De studie includeerde gearchiveerde FFPE-samples van 1723 overlevers van mammacarcinoom, waarvan 1253 samples voldoende kwaliteit hadden voor een betrouwbare analyse. De figuur laat in panel A zien dat over tenminste vijftien jaar follow-up de PAM50-subtypen significant (p<0,01) geassocieerd waren met uitkomsten na correctie voor tumorstadium, graad, en leeftijd bij diagnose; de resultaten waren niet verschillend tussen pre- en postmenopauzale ziekte. Panel B laat de relatie zien tussen ROR-PT categorie en mammacarcinoom-specifieke overleving van kliernegatieve (links) en klierpositieve (rechts) ziekte. Toevoeging van het dertien-genen hypoxiesignatuur aan de PAM50-analyse verbeterde de prognosticatie met een meer dan 40% hoger risico in het hoogste versus het laagste hypoxie-tertiel.
De onderzoekers concluderen dat PAM50 intrinsieke subtypen onafhankelijk prognostische waren voor lange-termijn overleving van mammacarcinoom, ongeachte de menopauzestatus. Toevoeging van het hypoxiesignatuur resulteerde in verbetering van de risicovoorspelling.
1.Pu M, Messer K, Davies SR et al. Research-based PAM50 signature and long-term breast cancer survival. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print
Summary: A multicenter analysis of archived FFPE samples from 1253 breast cancer survivors found that PAM50 intrinsic subtypes were independently prognostic for long-term breast cancer survival, irrespective of menopausal status. Addition of hypoxia signatures improved risk prediction.