Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Klinisch profijt van door FDA versneld-goedgekeurde geneesmiddelen voor maligniteiten (0)
2024-04-08 13:30   ( Nieuws )
Tags:  cancer drugs receiving FDA accelerated approval clinical benefit and regulatory outcomes
Prof. Aaron KesselheimDe accelerated approval route van de FDA maakt versnelde goedkeuring van geneesmiddelen mogelijk als het op basis van surrogaat-eindpunten reasonably likely is dat de middelen klinisch profijt kunnen leveren. In zo’n geval zijn postapproval studies vereist om het profijt te bevestigen. Een studie van Brigham and Women’s Hospital en Harvard Medical School (Boston MA) heeft het klinisch profijt van tussen begin 2013 en eind 2017 versneld goedgekeurde middelen voor maligniteiten geïnventariseerd. Prof. Aaron Kesselheim en collega’s publiceren de studie in JAMA.1


Tussen begin 2013 en eind 2023 kregen 129 cancer drug-indication pairs versnelde goedkeuring. Van de 46 middelen met meer dan vijf jaar follow-up (versneld goedgekeurd tussen begin 2013 en eind 2017), kregen 29 (63%) de status van regular approval, werden 10 (22%) teruggetrokken, en waren voor 7 middelen (15%) bevestigende studies nog niet voltooid na mediaan 6,3 jaar. Voor minder dan de helft van de middelen (20/46; 23%) werd klinisch profijt aangetoond in bevestigende studies. Onder de 48 middelen die van versnelde goedkeuring overgingen naar normale goedkeuring vond deze conversie plaats op basis van overall survival in 19 (40%), op basis van progressievrije overleving in 21 (44%), op basis van responspercentage plus duur van respons in 5 (10%), en op basis van responspercentage in 2 (4%), en ondanks een negatieve bevestigende studie in 1 (2%).

De onderzoekers concluderen dat de meeste versneld toegelaten geneesmiddelen voor maligniteiten niet resulteerden in binnen vijf jaar aangetoonde verbetering van overall survival of kwaliteit van leven.

1.Liu ITT, Kesselheim AS, Scheffer Cliff ER. Clinical benefit and regulatory outcomes of cancer drugs receiving accelerated approval. JAMA 2024.2396

Summary: A cohort study of cancer drugs receiving FDA accelerated approval found that most of these drugs did not demonstrate benefit in overall survival or quality of life within 5 years of accelerated approval.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van incidentie van stadium III/IV-ziekte als eindpunt van gerandomiseerde studies voor screening op maligniteiten (0)
2024-04-08 12:00   ( Nieuws )
Tags:  randomized trials of cancer screening advanced stage as end point
Dr. Hilary RobbinsGerandomiseerde studies van screening op maligniteiten gebruiken gewoonlijk ziektespecifieke mortaliteit als primair eindpunt. De incidentie van stadium III- of IV ziekte is een potentieel alternatief eindpunt, met als voordeel versnelde voltooiing van de studies. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde screeningstudies heeft bruikbaarheid van incidentie van stadium III- of IV-ziekte vergeleken met die van ziektespecifieke mortaliteit. Dr. Hilary Robbins (IARC, Lyon) en collega’s publiceren de analyse in JAMA.1

In de literatuur identificeerden de onderzoekers 41 voor het onderwerp relevante gerandomiseerde klinische studies uitgevoerd in Azië, Europa, en Noord-Amerika, en gepubliceerd voor 20 februari 2024. De studies onderzochten het profijt van screening op colorectaalcarcinoom (n=11), longcarcinoom (n=12), mammacarcinoom (n=6), prostaatcarcinoom (n=4), en andere typen maligniteiten (n=4). De correlatie tussen reductie van ziektespecifieke mortaliteit en incidentie van stadium III-IV ziekte liep uiteen voor de verschillende typen maligniteiten. De correlatie was het hoogst voor studies die screenden op ovariumcarcinoom (Pearson p=0,99) en longcarcinoom (0,92), matig voor mammacarcinoom (0,70), en zwak voor colorectaalcarcinoom (0,39) en prostaatcarcinoom (-0,69).

De onderzoekers concluderen dat in gerandomiseerde studies van screening op maligniteiten de incidentie van laat-stadium ziekte een geschikt alternatief voor ziektespecifieke mortaliteit kan zijn in sommige typen maligniteiten, maar niet in andere typen.

1.Feng X, Zahed H, Onwuka J et al. Cancer stage compared with mortality as end points in randomized clinical trials of cancer screening. A systematic review and meta-analysis. JAMA 2024.5814

Summary: Systematic review and meta-analysis of randomized clinical trials of cancer screening found that incidence of late-stage cancer may be a suitable alternative end point to cancer-specific mortality for some cancer types, but is not suitable for some other types.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische impact van benodigd aantal inductiecycli voor bereiken van complete remissie in acute myeloïde leukemie (0)
2024-04-07 15:00   ( Nieuws )
Tags:  AML prognostic impact of number of induction courses to attain CR
Prof. Mohamad MohtyVoor de meerderheid van de patiënten met acute myeloïde leukemie (AML) is allogene stamceltransplantatie (SCT) in eerste complete remissie (CR) de geprefereerde behandeling. Het is niet duidelijk of het aantal inductiecycli dat vereist is om CR te bereiken prognostische impact heeft. Een retrospectieve multicenterstudie van de European Society for Blood and Marrow Transplantation heeft uitkomsten vergeleken van patiënten met CR na één versus twee inductiecycli. Prof. Mohamad Mohty (Sorbonne Universiteit, Parijs) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde volwassen AML-patiënten die in eerste CR SCT ondergingen van hetzij volledig gematchte sibling of 10/10 of 9/19 HLA-gematchte niet-verwante donor. Onder de 4995 geïncludeerde patiënten waren er 3839 (77%) die CR bereikten na één inductiecyclus en 1116 (23%) die twee inductiecycli nodig hadden om tot CR te komen. De figuur laat zien dat deze laatste groep patiënten slechtere incidentie van relapse, leukemievrije overleving, en overall survival maar niet nonrelapse mortaliteit hadden dan patiënten die al na één inductiecyclus CR bereikten. In multivariate analyse was noodzaak van twee inductiecycli geassocieerd met verhoogd risico van relapse (HR 1,38; p=0,0003) en overlijden (1,27; p=0,002).

De onderzoekers concluderen dat initiële respons op chemotherapie ook in patiënten die SCT ondergingen prognostische relevantie behield.

1.Loke J, Labopin M, Craddock C et al. Prognostic impact of number of induction courses to attain complete remission in patients with acute myeloid leukemia transplanted with either a matched sibling or human leukocyte antigen 10/10 or 9/10 unrelated donor: an Acute Leukemia Working Party European Society for Blood and Marrow Transplantation study. Cancer 2024.35308

Summary: A retrospective study by the EBMT found that among patients undergoing stem cell transplantation for AML in first complete remission the initial response to chemotherapy as determined by the number of courses to attain remissing retained prognostic relevance.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van neoadjuvant camrelizumab plus chemotherapie en apatinib voor squameus celcarcinoom van de slokdarm (0)
2024-04-07 13:30   ( Nieuws )
Tags:  ESCC neoadjuvant camrelizumab plus chemotherapy and apatinib
Immuuntherapie heeft werkzaamheid laten zien voor gevorderd squameus celcarcinoom van de slokdarm (ESCC). Immuuntherapie in combinatie met chemotherapie en anti-angiogene therapie voor ESCC zou synergistische werkzaamheid kunnen hebben. Een fase 2-studie van Zhejiang Universiteit (Hangzhou, China) heeft deze combinatie als neoadjuvante therapie voor resectabel lokaal-gevorderd (LA)-ESCC geëvalueerd. Dr. Ming Wu en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde LA-ESCC patiënten in de leeftijd van 18 tot en met 75 jaar. De patiënten kregen twee of drie twee-weekse cycli neoadjuvante therapie met camrelizumab, nedaplatine, nab-paclitaxel, en apatinib, gevolgd door chirurgie vier tot zes weken na voltooiing van de neoadjuvante therapie. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met pathologisch complete respons (pCR) in de tumor en lymfeklieren.

De studie includeerde 42 patiënten. Ziektecontrole werd gezien in alle patiënten, en objectieve respons in 83,3% (95%-bti 68,6-93,0). Zes patiënten (14,3%) hadden graad 3 adverse events. Minimaal-invasieve oesofagectomie werd uitgevoerd in 41 patiënten (in alle gevallen R0 resectie). pCR werd gezien in 18 patiënten (43,9%; 95%-bti 28,5-60,3). De mediane duur van follow-up was 23 maanden, en het twee-jaars overall survival percentage bedroeg 85,9%.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van camrelizumab, chemotherapie, en apatinib als neoadjuvant therapie voor LA-ESCC veelbelovende werkzaamheid en acceptabele veiligheid had.

1.Wu Z, Wu C, Zhao J et al. Camrelizumab, chemotherapy and apatinib in the neoadjuvant treatment of resectable oesophageal squamous cell carcinoma: a single-arm phase 2 trial. eClinMed 2024.102579

Summary: A phase 2 trial at Zhejiang University (Hangzhou, China) found that the combination of camrelizumab, chemotherapy, and apatinib had promising activity and acceptable safety as neoadjuvant treatment for locally advanced esophageal squamous cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Assocatie tussen PSA-screening en prostaatcarcinoom-mortaliteit na vijftien jaar follow-up (0)
2024-04-07 11:51   ( Nieuws )
Tags:  CAP trial PSA screening and 15-year prostate cancer mortality
Prof. Richard MartinDe Cluster Randomized Trial of PSA Testing for Prostate Cancer (CAP) in Engeland en Wales rapporteerde geen effect van PSA-screening onder mannen in de leeftijd van vijftig tot zeventig jaar op prostaatcarcinoom-mortaliteit na mediaan tien jaar follow-up. De langere-termijn effecten van de screening zijn nog onduidelijk. Prof. Richard Martin (University of Bristol, UK) en collega’s publiceren in JAMA resultaten van CAP na vijftien jaar follow-up.1



De studie includeerde 415.357 mannen die patiënten waren van 573 huisartsenpraktijken. Per praktijk werden de mannen tussen 2001 en 2008 gerandomiseerd naar wel (n=195.912) of niet (n=219.445) een eenmalige uitnodiging voor een PSA-test. Na mediaan 15 jaar follow up waren 1199 mannen in de interventiegroep (0,69%; 95%-bti 0,65-0,73) en 1451 mannen in de controlegroep (0,78%; 0,73-0,82) overleden aan prostaatcarcinoom (RR 0,92; p=0,03). All-cause mortaliteit trof 23,2% van de mannen in de interventiegroep en 23,3% van de mannen in de controlegroep (p=0,11).

De onderzoekers concluderen dat onder mannen in de leeftijd van vijftig tot zeventig jaar een eenmalige uitnodiging voor een PSA-screeningstest resulteerde in statistisch significante verlaging van de mortaliteit aan prostaatcarcinoom na vijftien jaar, maar dat de absolute verlaging van de mortaliteit gering was.

1.Martin RM, Turner EL, Young GJ et al. Prostate-specific antigen screening and 15-year prostate cancer mortality. A secondary analysis of the CAP randomized clinical trial. JAMA 2024.4011

Summary: Fifteen-year follow-up of the CAP trial found that compared with no invitation for routine PSA testing, a single invitation for a PSA screening test reduced prostate cancer mortality, but the absolute mortality benefit was small.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

MRI-geleide optimalisering van duur van neoadjuvante chemotherapie voor stadium II of III HER2-positief mammacarcinoom (0)
2024-04-06 15:00   ( Nieuws )
Tags:  phase 2 TRAIN-3 study
Prof. Gabe SonkePatiënten met stadium II of III HER2-positief mammacarcinoom (BC) hebben goede uitkomsten met de combinatie van neoadjuvante chemotherapie en HER2-gerichte middelen. Een hoger aantal cycli neoadjuvante chemotherapie is over het algemeen geassocieerd met hogere percentages patiënten met pathologisch complete respons (pCR), maar vroege complete respons is niet ongebruikelijk. De fase 2-studie TRAIN-3, in 43 centra in Nederland, heeft onderzocht of de duur van de chemotherapie kan worden geïndividualiseerd op basis van MRI-beoordeelde respons. Prof. Gabe Sonke (NKI Amsterdam) en collega’s publiceren eerste resultaten van de studie in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde 235 patiënten met HR-positief HER2-positief BC en 232 patiënten met HR-negatief HER2-positief BC. De patiënten hadden een WHO performance status 0 of 1, en de mediane leeftijd was 51 jaar (IQR 43-59). Ze kregen ten hoogste negen cycli neoadjuvante therapie met paclitaxel, trastuzumab, carboplatine, en pertuzumab. De respons werd iedere drie cycli gemonitord met borst-MRI en lymfeklierbiopsie. De patiënten ondergingen chirurgie zodra radiologisch complete respons was vastgesteld. Het primaire eindpunt was gebeurtenisvrije overleving na drie jaar; follow-up voor dit eindpunt is ongoing. De nu gepubliceerde analyse betreft de radiologische en pathologische responspercentages onder patiënten die chirurgie ondergingen, en toxiciteitsgegevens van alle patiënten die tenminste één cyclus behandeling kregen.

De mediane duur van follow-up was 26,4 maanden (IQR 22,9-32,9) voor de patiënten met HR-negatieve ziekte en 31,6 maanden (25,6-35,7) voor de patiënten met HR-positieve ziekte. Onder de patiënten met HR-negatieve tumoren werd radiologische respons na drie cycli gezien in 36% (95%-bti 30-43), na zes cycli in 60% (53-66), en na negen cycli in 73% (66-78); onder de patiënten met HR-positieve tumoren waren deze percentages 29% (24-36), 51% (44-57), en 59% (53-66). Onder de HR-negatieve patiënten met radiologisch complete respons werd pCR gezien in 87% (95%-bti 81-92); onder de HR-positieve patiënten met radiologisch complete respons werd pCR gezien in 53% (44-61). De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 adverse events waren neutropenie (37% van de patiënten), anemie (16%), en diarree (12%). Er waren geen graad 5 TRAEs.

De onderzoekers concluderen dat ongeveer eenderde van de patiënten met stadium II of III HR-negatief HER2-positief BC al na drie cycli neoadjuvante systemische therapie pCR had. Complete respons op borst-MRI zou kunnen bijdragen aan het identificeren van patiënten in wie de duur van neoadjuvante chemotherapie verkort kan worden, hoewel de analyse van het primaire eindpunt dient te worden afgewacht.

1.Van der Voort A, Louis FM, van Ramshorst MS et al. MRI-guided optimisation of neoadjuvant chemotherapy duration in stage II-III HER2-positive breast cancer (TRAIN-3): a multicentre, single-arm, phase 2 study. Lancet Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Interim analysis of the multicenter phase 2 TRAIN-3 trial in The Netherlands found that a third of patients with stage II or III HR-negative and HER2-positive breast cancer had a complete pathological response after only three cycles of neoadjuvant systemic therapy. Complete response on breast MRI could help identify these patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Systematisch overzicht en meta-analyse van MRI-gebaseerde versus PSA-gebaseerde screening op prostaatcarcinoom (0)
2024-04-06 13:30   ( Nieuws )
Tags:  MRI-based versus PSA-based PCa screening
Prof. Shahrokh ShariatProstaat-MRI wordt in toenemende mate gebruikt in de screening op prostaatcarcinoom (PCa). Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de diagnostische waarde van MRI-gebaseerde screening vergeleken met die van PSA-gebaseerde screening. Prof. Shahrokh Shariat (Medische Universiteit Wenen) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1

In PubMed/MEDLINE, Embase, Cochrane/Central, Scopus, en Web of Science tot en met mei 2023 identificeerden de onderzoekers twaalf voor het onderwerp relevante gerandomiseerde studies of prospectieve cohortstudies die rapporteerden over de diagnostische waarde van prostaat-MRI in de setting van PCa-screening. De studies telden tezamen 80.114 deelnemers. Vergeleken met standaard PSA-gebaseerde screening resulteerde gebruik van MRI als sequentiële screening (PI-RADS score ≥ 3 cutoff voor biopsie) geassocieerd met hogere waarschijnlijkheid van detectie van klinisch significant PCa (csPSA; gedefinieerd als ISUP graad 2 of hoger) in geval van positief testresultaat (OR 4,15; p≤0,001), lagere waarschijnlijkheid van biopsie (0,28; p≤0,001), en lagere waarschijnlijkheid van detectie van klinisch niet-significant PCa (0,34; p=0,002), zonder significant verschillen in de dectectie van csPCa (1,02; p=0,86). Implementatie van een PI-RADS score 4 drempel voor biopsieselectie was geassocieerd met verdere verlaging van de waarschijnlijkheid van detectie van klinisch niet-significant PCa (OR 0,23; p=0,048) en uitgevoerde biopsie (0,19; p=0,01) zonder verschillen in csPCa-detectie (0,85; p=0,22).

De onderzoekers concluderen dat integratie van MRI in PCa-screening geassocieerd was met vermindering van gebruik van niet-noodzakelijke biopsie en overdiagnose van insignificant PCa met behoud van csPCa-detectie vergeleken met alleen-PSA screening.

1.Fazekas T, Shim SR, Basile G et al. Magnetic resonance imaging in prostate cancer screening. A systematic review and meta-analysis. JAMA Oncol 2024.0734

Summary: Systematic review and meta-analysis of 12 randomized or prospective cohort studies (80,114 men) found that integrating MRI in prostate cancer screening was associated with reduced number of unnecessary biopsies and overdiagnosis of insignificant prostate cancer while maintaining clinically significant prostate cancer detection as compared with PSA-only screening.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prevalentie van functionele beperkingen in Amerikaanse overlevers van maligniteiten (0)
2024-04-06 12:00   ( Nieuws )
Tags:  prevalence of functional disability among US cancer survivors
Dr. Jennifer LigibelHet Behavioral Risk Factor Surveillance System inventariseert door middel van telefonische surveys gezondheids-gerelateerde gegevens van inwoners van de Verenigde Staten. Per jaar worden meer dan 400.000 volwassenen ondervraagd. Een analyse van de resultaten over de jaren 2017 tot en met 2022 heeft prevalentie van functionele beperkingen in overlevers van maligniteiten vergeleken met die van personen zonder geschiedenis van een maligniteit. Dr. Jennifer Ligibel (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde 47.768 volwassen overlevers van maligniteiten en 2.432.754 controlepersonen. De functionele beperkingen die geanalyseerd werden waren mobiliteitsbeperkingen (ernstige problemen met lopen en beklimmen van trappen) en zelfverzorgings beperkingen (problemen met aankleden of wassen). De prevalentie van mobiliteitsbeperkingen (27,9% versus 13,4%) en zelfverzorgings beperkingen (7,4% versus 3,8%) was hoger onder de overlevers dan onder de controlepersonen. In multivariabele analyse hadden de overlevers hogere waarschijnlijkheid van rapporteren van mobiliteits- (OR 1,21; 95%-bti 1,16-1,26) en zelf-verzorgings (1,19; 1,10-1,29) beperkingen dan controlepersonen. De prevalentie van mobiliteits- (34,9% versus 26,3%) en zelfverzorgings- (9,8% versus 6,7%) was hoger onder overlevers die actieve behandeling kregen dan onder overlevers die hun behandeling voltooid hadden. Overlevers uit raciale of etnische minderheidsgroepen, met hogere body mass index, lage fysieke activiteit, laag opleidingsniveau, laag inkomen, en maligniteiten/behandeling gerelateerde pijn hadden hogere prevalentie van de beperkingen.

De onderzoekers concluderen dat meer dan een kwart van de Amerikaanse overlevers van maligniteiten mobiliteitsbeperkingen rapporteert, en bijna 10% zelfverzorgings beperkingen.

1.Cao C, Yang L, Schmitz KH, Ligibel JA. Prevalence and cancer-specific patterns of functional disability among US cancer survivors, 2017-2022. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: Analysis of results of the Behavioral Risk Factor Surveillance System (2017-2022) found that over a quarter of US cancer survivors reported mobility disability, and nearly 10% reported self-care disability.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)