Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Real-world ervaringen met idecabtagene vicleucel CAR T-celtherapie voor recidiverend of refractair multipel myeloom in Frankrijk (0)
2024-05-16 15:00   ( Nieuws )
Tags:  FENIX RRMM ide-cel
Prof. Bertrand ArnulfIdecabtagene vicleucel (ide-cel), een op BCMA gerichte CAR T-celtherapie kreeg in Frankrijk in april 2021 early access program authorization voor de behandeling van recidiverend of refractair multicpel myeloom (RRMM). De real-world observationele studie FENIX (‘French early nationwide idecabtagene vicleucel experience’) in elf Franse ziekenhuizen heeft uitkomsten met ide-cel voor RRMM geëvalueerd. Prof. Bertrand Arnulf (Université Paris Cité) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Haematology.1

De studie includeerde 176 RRMM-patiënten die tussen juni 2021 en november 2022 aferese ondergingen, onder wie 159 (90%) die ide-cel kregen. Cytokine release syndrome werd gezien 90% (2% graad 3 of hoger) en neurotoxiciteit werd gezien in 12% (3% graad 3 of hoger). In de eerste zes maanden waren de best overall response rate en ≥ complete response rate 88% respectievelijk 47%. De figuur toont de progressievrije overleving en de overall survival. Patiënten met extramedullaire ziekte hadden slechtere mediane PFS (6,2 versus 14,8 maanden in patiënten zonder EMD).

De onderzoekers concluderen dat de studie laat zien dat ide-cel voor RRMM feasible, veilig, en werkzaam is in de real-world.

1.Ferment B, Lambert J, Caillot D et al. French early nationwide idecabtagene vicleucel chimeric antigen receptor T-cell therapy experience in patients with relapsed/refractory multiple myeloma (FENIX): a real-world IFM study from the DESCAR-T registry. Br J Haematol 2024.19505

Summary: The multicenter real-world observational FENIX study in France found promising efficacy and acceptable safety of ide-cel for RRMM.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Niet-gerandomiseerde gecontroleerde studie van risico van mammacarcinoom na bariatrische chirurgie (0)
2024-05-16 13:30   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer risk after bariatric surgery
Dr. Magdalena TaubeObesitas en hyperinsulinemie zijn risicofactoren voor mammacarcinoom (BC), en retrospectieve studies suggereren dat bariatrische chirurgie geassocieerd is met het risico van BC in vrouwen. Een secundaire analyse onder deelnemers van de prospectieve Swedish Obese Subjects Study heeft deze associatie onderzocht. Dr. Magdalena Taube (Universiteit van Gothenburg) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Surgery.1


Tussen 1987 en 2001 includeerde de studie 2867 obese vrouwen (BMI 38 kg/m2 of hoger) in de leeftijd van 37 tot en met 60 jaar (gemiddeld 48,0 ± 6,2). Onder deze vrouwen ondergingen 1420 bariatrische chirurgie en kregen 1447 gebruikelijke obesitaszorg (UC). Tijdens mediaan 23,9 jaar follow-up (IQR 20,1-27,1) werden in de chirurgiegroep 66 gevallen van BC gediagnostiseerd, vergeleken met 88 in de UC-groep (HR 0,68; p=0,019). Het profijt van chirurgie versus UC was groter in de groep met baseline insulineniveaus hoger dan de mediaan van 15,8 μIU/l (HR 0,48; p=0,001)dan in de groep met lagere insulinespiegels (HR 0,95; p=0,84).

De onderzoekers concluderen dat deze secundaire analyse van een prospectieve studie suggereert dat onder obese vrouwen met hoge insulinespiegels bariatrische chirurgie het BC-risico verlaagt.

1.Kristensson FM, Andersson-Assarsson JC, Peltonen M et al. Breast cancer risk after bariatric surgery and influence of insulin levels. A nonrandomized controlled trial. JAMA Surg 2024.1169

Summary: Secondary analysis of the prospective Swedish Obese Subjects Study found a reduced risk of breast cancer after bariatric surgery. This benefit was predominantly seen among women with hyperinsulinemia.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van leverresectie versus niet-chirurgische behandeling voor vroeg multinodulair levercelcarcinoom (0)
2024-05-16 12:00   ( Nieuws )
Tags:  early multinodular HCC liver resection versus nonsurgical treatments
Dr. Alessandro VitaleRichtlijnen wijzen leverresectie (LR) voor multinodulair levercelcarcinoom (HCC) af. Een retrospectieve cohortstudie in Italië heeft LR voor HCC met twee of drie noduli die ieder niet groter waren dan 3 cm vergeleken met percutane radiofrequentie-ablatie (PRFA) en transarteriële chemoëmbolisatie (TACE) in patiënten die niet in aanmerking kwamen voor levertransplantatie. Dr. Alessandro Vitale (Universiteit van Padua) en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1



De studie includeerde 720 patiënten met vroeg-stadium multinodulair HCC (75% mannen; 49% ouder dan 70 jaar). De LR-groep telde 296 patiënten, de PRFA-groep 240, en de TACE-groep 184. Een matching-adjusted indirect comparison (MAIC)-methode werd toegepast om potentiële confounding te vermijden. Het vijf-jaars overlevingspercentage was 56,4% in de LR-groep, vergeleken met 39,9% in de PRFA-groep en 29,9% in de TACE-groep. Multivariate analyse liet zien dat de overleving na LR significant beter was dan na PRFA (HR 1,41; p=0,01) en na TACE (HR 1,86; p=0,001).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met vroeg-stadium multinodulair HCC die niet in aanmerking kwamen voor transplantatie, LR resulteerde in betere overleving dan PRFA of TACE.

1.Vitale A, Romano P, Cillo U et al. Liver resection vs nonsurgical treatments for patients with early multinodular hepatocellular carcinoma. JAMA Surg 2024.1184

Summary: A multicenter retrospective cohort study in Italy found that among patients with early multinodular hepatocellular carcinoma, liver resection resulted in better five-year overall survival compared with percutaneous radiofrequency ablation and transarterial chemoembolization. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vijf-jaars follow-up van fase 2-studie van neoadjuvant dabrafenib plus trametinib voor stadium III melanoom (0)
2024-05-15 15:00   ( Nieuws )
Tags:  NeoCombi trial stage III melanoma neoadjuvant dabrafenib plus trametinib
De fase 2-studie NeoCombi van het Melanoma Institute Australia (Sydney) includeerde 35 volwassen patiënten met stadium III BRAFV600-gemuteerd melanoom twaalf weken neoadjuvant dabrafenib 150 mg tweemaal daags plus trametinib 2 mg eenmaal daags kregen, gevolgd door chirurgie en veertig weken adjuvant dabrafenib plus trametinib. In 2019 is gepubliceerd dat na de neoadjuvante behandeling hoge percentages patiënten met complete respons (86%) en pathologisch complete respons (49%) werden gezien. Dr. Alexander Menzies en collega’s publiceren nu in Annals of Oncology lange-termijn resultaten van de studie.1

Op het moment van data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 60 maanden (95%-bti 56-72). In 21 van 35 patiënten (60%) was recidief gezien, onder wie twaalf (57%) met eerste recidief locoregionaal gevolgd door later afstandsrecidief in zes, en negen (43%) met eerste recidief op afstand, onder wie drie met recidief in de hersenen. De meeste recidieven werden gezien in de eerste twee jaar, en er waren geen recidieven na drie jaar. Na vijf jaar was het recidiefvrije-overlevingspercentage 40% (95%-bti 27-60), het afstandsrecidiefvrije-overlevingspercentage 57% (42-76), en het overall survival percentage 80% (67-94). Gestratificeerd naar pCR was na vijf jaar het recidiefvrije-overlevingspercentage 53% in de pCR-groep versus 28% in de niet-pCR groep (p=0,087), het afstandsrecidiefvrije-overlevingspercentage 59% versus 55% (p=0,647), en het overall survival percentage 88% versus 71% (p=0,205).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium III melanoom de combinatie van neoadjuvant dabrafenib plus trametinib resulteerde in hoge percentage pCR, maar in lage percentages recidiefvrije overleving.

1.Menzies AM, Lo SN, Shaw RPM et al. Five-year analysis of neoadjuvant dabrafrenib and trametinib for stage III melanoma. Ann Oncol 2024.05.002

Summary: The phase 2 NeoCombi trial, at Melanoma Institute Australia (Sydney) found that among patients with stage III melanoma, neoadjuvant dabrafenib plus trametinib resulted in low rates of 5-year recurrence-free survival. Patients with a pathological complete response still had a high risk of recurrence, unlike what is seen with immunotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Factoren op behandelaars-niveau die bijdragen aan ondergebruik van HCC-surveillance in patiënten met cirrose in de VS (0)
2024-05-15 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HCC surveillance in cirrhosis patients clinician-level knowledge
Dr. Robert WongDe surveillance op levercelcarcinoom (HCC) onder patiënten met cirrose in de Verenigde Staten is underused. Het identificeren van potentieel modificeerbare factoren die bijdragen aan barrières voor HCC-surveillance is van belang om uitkomsten van de patiënten te verbeteren. Een survey-studie onder behandelaars in de Verenigde Staten heeft deze factoren geïnventariseerd. Dr. Robert Wong (Stanford University, Palo Alto CA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De onderzoekers stuurden vragenlijsten naar eerstelijnszorg behandelaars (PCCs), gastroënterologen, en hepatologen. De lijsten omvatten vragen die informeerden naar kennis, attitudes, overtuigingen, gepercipieerde barrières, en COVID-19 gerelateerde verstoringen in HCC-surveillance onder cirrosepatiënten. Van de 1362 benaderde behandelaars beantwoordden 347 de survey (response rate 25,5%), onder wie 142 van 237 PCCs (59,5%) en 48 van 237 gastroënterologen en hepatologen (20,3%). Betreffende kennis van HCC beantwoordden 144 van 270 respondenten (53,3%) vijf of zes van zes vragen correct: 77,1% van de gastroënterologen en hepatologen versus 45,8% van de PCPs (p<0,001). Behandelaars met hogere scores voor HCC-kennis hadden lagere waarschijnlijkheid van de rapporteren van barrières voor HCC-surveillance. PCCs, vergeleken met gastroënterologen en hepatologen, hadden hogere waarschijnlijkheid van het rapporteren van te weinig tijd voor het bespreken van HCC-surveillance, rapporteren van problemen met het identificeren van patiënten met cirrose, en niet up-to-date zijn met HCC-surveillance richtlijnen. De meeste respondenten stelden dat tijdens de COVID-19 pandemie vertraging in de HCC-surveillance was opgetreden, maar volgens 45,6% van de PCCs en 60,0% van de gastroënterologen en hepatologen kunnen cirrosepatiënten tegenwoordig HCC-surveillance zonder vertraging voltooien.

De onderzoekers concluderen dat de survey onder behandelaars belangrijke kennistekorten en gepercipieerde barrières voor HCC-surveillance heeft geïdentificeerd.

1.Wong RJ, Jones PD, Niu B et al. Clinician-level knowledge and barriers to hepatocellular carcinoma surveillance. JAMA Network Open 2024;7:e2411076

Summary: A survey study among clinicians in the USA identified important gaps in knowledge and perceived barriers to HCC surveillance in cirrhosis patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van overlevingspatronen onder patiënten met mammacarcinoom in sub-Sahara Afrika (0)
2024-05-15 12:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer in sub-Saharan Africa survival patterns
Dr. Miteku LimenihOnder patiënten met mammacarcinoom (BC) bestaan aanzienlijke regionale dispariteiten in overleving. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde cohortstudies heeft overlevingspatronen van BC-patiënten in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara (SSA-landen) geïnventariseerd. Dr. Miteku Limenih (Universiteit van Gondar, Ethiopië) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de literatuur tot eind 2022 identificeerden de onderzoekers 49 studies met per studie 21 tot 2311 patiënten (totaal 14.459; 1,35% mannen en 93,75% vrouwen en 4,90% niet gespecifieerd; gemiddelde leeftijdsrange 38-71 jaar). Veertig van deze studies werden opgenomen in de meta-analyse. De gepoolde één-, drie-, en vijf-jaars overall survival percentages waren 79% (95%-bti 0,67-0,88) respectievelijk 56% (45-67) en 40% (32-49). In studies uitgevoerd voor 2010 was het gepoolde vijf-jaars OS-percentage 26% (95%-bti 6-65), oplopend tot 47% (32-64) in studies uitgevoerd na 2020. Het vijf-jaars OS-percentage was 36% (95%-bti 25-49) in landen met een lage human development index, vergeleken met 46% (33-60) in landen met een intermediaire HDI en 54% (4-97) in landen met een hoge HDI.

De onderzoekers concluderen dat de overleving van BC in SSA-landen laag is en geassocieerd is met HDI.

1.Limenih MA, Mekonnen EG, Birhanu F et al. Survival patterns among patients with breast cancer in sub-Saharan Africa. A systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2024;7:e2410260

Summary: Systematic review and meta-analysis of 40 cohort studies found that among breast cancer patients in sub-Saharan Africa, survival rates were 79% at 1 year, 56% at 3 years, and 40% at 5 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve studie van associatie tussen pretreatment emotionele distress en werkzaamheid van ICIs voor aNSCLC (0)
2024-05-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  STRESS-LUNG study cohort 1 ED advanced non-small cell lung cancer
Emotionele distress (ED), gewoonlijk gekenmerkt door symptomen van depressie en/of angst, is prevalent in patiënten met maligniteiten. In cohort 1 van de prospectieve observationele STRESS-LUNG studie van de Centrale Zuidelijke Universiteit (Changsa, China) heeft de associatie tussen pretreatment ED en werkzaamheid van eerstelijns immuuncheckpointremmers (ICIs) onder patiënten met gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) geïnventariseerd. Prof. Fang Wu en collega’s publiceren de studie in Nature Medicine.1

De studie includeerde aNSCLC-patiënten die voor de start van eerstelijns ICIs vragenlijsten over depressie (Patient Health Questionnaire-9) en/of anxiety (Generalized Anxiety Disorder 7-item scale) beantwoordden. ED werd gedefinieerd als een score van 5 of hoger op een van beide vragenlijsten. Onder de 227 geïncludeerde patiënten hadden 111 ED (48,9%). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. De figuur laat zien dat patiënten met baseline ED significant slechtere PFS hadden dan patiënten zonder ED. ED was ook geassocieerd met lagere objective response rate (46,8% versus 62,1%; OR 0,54; p=0,022), lager twee-jaars overall survival percentage (46,5% versus 64,9%; HR 1,82; p=0,016) en slechtere kwaliteit van leven.

De onderzoekers concluderen dat de studieresultaten suggereren dat onder patiënten die eerstelijns ICIs kregen voor aNSCLC, pretreatment ED geassocieerd was met slechtere klinische uitkomsten.

1.Zeng Y, Hu C-H, Li Y-Z et al. Association between pretreatment emotional distress and immune checkpoint inhibitor response in non-small cell lung cancer. Nature Med 2024-0292904

Summary: The prospective STRESS-LUNG study at Central South University (Changsa, China) found an association between pretreatment emotional distress and worse clinical outcomes in patients receiving first-line ICIs for advanced non-small cell lung cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van acupunctuur voor chronische stralings-geinduceerde xerostomie in hoofd-halscarcinoom patiënten (0)
2024-05-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HNC chronic radiation-induced xerostomia acupuncture
Prof. Lorenzo CohenPatiënten die radiotherapie krijgen voor hoofd-halscarcinoom (HNC) kunnen chronische stralings-geïnduceerde xerostomie ontwikkelen. Een multicenter gerandomiseerde studie in de Verenigde Staten heeft werkzaamheid van acupunctuur voor deze xerostomie geëvalueerd. Prof. Lorenzo Cohen (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie, uitgevoerd in 33 centra, includeerde patiënten met graad 2 of 3 stralings-geïnduceerde xerostomie tenminste 12 maanden na voltooiing van bilaterale radiotherapie, zonder eerdere xerostomie. Alle patiënten kregen standard oral hygiene (SOH), en werden 1:1:1 gerandomiseerd naar true acupuncture (TA), sham acupuncture (SA), of alleen SOH. Patiënten in de TA- en SA-groepen werden tweemaal per week gedurende vier weken behandeld. Patiënt-gerapporteerde xerostomie (Xerostomia Questionnaire) en kwaliteit van leven (FACT-G) werden geïnventariseerd voor aanvang van de behandeling,en na vier, acht, twaalf, en zesentwintig weken. Primair eindpunt was xerostomie na vier weken.



De studie includeerde 258 patiënten (77,9% mannen; gemiddelde leeftijd 65,0 ± 9,16 jaar) gemiddeld 4,21 ± 3,74 jaar na de diagnose, onder wie 67,1% met stadium IV ziekte. Elk van de drie groepen bestond uit 86 patiënten. De figuur laat zien dat na vier weken behandeling de TA-patiënten significant minder xerostomieklachten en betere kwaliteit van leven hadden dan de patiënten uit de beide andere groepen.

De onderzoekers concluderen dat de resultaten van de studie suggereren dat onder HNC-patiënten TA meer effectief was voor de behandeling van chronische stralings-geïnduceerde xerostomie dan SA of SOH.

1.Cohen L, Danhauer SC, Garcia MK et al. Acupuncture for chronic radiation-induced xerostomia in head and neck cancer. JAMA Network Open 2024;7:e2410421

Summary: A multicenter randomized trial in the USA found that among head and neck cancer patients with chronic radiation-induced xerostomia, acupuncture reduces xerostomia and leads to improvement in quality of life.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)