
In de NKR identificeerden de onderzoekers 12.461 patiënten die tussen begin 2006 en eind 2016 NST kregen voor cT1-4N0-3 mammacarcinoom (5830 cN0 patiënten en 6631 cN+ patiënten). Onder de cN0 patiënten was er een toename van alleen SLNB (niet gevolgd door ALND) van 11% in 2006 tot 94% in 2016 (p<0,001). SLNB post-NST nam toe van 33% tot 62% (p<0,001). Onder de cN+ patiënten nam ALND af van 99% in 2006 tot 53% in 2016 (p<0,001). Factoren die gecorreleerd waren met uitvoeren van ALND in cN+ waren jaar van diagnose (2016 versus 2006 OR 0,47; p<0,001), leeftijd (per jaar OR 1,01; p=0,037), HER2-positieve ziekte (OR 0,62; 95%-bti 0,52-0,75), klinisch tumorstadium (versus T1: OR 1,32 voor T2; OR 2,04 voor T3; OR 6,37 voor T4), en klinisch nodaal stadium (N3 versus N1: OR 1,65).
De onderzoekers concluderen dat gebruik van ALND in NST-behandelde patiënten sterk afgenomen is tussen 2006 en 2016.
1.Simons JM, Koppert LB, Luiten EJT et al. De-escalation of axillary surgery in breast cancer patients treated in the neoadjuvant setting: a Dutch population-based study. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print
Summary: A population-based study in The Netherlands found that use of axillary lymph node dissection decreased substantially over the past decade in patients treated with neoadjuvant systemic therapy for breast cancer.