Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Associatie van maligniteiten van hoofd en hals met mentale aandoeningen (0)
2019-03-02 12:58   ( Nieuws )
Tags:  head and neck cancer mental health disorders
Ji Hyae LeeEr zijn enige aanwijzingen voor een associatie tussen maligniteiten van hoofd en hals (HNC) en het risico van mental health disorders (MHDs). Medisch student Ji Hyae Lee (Pennsylvania State University, Hershey) en coauteurs hebben deze aanwijzingen geëvalueerd in een grootschalige studie. Ze publiceren de studie online in JAMA Otolaryngology – Head & Neck Surgery.1

De retrospectieve cohortstudie is gebaseerd op gegevens in de MarketScan database van begin 2005 tot en met eind 2014. In de database identificeerden de onderzoekers 52.461 patiënten met een HNC-diagnose, met gegevens in de database vanaf tenminste een jaar voor de diagnose. De gemiddelde leeftijd van de patiënten was 51,31 jaar (SD 9,79). De meeste patiënten (58,5%) waren mannen, en waren in de leeftijd van 55 tot 65 jaar (46,6%). Het meest-prevalente type HNC was mondholtemaligniteit (40,4%), gevolgd door maligniteiten van orofarynx (19,2%) en larynx (15,5%). De prevalentie van MHDs in het cohort voorafgaand aan de HNC-diagnose was 20,6%; niet sterk verschillend van het USA-nationale gemiddelde (17,9% volgens de National Survey on Drug Use and Health). In de periode van negentig dagen tot een jaar na de diagnose nam de MHD-prevalentie toe tot 29,9%. De toename was het grootst onder vrouwen (gecorrigeerd OR 1,58; 95%-bti 1,49-1,67), patiënten met geschiedenis van tabaksgebruik (aOR 1,42; 95%-bti 1,34-1,50), en patiënten met geschiedenis van alcoholgebruik (aOR 1,56; 95%-bti 1,38-1,76).

De onderzoekers concluderen dat patiënten na een HNC-diagnose een verhoogd MHD-risico hadden.

1.Lee JH, Ba D, Liu G et al. Association of head and neck cancer with mental health disorders in a large insurance claims database. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the MarketScan database found that the baseline prevalence of mental health disorders before a HNC diagnosis (20.6%) was close to the national average (17.9%). After the HNC diagnosis the MHD prevalence increased to 29.9%. Women and patients with a history of tobacco and alcohol use were most susceptible to being diagnosed with a MHD.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van antibiotica voor en tijdens immuuncheckpointremming voor maligniteiten (0)
2019-03-01 15:57   ( Nieuws )
Tags:  immune checkpoint inhibitors impact of antibiotics
Dr. David James PinatoHet is denkbaar dat antibioticatherapie (ABT) middels modulatie van de darmmicrobiota van invloed is op de werkzaamheid van immuuncheckpointremmers (ICIs) voor maligniteiten. Een studie in de dagelijkse klinische praktijk van twee ziekenhuizen in Londen (VK) heeft deze hypothese getoetst. Dr. David James Pinato (Imperial College London) presenteert de studie vandaag op het ASCO-SITC Clinical Immuno-Oncology Symposium in San Francisco.1

De studie includeerde 196 patiënten die ICIs kregen voor NSCLC (n=119), melanoom (n=38), en andere maligniteiten (n=39). De meeste patiënten waren mannen (n=137; 70%), hadden performance status 0 of 1 (n=159; 84%), en mediaan twee metastaselocaties (range nul tot zeven). Een grote meerderheid van de patiënten kreeg anti-PD-/anti-PD-L1 (n=189; 96%) als eerstelijns therapie voor metastatische ziekte (n=120; 62%).

Negenentwintig patiënten kregen ABT binnen een maand voor aanvang van de ICI-therapie (pABT; 15%), en 68 patiënten kregen ABT concurrent met ICI-therapie (cABT; 35%). De mediane overall survival in de pABT-groep (p<0,001) maar niet in de cABT-groep (p=0,76) was significant slechter dan in de groep patiënten zonder ABT (26 versus 2 maanden; HR 7,4; 95%-bti 4,2-12,9). In de pABT-groep was ook de waarschijnlijkheid van primaire refractoriteit tegen ICIs significant verhoogd (44% versus 81%; p<0,001). Slechtere OS in de pABT-groep werd consistent gezien in patiënten met NSCLC (mediaan 26 versus 2,5 maanden; p<0,001), melanoom (14 versus 3,9 maanden; p<0,001), en andere tumoren (11 versus 1,1 maanden; p<0,001). In multivariate analyse was pABT significant geassocieerd met OS (HR 3,4; p<0,001) onafhankelijk van histotype, tumorlast, en performance status.

De onderzoekers concluderen dat pABT een ongunstig effect had op respons en overleving in niet-geselecteerde patiënten die in de klinische praktijk ICIs kregen voor maligniteiten. Er is behoefte aan mechanistische studies die dit fenomeen verklaren.

1.Pinato DJ et al. ASCO-SITC Clinical Immuno-Oncology Symposium 2019; abstr. 147

Summary: A routine clinical practice study in two hospitals in London (UK) found that antibiotic therapy administered within one month before, but not concurrently with, immune checkpoint inhibitors for various cancers was associated with worse OS (median 26 months versus 2 months) and increased likelihood of primary refractoriness to ICIs (44% versus 81%).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Evaluatie van twee doseringsregimes van nivolumab plus ipilimumab voor gevorderd melanoom (0)
2019-03-01 15:02   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 511 trial advanced melanoma
Prof. Celeste LebbéNivolumab 1 mg/kg plus ipilimumab 3 mg/kg (NIVO1+IPI3) is in verscheidene landen goedgekeurd voor eerstelijns behandeling van gevorderd melanoom. De multinationale fase 3b/4-studie CheckMate 511 vergeleek dit doseringsschema met NIVO3+IPI1 voor het primaire eindpunt veiligheid. Prof. Celeste Lebbé (Université Paris Diderot) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

CheckMate 511 werd uitgevoerd in 57 centra in dertien landen. De studie includeerde 360 volwassen patiënten met niet-eerder behandeld niet-resectabel stadium III of IV melanoom. Ze werden 1:1 gerandomiseerd naar NIVO3+IPI1 of NIVO1+IPI3 eens per drie weken voor vier doses; in beide armen gevolgd door NIVO 480 mg iedere vier weken tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Het primaire eindpunt was incidentie van graad 3 tot en met 5 TRAEs. Secundaire eindpunten waren beschrijvende analyses van respons, progressievrije overleving en overall survival (de studie had niet voldoende statistisch vermogen voor formele beoordeling van werkzaamheidseindpunten).

Na tenminste twaalf maanden follow-up was de incidentie van graad 3 tot en met 5 TRAEs 34% met NIVO3+IPI1 versus 48% met NIVO1+IPI3 (p=0,006). Objectieve respons werd gezien in 45,6% versus 50,6% van de patiënten, met complete respons in 15,0% en 13,5%. Er waren tussen beide armen geen verschillen in progressievrije overleving of overall survival. De mediane PFS was 9,9 maanden met NIVO3+IPI1 en 8,9 maanden met NIVO1+IPI3. De mediane OS werd in geen van beide armen bereikt.

De onderzoekers concluderen dat NIVO3+IPI1 geassocieerd was met significant lagere incidentie van graad 3 tot 5 TRAEs dan NIVO1+IPI3, zonder waarneembare ongunstige impact op oncologische uitkomsten.

1.Lebbé C, Meyer N, Mortier L et al. Evaluation of two dosing regimens for nivolumab in combination with ipilimumab in patients with advanced melanoma: results from the phase IIIb/IV CheckMate 511 trial. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The international phase IIIB/IV study CheckMate 511 included patients with advanced melanoma. The patients were randomized to nivolumab 3 mg/kg plus ipilimumab 1 mg/kg once every 3 weeks for four doses, or nivolumab 1mg/kg plus ipilimumab 3 mg/kg once every 3 weeks for four doses; in both arms followed by nivolumab 480 mg once every 4 weeks untill disease progression or unacceptable toxicity. The primary endpoint was safety. The incidence of grade 3 to 5 TRAEs was 34% with NIVO3+IPI1 versus 48% with NIVO1+IPI3 (p=0.006). PFS and OS did not differ between the arms.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Tumor-mutatiebelasting bepaald in bloed als biomarker voor werkzaamheid van immuuntherapie voor NSCLC (0)
2019-03-01 13:34   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC immunotherapy blood tumor mutational burden
Mutatielast van de tumor (TMB) is geassocieerd met respons van niet-kleincellig longcarcinoom op immuuntherapie. Een multicenterstudie in China heeft onderzocht of de TMB in circulerend tumor DNA (bTMB) eveneens voorspellend is voor deze respons. Prof. Jie Wang (Peking Union Medical College, Beijing) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1

De onderzoekers ontwikkelden een cancer gene panel (NCG-GP150; 150 genen) voor het bepalen van de bTMB. Ze valideerden NCG-GP150 aan de hand van The Cancer Genome Atlas database. In een cohort van 48 patiënten met gevorderd NSCLC bepaalden ze de bTMB met NCG-GP150 en de tissue TMB (tTMB) met whole-exome sequencing (WES) om de correlatie tussen bTMB en tTMB te beoordelen. In een tweede cohort van 50 patiënten met gevorderd NSCLC onderzochten ze de waarde van bTMB voor het onderscheiden van patiënten met waarschijnlijkheid van profijt van behandeling met anti-PD-1/anti-PD-L1.

De gemiddelde leeftijd van de 48 patiënten in het eerste cohort was 60 jaar (SD 13); het cohort bestond uit 15 vrouwen (31,2%) en 33 mannen. De analyses lieten stabiele correlaties tussen bTMB-bepaling met NCG-GP150 en met WES zien (mediane r2 0,92; IQR 0,91-0,93). De bTMB was goed gecorreleerd met per patiënt gematchte tTMB (Spearman correlatie 0,62). In het anti-PD-1/anti-PD-L1 behandelde cohort was de gemiddelde leeftijd van de 15 vrouwen (30,0%) en 35 mannen 58 jaar (SD 8). In dit cohort was een bTMB 6 of hoger (n=28), vergeleken met lager dan 6 (n=22), geassocieerd met superieure PFS (niet-bereikt versus 2,9 maanden; HR 0,39; p=0,01) en hogere ORR (39,3% versus 9,1%; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat NCG-GP150 een goed beeld geeft van bTMB, en dat zo bepaalde bTMB een biomarker kan zijn van kans op klinisch profijt in patiënten die anti-PD-1/anti-PD-L1 behandeling krijgen voor gevorderd NSCLC.

1.Wang Z, Duan J, Cai S et al. Assessment of blood tumor mutational burden as a potential biomarker for immunotherapy in patients with non-small cell lung cancer with use of a next-generation sequencing cancer gene panel. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in China found that tumor mutational burden in blood (bTMB) of patients with NSCLC had a good correlation with TMB in tissue (tTMB). A bTMB of 6 or higher was associated with superior ORR and PFS in patients treated with anti-PD-1/ anti-PD-L1. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Real-world studie van cabozantinib voor gevorderd niet-heldercellig niercelcarcinoom (0)
2019-03-01 13:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced non-clear-cell RCC cabozantinib
Dr. Lauren HarshmanCabozantinib is goedgekeurd voor de behandeling van metastatisch niercelcarcinoom (mRCC) op basis van studies van herdercellig RCC. Er zijn geen prospectieve studies uitgevoerd van werkzaamheid en veiligheid van cabozantinib voor niet-heldercellig (ncc)RCC. Dr. Lauren Harshman (Dana-Farber Cancer Institute, Boston MA) en collega’s hebben een retrospectieve studie uitgevoerd van ervaringen met cabozantinib voor gevorderd nccRCC in de klinische praktijk. Ze publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

De studie is uitgevoerd in 21 centra in de Verenigde Staten en één centrum in België. Inclusiecriteria waren metastatisch nccRCC, en behandeling met cabozantinib in enige lijn van behandeling tussen begin 2015 en 2018. Gemengde tumoren met een heldercellige component werden geëxcludeerd. De onderzoekers identificeerden 112 patiënten die aan de inclusiecriteria voldeden. Er waren 66 patiënten (59%) met papillaire histologie, zeventien (15%) met Xp11.2-translocatie histologie, vijftien (13%) met niet-geklasseerde histologie, tien (9%) met chromofobe histologie, en vier (4%) met collecting duct histologie. In 39 van 112 patiënten (27%; 95%-bti 19-36) werd objectieve respons gezien. De mediane follow-up was 11 maanden, de mediane tijd tot behandelfalen was 6,7 maanden; de mediane progressievrije overleving was 7,0 maanden; en de mediane overall survival was 12,0 maanden. De meest-gerapporteerde adverse events waren vermoeidheid (52% van de patiënten) en diarree; de meest-gerapporteerde graad 3 AEs waren huidtoxiciteit (4%) en hypertensie (4%). Er waren geen graad 4 of 5 AEs. Onder patiënten met beschikbare next-generation sequencing gegevens (n=54) werden geen associaties gezien tussen mutaties en respons.

De onderzoekers concluderen dat deze real-world studie aanwijzingen geeft voor werkzaamheid en veiligheid van cabozantinib voor gevorderd ncRCC, hoewel het definitieve oordeel pas kan worden gegeven na een gerandomiseerde prospectieve studie.

1.Martínez Chanzá N, Xie W, Bilen MA. Cabozantinib in advanced non-clear-cell renal cell carcinoma: a multicentre, retrospective, cohort study. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: While no prospective studies have been published on cabozantinib for non-clear-cell renal cell carcinoma, a retrospective real-world study in the USA and Belgium found evidence of antitumor activity and safety.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Nivolumab 480 mg iedere vier weken versus 240 mg iedere twee weken voor eerder-behandeld gevorderd NSCLC (0)
2019-02-28 16:01   ( Nieuws )
Tags:  CheckMate 384 study previously treated advanced NSCLC
Dr. Edward GaronNivolumab als tweedelijns behandeling voor gevorderd NSCLC is goedgekeurd in dosering 240 mg iedere twee weken in de Europese Unie en Japan, en in dosering 240 mg iedere twee weken en 480 mg iedere vier weken in de Verenigde Staten en Canada. Het Q4W-schema is meer conveniënt dan het Q2W-schema. De fase 3b-4 studie CheckMate 384 heeft beide schema’s vergeleken voor de eindpunten werkzaamheid en veiligheid. Dr. Edward Garon (University of California, Los Angeles) presenteert een interimanalyse van de studie later vandaag op het ASCO-SITC Clinical Immunology Symposium in San Francisco.1



De studie includeerde patiënten met eerder-behandeld histologisch bevestigd stadium IIIB/IV NSCLC, ECOG performance status 2 of lager, en stabiele ziekte op ten hoogste twaalf maanden nivolumab 3 mg/kg of 240 mg flat dose Q2W. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar nivolumab 480 mg Q4W (n=166; werkelijk behandeld n=164) of 240 mg Q2W (n=163; werkelijk behandeld n=161). Co-primaire eindpunten van de studie waren postrandomisatie progressievrije overleving na zes maanden en na twaalf maanden. De PFS na zes maanden was 75% in de 480 mg Q4W-arm en 80% in de 240 mg Q2W-arm; de PFS na twaalf maanden was 53% in beide armen; de mediane PFS was 12,1 maanden versus 12,2 maanden (verschil niet significant). Ook voor het secundair eindpunt veiligheid werden geen significante verschillen tussen de armen gezien. Geen van de patiënten overleed aan de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat nivolumab 480 mg Q4W gelijke werkzaamheid en veiligheid had als nivolumab 240 mg Q2W in patiënten met ziektecontrole op nivolumab.

1.Garon EB et al. ASCO-SITC Clinical Immunology Symposium 2019; abstr. 100

Summary: The phase IIIB-IV CheckMate 384 study randomized patients with previously treated advanced NSCLC and disease control on nivolumab, to nivolumab 240 mg Q2W or 480 mg Q4W. An interim analysis of the study, presented today at the ASCO-SITC Clinical Immunology Symposium in San Francisco, found that nivolumab 480 mg every four weeks had similar efficacy and safety as nivolumab 240 mg every two weeks, supporting the potential use of 480 mg Q4W as a more convenient dosing option.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van eerstelijns immuuncheckpointremmers plus chemotherapie voor gevorderd squameus NSCLC (0)
2019-02-28 14:57   ( Nieuws )
Tags:  advanced squamous NSCLC ICIs plus chemotherapy meta-analysis
Ongeveer dertig procent van alle patiënten met longcarcinoom heeft squameus NSCLC, met een slechte prognose in het gevorderd stadium. Dr. Aung Tung (Brooklyn Hospital Center, New York) en collega’s hebben een systematisch overzicht van de literatuur en meta-analyse uitgevoerd van de de waarde van toevoegen van immuuncheckpointremmers (ICIs) aan eerstelijns chemotherapie voor gevorderd sqNSCLC. Vandaag begint in San Francisco het ASCO-SITC Clinical Immuno-Oncology Symposium. Tun zal daar de meta-analyse presenteren.1

In de literatuur tot en met september 2018 vonden de onderzoekers drie fase 3-RCTs, met tezamen 1991 patiënten, die aan de inclusiecriteria van de meta-analyse voldeden. De studies vergeleken eerstelijns chemotherapie plus ICIs versus alleen chemotherapie. De gepoolde HR voor progressievrije overleving (ICI+chemo versus alleen chemo) was 0,71; p=0,005. De gepoolde HR voor overall survival was 0,84 (p=0,11), en de gepoolde RR voor ORR was 1,19 (p=0,22). De gepoolde RR voor all-grade adverse events was 1,17 (p=0,07) en de gepoolde RR voor graad 3 en 4 AEs was 1,36 (p=0,0001).

De onderzoekers concluderen dat toevoegden van ICIs aan eerstelijns chemotherapie voor sqNSCLC resulteert in verbetering van de PFS maar niet OS of ORR, en in lichte verhoging van het risico van graad 3 of 4 AEs.

1.Tun A et al. ASCO-SITC Clinical Immuno-Oncology Symposium; abstr. 121

Summary: A systematic review and meta-analysis found that in patients with advanced squamous NSCLC first-line combined chemo-immunotherapy, compared with standard chemotherapy, improves PFS but not OS and ORR, and has a slightly higher risk of high-grade AEs without a significant increase in the risk of all-grade AEs.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Enzalutamide plus leuprolide met of zonder abirateron voorafgaand aan prostatectomie voor LAPC (0)
2019-02-28 13:45   ( Nieuws )
Tags:  locally advanced prostate cancer intense androgen deprivation before prostatectomy
Dr. Rana McKayPatiënten met lokaal-gevorderd prostaatcarcinoom (LAPC) hebben een verhoogd risico van recidief na behandeling. Een gerandomiseerde fase 2-studie in vier centra in de Verenigde Staten heeft de waarde onderzocht van intense androgeendeprivatie voorafgaand aan radicale prostatectomie voor LAPC. Dr. Rana McKay (University of California, San Diego) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten met een biopsie Gleason score 4 + 3 = 7 of hoger, PSA hoger dan 20 ng/ml, of MRI-beoordeelde T3-ziekte, en lymfklieren kleiner dan 20 mm. Van de 75 geïncludeerde patiënten hadden 65 (87%) hoog-risico ziekte volgens NCCN-criteria. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar enzalutamide plus leuprolide (EL) met of zonder abirateron plus prednison (AP) gedurende 24 weken gevolgd door radicale prostatectomie. De ELAP-arm telde 50 patiënten; de EL-arm 25. Het primaire eindpunt van de studie was pathologisch complete respons of minimale residuele ziekte (residuele tumor 5 mm of kleiner). Centraal-beoordeelde pCR of MRD werd gezien in 15 van 50 patiënten in de ELAP-arm (30%) versus 4 van 25 in de EL-arm (16%; p=0,263). Percentages ypT3-ziekte, positieve marges, en positieve lymfeklieren waren vergelijkbaar in beide armen. De behandelingen werden goed verdragen.

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvante hormoontherapie voor LAPC resulteerde in een trend van verbetering van de pathologische uitkomsten. De patiënten blijven gevolgd worden om de impact van de behandeling op het risico van recidief te beoordelen.

1.McKay RR, Ye H, Xie W et al. Evaluation of intense androgen deprivation before prostatectomy: a randomized phase II trial of enzalutamide and leuprolide with or without abiraterone. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A randomized phase II trial at four centers in the USA evaluated neoadjuvant enzalutamide and leuprolide (EL) with or without abirateron and prednison (AP) before radical prostatectomy in men with locally advanced prostate cancer. The study found a trend toward improved pathologic outcomes with ELAP compared to EL. Longer follow-up is necessary to evaluate the impact on recurrence rates.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)