
Alle associaties werden gecorrigeerd voor opleidingsniveau, alcoholinname, roken, fysieke activiteit en totale energie-inname. Gehalten van verzadigde vetzuren in de fosfolipiden waren positief geassocieerd met het CRC-risico; n-3 meervoudig onverzadigde vetzuren en lange-keten marine meervoudig onverzadigde vetzuren waren negatief geassocieerd met het risico, maar deze associatie was alleen statistisch significant voor DPA (22:5 n-3). Er waren geen significante associaties tussen voedingsinnames van vetzuren en het CRC-risico, hoewel er een borderline significante associatie was met inname van linolzuur (C18:2 n-6), en tevens voor linolzuur in de fosfolipiden.
Er waren positieve associaties tussen iname van palmitinezuur (C16:0), enkelvoudig onverzadigde en n-6 meervoudig onverzadigde vetzuren met het risico van rectum- maar niet van coloncarcinoom. Het gehalte van DHA (22:6-n-3) in de fosfolipiden was invers geassocieerd met het risico van rectum- maar niet van coloncarcinoom. De onderzoekers concluderen dat er reden is voor het beperken van de consumptie van rood en bewerkt vlees, belangrijke bronnen van verzadigde en enkelvoudig onverzadigde vetzuren in de Australische voeding. De associatie van linolzuur met het CRC-risico dient nader te worden onderzocht.
1.Hodge A, Williamson EJ, Bassett JK et al. Dietary and biomarker estimates of fatty acids and risk of colorectal cancer. Int J Cancer 2015; epub ahead of print