Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Lorlatinib voor NSCLC met ALK- of ROS-1 rearrangement na falen van eerdere TKIs: studie in Korea (0)
2019-01-02 14:00   ( Nieuws )
Tags:  NSCLC with ALK or ROS1-rearrangement lorlatinib
Prof. Myung-Ju AhnPatiënten met NSCLC met ALK- of ROS1-rearrangement ontwikkelen na respons op eerst- of tweede-generatie TKIs zonder uitzondering resistentie. In een fase 1-studie is werkzaamheid gezien van de derde-generatie TKI lorlatinib voor eerder-behandeld NSCLC met deze veranderingen. Prof. Myung-Ju Ahn (Samsung Medisch Centrum, Seoel) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van lorlatinib voor gevorderd NSCLC met ALK- of ROS1-rearrangement na falen van eerdere TKI-behandeling in patiënten in Korea. Ze publiceren de studie online in Clinical Lung Cancer.1

De studie includeerde twaalf patiënten, met mediane leeftijd 55 jaar (range 36-77) Tien patiënten hadden gevorderd NSCLC met ALK-rearrangement en twee hadden gevorderd NSCLC met ROS1-rearrangement. Alle patiënten waren eerder behandeld met eerste- of tweede-generatie TKI. Behandeling met lorlatinib resulteerde in overall response rate 64% en disease control rate 91%. Onder de drie ALK-positieve patiënten met intracraniële lesies had één complete respons en twee partiële respons, resulterend in intracraniële ORR 100%. De mediane progressievrije overleving was 6,5 maanden (range 1,0-16,5). De meest-voorkomende adverse event was hypercholesterolemie (83%). Er waren geen doseringsreducties of discontinueringen wegens AEs.

De onderzoekers dat lorlatinib een werkzame en veilige optie is voor Aziatische patiënten met ALK- of ROS1-positief gevorderd NSCLC na falen van eerste- of tweede-generatie TKI.

1.Lee J, Sun J-M, Lee S-H et al. Efficacy and safety of lorlatinib in Korean non-small-cell lung cancer patients with ALK or ROS-1 rearrangement who failed previous tyrosine kinase inhibitor. Clin Lung Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: A study in South Korea found an overall response rate of 64% and a disease control rate of 91% in patients receiving lorlatinib for NSCLC with ALK or ROS1 rearrangement after failure of first- or second-generation TKIs.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Inductiechemotherapie gevolgd door lokale therapie voor niet-eerder behandeld lokaal-gevorderd HNSCC (0)
2019-01-02 13:00   ( Nieuws )
Tags:  LA-HNSCC induction chemotherapy
Prof. Vassiliki PapadimitrakopoulouEr is geen consensus over een mogelijk overlevingsvoordeel van inductiechemotherapie voorafgaand aan lokale therapie voor niet-eerder behandeld lokaal-gevorderd squameus celcarcinoom van hoofd en hals (LA-HNSCC). Prof. Vassiliki Papadimitrakopoulou (MD Anderson Cancer Center, Houston) en collega’s hebben een gerandomiseerde fase 2-studie uitgevoerd van twee inductie-chemotherapieregimes gevolgd door lokale therapie voor LA-HNSCC. Ze publiceren de studie online in Annals of Oncology.1

De studie includeerde 136 volwassen patiënten met niet-eerder behandeld stadium IV SCC van orofarynx, mondholte, nasofarynx, hypofarynx, of larynx. Ze werden gerandomiseerd naar inductiechemotherapie met paclitaxel/carboplatine/cetuximab (PCC; n=68) of docetaxel/cisplatine/5-FU/cetuximab (C-TPF; n=68); en ondergingen vervolgens lokale therapie. De randomisatie geschiedde gestratificeerd naar HPV-status en T-stadium in een laag-risicogroep (HPV-positief en T0-3 of HPV-negatief en T0-2) en een intermediair/hoog-risicogroep (HPV-positief en T4 of HPV-negatief en T3-4). Het primaire eindpunt van de studie was twee-jaars progressievrije overleving, vergeleken met historische controle zonder inductiechemotherapie (RTOG-0129 studie).

De mediane follow-up was 3,2 jaar. De twee-jaars PFS in de PCC-arm was 89% overall, 96% in de laag-risicogroep, en 67% in de intermediair/hoog-risicogroep. In de C-TPF arm was de twee-jaars PFS 88% overall, 88% in de laag-risicogroep, en 89% in de intermediair/hoog-risicogroep. Vergelijking met resultaten van RTOG-0129 wees uit dat de twee-jaars PFS ongeveer 20% beter was met PCC in de laag-risicogroep en eveneens ongeveer 20% beter was met C-TPF in de intermediair/hoog-risicogroep. De studie bereikte daarmee het primaire eindpunt.

De onderzoekers concluderen dat inductiechemotherapie (vergeleken met geen inductietherapie) voorafgaand aan lokale therapie resulteerde in betere twee-jaars PFS.

1.Haddad RI, Massarelli E, Lee JJ et al. Weekly paclitaxel, carboplatin, cetuximab, and cetuximab, docetaxel, cisplatin, and fluorouracil, followed by local therapy in previously untreated, locally advanced head and neck squamous cell carcinoma. Ann Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study randomized patients with locally advanced HNSCC to two induction chemotherapy regimes (paclitaxel/carboplatin/cetuximab or docetaxel/cisplatin/5-FU/cetuximab) followed by local therapy. The study found a 20% improvement of two-year PFS compared to historical control without induction therapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Voorspellers van nodaal en metastatisch falen van SBRT voor vroeg-stadium NSCLC (0)
2019-01-01 15:58   ( Nieuws )
Tags:  ES-NSCLC SBRT treatment failure
Dr. Tim LautenschlaegerVeel patiënten die SBRT krijgen voor vroeg-stadium niet-kleincellig longcarcinoom (ES-NSCLC) ontwikkelen na verloop van tijd metastasen, hetgeen geassocieerd is met slechte uitkomsten. Dr. Tim Lautenschlaeger (Indiana University, Indianapolis) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van factoren die metastasering na SBRT voor ES-NSCLC kunnen voorspellen. Ze publiceren de studie online in Clinical Lung Cancer.1

De studie includeerde 363 patiënten die SBRT kregen voor ES-NSCLC (tezamen 406 lesies). De mediane follow-up was 5,8 jaar. Tijdens de follow-up werd nodaal en/of afstandsfalen gezien voor 111 lesies (27,3%). Factoren die significant geassocieerd waren met falen van de behandeling waren gross tumor volume (GTV; HR 1,02 per ml; p<0,001) en SBRT-dosering (HR 0,99 per Gy; p<0,05). Histologie, T-stadium, centraliteit, longparenchym-falen, en eerdere NSCLC waren niet geassocieerd met ontwikkeling van metastasen. De onderzoekers construeerden een metastaserisico-scoremodel (0,01611 x GTV) – (0,00525 x dosering [BED10]). Twee afsnijpunten in deze risicoscore verdeelden het cohort in drie risicogroepen, met drie-jaars metastasevrije overleving van 81,1% in de laag-risicogroep; 63,8% in de intermediair-risicogroep; en 38% in de hoog-risicogroep.

De onderzoekers concluderen dat GTV en SBRT-dosering geassocieerd waren met tijd tot metastase.

1.Cerra-Franco A, Liu S, Azar M et al. Predictors of nodal and metastatic failure in early stage non-small cell lung cancer after stereotactic body radiation therapy. Clin Lung Cancer 2018; epub ahead of print

Summary: A study at the Simon Cancer Center of Indiana University found that in patients receiving SBRT for early-stage NSCLC gross tumor volume and radiation dose were associated with time to metastasis.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Myeloablatieve versus verlaagde-intensiteit conditionering alloHCT voor therapie-gerelateerd AML (0)
2019-01-01 14:29   ( Nieuws )
Tags:  therapy-related AML allogeneic hematopoietic cell transplantation
Dr. Catherine LeeTherapie-gerelateerde AML (t-AML) kan ontstaan als late complicatie van behandeling voor eerdere solide tumoren of hematologische ziekte. De Acute Leukemia Working Party van de European Society for Blood and Bone Marrow Transplantation heeft een registratiestudie uitgevoerd van de uitkomsten van allogene hematopoïetische celtransplantatie (alloHCT) na myeloablatieve conditionering (MAC) versus verlaagde-intensiteit conditionering (RIC) voor t-AML in patiënten met een eerdere solide tumor. Dr. Catherine Lee (University of Utah School of Medicine) en collega’s publiceren de studie online in het American Journal of Hematology.1

In de EBMT-registraties vonden de onderzoekers gegevens van 535 patiënten die tussen begin 2000 en eind 2016 een eerste MAC of RIC alloHCT ondergingen. De primaire uitkomsten van de studie waren overall survival (OS) en leukemievrije overleving (LFS). De RIC-patiënten hadden in vergelijking met de MAC-patiënten hogere incidentie van relapse (HR 1,52; p=0,04), kortere LFS (HR 1,52; p=0,007), en kortere OS (HR 1,51; p=0,012). Er waren geen verschillen tussen beide groepen in non-relapse mortaliteit of in graft-versus-host-disease vrije overleving.

De onderzoekers concluderen dat MAC alloHCT vergeleken met RIC alloHCT leidde tot betere overleving van patiënten met t-AML na behandeling voor een solide tumor.

1.Lee CJ, Labopin M, Beelen D et al. Comparative outcomes of myeloablative and reduced-intensity conditioning allogeneic hematopoietic cell transplantation for therapy-related acute myeloid leukemia with prior solid tumor: a report from the ALEP of the EBMT. Am J Hematol 2018; epub ahead of print

Summary: A registry study of the European Society for Blood and Bone Marrow Transplantation compared myeloablative versus reduced-intensity conditioning allogeneic HCTfor therapy-related AML. The study found that RIC compared with MAC patients had increased incidence of relapse and lower leukemia-free and overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten na herbestraling met 3D-brachytherapie met of zonder EBRT voor vaginaal recidief van endometriumcarcinoom (0)
2019-01-01 12:52   ( Nieuws )
Tags:  recurring endometrial cancer 3D brachytherapy
Dr. Sushil BeriwalEr is geen duidelijkheid over de werkzaamheid van salvage-herbestraling voor vaginaal recidief in patiënten met eerder-bestraald endometriumcarcinoom. In het Hillman Cancer Center van de University of Pittsburgh (PA) krijgen deze patiënten herbestraling met definitieve-intentie 3D-brachytherapie met of zonder EBRT. Dr. Sushil Beriwal en collega’s publiceren tien jaar ervaring met deze behandeling online in Gynecologic Oncology.1

De retrospectieve analyse heeft betrekking of 22 patiënten die eerder vaginale brachytherapie, pelvische EBRT, of een combinatie van pelvische EBRT en brachytherapie hadden gekregen, en na mediaan 26,6 maanden vaginaal recidief hadden. Elf patiënten kregen EBRT met brachytherapie, en elf patiënten kregen alleen brachytherapie. De cumulatieve stralingsdosering naar rectosigmoïd en blaas was lager dan 75 Gy respectievelijk 90 Gy. Er waren geen graad 3 of hogere acute of late rectosigmoïd- of blaastoxiciteiten. De mediane follow-up was 27,6 maanden. De drie-jaars lokale controle, regionale controle, ziektevrije overleving en overall survival waren 65,8%; 76,6%; 40,8%; en 68,1%.

De onderzoekers concluderen dat herbestraling met 3D-brachytherapie met of zonder EBRT veilig is en werkzaam in patiënten met vaginaal recidief van endometriumcarcinoom.

1.Ling DC, Vargo JA, Glaser SM et al. Outcomes after definitive re-irradiation with 3D brachytherapy with or without external beam radiation therapy for vaginal recurrence of endometrial cancer. Gynecol Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: The Hillman Cancer Center of University of Pittsburgh has ten year experience with reirradiation with 3D brachytherapy with or without EBRT for vaginal recurrence of endometrial cancer. This treatment is feasible and safe as long as cumulative dose to surrounding normal organs is limited. The three-year local control rate was 65.8% and the three-year overall survival rate was 68.1%.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van timing van lokale therapie op overleving van patiënten met Ewing sarcoom (0)
2018-12-31 15:42   ( Nieuws )
Tags:  Ewing sarcoma survival timing of local therapy
Dr. Arnold PaulinoDe overlevingsimpact van timing van lokale therapie na begin van upfront chemotherapie voor gelokaliseerd Ewing sarcoom is niet duidelijk. Dr. Arnold Paulino (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s hebben een analyse van dit onderwerp uitgevoerd in de National Cancer Database. Ze publiceren de analyse online in het International Journal of Radiation Oncology.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 1318 patiënten die upfront chemotherapie gevolgd door lokale therapie ondergingen voor gelokaliseerd Ewing sarcoom. Ze vergeleken uitkomsten van patiënten die lokale therapie kregen binnen zes tot en met vijftien weken na aanvang van de chemotherapie, met uitkomsten van patiënten die pas na zestien weken of langer lokale therapie ondergingen. In de 6-15 weken-groep vergeleken met de 16+ weken-groep waren meer patiënten 21 jaar of jonger (79,5% versus 72,0%; p=0,004). Factoren die in multivariate analyse onafhankelijk geassocieerd waren met slechtere overall survival waren leeftijd hoger dan 21 jaar (HR 1,65; p<0,001), tumor groter dan 8 cm (p=0,016), en tijd-tot-lokale therapie 16+ weken (HR 1,41; p=0,005). De vijf-jaars OS was 78,7% in de 6-15 weken groep en 70,4% in de 16+ weken groep (p<0,001). De tien-jaars OS in beide groepen was 70,3% respectievelijk 57,1% (p<0,001). De impact van timing van lokale therapie ten opzichte van chemotherapie was het sterkst in patiënten die alleen radiotherapie als lokale therapie kregen.

De onderzoekers concluderen dat uitstel van lokale therapie tot zestien weken of langer na begin van de chemotherapie geassocieerd was met slechtere overleving in patiënten met gelokaliseerd Ewing sarcoom.

1.Lin TA, Ludmir EB, Liao K-P et al. Timing of local therapy impacts survival in Ewing sarcoma. Int J Radiat Oncol Biol Phys 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of the National Cancer Database found that delayed time to local therapy 16 or more weeks after chemotherapy initiation was independently associated with worse survival in patients with localized Ewing sarcoma.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Urine-cytokineprofiel voorspelt respons van niet-spierinvasief blaascarcinoom op intravesicaal BCG met of zonder HS-410 (0)
2018-12-31 14:28   ( Nieuws )
Tags:  NMIBC urinary cytokine profile to predict response
Dr. Amirali SalmasiEr zijn tot op heden geen biomarkers bekend die respons op behandeling kunnen voorspellen in patiënten met niet-spierinvasief blaascarcinoom (NMIBC). Dr. Amirali Salmasi (University of California) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van cytokines in de urine als mogelijke voorspellers van respons van NMIBC op immuunmodulerende middelen. Ze publiceren de studie online in Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention.1



De analyse is gebaseerd op resultaten van een fase 2-studie van intravesicaal BCG met of zonder intradermaal HS-410 voor intermediair- of hoog-risico NIMBC. De onderzoekers verzamelden urinemonsters van vijftig patiënten voor aanvang van de behandeling, en na zeven, dertien, en achtentwintig weken, en aan het eind van de behandeling. In elk monster bepaalden ze de gehalten van 105 cytokines. Tijdens de follow-up werd recidief gezien in vijftien patiënten en progressie in vier. De time-to-event werd het best voorspeld door veranderingen in gehalten (procentuele verandering week dertien vergeleken met baseline) van vier cytokines: IL-18 binding protein-a (HR 1,995; p=0,01), IL-23 (HR 1,12; p=0,03), IL-8 (HR 0,27; p=0,06), en IFNγ-induced-protein-10 (HR 0,95; p=0,04).

De onderzoekers concluderen dat de analyse een urine-cytokineprofiel heeft geïdentificeerd dat kan bijdragen aan de voorspellen van respons van NIMBC op immuunmodulerende middelen.

1.Salmasi A, Elashoff DA, Guo R et al. Urinary cytokine profile to predict response to intravesical BCG with or without HS-410 therapy in patients with non-muscle invasive bladder cancer. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev 2018; epub ahead of print

Summary: An analysis of a phase II study of intravesical BCG with or without intradermal HS-410 for NIMBC found that a profile of four cytokines in urine added value to clinicopathologic features to predict response.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Factoren geassocieerd met overleving van patiënten met stadium IV NSCLC met ALK-rearrangement (0)
2018-12-31 13:01   ( Nieuws )
Tags:  stage IV ALK rearranged NSCLC overall survival
Dr. Ross CamidgeDr. Ross Camidge (University of Colorado, Aurora) en collega’s hebben een studie uitgevoerd van factoren die geassocieerd zijn met overall survival van patiënten met stadium IV niet-kleincellig longcarcinoom met ALK-rearrangement. Ze publiceren de studie online in het Journal of Thoracic Oncology.1 De studie is gebaseerd op gegevens van patiënten die tussen begin 2009 en eind 2017 in Aurora ALK-remmers kregen.

De onderzoekers identificeerden 110 stadium IV ALK+ NSCLC patiënten, van wie verreweg de meesten (n=105) crizotinib kregen als initiële ALK-remmer. De mediane follow-up was 47 maanden. De mediane OS gerekend vanaf de diagnose stadium IV-ziekte was 81 maanden. Hersenmetastase op het moment van diagnose stadium IV-ziekte (HR 1,01; p=0,971) en kalenderjaar van presentatie met stadium IV-ziekte (p=0,887) waren niet geassocieerd met OS. Metastase in meerdere organen bij de diagnose stadium IV-ziekte was geassocieerd met slechtere OS (voor ieder additioneel orgaan HR 1,49; p=0,002). Iedere additionele maand van premetrexed-gebaseerde therapie was geassocieerd met 7% relatieve afname van het risico van overlijden.

De onderzoekers concluderen dat patiënten met stadium IV ALK+ NSCLC lange OS kunnen hebben. Hersenmetastase op het moment van de diagnose stadium IV-ziekte was niet geassocieerd met OS. Metastase in meerdere organen was geassocieerd met kortere OS, en langer profijt van pemetrexed was geassocieerd met langere OS.

1.Pacheco JM, Gao D, Smith D et al. Natural history and factors associated with overall survival in stage IV ALK rearranged non-small-cell lung cancer. J Thorac Oncol 2018; epub ahead of print

Summary: A study at the University of Colorado found that patients with stage IV ALK-rearranged NSCLC treated with ALK inhibitors can have long overall survival (median 6.8 years from diagnosis of stage IV disease). Brain metastasis at diagnosis of stage IV disease does not influence OS. More organs involved with tumor at stage IV presentation is associated with worse outcomes.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)