Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Drie versus zes maanden adjuvante chemotherapie voor hoog-risico stadium II colorectaalcarcinoom (0)
2020-02-14 15:00   ( Nieuws )
Tags:  TOSCA trial subgroup analysis CRC three versus six months of adjuvant CAPOX or FOLFOX
Prof. Alberto SobreroToevoeging van oxaliplatine aan standaard zes maanden fluorouracil-gebaseerde adjuvante chemotherapie voor stadium II colorectaalcarcinoom is geassocieerd met verlaging van het risico van recidief, zij het niet met langere overleving. De Italiaanse non-inferioriteits fase 3-studie TOSCA vergeleek drie versus zes maanden adjuvante behandeling met FOLFOX of CAPOX voor CRC. Prof. Alberto Sobrero (IRCCS San Martino, Genua) en collega’s publiceren een subgroep-analyse, van patiënten met hoog-risico stadium II CRC, online in JAMA Oncology.1

De studie werd uitgevoerd in 130 centra in Italië. De nu gepubliceerde analyse includeerde1254 patiënten (565 vrouwen; gemiddelde leeftijd 62,4 ± 9,8 jaar) die na resectie 1:1 werden gerandomiseerd naar drie versus zes maanden standaard-dosering FOLFOX (n=776) of CAPOX (n=478). Het primaire eindpunt was vijf-jaars recidiefvrije overleving. Deze was 82,2% voor de drie-maands arm versus 88,2% voor de zes-maands arm, waarmee noninferioriteit van de drie-maands versus de zes-maands behandeling niet werd aangetoond. Onder de CAPOX-behandelde patiënten was de vijf-jaars RFS vergelijkbaar tussen de drie- en zes-maands arm (verschil 0,76% in het voordeel van de zes-maands arm; 95%-bti -6,28 tot + 7,80) maar onder de FOLFOX-behandelde patiënten was het verschil tussen beide armen groot (8,56% in het voordeel van de zes-maands arm; 95%-bti 3,45 tot 13,67). Neurotoxiciteit was een bijwerking in vijf maal meer patiënten in de zes-maands arm dan in de drie-maands arm.

De onderzoekers concluderen dat in de drie-maands arm de behandeling minder toxiciteit veroorzaamte dan in de zes-maands arm, maar dat voor werkzaamheid non-inferioriteit van drie versus zes maanden behandeling niet kon worden aangetoond. Er was een mogelijk regime-effect , suggererend dat drie maanden CAPOX of zes maanden FOLFOX zou moeten worden gekozen als een oxaliplatine-doublet behandeling geïndiceerd is.

1.Petrelli F, Labianca R, Zaniboni A et al. Assessment of duration and effects of 3 vs 6 months of adjuvant chemotherapy in high-risk stage II colorectal cancer. A subgroup analysis of the TOSCA randomized clinical trial. JAMA Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A subgroup analysis of the Italian phase 3 study TOSCA found that in patients with high-risk stage II CRC after resection three compared to six months CAPOX or FOLFOX was associated with less toxicity, but for relapse-free survival noninferiority of three versus six month treatment was not shown. For CAPOX the 5-year relapse-free survival was similar in both arms; for FOLFOX the 5-year relapse-free survival was significantly better in the six-month arm than in the three-month arm.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Wereldwijde trends in mammacarcinoom in vrouwen en mannen van 1990 tot en met 2017 (0)
2020-02-14 14:00   ( Nieuws )
Tags:  female and male breast cancer. global trends 1990-2017
Er is heterogeniteit in de incidentie van mammacarcinoom in verschillende landen, en ook in de incidentie van de ziekte in vrouwen vergeleken met mannen. Een analyse van de Global Burden of Disease 2017 database heeft wereldwijde trends in mammacarcinoom in vrouwen (FeBC) en mannen (MaBC) onderzocht. Dr. Pingming Fan (Medische Universiteit van Hainan, China) en collega’s publiceren de analyse online in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen 1990 en 2018 nam het jaarlijkse aantal nieuwe diagnosen FeBC toe van 870.200 tot 1.937.600, overeenkomend met een toename van de age-standardized incidence rate (ASR) van 39,2 per 100.000 tot 45,9 per 100.000. Significante toename van de FeBC-ASR werd gezien in 166 landen, met de sterkste toename in de Derde Wereld, en een afname in sommige geïndustrialiseerde landen waaronder de Verenigde Staten. Van MaBC nam het jaarlijkse aantal nieuwe diagnosen toe van 8.500 in 1990 tot 23.100 in 2017, overeenkomend met een toename van de ASR van 0,46 per 100.000 tot 0,61 per 100.000. De MaBC-ASR nam significant toe in 123 landen, zonder duidelijke topografische clusters.

De onderzoekers concluderen dat de incidentie van mammacarcinoom in de meeste landen in beide geslachten toenam, hoewel de epidemiologische kenmerken van de incidentie van FeBC en MaBC niet volledig overeenkwamen.

1.Chen Z, Xu L, Shi W et al. Trends of female and male breast cancer incidence at the global, regional, and national levels, 1990-2017. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of the Global Burden of Disease 2017 database found that breast cancer incidence rates are increasing in most countries in both sexes, although the epidemiological features were not completely shared between female breast cancer and male breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten en responsen op herbehandeling na PD-1 blokkade voor melanoom (0)
2020-02-14 12:32   ( Nieuws )
Tags:  PD-1 blockade for melanoma long-term outcomes responses to retreatment
Dr. Allison Betof WarnerPD-1 blokkade als monotherapie voor melanoom kan leiden tot complete respons (CR). Er is geen duidelijkheid over de optimale duur van voortzetting van de behandeling na het bereiken van CR. Een retrospectieve analyse van dossiers van patiënten van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft lange-termijn uitkomsten en responsen op herbehandeling na PD-1 blokkade voor melanoom geïnventariseerd. Dr. Allison Betof Warner en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde alle patiënten die tussen begin 2009 en eind 2018 in MSKCC PD-1 blokkade monotherapie hadden gekregen voor niet-uveaal niet-resectabel stadium III/IV melanoom, de behandeling hadden gestopt, en vervolgens nog tenminste drie maanden waren gevolgd (n=396). Van deze patiënten hadden 102 CR. De mediane duur van behandeling na CR was 0 maanden (range: gestopt voor bereiken van CR – 26 maanden na CR). Drie jaar na het bereiken van CR was 72,1% van de patiënten in leven zonder nieuwe antimelanoom-therapie. Er was geen significante associatie tussen duur van behandeling en risico van relapse. Onder de 78 patiënten die na ziekteprogressie opnieuw behandeld werden, werd respons gezien in 5 van 34 patiënten die opnieuw anti-PD-1 monotherapie kregen en in 11 van 44 die anti-PD-1 plus ipilimumab kregen.

De onderzoekers concluderen dat in dit cohort de meeste patiënten de behandeling staakten na het bereiken van CR. De meeste CRs waren duurzaam, hoewel de kans van falen van de behandeling na drie jaar 28% was. Responsen op herbehandeling waren infrequent. De optimale duur van behandeling na bereiken van CR is nog niet duidelijk.

1.Betof Warner A, Palmer JS, Shoushtari AN et al. Long-term outcomes and responses to retreatment in patients with melanoma treated with PD-1 blockade. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: Retrospective analysis of records of patients of Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found that most patients who achieved complete response to single-agent anti-PD-1 therapy for nonuveal, unresectable stage III/IV melanoma, discontinued the treatment at the time of CR. Most CRs were durable but the probability of treatment failure was 28% at 3 years. Responses to retreatment were infrequent. The optimal duration of treatment after CR is not yet clear.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Effect van pembrolizumab plus neoadjuvante chemotherapie op pCR van vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2020-02-13 16:11   ( Nieuws )
Tags:  phase 2 adaptively randomized I-SPY2 trial early breast cancer pembrolizumab plus NACT
Dr. Rita NandaIn ongeveer 25% van de patiënten die neoadjuvante of adjuvante chemotherapie krijgen voor vroeg-stadium mammacarcinoom wordt binnen vijf jaar recidief gezien. Er is behoefte aan verbeteringen van de behandeling. De fase 2-studie I-SPY2 is een multicenter fase 2-studie voor hoog-risico stadium II/III mammacarcinoom, die parallel verschillende interventies evalueert. De controle-arm voor alle interventies is standaard neoadjuvante chemotherapie (NACT). Een van de onderzochte interventies is toevoegen van pembrolizumab aan NACT voor vroeg-stadium HER2-negatieve ziekte. Dr. Rita Nanda (University of Chicago IL) en collega’s publiceren resultaten van deze interventie vandaag online in JAMA Oncology.1

De finale analyse includeerde 250 vrouwen, onder wie 181 in de controle-arm (mediane leeftijd 47 jaar; range 24-77) die standaard taxaan- en anthracycline-gebaseerde NACT kregen. De interventie-arm telde 69 vrouwen (mediane leeftijd 50 jaar; range 27-71) onder wie 40 vrouwen met HR-positieve ziekte en 29 vrouwen met TNBC. Deze vrouwen kregen neoadjuvant vier cycli pembrolizumab in combinatie met NACT.

Het primaire eindpunt van de analyse was pathologisch complete respons. In de pembrolizumab plus NACT versus de alleen-NACT arm was het percentage patiënten met pCR 44% versus 17% onder de patiënten met HER2-negatieve ziekte, 30% versus 13% onder de patiënten met HR-positieve/HER2-negatieve ziekte, en 60% versus 22% onder de patiënten met triple-negatieve ziekte. In alle geanalyseerde groepen resulteerde toevoeging van pembrolizumab aan NACT in lagere residual cancer burden. De drie-jaars gebeurtenisvrije overleving onder de patiënten die in de pembrolizumab-arm pCR bereikten was 93%. Adverse events in de pembrolizumab-arm waren schildklier-abnormaliteiten (13,0% van de patiënten) en bijnierinsufficiëntie (8,7%).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van pembrolizumab aan standaard NACT resulteerde in meer dan verdubbeling van de pCR rates van zowel HR-positief/HER2-negatieve ziekte als van TNBC. Een fase 3-studie van checkpointblokkade voor vroeg-stadium hoog-risico HER2-negatief mammacarcinoom heeft een hoge kans van slagen.

1.Nanda R, Liu MC, Yau C et al. Effect of pembrolizumab plus neoadjuvant chemotherapy on pathologic complete response in women with early-stage breast cancer. An analysis of the ongoing phase 2 adaptively randomized I-SPY2 trial. JAMA Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: The multicenter adaptively randomized phase 2 platform trial I-SPY2 found that addition of pembrolizumab to standard neoadjuvant chemotherapy more than doubled pCR rates for both HR-positive/HER2-negative and triple negative breast cancer. The authors conclude that checkpoint blockade in women with early-stage, high-risk, HER2-negative breast cancer is highly likely to succeed in a phase 3 trial.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van pCR na neoadjuvante chemotherapie op recidief van mammacarcinoom en overleving: meta-analyse (0)
2020-02-13 15:03   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer pCR after NACT impact on recurrence and survival
Dr. Laura SpringIn veel studies is prognostische significantie gezien van het bereiken van pathologisch complete respons (pCR) na neoadjuvante chemotherapie (NACT) voor mammacarcinoom. Een indivdual patient level data meta-analyse heeft de impact van pCR op gebeurtenisvrije overleving en overall survival geïnventariseerd, zowel overall als voor verschillende subtypen van de ziekte, en onderzocht wat de waard is van toevoeging van adjuvante chemotherapie na pCR. Dr. Laura Spring (Massachusetts General Hospital, Boston) en collega’s publiceren de meta-analyse online in Clinical Cancer Research.1

In de literatuur vonden de onderzoekers 52 voor het onderwerp relevante publicaties, met gegevens van tezamen 27.895 patiënten. De patiënten met een pCR na NACT hadden (vergeleken met patiënten zonder pCR) betere EFS (HR 0,31; 95%-probabiliteitsinterval 0,24-0,39), met name in geval van triple-negatieve ziekte (HR 0,18; 95%-PI 0,10-0,31) en HER2+ ziekte (HR 0,32; 95%-PI 0,21-0,47). Bereiken van pCR na NACT was ook geassocieerd met betere OS (HR 0,22; 95%-PI 0,15-0,30). De associatie van pCR met EFS was gelijk voor patiënten die vervolgens adjuvante chemotherapie kregen (HR 0,36; 95%-PI 0,19-0,67) als voor patiënten zonder adjuvante chemotherapie (HR 0,36; 95%-PI 0,27-0,54) zonder significante verschillen tussen beide groepen (p=0,60).

De onderzoekers concluderen dat bereiken van pCR na NACT voor mammacarcinoom geassocieerd was met betere EFS en OS, met name onder patiënten met TNBC en HER2+ BC. Associatie van pCR op NACT met EFS verschilde niet tussen patiënten met versus zonder adjuvante chemotherapie.

1.Spring LM, Fell G, Arfe A et al. Pathological complete response after neoadjuvant chemotherapy and impact on breast cancer recurrence and survival: a comprehensive meta-analysis. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 52 publications (27,895 patients) found that achieving pCR after neoadjuvant chemotherapy for breast cancer was associated with better EFS (HR 0.31; 95% PI 0.24-0.39), especially for triple-negative (HR 0.18; 95% PI 0,10-0.31) and HER2+ (HR 0.32; 95% PI 0,21-0,47) disease, and also with improved OS (HR 0.22; 95% PI 0.15-0.30). The association of pCR with improved EFS was similar among patients who received subsequent adjuvant chemotherapy and patients without adjuvant chemotherapy (p=0.60).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-2 studie van brentuximab vedotin plus bendamustine als eerste salvage behandeling voor RRHL (0)
2020-02-13 13:58   ( Nieuws )
Tags:  relapsed or refractory Hodgkin lymphoma. BV plus bendamustine as first salvage therapy
Dr. Ann LaCasceEen multicenter fase 1-2 studie in de Verenigde Staten onderzocht de waarde van brentuximab vedotin (BV) plus bendamustine als eerste salvage therapie voor recidiverend of refractair Hodgkin lymfoom (RRHL). Dr. Ann LaCasce (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s publiceren drie-jaars resultaten van de studie online in het British Journal of Haematology.1 De studie includeerde 53 voor werkzaamheid evalueerbare patiënten, die zes drie-weekse cycli BV plus bendamustine kregen, gevolgd door autologe stamceltransplantatie (autoSCT; n=40) en/of nog ten hoogste zestien cycli BV monotherapie. Eerder is gepubliceerd dat de behandeling resulteerde in objectieve respons in 92,5% van de patiënten en complete remissie in 73,6%.

De mediane follow-up voor de nu gepubliceerde OS-analyse was 44,5 maanden (range 4-55) vanaf de eerste dosis en 41,8 maanden (range 0-52) vanaf autoSCT. De figuur laat zien dat de drie-jaars OS 92% was, zonder significante verschillen tussen de groepen met en zonder autoSCT. De drie-jaars progressievrije overleving was 60,3% in de groep patiënten die autoSCT ondergingen en 40,4% in de groep patiënten die geen autoSCT ondergingen. De duur van complete remissie verschilde niet tussen beide groepen. Consistent met wat is gezien in eerdere studies ervoer ongeveer de helft van de BV-behandelde patiënten perifere neuropathie, die in de meeste gevallen mild was en resolveerde na stoppen van de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van BV en bendamustine als eerste salvage therapie voor RRHL resulteerde in de mogelijkheid om autoSCT te ondergaan voor ongeveer 75% van de patiënten. Patiënten die autoSCT ondergingen hadden gunstige drie-jaars PFS, en alle patiënten hadden gunstige drie-jaars OS.

1.LaCasce AS, Bociek RG, Sawas A et al. Three-year outcomes with brentuximab vedotin plus bendamustine as first salvage therapy in relapsed or refractory Hodgkin lymphoma. Br J Haematol 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1-2 study in the USA found that the combination of brentuximab vedotin and bendamustine as first salvage therapy for relapsed or refractory Hodgkin lymphoma produced high ORR and CR rate, and 75% of patients were able to undergo autoSCT. Patients proceeding to autoSCT had a favorable 3-year PFS and all patients had a favorable 3-year OS. About half of the patients had peripheral neuropathy, most of which was mild and reversed after treatment ended.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Conditionele overleving na resectie voor pancreas ductaal adenocarcinoom in Nederland (0)
2020-02-13 12:26   ( Nieuws )
Tags:  pancreatic cancer conditional survival after resection
Prof. Marc BesselinkDe overleving van patiënten met pancreas ductaal adenocarcinoom (PDAC) neemt toe naarmate patiënten langer overleven na de resectie. Een analyse van gegevens van het NKR heeft de conditionele overleving geïnventariseerd van patiënten die in Nederland resectie ondergingen voor PDAC. Prof. Marc Besselink (Amsterdam UMC) en collega’s van de Dutch Pancreatic Cancer Group publiceren de analyse online in Annals of Surgical Oncology.1

Na exclusie van patiënten die binnen dertig dagen na chirurgie overleden (n=122) includeerde de analyse 3082 patiënten (53% mannen) die tussen begin 2005 en eind 2016 resectie ondergingen. De mediane leeftijd bij resectie was 67 jaar (IQR 60-73). De mediane overall survival was 18 maanden (95%-bti 17-18) en de vijf-jaars OS was 15%. De één-jaars conditionele overleving nam toe van 55% tot 74% tot 86% voor patiënten die respectievelijk één, drie, en vijf jaar na de resectie overleefden. De mediane OS nam toe van 15 maanden tot 40 maanden tot 64 maanden in patiënten die één, drie of vijf jaar na de resectie overleefden. De onderzoekers ontwikkelden een voorspellingsmodel van de vijf-jaars overleving, afhankelijk van kenmerken van patiënt, tumor en behandeling.

De onderzoekers concluderen dat de één-jaars conditionele overleving toenam van 55% één jaar na de resectie tot 74% drie jaar na de resectie.

1.Latenstein AEJ, van Roessel S, van der Geest LGM et al. Conditional survival after resection for pancreatic cancer: a population-based study and prediction model. Ann Surg Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis of patients with resected PDAC in The Netherlands (n=3082) found that the one-year conditional survival increased from 55 to 74 to 86% at one, three, and five years after surgery. The authors developed a model predicting five-year survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Tucatinib, trastuzumab, en capecitabine voor HER2-positief metastatisch mammacarcinoom (0)
2020-02-13 08:51   ( Nieuws )
Tags:  HER2CLIMB
In december jl. berichtten we over een in San Antonio gepresenteerde studie, die liet zien dat toevoegen van tucatinib aan trastuzumab en capecitabine resulteerde in betere PFS en OS van patiënten met HER2-positief metastatisch mammacarcinoom. De studie wordt vandaag gepubliceerd in The New England Journal of Medicine, voorzien van een nieuwe Quick Take Video Summary.

1.Murthy RK et al. N Engl J Med 2020;382:597-609


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)