Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter fase 1-studies van ALLO-501 of cema-cel voor recidiverend of refractair grootcellig B-cel lymfoom (0)
2025-02-15 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ALPHA2 ALPHA clinical studies R R LBCL ALLO-501 or cema-cel
Dr. Frederick LockeCemacabtagene ansededleucel (cema-cel, voorheen ALLO-501A) en de cema-cel voorloper ALLO-501 zijn off-the-shelf allogene CD19 CAR T-celproducten die zijn verkregen van gezonde donoren. De multicenter fase 1-studies ALPHA2 en ALPHA in de Verenigde Staten hebben cema-cel en ALLO-501 geëvalueerd voor CD19 CAR T-naïeve patiënten met recidiverend of refractair grootcellig B-cel lymfoom (R/R LBCL). Dr. Frederick Locke (Moffitt Cancer Center, Tampa FL) en collega’s publiceren resultaten van de studies in het Journal of Clinical Oncology.1



De studies includeerden tezamen 33 patiënten (mediane leeftijd 66 jaar; mediaan drie eerdere lijnen behandeling) die na drie dagen lymfodepletie cema-cel of ALLO-501 toegediend kregen. Na infusie werd expansie van de CAR T-cellen gezien, met persistentie tot 4 maanden. De overall response rate was 58% met complete respons in 42%. De mediane duur van respons in patiënten met complete respons was 23,1 maanden. De meest-gerapporteerde treatment-emergent adverse events waren hematologische toxiciteiten. Er waren geen patiënten met graft-versus-host ziekte, ICNS, of graad 3 of hoger cytokine release syndrome.

De onderzoekers concluderen dat allogene CD19 CAR T-cellen veelbelovende overall respons en duurzame complete respons induceerden met aan manageable veiligheidsprofiel onder CD19 CAR T-naïeve patiënten met R/R LBCL.

1.Locke FL, Munoz JL, Tees MT et al. Allogeneic CAR T cell products cemacabtagene ansegedleucel/ALLO-501 in relapsed/refractory large B-cell lymphoma: phase 1 experiences from the ALPHA2/ALPHA clinical studies. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 1 ALPHA2 and ALPHA studiesin the USA found that the allogeneic CD19 CAR T cell products cema-cel and ALLO-501 demonstrated promising overall and durable complete response rates with a manageable safety profile in CD19 CAR T-naïve patients with R/R LBCL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter gerandomiseerde fase 2-studie van enzalutamide met of zonder Lu-PSMA-617 voor mCRPC: OS en HRQOL (0)
2025-02-14 16:00   ( Nieuws )
Tags:  ENZA-p trial mCRPC
Prof. Louise EmmettDe gerandomiseerde fase 2-studie ENZA-p, in vijftien centra in Australië, randomiseerde patiënten met metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC) naar eerstelijns enzalutamide met of zonder [177Lu]Lu-PSMA-617. De vorig jaar gepubliceerde interimanalyse van de studie liet zien dat toevoegen van Lu-PSMA-617 aan enzalutamide geassocieerd was met significante verbetering van de progressievrije overleving. Prof. Louise Emmett (St Vincents’s Hospital, Sydney) en collega’s publiceren nu in The Lancet Oncology resultaten voor de secundaire eindpunten overall survival (OS) en gezondheids-gerelateerde kwaliteit van leven (HRQOL).1


De studie randomiseerde 162 volwassen mannen die niet eerdere docetaxel of remmers van de androgeenreceptorroute hadden gekregen voor gallium-68 PSMA-PET-CT positieve ziekte, met een ECOG perfomance status 2 of beter en tenminste twee risicofactoren voor vroege progressie op enzalutamide. De alleen-enzalutamidegroep telde 79 patiënten en de Lu-PSMA-617 plus enzalutamidegroep 83. Na mediaan 34 maanden follow-up waren 96 deelnemers overleden: 53 (67%) in de alleen-enzalutamidegroep en 43 (52% in de Lu-PSMA plus enzalutamidegroep. De OS was langer in de Lu-PSMA-617 plus enzalutamidegroep (mediaan 34 maanden) dan in de alleen-enzalutamidegroep (mediaan 26 maanden; HR 0,55; p=0,0053).

HRQOL-gegevens waren beschikbaar voor 154 deelnemers (95%). Twaalf-maands verslechteringsvrije-overlevingspercentages waren beter in de Lu-PSMA-617 plus enzalutamidegroep dan in de alleen-enzalutamidegroep voor zowel fysiek functioneren als algemene gezondheid; Lu-PSMA-617 plus enzalutamide resulteerde ook in betere scores voor pijn en vermoeidheid maar slechtere scores voor xerostomie; voor alle andere domeinen waren er geen significante verschillen tussen de groepen. Graad 3 en 4 treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 46% in de Lu-PSMA-617 plus enzalutamidegroep en 44% in de alleen-enzalutamidegroep; er waren geen graad 5 TRAEs

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van [177Lu]Lu-PSMA-617 aan enzalutamide resulteerde in verbetering van OS en sommige aspecten van HRQOL onder patiënten met hoog-risico mCRPC.

1.Emmett L, Subramanian S, Crumbaker M et al. Overall survival and quality of life with [177Lu]Lu-PSMA-617 plus enzalutamide versus enzalutamide alone in metastatic castration-resistant prostate cancer (ENZA-p): secondary outcomes from a multicentre, open-label, randomised, phase 2 trial. Lancet Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: Secondary analysis of the ENZA-p trial found that addition of [177Lu]Lu-PSMA-617 to first-line enzalutamide was associated with improved survival and some aspects of HRQOL in patients with high-risk mCRPC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen tumorinfiltrerende lymfocyten en overlevingsuitkomsten in vroeg HER2-positief mammacarcinoom (0)
2025-02-14 14:30   ( Nieuws )
Tags:  ShortHER trial early HER2-positive BC
Dr. Maria Vittoria DieciEr is behoefte aan biomarkers voor het geleiden van deëscalatie van de behandeling van patiënten met HER2-positief vroeg mammacarcinoom (HER2+ EBC). De multicenter gerandomiseerde ShortHER studie in Italië heeft gehalte van tumorinfiltrerende lymfocyten als biomarker geëvalueerd. Dr. Maria Vittoria Dieci (Universiteit van Padua) en collega’s publiceren in JAMA Oncology tien-jaars follow-up resultaten van de studie.1

De studie randomiseerde 1253 patiënten naar negen weken (korte behandeling of één jaar (lange behandeling) adjuvant trastuzumab plus chemotherapie. Er waren 866 patiënten met evalueerbare baseline TIL-gehalten. In Cox-analyse was elk 5% TIL-increment geassocieerd met verbetering van de afstands-ziektevrije overleving (DDFS; HR 0,87; p=0,001) en overall survival (OS; HR 0,89; p=0,01). De tien-jaars OS-percentages waren 91,3% onder patiënten met TILs 20% of hoger; 93,3% onder patiënten met TILs 30% of hoger; en 98,1% onder patiënten met TILs 50% of hoger. Patiënten met TILs lager dan 20% hadden betere uitkomsten met lange dan met korte behandeling (tien-jaars DDFS 88,7% versus 81,0%) terwijl patiënten met TILs 20% of hoger slechtere uitkomsten hadden met lange dan met korte behandeling (tien-jaars DDFS 87,1% versus 92,2%; p voor interactie 0,01). Patiënten met TILs hoger dan 20% hadden tien-jaars OS-percentage 89,3% in de groep met lange behandeling versus 93,1% in de groep met korte behandeling (HR 0,36; 95%-bti 0,10-1,36) terwijl patiënten met TILs lager dan 20% tien-jaars OS percentages hadden van 91,3% in de groep met de lange behandeling en 86,9% in de groep met de korte behandeling (HR 1,36; 95%-bti 0,82-2,23; p voor interactie 0,06).

De onderzoekers concluderen dat baseline TIL-gehalte geassocieerd is met overlevingsuitkomsten in HER2+ EBC en kan worden gebruikt als biomarker voor het deëscaleren van adjuvante therapie (visual abstract).

1.Dieci MV, Bisagni G, Bartolini S et al. Tumor-infiltrating lymphocytes and survival outcomes in early ERBB2-positive breast cancer. 10-year analysis of the ShortHER randomized clinical trial. JAMA Oncol (2025) 2024.6872

Summary: Ten-year follow-up of the multicenter randomized ShortHER trial in Italy found that TILs can serve as a biomarker to identify patients with HER2-positive early breast cancer who may safely undergo de-escalated adjuvant therapy without compromising long-term survival outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties tussen niet-gevorderd of gevorderd adenoom en lange-termijn risico van CRC en mortaliteit (0)
2025-02-14 13:00   ( Nieuws )
Tags:  Minnesota Colon Cancer Control Study
Prof. Aasma ShaukatColoscopie verlaagt het risico van colorectaalcarcinoom (CRC) dooe vroege detectie van CRC en verwijdering van adenomateuze poliepen. Analyse onder deelnemers van de prospectieve Minnesota Colon Cancer Control Study heeft de associatie tussen niet-gevorderde of gevorderde adenomen met CRC-incidentie, CRC-mortaliteit, en all-cause mortaliteit geïnventariseerd. Prof. Aasma Shaukat en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

Onder de 46.551 deelnemers van de studie (45 jaar of ouder) waren er 10.584 die coloscopie ondergingen na een positieve FOBT. In de groep patiënten zonder detectie van adenoom was het twintig-jaars risico van CRC 1,8% (95%-bti 1,5-2,1), vergeleken met 3,9% (2,7-5,4) in de groep met niet-gevorderd adenoom en 5,5% (4,1-7,2) in de groep met gevorderd adenoom. Vergeleken met patiënten zonder adenoom was het twintig-jaars risico van CRC significant verhoogd onder patiënten met niet-gevorderd adenoom (sHR 2,24; p<0,001) en gevorderd adenoom (3,24; p<0,001). Vergeleken met patiënten zonder adenoom hadden patiënten met gevorderd adenoom een significant verhoogd risico van CRC-mortaliteit (sHR 2,20; p<0,001) en all-cause mortaliteit (1,12; p=0,005). Patiënten met niet-gevorderd adenoom hadden geen statistisch significant verhoogd risico van CRC-mortaliteit of all-cause mortaliteit.

De onderzoekers concluderen dat de analyse bevestigt dat het risico van CRC-incidentie en CRC-mortaliteit verhoogd is onder patiënten met gevorderde adenomen, en een niet-eerder gerapporteerd verhoogd risico van all-cause mortaliteit onder deze patiënten laat zien.

1.Shaukat A, Goffredo P, Wolf JM et al. Advanced adenoma and long-term risk of colorectal cancer, cancer-related mortality, and mortality. JAMA Network Open 2025;8:e2459703

Summary: Analysis in the cohort of the Minnesota Colon Cancer Control Study found an increased risk of all-cause mortality among patients with advanced adenomas at colonoscopy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gepoolde analyse van MRD-gebaseerd eindpunt voor versnelde beoordeling van multipel-myeloomstudies (0)
2025-02-13 16:00   ( Nieuws )
Tags:  MM MRD-based endpoint
Prof. Qian ShiNieuw-goedgekeurde middelen en combinaties voor de behandeling van multipel myeloom (MM) hebben geresulteerd in substantiële verbeteringen in overleving van de patiënten. Om snelle toegang tot deze behandelingen mogelijk te maken zijn vroegere eindpunten van klinische studies vereist. Een gepoolde analyse door de International Independent Team for Endpoint Approval of Myeloma Residual Disease (i2TEAMM) groep heeft minimaal residuele ziekte-negatieve complete respons (MRD-CR) geëvalueerd als intermediair eindpunt voor progressievrije ziekte en overall survival in nieuw-gediagnostiseerde (ND) transplant-eligible (NDTE)-patiënten, ND transplant-ineligible (NDTinE)-patiënten, en patiënten met recidiverend of refractair (RR) MM. Prof. Qian Shi (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De ondezoekers voerden een gepoolde analyse uit van individuele patiëntgegevens van elf gerandomiseerde multicenterstudies. De analyse wees uit dat MRD-CR bij 10-5 drempelwaarde, zowel na negen als na twaalf maanden behandeling, sterk gecorreleerd waren met PFS op patiënten-niveau in NDTE-patiënten, NDTinE-patiënten, en RRMM-patiënten. De ORs liepen uiteen van 3,06 tot 16,24, met 95%-betrouwbaarheidsintervals die 1,0 uitsloten. Op studieniveau werden bemoedigende correlaties (R2 0.61-0,70) gezien door het poolen van drie populaties, met sterkere correlaties (R2 0,67-0,78) in de ND-populatie. Voor OS werden vergelijkbare resultaten gezien.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten het gebruik van MRD-CR (drempelwaarde 10-5) na negen of twaalf maanden behandeling steunen als intermediair eindpunt voor PFS en OS in NDTE-patiënten, NDTinE-patiënten en RRMM-patiënten.

1.Shi Q, Paiva B, Pederson LD et al. Minimal residual disease-based end point for accelerated assessment of clinical trials in multiple myeloma: a pooled analysis of individual patient data from multiple randomized trials. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: Pooled analysis of individual patient data from eleven studies (4,773 patients) provided support for the use of MRD-CR classified at a 10-5 threshold at either 9 or 12 months after start of treatment as in intermediate endpoint in patients with newly diagnosed transplant eligible or transplant ineligible or relapsed/refractory multiple myeloma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van ensartinib voor gevorderd of metastatisch NSCLC met MET exon 14 skipping mutaties (0)
2025-02-13 14:30   ( Nieuws )
Tags:  EMBRACE trial METex14-positive NSCLC ensartinib
Prof. Wen LiMET exon 14 skipping mutatie (METex14) is een driver van niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Ensartinib is een type Ia MET-remmer. De fase 2-studie EMBRACE, in zes centra in China, heeft ensartinib geëvalueerd voor METex14-positief gevorderd of metastatisch NSCLC na falen van eerstelijns chemotherapie of immuuntherapie. Prof. Wen Li (Zhejiang Universiteit) en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde 31 patiënten die oraal ensartinib 225 mg eenmaal daags kregen tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. De mediane follow-up van de 30 evalueerbare patiënten was 9,2 maanden. De figuur laat zien dat de objective response rate (primair eindpunt) 53,3% bedroeg (95%-bti 35,5-71,2) en de disease control rate 86,7% (74,5-98,8). De mediane duur van respons was 7,9 maanden (95%-bti 4,8-8,7), en de mediane progressievrije overleving was 6,0 maanden (3,0-8,8). Adverse events werden gerapporteerd voor 24 patiënten (80%) en graad 3 AEs voor zeven patiënten (23,3%). Exploratieve analyse liet zien dat klaring van ctDNA na vier weken behandeling geassocieerd was met gunstige uitkomsten.

De onderzoekers concluderen dat ensartinib veelbelovende antitumoractiviteit en manageable veiligheid had voor eerder-behandeld gevorderd of metastatisch METex14-positief NSCLC.

1.Xia Y, Tian O, Zhou M et al. Ensartinib for advanced or metastatic non-small-cell lung cancer with MET exon 14 skipping mutations (EMBRACE): a multi-center, single-arm, phase 2 trial. eClinMed 2025.103099

Summary: The multicenter phase 2 EMBRACE trial in China found promising antitumor activity and manageable safety in previously treated patients with advanced or metastatic METex14 positive NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van lange-termijn overleving met verschillende ICI-regimes voor PD-L1 negatief metastatisch NSCLC (0)
2025-02-13 13:00   ( Nieuws )
Tags:  PD-L1-negative mNSCLC ICIs
Dr. Janakiraman SubramanianImmuuncheckpointremmer (ICI) met of zonder chemotherapie is de standaard eerstelijns behandeling voor metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC) zonder actionabele varianten. Patiënten met negatieve PD-L1 status hebben slechtere overleving met ICIs plus chemotherapie dan patiënten met positieve PD-L1 status. De optimale eerstelijns behandeling voor PD-L1 negatieve patiënten is nog niet duidelijk. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft onderzocht of er verschillen zijn in overlevingsprofijt met verschillende ICI-regimes voor PD-L1 negatief mNSCLC. Dr. Janakiraman Subramanian (Inova Schar Cancer Institute, Fairfax VA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de literatuur identificeerden de onderzoekers zes gerandomiseerde fase 3-studies (tezamen 1684 patiënten) gepubliceerd tussen begin 2022 en eind 2024 die overall survival en/of progressievrije overleving rapporteerden met ICI-gebaseerde regimes versus alleen chemotherapie voor PD-L1 negatief mNSCLC. De figuur toont de resultaten van de analyse. In meta-analyse hadden patiënten in de ICI-groepen superieure OS (HR 0,75; 95%-bti 0,66-0,85; I2=41%) en PFS (0,72; 0,64-0,81; I2=0%) vergeleken met de patiënten in de controlegroepen. Patiënten die doublet-ICI kregen hadden betere OS dan patiënten die single-agent ICI kregen (HR 0,69; 95%-bti 0,60 versus 0,80; 0,66-0,95) maar dit verschil was niet statistisch significant (p=0,21). Onder de studies die single-agent ICI plus chemotherapie vergeleken met alleen chemotherapie had KEYNOTE-189 betere OS in de ICI-groep dan andere studies (HR 0,55; 95%-bti 0,39-0,77). Analyse na exclusie van de KEYNOTE-189 resultaten liet verlaagd maar nog wel statistisch significant OS-profijt met ICI zien (HR 0,86; 95%-bti 0,75-0,88; I2=0%). PFS was niet statistich significant verschillend tussen doublet-ICI and single-agent ICI (p=0,81). Onder patiënten met squameus NSCLC was doublet-ICI versus chemotherapie geassocieerd met betere OS (HR 0,52; 95%-bti 0,33-0,81); dit was niet het geval met single-agent ICI (0,85; 0,66-1,10). Patiënten met niet-squameuze histologie hadden vergelijkbaar OS-profijt van doublet en single-agent ICI.

De onderzoekers concluderen dat de meta-analyse suggereert dat eerstelijns doublet-ICI regimes OS-profijt kunnen leveren onder patiënten met PD-L1 negatief squameus mNSCLC, terwijl single-agent ICI regimes de voorkeur kunnen hebben onder patiënten met niet-squameuze histologie.

1.Ponvilawan B, Bansal D, Karim NA et al. Long-term survival by number of immune checkpoint inhibitors in PD-L1-negative metastatic NSCLC. A systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2025

SummaryMeta-analysis meta-analysis of 6 phase 3 randomized controlled trials evaluated the OS and PFS impact of first-line doublet and single-agent ICI-based regimes in PD-L1-negative metastatic non-small cell lung cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Perioperatief of postoperatief SOX versus adjuvant CapOx voor lokaal-gevorderd G/GEJ carcinoom: OS-analyse van RESOLVE (0)
2025-02-12 16:00   ( Nieuws )
Tags:  multicenter phase 3 RESOLVE trial overall survival
Prof. Jiafu JiDe multicenter fase 3-studie RESOLVE in China randomiseerde volwassen patiënten met lokaal-gevorderd adenocarcinoom van maag of slokdarm-maagovergang (LA G/GEJ-adenocarcinoom) die in aanmerking kwamen voor D2 gastrectomie 1:1:1 naar acht cycli adjuvant CapOx, acht cycli adjuvant SOX, of perioperatief SOX (drie cycli preoperatief en vijf cycli postoperatief, gevolgd door drie cycli S-1 monotherapie). De primaire analyse van de studie, gepubliceerd in 2021, liet zien dat de drie-jaars ziektevrije overleving beter was met perioperatief SOX dan met adjuvant CapOx, en niet slechter met adjuvant SOX dan met adjuvant CapOx. Prof. Jiafu Ji (Peking University Cancer Hospital & Institute, Beijing) en collega’s publiceren nu in The Lancet Oncology finale overall survival resultaten van de studie.1

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up van de 1022 patiënten in de ITT-populatie (adjuvant CapOx n=345; adjuvant SOX n=340; perioperatief SOX n=337) 62,8 maanden (IQR 52,0-75,1). De vijf-jaars OS-percentages waren 52,1% in de adjuvant CapOx-groep; 61,0% in de adjuvant SOX-groep, en 60,9% in de perioperatief SOX-groep. Vergeleken met adjuvant CapOx was de OS significant langer met perioperatief SOX (HR 0,79; p=0,049) en met adjuvant SOX (0,77; p=0,033).

De onderzoekers concluderen dat de vijf-jaars OS-analyse consistent met de primaire DFS-analyse overlevingsvoordeel liet zien met perioperatief SOX en adjuvant SOX vergeleken met het standaard adjuvant CapOx regime voor patiënten met LA G/GEJ-adenocarcinoom.

1.Zhang X, Liang H, Li Z et al. Perioperative or postoperative adjuvant oxaliplatin with S-1 versus adjuvant oxaliplatin with capecitabine in patients with locally advanced gastric or gastro-esophageal junction adenocarcinoma undergoing D2 gastrectomy (RESOLVE): final report of a randomised, open-label, phase 3 trial. Lancet Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 RESOLVE trial in China found an overall survival advantage with perioperative SOX and adjuvant SOX compared with the standard adjuvant CapOx regimen for locally advanced gastric or gastro-esophageal junction adenocarcinoma patients undergoing D2 gastrectomy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)