Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Cardiale veiligheid van HER2-gerichte behandelingen voor mammacarcinoom in patiënten met gecompromitteerde hartfunctie (0)
2021-01-06 13:00   ( Nieuws )
Tags:  SAFE-HeaRt study breast cancer HER2-directed therapies
Dr. Katia KhouryHER2-gerichte therapie voor mammacarcinoom is geassocieerd met cardiotoxiciteit die gewoonlijk asymptomatisch en reversibel is. De multicenter SAFE-HeaRt studie onderzoekt de cardiale veiligheid van HER2-gerichte therapie voor mammacarcinoom in patiënten met gecompromitteerde hartfunctie. Dr. Katia Khoury (Georgetown University Hospital, Washington DC) en collega’s publiceren in Breast Cancer Research and Treatment resultaten van de studie na mediaan 3,5 jaar follow-up.1

De studie includeerde dertig patiënten met stadium I tot en met IV HER2-positief mammacarcinoom en LVEF 40% tot 90%. De patiënten kregen trastuzumab met of zonder pertuzumab, of T-DM1, plus cardioprotectieve medicatie. Het primaire eindpunt was voltooiing van de HER2-gericht therapie zonder cardiale gebeurtenissen of asymptomatische verslechtering van de LVEF. De mediane follow-up per juni 2020 was 42 maanden. De studie voldeed aan de criteria van het primaire eindpunt met 27 patiënten (90%) die de HER2-gerichte therapie voltooiden zonder cardiale problemen. Onder de 23 patiënten met lange-termijn follow-up waren er 14 met vroeg-stadium ziekte en 9 met metastatische ziekte, van wie er 8 HER2-gerichte behandeling bleven gebruiken. Eén patiënt ontwikkelde symptomatisch hartfalen, zonder verandering van LVEF. De gemiddelde LVEF nam toe van 44,9% voor aanvang van de behandeling tot 52,1% na 42 maanden.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met gecompromitteerde hartfunctie die HER2-gerichte therapie kregen voor mammacarcinoom, late ontwikkeling van hartfunctiestoornis ongewoon was.

1.Khoury K, Lynce F, Barac A et al. Long-term follow-up assessment of cardiac safety in SAFE-HeaRt, a clinical trial evaluating the use of HER2-targeted therapies in patients with breast cancer and compromised heart function. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: The multicenter SAFE-HEaRt study evaluated cardiac safety of HER2-targeted therapy for breast cancer in patients with compromised heart function. The study met its primary endpoint with 90% of patients completing their therapy without cardiac issues.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Chemotherapie en ICU-opnames tijdens de laatste levensfase van Nederlandse patiënten met maag-/slokdarmcarcinoom (0)
2021-01-05 16:00   ( Nieuws )
Tags:  gastroesophageal cancer chemotherapy and ICU admission in last phase of life
Prof. Hanneke van LaarhovenTijdens de laatste levensfase van patiënten met maligniteiten zijn opname op een afdeling intensieve zorg (ICU) en gebruik van chemotherapie geassocieerd met verminderde kwaliteit van leven. Een studie onder alle patiënten die in 2017 en 2018 in Nederland overleden aan maligniteiten van maag en slokdarm heeft de prevalentie van ICU-opname en gebruik van chemotherapie tijdens de laatste levensfase geïnventariseerd. Prof. Hanneke van Laarhoven (Amsterdam UMC) en collega’s publiceren de studie vandaag in Cancers.1



Na exclusie van patiënten die curatieve behandeling ondergingen includeerde de studie 3748 patiënten (gemiddelde leeftijd 71,4 jaar; 71,4% mannen). De prevalentie van ICU-opname was 5,6% tijdens de laatste 90 dagen van het leven en 4,2% tijdens de laatste 30 dagen. De prevalentie van gebruik van chemotherapie was 21,2% tijdens de laatste 90 dagen van het leven en 8,0% tijdens de laatste 30 dagen. Onder patiënten die eerder chemotherapie hadden gekregen was gebruik van chemotherapie in de laatste 90 dagen 4.3 maal (48,0% versus 11,2%) en in de laatste 30 dagen 3,7 maal (15,7% versus 4,3%) hoger dan onder patiënten die niet eerder chemotherapie hadden gekregen. Ziekenhuisvolume was negatief gecorreleerd met gebruik van chemotherapie tijdens de laatste 30 levensdagen.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten die in Nederland overleden aan maligniteiten van maag en slokdarm ICU-opname en gebruik van chemotherapie in de laatste levensfase relatief infrequent waren.

1.Besseling J, Reitsma J, van Erkelen JA et al. Use of palliative chemotherapy and ICU admissions in gastric and esophageal cancer patients in the last phase of life: a nationwide observational study. Cancers 2021;13:145

Summary: A study among all Dutch incurable gastroesophageal cancer patients who died in 2017 and 2018 found that in the last 30 days of life the prevalence of ICU-admission was 4.2% and the prevalence of chemotherapy use was 8.0%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van metformine plus irinotecan voor refractair colorectaalcarcinoom (0)
2021-01-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  refractory colorectal cancer metformin plus irinotecan
Dr. Arinilda Campos BragagnoliEr zijn weinig behandelopties voor patiënten met refractair colorectaalcarcinoom. Een fase 2-studie in Brazilië heeft de combinatie van metformine plus irinotecan voor refractair CRC geëvalueerd. Dr. Arinilda Campos Bragagnoli (Hospital de Câncer de Barretos) en collega’s publiceren de studie in het British Journal of Cancer.1

De studie includeerde 41 patiënten die drie-weekse cycli kregen van oraal metformine 2500 mg eenmaal daags plus intraveneus irinotecan 125 mg/m2 op dagen één en acht. Het primaire eindpunt was ziektecontrole (RECIST1.1) na twaalf weken. Dit eindpunt werd bereikt door zeventien patiënten (41%) waarmee de studie positief werd bevonden. De mediane progressievrije overleving was 3,3 maanden (95%-bti 2,0-4,5) en de mediane overall survival was 8,4 maanden (95%-bti 5,9-10,8). Patiënten met ziektecontrole na twaalf weken hadden betere OS dan patiënten zonder ziektecontrole na twaalf weken (HR 0,21; p=0,001). De meest-waargenomen adverse event was diarree (graad 3 in 29,2% van de patiënten).

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van metformine plus irinotecan resulteerde in ziektecontrole in 41% van patiënten met refractair CRC.

1.Campos Bragagnoli A, Araujo RLC, Wagner Ferraz M et al. Metformin plus irinotecan in patients with refractory colorectal cancer: a phase 2 clinical trial. Br J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study in Brazil evaluated the combination of metformin plus irinotecan for refractory colorectal cancer. Disease control at twelve weeks was seen in 41% of patients. Disease control at twelve weeks was associated with better overall survival (HR 0.21; p=0.001).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen zuivelconsumptie tijdens adolescentie en risico van latere colorectaaladenomen (0)
2021-01-05 14:00   ( Nieuws )
Tags:  dairy intake during adolescence and risk of colorectal adenoma
Dr. Katharina NimptschEr zijn overtuigende aanwijzingen voor een inverse relatie tussen zuivelconsumptie tijdens de volwassen levensfase met het risico van colorectaalcarcinoom (CRC). Aangezien de colorectale carcinogenese een proces is dat decennia kan duren is het denkbaar dat hogere zuivelconsumptie tijdens de adolescentie geassocieerd is met lager risico van later colorectaaladenoom (CRA), een voorloper van CRC. Een analyse in het cohort van de Nurses’ Health Study 2 heeft deze hypothese getoetst. Dr. Katharina Nimptsch (Max Delbrück Center, Berlijn) en collega’s publiceren de analyse in het British Journal of Cancer.1

Het NHS2-cohort omvat uit 27.196 vrouwen die bij recrutering (in 1989) 25 tot 43 jaar oud waren, in 1998 een gevalideerde high school diet questionnaire hadden beantwoord, en die tussen 1998 en 2011 tenminste één endoscopie hadden ondergaan voor detectie van eventuele adenomen in colon en rectum. De endoscopie resulteerde in detectie van CRA in 2239 vrouwen in het cohort. Er was geen associatie tussen zuivelconsumptie tijdens de adolescentie en risico van CRA: hoogste kwintiel (tenminste vier porties zuivel per dag) versus laagste kwintiel (ten hoogste 1,42 porties per dag) OR 0,94 (95%-bti 0,80-1,11). Hogere zuivelconsumptie tijdens de adolescentie was wel geassocieerd met lager risico van rectale adenomen (0,63; 0,42-0,95) maar niet van adenomen in het proximale colon (1,01;0,80-1,28) of distale colon (0,97;0,76-1,24). Er was een inverse associatie tussen zuivelconsumptie tijdens de adolescentie en histologisch gevorderd adenoom (0,72;0,51-1,00) maar niet met niet-gevorderd adenoom (1,07;0,86-1,33).

De onderzoekers concluderen dat hogere zuivelconsumptie tijdens de adolescentie geassocieerd was met lager risico van later rectaal en gevorderd adenoom.

1.Nimptsch K, Lee DH, Zhang X et al. Dairy intake during adolescence and risk of colorectal adenoma later in life. Br J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis of the Nurses’ Health Study 2 cohort found that higher dairy intake during adolescence was associated with lower risk of rectal (but not colon) and advanced adenoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Longitudinale analyse van vermoeidheid, angst, en kwaliteit van leven van patiënten met mammacarcinoom (0)
2021-01-05 13:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer longitudinal analysis of fatigue and anxiety and quality of life
Dr. Michelle JanelsinsVermoeidheid en angst zijn significante klachten die vaak gerapporteerd worden door patiënten met mammacarcinoom. Een multicenterstudie in de Verenigde Staten heeft de associatie van deze klachten met de kwaliteit van leven onderzocht. Dr. Michelle Janelsins (University of Rochester Medical Center, NY) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 580 patiënten die chemotherapie kregen voor mammacarcinoom, en 364 voor leeftijd gematchte controlepersonen zonder maligniteiten. De patiënten beantwoordden vragenlijsten over vermoeidheid, angst en kwaliteit van leven voor aanvang van de chemotherapie (A1), na voltooiing van de chemotherapie (A2), en zes maanden na voltooiing van de chemotherapie (A3); de controlepersonen beantwoordden dezelfde vragenlijsten op overeenkomende tijdstippen. Linear mixed models (LMM) vergeleken verloop in de tijd van vermoeidheid en angst in beide groepen, en bepaalden de associaties met kwaliteit van leven, na correctie voor leeftijd, opleidingsniveau, ras, body mass index, echtelijke staat, menopauzale status, en slaapklachten.

De patiënten hadden op alle tijdstippen ernstigere klachten van vermoeidheid en van angst dan de controlepersonen (alle p’s <0,001). Tussen A1 en A2 ervoeren patiënten een significante toename van vermoeidheid, die op A3 weer terug was op het niveau van A1 maar hoger bleef dan onder controlepersonen (p<0,001). De scores op mentale en fysieke subschalen van vermoeidheid namen toe tussen A1 en A2, en bleven op A3 significant hoger dan op A1 (p<0,001). Onder patiënten voorspelden vermoeidheid en angst zowel elkaar als kwaliteit van leven. Ook menopauzale status, hogere BMI, mastectomie, en slaapstoornis waren voorspellend voor hogere vermoeidheid.

De onderzoekers concluderen dat patiënten die chemotherapie kregen voor mammacarcinoom significante toename van vermoeidheid en angst ervaren tot zes maanden na de chemotherapie, geassocieerd met slechtere kwaliteit van leven. Er is behoefte aan simultate interventies voor angst en vermoeidheid.

1.Williams A, Paterson Khan C, Heckler CE et al. Fatigue, anxiety, and quality of life in breast cancer patients compared to non-cancer controls: a nationwide longitudinal analysis. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in the USA found that breast cancer patients experience significant fatigue and anxiety up to six months post-chemotherapy that is associated with worse quality of life.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten na CRS/HIPEC voor ovariumcarcinoom in oudere patiënten (0)
2021-01-04 16:00   ( Nieuws )
Tags:  ovarian cancer in women aged 65 years and older CRS HIPEC
Dr. Teresa Diaz-MontesEr zijn aanwijzingen voor ongunstige impact van hogere leeftijd op prognose van epitheliaal ovariumcarcinooom (EOC), maar er is geen consensus over de beste behandeling van EOC in de groep patiënten in de leeftijd 65 jaar en ouder. Een studie van Mercy Medical Center (Baltimore MD) heeft de feasibiliteit van cytoreductieve chirurgie plys hyperthermische intraperitoneale chemotherapie (CRS/HIPEC) voor EOC in geselecteerde oudere patiënten onderzocht. Dr. Teresa Diaz-Montes en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

Tussen begin 1998 en eind 2019 kregen in het centrum in Baltimore 148 patiënten CRS/HIPEC voor EOC: 42 upfront, 48 na neoadjuvante chemotherapie (NACT), en 58 als salvage behandeling. De mediane follow-up voor het gehele cohort was 44,6 maanden. Na upfront CRS/HIPEC was de mediane overall survival 69,2 maanden in de groep patiënten jonger dan 65 jaar versus 69,3 maanden in de groep patiënten ouder dan 64 jaar. Na NACT plus CRS/HIPEC was de mediane OS 26,9 maanden in de groep patiënten jonger dan 65 jaar versus 32,9 maanden in de groep patiënten ouder dan 64 jaar. Na salvage CRS/HIPEC was de mediane OS 45,6 maanden in de groep patiënten jonger dan 65 jaar versus 23,9 maanden in de groep patiënten ouder dan 64 jaar.

De onderzoekers concluderen dat zorgvuldig geselecteerde EOC-patiënten in de leeftijd van 65 jaar en ouder profijt kunnen hebben van agressieve behandeling.

1.Zambrano-Vera K, Sardi A, Lopez-Ramirez F et al. Outcomes for elderly ovarian cancer patients treated with cytoreductive surgery plus hyperthermic intraperitoneal chemotherapy (CRS/HIPEC). Ann Surg Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A study at Mercy Medical Center (Baltimore, MD) found that selected elderly ovarian cancer patients could benefit from aggressive treatment with CRS/HIPEC.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gebruik van cyproteronacetaat door meningeoompatiënten: leeftijd bij diagnose en risico van multipel meningeoom (0)
2021-01-04 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CPA use meningioma
Dr. Edouard SamarutHet EMA heeft vorig jaar geadviseerd het gebruik van hoge dosering van het antiandrogeen cyproteronacetaat (CPA) te beperken nadat in een studie een verhoogd risico van meningeoom was gezien in patiënten die CPA gebruikten. Een retrospectieve studie in het academisch ziekenhuis van Nantes (Frankrijk) heeft geschiedenis van blootstelling aan CPA geïnventariseerd onder patiënten die behandeld werden voor intracraniaal meningeoom. Dr. Edouard Samarut en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

Na exclusie van patiënten met geschiedenis van blootstelling aan ioniserende straling en met neurofibromatose type 2 werden tussen begin 2014 en eind 2017 in het ziekenhuis in Nantes 388 patiënten behandeld voor intracraniaal meningeoom (277 met chirurgie en 111 met radiotherapie). Onder deze patiënten had 3,9% voormalig of huidig gebruik van CPS en 16,2% van andere hormonen. Vergeleken met de groep zonder hormoonblootstelling had de groep met CPA-blootstelling significant vroeger ontstaan van meningeoom (diagnose op leeftijd 61,9 versus 48,9 jaar; p=0,0005) en hogere frequentie van multipele meningeomen (6,1% versus 26,7%; p=0,0115).

De onderzoekers concluderen dat de studie suggereert dat CPA-blootstelling geassocieerd was met vroeger ontstaan van meningeoom en risico van multipele meningeomen.

1.Samarut E, Lugat A, Amelot A et al. Meningiomas and cyproterone acetate: a retrospective, monocentric cohort of 388 patients treated by surgery or radiotherapy for intracranial meningioma. J Neuro-Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in France found that among patients with intracranial meningiomas, patients with a history or current use of cyproterone acetate were significantly younger at onset and had more often multiple meningiomas than patients without history or current CPA use.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Model voor voorspellen van uitkomsten van verschillende interventies voor laag-risico DCIS (0)
2021-01-04 14:02   ( Nieuws )
Tags:  predicting outcomes of various interventions for DCIS real-world data model
Danalyn ByngEen toenemend percentage van vrouwen met in screeningsprogramma’s gedetecteerd DCIS heeft asymptomatische ziekte. Studies van actieve surveillance voor deze patiënten zijn onderweg, maar resultaten van deze studies zullen nog wel tien jaar op zich laten wachten. PhD-student Danalyn Byng (NKI-AVL Amsterdam) en collega’s hebben een model opgesteld dat op basis van gegevens in de SEER-database resultaten van actieve surveillance of interventies voor DCIS voorspelt. Ze publiceren het model in Breast Cancer Research and Treatment.1

Het model is gebaseerd op gegevens van 85.982 vrouwen met laag-risico DCIS tussen begin 1992 en eind 2016 in de leeftijd van 40 jaar of ouder. De vergeleken strategieën waren geen locale behandeling (NLT), borstsparende chirurgie (BCS), of BCS plus radiotherapie (RT). Er was een verhoogd risico van invasief mammacarcinoom binnen vijf jaar na de DCIS-diagnose voor leeftijd 40 tot 50 jaar (versus 50 tot 70 HR 1,86; 95%-bti 1,34-2,57), graad 3 lesies (versus graad 2 HR 1,42; 95%-bti 1,05-1,91), lesies 2 cm of groter (versus kleiner dan 2 cm HR 1,66; 95%-bti 1,23-2,25), en zwart ras (versus blank HR 2,52; 95%-bti 1,83-3,48). Het model voorspelde minimale verschillen in risico van invasief mammacarcinoom met verschillende behandelstrategieën. Onder vrouwen die na tien jaar nog in leven waren zonder een breast event was de voorspelde waarschijnlijkheid van invasief mammacarcinoom als eerste gebeurtenis 3,02% met NLT, versus 1,66% met BCS en 0,42% met BCS plus RT.

De onderzoekers concluderen dat het model gebaseerd op real-world data laat zien dat onder vrouwen met laag-risico DCIS het risico van invasief mammacarcinoom weinig uiteenloopt met NLT, BCS, en BCS plus RT.

1.Byng D, Retèl VP, Schaapveld M et al. Treating (low-risk) DCIS patients: what can we learn from real-world cancer registry evidence? Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: A model study based on real-world data from the SEER registry found that among women with primary DCIS and low-risk features the risk of subsequent breast events differed minimally by treatment strategy (ncluding no local treatment).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)