
De onderzoekers voerden met MSK-IMPACT sequentie-analyse uit van tumoren van 58.043 patiënten om oncogene varianten te identificeren die geassocieerd zijn met mucineus tumor-fenotype. De analyses wezen uit dat mucineuze tumoren verrijkt waren voor oncogene GNAS-varianten. GNAS was gemuteerd in meer dan 1% van dunnedarm-, cervix-, colorectum-, pancreas-, slokdarm/maag-, hepatobiliaire, en GI neuro-endocriene carcinomen. GNAS-gemuteerde tumoren hadden verhoogde prevalentie van peritoneale metastase (OR 1,7; p=0,006), slechtere respons op eerstelijns systemische therapie (2,2; p=0,003), en kortere mediane progressievrije overleving (5,6 versus 7,0 maanden; p=0,047). In multivariate analyse was GNAS-gemuteerde status onafhankelijk voorspellend voor slechtere overall survival (HR 1,25; p=0,04).
De onderzoekers concluderen dat onder de geanalyseerde maligniteiten GNAS-mutaties geassocieerd waren met een fenotype dat werd gekenmerkt door mucineuze tumoren, toegenomen peritoneale metastase, slechte respons of eerstelijns systemische behandeling, en slechte overlevingsuitkomsten.
1.Johannet P, Abdelfattah S, Wilde C et al. Molecular and clinicopathologic impact of GNAS variants across solid tumors. J Clin Oncol 2024.00186
Summary: A study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) found that GNAS-mutant tumors exhibit a conserved molecular and clinical phenotype defined by mucinous tumor status, increased peritoneal metastasis, poor response to first-line systemic therapy, and worse survival.