
De onderzoekers linkten het U.S. Scientific Registry of Transplant Recipients, dat gegevens over KC-incidentie bevat, met maligniteitenregisters van vijftien staten binnen de VS. Ze identificeerden 118.440 Kaukasische ontvangers van solide-orgaantransplantatie. Van deze patiënten ontwikkelden er 6169 CSCC (5,2%). Ontwikkeling van CSCC was geassocieerd met 44% verhoogd risico van latere maligniteiten (HR 1,44; 95%-bti 1,31-1,59). Er waren vooral verhoogde risico’s van niet-cutaan SCC van de mondholte/farynx (HR 5,60; 95%-bti 4,18-7,50) en van de long (HR 1,66; 95%-bti 1,16-2,31). CSCC was ook geassocieerd met verhoogd risico van HPV-gerelateerde maligniteiten, waaronder anuscarcinoom (HR 2,77; 95%-bti 1,29-5,96) en vrouwelijke genitale maligniteiten (HR 3,43; 95%-bti 1,44-8,19). Er waren 3669 transplantatie-ontvangers die BCC ontwikkelden (3,1%); BCC was niet geassocieerd met het risico van enige latere maligniteit (HR 0,98; 95%-bti 0,87-1,12).
De onderzoekers concluderen dat transplantatie-ontvangers met CSCC maar niet BCC een verhoogd risico hebben van ontwikkelen van een tweede SCC of HPV-gerelateerde maligniteit. De studie suggereert een gedeelde etiologie voor CSCC en andere SCCs in de setting van immuunsuppressie.
1. Zamoiski R, Yanik EL, Gibson Tm et al. Risk of second malignancier in solid organ transplant recipients who develop keratinocyte cancers. Cancer Res 2017; epub ahead of print