Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Uitkomsten met concomitant gebruik van analgetica en EGFR-TKIs door NSCLC-patiënten in Finland (0)
2025-07-14 13:30   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC concomitant use of EGFR TKIs and analgetics
Prof. Jussi KoivunenPreklinische studies suggereren dat inflammatoire en andere mechanisme van analgetica van invloed kunnen zijn of werkzaamheid van EGFR-TKIs. Een retrospectieve studie in Finland heeft impact van concomitant gebruik van analgetica op uitkomsten met EGFR-TKIs voor niet-kleincellig longcarcinoom geïnventariseerd. Prof. Jussi Koivunen (Universiteit van Oulu) en collega’s publiceren de studie in Cancer Medicine.1

In het Special Reimbursement Register van het Finse Social Insurance Institution identificeerden de onderzoekers 1494 patiënten die tussen begin 2011 en eind 2020 (gefitinib, erlotinib, of afatinib) EGFR-TKIs voorgeschreven kregen voor NSCLC. Concomitant gebruik (-14 tot + 14 dagen van het eerste EGFR-TKI voorschrift) van NSAID werd geregistreerd voor 6%; acetaminofen voor 11,4%; zwak opioïde voor 7,5%; en sterk opioïde voor 22,2%. De figuur laat de impact van concomitant gebruik van de analgetica op de time-on-treatment (ToT) en overall survival (OS) zien. Zwakke (HR 1,368; 95%-bti 1,119-1,674) en sterke (1,454; 1,276-1,656) opioïden waren geassocieerd met slechtere ToT, terwijl er geen associatie was voor acetaminofen of NSAID. Zwakke (HR 1,290; 95%-bti 1,043-1,595) en sterke (1,690; 1,471-1,940) opioïden waren geassocieerd met slechtere OS, terwijl er geen associatie was voor acetaminofen of NSAID. Vergeleken met niet-immuunmodulerende opioïden was gebruik van immuunmodulerende opioïden geassocieerd met slechtere ToT (HR 1,448; 95%-bti 1,148-1,826) en OS (1,479; 1,158-1,888).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die EGFR-TKIs kregen voor NSCLC, gebruik van opioïden geassocieerd was met slechtere ToT en OS.

1.Puuniemi LS, Ilvanainen SME, Arffman M et al. Concomitant use of analgesics and EGFR TKIs in lung cancer patients: outcomes and perspectives from a Finnish retrospective register-based study. Cancer Med 2025.71040

Summary: A retrospective study in Finland found that concomitant use of opioids, but not NSAID or acetaminophen, was associated with worse outcomes of EGFR-TKI treated NSCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Single-center studie van pelvische exenteratie voor gevorderde gynecologische maligniteiten (0)
2025-07-14 12:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced gynecological malignancies pelvic exenteration
Prof. Mustafa Zelal MuallemPelvische exenteratie (PE) kan een curatieve optie zijn voor patiënten met gevorderde gynecologische maligniteiten. Een retrospectieve analyse van een prospectief bijgehouden database heeft uitkomsten van PE onder patiënten van de Charité Medische Universiteit (Berlijn) geïnventariseerd. Prof. Mustafa Zelal Muallem en collega’s publiceren de studie in Cancers.1



Tussen begin 2016 en eind 2023 ondergingen in Berlijn zeventig patiënten PE. De mediane leeftijd was 54,5 jaar; 43% van de patiënten had recidiverende ziekte, en 69% had cervixcarcinoom. Totale PE werd uitgevoerd in veertig patiënten (57,1%). In 48 patiënten (69%) kon complete resectie van de tumor worden uitgevoerd. Graad 4 of 5 complicaties troffen zestien patiënten (23%). De mediane ziektevrije overleving en overall survival waren 8,2 respectievelijk 16,4 maanden. In multivariate analyse waren R1-resectie en para-aortische lymfeklierbetrokkenheid onafhankelijk negatieve prognostische factoren.

De onderzoekers concluderen dat PE een viabele optie is voor geselecteeerde patiënten met gevorderde primaire en recidiverende gynecologische maligniteiten.

1.Plett H, Ramspott JP, Büdeyri I et al. Pelvic exenteration: an ultimate option in advanced gynecological malignancies – A single center experience. Cancers 2025;17:2327

Summary: Retrospective analysis Retrospective analysis of a propsectively maintained database of patients with advanced gynecological malignancies at Charité Medical University (Berlin, Germany) found that pelvic exenteration is a viable option for selected patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van avutometinib met of zonder defactinib voor recidiverend laaggradig sereus ovariumcarcinoom (0)
2025-07-13 15:00   ( Nieuws )
Tags:  RAMP 201 trial LGSOC avutometinib with or without defactinib
Prof. Susana BanerjeeAvutometinib is een remmer van Raf-MEK signalering, en defactinibis een FAK-remmer. De multinationale gerandomiseerde fase 2-studie ENGOT-OV60/GOG-3052/RAMP 201 heeft avutometinib met of zonder defactinib geëvalueerd voor recidiverend laaggradig sereus ovariumcarcinoom (LGSOC). Prof. Susana Banerjee (The Royal Marsden, Londen) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten met recidiverend meetbaar LGSOC na tenminste één lijn platina-gebaseerde chemotherapie. De patiënten werden gestratificeerd naar KRAS-mutatiestatus gerandomiseerd naar oraal avutometinib 4,0 mg tweemaal per week monotherapie of avutometinib 3,2 mg tweemaal per week in combinatie met oraal defactinib 200 mg tweemaal per dag. De combinatie werd gekozen als het go-forward regime voor expansie. Het primaire eindpunt was geblindeerd centraal beoordeelde objective response rate.

Er waren 115 patiënten die het go-forward combinatieregime kregen. Deze patiënten hadden mediaan drie eerdere lijnen behandeling gekregen (range 1-9). De bevestigde ORR was 31% (95%-bti 23-41) met mediane duur van respons van 31,1 maanden. De ORR was 44% in het KRAS-gemuteerde cohort en 17% in het KRAS-wildtype cohort. De mediane progressievrije overleving was 12,9 maanden (95%-bti 10,9-20,2) overall en 22,0 maanden (11,1-36,6) respectievelijk 12,8 maanden (7,4-18,4) in het KRAS-gemuteerde respectievelijk het KRAS-wildtype cohort. De meest-frequent graad 3 of hoger treatment-related adverse events waren verhoging van creatinefosfokinase (24% van de patiënten), diarree (8%), en anemia (5%). Tien procent van de patiënten discontinueerden de behandeling wegens AEs.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van avutometinib en defactinib goed verdragen werd en actief was voor recidivend LGSOC.

1.Banerjee SN, Van Nieuwenhuysen E, Aghajanian C et al. Efficacy and safety of avutometinib ± defactinib in recurrent low-grade serous ovarian cancer: primary analysis of ENGOT-OV60/GOG-3052/RAMP 201. J Clin Oncol 2025-00112

Summary: The multinational randomized phase 2 RAMP 201 trial found efficacy and safety of the combination of avutometinib and defactinib for recurrent low-grade serous ovarian cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van stereotactische radiochirurgie voor kleincellig longcarcinoom met één tot tien hersenmetastasen (0)
2025-07-13 12:00   ( Nieuws )
Tags:  SCLC with BMs SRS SRT
Dr. Ayal AizerStereotactische bestraling (SRS/SRT) is de standaard-behandeling voor patiënten met een beperkt aantal hersenmetastasen, maar onder patiënten met BrMs van kleincellig longcarcinoom is gehele-hersenbestraling (WBRT) de standaard wegens gebrek aan prospectieve data en vanwege zorgen over intracraniële progressie als WBRT achterwegen gelaten wordt. Een multicenter fase 2-studie heeft SRS/SRT geëvalueerd onder patiënten met SCLC en één tot tien BrMs. Het primaire eindpunt was neurologic death rate, vergeleken met historische controles die WBRT kregen. Dr. Ayal Aizer (Dana-Farber Cancer Insitute, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

Tussen begin februari 2018 en eind april 2023 includeerde de studie 100 patiënten. Het mediane aantal BrMs was 2 (IQR 1-4; range 1-10). De mediane overall survival was 10,2 maanden; slechts 22% van de patiënten hadden salvage WBRT nodig. In totaal werden 20 gevallen van neurologisch overlijden gezien, vergeleken met 64 gevallen van niet-neurologisch overlijden. De neurologic death rate na een jaar was 11,0% (95%-bti 5,8-18,1) vergeleken met 17,5% onder historische controles die WBRT hadden gekregen.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met SCLC en één tot tien BrMs, SRS/SRT vergeleken met WBRT resulteerde in lagere percentages neurologisch overlijden.

1.Aizer AA, Tanguturi SK, Shi DD et al. Stereotactic radiosurgery in patients with small cell lung cancer and 1-10 brain metastases: a multi-institutional, phase II, prospective clinical trial. J Clin Oncol 2025-00056

Summary: A multicenter phase 2 trial found low rates of neurologic death with SRS/SRT compared with WBRT among patients with SCLC and 1-10 brain metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 1-studie van ficerafusp alfa met of zonder pembrolizumab voor gevorderde solide tumoren (0)
2025-07-12 15:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid tumors ficerafusp alfa with or without pembrolizumab
Dr. Alberto Hernando-CalvoFicerafusp alfa (aka BCA101) is een first-in-classs bifunctioneel eiwit gericht op EGFR en TGF-β. Een fase 1-studie in Canada en de Verenigde Staten heeft ficerafusp alfa met of zonder pembrolizumab geëvalueerd onder patiënten met EGFR-gedreven gevorderde solide tumoren. Dr. Alberto Hernando-Calvo (Princess Margaret Cancer Centre, Toronto) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

In een 3+3 design kregen patiënten met EGFR-gedreven gevorderde solide tumoren wekelijks oplopende doseringen (64-1500 mg) intraveneus ficerafusp alfa monotherapie of in combinatie (240-1500 mg) met intraveneus pembrolizumab 200 mg iedere drie weken. Onder de 46 patiënten in het monotherapiecohort waren de meest-gerapporteerde treatment related adverse events acneïforme dermatitis (46%) en vermoeidheid (29%); onder de 15 patiënten in het combinatiecohort waren de meest-gerapporteerde TRAEs acneïforme dermatitis (73%), vermoeidheid (53%), pruritus (40%), epistaxis (40%), en rash (40%). Eén patiënt had een doserings-limiterend toxiciteit met 1250-mg monotherapie (graad 3 anemie en hematurie). De hoogst-verdragen dosering werd in geen van beide cohorten bereikt. In het monotherapiecohort werd objectieve respons gezien in één patiënt en stabiele ziekte in zestien (38%). In het combinatiecohort hadden vier van dertien evalueerbare patiënten (31%) bevestigde respons.

De onderzoekers concluderen dat ficerafusp alfa een manageable veiligheidsprofiel had en klinische activiteit, zowel als monotherapie als in combinatie met pembrolizumab, onder patiënten met gevorderde EGFR-gedreven solide tumoren.

1.Hernando-Calvo A, Carvajal RD, Paik PK et al. Phase I clinical trial of the bifunctional EGFR/TGF-β fusion protein ficerafusp alfa (BCA101) alone and in combination with pembrolizumab for advanced solid tumors. Clin Cancer Res 2025-0100

Summary: A phase 1 trial in Canada and the United States found a manageable safety profile and clinical activity of ficerafusp alfa als monotherapy and in combination with pembrolizumab among patients with EGFR-drive advanced solid tumors.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten met neoadjuvant plus adjuvant relatlimab en nivolumab voor gevorderd resectabel melanoom (0)
2025-07-12 13:30   ( Nieuws )
Tags:  stage III resectable melanoma neoadjuvant plus adjuvant relatlimab plus nivolumab
Dr. Elizabeth BurtonEen multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten evalueerde de neoadjuvante plus adjuvante combinatie van relatlimab (anti-LAG-3) en nivolumab (anti-PD-1) voor patiënten met gevorderd resectabel melanoom. In 2022 is gepubliceerd dat het percentage patiënten met pathologisch complete respons 57% bedroeg en het percentage patiënten met majeure pathologische respons 63%. Dr. Elizabeth Burton (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren in het Journal of Clinical Oncology lange-termijn resultaten van de studie.1

De studie includeerde 30 patiënten van MDACC en Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York). De patiënten kregen twee cycli nivolumab 480 mg plus relatlimab 160 mg iedere vier weken, gevolg door chirurgie en tien cyli nivolumab 480 mg plus relatlimab 160 mg iedere vier weken. De mediane follow-up op het moment van de nu gepubliceerde analyse was 47 maanden. Vier jaar na de start van de neoadjuvante behandeling waren 80% van de patiënten gebeurtenisvrij; dit was het geval voor 95% van de patiënten die majeure pathologische respons hadden bereikt en 60% van de patiënten zonder MPR (p=0,015). Vier jaar na de start van de behandeling waren 95% van de patiënten met MPR in leven, statistisch niet-significant verschillend van de patiënten zonder MPR (80%). Genexpressie-analyse identificeerde immuunmodulatorische routes waarvan baseline opregulering geassocieerd was met MPR.

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvant plus adjuvant relatlimab plus nivolumab lange-termijn profijt biedt voor patiënten met gevorderd resectabel melanoom.

1.Burton EM, Milton DR, Tetzlaff MT et al. Long-term survival and biomarker analysis evaluating neoadjuvant plus adjuvant relatlimab (anti-LAG3) and nivolumab (antiPD1) in patients with resectable melanoma. J Clin Oncol 2025-00494

Summary: Follow-up results of a multicenter phase 2 trial found long-term benefit from neoadjuvant plus adjuvant relatlimab plus nivolumab for advanced resectable melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vruchtbaarheid van patiënten die BrECADD versus eBEACOPP krijgen voor gevorderd klassiek Hodgkin lymfoom (0)
2025-07-12 12:00   ( Nieuws )
Tags:  HD21 trial BrECADD versus eBEACOPP for advanced cHL fertility
Dr. Justin FerdinandusDe multinationale fase 3-studie HD21 liet betere werkzaamheid en acute tolerabiliteit zien van BrECADD (brentuximab vedotin, etoposide, cyclofosfamide, doxorubicine, dacarbazine, en dexamethason) vergeleken met eBEACOPP (geëscaleerde doseringen van bleomycine, etoposide, doxorubicine, cyclofosfamide, vincristine, procarbazine, en prednison) onder patiënten met nieuw-gediagnostiseerd gevorderd klassiek Hodgkin lymfoom. Een secundaire analyse van HD21 heeft herstel van de gonadale functie en vruchtbaarheidsuitkomsten tussen de twee regimes vergeleken. Dr. Justin Ferdinandus (Academisch Ziekenhuis Keulen) en collega’s publiceren de analyse in The Lancet Oncology.1

HD21, in 33 centra in negen landen, includeerde 1183 patiënten in de leeftijd van 18 tot en met 60 jaar en een ECOG performance status 2 of beter. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar eBEACOPP (n=592) of BrECADD (n=591). De nu gepubliceerde analyse is uitgevoerd onder vrouwen jonger dan 40 jaar en mannen jonger dan 50 jaar. De mediane duur van follow-up was 49,6 maanden (IQR 39,7-58,4). De figuur laat zien dat percentages met herstel van de gonadale functie significant hoger waren in de BrECADD-groep dan in de eBEACOPP-groep. Na de behandeling was de vijf-jaars incidentie van ouderschap significant hoger onder mannen in de BrECADD-groep dan in de eBEACOPP-groep (9,3% versus 3,3%; p=0,014) en niet-significant hoger onder vrouwen in de BrECADD-groep dan in de eBEACOPP-groep (19,3% versus 17,1%; p=0,53).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met nieuw-gediagnostiseerd gevorderd klassiek Hodgkin lymfoom, BrECADD vergeleken met eBEACOPP resulteerde in beter herstel van de gonadale functie en (significant onder mannen) hogere percentages ouderschap.

1.Ferdinandus J, Schneider G, Moccia A et al. Fertility in patients with advanced-stage classical Hodgkin lymphoma treated with BrECADD versus eBEACOPP: a secondary analysis of the multicentre, randomised, parallel, open-label, phase 3 HD21 trial. Lancet Oncol 2025-00262-1

Summary: Secondary analysis of the multinational phase 3 HD21 trial found better gonadal function recovery as well as higher parenthood rates (among men) in men and women receiving BrECADD compared with eBEACOPP for newly diagnosed advanced classical Hodgkin lymphoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Adjuvante chemoradiotherapie en immuuntherapie voor extrahepatisch cholangiocarcinoom of galblaascarcinoom (0)
2025-07-11 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ACCORD trial EHC GBC adjuvant chemoradiation plus immunotherapy
Dr. Zhenwei PengEr zijn weinig adjuvante behandelingen beschikbaar voor patiënten met resectabel extrahepatisch cholangiocarcinoom (EHC) of galblaascarcinoom (GBC). De multicenter gerandomiseerde ACCORD studie in China heeft de adjuvante combinatie van camrelizumab plus concurrente capecitabine en radiotherapie (interventiegroep) vergeleken met observatie na resectie van EHC of GBC. Dr. Zhenwei Peng (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1



ACCORD includeerde 93 patiënten (52% vrouwen; mediane leeftijd 62 jaar; range 31-70) na resectie van EHC of GBC. De interventiegroep telde 46 patiënten en de observatiegroep 47. De mediane follow-up was 36 maanden (IQR 32-39). De overall survival percentages waren 95,7% in de interventiegroep versus 80,9% in de observatiegroep na één jaar; 71,4% versus 52,9% na twee jaar; en 58,2% versus 30,5% na drie jaar (HR 0,43; p=0,004); de recidiefvrije-overlevingspercentages waren 78,3% versus 55,3% na één jaar; 54,4% versus 27,0% na twee jaar; en 40,3% versus 17,2% na drie jaar (HR 0,46; p<0,001). In de interventiegroep waren geen treatment-related deaths.

De onderzoekers concluderen dat de adjuvante combinatie van chemoradiotherapie en immuuntherapie resulteerde in superieure overlevingsuitkomsten vergeleken met observatie onder patiënten met resectabel EHC/GBC.

1.Xiao H, Ji J, Li S et al. Adjuvant chemoradiation and immunotherapy for extrahepatic cholangiocarcinoma and gallbladder cancer. A randomized clinical trial. JAMA Oncol 2025.1926

Summary: The multicenter randomized ACCORD trial in China found superior survival outcomes with adjuvant camrelizumab plus concurrent capecitabine and radiotherapy compared with observation among patients with resectable extrahepatic cholangiocarcinoma or gallbladder cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)