
De studie includeerde 155 achtereenvolgende patiënten met stadium IV of niet-resectabel stadium III melanoom, die tussen begin 2012 en eind 2017 tenminste één dosis ipilimumab in combinatie met hetzij nivolumab of pembrolizumab kregen. Onder deze patiënten waren er 81 (52,3%) die tezamen 92 CAEs doormaakten, waaronder eczemateuze dermatitis, mobiliforme eruptie, vitiligo, en pruritus zonder rash. De mediane tijd tot ontstaan van CAEs was 21 dagen (range 0-341) en de mediane tijd tot resolutie van CAEs was 50 dagen (range 1-352). De meeste CAEs resolveerden als patiënten de ICI-onderhoudsfase ingingen, of met behandeling met orale antihistaminen met of zonder topische steroïden. ICI-discontinuering wegens CAEs kwam voor in vier patiënten (2,6%), vanwege andere irAEs in 49 patiënten (31,6%), en wegens progressie van de ziekte of overlijden in twintig patiënten (12,9%). Onder de 134 patiënten (86,5%) die definitieve behandeling met ICIs kregen was de tijd tot volgende behandeling (TTNT) significant langer in patiënten met dan patiënten zonder CAEs (HR 0,567; p=0,039).
De onderzoekers concluderen dat CAEs in de meeste patiënten reversibel waren en slechts zelden tot discontinueren van de behandeling leidden. Ontwikkeling van CAEs was geassocieerd met langere TTNT, hetgeen suggereert dat ontwikkeling van CAEs een teken was van klinisch profijt.
1.Patel AB, Farooq S, Welborn M et al. Cutaneous adverse events in 155 patients with metastatic melanoma consecutively treated with anti-CTLA4 and anti-PD1 combination immunotherapy: incidence, management, and clinical benefit. Cancer 2021; epub ahead of print
Summary: A retrospective study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that among patients receiving combination immune checkpoint inhibitors for stage IV or unresectable stage III melanoma, development of cutaneous adverse events (CAEs) occurred in 52.3%. CAEs were mostly reversible, and rarely required therapy discontinuation. Development of CAEs was associated with longer time to next treatment, suggesting a possible clinical benefit.