
De HG-HV-groep had langere operatieduur, meer bloedverlies/tranfusie, en langer verblijf op de afdeling intensieve zorg (p<0,05). Er was meer incomplete macroscopische cytoreductie in de HG-HV groep (68,5%) dan in de HG-LV groep (32,6%; p<0,005). Patiënten met HG-HV ziekte hadden vergeleken met patiënten met HG-LV ziekte slechtere overall survival (17 versus 42 maanden; p=0,009) en tijd-tot-progressie (10 versus 14 maanden; p=0,024). In de patiënten met complete macroscopische resectie waren er echter tussen HG-HV en HG-LV geen significante verschillen in overleving (56 versus 52 maanden; p=0,728) en tijd-tot-progressie (20 versus 19 maanden; p=0,393). In multivariate analyse was complete resectie de enige significante voorspeller van betere overleving in patiënten met HG-HV-ziekte.
De onderzoekers concluderen dat patiënten met HG-HV peritoneale metastasen van MAN slechtere prognose hebben dan patiënten met HG-LV ziekte; maar er zijn geen verschillen in prognose na CRS/HIPEC als complete macroscopische resectie kan worden uitgevoerd.
1.Polanco PM, Ding Y, Knox JM et al. Outcomes of cytoredcutive surgery and hyperthermic intraperitoneal chemoperfusion in patients with high-grade, high-volume disseminated mucinous appendiceal neoplasms. Ann Surg Oncol 2015; epub ahead of print