
Dr. Saro Armenian
De studie includeerde 487 patiënten die tussen begin 2014 en eind 2016 in City of Hope allogene HCT ondergingen. De mediane leeftijd op het moment van HCT was 52,4 jaar (range 18,1-78,6). De mediane tijd tot het ontwikkelen van AF was 117,5 dagen (4-1405). De vijf-jaars cumulatieve incidentie van AF was 10,6%. Factoren die onafhankelijk geassocieerd waren met het risico van AF waren leeftijd 50 jaar of ouder (HR 2,76; 95%-bti 1,37-5,58), HLA-niet gerelateerde donor (2,20; 1,18-4,12), dislipidemie (2,40; 1,23-4,68), en verlengd QTc-interval voorafgaand aan de HCT (2,55; 1,38-4,72). De incidentie van beroerte na AF was 143 per 1000 persoonsjaren. In gecorrigeerde analyse was AF geassocieerd met een bijna dertienmaal verhoogde all-cause mortaliteit (HR 12,78; 95%-bti 8,76-18,57) en een bijna zestienmaal verhoogd risico van nonrelapse mortaliteit (15,78; 8,70-28,62).
De onderzoekers concluderen dat de incidentie van AF na allogene HCT hoog was, en dat AF geassocieerd was met slechte overleving.
1.Chang EK, Chanson D, Berano The J et al. Atrial fibrillation in patients undergoing allogeneic hematopoietic cell transplantation. J Clin Oncol 2021; epub ahead of print
Summary: A retrospective cohort study at City of Hope (Duarte, CA) found that the burden of atrial fibrillation after allogeneic hematopoietic cell transplantation was substantial, and the development of AF was associated with poor survival. Independent risk factors for AF were age 50 years and over, HLA-unrelated donor, dyslipidemia, and pre-HCT prolonged QTc interval.