Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Tien-jaars risico van cutaan squameus celcarcinoom onder patiënten met actinische keratose (0)
2021-03-25 14:00   ( Nieuws )
Tags:  cSCC risk after diagnosis actinic keratosis
Dr. Lisa HerrintonEr is geen duidelijkheid over het lange-termijn risico van cutaan squameus celcarcinoom (cSCC) onder patiënten met actinische keratose (AK). Een studie in een cohort van AK-patiënten van Kaiser Permanente Northern California heeft het tien-jaars risico van cSCC geïnventariseerd. Dr. Lisa Herrinton (Kaiser Permanente, Oakland) en collega’s publiceren de studie in JAMA Dermatology.1

De studie includeerde 220.236 patiënten met een diagnose AK tussen begin 2009 en maart 2020, en evenveel voor leeftijd, geslacht, ras/etniciteit, centrum, en datum van diagnose gematchte controlepatiënten (gemiddelde leeftijd 64,1 jaar; 52,5% vrouwen). Het cSCC-risico nam per jaar van de follow-up toe met 1,92% onder de AK-patiënten en met 0,83% onder de controlepatiënten (subdistributie HR 1,90; 95%-bti 1,85-1,95). Onder de deelnemers jonger dan vijftig jaar bij inclusie was het tien-jaars cSCC-risico bijna zeven maal groter in de AK-groep dan in de controlegroep (HR 6,77; 95%-bti 5,50-8,32). Onder alle deelnemers was het tien-jaars cSCC-risico 17,1% in de AK-groep versus 5,7% in de controlegroep. Risicofactoren voor het ontwikkelen van cSCC waren hoger aantal Aks, hogere leeftijd, blank ras, geschiedenis van basaal celcarcinoom, en mannelijk geslacht.

De onderzoekers concluderen dat het lange-termijn cSCC-risico sterk verhoogd was na een AK-diagnose.

1.Madani S, Marwaha S, Dusendang JR et al. Ten-year follow-up of persons with sun-damaged skin associated with subsequent development of cutaneous squamous cell carcinoma. JAMA Dermatol 2021.0372

Summary: A longitudinal cohort study among actinic keratosis patients of Kaiser Permanente Northern California found that the risk of cutaneous squamous cell carcinoma increased with each year of follow-up by 1.92%, while in matched control patients the cSCC risk increased with each year of follow-up by 0.83% (sHR 1.90; 95% CI 1.85-1.95). Among patiënts diagnose with AK before age 50 years the HR of cSCC in ten years versus control patients was 6.77 (95% CI 5.50-8.32).


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van chirurgische marges groter dan 1 cm met OS in patiënten met merkelcelcarcinoom (0)
2021-03-25 13:00   ( Nieuws )
Tags:  MCC OS impact of surgical margins larger than 1 cm
Dr. Brian BaumannMerkelcelcarcinoom (MCC) is een zeldzame en agressieve neuro-endocriene huidmaligniteit. Voor gelokaliseerd MCC is lokale excisie (LE) gevolgd door adjuvante radiotherapie de gebruikelijke behandeling. Een analyse van de National Cancer Database heeft de associatie van chirurgische marges groter dan 1 cm met de overall survival van patiënten met gelokaliseerd MCC onderzocht. Dr. Brian Baumann (Washington University, St. Louis MO) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Dermatology.1

In de NCDB identificeerden de onderzoekers 6156 patiënten (40,6% vrouwen; mediane leeftijd 77 jaar; range 27-90) die tussen begin 2004 en eind 2015 LE ondergingen voor stadium I of II MCC. LE-marges groter can 1,0 cm vergeleken met kleinere marges waren geassocieerd met betere OS (HR 0,88; p<0,001) ongeacht de lokatie van de tumor. Vijf jaar na chirurgie waren LE-marges van 1,0 cm of kleiner geassocieerd met OS 76,7% terwijl LE-marges groter dan 1,0 cm geassocieerd waren met OS 89,8% (p<0,001). De associatie tussen marges groter dan 1,0 cm en betere OS werd ook gezien onder patiënten met minder-agressieve ziekte (immunocompetente patiënten, tumoren kleiner dan 1,0 cm, geen lymfovasculaire invasie, negatieve pathologische marges). Adjuvante radiotherapie was ook geassocieerd met betere OS. De OS van patiënten die adjuvante radiotherapie kregen en LE-marges 1,0 cm of kleiner hadden was vergelijkbaar met die van patiënten die geen adjuvante radiotherapie kregen en LE-marges groter dan 1,0 cm hadden.

De onderzoekers concluderen dat onder patiënten met stadium I of II MCC LE-marges groter dan 1,0 cm onafhankelijk geassocieerd waren met betere OS.

1.Andruska N, Fischer-Valuck BW, Mahapatra L et al. Association between surgical margins larger than 1 cm and overall survival in patients with Merkel cell carcinoma. JAMA Dermatol 2021.0247

Summary: Analysis of the National Cancer Database found that among patients with localized Merkel cell carcinoma, local excision margins larger than 1.0 cm were associated with improved OS, independent of tumor subsite, receipt of adjuvant radiotherapy, positive pathologic margins, or adverse pathologic features.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Impact van leeftijd en fragiliteit op werkzaamheid en tolerabiliteit van wekelijks XVd voor voorbehandeld multipel myeloom (0)
2021-03-24 16:00   ( Nieuws )
Tags:  previously treated MM once-weekly XVd impact of age and frailty
Dr. Holger AunerOudere en fragiele patiënten met multipel myeloom (MM) hebben verhoogde kwetsbaarheid voor toxiciteiten van combinatietherapieën, vaak resulterend in behandelingsmodificaties en suboptimale uitkomsten. De prospectieve multinationale fase 3-studie BOSTON heeft laten zien dat wekelijks selinexor en bortezomib met lage-dosering dexamethason (XVd) voor eerder-behandeld MM resulteerde in betere ORR en PFS dan de standaard-behandeling tweemaal per week bortezomib en matige-dosering dexamethason (Vd). Een retrospectieve analyse in het BOSTON-cohort heeft de impact van hogere leeftijd en fragiliteit op de uitkomsten geïnventariseerd. Dr. Holger Auner (Imperial College London, UK) en collega’s publiceren de analyse in het American Journal of Hematology.1

Onder de patiënten in de leeftijd van 65 jaar en ouder was XVd versus Vd geassocieerd met betere ORR (OR 1,77; p=0,024), VGPR of beter (OR 1,68; p=0,027), PFS (HR 0,55; p=0,002), en OS (HR 0,63; p=0,030). Onder fragiele patiënten was XVd versus Vd geassocieerd met trend van betere PFS (HR 0,69; p=0,08) en OS (HR 0,62; p=0,0062). De incidentie van graad 2 of hoger perifere neuropathie was lager met XVd versus Vd onder de 65-plussers (22% versus 37%; p=0,0060) en onder de fragiele patiënten (15% versus 44%; p=0,0002). Graad 3 of hoger treatment-emergent adverse events waren niet meer frequent onder 65-plussers dan onder jongere patiënten, en ook niet meer frequent onder fragiele dan onder niet-fragiele patiënten.

De onderzoekers concluderen dat XVd veilig en werkzaam was voor eerder-behandeld MM in oudere en fragiele patiënten.

1.Auner HW, Gavriatopoulou M, Delimpasi S et al. Effect of age and frailty on the efficacy and tolerability of once-weekly selinexor, bortezomib, and dexamethasone in previously treated multiple myeloma. Am J Hematol 2021; epub ahead of print

Summary: Retrospective subgroup analysis of the BOSTON trial (XVd versus Vd for previously treated multiple myeloma) found that XVd was safe and effective in patients <65 and ≥65 and in nonfrail and frail patients.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van postdiagnostische consumptie van koffie en thee met overleving van mammacarcinoom (0)
2021-03-24 15:00   ( Nieuws )
Tags:  breast cancer survival postdiagnostic coffee and tea consumption
Dr. Maryam FarvidVoedingsgewoonten kunnen van invloed zijn op overleving na de diagnose van een maligniteit. Een analyse in de cohorten van de Nurses’ Health Study en de Nurses’ Health Study II heeft de associatie van consumptie van koffie en thee met de overleving na een diagnose mammacarcinoom geïnventariseerd. Dr. Maryam Farvid (Harvard School of Public Health, Boston MA) en collega’s publiceren de analyse vandaag in het British Journal of Cancer.1

In het NHS-cohort van 1980 tot en met 2010 en in het NHSII-cohort van 1991 tot en met 2011 identificeerden de onderzoekers 8900 vrouwen met stadium I tot en met III mammacarcinoom. De postdiagnostische consumptie van koffie en thee werd iedere vier jaar na de diagnose bepaald met een gevalideerde voedselfrequentievragenlijst. Gedurende maximaal 30 jaar follow-up overleden 1054 vrouwen aan mammacarcinoom en 2501 vrouwen aan alle oorzaken. De mammacarcinoom-specifieke mortaliteit was onder gebruiksters van meer dan drie koppen koffie per dag vergeleken met niet-koffiedrinksters 25% lager (HR 0,75; p voor trend =0,002). De all-cause mortaliteit was onder gebruiksters van twee of drie koppen koffie per dag 24% lager (HR 0,76) en onder gebruiksters van meer dan drie koppen koffie per dag 26% lager (HR 0,74; p voor trend <0,0001) dan onder niet-koffiedrinksters. Postdiagnostische theeconsumptie was geassocieerd met lagere all-cause mortaliteit (meer dan drie versus nul koppen thee per dag HR 0,74; p voor trend =0,04).

De onderzoekers concluderen dat onder overlevers van mammacarcinoom hoger gebruik van koffie geassocieerd was met betere ziektespecifieke en algemene overleving, terwijl hoger gebruik van thee geassocieerd was met betere algemene overleving.

1.Farvid MS, Spence ND, Rosner BA et al. Post-diagnostic coffee and tea consumption and breast cancer survival. Br J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: Analysis in the cohorts of the Nurses’ Health Study and the Nurses’ Health Study II found that among breast cancer survivors, higher post-diagnostic coffee consumption was associated with better breast cancer and overall survival. Higher post-diagnostic tea consumption was associated with better overall survival.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Uitkomsten van peptidereceptor radionuclidetherapie voor gastro-enteropancreatische NETs (0)
2021-03-24 14:00   ( Nieuws )
Tags:  gastroenteropancreatic neuroendocrine tumors PRRT
Dr. Bryson KatonaPeptidereceptor radionuclidetherapie (PRRT) is een goedgekeurde behandeling voor metastatische gastro-enteropancreatische neuro-endocriene tumoren (mGEP-NETs). Een studie van de University of Pennsylvania (Philadelphia) heeft uitkomsten van PRRT voor mGEP-NETs geïnventariseerd. Dr. Bryson Katona en collega’s publiceren de studie studie in JAMA Network Open.1



De studie includeerde 78 mGEP-NET patiënten (39 mannen en 39 vrouwen) die tussen begin 2018 en eind 2020 tenminste één en ten hoogste vier doses lutetium-177-dotataat infusie kregen (7,4 GBq per dosis), met intervallen van acht weken. De mediane leeftijd bij begin van de behandeling was 59,8 jaar (IQR 53,5-69,2). De in het cohort meest-voorkomende primaire NET-locaties waren dunne darm (43,6% van de patiënten) en pancreas (28,8%). Zesenvijftig patiënten (71,8%) ondergingen eerst tumorresectie, 49 (62,8%) kregen nonsomatostatine-analogen, en 49 kregen lever-gerichte therapie. De behandeling resulteerde in tenminste één graad 2 of hoger laboratorium-bepaald toxisch effect in 47 patiënten (60,3%). De mediane progressievrije overleving was 21,6 maanden onder alle patiënten, was na 22 maanden follow-up niet bereikt onder patiënten met dunnedarm primaire tumor, en was 13,3 maanden onder patiënten met pancreas primaire tumor. De mediane overall survival werd niet bereikt.

De onderzoekers concluderen dat PRRT in de meeste patiënten met mGEP-NETs resulteerde in laboratorium-bepaalde toxiciteiten. De mediane PFS was 21,6 maanden, met betere PFS onder patiënten met dunnedarm primaire tumor en slechtere PFS onder patiënten met pancreas primaire tumor.

1.Kipnis ST, Hung M, Kumar S et al. Laboratory, clinical, and survival outcomes associated with peptide receptor radionuclide therapy in patients with gastroenteropancreatic neuroendocrine tumors. JAMA Network Open 2021;4:e212274

Summary: A study at Perelman School of Medicine of the University of Pennsylvania (Philadelphia) found that peptide receptor radionuclide therapy for metastatic gastroenteropancreatic neuroendocrine tumors was assocatid with laboratory-measured toxic effects in most patients. The overall median progression-free survival was 21.6 months. Patients with small bowel NETs had longer PFS after PRRT compared with patients with pancreatic NETs.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Genomische kenmerken en uitkomsten van vroeg-ontstaan pancreascarcinoom (0)
2021-03-24 13:00   ( Nieuws )
Tags:  early-onset pancreas cancer genomics and outcomes
Prof. Eileen O'ReillyRecente studies hebben een toename laten zien van de incidentie van maligniteiten in jongere personen. Een retrospectieve studie van Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) heeft genomische kenmerken en uitkomsten geïnventariseerd van patiënten met early-onset pancreas cancer (EOPC; voor de leeftijd vijftig jaar). Prof. Eileen O’Reilly en collega’s publiceren de studie in het Journal of the National Cancer Institute.1

Tussen begin 2008 en eind 2018 werden in MSKCC 450 EOPC-patiënten behandeld. De mediane overall survival was 16,3 maanden (95%-bti 14,6-17,7) in het gehele cohort en 11,3 maanden (95%-bti 10,2-12,2) onder patiënten met stadium IV ziekte bij diagnose. Honderdtweeëndertig patiënten (29,3%) ondergingen somatisch testen; 21 van 132 patiënten (15,9%) hadden RAS-wildtype maligniteiten met verscheiden actionabele veranderingen, waaronder veranderingen in ETV6-NTRK3 en mismatch repair deficiency. Honderdachtendertig patiënten (30,7%) ondergingen kiemlijntesten; 44 van 138 patiënten (31,9%) hadden een pathogene kiemlijnvariant (PGV). Onder de patiënten die tussen begin 2015 en eind 2018 werden gezien hadden 30 van 193 (15,5%) een PGV. Patiënten met een PGV hadden na correctie voor stadium en jaar van diagnose lagere all-cause mortaliteit dan patiënten zonder PGV (HR 0,42; 95%-bti 0,26-0,69).

De onderzoekers concluderen dat PGVs werden aangetroffen in een substantiële minderheid van de EOPC-patiënten, en dat actionabele somatische varianten frequent werden geïdentificeerd.

1.Varghese AM, Singh I, Singh R et al. Early-onset pancreas cancer: clinical descriptors, genomics, and outcomes. J Natl Cancer Inst 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at Memorial Sloan Kettering Cancer Center (New York) found pathogenic germline variants in 31.9% of patients with early-onset pancreas cancer. Actionable somatic alterations were identified frequently in EOPC, enriched in the RAS wild-ype subgroup.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multicenter fase 2-studie van ibrutinib voor klassieke of variant haarcelleukemie (0)
2021-03-23 16:00   ( Nieuws )
Tags:  classic and variant hairy cell leukemia ibrutinib
Dr. Kerry RogersHaarcelleukemie (HCL) is een zeldzame B-cel maligniteit. Er is behoefte aan nieuwe behandelingen voor HCL-patiënten die geen profijt hebben van purine-analogen. Ibrutinib is een remmer van Bruton’s tyrosinekinase in de B-celreceptor signaalroute, met activiteit voor verschillende typen maligniteiten. Een multicenter fase 2-studie in de Verenigde Staten heeft de werkzaamheid van ibrutinib voor recidiverend klassiek of variant HCL onderzocht. Dr. Kerry Rogers (The Ohio State University, Columbus) en collega’s publiceren de studie in Blood.1

De studie includeerde 37 patiënten die oraal ibrutinib 420 mg (n=24) of 840 mg (n=13) eenmaal daags kregen. Het primaire eindpunt van de studie was overall response rate na 32 weken behandeling. Deze bedroeg 24%, en was na 48 weken toegenomen tot 36%. De best overall response rate was 54%. De mediane duur van follow-up was 3,5 jaar (range 0-5,9). Het progressievrije-overlevingspercentage na drie jaar was 73%, en het overall survival percentage na drie jaar was 85%. De meest-frequente adverse events waren diarree (59% van de patiënten), vermoeidheid (54%), myalgie (54%), misselijkheid (51%), anemie (43%), trombocytopenie (41%), en neutropenie (35%).

De onderzoekers concluderen dat ibrutinib veilig kon worden toegediend aan eerder-behandelde HCL-patiënten en resulteerde in langdurige ziektecontrole.

1.Rogers KA, Andritsos LA, Wei L et al. Phase 2 study of ibrutinib in classic and variant hairy cell leukemia. Blood 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter phase 2 study in the USA found that ibrutinib induced objective responses and favorable progression-free survival in heavily pretreated patients with relapsed classic or variant hairy cell leukemia.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Neoadjuvant pembrolizumab plus hoge-dosering interferon alfa-2b voor resectabel regionaal-gevorderd melanoom (0)
2021-03-23 15:00   ( Nieuws )
Tags:  resectable regionally advanced melanoma neoadjuvant pembrolizumab plus HDI
Dr. Yana NajjarNeoadjuvante immuuntherapie kan wellicht de klinische uitkomsten van regionaal-gevorderd operabel melanoom verbeteren. Een multicenterstudie in de Verenigde Staten heeft de neoadjuvante combinatie van pembrolizumab en hoge-dosering interferon alfa-2b (HDI) voor regionaal-gevorderd melanoom geëvalueerd. Dr. Yana Najjar (University of Pittsburgh Cancer Institute) en collega’s publiceren de studie in Clinical Cancer Research.1

De studie includeerde patiënten met resectabel stadium III/IV melanoom. De patiënten kregen intraveneus pembrolizumab 200 mg iedere drie weken plus HDI (vier weken vijf dagen per week intraveneus 20 MU/m2 per dag, gevolgd door twee weken drie dagen per week subcutaan 10 MU/m2 per dag). Na de chirurgie kregen de patiënten adjuvante combinatie immuuntherapie tot een jaar behandeling voltooid was. Het primaire eindpunt was veiligheid, secundaire eindpunten waren werkzaamheidsuitkomsten.

Onder de 31 geïncludeerde patiënten waren er 30 evalueerbaar. De mediane follow-up was 37,9 maanden (range 33,2-43,5). De behandeling werd niet goed verdragen: 73% van de patiënten discontinueerde HDI en 43% discontinueerde pembrolizumab. De radiografische ORR was 73,3% (95%-bti 55,5-85,8) met pathologisch complete respons in 43% (95%-bti 27,3-60,1). De mediane recidiefvrije overleving en overall survival werden niet bereikt. In geen van de patiënten met pCR is recidief gezien.

De onderzoekers concluderen dat de neoadjuvante combinatie van concurrent pembrolizumab en HDI veelbelovende klinische activiteit had voor resectabel regionaal-gevorderd melanoom. pCR was een prognostische indicator.

1.Najjar YG, McCurry D, Lin H et al. Neoadjuvant pembrolizumab and high dose interferon alfa-2b in resectable regionally advanced melanoma. Clin Cancer Res 2021; epub ahead of print

Summary: A multicenter study in the USA found promising clinical activity of the neoadjuvant combination of pembrolizumab and high dose interferon alfa-2b for resectable regionally advanced melanoma. Achievement of pCR was a prognostic factor.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)