Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associaties tussen niet-gevorderd of gevorderd adenoom en lange-termijn risico van CRC en mortaliteit (0)
2025-02-14 13:00   ( Nieuws )
Tags:  Minnesota Colon Cancer Control Study
Prof. Aasma ShaukatColoscopie verlaagt het risico van colorectaalcarcinoom (CRC) dooe vroege detectie van CRC en verwijdering van adenomateuze poliepen. Analyse onder deelnemers van de prospectieve Minnesota Colon Cancer Control Study heeft de associatie tussen niet-gevorderde of gevorderde adenomen met CRC-incidentie, CRC-mortaliteit, en all-cause mortaliteit geïnventariseerd. Prof. Aasma Shaukat en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

Onder de 46.551 deelnemers van de studie (45 jaar of ouder) waren er 10.584 die coloscopie ondergingen na een positieve FOBT. In de groep patiënten zonder detectie van adenoom was het twintig-jaars risico van CRC 1,8% (95%-bti 1,5-2,1), vergeleken met 3,9% (2,7-5,4) in de groep met niet-gevorderd adenoom en 5,5% (4,1-7,2) in de groep met gevorderd adenoom. Vergeleken met patiënten zonder adenoom was het twintig-jaars risico van CRC significant verhoogd onder patiënten met niet-gevorderd adenoom (sHR 2,24; p<0,001) en gevorderd adenoom (3,24; p<0,001). Vergeleken met patiënten zonder adenoom hadden patiënten met gevorderd adenoom een significant verhoogd risico van CRC-mortaliteit (sHR 2,20; p<0,001) en all-cause mortaliteit (1,12; p=0,005). Patiënten met niet-gevorderd adenoom hadden geen statistisch significant verhoogd risico van CRC-mortaliteit of all-cause mortaliteit.

De onderzoekers concluderen dat de analyse bevestigt dat het risico van CRC-incidentie en CRC-mortaliteit verhoogd is onder patiënten met gevorderde adenomen, en een niet-eerder gerapporteerd verhoogd risico van all-cause mortaliteit onder deze patiënten laat zien.

1.Shaukat A, Goffredo P, Wolf JM et al. Advanced adenoma and long-term risk of colorectal cancer, cancer-related mortality, and mortality. JAMA Network Open 2025;8:e2459703

Summary: Analysis in the cohort of the Minnesota Colon Cancer Control Study found an increased risk of all-cause mortality among patients with advanced adenomas at colonoscopy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gepoolde analyse van MRD-gebaseerd eindpunt voor versnelde beoordeling van multipel-myeloomstudies (0)
2025-02-13 16:00   ( Nieuws )
Tags:  MM MRD-based endpoint
Prof. Qian ShiNieuw-goedgekeurde middelen en combinaties voor de behandeling van multipel myeloom (MM) hebben geresulteerd in substantiële verbeteringen in overleving van de patiënten. Om snelle toegang tot deze behandelingen mogelijk te maken zijn vroegere eindpunten van klinische studies vereist. Een gepoolde analyse door de International Independent Team for Endpoint Approval of Myeloma Residual Disease (i2TEAMM) groep heeft minimaal residuele ziekte-negatieve complete respons (MRD-CR) geëvalueerd als intermediair eindpunt voor progressievrije ziekte en overall survival in nieuw-gediagnostiseerde (ND) transplant-eligible (NDTE)-patiënten, ND transplant-ineligible (NDTinE)-patiënten, en patiënten met recidiverend of refractair (RR) MM. Prof. Qian Shi (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Clinical Oncology.1

De ondezoekers voerden een gepoolde analyse uit van individuele patiëntgegevens van elf gerandomiseerde multicenterstudies. De analyse wees uit dat MRD-CR bij 10-5 drempelwaarde, zowel na negen als na twaalf maanden behandeling, sterk gecorreleerd waren met PFS op patiënten-niveau in NDTE-patiënten, NDTinE-patiënten, en RRMM-patiënten. De ORs liepen uiteen van 3,06 tot 16,24, met 95%-betrouwbaarheidsintervals die 1,0 uitsloten. Op studieniveau werden bemoedigende correlaties (R2 0.61-0,70) gezien door het poolen van drie populaties, met sterkere correlaties (R2 0,67-0,78) in de ND-populatie. Voor OS werden vergelijkbare resultaten gezien.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten het gebruik van MRD-CR (drempelwaarde 10-5) na negen of twaalf maanden behandeling steunen als intermediair eindpunt voor PFS en OS in NDTE-patiënten, NDTinE-patiënten en RRMM-patiënten.

1.Shi Q, Paiva B, Pederson LD et al. Minimal residual disease-based end point for accelerated assessment of clinical trials in multiple myeloma: a pooled analysis of individual patient data from multiple randomized trials. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: Pooled analysis of individual patient data from eleven studies (4,773 patients) provided support for the use of MRD-CR classified at a 10-5 threshold at either 9 or 12 months after start of treatment as in intermediate endpoint in patients with newly diagnosed transplant eligible or transplant ineligible or relapsed/refractory multiple myeloma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van ensartinib voor gevorderd of metastatisch NSCLC met MET exon 14 skipping mutaties (0)
2025-02-13 14:30   ( Nieuws )
Tags:  EMBRACE trial METex14-positive NSCLC ensartinib
Prof. Wen LiMET exon 14 skipping mutatie (METex14) is een driver van niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Ensartinib is een type Ia MET-remmer. De fase 2-studie EMBRACE, in zes centra in China, heeft ensartinib geëvalueerd voor METex14-positief gevorderd of metastatisch NSCLC na falen van eerstelijns chemotherapie of immuuntherapie. Prof. Wen Li (Zhejiang Universiteit) en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie includeerde 31 patiënten die oraal ensartinib 225 mg eenmaal daags kregen tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. De mediane follow-up van de 30 evalueerbare patiënten was 9,2 maanden. De figuur laat zien dat de objective response rate (primair eindpunt) 53,3% bedroeg (95%-bti 35,5-71,2) en de disease control rate 86,7% (74,5-98,8). De mediane duur van respons was 7,9 maanden (95%-bti 4,8-8,7), en de mediane progressievrije overleving was 6,0 maanden (3,0-8,8). Adverse events werden gerapporteerd voor 24 patiënten (80%) en graad 3 AEs voor zeven patiënten (23,3%). Exploratieve analyse liet zien dat klaring van ctDNA na vier weken behandeling geassocieerd was met gunstige uitkomsten.

De onderzoekers concluderen dat ensartinib veelbelovende antitumoractiviteit en manageable veiligheid had voor eerder-behandeld gevorderd of metastatisch METex14-positief NSCLC.

1.Xia Y, Tian O, Zhou M et al. Ensartinib for advanced or metastatic non-small-cell lung cancer with MET exon 14 skipping mutations (EMBRACE): a multi-center, single-arm, phase 2 trial. eClinMed 2025.103099

Summary: The multicenter phase 2 EMBRACE trial in China found promising antitumor activity and manageable safety in previously treated patients with advanced or metastatic METex14 positive NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van lange-termijn overleving met verschillende ICI-regimes voor PD-L1 negatief metastatisch NSCLC (0)
2025-02-13 13:00   ( Nieuws )
Tags:  PD-L1-negative mNSCLC ICIs
Dr. Janakiraman SubramanianImmuuncheckpointremmer (ICI) met of zonder chemotherapie is de standaard eerstelijns behandeling voor metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC) zonder actionabele varianten. Patiënten met negatieve PD-L1 status hebben slechtere overleving met ICIs plus chemotherapie dan patiënten met positieve PD-L1 status. De optimale eerstelijns behandeling voor PD-L1 negatieve patiënten is nog niet duidelijk. Een systematisch overzicht en meta-analyse van gepubliceerde studies heeft onderzocht of er verschillen zijn in overlevingsprofijt met verschillende ICI-regimes voor PD-L1 negatief mNSCLC. Dr. Janakiraman Subramanian (Inova Schar Cancer Institute, Fairfax VA) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Network Open.1

In de literatuur identificeerden de onderzoekers zes gerandomiseerde fase 3-studies (tezamen 1684 patiënten) gepubliceerd tussen begin 2022 en eind 2024 die overall survival en/of progressievrije overleving rapporteerden met ICI-gebaseerde regimes versus alleen chemotherapie voor PD-L1 negatief mNSCLC. De figuur toont de resultaten van de analyse. In meta-analyse hadden patiënten in de ICI-groepen superieure OS (HR 0,75; 95%-bti 0,66-0,85; I2=41%) en PFS (0,72; 0,64-0,81; I2=0%) vergeleken met de patiënten in de controlegroepen. Patiënten die doublet-ICI kregen hadden betere OS dan patiënten die single-agent ICI kregen (HR 0,69; 95%-bti 0,60 versus 0,80; 0,66-0,95) maar dit verschil was niet statistisch significant (p=0,21). Onder de studies die single-agent ICI plus chemotherapie vergeleken met alleen chemotherapie had KEYNOTE-189 betere OS in de ICI-groep dan andere studies (HR 0,55; 95%-bti 0,39-0,77). Analyse na exclusie van de KEYNOTE-189 resultaten liet verlaagd maar nog wel statistisch significant OS-profijt met ICI zien (HR 0,86; 95%-bti 0,75-0,88; I2=0%). PFS was niet statistich significant verschillend tussen doublet-ICI and single-agent ICI (p=0,81). Onder patiënten met squameus NSCLC was doublet-ICI versus chemotherapie geassocieerd met betere OS (HR 0,52; 95%-bti 0,33-0,81); dit was niet het geval met single-agent ICI (0,85; 0,66-1,10). Patiënten met niet-squameuze histologie hadden vergelijkbaar OS-profijt van doublet en single-agent ICI.

De onderzoekers concluderen dat de meta-analyse suggereert dat eerstelijns doublet-ICI regimes OS-profijt kunnen leveren onder patiënten met PD-L1 negatief squameus mNSCLC, terwijl single-agent ICI regimes de voorkeur kunnen hebben onder patiënten met niet-squameuze histologie.

1.Ponvilawan B, Bansal D, Karim NA et al. Long-term survival by number of immune checkpoint inhibitors in PD-L1-negative metastatic NSCLC. A systematic review and meta-analysis. JAMA Network Open 2025

SummaryMeta-analysis meta-analysis of 6 phase 3 randomized controlled trials evaluated the OS and PFS impact of first-line doublet and single-agent ICI-based regimes in PD-L1-negative metastatic non-small cell lung cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Perioperatief of postoperatief SOX versus adjuvant CapOx voor lokaal-gevorderd G/GEJ carcinoom: OS-analyse van RESOLVE (0)
2025-02-12 16:00   ( Nieuws )
Tags:  multicenter phase 3 RESOLVE trial overall survival
Prof. Jiafu JiDe multicenter fase 3-studie RESOLVE in China randomiseerde volwassen patiënten met lokaal-gevorderd adenocarcinoom van maag of slokdarm-maagovergang (LA G/GEJ-adenocarcinoom) die in aanmerking kwamen voor D2 gastrectomie 1:1:1 naar acht cycli adjuvant CapOx, acht cycli adjuvant SOX, of perioperatief SOX (drie cycli preoperatief en vijf cycli postoperatief, gevolgd door drie cycli S-1 monotherapie). De primaire analyse van de studie, gepubliceerd in 2021, liet zien dat de drie-jaars ziektevrije overleving beter was met perioperatief SOX dan met adjuvant CapOx, en niet slechter met adjuvant SOX dan met adjuvant CapOx. Prof. Jiafu Ji (Peking University Cancer Hospital & Institute, Beijing) en collega’s publiceren nu in The Lancet Oncology finale overall survival resultaten van de studie.1

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up van de 1022 patiënten in de ITT-populatie (adjuvant CapOx n=345; adjuvant SOX n=340; perioperatief SOX n=337) 62,8 maanden (IQR 52,0-75,1). De vijf-jaars OS-percentages waren 52,1% in de adjuvant CapOx-groep; 61,0% in de adjuvant SOX-groep, en 60,9% in de perioperatief SOX-groep. Vergeleken met adjuvant CapOx was de OS significant langer met perioperatief SOX (HR 0,79; p=0,049) en met adjuvant SOX (0,77; p=0,033).

De onderzoekers concluderen dat de vijf-jaars OS-analyse consistent met de primaire DFS-analyse overlevingsvoordeel liet zien met perioperatief SOX en adjuvant SOX vergeleken met het standaard adjuvant CapOx regime voor patiënten met LA G/GEJ-adenocarcinoom.

1.Zhang X, Liang H, Li Z et al. Perioperative or postoperative adjuvant oxaliplatin with S-1 versus adjuvant oxaliplatin with capecitabine in patients with locally advanced gastric or gastro-esophageal junction adenocarcinoma undergoing D2 gastrectomy (RESOLVE): final report of a randomised, open-label, phase 3 trial. Lancet Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: The multicenter phase 3 RESOLVE trial in China found an overall survival advantage with perioperative SOX and adjuvant SOX compared with the standard adjuvant CapOx regimen for locally advanced gastric or gastro-esophageal junction adenocarcinoma patients undergoing D2 gastrectomy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van ipilimumab-nivolumab-panitumumab voor KRAS/NRAS/BRAF wildype microsatelliet-stabiel mCRC (0)
2025-02-12 14:30   ( Nieuws )
Tags:  KRAS NRAS BRAF WT metastatic colorectal cancer
Dr. Hanna SanoffEen standaard-therapie voor patiënten met KRAS/NRAS/BRAF-wildtype (wt) microsatelliet-stabiel (MSS) metatastisch colorectaalcarcinoom (mCRC) is het op EGFR gerichte monoklonale antilichaam panitumumab. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft de combinatie van ipilimumab, nivolumab, en panitumumab voor deze patiënten geïnventariseerd. Dr. Hanna Sanoff (University of North Carolina, Chapel Hill) en collega’s publiceren de studie in JCO Oncology Advances.1


De studie includeerde 56 patiënten die tenminste één eerdere lijn therapie hadden gekregen, maar geen anti-EGFR middel of immuuncheckpointremmer. De patiënten kregen ipilimumab 1 mg/kg iedere zes weken, nivolumab 240 mg iedere twee weken, en panitumumab 6 mg/kg iedere twee weken tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit. De figuur laat zien dat respons werd gezien in 18 patiënten (ORR 32,1%; 95%-bti 21,4-45,2). De mediane progressievrije overleving was 6,0 maanden (95%-bti 5,5-7,4) en de mediane overall survival was 17,4 maanden (14,2-27,5). Met mediane follow-up 43,3 maanden waren vier patiënten (7,1%) in leven zonder progressie, onder wie twee patiënten met levermetastasen. Er was één graad 5 behandelingsgerelateerd geval van myocarditis.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van anti-EGFR en ICI-therapie voor eerder-behandeld MSS mCRC resulteerde in acceptabele ORR, inclusief duurzame respons, zelfs onder patiënten met levermetastasen.

1.Somasundaram A, Moore DT, Turk A et al. Phase II study of ipilimumab, nivolumab, and panitumumab in patients with KRAS/NRAS/BRAF wild-type microsatellite stable metastatic colorectal cancer. JCO Oncology Advances (2025) 24-00086

Summary: A multicenter phase 2 trial in the USA found promising activity of the combination of panitumumab with ipilimumab and nivolumab for previously treated KRAS/NRAS/BRAF wild-type microsatellite stable metastatic colorectal cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Angst voor terugkeer van een maligniteit en gebruik van gezondheidszorg: bevolkings-gebaseerde studie in Nova Scotia (0)
2025-02-12 13:00   ( Nieuws )
Tags:  FCR health care use
Dr. Robin UrquhartVerbetering in diagnose en behandeling hebben geresulteerd in toenemend aantal overlevers van maligniteiten. Een bevolkings-gebaseerde studie in Nova Scotia (Canada) heeft prevalentie van angst voor terugkeer van een maligniteit (fear of cancer recurrence, FCR) onder overlevers geïnventariseerd. Dr. Robin Urquhart (Dalhousie University, Halifax) en collega’s publiceren de studie in Supportive Care in Cancer.1

De studie includeerde overlevers van mammacarcinoom, melanoom, colorectaalcarcinoom, prostaatcarcinoom en hematologische maligniteiten, één tot en met drie jaar na voltooiing van de behandeling. De 3492 overlevers kregen een 83-item vragenlijst waarin ze onder meer informatie konden geven over bestaan en ernst van FCR. De antwoorden werden gelinkt aan gegevens over gebruik van gezondheidszorg in Nova Scotia-brede databases tijdens vier-jaar follow-up.

Na exclusie van overlevers die niet tenminste éénmaal een specialist consulteerden na voltooiing van de behandeling en van patiënten met ontbrekende data bestond het studiecohort uit 823 responderende overlevers. Onder de 823 respondenten waren er 313 (38,0%) die FCR rapporteerden. Onder jongere respondenten was het percentage FCR-rapporterenden hoger dan onder oudere respondenten; bijvoorbeeld 66,1% van de respondenten in de leeftijd van 18 tot 55 jaar rapporteerden FCR, vergeleken met 24,4% van de respondenten in de leeftijd van 75 jaar of ouder. FCR werd gerapporteerd door 30,8% van de mannelijke respondenten en 44,2% van de vrouwelijke respondenten. Tijdens vier jaar follow-up was FCR geassocieerd met 22% hoger gebruik van eerstelijnszorg (IRR 1,22; p<0,0001), terwijl er geen verschillen waren in bezoeken aan een specialist tussen respondenten met FCR en patiënten zonder FCR (p=0,366).

De onderzoekers concluderen dat onder overlevers van maligniteiten FCR prevalent is en geassocieerd met hoger gebruik van eerstelijnszorg.

1.Urquhart R, Kendell C, Lethbridge L. Fear of cancer recurrence is associated with higher primary care use after cancer treatmen: a survey-administrative health data linkage study. Supp Care Cancer 2025-09242-x

Summary: A population-based study in Nova Scotia, Canada found that among survivors, fear of cancer recurrence was associated with higher primary care use after cancer treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cohortstudie van incidentie van nieuw-gediagnostiseerde maligniteiten na cerebrale veneuze trombose in Nederland (0)
2025-02-11 16:00   ( Nieuws )
Tags:  CVT
Dr. Jonathan CoutinhoActieve maligniteit is een risicofactor voor cerebrale veneuze trombose (CVT) maar het is niet bekend of CVT geassocieerd is met occulte maligniteit. Een retrospectieve cohortstudie op basis van gegevens in de Dutch Hospital Discharge Registry (HDR) heeft de incidentie van maligniteiten onder patiënten na CVT geïnventariseerd. Dr. Jonathan Coutinho (Amsterdam UMC) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1




De studie includeerde 2469 patiënten met een eerste CVT tussen begin 1997 en eind juni 2020, die geen geschiedenis hadden van maligniteiten, en geen diagnose van een maligniteit kregen tijdens hospitalisatie voor CVT. De mediane leeftijd was 44,5 jaar (IQR 30,7-56,4); 70,1% van de patiënten waren vrouwen. Tijdens mediaan 4,7 jaar follow-up werd een maligniteit gediagnostiseerd in 119 patiënten. De figuur laat zien dat de cumulatieve incidentie van maligniteiten 5,9% was na tien jaar (95%-bti 4,8-7,2) en het hoogst was onder mannen in de leeftijd van 50 jaar en ouder (13,5%; 9,1-18,7). Deze figuur laat zien dat het risico van maligniteiten onder de CVT-patiënten tijdens de gehele follow-up hoger was dan in een gematcht referentiecohort uit de algemene bevolking, maar dat dit verschil kleiner werd tijdens de follow-up.

De onderzoekers concluderen dat patiënten na een eerste CVT een verhoogd risico hebben van een maligniteit, ongeacht leeftijd of geslacht.

1.Van de Munckhof A, Verhoeven JI, Vaartjes ICH et al. Incidence of newly diagnosed cancer after cerebral venous thrombosis. JAMA Network Open 2025;8:2458801

Summary: A population-based cohort study in The Netherlands found an increased risk of newly diagnosed cancer during follow-up after cerebral venous thrombosis, regardless of age or sex.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)