van HCC beantwoordden 144 van 270 respondenten (53,3%) vijf of zes van zes vragen correct: 77,1% van de gastroënterologen en hepatologen versus 45,8% van de PCPs (p<0,001). Behandelaars met hogere scores voor HCC-kennis hadden lagere waarschijnlijkheid van de rapporteren van barrières voor HCC-surveillance. PCCs, vergeleken met gastroënterologen en hepatologen, hadden hogere waarschijnlijkheid van het rapporteren van te weinig tijd voor het bespreken van HCC-surveillance, rapporteren van problemen met het identificeren van patiënten met cirrose, en niet up-to-date zijn met HCC-surveillance richtlijnen. De meeste respondenten stelden dat tijdens de COVID-19 pandemie vertraging in de HCC-surveillance was opgetreden, maar volgens 45,6% van de PCCs en 60,0% van de gastroënterologen en hepatologen kunnen cirrosepatiënten tegenwoordig HCC-surveillance zonder vertraging voltooien.

De onderzoekers concluderen dat de survey onder behandelaars belangrijke kennistekorten en gepercipieerde barrières voor HCC-surveillance heeft geïdentificeerd.

1.Wong RJ, Jones PD, Niu B et al. Clinician-level knowledge and barriers to hepatocellular carcinoma surveillance. JAMA Network Open 2024;7:e2411076

Summary: A survey study among clinicians in the USA identified important gaps in knowledge and perceived barriers to HCC surveillance in cirrhosis patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van overlevingspatronen onder patiënten met mammacarcinoom in sub-Sahara Afrika (0)
2024-05-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer in sub-Saharan Africa survival patterns
Dr. Miteku LimenihOnder patiënten met mammacarcinoom (BC) bestaan aanzienlijke regionale dispariteiten in overleving. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde cohortstudies heeft overlevingspatronen van BC-patiënten in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara (SSA-landen) geïnventariseerd. Dr. Miteku Limenih (Universiteit van Gondar, Ethiopië) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de literatuur tot eind 2022 identificeerden de onderzoekers 49 studies met per studie 21 tot 2311 patiënten (totaal 14.459; 1,35% mannen en 93,75% vrouwen en 4,90% niet gespecifieerd; gemiddelde leeftijdsrange 38-71 jaar). Veertig van deze studies werden opgenomen in de meta-analyse. De gepoolde één-, drie-, en vijf-jaars overall survival percentages waren 79% (95%-bti 0,67-0,88) respectievelijk 56% (45-67) en 40% (32-49). In studies uitgevoerd voor 2010 was het gepoolde vijf-jaars OS-percentage 26% (95%-bti 6-65), oplopend tot 47% (32-64) in studies uitgevoerd na 2020. Het vijf-jaars OS-percentage was 36% (95%-bti 25-49) in landen met een lage human development index, vergeleken met 46% (33-60) in landen met een intermediaire HDI en 54% (4-97) in landen met een hoge HDI.

De onderzoekers concluderen dat de overleving van BC in SSA-landen laag is en geassocieerd is met HDI.

1.Limenih MA, Mekonnen EG, Birhanu F et al. Survival patterns among patients with breast cancer in sub-Saharan Africa. A systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2024;7:e2410260

Summary: Systematic review and meta-analysis of 40 cohort studies found that among breast cancer patients in sub-Saharan Africa, survival rates were 79% at 1 year, 56% at 3 years, and 40% at 5 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve studie van associatie tussen pretreatment emotionele distress en werkzaamheid van ICIs voor aNSCLC (0)
2024-05-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  STRESS-LUNG study cohort 1 ED advanced non-small cell lung cancer
Emotionele distress (ED), gewoonlijk gekenmerkt door symptomen van depressie en/of angst, is prevalent in patiënten met maligniteiten. In cohort 1 van de prospectieve observationele STRESS-LUNG studie van de Centrale Zuidelijke Universiteit (Changsa, China) heeft de associatie tussen pretreatment ED en werkzaamheid van eerstelijns immuuncheckpointremmers (ICIs) onder patiënten met gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) geïnventariseerd. Prof. Fang Wu en collega’s publiceren de studie in Nature Medicine.1

De studie includeerde aNSCLC-patiënten die voor de start van eerstelijns ICIs vragenlijsten over depressie (Patient Health Questionnaire-9) en/of anxiety (Generalized Anxiety Disorder 7-item scale) beantwoordden. ED werd gedefinieerd als een score van 5 of hoger op een van beide vragenlijsten. Onder de 227 geïncludeerde patiënten hadden 111 ED (48,9%). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. De figuur laat zien dat patiënten met baseline ED significant slechtere PFS hadden dan patiënten zonder ED. ED was ook geassocieerd met lagere objective response rate (46,8% versus 62,1%; OR 0,54; p=0,022), lager twee-jaars overall survival percentage (46,5% versus 64,9%; HR 1,82; p=0,016) en slechtere kwaliteit van leven.

De onderzoekers concluderen dat de studieresultaten suggereren dat onder patiënten die eerstelijns ICIs kregen voor aNSCLC, pretreatment ED geassocieerd was met slechtere klinische uitkomsten.

1.Zeng Y, Hu C-H, Li Y-Z et al. Association between pretreatment emotional distress and immune checkpoint inhibitor response in non-small cell lung cancer. Nature Med 2024-0292904

Summary: The prospective STRESS-LUNG study at Central South University (Changsa, China) found an association between pretreatment emotional distress and worse clinical outcomes in patients receiving first-line ICIs for advanced non-small cell lung cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van acupunctuur voor chronische stralings-geinduceerde xerostomie in hoofd-halscarcinoom patiënten (0)
2024-05-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HNC chronic radiation-induced xerostomia acupuncture
Prof. Lorenzo CohenPatiënten die radiotherapie krijgen voor hoofd-halscarcinoom (HNC) kunnen chronische stralings-geïnduceerde xerostomie ontwikkelen. Een multicenter gerandomiseerde studie in de Verenigde Staten heeft werkzaamheid van acupunctuur voor deze xerostomie geëvalueerd. Prof. Lorenzo Cohen (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie, uitgevoerd in 33 centra, includeerde patiënten met graad 2 of 3 stralings-geïnduceerde xerostomie tenminste 12 maanden na voltooiing van bilaterale radiotherapie, zonder eerdere xerostomie. Alle patiënten kregen standard oral hygiene (SOH), en werden 1:1:1 gerandomiseerd naar true acupuncture (TA), sham acupuncture (SA), of alleen SOH. Patiënten in de TA- en SA-groepen werden tweemaal per week gedurende vier weken behandeld. Patiënt-gerapporteerde xerostomie (Xerostomia Questionnaire) en kwaliteit van leven (FACT-G) werden geïnventariseerd voor aanvang van de behandeling,en na vier, acht, twaalf, en zesentwintig weken. Primair eindpunt was xerostomie na vier weken.



De studie includeerde 258 patiënten (77,9% mannen; gemiddelde leeftijd 65,0 ± 9,16 jaar) gemiddeld 4,21 ± 3,74 jaar na de diagnose, onder wie 67,1% met stadium IV ziekte. Elk van de drie groepen bestond uit 86 patiënten. De figuur laat zien dat na vier weken behandeling de TA-patiënten significant minder xerostomieklachten en betere kwaliteit van leven hadden dan de patiënten uit de beide andere groepen.

De onderzoekers concluderen dat de resultaten van de studie suggereren dat onder HNC-patiënten TA meer effectief was voor de behandeling van chronische stralings-geïnduceerde xerostomie dan SA of SOH.

1.Cohen L, Danhauer SC, Garcia MK et al. Acupuncture for chronic radiation-induced xerostomia in head and neck cancer. JAMA Network Open 2024;7:e2410421

Summary: A multicenter randomized trial in the USA found that among head and neck cancer patients with chronic radiation-induced xerostomia, acupuncture reduces xerostomia and leads to improvement in quality of life.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Patronen van FOLH1-expressie in niercelcarcinoom: impact op klinische uitkomsten (0)
2024-05-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  RCC FOLH1 expression
Dr. Rana McKayOndanks de toename van het aantal opties voor gevorderd niercelcarcinoom (RCC) wordt in de meeste patiënten ontwikkeling van resistentie gezien. Er is behoefte aan nieuwe diagnostische en therapeutische benaderingen. Een retrospectieve multicenterstudie in de Verenigde Staten heeft patronen van expressie van het FOLH1-gen, dat codeert voor prostate membrane-specific antigen (PSMA), en impact van deze expressie op klinische uitkomsten onderzocht. Dr. Rana McKay (University of California San Diego) en collega’s publiceren de studie in Cancers.1

De studie includeerde 1724 RCC-patiënten die DNA- en RNA next-generation sequencing van tumormonsters hadden ondergaan. FOLH1 hoge en lage expressie werd gedefinieerd als het ≥ 75e en≤ 25e percentiel van RNA-transcripten per miljoen (TPM). De FOLH1-expressie was significant hoger in heldercellige (cc; 71%) tumoren dan in ncc tumoren (19,0 versus 3,3 TPM; p<0,001) en liep uiteen voor locatie van het monster: 13,6 TPM voor primaire niertumoren versus 9,9 TPM voor metastatische tumoren (p<0,001). FOLH1-expressie was gecorreleerd met angiogene genexpressie en abundantie van endotheliale cellen. De mediane overall survival onder alle patiënten was 42,8 maanden voor FOLH1-hoog versus 30,0 maanden voor FOLH1-laag RCC (HR 0,67; p<0,001). Onder de patiënten met ccRCC was het verschil in OS niet significant, maar patiënten met FOLH1-hoog ccRCC hadden wel langere tijd op cabozantinib-behandeling (median 9,7 versus 4,6 maanden; HR 0,57; p<0,05).

De onderzoekers concluderen dat de studie differentiële patronen van FOLH1-expressie op basis van histologie en tumorlocatie in RCC heeft laten zien. FOLH1-expressie was gecorreleerd met angiogene genexpressie, langere OS, en langere duur van cabozantinib-behandeling.

1.Ovruchesky E, Pan E, Guer M et al. Characterization of FOLH1 expression in renal cell carcinoma. Cancers 2024;16:1855

Summary: A multicenter retrospective study found differential patterns of FOLH1 expression based on histology and tumor site in renal cell carcinoma. FOLH1 was correlated with angiogenic gene expressions, increased overall survival, and longer duration of cabozantinib treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cemiplimab plus chemotherapie voor aNSCLC met PD-L1 expressie 1% of hoger: subgroepanalyse van EMPOWER-Lung 3 deel 2 (0)
2024-05-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EMPOWER-Lung 3 part 2 cemiplimab aNSCLC with PD-L1 ≥ 1%
Dr. Ana BaramidzeDe multinationale fase 3-studie EMPOWER-Lung 3 part 2 randomiseerde patiënten met gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) zonder bekende EGFR-, ALK- of ROS1-veranderingen 2:1 naar ten hoogste 108 weken cemiplimab (anti-PD-1; 350 mg iedere drie weken) plus chemotherapie of placebo plus chemotherapie. Vorig jaar is gepubliceerd dat de mediane overall survival en progressievrije overleving significant langer waren in de cemiplimabgroep dan in de placebogroep. Dr. Ana Baramidze (Todua Kliniek, Tiflis, Georgië) en collega’s publiceren nu in Lung Cancer resultaten van de studie onder patiënten met tumoren met PD-L1 expressie 1% of hoger.1

De analyse includeerde 327 patiënten met PD-L1 ≥ 1%, onder wie 217 die cemiplimab plus chemotherapie kregen en 110 die placebo plus chemotherapie kregen. De mediane duur van follow-up was 28,0 maanden. De mediane OS was 23,5 maanden in de cemiplimabgroep versus 12,1 maanden in de placebogroep (HR 0,51; p<0,0001), de mediane PFS was 8,3 maanden in de cemiplimabgroep versus 5,5 maanden in de placebogroep (HR 0,48; p<0,0001), en de mediane objective response rate was 47,9% versus 22,7%. Deze voordelen met cemiplimab werden gezien onder patiënten met squameuze en niet-squameuze histologie. Patiënt-gerapporteerde uitkomsten waren gunstiger in de cemiplimabgroep dan in de placebogroep. Er waren geen nieuwe veilighiedssignalen.

De onderzoekers concluderen dat de subgroepanalyse laat zien dat cemiplimab plus chemotherapie vergeleken met placebo plus chemotherapie resulteerde in betere uitkomsten onder patiënten met aNSCLC met PD-L1 expressie 1% of hoger.

1.Baramidze A, Makharadze T, Gogishvili M et al. Cemiplimab plus chemotherapy versus chemotherapy alone in non-small cell lung cancer with PD-L1 ≥ 1%: a subgroup analysis from the EMPOWER-Lung 3 part 2 trial. Lung Cancer 2024.107821

Summary: Subgroup analysis of the multinational phase 3 found that among patients with advanced NSCLC with PD-L1 expression ≥ 1%, cemiplimab plus chemotherapy resulted in better outcomes than placebo plus chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Interstitiële pneumonitis na sequentiële toediening van PD-(L)1-remmers en EGFR-TKIs voor niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2024-05-13 13:30   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC sequential PD-(L)1 inhibitors and EGFR TKIs IP
Prof. Hideo YasunagaHet is niet duidelijk of sequentiële toediening van PD-(L)1 remmers en EGFR-TKIs in patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom NSCLC) geassocieerd is met verhoogd risico van interstitiële pneumonitis (IP). Een retrospectieve analyse van een Japan-brede inpatient database heeft deze associatie onderzocht. Prof. Hideo Yasunaga (The University of Tokyo) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Lung Cancer.1

In de database identificeerden de onderzoekers 69.107 NSCLC-patiënten die EGFR-TKIs startten. Onder deze patiënten waren er 2003 die eerder PD-(L)1 remmer hadden gekregen. Deze patiënten werden 1:4 gematcht met patiënten die niet-eerder PD-(L)1 remmer hadden gekregen (n=7722). In het gehele cohort werd IP gezien in 4,4% van de patiënten.
Eerder gebruik van PD-(L)1 remmer was significant geassocieerd met verhoogd risico van IP (OR 1,79; 95%-bti 1,34-3,28) en in-hospital mortaliteit (2,10; 1,72-2,55).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met NSCLC sequentieel gebruik van PD-(L)1-remmers en EGFR-TKIs geassocieerd was met verhoogd risico van IP en in-hospital mortaliteit.

1.Iwai C, Jo T, KonishiT et al. Interstitial pneumonitis following sequential administration of programmed death1-/programmed death-ligand 1 inhibitors and epidermal growth factor receptor-tyrosine kinase inhibitors for non-small cell lung cancer: a matched-pair cohort study using a nationwide inpatient database. Clin Lung Cancer 2024.04.012

Summary: Retrospective analysis of a Japanese inpatient database found that among patients with NSCLC, sequential use of PD-(L)1 inhibitors and EGFR TKIs was significantly associated with interstitial pneumonitis and in-hospital mortality when compared to use of EGFR TKIs without prior PD-(L)1 use.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)