Logo Jan Blom
Login

Oncologisch onderzoek.nl

Nieuws

Gebruik van cholesterolverlagende middelen en overleving van mammacarcinoom (0)
2021-08-31 12:00   ( Nieuws )
Tags:  Multiethnic Cohort Study cholesterol lowering drug use and breast cancer survival
Prof. Iona ChengStudies die zijn uitgevoerd in voornamelijk blanke populaties hebben aanwijzingen opgeleverd voor een associatie tussen prediagnostisch gebruik van cholesterolverlagende middelen (CLDs) en betere overleving onder vrouwen met mammacarcinoom (BC). De Multiethnic Cohort Study (MEC) includeerde tussen begin 1993 en eind 1996 personen met vijf verschillende etnische achtergronden (Zwart, Japans, Latinx, Natief Hawaiaans, en Blank). Een analyse binnen het cohort heeft de associatie tussen prediagnostisch CLD-gebruik en BC-specifieke en all-cause overleving onder BC-patiënten geïnventariseerd. Prof. Iona Cheng (University of California, San Francisco) en collega’s publiceren de analyse in Breast Cancer Research and Treatment.1

Het gebruik van CLDs in het cohort werd vastgesteld met vragenlijsten vanaf begin 2003. Tussen begin 2003 en eind 2014 werden in het cohort 1448 incidente BC-patiënten geïdentificeerd. Tijdens mediaan 4,5 jaar follow-up na de diagnose overleden 87 van deze patiënten aan mammacarcinoom en 224 patiënten aan alle oorzaken. BC-patiënten die ooit CLDs hadden gebruikt hadden een significant lagere all-cause mortaliteit (HR 0,73; 95%-bti 0,54-0,98) en een statistisch niet-significant lagere BC-specifieke mortaliteit (HR 0,83; 95%-bti 0,49-1,39) in vergelijking met BC-patiënten die nooit CLDs hadden gebruikt. CLD-gebruik was geassocieerd met verlaagde mortaliteit onder vrouwen met gevorderd-stadium ziekte (HR 0,54; 95%-bti 0,33-0,90) en onder vrouwen met HR-positief BC (HR 0,69; 95%-bti 0,48-0,99).

De onderzoekers concluderen dat prediagnostisch CLD-gebruik geassocieerd was met betere overleving in een multietnisch cohort van BC-patiënten.

1.Moksud N, Loo LWM, Yang J et al. Cholesterol lowering drug use and breast cancer survival: the Multiethnic Cohort Study. Breast Cancer Res Treat 2021; epub ahead of print

Summary: The Multiethnic Cohort Study found that prediagnostic use of cholesterol lowering drugs was associated with improved survival among patients with breast cancer.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Bijwerkingen in patiënten die oraal azacitidine krijgen voor AML in remissie (0)
2021-08-30 15:00   ( Nieuws )
Tags:  AML in remission adverse events of oral azicitidine
Prof. Farhad RavandiIn de meeste oudere patiënten met AML die morfologische remissie bereiken met intensieve chemotherapie (IC) wordt na verloop van tijd relapse gezien, en de prognose na relapse is slecht. De QUAZAR AML-001 studie heeft laten zien dat onder patiënten met AML in eerste remissie na IC, die geen kandidaat waren voor transplantatie, onderhoudsbehandeling met oraal azacitidine vergeleken met placebo geassocieerd was met significante verlenging van de recidiefvrije overleving met mediaan 5,3 maanden (p<0,001) en van de overall survival met mediaan 9,9 maanden (p<0,001). Prof. Farhad Ravandi (MD Anderson Cancer Center, Houston TX) en collega’s publiceren in het Journal of Hematology & Oncology een overzicht van de veel-geziene adverse events en het management van de AEs tijdens de behandeling met oraal azacitidine in QUAZAR AML-001.1

De studie includeerde patiënten in de leeftijd van 55 jaar of ouder, met AML met intermediair- of slecht-risico cytogenetische kenmerken bij diagnose, die binnen vier maanden voor inclusie eerste CR of CRi hadden bereikt met IC. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar oraal azacitidine 300 mg of placebo eenmaal daags op de eerste veertien dagen van vier-weekse cycli. De mediane leeftijd van de 469 geïncludeerde patiënten was 68 jaar. Het mediane aantal cycli was 12 (range 1-80) in de azacitidinegroep en 6 (range 1-73) in de placebogroep. In de azacitidinegroep werden veel gastroïntestinale AEs gezien, maar de waren gewoonlijk laaggradig. De meest-frequente graad 3 of 4 AEs waren hematologisch: neutropenie in 41% van de patiënten, trombocytopenie (22%), en anemie (14%). Deze AEs resulteerden in discontinuering van de behandeling in slechts 13% van de patiënten, hetgeen suggereert dat ze effectief gemanaged werden met concomitante medicaties en doseringsreductie van oraal azacitidine. Hospitalisatie (any cause, inclusief AML-relapse) werd gerapporteerd voor 46% van de patiënten in de azacitidinegroep en 51% van de patiënten in de placebogroep.

De onderzoekers concluderen dat oraal azacitidine onderhoudsbehandeling over het algemeen een gunstig veiligheidsprofiel had.

1.Ravandi F, Roboz GJ, Wei AH et al. Management of adverse events in patients with acute myeloid leukemia in remission receiving oral azacitidine: experience from the phase 3 randomized QUAZAR AML-001 trial. J Hematol Oncol 2021;14:133

Summary: Safety analysis of the QUAZAR AML-001 trial (oral azacitidine versus placebo for intermediate- or poor-risk AML in first remission in patients not eligible for transplantation) found that oral azacitidine maintenance had a generally favorable safety profile.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Immunogeniciteit en veiligheid van BNT162b2-vaccin in actief-behandelde patiënten met maligniteiten (0)
2021-08-30 13:30   ( Nieuws )
Tags:  actively treated cancer patients COVID-19 vaccine
Prof. Ido WolfEr is niet veel informatie beschikbaar over de activiteit en veiligheid van het SARS-CoV-2 BNT162b2 mRNA COVID-19 vaccin in patiënten die actieve behandeling ondergaan voor solide maligniteiten. Een retrospectieve studie in Israël heeft deze werkzaamheid en veiligheid geïnventariseerd. Prof. Ido Wolf (Sourasky Medisch Centrum, Tel Aviv) en collega’s publiceren de studie in het Journal of the National Cancer Institute.1



De studie includeerde 326 patiënten die medicatie kregen voor solide tumoren, die twee doses van het vaccin kregen. De meeste patiënten (n=205; 62,9%) kregen chemotherapie al of niet met aanvullende therapie; 55 patiënten (16,9%) kregen immuuncheckpointremmers; 38 (11,7%) kregen alleen gerichte therapie; en 28 (8,6%) kregen andere combinaties De controlegroep bestond uit 164 gevaccineerde gezonde volwassenen. Eindpunten van de studie waren seropositiviteit (anti-SARS-CoV-2 S IgG titer >50 AU/ml) en adverse events bepaald met een vragenlijst.

Het vaccin werd goed verdragen, en er werden geen ernstige AEs gerapporteerd. Onder de patiënten waren 39 (11,9%) seronegatief, vergeleken met vijf (3,0%) onder de controlepersonen (p=0,001). De mediane IgG-titers waren significant lager in de groep de patiënten dan in de controlegroep (931 AU/ml versus 2817 AU/ml; p=0,003). Seronegativiteitspercentages waren hoger in de chemotherapiegroep (18,8%) dan in de ICI-groep (9,1%) en in de gerichte-therapiegroep (2,6%).

De onderzoekers concluderen dat het BNT162b2-vaccin veilig was voor patiënten die actieve behandeling voor solide maligniteiten ondergingen. Het vaccin was actief in de meerderheid van de patiënten. Het lagere percentage seropositieve patiënten, met name patiënten die chemotherapie ondergaan, en de relatief lage antilichaamtiters vereisen ook na vaccinatie voortdurend gebruik van persoonlijke protectie.

1.Ligumsky H, Safadi E, Etan T et al. Immunogenicity and safety of the BNT162b2 mRNA COVID-19 vaccine among actively treated cancer patients. J Natl Cancer Inst 2021; epub ahead of print

Summary: A retrospective study in Israel found that the BNT162B2 vaccine was safe and effective in most actively treated patients with cancer. In patients compared with healthy controls the antibody titers were lower.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Cross-sectionele studie van cannabisgebruik onder Deense patiënten met maligniteiten (0)
2021-08-30 11:57   ( Nieuws )
Tags:  Danish cancer patients use of cannabis
Prof. Susanne DaltonSommige patiënten met maligniteiten gebruiken op eigen initiatief cannabis. De prevalentie van, redenen voor, en ervaringen met het gebruik zijn niet duidelijk. Een cross-sectionele survey onder volwassen patiënten met maligniteiten in Denemarken heeft deze onderwerpen onderzocht. Prof. Susanne Dalton (Universiteit van Kopenhagen) en collega’s publiceren de resultaten in Supportive Care in Cancer.1

De survey werd uitgevoerd onder 3420 patiënten van outpatient oncologieklinieken, die een vragenlijst toegestuurd kregen over sociodemografische kenmerken, kwaliteit van leven, neuropathie, angst en depressie, en vragen met betrekking tot cannabisgebruik. Het responspercentage was 83%. Onder de respondenten rapporteerde 13% huidig of vroeger gebruik van cannabis tijdens de behandeling. Het percentage gebruikers was hoger onder rokers (19% versus 11%; p=0,002), actief-behandelde patiënten (14% versus 10%; p=0,02), en patiënten met depressie (19% versus 11%; p=0,002). Gebruik van cannabis was ook geassocieerd met lagere kwaliteit van leven (EORTC C30 sumscore gemiddeld verschil -7,61; 95%-bti -9,69 tot -5,53). Tenminste één positief effect van cannabis werd gerapporteerd door 77% (vooral vermindering van misselijkheid en betere slaap); geen effect werd gerapporteerd door 18%; en andere effecten door 5%. Tenminste één bijwerking werd gerapporteerd door 33%. De belangrijkste aangevoerde redenen voor begin van gebruik van cannabis was management van pijn en misselijkheid. Olie voor oraal gebruik was de meest gerapporteerde toedieningsroute.

De onderzoekers concluderen dat cannabisgebruik onder patiënten met maligniteiten prevalent is, en gecorreleerd met slechtere kwaliteit van leven. Cannabis wordt vooral gebruikt voor het management van symptomen. Een op de drie patiënten ervaart bijwerkingen.

1.Nielsen SW, Ruhlman CH, Eckhoff L et al. Cannabis use among Danish patients with cancer: a cross-sectional survey of sociodemographic traits, quality of life, and patient experiences. Supp Care Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A survey among 3420 adult Danish outpatients visiting oncology clinics found that cannabis use was prevalent (13% of patients) and was correlated with worse quality of life. Patients reported using cannabis for symptom management, and many experienced relief of their symptoms although one third of patients experienced side effects.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Multinationale fase 3-studie van toevoegen van pembrolizumab aan eerstelijns chemotherapie voor gevorderd slokdarmcarcinoom (0)
2021-08-29 15:00   ( Nieuws )
Tags:  KEYNOTE-590 study advanced esophageal cancer pembrolizumab
Dr. Jong-Mu SunEerstelijns chemotherapie voor gevorderd slokdarmcarcinoom is beperkt tot fluoropyrimidine plus platina-gebaseerde chemotherapie. De multinationale fase 3-studie KEYNOTE-590 evalueerde toevoeging van pembrolizumab aan eerstelijns chemotherapie voor gevorderd slokdarmcarcinoom en Siewert type 1 maag-slokdarmovergang carcinoom. Dr. Jong-Mu Sun (Samsung Medisch Centrum, Seoel ZK) en collega’s publiceren een interimanalyse van de studie in The Lancet.1

KEYNOTE-590 werd uitgevoerd in 168 centra in 26 landen. De studie includeerde volwassen patiënten met niet-eerder behandelde ziekte, ongeacht PD-L1 status, en een ECOG performance status 0 of 1. De patiënten werden 1:1 gerandomiseerd naar intraveneus pembrolizumab 200 mg of placebo iedere drie weken toegevoegd aan 5-fluorouracil plus cisplatine, voor ten hoogste 35 cycli. Primaire eindpunten waren overall survival in patiënten met slokdarm squameus celcarcinoom (ESCC) en PD-L1 combined positive score 10 of hoger, en OS en progressievrije overleving in patiënten met ESCC, PD-L1 CPS of hoger, en in alle gerandomiseerde patiënten.

De studie includeerde 749 patiënten die werden gerandomiseerd naar pembrolizumab plus chemotherapie (n=373) of placebo plus chemotherapie (n=376). De interimanalyse werd uitgevoerd na mediaan 22,6 maanden follow-up. Pembrolizumab plus chemotherapie was superieur aan placebo plus chemotherapie voor de eindpunten OS onder patiënten met ESCC en en PD-L1 CPS 10 of hoger (mediaan 13,9 versus 8,8 maanden; HR 0,57; p<0,0001), patiënten met ESCC (12,6 versus 9,8 maanden (HR 0,72; p=0,0006), patiënten met PD-L1 CPS 10 of hoger (13,5 versus 9,4 maanden; HR 0,62; p<0,0001) en alle gerandomiseerde patiënten (12,4 versus 9,8 maanden; HR 0,73; p<0,0001). Pembrolizumab plus chemotherapie was ook superieur aan placebo plus chemotherapie voor de eindpunten PFS in patiënten met ESCC (6,3 versus 5,8 maanden; HR 0,65; p<0,0001), patiënten met PD-L1 CPS 10 of hoger (7,5 versus 5,5 maanden; HR 0,51; p<0,001), en alle gerandomiseerde patiënten (6,3 versus 5,8 maanden; HR 0,65; p<0,0001). Graad 3 of hoger treatment-related adverse events werden gerapporteerd voor 72% van de patiënten in de pembrolizumab plus chemotherapiegroep en 68% van de patiënten in de placebo plus chemotherapiegroep.

De onderzoekers concluderen dat toevoegen van pembrolizumab aan eerstelijns chemotherapie voor gevorderd slokdarmcarcinoom resulteerde in significante verbetering van de uitkomsten.

1.Sun J-M, Shen L, Shah MA et al. Pembrolizumab plus chemotherapy versus chemotherapy alone for first-line treatment of advanced oesophageal cancer (KEYNOTE-590): a randomised, placebo-controlled, phase 3 study. Lancet 2021;398:759-771

Summary: The multinational phase 3 KEYNOTE-590 study evaluated addition of pembrolizumab to first-line chemotherapy for advanced esophageal cancer. Pembrolizumab was associated with significant improvement of seven primary survival endpoints.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Prospectieve cohortstudie van associatie tussen bilaterale ovariëctomie en risico van colorectaalcarcinoom (0)
2021-08-29 13:30   ( Nieuws )
Tags:  bilateral oophorectomy colorectal cancer
Prof. Martha HickeyColorectaalcarcinoom (CRC) is wereldwijd de tweede meest voorkomende maligniteit en de derde onder maligniteiten meest voorkomende doodsoorzaak in vrouwen. Er zijn aanwijzingen voor een tegen CRC beschermende werking van blootstelling aan oestrogeen. Ovariëctomie verlaagt het niveau van circulerende oestrogenen. Een prospectieve cohortstudie in Denemarken heeft de associatie tussen unilaterale of bilaterale ovariëctomie en het CRC-risico geïnventariseerd. Prof. Martha Hickey (University of Melbourne, Australië) en collega’s publiceren de studie in het International Journal of Cancer.1

Het Danish Nurse Cohort includeerde 25.698 vrouwelijke verpleegkundigen in de leeftijd van 45 jaar of ouder. De vrouwen werden gevolgd van inclusie tot datum van diagnose CRC, overlijden, emigratie, of 31 december 2018. Tijdens 542.698 persoonsjaren follow-up werd in 863 deelneemsters (3,4%) CRC gediagnostiseerd. Bilaterale ovariëctomie was geassocieerd met 79% verhoogd risico van CRC (aRR 1,79; 95%-bti 1,33-2,42). Unilaterale ovariëctomie was geassocieerd met statistisch niet-significant verhoogd CRC-risico (aRR 1,25; 95%-bti 0,86-1,82). De associaties werden niet modificeerd door menopauzestatus, baseline HRT-gebruik, hysterectomie, of BMI.


De onderzoekers concluderen dat bilaterale ovariëctomie geassocieerd was met verhoogd CRC-risico.

1.Koch T, Therming Jørgensen J, Christensen J et al. Bilateral oophorectomy and rate of colorectal cancer: a prospective cohort study. Int J Cancer 2021; epub ahead of print

Summary: A prospective cohort study in Denmark found that bilateral oophorectomy was associated with a 79% increased colorectal cancer rate during 542.140 person-years of follow-up (aRR 1.79; 95% CI 1.33-2.42.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Evaluatie van veiligheidsuitkomsten met adjuvant nivolumab voor stadium III/IV melanoom (0)
2021-08-29 12:00   ( Nieuws )
Tags:  stage III IV melanoma adjuvant nivolumab safety outcomes
Prof. Jeffrey WeberVoor melanoom zijn in de adjuvante setting verschillende therapeutische opties beschikbaar, hetgeen goed inzicht in hun profijt-risicoprofielen belangrijk maakt. Een analyse van de nivolumab-arm van de multinationale fase 3-studie CheckMate 238 heeft het optreden van behandelings-gerelateerde bijwerkingen (TRAEs) van adjuvant nivolumab voor stadium IIIB-C of IV melanoom geïnventariseerd. Prof. Jeffrey Weber (NYU Langone Health) en collega’s publiceren de analyse in het Journal for ImmunoTherapy of Cancer.1


De nivolumab-arm van CheckMate 238 includeerde 452 patiënten die vier doses nivolumab 3 mg/kg iedere twee weken kregen gevolgd door nivolumab 3 mg/kg iedere twaalf weken tot een jaar of tot recidief of niet-acceptabele toxiciteit. De figuur laat het voorkomen van geselecteerde TRAEs zien. Vanaf de eerste nivolumabdosis tot honderd dagen na de laatste dosis werd eerste voorkomen van TRAEs gerapporteerd in 306 van 452 patiënten (67,7%). De TRAEs werden vooral gezien tijdens de eerste drie maanden (48,0% van de patiënten) met als meest-voorkomende TRAEs pruritus (15,5%) en diarree (15,3%). De meeste TRAEs resolveerden binnen zes maanden. Er was geen duidelijke associatie tussen al of niet voorkomen van TRAEs en recidiefvrije overleving.

De onderzoekers concluderen dat deze veiligheidsanalyse van adjuvant nivolumab voor melanoom laat zien dat het voorkomen van TRAEs consistent was met het bekende veiligheidsprofiel van nivolumab. De meeste first-occurrence TRAEs werden vroeg na de start van de behandeling gezien en resolveerden binnen zes maanden. Er was geen evidente associatie tussen TRAEs en RFS.

1.Mandal M, Larkin J, Ascierto PA et al. Adjuvant nivolumab for stage III/IV melanoma: evaluation of safety outcomes and association with recurrence-free survival. J ImmunoTher Cancer 2021-003188

Summary: Analysis of the nivolumab arm of the phase 3 CheckMate 238 study showed that most first-occurrence TRAEs were seen early during treatment and resolved. No association between TRAEs and RFS was evident.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)

Wereldwijde cohortstudie van uitkomsten van SARS-CoV-2 infectie in kinderen en adolescenten met maligniteiten (0)
2021-08-28 15:00   ( Nieuws )
Tags:  GRCCC cohort study SARS-CoV-2 infection in children and adolescents with cancer
Dr. Sheena MukkadaKinderen en adolescenten met COVID-19 hebben over het algemeen mild ziekteverloop. Jongeren met maligniteiten kunnen na infectie met respiratoire virussen echter ernstige ziekte ontwikkelen. De wereldwijde Global Registry of COVID-19 in Childhood Cancer (GRCCC)-cohortstudie heeft klinisch beloop en uitkomsten van SARS-CoV-2 infectie in kinderen en adolescenten (leeftijd tot en met achttien jaar) met maligniteiten geïnventariseerd. Dr. Sheena Mukkada (St Jude Children’s Research Hospital, Memphis TN) en collega’s publiceren de studie in The Lancet Oncology.1

De cohortstudie is gebaseerd op gegevens van 1500 patiënten van 131 centra in 45 landen, met COVID-19 tussen 15 april 2020 en 1 februari 2021. Er waren 1319 patiënten met complete dertig-dagen follow-up. De figuur toont de verdeling van de ernst van de ziekte uitgesplitst over verschillende typen maligniteiten. Onder de 259 patiënten (19,9%) met ernstige of kritische infectie overleden 50 (3,8%) aan COVID-19. Modificatie van de therapie voor de maligniteit vond plaats in 609 van 1092 (55,8%) actief-behandelde patiënten. Factoren die in multivariabele analyse geassocieerd waren met ernstige of kritische ziekte waren World Bank low-income or lower middle income country status (OR 5,8; p<0,001) en upper-middle income country status (OR 1,6; p=0,0024), leeftijd vijftien tot en met achttien jaar (OR 1,6; p=0,013), absoluut lymfocytengetal 300 of minder per mm3 (OR 2,5; p<0,001), absoluut neutrofielengetal 500 of minder per mm3 (OR 1,8; p=0,0001), en intensieve behandeling (OR 1,8; p=0,0005). Factoren die geassocieerd waren met modificatie van de behandeling waren upper-middle income country status, primaire diagnose van een hematologische maligniteit, aanwezigheid van COVID-19 symptomen bij presentatie, en aanwezigheid van één of meer comorbiditeiten.

De onderzoekers concluderen dat onder de jongeren in het cohort ernstige of kritische COVID-19 voorkwam in een vijfde van de patiënten, en dat een hoger percentage patiënten overleed dan wat is gerapporteerd voor de algemene pediatrische populatie. Factoren die geassocieerd waren met modificatie van de behandeling waren niet dezelfde als factoren die geassocieerd waren met hogere ernst van de ziekte.

1.Mukkada S, Bhakta N, Chantada GL et al. Global characteristics and outcomes of SARS-CoV-2 infections in children and adolescents with cancer (GRCCC): a cohort study. Lancet Oncol 2021; epub ahead of print

Summary: A global cohort study cohort study of children and adolescents with cancer and SARS-CoV-2 infection found that severe and critical COVID-19 occurred in one fifth of patients, and death occurred in a higher proportion (3.8%) than is reported in the literature of the general pediatric population.


  Reageren op dit artikel is mogelijk na registratie.  (Login)