Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Risicofactoren voor keratinocytcarcinoom in ontvangers van allogene hematopoïetische celtransplantatie (0)
2020-04-09 11:35   ( Nieuws )
Tags:  alloHCT recipients risk factors for keratinocyte carcinoma
Dr. Jeffrey ScottOntvangers van allogene hematopoïetische celtransplantatie (alloHCT) hebben een verhoogd risico van het ontwikkelen van secundaire maligne neoplasmen, waaronder keratinocytcarcinoom (KC). Een retrospectieve cohortstudie in de Verenigde Staten heeft risicofactoren voor KC in alloHCT-ontvangers geïnventariseerd. Dr. Jeffrey Scott (Johns Hopkins University School of Medicine, Baltimore MD) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Dermatology.1

De cohortstudie includeerde 872 achtereenvolgende patiënten van de Mayo Clinic (Rochester MN) en 147 patiënten van University Hospitals Cleveland (OH) Medical Center, die tussen begin 2000 en eind 2014 alloHCT ondergingen. De patiënten van de Mayo Clinic werden 2:1 gerandomiseerd naar een discoverycohort (n=581) en een validatiecohort (n=291). Het primaire eindpunt van de studie was tijd tot eerste KC na alloHCT. Het ontwikkelde risicomodel werd eerst intern gevalideerd binnen de groep Mayo-patiënten, en vervolgens extern gevalideerd in de groep patiënten in Cleveland.

Onder de 872 Mayo-patiënten (59,6% mannen; gemiddelde leeftijd 48,3 jaar; SD 12,6) werd KC vastgesteld in 95 patiënten (10,9%) tijdens 5349 persoonsjaren follow-up na alloHCT. Risicofactoren die onafhankelijk geassocieerd waren met KC na alloHCT waren hogere leeftijd (per tien jaar HR 1,72; 95%-bti 1,21-2,42), CLL (2,47; 1,20-5,09), klinisch lichtbeschadigde ('photodamaged') huid (3,47; 1,87-6,41), en geschiedenis van cutaan squameus celcarcinoom (2,60; 1,41-5,91). De Harrell concordance statistics waren 0,81 (95%-bti 0,72-0,90) voor interne validatie en 0,86 (0,74-0,98) voor externe validatie.

De onderzoekers concluderen dat de studie risicofactoren voor KC na alloHCT heeft geïdentificeerd.

1.Scott JF, Brough KR, Grigoryan KV et al. Risk factors for keratinocyte carcinoma in recipients of allogeneic hematopoietic cell transplants. JAMA Dermatol 2020; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study at the Mayo Clinic and University Hospitals Cleveland Medical Center investigated risk factors for developing keratinocyte carcinoma in recipients of allogeneic hematopoietic cell transplants. KC risk factors were higher age, CLL, photodamaged skin, and history of cutaneous squamous cell carcinoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Traditionele Chinese geneeswijzen plus chemotherapie versus alleen chemotherapie voor NSCLC: meta-analyse (0)
2020-04-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  non-small cell lung cancer traditional Chinese medicine plus chemotherapy
Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de werkzaamheid voor NSCLC vergeleken van traditionele Chinese geneeswijzen (TCM) plus chemotherapie versus alleen chemotherapie. Dr. Jiani Yang (Shaanxi Universiteit van Traditionele Chinese Geneeskunde, Xianyang) en collega’s publiceren de meta-analyse online in Supportive Care in Cancer.1 De onderzoekers inventariseerden gerandomiseerde gecontroleerde studies die tussen begin 2005 en november 2019 werden gepubliceerd en opgenomen in de databases van China National Knowledge Infrastructure, Wanfang, PubMed, en Cochrane Library.


In de genoemde databases vonden de onderzoekers twintig voor het onderwerp relevante RCTs, met tezamen 1669 NSCLC-patiënten. De gecombineerde experimentele armen (TCM plus chemotherapie) telden 845 patiënten; de gecombineerde controle-armen (alleen chemotherapie) telden 824 patiënten. Vergeleken met alleen chemotherapie resulteerde TCM plus chemotherapie in betere kwaliteit van leven van de patiënten (OR 2,79; p<0,00001), betere klinische werkzaamheid (OR 2,88; p<0,00001), betere Karnofski performance status score (OR 2,88; p<0,00001), en lagere incidentie van leukopenie (OR 0,21; p<0,0001), trombocytopenie (OR 0,23; p<0,00001), afname van hemoglobine (OR 0,17; p<0,00001), myelosuppressie (OR 0,24; p<0,001), misselijkheid en braken (OR 0,16; p<0,00001), diarree (OR 0,21; p<0,00001), leverschade (OR 0,17; p<0,00001), en nierschade (OR 0,30; p=0,03).

De onderzoekers concluderen dat TCM plus chemotherapie vergeleken met alleen chemotherapie voor NSCLC resulteerde in betere klinische werkzaamheid, betere KPS score en QOL, en minder adverse drug reactions.

1.Yang J, Zhu X, Yuan P et al. Efficacy of traditional Chinese medicine combined with chemotherapy in patients with non-small cell lung cancer (NSCLC): a meta-analysis of randomized clinical trials. Supp Care Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 20 RCTs published from January 2005 to October 2019 compared traditonal Chinese Medicine plus chemotherapy versus chemotherapy alone for NSCLC. TCM plus chemotherapy resulted in better clinical efficacy and KPS score, better QOL, and less adverse drug reactions.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie van vulva-(pre)maligniteiten voor en na introductie van HPV-vaccinatie in Denemarken (0)
2020-04-08 14:00   ( Nieuws )
Tags:  HPV vaccination incidence of vulvar precancerous lesions and cancer
Prof. Susanne KjaerIn Denemarken is HPV-vaccinatie geïntroduceerd in oktober 2006. Een studie van Kræftens Bekæmpelse (Kopenhagen) heeft de incidentie van hooggradige vulva-premaligniteit en vulvacarcinoom in de periode van 1997 tot en met 2018 geïnventariseerd, om te onderzoeken of er een effect van de vaccinatie kon worden waargenomen. Prof. Susanne Kjaer en collega’s publiceren de studie vandaag online in Gynecologic Oncology.1

De leeftijds-gestandaardiseerde incidentie van vulva squameus celcarcinoom (VSCC) nam toe van 1,23 per 100.000 in 1997-1998 tot 1,98 per 100.000 in 2017-2018, een gemiddelde jaarlijkse toename van 2,95% (95%-bti 2,15-3,75). De incidentie van vulva niet-SCC nam slechts in geringe mate toe. De incidentie van premaligne lesies van de vulva nam eveneens toe, met gemiddeld 2,38% per jaar (95%-bti 1,75-3,02). De incidentie van premaligne lesies van de vulva nam echter na implementatie van de HPV-vaccinatie (vanaf 2008) af onder vrouwen in de leeftijd tot 20 jaar (met 22,10% per jaar; 95%-bti 6,26-35,27) en onder vrouwen in de leeftijd 20 tot 30 jaar (met 6,57% per jaar; 95%-bti 2,33-10,63).

De onderzoekers concluderen dat in de periode van 1997 tot en met 2018 in Denemarken overall de incidentie van VSCC en premaligniteiten van de vulva is toegenomen, maar dat na implementatie van de HPV-vaccinatie de incidentie van premaligniteiten onder jongere vrouwen is afgenomen. Dit suggereert een beschermend effect van HPV-vaccinatie.

1.Rasmussen CL, Thomsen LT, Aalborg GL, Kjaer SK. Incidence of vulvar high-grade precancerous lesions and cancer in Denmark before and after introduction of HPV vaccination. Gynecol Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A study in Denmark found that during 1997 – 2018 the incidence of vulvar squamous cell carcinoma and vulvar precancerous lesions increased. However, after introduction of HPV vaccination the incidence of vulvar precancerous lesions decreased among women younger than 30 years of age, suggesting an effect of HPV vaccination.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Dasatinib versus imatinib na suboptimale respons van CML-CP op drie maanden imatinib (0)
2020-04-08 13:00   ( Nieuws )
Tags:  DASCERN randomized study CML in chronic phase dasatinib imatinib
Prof. Jorge CortesOnder patiënten met CML in chronische fase (CML-CP) is vroege moleculaire respons geassocieerd met verhoogde kans op diepe moleculaire respons en superieure overleving. Ongeveer één op de drie patiënten bereikt echter geen vroege respons op eerstelijns imatinib. De multinationale fase 2b-studie DASCERN onderzocht de waarde van vroege switch van imatinib naar dasatinib voor deze patiënten. Prof. Jorge Cortes (Universiteit van Augusta GA) en collega’s publiceren de studie online in Leukemia.1

De studie includeerde volwassen patiënten met CML-CP die na drie maanden eerstelijns imatinib BCR-ABL1 > 10% hadden (bepaald in een centraal laboratorium). De patiënten werden binnen acht weken na de bepaling 2:1 gerandomiseerd naar dasatinib 100 mg eenmaal daags (n=174) of voortzetting van imatinib in de bestaande dosering (tenminste 400 mg eenmaal daags; n=86). Het primaire eindpunt was het percentage patiënten met majeure moleculaire respons na twaalf maanden. De MMR na twaalf maanden was 29% met dasatinib versus 13% met imatinib (p-0,005).

De twee-jaars MMR in de dasatinib-arm was 66%. Na falen van imatinib kregen patiënten in de imatinib-arm crossover naar dasatinib aangeboden. Van de 86 patiënten in de imatinib-arm gingen 45 over op dasatinib (52%) na mediaan 9 maanden. Onder patiënten met crossover was de twee-jaars cumulatieve MMR 58%, waarmee onder alle patiënten die dasatinib kregen de twee-jaars MMR uitkwam op 64%. Onder patiënten die imatinib continueerden was de twee-jaars MMR 41%. Er waren in beide armen geen onverwachte adverse events.

De onderzoekers concluderen dat in geval van suboptimale respons van CML-CP op drie maanden eerstelijns imatinib switchen naar dasatinib geassocieerd kan zijn met klinisch profijt.

1.Cortes JE, Jiang Q, Wang J et al. Dasatinib vs. imatinib in patients with chromic myeloid leukemia in chronic phase (CML-CP) who have not achieved an optimal response to 3 months of imatinib therapy: the DASCERN randomized study. Leukemia 2020; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2b study DASCERN randomized CML-CP patients with suboptimal response after three months of first-line imatinib to dasatinib versus imatinib continuation. MMR at 12 months was observed in 29% versus 13% of patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van toevoegen van olaratumab aan doxorubicine voor gevorderd wekedelensarcoom (0)
2020-04-08 11:40   ( Nieuws )
Tags:  ANNOUNCE trial advanced STS olaratumab
Dr. William TapDe mediane overall survival van patiënten die doxorubicine krijgen voor gevorderd wekedelensarcoom (STS) is korter dan twee jaar. Olaratumab is een recombinant monoklonaal antilichaam dat zich kan binden aan PDGR-α en daarmee downstream signaling kan remmen die wordt geïnduceerd door liganden PDGF-AA, -BB, en –CC. In 2016 is een fase 2-studie gepubliceerd die liet zien dat toevoegen van olaratumab aan doxorubine voor gevorderd STS resulteerde in significante verbetering van progressievrije overleving en overall survival. Om deze resultaten te bevestigen is de multinationale fase 3-studie ANNOUNCE uitgevoerd. Dr. William Tap (Memorial Sloan Kettering Cancer Center, New York) en collega’s publiceren de studie online in JAMA.1

ANNOUNCE werd uitgevoerd in 100 centra in 25 landen. De studie includeerde anthracycline-naïeve volwassen patiënten met niet-resectabel lokaal-gevorderd of metastatisch STS, een ECOG performance status 0 of 1, en cardiale ejectiefractie tenminste 50%. De patiënten werden gerandomiseerd naar ten hoogste acht drie-weekse cycli doxorubine 75 mg/m2 op dag één plus olaratumab (20 mg/kg in cyclus één, 15 mg/kg in volgende cycli; n=258) of placebo (n=251) op dagen één en acht; gevolgd door olaratumab of placebo monotherapie. Primaire eindpunten waren OS in alle patiënten en in de leiomyosarcoom (LMS)-patiënten die 46% van de deelnemerspopulatie uitmaakten.

De mediane follow-up was 31 maanden. Onder alle patiënten was er geen significant verschil in OS tussen de olaratumab-arm (mediaan 20,4 maanden) en de placebo-arm (mediaan 19,7 maanden ; p=0,69). Er was evenmin significant verschil in OS tussen beide armen in de LMS-populatie (mediaan 21,6 versus 21,9 maanden; p=0,76). Graad 3 of hoger adverse events in de STS-patiënten waren neutropenie (46,3% met olaratumab versus 49,0% met placebo), leukopenie (23,3% versus 23,7%) en febriele neutropenie (17,5% versus 16,5%).

De onderzoekers concluderen dat ANNOUNCE het OS-profijt dat was gezien in de eerder-gepubliceerde fase 2-studie niet heeft bevestigd. Deze visual abstract vat de studie samen.

1.Tap WD, Wagner AJ, Schöffski P et al. Effect of doxrubicin plus olaratumab vs doxorubicin plus placebo on overall survival in patients with advanced soft tissue sarcomas. The ANNOUNCE randomized clinical trial. JAMA 2020;323:1266-1276

Summary: The multinational phase 3 study ANNOUNCE compared olaratumab plus doxorubicin versus placebo plus doxorubicin for advanced soft tissue sarcoma. There was no significant difference in OS between both arms (visual abstract).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Vroege voorspellers van pseudoprogressie met immuuncheckpointremmers voor metastatisch melanoom (0)
2020-04-07 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for metastatic melanoma. early prediction of pseudoprogression
Prof. Mitchell LevesqueEen studie in het universiteitsziekenhuis van Zürich (Zwitserland) heeft factoren geïdentificeerd die na drie maanden behandeling van metastatisch melanoom met immuuncheckpointremmers (ICIs) kunnen worden gebruikt voor het onderscheiden van pseudoprogressie en echte progressie. Prof. Mitchell Levesque en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1 De studie includeerde 112 patiënten met tezamen 716 metastasen, die ieder afzonderlijk met CT en FDG-PET imaging werden geanalyseerd bij aanvang van de behandeling, na drie maanden, en na zes maanden. In bloedmonsters werden op deze tijdstippen niveaus bepaald van LDH en S100.

De twee-jaars overall survival was 69% (mediane OS na twee jaar niet bereikt), de twee-jaars progressievrije overleving was 24% (mediane PFS 6 maanden), en de twee-jaars immuunprogressievrije overleving was 42% (mediaan 16 maanden). Na drie maanden was progressie gezien in 106 lesies (16%) waaronder 30 (5%) die na zes maanden gevallen van pseudoprogressie bleken te zijn. Patiënten met pseudoprogressieve lesies en zonder echt-progressieve lesies hadden vergelijkbare uitkomsten als patiënten met respons, en een significant betere twee-jaars OS (100%; mediane OS 30 maanden) dan patiënten met echt-progressieve lesies (15%; mediane OS 10 maanden). Patiënten met gemengde progressieve en pseudoprogressieve lesies hadden een twee-jaars OS 53% en een mediane OS 25 maanden. Een voorspellingsmodel op basis van LDH- en S100-niveaus (met hogere waarden voorspellend voor lagere kans op pseudoprogressie) gecombineerd met de PET/CT imaging onderscheidde pseudoprogressie van echte progressie met een AUC 0,82.

De onderzoekers concluderen dat niet-invasieve PET/CT-radiomics, met name in combinatie met bloedparameters veelbelovende biomarkers waren voor vroeg onderscheid tussen pseudprogressie en echte progressie.

1.Basler L, Gabrys HS, Hogan SA et al. Radiomics, tumor volume and blood biomarkers for early prediction of pseudoprogression in metastatic melanoma patients treated with immune checkpoint inhibition. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A study in Switzerland found that among patients receiving ICIs for metastatic melanoma non-invasive PET/CT-based radiomcis, especially in combination with blood parameters, were promising biomarkers for early discrimination of pseudoprogression from true progression.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-studie van trametinib plus neoadjuvante chemoradiotherapie voor lokaal-gevorderd rectumcarcinoom (0)
2020-04-07 14:00   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced rectal cancer trametinib plus neoadjuvant chemoradiation
Dr. Christina WuDe RAS/RAF/MEK/ERK-signaalroute speelt een belangrijke rol in het ontstaan van rectumcarcinoom, en mutaties in KRAS, NRAS, en BRAF kunnen resulteren in resistentie tegen bestraling. Trametinib is een sterke remmer van MEK1/2. Een multicenter fase 1-studie in de Verenigde Staten heeft veiligheid en werkzaamheid onderzocht van trametinib toegevoegd aan neoadjuvante chemoradiotherapie voor lokaal-gevorderd rectumcarcinoom. Dr. Christina Wu (Emory University, Atlanta GA) en collega’s publiceren de studie online in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde 18 voor toxiciteit en werkzaamheid evalueerbare patiënten, onder wie 9 die in een 3+3 design oplopende doseringen oraal trametinib en 9 in een expansiecohort. In de escalatiefase kregen de patiënten oraal trametinib 0,5 tot 2 mg eenmaal daags, te beginnen met een vijfdaagse run-in periode, en vervolgens toegevoegd aan neoadjuvant intraveneus 5FU 225 mg/m2 per dag en 28 dagelijkse fracties van 1,8 Gy. Na de chirurgie kregen de patiënten adjuvante chemotherapie. De behandeling werd goed verdragen; er was één doseringlimiterende toxiciteit (diarree) die werd toegeschreven aan de chemoradiotherapie en niet aan trametinib. Onder de patiënten die werden behandeld met trametinib 2 mg eenmaal daags had 25% pathologisch complete respons.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van trametinib met 5FU en radiotherapie goed verdragen werd, en veilig en actief was.

1.Wu C, Williams TM, Robb R et al. Phase I trial of trametinib with neoadjuvant chemoradiation in patients with locally advanced rectal cancer. Clin Cancer Res 2020; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 1 study found that the combination of neoadjuvant trametinib plus 5FU-based chemoradiation for locally advanced rectal cancer was safe and active, with pathologic complete response in 25% of patients at the 2 mg dose level.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van postdiagnose BMI en gewichtsverandering met mortaliteit onder overlevers van niet-metastatisch prostaatcarcinoom (0)
2020-04-07 13:00   ( Nieuws )
Tags:  nonmetastatic prostate cancer postdiagnosis BMI and weight change mortality
Dr. Ying WangEen analyse in het Cancer Prevention Study II Nutrition Cohort heeft de associatie onderzocht van postdiagnose BMI en gewichtsverandering met de mortaliteit onder overlevers van niet-metastatisch prostaatcarcinoom. De analyse onderscheidde prostaatcarcinoom-specifieke mortaliteit (PCSM), cardiovasculaire ziekte-gerelateerde mortaliteit (CVDM) en all-cause mortaliteit (ACM). Dr. Ying Wang (American Cancer Society, Atlanta GA) en collega’s publiceren de analyse online in het Journal of Clinical Oncology.1

De analyse includeerde mannen met een diagnose niet-metastatisch prostaatcarcinoom tussen begin 1992 en eind 2013, met follow-up voor mortaliteit tot eind 2016. Bij inclusie en vervolgens iedere twee jaar gaven de deelnemers informatie over onder meer lichaamsgewicht en lichaamslengte. De postdiagnose BMI werd berekend aan de hand van informatie van de eerste vragenlijst, beantwoord tussen één en zes jaar na de diagnose. Verandering in lichaamsgewicht was het verschil tussen het in de eerste en tweede postdiagnose vragenlijst gerapporteerde lichaamsgewicht. Deelnemers die overleden binnen vier jaar na de diagnose werden uit de analyse geëxcludeerd om bias door reverse causation te verminderen. De analyse van BMI had betrekking op 8330 deelnemers, en de analyse van gewichtsverandering had betrekking op 6942 deelnemers.

De postdiagnose BMI-analyse includeerde 3855 mannen die tijdens de follow-up overleden (500 PCSM, 155 CVDM, 3855 ACM). Postdiagnose obesitas (BMI ≥ 30 kg/m2) was vergeleken met gezond gewicht (BMI 18,5-25,0 kg/m2) geassocieerd met 28% hogere PCSM (HR 1,28; 95%-bti 0,96-1,67), 24% hogere CVDM (1,24; 1,03-1,49), en 23% hogere ACM (1,23; 1,11-1,35). De postdiagnose-lichaamsgewichtverandering-analyse includeerde 2973 mannen die tijdens de follow-up overleden (375 PCSM, 881 CVDM, 2973 ACM). Toename van het lichaamsgewicht met meer dan 5% was vergeleken met stabiel lichaamsgewicht (± < 3%) geassocieerd met hoger risico van PCSM (HR 1,65; 95%-bti 1,21-2,25) en ACM (1,27; 1,12-1,45) maar niet CVDM.

De onderzoekers concluderen dat onder overlevers van niet-metastatisch prostaatcarcinoom met voornamelijk gelokaliseerde ziekte, postdiagnose obesitas geassocieerd was met hogere CVDM en ACM, en mogelijk ook PCSM. Postdiagnose toename van lichaamsgewicht was geassocieerd met hogere ACM en PCSM.

1.Troeschel AN, Hartman TJ, Jacobs EJ et al. Postdiagnosis body mass index, weight change, and mortality from prostate cancer, cardiovascular disease, and all causes among survivors of nonmetastatic prostate cancer. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: An analysis in the Cancer Prevention Study II Nutrition Cohort found that among survivors of nonmetastatic prostate cancer with largely localized disease, postdiagnosis obesity was associated with higher cardiovascular disease-related and all-cause mortality, and possibly higher prostate cancer-specific mortality, and that postdiagnosis weight gain may be associated with higher all-cause and prostate cancer-specific mortality

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)