Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Meta-analyse van bijwerkingen van remming van PD-1 en PD-L1 in klinische studies (0)
2019-04-26 12:06   ( Nieuws )
Tags:  PD-1 and PD-L1 inhibitos adverse events
Dr. Yucai WangPD-1 en PD-L1 remmers worden in toenemende mate ingezet in de therapie voor maligniteiten. In een subset van de patiënten hebben deze middelen klinische activiteit. Ze zijn ook geassocieerd met treatment-related adverse events. Een systematisch overzicht en meta-analyse heeft de incidentie van de TRAEs geïnventariseerd. Dr. Yucai Wang (Mayo Clinic, Rochester MN) en collega’s publiceren de resultaten online in JAMA Oncology.1

In de literatuur tot en met 15 december 2018 vonden de onderzoekers 125 klinische studies (tezamen 20.128 patiënten) die TRAEs rapporteerden van PD-1 of PD-L1 remmer monotherapie voor maligniteiten. Voor 66% van de patiënten werd tenminste één TRAE gezien, en voor 14% tenminste één graad 3 of hoger TRAE. De meest-gerapporteerde TRAEs waren vermoeidheid, pruritus en diarree. De meest-gerapporteerde graad 3 of hoger TRAEs waren vermoeidheid (0,89% van de patiënten), anemie (0,78%) en verhoogd aspartaat-aminotransferase (0,75%). Hypothyreoïdie (6,07%) en hyperthyreoïdie (2,82%) waren de meest-frequente endocriene irAEs. Nivolumab vergeleken met pembrolizumab was geassocieerd met hogere gemiddelde incidentie van all-grade TRAEs (OR 1,28; 95%-bti 0,97-1,79) en graad 3 of hoger TRAEs (OR 1,30; 95%-bti 0,89-2,00). PD-1 remmers vergeleken met PD-L1 remmers waren geassocieerd met hogere gemiddelde incidentie van graad 3 of hoger TRAEs (OR 1,58; 95%-bti 1,00-2,54).

De onderzoekers concluderen dat de overall gemiddelde incidentie van TRAEs vergelijkbaar waren voor verschillende maligniteiten maar verschilden tussen verschillende middelen.

1.Wang Y, Zhou S, Yang F et al. Treatment-related adverse events of PD-1 and PD-L1 inhibitors in clinical trials. A systematic review and meta-analysis. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 125 clinical trials involving 20,128 patients reviewed the incidence of treatment-related adverse events in patients receiving PD-1 or PD-L1 inhibitors. The analysis found that the mean adverse event incidences werd similar across different cancer types but varied between different drugs.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspellende waarde van inflammatiemarkers voor diagnose van een maligniteit in de eerstelijns zorg (0)
2019-04-25 14:59   ( Nieuws )
Tags:  cancer diagnosis in primary care inflammatory markers
Dr. Jessica WatsonVroege identificatie van maligniteiten in de eerstelijns zorg is van groot belang, maar vormt ook een uitdaging. Een prospectieve analyse van de Britse Clinical Practice Research Datalink (CPRD) gekoppeld aan de Cancer Registry heeft de waarde onderzocht van bepaling van inflammatiemarkers (CRP, ESR, en plasmaviscositeit) voor het detecteren van maligniteiten in patiënten van de eerste lijn. Dr. Jessica Watson (University of Bristol, UK) en collega’s publiceren de studie online in het British Journal of Cancer.1

De CPRD bevat geanonimiseerde gegevens over eerstelijns consulten, laboratoriumuitslagen, en verwijzingen. De nu gepubliceerde analyse includeerde 160.000 volwassen patiënten van de eerste lijn die in 2014 een inflammatiemarker-bloedtest hadden ondergaan, en een vergelijkingsgroep van 40.000 patiënten die niet een dergelijke test hadden ondergaan. Het primaire eindpunt van de analyse was één-jaars incidentie van een maligniteit.

Deze één-jaars incidentie bedroeg 3,53% (95%-bti 3,37-3,70) onder patiënten met tenminste één verhoogde marker; vergeleken met 1,50% (95%-bti 1,43-1,58) onder patiënten met normale waarden van de inflammatiemarkers; en 0,97% (95%-bti 0,87-1,07) in niet-geteste controlepatiënten. Het risico van een maligniteit was hoger met hogere waarden van de marker, met hogere leeftijd, en in mannen. Het risico nam verder toe als een herhaaltest opnieuw een abnormale uitslag had maar nam af bij een normale uitslag van een herhaaltest. De sensitiviteit voor de diagnose van een maligniteit was 46,1% voor CRP, 43,6% voor ESR, en 49,7% voor plasmaviscositeit.

De onderzoekers concluderen dat in eerstelijns patiënten met verhoogde inflammatiemarkers de mogelijkheid van een maligniteit dient te worden overwogen. De sensitiviteit van de testen was laag, dus de testen kunnen niet worden gebruikt voor het uitsluiten van een maligniteit.

1.Watson J, Salisbury C, Banks J et al. Predictive value of inflammatory markers for cancer diagnosis in primary care: a prospective cohort study using electronic health records. Br J Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: A prospective analysis of the British Clinical Practice Research Datalink with Cancer Registry linkage found that primary care patients with a raised inflammatory marker have a one-year cancer incidence of 3.53% (95% CI 3,37-3.70), compared to 1.50% (95% CI 1.43-1.58) in those with normal inflammatory markers and 0.97% (95%-bti 0,87-1.07) in untested controls. The atuhors conclude that cancer should be considered in primary care patients with raised inflammatory markers. However, inflammatory markers have a poor sensitivity for cancer and are not useful as rule-out test.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale cohortstudie van uitkomsten van chirurgie voor diffuus type tenosynoviaal reusceltumoren (0)
2019-04-25 14:01   ( Nieuws )
Tags:  diffuse type TGCT outcomes of surgery
Dr. Monique MastboomDiffuus type tenosynoviaal reusceltumor (TGCT) is een zeldzame, lokaal-agressieve, en moeilijk te behandelen wekedelentumor. Een multinationale retrospectieve cohortstudie heeft uitkomsten, complicaties, en functionele resultaten van chirurgie voor diffuus type TGCT van grote gewrichten geïnventariseerd. Dr. Monique Mastboom (LUMC) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

De studie includeerde 1192 patiënten die tussen begin 1990 en eind 2017 behandeld werden in 31 sarcoomcentra. Van deze patiënten ondergingen 966 (81%) chirurgie. Na mediaan 54 maanden follow-up (IQR 27-97) was recidiverende ziekte opgetreden in 44% van de chirurgisch behandelde patiënten. De drie-, vijf- en tien-jaars recidiefvrije overleving was 62%, 55%, en 40%. De onderzoekers konden geen risicofactoren voor recidief na chirurgie in behandelings-naïeve patiënten identificeren. Chirurgische complicaties werden gerapporteerd voor 12% van de patiënten met complete gegevens. Verbetering van pijn na chirurgie werd ervaren door 59%, en verbetering van zwelling door 72%.

De onderzoekers concluderen dat chirurgie niet de definitieve behandeling voor alle patiënten met diffuus type TGCT is, vanwege het hoge risico van recidief en het relatief hoge risico van postoperatieve complicaties.

1.Mastboom MJL, Palmerini E, Verspoor FGM et al. Surgical outcomes of patients with diffuse-type tenosynovial ginat-cell tumours: an international, retrospective, cohort study. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: An international retrospective cohort study provides a comprehensive and up-to-date overview of surgical outcomes of diffuse-type tenosynovial giant-cell tumors. The authors conclude that surgical treatment is no a definitive treatment for every diffuse-type TGCT patient because of high risk of local recurrence and relatively high risk of postoperative complications.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Systematisch overzicht van voorspellers van recidief van invasief mammacarcinoom na DCIS (0)
2019-04-25 12:53   ( Nieuws )
Tags:  ductal carcinoma in situ factors predicting invasive breast cancer recurrence
Prof. Jelle WesselingDe introductie van bevolkings-gebaseerde screeningsprogramma’s in geïndustrialiseerde landen heeft geresulteerd in ruwweg verzesvoudiging van de incidentie van een DCIS-diagnose. De meeste gevallen van DCIS zullen indien ze niet worden behandeld zich niet ontwikkelen tot invasief mammacarcinoom. Dit impliceert dat de meeste vrouwen met DCIS overbehandeld worden. Er is behoefte aan betrouwbare methoden voor de identificatie van DCIS-patiënten met een realistisch risico van ontwikkeling van invasief mammacarcinoom. Een systematisch overzicht van de literatuur heeft gezocht naar factoren die recidief van invasief mammacarcinoom na de diagnose DCIS voorspellen. Prof. Jelle Wesseling (NKI) en collega’s publiceren het overzicht vandaag online in Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention.1

De onderzoekers zochten in de literatuur naar studies van het risico van invasief recidief in vrouwen na behandeling voor primair DCIS, met tenminste tien gevallen van recidief en tenminste een jaar follow-up. Ze bepaalden het risico van bias in de studies met het Quality in Prognosis Studies instrument, en voerden meta-analyses uit om de effect size (ES) van geïdentificeerde prognostische factoren te schatten. Ze vonden veertig studies die aan de inclusiecriteria voldeden, met 52 tot 37.692 patiënten, en gemiddelde follow-up van 3,2 tot 15,8 jaar. Frequent-voorkomende bronnen van bias waren onvoldoende correctie voor confounders, en niet-volledige beschrijving van de studiepopulaties. De meta-analyses identificeerden zes factoren (van in totaal 26 geanalyseerde factoren) die statistisch significant geassocieerd waren met verhoogd risico van recidief: zwart ras (gepoold ES 1,43; 95%-bti 1,15-1,79), premenopauzale status (1,59; 1,20-2,11), detectie door palpatie (1,84; 1,14-2,32), betrokken marges (1,63; 1,14-2,32), hoge histologische graad (1,36; 1,04-1,77), en hoge expressie van p16 (1,51; 1,04-2,19).

De onderzoekers concluderen dat de analyse zes factoren heeft geïdentificeerd die geassocieerd waren met invasief recidief na DCIS. De predictieve rol van andere factoren dient te worden bevestigd in toekomstige studies.

1.Visser LL, Groen EJ, van Leeuwen FE et al. Predictors of an invasive breast cancer recurrence after DCIS: a systematic review and meta-analyses. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2019; epub ahead of print

Summary: Meta-analyses of 40 publications identified six predictors of invasive breast cancer recurrence after a DCIS diagnosis: African-American race, premenopausal status, detection by palpation, involved margins, high histological grade, and high p16 expression. Many other factors need confirmation in well-designed studies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale analyse van bereiken van tekstboekuitkomsten van curatieve-intentie resectie voor intrahepatisch cholangiocarcinoom (0)
2019-04-25 11:44   ( Nieuws )
Tags:  intrahepatic cholangiocarcinoma textbook outcomes of curative-intent resection
Prof. Timothy PawlikAangezien uitkomsten van chirurgie sterk uiteenlopen, zowel tussen chirurgen als tussen ziekenhuizen, is er toenemende aandacht voor de kwaliteit van chirurgische zorg. Een multinationale analyse heeft het bereiken van ‘tekstboekuitkomsten’ geïnventariseerd van curatieve-intentie resectie voor intrahepatisch cholangiocarcinoom. Tekstboekuitkomst was gedefinieerd als composiet-eindpunt van negatieve marges, geen perioperatieve transfusie, geen postoperatieve chirurgische complicaties, geen verlengd verblijf in het ziekenhuis, geen dertig-dagen heropname, en geen dertig-dagen mortaliteit. Prof. Timothy Pawlik (The Ohio State University, Columbus) en collega’s publiceren de analyse online in JAMA Surgery.1

De analyse includeerde patiënten van vijftien gespecialiseerde centra in Australië, Azië, Europa, en Noord-Amerika, die tussen begin 1993 en eind 2015 resectie met curatieve intentie ondergingen voor intrahepatisch cholangiocarcinoom. Onder de 687 patiënten (53,9% mannen, mediane leeftijd 61 jaar, range 18-86) waren er 175 (25,5%) met een tekstboekuitkomst. Er was geen duidelijke temporele trend in het bereiken van tekstboekuitkomst. Factoren die geassocieerd waren met het bereiken van tekstboekuitkomst waren leeftijd zestig jaar of jonger (OR 1,61; p=0,03), afwezigheid van preoperatieve geelzucht (OR 4,40; p=0,02), geen neoadjuvante chemotherapie (OR 2,57; p=0,04), T1a/T1b stadium ziekte (o5 1,58; p=0,049), N0-status (OR 3,89; p=0,001), en geen galwegresectie (OR 2,46; p=0,009). Verlengd verblijf in het ziekenhuis had de grootste negatieve associatie met tekstboekuitkomst. De dertig-dagen mortaliteit onder alle patiënten was 4,4%.

De onderzoekers concluderen dat in gespecialiseerde centra hepatische resectie voor intrahepatisch cholangiocarcinoom resulteerde in dertig-dagen mortaliteit lager dan 5%, maar dat een tekstboekuitkomst werd bereikt in slechts 25,5%.

1.Merath K, Chen Q, Bagante F et al. A multi-institutional international analysis of textbook outocmes among patients undergoing curative-intent resection of intrahepatic cholangiocarcinoma. JAMA Surg 2019; epub ahead of print

Summary: An international analysis of curative-intent resections for intrahepatic cholangiocarcinoma in 15 specialized centers found less than 5% mortality, but a 'textbook outcome' in only 26% of patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prognostische implicaties van histologische biomarkers van micro-omgeving van mammacarcinoom-hersenmetastasen (0)
2019-04-24 14:46   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer brain metastases histological biomarkers prognostic implications
Dr. Carey AndersHersenmetastasen (BM) vormen een complicatie van gevorderd mammacarcinoom (BC). De histologie van BM van melanoom heeft prognostische betekenis, maar de prognostische rol van histologische biomarkers van de micro-omgeving van BCBM is minder duidelijk. Een multicenterstudie in de Verenigde Staten was gewijd aan het voorkomen en de prognostische rol van vier histologische biomarkers van BCBM: gliose, immuuninfiltratie, hemorragie, en necrose. Dr. Carey Anders (University of North Carolina, Chapel Hill) en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De onderzoekers inventariseerden het voorkomen van de biomarkers in een biobank van 203 weefselmonsters van patiënten die in vier academische centra craniotomie voor BCBM ondergingen. Het BCBM-subtype (beschikbaar voor 158 monsters) was 36% HER2-positief, 26% HR-positief/HER2-negatief, en 38% triple-negatief. Gliose werd gezien in 82% van de monsters, immuuninfiltratie in 44%, hemorragie in 82%, en necrose in 87%. Necrose was significant meer frequent in TNBC dan in andere subtypen (p<0,01). Aanwezigheid van gliose (p=0,03), immuuninfiltratie (p=0,03), en hemorragie (p=0,1) waren geassocieerd met betere overall survival, en necrose (p=0,01) met slechtere OS. In specifieke subtypen was gliose geassocieerd met betere OS in TNBC-BM (p=0,02), en immuuninfiltratie (p=0,001) en hemorragie (p=0,07) met betere OS in HER2-positieve BCBM. In een multivariaat model van traditionele variabelen voor OS resulteerde incorporatie van deze biomarkers in betere fit van het model.

De onderzoekers concluderen dat de studie bijdraagt aan beter inzicht in de metastatische micro-omgeving van BCBM en de daarmee samenhangende prognostische implicaties.

1.Sambade MJ, Prince G, Deal AM et al. Examination and prognostic implications of the unique microenvironment of breast cancer brain metastases. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter trial in the USA studied prognostic implications of histological biomarkers of breast cancer brain metastases (BM). The study found that gliosis conferred superior prognosis in TNBC BM, while immune infiltrate and hemorrhage correlated with superior prognosis in HER2-positive breast cancer BM.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chirurgie versus actieve surveillance voor desmoïd tumoren van de borst in Frankrijk (0)
2019-04-24 13:45   ( Nieuws )
Tags:  breast desmoid tumor management in France surgery versus active surveillance
Dr. Charlotte VaysseDesmoïd tumoren zijn zeldzame tumoren die ontstaan in het myofibroblastische weefsel. In 2017 publiceerde ESMO een richtlijn met aanbeveling van actieve surveillance als initiële strategie voor de meest frequente DT-locaties. Een studie in vier centra in Frankrijk vergeleek de uitkomsten van initiële chirurgie versus actieve surveillance voor borst desmoïd tumoren (BDTs). Dr. Charlotte Vaysse (Universiteit van Toulouse) en collega’s publiceren de studie online in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 63 patiënten (2 mannen) met een mediane leeftijd van 50 jaar (range 16-86). Zesenveertig patiënten vormden de initiële-chirurgiegroep (SG, 73%) en zeventien patiënten de actieve-surveillancegroep (ASG, 27%). In de SG-groep hadden vijftien patiënten (33%) positieve chirurgische marges. De mediane follow-up van deze groep was 24,9 maanden (range 0,5-209). In vier patiënten (8,7%) werd recidief gezien. De mediane follow-up van de ASG-groep was 42,2 maanden (range 0-24), en vijftien patiënten (88%) hadden tijdens de follow-up geen additionele behandeling nodig. In zes patiënten (35%) werd spontane regressie gezien, negen patiënten (52%) waren stabiel, en twee patiënten (12%) hadden significante progressie die behandeld werd met partiële mastectomie.

De onderzoekers concluderen dat de resultaten van de studie steun bieden aan initiële niet-chirurgische strategie voor BDT, eventueel later gevolgd door chirurgie in geval van groei van de tumor.

1.Duazo-Cassin L, Le Guellec S, Lusque A et al. Breast desmoid tumor management in France: toward a new strategy. Breast Cancer Res Treat 2019; epub ahead of print

Summary: A study in four centers in France compared initial surgerey versus active surveillance for breast desmoid tumors. The results of the study support an initial nonsurgical approach, followed by surgery based on tumor growth in select cases. Almost 90% of the active surveillance group did not need additional treatment during median 42.2 months follow-up.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Validatie van VI-RADS score voor voorspellen van spierinvasie in blaascarcinoom (0)
2019-04-24 13:00   ( Nieuws )
Tags:  bladder cancer VI-RADS score detection of invasion of detrusor muscle
Dr. Yan GuoHet Vesical Imaging-Reporting and Data System (VI-RADS) scoresysteem is vorig jaar in het leven geroepen om beeldvorming en rapportage te standaardiseren van stadiëring van blaascarcinoom met multiparametrische MRI, voorafgaand aan transurethrale resectie of cystectomie. VI-RADS levert een score op een vijf-puntenschaal die de waarschijnlijkheid van invasie van de detrusorspier voorspelt. Een studie van Sun Yat-sen Universiteit (Guangzhou) heeft de VI-RADS score gevalideerd. Dr. Yan Guo en collega’s publiceren de studie online in Radiology.1

De studie includeerde 340 patiënten (296 mannen en 40 vrouwen, mediane leeftijd 64,0 jaar, IQR 57,0-87,0) die multiparametrische MRI ondergingen gevolgd door chirurgie en pathologische beoordeling van de tumoren. De VI-RADS score van de tumoren werd bepaald door twee readers die geblindeerd waren voor de postoperatieve histologische resultaten. Van de 340 tumoren werden 255 (75,0%) geverifieerd als niet-spierinvasief en 85 (25,0% als wel spierinvasief. De door de readers bepaalde VI-RADS score was significant geassocieerd met spierinvasiviteit (p<0,001). De AUC was 0,94 (95%-bti 0,90-0,98). De sensitiviteit voor spierinvasiviteit van VI-RADS score 3 of hoger was 87,1% bij 96,5% specificiteit.

De onderzoekers concluderen dat preoperatief VI-RADS accuraat spierinvasiviteit van blaascarcinoom voorspelde.

1.Wang H, Luo C, Zhang F et al. Multiparametric MRI for bladder cancer: validation of VI-RADS for the detection of detrusor muscle invasion. Radiology 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Sun Yat-sen University (Guangzhou, China) found that the Vesical Imaging-Reporting and Data System (VI-RADS) score accurately predicted invasion of the detrusor muscle in bladder cancer patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)