
In een grote verzekeringsdatabase in de Verenigde Staten identificeerden de onderzoekers 32.172 mannen die tussen 24 december 2008 en 30 juni 2019 degarelix of leuprolide startten voor prostaatcarcinoom. Onder deze mannen waren 9490 (29,5%) met cardiovasculaire ziekte, en 7800 (24,2%) die voldeden aan de inclusiecriteria van PRONOUNCE. Deze 7800 mannen werden geïncludeerd in de analyse. De gemiddelde leeftijd was 74,4 ± 7,4 jaar. Het primaire eindpunt van de analyse was tijd tot eerste optreden van een major adverse cardiovasular event (MACE); secundaire eindpunten waren tijd tot overlijden aan any cause, myocardinfarct, beroerte, en angina. De figuur laat zien dat onder 2226 propensity score-matched patiënten geen significant verschil was tussen beide groepen voor MACE en andere cardiovasculaire eindpunten, maar dat degarelix vergeleken met leuprolide wel geassocieerd was met hoger risico van overlijden aan any cause (HR 1,48; 95%-bti 1,01-2,18).
De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die ADT kregen voor prostaatcarcinoom degarelix vergeleken met leuprolide niet geassocieerd was met lager risico van cardiovasculaire gebeurtenissen.
1.Wallach JD, Deng Y, McCoy RG et al. Real-world cardiovascular outcomes associated with degarelix vs leuprolide for prostate cancer treatment. JAMA Network Open 2021;4:e2130587
Summary: Analysis of real-world cardiovascular outcomes of patients receiving degarelix versus leuprolide for prostate cancer treatment found that degarelix was not associated with a lower risk of cardiovascular events than leuprolide, and was associated with a higher risk of death from any cause.