
Het model is gebaseerd op gegevens van 1198 patiënten die deelnamen aan één van in totaal vijf prospectieve niet-interventionele CINV-studies. Over 4197 chemotherapie-cycli werd graad 2 of hoger CINV gezien in 42,2% van de patiënten. De onderzoekers stelden acht risicofactoren vast: leeftijd van de patiënt jonger dan zestig jaar, eerste twee cycli chemotherapie, anticiperen van misselijkheid en braken, geschiedenis van ochtendziekte, uren slaap in de nacht voor de chemotherapie, CINV in de voorafgaande cyclus, patiënt zelf-medicatie met niet-voorgeschreven middelen, en gebruik van platina- of anthracycline-gebaseerde regimes. Gebaseerd op deze risicofactoren ontwikkelden de onderzoekers een model met een risicoscore van 0 tot 32 punten. Een score van meer dan zestien punten is in het model geassocieerd met een hoog risico van graad 2 of hoger CINV. ROC-analyse van het model liet goede voorspellende accuratesse zien met een AUC van 0,69 (95%-bti 0,67-0,70).
De onderzoekers concluderen dat klinische toepassing van het model van belang kan zijn voor CINV-risicoschatting van individuele patiënten, en kan bijdragen aan het optimaliseren van het gebruik van anti-emetica.
1.Dranitsaris G, Molassiotis A, Clemons M et al. The development of a prediction tool to identify cancer patients at high risk for chemotherapy-induced nausea and vomiting. Ann Oncol 2017; epub ahead of print