
De mediane follow-up op het moment van de nu gepubliceerde analyse was 5,8 jaar. De mediane PFS was nog steeds superieur met IR dan met FCR (HR 0,37; p<0,001); zowel onder patiënten met IGHV-mutatie als onder patiënten zonder IGHV-mutatie. Onder de 354 patiënten in de IR-groep kregen 214 patiënten (60,5%) nog steeds ibrutinib. Onder de 138 patiënten die IR discontinueerden waren er 37 met progressie of overlijden, 77 met adverse events, en 24 met andere redenen. Onder patiënten die IR discontinueerden om andere reden dan progressie was de mediane tijd tussen discontinuering en progressie 25 maanden. De overall survival bleef eveneens beter met IR dan met FCR (HR 0,47; p=0,018).
De onderzoekers concluderen dat ook met lange-termijn follow-up IR superieur was aan FCR voor niet-eerder behandelde CLL in patiënten in de leeftijd van 70 jaar en jonger.
1.Shanafelt TD, Wang XV, Hanson CA et al. Long-term outcomes for ibrutinib-rituximab and chemoimmunotherapy in CLL: updated results of the E1912 trial. Blood 2022; epub ahead of print
Summary: The multicenter phase 3 E1912 trial compared ibrutinib-rituximab (IR) versus fludarabine-cyclophosphamide-rituximab (FCR) for treatment-naïve CLL in patients aged ≤ 70 years. With a median follow-up of 5.8 years, the median PFS and OS were significantly better with IR than with DCR.