Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Prognostische en klinische relevantie van contrast enhancement op preoperatieve MRI in WHO graad 2 oligodendroglioom (0)
2025-01-21 12:54   ( Nieuws )
Tags:  ODG CE
Er is geen duidelijkheid over de prognostische en klinische relevantie van contrast enhancement (CE) op preoperatieve MRI in WHO graad 2 oligodendroglioom (ODG). Een retrospectieve studie van Capital Medical University (Beijing, China) heeft de associatie van CE met klinische uitkomsten geïnventariseerd. Dr. Dabiao Zhou en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 258 patiënten die tussen begin 2009 en eind 2016 in het Tiantan Ziekenhuis van de universiteit werden behandeld voor graad 2 ODG met IDH-mutatie en 1p/19q-codeletie. CE op preoperatieve MRI werd gezien in 133 patiënten (51,6%). De CE-groep had vergeleken met de niet-CE groep significant slechtere progressievrije overleving (mediaan 133 maanden versus NR; p=0,001) en overall survival (p=0,021). In multivariate analyse was aanwezigheid van CE een onafhankelijke prognostische factor. Factoren die geassocieerd waren met hogere incidentie van sterke CE waren non-frontal lobe locatie, hogere Ki-67 index, en 1q/19p polysomie.

De onderzoekers concluderen dat CE op preoperatieve MRI een prognostische marker is in WHO graad 2 ODG.

1.Zhao X, Zhang Y, Wang Y et al. Prognostic and clinical significance of contrast enhancement in WHO grade 2 oligodendrogliomas. J Neuro-Oncol (2025) 024-04929-3

Summary: A retrospective study at Capital Medical University (Beijing, China) found that contrast enhancement on preoperative MRI is a valuable prognostic marker in WHO grade 2 oligodendrogliomas.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van overlevingsuitkomsten met adjuvante chemotherapie voor intrahepatisch cholangiocarcinoom (0)
2025-01-20 16:00   ( Nieuws )
Tags:  IHC adjuvant chemotherapy
Dr. Jeremy SharibGerandomiseerde studies hebben laten zien dat adjuvante chemotherapie geassocieerd is met betere overleving van patiënten met galwegcarcinoom. Het is niet duidelijk of dit ook het geval is in de subset van patiënten met intrahepatisch cholangiocarcinoom (IHC). Een retrospectieve analyse van datasets van twee instituten en de National Cancer Database heeft de associatie van adjuvante chemotherapie voor IHC met recidief en overall survival geïnventariseerd. Dr. Jeremy Sharib (Duke) en collega’s publiceren de analyse in Annals of Surgical Oncology.1

In de datasets van Duke University Medical Center (Durham NC) en Memorial Sloan Kettering Cancer Center ( New York NY) identificeerden de onderzoekers 347 patiënten die resectie voor IHC ondergingen, onder wie 149 patiënten (43%) die adjuvante cytotoxische chemotherapie kregen. Recidief werd gezien in 222 patiënten (64%). De recidiefvrije overleving was slechter in de patiënten die adjuvante chemotherapie kregen (p=0,04) hoewel in beide groepen de lever het meest frequente orgaan van recidief was. De mediane overall survival was 42 maanden in de groep met adjuvante chemotherapie en 49 maanden in de groep zonder adjuvante chemotherapie (p=0,13). In de NCDB identificeerden de onderzoekers 1159 patiënten die resectie voor IHC ondergingen. Ook onder deze patiënten was adjuvante chemotherapie niet geassocieerd met betere overall survival (mediaan 49 versus 57 maanden; p=0,1).

De onderzoekers concluderen dat na resectie voor IHC adjuvante chemotherapie niet geassocieerd was met betere overleving.

1.Sharib J, Rhodin KE, Liu A et al. Adjuvant cytotoxic chemotherapy may not be associated with a survival advantage for resected intrahepatic cholangiocarcinoma. Ann Surg Oncol (2025) 024-16799-0

Summary: Retrospective analysis of a bi-institutional dataset and the National Cancer Database found that after resection of intrahepatic cholangiocarcinoma, adjuvant chemotherapy was not associated with reduced recurrence and improved overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Longitudinale cohortstudie van lange-termijn gebruik van lage-dosering aspirine voor preventie van maligniteiten (0)
2025-01-20 14:30   ( Nieuws )
Tags:  low-dose aspirin use cancer prevention
Prof. Kelvin TsoiEr zijn aanwijzingen dat frequent gebruik van lage-dosering aspirine geassocieerd is met verlaging van het risico van mortaliteiten. Een bevolkings-gebaseerde cohortstudie in Hong Kong heeft deze associatie gekwantificeerd. Prof. Kelvin Tsoi (The Chinese University of Hong Kong) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

De onderzoekers identificeerden 538.147 aspirinegebruikers (80 mg per dag voor 90%; gemiddelde leeftijd 64,8 jaar) tussen begin 2000 en eind 2019. Deze gebruikers werden 1:2 voor leeftijd en geslacht gematcht met niet-gebruikers (n=968.378). De duur van follow-up was 9.543.399 persoonsjaren. Gebruik van aspirine was geassocieerd met verlaagd risico van maligniteiten (sHR 0,92; 95%-bti 0,91-0,94) en verlaagde met maligniteiten samenhangende mortaliteit (0,80; 0,79-0,82). Gebruik van aspirine gedurende langer dan 10 jaar was geassocieerd met verlaagd risico van longcarcinoom (sHR 0,56; 95%-bti 0,51-0,60), mammacarcinoom (0,34; 0,29-0,38), en colorectaalcarcinoom (0,37; 0,33-0,40) maar niet van blaascarcinoom en leukemie.

De onderzoekers concluderen dat gebruik van lage-dosering aspirine geassocieerd was met verlaging van het risico van maligniteiten en daarmee samenhangende mortaliteit (graphical abstract).

1.Lam A, Hao Z, Yiu K et al. Long-term use of low-dose aspirin for cancer prevention: a 20-year longitudinal cohort study of 1,506,525 Hong Kong residents. Int J Cancer 2025.35331

Summary: A population-based longitudinal cohort study in Hong Kong found that use of low-dose aspirin was associated with lower risk of cancer, with even stronger association for use longer than 10 years.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meta-analyse van cryotherapie voor preventie van perifere neuropathie door (nab)-paclitaxel voor mammacarcinoom (0)
2025-01-20 13:00   ( Nieuws )
Tags:  BC PN cryotherapy
Dr. Prashant Ashok KumarCryotherapie is een niet-invasieve strategie voor preventie van perifere neuropathie (PN) onder patiënten die chemotherapie krijgen voor mammacarcinoom (BC), maar de werkzaamheid van deze benadering is niet bewezen. Een meta-analyse van gepubliceerde studies heeft cryotherapie voor PN-preventie onder BC-patiënten die paclitaxel of nab-paclitaxel krijgen geëvalueerd. Dr. Prashant Ashok Kumar (George Washington University, Washington DC) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1

De onderzoekers identificeerden veertien voor het onderwerp relevante gerandomiseerde studies die voldeden aan de inclusiecriteria van de meta-analyse. De gepoolde cryotherapiegroep telde 326 patiënten en de gepoolde controlegroep 170 patiënten. CTCAE graad 2 of hoger PN werd gezien in 81 patiënten in de cryotherapiegroep (24,9%) en in 72 patiënten in de controlegroep (42,4%). Het relatief risico (RR) van graad 2 of hoger PN in de cryotherapiegroep vergeleken met de controlegroep was 0,45 (p=0,0031). Het RR voor sensorische PN was 0,19 (p=0,009) en het RR voor motor PN was 0,18 (p=0,0491). Het RR voor Patient Neurotoxicity Questionnaire score D of hoger (ernstige neuropathie) was 0,24 (p=0,0035). Koude-intolerantie was het meest-gerapporteerde adverse effect van cryotherapie, met een prevalentie van 15%.

De onderzoekers concluderen dat onder BC-patiënten die paclitaxel of nab-paclitaxel kregen gebruik van cryotherapie resulteerde in verlaging van het voorkomen van graad 2 of hoger PN met 55%.

1.Kumar PA, Sampat P, Sandhu M et al. A meta-analysis of the utility of cryotherapy for preventing peripheral neuropathy among breast cancer patients receiving paclitaxel and nab-paclitaxel. Breast Cancer Res Treat (2025) 024-07597-z

Summary: Meta-analysis of 14 studies found that among patients receiving paclitaxel or nab-paclitaxel for breast cancer, use of crytotherapy was associated with decrease of grade 2 or higher peripheral neuropathy by 55%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 2-studie van tucatinib plus trastuzumab voor HER2-gemuteerd metastatisch mammacarcinoom (0)
2025-01-19 16:00   ( Nieuws )
Tags:  SGNTUC-019 mBC cohort tucatinib plus trastuzumab
Dr. Paula PohlmannHER2-signalering bevordert de celgroei en differentiatie, en wordt tot overexpressie gebracht in verschillende typen maligniteiten. De multinationale fase-2 basket studie SGNTUC-019 evalueert de combinatie van de HER2-gerichte tyrosinekinaseremmer tucatinib en trastuzumab voor HER2-veranderde solide maligniteiten. Dr. Paula Pohlmann (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren in Nature Medicine resultaten in het cohort van patiënten met metastatisch mammacarcinoom (mBC).1

Het cohort bestond uit 31 patiënten die tenminste één eerdere lijn behandeling hadden gekregen in de metastatische setting. De mediane leeftijd was 64,0 jaar (range 43-76), en het mediane aantal eerdere lijnen in de gevorderde setting was 3 (range 1-7). De patiënten kregen tucatinib plus trastuzumab, en de HR-positieve patiënten kregen ook fulvestrant. Het primaire eindpunt was overall response rate. De overall response rate was 41,9% (90%-bti 26,9-58,2) met duur van respons 12,6 maanden (4,6-NE) en responsen in patiënten met uiteenlopende HER2-mutaties. De mediane progressievrije overleving en overall survival waren 9,5 maanden (90%-bti 5,4-13,8) respectievelijk 30,1 maanden (15,9-NE). Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat het chemotherapievrije regime van tucatinib plus trastuzumab klinisch relevante antitumoractiviteit met duurzame responsen heeft laten zien onder eerder-behandelde patiënten met HER2-gemuteerd mBC.

1.Okines AFC, Curigliano G, Mizuno N et al. Tucatinib and trastuzumab in HER2-mutated metastatic breast cancer: a phase 2 basket trial. Nature Med (2025) 024-03462-0

Summary: In the metastatic breast cancer cohort of the multinational phase 2 basket SGNTUC-019 trial, the chemotherapy-free regimen of tucatinib and trastuzumab showed clinically meaningful antitumor acitvity with durable responses and favorable tolerability in pretreated patients with HER2 mutations.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-studie van BMS-986299 monotherapie of in combinatie met immuuntherapie voor gevorderde solide tumoren (0)
2025-01-19 13:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced solid tumors BMS-096299
Dr. Sarina Piha-PaulResistentie tegen immuuncheckpointremmers is een probleem in de behandeling van maligniteiten, vooral in tumoren met beperkte T-celinfiltratie. BMS-986299 is een first-in-class NLRP3 agonist die T-celinfiltratie in de micro-omgeving van de tumor kan bevorderen. Een fase 1-studie van MD Anderson Cancer Center (Houston TX) heeft intratumoraal BMS-986299 als monotherapie en in combinatie met intraveneus nivolumab en ipilimumab geëvalueerd in patiënten met gevorderde solide tumoren. Dr. Sarina Piha-Paul en collega’s publiceren de studie in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1

De studie includeerde 36 volwassen patiënten met een ECOG performance status 0 of 1 die tenminste één eerdere lijn behandeling hadden gekregen voor lokaal-gevorderde of metastatische solide tumoren, waaronder mammacarcinoom (31%), colorectaalcarcinoom (17%), of hoofd-halscarcinoom (14%). De meeste patiënten (58%) hadden eerder immuuntherapie gekregen. BMS-986222 werd goed verdragen, met graad 1 of 2 koorts (70%) als meest-frequente adverse event en één geval van graad 4 interstitiële nefritis, één geval van graad 3 hepatotoxiciteit, en één geval van graad 3 colitis. In het BMS-986299 monotherapie cohort werd geen antitumoractiviteit gezien, maar in het cohort met BMS-986299 plus nivolumab en ipilimumab was de overall response rate 10%, met bevestigde partiële responsen onder patiënten met triple-negatief mammacarcinoom, HR-positief HER2-negatief mammacarcinoom, en cutaan squameus celcarcinoom.

De onderzoekers concluderen dat BMS-986299 in combinatie met nivolumab en ipilimumab manageable toxiciteit, goede tolerabiliteit, en veelbelovende antitumoractiviteit heeft laten zien in patiënten met bepaalde typen gevorderde maligniteiten.

1.Nelson BE, O’Brien S, Sheth RA et al. Phase I study of BMS-986299, an NLRP3 agonist, as monotherapy and in combination with nivolumab and ipilimumab in patients with advanced solid tumors. J ImmunoTher Cancer (2025) 2024-010013

Summary: A phase 1 study at MD Anderson Cancer Center (Houston, TX) found that the NLRP3 agonist BMS-986299 in combination with nivolumab and ipilimumab demonstrated manageable toxicities, good tolerability, and promising antitumor activity among patients with certain cancer types.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van neoadjuvant atezolizumab plus duale HER2-blokkade plus epirubicine voor vroeg HER2-positief mammacarcinoom (0)
2025-01-18 16:00   ( Nieuws )
Tags:  ABCSG-52 ATHENE trial
Prof. Gabriel RinnerthalerCardiotoxiciteit maakt het gebruik van anthracyclines in de behandeling van vroeg mammacarcinoom (EBC) onaantrekkelijk, maar vanwege hun immunogene effecten zijn anthracyclines wel veelbelovende combinatiepartners voor immuuntherapie. De multicenter neoadjuvante fase 2-studie ABCSG-52/ATHENE in Oostenrijk heeft gedeëscaleerd epirubicine in combinatie met immuuntherapie voor vrouwen met HER2-positief EBC geëvalueerd. Prof. Gabriel Rinnerthaler (Medische Universiteit Graz) en collega’s publiceren de studie in Nature Cancer.1

De figuur toont de opzet van ABCSG-52. De 58 geïncludeerde patiënten werden in het eerste chemotherapievrije deel van de studie 1:1 gerandomiseerd naar twee cycli duale HER2-blokkade met trastuzumab en pertuzumab (TP) plus atezolizumab (TP-A) of alleen TP. In het tweede deel van de studie kregen alle patiënten vier cycli TP-A in combinatie met epirubicine. Het primaire eindpunt was percentage patiënten met pathologisch complete respons (pCR). Dit percentage bedroeg 60,3% (95%-bti 47,5-71,9) met 19 pCR-patiënten (65,5%) in de TP-A groep en 16 (55,2%) in de TP-groep. Het residual cancer burden 0/1-percentage was 80,0% (95%-bti 67,6-88,4; 44 van 55 patiënten) en de objective response rate was 89,3% (78,5-95%; 50 van 56 patiënten). Graad 3 of hoger adverse events werden gerapporteerd voor zeventien patiënten (29,3%).

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvante deëscalatie van chemotherapie met een regime van T-P, A, en epirubicine effectief en veilig is voor patiënten met HER2-positief EBC.

1.Rinnerthaler G, Egle D, Bartsch R et al. Neoadjuvant atezolizumab in combination with dual HER2 blockade plus epirubicin in women with early HER2-positive breast cancer: the randomized phase 2 ABCSG-52/ATHENE trial. Nature Cancer (2025) 024-00890-2

Summary: The multicenter phase 2 ABCSG-52 trial in Austria found that a neoadjuvant chemotherapy de-escalation immunotherapy regimen with trastuzumab, pertuzumab, atezolizumab and epirubicin is effective and safe in patients with HER2-positive early breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 2-studie van neoadjuvant talimogene laherparepvec voor moeilijk-resecteerbaar cutaan basaal celcarcinoom (0)
2025-01-18 14:30   ( Nieuws )
Tags:  NeoBCC trial cutaneous basal cell carcinoma T-VEC
Dr. Julia Maria ResslerCutaan basaal celcarcinoom (BCC) is wereldwijd de meest-voorkomende maligniteit, met een incidentie die de laatste twee decennia is verdubbeld en naar verwachting verder zal toenemen. De fase 2-studie NeoBCC van de Medische Universiteit van Wenen (Oostenrijk) heeft neoadjuvante therapie met het oncolytische virus talimogene laherparepvec (T-VEC) voor moeilijk-resecteerbaar BCC geëvalueerd. Dr. Julia Maria Ressler en collega’s publiceren de studie in Nature Cancer.1

De Simon’s two-stage fase 2-studie includeerde 18 patiënten met moeilijk-resecteerbaar BCC, gedefinieerd als noodzaak van huid-flap of –transplantatie voor het sluiten van de wond. Het primaire eindpunt was het percentage patiënten die na zes cycli T-VEC (13 weken) resectabele ziekte hadden zonder noodzaak van reconstructieve plastische chirurgie. Dit eindpunt werd reeds na het eerste stadium bereikt (9 van 18 patiënten; 50%) waarna de studie gesloten werd wegens vroeg succes. De objective response rate was 55,6% en de complete pathological response rate was 33,3%. De behandeling leidde tot slechts milde adverse events. De zes-maands percentages voor recidiefvrije overleving en overall survival waren beide 100%. In twee patiënten werd een nieuw BCC gediagnostiseerd. T-VEC resulteerde in significante toename van cytotoxische T-cellen, B-cellen, en myeloïde cellen en afname van regulatorische T-cellen in de micro-omgeving van de tumoren.

De onderzoekers concluderen dat neoadjuvant T-VEC een viabele behandelingsoptie is voor patiënten met moeilijk-resecteerbaar BCC.

1.Ressler JM, Plaschka M, Silmbrod R et al. Efficacy and tolerability of neoadjuvant therapy with talimogene laherparepvec in cutaneous basal cell carcinoma: a phase II trial (NeoBCC trial). Nature Med (2025) 024-00979-x

Summary: The phase 2 NeoBCC trial at the Medical University of Vienna (Austria) found that neoadjuvant therapy with the oncolytic virus talimogene laherparepvec was a viable treatment option for patients with difficult-to-resect basal cell carcinomas.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)