
De studie includeerde 135 patiënten die sorafenib kregen voor aHCC. De onderzoekers bepaalden de associaties tussen SNPs in de genen voor angiopoïetine-2 (ANGPT2) en nitric oxide synthase-3 (NOS3) met progressievrije overleving en overall survival. Deze figuur laat zien dat patiënten met het TT- of GT-genotype in ANGPT2rs55633437 significant kortere PFS (mediaan 1,58 versus 6,27 maanden; p<0,001) en OS (mediaan 4,66 versus 15,5 maanden; p<0,001) hadden dan patiënten met het GG-genotype. Deze figuur laat zien dat patiënten met TC- of CC-genotype in NOS3rs2070744 significant langere PFS (7,03 versus 3,5 maanden; p<0,001) en OS (15,6 versus 9,1 maanden; p=0,036) dan patiënten met het TT-genotype. Multivariate analyse bevestigde deze polymorfismen als voorspellers van de werkzaamheid van sorafenib.
De onderzoekers concluderen dat de polymorfismen kunnen worden gebruikt voor het identificeren van groepen aHCC-patiënten met grotere of kleinere waarschijnlijkheid van profijt van sorafenib-behandeling.
1.Marisi G, Petracci E, Raimondi F et al. ANGPT2 and NOS3 polymorphisms and clinical outcome in advanced hepatocellular carcinoma patients receiving sorafenib. Cancers 2019;11:1023
Summary: A multicenter study in Italy found that SNPs in the genes ANGPT2 and NOS3 were associated with PFS and OS of patients receiving sorafenib for advanced hepatocellular carcinoma.