Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Meta-analyse van wereldwijde screening op maligniteiten in personen met mentale ziekte (0)
2019-11-30 12:44   ( Nieuws )
Tags:  cancer screening in people with mental illness
Dr. Marco SolmiHet is bekend dat personen met mentale ziekte vergeleken met de algemene bevolking een hogere waarschijnlijkheid hebben van overlijden aan maligniteiten. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft de wereldwijde frequentie van screening op maligniteiten onderzocht onder patiënten met mentale ziekte. Dr. Marco Solmi (Universiteit van Padua, Italië) en collega’s publiceren de meta-analyse online in The Lancet Psychiatry.1



In de literatuur tot en met 4 mei 2019 vonden de onderzoekers 46 voor het onderwerp relevante studies, met tezamen 501.559 patiënten met mentale ziekte en 4.216.280 controlepersonen in de algemene bevolking. Zeventig procent van deze patiënten en controlepersonen waren vrouwen. De studies gaven informatie over screening op maligniteiten van borst, colorectum, long, maag, ovaria, en prostaat. In personen met enige mentale ziekte vergeleken met de algemene bevolking was screening op enige maligniteit significant minder frequent (OR 0,76; 95%-bti 0,72-0,79), evenals screening op mammacarcinoom (OR 0,65; 95%-bti 0,60=0,71), cervixcarcinoom (OR 0,89; 95%-bti 0,84-0,95), en prostaatcarcinoom (OR 0,78; 95%-bti 0,70-0,86), maar niet voor colorectaalcarcinoom (OR 1,02; 95%-bti 0,90-1,15).

De onderzoekers concluderen dat screening op maligniteiten significant minder frequent was in de populatie met mentale ziekte dan in de algmene bevolking.

1.Solmi M, Firth J, Miola A et al. Disparities in cancer screening in people with mental illness across the world versus the general population: prevalence and comparative meta-analysis including 4 717 839 people. Lancet Psychiatry 2019; epub ahead of print

Summary: A meta-analysis of 46 studies, including 501,559 patients with mental illness and 4,216,280 controls, found that the population of people with mental illness receives less cancer screening compared with the general population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van eerstelijns atezolizumab plus nab-paclitaxel voor niet-resectabel gevorderd TNBC (0)
2019-11-29 15:57   ( Nieuws )
Tags:  IMpassion130 study updated results overall survival
Immuuntherapie in combinatie met chemotherapie heeft veelbelovende werkzaamheid laten zien voor veel verschillende typen maligniteiten. De multinationale fase 3-studie IMpassion130 randomiseerde patiënten met niet-eerder behandeld niet-resectabel lokaal-gevorderd of metastatisch triple-negatief mammacarcinoom naar atezolizumab plus nab-paclitaxel of placebo plus nab-paclitaxel. Vorig jaar is gepubliceerd dat progressievrije overleving beter was in de atezolizumab-arm dan in de placebo-arm, zowel in de gehele patiëntengroep als in de subgroep met PD-L1 positieve tumoren. Prof. Peter Schmid (Queen Mary University of London) en collega’s publiceren nu online in The Lancet Oncology resultaten van de interimanalyse van overall survival in de studie.1

IMpassion130 werd uitgevoerd in 246 centra in 41 landen. De studie includeerde 902 patiënten, in de leeftijd van achttien jaar of ouder, met een ECOG performance status 0 of 1. Onder deze patiënten waren er 369 (40,9%) met PD-L1 positieve ziekte. De 890 patiënten die werkelijk werden behandeld werden gerandomiseerd naar atezolizumab plus nab-paclitaxel (n=445) of placebo plus nab-paclitaxel (n=445). PD-L1 status was een stratificatiefactor. De atezolizumab-groep telde 185 patiënten met PD-L1 positieve ziekte, en de placebogroep 184.

Op het moment van de nu gepubliceerde analyse was de mediane follow-up 18,5 maanden (IQR 9,6-22,8) in de atezolizumabgroep en 17,5 maanden (IQR 8,4-22,4) in de placebogroep. De mediane OS was 21,0 maanden met atezolizumab versus 18,7 maanden met placebo (HR 0,86; p=0,078). Onder de patiënten met PD-L1 positieve ziekte was de mediane OS 25,0 maanden met atezolizumab versus 18,0 maanden met placebo (HR 0,71; 95%-bti 0,54-0,94). Er waren geen onverwachte bijwerkingen.

De onderzoekers concluderen dat er voor alle patiënten tezamen geen significant OS-verschil was tussen beide armen, maar dat atezolizumab plus nab-paclitaxel, vergeleken met placebo plus nab-paclitaxel, onder de patiënten met PD-L1 positieve ziekte resulteerde in een klinisch relevant OS-profijt.

1.Schmid P, Rugo HS, Adams S et al. Atezolizumab plus nab-paclitaxel as first-line treatment for unresectable, locally advanced or metastatic triple-negative breast cancer (IMpassion130): updated efficacy results from a randomised, double-blind, placebo-controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The phase 3 study IMpassion130 randomized patients with not previously treated unresectable locally advanced or metastatic TNBC to atezolizumab plus nab-paclitaxel or placebo plus nab-paclitaxel. The second interim analysis of the study found no significant difference in OS between both arms among all patients, but a clinically meaningful OS benefit with atezolizumab among the patients with PD-L1 positive disease.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overlevingsimpact van fertiliteits-sparende chirurgie voor epitheliaal ovariumcarcinoom (0)
2019-11-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EOC fertility-sparing surgery
Dr. Sarah CraftonEr is geen duidelijkheid over de impact van vruchtbaarheid-sparende chirurgie (FSS) op de overleving van patiënten met epitheliaal ovariumcarcinoom (EOC). Een analyse van de SEER-database en de National Cancer Database heeft deze impact onderzocht. Dr. Sarah Crafton (Allegheny Health Network. Pittsburgh PA) en collega’s publiceren de analyse online in Cancer.1



In de beide databases tezamen identificeerden de onderzoekers 9017 vrouwen in de leeftijd van 15 tot 45 jaar die voor inclusie in de analyse in aanmerking kwamen. FSS werd gedefinieerd als unilaterale salpingo-ovariëctomie en uteruspreservatie, terwijl bilaterale salpingo-ovariëctomie en hysterectomie werden beschouwd als niet-FSS. In beide databases waren jongere leeftijd, meer recente EOC-diagnose en geen adjuvante chemotherapie significant geassocieerd met hogere waarschijnlijkheid van FSS. Onder vrouwen met stadium II tot en met IV sereus EOC was FSS significant geassocieerd met slechtere overall survival (HR 1,61; 95%-bti 1,22-2,12). In andere subgroepen gedefinieerd volgens stadium en graad of volgens stadium en histologie was FSS niet significant geassocieerd met OS.

De onderzoekers concluderen dat FSS voor sommige groepen vrouwen met EOC veilig was, maar voor vrouwen met gevorderd-stadium sereus EOC geassocieerd was met slechtere overleving.

1.Crafton SM, Cohn DE, Llamocca EN et al. Fertility-sparing surgery and survival among reproductive-age women with epithelial ovarian cancer in 2 cancer registries. Cancer 2019; epub ahead of print

Summary: An analysis of the SEER database and the National Cancer Database found that fertility-sparing surgery for epithelial ovarian cancer was associated with poor survival in the group of women with stage II to IV serous EOC, but seemed to be safe for other subgroups defined by stage and grade or by stage and histology.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico-gebaseerde behandelstrategie voor niet-rhabdomyosarcoom wekedelensarcoom in jongere patiënten (0)
2019-11-29 13:59   ( Nieuws )
Tags:  non-RMS soft tissue sarcoma in patients younger than 30 years risk-based treatment stratgy
Prof. Sheri SpuntTumorgraad, tumorgrootte, resectiemogelijkheid, en mate van de ziekte zijn van invloed op de uitkomst van pediatrisch niet-rhabdomyosarcoom wekedelensarcoom (NRSTS). Er is echter geen systeem beschikbaar voor risicostratificatie, en de standaard-behandeling is slecht gedefinieerd. De Children’s Oncology Group heeft een risico-gebaseerde behandelstrategie voor NRSTS ontwikkeld, en de waarde van deze strategie onderzocht in de prospectieve multicenterstudie ARST0332. Prof. Sheri Spunt (Stanford University, Palo Alto CA) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

ARST0332 werd uitgevoerd in 159 centra in drie landen. De studie includeerde patiënten in de leeftijd tot dertig jaar, met een Lansky of Karnofsky performance status van tenminste 50, en een nieuwe diagnose NRSTS. De patiënten werden onderscheiden in drie risicogroepen: laag-risico (niet-metastatische R0 of RI laaggradige of R1 hooggradige tumor 5 cm of kleiner), intermediair-risico (niet-metastatische R0 of R1 hooggradige tumor groter dan 5 cm, of niet-geresecteerde tumor van alle grootten of graden), of hoog-risico (metastatische tumor). De studie evalueerde vier behandelingen: alleen chirurgie, alleen radiotherapie (55,8 Gy), chemoradiotherapie, en neoadjuvante chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie en radiotherapie-boost. De primaire uitkomsten waren gebeurtenisvrije overleving, overall survival, en patronen van behandelfalen.

De studie includeerde 529 evalueerbare patiënten. De laag-risicogroep telde 222 patiënten, die intermediair-risicogroep 227, en de hoog-risicogroep 80. De alleen-chirurgiegroep bestond uit 205 patiënten, die alleen-radiotherapiegroep uit 17, de chemoradiotherapiegroep uit 111, en de neoadjuvante chemoradiotherapiegroep uit 196. De mediane follow-up was 6,5 jaar (IQR 4,9-7,9). De vijf-jaars EFS en OS waren 88,9% en 96,2% in de laag-risicogroep; 65,0% en 79,2% in de intermediair-risicogroep; en 21,2% en 35,5% in de hoog-risicogroep. De risicogroep was voorspellend voor EFS en OS (p<0,0001). Er waren geen graad 5 adverse events; onverwachte graad 4 AEs werden gezien in negen patiënten (twee in de chemoradiotherapiegroep en zeven in de neoadjuvante chemoradiotherapiegroep).

De onderzoekers concluderen dat pre-treatment klinische kenmerken konden worden gebruikt voor het definiëren van het risico van behandelfalen en voor stratificatie van jonge NRSTS-patiënten naar risico-gebaseerde behandeling. De meeste laag-risico patiënten konden worden genezen zonder adjuvante therapie. De uitkomsten van intermediair- en hoog-risico patiënten waren suboptimaal.

1.Spunt SL, Million L, Chi Y-Y et al. A risk-based treatment strategy for non-rhabdomyosarcoma soft-tissue sarcomas in patients younger than 30 years (ARST0332): a Children’s Oncology Group prospective study. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A prospective study by the Children’s Oncology Group found that pre-treatment clinical features can be used to effectively define treatment failure risk and to stratify young patients (30 years or younger) with non-rhabdomyosarcoma soft tissue sarcomas for risk-adapted therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van pembrolizumab voor refractair metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (0)
2019-11-29 12:50   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-199 study refractory mCRPC pembrolizumab
Prof. Johann de BonoIn eerdere studies is antitumor-activiteit gezien van pembrolizumab voor PD-L1 positief metastatisch castratieresistent prostaatcarcinoom (mCRPC). De multinationale fase 2-studie KEYNOTE-199 heeft pembrolizumab-behandeling geëvalueerd in drie parallele cohorten van patiënten met eerder-behandeld mCRPC. Prof. Johann de Bono (Institute of Cancer Research, London UK) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde patiënten die waren behandeld met docetaxel en één of meer gerichte endocriene therapieën. Cohort 1 telde 133 patiënten met RECIST-meetbaar PD-L1 positief mCRPC en cohort 2 telde 66 patiënten met RECIST-meetbaar PD-L1 negatief mCRPC. Cohort 3 bestond uit 59 patiënten met bot-predominante ziekte ongeacht PD-L1 expressie. Alle patiënten kregen ten hoogste 35 cycli pembrolizumab 200 mg iedere drie weken. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met centraal-beoordeelde (RECIST v1.1) objectieve respons in cohorten 1 en 2.

De ORR was 5% (95%-bti 2-11) in cohort 1 en 3% (95%-bti <1-11) in cohort 2. De mediane duur van respons was niet bereikt (range 1,9 tot langer dan 21,8 maanden) in cohort 1 en 10,6 maanden (range 4,4-10,6) in cohort 2. Ziektecontrole werd gezien in 10% in cohort 1, 9% in cohort 2, en 22% in cohort 3. De mediane overall survival was 9,5 maanden in cohort 1; 7,9 maanden in cohort 2; en 14,1 maanden in cohort 3. Treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 60% van de patiënten, waren graad 3 tot en met 5 in 15%, en leidden tot discontinuering in 5%.

De onderzoekers concluderen dat pembrolizumab monotherapie antitumor-activiteit had in een subset van patiënten met RECIST-meetbaar en bot-predominant mCRPC na behandeling met docetaxel en gerichte endocriene therapie. De responsen leken duurzaam te zijn, en de OS was bemoedigend.

1.Antonarakis ES, Piulats JM, Gross-Goupil M et al. Pembrolizumab for treatment-refractory metastatic castration-resistant prostate cancer: multicohort, open-label, phase II KEYNTOE-199 study. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 2 study KEYNOTE-199 evaluated pembrolizumab monotherapy for refractory mCRPC previously treated with docetaxel and targeted endocrine therapy. The study found antitumor activity with acceptable safety in a subset of patients with RECIST-measurable and bone-predominant disease. The responses seemed to be durable, and the OS estimates were encouraging.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lange-termijn uitkomsten van herhaalde hepatectomie versus percutane RFA voor recidiverend HCC (0)
2019-11-28 15:58   ( Nieuws )
Tags:  recurrent hepatocellular carcinoma repeat hepatectomy vs percutaneous radiofrequency ablation
Herhaalde hepatectomie (RH) en percutane radiofrequentie ablatie (PRFA) zijn de meest-gebruikte behandeling voor vroeg-stadium recidiverend levercelcarcinoom (RHCC) na initiële resectie. Studies van vergelijking van de werkzaamheid van deze beide behandelingen hebben tegenstrijdige resultaten opgeleverd. Een gerandomiseerde studie in China heeft de lange-termijn overleving vergeleken na RH versus PRFA voor voor vroeg-stadium RHCC. Prof. Feng Shen (Tweede Militaire Medische Universiteit, Shanghai) en collega’s publiceren de studie online in JAMA Oncology.1



De studie includeerde 216 mannen en 24 vrouwen (mediane leeftijd 53,0 jaar; range 24,0-59,0) met RHCC (met enkele nodule 5 cm of kleiner of ten hoogste drie nodules 3 cm of kleiner; geen macroscopische vasculaire invasie; geen afstandsmetastase). Ze werden 1:1 gerandomiseerd naar RH (n=120) of PRFA (n=120). De mediane follow-up was 44,3 maanden (range 4,3-96,0). Het primaire eindpunt was overall survival.

De één-jaars OS was 92,5% met RH versus 87,5% met PRFA; de drie-jaar OS was 65,8% met RH versus 52,5% met PRFA; en de vijf-jaars OS was 43,6% met RH versus 38,5% met PRFA (p=0,17). De één-jaars repeat recurrence-free survival (rRFS) was 85,0% met RH versus 74,2% met PRFA; de drie-jaars rRFS was 52,4% met RH versus 41,7% met PRFA; en de vijf-jaars rRFS was 36,2% met RH versus 30,2% met PRFA (p=0,09). In subgroepanalyses was PRFA geassocieerd met slechtere OS dan RH in de groep patiënten met RHCC-nodule groter dan 3 cm (HR 1,72; 95%-bti 1,05-2,84) of α-fetoprotein niveau hoger dan 200 ng/ml (HR 1,85; 95%-bti 1,15-2,96). Chirurgie was geassocieerd met hoger percentage complicaties dan ablatie (22,4% versus 7,3%; p<0,001).

De onderzoekers concluderen dat de studie geen statistisch significant verschil in OS heeft laten zien na RH versus PRFA voor vroeg-stadium RHCC. In patiënten met grote nodules of hoog AFP-niveau was RH geassocieerd met betere OS dan PRFA.

1.Xia Y, Li J, Liu G et al. Long-term effects of repeat hepatectomy vs percutaneous radiofrequency ablation among patients with recurrent hepatocellular carcinoma. A randomized clinical trial. JAMA Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A randomized study in China compared repeat hepatectomy versus percutaneous radiofrequency ablation for early-stage recurrent hepatocellular carcinoma. The study found no significant difference in survival outcomes between the two arms. Repeat hepatectomy was associated with better local control and long-term survival in patients with an RHCC diameter greater than 3 cm or an AFP level greater than 200 ng/ml.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van gemcitabine-trastuzumab-pertuzumab na pertuzumab-gebaseerde therapie voor HER2-positief MBC (0)
2019-11-28 15:02   ( Nieuws )
Tags:  HER2-positive MBC gemcitabine-trastuzumab-pertuzumab after pertuzumab-based therapy
Dr. Neil IyengarDe combinatie van taxaan met trastuzumab en pertuzumab als initiële behandeling voor HER2-positief metastatisch mammacarcinoom (MBC) is geassocieerd met verbetering van de progressievrije overleving en overall survival. Na ziekteprogressie is voortzetting van trastuzumab in therapeutische combinaties algemeen geaccepteerd. De werkzaamheid van voortzetting van pertuzumab is onbekend. Een fase 2-studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center heeft de waarde onderzocht van de combinatie van gemcitabine plus trastuzumab en pertuzumab voor HER2-positief MBC na progressie op pertuzumab-gebaseerde therapie. Dr. Neil Iyengar en collega’s publiceren de studie studie online in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 45 patiënten (mediane leeftijd 57,1 jaar; range 31,7-77,2) onder wie 22 in tweede lijn en 23 in derde of vierde lijn werden behandeld. Alle patiënten hadden eerder pertuzumab-gebaseerde therapie gekregen, en 22 patiënten hadden eerder trastuzumab-emtansine gekregen. De patiënten kregen drie-weekse cycli van gemcitabine 1200 mg/m2 (later gewijzigd in 1000 mg/m2) op dagen één en acht, trastuzumab 8 mg/kg loading dose gevolgd door 6 mg/kg iedere drie weken, en pertuzumab 840 mg loading dose gevolgd door 420 mg iedere drie weken. Het primaire eindpunt was PFS, met drie-maands PFS 70% als criterium voor veelbelovende werkzaamheid van de behandeling.

Onder de 44 voor respons evalueerbare patiënten was er één patiënt met complete respons, negen patiënten met partiële respons, en 23 patiënten met stabiele ziekte. De mediane follow-up was 27,6 maanden (range 8,3-36,0). De drie-maands PFS was 73,3% (95%-bti 61,5-87,5), waarmee voldaan werd aan het criterium voor veelbelovende werkzaamheid. De mediane PFS was 5,5 maanden (95%-bti 5,4-8,2). De drie-maands OS was 100% en de mediane OS werd niet bereikt. De behandeling werd goed verdragen, zonder gevallen van febriele neutropenie of symptomatische linkerventrikeldysfunctie.

De onderzoekers concluderen dat gemcitabine-trastuzumab-pertuzumab na eerdere pertuzumab-gebaseerde behandeling voor HER2-positief MBC geassocieerd was met 3-maands PFS van 73,3% en goed verdragen werd. Voortzetting van pertuzumab na progressie was geassocieerd met klinisch profijt.

1.Iyengar NM, Smyth LM, Lake D et al. Efficacy and safety of gemcitabine with trastuzumab and pertuzumab after prior pertuzumab-based therapy among patients with human epidermal growth factor receptor 2-positive metastatic breast cancer. A phase 2 clinical trial. JAMA Network Open 2019;2:e1916211

Summary: A phase 2 study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found that treatment with gemcitabine, trastuzumab, and pertuzumab after prior pertuzumab-based therapy for HER2-positive metastatic breast cancer was associated with a 3-month PFS rate of 73.3% and was well tolerated. Continuation of pertuzumab beyond progression was associated with apparent clinical benefit.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van proton- versus foton-radiotherapie voor pediatrisch medulloblastoom op intelligentie-uitkomsten (0)
2019-11-28 14:00   ( Nieuws )
Tags:  pediatric medulloblastoma proton versus photon radiotherapy intellectual outcomes
Dr. Lisa KahalleyCraniële radiotherapie voor pediatrische hersentumoren is geassocieerd met verhoogd risico van ongunstige neuropsychologische uitkomsten. Het is denkbaar dat gebruik van proton-radiotherapie (PRT) in plaats van foton-radiotherapie (XRT) geassocieerd is met minder sterke verhoging van het risico. Een multicenterstudie in de Verenigde Staten heeft veranderingen in intelligentie-scores in de loop van de tijd na PRT versus XRT voor pediatrisch medulloblastoom. Dr. Lisa Kahalley (Baylor College of Medicine, Houston TX) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 79 patiënten die tussen begin 2007 en eind 2018 werden behandeld voor medulloblastoom, volgens hetzelfde protocol dat alleen verschilde in de RT-modaliteit (37 patiënten PRT en 42 patiënten XRT). De groepen verschilden niet significant voor geslacht (67,1% jongens), leeftijd (gemiddeld 8,6 jaar), craniospinale stralingdosering (mediaan 23,4 Gy), duur van follow-up (gemiddeld 4,3 jaar), en opleidingsduur van de ouders (gemiddeld 14,3 jaar). Na correctie voor covariaten had de PRT-groep vergeleken met de XRT-groep superieure uitkomsten voor algemeen intelligentiequotiënt, perceptueel redeneren, en werkgeheugen (p<0,05 voor alle vergelijkingen). In de XRT-groep namen tijdens de follow-up de scores voor global IQ, werkgeheugen en processing speed significant af (alle p<0,05), terwijl in de PRT-groep alle scores stabiel bleven met uitzondering van de score voor processing speed.

De onderzoekers concluderen dat PRT vergeleken met XRT voor pediatrisch medulloblastoom resulteerde in betere lange-termijn intellectuele ontwikkeling.

1.Kahalley LS, Peterson R, Ris MD et al. Superior intellectual outcomes after proton radiotherapy compared with photon radiotherapy for pediatrc medulloblastoma. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in the USA compared intellectual outcome trajectories after proton radiotherapy versus photon radiotherapy for pediatric medulloblastoma. Children in the PRT group compared to the XRT group had superior long-term outcomes in global intelligence quotient, perceptual reasoning, and working memory.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)