Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Multinationale fase 3-studie van tumorinfiltrerende lymfocyten versus ipilimumab voor gevorderd melanoom (0)
2022-09-09 15:00   ( Nieuws )
Tags:  advanced melanoma TIL versus ipilimumab
Prof. John HaanenImmuuncheckpointremmers en gerichte behandelingen hebben geresulteerd in sterke verbetering van de uitkomsten van sommige patiënten met gevorderd melanoom. Omdat echter ongeveer de helft van de patiënten geen duurzaam baat hebben bij deze behandelingen is er een aanzienlijke unmet need aan additionele behandelopties. Een multinationale fase 3 studie heeft adoptive cell therapy met tumorinfiltrerende lymfocyten (TIL) versus ipilimumab voor gevorderd melanoom geëvalueerd. Prof. John Haanen (NKI Amsterdam) presenteert de studie morgen op de Annual Meeting van ESMO in Parijs.1

De studie includeerde 168 volwassen patiënten met niet-resectabel stadium III-IV melanoom (86% refractair tegen anti-PD-1). De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar TIL (n=84) of ipilimumab (n=84). De ORR was 49% met TIL (20% complete respons) versus 21% met ipilimumab (7% CR). De mediane follow-up was 33,0 maanden. De mediane PFS (primair eindpunt) was 7,2 maanden met TIL versus 3,1 maanden met ipilimumab (HR 0,50; p<0.001). De mediane OS was 25,8 maanden met TIL versus 18,9 maanden imet ipilimumab (HR 0,83; p=0,39). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gezien in alle patiënten in de TIL-groep versus 57% van de patiënten in de ipilimumabgroep.

De onderzoekers concluderen dat TIL-therapie een nieuwe behandeloptie zou kunnen zijn voor patiënten met gevorderd (anti-PD-1 refractair) melanoom.

1.Haanen J et al. ESMO 2022; abstr. LBA3

Summary: Adoptive cell therapy with tumor-infiltrating lymphocytes (TIL) is a treatment modality with promising response rates in advanced melanoma in phase 2 trials. A multinational phase 3 trial evaluated TIL versus ipilimumab for patients with advanced melanoma (86% anti-PD-1 refractory). ORR and PFS were significantly better with TIL compared with ipilimumab.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Finale overall survival resultaten van olaparib plus bevacizumab onderhoud voor gevorderd ovariumcarcinoom (0)
2022-09-09 13:30   ( Nieuws )
Tags:  PAOLA-1 trial aOC olaparib plus bevacizumab maintenance
Prof. Isabelle Ray-CoquardDe multinationale fase 3-studie PAOLA-1/ENGOT-ov25 randomiseerde patiënten met nieuw-gediagnostiseerd hooggradig gevorderd ovariumcarcinoom (aOC) en respons op eerstelijns platina-gebaseerde chemotherapie 2:1 naar onderhoudsbehandeling met olaparib plus bevacizumab (ola-bev; n=537) of placebo plus bevacizumab (pbo-bev; n=269). In 2019 is gepubliceerd dat met mediaan 22,1 maanden follow-up de mediane progressievrije overleving 22,1 maanden was met ola-bev versus 16,6 maanden met pbo-bev. Prof. Isabelle Ray-Coquard (Centre Léon Bérard, Lyon) presenteert vandaag op de Annual Meeting van ESMO in Parijs finale overall survival resultaten van de studie.1

De nu gepresenteerde analyse werd uitgevoerd nadat 55% van de patiënten overleden waren (mediane follow-up 62 maanden). Patiënten in de pbo-bev groep kregen vaken dan patiënten in de ola-bev groep na progressie alsnog PARP-remmer therapie (45,7% versus 19,6%). De mediane OS was 56,6 maanden met ola-bev versus 51,6 maanden met pbo-bev (HR 0,92; p=0,41). In de subgroep van patiënten met homologe-recombinatie deficiënte tumoren (n=387) was de OS wel significant beter met ola-bev dan met pbo-bev (vijf-jaars OS-percentage 65,5% versus 48,4%; HR 0,62; 95%-bti 0,45-0,85).

De onderzoekers concluderen dat, hoewel een hoog percentage van de patiënten in de controle-arm na progressie PARP-remmer kreeg, ola-bev onderhoud vergeleken met pbo-bev onderhoud resulteerde in een klinisch relevante verbetering van OS in aOC-patiënten met respons op eerstelijns platina-gebaseerde chemotherapie.

1.Ray-Coquard IL et al. ESMO 2022; abstr. LBA29

Summary: Final analysis of PAOLA-1/ENGOT-ov25 found that addition of olaparib to bevacizumab maintenance therapy resulted in clinically meaningful improvement in overall survival of patients with newly diagnosed advanced ovarian cancer and response to first-line platinum-based chemotherapy.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Interim overall survival resultaten met abemaciclib plus NSAI voor HR-positief HER2-negatief gevorderd mammacarcinoom (0)
2022-09-09 12:00   ( Nieuws )
Tags:  MONARCH 3 trial HR+ HER2- ABC nonsteroidal aromatase inhibitor with or without abemaciclib
Dr. Matthew GoetzDe multinationale fase 3-studie MONARCH 3 randomiseerde patiënten met HR-positief HER2-negatief gevorderde mammacarcinoom (ABC) 2:1 naar eerstelijns nonsteroïdale aromataseremmer (NSAI) plus de CDK4/6-remmer abemaciclib of NSAI plus placebo. In 2017 is gepubliceerd dat de mediane progressievrije overleving significant langer was in de abemaciclibgroep dan in de placebogroep (28,18 versus 14,76 maanden; HR 0,540; p=0,000002). Dr. Matthew Goetz (Mayo Clinic, Rochester MN) presenteert vandaag op de Annual Meeting van ESMO in Parijs een interimanalyse van de overall survival in de studie.1

MONARCH 3 includeerde 493 patiënten, die werden gerandomiseerd naar NSAI plus abemaciclib (n=328) of NSAI plus placebo (n=165). De nu gepubliceerde analyse was gepland na 252 OS-gebeurtenissen. De mediane follow-up was 70,2 maanden. De mediane OS was 67,1 maanden met NSAI plus abemaciclib versus 54,4 maanden met NSAI plus placebo (HR 0,754; p=0,0301). In de subgroep van patiënten met viscerale ziekte was de mediane OS 65,1 maanden met NSAI plus abemaciclib versus 48,8 maanden met NSAI plus placebo (HR 0,708; p=0,0392). Volgens de alpha spending procedure waren deze verschillen formeel niet statistisch significant. De veiligheidsdata waren consistent met het bekende profiel van abemaciclib.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van abemaciclib aan NSAI zowel onder alle patiënten als onder de patiënten met viscerale ziekte resulteerde in statistisch niet-significante verlenging van de overall survival met meer dan een jaar.

1.Goetz MP et al. ESMO 2022; abstr. LBA15

Summary: The multinational phase 3 MONARCH 3 trial found that among patients with HR-positive, HER2-negative advanced breast cancer, addition of abemaciclib to nonsteroidal aromatase inhibitor resulted in prolongation of the median overall survival by more than 12 months.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Gerandomiseerde studie van effect van dexamethason op maligniteit-geassocieerde dyspneu (0)
2022-09-08 15:00   ( Nieuws )
Tags:  ABCD trial dyspnea in cancer patients dexamethasone
Prof. David HuiSystemische corticosteroïden worden vaak voorgeschreven voor palliatie van dyspneu in patiënten met maligniteiten, hoewel er niet veel evidentie is voor werkzaamheid. De gerandomiseerde dubbelblinde Alleviating Breathlessness in Cancer Patients with Dexamethasone (ABCD)-studie, in MD Anderson Cancer Center en Lyndon B Johnson General Hospital (beide in Houston TX) heeft deze werkzaamheid onderzocht. Prof. David Hui (MDACC) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De figuur toont het studieprofiel. ABCD includeerde volwassen patiënten met een maligniteit en een over de week voorafgaand aan inclusie een gemiddelde dyspneu-score 4 of hoger op een 11-punts schaal. De patiënten werden 2:1 gerandomiseerd naar oraal dexamethason (8 mg iedere 12 uur gedurende 7 dagen gevolgd door 4 mg iedere 12 uur gedurende 7 dagen; n=85) of placebo capsules iedere 12 uur gedurende 14 dagen (n=43). Het primaire eindpunt was verandering in dyspneu-score tussen baseline en dag 7. De gemiddelde verandering bedroeg -1,6 in de dexamethasongroep versus -1,6 in de placebogroep (p=0,48). De meest-waargenomen graad 3 of 4 adverse events waren infecties (11% van de patiënten in de dexamethasongroep versus 7% van de patiënten in de placebogroep), slapeloosheid (8% versus 2%), en neuropsychiatrische symptomen (4% versus 0). Ernstige AEs die ziekenhuisopname noodzakelijk maakten werden gezien in 28% versus 7%.

De onderzoekers concluderen dat hoge-dosering dexamethason vergeleken met placebo niet beter werkzaam was voor maligniteit-geassocieerde dyspneu en wel geassocieerd was met hogere frequentie van AEs.

1.Hui D, Puac V, Shelal Z et al. Effect of dexamethasone on dyspnoea in patients with cancer (ABCD): a parallel-group, double-blind, randomised, controlled trial. Lancet Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: The randomized Alleviating Breathlessness in Cancer Patients with Dexamethasone (ABCD) trial found that high-dose dexamethasone did not improve dyspnea in patients with cancer more effectively than placebo and was associated with a higher frequency of adverse events.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Verschillen tussen zwarte en niet-zwarte patiënten met MF/SS in klinische presentatie en uitkomsten (0)
2022-09-08 13:30   ( Nieuws )
Tags:  mycosis fungoides and Sézary syndrome Black versus non-Black patients
Dr. Pamela AllenDe incidentie van mycosis fungoides en Sézary syndroom (MF/SS) is hoger in zwarte patiënten dan in niet-zwarte patiënten. Klinische kenmerken, behandelingen, en uitkomsten zijn niet goed gekarakteriseerd. Een retrospectieve cohortstudie van het Winship Cancer Institute (Atlanta GA) heeft rasgebonden verschillen in presentatie en uitkomsten van MF/SS geïnventariseerd. Dr. Pamela Allen en collega’s publiceren de studie in JAMA Dermatology.1

Tussen begin 1990 en eind 2020 werden in het instituut 566 patiënten met MF/SS gezien. De gemiddelde leeftijd was 55 ± 16,4 jaar; 270 patiënten (47,7%) waren vrouwen; 257 patiënten identificeerden zichzelf als zwart en 309 als niet-zwart (of rapporteerden geen ras; n=9). Tijdens mediaan 6,2 jaar follow-up (range 0-24,5) werd progressie naar hoger TNMB-stadium gezien in 39,8% van de zwarte patiënten versus 29,1% van de niet-zwarte patiënten (p<0,001). De groep zwarte patiënten had hogere vrouwelijke predominantie. Bij diagnose waren zwarte patiënten jonger, en hadden hoger TNMB-stadium, hoger tumorstadium, hogere nodale betrokkenheid, en hogere LDH-niveaus. Hypogepigmenteerd MF (HMF) werd gezien in 62 patiënten, onder wie 59 zwarte patiënten. HMF was significant geassocieerd met overall survival: het tien-jaars OS-percentage was 100% onder de HMF-patiënten versus 51,8% onder de niet-HMF patiënten. Zwart ras was alleen geassocieerd met slechtere OS na exclusie van patiënten met HMF die bij diagnose jonger waren dan 60 jaar HR 1,27; p=0,04).

De onderzoekers concluderen dat zwarte patiënten met MF/SS onderscheiden klinische presentatie en progressiepatronen hadden, met heterogene uitkomsten afhankelijk van leeftijd bij presentatie en aanwezigheid van HMF.

1.Allen PB, Goyal S, Niyogusaba T et al. Clinical presentation and outcome differences between black patients and patients of other races and ethnicities with mycosis fungoides and Sézary syndrome. JAMA Dermatol 2022.3601

Summary: A retrospective cohort study at Winship Cancer Institute (Atlanta, GA) found that Black patients with mycosis fungoides/Sézary syndrome had distinct clinical presentations and patterns of progression with heterogeneous outcomes depending on age at presentatie and presence of hypopigmentated MF.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Associatie van residueel DCIS met recidief van mammacarcinoom in de neoadjuvante I-SPY2 studie (0)
2022-09-08 12:00   ( Nieuws )
Tags:  I-SPY2 trial association of residual DCIS after NAC with breast cancer recurrence
Dr. Rita MukhtarPathologisch complete respons (pCR) na neoadjuvante chemotherapie (NAC) voor mammacarcinoom (BC) is sterk gecorreleerd met overall survival en is een standaard-eindpunt geworden in neoadjuvante studies. Het is echter niet duidelijk of de definitie van pCR aanwezigheid van residueel DCIS dient uit te sluiten. Een analyse onder deelnemers aan de neoadjuvante I-SPY2 studie heeft de associatie van residueel DCIS in chirurgische specimina na NAC met het risico van recidief van BC geïnventariseerd. Dr. Rita Mukhtar (University of California San Francisco) en collega’s publiceren de analyse in JAMA Surgery.1

I-SPY2 is een neoadjuvante platformstudie voor volwassen patiënten met hoog-recidiefrisico BC, die taxaan- en anthracycline-gebaseerde NAC krijgen met of zonder één van tien investigational agents, gevolgd door definitieve chirurgie. De onderzoekers identificeerden 933 I-SPY2 deelnemers (leeftijd 24 tot en met 77 jaar) met complete pathologie- en follow-up gegevens. De mediane follow-up was 3,9 jaar. Onder deze patiënten waren er 337 (36%) zonder residuele invasieve ziekte (residual cancer burden 0). Onder deze 337 patiënten met pCR waren er 70 (21%) met residueel DCIS: 8,5% van de patiënten met TNBC; 15,6% van de patiënten met HR-positieve tumoren; en 36,6% van de HER2-positieve tumoren. Onder de patiënten met pCR waren er geen verschillen tussen de patiënten met versus zonder DCIS voor de eindpunten drie-jaar gebeurtenisvrije overleving, afstandsrecidiefvrije overleving, en locoregionaal recidief.

De onderzoekers concluderen dat de analyse steun biedt aan de definitie van pCR als afwezigheid van invasieve ziekte na NAC ongeacht aanwezigheid of afwezigheid van residueel DCIS.

1.Osdoit M, Yau C, Symmans WF et al. Association of residual ductal carcinoma in situ with breast cancer recurrence in the neoadjuvant I-SPY2 trial. JAMA Surg 2022.4118

Summary: Analysis of participants of I-SPY2 supports the definition of pCR after neoadjuvant chemotherapy for breast cancer as the absence of invasive disease regardless of the presence or absence of DCIS.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale retrospectieve studie van tisagenlecleucel voor recidiverend of refractair B-ALL in kinderen jonger dan drie jaar (0)
2022-09-07 15:00   ( Nieuws )
Tags:  R R B-ALL in young children tisagenlecleucel
Prof. André BaruchelDe ELIANA-studie heeft werkzaamheid en veiligheid van tisagenlecleucel voor recidiverend of refractair B-cel ALL (R/R B-ALL) in pediatrische en jongvolwassen patiënten aangetoond. De studie includeerde geen patiënten jonger dan drie jaar. Een multinationale retrospectieve cohortstudie heeft werkzaamheid en veiligheid van tisagenlecleucel in deze patiëntengroep geïnventariseerd. Prof. André Baruchel (Université Paris Cité) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Haematology.1



De studie includeerde 35 patiënten die een enkele tisagenlecleucel infusie kregen voor R/R B-ALL. Van deze patiënten hadden 29 (76%) KMT2A-rearrangement, en hadden 25 (66%) relapse na alloHSCT. Het mediane aantal eerdere lijnen behandeling was 2 (IQR 2-3). Tisagenlecleucel resulteerde in MRD-negatieve complete respons in 86% van de patiënten met meetbare ziekte. De mediane follow-up was 14 maanden (IQR 9-21). De figuur laat zien dat de overall survival twaalf maanden na de infusie 84% bedroeg en de gebeurtenisvrije overleving 69%. Onder de adverse events waren cytokine release syndrome (any grade in 60% en graad 3 of hoger in 14%) en neurotoxiciteit in 26%.

De onderzoekers concluderen dat tisagenlecleucel antitumoractiveit en acceptabele veiligheid had voor jonge kinderen met R/R B-ALL.

1.Ghorashian S, Jaboy E, De Moerloose B et al. Tisagenlecleucel therapy for relapsed or refractory B-cell acute lymphoblastic leukaemia in infants and children younger that 3 years of age at screening: an international, multicentre, retrospective cohort study. Lancet Haematol 2022; epub ahead of print

Summary: A retrospective study at 15 centers in ten European countries evaluated tisagenlecleucel for relapsed or refractory (R/R) B-cell ALL in children younger than 3 years at screening. The study found activity and acceptable safety.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Meningeoom na gebruik van progestinetherapie (0)
2022-09-07 13:30   ( Nieuws )
Tags:  meningioma in patients exposed to progestin drugs
Dr. Joseph BenzakounEr zijn enige aanwijzingen voor een verband tussen het gebruik van exogene geslachtshormonen en de ontwikkeling van meningeomen. Een prospectief MRI-screeningsprogramma van het Hôpital Sainte-Anne (Parijs) heeft het voorkomen van meningeomen geïnventariseerd in patiënten die cyproteronacetaat (CPA), nomegestrolacetaat (NA), of chlormadinonacetaat (CMA) gebruikten. Dr. Joseph Benzakoun en collega’s publiceren resultaten van het programma in het Journal of Neuro-Oncology.1

Tussen september 2018 en mei 2021 screenden de onderzoekers 210 patiënten die progestinen gebruikten. In vijftien patiënten (7,1%) werd tenminste één meningeoom gezien, onder wie zeven met meer dan één meningeoom. Meningeomen waren meer frequent in oudere patiënten en in patiënten die CPA gebruikten (13 van 103; 13%) dan in patiënten die NA (1 van 22; 4%) of CMA (1 van 85; 1%) gebruikten; een statistisch significant verschil (p=0,005). De meeste meningeomen (46%) waren kleiner dan 1 cm3. Bij de diagnose waren alle patiënten niet-symptomatisch en werden conservatief gemanaged. Onder veertien patiënten die progestinen discontinueerden nam de meningeoombelasting af in elf (79%) zonder progressie gedurende follow-up.

De onderzoekers concluderen dat systematische MRI-screening van progestinegebruikende patiënten kan resulteren in detectie van kleine meningeomen die conservatief gemanaged kunnen worden, en die kleiner worden na discontinuering van progestine. Het hoge percentage van meningeomen na CPA-gebruik onderstreept het belang van systematische screening.

1.Samoyeau T, Provost C, Roux A et al. Meningioma in patients exposed to progestin drugs: results from a real-life screening program. J Neuro-Oncol 2022; epub ahead of print

Summary: A prospective MRI screening program in French progestin-exposed patients uncovered small and multiple meningiomas, decreasing in size after progrestin discontinuation. 


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)