
De onderzoekers identificeerden in de prospectieve OCCAMS Consortium database 94 patiënten die neoadjuvante chemotherapie en chirurgie ondergingen voor EAC. De mediane leeftijd van de 83 mannen en 14 vrouwen was 68 jaar; alle patiënten hadden cT3/T4 ziekte, en 75% had cN+ ziekte. De patiënten stonden tezamen 245 bloedmonsters af die werden geanalyseerd met een pan-cancer ctDNA panel van 77 genen. Zestien van 79 patiënten (20%) waren na de resectie ctDNA-positief. In twaalf van deze zestien patiënten (75%) werd recidief gezien. Na exclusie van patiënten met clonal hematopoiesis of indeterminate potential (CHIP) waren tien van 63 patiënten (17%) ctDNA-positief, met recidief in negen van tien patiënten (90%). Gecorrigeerd voor CHIP was de mediane ziektespecifieke overleving 10,0 maanden in de groep ctDNA-positieve patiënten versus 29,9 maanden in de groep ctDNA-negatieve patiënten (HR 5,55; p=0,0003). Voor ziektevrije overleving werden vergelijkbare uitkomsten gezien.
De onderzoekers concluderen dat detectie van ctDNA na chirurgie van EAC geassocieerd was met slechtere uitkomsten en in de toekomst kan worden gebruikt voor identificatie van patiënten met slechtere prognose die wellicht baat hebben bij intensiveren van de behandeling.
1.Ococks E, Frankell AM, Masque Soler N et al. Longitudinal tracking of 97 esophageal adenocarcinomas using liquid biopsy sampling. Ann Oncol 2021; epub ahead of print
Summary: A longitudinal study in the UK found that following surgery for esophageal adenocarcinoma ctDNA in plasma was prognostic for relapse. Postoperative ctDNA could be used for risk stratification of patients.