Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Uitkomsten van herstart van ICIs voor melanoom na hooggradige immuun-gemedieerde hepatitis (0)
2020-09-07 13:00   ( Nieuws )
Tags:  ICIs for melanoma outcomes of rechallenge after high-grade heaptitis
Dr. Shilpa GroverHepatitis is een van de immuungerelateerde bijwerkingen (irAEs) die kunnen optreden tijdens immuuncheckpointremmer (ICI)-therapie voor melanoom. Een studie van Brigham and Women’s Hospital (Boston MA) heeft veiligheid en uitkomsten geïnventariseerd van rechallenge met ICIs voor melanoom na resolutie van graad 3 of 4 immuun-gerelateerde (ir)-hepatitis. Dr. Shilpa Grover en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

Tussen begin 2010 en eind 2019 werden in het ziekenhuis in Boston 102 melanoompatiënten behandeld die die graad 3 or 4 ir-hepatitis ontwikkelden. Eenendertig van deze patiënten kregen na resolutie van de hepatitis opnieuw een ICI. Vijftien van deze 31 patiënten (48%) ontwikkelden opnieuw een irAE (any grade) maar in slechts zes patiënten (19%) was discontinuering van de rechallenge vereist vanwege de ernst van de irAE; recidiverend hepatitis was de irAE in vier van deze zes patiënten. De patiënten die geen discontinuering van de rechallenge nodig hadden werden significant minder frequent behandeld met ipilimumab dan met anti-PD-(L)1 monotherapie (0% versus 33%; RR 0,1; p=0,032) en kregen ook significant minder frequent rechallenge met hun oorspronkelijke ICI (8% versus 50%; RR 0,2; p=0,038). Er was geen merkbaar verschil in best overall response of tijd tot overlijden tussen patiënten met en patiënten zonder ICI-rechallenge.

De onderzoekers concluderen dat ICI-therapie kon worden herstart in patiënten met melanoom die hersteld zijn van graad 3 of 4 ir-hepatitis, met een matig risico van ernstige irAEs. Het was niet duidelijk of ICI-rechallenge resulteerde in verbetering van de klinische uitkomsten.

1.Li M, Sack JS, Rahma OE et al. Outcomes after resumption of immune checkpoint inhibitor therapy after high-grade immune-mediated hepatitis. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Brigham and Women’s Hospital (Boston, MA) found that in patients with melanoma who had recovered from grade 3 or 4 immune-related hepatitis, ICI therapy could be resumed, with a modest risk of serious irAEs. It was not clear whether ICI retreatment improved clinical outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prevalentie en respons op crizotinib van longcarcinoom met NGS-gedetecteerde MET-amplificatie (0)
2020-09-07 11:52   ( Nieuws )
Tags:  lung cancer next-generation sequencing detected MET amplification crizotinib
Prof. Hua ZhongMesenchymal-epithelial transition (MET)-amplificatie is een zeldzame verandering in niet-kleincellig longcarcinoom. Een studie van Jiao Tong Universiteit (Shanghai) heeft prevalentie en respons op crizotinib van longcarcinoom met next-generation sequencing gedetcteerde MET-amplificatie geïnventariseerd. Prof. Hua Zhong en collega’s publiceren de studie in Lung Cancer.1

Onder de 2694 longcarcinoom-patiënten die tussen begin 2018 en mei 2019 NGS-tests ondergingen waren er 82 van 2507 (3,27%) met primaire MET-amplificatie en 30 van 187 (16,04%) met verkregen MET-amplificatie (bepaald in herbiopten). Negentien van de patiënten met MET-amplificatie kregen crizotinib monotherapie. De tien patiënten met copy number (CN) 5 of hoger hadden statistisch niet-significant langere progressievrije overleving dan de negen patiënten met CN 4 of lager (mediaan 4,76 maanden versus 2,10 maanden; p=0,063). Er waren geen significante verschillen in mPFS op crizotinib tussen de groep met primaire en de groep met verkregen MET-amplificatie (4,04 maanden versus 2,76 maanden; p=0,310).

De onderzoekers concluderen dat primaire NGS-gedetecteerde MET-amplificatie werd gezien in 3,27% van de patiënten met longcarcinoom, en secundaire MET-amplificatie in 16,04% van de patiënten die herbiopsie ondergingen. Patiënten met CN 5 of hoger leken met crizotinib langere PFS te hebben dan patiënten met CN4 of lager.

1.Li J, Wang Y, Zhang B et al. Characteristics and response to crizotinib in lung cancer patients with MET amplification detected by next-generation sequencing. Lung Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A study at Jiao Tong University (Shanghai) found primary MET amplification in 3.27% of lung cancer patients undergoing NGS tests, and acquired MET amplification in 16.04% of re-biopsy patients. Crizotinib monotherapy resulted in statistically nonsignifcant longer median PFS in patients with copy number 5 or higher than in patients with copy number 4 or lower (4.76 months versus 2.10 months; p=0.063).

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Correlatie van circulerende of gedissemineerde tumorcellen met Oncotype DX-score in vroeg-stadium mammacarcinoom (0)
2020-09-06 15:00   ( Nieuws )
Tags:  early stage breast cancer correlation of CTCs or DTCs with Oncotype DX recurrence score
Dr. Anthony LucciIn vrouwen met vroeg-stadium mammacarcinoom (EBC) is een hoge Oncotype DC Recurrence Score (RS) geassocieerd met slechtere overall survival. Circulerende tumorcellen (CTCs, in bloed) en gedissemineerde tumorcellen (DTCs, in beenmerg) hebben eveneens prognostische waarde in EBC. Een studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft de associatie tussen RS en CTCs of DTCs onderzocht. Dr. Anthony Lucci en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

In een database van 233 patiënten met HR-positief, HER2-negatief kliernegatief EBC tussen begin 2005 en eind 2016 identificeerden de onderzoekers 96 patiënten met RS-gegevens, onder wie 88 met ook CTC-gegevens en 58 met DTC-gegevens. Lage RS werd gedefinieerd als lager dan 11, intermediaire RS als 11 tot en met 25, en hoge RS als hoger dan 25. CTC- en DTC-positiviteit werden gedefinieerd als detectie van één of meer CTCs respectievelijk DTCs.

CTCs werden gedetecteerd in 17 van 88 patiënten (19%) en DTCs in 20 van 58 (34%). Patiënten met hoge RS hadden geen hogere waarschijnlijkheid van CTC-positiviteit dan patiënten met intermediare of lage RS (18% versus 20%; p=0,919). Patiënten met hoge RS hadden evenmin statistisch significant hogere waarschijnlijkheid van DTC-positiviteit dan patiënten met intermediaire of lage RS (40% versus 33%; p=0,687). Ook in de subgroep van patiënten jonger dan 51 jaar werden geen associaties gezien tussen hoge RS en CTC-positiviteit (p=0,383) of DTC-positiviteit (p=0,234).

De onderzoekers concluderen dat de studie geen correlatie heeft laten zien tussen hoge RS en CTC- of DTC-positiviteit.

1.Singh P, Tevis SE, Hall CS et al. Correlation of circulating or disseminated tumor cells with the Oncotype DX Recurrence Score. Breast Cancer Res Treat 2020; epub ahead of print

Summary: A study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found no correlation between high Oncotype DX recurrence score and presence of CTCs in blood or DTCs in bone marrow of women with early-stage breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen gebruik van aspirine en risico van mammacarcinoom in zwarte vrouwen (0)
2020-09-06 13:29   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer risk aspirin use
Dr. Kimberly BertrandEr zijn aanwijzingen voor een associatie tussen gebruik van aspirine of andere NSAIDs en verlaagd risico van mammacarcinoom, maar deze associatie is niet in alle studies gezien. Een analyse in de Black Women’s Health Study heeft het bestaan van de associatie onder zwarte vrouwen onderzocht. Dr. Kimberly Bertrand (Slone Epidemiology Center, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research.1



De BWHS is een USA-brede prospectieve cohortstudie met ruim 59.000 deelneemsters. Bij inclusie en tijdens de follow-up rapporteren de deelneemsters over gezondheid en leefstijlfactoren, waaronder gebruik van aspirine. Regelmatig gebruik van aspirine werd in de nu gepubliceerde analyse gedefinieerd als tenminste drie dagen per week. Tijdens de follow-up van maart 1995 tot eind 2017 werden 1919 invasieve mammacarcinomen gezien: 1112 ER-positief, 569 ER-negatief, en 284 triple-negatief. Na correctie voor bekende risicofactoren was het risico van mammacarcinoom voor huidig regelmatig gebruik versus niet-gebruik niet-signficant verlaagd voor alle typen mammacarcinoom (HR 0,92; 95%-bti 0,81-1,04) en voor ER-negatief mammacarcinoom (0,81; 0,64-1,04). Het risico van ER-positief mammacarcinoom was niet verlaagd onder aspirinegebruiksters (0,98; 0,84-1,15), en het risico van triple-negatief mammacarcinoom was significant verlaagd onder aspirinegebruiksters (0,70; 0,49-0,99).

De onderzoekers concluderen dat de bevindingen met betrekking tot ER-negatief en triple-negatief mammacarcinoom consistent zijn met het veronderstelde inflammatoire ontstaansmechanisme. Aspirine zou een mogelijkheid van preventie van ER-negatief en triple-negatief mammacarcinoom kunnen bieden.

1.Bertrand KA, Bethea TN, Gerlovin H et al. Aspirin use and risk of breast cancer in African American women. Breast Cancer Res 2020;22:96

Summary: Analysis in the cohort of the Black Women’s Health Study found that regular use of aspirin was associated with decreased risk of triple-negative breast cancer (compared with non-use HR 0.70; 95% CI 0.49-0.99) and possibly ER-negative breast cancer (0.81, 0.64-1.04).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Incidentie van diepe moleculaire respons en behandelingsvrije remissie na TKIs voor de novo CP-CML (0)
2020-09-06 12:00   ( Nieuws )
Tags:  discontinuation of TKIs for de novo CP-CML deep molecular response treatment-free remission
Dr. Gabriel EtienneDiscontinuering van tyrosinekinaseremmers (TKIs) is veilig in sommige patiënten met chronische fase (CP)-CML die diepe moleculaire respons (DMR) hebben bereikt. Een multicenterstudie in Frankrijk heeft de incidentie van DMR en behandelingsvrije remissie (TFR) na TKI voor CP-CML geïnventariseerd. Dr. Gabriel Etienne (Institut Bergonié, Bordeaux) en collega’s publiceren de studie in Cancers.1

De studie includeerde 398 patiënten die eerstelijns TKIs kregen voor CP-CML: imatinib voor 73% van de patiënten en tweede- of derdegeneratie (2-3G) TKIs nilotinib, dasatinib, of bosutinib voor 27%. De mediane leeftijd bij diagnose was 61 jaar. Met mediane follow-up van 7 jaar (range 0,6-13,8) werd in 182 patiënten (46%) een tenminste twee jaar aanhoudende DMR gezien. Voorspellende factoren voor bereiken van twee jaar aanhoudende DMR waren geslacht, BCR-ABL1 transcript type, Sokal en ELTS risicoscores, maar niet imatinib versus 2-3G TKI. Vijfennegentig patiënten met DMR werden geïncludeerd in een TFR-programma. Moleculair-recidiefvrije overleving (MRFS) na een jaar was 55,1% (95%-bti 44,3-65,9) en MRFS na vier jaar was 46,9% (95%-bti 34,9-58,9). Factoren die in multivariate analyse geassocieerd waren met MRFS waren eerstelijns 2-3G TKIs versus imatinib en duur van TKI-behandeling voor discontinuering.

De onderzoekers concluderen dat het type TKI en duur van TKI-behandeling significante impact hebben op TFR in patiënten die voldoen aan selectiecriteria voor TKI-discontinuering.

1.Etienne G, Dulucq S, Bauduer F et al. Incidences of deep molecular responses and treatment-free remission in de novo CP-CML patients. Cancers 2020;12:2521

Summary: A multicenter study in France found that TKI for CP-CML resulted in sustained deep molecular response in 46% of patients. One year after TKI discontinuation molecular recurrence-free survival was seen in 55%, and four years after discontinuation in 46%.Type of TKI (imatinib versus second or third generation) and duration of TKI treatment was predictive of MRFS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prevalentie en implicaties van ondervoeding in oudere patiënten met gastroïntestinale maligniteiten (0)
2020-09-05 15:00   ( Nieuws )
Tags:  malnutrition in older adults with gastrointestinal malignancies geriatric assessment impairments
Dr. Grant WilliamsIn veel oudere patiënten met maligniteiten wordt ondervoeding gezien. De implicaties van ondervoeding in deze kwetsbare patiëntengroep zijn niet goed bekend. Een studie van de University of Alabama (Birmingham) heeft de prevalentie van ondervoeding en de impact op geriatrische symptomen en gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven in 60-plussers met gastroïntestinale maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Grant Williams en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De cross-sectionele studie includeerde 336 patiënten (43,2% vrouwen) met een gemiddelde leeftijd van 70 jaar (SD 7,2). De meest-frequentie diagnosen waren colorectaalcarcinoom (33,6%) en pancreascarcinoom (24,4%). Ondervoeding, gedefinieerd als een score van 6 of hoger op de Patient-Generated Subjective Global Assesment of nutrition, werd vastgesteld in 52,1% van de patiënten. Ondervoeding was geassocieerd met verscheidene geriatric assesment impairments (GAI) waaronder geschiedenis van vallen (gecorrigeerd OR 2,1), stoornis van instrumentele activiteiten van dagelijks leven (aOR 4,1), en fragiliteit (aOR 8,2). Ondervoeding was ook geassocieerd met verlaagde HRQOL, zowel in het fysieke domein (aOR 8,7) als het mentale domein (aOR 5,0) en met geschiedenis van hospitalisatie (aOR 2,2).

De onderzoekers concluderen dat de prevalentie van ondervoeding onder oudere patiënten met GI-maligniteiten hoog was, en dat ondervoeding geassocieerd was met GAI, verlaagde HRQOL, en verhoogd gebruik van de gezondheidszorg.

1.Williams GR, Al-Obaidi M, Dai C et al. Association of malnutrition with geriatric assessment impairments and health-related quality of life among older adults with gastrointestinale malignancies. Cancer 2020; epub ahead of print

Summary: A cross-sectional study at the University of Alabama (Birmingham) found a high prevalence (52.1%) of malnutrition among older adults with GI malignancies. Malnutrition was associated with increased geriatric assessment impairment, reduced HRQOL, and increased health care utilization.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

CD19 CAR T-celtherapie voor pediatrische hematologische maligniteiten: impact van CRS op hartfunctie (0)
2020-09-05 13:29   ( Nieuws )
Tags:  CD19 CAR-T cell therapy in children and young adults cardiac impact of cytokine release syndrome
Dr. Naheen ShalabiCAR T-cel geassocieers cytokine release syndroom (CRS) kan resulteren in tachycardie, hemodynamische instabiliteit, en verlaagde harfunctie. Een multicenterstudie in de Verenigde Staten heeft cardiale toxiciteit geïnventariseerd van CAR T-celtherapie voor hematologische maligniteiten in kinderen en jongvolwassenen. Dr. Haneen Shalabi (National Cancer Institute, Bethesda MD) en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde 52 patiënten (mediane leeftijd 13,4 jaar; range 4,2-30,3) die CD19-28ζ CAR T-celtherapie kregen voor hematologische maligniteiten. Van alle patiënten was een baseline echocardiogram beschikbaar. CRS kwam tot ontwikkeling in 37 patiënten (71%), en graad 3 of 4 CRS in negen (17%). De mediane eerdere anthracyclineblootstelling van deze 37 patiënten was 205 mg/m2 (range 70-620) in doxorubicine-equivalenten. De mediane baseline LVEF was 60% (range 50-70) en de mediane baseline GLS was 16,8% (range 14,1-23,5%). De meerderheid van de patiënten (29 van 37; 78%) had baseline GLS lager dan 19%, en 3 van 52 patiënten (6%) hadden LVEF lager dan 53%. Eenentwintig patiënten werden op de intensive care opgenomen, onder wie negen die vasoactief hemodynamisch support kregen en drie die meer dan één vasopressor nodig hadden. Zes patiënten (12%) ontwikkelden cardiale dysfunctie (meer dan 10% absolute afname van LVET of nieuwe graad 2 of hoger LV-dysfunctie), onder wie vier met graad 3 of 4 CRS. Troponinetoename werd gezien in vier van dertien patiënten met lage LVEF. Pro-BNP was verhoogd ten opzichte van baseline in zes van zeven patiënten bij ontstaan van CRS. In op twee na alle patiënten was de cardiale dysfunctie 28 dagen na de infusie genormaliseerd.

De onderzoekers concluderen dat cardiale toxiciteit gerelateerd aan CD19-28ζ CAR T-celtherapie in de grote meerderheid van de patiënten binnen vier weken reversibel was.

1.Shalabi H, Sachdev V, Kulshreshtha A et al. Impact of cytokine release syndrome on cardiac function following CD19 CART-T cell therapy in children and young adults with hematologic malignancies. J ImmunoTher Cancer 2020-001159

Summary: Analysis of cytokine release syndrome associated cardiac toxicity observed in children and young adults after CAR-T cell therapy for hematologic malignancies found that cardiac toxicity was generally reversible by day 28 postinfusion.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Machine learning-geleide klinische evaluatie tijdens radiotherapie of chemoradiotherapie (0)
2020-09-05 12:00   ( Nieuws )
Tags:  SHIELD-RT machine-learning-directed clinical evaluation of RT and CRT patients
Dr. Julian HongPatiënten die outpatient radiotherapie (RT) of chemoradiotherapie (CRT) ondergaan hebben frequent acute zorg nodig, zoals hospitalisatie of onderzoek op een spoedeisende-hulpafdeling. Machine learing (ML) kan wellicht interventies geleiden om het risico van het vereisen van acute zorg te verlagen. Een prospectieve gerandomiseerde studie van de University of California in San Francisco heeft gebruik van ML voor triage van patiënten in het System for High-Intensity Evaluation During Radiation Therapy (SHIELD-RT) geëvalueerd. Dr. Julian Hong en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 963 ambulante RT- of CRT-kuren die werden beoordeeld door een ML-algoritme. Op basis van klinische kenmerken beoordeelde het algoritme 311 kuren als hoog-risico, gedefinieerd als hoger dan 10% risico van het vereisen van acute zorg tijdens de behandeling. Deze patiënten werden gerandomiseerd naar standaard klinische evaluatie eens per week (n-=157) of evaluatie tweemaal per week (n=154), met de mogelijkheid van additionele evaluatie indien de behandelaar dat wenselijke achtte. Het primaire eindpunt van de studie was frequentie van bezoeken aan acute zorg tijdens de RT/CRT. In de groep met evaluatie eenmaal per week was het percentage met bezoek aan acute zorg 22,3%, tegen 12,3% in de groep met evaluatie tweemaal per week (RR 0,556; p=0,02). Onder de patiënten die door het ML-model werden beoordeeld als laag-risico was het percentage met bezoek aan de acute zorg 2,7%.

De onderzoeker concluderen dat ML resulteerde in accurate triage van patiënten die RT of CRT ondergingen in groepen met hoog versus laag risico van vereisen van acute zorg. Patiënten met ML-vastgesteld hoog-risico hadden baat bij de verhoogde frequentie van klinische evaluatie.

1.Hong JC, Eclov NCW, Dalal NH et al. System for High-Intensity Evaluation During Radiation Therapy (SHIELD-RT): a prospective randomized study of machine learning-directed clinical evaluations during radiation and chemoradiation. J Clin Oncol 2020; epub ahead of print

Summary: A prospective randomized study at the University of California San Francisco showed that machine learning-guided intervention could accurately triage patients undergoing RT and CRT, directing clinical management with reduced acute care rates compared with standard of care.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)