Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 2-studie van niraparib met of zonder bevacizumab voor platinagevoelig recidiverend ovariumcarcinoom (0)
2019-08-30 11:31   ( Nieuws )
Tags:  recurrent ovarian cancer niraparib bevacizumab
Dr. Mansoor Raza MirzaDe gebruikelijke behandeling voor platina-gevoelig recidiverend ovariumcarcinoom is platina-gebaseerde chemotherapie. Deze behandeling is echter geassocieerd met substantiële toxiciteit. De gerandomiseerde fase 2-studie AVANOVA2 van de Nordic Society of Gynaecological Oncology heeft de veiligheid en werkzaamheid onderzocht van de PARP-remmer niraparib met of zonder het anti-angiogene monoklonaal antilichaam bevacizumab als chemotherapievrije optie. Dr. Mansoor Raza Mirza (Rigshospitalet, Kopenhagen) en collega’s publiceren de studie online in The Lancet Oncology.1

AVANOVA2 werd uitgevoerd in vijftien centra in Scandinavië, Finland, en de Verenigde Staten. De studie includeerde patiënten met hooggradig sereus of endometrioïd platinagevoelig ovariumcarcinoom waarvoor ze eerder platina-bevattende therapie hadden gekregen maar niet meer dan één lijn niet-platina behandeling voor recidiverende ziekte. De patiënten waren 18 jaar of ouder en hadden een ECOG performance status 2 of beter. Ze werden gerandomiseerd naar oraal niraparib 300 mg eenmaal daags plus intraveneus bevacizumab 15 mg/kg eens per drie weken (n=48) of alleen niraparib (n=49), tot progressie van de ziekte optrad. Het primaire eindpunt van de studie was lokaal-beoordeelde progressievrije overleving.

De mediane follow-up was 16,9 maanden (IQR 15,4-20,9). De mediane progressievrije overleving was 11,9 maanden met de combinatie versus 5,5 maanden met niraparib monotherapie (gecorrigeerde HR 0,35; p<0,0001). Graad 3 of hoger adverse events werden gezien in 65% van de patiënten in de combinatietherapiegroep versus 45% van de patiënten in de monotherapiegroep. De meest-gerapporteerde graad 3 of hoger AEs in de combinatietherapiegroep waren anemie (15% van de patiënten), trombocytopenie (10%), en hypertensie (21%), terwijl de incidentie van any grade proteinurie 21% bedroeg en de incidentie van any grade hypertensie 56%.

De onderzoekers concluderen dat de studie werkzaamheid van de chemotherapievrije combinatie van niraparib en bevacizumab voor platina-gevoelig recidiverend ovariumcarcinoom heeft laten zien. Een fase 3-studie van niraparib plus bevacizumab versus chemotherapie plus bevacizumab is gepland.

1.Mirza MR, Lundqvist EA, Birrer MJ et al. Niraparib plus bevacizumab versus niraparib alone for platinum-sensitive recurrent ovarian cancer (NSGO-AVANOVA2/ENGOT-ov24): a randomised, phase 2, superiority trial. Lancet Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multinational phase 2 study evaluated niraparib with or without bevacizumab for platinum-sensitive recurrent ovarian cancer. The median progression-free survival was 11.9 months with niraparib plus bevacizumab versus 5.5 months with niraparib monotherapy (HR 0.35; p<0.0001). The authors conclude that the efficacy observed with this chemotherapy-free combination warrants further evaluation.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Recidief in tepel-areola complex na tepelsparende mastectomie voor invasief mammacarcinoom (0)
2019-08-29 15:02   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer nipple-sparing mastectomy recurrence in nipple-areola complex
Dr. Beom-seok KoEr is bezorgdheid over het risico van lokaal recidief van mammacarcinoom in het behouden nipple-areola complex (NAC) na nipple-sparing mastectomy (NSM) voor invasief mammacarcinoom, omdat er sprake kan zijn van occulte tepelbetrokkenheid. Er is weinig lange-termijn follow-up informatie over oncologische veiligheid van moderne NSM. Een studie van Asan Medisch Centrum in Seoel (Zuid-Korea) heeft incidentie van, risicofactoren voor, en lange-termijn uitkomsten van recidief in het NAC geïnventariseerd in een groot cohort van patiënten die NSM met onmiddelllijke borstreconstructie ondergingen voor invasief mammacarcinoom. Dr. Beom-Seok Ko en collega’s publiceren de studie online in JAMA Surgery.1

De single-center studie includeerde 962 borsten van 944 patiënten die NSM met onmiddellijke reconstructie ondergingen (patiënten die neoadjuvante chemotherapie of palliatieve chirurgie ondergingen werden geëxcludeerd). De mediane leeftijd bij diagnose was 43 jaar (range 23-67). Tijdens mediaan 85 maanden follow-up werd recidief van de ziekte in het NAC als eerste gebeurtenis na NSM gezien in 39 patiënten (4,1%). De vijf-jaars cumulatieve incidentie van recidief in het NAC was 3,5%. Factoren die in multivariate analyse onafhankelijk geassocieerd waren met recidief in het NAC waren multifocaliteit of multicentriciteit (HR 3,3; p=0,003), HR-negatief of HER2-positief subtype HR 3,1; p=0,02), hoge histologische graad (p=0,03), en extensieve intraductale component (HR 3,3; p=0,02). Patiënten met versus zonder recidief in het NAC als eerste gebeurtenis verschilden niet significant met betrekking tot afstandsrecidiefvrije overleving (p=0,95) of overall survival (p=0,21). De tien-jaars afstandsrecidiefvrije overleving was 89,3% onder patiënten met recidief in het NAC versus 94,3% onder patiënten zonder recidief in het NAC; de tien-jaars OS was 100% onder patiënten met recidief in het NAC versus 94,5% onder patiënten zonder recidief in het NAC.

De onderzoekers concluderen dat patiënten na NSM met onmiddellijke reconstructie een lage incidentie hadden van recidief in het NAC. De uitkomsten na recidief waren goed.

1.Wu Z-Y, Kim H-J, Lee J-W et al. Breast cancer recurrence in the nipple-areola complex after nipple-sparing mastectomy with immediate breast reconstruction for invasive breast cancer. JAMA Surg 2019; epub ahead of print

Summary: A study at Asan Medical Center (Seoul) found that after nipple-sparing mastectomy with immediate reconstruction the incidence of cancer recurrence at the nipple-areola complex was low. The ten-year overall survival among patients with cancer recurrence at the NAC was 100%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Progressie van folliculair lymfoom binnen 24 maanden na diagnose is geassocieerd met lage intratumor-immuuninfiltratie (0)
2019-08-29 14:03   ( Nieuws )
Tags:  FL POD24 immune infiltration
Prof. Maher GandhiIn 15% tot 30% van de patiënten met folliculair lymfoom (FL) wordt progressie van de ziekte binnen 24 maanden (POD24) van de diagnose gezien. De immuunbiologie van deze patiënten wordt niet goed begrepen. Onder patiënten met solide tumoren is lage intratumor-immuuninfiltratie geassocieerd met slechtere uitkomsten. Een multinationale studie heeft onderzocht of ook in FL een relatie bestaat tussen immuuninfiltratie van de tumor en POD24. Prof. Maher Gandhi (University of Queensland, Brisbane) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1

In een discoveryset van 132 FL-patiënten bepaalden de onderzoekers de relatie tussen intratumor-infiltratie van twaalf verschillende immuunmoleculen met de ziekte-uitkomsten. De immuunmoleculen kwamen sterk geclusterd voor, gekenmerkt door hoge of lage expressie ongeacht type (effector-, checkpoint-, of macrofaagmolecuul). Van deze moleculen was PD-L2 de meest sensitieve en specifieke marker voor het onderscheiden van patiënten met slechte versus patiënten met goede uitkomsten. De onderzoekers kozen daarom expressie van PD-L2 als criterium voor onderscheid van hoge-immuuninfiltratie FL-biopten (HI) versus lage-immuuninfiltratie FL-biopten (LO). In twee validatiecohorten (n=138 en n=45) werd bevestigd dat in de HI-biopten niet alleen hoge expressie van PD-L2 maar ook sterke infiltratie van macrofagen en T-celklonen voorkwam. Patiënten met LO-biopten hadden een verhoogd risico van POD24 in zowel het discovery cohort als in de validatiecohorten. Mutaties in mogelijk relevante genen (waaronder BCL2, KMT2D, en EZH2) werden in vergelijkbare frequentie gezien in HI- versus LO-biopten.

De onderzoekers concluderen dat bepaling van immuuninfiltratie aan de hand van expressie van PD-L2 een veelbelovende methode is voor het identificeren van patiënten met verhoogd risico van POD24.

1.Tobin JWD, Keane C, Gunawardana J et al. Progression of disease within 24 months in follicular lymphoma is associated with reduced intratumoral immune infiltration. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A multinational study showed that progression within 24 months (POD24) after the diagnosis of follicular lymphoma was associated with reduced intratumoral immune infiltration. Assessment of tumoral PD-L2 expression is a promising tool to identify patients at risk for POD24.

  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van avelumab voor MMR-deficiënt of MMR-proficiënt recidiverend endometriumcarcinoom (0)
2019-08-29 12:58   ( Nieuws )
Tags:  endometrial cancer mismatch repair status avelumab
Een fase 2-studie van Dana-Farber Cancer Institute, Harvard Medical School, en geaffilieerde ziekenhuizen in Boston (MA) heeft de waarde onderzocht van immuuncheckpoint-blokkade voor mismatch repair-proficient (MMRP) en mismatch repair-deficient (MMRD) recidiverend of persistent endometriumcarcinoom (EC). Dr. Panagiotis Konstantinopoulos (Dana-Farber) en collega’s publiceren de studie online in het Journal of Clinical Oncology.1 De studie includeerde patiënten in twee cohorten: (1) een MMRD/POLE-cohort, gedefinieerd door immuunhistochemisch bepaald verlies van expressie van één of meer MMR-eiwitten en/of mutatie in het exonucleasedomein van POLE, en (2) een MMRP-cohort met normale expressie van alle MMR-eiwitten. Coprimaire eindpunten waren objectieve respons en progressievrije overleving na zes maanden (PFS6).

De patiënten kregen intraveneus avelumab 10 mg/kg iedere twee weken tot progressie of niet-acceptabele toxiciteit optrad. Het MMRP-cohort (n=16) werd bij de eerste analyse gesloten wegens futiliteit; slechts in één patiënt werd respons en PFS6 gezien. Het MMRD-cohort bereikte het vooraf-gespecificeerde eindpunt van vier patiënten met respons na inclusie van zeventien patiënten; onder de vijftien patiënten die avelumab startten was één patiënt met complete respons en drie met partiële respons (ORR 26,7%; (95%-bti 7,8-55,1) en zes patiënten met PFS6 (PFS6 40,0%; 95%-bti 16,3-66,7). Alle vier patiënten met objectieve respons hadden ook PFS6. Onder de zes patiënten met PFS6 waren er vier nog steeds progressievrij op het moment van de nu gepubliceerde analyse. Er waren ook responsen in afwezigheid van PD-L1 expressie.

De onderzoekers concluderen dat avelumab veelbelovende activiteit had voor MMRD EC ongeacht de PD-L1 status. De activiteit van avelumab voor MMRP/non-POLE gemuteerd EC was laag.

1.Konstantinopoulis PA, Luo W, Liu JF et al. Phase II study of avelumab in patients with mismatch repair deficient and mismatch repair proficient recurrent/persistent endometrial cancer. J Clin Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: A phase 2 study in Boston (DFCI, Harvard and affiliated hospitals) found that the PD-L1 inhibitor avelumab had promising activity for MMR deficient recurrent or persistent endometrial cancer regardless of PD-L1 status. The activity of avelumab for MMR proficient EC was low.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overleving na toevoegen van zoledrolinezuur aan neoadjuvante chemotherapie voor HER2-negatief mammacarcinoom (0)
2019-08-29 11:51   ( Nieuws )
Tags:  NEOZOTAC trial HER2-negative breast cancer neoadjuvant zoledronic acid
Dr. Judith KroepAdjuvante bisfosfonaten zijn geassocieerd met verbetering van de overleving van mammacarcinoom (BC) in postmenopauzale patiënten. De Nederlandse multicenterstudie NEOZOTAC heeft de waarde onderzocht van toevoegen van zoledrolinezuur (ZA) aan neoadjuante TAC-chemotherapie (docetaxel, doxorubicine, en cyclofosfamide) voor HER2-negatief stadium II/III BC. In 2014 is gepubliceerd dat toevoegen van ZA aan TAC niet resulteerde in verbetering van het percentage patiënten met pathologisch complete respons. Dr. Judith Kroep (LUMC) en collega’s publiceren nu vijf-jaars overlevingsresultaten van de studie in Breast Cancer Research.1

De analyse includeerde 246 patiënten die werden gerandomiseerd naar zes drie-weekse cycli TAC met of zonder intraveneus ZA 4 mg binnen 24 uur van de chemotherapie. De mediane follow-up was 6,4 jaar. Voor alle patiënten tezamen was de ziektevrije overleving niet verschillend tussen beide armen (p=0,147) naar was de overall survival significant slechter in de ZA-arm (HR 0,468; p=0,040). In de subgroep van postmenopauzale patiënten was toevoeging van ZA aan TAC niet geassocieerd met DFS (p=0,120) of OS (p=0,159). In de subgroep van premenopauzale patiënten was toevoeging van ZA aan TAC evenmin geassocieerd met DFS (p=0,565) of OS (p=0,152).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van ZA aan TAC onder alle patiënten tezamen geassocieerd was met slechtere OS maar niet DFS. In de subgroepen van postmenopauzale patiënten en premenopauzale patiënten was toevoegen van ZA aan TAC niet geassocieerd met OS of DFS.

1.De Groot S, Pijl H, Charehbili A et al. Addition of zoledronic acid to neoadjuvant chemotherapy is not beneficial in patients with HER2-negative stage II/III breast cancer: 5-year survival analysis of the NEOZOTAC trial (BOOG 2010-010). Breast Cancer Res 2019;21:97

Summary: Five-year survival analysis of the Dutch NEOZOTAC trial showed that addition of zoledronic acid to neoadjuvant chemotherapy for HER2-negative breast cancer was not associated with disease-free survival but was associated with worse overall survival. In the subgroups of postmenopausal and premenopausal patients the study did not demonstrate an association of ZA treatment with DFS or OS.



  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1b/2-studie van toevoegen van trilaciclib aan eerstelijns chemotherapie voor kleincellig longcarcinoom (0)
2019-08-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  SCLC chemotherapy myelopreservation with trilaciclib
Prof. Konstantin DragnevChemotherapie-geïnduceerde beschadiging van hematopoïetische stam- en progenitorcellen (HSPC) leidt tot myelosuppressie. Trilaciclib is een intraveneus toegediende CDK4/6-remmer, die in preklinische studies HSPC transiënt in G1-arrest hield en beschermde tegen chemotherapie-geïnduceerde beschadiging. De multinationale fase 1b/2-studie GIT28-02 heeft de waarde onderzocht van toevoeging van trilaciclib aan eerstelijns chemotherapie voor kleincellig longcarcinoom. Prof. Konstantin Dragnev (Dartmouth-Hitchcock Medical Center, Lebanon NH) en collega’s publiceren de studie online in Annals of Oncology.1

Fase 1b includeerde 19 patiënten die verschillende doseringen trilaciclib kregen voorafgaand aan chemotherapie (carboplatine-etoposide) op dagen één tot en met drie van iedere cyclus. Als aanbevolen fase 2-dosering kozen de onderzoekers trilaciclib 240 mg/m2. In fase 2 werden 77 patiënten gerandomiseerd naar chemotherapie plus trilaciclib (n=39) of chemotherapie plus placebo (n=38). Graad 3 of hoger adverse events werden gezien in 50% van de patiënten in de trilaciclib-arm versus 83,8% van de patiënten in de placebo-arm; dit verschil was vooral te verklaren uit minder hematologische toxiciteit in de trilaciclib-arm. De antitumor-activiteit van de chemotherapie werd niet gecompromitteerd door toevoeging van trilaciclib (ORR 66,6% met trilaciclib versus 56,8% met placebo; mediane PFS 6,2 versus 5,0 maanden; mediane OS 10,9 versus 10,6 maanden).

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van trilaciclib aan eerstelijns chemotherapie voor SCLC resulteerde in beter verdragen van de chemotherapie zonder dat de antitumor-werkzaamheid van de chemotherapie gecompromitteerd werd.

1.Weiss JM, Czoszi T, Maglakelidze M et al. Myelopreservation with the CDK4/6 inhibitor trilaciclib in patients with small cell lung cancer receiving 1st-line chemotherapy: a phase 1b/randomized phase 2 trial. Ann Oncol 2019; epub ahead of print

Summary: The multinational GIT28-02 study evaluated myelopreservation with the CDK4/6 inibitor trilaciclib added to first-line chemotherapy for SCLC. Patients in the trilaciclib arm had better tolerability of chemotherapy compared to patients in the placebo arm, while the anti-tumor efficacy of the chemotherapy was not compromised by addition of trilaciclib.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Eerstelijns obinutuzumab plus fludarabine-cyclofosfamide voor CLL in fitte patiënten (0)
2019-08-28 14:00   ( Nieuws )
Tags:  GREEN study subgroup analysis CLL
Prof. Francesc BoschChemo-immuuntherapie, zoals rituximab plus fludarabine en cyclofosfamide (R-FC), is een standaard eerstelijns benadering voor CLL in patiënten die fit genoeg zijn om de behandeling te kunnen verdragen. De multinationale fase 3-studie GREEN evalueert de veiligheid van obinutuzumab (G) alleen of G plus chemotherapie van investigator’s choice voor eerder behandeld of niet-eerder behandeld CLL in 972 patiënten, waarbij de keus van chemotherapie onder meer wordt beïnvloed door de fitheid van de patiënten. Prof. Francesc Bosch (Academisch Ziekenhuis Vall d’Hebron, Barcelona) en collega’s publiceren online in Leukemia een GREEN-subgroepanalyse van de 140 patiënten die eerstelijns G-FC kregen.1 Al deze patiënten waren fit, gedefinieerd als score van 6 of lager op de Cumulative Illness Rating Scale en creatinineklaring tenminste 70 ml/min.

De patiënten kregen zes vier-weekse cycli intraveneus G 1000 mg op dagen één, acht, en vijftien van de eerste cyclus en op dag één van cycli twee tot en met zes, plus standaard-doseringen van F en C op dagen één tot en met drie van alle cycli. Het primaire eindpunt van de analyse was veiligheid. Graad 3 of hoger adverse events werden gerapporteerd voor 87,1% van de patiënten, waaronder neutropenie en trombocytopenie. Graad 3 of hoger infusiereacties en infecties werden gezien in respectievelijk 19,3% en 15,7%. Overall respons werd gezien in 90%, en complete respons in 46,4%. MRD-negativiteit in perifeer bloed en beenmerg werd gezien in respectievelijk 64,3% en 35,7%. De twee-jaars progressievrije overleving was 91%.

De onderzoekers concluderen dat frontline G-FC een veelbelovende behandeloptie is voor CLL in fitte patiënten.

1.Bosch F, Cantin G, Cortelezzi A et al. Obinutuzumab plus fludarabine and cyclophosphamide in previously untreated, fit patients with chronic lymphocytic leukemia: a subgroup analysis of the GREEN study. Leukemia 2019; epub ahead of print

Summary: A subgroup analysis of the mulitnational phase 3 study GREEN evaluated safety and efficacy of obinutuzumab plus fludarabine-cyclofosfamide for previously untreated CLL in fit patients. Grade 3 or higher adverse evens were seen in 87.1% of patients. The progression-free survival was 91% at two years. The authors conclude that frontline G-FC is a promising treatment option for CLL in fit patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Expressie van PD-L1 voorspelt werkzaamheid van postmastectomie CIK-cel immuuntherapie voor mammacarcinoom (0)
2019-08-28 13:04   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer cytokine-induced killer cell therapy PD-L1 expression
In eerdere studies is gezien dat sequentiële combinatie van radiochemotherapie/endocriene therapie gevolgd door cytokine-induced killer cell (CIK)-therapie na mastectomie voor mammacarcinoom resulteerde in verbetering van de prognose in sommige maar niet alle patiënten. Een studie van de Sun Yat-sen Universiteit (Guangzhou) heeft onderzocht of het mogelijk is patiënten te identificeren met hogere kans op profijt van CIK-therapie aan de hand van expressie van PD-L1 in tumorweefsel. Dr. Jian-Chuan Xia en collega’s publiceren de studie online in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1


De retrospectieve studie includeerde 310 patiënten na chirurgie voor mammacarcinoom. Er waren 160 patiënten die chemotherapie/radiotherapie/endocriene therapie kregen en 150 patiënten die na deze behandeling CIK-infusie kregen. Deze figuur laat zien dat toevoegen van CIK-infusie resulteerde in significant betere overall survival en recidiefvrije overleving. Deze figuur laat zien dat het profijt van CIK-therapie beperkt was tot de patiënten met PD-L1 expressie in het tumorweefsel.

De onderzoekers concluderen dat PD-L1 expressie predictief is voor profijt van CIK-therapie onder patiënten na mastectomie voor mammacarcinoom.

1.Zhou Z-Q, Zhao J-J, Pan Q-Z et al. PD-L1 expression is a predictive biomarker for CIK cell-based immunotherapy in postoperative patients with breast cancer. J ImmunoTher Cancer 2019;7:228

Summary: A retrospective study in China found that adding CIK cell-based therapy to chemotherapy/radiotherapy/endocrine therapy after mastectomy for breast cancer resulted in better OS and RFS. The benefit from CIK-therapy was limited to patients with expression of PD-L1 in tumor tissue.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)