Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Prospectieve cohortstudie van late bijwerkingen na CAR T-celtherapie voor agressief B-cel non-Hodgkin lymfoom (0)
2025-02-26 14:30   ( Nieuws )
Tags:  R R LBCL CAR T-cell therapy late adverse events
Dr. Antònia AgustiAcute ongunstige bijwerkingen (AEs) na CAR T-celtherapie zijn goed gedocumenteerd, maar er is minder informatie beschikbaar over lange-termijn toxiciteiten. Een prospectieve cohortstudie in zes centra in Spanje heeft voorkomen van late AEs na behandeling met commercieel-beschikbare CD19-gerichte CAR T-cellen onder volwassen patiënten met recidiverend of refractair grootcellig B-cel lymfoom (R/R LBCL) geïnventariseerd. Dr. Antònia Agusti (Universiteitsziekenhuis Vall d’Hebron, Barcelona) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 172 patiënten (gemiddelde leeftijd 58,5 ± 13,7 jaar; 58,7% mannen) die CD19-gerichte CAR T-celtherapie kregen voor R/R LBCL en tenminste drie maanden na de infusie overleefden zonder volgende anti-lymfoomtherapie. De patiënten werden vanaf de derde maand tot twee jaar na de infusie gevolgd, of tot begin van volgende anti-lymfoomtherapie, of tot overlijden of loss to follow-up. Onder deze patiënten waren er 135 (78,5%) met tenminste één late any grade AE. De incidentie van infectieuze episoden bleef stabiel tijdens de follow-up, terwijl de incidentie van cytopenie afnam vanaf zes maanden na de infusie. Alle zeven gevallen van nonrelapse-gerelateerde mortaliteit waren te wijten aan infecties (COVID-19 pneumonie in drie patiënten en sepsis of bacteriële pneumonie in vier patiënten). Vijf secundaire neoplasmen werden gerapporteerd voor vier patiënten (2,3%), met geen gevallen van T-cel maligne neoplasmen.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten suggereren dat CAR T-celtherapie een gunstig laat veiligheidsprofiel heeft; continue follow-up van patiënten blijft geboden omdat ernstige AEs jaren na infusie zouden kunnen voorkomen.

1.Camacho Arteaga L, Iacoboni G, Kwon M et al. Late adverse events after chimeric antigen receptor T-cell therapy for patients with aggressive B-cell non-hodgkin lymphoma. JAMA Network Open 2025;8:e2461683

Summary: A multicenter prospective cohort study in Spain found that CAR T-cell therapy for R/R LBCL has a favorable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van trastuzumab rezetecan voor gevorderd HER2-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2025-02-26 13:00   ( Nieuws )
Tags:  HORIZON-Lung HER2-mutant aNSCLC trastuzumab rezetecan
Prof. Shun LuTrastuzumab rezetecan (ook bekend als SHR-A1811) is een nieuw antibody-drug conjugate dat bestaat uit een HER2-gericht antilichaam, een kliefbare tetrapeptide-gebaseerde linker, en een DNA topoisomerase I remmer. De fase 1-2 studie HORIZON-Lung, in 35 centra in China, evalueerde trastuzumab rezetecan onder patiënten met HER2-gemuteerd gevorderd niet-kleincellig longcarcinoom. Fase 1 liet voorlopige antitumoractiviteit en een gunstig veiligheidsprofiel van trastuzumab rezetecan zien. Prof. Shun Lu (Shanghai Jiao Tong Universiteit) en collega’s publiceren nu fase 2-resultaten van de studie in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde patiënten in de leeftijd van 18 tot en met 75 jaar met lokaal-gevorderd of metastatisch NSCLC met een activerende HER2-mutatie en een ECOG performance status 0 of 1, met progressie na (of intolerantie voor) platina-gebaseerde chemotherapie en anti-PD-(L)1 behandeling. De patiënten kregen intraveneus trastuzumab rezetecan 4,8 mg/kg iedere drie weken. Het primaire eindpunt was onafhankelijk centraal beoordeelde objective response rate.

Fase 2 includeerde 94 patiënten (55% vrouwen) die trastuzumab rezetecan kregen. De mediane duur van follow-up was 8,7 maanden (IQR 7,0-10,4). Bevestigde objectieve respons werd gezien in 69 patiënten (73%; 95%-bti 63,3-82,0). De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 treatment-related adverse events waren afname van het neutrofielengetal (40% van de patiënten), afname van het leukocytengetal (27%), anemie (23%), afname van het trombocytengetal (11%), en afname van het lymfocytengetal (7%). Er waren geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat trastuzumab rezetecan klinisch relevante activiteit en manageable veiligheid had onder patiënten met eerder-behandeld HER2-gemuteerd gevorderd NSCLC.

1.Li Z, Wang Y, Sun Y et al. Trastuzumab rezetecan, a HER2-directed antibody-drug conjugate, in patients with advanced HER2-mutant non-small cell lung cancer (HORIZON-Lung): phase 2 results from a multicentre, single-arm study. Lancet Oncol 2025-00012-9

Summary: Phase 2 results of the multicenter phase 1-2 HORIZON-Lung trial in China showed clinically meaningful activity and manageable safety of trastuzumab rezetecan among patients with previously treated HER2-mutant advanced NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van eerstelijns sugemalimab plus chemotherapie voor gevorderd maagcarcinoom (0)
2025-02-25 16:00   ( Nieuws )
Tags:  GEMSTONE-303 trial
Dr. Lin ShenSugemalimab is een fully human anti-PD-L1 antilichaam. De fase 3 GEMSTONE-303 studie, in 54 centra in China, evalueerde toevoeging van sugemalimab aan eerstelijns CAPOX cehmotherapie voor niet-resectabel lokaal-gevorderd of metastatisch adenocarcinoom van maag of slokdarm-maagovergang (G/GEJ-adenocarcinoom) met PD-L1 combined positive score (CPS) 5 of hoger. Dr. Lin Shen (Peking University Cancer Hospital & Institute, Beijing) en collega’s publiceren de studie in JAMA.1



De studie includeerde 479 patiënten met niet-eerder behandeld niet-resectabel lokaal-gevorderd of metastatisch G/GEJ-adenocarcinoom, die 1:1 werden gerandomiseerd naar sugemalimab 1200 mg (n=241) of placebo (n=238) iedere drie weken voor de duur van ten hoogste twee jaar, toegevoegd aan ten hoogste zes drie-weekse cycli CAPOX. Primaire eindpunten waren overall survival (OS) en door lokale onderzoekers beoordeelde progressievrije overleving (PFS). De mediane duur van follow-up was 25,1 maanden in de sugemalimabgroep en 26,3 maanden in de placebogroep. De mediane OS was 15,6 maanden in de sugemalimabgroep versus 12,6 maanden in de placebogroep (HR 0,75; p=0,006) en de mediane PFS was 7,6 maanden versus 6,1 maanden (HR 0,66; p<0,001). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 53,9% van de patiënten in de sugemalimabgroep en 50,6% van de patiënten in de placebogroep.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met niet-eerder behandeld niet-resectabel lokaal-gevorderd of metastatisch G/GEJ-adenocarcinoom, toevoegen van sugemalimab aan eerstelijns CAPOX geassocieerd was met significante verbetering van OS en PFS, met een manageable veiligheidsprofiel (visual abstract).

1.Zhang X, Wang J, Wang G et al. First-line sugemalimab plus chemotherapy for advanced gastric cancer. The GEMSTONE-303 randomized clinical trial. JAMA (2025) 2024.28463

Summary: The multicenter phase 3 GEMSTONE-303 trial in China found that addition of sugemalimab (anti-PD-L1) to first-line CAPOX was associated with significantly prolonged progression-free survival and overall survival with a manageable safety profile in patients with unresectable locally advanced or metastatic gastric of gastroesophageal junction adenocarcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van fysieke activiteit met overleving in coloncarcinoom: post hoc analyse van twee CALGB-studies (0)
2025-02-25 14:30   ( Nieuws )
Tags:  GALGB 89803 and 80702 colon cancer physical activity and survival
Dr. Jeffrey MeyerhardtPatiënten met coloncarcinoom hebben slechtere overall survival dan een matched general population (MGP). Een post hoc analyse van twee postoperatieve CALGB studies (89803 en 80702) heeft onderzocht of fysieke activiteit geassocieerd is met vermindering van deze dispariteit. Dr. Jeffrey Meyerhardt (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse in Cancer.1

De beide studies telden tezamen 2876 patiënten met stadium III coloncarcinoom, die hun fysieke activiteit rapporteerden. Op basis van deze informatie berekenden de onderzoekers voor alle patiënten activiteit in MET-uur per week. Gegevens voor de MGP werden verkregen van het National Center for Health Statistics, en werden gematcht voor leeftijd, geslacht, en kalenderjaar.


De figuur (A, B en C: CALGB 89803; D, E, en F: CALGB 80702; A en D: fysieke activiteit minder dan 3,0 MET-uur per week; B en E: 3,0 tot 18,0 MET-uur per week; C en F: 18,0 MET-uur per week en hoger) laat zien dat in beide studies de dispariteit in overleving tussen de patiënten en de MGP kleiner werd met toenemende fysieke activiteit. In gepoolde analyse van patiënten die na drie jaar in leven waren zonder recidief van de tumor (n=1908) hadden patiënten met ≤3,0 vergeleken met ≥ 18.0 MET-uren per week vervolgens drie-jaar overall survival percentages die 3,1% lager respectievelijk 2,9% hoger waren dan MGP.

De onderzoekers concluderen dat fysieke activiteit geassocieerd was met verkleining van de overlevingsdispariteit tussen patiënten met stadium III coloncarcinoom (die deelnamen aan klinische studies) en MGP.

1.Brown JC, Ma C, Shi Q et al. The association of physical activity with survival in colon cancer versus a matched general population: data from the Cancer and Leukemia Group B 89803 and 80702 (Alliance). Cancer 2023.35727

Summary: Post hoc analysis of two CALGB trials found that physical activity is associated with an attenuation of the survival disparity between patients with stage III colon cancer participating in clinical trials and a matched general population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Klinisch gedrag van mammacarcinoom in BRCA-mutatiedragers met diagnose op leeftijd veertig jaar of jonger (0)
2025-02-25 12:53   ( Nieuws )
Tags:  young BRCA carriers breast cancer
Dr. Matteo LambertiniMeer dan 10% van de gevallen van mammacarcinoom (BC) in vrouwen die bij diagnose veertig jaar oud of jonger zijn (‘jonge patiënten) hangt samen met een kiemlijn pathogene of waarschijnlijk pathogene variant (PV) in de BRCA-genen. Een multinationale retrospectieve studie heeft klinisch gedrag van BC in BRCA1- versus BRCA2-mutatiedragers vergeleken en de associatie van timing van genetisch testen (voor versus bij diagnose) met de prognose geïnventariseerd. Dr. Matteo Lambertini (Universiteit van Genua, Italië) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 4752 jonge BC-patiënten met kiemlijn PVs in BRCA1/2, gediagnostiseerd tussen begin 2000 en eind 2020 in 78 centra. De BRCA1-dragers (n=3068) hadden vergeleken met de BRCA2-dragers (n=1683) meer frequent HR-negatieve (74,4% versus 15,5%) en hooggradige (77,5% versus 49,1%) tumoren. Vergeleken met patiënten die op BRCA waren getest bij diagnose (gedefinieerd als tussen twee maanden voor en zes maanden na diagnose; n=1671) hadden patiënten met eerder testen (n=411) kleinere tumoren (T1: 61,3% versus 32,4%), minder nodale betrokkenheid (N0: 50,8% versus 65,9%), minder frequent gebruik van chemotherapie (84,4% versus 92,9%), en minder frequent axillaire dissectie (37,5% versus 47,4%). Patiënten die getest werden voor diagnose hadden betere overall survival (HR 0,61; 95%-bti 0,40-0,92), maar dit verschil was niet langer statistisch significant na correctie voor potentiële confounders waaronder tumorstadium (0,74; 0,45-1,15).

De onderzoekers concluderen dat de studie inzicht geeft in verschillen in klinisch gedrag van BC in jonge dragers van BRCA1- en BRCA2-PVs. Vaststellen van de BRCA PV in gezonde vrouwen was geassocieerd met vroeger-stadium BC bij diagnose en lagere behandellast, en een langere niet-gecorrigeerde OS.

1.Lambertini M, Blondeaux E, Tomasello LM et al. Clinical behavior of breast cancer in young BRCA carriers and prediagnostic awareness of germline BRCA status. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: A multinational retrospective study found differences in clinical behavior of breast cancer in young BRCA1 and BRCA2 PV carriers. Identifying a BRCA PV in a healthy individual was associated with earlier-stage breast cancer at diagnosis and lower treatment burden, as well as better unadjusted overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van boswellia serrata voor cerebrale stralingsnecrose na radiochirurgie voor hersenmetastasen (0)
2025-02-24 16:00   ( Nieuws )
Tags:  RN SRS BS
Dr. Joshua PalmerStralingsnecrose (RN) is een doseringslimiterende toxiciteit van stereotactische radiochirurgie (SRS). Orale corticosteroïden zijn geen aantrekkelijke optie voor lange-termijn management van RN vanwege bijwerkingen. Boswellia serrate (BS) is een over-the-counter supplement dat bekend is vanwege anti-inflammatoire eigenschappen, met aanwijzingen voor vermindering van cerebraal oedeem. Een retrospectieve studie van The Ohio State University (Columbus) heeft BS geëvalueerd onder patiënten met RN na SRS voor hersenmetastasen. Dr. Joshua Palmer en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Radiation Oncology. Biology. Physics.1

De studie includeerde 100 patiënten met any grade RN na SRS (mediaan 24 Gy in drie fracties) voor hersenmetastasen; graad 1, 2 en 3 RN werd gezien in 44% respectievelijk 47% en 9%. De patiënten kregen tenminste 2 maanden BS (target dose 4050 tot 4500 mg eenmaal daags). Het primaire eindpunt was objective response rate, met complete respons (CR) gedefinieerd als verdwijnen van alle met T2-MRI gedetecteerde oedeem, en partiële respons (PR) als vermindering van het oedeem-volume met tenminste 30%. De figuur laat zien dat de beste respons CR was in 12% en PR in 48%, met stabiel oedeem in 28% en progressie van oedeem in 12%. De overall ORR was 59,6% (95%-bti 48,9-69,6). De ORR was 62%, 63%, en 33% in patiënten met graad 1 respectievelijk 2 en 3 RN. De mediane duur van respons in patiënten met CR of PR was 13,9 maanden (IQR 9-23). Graad 1 gastroïntestinale toxiciteit werd gerapporteerd door 14% van de patiënten, en graad 2 door 2%.

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat BS een veilige en werkzame optie is voor graad 1-3 RN na SRS voor hersenmetastasen.Een gerandomiseerde studie van BS versus placebo is gewenst.

1.Upadhyay R, Elguindy ANM, Salts L et al. Boswellia serrata for cerebral radiation necrosis after radiosurgery for brain metastases. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2025-00153-1

Summary: A retrospective study at The Ohio State University (Columbus) found that the supplement boswellia serrata is a safe and feasible treatment option for grade 1-3 cerebral radiation necrosis after stereotactic radiosurgery for brain metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van distributie van maligne perifere zenuwschedetumoren en uitkomsten na resectie (0)
2025-02-24 14:30   ( Nieuws )
Tags:  surgery for MPNSTs
Dr. Kyle EberlinMaligne perifere zenuwschedetumoren zijn agressieve wekedelensarcomen. Een retrospectieve studie van Massachusetts General Hospital (Boston) heeft anatomische distributie van MPNST en uitkomsten na resectie geïnventariseerd. Dr. Kyle Eberlin en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1


De studie includeerde 119 patiënten die resectie van MPNST hadden ondergaan. De locatie van de MPNSTs was voornamelijk in de onderste extremiteiten (42,9%), bovenste extremiteiten (21,0%), romp (19,3%), en hoofd-hals (11,8%). Vrouwelijk geslacht (OR 0,25; 95%-bti 0,10-0,61) en afwezigheid van metastase (0,15; 0,05-0,52) waren significant geassocieerd met lagere mortaliteit. Negendertig overlevers beantwoordden vragenlijsten over neuropatische pijn en kwaliteit van leven. Van deze overlevers rapporteerden 82,1% neuropatische pijn na de resectie. De gemiddelde EQ-5D-5L index score was 0,566 ± 0,253; vergeleken met 0,851 ± 0,205 voor de algemene bevolking van de Verenigde Staten.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten na resectie van MPNST de prevalentie van neuropathische pijn hoog was en de kwaliteit van leven slechter was dan die van de algemene bevolking.

1.Raasveld FV, Hanna T, Pacheco FJ et al. Neuropathic pain following surgery for malignant peripheral nerve sheath tumors. Ann Surg Oncol 2025-17001-9

Summary: A retrospective study at Massachusetts General Hospital (Boston) found a high prevalence of neuropathic pain following resection of peripheral nerve sheath tumors, with a significant impact on quality of life.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van locatie van BRCA-mutatie en profijt van onderhoud PARP-remming in gevorderd ovariumcarcinoom (0)
2025-02-24 13:00   ( Nieuws )
Tags:  aEOC frontline maintenance PARP inhibition
Dr. Myong Cheol LimIntroductie van PARP-remming als onderhoudstherapie heeft geresulteerd in verbetering van de prognose van patiënten met BRCA-gemuteerd gevorderd epitheliaal ovariumcarcinoom (aEOC). Een retrospectieve multicenterstudie in Zuid-Korea heeft de impact van de locatie van de BRCA-mutatie op de werkzaamheid van PARP-remming geïnventariseerd. Dr. Myong Cheol Lim (National Cancer Center, Goyang) en collega’s publiceren de studie in Cancers.1

De studie includeerde 360 patiënten die frontline PARP-onderhoudstherapie begonnen voor stadium III of IV EOC, onder wie 242 (63,7%) met een BRCA1-mutatie, 137 (36,1%) met een BRCA2-mutatie en één met mutatie in BRCA1 en BRCA2. De mediane follow-up was 35,8 maanden. Deze figuur toont de associatie tussen locatie van de BRCA1-mutatie en werkzaamheid en deze figuur toont de associatie tussen locatie van de BRCA2-mutatie en de werkzaamheid. Mutatie in het DNA-bindende domein van BRCA1 (HR 0,34; p=0,01) of BRCA2 (HR 0,25; p=0,01) was geassocieerd met significant PFS-profijt, maar mutatie in het C-terminale domein van BRCA1 was niet geassocieerd met significant PFS-profijt (HR 0,76; p=0,44). PFS-profijt van PARP-remmer onderhoud werd gezien onder patiënten met mutaties in de ovarian cancer cluster region (OCCR) van BRCA1/2 (HR 0,49; p<0,001) en onder patiënten met non-OCCR mutaties (HR 0,51: p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat locatie van de BRCA-mutaties van invloed kan zijn op de werkzaamheid van frontline PARP-remmer onderhouds behandeling voor aEOC.

1.Kim JH, Kim SI, Kim ET et al. The association between location of BRCA mutation and efficacy of PARP inhibition as a frontline maintenance therapy in advanced epithelial ovarian cancer. Cancers 2025;17:756

Summary: A multicenter retrospective study in South Korea found that frontline PARP inhibitor maintenance therapy in advanced epithelial ovarian cancer demonstrated a significant PFS benefit in patients with BRCA1/2 mutations, with pronounced benefits for those with mutation located in the DNA binding domain of BRCA1 and BRCA2; the benefit was less evident for patients with BRCA1 mutations located in the C-terminal domain of BRCA1.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)