
Revised STARS includeerde 80 volwassen patiënten met nieuw-gediagnostiseerd NSCLC met N0M0 ziekte en een tumor-diameter 3 cm of minder. De patiënten hadden een Zubrod performance status 2 of beter. SABR was 54 Gy in drie fracties voor perifere lesies of 50 Gy in vier fracties voor centrale lesies. Het primaire eindpunt was drie-jaars overall survival, met als criterium voor niet-inferioriteit versus VATS L-MLND een minder dan 12% lager drie-jaars OS-percentage.
De mediane follow-up was 5,1 jaar (IQR 3,9-5,8). Het OS-percentage was 91% (95%-bti 85-98) na drie jaar en 87% (79-95) na vijf jaar. SABR werd goed verdragen, met geen graad 5 of 4 toxiciteit, en graad 3 dyspnoe, graad 2 pneumonitis, en graad2 longfibrose ieder in één patiënt. Het OS-percentage in het propensity-matched VATS L-MLND cohort was 91% (95%-bti 85-98) na drie jaar en 84% (76-93) na vijf jaar, waarmee niet-interioiriteit van SABR versus VATS L-MLND was vastgesteld.
De onderzoekers concluderen dat lange-termijn overleving na SABR niet-inferieur was aan die na VATS L-MLND onder patiënten met operabel stadium IA NSCLC.
1.Chang JY, Mehran RJ, Feng L et al. Stereotactic ablative radiotherapy for operable stage I non-small-cell lung cancer (revised STARS): long-term results of a single-arm, prospective trial with prespecified comparison to surgery. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print
Summary: The revised STARS study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) compared outcomes of patients with operable early-stage non-small cell lung cancer after stereotactic ablative radiotherapy (SABR) with outcomes of a contemporary cohort of patients who underwent video-assisted thoracoscopic surgical lobectomy with mediastinal lymph node dissection (VATS L-MLND). The study showed that long-term survival after SABR was non-inferior to long-term survival after VATS L-MLND.