In de NCDB (begin 2004 tot eind 2016) identificeerden de onderzoekers 6522 stadium I tot en met III PDAC-patiënten die NT kregen voorafgaand aan pancreatectomie en 15.291 patiënten die upfront chirurgie ondergingen gevolgd door AT. Onder de patiënten die NT kregen waren er 3755 (57,6%) die gefragmenteerde behandeling ondergingen en 2767 (42,4%) die geïntegreerde behandeling (in één ziekenhuis) ondergingen. De tijd tot begin van de behandeling was langer voor de patiënten met gefragmenteerde behandeling dan voor patiënten met geïntegreerde behandeling (gemiddeld 33,2 versus 29,7 dagen; p<0,001) maar er was geen significant verschil in mediane overall survival (26,7 versus 26,5 maanden; p=0,6). Onder de patiënten die upfront chirurgie kregen gevolgd door AT was gefragmenteerde behandeling versus geïntegreerde behandeling geassocieerd met langere tijd tussen diagnose en chirurgie maar niet met verschil in OS (24,0 versus 24,0 maanden; p=0,910).
De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die NT gevolgd door chirurgie of chirurgie gevolgd door AT kregen voor gelokaliseerd PDAC, gefragmenteerde behandeling niet resulteerde in slechtere OS.
1.Brown ZJ, Labiner HE, Shen C et al. Impact of care fragmentation on the outcomes of patients receiving neoadjuvant and adjuvant therapy for pancreatic adenocarcinoma. J Surg Oncol 2021; epub ahead of print
Summary: Analysis of the National Cancer Database found no impact of care fragmentation on OS of patients receiveing neoadjuvant therapy followed by pancreatectomy or upfront surgery followed by adjuvant therapy for localized PDAC.