Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Waarde van Fracture Risk Assessment Tool voor voorspellen van fractuurrisico in patiënten met maligniteiten (0)
2024-10-04 13:30   ( Nieuws )
Tags:  FRAX fracture risk prediction in cancer patients
Dr. Carrie YeDe Fracture Risk Assessment Tool (FRAX) kan het tien-jaars risico van een majeure osteoporotische fractuur (MOF) en heupfractuur in de algemene bevolking voorspellen. Het is niet duidelijk of FRAX ook toepasbaar is onder patiënten met maligniteiten. Een bevolkings-gebaseerde retrospectieve studie in Manitoba (Canada) heeft de performance van FRAX voor het voorspellen van incidente fracturen onder patiënten met maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Carrie Ye (University of Alberta, Edmonton) en collega’s publiceren de studie in JAMA Oncology.1

De studie includeerde deelnemers in de leeftijd van veertig jaar en ouder met bekende FRAX met botmineraaldichtheid (BMD) scores tussen begin 1987 en eind 2014, met follow-up voor fracturen tot eind maart 2021. Onder de deelnemers waren 9877 patiënten met een maligniteit (gemiddelde leeftijd 67,1 ± 11,2 jaar; 88,0% vrouwen) en 45.877 deelnemers zonder diagnose van een maligniteit (gemiddelde leeftijd 66,2 ± 10,2 jaar; 90,8% vrouwen). Vergeleken met personen zonder maligniteit hadden patiënten met een maligniteit hoger risico van incidente MOF (12,9 versus 14,5 per 1000 persoonsjaren; p<0,001) en heupfractuur (3,5 versus 4,2 per 1000 persoonsjaren; p=0,002). In de groep met een maligniteit waren FRAX met BMD-scores geassocieerd met incidente MOF (per toename met één SD HR 1,84; 95%-bti 1,74-1,95) en heupfractuur (3,61; 3,13-4,15). In deze groep waren calibration slopes voor FRAX met BMD 1.03 voor MOFs en 0,97 voor heupfracturen.

De onderzoekers concluderen dat FRAX bruikbaar is voor het voorspellen van het risico van incidente MOFs en heupfracturen onder patiënten met maligniteiten.

1.Ye C, Leslie WD, Al-Azazi S et al. Fracture risk prediction using the Fracture Risk Assessment Tool in individuals with cancer. JAMA Oncol 2024.4318

Summary: A population-based retrospective cohort study in Manitoba, Canada, found good stratification and calibration of FRAX with BMD for predicting incident fractures in patients with cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cohortstudie van risico van recidief van early-onset versus late-onset niet-metastatisch colorectaalcarcinoom (0)
2024-10-04 12:00   ( Nieuws )
Tags:  EOCRC versus LOCRC risk of recurrence
Prof. Claus Lindbjerg AndersenDe incidentie van early-onset colorectaalcarcinoom (EOCRC; gediagnostiseerd voor de leeftijd 50 jaar) neemt toe. EOCRC wordt vaak in gevorderd stadium gediagnostiseerd, hetgeen zou kunnen wijzen op een meer agressief beloop van de ziekte dan dat van late-onset colorectaalcarcinoom (LOCRC). Een Denemarken-brede retrospectieve studie heeft het risico van recidief na behandeling voor EOCRC en LOCRC vergeleken. Prof. Claus Lindbjerg Andersen (Academisch Ziekenhuis Aarhus) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Regional Health – Europe.1



De studie includeerde alle Deense patiënten jonger dan 80 jaar die voor het eerst chirurgie ondergingen voor stadium I tot en met III CRC tussen begin 2004 en eind 2019. Onder 25.729 geïncludeerde patiënten waren er 1441 (5,6%) met EOCRC. Vergeleken met LOCRC was EOCRC geassocieerd met meer gevorderd ziektestadium en hogere behandelingsintensiteit. Het vijf-jaars recidiefpercentage was 29% (95%-bti 26-31) onder EOCRC-patiënten versus 21% (21-22) onder LOCRC-patiënten. Dit hogere risico van recidief voor EOCRC versus LOCRC bleef bestaan in stadium-gestratificeerde analyse (suggererend dat het hogere risico niet wordt verklaard door vertraagde diagnose). De tijd tot recidief was korter in EOCRC dan in LOCRC (time ratio 0,76; 95%-bti 0,67-0,85). In de loop van de studieperiode nam het vijf-jaars recidiefpercentage af in beide groepen; sterker in de EOCRC-groep dan in de LOCRC-groep. De gecorrigeerde HRs voor recidief (EOCRC versus LOCRC waren 1,37 (95%-bti 1,17-1,60) in de periode 2004 tot 2009; 1,28 (1,08-1,53) in de periode 2009 tot 2014; en 1,07 (0,88-1,31) in de periode 2014 tot 2019.

De onderzoekers concluderen dat EOCRC in alle ziektestadia geassocieerd was met hogere incidentie van recidief dan LOCRC. Het verschil nam af in de loop van de studieperiode.

1.Nors J, Andersson Gotschalck K, Erichsen R, Lindbjerg Andersen C. Risk of recurrence in early-onset versus late-onset non-metastatic colorectal cancer, 2004-2019: a nationwide cohort study. Lancet Regional Health Europe 2024;47:101093

Summary: A nationwide retrospective study in Denmark found that early-onset colorectal cancer compared with late-onset colorectal cancer was associated with a higher incidence of recurrence at al stages; the excess risk diminished from 2004 to 2019.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde multicenterstudie van tranexaminezuur tijdens open radicale cystectomie voor blaascarcinoom (0)
2024-10-03 15:00   ( Nieuws )
Tags:  TACT study radical cystectomy TXA
Prof. Rodney BreauPatiënten die open radicale cystectomie ondergaan voor blaascarcinoom hebben een hoog risico van aanzienlijk bloedverlies. Profylactisch tranexaminezuur (TXA) vermindert bloedverlies tijdens cardiale en orthopedische chirurgie. De gerandomiseerde studie TACT (‘tranexamic acid during cystectomy trial’) in tien academische centra in Canada heeft TXA geëvalueerd onder patiënten die open radicale cystectomie ondergingen. Prof. Rodney Breau (Ottawa Hospital Research Institute) en collega’s publiceren de studie in JAMA Surgery.1

De studie includeerde tussen juni 2013 en januari 2021 patiënten de open cystectomie ondergingen. Patiënten in de interventiegroep kregen voor de incisie een infusie met TXA 10 mg/kg en vervolgens tijdens de chirurgie TXA 5 mg/kg per uur. Patiënten in de controlegroep kregen overeenkomstige doseringen placebo. Het primaire eindpunt was rode bloedcel (RBC)-transfusie tot en met dertig dagen na de chirurgie.

Onder de 353 gerandomiseerde patiënten (mediane leeftijd 69 jaar; IQR 62-75; 74,5% mannen) werden 343 patiënten geïncludeerd in de ITT-analyse. RBC-transfusie in de eerste dertig dagen na de chirurgie was vereist in 64 van 173 patiënten (37,0%) in de interventiegroep en 64 van 171 patiënten (37,4%) in de controlegroep (RR 0,99; 95%-bti 0,83-1,18). Er waren ook geen significante verschillen tussen de twee groepen voor secundaire eindpunten waaronder aantal RBC-eenheden (0,9 versus 1,1 eenheden; p=0,43), geschat bloedverlies (927 versus 963 ml; p=0,52), intraoperatieve transfusie (28,3% versus 24,0%; p=0,08), en veneuze tromboëmbolische gebeurtenissen (3,5% versus 2,9%; p=0,57). Er waren geen significante verschillen tussen de twee groepen in niet-transfusie gerelateerde adverse events.

De onderzoekers concluderen dat TXA niet resulteerde in minder bloedtransfusies onder patiënten die open radicale cystectomie ondergingen voor blaascarcinoom (visual abstract).

1.Breau RH, Lavallée LT, Cagiannos I et al. Tranexamic acid during open radical cystectomy. A randomized clinical trial. JAMA Surg 2024.4183

Summary: A randomized trial at ten academic centers in Canada found that intraoperative tranexamic acid did not reduce blood transfusion in patients undergoing open radical cystectomy for bladder cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Retrospectieve cohortstudie van lange-termijn risico van neoplasmen onder vijf-jaar overlevers van neuroblastoom (0)
2024-10-03 13:30   ( Nieuws )
Tags:  DCCSS-LATER 3
Aimée WesterveldHet is bekend dat overlevers van neuroblastoom een verhoogd risico van volgende maligne neoplasmen (SMNs) hebben, maar er is weinig informatie over het risico van volgende niet-maligne neoplasmen (SNMNs) en over risicofactoren. Een studie in het Dutch Childhood Cancer Survivor Study (DCCSS)-LATER 3 cohort heeft risico’s van SMNs en SNMNs en geassocieerde risicofactoren onder tenminste vijf-jaar overlevers van neuroblastoom in kinderen geïnventariseerd. PhD-student Aimée Westerveld (Prinses Máxima Centrum voor Pediatrische Oncologie, Utrecht) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde 563 patiënten die tenminste vijf jaar overleefd hadden na een diagnose neuroblastoom tussen begin 1963 en eind 2014. SMNs werden gediagnostiseerd in 23 overlevers en SNMNs in 60. De mediane follow-up was 23,7 jaar (range 5,0-56,3). Het risico van ontwikkelen van een SMN was onder de overlevers verhoogd in vergelijking met het risico van het ontwikkelen van een maligne neoplasme in de algemene bevolking (SIR 4,0; 95%-bti 2,5-5,9). De dertig-jaars cumulatieve incidentie was 3,4% (95%-bti 1,9-6,0) voor SMNs en 10,4% (7,3-14,8) voor SNMNs. SMNs na jood-131 metaiodobenzylguanidine (131I-MIBG)-behandeling werd gezien in zes overlevers. Deze behandeling was geassocieerd met verhoogd risico van ontwikkeling van SMNs (sHR 5,7; 95%-bti 1,8-17,8) en SNMNs (2,6; 1,2-5,6) vergeleken met niet met 131I-MIBG behandelde overlevers.

De onderzoekers concluderen dat overlevers van neuroblastoom een verhoogd risico hebben van het ontwikkelen van SMNs en SNMNs, en dat behandeling met 131I-MIBG een risicofactor kan zijn voor deze ontwikkeling.

1.Westerveld ASR, Tytgat GAM, van Santen HM et al. Long-term risk of subsequent neoplasms in 5-year survivors of childhood neuroblastoma: a Dutch Childhood Cancer Survivor study-LATER 3 study. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: A retrospective cohort study in the Netherlands found that neuroblastoma survivors are at elevated risk of developing subsequent malignant neoplasms and nonmalignant neoplasms. 131I-MBIG may be a treatment-related risk factor for the development of neoplasms.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van EBV serologie-gebaseerde screening op mortaliteit van nasofarynxcarcinoom: cluster-gerandomiseerde studie (0)
2024-10-03 11:51   ( Nieuws )
Tags:  NPC mortality Epstein-Barr virus serology-based screening
Prof. Su-Mei CaoScreening op nasofarynxcarcinoom (NPC) resulteert in verbetering van vroege detectie. Het is van belang te onderzoeken of deze screening ook resulteert in verlaging van de NPC-specifieke mortaliteit in NPC-endemische regio’s. Een cluster-gerandomiseerde studie in China heeft de impact van Epstein-Barr virus (EBV) serologie-gebaseerde screening op NPC-mortaliteit geïnventariseerd. Prof. Su-Mei Cao (Sun Yat-sen Universiteit, Guangzhou) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie werd uitgevoerd in zestien steden in de Sihui- en Zhongshan-regios in China. De steden werden gerandomiseerd naar een screeningsgroep en een controlegroep. Inwoners in de leeftijd van 30 tot 70 jaar zonder geschiedenis van NPC werden in de steden van de screeningsgroep tussen begin 2008 en eind 2015 uitgenodigd voor serumtesten op EBV-antilichamen. Inwoners van de controlegroep ondergingen geen interventie. Het eindpunt van de studie was NPC-mortaliteit tijdens de follow-up tot eind 2019.

De screeningsgroep telde 174.943 personen en de controlegroep 186.263 personen. Er waren geen significante verschillen tussen de beide groepen in NPC-incidentie en overall mortaliteit. In de screeningsgroep ondergingen 52.498 personen (30%) serum EBV-antilichaamtesten. De NPC-mortaliteit was significant 30% lager in de screeningsgroep dan in de controlegroep (8,2 versus 12,5 per 1000 persoonsjaren; aRR 0,70; p=0,048). Het profijt van screening was het meest evident onder personen in de leeftijd van 50 jaar en ouder (aRR 0,56; p=0.007) en was niet significant onder personen jonger dan 50 jaar (0,96; p= 0,856).

De onderzoekers concluderen dat in deze studie testen op EBV-antlichamen resulteerde in significante verlaging van de NPC-mortaliteit.

1.Chen W-J, Yu X, Lu Y-O et al. Impact of an Epstein-Barr virus serology-based screening program on nasopharyngeal carcinoma mortality: a cluster-randomized controlled trial. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: A cluster-randomized trial in sixteen towns in China found that EBV antibody testing resulted in a significant reduction in NPC mortality.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-studie van roxadustat voor chemotherapie-geïnduceerde anemie in patiënten met niet-myeloïde maligniteiten (0)
2024-10-02 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CIA roxadustat
Prof. Shun LuRoxadustat is een HIF (hypoxia-inducible factor) prolyl-hydroxylaseremmer die de endogene productie van erythropoëtine verhoogt. Een multicenter fase 3-studie in China heeft roxadustat vergeleken met recombinant humaan erythropoëtine-α (rHuEPO-α) voor chemotherapie-geïnduceerde anemie (CIA) in patiënten met niet-myeloïde maligniteiten. Prof. Shun Lu (Shanghai Jiao Tong Universiteit) en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

De studie includeerde volwassen patiënten met niet-myeloïde maligniteiten en CIA. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar oraal roxadustat of subcutaan rHuEPO-α driemaal per week gedurende twaalf weken. De startdosering van roxadustat was 100, 120, en 150 mg voor patiënten met een lichaamsgewicht van 40 tot 50 respectievelijk 50 tot 60 en hoger dan 60 kg. De startdosering van rHuEPO-α was 150 IU/kg. Deze doseringen konden in de loop van de behandeling aangepast worden. Het primaire eindpunt was least-squares mean (LSM) verandering in Hb-concentratie tussen baseline en het gemiddelde niveau van de weken negen tot en met dertien.

In de per-protocol set kregen 78 patiënten roxadustat en 62 rHuEPO-α. De figuur toont resultaten van de studie. De LSM verandering in Hb-concentratie tussen baseline en week negen tot en met dertien was 17,1 g/l (95%-bti 13,58-20,71) met roxadustat en 15,4 g/l (11,34-19,50) met rHuEPO-α, waarmee non-inferioriteit van roxadustat vergeleken met rHuEPO-α gedemonstreerd werd. Non-inferioriteit werd ook gezien voor vijf van zes secundaire eindpunten. Er waren geen belangrijke verschillen tussen de groepen in incidentie van adverse events.

De onderzoekers concluderen dat de studie laat zien dat roxadustat non-inferieur was versus rHuEPO-α voor de behandeling van CIA in patiënten met niet-myeloïde maligniteiten. De orale beschikbaarheid van roxadustat zou compliantie kunnen bevorderen.

1.Lu S, Wu J, Jang J et al. Efficacy and safety of roxadustat for anemia in patients receiving chemotherapy for nonmyeloid malignancies: a randomized, open-label, active-controlled phase III study. J Clin Oncol 2024; epub ahead of print

Summary: A phase 3 trial at 44 sites in China found that oral roxadustat was noninferior to subcutaneous recombinant human erythropoetin-α in treating chemotherapy-induced anemia in patients with nonmyeloid malignancies.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 1-2 studie van ziftomenib voor recidiverend of refractair AML: fase 1-resultaten van KOMET-001 (0)
2024-10-02 13:30   ( Nieuws )
Tags:  KOMET-001 trial R R AML ziftomenib
Prof. Eunice WangZiftomenib (KO-539) is een oraal-beschikbare selectieve menine-remmer, met preklinische activiteit in menine-afhankelijke modellen van acute myeloïde leukemie (AML). De multinationale fase 1-2 studie KOMET-001 evalueerde ziftomenib voor patiënten met recidiverend of refractair (R/R) AML. Prof. Eunice Wang (Roswell Park Comprehensive Cancer Center, Buffalo NY) en collega’s publiceren fase 1-resultaten van de studie in The Lancet Oncology.1

Fase 1 werd uitgevoerd in 22 centra in vier landen. Fase 1 includeerde volwassen patiënten met R/R AML en een ECOG performance status 2 of beter. In fase 1a (alle moleculaire subtypen) kregen de patiënten ziftomenib eenmaal daags in doseringen van 50 tot 1000 mg. In fase 1b werden patiënten met NPM1-mutaties of KMT2A-rearrangements gerandomiseerd naar ziftomenib 200 mg of 600 mg eenmaal daags. Primaire eindpunten waren hoogst-verdragen dosering of aanbevolen fase 2-dosering.

De studie includeerde 83 patiënten (39 mannen en 44 vrouwen) die ziftomenib kregen. De mediane follow-up was 22,3 maanden (IQR 15,4-30,2). De meest-gerapporteerde graad 3 of 4 treatment-emergent adverse events waren anemie (24% van de patiënten), febriele neutropenie (22%), en pneumonie (19%). Twee patiënten overleden aan oorzaken die met de behandeling samenhingen. In fase 1b werden geen responsen gerapporteerd voor patiënten die ziftomenib 200 mg eenmaal daags kregen. Onder patiënten die de aanbevolen fase 2-dosering van 600 mg eenmaal daags kregen werd complete remissie gezien in 25% van de patiënten met NPM1-mutatie of KMT2A-rearrangement.

De onderzoekers concluderen dat ziftomenib veelbelovende klinische activiteit had met manageable toxiciteit onder zwaar-voorbehandelde patiënten met R/R AML.

1.Wang ES, Issa GC, Erba HP et al. Ziftomenib in relapsed or refractory acute myeloid leukaemia (KOMET-001): a multicentre, open-label, multicohort, phase 1 trial. Lancet Oncol 2024;25:1310-1324

Summary: Phase 1 of the multinational phase 1-2 KOMET-001 trial found promising activity and manageable toxicity of ziftomenib among heavily pretreated patients with relapsed or refractory acute myeloid leukemia.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-studie van C-CAR066 voor recidiverend of refractair grootcellig B-cel lymfoom na falen van anti-CD19 CAR-T therapie (0)
2024-10-02 12:00   ( Nieuws )
Tags:  R R LBCL C-CAR066
Patiënten met grootcellig B-cel lymfoom (LBCL) hebben na falen van CAR-T therapie weinig behandelingsopties. Een fase 1-studie in twee centra in China heeft autologe anti-CD20 gerichte CAR-T therapie (C-CAR066) geëvalueerd voor patiënten met recidiverend of refractair (R/R) LBCL na falen van anti-CD19 CAR-T therapie. Prof. DeHui Zou (Chinese Academy of Medical Sciences and Peking Union of Medical College, Tianjin) en collega’s publiceren de studie in het American Journal of Hematology.1

De studie includeerde 14 patiënten met histologisch bevestigd CD20-positief LBCL die eerder anti-CD19 CAR-T therapie hadden gekregen. De patiënten kregen een enkele intraveneuze infusie van 2,0 x 106 of 3,0 x 106 C-CAR-T cellen per kg. Het primaire eindpunt was incidentie van adverse events. De meest-waargenomen graad 3 of hoger AEs waren hematologische maligniteiten. Cytokine release syndrome werd gezien in 12 patiënten, onder wie één met graad 4. Er waren geen ICANS-gebeurtenissen. De overall response rate was 92,9% met complete respons in 57,1%. De mediane progressievrije overleving was 9,4 maanden (95%-bti 2,0-NA) en de mediane overall survival was 34,8 maanden (7,5-NA).

De onderzoekers concluderen dat C-CAR066 een manageable veiligheidsprofiel had en veelbelovende werkzaamheid onder R/R LBCL-patiënten na falen van anti-CD19 CAR-T therapie.

1.Li P, Liu W, Zhou L et al. C-CAR066, a novel fully human anti-CD20 CAR-T therapy for relapsed or refractory large B-cell lymphoma after failure of anti-CD19 CAR-T therapy: a phase I clinical study. Am J Hematol 2024.27488

Summary: A phase 1 study at two centers in China found manageable safety and promising activity of the anti-CD20 CAR-T therapy C-CAR066 for relapsed or refractory large B-cell lymphoma after failure of anti-CD19 CAR-T therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)