Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 3-studie van neoadjuvant en adjuvant pembrolizumab voor lokaal-gevorderd HNSCC (0)
2025-06-19 15:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-689 LA HNSCC pembrolizumab
Prof. Ravindra UppaluriEen standaard-behandeling voor lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van hoofd en hals (LA-HNSCC) is chirurgie en adjuvante radiotherapie met of zonder concurrent cisplatine. De multinationale fase 3-studie KEYNOTE-689 heeft toevoeging van neoadjuvant en adjuvant pembrolizumab voor LA-HNSCC geëvalueerd. Prof. Ravindra Uppaluri (Brigham and Women’s Hospital, Boston MA) en collega’s publiceren de studie in The New England Journal of Medicine.1

De studie includeerde patiënten met LA-HNSCC die 1:1 werden gerandomiseerd naar 2 cycli neoadjuvant en 15 cycli adjuvant pembrolizumab 200 mg iedere drie weken toegevoegd aan standaard-zorg (pembrolizumabgroep) of alleen standaard-zorg (controlegroep). Het primaire eindpunt was gebeurtenisvrije overleving (EFS), sequentieel bepaald in deelnemers met PD-L1 combined positive score 10 of hoger (CPS-10 populatie), 1 of hoger (CPS-1 populatie), alle deelnemers.

De pembrolizumabgroep bestond uit 363 deelnemers, onder wie 234 met CPS ≥ 10 en 347 met CPS ≥ 1, en de controlegroep uit 351 deelnemers, onder wie 231 met CPS ≥10 en 335 met CPS ≥ 1. Chirurgie werd voltooid in ongeveer 88% van de deelnemers in beide groepen. De figuur laat zien dat onder alle deelnemers het drie-jaars EFS-percentage 57,6% was in de pembrolizumabgroep en 46,4% in de controlegroep (HR 0,73; p=0,008). In de CPS-10 populatie was het drie-jaars EFS-percentage 59,8% versus 45,9% (HR 0,66; p=0,004) en in de CPS-1 populatie 58,2% versus 44,9% (HR 0,70; p=0,003). Graad 3 of hoger treament-related adverse events werend gerapporteerd voor 44,6% van de patiënten in de pembrolizumabgroep en 42,9% van de patiënten in de controlegroep (graad 5: 1,1% versus 0,3%).

De onderzoekers concluderen dat toevoeging van perioperatief pembrolizumab aan standaard-zorg voor LA-HNSCC resulteerde in significante verlenging van de EFS, en dat neoadjuvant pembrolizumab geen effect had op waarschijnlijkheid van voltooiing van chirurgie.

1.Uppalari R, Haddad RI, Tao Y et al. Neoadjuvant and adjuvant pembrolizumab in locally advanced head and neck cancer. N Engl J Med 2025; epub ahead of print

Summary: The multinational phase 3 KEYNOTE-689 trial found that the addition of perioperative pembrolizumab to standard care for locally advanced HNSCC improved event-free survival, while neoadjuvant pembrolizumab did not affect the likelihood of surgical completion.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Analyse van associatie tussen vroeg ctDNA en overleving van ICI-behandeld metastatisch colorectaalcarcinoom (0)
2025-06-19 13:30   ( Nieuws )
Tags:  SAMCO-PRODIGE 54
Prof. Julien TaïebHet is niet duidelijk of niveaus van circulerend tumor DNA voorspellend zijn voor progressievrije overleving en overall survival onder patiënten die immuuncheckpointremmers krijgen voor dMMR/MIS-H metastatisch colorectaalcarcinoom. Een vooraf-gespecificeerde secundaire analyse van de gerandomiseerde SAMCO-PRODIGE 54 studie, in 49 centra in Frankrijk, heeft de prognostische en predictieve rol van ctDNA in deze patiënten geëvalueerd. Prof. Julien Taïeb (Université Paris Cité) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Oncology.1

De analyse includeerde patiënten die avelumab of standaard chemotherapie kregen voor dMMR/MSI-H mCRC. Bij aanvang van de behandeling (T1) en een maand later (T2) stonden de patiënten bloedmonsters af voor ctDNA-analyse. Er waren 99 patiënten met analyseerbare monsters op T1 en 74 patiënten met analyseerbare bloedmonsters op T2. Onder de 99 patiënten met T1-monsters waren ctDNA-niveaus niet voorspellend voor klinische uitkomsten. Verandering in ctDNA tussen T1 en T2 (afsnijpunt mediane waarde) was significant geassocieerd met PFS (HR 2,98; p<0,001) en OS (HR 3,61; p<0,001). Deze associatie was meer evident in de groep patiënten die avelumab kregen (PFS HR 4,22; p=0,001; OS HR 17,40; p<0,001) dan in de groepe patiënten die chemotherapie kregen (PFS HR 2,09; p=0,04; OS HR 1,51; p=0,38). Avelumab versus chemotherapie verbeterde de PFS in patiënten met gunstige ctDNA-respons (HR 0,33; p=0,008) maar niet in patiënten met ongunstige ctDNA-respons (HR 1,32; p=0,42). In multivariate analyse was gebrek aan ctDNA-respons geassocieerd met verhoogd risico van progressie of overlijden in de avelumabgroep (HR 7,27; p=0,001) maar niet in de chemotherapiegroep (HR 1,61; p=0,30).

De onderzoekers concluderen dat vroege verandering in ctDNA-niveau voorspellend was voor lange-termijn uitkomsten onder ICI-behandelde patiënten met dMMR/MSI-H mCRC.

1.Taïeb J, Sullo FG, Lecanu A et al. Early ctDNA and survival in metastatic colorectal cancer treated with immune checkpoint inhibitors. A secondary analysis of the SAMCO-PRODIGE 54 randomized clinical trial. JAMA Oncol 2025.1646

Summary: Secondary analysis of the French multicenter randomized SAMCO-PRODIGE 54 trial found that among patients with dMMR/MSI-H mCRC treated with ICIs, change in ctDNA at 1 month post-treatment can predict long-term outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve studie van adjuvante chemoradiotherapie voor mondholte squameus celcarcinoom met extranodale extensie (0)
2025-06-19 12:00   ( Nieuws )
Tags:  OSCC ENE adjuvant CRT
Dr. John de AlmeidaExtranodale extensie (ENE) in squameus celcarcinoom van de mondholte (OSCC) is een ongustig prognostisch kenmerk en wordt gezien als een indicatie voor adjuvante chemoradiotherapie (CRT). Een retrospectieve studie in vier centra in Australië, Canada, en de Verenigde Staten heeft de rol van adjuvante CRT in OSCC met mineure (≤2 mm) en majeure (>2 mm) ENE geëvalueerd. Dr. John de Almeida (Princess Margaret Cancer Centre, Toronto) en collega’s publiceren de studie in JAMA Otolaryngology – Head & Neck Surgery.1

De studie includeerde 126 patiënten met mineure ENE en 243 patiënten met majeure ENE. Onder de patiënten met mineure ENE kregen 50 patiënten adjuvante chemotherapie aan hun behandeling toegevoegd; dit was het geval voor 116 patiënten met majeure ENE. In multivariate analyse was chemotherapie niet geassocieerd met betere locoregionale controle, ziektevrije overleving, en overall survival onder de patiënten met mineure ENE. Onder de patiënten met majeure ENE was toevoeging van chemotherapie wel geassocieerd met betere ziektevrije overleving (HR 0,58; 95%-bti 0,41-0,81) en overall survival (0,61; 0,38-0,98).

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met OSCC toevoeging van adjuvante chemotherapie aan de behandeling geassocieerd was met betere uitkomsten onder patiënten met majeure ENE, maar niet onder patiënten met mineure ENE.

1.Manojlovic-Kolarski M, Su S, Weinreb I et al. Adjuvant chemoradiotherapy for oral cavity SCC with minor and major extranodal extension. JAMA Otolaryngol Head Neck Surg 2025.1721

Summary: A retrospective cohort study at 4 centers in 3 countries found that among patients with oral cavity squamous cell carcinoma, adjuvant chemoradiotherapy was beneficial in patients with major extranodal extension but not in patients with minor extranodal extension.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Lokale craniële bestraling plus derde-generatie TKIs voor EGFR-gemuteerd NSCLC met hersenmetastasen (0)
2025-06-18 15:00   ( Nieuws )
Tags:  EGFR-mutated NSCLC with BMs LCR plus third generation TKIs LM-DFS
Dr. Linbo CaiEr is geen duidelijkheid over de waarde van lokale craniële bestraling (LCR) in combinatie met derde-generatie TKIs voor EGFR-gemuteerd niet-kleincellig longcarcinoom met hersenmetastasen (BM). Een retrospectieve studie van Guangdong Sanjiu Brain Hospital (Guangzhou, China) heeft onderzocht of deze behandeling kan resulteren in verlenging van de leptomeningeale (LM)-ziektevrije overleving. Dr. Linbo Cai (en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde patiënten met EGFR exon 19 del of exon 21 L858R gemuteerd NSCLC met LM tussen begin 2018 en eind 2023. Onder de 93 geïncludeerde patiënten waren er 60 die tijdens de periode van BM tot LM alleen derde-generatie TKIs hadden gekregen en 33 die TKIs plus LCR hadden gekregen. Deze figuur laat zien dat zowel voor (panel A) als na (panel B) propensity score matching de LM-ziektevrije overleving significant langer was in de LCR+TKI groep dan in de alleen-TKI groep. De twee-jaars LM-percentages waren 45,5% versus 78,3% onder alle patiënten (p<0,01) en 50,0% versus 76,8% onder de gematchte patiënten (p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van LCR aan derde-generatie TKIs voor EGFR-gemuteerd NSCLC met hersenmetastasen de LM-ziektevrije overleving verbeterde.

1.Wang Q, Wang H, Hong W et al. Local cranial radiation combined with third-generation tyrosine kinase inhibitors improve leptomeningeal metastasis disease-free survival in patients with EGFR-mutated non-small cell lung cancer and brain metastasis. J Neuro-Oncol 2025-05045-6

Summary: A retrospective study at Guangdong Sanjiu Brain Hospital (Guangzhou, China) found that addition of local cranial radiation to third-generation TKIs improved leptomeningeal disease-free survival among patients with EGFR-mutated NSCLC with brain metastases.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van behandelingen en uitkomsten na platina-gebaseerd chemotherapie en anti-PD-(L)1 voor aNSCLC (0)
2025-06-18 13:30   ( Nieuws )
Tags:  advanced non-small cell lung cancer platinum-based chemotherapy and anti-PD-(L)1
Prof. Vamsidhar VelchettiEr zijn weinig effectieve behandelingen voor gevorderd of metastatisch niet-kleincellig longcarcinoom (a/m NSCLC). Een retrospectieve cohortstudie die gebruik maakte van gegevens in een US-brede database heeft behandelingen en uitkomsten na platina-gebaseerde chemotherapie en anti-PD-(L)1 therapie voor a/m NSCLC in volwassen patiënten geïnventariseerd. Prof. Vamsidhar Velchetti (New York University) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 1793 volwassen patiënten die tussen begin 2018 en eind 2023 tweede- of derdelijns behandeling kregen voor a/m NSCLC, met mediane follow-up van 7,8 maanden (range 0 tot 65,0). De patiënten hadden een ECOG performance status 0 of 1, en hadden platina-gebaseerde chemotherapie en anti-PD-(L)1 behandeling gekregen in de eerste lijn (gecombineerd) of in de eerste en tweede lijn (sequentieel). De mediane tijd van diagnose gevorderde ziekte en start van de index-behandeling was 10,5 maanden (range 1,1-103,8).

De meest-gebruikte index-behandelingen waren docetaxel plus ramucirumab (17,5% van de patiënten), docetaxel monotherapie (8,8%), en carboplatine plus paclitaxel (7,6%). De mediane tijd van start tot discontinuering van de index-therapie was 3,71 maanden (95%-bti 3,48-3,94) met een mediane progressievrije overleving 5,29 maanden (5,03-5,52) en mediane overall survival 11,20 maanden (10,48-11,93). In exploratieve analyses waren deze uitkomsten numeriek korter onder patiënten die chemotherapie monotherapie als index-behandeling kregen vergeleken met de overall groep, en numeriek langer onder patiënten die immuuntherapie of chemotherapie plus immuuntherapie kregen als index-behandeling.

De onderzoekers concluderen dat deze resultaten de behoefte aan nieuwe behandelingen voor deze patiënten onderstrepen.

1.Velchetti V, Moore J, Solem CT. Treatments and outcomes after platinum-based chemotherapy and anti-PD-(L)1 in NSCLC. JAMA Network Open 2025;8:e2514527

Summary: A retrospective cohort study using data from a US nationwide database investigated treatments and outcomes after platinum-based chemotherapy and anti-PD-(L)1 therapy for advanced or metastatic NSCLC. In this study of 1793 patients receiving various treatments, median time to treatment discontinuation was 4 months, median progression-free survival was 5 months, and median overall survival was 11 months.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van eerstelijn chemotherapie met of zonder nivolumab voor extensief-stadium kleincellig longcarcinoom (0)
2025-06-18 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ECOG-ACRIN EA5161 ES-SCLC
Dr. Ticiana LealNivolumab heeft activiteit laten zien voor kleincellig longcarcinoom (SCLC). De multicenter gerandomiseerde fase 2-studie EA5161 in de Verenigde Staten evalueerde platina-gebaseerde chemotherapie (cisplatine of carboplatine) plus etoposide (PE) plus nivolumab versus alleen PE als eerstelijns behandeling voor extensief-stadium (ES)-SCLC. Dr. Ticiana Leal (Emory University, Atlanta GA) publiceren de studie in Cancer.1




De studie includeerde 144 patiënten met niet-eerder behandeld ES-SCLC en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar nivolumab plus PE voor vier drie-weekse cycli gevolgd door nivolumab tot progressie of gedurende twee jaar (arm A) of vier cycli PE gevolgd door observatie (arm B). Het primaire eindpunt was progressievrije overleving. De mediane PFS was 5,5 maanden in arm A en 4,9 maanden in arm B (HR 0,78; p=0,083) en de mediane overall survival was 11,2 versus 8,1 maanden (HR 0,71; p=0,059). Er waren geen nieuwe veiligheidssignalen.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met niet-eerder behandeld ES-SCLC, toevoegen van nivolumab aan PE geassocieerd was met verbetering van PFS en OS.

1.Leal TA, Wang Y, Dowlati A et al. Randomized phase II clinical trial of cisplatin/carboplatin and etoposide (PE) alone or in combination with nivolumab as frontline therapy for extensive-stage small cell lung cancer (ES-SCLC): ECOG-ACRIN EA5161. Cancer 2025.35938

Summary: The multicenter randomized phase 2 EA5161 trial found that addition of nivolumab to first-line platinum-etoposide for ES-SCLC was associated with improved PFS and OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Post-transplantatie cyclofosfamide-gebaseerde GVHD-profylaxe na mismatched niet-verwante donor HSCT (0)
2025-06-17 15:00   ( Nieuws )
Tags:  HSCT from HLA-mismatched MMUDs PTCy-based GVHD prophylaxis
Dr. Steven Michael DevineAllogene hematopoïetische stamceltransplantatie (HSCT) is een curatieve behandeling voor gevorderde hematologische maligniteiten. HSCT van HLA-mismatched donoren is geassocieerd met slechtere overleving. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft post-transplantatie cyclofosfamide (PTCy)-gebaseerde GVHD-profylaxe geëvalueerd onder HSCT-ontvangers die perifeer-bloed stamcellen (PBSCs) krijgen van HLA-mismatched niet-verwante donoren (MMUDs). Dr. Steven Michael Devine (Center for International Blood and Marrow Transplant Research, Minneapolis MN) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie, in 21 centra in de VS, includeerde 145 volwassen patiënten die een GVHD-profylaxeregime kregen bestaande uit cyclofosfamide, tacrolimus, en mycofenolaat mofetil. Er waren 75 patiënten die myeloablatieve conditionering (MAC) kregen en 70 patiënten die gereduceerde-intensiteit of niet-myeloablatieve conditionering (RIC/NMA) voorafgaand aan HSCT van een MMUD. Het primaire eindpunt was één-jaars overall survival percentages in de twee groepen. Deze bedroegen 83,8% (95%-bti 73,1-90,4) in de MAC-groep en 78,6% (67-86,5) in de RIC/NMA-groep. Incidentie van graad III of IV GVHD na zes maanden was 8% (95%-bti 3,2-15,6) in de MAC-groep en 10% (4,4-18,4) in de RIC/NMA-groep, en die van matig/ernstige chronische GVHD na één jaar 10,3% (4,4-18,9) respectievelijk 8,6% (3,5-16,6).

De onderzoekers concluderen dat PTCy-gebaseerde GVHD-profylaxe na PBSC-HSCT van een MMUD resulteerde in gunstige één-jaars OS-percentages.

1.Al Malki MM, Bo-Subair S, Olson J et al. Post-transplant cyclophosphamide-based graft-versus-host disease prophylaxis after mismatched unrelated donor peripheral blood stem cell transplantation. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 trial in the USA found that post-transplant cyclophosphamide-based GVHD prophylaxis after peripheral blood stem cell transplantation from HLA-mismatched unrelated donors resulted in favorable one-year overall survival rates.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van nivolumab-AVD versus BV-AVD voor gevorderd-stadium klassiek Hodgkin lymfoom in oudere patiënten (0)
2025-06-17 13:30   ( Nieuws )
Tags:  S1826 cHL
Dr. Sarah RutherfordDe multicenter fase 3-studie S1826 in de Verenigde Staten vergeleek zes cycli nivolumab plus doxorubicine, vinblastine, en dacarbazine (N+AVD) met zes cycli brentuximab vedotin (BV)+AVD voor adolescenten en volwasenen met stadium III of IV klassiek Hodgkin lymfoom (cHL). In 2024 is gepubliceerd dat N+AVD resulteerde in langere progressievrije overleving dan BV+AVD. Oudere cHL-patiënten hebben slechtere overleving dan jongere patiënten. Dr. Sarah Rutherford (Weill Cornell Medicine, New York) publiceren nu in het Journal of Clinical Oncology een subgroepanalyse onder patiënten in de leeftijd van 60 jaar en ouder.1

De analyse includeerde 99 patiënten; 50 in de N-AVD groep en 49 in de BV-AVD groep. De mediane follow-up op het moment van de nu gepubliceerde analyse was 2,1 jaar. De twee-jaars percentages voor progressievrije overleving waren 89% in de N-AVD groep versus 64% in de BV-AVD groep (HR 0,24; 95%-bti 0,09-0,63) en de twee-jaars percentages voor overall survival waren 96% versus 85% (0,16; 0,03-0,75). Zes cycli werden zonder doseringsreductie verdragen door 69% in de N-AVD groep en 26% in de BV-AVD groep; discontinuering van nivolumab was noodzakelijk in 14% en van BV ub 55%. Nonrelapse mortaliteit was 6% met N-AVD en 16% met BV-AVD. Neutropenie, febriele neutropenie, sepsis, infecties, en perifere neuropathie waren meer frequent met BV-AVD dan met N-AVD.

De onderzoekers concluderen dat N-AVD de nieuwe standaard-behandeling dient te zijn voor oudere patiënten met gevorderd stadium cHL die anthracycline-gebaseerde combinatietherapie kunnen verdragen.

1.Rutherford SC, Li H, Herrera AF et al. Nivolumab-AVD versus brentuximab vedotin-AVD in older patients with advanced-stage classic Hodgkin lymphoma enrolled on S1826. J Clin Oncol 2025; epub ahead of print

Summary: Subgroup analysis from the multicenter phase 3 S1826 trial found that among older (60 years and older) patients with stage III or IV classical Hodgkin lymphoma, nivolumab plus AVD was more effective and better tolerated than brentuxomab vedotin plus AVD.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)