
De studie includeerde alle volwassen GERD-patiënten in de drie landen die tussen begin 1987 en eind 2019 endoscopie ondergingen. Op basis van de resultaten van de endoscopie werden 285.811 patiënten opgenomen in het niet-erosieve GERD-cohort en 200.745 in het erosieve-GERD cohort. De patiënten werden tot 31 jaar gevolgd voor de ontwikkeling van EAC. De figuur laat de incidentie van EAC in beide cohorten zien. Onder de patiënten in het niet-erosieve GERD-cohort werden tijdens 2.081.051 persoonsjaren follow-up 228 EAC-diagnosen gesteld; niet significant verschillend van de incidentie in de algemene bevolking in Denemarken, Finland, en Zweden (SIR 1,04; 95%-bti 0,91-1,18). De incidentie nam niet toe bij langere follow-up. De figuur laat ook zien dat in het erosieve-GERD cohort het risico van EAC zoals verwacht verhoogd was.
De onderzoekers concluderen dat patiënten met niet-erosieve GERD een EAC-risico hebben dat niet significant verschilt van het risico in de algemene bevolking. Endoscopisch bevestigde niet-erosieve GERD vereist geen additionele endoscopische monitoring voor EAC.
1.Holmberg D, Santoni G, von Euler-Chelping M et al. Non-erosive gastro-oesophageal reflux disease and incidence of oesophageal adenocarcinoma in three Nordic countries: population based cohort study. BMJ 2023;382:e076017
Summary: A population-based cohort study in Denmark, Finland, and Sweden found that patients with non-erosive GERD have a similar incidence of esophageal adenocarcinoma as the general population.