Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Real-life behandelingen voor triple-class exposed patiënten met RRMM: twee-jaar follow-up van LocoMMotion (0)
2024-09-26 13:30   ( Nieuws )
Tags:  LocoMMotion study triple-class exposed patients with relapse or refractory multiple myeloma
Prof. María-Victoria MateosDe behandeling van patiënten met recidiverend of refractair multipel myeloom (RRMM) is een uitdaging naarmate de patiënten meer beschikbare behandelingen hebben uitgeput en de ziekte refractair wordt tegen standaard-behandelingen. De multinationale prospectieve LocoMMotion-studie heeft real-world clinical practice (RWCP) in triple-class exposed (TCE)-patiënten met RRMM geïnventariseerd. Prof. María-Victoria Mateos (Academisch Ziekenhuis van Salamanca, Spanje) en collega’s publiceren in Leukemia finale analyse van LocoMMotion, met mediaan 26,4 maanden follow-up.1




LocoMMotion includeerde 248 patiënten van 75 centra in Europa. De patiënten hadden mediaan 4 eerdere lijnen van behandeling (LOT) gekregen (range 2-13). Als index-LOT in LocoMMotion werden 91 unieke regimes gebruikt. De overall response rate was 31,9% (95%-bti 26,1-38,0). De figuur laat zien dat de mediane progressievrije overleving 4,6 maanden was (95%-bti 3,9-5,6) en de mediane overall survival 13,8 maanden (10,8-17,0). Er waren 152 patiënten (61,3%) die volgende LOTs kregen, met 134 unieke regimes. De mediane PFS2 (vanaf de inclusie in LocoMMotion tot progressie op de volgende LOT) was 10,8 maanden (95%-bti 8,4-13,0). Tijdens de studie overleden 158 patiënten, onder wie 67,7% aan progressie van de ziekte.

De onderzoekers concluderen dat het hoge aantal RWCP behandelingsregimes en de slechte klinische uitkomsten het gebrek aan standaard-behandelingen voor TCE patiënten met RRMM demonstreren en de behoefte onderstrepen aan nieuwe behandelingen met nieuwe mechanismen.

1.Mateos M-V, Weisel K, De Stefano V et al. LocoMMotion: a study of real-life current standards of care in triple-class exposed patients with relapsed/refractory multiple myeloma – 2-year follow-up (final analysis). Leukemia 2024—02404-6

Summary: Two-year follow-up of the multinational prospective LocoMMotion trial found a high number of real-world clinical practice treatment regimens and poor clinical outcomes of relapsed or refractory multiple myeloma patients, highlighting the need for new treatments with novel mechanisms.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Twee-jaar follow-up van EPCORE NHL-1 studie van epcoritamab voor recidiverend of refractair grootcellig B-cel lymfoom (0)
2024-09-26 12:00   ( Nieuws )
Tags:  EPCORE NHL-1 trial R R LBCL epcoritamab
Prof. Catherine ThieblemontEpcoritamab is een CD30xCD20 bispecifiek antilichaam. De primaire analyse van de multinationale EPCORE-studie liet zien dat met mediane follow-up van 10,7 maanden epcoritamab monotherapie resulteerde in diepe en duurzame responsen onder patiënten met recidiverend of refractair grootcellig B-cel lymfoom (R/R LBCL). Prof. Catherine Thieblemont (Universiteit van Parijs) en collega’s publiceren in Leukemia lange-termijn resultaten van de studie, met mediaan 25,1 maanden follow-up.1

EPCORE NHL-1 includeerde 157 volwassen R/R LBCL-patiënten van 54 centra. De patiënten kregen subcutaan epcoritamab eens per week tijdens de eerste drie vier-weekse cycli gevolgd door iedere twee weken tijdens cycli vier tot en met negen, en vervolgens iedere vier weken tot ziekteprogressie of niet-acceptabele toxiciteit. Het percentage patiënten met respons was 63,1% en het percentage patiënten met complete respons 40,1%. De figuur toont de progressievrije overleving en overall survival onder alle deelnemers (A,B) en onder patiënten met complete respons, partiële respons, of geen respons (C,D). Onder 119 patiënten met minimaal-residuele ziektegegevens hadden 45,4% MRD-negativiteit, geassocieerd met langere PFS en OS. De meest-gerapporteerde treatment-emergent adverse events waren cytokine release syndrome (51,0%), pyrexie (24,8%), vermoeidheid (24,2%), en neutropenie (23,6%).

De onderzoekers concluderen dat epcoritamab resulteerde in lange-termijn profijt onder patiënten met R/R LBCL.

1.Thieblemont C, Karimi YH, Ghesquieres H et al. Epcoritamab in relapsed/refractory large B-cell lymphoma: 2-year follow-up from the pivotal EPCORE NHL-1 trial. Leukemia 2024-02410-8

Summary: Two-year follow-up of the multinational EPCORE NHL-1 trial found that the CD3xCD20 bispecific antibody monotherapy resulted in long-term benefit among patients with R/R LBCL.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Overleving van patiënten met levercelcarcinoom in de Verenigde Staten (0)
2024-09-25 15:00   ( Nieuws )
Tags:  HCC survival outcomes
Dr. Neil MehtaLevercelcarcinoom (HCC) is een belangrijke doodsoorzaak van patiënten met cirrose. Er weinig informatie beschikbaar over trends in overleving van HCC-patiënten. Een retrospectieve cohortstudie in de Verenigde Staten heeft heeft overleving geïnventariseerd van patiënten met een HCC-diagnose tussen begin 2006 en eind 2019. Dr. Neil Mehta (University of California San Francisco) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 3441 patiënten van Kaiser Permanente Northern California met een diagnose HCC tussen begin 2006 en eind 2019; onder deze patiënten waren er 1434 met een diagnose in tijdperk 1 (2006 tot en met 2012) en 2007 met een diagnose in tijdperk 2 (2013 tot en met 2019). De mediane leeftijd ten tijde van de diagnose was 65 jaar (IQR 58-73) en 75,0% waren mannen. Er waren 1195 patiënten (34,7%) die curatieve behandeling kregen, 1374 (39,9%) die niet-curatieve behandeling kregen, en 872 (25,3%) die geen behandeling kregen. Tijdens de follow-up tot eind 2020 overleden 2500 patiënten (72,7%), onder wie 1809 (52,7% van alle patiënten) aan HCC. Factoren die in multivariabele analyse geassocieerd waren met hogere all-cause mortaliteit waren leeftijd 70 jaar of ouder (aHR 1,39; 95%-bti 1,22-1,59), mannelijk geslacht (1,20; 1,07-1,35), BCLC stadium C of D (2,40; 2,15-2,67), verhoogd AFP (versus < 20 ng/ml: 20-99 ng/ml 1,20; 1,04-1,38; en > 1000 ng/ml 2,84; 2,45-3,25), niet-curatieve behandeling (2,51; 2,16-2,90), en geen behandeling (3,15; 2,64-3,76), terwijl Asian or Other Pacific Islander ras/ethniciteit geassocieerd was met lagere all-cause mortaliteit (versus non-Hispanic White 0,76; 0,65-0,88). De figuur laat zien dat de overleving in tijdperk 2 beter was dan die in tijdperk 1.

De onderzoekers concluderen dat de overleving van HCC-patiënten laag is, maar in de periode 2013 tot en met 2019 beter was dan in de periode 2006 tot en met 2012.

1.Yilma M, Xu RH, Saxena V et al. Survival outcomes among patients with hepatocellular carcinoma in a large integrated US health system. JAMA Network Open 2024;7:e2435066

Summary: A retrospective cohort study among HCC patients of Kaiser Permanente Northern California found that survival of HCC is poor, but did improve in 2013-2019 compared with 2006-2012.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Sequentie van immuuncheckpointremmers en BRAF/MEK-remmers voor melanoom: impact op ontwikkeling van hersenmetastasen (0)
2024-09-25 13:30   ( Nieuws )
Tags:  SECOMBIT trial BRAFV600-mutant melanoma
Prof. Paolo AsciertoEr is geen duidelijkheid over de impact van de volgorde van immuuncheckpointremmers (ICIs) en BRAF/MEK-remmers op de ontwikkeling van hersenmetastasen in patiënten met metastatisch niet-resectabel BRAFV600-gemuteerd melanoom. De multinationale retrospectieve SECOMBIT-studie heeft deze impact geïnventariseerd. Dr. Paolo Ascierto (Istituto Nazionale Tumori, Napels) en collega’s publiceren de studie in NEJM Evidence.1



De studie includeerde patiënten zonder hersenmetastasen, die behandeld werden met de BRAF/MEK-remmers encorafenib en binimetinib tot ze progressieve ziekte hadden en vervolgens de ICIs ipilimumab en nivolumab kregen (arm A; n=69); patiënten die behandeld werden met ipilimumab en nivolumab tot progressieve ziekte en vervolgens encorafenib en binimetinib kregen (arm B; n=69); en patiënten die acht weken encorafenib en binimetinib kregen gevolgd door ipilimumab en nivolumab tot progressieve ziekte en herbehandeling met encorafenib en binimetinib (arm C; n=68). De mediane follow-up was 56 maanden. Hersenmetastasen werden tijdens de follow-up gezien in 23 van 69 patiënten in arm A, 11 van 69 patiënten in arm B, en 9 van 68 in arm C. De zestig-maands hersenmetastasevrije overlevingspercentages waren 56% in arm A, 80% in arm B (versus A: HR 0,40; 95%-bti 0,23-0,58) en 85% in arm C (0,35; 0,16-0,76).

De onderzoekers concluderen dat de volgorde van BRAF/MEK-remmers en ICIs van invloed is op de hersenmetastasevrije overleving onder patiënten met metastatisch niet-resectabel BRAFV600-gemuteerd melanoom.

1.Ascierto PA, Mandalà M, Ferrucci PF et al. Sequencing of checkpoint or BRAF/MEK inhibitors on brain metastases in melanoma. NEJM Evidence 2024;3:10

Summary: The multinational SECOMBIT trial found that the sequence of BRAF/MEK inhibitors and immune checkpoint inhibitors is associated with brain metastasis-free survival among patients with metastatic unresectable BRAFV600-mutant melanoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Stereotactische radiochirurgie voor spinale metastasen van prostaatcarcinoom (0)
2024-09-25 12:00   ( Nieuws )
Tags:  spinal metastases from prostate cancer SRS
Dr. Samuel AdidaSpinale metastasen kunnen geassocieerd zijn met pijn, neurologische stoornis, en wervelcompressie. Een retrospectieve analyse van een prospectief bijgehouden database van University of Pittsburgh Medical Center (PA) heeft uitkomsten van stereotactische radiochirurgie (SRS) voor spinale metastasen van prostaatcarcinoom onderzocht. Dr. Samuel Adida en collega’s publiceren de analyse in het Journal of Neuro-Oncology.1

Tussen begin 2003 en eind 2023 werden in het centrum 37 patiënten met 51 spinale metastasen van prostaatcarcinoom met SRS behandeld. Vijftien lesies (29%) waren eerder geresecteerd en 34 lesies (67%) waren eerder bestraald. Het mediane volume was 37,0 cc (range 2,9-263,3). De meerderheid van de lesies (71%) werden behandeld met een enkele fractie (mediaan 20 Gy, range 14-22,5); multifractionele behandeling bestond uit 21-30 Gy in twee tot en met vijf fracties. De mediane follow-up was 12 maanden (range 1-146). De lokale controlepercentages na zes maanden, één jaar, en twee jaar waren 97%, 91%, en 91%. Hormoongevoeligheid was niet geassocieerd met lokale controle. De overall survival percentages na zes maanden, één jaar, en twee jaar waren 71%, 36%, en 32%. Leeftijd hoger dan 70 jaar (p=0,048) en tumorvolume groter dan 30 cc (p=0,03) waren geassocieerd met slechtere overall survival. Complete of partiële pijnrespons werd gezien in 58% van de patiënten. Er waren acht gevallen (16%) van adverse radiation effects, waaronder twee (4%) wervelcompressiefracturen.

De onderzoekers concluderen dat SRS als primaire of adjuvante behandeling voor spinale metastasen van prostaatcarcinoom kan resulteren in duurzame lokale controle en verlichting van pijn met minimale toxiciteit.

1.Adida S, Taori S, Donohue JK et al. Stereotactic radiosurgery for patients with spinal metastases from prostate cancer. J Neuro-Oncol 2024-04821-0

Summary: Retrospective analysis of a prospectively maintained database of Pittsburgh University Medical Center (PA) found that radiosurgery as a primary or adjuvant treatment modality for spinal metastases from prostate cancer confers durabel local control and moderate pain relief with minimal toxicity.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associaties tussen concentraties van circulerende metabolieten van de tryptofaan-kynurenineroute en mortaliteit onder CRC-patiënten (0)
2024-09-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  Stage I-III CRC tryptophan-kynurenine pathway metabolites
Dr. Biljana GigicVeranderingen in de tryptofaan-kynurenine stofwisselingsroute zijn in verband gebracht met de etiologie van colorectaalcarcinoom (CRC), maar de prognostische relevantie van deze route in CRC-patiënten is niet duidelijk. Een gepoolde analyse van zes prospectieve studies van het multinationale FOCUS-consortium heeft associaties tussen preoperatieve concentraties van circulerende metabolieten van deze route met all-cause mortaliteit onder CRC-patiënten geïnventariseerd. Dr. Biljana Gigic (Academisch Ziekenhuis Heidelberg, Duitsland) en collega’s publiceren de analyse in het International Journal of Cancer.1


De zes studies includeerden tezamen 2102 patiënten met stadium I tot en met III CRC. De onderzoekers bepaalden preoperatieve concentraties van tryptofaan, kynurenine, kynureninezuur (KA), xanthureenzuur (XA), 3-hydroxyanthranielzuur (HAA), anthranielzuur (AA), picolinezuur (PA), en quinolinezuur (QA). Tijdens mediaan 3,2 jaar follow-up (IQR 2,2-4,9) overleden 290 patiënten (13,8%). Hogere preoperatieve concentraties van tryptofaan (per verdubbeling HR 0,56; 95%-bti 0,41-0,76), XA (0,74; 0,64-0,85), en PA (0,76; 0,64-0,92) waren geassocieerd met lager risico van all-cause mortaliteit, terwijl hogere concentraties van HK (1,80; 1,47-2,21) en QA (1,31; 1,05-0,76) geassocieerd waren met hoger risico van all-cause mortaliteit. Een hogere kynurenine:tryptofaan-ratio, een marker van cel-gemedieerde immuunactivering, was geassocieerd met verhoogd risico van overlijden (per verdubbeling HR 2,07; 95%-bti ,52-2,83).

De onderzoekers concluderen dat metabolieten van de tryptofaan-kynurenineroute prognostische markers kunnen zijn van overleving van CRC-patiënten.

1.Damerell V, Klaassen-Dekker N, Brezina S et al. Circulating tryptophan-kynurenine pathway metabolites are associated with all-cause mortality among patients with stage I-III colorectal cancer. Int J Cancer 2024.35183

Summary: Pooled analysis of six prospective trials of the multinational FOCUS consortium found that tryptophan-kynurenine pathway metabolites may be prognostic markers of survival in CRC patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cohortstudie van associatie tussen onderlinge verbondenheid van ziekenhuizen en uitkomsten van patiënten met hersenmetastasen (0)
2024-09-24 13:30   ( Nieuws )
Tags:  hospital connectedness brain metastasis outcomes
Dr. Wenya Linda BiPatiënten met hersenmetastasen krijgen interdisicplinaire en in de Verenigde Staten vaak multicenter zorg. Een cohortstudie in Massachusetts heeft de associatie tussen onderlinge verbondenheid (connectedness) van ziekenhuizen en de uitkomsten van hun patiënten met hersenmetastasen geïnventariseerd. Dr. Wenya Linda Bi (Brigham and Women’s Hospital, Boston) en collega’s publiceren de studie in JAMA Network Open.1

De studie includeerde 4679 volwassen patiënten met hersenmetastasen die in 2018 en 2019 in Massachusetts behandeld werden. De mediane leeftijd was 64 jaar (IQR 57-73) en 55% waren vrouwen. De primaire eindpunten waren overlijden in het ziekenhuis en duur van verblijf in het ziekenhuis (LOS). Connectedness werd bepaald als gewogen som van banden van een ziekenhuis met andere ziekenhuizen. De figuur laat de interhospital connections zien. Onder de geïncludeerde patiënten waren er 993 (21%) die behandeling ondergingen in twee of meer ziekenhuizen. Ziekenhuizen met hoge graad van connectedness waren veelal klein, en de helft had geen subspecialiteit neuro-oncologie. Toegenomen connectedness was significant geassocieerd met lagere inpatient mortaliteit: het laagste kwartiel van connectedness was geassocieerd met een meer dan verdubbelde mortaliteit vergeleken met het hoogste kwartiel (OR 2,34; p=0,003). Deze associatie was onafhankelijk van het patiëntvolume van het ziekenhuis. Connectedness was ook geassocieerd LOS.

De onderzoekers concluderen dat hospital-to-hospital interconnectedness significant geassocieerd was met verbeterde klinische uitkomsten van patiënten met hersenmetastasen.

1.Tong L, Patel RV, Aizer AA et al. Role of hospital connectedness in brain metastasis outcomes. JAMA Network Open 2024;7:e2435051

Summary: A cohort study in Massachusetts found that relationships between hospitals are associated with changes in patient outcomes in the interdisciplinary care of patients with brain metastases, likely owing to specialized and interdisciplinary care required in the disease management.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cardiovasculaire ziekte en beroerte na maligniteiten en behandeling in ouderen: secundaire analyse van ASPREE (0)
2024-09-24 12:00   ( Nieuws )
Tags:  ASPREE trial CVD and stroke following cancer in older adults
Dr. Suzanne OrchardDe Aspirin in Reducing Events in the Elderly (ASPREE) in Australië en de Verenigde Staten randomiseerde community-dwelling oudere personen (leeftijd 70 jaar en ouder; 65 jaar en ouder in niet-Kaukasische personen in de Verenigde Staten) tussen maart 2010 en eind 2014 1:1 naar lage-dosering aspirine (100 mg per dag) of placebo. De interventie stopte op 12 juni 2017. Een secundaire analyse van de studie onderzocht de impact van een geschiedenis van maligniteiten en behandeling daarvoor op het risico van cardiovasculaire ziekte (CVD) en beroerte. Dr. Suzanne Orchard (Monash University, Melbourne) en collega’s publiceren de studie in Cancer.1

De studie includeerde 15.454 ouderen in Australië (87%) en de Verenigde Staten (13%). Onder deze patiënten waren er 1392 (9%) met een incidente diagnose van een maligniteit. Het eindpunt van de analyse was een composiet van hospitalisatie voor hartfalen (HHF), myocardinfarct (MI), en beroerte. Voor dit eindpunt was het risico tweemaal zo hoog onder de deelnemers met een maligniteit als onder de maligniteit-vrije deelnemers (20,8 versus 10,3 gebeurtenissen per 1000 persoonsjaren (IRR 2,03; 95%-bti 1,51-2,66) met verhoogd risico van MI, HHF, overall beroerte en ischemische beroerte. Deze risicoverhoging bleef statistisch significant na correctie voor klinische risicofactoren voor CVD. Chemotherapie was geassocieerd met verhoogd CVD-risico. Gebruik van aspirine had geen effect op het CVD-risico.

De onderzoekers concluderen dat oudere patiënten met maligniteiten een verhoogd risisco van MI, HHF, en beroerte hebben.

1.Muhandiramge J, Zalcberg JR, Warner ET et al. Cardiovascular disease and stroke following cancer and cancer treatment in older adults. Cancer 2024.35503

Summary: Secondary analysis of the randomized ASPREE trial found that incidence of cardiovascular disease and stroke was increased in older adults with cancer. Aspirin did not impact CVD incidence in these patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)