
HYPO-RT-PC werd uitgevoerd in twaalf centra in Zweden en Denemarken. De studie includeerde mannen met intermediair- (n=1054; 89%) of hoog- (n=126; 11%) risico prostaatcarcinoom. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar CF-RT (n=602) of UHF-RT (n=598). De mannen kregen geen androgeendeprivatietherapie. Het primaire eindpunt van de studie was tijd tot biochemisch of klinisch falen, met een vooraf-gespecificeerde non-inferioriteitsmarge van 4% na vijf jaar.
De vijf-jaars failure-free survival was 84% in beide groepen (p=0,99) waarmee non-inferioriteit van UHF-RT versus CF-RT was aangetoond. Er was een trend van verhoogde frequentie van graad 2 of hoger urinaire toxiciteit aan het eind van de RT in de UHF-RT groep (28% versus 23%; p=0,057). Ook na één jaar was er meer graad 2 en hoger urinaire toxiciteit in de UHF-RT groep (6% versus 2%; p=0,037). Er waren geen significante verschillen in graad 2 of hoger late toxiciteit.
De onderzoekers concluderen dat de studie heeft laten zien dat UHF-RT voor intermediair- en hoog-risico prostaatcarcinoon niet-inferieur was aan CF-RT. In de UHF-RT groep waren vroege bijwerkingen meer geprononceerd dan in de CF-RT groep; late toxiciteit verschilde niet significant tussen beide groepen.
1.Widmark A, Gunnlaugsson A, Beckmann L et al. Ultra-hypofractionated versus conventionally fractionated radiotherpy for prostate cancer: 5-year outcomes of the HYPO-RT-PC randomised, non-inferiority, phase 3 trial. The Lancet 2019; epub ahead of print
Summary: A noninferiority phase 3 study in Sweden and Denmark compared ultrahypofractionated (42.7 Gy in 7 fractions, 3 days per week for 2.5 weeks) with conventionally fractionated (78.0 Gy in 39 fractions, 5 days per week for 8 weeks) radiotherapy for intermediate risk or high risk prostate cancer. The study showed noninferiority of UHF-RT compared to CF-RT for the endpoint failure-free survival. Early side-effects were more pronounced with UHF-RT than with CF-RT, whereas late toxicity was similar in both treatment groups.