Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Gerandomiseerde fase 2-studie van SBRT plus nivolumab met of zonder ipilimumab voor refractair metastatisch pancreascarcinoom (0)
2022-04-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  CheckPAC trial mPC SBRT plus nivolumab with or without ipilimumab
Prof. Dorte NielsenIntroductie van immuuncheckpointremmers (ICIs) heeft geresulteerd in verbetering van uitkomsten van patiënten met veel typen solide tumoren, maar de werkzaamheid van ICIs voor metastatisch pancreascarcinoom (mPC) is nog niet duidelijk. De gerandomiseerde fase 2-studie CheckPAC van de Universiteit van Kopenhagen heeft de combinatie van stereotactische radiotherapie (SBRT) plus nivolumab met of zonder ipilimumab voor refractair mPC geëvalueerd. Prof. Dorte Nielsen en collega’s publiceren de studie in het Journal of Clinical Oncology.1

CheckPAC includeerde patiënten met refractair mPC, die 1:1 werden gerandomiseerd naar 15 Gy SBRT plus nivolumab (n=41) of SBRT plus nivolumab en ipilimumab (n=43). Het primaire eindpunt van de studie was percentage patiënten met klinisch profijt (CBR; complete of partiële respons of stabiele ziekte). De CBR was 17,1% (95%-bti 8,0-30,6) met SBRT-nivolumab en 37,2% (24,0-52,1) met SBRT-nivolumab-ipilimumab. In de SBRT-nivolumab groep was er één patiënt met partiële respons die 4,6 maanden aanhield. In de SBRT-nivolumab-ipilimumabgroep waren zes patiënten met partiële respons gedurende mediaan 5,4 maanden (range 4,2 tot niet bereikt). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gezien in 10 patiënten in de SBRT-nivolumabgroep (24,4%) en 13 patiënten in de SBRT-nivolumab-ipilimumabgroep (30,2%). Expressie van PD-L1 (in termen van TPS of CPS) was niet geassocieerd met klinisch profijt. Afname van niveaus van IL-6, IL-8, en CRP tijdens de behandelingen waren geassocieerd met langere overall survival.

De onderzoekers concluderen dat de combinatie van SBRT plus ipilimumab en ipilimumab klinisch relevante antitumor-activiteit had onder patiënten met anderszins refractair mPC. De studie maakt niet duidelijk wat de afzonderlijke bijdrage van SBRT was.

1.Chen IM, Johansen JS, Theile S et al. Randomized phase II study of nivolumab with or without ipilimumab combined with stereotactic body radiotherapy for refractory metastatic pancreatic cancer (CheckPAC). J Clin Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The phase 2 CheckPAC trial at the University of Copenhagen (Denmark) found clinically meaningful antitumor activity of the combination SBRT-nivolumab-ipilimumab among patients with otherwise refractory metastatic pancreatic cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Mortaliteit in het ziekenhuis na chirurgie voor colorectaalcarcinoom in geriatrische patiënten in Duitsland (0)
2022-04-28 13:30   ( Nieuws )
Tags:  surgery for CRC in geriatric patients in-hospital mortality failure to rescue rates
Prof. Armin WiegeringDe incidentie van colorectaalcarcinoom (CRC) neemt toe met de leeftijd van de patiënten. Gelet op de wereldwijde toename van de levensverwachting in de afgelopen decennia valt te verwachten dat het aantal geriatrische CRC-patiënten de komende jaren toe zal nemen. Een Duitsland-brede studie heeft de mortaliteit in het ziekenhuis na chirurgie voor CRC in patiënten in de leeftijd van 80 jaar en ouder geïnventariseerd. Prof. Armin Wiegering (Universitätsklinikum Würzburg) en collega’s publiceren de studie in Cancer Medicine.1

In een nationale database identificeerden de onderzoekers 330.043 patiënten die tussen begin 2012 en eind 2018 chirurgie voor CRC ondergingen. Na exclusie van patiënten met ontbrekende gegevens bleven 328.290 patiënten over die in de analyse werden opgenomen. De mediane leeftijd was 72 jaar. Ruwweg 20% was jonger dan zestig jaar, 60% was in de leeftijd van zestig tot tachtig jaar, en 20% (n=77.287) was tachtig jaar of ouder. Met toenemende leeftijd was er een significante relatieve toename van rechter-hemicolectomie. De oudere patiënten hadden meer comorbiditeiten en hogere fragiliteit.

Onder alle patiënten was de in-hospital mortaliteit 4,9%. Er was een significante toename van deze mortaliteit met toename van de leeftijd, tot 10,6% onder de tachtig-plussers (in multivariate analyse tachtig-plussers versus zestig-minners OR 4,86; p<0,001). De oudere patiënten hadden ook significant hogere incidentie van postoperatieve complicaties en failure to rescue na complicaties. Surgical site infection en anastomotisch lekken waren niet meer frequent onder de oudere patiënten.

De onderzoekers concluderen dat na chirurgie voor CRC geriatrische patiënten hogere in-hospital mortaliteit hadden dan jonger patiënten, ten dele te verklaren door hogere fragiliteit en hoger percentages van falen van rescue na complicaties.

1.Diers J, Baum P, Lehmann K et al. Disproportionately high failure to rescue rates after resection for colorectal cancer in the geriatric patient population – a nationwide study. Cancer Med 2022; epub ahead of print

Summary: A nationwide study in Germany found that after colorectal cancer surgery geriatric patients have higher mortality than younger patients. This may be partly due to higher frailty and disproportionately higher rates of failure to rescue from postoperative complications.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Risico van invasief cutaan squameus celcarcinoom na verschillende behandelingen voor actinische keratose (0)
2022-04-28 12:00   ( Nieuws )
Tags:  AK treatments invasive cSCC risk
Dr. Shima AhmadyBehandeling van actinische keratose (AK) is gericht op preventie van de ontwikkeling van cutaan squameus celcarcinoom (cSCC). Het is echter niet duidelijk in hoeverre behandeling van AK de ontwikkeling van cSCC tegengaat. Secundaire analyse van een gerandomiseerde studie in vier Nederlandse ziekenhuizen heeft het risico van cSCC na verschillende behandelingen van AK geïnventariseerd. Dr. Shima Ahmady (Maastricht UMC) en collega’s publiceren de studie in JAMA Dermatology.1

De analyse includeerde 624 patiënten (89,4% mannen; mediane leeftijd 73 jaar; range 48-94) met tenminste 5 AKs in een oppervlak van 25 tot 100 cm2 op het hoofd. Ze werden gerandomiseerd naar behandeling met 5% fluorouracil, 5% imiquimod crème, methylaminolevulinaat fotodynamische therapie, of 0,015% ingenolmebutaat gel. Het primaire eindpunt van de analyse was invasief cSCC in het target area tijdens de follow-up. Dit werd gezien in 26 patiënten. Het vier-jaars risico van cSCC was 3,7% (95%-bti 2,4-5,7), uiteenlopend van 2,2% (0,7-6,6) na behandeling met fluorouracil tot 5,8% (2,9-11,3) na behandeling met imiquimod. Onder patiënten met ernstige AK (Olsen graad III) was het cSCC-risico 20,9% (95%-bti 10,8-38,1), en het risico was vooral hoog (33,5%; 18,2-56,3) onder patiënten die additionele behandeling kregen voor ernstige AK.

De onderzoekers concluderen dat onder AK-patiënten het risico van invasief cSCC het hoogst was in patiënten met Olsen graad III AK die additionele behandeling kregen.

1.Ahmady S, Jansen MHE, Nelemans PJ et al. Risk of invasive cutaneous squamous cell carcinoma after different treatments for actinic keratosis. A secondary analysis of a randomized clinical trial. JAMA Dermatol 2022.1034

Summary: Secondary analysis of a randomized clinical trial in The Netherlands evaluated the risk of development of invasive cutaneous squamous cell carcinoma after various treatments for actinic keratosis. The risk was highest in patients with Olsen grade III actinic keratosis, and was substantially increased in patients who received additional treatment.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Identificatie van biomarkers van longcarcinoom in uitgeademde lucht door perioperatief testen (0)
2022-04-27 15:00   ( Nieuws )
Tags:  lung cancer breath biomarkers
Dr. Mantang QiuHet is denkbaar dat het mogelijk is patiënten met longcarcinoom te identificeren door het bepalen van biomarkers in uitgeademde lucht (breathomics testing, BT). BT-studies hebben tot op heden echter heterogene resultaten opgeleverd, onder meer vanwege verschillen in testopzetten en analysemethoden. Een prospectieve studie in het Volksziekenhuis van Peking Universiteit (Beijing, China) heeft gezocht naar biomarkers voor longcarcinoom door perioperatieve BT. Dr. Mantang Qiu en collega’s publiceren de studie in eClinicalMedicine.1

De studie werd uitgevoerd in een ontdekkingsfase en een validatiefase. De ontdekkingsfase includeerde 84 patiënten met longcarcinoom, die voorafgaand aan de chirurgie en vier weken na de chirurgie BT ondergingen. Massaspectrometrische analyses lieten significante verschillen zien tussen preoperatieve en postoperatieve BT in gehalten van 28 vluchtige organische verbindingen (VOCs), waaronder aldehyden, koolwaterstoffen, ketonen, carboxylzuren, en furaan. In de validatiefase werd een panel van 16 van deze VOCs getest op bruikbaarheid voor het stellen van de diagnose longcarcinoom. De fase includeerde 157 patiënten en 368 gezonde vrijwilligers. Na correctie voor leeftijd, geslacht, roken, en comorbiditeiten hadden de patiënten verhoogde piekintensiteit van de 16 VOCs in de uitgeademde lucht. Het diagnostische model had een AUC van 0,952; senstiviteit 89,2%; specificiteit 89,1%; en accuratesse 89,1%.

De onderzoekers concluderen dat perioperatieve dynamische BT een effectieve benadering is voor het identificeren van biomarkers van longcarcinoom in uitgeademde lucht.

1.Wang P, Huang Q, Meng S et al. Identification of lung cancer breath biomarkers based on perioperatieve breathomics testing: a prospective observational study. eClinMed 2022; epub ahead of print

Summary: A study at Peking University People’s Hospital (Beijing, China) compared breathomics of lung cancer patients before versus 4 weeks after surgery. There were significant differences for 28 volatile organic compounds (VOCs). The validation phase tested a panel of 16 of these VOCs for discrimination between lung cancer patients and healthy individuals. The diagnostic model had an AUC of 0.952, sensitivity of 89.2%, specificity of 89.1%, and accuracy of 89.1%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 1-2 studie van topisch paclitaxel in watervrije zalf voor cutane metastasen van mammacarcinoom (0)
2022-04-27 13:30   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer CMs topical submicron particle paclitaxel
Dr. Mario LacoutureCutane metastasen (CMs) worden gezien in 5% tot 10% van de patiënten met metastatisch mammacarcinoom. Een fase 1-2 studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center heeft veiligheid en werkzaamheid van topisch submicron particle paclitaxel (SPP) in watervrije SOR007-zalf voor cutaneous metastases of breast cancer (CMOBC) geëvalueerd. Dr. Mario Lacouture en collega’s publiceren de studie in Breast Cancer Research and Treatment.1

De studie includeerde 23 patiënten met niet-melanoom CMs, onder wie 21 met CMOBC. Ze kregen in een 3 + 3 fase 1-design een van drie concentraties topisch SOR007 SPP (0,15%; 1,0%; en 2,0%) tweemaal daags gedurende 28 dagen, met optie van expansie gedurende nog 28 dagen met de hoogst verdragen dosering. Vier patiënten kregen SOR007 SPP 0,15% gedurende mediaan 28 dagen; drie patiënten kregen SOR007 SPP 1,0% gedurende mediaan 28 dagen; en zestien patiënten kregen SOR007 SPP 2,0% gedurende mediaan 55 dagen (range 6-60). Alle doseringen werden goed verdragen. Negentien patiënten konden worden beoordeeld voor werkzaamheid. Over alle doseringsniveaus hadden op dag 28 16% van de patiënten objectieve respons (95%-bti 3,4-39,6) en 63% stabiele ziekte (34,9-96,8). Na 28 dagen was 79% van de patiënten progressievrij. De behandeling resulteerde in enige vermindering van de lesiepijn en minimale systemische absorptie van paclitaxel.

De onderzoekers concluderen dat topisch SOR007 SPP goed verdragen werd, en resulteerde in stabilisatie van de lesies in de meeste patiënten.

1.Lacouture ME, Goldfarb SB, Markova A et al. Phase 1/2 study of topical submicron particle paclitaxel for cutaneous metastases of breast cancer. Breast Cancer Res Treat 2022; epub ahead of print

Summary: A phase 1-2 study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York, NY) found that topical submicron particle paclitaxel was safe and resulted in stabilization of cutaneous metastases of breast cancer in most patients over the study period.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Fase 3-studie van digital remote monitoring van patiënten die orale medicatie krijgen voor metastatische maligniteiten (0)
2022-04-27 11:54   ( Nieuws )
Tags:  CAPRI trial metastatic cancer oral agents digital remote monitoring
Dr. Olivier MirIndividualisering van de zorg voor patiënten die orale medicatie krijgen voor maligniteiten zou kunnen bijdragen aan verbetering van de adherentie. De fase 3-studie CAPRI van Institut Gustave Roussy (Villejuif, Frankrijk) heeft een nurse-navigator geleid programma van digital remote monitoring voor verbetering van de orale-medicatie adherentie onder patiënten met metastatische maligniteiten geëvalueerd. Dr. Olivier Mir en collega’s publiceren de studie in Nature Medicine.1

De studie randomiseerde patiënten 1:1 naar gebruikelijke zorg met of zonder de CAPRI-interventie voor een periode van zes maanden. Patiënten in de interventiegroep konden via een smartphone-applicatie (52%) of via het web-portal (48%) rapporteren over toxiciteiten en contact opnemen met de nurse-navigator. Het systeem genereerde indien noodzakelijk ook geautomatiseerde waarschuwingen. Patiënten in de controlegroep hadden follow-up consulten met hun oncoloog in het ziekenhuis, gewoonlijk elke twee of drie maanden. Het primaire eindpunt was relative dose intensity (RDI; werkelijk afgeleverde doses als percentage van voorgeschreven doses).

De figuur toont het CONSORT-diagram van de studie. Onder de 559 evalueerbare patiënten was de RDI hoger in de interventiegroep dan in de controlegroep (93,4% versus 89,4%; p=0,04). De interventie resulteerde ook in verbetering van de Patient Assessment of Chronic Illness Care (PACIC)-score (2,94 versus 2,67; p=0.01), vermindering van de duur van verblijf in het ziekenhuis (2,82 versus 4,44 dagen; p=0,02), en verlaging van het percentage patiënten met graad 3 of hoger toxiciteiten (27,6% versus 36,9%; p=0,02).

De onderzoekers concluderen dat patiënt-gecentreerde zorg door remote monitoring van symptomen en behandeling kan bijdragen aan verbetering van uitkomsten en door patiënt ervaren belasting door de behandeling.

1.Mir O, Ferrua M, Fourcade A et al. Digital remote monitoring plus usual care versus usual care in patients treated with oral anticancer agents: the randomized phase 3 CAPRI trial. Nature Med 2022; epub ahead of print

Summary: The phase 3 CAPRI study at Gustave Roussy (Villejuif, France) evaluated a nurse navigator-led follow-up system with a web portal-smartphone application in patients receiving oral medications for metastatic cancer. The study showed that patient-centered care through remote monitoring of symptoms and treatment improved patient outcomes and experience.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 3-noninferioriteitsstudie van topisch imiquimod versus chirurgie voor vHSILs (0)
2022-04-26 15:00   ( Nieuws )
Tags:  vulvar high-grade intraepithelial lesions topical imiquimod versus surgery
Dr. Gerda TrutnovskyEr is geen duidelijkheid over het optimale management van hooggradige squameuze intra-eptiheliale lesies van de vulva (vHSILs). De standaard-behandeling is chirurgie, maar in ongeveer de helft van de patiënten treedt recidief op. Behandeling met topisch imiquimod is een alternatief. Een fase 3-noninferioriteitsstudie in zes centra in Oostenrijk heeft beide behandelingen rechtstreeks vergeleken. Dr. Gerda Trutnovsky (Medische Universiteit Graz) en collega’s publiceren de studie in The Lancet.1

De studie includeerde volwassen vrouwen met histologisch bevestigd vHSIL, met zichtbare unifocale of multifocale lesies. Exclusiecriteria waren verdenking van invasie, geschiedenis van vulvacarcinoom, en actieve behandeling voor vHSIL in de voorafgaande drie maanden. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar topisch imiquimod (door de patiënt aangebracht, driemaal per week gedurende vier tot zes maanden) of chirurgie (excisie of ablatie). Het primaire eindpunt was complete klinische respons (CCR) na zes maanden met imiquimod of één chirurgische interventie.

De studie includeerde 110 patiënten (78% met unifocaal en 22% met multifocaal vHSIL) die werden gerandomiseerd. De klinische respons kon worden beoordeeld in 107 patiënten: 54 in de imiquimodgroep en 53 in de chirurgiegroep. CCR werd gezien in 80% van de patiënten in de imiquimodgroep versus 79% van de patiënten na één chirurgische interventie (p=0,0056 voor noninferioriteit). Er waren geen significante verschillen tussen de groepen voor de secundaire eindpunten HPV-klaring, adverse events, en tevredenheid over de behandeling.

De onderzoekers concluderen dat onder vHSIL-patiënten topisch imiquimod een veilig, effectief, en goed-geaccepteerd alternatief is voor chirurgie.

1.Trutnovsky G, Reich O, Joura EA et al. Topical imiquimod versus surgery for vulvar intraepithelial neoplasia: a multicentre, randomised, phase 3, non-inferiority trial. Lancet 2022; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 3 non-inferiority study in Austria found that for women with vulvar high-grade squamous intraepithelial lesions topical imiquimod was a safe, effective, and well accepted alternative to surgery.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Clinical Frailty Scale als voorspeller van overall survival na resectie van hooggradig glioom (0)
2022-04-26 13:30   ( Nieuws )
Tags:  HGG CFS
Dr. Christian FreyschlagDe Clinical Frailty Scale (CFS) is een eenvoudig te gebruiken tool voor het objectief kwantificeren van fragiliteit van individuele patiënten. Een retrospectieve cohortstudie van de Medische Universiteit van Innsbruck (Oostenrijk) heeft de prognostische relevantie van de CFS na resectie van hooggradig glioom (HGG) geïnventariseerd. Dr. Christian Freyschlag en collega’s publiceren de studie in het Journal of Neuro-Oncology.1

De studie includeerde 289 HGG-patiënten die tussen begin 2015 en eind 2020 in het ziekenhuis van de universiteit een eerste resectie ondergingen. Zowel voorafgaand aan als drie tot zes maanden na de resectie werd de CSF-score bepaald. De mediane CFS-score was zowel voor als na de resectie 3 (IQR 2-4). De preoperatieve en postoperatieve CSF-score waren sterk gecorreleerd met de Karnofsky Performance Scale (KPS)-score (r = -0,85; p<0,001 respectievelijk r= -0,90; p<0,001). De afname van overall survival was 54% per punt toename van de preoperatieve CSF-score (HR 1,54; p<0,001) en 58% per punt toename van de postoperatieve CSF-score (HR 1,58; p<0,001). Vergelijking van patiënten met postoperatieve CSF-score 1 tot en met 4 versus patiënten met CSF-score 5 tot en met 9 liet een sterk verschil in overleving zien.

De onderzoekers concluderen dat CSF-score een betrouwbare voorspeller was vooroverleving na resectie van HGG.

1.Klingenschmid J, Krigers A, Pinggera D et al. The Clinical Frailty Scale as predictor of overall survival after resection of high-grade glioma. J Neuro-Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in Austria found that the Clinical Frailty Scale was a reliable tool for functional assessment of high-grade glioma patients, and was predictive for overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)