Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Prospectieve cohortstudie van calciuminname en risico van colorectaalcarcinoom (0)
2025-02-18 13:00   ( Nieuws )
Tags:  NIH-AARP Diet and Health Study calcium intake and CRC risk
Dr. Erikka LoftfieldInname van calcium is geassocieerd met verlaging van het risico van colorectaalcarcinoom (CRC), hoewel het niet duidelijk is of deze associatie varieert met verschillende calciumbronnen. Twintig jaar follow-up van de prospectieve NIH-AARP Diet and Health Study heeft de lange-termijn associatie van calciuminname uit verschillende bronnen met CRC in verschillende bevolkingsgroepen geïnventariseerd. Dr. Erikka Loftfield (National Cancer Institute, Rockville MD) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

Van oktober 1995 tot juni includeerde de studie 471.396 deelnemers in de leeftijd van 50 tot en met 71 jaar (gemiddelde leeftijd 62,0 ± 5,4 jaar) met zelf-gerapporteerde goede gezondheid en geen extreem lage of extreem hoge calciuminname. Bij inclusie rapporteerden de deelnemers over hun voedingsgewoonten. De gemiddelde inname van calcium in het laagste kwintiel (Q1) was 401 mg/d onder vrouwen en 407 mg/d onder mannen; de gemiddelde inname in Q5 was 2056 mg/d onder vrouwen en 1773 mg/d onder mannen. Zuivelproducten droegen 42,1% bij aan de calciuminname, niet-zuivel voedingsproducten 34,2%, en supplementen 23,7%.

De deelnemers werden gevolgd tot een eerste diagnose van een maligniteit, overlijden, loss to follow-up, of eind 2018. Tijdens mediaan 18,4 jaar follow-up (ruim zeven miljoen persoonsjaren) werd in 10.618 deelnemers CRC gediagnostiseerd. Hogere calciuminname (Q5 versus Q1) was geassocieerd met lager risico van CRC (HR 0,71; p voor trend < 0,001) met consistente resultaten voor verschillende calciumbronnen en tumorlocaties.

De onderzoekers concluderen dat in deze cohortstudie hogere calciuminname consistent geassocieerd was met verlaagd CRC-risico ongeacht de calciumbronnen en tumorlocaties. Bevordering van de calciuminname onder groepen met lage gebruikelijke inname zou geassocieerd kunnen zijn met verlaging van vermijdbare verschillen in CRC-risico.

1.Zouiouich S, Wahl D, Liao LM et al. Calcium intake and risk of colorectal cancer in the NIH-AARP Diet and Health Study. JAMA Network Open 2025;8:e2460283

Summary: Twenty-year follow-up of the prospective NIH-AARP Diet and Health Study found an association between higher calcium intake an lower CRC risk overall and by tumor site regardless of the source of calcium.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Blaaspreservatie met durvalumab plus tremelimumab en radiotherapie voor gelokaliseerd spierinvasief blaascarcinoom (0)
2025-02-17 16:00   ( Nieuws )
Tags:  IMMUNOPRESERVE trial localized MIBC
Prof. Xavier Garcia-del-MuroRadicale cystectomie is lange tijd beschouwd als de standaard-behandeling voor spierinvasief blaascarcinoom (MIBC). Gelet op de potentiële morbiditeit en kwaliteit-van-leven impact van deze majeure chirurgische procedure wordt gezocht naar blaas-sparende alternatieven. De fase 2-studie IMMUNOPRESERVE, in zes centra in Spanje, heeft transurethrale resectie gevolgd door durvalumab plus tremelimumab met concurrente radiotherapie voor gelokaliseerd MIBC geëvalueerd. Prof. Xavier Garcia-del-Muro (L’Hospitalet del Llobregat, Barcelona) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 32 patiënten die na transurethrale resectie drie cycli kregen van durvalumab 1500 mg plus tremelimumab 75 mg iedere vier weken plus concurrente radiotherapie 64-66 Gy naar de blaas. Het primaire eindpunt was complete respons, gedefinieerd als afwezigheid van MIBC by post-treatment biopsie. Complete respons werd gezien in 26 patiënten (81%), twee patiënten hadden residuele MIBC, en vier patiënten konden niet geëvalueerd worden voor respons. Na mediaan 27 maanden follow-up hadden twee patiënten salvage cystectomie ondergaan. De twee-jaars percentages voor ziektevrije overleving met intacte blaas, afstandsmetastasevrije overleving, en overall survival waren 65% respectievelijk 83% en 84%. De twee-jaars percentages voor niet-spierintensief recidief, MIBC, en afstandsmetastase waren 3% respectievelijk 19% en 16%. Graad 3 of 4 toxiciteiten werden gerapporteerd voor 31% van de patiënten.

De onderzoekers concluderen dat de multimodale behandeling met durvalumab en tremelimumab met concurrente radiotherapie voor gelokaliseerd MIBC veilig en werkzaam is.

1.Garcia-del-Muro X, Valderrama BP, Medina-Comnero A et al. Bladder preservation with durvalumab plus tremelimumab and concurrent radiotherapy in patients with localized muscle-invasive bladder cancer (IMMUNOPRESERVE): a phase II Spanish Oncology GenitoUrinary Group trial. Clin Cancer Res 2025; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 2 IMMUNOPRESERVE trial in Spain found safety and efficacy of durvalumab plus tremelimumab with concurrent radiotherapy for localized muscle-invasve bladder cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter retrospectieve studie van vascular-targeted fotodynamische therapie voor laag-risico prostaatcarcinoom (0)
2025-02-17 14:30   ( Nieuws )
Tags:  Low-risk PrCa VTP
Prof. Luigi NapolitanoVascular-targeted photodynamic therapy (VTP) voor laag-risico prostaatcarcinoom (PrCa) kan in combinatie met multiparametrische MRI een alternatief zijn voor actieve surveillance. Een retrospectieve multicenterstudie in Italië heeft veiligheid en werkzaamheid van VTP voor laag-risico PrCa geëvalueerd. Dr. Luigi Napolitano (Gemeenteziekenhuis Salerno) en collega’s publiceren de studie in Cancers.1

De studie includeerde dertien patiënten die VTP ondergingen voor laag-risico PrCa, en 15 maanden gevolgd werden. Er waren geen complicaties tijdens of na de behandeling. De figuur laat zien dat de mediane PSA-waarde drie maanden na de behandeling afgenomen was van 7,38 ng/ml tot 4,93 ng/ml, en tijdens de rest van de follow-up niet hoger uitkwam dan dit niveau. Negen maanden na de VTP hadden twaalf van dertien patiënten (92,7%) een PSA-afname van 3,9 ng/ml. Er waren ook verbeteringen in de scores op de International Prostate Symptom Score, kwaliteit van leven, en International Index of Erectile Function vragenlijsten.

De onderzoekers concluderen dat VTP een veilig en effectief alternatief is voor actieve surveillance onder patiënten met laag-risico PrCa.

1.Saldutto P, Cavacece F, La Rocca R et al. The safety and efficacy of vascular-targeted photodynamic therapy in low-risk prostate cancer photodynamic therapy in low-risk prostate cancer. Cancers 2025;17:661

Summary: A multicenter retrospective study in Italy found that vascular-targeted photodynamic therapy is a safe and effective alternative to active surveillance in patients with low-risk prostate cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van chemotherapie versus chemo-immuuntherapie na EGFR-TKI voor EGFR-gemuteerd NSCLC (0)
2025-02-17 13:00   ( Nieuws )
Tags:  SPIRAL-STEP study
Dr. Tadaaki YamadaIn patiënten met EGFR-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) die eerder EGFR-TKIs gekregen hadden zijn bemoedigende uitkomsten gezien met het chemo-immuuntherapie regime van atezolizumab, bevacizumab, carboplatine, en paclitaxel (ABCP). De retrospectieve SPIRAL-STEP studie, in twintig centra in Japan, heeft ABCP voor deze patiënten vergeleken met platina-gebaseerde chemotherapie (Chemo-groep) of chemotherapie plus bevacizumab (Chemo + BEV groep). Dr. Tadaaki Yamada (Kyoto Prefectural University of Medicine) en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

De studie includeerde 408 patiënten met gevorderd of recidiverend EGFR-gemuteerd NSCLC na EGFR-TKI therapie. Van deze patiënten kregen 306 (75%) Chemo of Chemo + BEV, en 102 (25%) ABCP. Na propensity score matching waren er geen significante verschillen tussen Chemo of Chemo + BEV en ABCP in progressievrije overleving (mediaan 6,0 maanden versus 7,2 maanden; p=0,44) of overall survival (mediaan 22,5 maanden versus 21,3 maanden; p=0,84). In de subset van patiënten met PD-L1 expressie 50% of hoger was de progressievrije overleving significant langer met ABCP dan met Chemo of Chemo + BEV (mediaan 7,9 maanden versus 4,8 maanden; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met EGFR-gemuteerd NSCLC na EGFR-TKI, ABCP resulteerde in vergelijkbare uitkomsten als platina-gebaseerde chemotherapie met of zonder bevacizumab, terwijl in de subgroep van patiënten met hoge expressie van PD-L1 ABCP resulteerde in betere PFS dan chemotherapie met of zonder bevacizumab.

1.Morimoto K, Yamaada T, Furuya N et al. Exploration of clinical biomarkers for guiding treatment selection between chemotherapy and combination therapy with atezolizumab, bevacizumab, carboplatin, and paclitaxel in EGFR-mutant NSCLC patients after EGFR-TKI therapy: the SPIRAL-STEP study. Lung Cancer 2025.108447

Summary: The multicenter retrospective SPIRAL-STEP study in Japan found that after EGFR-TKI for EGFR-mutant NSCLC, chemo-immunotherapy was equally effective as platinum-based chemotherapy, whereas in the subset with high PD-L1 expression, chemo-immunotherapy resulted in superior PFS and OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen blootstelling aan PFAS in neergeslagen stof in woningen en risico van ALL in kinderen (0)
2025-02-16 16:00   ( Nieuws )
Tags:  PFAS in residential settled dust risk of childhood ALL
Dr. Catherine MetayerPer- en polyfluoralkanen (PFAS) worden in veel omgevingen aangetroffen. Jonge kinderen kunnen al kruipend en door hand-mond gedrag aan deze chemicaliën worden blootgesteld middels ingestie van neergeslagen stof. Verscheidene PFAS zijn in verband gebracht met maligniteiten in volwassenen, maar over het risico in kinderen is weinig informatie beschikbaar. Een multicenter retrospectieve studie in Californië heeft associaties tussen PFAS-concentraties in stof en het risico van ALL in kinderen geïnventariseerd. Dr. Catherine Metayer (University of California, Berkeley) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 178 kinderen met ALL en 207 gezonde controlekinderen (leeftijd nul tot en met zeven jaar) tussen begin 2001 en eind 2007. Stof uit de woningen van de kinderen werd verzameld in stofzuigerzakken en middels LCMS geanalyseerd op gehalten van negentien typen PFAS. Blootstelling aan N-ethyl perfluoroctaan-sulfonamido-azijnzuur (EtFOSAA) was onafhankelijk geassocieerd met het risico van ALL in de kinderen (vierde versus eerste kwartiel: OR 2,58; 95%-bti 1,16-5,71). Ook een mengsel van acht typen PFAS met concentraties tenminste 50% hoger dan de bepalingslimiet was positief geassocieerd met het risico van ALL (OR 1,60; 95%-bti 1,15-1,24).

De onderzoekers concluderen dat blootstelling EtFOSAA en aan het mengsel van acht typen PFAS geassocieerd was met verhoogd risico van ALL in kinderen.

1.Metayer C, Morimoto LM, Vieira VM et al. Exposure to per- and polyfluoroalkyl substances in residential settled dust and risk of childhood acute lymphoblastic leukemia. Int J Cancer 2025.35370

Summary: A multicenter retrospective study in California found that exposure to a mixture of PFAS in settled dust was associated with an overall elevated risk of childhood ALL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van neoadjuvant durvalumab plus chemotherapie voor hoog-risico UTUC (0)
2025-02-16 13:00   ( Nieuws )
Tags:  iNDUCT trial
Prof. Nadine HouédéNa radicale nefro-ureterectomie (RNU) hebben patiënten met hoog-risico upper tract urothelial carcinoma (UTUC) een slechte prognose. De multicenter fase 2-studie iNDUCT in Frankrijk heeft neoadjuvant durvalumab plus chemotherapie voor deze patiënten geëvalueerd. Prof. Nadine Houédé (Centre Hospitalier Régional Universitaire de Nȋmes) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten met niet-metastatisch hooggradig UTUC. Voorafgaand aan de RNU kregen de patiënten vier cycli van durvalumab plus gemcitabine-cisplatine (cohort 1) of durvalumab plus gemcitabine-carboplatine (cohort 2) iedere drie weken, waarbij de cohortkeus werd gemaakt op basis van de glomerulaire filtratiesnelheid. Het primaire eindpunt was het percentage patiënten met pathologisch complete respons in de cohorten.

Cohort 1 bestond uit 31 patiënten en cohort 2 uit 19. De mediane leeftijd was 68 jaar (range 38-79); 59% van patiënten waren mannen. Vijfenveertig patiënten kregen de vier geplande cycli; drie patiënten drie cycli, en twee patiënten twee cycli. Vijf patiënten gingen tijdens de behandeling over van cisplatine naar carboplatine. Bij chirurgie (n=45) waren percentages pT0 13% (4/29) in cohort 1 en 5% (1/19) in cohort 2. Meer dan de helft (51,7%; 15/29) van de patiënten in cohort 1 en 42% (8/19) in cohort 2 waren pTa/pT1. Er werd geen ernstige immuuntherapie-gemedieerde toxiciteit gezien. Chemotherapie-gerelateerd neutropenie graad 4 werd gezien in één patiënt en graad 3 in vier; graad 4 trombocytopenie in één en graad 3 in één, en graad 3 anemie in vier.

De onderzoekers concluderen dat het primaire eindpunt van pCR in geen van beide cohorten bereikt werd, maar dat de combinatie van durvalumab en platina-gebaseerde chemotherapie veelbelovende resultaten had in termen van downstaging, met een acceptabel veiligheidsprofiel.

1.Houédé N, Chevalier T, Audenet F et al. Safety and efficacy of neoadjuvant durvalumab plus gemcitabine/cisplatin or carboplatin in patients with operable high-risk upper tract urothelial carcinoma: the iNDUCT trial. J Clin Oncol 2025-00179

Summary: The multicenter phase 2 iNDUCT study in France found that among patients with high-risk UTUC, the neoadjuvant combination of durvalumab and chemotherapy showed promising results in terms of downstaging, with an acceptable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Ras- of etniciteit-gebonden dispariteiten in overleving in studies van kinderen met hoog-risico neuroblastoom (0)
2025-02-15 16:00   ( Nieuws )
Tags:  high-risk neuroblastoma
Dr. Kira BonaIn de klinische praktijk worden ras- en etniciteit-gebonden dispariteiten gezien in overleving van kinderen met hoog-risico neuroblastoom. Het is niet bekend of dit ook het geval is in klinische studies. Een retrospectieve analyse van resultaten van frontline Children’s Oncology Group (COG) hoog-risico neuroblastoom-studies heeft overall survival (OS) en gebeurtenisvrije overleving (EFS) van kinderen van verschillende rassen geïnventariseerd. Dr. Kira Bona (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

Tussen begin 2007 en eind 2016 werden 696 kinderen met hoog-risico neuroblastoom geïncludeerd in COG inductie/consolidatiecohorten en 935 in COG post-consolidatiecohorten. In de gepoolde inductie/consolidatiecohorten hadden Hispanic kinderen vergeleken met non-Hispanic White (NHW) kinderen significant slechtere OS (HR 1,78; 95%-bti 1,25-2,53) maar niet-verschillende EFS. In de gepoolde post-consolidatiecohorten hadden non-Hispanic Black (NHB)-kinderen (HR 1,54; 95%-bti 1,13-2,11) en Hispanic kinderen (1,63; 1,13-2,11) slechtere OS vergeleken met NHW-kinderen, en hadden Hispanic kinderen ook inferieure EFS vergeleken met HHW-kinderen (1,68; 1,14-2,47).

De onderzoekers concluderen dat NHB- en Hispanic kinderen met hoog-risico neuroblastoom slechtere uitkomsten hebben dan NHW-kinderen, ondanks de uniform-geplande behandeling in COG studies.

1.Umaretiya, Naranjo A, Zhang FF et al. Racial and ethnic survival disparities among children with high-risk neuroblastoma. A Children’s Oncology Group Report. JAMA Network Open 2025;8:e2458531

Summary: Pooled analysis of Children’s Oncology Group (COG) trials found that among children with high-risk neuroblastoma, NHB and Hispanic children had worse outcomes compared with NHW children, despite uniform planned treatment on frontline COG clinical trials.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale retrospectieve studie van uitkomsten na chirurgie voor spinaal hemangioblastoom in sporadische en VHL-ziekte (0)
2025-02-15 14:30   ( Nieuws )
Tags:  sHB von-Hippel Lindau disease
Dr. Johannes WachSpinale hemangioblastomen (sHBs) zijn vasculaire tumoren met significante neurologische implicaties. Een multinationale retrospectieve studie heeft uitkomsten na chirurgie voor sHBs geïnventariseerd. Dr. Johannes Wach (Universitätsklinikum Leipzig, Duitsland) en collega’s publiceren de studie in Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 357 chirurgisch-behandelde sHB-patiënten (199 VHL-geassocieerd, 158 sporadisch) van dertien centra. Complete resectie werd bereikt in 87,7% van de patiënten, resulterend in 72-maands progressievrije overlevingspercentage van 95,1% onder de sporadische patiënten en 91,1% onder de VHL-patiënten; significant beter dan onder patiënten die geen complete resectie ondergingen (HR 0,18; 9%-bti 0,08-0,4). Voorspellers van ongunstige uitkomsten waren preoperatieve modified McCormick Scale socre 2 of hoger, intramedullaire tumorlocatie, en preoperatieve bloeding. Factoren die onafhankelijk geassocieerd waren de VHL-ziekte in sHBs waren niet-cervicale tumorlocatie, intramedullaire groei, en leeftijd jonger dan 43 jaar.

De onderzoekers concluderen dat complete chirurgisch resectie van belang is voor lange-termijn tumorcontrole en gunstige functionele uitkomsten in zowel sporadische als VHL-geassocieerde sHBs (graphical abstract).

1.Wach J, Basaran AE, Vychopen M et al. Local tumor control and neurological outcomes after surgery for spinal hemangioblastomas in sporadic and von-Hippel-Lindau diease: a multicenter study. Neuro-Oncol 2025;noaf041

Summary: A multinational retrospective study found that complete surgical resection is essential for long-term tumor control and favorable functional outcomes in both sporadic and von Hippel Lindau-associated spinal hemangioblastomas.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)