Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter fase 3-studie van sequentiële versus inductie plus concurrente chemoradiotherapie voor nasofarynxcarcinoom (0)
2025-07-25 13:30   ( Nieuws )
Tags:  LA-NPC
Prof. Chaosu HuInductiechemotherapie (IC) plus concurrente chemoradiotherapie (CCRT) is een standaard-behandeling voor locoregionaal-gevorderd nasofarynxcarcinoom (LA-NPC), maar is geassocieerd met aanzienlijke acute toxiciteit in de CCRT-fase. Een multicenter noninferioriteits fase 3-studie in China heeft vervanging van CCRT door radiotherapie en adjuvante chemotherapie geëvalueerd. Prof. Chaosu Hu (Fudan Universiteit, Shanghai) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie, uitgevoerd in zes centra, includeerde patiënten met stadium III of IVA NPC. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar twee cycli IC met gemcitabine en cisplatine plus radiotherapie, gevolgd door twee cycli adjuvant gemcitabine en cisplatine (sequentiële chemoradiotherapiegroep; SCRT) of twee cycli IC met gemcitabine en cisplatine gevolgd door radiotherapie met cisplatine (IC+CCRT groep). Primaire eindpunten waren drie-jaars faalvrije overleving (FFS) met een noninferioriteitsmarge van 10%, en incidentie van graad 3 of hoger mucositis tijdens de radiotherapie.

De studie includeerde 420 patiënten (25,5% vrouwen; mediane leeftijd 48 jaar; IQR 41-54). De SCRT-groep en de IC+CCRT groep telden beide 210 patiënten. De mediane follow-up was 50 maanden (IQR 40-61. Het drie-jaars FFS-percentage was 83,7% in de SCRT-groep versus 79,5% in de IC+CCRT groep (HR 0,77; p=0,24) waarmee de noninferioriteit van SCRT versus IC+CCRT was vastgesteld. Incidentie van graad 3 of hoger acute nonhematologische toxiciteit was significant lager in de SCRT-groep dan in de IC+CCRT groep (acute mucositis 29,0% versus 41,9%; p<0,001; misselijkheid 9,5% versus 18,1%; p=0,01); braken 3,8% versus 9,5%; p=0,02) zonder verschillen tussen de groepen in late toxiciteit.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met LA-NPC, SCRT niet-inferieur was aan IC+CCRT in termen van 3-jaars FFS, met minder acute niet-hematologische toxiciteit.

1.Xue F, Ou D, Xie C et al. Sequential vs induction plus concurrent chemoradiotherapy in nasopharyngeal carcinoma. A randomized clinical trial. JAMA Oncol 2025.2191

Summary: A multicenter, noninferiority phase 3 trial in China found that sequential chemoradiotherapy was noninferior to induction chemotherapy plus concurrent chemoradiotherapy in terms of 3-year failure-free survival among patients with locally advanced NPC, with less severe acute nonhematologic toxic effects.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Systematisch overzicht en meta-analyse van vaccins voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom na eerstelijns therapie (0)
2025-07-25 12:00   ( Nieuws )
Tags:  aNSCLC vaccines
Dr. Mantang QiuDe veiligheid en werkzaamheid van vaccins voor gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom (aNSCLC) na eerstelijns therapie zijn niet duidelijk. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft uitkomsten met deze vaccins geïnventariseerd. Dr. Mantang Qiu (Peking University People’s Hospital, Beijing) en collega’s publiceren de analyse in eClinicalMedicine.1

In de literatuur tot 28 december2024 identificeerden de onderzoekers elf gerandomiseerde fase 2- of 3-studies die vaccins vergeleken met controle onder tezamen 3228 patiënten (67% mannen) als eerstelijns onderhoudstherapie, of tweedelijns of derdelijns therapie. De figuur laat zien dat in meta-analyse gebruik van vaccins geassocieerd was met significant betere overall survival (HR 0,85; p<0,001) maar niet progressievrije overleving (HR 0,91; p=0,195). In subgroepanalyses was de OS beter met vaccin dan met controle onder patiënten met ECOG performance status 1, eerstelijns chemotherapie, squameus celcarcinoom, stabiele ziekte na eerstelijns therapie, stadium IV-ziekte, en rookgeschiedenis. Patiënten met squameus celcarcinoom (HR 0,74; p=0,003) hadden betere respons op vaccins dan patiënten met adenocarcinoom (HR 0,83; p=0,377). De gepoolde OR voor treatment-related adverse events was 1,5 (p=0,361). Exploratieve analyse wees uit dat immuunrespons op de vaccins een predictieve biomarker was voor werkzaamheid.

De onderzoekers concluderen dat vaccins na eerstelijns therapie werkzaam zijn voor aNSCLC

1.Chen S, Sun Z, Li Y et al. Evaluation of clinical and safety outcomes of cancer vaccines in patiens with advanced non-small cell lung cancer after first-line therapy: a systematic review and meta-analysis. eClinMed 2025.103369

Summary: Meta-analysis of 11 phase 2 or 3 RCTs found clinical activity and safety of cancer vaccines in advanced NSCLC patients after first-line therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van stereotactische ablatieve radiotherapie voor botmetastasen in oligometastatische setting (0)
2025-07-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  BONY-M trial OMD SABR
Prof. Gitte Fredberg PerssonStereotactische ablatieve radiotherapie (SABR) wordt in toenemende mate gebruik voor de behandeling van oligometastatische ziekte (OMD); gedefinieerd als ten hoogste vijf metastasen. De fase 2-studie BONY-M, in Denemarken en Noorwegen, heeft SABR geëvalueerd voor niet-gecompliceerde botmetastasen in patiënten met OMD. Prof. Gitte Fredberg Persson (Universiteit van Kopenhagen) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Radiation Oncology. Biology. Physics.1

De studie includeerde 79 patiënten met OMD en botmetastasen (31 in de wervels; 48 non-spine). De patiënten kregen 30 of 37,5 Gy SABR in drie fracties naar alle metastasen. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met centraal-beoordeelde lokale controle na één jaar. Dit percentage bedroeg 93,1% (95%-bti-87,3-99,2). Twee patiënten (3,3%; 95%-bti 0-7,8) hadden graad 3 fracturen binnen een jaar, en vier patiënten hadden een symptomatische skeletgebeurtenis (6,0%; 0-11,6). Na mediaan 12,1 maanden follow-up waren de één-jaars percentages voor progressievrije overleving en overall survival 62% respectievelijk 92%.

De onderzoekers concluderen dat SABR voor niet-gecompliceerde botmetastasen in OMD-patiënten resulteerde in een veelbelovende percentage patiënten met lokale controle en acceptabele toxiciteit.

1.Spindler NJ, Van Overeem Felter M, Hansen O et al. Stereotactic ablative radiotherapy of bone metastases in an oligometastatic setting: one-year follow-up of the BONY-M phase II trial. ijrobp.2025.07.1419

Summary: The phase 2 BONY-M trial in Denmark and Norway found that stereotactic ablative radiotherapy for uncomplicated bone metastases in patients with oligometastatic disease resulted in a promising local control rate with acceptable toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter prospectieve studie van lange-termijn locoregionale uitkomsten van mammacarcinoom in jonge vrouwen (0)
2025-07-24 13:30   ( Nieuws )
Tags:  Young Women’s Breast Cancer Study
Dr. Laura DominiciEr is geen duidelijkheid over de lange-termijn incidentie van locoregionaal recidief (LRR) in jongere vrouwen. De multicenter prospectieve Young Women’s Breast Cancer Study in Canada en de Verenigde Staten deze incidentie geïnventariseerd. Dr. Laura Dominici (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1

De studie includeerde 1302 vrouwen met een diagnose mammacarcinoom voor de leeftijd 41 jaar tussen begin 2006 en eind 2016. Onder de 1135 vrouwen met stadium I tot en met III ziekte was de mediane follow-up 10,1 jaar (range 0,4-16,3). De leeftijd bij diagnose was jonger dan 30 jaar voor 12,5%, 31 tot en met 35 jaar voor 28,0%, en 36 tot en met 40 jaar voor 59,2%. Onder de 1128 vrouwen met lokale therapie en beschikbare gegevens over subtype hadden 32% luminal A-like tumoren, 21% luminal B-lke tumoren, 20% luminaal HER2-positieve tumoren, 8% HER2-positief-like tumoren, en 18% triple-negatieve tumoren. Dertig procent van de vrouwen kregen borstsparende chirurgie (98% met radiotherapie), 26% unilaterale mastectomie, en 43% bilaterale mastectomie, met radiotherapie in 54% van de vrouwen die mastectomie ondergingen. Het risico van geïsoleerde LRR in het gehele cohort was 5,6% na mediaan 10,1 jaar follow-up; er waren geen significante verschillen in LRR op basis van moleculair subtype of type chirurgie.

De onderzoekers concluderen dat het lange-termijn risico van LRR geen impact dient te hebben op de keus voor type chirurgie onder jonge vrouwen met mammacarcinoom, ongeacht het moleculair subtype.

1.Dominici LS, Zheng Y, King TA et al. Long-term locoregional outcomes in a contemporary cohort of young women with breast cancer. JAMA Surg 2025.2324

Summary: The prospective Young Women's Breast Cancer Study in Canada and the United States found that in a contemporary cohort of women diagnosed with breast cancer at age 40 years or younger, risk of locoregional recurrence was relatively low (5.6% at a median follow-up of 10.1 years), without significant differences by type of surgery or tumor subtype.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van waarde van toevoegen van chirurgie aan immuuntherapie voor metastatisch melanoom (0)
2025-07-24 12:00   ( Nieuws )
Tags:  metastatic melanoma adding surgery to immunotherapy
Dr. Hilary KellerOnder patiënten met stadium IV cutaan melanoom is de toevoeging van chirurgie aan immuuntherapie geassocieerd met verbetering van de uitkomsten, maar het is niet duidelijk welke patiënten op basis van de locatie van metastase profijt hebben van de toevoeging van chirurgie. Een retrospectieve analyse van gegevens in de National Cancer Database heeft het profijt van eerstelijns immuuntherapie plus chirurgie geïnventariseerd voor patiënten met uiteenlopende metastaselocaties. Dr. Hilary Keller (Saint John’s Cancer Institute, Santa Monica CA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Surgery.1

In de NCDB over de periode van 2016 tot en met 2019 identificeerden de onderzoekers 11.41 patiënten met stadium IV melanoom, onder wie 4630 (40,6%) met een enkele metastaselocatie: 25,3% in de long; 22,5% in de hersenen; 11,8% afstands-lymfeklieren (LN); 8,3% in de lever; 7% in het bot; en 25,2% overige locaties. Combinatie van chirurgie en eerstelijns immuuntherapie was geassocieerd met beter vijf-jaars OS-percentage onder patiënten met metastase in de long (69,9%), afstands-LN (69,6%), en hersenen (51,3%) vergeleken met alleen eerstelijns immuuntherapie (50,8% respectievelijk 43,7% en 41,7%). Onder patiënten met meer dan één metastaselocatie (n=6023) was alleen chirurgie geassocieerd met betere OS dan chirurgie plus immuuntherapie of alleen immuuntherapie.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium IV melanoom de locatie van de metastase in overweging dient te worden genomen bij de keus voor al of niet toevoegen van chirurgie aan eerstelijns immuuntherapie.

1.Keller HR, Hanes DA, McCabe JK et al. Metastatic melanoma outcomes and the evolving role of surgery in the immunotherapy era. JAMA Surg 2025.2334

Summary: A retrospective stage IV melanoma cohort study using the National Cancer Database found differences in outcomes of addition of surgery to first-line immunotherapy on the basis of location of the metastasis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van mortaliteit na gebruik van spoedeisende hulp voorafgaand aan diagnose van een maligniteit (0)
2025-07-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ED use prior to cancer diagnosis mortality
Dr. Keeral GrewalMeer dan één op de drie patiënten in Canada bezoekt de afdeling spoedeisende hulp (ED) voorafgaand aan de diagnose van een maligniteit. Een retrospectieve studie in Ontario heeft de associatie tussen gebruik van de ED in de negentig dagen voorafgaand aan de diagnose van een maligniteit en mortaliteit geïnventariseerd. Dr. Keeral Grewal (Schwartz/Reisman Emergency Medicine Institute, Toronto) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1


De studie includeerde patiënten met ED-gebruik in de negentig dagen voorafgaand aan een diagnose van een maligniteit tussen begin 2014 en eind 2021, die 1:1 werden gematcht voor geslacht en jaar van diagnose met patiënten zonder ED-gebruik voorafgaand aan diagnose van een maligniteit, en vervolgens propensity score gematcht werden. Beide groepen telden 205.060 patiënten. De gemiddelde leeftijd was 67,4 ± 15,0 jaar, en 52% van de patiënten waren mannen. De overall mortaliteit tijdens ten hoogste zeven jaar follow-up was 49,7%: 61,7% in de groep met ED-bezoek en 37,8% in de groep zonder ED-bezoek. De figuur laat zien dat de mortaliteit significant hoger was in de groep met ED-bezoek dan in de groep zonder ED-bezoek. De HR na dertig dagen was 4,49 (95%-bti 4,40-4,58); na één jaar 1,85 (1,82-1,88); na drie jaar 1,48 (1,46-1,50); en na zeven jaar 1,05 (1,01-1,09).

De onderzoekers concluderen dat gebruik van spoedeisende hulp in de negentig dagen voor diagnose van een maligniteit geassocieerd was met verhoogd risico van all-cause mortality dat ook na zeven jaar nog statistisch significant was.

1.Grewal K, Calzavara A, McLeod SL et al. Emergency department use prior to cancer diagnosis and mortality. JAMA Network Open 2025;8:e2522585

Summary: A retrospective, population-based cohort study in Ontario found that patients with ED use prior to a cancer diagnosis had statistically significant higher risk of mortality compared with matched patients without ED use.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van achterwege laten van mediastinale lymfeklierdissectie in GGO-dominant longadenocarcinoom (0)
2025-07-23 13:30   ( Nieuws )
Tags:  GGO-dominant LUAD LND
Prof. Haiquan ChenSystematische mediastinale lymfeklierdissectie (LND) wordt aanbevolen voor patiënten met vroeg-stadium niet-kleincellig longcarcinoom. Een multicenter fase 3 studie in China heeft de noninferioriteit van achterwege laten van LND onder patiënten met ground glass opacity (GGO)-dominant invasief longadenocarcinoom geïnventariseerd. Prof. Haiquan Chen (Fudan Universiteit, Shanghai) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 302 patiënten die gerandomiseerd werden naar systematische mediastinale LND of geen LND. Het primaire eindpunt was drie-jaars ziektevrije overleving. Bij interimanalyse werd in geen van beide armen lymfekliermetastase gezien. Patiënten in de arm zonder LND hadden significant kortere duur van chirurgie (gemiddeld 74 versus 109 minuten; p<0.001), minder bloedverlies (gemiddeld 44 versus 82 ml; p=0,033), en korter postoperatief verblijf in het ziekenhuis (gemiddeld 3,9 versus 4,5 dagen; p=0.002), en geen lymfadenectomie-gerelateerde complicaties versus één geval van cyclothorax en één geval van intraoperatieve massieve bloeding in de LND-arm. De studie werd na de interimanalyse gesloten.

De onderzoekers concluderen dat systematische LND niet langer dient te worden aanbevolen voor patiënten met GGO-dominant longadenocarcinoom.

1.Zhang Y, Qian B, Song Q et al. Phase III study of mediastinal lymph node dissection for ground glass opacity-dominant lung adenocarcinoma. J Clin Oncol 2025-00610

Summary: A multicenter phase 3 trial in China found noninferiority of avoiding systemic mediastinal lymph node dissection in ground glass opacity-dominant invasive lung adenocarcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cohortstudie van associatie van prediagnostische serumwaarden van syndecan-4 met risico van mammacarcinoom (0)
2025-07-23 11:51   ( Nieuws )
Tags:  SDC4 breast cancer
Dr. Hege HaugnesSyndecanen zijn transmembraan-eiwitten die betrokken zijn bij inflammatie- en signaleringsroutes. Een patiënt-controlestudie in Noorwegen heeft de associatie tussen prediagnostische serumwaarden van syndecan-4 (SDC4) en het risico van mammacarcinoom geïnventariseerd. Dr. Hege Haugnes (Arctische Universiteit van Noorwegen, Tromsø) en collega’s publicerenn de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie werd uitgevoerd in het cohort van de Tromsø-studie. Onder vrouwen die in 2001 bloedmonsters afstonden in het kader van de vijfde ronde van de Tromsø-studie werd tijdens de follow-up tot en met 2022 mammacarcinoom vastgesteld in 158 (‘cases’). De mediane leeftijd van deze patiënten bij diagnose was 69 jaar; en 83% van de tumoren waren HR-positief. De controls waren 708 random gekozen vrouwen die eveneens in 2001 bloedmonsters hadden afgestaan maar geen mammacarcinoom hadden ontwikkeld. In de bloedmonsters bepaalden de onderzoekers de gehalten van SDC-4 en SDC1. De figuur laat de uitkomsten van de analyses zien. Het risico van mammacarcinoom was verdubbeld voor vrouwen in de kwartielen 2 tot en met 4 van het SDC-4 gehalte vergeleken met vrouwen in het eerste kwartiel, en het risico van het HR-positief subtype was bijna verdrievoudigd in de kwartielen 2 tot en met 4 (Q2 versus Q1: HR 3,81; 95%-bti 1,57-9,23; Q3 versus Q1: HR 3,43; 95%-bti 1,41-8,40; Q4 versus Q1: HR 3,54; 95%-bti 1,45-8,65). SDC1-gehalten waren niet geassocieerd met het risico.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten wijzen op een rol van SDC4 bij de ontwikkeling en vroege progressie van mammacarcinoom.

1.Gabrielsen E, Wilsgaard T, Frydenberg H et al. Higher pre-diagnostic serum syndecan-4 levels are associated with increased breast cancer risk: a case-cohort study. Breast Cancer Res Treat 2025-07786-4

Summary: A case-control analysis in the cohort of the Tromsø study (Norway) found evidence for a role of syndecan-4 in the initiation and early progression of breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)