Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multicenter fase 3-noninferioriteitsstudie van topisch imiquimod versus chirurgie voor vHSILs (0)
2022-04-26 15:00   ( Nieuws )
Tags:  vulvar high-grade intraepithelial lesions topical imiquimod versus surgery
Dr. Gerda TrutnovskyEr is geen duidelijkheid over het optimale management van hooggradige squameuze intra-eptiheliale lesies van de vulva (vHSILs). De standaard-behandeling is chirurgie, maar in ongeveer de helft van de patiënten treedt recidief op. Behandeling met topisch imiquimod is een alternatief. Een fase 3-noninferioriteitsstudie in zes centra in Oostenrijk heeft beide behandelingen rechtstreeks vergeleken. Dr. Gerda Trutnovsky (Medische Universiteit Graz) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

De studie includeerde volwassen vrouwen met histologisch bevestigd vHSIL, met zichtbare unifocale of multifocale lesies. Exclusiecriteria waren verdenking van invasie, geschiedenis van vulvacarcinoom, en actieve behandeling voor vHSIL in de voorafgaande drie maanden. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar topisch imiquimod (door de patiënt aangebracht, driemaal per week gedurende vier tot zes maanden) of chirurgie (excisie of ablatie). Het primaire eindpunt was complete klinische respons (CCR) na zes maanden met imiquimod of één chirurgische interventie.

De studie includeerde 110 patiënten (78% met unifocaal en 22% met multifocaal vHSIL) die werden gerandomiseerd. De klinische respons kon worden beoordeeld in 107 patiënten: 54 in de imiquimodgroep en 53 in de chirurgiegroep. CCR werd gezien in 80% van de patiënten in de imiquimodgroep versus 79% van de patiënten na één chirurgische interventie (p=0,0056 voor noninferioriteit). Er waren geen significante verschillen tussen de groepen voor de secundaire eindpunten HPV-klaring, adverse events, en tevredenheid over de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat onder vHSIL-patiënten topisch imiquimod een veilig, effectief, en goed-geaccepteerd alternatief is voor chirurgie.

1.Trutnovsky G, Reich O, Joura EA et al. Topical imiquimod versus surgery for vulvar intraepithelial neoplasia: a multicentre, randomised, phase 3, non-inferiority trial. Lancet 2022; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 3 non-inferiority study in Austria found that for women with vulvar high-grade squamous intraepithelial lesions topical imiquimod was a safe, effective, and well accepted alternative to surgery.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Clinical Frailty Scale als voorspeller van overall survival na resectie van hooggradig glioom (0)
2022-04-26 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HGG CFS
Dr. Christian FreyschlagDe Clinical Frailty Scale (CFS) is een eenvoudig te gebruiken tool voor het objectief kwantificeren van fragiliteit van individuele patiënten. Een retrospectieve cohortstudie van de Medische Universiteit van Innsbruck (Oostenrijk) heeft de prognostische relevantie van de CFS na resectie van hooggradig glioom (HGG) geïnventariseerd. Dr. Christian Freyschlag en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 289 HGG-patiënten die tussen begin 2015 en eind 2020 in het ziekenhuis van de universiteit een eerste resectie ondergingen. Zowel voorafgaand aan als drie tot zes maanden na de resectie werd de CSF-score bepaald. De mediane CFS-score was zowel voor als na de resectie 3 (IQR 2-4). De preoperatieve en postoperatieve CSF-score waren sterk gecorreleerd met de Karnofsky Performance Scale (KPS)-score (r = -0,85; p<0,001 respectievelijk r= -0,90; p<0,001). De afname van overall survival was 54% per punt toename van de preoperatieve CSF-score (HR 1,54; p<0,001) en 58% per punt toename van de postoperatieve CSF-score (HR 1,58; p<0,001). Vergelijking van patiënten met postoperatieve CSF-score 1 tot en met 4 versus patiënten met CSF-score 5 tot en met 9 liet een sterk verschil in overleving zien.

De onderzoekers concluderen dat CSF-score een betrouwbare voorspeller was vooroverleving na resectie van HGG.

1.Klingenschmid J, Krigers A, Pinggera D et al. The Clinical Frailty Scale as predictor of overall survival after resection of high-grade glioma. J Neuro-Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in Austria found that the Clinical Frailty Scale was a reliable tool for functional assessment of high-grade glioma patients, and was predictive for overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van circulerend oestradiolniveau met overleving van patiënten met mammacarcinoom (0)
2022-04-26 12:00   ( Nieuws )
Tags:  circulating estradiol level survival in breast cancer patients
Hoge niveaus van circulerend oestradiol (E2) zijn geassocieerd met verhoogd risico van mammacarcinoom (BC), maar de associatie van E2-niveau met overleving na een BC-diagnose is niet duidelijk. Een prospectieve cohortstudie van de Medische Universiteit van Tianjin (China) heeft de associatie tussen E2-niveau en progressievrije overleving en overall survival van BC-patiënten geïnventariseerd. Prof. Kexin Chen en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 8766 patiënten met een BC-diagnose tussen begin 2005 en eind 2017. Tijdens de follow-up tot eind 2017 overleden 612 patiënten en werd progressie gezien in 982. Vergeleken met vrouwen in het derde kwartiel van E2 hadden premenopauzale vrouwen in het hoogste kwartiel een verlaagd risico van progressie (p=0,008) en postmenopauzale vrouwen in het hoogste kwartiel een verlaagd risico van overlijden (p=0,023). OS en PFS vertoonden in de groep premenopauzale vrouwen een L-vormige respectievelijk U-vormige relatie met E2-niveaus; in de groep postmenopauzale vrouwen was er een lineaire relatie. In premenopauzale patiënten met ER-negatieve ziekte was de relatie van E2 met OS en PFS U-vormig.

De onderzoekers concluderen dat de relatie tussen E2 en prognose verschillend is tussen pre- en postmenopauzale patiënten.

1.Li J, Li C, Feng Z et al. Effect of estradiol as a continuous variable on breast cancer survival by menopausal status: a cohort study in China. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: A prospective cohort study at Tianjin Medical University (China) investigated the association of circulating estradiol (E2) level as a continuous variable with survival of breast cancer patients. Compared to wome in quartile 3, the highest quartile of E2 was associated with reduced risk of both PFS in premenopausal patients and OS in postmenopausal patients. OS and PFS in premenopausal women exhibited a nonlinear relation with E2 levels (L-shaped for OS and U-shaped for PFS).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen echocardiografisch gedefinieerd pulmonaire hypertensie en prognose in NDMM (0)
2022-04-25 15:00   ( Nieuws )
Tags:  newly diagnosed multiple myeloma PH
Pulmonaire hypertensie (PH) is een veel-voorkomende comorbiditeit van multipel myeloom. Een retrospectieve cohortstudie van Capital Medical University (Beijing, China) heeft de prognostische betekenis van baseline PH in nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM) geïnventariseerd. Prof. Wenming Chen en collega’s publiceren de studie in Cancer Medicine.1

De studie includeerde 426 patiënten die in het Beijing Chaoyang Ziekenhuis tussen begin 2014 en eind 2020 een nieuwe diagnose MM kregen. Echocardiografisch gedefinieerde PH werd vastgesteld in 54 patiënten (12,7%). PH was geassocieerd met hogere leeftijd, anemie, nierinsufficiëntie, diastolische dysfunctie, en hogere BNP en NT-pro-BNP niveaus. Patiënten met PH hadden hogere prevalentie van atriumfibrilleren dan patiënten zonder PH, maar hadden een vergelijkbare incidentie van trombose. Bij gelijke behandelregimes en percentages autologe stamceltransplantatie hadden patiënten zonder PH diepere responsen dan patiënten met PH (p=0,002). Met remissie van MM was PH reversibel in 81,5% van de patiënten, gelijktijdig met verbetering van rechterventrikeldysfunctie en normalisering van de BNP/NT-pro-BNP niveaus. PH was een ongunstige prognostische factor, zowel voor progressievrije overleving (wel versus geen baseline PH mediaan 21 versus 50 maanden; p<0,001) als voor overall survival (45 versus 90 maanden; p=0,014).

De onderzoekers concluderen dat baseline echocardiografisch gedefinieerde PH een ongunstige prognostische factor was in NDMM. PH dient routinematig te worden geëvalueerd in patiënten met een MM-diagnose.

1.Jian Y, Zhou H, Wang Y et al. Echocardiography-defined pulmonary hypertension is an adverse prognostic factor for newly diagnosed multiple myeloma patients. Cancer Medicine 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Capital Medical University (Beijing, China) found that baseline echocardiograpy-defined pulmonary hypertension in newly diagnosed multiple myeloma was prevalent (12.7%) and was an adverse prognostic factor for PFS and OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Kenmerken van vrouwen met korte overleving na diagnose metastatisch mammacarcinoom (0)
2022-04-25 13:30   ( Nieuws )
Tags:  MBC survival less than 90 days
Caroline BomanDe overleving van patiënten met metastatisch mammacarcinoom (MBC) is de laatste decennia nauwelijks verbeterd. Een retrospectieve bevolkings-gebaseerde studie in de regio Stockholm-Gotland (Zweden) heeft kenmerken geïnventariseerd van vrouwen met een korte (korter dan negentig dagen) overleving na een MBC-diagnose. PhD-student Caroline Boman (Karolinska Instituut, Stockholm) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 2005 en eind 2016 werden in de regio 3124 vrouwen met een MBC-diagnose geregistreerd, van wie 498 (16,2%) binnen negentig dagen na de diagnose overleden. Bijna de helft van deze patiënten (n=233) kreeg geen antitumor-behandeling. Patiënten met korte overleving, vergeleken met patienten met langere overleving, waren ouder (p<0,001), hadden hogere primaire tumorgraad (p<0,001), hadden hogere klinisch stadium bij primaire diagnose (p=0,002), hadden vaker ER-negatieve ziekte (p<0,001), hadden meer frequent viscerale metastasen (p<0,001), en kregen minder adjuvante chemotherapie (p<0,001). Onafhankelijke voorspellers van korte overleving in multivariate analyse waren hogere leeftijd, kalenderperiode van diagnose, metastaselocatie, adjuvante chemotherapie, en graad van primaire tumor.

De onderzoekers concluderen dat bijna één op elke zes patiënten korter dan drie maanden overleefde na een MBC-diagnose.

1.Boman C, Kessler LE, Bergh J et al. Women with short survival after diagnosis of metastatic breast cancer: a population-based registry study. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective population-based study in Sweden aimed to quantify and characterize women with short survival after MBC diagnosis. The study found that nearly one out of six patients with MBC survived less than 3 months after diagnosis. In multivariable analysis older age, calendar period of diagnosis, metastasis site, adjuvant chemotherapy, and primary tumor grade were independent predictors of short survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

ET-adherentie na lumpectomie zonder radiotherapie in oudere vrouwen: impact op locoregionaal recidief (0)
2022-04-25 12:00   ( Nieuws )
Tags:  lumpectomy without RT in elderly women impact of ET adherence
Dr. Monica MorrowDe NCCN-richtlijnen bevelen achterwege laten van radiotherapie (RT) aan na lumpectomie voor vroeg-stadium mammacarcinoom in vrouwen ouder dan 69 jaar met ER-positieve, cN0, T1 tumoren mits deze patiënten endocriene therapie (ET) krijgen. De impact van slechte ET-adherentie op het risico van locoregionaal recidief (LRR) in deze vrouwen is niet duidelijk. Een studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft deze impact geïnventariseerd. Dr. Monica Morrow en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

De studie includeerde 968 vrouwen (27 met bilaterale ziekte) die in de leeftijd van 70 jaar of ouder tussen begin 2004 en eind 2019 lumpectomie zonder RT ondergingen voor pT1-2 ER-positief mammacarcinoom. Informatie over ET-adherentie werd verkregen uit de patiëntendossiers. ET-adherentie werd berekend als duur van behandeling over vijf jaar follow-up, gedefinieerd als hoog (tenminste 80% van de geplande doses), laag (minder dan 80%), of geen ET. Hoge adherentie werd vastgesteld voor 676 vrouwen (70%), lage adherentie voor 162 (17%), en geen ET voor 130 (13%).

Lagere leeftijd en gebruik van aromataseremmer waren geassocieerd met hoge adherentie. In multivariate analyse waren tumorgrootte (HR 1,67; p=0,04) en hoge adherentie (HR 0,13; p<0,001) significant geassocieerd met LRR. Met mediaan 53 maanden follow-up was het LRR-percentage 3,1% (95%-bti 2,4-3,9) in de groep vrouwen met hoge adherentie; 14,7% (11,7-17,7) in de groep vrouwen met lage adherentie; en 17,9% (13,9-21,8) in de groep vrouwen zonder ET (p<0,01).

De onderzoekers concluderen dat ET-adherentie overall hoog was, maar dat in de 30% van de vrouwen met lage adherentie of zonder gebruik van ET de LRR significant hoger was.

1.Matar R, Sevilimedu V, Gemignani ML, Morrow M. Impact of endocrine therapy adherence on outcomes in elderly women with early-stage breast cancer undergoing lumpectomy without radiotherapy. Ann Surg Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A cohort study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) found that among women aged ≥ 70 years undergoing lumpectomy without radiotherapy for early-stage ER-positive,cN0, T1 breast cancer, adherence to endocrine therapy was high (70%), but in the 30% of women with low adherence or no ET the locoregional recurrence rates were significantly increased.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van segmentectomie versus lobectomie voor klein perifeer niet-kleincellig longcarcinoom (0)
2022-04-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  small-sized peripheral NSCLC segmentectomy versus lobectomy
Prof. Hisashi SahiLobectomie is de standaard-behandeling voor vroeg-stadium niet-kleincellig longcarcinoom. Een noninferioriteits fase 3-studie in Japan heeft segmentectomie voor vroeg-stadium klein perifeer NSCLC vergeleken met lobectomie. Prof. Hisashi Saji (St. Marianna Universiteit, Kawasaki) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

De studie, uitgevoerd in 70 centra, includeerde patiënten met stadium 1A NSCLC (tumordiameter 2 cm of kleiner). De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar lobectomie (n=554) of segmentectomie (n=552). De baseline klinisch-pathologische kenmerken waren in evenwicht tussen beide groepen. In de segmentectomiegroep switchten 22 patiënten naar lobectomie en één naar wedge resectie. Het primaire eindpunt van de studie was overall survival.

De mediane follow-up was 7,3 jaar (range 0,0-10,9). Het vijf-jaars OS-percentage was 94,3% met segmentectomie versus 91,1% met lobectomie (HR 0,663; p<0,0001 voor noninferioriteit; p=0,0082 voor superioriteit). Betere OS met segmentectomie versus lobectomie werd gezien in alle vooraf-gedefinieerde subgroepen. Het vijf-jaars recidiefvrije overlevingspercentage was 88,0% met segmentectomie versus 87,9% met lobectomie. Lokaal recidief werd gezien in 10,5% van de patiënten met segmentectomie versus 5,4% van de patiënten met lobectomie (p=0,018). Er was geen dertig- of negentig-dagen mortaliteit. Eén of meer postoperatieve complicaties van graad 2 of hoger werden gezien in 27% van de patiënten met segmentectomie en 26% van de patiënten met lobectomie.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met klein perifeer NSCLC segmentectomie resulteerde in betere OS dan lobectomie.

1.Saji H, Okada M, Tsuboi M et al. Segmentectomy versus lobectomy in small-sized peripheral non-small cell lung cancer (JCOG0802/WJOG4607L): a multicentre, open-label, phase 3, randomised, controlled, non-inferiority trial. Lancet 2022;399:1607-1617

Summary: A phase 3 non-inferiority study in Japan found that among patients with small peripheral NSCLC segmentectomy resulted in better overall survival compared with lobectomy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van pneumonitis na ICI-behandeling voor AML (0)
2022-04-24 13:30   ( Nieuws )
Tags:  immune checkpoint inhibitors for AML risk of pneumonitis
Dr. Ajay SheshadriImmuuncheckpointremmers (ICIs) in combinatie met hypomethylerende middelen kunnen worden gebruikt voor de behandeling van patiënten met acute myeloïde leukemie (AML), maar deze strategie resulteert in een hoog percentage patiënten met pneumonitis. Een retrospectieve cohortstudie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft risicofactoren voor en uitkomsten na ontwikkeling van pneumonitis in deze patiënten geïnventariseerd. Dr. Ajay Sheshadri en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde 258 patiënten die tussen begin 2016 en eind 2018 in MDACC ICI-bevattende regimes kregen voor AML. Dertig van deze patiënten (12%) ontwikkelden pneumonitis. Zeventien patiënten hadden partiële of complete resolutie, en dertien patiënten overleden aan pneumonitis. Factoren die geassocieerd waren met verhoogd risico van pneumonitis waren hogere leeftijd (per jaar HR 1,04; 95%-bti 1,00-1,08) en baseline kortademigheid (2,51; 1,13-5,55) terwijl vrouwelijk geslacht (0,33; 0,15-0,70) en hoger trombocytengetal (per log-eenheid toename HR 0,52; 0,30-0,92) geassocieerd waren met lager risico van pneumonitis. In gecorrigeerde modellen was ICI-gerelateerde pneumonitis significant geassocieerd met hogere mortaliteit (HR 2,84; 95%-bti 1,84-4,37).

De onderzoekers concluderen dat ICI-gerelateerde pneumonitis voorkwam onder een hoog percentage van AML-patiënten en geassocieerd was met verhoogde mortaliteit.

1.Seshadri A, Goizueta AA, Shannon VR et al. Pneumonitis after immune checkpoint inhibitor therapies in patients with acute myeloid leukemia: a retrospective cohort study. Cancer 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that ICI-related pneumonitis occurred at a high rate in AML patients and increased mortality.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)