Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Prognostische waarde van EndoPredict in vrouwen met HR-positief HER2-negatief invasief lobulair mammacarcinoom (0)
2020-06-20 13:29   ( Nieuws )
Tags:  lobular breast cancer prognostic value of EndoPredict
Dr. Ivana SestakVijf tot vijftien procent van de gevallen van invasief mammacarcinoom zijn invasief lobulair carcinoom (ILC). Correlaties tussen multigen-assays en uitkomsten van mammacarcinoom zijn vooral bestudeerd in groepen patiënten met invasief ductaal carcinoom (IDC) of zonder onderscheid tussen de subtypen. Een post-hoc analyse van drie fase 3-studies heeft nu de prognostische waarde van EndoPredict (EPclin) voor ILC geïnventariseerd. Dr. Ivana Sestak (Queen Mary University, Londen) en collega’s publiceren de analyse in Clinical Cancer Research.1

De analyse includeerde deelneemsters aan ABCSG-6, ABCSG-8, en TransATAC. Er waren 470 ILC-patiënten (17,9%), 1944 IDC-patiënten (73,9%), en 216 met andere histologische typen (8,2%). Het primaire eindpunt van de analyse was afstandsrecidief (DR). EPclin was highly prognostic voor tien-jaars DR in de ILC-groep (HR 3,32; 95%-bti 2,54-4,34). In de EPclin laag-risicogroep (63,4% van de ILC-vrouwen) was de tien-jaars DR 4,8%, vergeleken met 26,6% voor de EPclin hoog-risicogroep (36,6% van de ILC-vrouwen). EPclin was ook zeer prognostisch voor patiënten met klierpositieve en patiënten met kliernegatieve ziekte.

De onderzoekers concluderen dat EPclin evenzeer bruikbaar is in ILC als in IDC mammacarcinoom.

1.Sestak U, Filipits M, Buus R et al. Prognostic value of EndoPredict in women with hormone receptor positive, HER2-negative invasive lobular breast cancer. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis of patient data from three phase III trials found that in women with HR-positive, HER2-negative invasive lobular breast cancer, EndoPredict provided highly significant prognostic value and significant risk stratification. Ten-year distant recurrence risk in EPclin low-risk group was similar for ILC and IDC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-2 studie van tranylcypromine plus ATRA voor R/R AML in patiënten die geen intensieve therapie verdragen (0)
2020-06-20 11:38   ( Nieuws )
Tags:  R R AML in patients not eligible for intensive therapy TCP plus ATRA
Dr. Maxi WassAll-trans retinoïnezuur (ATRA) is werkzaam voor acute promyelocytische leukemie maar niet voor andere AML-typen. Een eerdere studie van de Duitse Study Alliance Leukemia (SAL) heeft laten zien dat ATRA in combinatie met remming van lysine-specific demethylase 1 (LSD1) door tranylcypromine (TCP) myeloïdendifferentiatie kan induceren in AML-blasten. SAL heeft nu een proof of concept fase 1-2 studie uitgevoerd van TCP plus ATRA als salvage therapie voor recidiverend of refractair (R/R) AML in patiënten die niet in aanmerking kwamen voor intensieve therapie. Dr.Maxi Wass (Universitätsklinikum Halle) en collega’s publiceren de studie online in Leukemia.1

De studie, uitgevoerd in vier centra in Duitsland, includeerde 18 patiënten met R/R AML na tenminste één eerdere behandeling. De patiënten kregen oraal TCP eenmaal daags in oplopende doseringen tot na 7 -10 dagen de dosering 60 mg/dag bereikt was. Vanaf dag 7 werd oraal ATRA 45 mg/m2 per dag toegevoegd, verdeeld over twee doses. De behandeling resulteerde in complete remissie zonder hematologisch herstel in 2 van 15 evalueerbare patiënten en partiële respons in 1, voor een ORR van 20%. Ook in patiënten die geen klinische remissie bereikten werd differentiatie van AML-blasten gezien. De mediane overall survival was 3,3 maanden, en de één-jaars OS was 22%. Eén patiënt ontwikkelde een ATRA-geïnduceerd differentiatiesyndroom. De meest-gerapporteerd adverse events waren vertigo en hypotensie.

De onderzoekers concluderen dat gecombineerde behandeling met TCP plus ATRA differentiatie van AML-blasten kan induceren en kan resulteren in klinische respons in zwaar-voorbehandelde patiënten met R/R AML, met acceptabele toxiciteit.

1.Wass M, Göllner S, Besenbeck B et al. A proof of concept phase I/II pilot trial of LSD1 inhibition by tranylcypromine combined with ATRA in refractory/relapsed AML patients not eligible for intensive therapy. Leukemia 2020; epub ahead of print

Summary: A pilot phase 1-2 study by the Study Alliance Leukemia in Germany evaluated combined treatment with ATRA and tranylcypromine for R/R AML in heavily pretreated patients not eligible for intensive therapy. The treatment had acceptable toxicity, and induced complete remission in 2 of 15 evaluable patients and partial remission in one. The median OS was 3.3 months, and one-year OS was 22%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

PSA-gebaseerde EFS als surrogaat voor OS in patiënten die radiotherapie krijgen voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom (0)
2020-06-19 15:00   ( Nieuws )
Tags:  radiation for localized prostate cancer PSA-based EFS as surrogate for OS
Prof. Christopher SweeneyRecente analyses hebben aangetoond dat metastasevrije overleving (MFS) een sterk surrogaat-eindpunt is voor overall survival onder mannen met intermediair- en hoog-risico gelokaliseerd prostaatcarcinoom. Gebruik van dit eindpunt kan de beoordeling van nieuwe adjuvante en neoadjuvante behandelingen versnellen. PSA-gebaseerde gebeurtenisvrije overleving (EFS) is een eindpunt dat eerder wordt bereikt dan MFS. Een multinationale groep onderzoekers heeft een analyse uitgevoerd van bruikbaarheid van EFS als surrogaat-eindpunt voor OS in studies van radiotherapie voor prostaatcarcinoom. Prof. Christopher Sweeney (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

EFS werd gedefinieerd als tijd tussen randomisering en de eerste aanwijzing voor recidief, inclusief biochemisch falen, lokaal of regionaal recidief, afstandsmetastase, of overlijden, of de datum van laatste PSA-bepaling. In de Prostate-ICECaP database vonden de onderzoekers vijftien voor de analyse bruikbare studies, met tezamen 10.350 patiënten die radiotherapie kregen voor gelokaliseerd intermediair- of hoog-risico prostaatcarcinoom. De patiënten werden in de studies geïncludeerd tussen begin 1987 en eind 2011, en de mediane follow-up was tien jaar. R2 0,7 of hoger werd vooraf gedefinieerd als criterium voor klinisch relevante surrogacy. De analyse wees uit dat op patiëntniveau de correlatie van EFS met OS 0,43 bedroeg (95%-bti 0,42-0,44) en op studieniveau 0,35 (95%-bti 0,01-0,60).

De onderzoekers concluderen dat EFS slechts een zwak surrogaat was voor OS, en niet kan worden gebruikt als intermediair OS-vervangend klinisch eindpunt in fase-3 radiotherapiestudies voor prostaatcarcinoom.

1.Xie W, Regan MM, Buyse M et al. Event-free survival, a prostate-specific antigen-based composite end point, is not a surrogate for overall survival in men with localized prostate cancer treated with radiation. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Analysis of data of 10,350 patients receiving radiotherapy for localized prostate cancer in 15 trials found that PSA-based EFS was a weak surrogate for OS (0.43 at patient level an 0.35 at trial level).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale studie van tipifarnib voor recidiverend metastatisch HRAS-gemuteerd speekselkliercarcinoom (0)
2020-06-19 14:00   ( Nieuws )
Tags:  recurrent metastatic HRAS-mutant salivary gland cancer tipifarnib
Dr. Alan HoEr is geen standaard-behandeling beschikbaar voor recidieverend metastatisch speekselkliercarcinoom (R/M SGC). Tipifarnib is een remmer van het farnesyltransferase-enzym, waardoor het kan interfereren met de RAS-signaalroute. Een multinationale prospectieve studie heeft de werkzaamheid van tipifarnib voor R/M SGC met HRAS-mutatie onderzocht. Dr. Alan Ho (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde dertien patiënten die één tot en met drie eerdere lijnen systemische therapie voor HRAS-gemuteerd R/M SGC hadden gekregen, met progressie in de zes maanden voor inclusie. De patiënten kregen oraal tipifarnib tweemaal daags. Eén patiënt had objectieve respons, en zeven van twaalf evalueerbare patiënten (58%) hadden stabiele ziekte als beste respons, met een mediane duur van 9 maanden (range 3-14). Vijf van deze zeven patiënten hadden meer dan 10% tumorregressie. De mediane progressievrije overleving was 7 maanden (95%-bti 5,9-10,1) en de mediane overall survival was 18 maanden (9,6-22,4), met een één-jaars OS 59%. Er waren geen patiënten die de behandeling moesten discontinueren vanwege bijwerkingen.

De onderzoekers concluderen dat tipifarnib voor HRAS-gemuteerd R/M SGC resulteerde in een bescheiden percentage patiënten met respons maar een veelbelovend percentage met ziektecontrole.

1.Hanna GJ, Guenette JP, Chau NG et al. Tipifarnib in recurrent, metastatic HRAS-mutant salivary gland cancer. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A multinational prospective study evaluated the farnesyl transferase inhibitor tipifarnib for HRAS-mutant recurrent, metastatic salivary gland carcinoma. The objective response rate was modest but the disease control rate was promising. No participant discontinued treatment because of toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van anlotinib voor recidiverend kleincellig longcarcinoom (0)
2020-06-19 13:00   ( Nieuws )
Tags:  relapsed SCLC anlotinib
Patiënten met recidiverend kleincellig longcarcinoom hebben een slechte prognose. Anlotinib is een orale multitargeted tyrosinekinaseremmer gericht op VEGFR, FGFR, PDGFR, en c-kit. Een fase 2-studie in het ziekenhuis van de Peking Universiteit in Beijing heeft anlotinib voor recidiverend SCLC geëvalueerd. Dr. Jian Fang en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De studie includeerde 45 patiënten die anlotinib 12 mg eens per dag op de eerste veertien dagen van drie-weekse cycli kregen. De behandeling werd voortgezet tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. De mediane PFS was 4,1 maanden (95%-bti 2,4-5,8) en de mediane overall survival was 6,1 maanden (2,2-10,0). Objectieve respons werd gezien in 11% van de patiënten en ziektecontrole in 67%. De meest voorkomende adverse event was hypertensie (13% van de patiënten) die goed kon worden gecontroleerd met antihypertensiva.

De onderzoekers concluderen dat anlotinib activiteit had voor recidiverend SCLC, met manageable toxiciteit.

1.Wu D, Nie J, Hu W et al. A phase II study of anlotinib in forty-five patients with relapsed small cell lung cancer. Int J Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study in Beijing found efficacy and manageable toxicity of anlotinib in patients with relapsed SCLC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van sedentair gedrag van 45-plussers met sterfte aan maligniteiten (0)
2020-06-19 12:00   ( Nieuws )
Tags:  REGARDS study middle-aged and older adults sedentary behavior cancer mortality
Dr. Susan GilchristSedentair gedrag is geassocieerd met verscheidene gezondheidsuitkomsten, waaronder diabetes, cardiovasculaire ziekte, en all-cause mortaliteit. De meeste studies waarin deze verbanden gezien zijn waren gebaseerd op door deelnemers zelf gerapporteerde fysieke activiteit. Een analyse in het prospectieve REGARDS-cohort in de Verenigde Staten heeft de associatie onderzocht tussen accelerometer-geïnventariseerd sedentair gedrag en de mortaliteit aan maligniteiten. Dr. Susan Gilchrist (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1

REGARDS, een acroniem voor Reasons for Geographic and Racial Differences in Stroke, includeerde tussen begin 2003 en eind 2007 ruim 30.000 Amerikanen in de leeftijd van 45 jaar en ouder. De deelneemers gaven informatie over (onder meer) leefstijl, en werden gevolgd voor een groot aantal gezondheidsuitkomsten. Tussen begin 2009 en eind 2013 droegen 8002 deelnemers (45,8% mannen; gemiddelde leeftijd 69,8 jaar) op zeven achtereenvolgende dagen gedurende zestien uur per dag een accelerometer op de heup.


Gedurende gemiddeld 5,3 jaar (SD 1,5) follow-up overleden 268 van deze deelnemers (3,3%) aan een maligniteit. In multivariate analyse was langere sedentaire tijd geassocieerd met hoger risico van overlijden aan een maligniteit: tertiel 2 versus tertiel 1 HR 1,45 (95%-bti 1,00-2,11) en tertiel 3 versus tertiel 1 HR 1,52 (95%-bti 1,01-2,27). Vervanging van sedentaire tijd door light-intensity physical activity (LIPA) was geassocieerd met verlaging van het risico met 8% per dertig minuten LIPA (HR 0,92; 95%-bti 0,86-0,97); vervanging van sedentaire tijd door moderate-to vigorous-intensity physical activity (MVPA) was geassocieerd met verlaging van het risico met 31% per dertig minuten MVPA (HR 0,69; 95%-bti 0,48-0,97).

De onderzoekers concluderen dat in deze cohortstudie langere objectief gemeten sedentaire tijd geassocieerd was met hogere sterfte aan maligniteiten, en dat vervanging van sedentaire tijd door LIPA of MVPA geassocieerd was met verlaging van deze sterfte.

1.Gilchrist SC, Howard VJ, Akinyemiju T et al. Association of sedentary behavior with cancer mortality in middle-aged and older adults. JAMA Oncol 2020.2045

Summary: The prospective cohort study REGARDS found that among adults aged 45 years or older, greater sedentary time, as measured with accelerometry, was independently associated with cancer mortality risk. Replacing sedentary time with either light-intensity or moderate-to vigorous-intensity physical activity may be associated with a lower risk of cancer mortality.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

ER-positief gevorderd mammacarcinoom: ctDNA-markers voor vroege progressie op fulvestrant met of zonder palbociclib (0)
2020-06-18 15:00   ( Nieuws )
Tags:  PALOMA-3 analysis ER-positive advanced breast cancer ctDNA markers for early progression
Prof. Nicholas TurnerEr zijn geen moleculaire biomarkers bekend voor progressie van ER-positief mammacarcinoom op combinatie van endocriene en CDK4/6-remming. De multinationale PALOMA-3 studie randomiseerde patiënten met eerder-behandeld ER-positief gevorderd mammacarcinoom naar fulvestrant met palbociclib of fulvestrant met placebo. In 2015 is gepubliceerd dat de progressievrije overleving significant langer was in de palbociclib-arm. Een post-hoc analyse van de studie heeft nu onderzocht of genomische markers in circulerend tumor (ct)DNA patiënten kunnen identificeren met hoog risico van vroege progressie. Prof. Nicholas Turner (The Institute of Cancer Research, London UK) en collega’s publiceren de analyse in het Journal of the National Cancer Institute.1


Voor de nu gepubliceerde analyse bepaalden de onderzoekers in pre-treatment ctDNA van 459 (van in totaal 521) PALOMA-patiënten het voorkomen van mutaties in zeventien genen, het copy number voor veertien genen, en de circulerende tumorfractie. Patiënten met een hoge ctDNA-fractie (hoger dan 10%) hadden slechtere PFS dan patiënten met lage ctDNA-fractie, zowel in de palbociclib-fulvestrantgroep (HR 1,62; p=0,004) als in de placebo-fulvestrantgroep (HR 1,77; p=0,004). In multivariate analyse was elke 10% toename van de circulerende tumorfractie ongeacht de behandel-arm geassocieerd met 20% verslechtering van de PFS (HR 1,20; p<0,001). Ook TP53-mutatie (HR 1,84; p=0,001) en FGFR1-amplificatie (HR 2,91; p<0,001) waren in beide armen geassocieerd met slechtere PFS.

De onderzoekers concluderen dat veranderingen in pre-treatment ctDNA patiënten kunnen identificeren met hogere waarschijnlijkheid van vroege progressie van ER-positief gevorderd mammacarcinoom op fulvestrant met of zonder palbociclib.

1.O’Leary B, Cutts RJ, Huang X et al. Circulating tumor DNA markers for early progression on fulvestrant with or without palbociclib in ER+ advanced breast cancer. J Natl Cancer Inst 2020; epub ahead of print

Summary: A post-hoc analysis of the phase 3 study PALOMA found that among patients receiving fulvestrant for ER-positive advanced breast cancer, pre-treatment ctDNA could identify a group of patients with poor clinical outcome despite the addition of CDK4/6 inhibition.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Eerstelijns pembrolizumab voor gevorderd urotheelcarcinoom in cisplatine-intolerante patiënten: lange-termijn uitkomsten (0)
2020-06-18 14:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-052 long-term oucomes advanced urothelial carcinoma pembrolizumab
Dr. Jacqueline VukyEr is behoefte aan nieuwe eerstelijns behandelingen voor lokaal-gevorderd of metastatisch urotheelcarcinoom (UC) in patiënten die niet in aanmerking komen voor cisplatine. De multinationale fase 2-studie KEYNOTE-052 onderzocht de waarde van pembrolizumab voor deze patiënten. In 2017 is gepubliceerd dat pembrolizumab antitumoractiviteit en acceptabele tolerabiliteit had. Dr. Jacqueline Vuky (Oregon Health & Science University, Portland) en collega’s publiceren nu lange-termijn uitkomsten van de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 370 patiënten, die eerstelijns intraveneus pembrolizumab 200 mg iedere drie weken kregen gedurende ten hoogste 24 maanden. Respons werd iedere negen weken centraal beoordeeld. Op het moment van data cutoff voor de nu gepubliceerde analyse was de minimale follow-up twee jaar. Het primaire eindpunt was overall response rate.

Er waren 33 patiënten met complete respons en 73 patiënten met partiële respons, voor een ORR 28,6% (95%-bti 24,1-33,5), met mediane duur van respons 30,1 maanden (18,1-NR). De respons hield meer dan 12 maanden aan in 67% en meer dan 24 maanden in 52% van de patiënten. Veertig patiënten met respons voltooiden twee jaar behandeling, en 32 hadden doorlopende respons bij beëindiging van de behandeling. De mediane overall survival was 11,3 maanden (95%-bti 9,7-13,1) met één-jaars OS 46,9% en twee-jaars OS 31,2%. In de groep patiënten met PD-L1 combined positive score 10 of hoger was de ORR 47,3% (95%-bti 37,7-57,0) en de mediane OS 18,5 maanden (12,2-28,5). In de groep patiënten met lymph node-only disease was de ORR 49,0% (95%-bti 34,8-63,4) en de mediane OS 27,0 maanden (12,4-NR).

De onderzoekers concluderen dat eerstelijns pembrolizumab duurzame respons induceerde van lokaal-gevorderd of metastatisch UC in patiënten die niet in aanmerking kwamen voor cisplatine. Vooral patiënten met CPS 10 of hoger en patiënten met tot de lymfeklieren beperkte ziekte hadden baat bij de behandeling.

1.Vuky J, Balar AV, Castellano D et al. Long-term outcomes in KEYNOTE-052: phase II study investigating first-line pembrolizumab in cisplatin-ineligible patients with locally advanced or metastatic urothelial cancer. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Long-term results of the multinational phase 2 study KEYNOTE-052 show that first-line pembrolizumab conferred meaningful and durable clinical response in cisplatin-ineligible patients with advanced urothelial carcinoma. In patients with CPS ≥ 10 and patients with lymph node-only disease the median OS was 18.5 months (9% CI 12.2-28.5) and 27.0 months (12.4 to NR), respectively.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)