
Patiënten
met stadium II of III HER2-positief mammacarcinoom (BC) hebben goede uitkomsten
met de combinatie van neoadjuvante chemotherapie en HER2-gerichte middelen. Een
hoger aantal cycli neoadjuvante chemotherapie is over het algemeen geassocieerd
met hogere percentages patiënten met pathologisch complete respons (pCR), maar
vroege complete respons is niet ongebruikelijk. De fase 2-studie TRAIN-3, in 43
centra in Nederland, heeft onderzocht of de duur van de chemotherapie kan
worden geïndividualiseerd op basis van MRI-beoordeelde respons. Prof. Gabe
Sonke (NKI Amsterdam) en collega’s
publiceren eerste resultaten van de studie in
The Lancet Oncology.
1
De studie
includeerde 235 patiënten met HR-positief HER2-positief BC en 232 patiënten met
HR-negatief HER2-positief BC. De patiënten hadden een WHO performance status 0
of 1, en de mediane leeftijd was 51 jaar (IQR 43-59). Ze kregen ten hoogste
negen cycli neoadjuvante therapie met paclitaxel, trastuzumab, carboplatine, en
pertuzumab. De respons werd iedere drie cycli gemonitord met borst-MRI en
lymfeklierbiopsie. De patiënten ondergingen chirurgie zodra radiologisch
complete respons was vastgesteld. Het primaire eindpunt was gebeurtenisvrije
overleving na drie jaar; follow-up voor dit eindpunt is
ongoing. De nu gepubliceerde analyse betreft de radiologische en
pathologische responspercentages onder patiënten die chirurgie ondergingen, en
toxiciteitsgegevens van alle patiënten die tenminste één cyclus behandeling
kregen.
De mediane
duur van follow-up was 26,4 maanden (IQR 22,9-32,9) voor de patiënten met
HR-negatieve ziekte en 31,6 maanden (25,6-35,7) voor de patiënten met
HR-positieve ziekte. Onder de patiënten met HR-negatieve tumoren werd
radiologische respons na drie cycli gezien in 36% (95%-bti 30-43), na zes cycli
in 60% (53-66), en na negen cycli in 73% (66-78); onder de patiënten met
HR-positieve tumoren waren deze percentages 29% (24-36), 51% (44-57), en 59%
(53-66). Onder de HR-negatieve patiënten met radiologisch complete respons werd
pCR gezien in 87% (95%-bti 81-92); onder de HR-positieve patiënten met
radiologisch complete respons werd pCR gezien in 53% (44-61). De
meest-gerapporteerde graad 3 of 4
adverse
events waren neutropenie (37% van de patiënten), anemie (16%), en diarree
(12%). Er waren geen graad 5 TRAEs.
De
onderzoekers concluderen dat ongeveer eenderde van de patiënten met stadium II
of III HR-negatief HER2-positief BC al na drie cycli neoadjuvante systemische therapie
pCR had. Complete respons op borst-MRI zou kunnen bijdragen aan het
identificeren van patiënten in wie de duur van neoadjuvante chemotherapie verkort
kan worden, hoewel de analyse van het primaire eindpunt dient te worden
afgewacht.
1.Van
der Voort A, Louis FM, van Ramshorst MS et al. MRI-guided optimisation of neoadjuvant
chemotherapy duration in stage II-III HER2-positive breast cancer (TRAIN-3): a
multicentre, single-arm, phase 2 study. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print
Summary:
Interim analysis of the multicenter phase 2 TRAIN-3 trial in The Netherlands found that
a third of patients with stage II or III HR-negative and HER2-positive breast
cancer had a complete pathological response after only three cycles of
neoadjuvant systemic therapy. Complete response on breast MRI could help
identify these patients.
Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie. (Login)