Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Fase 1-2 studie van topisch paclitaxel in watervrije zalf voor cutane metastasen van mammacarcinoom (0)
2022-04-27 13:30   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer CMs topical submicron particle paclitaxel
Dr. Mario LacoutureCutane metastasen (CMs) worden gezien in 5% tot 10% van de patiënten met metastatisch mammacarcinoom. Een fase 1-2 studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center heeft veiligheid en werkzaamheid van topisch submicron particle paclitaxel (SPP) in watervrije SOR007-zalf voor cutaneous metastases of breast cancer (CMOBC) geëvalueerd. Dr. Mario Lacouture en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 23 patiënten met niet-melanoom CMs, onder wie 21 met CMOBC. Ze kregen in een 3 + 3 fase 1-design een van drie concentraties topisch SOR007 SPP (0,15%; 1,0%; en 2,0%) tweemaal daags gedurende 28 dagen, met optie van expansie gedurende nog 28 dagen met de hoogst verdragen dosering. Vier patiënten kregen SOR007 SPP 0,15% gedurende mediaan 28 dagen; drie patiënten kregen SOR007 SPP 1,0% gedurende mediaan 28 dagen; en zestien patiënten kregen SOR007 SPP 2,0% gedurende mediaan 55 dagen (range 6-60). Alle doseringen werden goed verdragen. Negentien patiënten konden worden beoordeeld voor werkzaamheid. Over alle doseringsniveaus hadden op dag 28 16% van de patiënten objectieve respons (95%-bti 3,4-39,6) en 63% stabiele ziekte (34,9-96,8). Na 28 dagen was 79% van de patiënten progressievrij. De behandeling resulteerde in enige vermindering van de lesiepijn en minimale systemische absorptie van paclitaxel.

De onderzoekers concluderen dat topisch SOR007 SPP goed verdragen werd, en resulteerde in stabilisatie van de lesies in de meeste patiënten.

1.Lacouture ME, Goldfarb SB, Markova A et al. Phase 1/2 study of topical submicron particle paclitaxel for cutaneous metastases of breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: A phase 1-2 study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) found that topical submicron particle paclitaxel was safe and resulted in stabilization of cutaneous metastases of breast cancer in most patients over the study period.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van digital remote monitoring van patiënten die orale medicatie krijgen voor metastatische maligniteiten (0)
2022-04-27 11:54   ( Nieuws )
Tags:  CAPRI trial metastatic cancer oral agents digital remote monitoring
Dr. Olivier MirIndividualisering van de zorg voor patiënten die orale medicatie krijgen voor maligniteiten zou kunnen bijdragen aan verbetering van de adherentie. De fase 3-studie CAPRI van Institut Gustave Roussy (Villejuif, Frankrijk) heeft een nurse-navigator geleid programma van digital remote monitoring voor verbetering van de orale-medicatie adherentie onder patiënten met metastatische maligniteiten geëvalueerd. Dr. Olivier Mir en collega’s publiceren de studie in Nature Medicine.1

De studie randomiseerde patiënten 1:1 naar gebruikelijke zorg met of zonder de CAPRI-interventie voor een periode van zes maanden. Patiënten in de interventiegroep konden via een smartphone-applicatie (52%) of via het web-portal (48%) rapporteren over toxiciteiten en contact opnemen met de nurse-navigator. Het systeem genereerde indien noodzakelijk ook geautomatiseerde waarschuwingen. Patiënten in de controlegroep hadden follow-up consulten met hun oncoloog in het ziekenhuis, gewoonlijk elke twee of drie maanden. Het primaire eindpunt was relative dose intensity (RDI; werkelijk afgeleverde doses als percentage van voorgeschreven doses).

De figuur toont het CONSORT-diagram van de studie. Onder de 559 evalueerbare patiënten was de RDI hoger in de interventiegroep dan in de controlegroep (93,4% versus 89,4%; p=0,04). De interventie resulteerde ook in verbetering van de Patient Assessment of Chronic Illness Care (PACIC)-score (2,94 versus 2,67; p=0.01), vermindering van de duur van verblijf in het ziekenhuis (2,82 versus 4,44 dagen; p=0,02), en verlaging van het percentage patiënten met graad 3 of hoger toxiciteiten (27,6% versus 36,9%; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat patiënt-gecentreerde zorg door remote monitoring van symptomen en behandeling kan bijdragen aan verbetering van uitkomsten en door patiënt ervaren belasting door de behandeling.

1.Mir O, Ferrua M, Fourcade A et al. Digital remote monitoring plus usual care versus usual care in patients treated with oral anticancer agents: the randomized phase 3 CAPRI trial. Nature Med 2022; epub ahead of print

Summary: The phase 3 CAPRI study at Gustave Roussy (Villejuif, France) evaluated a nurse navigator-led follow-up system with a web portal-smartphone application in patients receiving oral medications for metastatic cancer. The study showed that patient-centered care through remote monitoring of symptoms and treatment improved patient outcomes and experience.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-noninferioriteitsstudie van topisch imiquimod versus chirurgie voor vHSILs (0)
2022-04-26 15:00   ( Nieuws )
Tags:  vulvar high-grade intraepithelial lesions topical imiquimod versus surgery
Dr. Gerda TrutnovskyEr is geen duidelijkheid over het optimale management van hooggradige squameuze intra-eptiheliale lesies van de vulva (vHSILs). De standaard-behandeling is chirurgie, maar in ongeveer de helft van de patiënten treedt recidief op. Behandeling met topisch imiquimod is een alternatief. Een fase 3-noninferioriteitsstudie in zes centra in Oostenrijk heeft beide behandelingen rechtstreeks vergeleken. Dr. Gerda Trutnovsky (Medische Universiteit Graz) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

De studie includeerde volwassen vrouwen met histologisch bevestigd vHSIL, met zichtbare unifocale of multifocale lesies. Exclusiecriteria waren verdenking van invasie, geschiedenis van vulvacarcinoom, en actieve behandeling voor vHSIL in de voorafgaande drie maanden. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar topisch imiquimod (door de patiënt aangebracht, driemaal per week gedurende vier tot zes maanden) of chirurgie (excisie of ablatie). Het primaire eindpunt was complete klinische respons (CCR) na zes maanden met imiquimod of één chirurgische interventie.

De studie includeerde 110 patiënten (78% met unifocaal en 22% met multifocaal vHSIL) die werden gerandomiseerd. De klinische respons kon worden beoordeeld in 107 patiënten: 54 in de imiquimodgroep en 53 in de chirurgiegroep. CCR werd gezien in 80% van de patiënten in de imiquimodgroep versus 79% van de patiënten na één chirurgische interventie (p=0,0056 voor noninferioriteit). Er waren geen significante verschillen tussen de groepen voor de secundaire eindpunten HPV-klaring, adverse events, en tevredenheid over de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat onder vHSIL-patiënten topisch imiquimod een veilig, effectief, en goed-geaccepteerd alternatief is voor chirurgie.

1.Trutnovsky G, Reich O, Joura EA et al. Topical imiquimod versus surgery for vulvar intraepithelial neoplasia: a multicentre, randomised, phase 3, non-inferiority trial. Lancet 2022; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 3 non-inferiority study in Austria found that for women with vulvar high-grade squamous intraepithelial lesions topical imiquimod was a safe, effective, and well accepted alternative to surgery.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Clinical Frailty Scale als voorspeller van overall survival na resectie van hooggradig glioom (0)
2022-04-26 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HGG CFS
Dr. Christian FreyschlagDe Clinical Frailty Scale (CFS) is een eenvoudig te gebruiken tool voor het objectief kwantificeren van fragiliteit van individuele patiënten. Een retrospectieve cohortstudie van de Medische Universiteit van Innsbruck (Oostenrijk) heeft de prognostische relevantie van de CFS na resectie van hooggradig glioom (HGG) geïnventariseerd. Dr. Christian Freyschlag en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 289 HGG-patiënten die tussen begin 2015 en eind 2020 in het ziekenhuis van de universiteit een eerste resectie ondergingen. Zowel voorafgaand aan als drie tot zes maanden na de resectie werd de CSF-score bepaald. De mediane CFS-score was zowel voor als na de resectie 3 (IQR 2-4). De preoperatieve en postoperatieve CSF-score waren sterk gecorreleerd met de Karnofsky Performance Scale (KPS)-score (r = -0,85; p<0,001 respectievelijk r= -0,90; p<0,001). De afname van overall survival was 54% per punt toename van de preoperatieve CSF-score (HR 1,54; p<0,001) en 58% per punt toename van de postoperatieve CSF-score (HR 1,58; p<0,001). Vergelijking van patiënten met postoperatieve CSF-score 1 tot en met 4 versus patiënten met CSF-score 5 tot en met 9 liet een sterk verschil in overleving zien.

De onderzoekers concluderen dat CSF-score een betrouwbare voorspeller was vooroverleving na resectie van HGG.

1.Klingenschmid J, Krigers A, Pinggera D et al. The Clinical Frailty Scale as predictor of overall survival after resection of high-grade glioma. J Neuro-Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in Austria found that the Clinical Frailty Scale was a reliable tool for functional assessment of high-grade glioma patients, and was predictive for overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van circulerend oestradiolniveau met overleving van patiënten met mammacarcinoom (0)
2022-04-26 12:00   ( Nieuws )
Tags:  circulating estradiol level survival in breast cancer patients
Hoge niveaus van circulerend oestradiol (E2) zijn geassocieerd met verhoogd risico van mammacarcinoom (BC), maar de associatie van E2-niveau met overleving na een BC-diagnose is niet duidelijk. Een prospectieve cohortstudie van de Medische Universiteit van Tianjin (China) heeft de associatie tussen E2-niveau en progressievrije overleving en overall survival van BC-patiënten geïnventariseerd. Prof. Kexin Chen en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 8766 patiënten met een BC-diagnose tussen begin 2005 en eind 2017. Tijdens de follow-up tot eind 2017 overleden 612 patiënten en werd progressie gezien in 982. Vergeleken met vrouwen in het derde kwartiel van E2 hadden premenopauzale vrouwen in het hoogste kwartiel een verlaagd risico van progressie (p=0,008) en postmenopauzale vrouwen in het hoogste kwartiel een verlaagd risico van overlijden (p=0,023). OS en PFS vertoonden in de groep premenopauzale vrouwen een L-vormige respectievelijk U-vormige relatie met E2-niveaus; in de groep postmenopauzale vrouwen was er een lineaire relatie. In premenopauzale patiënten met ER-negatieve ziekte was de relatie van E2 met OS en PFS U-vormig.

De onderzoekers concluderen dat de relatie tussen E2 en prognose verschillend is tussen pre- en postmenopauzale patiënten.

1.Li J, Li C, Feng Z et al. Effect of estradiol as a continuous variable on breast cancer survival by menopausal status: a cohort study in China. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: A prospective cohort study at Tianjin Medical University (China) investigated the association of circulating estradiol (E2) level as a continuous variable with survival of breast cancer patients. Compared to wome in quartile 3, the highest quartile of E2 was associated with reduced risk of both PFS in premenopausal patients and OS in postmenopausal patients. OS and PFS in premenopausal women exhibited a nonlinear relation with E2 levels (L-shaped for OS and U-shaped for PFS).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie tussen echocardiografisch gedefinieerd pulmonaire hypertensie en prognose in NDMM (0)
2022-04-25 15:00   ( Nieuws )
Tags:  newly diagnosed multiple myeloma PH
Pulmonaire hypertensie (PH) is een veel-voorkomende comorbiditeit van multipel myeloom. Een retrospectieve cohortstudie van Capital Medical University (Beijing, China) heeft de prognostische betekenis van baseline PH in nieuw-gediagnostiseerd multipel myeloom (NDMM) geïnventariseerd. Prof. Wenming Chen en collega’s publiceren de studie in Cancer Medicine.1

De studie includeerde 426 patiënten die in het Beijing Chaoyang Ziekenhuis tussen begin 2014 en eind 2020 een nieuwe diagnose MM kregen. Echocardiografisch gedefinieerde PH werd vastgesteld in 54 patiënten (12,7%). PH was geassocieerd met hogere leeftijd, anemie, nierinsufficiëntie, diastolische dysfunctie, en hogere BNP en NT-pro-BNP niveaus. Patiënten met PH hadden hogere prevalentie van atriumfibrilleren dan patiënten zonder PH, maar hadden een vergelijkbare incidentie van trombose. Bij gelijke behandelregimes en percentages autologe stamceltransplantatie hadden patiënten zonder PH diepere responsen dan patiënten met PH (p=0,002). Met remissie van MM was PH reversibel in 81,5% van de patiënten, gelijktijdig met verbetering van rechterventrikeldysfunctie en normalisering van de BNP/NT-pro-BNP niveaus. PH was een ongunstige prognostische factor, zowel voor progressievrije overleving (wel versus geen baseline PH mediaan 21 versus 50 maanden; p<0,001) als voor overall survival (45 versus 90 maanden; p=0,014).

De onderzoekers concluderen dat baseline echocardiografisch gedefinieerde PH een ongunstige prognostische factor was in NDMM. PH dient routinematig te worden geëvalueerd in patiënten met een MM-diagnose.

1.Jian Y, Zhou H, Wang Y et al. Echocardiography-defined pulmonary hypertension is an adverse prognostic factor for newly diagnosed multiple myeloma patients. Cancer Medicine 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Capital Medical University (Beijing, China) found that baseline echocardiograpy-defined pulmonary hypertension in newly diagnosed multiple myeloma was prevalent (12.7%) and was an adverse prognostic factor for PFS and OS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Kenmerken van vrouwen met korte overleving na diagnose metastatisch mammacarcinoom (0)
2022-04-25 13:30   ( Nieuws )
Tags:  MBC survival less than 90 days
Caroline BomanDe overleving van patiënten met metastatisch mammacarcinoom (MBC) is de laatste decennia nauwelijks verbeterd. Een retrospectieve bevolkings-gebaseerde studie in de regio Stockholm-Gotland (Zweden) heeft kenmerken geïnventariseerd van vrouwen met een korte (korter dan negentig dagen) overleving na een MBC-diagnose. PhD-student Caroline Boman (Karolinska Instituut, Stockholm) en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

Tussen begin 2005 en eind 2016 werden in de regio 3124 vrouwen met een MBC-diagnose geregistreerd, van wie 498 (16,2%) binnen negentig dagen na de diagnose overleden. Bijna de helft van deze patiënten (n=233) kreeg geen antitumor-behandeling. Patiënten met korte overleving, vergeleken met patienten met langere overleving, waren ouder (p<0,001), hadden hogere primaire tumorgraad (p<0,001), hadden hogere klinisch stadium bij primaire diagnose (p=0,002), hadden vaker ER-negatieve ziekte (p<0,001), hadden meer frequent viscerale metastasen (p<0,001), en kregen minder adjuvante chemotherapie (p<0,001). Onafhankelijke voorspellers van korte overleving in multivariate analyse waren hogere leeftijd, kalenderperiode van diagnose, metastaselocatie, adjuvante chemotherapie, en graad van primaire tumor.

De onderzoekers concluderen dat bijna één op elke zes patiënten korter dan drie maanden overleefde na een MBC-diagnose.

1.Boman C, Kessler LE, Bergh J et al. Women with short survival after diagnosis of metastatic breast cancer: a population-based registry study. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective population-based study in Sweden aimed to quantify and characterize women with short survival after MBC diagnosis. The study found that nearly one out of six patients with MBC survived less than 3 months after diagnosis. In multivariable analysis older age, calendar period of diagnosis, metastasis site, adjuvant chemotherapy, and primary tumor grade were independent predictors of short survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

ET-adherentie na lumpectomie zonder radiotherapie in oudere vrouwen: impact op locoregionaal recidief (0)
2022-04-25 12:00   ( Nieuws )
Tags:  lumpectomy without RT in elderly women impact of ET adherence
Dr. Monica MorrowDe NCCN-richtlijnen bevelen achterwege laten van radiotherapie (RT) aan na lumpectomie voor vroeg-stadium mammacarcinoom in vrouwen ouder dan 69 jaar met ER-positieve, cN0, T1 tumoren mits deze patiënten endocriene therapie (ET) krijgen. De impact van slechte ET-adherentie op het risico van locoregionaal recidief (LRR) in deze vrouwen is niet duidelijk. Een studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft deze impact geïnventariseerd. Dr. Monica Morrow en collega’s publiceren de studie in Annals of Surgical Oncology.1

De studie includeerde 968 vrouwen (27 met bilaterale ziekte) die in de leeftijd van 70 jaar of ouder tussen begin 2004 en eind 2019 lumpectomie zonder RT ondergingen voor pT1-2 ER-positief mammacarcinoom. Informatie over ET-adherentie werd verkregen uit de patiëntendossiers. ET-adherentie werd berekend als duur van behandeling over vijf jaar follow-up, gedefinieerd als hoog (tenminste 80% van de geplande doses), laag (minder dan 80%), of geen ET. Hoge adherentie werd vastgesteld voor 676 vrouwen (70%), lage adherentie voor 162 (17%), en geen ET voor 130 (13%).

Lagere leeftijd en gebruik van aromataseremmer waren geassocieerd met hoge adherentie. In multivariate analyse waren tumorgrootte (HR 1,67; p=0,04) en hoge adherentie (HR 0,13; p<0,001) significant geassocieerd met LRR. Met mediaan 53 maanden follow-up was het LRR-percentage 3,1% (95%-bti 2,4-3,9) in de groep vrouwen met hoge adherentie; 14,7% (11,7-17,7) in de groep vrouwen met lage adherentie; en 17,9% (13,9-21,8) in de groep vrouwen zonder ET (p<0,01).

De onderzoekers concluderen dat ET-adherentie overall hoog was, maar dat in de 30% van de vrouwen met lage adherentie of zonder gebruik van ET de LRR significant hoger was.

1.Matar R, Sevilimedu V, Gemignani ML, Morrow M. Impact of endocrine therapy adherence on outcomes in elderly women with early-stage breast cancer undergoing lumpectomy without radiotherapy. Ann Surg Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A cohort study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) found that among women aged ≥ 70 years undergoing lumpectomy without radiotherapy for early-stage ER-positive,cN0, T1 breast cancer, adherence to endocrine therapy was high (70%), but in the 30% of women with low adherence or no ET the locoregional recurrence rates were significantly increased.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)